Agendabundel
Tekst van het document
a)
In september 2022 is een voorstel ontwikkeld ten aanzien van de rapportage aan College en Gemeenteraad voor 2023, waarmee volgens de organisatie 1:1 aansluiting is gezocht bij de nieuwe opzet van de programmabegroting.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond.
42
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
•
Rekenkamercommissie Rheden
Op dit moment is deze aansluiting er nog niet, maar wel is inmiddels een voorstel opgesteld dat ertoe zou moeten leiden dat de rapportages vanaf 2023 1:1 aansluiten bij de nieuwe opzet van de programmabegroting. Aanbeveling 4: Blijf de koers volgen Houd de proactieve rol vast door ook nadat u het college heeft verzocht een plan van aanpak te formuleren de vinger aan de pols te houden. Geef duidelijk aan het college mee op welke wijze en in welke frequentie u over de uitvoering van dit plan van aanpak geïnformeerd wilt worden. Wij geven de gemeenteraad tevens in overweging om een aparte gemeenteraadswerkgroep in te stellen die dit traject niet alleen bewaakt, maar ook als gesprekspartner van het college kan dienen.
a)
De gemeenteraad heeft besloten tot het instellen van een projectgroep. Die heeft samen met de ambtelijke organisatie een aantal normen opgesteld.
b)
Daarna is dit steeds onderwerp van gesprek geweest in de financiële commissie. Dit is een (tijdelijke) commissie die is ingesteld door de gemeenteraad om grip te houden op de gemeentefinanciën en is werkzaam vanaf september 2020.
c)
In de toekomst zal de discussie naar verwachting meer gaan over de verfijning van de (beleids)indicatoren. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen of de financiële commissie dan nog de meest logische vertegenwoordiger is.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. • •
De gemeenteraad is eerst via de projectgroep daarna via de financiële commissie de doorontwikkeling van de programmabegroting blijven volgen. In de toekomst zal de discussie naar verwachting meer gaan over de verfijning van de (beleids)indicatoren. De vraag is of de financiële commissie ook ten aanzien van dit aspect de vinger aan de pols blijft houden of dat dit op een andere manier wordt belegd.
43
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
Rekenkamercommissie Rheden
V TOEZICHT EN HANDHAVING Aanbeveling 1: Bepaal als gemeenteraad expliciet de eigen sturende rol: gericht actief of bewust passief. De gemeenteraad vult zijn kaderstellende en controlerende rol momenteel passief in als het gaat om toezicht en handhaving in het fysieke domein. Uit dit onderzoek is niet gebleken dat deze rolinvulling een bewuste keuze is van de gemeenteraad. Het is een optie om als gemeenteraad een passieve rol te blijven vervullen en de invulling van dit beleid aan het college over te laten. Het is echter ook een keuze om als gemeenteraad actiever en inhoudelijker te gaan sturen (bijvoorbeeld door accenten te leggen of prioriteiten te stellen). Gezien het maatschappelijke belang van dit onderwerp is dat laatste een voor de hand liggende optie.
a)
Door fractie GPR/B zijn op 5 juli 2021 vragen gesteld over de stand van zaken met betrekking tot de aanbevelingen van de rekenkamercommissie.
b)
Het Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)-Beleid is voorlopig door het college vastgesteld in april 2022 en ter kennis gebracht van de gemeenteraad op 31 mei 2022.
c)
In de vergadering van 31 mei 2022 heeft fractie VVD (mondeling) verzocht om dit onderwerp te agenderen voor een oriënterende vergadering.
d)
Het VTH-Beleid is definitief door het college vastgesteld op 27 september 2022 voor de periode van 1 juli 2022 – 31 december 2024, met bijbehorende risicoanalyse en beleidsregels. Dit college besluit is ter kennis gebracht van de gemeenteraad, die dit agendapunt heeft aangemeld voor een oriënterende vergadering.
e)
Zowel het VTH-beleid als de risicoanalyse zijn vastgesteld t/m 2024. In dat jaar is de omgevingsvisie klaar (conform huidige planning - mede afhankelijk van daadwerkelijke inwerkingtreding van de omgevingswet) en kan deze door vertaald worden in het VTH-beleid.
f)
De gemeenteraad heeft, in tegenstelling tot het VTH-beleid dat vooral uitvoering geeft aan wettelijke verplichtingen, een kaderstellende taak bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. De gemeenteraad is tot nu toe vanuit een toehorende rol betrokken geweest bij de Omgevingsvisie. In de raadsvergadering van 29 november 2022 heeft de raad een amendement aangenomen in het kader van de inventarisatie Omgevingsvisie. In het geamendeerd raadsbesluit geeft de raad het college opdracht om bij de uitwerking van de kernwaarden, ambities en hoofdthema’s in een omgevingsagenda 2040 aandacht te besteden aan specifieke aandachtspunten. Daarnaast heeft de portefeuillehouder tijdens de raadsvergadering op verzoek van de raad aangegeven dat de raad ook tijdens de totstandkoming van de omgevingsvisie wordt uitgenodigd een bijdrage te leveren in plaats van alleen bij de besluitvorming. Dit is niet vertaald in een concreet besluit.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. • •
•
•
Door gemeenteraadsleden is meermaals verzocht om terugkoppeling over de stand van zaken van het nieuwe beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)-Beleid en de status van de aanbevelingen van de rekenkamercommissie. Het VTH-beleid is vastgesteld tot en met 2024 omdat dan naar verwachting de omgevingsvisie gereed is, waarbij de gemeenteraad een kaderstellende rol vervult. Hiervoor is bewust gekozen omdat er gekoerst wordt op een afronding van de Omgevingsvisie in 2024. Daarnaast wordt stapsgewijs gewerkt aan het omgevingsplan. Na vaststelling van de visie zal er een nieuwe probleem- en risicoanalyse gemaakt worden waarin de uitkomsten en prioriteiten van de omgevingsvisie worden meegenomen. Vervolgens kan er een nieuw VTH-beleid worden opgesteld, waarmee we ook voldoen aan de beleidscyclus en de wettelijke vereisten uit de Omgevingswet Uit de behandeling van het raadsvoorstel inventarisatie Omgevingsvisie in de raad van 29 november 2022 kan worden afgeleid dat de raad betrokken wil worden bij de totstandkoming van de toekomstvisie Omgevingswet. Dit is evenwel niet vertaald in een besluit.
44
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
Rekenkamercommissie Rheden
Aanbeveling 2: Stel als gemeenteraad (in de omgevingsvisie en het omgevingsplan) de kaders voor toezicht en handhaving vast.
a)
Vanaf januari 2021 is vol ingezet op de implementatie van de Omgevingswet door de programmamanager en het programmateam dat hiermee aan de slag is gegaan. Het VTH-beleid is een apart project geworden onder de Omgevingswet en recent vastgesteld.
b)
De volgende stap is het opstellen van de Omgevingsvisie. Doel is dat deze eind 2024 kan worden vastgesteld. Vervolgens dienen alle regels in een digitaal Omgevingsplan te worden gestopt.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. •
Vanaf januari 2021 is volop ingezet op de implementatie van de Omgevingswet, maar dat heeft nog niet geleid tot een omgevingsvisie en omgevingsplan. Doel is dat deze eind 2024 kan worden vastgesteld. Aanbeveling 3: Kies voor een controlerende rol die past bij de gekozen kaderstellende rol. Bepaal hoe u gaat toezien op de uitvoering en resultaten van het beleid, en wat de gemeenteraad daarvoor van het college nodig heeft. Indien de gemeenteraad (naar aanleiding van aanbeveling 1.) kiest voor een actieve sturende rol, dan past daarbij uiteraard ook een actieve controlerende houding. Maak in dat kader ook duidelijke afspraken met het college over het verkrijgen van structurele informatie over toezicht en handhaving.
a)
Het VTH-beleid is pas vastgesteld en heeft een looptijd tot en met 2024; wanneer naar verwachting de Omgevingsvisie kan worden opgesteld. De resultaten van beleid kunnen nog niet worden gemonitord. Er ligt op basis van een risicoanalyse, een beleidsplan VTH maar het is eigenlijk work-in-process met het oog op de implementatie van de Omgevingswet. Hierin zijn geen afspraken opgenomen over structurele informatieverstrekking aan de gemeenteraad over toezicht en handhaving.
b)
Vaststelling van de Omgevingsvisie en omgevingsplan is pas voorzien eind 2024. Dan kunnen ook pas duidelijke afspraken met het college worden gemaakt over het verkrijgen van structurele informatie over toezicht en handhaving. Indien de raad ervoor kiest om geen actieve en inhoudelijke bijdrage te willen leveren in dit dossier, vervalt de noodzaak om duidelijke afspraken met het college te maken over het verkrijgen van structurele informatie.
