Agendabundel
Tekst van het document
Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? In het vastgestelde Integraal veiligheidsbeleid 2023-2026 staan ambities beschreven die met het nieuwe team openbare orde en veiligheid moeten worden opgepakt. In uitvoeringsplannen wordt beschreven hoe de doelstellingen daadwerkelijk behaald kunnen worden. Ondanks de uitbreiding in dit team moet er goed geprioriteerd worden. De laatste jaren is wel gebleken dat door (langdurige) crisis, zoals Corona en vluchtelingenopvang de doelstellingen som bij- of uitgesteld moeten worden. 70
Beoogde resultaten Bij dit doel horen de volgende resultaten: • We intensiveren en verbreden de samenwerking in de jeugdketen (van vroegsignalering tot repressie) om zodoende eerder te signaleren en een sluitende aanpak te creëren (2024). Uit de evaluatie van de jeugdaanpak (2022) zijn een aantal aanbevelingen naar voren gekomen die willen we in 2024 tot uitvoering hebben gebracht. Zo moet het huidige convenant worden geactualiseerd en is er de wens om individuele casuïstiek te bespreken. • We vergroten de weerbaarheid van inwoners (van jong tot oud), bestuurders, medewerkers en ondernemers op het gebied van ondermijning en digitale veiligheid (2026). Voor verschillende doelgroepen worden verschillende voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd op het gebied van digitale veiligheid en ondermijnende criminaliteit. Denk hierbij aan #Leerlingalert, Hackshield en oplichtingsbijeenkomsten voor ouderen. • We blijven onze informatiepositie verbeteren, zodat we beschikken over een actueel ondermijningsbeeld (2026). Door integrale controles brengen we bedrijventerreinen in beeld om zodoende onze informatiepositie te versterken (zogenoemde witte vlekken controles). • We verminderen de kans op georganiseerde criminaliteit door middel van het opwerpen van barrières en inzetten van juridische instrumenten (2026).
Door extra capaciteit van een handhavingsjurist kunnen we beter en sneller doorpakken op handhavingszaken. • We zorgen voor een sluitende aanpak op het gebied van zorg en veiligheid (2026). We intensiveren de samenwerking tussen zorg- en veiligheidsprofessionals. Hierdoor verbeteren we (vroeg)signalering, preventie, informatiedeling, aanbieden van passende zorg, betere kennis van instrumenten en interventies door het aanreiken van handvatten voor op- en afschalen.
Wat mag het kosten? Wat mag het kosten?
(x € 1.000,-) R 2022
PB 2023
B 2024
B 2025
B 2026
B 2027
Lasten 1.1 Crisisbeheersing en brandweer
2.888
2.838
3.297
3.294
3.292
3.290
1.2 Openbare orde en veiligheid
1.146
876
1.152
1.152
1.152
1.152
4.034
3.715
4.449
4.446
4.444
4.442
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
12
6
6
6
6
6
1.2 Openbare orde en veiligheid
420
21
21
21
21
21
Subtotaal
432
26
26
26
26
26
Saldo van baten en lasten
-3.602
-3.689
-4.423
-4.420
-4.418
-4.416
Subtotaal Baten
71
Hoe meten wij onze prestaties? Indicatoren per doel
Type indicator
Bron
Een klantgerichte en adequate dienstverlening aan inwoners, ondernemers en instellingen % producten en diensten dat digitaal Uitkomstindicator beschikbaar is (maatschappelijk effect) % deelnemers aan de enquête over de Uitkomstindicator waardering van de (digitale) dienstverlening (maatschappelijk effect) (via Rheden Spreekt!) dat een voldoende (6) scoort (ambitie: 2026: 8) Wij geven elke inwoner gelijke kansen % doelen uit het Regenboogplan dat is Uitkomstindicator Regenboogplan gerealiseerd (maatschappelijk effect) % activiteiten waarbij specifiek aandacht Uitkomstindicator wordt besteed aan de deelnamemogelijkheid (maatschappelijk effect) van bijzondere doelgroepen Aantal uitvoeringsprojecten met als doel Uitkomstindicator kansengelijkheid te vergroten (maatschappelijk effect) Inwonersparticipatie Duurzaamheidsagenda uitvoeringsplan gereed 90% van de plannen voor (inwoners)projecten heeft een participatiecomponent. Inzet van een participatie specialist De toolkit participatie is gereed (2024).
