CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 28 maart 2023, gemeente Rheden37.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

b)

Aangezien de coördinatie van het platform bij de ontwikkelmanager is belegd, heeft deze ook goed zicht op de obstakels waar een initiatiefnemer tegen aanloopt en aan welke oplossingen behoefte is.

De aanbeveling is opgevolgd. •

Op het gebied van burgerinitiatieven is het platform Ik buurt mee! www.ikbuurtmee.nl opgericht. Dit is een laagdrempelig platform waarbij inwoners en (maatschappelijke) organisaties sinds 2020 een initiatief kunnen indienen en daarvoor een waarde cheque ontvangen. De ontwikkelmanager heeft goed zicht op de obstakels waar een initiatiefnemer tegen aan loopt.

•

Aanbeveling 3: Maak meer gebruik van alternatieve vormen om burgers de ruimte te geven voor initiatieven. Maak slim hergebruik van de projecten en ideeën die bij andere gemeenten al zijn of worden opgezet op het gebied van burgerinitiatieven. Die zijn bijvoorbeeld verzameld op platforms als ‘Democratic Challenge’ en ‘Doe-Democratie’. De gemeente Rheden kan zich door deze ideeën laten inspireren en hen concreet overnemen, eventueel met hulp vanuit bijvoorbeeld het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

a)

Deze aanbeveling is niet door het college overgenomen omdat dit te veel als een systeemoplossing werd gezien.

b)

Desalniettemin is in aansluiting op de landelijke ontwikkeling in 2021 gestart met de pilot Integrale Wijkaanpak Dieren Stenfert. Een domeinoverstijgende aanpak waarbij (initiatieven in) de leefwereld van de inwoners uit Rheden uitgangspunt zijn voor de ontwikkeling van een gezamenlijke wijkvisie en agenda. Dit proces doorloopt de gemeente samen met inwoners, (maatschappelijke) organisaties, woningcorporatie, welzijnsorganisatie, onderwijs, politie, ondernemers en andere belanghebbenden. De werkwijze ‘Integrale Wijkaanpak’ wordt ondersteuns door o.a. Ministerie van Binnenlandse Zaken, Platform 31, VNG, LSA en Movisie. Kennisuitwisseling vindt plaats op het platform https://wijkwijzer.org/ en www.platform31.nl.

De aanbeveling niet overgenomen maar toch opgepakt. •

Hoewel deze aanbeveling niet door het college is overgenomen is hier toch invulling aan gegeven met de pilot Integrale Wijkaanpak Dieren Stenfert. De werkwijze wordt ondermeer ondersteund door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Platform 31, VNG, LSA en Movisie. Kennisuitwisseling vindt plaats op het platform https://wijkwijzer.org/ en www.platform31.nl.

26

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

Aanbeveling 4: Communiceer en informeer actief over de activiteiten die moeten bijdragen aan meer ruimte voor de initiatieven van inwoners en ondernemers. Het is de gemeente Rheden ernst met het willen bieden van ruimte aan inwoners en ondernemers. Deze ambitie wordt keer op keer in het beleid en door de direct betrokkenen onderschreven. Er zijn binnen de organisatie een aantal ‘sporen’ ingezet om de ambitie waar te maken. Naar mening van de rekenkamercommissie krijgen deze initiatieven echter te weinig aandacht en wordt er te weinig geleerd van de opgedane ervaringen. Het gaat dan zowel om aandacht binnen de organisatie als om de informatieverstrekking daarover aan de gemeenteraad en de inwoners en ondernemers: • De ervaringen in en met de lopende ‘sporen’ worden niet structureel verzameld, geëvalueerd of gevierd. Er is daardoor geen structureel proces van leren en verbeteren; • De gemeenteraad is grotendeels onbekend met de activiteiten die binnen de gemeentelijke organisatie worden opgepakt, zodat de gemeenteraad evenmin hiervan kan leren; • Uit de reacties in de digitale vragenlijst blijkt dat de ambities van de gemeente ook nauwelijks worden herkend en weinig worden gewaardeerd door de inwoners.

a)

Communicatie en informatievoorziening aan inwoners vindt voornamelijk plaats op het gebied van bewonersinitiatieven via de website www.ikbuurtmee.nl. Via deze werkwijze wordt 35% van de huishoudens actief betrokken. Daarnaast vindt een uitgebreide publieke publiciteitscampagne plaats en wordt momenteel gewerkt aan een online participatieplatform waarop de inwoners van Rheden kunnen meepraten en meebeslissen over de belangrijke thema’s in hun woonomgeving. Gemeentegemeenteraad, bestuur en organisatie worden 2 x per jaar via een uitgebreide gemeenteraadsmemo meegenomen in de resultaten van ikbuurtmee.nl.

b)

Uit de ter beschikking gestelde stukken is niet gebleken van een actieve informatievoorziening aan ondernemers. Noch dat op dit moment buiten ikbuurtmee, ervaringen structureel worden verzameld en een structureel proces van leren en verbeteren is ingericht.

De aanbeveling deels opgevolgd. •

Communicatie en informatievoorziening aan inwoners vindt voornamelijk plaats via de website www.ikbuurtmee.nl. Via deze werkwijze is 35% van de huishoudens bij dit platform betrokken. Uit de ter beschikking gestelde stukken is niet gebleken van een actieve informatievoorziening aan ondernemers. Noch dat op dit moment, buiten ikbuurtmee, ervaringen structureel worden verzameld en een structureel proces van leren en verbeteren is ingericht.

•

Aanbeveling 5: Zorg voor een consequente opstelling en heldere spelregels ten aanzien van de initiatieven vanuit de samenleving Uit het onderzoek is gebleken dat de gemeentelijke organisatie niet altijd handelt in de lijn van de beschreven ambities op het gebied van ruimte voor burgerinitiatieven. De gemeente wil op papier alle ruimte bieden, maar actieve inwoners hebben ervaren dat in de praktijk hun plannen en ideeën steeds stuitten op praktische of juridische bezwaren. Ook portefeuillehouders hebben in de interviews voor dit onderzoek aangegeven dat soms nog te weinig concreet gevolg wordt gegeven aan de ambities van de gemeente. Nog niet alle medewerkers durven de randen van wet-en regelgeving op te zoeken. Er dient daarom meer aandacht te zijn voor een consequente opstelling ten aanzien van initiatieven vanuit de samenleving. Stel eventueel heldere spelregels op over hoe een individuele medewerker om moet gaan met een maatschappelijk initiatief. Dat geeft de medewerker houvast bij het beantwoorden of afhandelen van een initiatief. Ook zorgt het aan de kant van de initiatiefnemer voor duidelijkheid en heldere verwachtingen.

a)

Ik buurt mee! gaat uit van zo min mogelijk voorwaarden en hanteert het “ja, tenzij...”-principe. Er wordt altijd gezocht om zoveel mogelijk ruimte te creëren binnen die regels. Maar deze stuiten nog steeds op praktische of juridische bezwaren. Vanwege ervaren hoge werkdruk en het feit dat medewerkers dit regelmatig ervaren als extra werk maakt dat de grenzen niet regelmatig worden opgezocht. Door de directie wordt aangeven dat momenteel wel integraal op wordt gestuurd door het directieteam.

27

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

b)

Sinds 2017/2018 is een initiatievenoverleg ingericht waarin initiatieven die niet toegerekend kunnen worden aan bestemmingsplannen worden besproken. Dit is een ruimtelijk overleg waarin adviseurs participeren m.b.t. vergunningen en economische zaken.

c)

Er zijn (nog) geen heldere spelregels opgesteld die houvast bieden aan medewerkers en duidelijkheid en heldere verwachtingen scheppen voor de initiatiefnemer. Wel is het sjabloon B&W-voorstel aangepast van ‘informeren’ naar ‘communicatie en participatie’. Ook weer om bewustwording bij medewerkers te creëren en hen aan de voorkant na te laten denken over de rol van inwoners(participatie) in een proces. Met de toekomstige Omgevingswet worden volgens de organisatie ook de kaders voor inwoners en gemeentelijke organisatie m.b.t. inwonersinitiatieven duidelijker.