De aanbeveling is nog niet afgerond. •
•
Het recent vastgestelde VTH-beleid kent een beperkte looptijd en maakt onderdeel uit het implementatieprogramma Omgevingswet. Informatievoorziening aan de gemeenteraad is in het VTH-plan niet opgenomen, maar de vraag is of dat opportuun is in de huidige situatie waarin alle aandacht gericht is op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de aanloop naar de Omgevingsvisie in 2024. Omdat de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan nog niet zijn vastgesteld, kan op dit moment niet wordt vastgesteld of de gemeenteraad vanuit een proactieve houding duidelijke afspraken met het college maakt over het verkrijgen van structurele informatie over de inhoud hiervan, waaronder toezicht en handhaving.
45
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
Rekenkamercommissie Rheden
Aanbeveling 4: Verzoek het college om op redelijke termijn met een goede probleem- en risicoanalyse te komen voor toezicht en handhaving in het fysieke domein. De huidige doelstellingen en prioriteiten zijn vooral procesmatig en organisatorisch van aard en qua formulering abstract en weinig specifiek. Een adequate probleem- en risicoanalyse voor toezicht en handhaving maakt het mogelijk om op dit terrein gericht en passend beleid te maken.
a)
De gemeenteraad heeft het college hier niet expliciet om verzocht, maar het college heeft de gemeenteraad zelf per memo van 5 oktober 2020 geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van het VTH Beleid met bijbehorende risicoanalyse. Hierbij verwijst het college tevens naar de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport.
b)
Het VTH-Beleid is door het college definitief vastgesteld in september 2022 met bijbehorende risicoanalyse.
De aanbeveling is opgevolgd. •
Het bleek niet nodig om het college te verzoeken om te komen tot een probleem- en risicoanalyse voor toezicht en handhaving in het fysieke domein. Het college informeerde de gemeenteraad uit eigen beweging over de stand van zaken. Het nieuwe beleid inclusief risicoanalyse is inmiddels door het college vastgesteld. Aanbeveling 5: Bepaal vervolgens op basis van die probleem- en risicoanalyse wat de concrete prioriteiten en meetbare doelstellingen zijn voor de gemeente Rheden voor toezicht en handhaving in het fysieke domein. Het is niet mogelijk om alle regels 100% te handhaven. Het is aan de gemeenteraad en/of college daarin keuzes te maken, niet aan de ambtelijke organisatie. De huidige werkwijze kan tot willekeur leiden. Dat is onwenselijk. Het is dan ook zaak om na een goede risicoanalyse gericht concrete prioriteiten te stellen, die ook aan de uitvoeringspraktijk voldoende houvast geven. Houd daarbij rekening met de capaciteit die beschikbaar is voor toezicht en handhaving en geef ook aan bij welke thema’s geen prioriteit ligt. Als de gemeenteraad (naar aanleiding van de eerste aanbeveling) kiest voor een actieve rol kan de gemeenteraad het college verzoeken een voorstel voor te bereiden waarmee de gemeenteraad op een goede manier die prioriteiten kan stellen.
Als de gemeenteraad kiest voor een passieve rol, kan de gemeenteraad het college opdragen deze prioritering te verzorgen en ter kennisname aan de gemeenteraad te sturen.
a)
Er is in 2021-2022 een probleem- en risicoanalyse voor de gemeente Rheden opgesteld in samenwerking met partners. Op basis van deze risicoanalyse zijn er prioriteiten en doelstellingen voor de gemeente opgenomen in het beleidsplan. Als algemeen beleidsdoel is gesteld: 85% naleving. Het uitvoeringsprogramma is in april 2022 vastgesteld. Het VTH Beleid in combinatie met de risicoanalyse bepaalt welke onderwerpen in welke volgorde van prioriteit aangepakt dienen te worden en volgens welke strategie dit gebeurt. In het Uitvoeringsprogramma is bepaald welke activiteiten in een jaar uitgevoerd gaan worden.
De aanbeveling is opgevolgd. •
Op basis van een risicoanalyse is een nieuw beleidsplan opgesteld met daarin prioriteiten en doelstellingen en een meetbare doelstelling waarbij men streeft naar 85% naleving. Aanbeveling 6:
Zorg dat alle beleidsplannen actueel zijn; doe dit door onder meer jaarlijks (voor het begin van het nieuwe kalenderjaar) een uitvoeringsprogramma vast te stellen.
46
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
Rekenkamercommissie Rheden
a)
Met het vaststellen van het VTH-beleid, gepland in het college van 27 september 2022 is het beleid geactualiseerd.
b)
Het uitvoeringsprogramma 2022 is gekoppeld aan het beleidsplan en vastgesteld in april 2022. Dat is niet voor het nieuwe kalenderjaar maar na het eerste kwartaal van het lopende jaar.
c)
Als onderdeel van de invoering van de Omgevingswet zullen enkele beleidsstukken geactualiseerd moeten worden vanwege de verandering van de juridische grondslag (van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) naar Omgevingswet (Ow)).
De aanbeveling is deels opgevolgd. • •
Het beleid is inmiddels geactualiseerd. Het hieraan gekoppelde uitvoeringsprogramma 2022 is in april 2022, niet voorafgaand maar tijdens het betreffende jaar vastgesteld. Aanbeveling 7: Monitor jaarlijks in hoeverre doelstellingen worden behaald en prioriteiten leidend zijn voor de uitvoering.
a)
In het beleidsplan is opgenomen dat gedurende het jaar monitoring plaatsvindt van de uitvoering van het jaarlijkse programma en het bereiken van de doelen.
b)
In het uitvoeringsprogramma 2022 is een korte evaluatie van het voorgaande jaar opgenomen (inclusief een cijfermatig overzicht in de bijlagen), als ook een vooruitblik naar de volgende jaren.
De aanbeveling is opgevolgd. •
In het beleidsplan is opgenomen dat gedurende het jaar monitoring plaatsvindt en in het uitvoeringsprogramma 2022 is een korte evaluatie van het voorgaande jaar opgenomen (inclusief een cijfermatig overzicht in de bijlagen). Aanbeveling 8: De implementatie van de Omgevingswet te versnellen, beginnend met het bepalen van het ambitieniveau van de gemeente. Doe dit samen met de gemeenteraad en de ambtelijke organisatie.
a)
Met het aantrekken van een programmamanager voor de implementatie van de Omgevingswet in januari 2021 en het formeren van een projectteam is een stimulans gegeven aan de versnelling van de implementatie van de Omgevingswet.
b)
Volgens de organisatie is de gemeente Rheden vanuit een plek achterin het peloton opgeschoven naar de kopgroep in de implementatie van de nieuwe Omgevingswet, ondanks vele belemmeringen waaronder Corona. Dit wordt ondersteund door de informatie afkomstig uit het dashboard voor de implementatie van de Omgevingswet, waarin inmiddels geen van de activiteiten meer het label ‘interventie benodigd’ (rood) heeft; tegenover 5 in september 2021.
c)
De ‘nieuwe’ gemeenteraad is door de ambtelijke organisatie vanaf het introductieprogramma actief in een aantal bijeenkomsten geïnformeerd over het ambitieniveau en het implementatieprogramma. Hierin is tevens een planning gepresenteerd die voorziet in het vaststellen van een Omgevingsvisie eind 2024. Tijdens de raadsvergadering van 29 november 2022 heeft de portefeuillehouder op verzoek van de raad
47
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
Rekenkamercommissie Rheden
toegezegd dat de raad ook tijdens de totstandkoming van de omgevingsvisie wordt uitgenodigd een bijdrage te leveren in plaats van alleen bij de besluitvorming.