resultaatindicator
uitvoeringsplan
Opname onderdeel in formats
Manager/ projectleider
Rol belegd resultaatindicator
manager participatietoolkit
Aantal projecten op Participatieplatform uitkomstindicator www.meedenkeninrheden.nl Verbetering samenspel Omgeving Gemeenteraad – College – organisatie % aantoonbaar verbeterde raadsvoorstellen Resultaatindicator
www.meedenkeninrheden.nl
Griffie
Vaststelling Lange Termijn Visie Meerderheid Raad accepteert procesvoorstel om te komen tot een lange termijn visie Lange Termijn Visie vastgesteld Realisatie van toegevoegde waarde door samenwerking Visie op partnerschap c.q. samenwerking (incl. een cisie op dienstverlening aan buurgemeenten) beschikbaar Aantal samenwerkingsverbanden
Uitkomstindicator (maatschappelijk effect)
Definitie van de meetbare inhoudelijke meerwaarde van de samenwerking Verduurzaming van de vastgoedportefeuille % van de vastgoedportefeuille dat energieneutraal is
72
Het in gebruik nemen van nieuwe gemeentehuis en afstoten tijdelijke locaties Een uitvoeringsplan ten behoeve van de verduurzaming van ons maatschappelijk vastgoed is vastgesteld Wij willen met elkaar een Rhedense samenleving zijn waarin iedere inwoner en ondernemer een veilige woon-, werken leefomgeving ervaart Het veiligheidsgevoel wordt door de Uitkomstindicator Veiligheidsmonitor inwoners tenminste gewaardeerd met een (maatschappelijk effect) 7,4 Het convenant jeugdgroepen en het Inspanningsindicator Convenanten convenant zorg en veiligheidscasuïstiek zijn geactualiseerd. We organiseren minimaal 3 Resultaatindicator Bijeenkomsten voorlichtingsbijeenkomsten per jaar over ondermijnende criminaliteit en/of digitale veiligheid We voeren 2 integrale controles per jaar uit Resultaatindicator Integrale controles op het gebied van ondermijning. We hebben een aanpak voorkomen Inspanningsindicator Aanpak voorkomen escaleren (AVE) opgesteld. escaleren
Verbonden partijen Voor het bereiken van de doelstellingen van het programma, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, heeft de gemeente Rheden zich met een aantal partijen verbonden waarin zij een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het gaat hier om de volgende organisatie: • Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM); • Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen; • Gelders Archief; • Gemeenschappelijke regeling intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie De Connectie; • Alliander N.V.; • N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. In de paragraaf Verbonden Partijen geven we inzicht in de beleidsmatige en financiële betrokkenheid en de risico's.
73
Wat mag het kosten? Tabel: Programmastaat 3 Bestuur & organisatie 3. Bestuur & Organisatie Omschrijving (bedragen x € 1.000)
R 2022
PB 2023
B 2024
B 2025
B 2026
B 2027
Lasten
28.013
28.651
30.987
31.238
30.368
30.148
Baten
107.965
104.365
112.901
112.328
104.112
102.669
Saldo van baten en lasten
79.952
75.714
81.914
81.090
73.743
72.521
Toevoeging
1.945
937
780
0
0
0
Ontrekking
103
554
277
3
3
3
Resultaat
78.111
75.331
81.411
81.093
73.747
72.524
Reserves
74
Paragrafen
75
A. Lokale Heffingen In de paragraaf lokale heffingen gaan we in op de ontwikkelingen van de verschillende belastingen en heffingen en de consequenties voor onze inwoners. Daarbij besteden we aandacht aan de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen. Verder geven we inzicht in de kostendekking van een heffing. Voor de lokale heffingen zijn de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in de kadernota 2024 leidend. Uitgangspunt is o.a. dat lokale belastingen en heffingen voor de inwoner niet meer stijgen dan de jaarlijkse inflatie. In de kadernota 2024 is uitgegaan van een inflatiepercentage van 3%. De paragraaf lokale heffingen bestaat uit de volgende onderdelen: • wettelijke bepalingen • geraamde opbrengsten uit lokale heffingen • ontwikkeling lokale lastendruk • voorstel tariefaanpassingen (kostendekking heffingen) • kwijtscheldingsbeleid
Wettelijke bepalingen Gemeenten zijn beperkt in de belastingen die ze mogen heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet. Naast belastingen heft de gemeente rechten (leges) voor individuele diensten aan haar burgers. De tarieven van deze rechten dienen zo te worden gesteld dat de opbrengsten de kosten niet te boven gaan. De opbrengsten hebben een directe relatie met de kosten voor de dienstverlening (gebonden heffingen) en zijn daarmee maximaal 100% kostendekkend. Hierbij worden de direct en indirect toe te rekenen kosten en baten aan de prestatie (activiteit) toegerekend en vervolgens op grond van de geraamde aantallen ‘omgeslagen’ in een tarief, waarbij vervolgens een maximaal kostendekkend tarief ontstaat. Het gaat hierbij om rechten als afvalstoffenheffing en reinigingsrechten, rioolheffing, bouwleges en begraafrechten. De opbrengst van de onroerende zaakbelasting wordt jaarlijks met in principe maximaal het verwachte inflatiepercentage verhoogd, tenzij de raad op voorstel van het college anders besluit. Ten aanzien van de secretarieleges wordt gestreefd naar 100% kostendekking. Echter, er wordt vanuit het Rijk voor bepaalde producten (paspoorten, rijbewijzen) een maximering van tarieven opgelegd waardoor de dekking aan verandering onderhevig is. Samenvattend:
Tabel: Uitgangspunten Uitgangspunten tarievenbeleid lokale heffingen Onroerendezaakbelastingen Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten Rioolheffing (en rioolaansluitrecht) Bouwleges Hondenbelasting Toeristenbelasting Forensenbelasting Secretarieleges Begraafrechten
100 % kostendekkend tarief
Jaarlijkse stijging op basis van inflatiepercentage
Andere uitgangspunten X
X X X X X X X X
76
Geraamde opbrengsten uit lokale heffingen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de lokale heffingen voor 2024 en de vergelijking met de primitieve begroting 2023.