De aanbeveling is deels opgevolgd. •

De intentie om het “ja, tenzij...”-principe te hanteren is er, maar heeft nog niet geleid tot een echte cultuuromslag binnen de organisatie. Hierop wordt, volgens het directieteam momenteel wel integraal gestuurd. Een ervaren hoge werkdruk wordt als een van de redenen hiervoor aangedragen. Er zijn (nog) geen heldere spelregels opgesteld ten aanzien van initiatieven uit de samenleving, dat houvast kan bieden aan medewerkers en duidelijkheid en heldere verwachtingen bij de initiatiefnemer. Wel wordt geprobeerd bewustwording te creëren door bijvoorbeeld in het sjabloon B&Wvoorstel het kopje ‘informeren’ te wijzigen in ‘communicatie en participatie’ en hen aan de voorkant na te laten denken over de rol van inwoners(participatie) in een proces. De verwachting is tevens dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet hieraan een belangrijke impuls zal geven.

• •

Aanbeveling 6: Bespreek de rol van de gemeenteraad bij het bieden van ruimte voor burgerinitiatieven. Ruimte geven aan initiatieven van burgers en ondernemers is geen doel op zichzelf. Het gaat erom dat het functioneren van de lokale gemeenschap in de volle breedte wordt ondersteund en gestimuleerd. Door ruimte te bieden en te stimuleren laat de gemeenteraad zien daar open voor te staan en bereid te zijn om te investeren in de verbinding met de lokale gemeenschap. Tegelijkertijd heeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid om het algemene belang te bewaken. Momenteel heeft binnen de gemeenteraad nog nauwelijks de discussie plaatsgevonden hoe een balans kan worden gevonden tussen enerzijds de rol van de gemeenteraad als ‘hoeder van het algemeen belang’ en anderzijds het bieden van ruimte aan initiatieven van specifieke groepen inwoners. Voor deze discussie moet meer aandacht komen binnen de gemeenteraad. Het spreekt voor zich dat een dergelijk gesprek niet louter bínnen de gemeenteraad moet worden gevoerd, maar ook tussen gemeenteraad en college en met de lokale gemeenschap. Dat gesprek moet leiden tot meer duidelijkheid en spelregels voor de rol van de gemeenteraad bij (de ruimte voor) burgerinitiatieven.

a)

Tijdens de behandeling van het rekenkamerrapport in de gemeenteraad van juni 2017 is een motie aangenomen ‘Optimaal ruimte voor initiatieven.’ Daarin werd de opdracht uitgesproken om voor het einde van 2017 een bijeenkomst te organiseren met college, gemeenteraad en inwoners om te praten over: - de rol van de gemeenteraad, college, organisatie en inwoners; - spanningsveld tussen ‘Initiatief – algemeen belang’ en ‘regels – ruimte’, - het loslaten met of zonder grenzen.

b)

Naar aanleiding hiervan is een bijeenkomst gepland op 21 november 2017. Doel van deze bijeenkomst was het formuleren van een gedeelde ambitie op het gebied van overheidsparticipatie. De input hiervan zou worden gebruikt voor het opstellen van een kaderstellende startnotitie ‘overheidsparticipatie/ruimte voor initiatieven’.

c)

Deze startnotitie zou in de gemeenteraad van februari 2018 worden besproken en de basis vormen voor een aantal verdiepende bijeenkomsten na de verkiezingen. Het uiteindelijke resultaat van de bijeenkomsten zou de basis moeten vormen van een beleidsnotitie ‘overheidsparticipatie/ruimte voor initiatieven.’ Deze is nooit vastgesteld. Dit was een bewuste keuze van het college (zie onder aanbeveling 1). Het is niet duidelijk geworden in welke mate deze keuze is ondersteund door de gemeenteraad. Mogelijke verklaring die voor deze keuze wordt gegeven is het feit dat de gemeenteraad ruimte voor initiatieven wil geven, maar tegelijkertijd ook nog vaak het eindbesluit wil kunnen nemen.

28

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

De aanbeveling is opgestart maar niet afgerond. •

•

Tijdens de behandeling van het rekenkamerrapport in de gemeenteraad van juni 2017 is deze aanbeveling door de gemeentegemeenteraad omarmd en een motie ‘Optimaal ruimte voor initiatieven’ aangenomen. In deze motie werd de opdracht uitgesproken om voor het einde van 2017 een bijeenkomst te organiseren met college, gemeenteraad en inwoners om te praten over: - de rol van de gemeenteraad, college, organisatie en inwoners; - spanningsveld tussen ‘Initiatief – algemeen belang’ en ‘regels – ruimte’, - het loslaten met of zonder grenzen. Deze bijeenkomst heeft plaatsgevonden op 21 november 2017 maar uiteindelijk geen vervolg gekregen. Een beleidsnotitie ‘overheidsparticipatie/ruimte voor initiatieven’ is nooit vastgesteld.

29

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

III EVALUATIE ARMOEDE- EN MINIMABELEID Aanbeveling 1: Zet in op integrale visie en preventie om aantal curatieve maatregelen te verminderen Door een verdere doorontwikkeling en goede implementatie van een integraal sociaal beleid met daarin een grote rol voor de gebiedsteams, zal de gemeente Rheden dichter bij haar inwoners komen te staan. Armoede en schuldenproblematiek zullen dan vanuit een integraal sociaal beleid mogelijk vaker voorkomen worden doordat kinderen en gezinnen tijdig in beeld zijn, wat ertoe leidt dat eventuele problemen vroegtijdig in beeld komen via school, huisarts, politie, sportvereniging, woningcorporatie en/of buurthuis. Kwetsbare gezinnen ontvangen vervolgens integrale ondersteuning om te voorkomen dat zij in armoede en schulden vervallen en dat hun kinderen hetzelfde lot te wachten staat. In het huidig armoedebeleid ontbreekt deze integrale visie (nog) en zijn de regelingen overwegend curatief ingestoken. Het college dient derhalve in te zetten op een integrale visie, versterking van de gebiedsteams en het verhogen van sociale cohesie in buurten en de uitvoering hiervan bij de verantwoordelijke ambtenaren te laten. Op deze wijze kan het aantal inwoners met armoede en schulden worden teruggedrongen.

a)

Op 23 februari 2021 is het beleidskader minima- en schuldhulpverlening 2021 – 2024 ‘Iedereen doet mee’ geamendeerd vastgesteld. Het amendement luidde als volgt: 'De aanbevelingen van de rekenkamercommissie in haar rapportage 'Evaluatie Armoede- en Minimabeleid' van oktober 2017 en de wijze waarop deze in dit beleidskader zijn verwerkt, zijn opgenomen in bijlage 6 (zijnde de antwoorden op vraag 1 van S/26 d.d. 18 februari 2021). '

b)

Om tot een beleidskader te komen zijn evaluaties uitgevoerd. In 2019 is het minimabeleid geëvalueerd. Deze rapportage is in september 2019 ter kennis gebracht van de gemeenteraad. In 2020 is een evaluatie van het schuldhulpverleningsbeleid uitgevoerd. De evaluatie van het beleid schulddienstverlening heeft de gemeenteraad ontvangen in juni 2020. Deze stukken zijn met de gemeenteraad besproken in de oriënterende vergadering van 22 september 2020. Hiervoor heeft het college een aantal stellingen/vragen aan de gemeenteraad voorgelegd die richting konden geven aan het nieuw te formuleren beleid.

c)

Het beleidskader rust op 5 pijlers: Preventie, vroeg signalering, kinderarmoede, schulden oplossen en laagdrempelige toegankelijkheid. De nadruk wordt gelegd op preventie en vroeg signalering en het bestrijden van kinderarmoede. In de bijlage is verwoord op welke wijze de aanbevelingen van de rekenkamercommissie in het beleidskader zijn verwerkt.

d)

In het hoofdstuk’ Hoe organiseren wij het’ wordt ingegaan op de wijze waarop de thema’s minima en schuldhulpverlening zich verhouden tot andere beleidsvelden en tot de gemeentelijke visie op ‘samenredzaamheid’, zoals bijvoorbeeld wonen, participatie, gezondheid en werkloosheid.