De aanbeveling is opgevolgd. •
Het aantrekken van een programmamanager en het formeren van een projectteam heeft geleid tot de gewenste versnelling van de implementatie van de Omgevingswet. Volgens de organisatie loopt gemeente Rheden niet meer achter maar zit deze inmiddels in de kopgroep ten aanzien van de implementatie van de Omgevingswet. De ‘nieuwe’ gemeenteraad is in meerdere bijeenkomsten geïnformeerd over het ambitieniveau en de planning.
• •
Aanbeveling 9: In kaart te brengen welke gevolgen de wet heeft voor de capaciteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving Betrek hierbij ook (de ervaringen van) vergunningverleners, toezichthouders en handhavers.
a)
Het in kaart brengen van de gevolgen die de wet heeft voor de capaciteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving maakt onderdeel uit van de implementatie van de omgevingswet en daar wordt op dit moment invulling aan gegeven. Hierin spelen vergunningverleners, toezichthouders en handhavers een belangrijke rol.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. •
Het in kaart brengen van de gevolgen van de Omgevingswet voor de capaciteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving maakt onderdeel uit van het implementatieplan en daar wordt op dit moment invulling aan gegeven. Hierin spelen vergunningverleners, toezichthouders en handhavers een belangrijke rol. Aanbeveling 10: Verbeter de afstemming tussen vergunningverleners, toezichthouders, handhavers, juristen en beleidsmedewerker Doe dit door duidelijke afspraken te maken wanneer toezichthouders en handhavers bij bijvoorbeeld vergunningverlening of het opstellen van nieuw beleid moeten worden betrokken.
a)
Volgens de organisatie is het verbeteren van de afstemming verwerkt in het beleid. De nieuwe processen die nodig zijn in het kader van de Omgevingswet worden door de vergunningverleners, toezichthouders en handhavers zelf heringericht, ook om zodoende te oefenen.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. •
Het verbeteren van de afstemming is verwerkt in het beleidsplan en wordt in praktijk gebracht bij het opstellen van nieuwe processen die nodig zijn in het kader van de Omgevingswet. Deze werkprocessen worden door vergunningverleners, toezichthouders en handhavers zelf heringericht; ook om zodoende te kunnen oefenen. Aanbeveling 11: Besteed jaarlijks in een overleg aandacht aan die afstemming en het meer integraal toezicht houden en handhavend optreden.
48
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
Rekenkamercommissie Rheden
a)
Volgens de organisatie vindt periodieke afstemming plaats met externe partijen als ODRA en VGGM.
b)
De reikwijdte van het nieuwe VTH-beleid bevat de werkzaamheden die door de gemeente zelf en daarnaast door de ODRA en VGGM uitgevoerd worden in de fysieke leefomgeving van Rheden. Op het gebied van risicoanalyse en de uitvoeringsprogramma’s geeft de organisatie aan dat deze steeds beter verfijnd en afgestemd worden met de Omgevingsdienst en andere partijen
c)
Noch uit het beleidsplan noch uit het uitvoeringsprogramma wordt duidelijk in welke mate er jaarlijks specifiek afstemming plaatsvindt gericht op meer integraal toezicht te houden en handhavend optreden.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. • •
Er wordt periodiek met externe partijen als ODRA en VGGM afgestemd. Niet duidelijk is in welke mate er jaarlijks specifiek wordt afgestemd gericht op meer integraal toezicht houden en handhavend optreden. Wellicht dat ook dit tijdens het implementatietraject voor de Omgevingswet wordt opgepakt. Aanbeveling 12: Zorg er bij implementatie van de Omgevingswet voor dat toezicht en handhaving bij de planvorming wordt betrokken Doe dit door hierover heldere afspraken te maken.
a)
Volgens de organisatie is het betrekken van toezicht en handhaving bij de planvorming een continu aandachtspunt bij het opstellen van de omgevingsvisie en omgevingsplan.
b)
De noodzaak om de beleidscyclus tot en met de uitvoering van toezicht en handhaving geheel sluitend te maken is tevens onderdeel van de doorontwikkeling van de ambtelijke organisatie; specifiek afdeling Leefomgeving.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. •
Volgens de organisatie is het betrekken van toezicht en handhaving bij de planvorming een continu aandachtspunt en maakt dit tevens onderdeel uit van de doorontwikkeling van de ambtelijke organisatie.
49
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
Rekenkamercommissie Rheden
VI EFFECTIVITEIT EIGEN AANBEVELINGEN REKENKAMERCOMMISSIE Aanbeveling 1: Ga aan de voorkant van het onderzoek in gesprek met betrokken geledingen om met hun input de onderzoeksopdracht aan te scherpen. De onderzoeksopdracht richting externe onderzoeksbureaus bepaalt voor een deel het verdere verloop van een onderzoek. Een scherpe en specifieke uitvraag bevordert de doorstroom in de keten van het rekenkameronderzoek. Voor het opstellen van een dergelijke uitvraag kan het van pas komen om aan de voorkant met betrokken geledingen (ambtelijk apparaat, verantwoordelijk wethouder, gemeenteraad) van gedachten te wisselen over de vraagstelling van het onderzoek (en deze op basis van deze gesprekken desgewenst aan te scherpen en te specificeren).
a)
Jaarlijks wordt een bezoek aan fracties gebracht om mogelijke onderzoeksonderwerpen op te halen. Ook vindt ieder half jaar overleg plaats met de burgemeester en gemeentesecretaris.
b)
De vraagstelling van het onderzoek wordt voorafgaand aan de uitvraag richting onderzoeksbureaus in een startnotitie aan de gemeenteraad en college toegestuurd. Zij hebben de mogelijkheid om de rekenkamercommissie te verzoeken om de vraagstelling aan te passen.
c)
De rekenkamercommissie laat zich graag voeden door gemeenteraad, college en organisatie in mogelijke onderzoeksthema’s en vraagt hier ook om; maar vindt haar onafhankelijke positie in deze ook van groot belang. De vraagstelling vooraf afstemmen vindt de commissie daar minder bij passen. Daarnaast lijkt hier, op basis van het nieuwe doorwerkingsonderzoek, ook geen behoefte aan te bestaan bij de organisatie, college of gemeenteraad.
De aanbeveling is afgerond. • •
Jaarlijks vindt overleg plaats met gemeenteraad, burgemeester en gemeentesecretaris. De vraagstelling wordt opgenomen in een startnotitie, voorafgaand aan de benadering van onderzoeksbureaus, waarbij de mogelijkheid bestaat voor de verschillende geledingen om de rekenkamercommissie te verzoeken deze vraagstelling aan te passen. Bezien vanuit haar onafhankelijke positie vindt de rekenkamercommissie het vooraf afstemmen van de specifieke vraagstelling niet opportuun. Organisatie, college en gemeenteraad geven niet aan dit als een gemis te ervaren.
•
Aanbeveling 2: Formuleer aanbevelingen en check ze op uitvoerbaarheid
De aanbevelingen uit de onderzoeken zijn meestal voldoende concreet en specifiek om richting te geven aan uitvoering en de monitoring daarvan. Sommige aanbevelingen zijn minder concreet en soms ook minder realistisch, waardoor de doorwerking van de aanbeveling aan de voorkant wordt ondermijnd. Met name de uitvoerbaarheid kan ook in dialoog met andere geledingen bepaald worden.
a)
Uit het nieuwe doorwerkingsonderzoek blijkt dat men in algemene zin de aanbevelingen voldoende concreet, specifiek en realistisch vindt en goed toepasbaar in de praktijk. Wel wordt door een aantal gesprekspartners gewezen op het verschil in detail niveau van de aanbevelingen, waarin een aanbeveling kan variëren van ‘wollig’ tot zeer gedetailleerd.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond • •
Gesprekspartners vinden de uitgebrachte aanbevelingen over het algemeen voldoende concreet, specifiek en realistisch en goed toepasbaar. Niet alle aanbevelingen kennen hetzelfde detail niveau. Sommige zijn ‘wollig’ andere zeer gedetailleerd.