Tabel: Geraamde opbrengsten uit lokale heffingen Opbrengsten lokale belastingen, heffingen en retributies (x € 1.000) Onroerende zaakbelastingen Afvalstoffenheffing Reinigingsrechten Rioolheffing Bouwleges Hondenbelasting Toeristenbelastingen Secretarieleges Begraafrechten Forensenbelasting Marktgelden Overige heffingen Totaal
Netto 2023 9.943 4.939 49 4.597 450 85 283 399 504 57 9 62 21.377
Mutatie 900 563 0 792 0 3 8 0 0 2 0 0 2.268
Netto 2024 Kwijtschelding 10.843 5.502 49 5.389 450 88 291 399 504 59 9 62 23.645
Bruto 2024 10.843 5.502 49 5.389 450 88 291 399 504 59 9 62 23.645
Ontwikkeling lokale lastendruk De provincie Gelderland onderzoekt jaarlijks de ontwikkelingen van de lokale lasten per individuele gemeente en vergelijkt de lokale lastendruk van de gemeenten onderling. In onderstaand overzicht ziet u een vergelijking van de totale belastingdruk per inwoner en per belastingsoort voor diverse gemeenten in de regio over de jaren 2022 en 2023. Tevens is de belastingdruk afgezet tegen het provinciaal gemiddelde.
Tabel: Ontwikkeling lokale lastendruk
Gemeente Provinciaal gemiddelde
OZB 2022 2023
Afvalstoffenheffing 2022 2023
Rioolheffing 2022 2023
Totale belastingdruk 2022 2023
275
289
98
102
99
103
472
494
Arnhem
341
362
121
123
105
106
566
591
Renkum
281
277
129
134
143
160
553
571
Zutphen
284
292
128
134
78
77
490
503
Brummen
290
298
74
82
124
137
487
517
Lingewaard
271
281
103
107
104
106
479
494
Doetinchem
232
239
143
144
104
109
479
492
Zevenaar
287
295
82
81
104
113
474
489
Rozendaal
267
281
108
124
91
91
466
495
Duiven
255
256
100
111
111
102
465
469
Bronckhorst
227
234
104
102
121
125
452
461
Doesburg
201
208
139
147
107
118
447
473
Westervoort Rheden
224 210
236 229
105 104
102 114
107 105
115 106
436 419
452 448
Overbetuwe
179
185
121
123
40
38
341
345
Gemeente
77
Bron: Provincie Gelderland, afdeling KOB/IBT https\\:geldersefinancien.nl/viewer d.d. 24-08-2023. Het uitgangspunt voor afval en riool is 100% kostendekking en voor OZB 3% inflatiestijging en aanvullend de afspraken uit het coalitie-akkoord (6%). Ten opzichte van 2022 is er sprake van een stijging van de belastingdruk per inwoner door hogere lasten bij afval en ozb. De tarieven 2023 voor riool zijn gelijk aan de tarieven voor 2022.
Voorstel tariefaanpassingen Onderstaand wordt op grond van wettelijke bepalingen en beleidsuitgangspunten inzicht gegeven in de verwachte tariefbepaling voor 2024. Pas bij de vaststelling van de belastingverordeningen worden de tarieven definitief vastgesteld. Dit vindt plaats in de raadsvergadering van december 2023.
OZB Bij het opstellen van de programmabegroting 2024 zijn alle mutaties in de WOZ-waarden tot het moment van opmaken van de begroting meegenomen (peildatum begin juni 2023) en is tevens de waardeontwikkeling van het bestand ingecalculeerd. Uw raad stelt de definitieve tarieven bij de wijziging van de belastingverordening vast. Uitgangspunt voor de berekening van de tarieven is de geraamde opbrengst (inclusief 3% inflatie en 9% verhoging voor realisatie ambities coalitieakkoord). De aanpassing in het tarief wordt beïnvloed door vier factoren: • de waarde ontwikkeling van woningen en niet-woningen begin juni waardoor de tarieven naar boven of beneden worden bijgesteld; • de inflatiecorrectie van 3% wat een opwaarts effect heeft op de tarieven; • een verhoging van 9% ten behoeve van realisatie ambities coalitieakkoord 2022-2026; • een neerwaartse correctie op de waardeontwikkeling in verband met verwachte leegstand per 1-1-2024 bij OZB gebruikers niet woningen en een opwaartse correctie bij de waardeontwikkeling niet woningen eigenaren. Per saldo leidt deze berekeningswijze van de tarieven tot een lastenverzwaring ter hoogte van 12% (het inflatiepercentage van 3% en verhoging 9% coalitieakkoord) voor zowel woningen als niet woningen.
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten De totale te dekken kosten van de afvalstoffenheffing zijn als volgt opgebouwd: Tabel: Totale te dekken kosten afvalstoffenheffing Post Kosten in 2023 7.3 Afval 3.963.408 0.4 Overhead 81.129 0.5 Rente 3.241 0.64 Belastingen overig 110.000 0.8 Overige baten en lasten -70.336 2.1 Verkeer en vervoer 60.000 6.3 Inkomensregelingen 175.200 Btw compensatie 757.434 Totale kosten Opbrengst heffingen
5.080.076 5.564.799
Kosten in 2024 4.161.579 107.030 9.054 110.000 -70.336 63.000 175.200 859.527 5.415.054 5.076.213 78
Inzet bestemmingsreserve Totale dekking Dekkingspercentage
0 5.564.799 110%
302.000 5.378.213 100%
Voor het belastingjaar 2024 zijn voor de kostentoerekening dezelfde uitgangspunten gehanteerd als in 2023. Over de voorgaande belastingjaren ziet de ontwikkeling er als volgt uit: Tabel: Ontwikkeling afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing 2021 2022 Basisbedrag 140 liter container 180 liter container 240 liter container Verzamelcontainer hoogbouw
36,10 198,22 242,91 309,37 198,22
36,57 200,80 246,07 313,39 200,80
2023
2024
38,57 211,74 259,48 330,47 211,74
38,57 190,57 233,53 297,42 190,57
Verandering 0% -10% -10% -10% -10%
M.b.t. reinigingsrechten voor bedrijven is er voor het jaar 2024 ten opzichte van het 2023 sprake van een daling van het tarief met 10%. De gemeente treedt wat betreft de reinigingsrechten op als ondernemer, zodat over dit tarief nog 21% BTW berekend wordt. Tabel: Tarief reinigingsrecht Reinigingsrecht 2023 Tarief 264,64
2024 238,18
Verandering -10%
Rioolheffing De wet milieubeheer schrijft gemeenten voor een plan op te stellen voor de inzameling en het transport van afvalwater. Bij de tariefberekening heeft het geldende Gemeentelijk rioleringsplan als basis gediend. De totale te dekken kosten van rioolheffing zijn als volgt opgebouwd:
Tabel: Totale te dekken kosten rioolheffing Post Kosten in 2023 7.2 Riolering 2.542.874 0.4 Overhead 783.710 0.5 Rente 269.543 0.64 Belastingen overig 158.000 2.1 Verkeer en vervoer 227.905 6.3 Inkomensregelingen 180.000 Btw compensatie 435.425 Totale kosten Opbrengst heffingen Inzet voorziening Totale dekking Dekkingspercentage
4.597.457 4.597.457 0 4.597.457 100%
Kosten in 2024 2.509.293 934.080 942.748 158.000 227.905 180.000 437.277 5.389.303 4.808.680 580.000 5.388.680 100%
Voor het belastingjaar 2024 zijn voor de kostentoerekening dezelfde uitgangspunten gehanteerd als in 2023. De tarieven voor riolering stijgen met 16%.