e)

In de notitie richt men zich met een integrale wijkaanpak op een aantal wijken waar relatief veel mensen met een minimuminkomen, schulden, werkloosheid en omgevingsproblemen wonen. Het Rhedense model dat gebaseerd is op samenredzaamheid geldt hierbij als vertrekpunt. Dit is in het vervolg van de notitie niet nader ingevuld.

f)

Bij de ambities is opgenomen met welke partijen hierin zal worden samengewerkt en welke activiteiten hiervoor worden ingezet.

g)

Ten aanzien van deze aanbeveling wordt in bijlage 6 van het beleidsplan gesteld: Het beleidskader minima en schuldhulpverlening is integraal waarbij wij inzetten op integraliteit van werken en meer inzetten op preventie en vroegsignalering (zie hoofdstuk 3 en ambities preventie)

De aanbeveling is opgevolgd. •

Op 23 februari 2021 is het beleidskader minima- en schuldhulpverlening 2021 – 2024 ‘Iedereen doet mee’ geamendeerd vastgesteld. In het beleidsplan wordt het belang van integraal werken onderstreept en de nadruk gelegd op preventie en vroegsignalering. Ook aan versterking van de gebiedsteams en het verhogen van sociale cohesie in buurten wordt in het beleidsplan aandacht besteed.

30

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

Aanbeveling 2: Bied cursussen en begeleiding en – voor kinderen - positieve rolmodellen en budgeteducatie Uit dit onderzoek blijkt dat een groep inwoners met structurele en complexe schulden- en budgetteringsproblematiek kampt, maar nog wel leerbaar zijn en kunnen profiteren van cursussen en begeleiding. Dit zijn goede methoden om deze groep één-op-één te begeleiden, wat ook mogelijkheden biedt voor preventie en het vergroten van het doelbereik van de bestaande regelingen. Hierbij is bijzondere aandacht nodig voor begeleiding van kinderen die opgroeien in gezinnen met armoede of schuldproblematiek, om te voorkomen dat kinderen in dezelfde situatie als ouders terechtkomen. Voor hen zijn positieve rolmodellen en budgeteducatie nodig. Betrokken ambtenaren en gebiedsteams kunnen hier (eventueel in samenwerking met een maatschappelijke partner) vaker op inzetten.

a)

In het beleidskader wordt over deze aanbeveling gezegd: Wij bieden al een aantal jaren cursussen aan op het gebied van taal-, reken- en digitale vaardigheden. Daarnaast zetten wij financieel jongerencoaches en organisaties als schuldhulpmaatje, de formulierenbrigade en Thuisadministratie in. Ook stimuleren wij scholen om financiële educatie een vast onderdeel te laten uitmaken van het lesprogramma. Ook hierbij kan de financieel jongerencoach ondersteunen, door de leraren hierin te trainen. Vanuit het traject ‘Speaking Minds’ is de aanbeveling gedaan jongeren eerder te informeren. Daarvoor wordt nu gewerkt aan een informatiemap voor jongeren die zij krijgen wanneer zij 18 worden.

b)

Naast de financieel jongerencoach en het activiteiten aanbod van Incluzio ontvangen jongeren ook een informatiemap op hun 18e verjaardag

De aanbeveling opgevolgd. •

De gemeente biedt op diverse manieren cursussen en begeleiding aan ter voorkoming van en begeleiding bij schulden. Hierbij wordt specifiek aandacht aan jeugd besteed door de inzet van een financieel jongerencoach en jongeren een informatiemap toe te sturen op hun 18e verjaardag. Aanbeveling 3: Benut bewindvoerders en mogelijke vroeg signaleerders Veel mensen met armoedeproblematiek staan onder bewind. De kosten voor bewindvoering veroorzaken zelfs de belangrijkste stijging van de uitgaven aan het minimabeleid. Betrokken medewerkers van de gemeente zouden afspraken kunnen maken met bewindvoerders over signalering van overige problematiek en over actieve informatievertrekking aan hun cliënten. Maatschappelijke organisaties stellen verder voor budgeteducatie voor kinderen te koppelen aan elk gezin met bewindvoering. Bewindvoerders en andere instellingen als woningcorporaties en verzekeraars hebben bovendien goed zicht op mogelijke (structurele) financiële problemen. De gemeente Rheden zou een project als Vroeg Eropaf als voorbeeld kunnen nemen van een vorm van preventie, door een seintje te krijgen wanneer een inwoner enige tijd in gebreke blijft bij betalingen van bijvoorbeeld huur of verzekering. Bij snel ingrijpen wordt erge(re) problematiek voorkomen.

a)

In het beleidskader is hierover opgenomen: Sinds april 2019 zijn wij aan de slag met Vroegsignalering. Het aantal signaalpartners breiden wij per 1 mei 2021 nog verder uit. In het voorjaar van 2019 hebben wij een bijeenkomst georganiseerd met de bewindvoerders om kennis en ervaring uit te wisselen. Binnen het traject Bewindvoering Anders’ onderzoeken wij verdere mogelijkheden om de samenwerking te versterken. Dit alles is erop gericht eerder betrokken te worden bij problematische schulden en daarmee de schuld te reduceren.

b)

De bijeenkomst met de bewindvoerders heeft plaatsgevonden en moet gezien worden als een eerste contact en kennismaking met elkaar. Aanleiding hiervoor was om de wenselijkheid te onderzoeken om een tussenstap te creëren tussen vrijwillige schuldhulp en bewindvoering. Vervolgens is op hoofdlijnen een analyse gemaakt van het zittende bestand, op basis waarvan een plan is opgesteld om: Een aantal casussen verdiepend uit te zoeken, op casusniveau met de bewindvoerders individueel om tafel te gaan om casussen waarin dingen opvallen door te spreken, een gezamenlijke bijeenkomst te beleggen met de bewindvoerders om afspraken te maken richting toekomstige samenwerking. Dit is benoemd in het coalitieprogramma en zal in de komende jaren worden opgepakt. De voorlopige verwachting is dat het

31

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

creëren van een tussenstap niet nodig is, omdat de huidige werkwijze goed functioneert en alle mensen worden geholpen en er geen wachtlijst is. c)

Voor wat betreft vroeg signalering is aangesloten bij een landelijk convenant met partners, waarbij signalen die via de convenant partners binnenkomen worden vergeleken en daar waar een match van signalen is, zoekt de gemeente fysiek of telefonisch contact met de inwoner om een hulpaanbod te doen. Waar geen match is ontvangt de inwoner een brief met hulpaanbod. Ook met huisartsen wordt contact gezocht. En dat verloopt prettig, maar vanwege privacyaspecten is overleg op individueel niveau niet mogelijk. Daarnaast is er ook nog het financiële keten overleg, waarin partners zaken met elkaar afstemmen en problematiek met elkaar bespreken. Aan het financieel ketenoverleg nemen deel: Incluzio, Humanitas, Schuldhulpmaatje en de financiële dienstverlening vanuit de gemeente (schuldhulp en budgetbeheer). Doel van deze overlegstructuur is om de verschillende soorten financiële hulp en ondersteuning zo naadloos mogelijk op elkaar te laten afstemmen. En er daarmee voor te zorgen dat er voor alle doelgroepen een passend aanbod is.

De aanbeveling is opgevolgd. •

De kennis en ervaring van vroeg signaleerders wordt via diverse overleggen benut. Zo is Rheden aangesloten bij het landelijk convenant met partners, waarbij signalen die via de convenant partners binnenkomen worden vergeleken en daar waar een match van signalen is, zoekt de gemeente fysiek of telefonisch contact met de inwoner om een hulpaanbod te doen. Ook met huisartsen wordt contact gezocht. In het financiële ketenoverleg vindt onderlinge afstemming plaats met als doel de verschillende soorten financiële hulp en ondersteuning zo naadloos mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Ook met bewindvoerders heeft overleg plaatsgevonden over de wenselijkheid van het creëren van een voorziening tussen vrijwillige schuldhulpverlening en bewindvoering. Er is op hoofdlijnen een analyse gemaakt van het zittende bestand, op basis waarvan een plan is opgesteld gericht op het vormgeven van de toekomstige samenwerking met bewindvoerders. Eerste verwachting is dat het creëren van een dergelijke voorziening niet nodig zal blijken te zijn omdat de huidige werkwijze goed functioneert en alle mensen worden geholpen.