50
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
Rekenkamercommissie Rheden
Aanbeveling 3: Probeer bij aanbevelingen het ‘wanneer’ in te vullen, of beveel de gemeenteraad aan om het college te vragen om dit te doen. Bij vrijwel alle aanbevelingen die in de vijf onderzochte rapporten zijn gedaan ontbreekt een tijdspad. Dit leidt er mogelijk mede toe dat in een aantal gevallen (met name burgerparticipatie en verbonden partijen) de implementatie van de aanbevelingen een langdurig proces is. Uiteraard liggen hier meerdere factoren aan ten grondslag dan alleen maar het ontbreken van de ‘wanneer’-vraag. Toch is de aanbeveling zoveel mogelijk de ‘wanneer’-vraag op te nemen bij aanbevelingen. Alternatief is dat de gemeenteraad het college vraagt om bij de implementatie van aanbevelingen naast het wie (welke ambtelijke afdeling) ook zoveel mogelijk invulling te geven aan en het wanneer (tijdspad, planning of deadline).
a)
Hoewel dit door de gesprekspartners niet als specifiek aandachtspunt is meegegeven en de rekenkamercommissie hier alerter op is dan voorheen, is de rekenkamercommissie zelf van mening dat op dit punt nog verdere verbetering gewenst is.
b)
Door de ‘wanneer’ vraag beter in te vullen kan de gemeenteraad beter in stelling gebracht worden om de uitvoering van de aanbevelingen te monitoren.
De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. •
Hoewel dit door de gesprekspartners niet als specifiek aandachtspunt is meegegeven en de rekenkamercommissie hier alerter op is dan voorheen, is op dit punt nog verdere verbetering gewenst, omdat het concreter invullen van het ‘wanneer’ de gemeenteraad beter in staat kan stellen om de uitvoering van de aanbevelingen te monitoren.
Aanbeveling 4: Rekenkameronderzoek bevordert de kwaliteit van het gemeentelijk apparaat Hoewel het lastig feitelijk is te checken is de indruk dat sommige ambtelijke afdelingen rekenkameronderzoek mogelijk eerder als ‘lastig’ en ‘belastend’ ervaren dan als een mogelijkheid om de eigen werkwijze te verbeteren. Om deze dysfunctionele beeldvorming weg te nemen is te overwegen om per onderzoek vanuit het ambtelijk apparaat een centraal aanspreekpunt voor het onderzoeksbureau en de rekenkamercommissie naar voren worden geschoven, die als liaison het proces in de keten kan versoepelen.
a)
Hieraan is inmiddels uitvoering gegeven doordat de sturing op de input aan de rekenkamercommissie is gecentraliseerd bij het Directieteam.
De aanbeveling is afgerond. •
De sturing op de input aan de rekenkamercommissie is gecentraliseerd bij het Directieteam. Aanbeveling 5: Treedt aan het begin van een gemeenteraadsperiode in gesprek met de rekenkamercommissie over mogelijke onderzoeksonderwerpen Bij haar aantreden heeft de huidige rekenkamercommissie een groslijst met onderwerpen samengesteld. Deze is mede in overleg met fractievoorzitters opgesteld. Het is ook mogelijk om als gemeenteraad over deze lijst en eventuele aanvullingen een discussie te voeren met elkaar en met de rekenkamercommissie en daarbij te zoeken naar prioritering (en deze eventueel op te nemen in een ‘gemeenteraadsprogramma’). Uiteraard moet de mogelijkheid blijven bestaan om actuele onderwerpen snel te kunnen onderzoeken. Een laatste suggestie in deze is de Rhedense samenleving meer te betrekken bij de keuze van onderzoeksonderwerpen.
51
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
Rekenkamercommissie Rheden
a)
De gemeenteraad staat open voor een gesprek met de rekenkamercommissie om te praten over mogelijke onderwerpen voor onderzoek. Het initiatief voor een dergelijk gesprek komt veelal van de rekenkamercommissie.
b)
In het verleden kwam het voor dat het gesprek eenmaal in een gemeenteraadsperiode werd gevoerd met het bestuurlijk coördinatie overleg (de fractievoorzitters).
c)
De commissie was in 2020 opnieuw voornemens om in dialoog te gaan met de fractievoorzitters om onderwerpen op te halen. In verband met de coronacrisis is ervoor gekozen om dit schriftelijk te doen. Ook in 2021 heeft dit gesprek, om dezelfde reden, niet plaatsgevonden. Er is toen niet alsnog besloten tot een schriftelijke ronde.
d)
Op 6 oktober 2022 heeft de rekenkamercommissie, op haar initiatief, een bezoek aan de fracties gebracht.
e)
De rekenkamercommissie is graag bereid om een rol te vervullen in het introductieprogramma van de gemeenteraad.
De aanbeveling gestart maar nog niet afgerond. •
Er vindt geregeld overleg plaats met de gemeenteraad; meestal op initiatief van de rekenkamercommissie. De rekenkamercommissie is graag bereid om een rol te vervullen in het introductieprogramma van de gemeenteraad.
•
Aanbeveling 6: Neem de actiepunten uit een afgerond onderzoek op in de lange termijn-agenda van de gemeenteraad en vraag het college op gezette tijden naar de voortgang/stand van zaken Op dit moment monitort de gemeenteraad niet of nauwelijks de doorwerking van aanbevelingen uit afgerond rekenkameronderzoek. Een mogelijkheid hiertoe is om het onderzoek/onderwerp op te nemen in de langetermijn agenda van de gemeenteraad, zodat een onderwerp periodiek terugkomt. Het is aan de griffie om dit te doen. Indien mogelijk en gewenst kan er ook een terugkeerfrequentie (eenmalig, of meerdere keren) en een termijn (jaarlijks, tweejaarlijks, enzovoort) aan deze actie worden gekoppeld. Op deze manier ontstaat ook automatisch een monitoringssystematiek. De griffie houdt ook de lijst de met toezeggingen van het college bij na een eventueel debat over de aanbevelingen. Ook deze lijst biedt aanknopingspunten voor monitoring van de doorwerking.
a)
Sinds het onderzoek van de rekenkamercommissie "In stelling voor de nieuwe Jeugdwet" wordt aan deze aanbeveling uitvoering gegeven. In een amendement heeft de gemeenteraad besloten om de uitvoering van de aanbevelingen te concretiseren door de gemeenteraad en op de Lange Termijn Agenda te plaatsen.
b)
Uit dit doorwerkingsonderzoek blijkt dat door gemeenteraadsleden geregeld wordt gevraagd naar de status van aanbevelingen van een onderzoek. In het geval van het armoede- en minimabeleid heeft dat zelfs geleid tot een amendement als gevolg waarvan de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de aanbevelingen in de bijlage is opgenomen.
c)
In het gesprek dat in het kader van dit doorwerkingsonderzoek is gevoerd met een aantal leden van de gemeenteraad is het blijven monitoren en sturen op de uitvoering van de aanbevelingen als belangrijkste knelpunt benoemd. Men steekt de hand in eigen boezem, maar geeft tevens aan hiervoor graag meer handreikingen te krijgen. Hierbij wordt onder meer geopperd om de status in een jaarlijkse bijeenkomst te bespreken of aanbevelingen die de gemeenteraad meer in deze rol dwingen en faciliteren.
De aanbeveling gestart maar nog niet afgerond. •
Inmiddels wordt aan deze aanbeveling uitvoering gegeven doordat de gemeenteraad in een amendement heeft besloten om de uitvoering van de aanbevelingen te concretiseren en op de Lange Termijn Agenda te plaatsen. Ook wordt door gemeenteraadsleden geregeld gevraagd naar de status van de aanbevelingen. 52
EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN
•
Rekenkamercommissie Rheden
Door gemeenteraadsleden wordt het blijvend monitoren en sturen op de uitvoering van de aanbevelingen als belangrijk knelpunt ervaren, waarvoor men zichzelf verantwoordelijk voelt, maar waarin men ook graag geadviseerd zou willen worden. Als voorbeeld wordt gegeven om jaarlijks tijdens een bijeenkomst de status van de aanbevelingen te bespreken. Aanbeveling 7: Wees in de bestuurlijke reactie specifiek(-er) over welke conclusies of aanbevelingen op welke punten wel of niet worden ondersteund De bestuurlijke reactie van het college is in meerdere van de onderzochte rapportages vrij algemeen geformuleerd, of bevat een open einde (zoals in gesprek gaan met de ambtelijke organisatie over de aanbevelingen aangaande archief- en dossiervorming). Duidelijker en specifieker zijn over welke aanbevelingen wel of niet (en waarom) worden ondersteund bevordert de discussie met de gemeenteraad over de aanbevelingen.
a)
Uit het doorwerkingsonderzoek blijkt dat de reacties van het College nog steeds vrij algemeen geformuleerd zijn, of een open einde bevatten.
b)
Het college en management staan positief tegenover het meer SMART maken van afspraken. Hiermee worden verwachtingen beter afgestemd. Het sturen op resultaten is niet alleen doelgericht, maar maakt ook prioriteiten zichtbaar.
