2396 Velp Zuid, locatie IJssel District Toelichting (23.96)
Tekst van het document
42 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
43 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Aanpassingenkaart Ontwikkelplan (Bron SVP Ontwikkelplan IJsseldistrict ) De aanpassingen ten opzichte van het Materplan bestaan uit: Meer bestaande bomen bewaren; Er zijn meer bestaande bomen opgenomen in het plan. De bomen zijn waardevol en zorgen direct voor extra kwaliteit, klimaatbestendigheid en natuurinclusiviteit. Bouwveld A en D zijn aangepast om ruimte te maken voor de bomen. Het resultaat hiervan is dat een aantal bouwvelden kleiner en hoger zijn geworden. Aanpassing groene verbinding (Park As); De Park As is ingekort tussen plot A en E. Dit zorgt ervoor dat het bestaande laantje richting de bushaltes kan blijven bestaan. Ook hier worden de bestaande bomen bewaard. Hellingbanen in het park bewaren; In Park Nieuw Velp krijgen de huidige hellingbanen van het ziekenhuis een nieuwe rol als object in het park. Toren als onderdeel van het bouwblok; Met het behouden van de hellingbanen in het park ontstaat er een nieuwe samenstelling van volumes en bouwwerken in het park. Om te voorkomen dat het park volstaat met bouwwerken is besloten om de vrijstaande toren te verplaatsen naar de hoek van bouwveld F. In het Ontwikkelplan zijn diverse massastudies uitgevoerd om te onderzoeken hoe een mogelijke uitwerking van de bouwvelden zou kunnen werken. De vertaling van deze studies is te zien in de voorbeelduitwerking.
Deze studies hebben ook inzicht gegeven in de uitdagingen en aandachtspunten die er liggen bij een verdere uitwerking van de bouwvelden. In de volgende fase van de ontwikkeling zal er verder worden ingezoomd op ontwikkeling van de bouwvelden. Dit gebeurt in het beeldkwaliteitsplan, inrichtingsplan en in het maken van bouwplannen.
44 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
45 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Uitgangspuntenkaart Ontwikkelplan (SVP, Ontwikkelplan IJsseldistrict) In het Ontwikkelplan zijn de uitgangspunten uit het Masterplan aangescherpt. In het Ontwikkelplan IJssel District zijn de volgende uitgangspunten opgenomen. 1. De woonvisie 'Samen Wonen in Rheden, 2020-2026' en 'Nota Parkeernomen Rheden 2015' zijn leidend voor het plan. 2. Er zijn maximaal 180 parkeerplaatsen voor bezoekers in de openbare ruimte van het plangebied mogelijk. 3. Het gebied kent een ontsluiting voor de auto aan de oost en aan de westzijde van het plan , die onderling geen verbinding hebben in het plangebied. Het uitgangspunt van maximaal 400 woningen aan de westzijde kan worden losgelaten. 4. Parkeerplaatsen privé worden binnen de bouwvelden opgelost. 5. Op een aantal plekken in het plangebied is een (gedeelde) parkeerhub mogelijk (zie kaart). 6. Ieder bouwveld heeft een compacte straat (verbinding) die bijdraagt aan de menselijk maat en schaal. 7. De bouwmassa die gerealiseerd kan worden op de bouwvelden wordt bepaald het maximale aantal bouwlagen zoals aangegeven bij punt 10. 8. 75% van het woningaanbod in het plangebied is betaalbaar conform de Woningbouwimpuls. 9. De bouwhoogtes uit de kadernota 'Velp tussen Broek en Water, 2020' komen ter vervallen voor het onderzoeksgebied. 10. In de zone 3/5 bouwlagen mag maximaal 65% van de bebouwing de hoogste bouwlaag hebben.