•

•

Aanbeveling 4: Blijf ondersteuningsaanbod uitventen De bekendheid van de regelingen blijft een aandachtspunt: er komen elke dag ‘nieuwe armen’ bij en de regelingen blijven wijzigen van tijd tot tijd. Bovendien is gebrek aan initiatief, mondigheid en zoekvaardigheid kenmerkend voor mensen die langdurig in armoede verkeren of die leven met de stress van schulden. De menselijke sociale kaart is een goed idee om het aanbod up-to-date te houden, maar daarbij is een outreachende benadering van groot belang: de informatie moet bij de meest kwetsbare groepen actief achter de voordeur worden gebracht. Maatschappelijke organisaties zoals stichting STOER bereiken een groot deel van de kwetsbare doelgroepen, intensieve samenwerking met dergelijke partijen kan helpen bij het ‘achter de voordeur’ komen. Bij deze groepen is aandacht en begrip voor mogelijke gevoelens van schaamte en moeite met papierwerk cruciaal.

a)

In bijlage 6 van het beleidskader staat inzake deze aanbeveling opgenomen: Dit blijft een constant aandachtspunt. Uit de uitgevoerde evaluaties minimabeleid en schuldhulpverlening blijkt dat het gebruik van de minimaregelingen de afgelopen jaren is toegenomen en positief wordt gewaardeerd en onze inwoners hier tevreden over zijn. Wij blijven ons aanbod onverminderd aanbieden via onze consulenten, partners en verschillende mediakanalen. Een voorbeeld waarin dit samenkomt uit het afgelopen jaar is de geldkrant, waarmee wij huis-aan-huis onze inwoners hebben geïnformeerd. Ook de partners hebben positief gereageerd op de krant en deze verder verspreid.

b)

De bekendheid van de regelingen wordt gemeten en maakt onderdeel uit van de factsheet Minimabeleid waarin tweejaarlijks een overzicht aan de gemeenteraad wordt verstrekt van de voornaamste resultaten.

c)

De regelingen worden op verschillende manieren onder de aandacht gebracht, zoals bijvoorbeeld via de Geldkrant

d)

Hoewel er op een intensieve manier met partners wordt samengewerkt, blijkt uit de bij onderzoekers bekende gegevens niet dat regelingen door deze op een outreachende wijze actief bij kwetsbare groepen onder de aandacht worden gebracht.

32

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

e)

Rekenkamercommissie Rheden

In 2021 is de bekendheid van de regelingen gemeten bij de gebruikers van minimaregelingen en onder inwoners met een laag inkomen die op dat moment geen gebruik maakten van een minimaregeling. De resultaten voor de potentiële gebruikers zijn vanwege het lage aantal respondenten indicatief en niet representatief en daarom niet opgenomen in de factsheet. In dezelfde nulmeting is tevens verwoord dat het merendeel van de maatschappelijke organisaties (zeer) ontevreden is over de bekendheid van regelingen die baat hebben bij een regeling.

De aanbeveling deels opgevolgd. •

Het vergroten van de bekendheid van de regeling is benoemd als speerpunt in het beleidskader. De bekendheid van de voorzieningen wordt gemeten en het resultaat is opgenomen in de factsheet minimabeleid die tweejaarlijks aan de gemeenteraad wordt aangeboden. De regelingen worden op verschillende manieren onder de aandacht gebracht, bijvoorbeeld middels de Geldkrant. Hoewel intensief met partners wordt samengewerkt, blijkt niet uit de aangeleverde gegevens dat regelingen door partners op een outreachende wijze onder de aandacht bij kwetsbare groepen worden gebracht. De bekendheid met regelingen onder inwoners met een laag inkomen die geen gebruik maken van een minimaregeling, wordt gemeten maar zijn vanwege het lage aantal respondenten indicatief en niet representatief. Maatschappelijke partners zijn hierover wel bevraagd. Het merendeel van hen is (zeer) ontevreden over de bekendheid van regelingen bij inwoners die baat hebben bij deze regeling.

• • • •

Aanbeveling 5: Verlaag drempels Binnen de ambtelijke organisatie moet daarom ook (meer) ingezet worden op vereenvoudiging van de toegang en – als mogelijk – op toekenning van een maatregel voor meerdere jaren, zodat cliënten niet telkens opnieuw hun papieren hoeven opzoeken en opnieuw formulieren invullen. Dit levert overigens ook een efficiencyslag op aan gemeentezijde. Let er daarbij op dat dit niet ten koste gaat van de contactmomenten, want juist hier liggen de signalerings- en voorlichtingskansen.

a)

In bijlage 6 van het beleidskader is hierover opgenomen: Wij zetten in op laagdrempelige toegankelijkheid. Om dit te kunnen beoordelen, voeren wij in 2021 een nulmeting uit zodat wij de ambitie kunnen toetsen.

b)

Er is in 2021 een 0-meting uitgevoerd waarin onder meer de vraag is gesteld in welke mate gebruikers het gemakkelijk of moeilijk vonden om de regeling aan te vragen. Het percentage dat het moeilijk vond varieert per regeling van 8% (gemeentepolis bij Menzis) tot 28% (kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen kosten voor ID-kaart).

c)

Nog niet is overwogen of toekenning van een maatregel voor meerdere jaren een optie is.

De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. • •

In 2021 is een nulmeting uitgevoerd, om te kunnen toetsen in welke mate de ambitie om de toegang te vereenvoudiging wordt gerealiseerd. Het betreft werk in uitvoering en het is nog te vroeg in het proces om hier uitspraken over te kunnen doen. Nog niet is overwogen of toekenning van een maatregel voor meerdere jaren een optie is.

33

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

Aanbeveling 6: Werk aan bewustwording kanteling bij ouderen met vermogen Een deel van de inwoners beschikt over eigen vermogen en zou een grotere bijdrage kunnen leveren aan zorg en ondersteuning of deze wellicht zelfs grotendeels zelf kunnen regelen en financieren. De kantelingsgedachte leeft nog niet bij iedereen; sommige inwoners gaan er als vanzelfsprekend van uit dat er een recht is op kosteloze ondersteuning. Maatschappelijke organisaties hebben behoefte aan ondersteuning om hierover met ouderen – en hun kinderen – het gesprek aan te gaan. Een campagne kan helpen bij de bewustwording onder de inwoners en richtlijnen en ondersteuning voor professionals en vrijwilligers helpen om het gesprek aan te gaan.

a)

In het beleidskader is hierover in bijlage 6 opgenomen: Het Rekenkamerrapport uit 2017 wijst op de bewustwording bij ouderen om zelf ook (financieel) een bijdrage te leveren aan zorg en ondersteuning. Deze insteek sluit aan bij het Rhedens model, waarbij altijd eerst wordt uitgegaan van de kracht van de inwoner zelf en diens netwerk. Hulpvragen die binnenkomen pakken wij op vanuit het Rhedens Model. Onze consulenten besteden aandacht aan het aspect (financiële) zelfredzaamheid in de gesprekken. Hierbij opgemerkt dat met publicatie van het Rekenkamerrapport in 2017 er wettelijk een aantal wijzigingen is doorgevoerd die invloed hebben op deze aanbeveling. Zo is het abonnementstarief in werking getreden voor hulp en ondersteuning vanuit de Wmo. Vanuit de Wmo (de zorgvraag) mogen wij niet kijken naar de mogelijkheden die inwoners zelf hebben om ondersteuning financieel in te zetten.

b)

Hulpvragen die binnenkomen worden opgepakt volgens het Rhedens Model, waarbij wordt uitgegaan van de kracht van de inwoner.

c)

Consulenten besteden aandacht aan het aspect van (financiële) zelfredzaamheid in de gesprekken. Dit alles met aandacht voor de wettelijke kader, zoals het abonnementstarief.