De aanbeveling is nog niet opgevolgd. •
Reacties van het College zijn nog steeds vrij algemeen geformuleerd, waarbij niet duidelijk en specifiek wordt aangegeven welke aanbevelingen wel of niet (en waarom) worden ondersteund. Het College en de organisatie zijn hiertoe wel graag bereid.
•
Aanbeveling 8: Formuleer in de bestuurlijke reactie waar mogelijk zo concreet mogelijk wat het college met de aanbevelingen gaat doen (wat), welke afdeling dit gaat doen (wie) en op welke termijn (wanneer). De bestuurlijke reactie is in de regel algemeen geformuleerd in termen van wat het college met de aanbevelingen gaat doen. Er wordt bijvoorbeeld geschreven dat de aanbevelingen ‘ter harte’ worden genomen, en dat het college ‘zich kan vinden’ in een bepaalde aanbeveling. Dat is uiteraard positief, maar een nadere toelichting over wat het college dan daadwerkelijk met de aanbevelingen gaat doen, ontbreekt. Het is raadzaam om zo concreet mogelijk aan te geven wat het college met een aanbeveling gaat doen, wie hier uitvoering aan moet geven (ambtelijk organisatiedeel en/of portefeuillehouder) en indien mogelijk ook op welke termijn (wanneer).
a)
Uit het doorwerkingsonderzoek blijkt dat de reactie van het College nog steeds in de regel algemeen geformuleerd is en minder specifiek aangeeft wat, welke afdeling op welke termijn gaat doen.
b)
Het College onderschrijft het belang van het maken van duidelijke afspraken over de aanbevelingen (WAT) en de planning (WANNEER). En is graag bereid in afstemming met de griffie dit te monitoren via bijvoorbeeld Ibabs.
De aanbeveling is nog niet opgevolgd. • •
Op dit moment wordt door het College in de regel in de bestuurlijke reactie nog niet specifiek aangegeven wat, welke afdeling op welke termijn gaat doen. Het College onderschrijft het belang van het maken van duidelijke afspraken en is graag bereid om dit in afstemming met de griffie te monitoren.
53
Effectiviteit Rekenkamerrapporten Wat is er met de aanbevelingen gedaan uit de Rekenkamerrapporten? 2015 – 2020
Doelstelling / Centrale vraagstelling Doelstelling - Inzicht -> opvolging aanbevelingen uit de rekenkamerrapporten - Leerpunten -> raad, college, ambtelijke organisatie, RKC Rheden Centrale vraagstelling - Wat is de effectiviteit van de gedane aanbevelingen in de rapporten? - Welke leerpunten zijn hieruit te trekken voor raad, college, ambtelijke organisatie, RKC Rheden?
2
Gevolgde aanpak onderzoek Stap 1: Formulieren doorwerking rekenkameronderzoek opgesteld en startbijeenkomst gehouden Stap 2: Documenten en informatie geanalyseerd Stap 3: Rapportage opgesteld 3
Conclusies 1. Veel aanbevelingen zijn opgepakt, maar ook is er nog veel niet afgerond 2. De RKC heeft zelf ook nog niet alle aanbevelingen afgerond 3. De kwantiteit en kwaliteit van de aanbevelingen zijn goed; de diepgang varieert 4. De gemeenteraad monitort de status van de aanbevelingen niet gestructureerd
4
Aanbevelingen 1 / 3 Generiek - Plan van aanpak -> verdere implementatie aanbevelingen (wie is waar, wat en wanneer voor verantwoordelijk) - Jaarlijks voortgangsgesprek implementatie aanbevelingen (rapporteer periodiek terug over de voortgang) - Heb aandacht voor (extra) inzet van personele ambtelijke capaciteit
5
Aanbevelingen 2 / 3 Specifiek * Subsidiebeleid - Formuleer beleidskader subsidies / werkprocessen - Centrale registratie * Ruimte voor initiatieven - Verbeter de informatievoorziening van en naar stakeholders - Cultuuromslag -> van ‘nee, maar’ tot ‘ja, tenzij’
6
Aanbevelingen 3 / 3 Specifiek * Armoede en minimabeleid - Evalueer in 2023 op basis nulmeting 2021 - Verdere ontwikkeling monitor Sociaal Domein * Programmabegroting - Samenhang doelen, acties en kosten vergroten - Prestatie indicatoren en mogelijke risico’s verder beschrijven * Toezicht en Handhaving - Integraal toezicht met stakeholders verder vergoten
Tot slot Nog vragen, opmerkingen of tips?
8
Motie naar aanleiding van het rapport van de rekenkamercommissie 2015-2020
Subsidiebeleidskader Doelen en activiteiten
De gemeenteraad van Rheden in vergadering bijeen op 28 maart 2023. Constaterende dat: De rekenkamercommissie van de gemeente Rheden, in haar onderzoeksrapport “effectiviteit aanbevelingen”, onderzoek heeft gedaan naar de aanbevelingen die zij aan de raad van de gemeente Rheden heeft meegegeven. In dit rapport “effectiviteit Rekenkamerrapporten” worden meerdere aanbevelingen opgevolgd, een aantal zijn deels opgevolgd en een aantal nog niet. Te weten, in het kort en samengevat: 1. “Er dient een register te komen van alle verstrekte subsidies” (pag. 22). “Dit is intern maar nog niet compleet”. 2. “Leg interne werkprocessen vast, werk daarnaar en kijk of de lasten voor de aanvragers verlaagd kunnen worden”. “inmiddels is er een subsidie-coördinator aangetrokken voor team samenleving, maar deze is niet overkoepelend aan het werk”. 3. “Er bestaat geen algemeen en totaalbeeld over de effectiviteit van de inzet van subsidies, omdat er geen algemeen kader en geen algemene evaluatie voor subsidies is opgesteld”. “Er zijn wel een aantal beleidsnota’s waarop subsidies wordt verstrekt en dat er slechts een nota compleet is voor cultuur (pag. 23)” ;
Overwegende dat: a. Er een instrument bestaat om doelen door de raad vast te stellen, te weten: een subsidiebeleidskader, waarmee de aanbevelingen kunnen worden opgevolgd; b. Met een subsidiebeleidskader de raad sturing kan geven en controle kan uitoefenen, op het door het college uit te voeren subsidiebeleid; c. Het nut van een subsidiebeleidskader is; vooraf doelen en activiteiten te benoemen en een subsidieplafond vast te stellen. Daarmee een openeinderegeling te voorkomen; d. Een voorbeeld van doelen zouden kunnen zijn: -Meer kinderen laten sporten -Meer ondersteuning bieden aan mantelzorgers -Betere leefbaarheid in de wijken. Etc. e. Waarbij de activiteiten worden gesubsidieerd en niet de gebouwen;
f. Via dit subsidiebeleidskader bovendien streefwaarden en prestatie indicatoren kunnen worden meegegeven en makkelijker kan worden gecontroleerd of deze zijn behaald en/of waarom niet; g. Een compleet subsidiebeleidskader bovendien duidelijker te begrijpen is voor de burgers, organisaties, stichtingen en verenigingen; h. Geeft bescherming aan de ambtenaren, wat bovendien de schijn van willekeur voorkomt; I. De gemeente Rheden geen eenduidig subsidiebeleidskader heeft; J. Er inmiddels een subsidie-coördinator is aangesteld voor de uitvoering, die hier als eerste mee aan de slag zou moeten gaan; K. Subsidie verstrekken geen doel op zich is. Besluit: 1. Het college op te dragen een subsidiebeleidskader op te stellen dat iedere vier jaar na evaluatie wordt herzien; 2. Hierin de door de raad vast te stellen doelen en daaraan hangende activiteiten uitwerkt; 3. Het college op te dragen, om jaarlijks, ter verantwoording, een informatief subsidieoverzicht op te stellen, zodat kan worden gecontroleerd, of de doelen zijn behaald en welke activiteiten daarvoor zijn uitgevoerd en of dat binnen het gestelde budget is gebeurd; 4. Het college op te dragen, dat binnen het subsidiebeleidskader een uitwerking wordt gemaakt over de verschillende vormen van subsidie, te weten -eenmalige, structurele, exploitatie en dienstensubsidies; 5.