79
In december 2022 is aan de raad ter vaststelling een nieuw rioolbeheerplan voorgelegd. Uitvoering van dat plan betreft o.a. het plegen van diverse rioolinvesteringen in de komende jaren. Dit leidt tot hogere (kapitaal)lasten die vanuit het geldende principe van 100% kostendekkendheid d.m.v. een verhoging van de tarieven verwerkt worden in de rioolrechten. Naar aanleiding van de besluitvorming zijn de betreffende kapitaallasten (jaarschijven 2024 t/m 2027) en hogere opbrengsten rioolrechten verwerkt in voorliggende meerjarenbegroting. Over de voorgaande belastingjaren ziet de ontwikkeling er als volgt uit: Tabel: Ontwikkeling rioolheffing Rioolheffing 2021 2022 Eigenaar < 300 m3 300 - 999 m3 1000 - 9999 m3 > 9999 m3
2023
2024
Verandering
70,89
70,89
70,89
74,43
5%
126,50 357,94 2.956,55
126,50 357,94 2.956,55
126,50 357,94 2.956,55
132,83 375,84 3.104,38
5% 5% 5%
23.237,02
23.237,02
23.237,02
24.398,87
5%
Lijkbezorgingsrechten Sinds 2011 is er sprake van een kostendekkend tarief. Ten opzichte van het belastingjaar 2023 blijkt er geen noodzaak tot een aanpassing van de tarieven voor het belastingjaar 2024.
Toeristenbelasting & Watertoeristenbelasting Voor deze belastingsoort geldt de beleidslijn dat de tarieven jaarlijks worden aangepast aan de inflatiecorrectie. Het tarief van de watertoeristenbelasting is per overnachting het dubbele van het basistarief toeristenbelasting. De ontwikkeling van de toeristenbelasting staat in onderstaand overzicht vermeld.
Tabel: Tarieven toeristenbelasting Toeristenbelasting 2023 Overnachtingen 2,09 (basistarief) Seizoenstandplaatsen 256,39 Jaarstandplaatsen 305,74
2024
Verandering 2,15
3%
264,08 314,91
3% 3%
De ontwikkeling van de watertoeristenbelasting staat in onderstaand overzicht vermeld.
Tabel: Tarieven watertoeristenbelasting Watertoeristenbelasting 2023 Overnachtingen (basistarief)
2024 4,18
Verandering 4,31
3%
Forensenbelasting Het basistarief van de forensenbelasting wordt gecorrigeerd met het jaarlijkse inflatiepercentage. De ontwikkeling van de tarieven staat in onderstaand overzicht vermeld: 80
Tabel: Tarieven forensenbelasting Forensenbelasting 2023 Basistarief 309,31 Opslag 1,18
2024
Verandering 318,59 1,22
3% 3%
Hondenbelasting Vanaf 1 januari 2023 zijn de tarieven van de hondenbelasting kostendekkend om de uitgaven gerelateerd aan hondenbezit te kunnen betalen. De tarieven voor 2024 zijn met 3% geïndexeerd. Tabel: Tarieven hondenbelasting Hondenbelasting 2023 1e hond (basistarief) 2e hond 3e hond 4e hond 5e hond Elke volgende meer Kenneltarief
2024 38,16 43,92 49,68 55,44 61,08 5,78 82,08
Verandering 39,30 45,24 51,17 57,10 62,91 5,95 84,54
1,14 1,32 1,49 1,66 1,83 0,17 2,46
Leges Voor de leges geldt het uitgangspunt dat de hiervoor in aanmerking komende producten gemiddeld kostendekkend worden geleverd. In november wordt middels een afzonderlijk raadsvoorstel aan de raad gevraagd akkoord te gaan met de legestarieven voor het komende begrotingsjaar.