De aanbeveling opgevolgd. •

De insteek om ouderen bewust te maken van de (financiële) bijdrage die zij zelf kunnen leveren aan zorg en ondersteuning sluit aan bij het Rhedens model, waarbij altijd eerst wordt uitgegaan van de kracht van de inwoner zelf en diens netwerk. Naar aanleiding van de invoering van het abonnementstarief zijn de mogelijkheden hiertoe beperkt aangezien het als gevolg daarvan de gemeente niet is toegestaan om te kijken naar de financiële mogelijkheden die de inwoners zelf hebben.

•

Aanbeveling 7: Zet actieve en gerichte promotie van bepaalde regelingen in De regeling voor indirecte schoolkosten voor schoolgaande kinderen is gewijzigd en uit de enquête en gesprekken blijkt dat veel mensen deze regeling niet kennen of er een verkeerd beeld van hebben. Dit kan in ernstige gevallen leiden tot schooluitval, met alle gevolgen van dien. Kijk ook naar mogelijkheden voor samenwerking en afstemming met (scholen in) buurgemeenten, omdat oudere schoolgaande kinderen soms in andere gemeenten naar school gaan waar andere regelingen kunnen gelden.

a)

In bijlage 6 van het beleidskader is hierover opgenomen: Wij blijven onze regelingen continue inzetten via onze communicatiekanalen – en die van onze partners- om ons aanbod bekend te maken onder de doelgroep. Een voorbeeld is de schoolkostenregeling die in 2021 wordt ondergebracht bij de Gelrepas waarmee wij meer en beter onze doelgroep kunnen wijzen op deze regeling. (Zie ambitie kindpakket, actie: wij brengen in 2021 de schoolkostenregeling onder in de Gelrepas; pag. 23). De regeling krijgt hierdoor meer bekendheid en kan gemakkelijker gebruikt worden.

b)

Kinderen en gezinnen met problemen worden ondersteund met behulp van het kindpakket, om de voorzieningen zo laagdrempelig als mogelijk te maken waarvan de vergoeding van de schoolkosten onderdeel uitmaakt. Sinds kort wordt dit uitgevoerd door de Gelrepas. De organisatie geeft aan dat hierover actief is gecommuniceerd. De Gelrepas is een gezamenlijk initiatief van de gemeenten Arnhem, Duiven, Westervoort, Zevenaar, Renkum, Rozendaal en Rheden. Daarnaast is de Gelrepas beter bekend bij de gebruikers van regelingen. Terwijl 47% van de gebruikers uit de nulmeting in 2021

34

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

het kindpakket niet kenden, was 9% van de gebruikers onbekend met de Gelrepas. Voor kinderen uit gezinnen is de inkomensgrens opgehoogd naar 150% van het minimumloon. c)

Ook voor de kindregeling die nu is ondergebracht bij de Gelrepas geldt dat in 2021 de bekendheid ook is bij potentiële gebruikers maar vanwege het lage aantal respondenten indicatief en niet representatief. (zie aanbeveling 4).

d)

Net als alle andere minimaregelingen is het gebruik van het kindpakket in de periode vanaf 2019 tot 2021 gedaald met ongeveer 16% (van 718 naar 600). Als verklaring hiervoor wordt gegeven dat dit te wijten is aan het feit dat er vanwege corona minder contact met de doelgroep was.

De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. •

Er vindt actieve communicatie plaats over de verschillende minimaregelingen. Desalniettemin is het gebruik van de regelingen, waaronder het kindpakket in de periode vanaf 2019 afgenomen. Als verklaring hiervoor wordt gegeven dat er vanwege corona minder contact met de doelgroep was. Het kindpakket is sinds kort ondergebracht bij de Gelrepas, dat een veel betere bekendheid heeft bij gebruikers van minimaregelingen. Daarnaast is voor kinderen uit gezinnen de inkomensgrens opgehoogd naar 150% van het minimumloon. Het betreft werk in uitvoering en verdient gezien de uitkomsten van de nulmeting en het dalend aantal gebruikers van de minimaregelingen nog steeds de aandacht.

• •

Aanbeveling 8: Besteed aandacht aan chronisch zieken en de stapeling van zorgkosten Chronisch zieken komen vaak voor hoge kosten te staan door stapeling van zorgkosten in combinatie met geringe inkomsten en een beperkte zelfredzaamheid, waardoor ondersteuning op meer leefgebieden nodig is. Een goede dekking binnen de collectieve ziektekostenverzekering kan financiële druk op deze groep volgens het NIBUD wat verlichten. Het NIBUD wijst er bovendien op dat het dekkingsvoordeel ook betekent dat minder mensen aanspraak hoeven te doen op de Individuele Bijzondere Bijstand.

a)

In bijlage 6 van het beleidskader is opgenomen: Ook dit heeft evenals de vorige aanbeveling onze continue aandacht. We bieden al een aantal jaren een collectieve aanvullende zorgverzekering aan voor minima. Hierin zijn verschillende (wettelijke) eigen bijdragen meeverzekerd (waaronder die voor de Wmo en ziekenvervoer). Daarnaast biedt de verzekering extra bijdragen aan verschillende zorgsoorten, die een ‘reguliere’ verzekering niet biedt.

b)

De gemeente Rheden biedt een collectieve aanvullende zorgverzekering aan voor minima waarin verschillende eigen bijdragen zijn meeverzekerd om stapeling van zorgkosten te voorkomen. De verzekering biedt extra bijdragen aan verschillende zorgsoorten.

c)

Uit de nulmeting blijkt dat de gemeentepolis door de gebruikers wordt beoordeeld met een 7,7.

De aanbeveling opgevolgd. •

De gemeente Rheden biedt een collectieve aanvullende zorgverzekering aan voor minima waarin verschillende eigen bijdragen zijn meeverzekerd om stapeling van zorgkosten te voorkomen.

35

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

Aanbeveling 9: Verbeter afstemming registratiesystemen De afstemming binnen het sociaal domein wordt bemoeilijkt door de beperkingen in de registratiesystemen. Nu is vaak intern bij de gemeente slechts via een omweg te achterhalen welke collega op welke manier met een cliënt bezig is. Er staan vaak meerdere dossiers in een systeem die apart van elkaar geopend moeten worden. Daarnaast is het huidige administratieve systeem gericht op individuen en niet op huishoudens. Op deze manier is het moeilijk te achterhalen hoe veel ondersteuning er wordt geleverd per huishouden en hoe complex de problematiek achter de voordeur is. Er moet gekeken worden naar de mogelijkheid om dossiers te integreren, zodat er zicht blijft bestaan op het totaal aan problematiek binnen huishoudens, met het oog op signalering en preventie. Dit zou ook betekenen dat cliënten hun verhaal niet onnodig vaak hoeven te doen. Met de uitbesteding van de kwijtscheldingsregistratie aan de Connectie, zal dit probleem wellicht nog toenemen. Ga te rade bij andere gemeenten voor alternatieven.

a)

In bijlage 6 van het beleidskader is hierover opgenomen: De afstemming binnen het sociaal domein strekt breder dan alleen minima en schuldhulpverlening. De mogelijkheid is er om in het administratieve systeem individuen aan elkaar te relateren, zodat sneller inzichtelijk kan worden welke hulp wordt geleverd aan een huishouden. Hierbij moeten wij wel rekening houden met de bescherming van de privacy van de inwoner. Een consulent Wmo mag niet zomaar alle gegevens van een inwoner inzien. We nemen deze privacyregels in acht bij de verdere ontwikkeling van de integrale samenwerking en de doorontwikkeling van onze registratiesystemen.

b)

De beschikbare registratiesystemen die door de gemeente gebruikt worden maken het mogelijk om te koppelen en Multi probleemgezinnen goed in beeld te krijgen, maar hiervoor gelden beperkingen als gevolg van de privacywetgeving. Niet alle collega’s mogen bij dezelfde informatie over een gezin. Echter kan er altijd overleg plaatsvinden over een gezin. Casussen waarin veel speelt maar collega’s nog niet betrokken zijn, kunnen altijd anoniem worden besproken.