En draagt het college ten slotte op dit nieuwe subsidiebeleidskader, uiterlijk, het derde kwartaal van 2023 aan de raad voor te leggen ter besluitvorming. En gaat over tot de orde van de dag.
De fractie van GroenLinks
De fractie VPR
Semra Kerkum
Theo Kooijmans
Amendement Van aanbevelingen naar samen verder De raad in vergadering bijeen op 28 maart 2023, sprekende over het rapport “Effectiviteit Rekenkamerrapporten” (agendapunt 4, stuk 23.19), Overwegende dat: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Het rapport de Raad en het College goede en terechte aanbevelingen geeft; Het de wens is van de Raad haar effectiviteit samen met het College te vergroten; Er daartoe een gestructureerde en verbindende werkwijze nodig is; Dit te bereiken is met een plan van aanpak waarin opgenomen een tijdschema voor terugkoppelingen en overleg tussen Raad en College; Het logisch is in het plan van aanpak tevens handvatten op te nemen om de aanbevelingen vanuit de Rekenkamercommissies (en later gemeentelijke Rekenkamer) structureel te monitoren en te prioriteren; De Raad zelf ook aan zet is, zich bewust is dat de LTA in het verleden als hulpmiddel werd gezien om de aanbevelingen geldend voor de Raad levend te houden; De LTA hulpmiddel is bij de bewaking van de aanbevelingen voor de Raad; De raad behoefte heeft aan inzicht in de termijn van uitvoering en realisatie voor de voor haar geldende aanbevelingen uit het rapport.
De Raad besluit, het besluit als volgt aan te vullen: 3. Het college te verzoeken: a. de raad uiterlijk het vierde kwartaal 2023 te informeren over het moment dat zij de nog lopende aanbevelingen al dan niet heeft afgerond met inachtneming van de aandachtspunten uit hoofdstuk 3 en hoofdstuk 5.2.2 van het vastgestelde rapport; b. een voorstel te doen voor een aan de raad periodiek te verstrekken (kort, overzichtelijk) overzicht van de voortgang van de realisatie van de voor het college geldende aanbevelingen; c. indien nodig een beleid te formuleren ‘hoe om te gaan met de aanbevelingen van de rekenkamercommissie’; 4. de griffie te verzoeken: a. voor 1 juni 2023 na te gaan welke aanbevelingen die zouden worden opgevolgd niet zijn opgenomen in de LTA. b. een voorstel te doen hoe de aanbevelingen van de rekenkamercommissie geldend voor de raad op eenvoudige wijze zijn te volgen en te monitoren. Fractie VVD
fractie VPR
fractie CDA
Rob Koekkoek
Theo Kooijmans
Cyril Weijers
blz. 1 van 1
b
Motie Vreemd aan de orde van de dag Oproep tot voortschrijdend inzicht inzake de Megastal Ellecom De gemeenteraad van Rheden in vergadering bijeen op 28 maart 2023,
Constaterende dat: 1. De gemeente Rheden op 28 november 2017 het bestemmingsplan Ellecom, Eikenstraat ongenummerd heeft vastgesteld waardoor een Boerderijverplaatsing mogelijk is gemaakt; 2. Dit bestemmingsplan onherroepelijk is; 3. De provincie Gelderland hiervoor een vergunning heeft verleend. Overwegende dat: A. Het na de uitspraak van de Raad van State in 2019 noodzakelijk is de stikstofbelasting in het algemeen en die op Veluwe in het bijzonder te verminderen; B. Eén van de oplossingen voor de stikstofcrisis het verkleinen van de veestapel is; C. Provinciale en landelijke overheden plannen maken over uitkoop van boerenbedrijven in de buurt van natuurgebieden; D. De Eikenstraat te Ellecom vlakbij bijzondere bronbossen en op een steenworpafstand van de Veluwezoom ligt; E. Er aan de Eikenstraat in Ellecom nog geen schop de grond in is gegaan; F. Er ook in onze gemeente boeren zijn die zich zorgen maken over het voortbestaan van hun bedrijf; G. Aan hen moeilijk is uit te leggen dat een nog niet bestaande megastal wel gebouwd mag worden terwijl zij vrezen voor sluiting van hun bestaande bedrijf; H. Veel inwoners van de gemeente zich zorgen maken over de aanhoudende invloed van overmatige stikstofbelasting van de natuur; I. Er ook onder de aanwonenden weerstand bestaat tegen het plan; J.
Met de huidige ontwikkelingen en opgaven er wellicht een plan mogelijk is dat beter bij de huidige normen en ontwikkelingen past, waarbij ook rekening wordt gehouden met belangen van het landgoed Middachten, de betreffende pachter en de aanwonenden; K. Dat de situatie zo aangegrepen kan worden om een grote stap voorwaarts te zetten wat betreft duurzame landbouw en biodiversiteit; L. Het Rijk hiervoor aanvullende middelen beschikbaar stelt; M. Versterking van de natuur en vergroening van de leefomgeving één van de speerpunten is van het in 2022 gesloten coalitieakkoord, waarbij gesteld wordt dat wij de verandering in de landbouw naar natuurinclusief boeren ondersteunen. Spreekt uit: Onder de huidige omstandigheden de beoogde megastal aan de Eikenstraat Ellecom onwenselijk te vinden en hier graag een andere ontwikkeling te zien.
Verzoekt het college: 1. Gedeputeerde Staten en andere betrokkenen op te roepen in het kader van de stikstofaanpak te kiezen voor een andere invulling van de plek aan de Eikenstraat die beter past bij de huidige ontwikkelingen en opgaven wat betreft de stikstofhuishouding, zoals een stap naar natuurinclusief boeren; 2. Bij Gedeputeerde Staten de zorgen van inwoners van de gemeente en de gemeenteraad van Rheden over te brengen 3. Gedeputeerde Staten op te roepen bij het vinden van een andere invulling de aanwonenden te betrekken.
En gaat over tot de orde van de dag. GPR/Burgerbelangen
ChristenUnie
Partij van de Arbeid
Thomas Eskes
Hendri Witteveen
Willem Heesen
D66
GroenLinks
Erik Roumen
Tim Endeveld
Motie vreemd aan de orde Van oud naar Nieuw 2.0 Constaterende dat: • Het afsteken van vuurwerk rondom de jaarwisseling leidt tot aanzienlijke nadelen en maatschappelijke kosten, zoals overlast voor mens en dier, inzet van hulpdiensten, letsel, afval, lucht- en milieuvervuiling en materiële schade (1); • Er sinds 2009 ieder jaar bedragen tussen de 5,5 en 24 duizend euro schade ontstaat in de gemeente Rheden aan, alleen al, gemeentelijke eigendommen. (2); • Veel mensen overlast ervaren van vuurwerk, maar dit grotendeels niet melden. (83%) (3 en 8); • Een meerderheid van de Nederlanders voor een algeheel landelijk vuurwerkverbod is en bij een duidelijk en algeheel verbod de meerderheid van de bevolking positief is over dat verbod (in tegenstelling tot een gedeeltelijk of geen verbod) (5). • Het rapport ‘De effecten van vuurwerk op de publieke gezondheid’ stelt: “De angst heeft een grote impact: vier op de tien inwoners durven rond oudjaar niet goed de straat op vanwege vuurwerk dat wordt afgestoken” Overwegende dat: • Een afsteekverbod en/of stevige aanpak vuurwerkoverlast past bij de hoge ambities (groener, socialer en dichterbij) waar het college zich toe heeft gecommitteerd middels het coalitie akkoord met de belofte "actief en creatief naar oplossingen en aanvullende middelen te zoeken" (p.5 coalitie akkoord 2022-2026) (6); • De nadelen c.q.