Kwijtscheldingsbeleid Rheden kent de mogelijkheid tot kwijtschelding van belastingen. Daarvoor is een kwijtscheldingsverordening opgesteld die in 2018 door de Raad is vastgesteld. De kwijtscheldingsverordening is opgesteld om een goed overzicht te hebben van de kaders. Voorheen was in diverse belastingverordeningen een artikel opgenomen over de kwijtschelding. Door alles in één verordening vast te leggen voorkomen we misverstanden in de uitvoering. Zeker nu de uitvoering van belastingen bij de Connectie is belegd. Inwoners kunnen geheel of gedeeltelijk kwijtschelding krijgen voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Daarnaast is ook kwijtschelding mogelijk voor de leges van een ID-kaart en voor de hondenbelasting (gedeeltelijk). Inwoners die één keer kwijtschelding kregen toegekend, krijgen vervolgens automatische kwijtschelding indien hun financiële situatie niet is veranderd. Hierbij maken we gebruik van de gegevens van het Inlichtingenbureau. Voor het jaar 2024 verwachten we geen verhoging van de kwijtscheldingen t.o.v. de begroting 2023.
81
B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen Om te kunnen beoordelen hoe de gemeente Rheden er financieel voorstaat, is het van belang om inzicht te hebben in de financiële positie en de financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er in financieel moeilijke tijden). Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre wij in staat zijn om mogelijke tegenvallers (de risico's) op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid in gevaar komt. De programmabegroting die wij u nu voorleggen is een programmabegroting ‘onder spanning’, dit wil zeggen dat er risico’s op mogelijke afwijkingen genomen zijn op grond van onzekerheden die zich daarin kunnen voor doen. Hiermee creëren wij ruimte om tot een herziening van onze ambities voor de komende jaren te komen. Met behulp van financiële kengetallen die betrekking hebben op de balans en de begroting wordt een beeld geschetst van onze financiële positie. Voor de beoordeling of een kengetal matig of goed is sluiten wij aan bij de richtlijnen van onze provinciale toezichthouder. Het weerstandsvermogen en de kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van onze financiële positie. Voor een adequate bedrijfsvoering is het belangrijk dat we risico's en onzekerheden tijdig in beeld hebben en ze op een gestructureerde wijze beheersen.
We nemen deel aan een samenleving de complex is en continu aan verandering onderhevig is. Dit vraagt om een passend risicobewustzijn.
Risicomanagement In voorliggende programmabegroting hebben we ook bij de programma's en paragraaf bedrijfsvoering aandacht voor risico's. Daarbij gaan we vooral in op mogelijke effecten op de beleidsrealisatie en bedrijfsvoering. Het risicoprofiel binnen de paragraaf Weerstandsvermogen ziet vooral toe op de belangrijkste financiële risico's die nog niet op een of andere wijze volledig zijn afgedekt. Hier kan sprake zijn van overlap, waardoor risico's zowel bij de beleidsdoelen als in deze paragraaf terugkomen. Bij onderstaand onderdeel Risicoprofiel is een inventarisatie opgenomen van diverse ontwikkelingen met een mogelijk financieel risico. Ons weerstandsvermogen (is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel) drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio is ten opzichte van de jaarrekening 2022 (laatste actualisatie) gedaald van 1,7 naar 0,8. In de hierna volgende onderdelen geven we hierover een nadere toelichting.
Risicoprofiel Ten opzichte van de jaarrekening 2022 is het risicoprofiel geactualiseerd. In onderstaande tabel zijn de risico's weergegeven.
82
Tabel: Risico-inventarisatie PB 2024 Risico-inventarisatie PB2024 nr .
Risico
Kans
Financieel gevolg
Invloed
1
Uitkering uit gemeentefonds:
a
onderuitputting rijksuitgaven
50%
1.500.000
20%
b
nieuwe systematiek gemeentefonds
75%
1.000.000
13%
2
Aanvullende bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen i.v.m. mogelijke negatieve exploitatie.
25%
1.000.000
13%
3
Mogelijke hogere uitgaven voor WMO en jeugdzorg. De budgetten hiervoor zijn bijgesteld, maar vanwege toenemende en onvoorspelbare zorgvragen kan nadere bijstelling noodzakelijk blijken.
75%
1.000.000
13%
4
Bezuinigingsmaatregelen van het Rijk
50%
500.000
7%
5
Beheer openbare ruimte en vastgoed: mogelijke meerlasten als gevolg van prijsstijgingen bouwmaterialen en grondstoffen en door vertraging agv stikstofproblematiek .
75%
500.000
7%
6
Standaard risico met betrekking tot de Participatiewet: 1. Hogere lasten dan begroot omdat het aantal uitkeringsgerechtigden minder hard daalt dan het landelijk gemiddelde. 2. Tegenvallende inkomsten van het Rijk.
25%
500.000
7%
7
Kosten voor klimaatopgave
50%
300.000
4%
8
Kosten van personele inzet. Door nieuwe, vaak meer flexibele taken, is huidige personele inzet vaak niet voldoende. Dit i.c.m. krapte op arbeidsmarkt.
75%
250.000
3%
9
Implementatie Omgevingswet
75%
250.000
3%
10
Minima- en armoedebeleid: hogere kosten agv economische ontwikkelingen
50%
200.000
3%
11
Meerkosten als gevolg van hoge inflatie en CAOontwikkelingen.
50%
200.000
3%
12
Overige risico's (stelpost)
10%
250.000
3%
7.450.000
100%
Totaal risicoprofiel 2024:
Toelichting op de kolommen De kolom “risico” bevat de omschrijvingen van risico's (gebeurtenissen) die kunnen leiden tot een (nadelig) financieel gevolg. De waarschijnlijkheid dat de omschreven risico's zich daadwerkelijk voordoen wordt getoond in de kolom “kans”. Via de kolom “financieel gevolg” wordt getoond wat de financiële gevolgen zijn van het zich voordoen van het risico. Dit is een inschatting van het maximale financiële effect van het betreffende risico. De kolom “invloed” geeft aan welk aandeel het betreffende risico heeft in het totaal van alle mogelijke financiële risico's. Zichtbaar is dat de top 5 risico's 68% uitmaken van alle mogelijke risico's. Voor deze paragraaf merken we het totaalbedrag aan als risicoprofiel.