De aanbeveling is opgevolgd. •

De beschikbare registratiesystemen die door de gemeente gebruikt worden maken het mogelijk om te koppelen en Multi probleemgezinnen goed in beeld te krijgen. Binnen de grenzen van de privacywetgeving kan altijd overleg plaatsvinden over een gezin, waar nodig als anonieme casus. Aanbeveling 10: Koester de constructieve samenwerking met de maatschappelijke partners De maatschappelijke organisaties vinden dat zij goed worden betrokken bij het opstellen van het beleid en waarderen het Sociaal Café́ en de doorstart van de Werkgroep Armoede. Zij zien veel van hun standpunten terug in beleid. Wel wijzen zij erop dat een aantal van de aanbevelingen die zij in de loop van de jaren hebben gedaan, nog steeds niet is gerealiseerd. Teleurstelling ligt hier op de loer, wat het vertrouwen zou kunnen schenden en de samenwerking kan schaden. Maak daarom heldere afspraken over wat er met de verschillende adviezen en aanbevelingen wordt gedaan, op welke wijze en met welk tijdspad. Indien bepaalde ideeën geen navolging zullen vinden, leg dat dan ook uit.

Aanbevelingen die nog zijn blijven hangen en waaraan gewerkt moet worden: • Noodfonds ook toegankelijk voor individuen; • (Meer) aanbod voor structurele schuldondersteuning; • Oplossing voor mensen met verslaving; • Volgens sommige partijen is de benadering vanuit de medewerkers die over schuldproblematiek gaan soms nog te veel gericht op controle en handhaving van de regels en te weinig op verbetering van de totale leefsituatie.

a)

In bijlage 6 van het beleidskader is hierover opgenomen: Wij organiseren een Sociaal Café́ om onze partners periodiek te informeren over verschillende onderwerpen. De Werkgroep Armoede betrekken wij nauw bij de uitvoering van ons beleid evenals alle andere partners zoals vermeld op pagina 17. Wij koesteren, conform aanbeveling, deze goede relatie met onze partners. Ook de nieuwe Adviesgemeenteraad Sociaal Domein speelt hierin een belangrijke rol.

36

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

b)

Rekenkamercommissie Rheden

Het Sociaal café wordt nog steeds georganiseerd en voorziet in een behoefte. Daarnaast zijn er nog twee hoofd overleggen: De werkgroep armoede en het Financieel keten overleg. De agenda van de werkgroep armoede wordt door de partners zelf bepaald. Deelnemers aan dit overleg zijn stichting leergeld, Humanitas, Stoer, vluchtelingenwerk, mantelzorg, etc. Hierin wordt met name samenwerking gezocht, afgestemd, de week van het geld georganiseerd, casussen besproken etc. Het overleg vindt tenminste 3 keer per jaar plaats. In het Financieel keten overleg wordt overlegd over budget coaching, onderlinge afstemming, etc. (Zie onder aanbeveling 3)

De aanbeveling is opgevolgd. •

Het Sociaal café wordt nog steeds georganiseerd en voorziet in een behoefte. Daarnaast zijn er nog diverse andere overleggen waarin overleg wordt gevoerd met tal van partners, waaronder de werkgroep armoede en het Financieel keten overleg. Aanbeveling 11: Benut ervaringsdeskundigen binnen de adviesgemeenteraad Sociaal Domein voor beter begrip van armoede Ervaringsdeskundigheid is een troef die nog meer ingezet kan worden om het begrip en inlevingsvermogen bij de consulenten, maar wellicht ook bij de beleidsmakers, te vergroten. Vooral ervaringsdeskundigen weten hoe armoede voelt en welk gedrag daarmee kan samenhangen. Zij herkennen het vermijdingsgedrag en kunnen adviseren over de do’s en dont’s in de communicatie met én voorlichting aan mensen in armoede. Maak hiervan gebruik bij personeelstrainingen, conceptbrieven, als proeflokaal voor campagnes et cetera. De themagroep Werk en Inkomen van de adviesgemeenteraad is graag bereid een grotere rol te nemen.

a)

In het beleidskader is in bijlage 6 hierover opgenomen: De Adviesgemeenteraad Sociaal Domein is sinds september 2020 weer actief. Een aantal leden van deze Adviesraad is ervaringsdeskundige op het vlak van armoede vanuit de organisatie waar zij zich inzetten. Deze leden spelen een belangrijke rol bij de toetsing van onze uitvoering van beleid en wij benutten deze experts.

b)

De adviesraad is ook betrokken bij het opstellen van het beleidskader.

c)

In januari 2022 is een presentatie gehouden over het onderwerp ‘sterk in armoede’. Dit is een particulier initiatief. Op 22 november 2022 zal nog een themabijeenkomst worden gepland om te praten over de inzet van ervaringsdeskundigen voor dit onderwerp.

d)

Ervaringsdeskundigen worden bijvoorbeeld geworven door in klanttevredenheidsonderzoeken de vraag te stellen of men gebruik mag maken van hun expertise. Daarnaast hebben veel partners ervaringsdeskundigen in dienst. Ook de gemeente zelf heeft ervaringsdeskundigen.

De aanbeveling opgevolgd. •

De Adviesraad Sociaal Domein is sinds september 2020 weer actief. Een aantal leden van deze Adviesraad is ervaringsdeskundige op het vlak van armoede vanuit de organisatie waar zij zich inzetten. Deze leden spelen, volgens de organisatie, een belangrijke rol bij de toetsing van onze uitvoering van beleid. Daarnaast wordt getracht ervaringsdeskundigen te werven via klanttevredenheidsonderzoeken en hebben de gemeente en veel samenwerkingspartners ook ervaringsdeskundigen in dienst. Aanbeveling 12: Maak doelen SMART(er) De doelstellingen van het armoedebeleid zijn op dit moment onvoldoende SMART geformuleerd om de prestaties op outcome niveau te kunnen beoordelen. Zo kunnen sommige prestaties dubbelzinnig worden geïnterpreteerd. Om een goede monitoring en evaluatie (beter) mogelijk te maken – en zo een vinger aan de pols te kunnen houden voor wat betreft het welslagen van het armoedebeleid van de gemeente Rheden – is het nodig om doelen SMART te formuleren en hieraan indicatoren te koppelen. De gemeenteraad van Rheden dient erop toe te zien dat doelen dusdanig SMART worden opgesteld dat deze voldoende basis bieden om het armoede- en minimabeleid te monitoren en evalueren.

37

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

a)

In bijlage 6 van het beleidskader is hierover opgenomen: Deze aanbeveling is sinds 2017 actief opgepakt. De doelen op het gebied van minima zijn SMART en wij monitoren periodiek de stand van zaken via o.a. NIBUD en de benchmark Divosa. Ook via het nieuwe Gelrepas systeem kunnen wij realtime informatie ontvangen. Van de 5 ambities voldoen er drie aan de SMART criteria (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden). Voor 1 ambitie voeren wij in 2021 een nulmeting uit waarmee vier van de vijf ambities SMART geformuleerd zijn. De ambitie Preventie is niet SMART geformuleerd. De effecten en resultaten van deze ambitie komen terug in de factsheet minima en schuldhulpverlening die tweejaarlijks aan uw Gemeenteraad wordt gepresenteerd. Jaarlijks koppelen wij de gemonitorde resultaten terug via de P&C cyclus en tweejaarlijks presenteren wij een uitgebreide factsheet met de behaalde resultaten en de stand van zaken.

b)

Uit de programmabegroting 2023 blijkt dat de ambitie Onze hulpverlening leidt tot succesvolle uitstroom uit formele schuldhulp- trajecten niet is door vertaald naar een SMART doelstelling. Maar wel enkele andere, waaronder: 70% van de gestarte schuldhulptrajecten wordt succesvol afgerond en/of leidt tot een schone lei in 2024.