kosten van vuurwerk te groot zijn en vaak worden afgewenteld op anderen, zoals omstanders, het milieu en de samenleving als geheel; • Rond het afsteken van vuurwerk het privébelang niet zwaarder mag wegen dan het algemeen belang; • De jaarwisseling een leuk en veilig feest moet zijn. Verzoekt het college om: 1. Een brandbrief te sturen naar het kabinet en de Tweede kamer om aan te dringen op - een landelijk verbod op consumentenvuurwerk. - Een verdergaande aanpak van illegaal vuurwerk en overlast - De aangenomen motie bij te voegen 2. Verschillende scenario's te onderzoeken en dit met een uitgewerkt voorstel uiterlijk september 2023 (of zoveel mogelijk, eerder), aan de raad te presenteren. 4. Op zoek te gaan naar mogelijkheden (waaronder het creëren van ruimte voor initiatieven van inwoners) om de jaarwisseling op een alternatieve en feestelijke wijze te vieren. Verzoekt de griffie: - De aangenomen motie via de VNG breed onder de aandacht van de andere gemeenteraden te brengen met als doel een krachtig signaal naar het kabinet en de Tweede Kamer. En gaat over tot de orde van de dag, Fractie GL
fractie CU
fractie D66
Tim Endeveld
Hendri Witteveen
Rosanna Huertas Mulckhuyse
Voetnoten (1) a. Wilde dieren worden opgeschrikt uit hun natuurlijke omgeving en ritme: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/dieren-dagenlang-van-streek-door-vuurwerk-vogels-weten-nietmeer-waar-ze-het-zoeken-moeten~bf826975/ b. Veel huisdieren ondervinden angst en stress en er is sprake van 2 keer zo veel vermissingen als normaal: https://www.amivedi.nl/infopaginas/vuurwerk/ c. Kwetsbare inwoners (ouderen, (visueel) gehandicapten, mensen met trauma's of een geestelijke gezondheidsaandoening worden ernstig beperkt in hun bewegingsvrijheid in de openbare ruimte rondom de jaarwisseling (2) https://www.ad.nl/arnhem/rheden-ziet-schade-door-zeer-zwaar-vuurwerk-rond-oud-en-nieuwverdubbelen~a15d53ae/ (3) https://www.ioresearch.nl/wp-content/uploads/2019/10/ABB_IO-Research-vuurwerkpeiling-2018_def.pdf . (4) Gemeenten met een vuurwerkverbod: Arnhem, Amsterdam, Apeldoorn, Bloemendaal, Rotterdam, Haarlem, Heemstede, Heumen, Nijmegen, Mook en Middelaar, Schiedam, Soest en Utrechtse Heuvelrug.
https://nos.nl/artikel/2451115-algeheel-vuurwerkverbod-in-twaalf-gemeenten-bij-komende-jaarwisseling https://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/arnhem-voert-2023-een-vuurwerkverbod-tijdensjaarwisseling (5) EenVandaag Opiniepanel https://eenvandaag.avrotros.nl/panels/opiniepanel/alle-uitslagen/item/meerderheidwil-duidelijk-landelijk-beleid-voor-vuurwerk-gemeenten-vragen-kabinet-om-in-actie-te-komen/ en https://www.ioresearch.nl/actueel/vuurwerkverbod-stemt-meestal-tot-tevredenheid/ (6) (groener:) We voor versterking van de natuur gaan (en vuurwerk per definitie geen onderdeel uitmaakt voor versterking van de natuur...), (socialer:) we het welzijn van onze inwoners willen vergroten, (dichterbij) er vanuit de inwoners reeds jarenlang signalen komen dat er een wens is voor een vuurwerkverbod en er voor de volgende jaarwisseling ruim de tijd is samen met de inwoners op zoek te gaan naar een passende en wenselijke invulling van een (gezamenlijke) viering van het nieuwe jaar. (7) (“Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken”) 8) https://www.ioresearch.nl/actueel/een-op-de-tien-van-plan-vuurwerkverbod-te-negeren/ Zeven op tien Nederlanders die aangeven geen vuurwerk af te zullen steken, geven aan dat vuurwerk hen überhaupt weinig doet.
Andere redenen die vaak worden genoemd, zijn het niet willen belasten van milieu en dieren (beide 38%). Ongeveer een op vier (27%) zegt de zorg niet te willen overbelasten. De ruime meerderheid (60%) van de inwoners in gemeenten waarin (voor het landelijke verbod) een gemeentelijk vuurwerkverbod is afgekondigd, is hier positief over. Slecht 12 procent vindt het onacceptabel." En (in aanvulling op het onderzoek uit 2018 van punt 3 hierboven:)
Meerderheid nog altijd voor particulier verbod Een ruime meerderheid (63%) van de Nederlanders is nog altijd voor een particulier verbod op het afsteken van vuurwerk. Dit percentage is sinds januari 2020 stabiel. Daarvoor was hier aanzienlijk minder steun voor. Bijna zeven op tien zijn nog steeds voorstander van een professionele vuurwerkshow door de gemeente. Slechts 43 procent onderschrijft de stelling dat “het afsteken van vuurwerk een mooie traditie is die we in stand moeten houden”. Ter vergelijking: in 2018 vonden zes op tien dit nog.
23.15
Raadsvoorstel portefeuillehouder
begrotingsprogramma
draagt bij aan Global Goal(s)
R. ter Hoeven
1 Economische ontwikkeling
8 Eerlijk werk en economische groei 15 Leven op het land
b en w-vergadering
agendapunt
bijlage(n) ter inzage
14 februari 2023
6
2
rol raad
soort document
Zienswijze
Raadsvoorstel en -besluit
voorbereidende vergadering
agendapunt
14 maart 2023 raadsvergadering
agendapunt
28 maart 2023 onderwerp
Nieuwbouw Dierentehuis - (Contra)garantstelling aan Arnhem. INHOUD VOORSTEL Besluiten een positieve zienswijze af te geven op het voornemen van het college om een (contra)garantstelling van maximaal € 250.800,00 voor 30 jaar aan de gemeente Arnhem te verstrekken. Besluiten vast te stellen dat de (contra)garantstelling tussen de gemeente Arnhem en de gemeente Rheden plaatsvindt in het algemene belang, gelegen in het opvangen van (zwerf)dieren in het kader de uitvoering van de Wet dieren. 1 Waartoe is het voorstel gedaan? Vanuit het Treasury Statuut wordt voorgeschreven om aan de raad een zienswijze te vragen als het college het voornemen heeft om een garantstelling van meer dan € 250.000,00 te verstrekken. 2 Wat is de aanleiding? De gemeente Rheden maakt, samen met 8 andere gemeenten (waaronder Arnhem), gebruik van de diensten van het Dierentehuis Arnhem en omstreken (hierna: het Dierentehuis) voor de opvang van (zwerf)dieren. De opvang van (zwerf)dieren heeft een wettelijke basis. Het huidige onderkomen van het Dierentehuis Arnhem en omstreken is aan vervanging toe. Er zal daarom nieuwbouw worden gepleegd op de bestaande locatie van het Dierentehuis. Het Dierentehuis heeft voor de nieuwbouw een lening aangevraagd van € 4,4 miljoen bij de BNG. De BNG wil alleen een lening aan het Dierentehuis verstrekken op voorwaarde van een gemeentegarantie.