83
Ten opzichte van de jaarrekening 2022 (laatste bijstelling) is de omvang van het risicoprofiel licht toegenomen van afgerond € 7,2 miljoen naar € 7,45 miljoen. De top vijf posten lichten we hierbij kort toe. 1a. Uitkering uit gemeentefonds: onderuitputting rijksuitgaven Het is verstandig om de hoge accressen (toename van het gemeentefonds) naar aanleiding van de mei- en septembercirculaire 2022 te matigen met een percentage voor onderuitputting. Er is namelijk sprake van een uitzonderlijk hoog accres en het is nog maar de vraag of het Rijk erin slaagt om de begrote uitgaven in de komende jaren te realiseren. In het kader van de ‘trap op, trap af’ – systematiek is dit een financieel risico. In de berekening van deze risicopost gaan we uit van 15% (is afgerond € 1,5 miljoen) op de berekende hogere algemene uitkering in 2023 (ongewijzigd t.o.v. jaarstukken 2022). Beheersmaatregel: Strak monitoren en waar mogelijk pro-actief acteren in onze eigen begroting door het maken van (beleids)keuzes. 1b. Uitkering uit gemeentefonds: nieuwe systematiek gemeentefonds Op basis van de huidige systematiek groeit het gemeentefonds mee met de rijksuitgaven. Vanaf 2026 is dit niet meer het geval. Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2023 gezegd dat het gemeentefonds vanaf 2027 geïndexeerd wordt op basis van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (BBP).
Deze aanpassing in systematiek geeft financiële onzekerheden en kan leiden tot een substantieel lagere uitkering uit het fonds. Over deze ontwikkeling is nog overleg gaande met de VNG. De VNG heeft een zorg uitgesproken over of de nieuwe systematiek de gemeenten de gewenste financiële zekerheid en stabiliteit zal geven. We zien voldoende aanleiding om hiervoor een risicopost van € 1 miljoen op te nemen (ongewijzigd t.o.v. jaarstukken 2022). Beheersmaatregel: Lobby richting het rijk via o.a. de VNG en (lokale) media. 2. Aanvullende bijdragen gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen Bij deze inschatting is ook rekening houden met de risico-inventarisatie van De Connectie. De geïnventariseerde risico’s van DC tellen op tot een risicoscore van € 5.375 duizend. De Connectie heeft niet de beschikking over een (positieve) eigen algemene reserve waarmee algemene risico’s kunnen worden opvangen. Tot het moment dat er bij DC evenwicht is tussen weerstandscapaciteit en risicoprofiel, geldt dat wanneer risico’s zich voordoen waar geen weerstandscapaciteit tegenover staat, de gemeenten hiervoor moeten worden aangesproken. Dit betekent dat de gemeenten hiervoor, pro rata, weerstandscapaciteit moeten organiseren. Op basis van de huidige verdeelsleutel is het aandeel van Rheden 17%, dit komt neer op € 914 duizend van bovengenoemde risicoscore.
Voor de meeste overige GR-en en verbonden partijen zijn de afgelopen jaren weinig substantiële verhogingen van de gemeentelijke bijdragen aan de orde geweest. Voor alle GR-en en verbonden partijen schatten we een risico-bedrag van € 1.000k (ongewijzigd t.o.v. jaarstukken 2022). Beheersmaatregel: Kritisch beoordelen van de begrotingen en uitgaven van de GR’n en nog sterker aandringen op verklaringen nut en noodzaak van de aanpassingen. Indien nodig afname van diensten aanpassen. 3. Hogere uitgaven voor WMO en Jeugdzorg De zorgvraag van inwoners is de afgelopen jaren op onderdelen sterk toegenomen en daarmee ook de kosten voor deze zorg. Tegelijkertijd blijven zorgvragen een onvoorspelbaar karakter dragen in wanneer zij zich gaan voordoen, wat de aard en duur ervan is en tot welk financieel beslag dit leidt. Vanwege de wettelijke zorgplicht en de afgesloten contracten met aanbieders tot en met 2026 is de beïnvloeding hiervan gering. Beheersmaatregel: Monitoren, pro-actief acteren en indien nodig en mogelijk maken van nieuwe keuzes in het proces van het koersdocument sociaal domein.
84
In de kadernota 2024 is gerekend met een ophoging van € 1,9 miljoen o.b.v. indexering zorgkosten met 7,27% (obv destijds beschikbare info). Door de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) en Ministerie van VWS is later bericht dat dit percentage onjuist c.q. te hoog is en bijgesteld dient te worden. Door de VNG is recent geadviseerd om uit te gaan van 5,52%. In regionaal verband vindt er nog overleg plaats over welke percentage definitief te hanteren, laatstgenoemde % of een % gebaseerd op de NZa-methode. Die bedraagt 6,53%. Dit jaar (Q4-2023) wordt een kostprijs onderzoek uitgevoerd voor diverse zorgvormen en zal er een herijking plaatsvinden wat kan leiden tot een hogere bijstelling van de indexering. 4. Bezuinigingsmaatregelen van het Rijk Het ministerie van financiën heeft begin augustus 2023 een ombuigingslijst opgesteld en deze lijst bevat een overzicht van mogelijkheden om uitgaven te verlagen om daarmee de overheidsfinanciën te verbeteren. Dit overzicht van ombuigingen biedt technische ondersteuning voor politieke keuzes. De maatregelen zijn technisch vorm gegeven. Dit wil zeggen dat bekeken is of de maatregelen technisch mogelijk zijn, zonder daarbij een inhoudelijk of politiek oordeel te geven over de maatregelen. In deze lijst zijn besparingen opgenomen m.b.t. de gemeentelijke financiën.