De aanbeveling is afgerond. •

De ambities op 4 van de 5 pijlers zijn SMART geformuleerd. Ten aanzien van de pijler Preventie is bewust gekozen om dat niet te doen. Aanbeveling 13: Ontwikkel een monitor sociaal domein en leg evaluatie- en rapportagemomenten vast Het is aan te bevelen (verder) te werken aan een monitor sociaal domein die alle benodigde informatie (operationeel, sturing en verantwoording) kan genereren die alle facetten van het sociale domein kan leveren. Door middel van periodieke peiling onder de bevolking en onder de doelgroepen van het armoedebeleid en in combinatie met outputdata, kunnen de prestaties van het armoedebeleid dan beter in kaart worden gebracht. Leg daarnaast evaluatie- en rapportagemomenten vast in het beleidsplan, zodat er periodiek een gegarandeerde terugkoppeling van prestaties op het terrein van armoede en minimabeleid plaatsvinden en de gemeenteraad zijn controlerende taak goed kan uitoefenen. Gegevens van een monitor sociaal domein zijn bovendien laagdrempelig om snel een helder beeld van de situatie te kunnen schetsen. Ten aanzien van dit punt kan de gemeenteraad en/of het college het voortouw nemen, omdat hier ook budgettaire- dan wel investeringskwesties bij komen kijken.

a)

In bijlage 6 van het beleidskader is hierover opgenomen: Wij monitoren veel gegevens, zowel intern gemeentelijk als via externe bureaus die voor ons de stand van zaken weergeven (o.a. NIBUD). Deze rapportagemomenten liggen vast en worden periodiek uitgevoerd om onze ambities te toetsen. Een Monitor sociaal domein is reeds beschikbaar via ‘Waarstaatjegemeente’. Daarnaast zijn wij bezig om nog meer data gedreven te gaan werken. Hierbij leggen wij verbinding met andere beleidsterreinen die ook invloed hebben op het minima en schuldhulpverleningsbeleid.

b)

De gemeente heeft geen eigen monitor sociaal domein opgesteld die periodiek aan het college en gemeenteraad wordt voorgelegd wel wordt door de organisatie via managementrapportages de voortgang in het sociaal domein gemonitord. Op dit moment wordt gewerkt aan de totstandkoming van een monitor sociaal domein.

c)

Vanuit het minima- en schuldhulpbeleid krijgt de gemeenteraad tweejaarlijks een factsheet aangereikt. De eerste in 2021 omvatte een nulmeting naar de bekendheid en gebruik van minimaregelingen. Deze nulmeting is in januari 2022 ter kennis gebracht van de gemeenteraad. Vervolgens is de gemeenteraad, op zijn verzoek, lopende dit onderzoek in november 2022 opnieuw bijgepraat over de laatste stand van zaken van het minimabeleid en de financiële hulpverlening.

d)

In het beleidsplan zijn geen evaluatie- en rapportagemomenten vastgelegd.

38

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. • • •

In het beleidsplan is het opstellen van een monitor sociaal domein niet opgenomen als actiepunt; aangegeven wordt dat deze monitor beschikbaar is via ‘Waarstaatjegemeente.nl’. Op dit moment wordt wel gewerkt aan de totstandkoming van een dergelijke monitor. In het beleidsplan zijn ook geen evaluatie- en rapportagemomenten vastgelegd. Wel krijgt de gemeenteraad tweejaarlijks een factsheet aangereikt. Daarnaast is de gemeenteraad, op zijn verzoek, op 22 november 2022, lopende het onderzoek, geïnformeerd over de stand van zaken van het minimabeleid en financiële hulpverlening.

39

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

IV PROGRAMMABEGROTING Aanbeveling 1: Zet zelf de koers uit De programmabegroting is van de gemeenteraad. Dit wordt door een groot deel van de gemeenteraad in Rheden op dit moment anders ervaren. Maar de gemeenteraad vervult op dit moment ook geen proactieve rol om hier verandering in aan te brengen. Daarom is onze voornaamste aanbeveling aan de gemeenteraad om zelf aan het roer te gaan staan en de koers uit te zetten door: • Als gemeenteraad zelf te bepalen waarop u wilt sturen en welke informatie u daarvoor nodig heeft. Bijvoorbeeld door hiervoor een gemeenteraadswerkgroep in te stellen en, eventueel met externe ondersteuning, binnen een bepaalde periode (bijvoorbeeld voor 1 september 2020) een normenkader voor de programmabegroting vast te stellen. • Dit normenkader vervolgens aan het college mee te geven met het verzoek om dit voor een bepaalde datum (bijvoorbeeld 1 januari 2021) uit te werken in een plan van aanpak waarin tevens aandacht wordt besteed aan de wijze waarop de gemeenteraad eerder bij de totstandkoming van de begroting kan worden betrokken en de afstemming met de andere documenten uit de P&C-cyclus kan worden gerealiseerd. In bijlage 7 zijn aandachtspunten opgenomen die hierbij ondersteuning kunnen bieden.

a)

Tijdens de behandeling van het rekenkamerrapport is in de gemeenteraadsvergadering van mei 2020 een amendement aangenomen ‘Aan de slag met het advies van de rekenkamercommissie’, waarbij een projectgroep ‘Betere sturing op de toekomst’ werd ingesteld. Deze projectgroep had als opdracht om te kijken of er verbeteringen konden worden meegegeven voor de structuur van de begroting 2021. Hierbij werd gelijk opgetrokken met de organisatie die ook bezig was met het doorvoeren van verbeteringen.

b)

Naar aanleiding daarvan is een aantal normen opgesteld: - eenduidig en duidelijk formuleren in de rapportages, zodat alle rapportages goed op elkaar aansluiten; - stel de 3 w-vragen: Wat willen we bereiken? Wat wil de gemeente daarvoor doen en met welke verbonden partijen? Wat mag het kosten? - maak gebruik van een doelenboom - maak de begroting visueel met grafieken en figuren; - stel de 3 H-vragen in de jaarrekening: Hebben we bereikt wat wij wilden bereiden? Hebben wij gedaan wat we wilden doen? Heeft het gekost wat we hadden afgesproken? Daarvoor moeten de doelstellingen smart en helder zijn, moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande cijfers, dat er meer wordt gekeken naar maatschappelijke effecten en dat de kwalitatieve effecten van de acties worden beschreven.

c)

De terugkoppeling hiervan is gegeven in de vergadering van de financiële commissie van 3 september 2020.

d)

In december 2020 is een procesvoorstel gedaan voor de verdere ontwikkeling van de programmabegroting. Dit is opgenomen in een stappenplan dat in februari 2021 is besproken in de financiële commissie.

e)

Op 15 februari 2021 is door de organisatie een presentatie gegeven aan de financiële commissie over hoe er verder invulling zou kunnen worden gegeven aan de doorontwikkeling van de programmabegroting. Vooraf hadden wel gesprekken plaatsgevonden tussen de organisatie en de financiële commissie, maar het was niet duidelijk wie er wat ging doen. Uitgangspunt van de bijeenkomst met de gemeenteraad was te benoemen dat het ging om een groeimodel. Maar ook: Wat is een logisch kader, waar wil de gemeenteraad op sturen en wat zijn de spelregels waar indicatoren aan moeten voldoen? De term ‘normenkader’ is losgelaten, omdat er verwarring ontstond over dit begrip dat ook wordt gebruikt bij rechtmatigheidscontrole door de accountant. Dit is afgepeld in twee elementen: een logisch kader en spelregels voor indicatoren. Naar aanleiding van deze sessie is door de financiële commissie aan de organisatie gevraagd om met een uitwerking te komen. Voor de programmabegroting 2022 zijn al enkele aanpassingen gedaan: visie, doel en resultaat.

f)

In maart 2021 is in de commissie een voorstel besproken voor een logisch kader programmabegroting en spelregels indicatoren.

40

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

De aanbeveling opgevolgd. •

De gemeenteraad heeft tijdens de behandeling van het rekenkamerrapport een amendement aangenomen ‘Aan de slag met het advies van de rekenkamercommissie’, waarbij een projectgroep ‘Betere sturing op de toekomst’ werd ingesteld, met als opdracht om te kijken of er verbeteringen konden worden meegegeven voor de structuur van de begroting 2021. Naar aanleiding daarvan is een aantal duidelijke normen vastgesteld door de gemeenteraad. Het proces wordt door de gemeenteraad begeleid via de financiële commissie.