In de zone 4/8 bouwlagen mag maximaal 35% van de bebouwing de hoogste bouwlaag hebben. Het hoogteaccent op bouwveld F mag maximaal 18 lagen hebben. 11. Het programma bestaat uit een mix van woningtypen, waarbij betaalbaarheid 46 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
voorop staat. Zo komt er aanbod voor starters, gezinnen en senioren in alle prijsklassen. 12. In het gebied moeten minimaal 50 sociale huurwoningen worden toegevoegd in fase 1 of 2 door een toegelaten instelling. 13. De ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit (zoals binnentuinen en gevellengte) zullen worden verankerd in het beeldkwaliteitplan in plaats van vast te houden aan de uitgangspunten 13 en 14 van het masterplan. 14. De marktpartijen zijn bereid bij te dragen in de realisatie van de openbare ruimte en de te maken plankosten. De in het Masterplan benoemde exploitatiebijdrage van € 40,= per m2 BVO (prijspeil 2021), wordt voorafgaand aan de ontwikkeling van de bouwvlekken geactualiseerd. Uitgangspunt is dat de kosten voor aanleg openbaar gebied verdeeld worden over de verschillende bouwvelden. 15. De start bouw van de eerste woningen zal binnen 3 jaar na het toekennen van het de Woningbouwimpuls plaatsvinden. De start bouw van de laatste woningen zullen 10 jaar na het toekennen van het de Woningbouwimpuls plaatsvinden
Toetsing Het Ontwikkelplan vormt een nadere invulling van de Kadernota en het Masterplan. Voor zover mogelijk zijn de uitgangspunten vertaald in de regels. Daarnaast is het Ontwikkelplan opgenomen als beleidsregel in de bestemmingsplanregels. Hierdoor zal het Ontwikkelplan als toetsingskader voor de omgevingsvergunningen gebruikt worden. De ontwikkeling zal daarmee voldoen aan het Ontwikkelplan.
3.4.3 Wonen Woonvisie 2020-2026 'Samen wonen in Rheden In 2020 is de Woonvisie 2020-2026 'Samen wonen in Rheden' vastgesteld. Deze visie laat een toekomstbeeld zien hoe inwoners kunnen wonen en leven in de gemeente. Daarnaast staat er in hoe de gemeente dit wil bereiken. De woonvisie bestaat uit drie pijlers met daarbij subdoelen. De pijlers zijn als volgt: 1. Leefbare wijken voor alle inwoners De gemeente ziet in Rheden de zorgelijke ontwikkeling dat verschillen tussen sterke en kwetsbare wijken steeds groter worden. In de kwetsbare wijken wonen steeds meer mensen met hele lage inkomens en inwoners voelen zich minder veilig. Omdat Rheden graag een gemeente wil zijn waar al haar inwoners prettig kunnen wonen en leven, wordt de segregatie aangepakt. Waar nodig, wordt voor meer sociaal economische draagkracht van de wijken gezorgd. Zo ontstaat er een situatie in wijken en buurten waar het Rhedens model voor zorg en ondersteuning, met name op het punt van samenredzaamheid, is versterkt. De gemeente Rheden wil dat de verschillen tussen sterke en kwetsbare wijken kleiner worden. Dit wil de gemeente doen door meer differentiatie in woningen in kwetsbare wijken te realiseren, door toevoeging van sociale huurwoningen in veerkrachtige wijken en in te zetten op samenredzaamheid. 2.