Dit betreft onder andere: • overhevelen van specifieke uitkeringen naar het gemeentefonds en het afschaffen van het BTW-compensatiefonds (BCF): deze acties zouden gepaard gaan met door te voeren kortingen vanuit de gedachte dat beide voorstellen zouden moeten leiden tot een besparing op gemeentelijke lasten. • toepassen van een generieke korting op het gemeentefonds. Het nieuwe kabinet zal hierover besluiten moeten nemen. Tot die tijd is onduidelijk wat de financiële impact hiervan zal zijn. In het risicoprofiel is hiervoor een bedrag van € 500k opgenomen (nieuwe post t.o.v. de jaarrekening 2022). Beheersmaatregel: Lobby richting het rijk via o.a. de VNG en (lokale) media. 5. Beheer openbare ruimte en vastgoed In de begroting 2023 en in de jaarstukken 2022 hadden we een risicobedrag van € 250K vermeld voor mogelijke meerlasten als gevolg van prijsstijgingen bouwmaterialen en grondstoffen. Door de recente inflatie zal hier nog meer spanning op komen staan. Voor dekking van de kapitaallasten investeringen wegen zetten we de reserve wegen in. Om ook op de langere termijn voldoende dekking te hebben zal de reserve wegen mogelijk op termijn nader gevoed moeten worden. Het risicobedrag in voorliggende paragraaf verdubbeld naar € 500K. Beheersmaatregel: Monitoren, goed budgetbeheer toepassen en waar mogelijk combineren van werkzaamheden om kosten te besparen.
Stelpost overige risico's In deze inventarisatie is een stelpost opgenomen voor diverse overige risico's. Bijvoorbeeld voor mogelijke rekeningtekorten, hogere energielasten en kostenstijgingen bij projecten en grondcomplexen. Deze stelpost is t.o.v. de jaarstukken 2022 bijgesteld naar € 250k vooral naar aanleiding van de in juni 2023 gevormde verliesvoorziening ad € 2,8 miljoen voor project grondcomplex IJssel District.
Beheersingsmaatregelen Uit de beschrijving van de risico's kunt u opmaken dat diverse risico's grotendeels op korte termijn door ons of door ons alleen niet te beïnvloeden zijn. Voor alle risico's geldt dat we sturen op die onderdelen waar we wel direct of samen met anderen invloed op hebben (zgn. beheersing), dat is echter nog geen garantie dat de risico's zich niet voor zullen doen.
85
Het verder uitwerken en implementeren van beheersmaatregelen is onderdeel van het groeiproces om te komen tot een professioneel niveau van risicobeheersing. Onderdeel van dit proces is het opstellen van een 'Nota risicomanagement' die gepland staat voor 2024. In die nota geven we kaders ten aanzien van risicobeheer en leggen we vast hoe we hiermee omgaan. Dit groeiproces moet het mogelijk maken om (meer) bewust om te gaan met risico's en hiervoor in gesprek te gaan welke maatregelen we treffen en welke risico's we accepteren.
Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan op verschillende manieren worden bepaald. Feitelijk komen alle budgetten, ook vrije reserves of bestemmingsreserves waarvan de bestemming nog gewijzigd kan worden, in aanmerking voor de bepaling van de weerstandscapaciteit. Om praktische redenen worden in deze paragraaf alleen de (nog) niet geoormerkte budgetten meegenomen voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, deze ziet er daarmee als volgt uit: Tabel: Beschikbare weerstandscapaciteit Dekkingen Risicoreserve (stand PB 2024 01012024) Algemene reserve (stand PB 2024 01012024) Resultaat 2022 (dotatie AR nog te bepalen) Resultaat 2023 (obv 2e berap 2023) Incidentele begrotingsruimte Totale weerstandscapaciteit
Omvang € 3.293.210 € 5.510.657 ntb -/- € 2.892.000 € 45.000 € 5.956.867
Risicoreserve en Algemene reserve Deze beide reserves zijn meegeteld omdat hierop geen nadere verplichtingen rusten. Die verplichtingen zijn afgedekt via de bestemmingsreserve "te besteden gemeentelijke budgetten" en de overige bestemmingsreserves. Resultaat 2022 Bij de vaststelling van de jaarstukken 2022 op 4 juli 2023 heeft de Raad besloten om, in afwachting van nadere bestemming, € 2.411.000 van het totale rekeningresultaat (ad € 3,3 miljoen voordelig) te storten in een 'reserve rekeningresultaat 2022'. Naar verwachting zal over deze bestemming in het najaar 2023 een besluit worden genomen. Dan zal duidelijk worden of er ook een dotatie aan de algemene reserve plaatsvindt. Resultaat 2023 Het saldo van de door uw raad vastgestelde Begroting 2023 bedroeg € 530.000. De Raad heeft op 4 juli 2023 de 1e bestuursrapportage 2023 voor kennisgeving aangenomen en op 26 september 2023 de 2e bestuursrapportage 2023 vastgesteld. In die 2e berap is het verwachte saldo over 2023 bijgesteld naar € 2.892.000 nadelig. Incidentele begrotingsruimte In de begroting 2024 is voor onvoorziene incidentele lasten een budget van € 45.000 geraamd. Dit bedrag is vrij beschikbaar en onderdeel van de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Bestaand beleid is dat er bij afval en riool al naar 100% kostendekkendheid wordt gestreefd.