• •

Aanbeveling 2: Zorg dat de begroting helpt om koers te kiezen De inhoud van de programmabegroting dient de gemeenteraad de mogelijkheid te geven tot het maken van beleids- en financiële keuzes. Op basis van de huidige programmabegroting bestaat er voor de gemeenteraad een onvoldoende helder beeld over de keuzemogelijkheden en risico’s. Daarom bevelen wij u aan de begroting aan te passen door minimaal: • De informatiebehoefte van de gemeenteraad als vertrekpunt te nemen. • Een duidelijke relatie te leggen tussen de 3 W-vragen (Wat willen we bereiken, Wat gaan we daarvoor doen met wie, Wat gaat het kosten) op het niveau van sub-programma’s. Dus het budget wordt uitgesplitst per sub-programma. Maak daarbij gebruik van een doelenboom en effect- en prestatie-indicatoren. • Per programma inzicht te geven in wel- en niet-beïnvloedbare uitgaven en in de inschatting van (meerjarige) risico’s. • Te sturen op consistente vulling van de (sub)programma’s door gebruik te maken van een procesbeschrijving en iemand aan te wijzen die verantwoordelijk is voor de kwaliteitsbewaking. De beoordelingstabel uit bijlage 2 en de aandachtspunten uit bijlage 7 kunnen hierbij ondersteuning bieden.

a)

Er is een organisatie-breed project 'doorontwikkeling programmabegroting' opgestart, waarbij een nieuw logisch kader (zgn. doelenboom) en andere spelregels zijn vastgesteld. Het proces wordt door de gemeenteraad begeleid via de financiële commissie. Er is een groeimodel afgesproken waarin bij de programmabegroting 2022 en nu de programmabegroting 2023 stappen zijn gezet. Daarnaast is een integrale planning voor alle P&C documenten afgesproken waar strak op wordt gestuurd. Doel van het project is dat in 2025 de gehele programmabegroting voldoet aan het logisch kader dat de gemeenteraad heeft meegegeven. (Zie ook aanbeveling 1).

b)

In de programmabegroting 2023 is de programma-indeling herzien. Er is gekozen voor een programma begroting met slechts 3 omvangrijke programma’s: Samenleving, Leefomgeving en Bestuur en organisatie die zijn onderverdeeld in thema’s. Hiervoor is gekozen zodat dan per programma een duidelijke visie kon worden beschreven.

c)

Er is nog geen uitvoering gegeven aan de ‘derde W’. Wel is per programma is een overzicht opgenomen met de beschikbare budgetten per taakveld. Een vervolgstap voor de programmabegroting 2024 is om expliciet een koppeling te maken tussen de doelenboom en de middelen die beschikbaar zijn gesteld. In de tussentijd wordt dit opgelost door het verstrekken van extra rapportages, zodat de gemeenteraad de controlerende rol kan pakken.

d)

Omdat op dit moment nog niet bekend is op welk niveau de 3e W vraag wordt uitgewerkt (programma, thema, subdoel), kan op dit moment nog niet worden vastgesteld in welke mate de uitwerking resulteert in voldoende inzicht in samenhang tussen de 3 W’s en de gemeenteraad daarmee voldoende in staat stelt om (financiële) keuzes te maken en zijn controlerende taak adequaat te vervullen.

e)

In de programmabegroting 2023 zijn ook indicatoren per doel opgenomen. Wat opvalt is dat de lijst met benoemde resultaten omvangrijk is en daarmee tevens de lijst met indicatoren. De geschiktheid van benoemde indicatoren is nog niet beoordeeld (waaronder op actualiteit en continuïteit). Ook op dit vlak wil men dat voor de programmabegroting 2024 stappen worden gezet. Ook zal worden ingezet op de leesbaarheid van de programmabegroting.

f)

Vanaf de programmabegroting 2023 worden per doel ook de risico's benoemd, naast de grootste financiële risico's zoals benoemd in de paragraaf weerstandsvermogen. Daarbij is geïnvesteerd in de tooling die deze nieuwe werkwijze ondersteunt. Risico’s zijn op hoofdlijnen benoemd maar (nog) niet vertaald in financiële zin. Ook is (nog) geen inzicht gegeven in de beïnvloedbare en niet beïnvloedbare kosten.

41

EFFECTIVITEIT AANBEVELINGEN REKENKAMERRAPPORTEN

Rekenkamercommissie Rheden

g)

De inhoud van de programmabegroting is een verantwoordelijkheid van beleidsmedewerkers, financieel adviseurs en de managers. Die stemmen dit af met de portefeuillehouder. Er is niet specifiek iemand aangewezen die de consistente vulling van de programma’s bewaakt. Wel zijn er schrijfinstructies en heeft communicatie een belangrijke rol in de eindredactie en zijn per programma 2 medewerkers samen verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking.

h)

Daarnaast is er een regieteam P&C cyclus ingesteld dat verantwoordelijk is voor het proces, waaronder de bestuurlijke P&C planning en zullen op een intranetpagina de verantwoordelijkheden t.a.v. de P&C cyclus worden vastgelegd.

De aanbeveling is gestart maar nog niet afgerond. •

De informatiebehoefte van de gemeenteraad is als vertrekpunt genomen. Tevens is in gezamenlijkheid gekozen voor een groeimodel. Er is een organisatie-breed project 'doorontwikkeling programmabegroting' opgestart, waarbij een nieuw logisch kader (zgn. doelenboom) en andere spelregels zijn vastgesteld. Doelstelling van het project is dat in 2025 de gehele programmabegroting aan het logisch kader voldoet dat de gemeenteraad heeft meegegeven. Het is op dit moment nog niet mogelijk om een duidelijke relatie te leggen tussen de 3 Wvragen omdat de 3e W-vraag nog niet is opgenomen. In de programmabegroting 2023 zijn de eerste 2 W-vragen (Wat willen we bereiken en Wat gaan we daarvoor doen) wel opgenomen. De 3e W-vraag (Wat mag het kosten) volgt in de programmabegroting 2024, waarbij expliciet een koppeling zal worden gemaakt tussen de doelenboom en de middelen die beschikbaar zijn. Omdat op dit moment nog niet bekend is op welk niveau de 3e W vraag wordt uitgewerkt (programma, thema, doel), kan op dit moment nog niet worden vastgesteld in welke mate de uitwerking resulteert in voldoende inzicht in samenhang tussen de 3 W’s en de gemeenteraad daarmee voldoende in staat stelt om (financiële) keuzes te maken en zijn controlerende taak adequaat te vervullen. In de programmabegroting 2023 zijn ook indicatoren benoemd.

Omdat er relatief veel resultaten (als uitwerking van doelen) zijn opgenomen in de programma’s is de lijst met indicatoren ook lang. De geschiktheid van benoemde indicatoren is nog niet beoordeeld (waaronder op actualiteit en continuïteit). Ook de risico’s op hoofdlijnen zijn benoemd in de programmabegroting 2023, maar deze zijn (nog) niet vertaald in financiële zin. Ook is (nog) geen inzicht gegeven in de beïnvloedbare en niet beïnvloedbare kosten. Er is (nog) geen procesbeschrijving en de kwaliteitsbewaking van de vulling van de programma’s is ook (nog) niet bij één persoon neergelegd. De vulling is de verantwoordelijkheid van beleidsmedewerkers, financieel adviseurs en de managers, in afstemming met de portefeuillehouder. Per programma zijn er 2 medewerkers samen verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking. Communicatie krijgt een belangrijke rol in de eindredactie.

•

•

•

• •

Aanbeveling 3: Zorg dat de gemeenteraad de koers kan blijven volgen. De programmabegroting is de vertaling van de kadernota en de maatstaf voor de gemeenteraad om de uitvoering van het beleid te volgen en te beoordelen. De rapportering in de jaarrekening is een eenduidige vertaling van de programmabegroting, maar dat geldt niet voor de bestuur rapportages en de kadernota. Wij bevelen aan om, net zoals met de jaarrekening, de inhoud van de kadernota en de bestuur rapportages op de programmabegroting te laten aansluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=435d6c5a-99f7-4553-a0fa-6a51051f99d9