Bestaande woningvoorraad duurzaam en toekomstbestendig Nederland staat voor de grote opgave van de energietransitie. Het verbruik van 47 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
energie uit fossiele brandstoffen zal drastisch omlaag moeten en er doemt meer duurzame energie te worden opgewekt. Ook moeten woningen en wijken aangepast worden om weersextremen op te kunnen vangen en de biodiversiteit te vergroten. De wens is circulair bouwen te stimuleren, evenals duurzame mobiliteit. Dit vraagt om een integrale aanpak, waarbij partijen samenwerken en per wijk ook de fysieke en sociale problematiek wordt aangepakt. Dit is een enorme uitdaging, die de gemeente samen met betrokkenen aan wil gaan. Een toekomstbestendige woningvoorraad betekent ook dat de gemeente helpt om de woningvoorraad geschikt te maken voor de groeiende groep ouderen, die zo lang mogelijk zelfstandig moeten kunnen blijven wonen. Wijken en woningen moeten worden verduurzaamd. Dit betekent aandacht voor energiebesparing, energieopwekking, klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulair bouwen en duurzame mobiliteit. Met de groeiende groep ouderen betekent een toekomstbestendige woningvoorraad ook meer levensloopgeschikte woningen. 3. Toevoegen van de juiste kwaliteit woningen. Er is een groot woningtekort in Nederland. De komende jaren zullen er zo'n 700.000 woningen bij moeten komen. In de regio Arnhem-Nijmegen zijn er de komende 10 jaar 35.000 extra woningen nodig. De gemeente Rheden wenst graag mee te bouwen om het tekort terug te dringen.
Voor 2027 wil de gemeente 550 woningen realiseren, om zo het woningtekort terug te dringen. Er zijn voldoende plannen binnen de dorpen om dit tekort in te lopen. Om ook in de toekomst voldoende plannen te hebben om te kunnen voldoen aan de woningvraag is overprogrammering noodzakelijk. Er is dan ook nog ruimte voor nieuwe plannen. In de Woonvisie zijn kwaliteitscriteria opgesteld voor de nieuwe woningen. Plannen moeten voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria: 70% betaalbaar: sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop (NHG grens) (>5 won.). Afwijken van de genoemde 70% is mogelijk indien aangetoond wordt dat een project niet haalbaar blijkt; Alle nieuwbouw levensloopgeschikt (bijlage 5 van de woonvisie); Splitsen van panden toegestaan als: app.>70m2 (GBO), levensloopgeschikt en min. label B; In Velp moeten woningen >70m2 (GBO) zijn, in de overige kernen >60m2 (GBO); Panden ombouwen tot kamers is niet toegestaan; Project moet passen in het woonprofiel per kern (bijlage 1 van de woonvisie); Bij projecten van enige omvang stellen wij het gebruik van een meetinstrument (BREEAM of een vergelijkbaar instrument) om de duurzaamheidsscore inzichtelijk te maken verplicht. In de komende jaren wordt op basis van de eerste ervaringen met meetinstrumenten het gewenste ambitieniveau voor de duurzaamheidsscore bepaald.
Tot die tijd is de ondergrens BREAAM: 'very good' (of een vergelijkbare score van een ander meetinstrument).
Doelgroepenverordening Woningbouw gemeente Rheden 48 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
In juni 2022 heeft de gemeenteraad de Doelgroepenverordening Woningbouw gemeente Rheden vastgesteld. De doelgroepenverordening is ingevoerd om beter te kunnen sturen op het type woning dat wordt toegevoegd bij nieuwbouw binnen de gemeente. De verordening vormt een wettelijke basis om te borgen dat sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middenhuur woningen worden gebouwd en blijven behouden voor de in deze verordening benoemde doelgroepen en zodat er doorstroming op de woningmarkt in Rheden komt. De doelgroepenverordening is van toepassing op alle nieuwbouwplannen in de gemeente Rheden. In de verordening is bepaald dat bij plannen voor meer dan 4 woningen het programma moet voorzien in 25% sociale huurwoningen en 15% huur- en koopwoningen voor de lage middeninkomens. Mocht dat niet lukken dan kan er een vereveningsbijdrage betaald worden. In de verordening is gedefinieerd wat er onder de verschillende woningtype verstaan moet worden. Tevens is bepaald dat sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en huurwoningen voor de middenhuur minimaal 10 jaar voor de doelgroep beschikbaar moeten blijven.