Ten aanzien van de onbenutte belastingcapaciteit gaat het dan vooral over de onroerende zaakbelastingen (OZB). Hiervoor geldt als huidig uitgangspunt dat de opbrengst van de OZB 86
jaarlijks met maximaal het verwachte inflatiepercentage wordt verhoogd, tenzij de raad anders besluit al dan niet op voorstel van het college. Om die redenen wordt de onbenutte belastingcapaciteit bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Tabel: Weerstandsratio Weerstandsratio Totale weerstandscapaciteit
Begroting 2024 € 5.956.867
Risicoprofiel
€ 7.450.000
Weerstandsratio
0,8
Voor een nadere duiding van de ratio kan onderstaande normtabel worden gehanteerd. Tabel: specificatie weerstandsratio Weerstandsratio > 2,0
Betekenis Uitstekend
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
1,0 - 1,4
Voldoende
0,8 - 1,0
Matig
0,6 - 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Conclusie Ten opzichte van de jaarrekening 2022 (laatste actualisatie) is het totaalbedrag risicoprofiel toegenomen en is de weerstandscapaciteit afgenomen. Hierdoor is de weerstandsratio ten opzichte van de jaarrekening 2022 gedaald van 1,7 naar 0,8. Op basis van bovenstaande normtabel kan deze score als 'matig' worden gekwalificeerd. Het is van belang om deze daling van het weerstandsvermogen om te buigen en ervoor te zorgen dat de score weer uitkomt in de categorie 'ruim voldoende'. Dit kan worden gerealiseerd door intensivering van risicobeheer en door het verhogen van de algemene reserve. Hiertoe is het zaak om in komende jaren (nog) meer in te zetten op beheersmaatregelen als onderdeel van risicomanagement en om rekeningoverschotten te realiseren.
Financiële Kengetallen De financiële positie van de gemeente is onder meer te beoordelen aan de hand van een aantal financiële kengetallen. Om ook de vergelijkbaarheid tussen gemeente te bevorderen zijn er met ingang van 2015 door het BBV een vijftal voorgeschreven. De betreffende kengetallen zijn hieronder opgenomen en nader toegelicht.
87
Tabel: Verloop van de kengetallen Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 59% 97% 89% 96% 121% 131% 55% 93% 85% 92% 117% 127% 21% 0,18% 1,89% 90%
15% 0% 1,60% 92%
14% 0% 1,1% 92%
14% 0% 0,7% 92%
10% 0% -4,2% 92%
6% 0% -5,7% 92%
Voor de goede orde: bovenstaande kengetallen zijn een resultaat van de cijfers in de meerjarenbegroting op basis van bestaande beleid.
Toelichting Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone (rood). Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het totale eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. De structurele exploitatieruimte dient om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. Feitelijk biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting een betere indicatie.
Het kengetal grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZwaarde. Overigens zegt dit percentage niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze (zie ook de passage hierover bij de weerstandscapaciteit op de vorige pagina's).
Beoordeling van de kengetallen Net zoals bij de bepaling van de weerstandscapaciteit gelden er ook voor deze kengetallen geen harde voorgeschreven normen. Door de Provincie Gelderland is wel een indeling in drie categorieën opgegeven als richtinggevend voor de beoordeling. Aan de categorieën wordt in principe geen kwalificatie gegeven, omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te 88
vinden. Wel kan er worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles, de kengetallen moeten altijd in relatie tot elkaar worden bezien. In onderstaande tabellen is een en ander weergegeven.
Tabel: Ontwikkeling financiële positie Categorie A (minst Handreiking beoordeling risicovol)
Categorie B
Categorie C (meest risicovol)
Netto schuldquote
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Solvabiliteitsratio
> 50 %
20 - 50 %
< 20 %
Structurele exploitatieruimte
BEGR en MJB > 0 % BEGR of MJB > 0 %
BEGR én MJB < 0 %
Grondexploitatie
< 20 %
20 - 35 %
> 35 %
Belastingcapaciteit
< 95 %
95 - 105 %
> 105 %
Conclusie De netto schuldquote 2024 bedraagt 89% en valt daarmee in categorie A, maar komt in komende jaren boven de 90% in categorie B terecht en in het laatste begrotingsjaar 2027 boven de 130% en daarmee in de meest risicovolle categorie C. De solvabiliteitsratio is licht gedaald ten opzichte van de vorige begroting (PB2023: 15%) en is nog steeds minder dan 20%. De oorzaak van deze ontwikkeling is gelegen in de flinke omvang van investeringen in komende jaren. Om zowel de schuldquote als de solvabiliteitsratio te verbeteren, is het zaak om ons vreemd vermogen te verminderen en onze algemene reserve op te hogen. Van belang daarbij is om de geplande investeringen minder te gaan financieren door het afsluiten van leningen. Daarvoor is het nodig om structurele begrotingsruimte (overschotten) te creëren, zodat toekomstige kapitaallasten gedekt kunnen worden vanuit de reguliere exploitatie. Op die manier zorgen we voor een betere verhouding tussen ons eigen en vreemd vermogen en daarmee voor een verbetering van onze financiële positie. Een toename van de algemene reserve (door realisatie van rekeningoverschotten) zal moeten leiden tot verbetering van onze vermogenspositie. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn, ook op basis van het bestaande beleid, stabiel en vallen in categorie A.
89