Vanwege tijdsdruk én omdat de BNG bij voorkeur met 1 garantsteller heeft te maken, heeft de gemeente Arnhem besloten deze gemeentegarantie te verstrekken, onder bepaalde voorwaarden die in een garantieovereenkomst tussen Arnhem en het Dierentehuis zijn opgenomen. De gemeente Arnhem wil niet alleen risicodragend zijn en wil, indien er aanspraak wordt gedaan op de garantstelling, het door haar te betalen bedrag kunnen verhalen op de overige deelnemende gemeenten, naar rato van omzet. Arnhem heeft aan de gemeente Rheden een brief geschreven met het verzoek tot een deelname (naar rato) in de garantstelling (zie bijlage 1a). Door een (contra)garantstelling af te geven aan de gemeente Arnhem voor de nieuwbouw van het Dierentehuis op de huidige locatie aan de Larensteinselaan 32 te Velp neemt de gemeente Rheden haar verantwoordelijkheid in het in stand houden van de opvang van (zwerf)dieren.
pagina
1
ons kenmerk
23.15V
23.15
3 Wat is het bestaand beleid c.q. kader? Burgerlijk wetboek. Wet dieren. Treasury Statuut. Mededingingswet. Financiële verordening gemeente Rheden 2019. 4 Wat willen wij bereiken? De gemeente heeft vanuit het Burgerlijk Wetboek en de Wet dieren de verplichting om te zorgen voor een opvanglocatie voor zwerfdieren en de tijdelijke huisvesting van huisdieren in geval van uithuisplaatsing of vrijheidsbeneming. De gemeente heeft deze werkzaamheden uitbesteed aan het Dierentehuis. In het Dierentehuis zijn veel vrijwilligers werkzaam. Een deel van deze vrijwilligers woont in de gemeente Rheden. Onderdeel van de werkzaamheden van het Dierentehuis is het verzorgen van de ritten van de Dierenambulance. Tevens is in het nieuwe gebouw een ruimte opgenomen die wordt gebruikt voor educatiedoeleinden. Door afgifte van de (contra)garantstelling aan Arnhem kan Rheden gebruik (blijven) maken van de diensten van het Dierentehuis en kan de gemeente de wettelijke verplichting invullen. 5 Wat gaan wij ervoor doen? Gemeenten hebben de wettelijke taak om in de gemeente gevonden dieren met een vermeende eigenaar gedurende 14 dagen voor de eigenaar te bewaren. Gezelschapsdieren die vrijkomen bij huisontruimingen en onvrijwillige vrijheidsbeneming van mensen met psychische problemen vallen eveneens onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.
Het Dierentehuis verzorgt de uitvoering van deze taken voor 9 gemeenten (Arnhem, Rheden, Rozendaal, Overbetuwe, Lingewaard, Duiven, Westervoort, Zevenaar en Doesburg). De gemeente Arnhem heeft zich garant gesteld voor de bouwsom van € 4,4 miljoen. Door afgifte van de (contra)garantstelling aan Arnhem kan Rheden gebruik (blijven) maken van de diensten van het Dierentehuis en kan de gemeente de wettelijke verplichting invullen. Het college heeft het voornemen om te besluiten de gevraagde (contra)garantstelling aan Arnhem te verlenen. De (contra)garantstelling geldt voor een periode van 30 jaar. Ingangsdatum voor de (contra)garantstelling zal liggen in het financiele boekjaar 2024. Aan de raad wordt haar zienswijze gevraagd op het voorgenomen besluit. Daarnaast gaan ook de andere deelnemende gemeenten een overeenkomst aan met Arnhem voor een contragarantstelling, waarbij Arnhem de andere gemeenten niet betaalt voor de (contra)garantstelling. Gelet op de Wet markt en overheid (artikel 25h) en onze Financiële verordening gemeente Rheden 2019 (13, tweede lid) moet de gemeente Rheden bij het verstrekken van garantstellingen aan derden in beginsel ten minste de geraamde integrale kosten in rekening brengen. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de raad voorafgaand aan de garantstelling motiveert dat deze wordt gegeven voor een algemeen belang.
Wij kunnen dit motiveren, nu het gaat om het opvangen van (zwerf)dieren in het kader de uitvoering van de Wet dieren.
pagina
2
ons kenmerk
23.15V
23.15
6 Wat zijn de financiële consequenties? De omvang van de garantie is opgenomen in de bijlage 1b ‘aandeel contragarantie’. Hierbij is sprake van 5,7% aandeel, voor 2024 beginnend met € 250.800,00, afbouwend tot € 6.916,00 in 2053. Wij stellen ons feitelijk garant voor (ons deel van) de rente en aflossing van de lening. De in de bijlage 1b genoemde bedragen zijn maximum bedragen. De afgifte van de garantie heeft geen gevolgen voor de solvabiliteit van onze gemeente en wordt opgenomen als een niet uit de balans blijkende verplichting. 7 Wat zijn de risico’s? De gemeente loopt een financieel risico omdat bij niet nakomen van de betalingsverplichting van het Dierentehuis aan de BNG de BNG de gemeente Arnhem zal aanspreken op de garantstelling. Rheden zal dan door Arnhem worden aangesproken op haar deel van de garantstelling. Om het financiële risico te beperken heeft de gemeente Arnhem in haar garantstelling opgenomen dat de gemeente Arnhem het recht van 1e koop heeft van het nieuwe pand van het Dierentehuis. Bij gedwongen verkoop is er een onzekerheid of er met winst of verlies wordt verkocht. Indien er sprake is van winst of verlies dan is er sprake van een verdeling van de verkoopwaarden onder de deelnemende gemeente waarbij dezelfde verdeelsleutel gehanteerd wordt. De restschuld zal dan onder de garantstelling komen te vallen. Hiermee wordt het financiële risico verkleind.
8 Wat is het draagvlak voor dit voorstel? Alle deelnemende gemeenten hebben van de gemeente Arnhem het verzoek tot (contra)garantstelling gekregen. Allen hebben de intentie uitgesproken om hiermee in te stemmen. 9 Hoe en met wie wordt er gecommuniceerd? De gemeente Arnhem zal over het collegebesluit worden geïnformeerd. 10 Wordt er een evaluatie uitgevoerd? Tijdens het bouwproces zullen de totale kosten goed worden gemonitord. Noodzakelijke kostenverhogingen worden via het bouwteam ter instemming voorgelegd aan Arnhem. Velp, 14 februari 2023 Burgemeester en wethouders van Rheden, Carol van Eert, burgemeester. Nadja Renkema, secretaris.
pagina
3
ons kenmerk
23.15V
23.15
gemeente Rhedefl
M
Raadsvergadering 28 maart 2023 Agendapunt 5 DR
Raadsbesluit De raad van de gemeente Rheden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 februari 2023; gelet op artikel 25h van de Mededingingswet en artikell3, tweede lid, van de Financiële verordening gemeente Rheden 2019; besluit:
een positieve zienswijze af te geven op het voorgenomen besluit van het college om een (contra)garantstelling van maximaal € 250.800,00 voor 30 jaar aan de gemeente Arnhem te verstrekken; vast te stellen dat de (contra)garantstelling tussen de gemeente Arnhem en de gemeente Rheden plaatsvindt in het algemene belang, gelegen in het opvangen van (zwerf)dieren in het kader de uitvoering van de Wet dieren. Ellecom, 28 maart 2023 DeTaad'
voorzitte
pagina
1
ons kenmerk
23.15B
Gemeente Rheden T.a.v. de heer R. ter Hoeven, portefeuillehouder dierenwelzijn Postbus 9110 6994 ZJ De Steeg
Datum Zaaknummer Contactpersoon Telefoonnummer
: 11 november 2022 : 693384 : Rudy Duteweerd : 026 3774926
Onderwerp: Verzoek contragarantie lening nieuwbouw Dierentehuis
Geachte heer ter Hoeven, Gemeenten hebben de wettelijke taken om in de gemeente gevonden dieren met een vermeende eigenaar gedurende 14 dagen voor de eigenaar te bewaren. Gezelschapsdieren die vrijkomen bij huisontruimingen en onvrijwillige vrijheidsbeneming van mensen met psychische problemen vallen eveneens onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De Stichting Dierentehuis Arnhem e.o. (hierna: het Dierentehuis) verzorgt de uitvoering van deze taken voor 9 gemeenten (Arnhem, Rheden, Rozendaal, Overbetuwe, Lingewaard, Duiven, Westervoort, Zevenaar en Doesburg). Daarnaast voert het Dierentehuis voor sommige gemeenten andere taken uit zoals opvang van (gevaarlijke) honden die in beslag zijn genomen en de opvang van bepaalde zieke of gewonde in het wild levende dieren. De overeenkomst van de gemeente Arnhem met het Dierentehuis eindigt op 1 juli 2023. Om deze reden is de dierenopvang voor de periode 2023-2053 (Europees) aanbesteed. Het Dierentehuis heeft deze aanbesteding gewonnen en heeft een voorlopige gunning. Het gebouw van het dierenasiel voldoet echter niet meer aan de eisen en moet vervangen worden door nieuwbouw. Het Dierentehuis heeft hiervoor een lening nodig. De gunning is pas definitief als de financiering van de nieuwbouw rond is. Potentiële financiers verstrekken alleen een lening op voorwaarde van een gemeentegarantie.