Visie Wonen Welzijn Zorg Op 29 november 2016 heeft de gemeenteraad de Visie Wonen Welzijn Zorg vastgesteld. De visie heeft als hoofdlijn 'een passende woning in een passende woonomgeving'. Dit betekent dat planologische flexibiliteit gewenst is om snel in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen rond wonen, welzijn en zorg. Geconstateerd wordt dat het aantal intramurale verzorgingsplaatsen in de gemeente ongeveer constant moet blijven. Wel is sprake van een tijdelijke mindere behoefte aan intramurale plaatsen. Extramuralisering (minder intramurale plaatsen) en vergrijzing (meer intramurale plaatsen nodig) houden elkaar min of meer in evenwicht. Voor nieuwe initiatieven zijn criteria opgenomen op basis waarvan de gemeente mee wil werken aan bestemmingswijzigingen. Innovatieve woonvormen in combinatie met zorg willen wij zo veel mogelijk faciliteren. Verder wordt aandacht gevraagd voor de kwaliteit van het openbare gebied, voornamelijk waar het gaat om routes voor mensen met een beperking. Ook de relatie met voorzieningen en dorpshuizen is hierbij belangrijk. Verkenning en visie op huisvesting arbeidsmigranten en zorg cliënten Op 26 mei 2020 is de 'Verkenning en visie op huisvesting arbeidsmigranten en zorg cliënten in balans' vastgesteld. De visie maakt integraal onderdeel uit van de Woonvisie 2020-2026.
De gemeente streeft naar goede woonomstandigheden voor arbeidsmigranten en een balans, leefbaarheid en veiligheid. Tevens wil de gemeente goede zorg, leefbaarheid en veiligheid voor zorgcliënten en een balans van het aantal zorgcliënten lokaal en regionaal. De visie is vertaald in beleidsregels die als toetsingskarder zijn opgenomen in Parapluplan huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen. In de "Beleidsregels afwegingkader voor huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente Rheden", vastgesteld door Burgemeester en Wethouders op 9 maart 2021, zijn beleidsregels opgenomen die in acht genomen moeten worden bij besluiten over het toelaten van de huisvesting van arbeidsmigranten. Deze beleidsregels hebben primair tot doel om het bestaande aantal kamerbewoners met een arbeidsmigratieachtergrond beter te verdelen over onze gemeente en daarbij tevens 49 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
de woonomstandigheden te verbeteren. In het "Afwegingskader initiatieven woonzorgcombinaties", vastgesteld door Burgemeester en Wethouders op 30 juni 2020, zijn stappen opgenomen die bij de besluitvorming over woonzorgcombinaties in acht moeten worden genomen. Het afwegingskader gaat onder meer over de behoefte aan woonzorgcombinaties en de leefbaarheid/draagkracht van dorpen. Toetsing aan gemeentelijk woonbeleid Dat er een behoefte is blijkt uit het regionale woningmarktonderzoek van Companen uit 2019. Hierin staat benoemd dat er tot 2027 550 woningen extra nodig zijn binnen de gemeente Rheden. Ondertussen wil de gemeente tot 2030 810 woningen realiseren. Tevens wordt voldaan aan de Woonvisie 2020-2026. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan het realiseren van woningen om het woningtekort tegen te gaan. Tevens zullen de woningen voldoen aan de duurzaamheidseisen en de kwaliteitseisen van de gemeente, met uitzondering van de gestelde oppervlaktemaat. De woningen zullen een minimale oppervlakte van 45 m² hebben en in het voormalige ziekenhuis bedraagt de minimale oppervlakte 32 m². Dit heeft te maken met de veranderende markt, de veranderende behoefte van doelgroepen, en het behoud van het voormalige ziekenhuisgebouw. In hoofdstuk 2 is verder aangegeven hoe aan deze eisen wordt voldaan.
Gelet op voorgaande kan geconcludeerd worden dat ruimschoots aan de eisen uit de doelgroepenverordening wordt voldaan. Tot slot is in de regels van dit bestemmingsplan het percentage sociale en middeldure woningen ook verankerd. Binnen het plangebied worden, naast woningen, ook voorzieningen gerealiseerd die ontmoeten mede bevorderen en is veel aandacht voor de openbare ruimte. Hiermee wordt invulling gegeven aan de visie Wonen, Welzijn en zorg. Conclusie gemeentelijk woonbeleid Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de eisen van de gemeentelijke woonvisie, met uitzondering van de oppervlakte-eis voor de woningen.
3.4.4 Cultuurhistorie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Erfgoednota Verbindend Verleden vastgesteld. Daarin is het erfgoedbeleid over de jaren 2012-2016 geëvalueerd en worden de plannen voor de periode 2017-2021 geformuleerd. De evaluatie is aanleiding om voort te gaan op de ingeslagen weg; met dezelfde visie, maar met nieuwe plannen waarin zoveel mogelijk erfgoedwensen zijn verwerkt. Erfgoed gaat over menselijke sporen uit het verleden die zichtbaar en tastbaar zijn in het heden. Dat kunnen voorwerpen zijn, archeologische vondsten, archieven, en gebouwde en groene monumenten zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Maar ook bepaalde gebruiken, verhalen en gewoonten horen erbij. In de visie is het cultuurhistorische erfgoed van cruciaal belang voor de ruimtelijke en sociale karakteristiek van de gemeente Rheden. Allereerst gaat het om het in goede staat doorgeven van cultuurhistorisch erfgoed aan volgende generaties. Daarnaast wenst de gemeente zich in te zetten als (hulp)motor om de economische, sociale en klimatologische doelen te bereiken en als verbindende schakel tussen gemeente brede 50 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
beleidsdoelstellingen. De visie is voor de verschillende delen van het erfgoed (landschap, archeologie, bouwkunst en de verhalen) uitgewerkt in de volgende thema's: behoud en ontwikkeling; kennis vermeerderen en delen; promotie en beleving. Naast uiteraard de kerntaak van erfgoed - instandhouding - is de focus de komende jaren gericht op het behalen van de gemeente brede doelen op het gebied van klimaat, toerisme en recreatie en het sociale domein. Met een proactieve houding zal geprobeerd worden het voor eigenaren aantrekkelijk(er) te maken om hun erfgoed te behouden. De gemeenteraad heeft in 2008 de archeologienota Uitgediept vastgesteld. Hierin wordt een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van archeologie verwoordt. Archeologie wordt op grond van deze nota voortaan beschermd via de bestemmingsplannen. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door burgemeester en wethouders bepaald op basis van het advies van de regioarcheoloog die zijn advies opstelt aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode.
In 2013 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten met toelichting die bij de nota horen vastgesteld. Deze kaarten dienden als basis voor het geldende bestemmingsplan Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is archeologisch onderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.5 is daar nader opgegaan.
3.4.5 Milieuzonering In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 die op 26 mei 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. Ten aanzien van dit aspect wordt de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering gehanteerd. In nieuwe situaties wordt getoetst aan de richtafstanden. Afwijken van die afstanden is mogelijk mits gemotiveerd (met een onderzoek). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ook bestaande situaties beoordeeld. Bestaande bedrijven worden in principe zo bestemd dat zij minimaal kunnen blijven functioneren. Tenzij sprake is van een milieuknelpunt en bedrijfsbeëindiging is gewaarborgd. In paragraaf 4.11 wordt hier nader op ingegaan.
3.4.6 Bodemkwaliteit De Nota Bodembeheer en de achterliggende bodemkwaliteitskaart zijn op 31 mei 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Nota Bodembeheer is in 2020 voor het laatst geactualiseerd. Deze actualisatie is vastgesteld op 22 december 2020. . Op de (geactualiseerde) bodemkwaliteitskaart is de mate van diffuse bodemverontreiniging aangegeven. Deze diffuse bodemverontreiniging is niet toe te wijzen aan een specifieke bron, zoals een tankstation of een smederij. In de Nota 51 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Bodembeheer is vastgelegd hoe met deze diffuse bodemverontreiniging dient te worden omgegaan. De wijze waarop met bodemverontreiniging wordt omgegaan bij het opstellen van bestemmingsplannen is door de gemeenteraad op 26 mei 2015, vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015. Deze werkwijze is gebruikt bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de gegeven bestemmingen. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt bodemonderzoek uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in paragraaf 4.1.
3.4.7 Groen In het gemeentelijke Groenstructuurplan uit 2002 en de Beleidsnota Bomen uit 2005 is de leidraad dat de groene kenmerken en karakteristieken in de dorpen en deelgebieden worden versterkt. Binnen het plangebied zijn geen groenelementen opgenomen die onderdeel uitmaken van het raamwerk Velp. Wel grenzen er bomenlanen aan de noord- en oostzijde van het plangebied. Deze lanen worden niet aangepast. Binnen het plangebied wordt wel een deel van de bestaande bomen behouden en er wordt veel groen, waaronder bomenlanen, toegevoegd.
3.4.8 Biodiversiteit Het college en de gemeenteraad van de gemeente Rheden hebben besloten om hoog in te zetten op de biodiversiteit middels de inzet van een gemeentelijk biodiversiteitsplan. Het plan is in juni 2022 vastgesteld met een hoge ambitie. Een ontwikkeling vanuit dit beleid is het behouden en herstellen van de biodiversiteit en het natuurinclusief ontwerpen en inrichten van projecten aan de hand van een puntensysteem. Momenteel wordt gewerkt aan het puntensysteem, deze is nog niet gereed. Gelet op de biodiversiteitsambities wordt het natuurinclusief bouwen en inrichten als uitgangspunt gehanteerd in de inrichting en ontwikkeling van het project. In de nieuwbouw worden voorzieningen gecreëerd voor flora en fauna en elementen als gevelbegroeiing en groene daken. In de openbare ruimte, buitenruimte worden maatregelen opgenomen/ uitgewerkt die bijdragen aan de biodiversiteit zoals het toepassen van inheemse hagen, natuurlijke beplanting en nest- en schuilgelegenheid voor flora en fauna. Behoud wordt bewerkstelligd door zoveel mogelijk ruigte , struwelen rondom het water te sparen. Met name hier kunnen hoge natuurwaardes bewerkstelligd worden door versterking van natuurlijke elementen en rust voor flora en fauna rondom het water te borgen.
Afscherming (geen verlichting) en schuilgelegenheid kan gerealiseerd worden met vrijkomend natuurlijke elementen zoals het verwerken van dood hout afkomstig van snoei/ kapwerkzaamheden (56 bomen).
52 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
3.4.9 Welstandsnota De welstandsnota vormt samen met het bestemmingsplan het (juridische) kader waaraan een omgevingsvergunning wordt getoetst ten aanzien van de ruimtelijke aanpassing van de gebouwde omgeving. Op 30 mei 2017 heeft de raad de welstandsnota geactualiseerd. Met deze welstandsnota zijn de gemeente, ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. De nota is alleen daar van toepassing waar het algemeen belang van de leefomgeving groot is. Daar waar het niet nodig is, geeft de nota ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer en inwoner voor de verschijningsvorm van een bouwwerk. Hiermee wordt de regelgeving ten aanzien van welstand beperkt tot de hoogstnodige welstandscriteria zonder dat de kwaliteit van de bebouwde omgeving achteruit gaat. De nota is digitaal beschikbaar via de website www.welstandsnotas.nl/rheden. Hier kan iedereen de nota op adres raadplegen. Ten behoeve van de ontwikkeling in het IJssel District wordt een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingskader voor de omgevingsvergunningen.
3.4.10
Conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.
53 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
54 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten
Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt verantwoording afgelegd volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro inzake de onderbouwing van de behoefte. In de paragrafen 4.1 tot en met 4.14 zijn de voorgenomen ontwikkelingen getoetst aan diverse aspecten. Per paragraaf is eerst het toetsingskader aangegeven, gevolgd door de beoordeling en de conclusie. In het kader van de Masterplan IJssel District is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd door Sweco. Hierin is voor het gehele onderzoeksgebied de haalbaarheid op milieukundig vlak van het IJssel District op hoofdlijnen onderzocht, middels verschillende quickscans. Uit deze haalbaarheidsstudie zijn verschillende aandachtspunten gekomen, waar rekening mee is gehouden bij de verdere programmering en stedenbouwkundige inrichting van het plangebied. Op onderstaande afbeelding geeft het witte kader de begrenzing van het onderzoeksgebied aan en het roze kader begrenst het plangebied.
Onderscheidt tussen onderzoeksgebied (wit) en plangebied (roze) (bron: SVP, Ontwikkelplan IJssel District maart 2023).
55 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
4.1
Bodem Kader Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan 5 jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de bouwvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. In de praktijk worden deze onderzoeken vaak gecombineerd. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Beoordeling Voor het Masterplan IJssel District is een historisch bodemonderzoek 4 uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) in het onderzoeksgebied in kaart te brengen. Op basis van de verzamelde informatie zijn een aantal conclusies getrokken over de te verwachten bodemkwaliteit in het plangebied.
Allereerst wordt geconcludeerd dat in de zuidoostelijke hoek van het plangebied, ter plaatse van het terrein van het Esso tankstation, mogelijk een restverontreiniging met brandstof gerelateerde producten aanwezig is. Deze gronden maken geen deel uit van het plangebied. Tevens wordt geconcludeerd dat de voormalige sloten en weg worden aangemerkt als verdachte locaties, omdat hier bij de demping en aanleg mogelijk bodemverontreinigende materialen of verontreinigde grond zijn toegepast. Op de rest van de onderzoekslocatie worden geen verhoogde gehalten verwacht in de grond of het grondwater van de stoffen waar volgens de NEN5740 de bodem in een verkennend onderzoek op moet worden onderzocht. Vanwege het (bedrijfsmatige) gebruik geldt de gehele onderzoekslocatie als een verdachte locatie. De locatie wordt ook als verdacht aangemerkt op het voorkomen van asbest in de bodem. De bebouwing is immers gebouwd in de periode 1970-1980, toen asbest veelvuldig werd gebruikt bij de bouw van allerlei soorten gebouwen. In juli 2023 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de gehele locatie (zie Bijlage 6). In dit onderzoek zijn de volgende locaties als verdachte deellocatie onderzocht: Voormalige kleine brandplaats; Voormalige weg; Gedempte watergangen.
Aangezien het in het historische onderzoek genoemde bedrijfsmatige gebruik zich 56 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
slechts beperkt tot onverdachte activiteiten (kantoor, ziekenhuis, wonen en parkeerterrein), is de rest van het terrein onderzocht als onverdachte locatie geheel onderzocht. Asbest is ook meegenomen in het onderzoek. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt het volgende: bij de voormalige brandplaats zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen; ter plaatse van de voormalige weg is in de grond een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen; ter plaatse van de gedempte watergangen zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetroffen; ter plaatse van het 'overig terrein' zijn zowel in de boven- als ondergrond licht verhoogde gehalten zware metalen, PAK, minerale olie en PCB aangetroffen; het grondwater is licht verontreinigd met barium; er is vrijwel geen puin(fundering) aangetroffen. Alleen een klein stukje voor het gemeentelijke fietsenhok. Hierin is geen asbest aangetroffen
De gehele locatie is dus licht verontreinigd. Deze lichte verontreiniging is geen belemmering voor welk gebruik dan ook. Opgemerkt moet worden dat op het terrein is ter plaatse van het voormalige ziekenhuis sprake is van een flinke maaiveld verhoging. Voorliggend bodemonderzoek zegt alleen iets over de bovenste 2 meter van het terrein en dus ook van de ophoging. De ophoging is hoger. Tijdens dit bodemonderzoek is dus niet de gehele ophoging en ook niet de oorspronkelijke bodem onder de ophoging onderzocht. Er is geen aanleiding om te verwachten dat die grond een andere kwaliteit zou hebben van de rest van het terrein. Echter, indien die voor de ontwikkeling moet worden afgegraven en van het terrein moet worden afgevoerd, kan het bodemonderzoek daarvoor niet als kwaliteitsverklaring dienen. Er zal in dat geval nog een partijkeuring moeten plaatsvinden. Indien de waterpartij of watergangen worden gedempt, wordt geadviseerd om voorafgaand onderzoek uit te voeren conform NEN5720. Hierbij kan dan ook direct een inmeting van de aanwezige sliblaag plaatsvinden. Conclusie Het aspect bodem is voldoende onderzocht. De bodemkwaliteit is geschikt voor elk gebruik.
4.2
Geluid Kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. 57
V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen.
In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. Beoordeling De gemeente Rheden heeft op basis van een verkeerslawaaimodel een contourenkaart opgesteld (zie onderstaande figuur). Op deze kaart is de (cumulatieve) geluidbelasting weergegeven van de verschillende wegen.
58 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Geluidcontouren binnen het onderzoeksgebied (bron: Haalbaarheidsstudie, Sweco, 2022) Uit de geluidcontourenkaart blijkt dat voor alle clusters geldt dat deze te maken hebben met geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeurswaarde (48dB). Dit betekent dat voor woningbouw een hogere waarden besluit nodig is. Hierbij moet rekeningen worden gehouden dat voor de snelweg A12 maximaal tot 53 dB als hogere waarde kan worden verleend. Hiertoe dient aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek is uitgevoerd en de bevindingen zijn navolgend uiteengezet.
59 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Nummering bouwvlakken (bron: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, SAB, 2023) Autosnelwegen De maximale geluidbelastingen per gebouw zijn hoger dan de voorkeursgrenswaarde, maar lager dan de maximale ontheffingswaarde. De hoogste overschrijdingen vinden plaats voor de (beoogde) appartementen aan de zuidzijden van fase 2 en 3. Er treden op alle bouwvlakken overschrijdingen op ten gevolge van de snelwegen. Er zijn echter ook geluidsluwe zijden op de bouwvlakken. President Kennedylaan Ten gevolge van de President Kennedylaan wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden op beoogde woningen in fase 3. De maximale ontheffingswaarde wordt in zijn geheel niet overschreden. De hoogste overschrijdingen vinden plaats op de oostgevel van fase 3 direct grenzend aan de President Kennedylaan. Er zijn ook geluidsluwe gevels. Op fase 1 en 2 treden geen overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op. 60 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Waterstraat Ten gevolge van de Waterstraat wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden op fase 1. De maximale ontheffingswaarde wordt in zijn geheel niet overschreden. De hoogste overschrijdingen vinden plaats op de noordgevel van fase 1. Fase 1 heeft ook geluidsluwe zijden. Er treden geen overschrijdingen op de hoogbouw van het ziekenhuis op. IJsseloordweg (N325), Lepelaarstraat en Reigerstraat Ten gevolge van de overige gezoneerde wegen IJsseloordweg (N325), Lepelaarstraat en Reigerstraat treden geen overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op. Er wordt ten gevolge van de IJsseloordweg (N325), de Lepelaarstraat en de Reigerstraat voldaan aan de Wet geluidhinder. Broekstraat Ten gevolge van de niet-gezoneerde Broekstraat treden overschrijdingen op van de (gehanteerde) voorkeursgrenswaarde op fase 1 en 2. De maximale ontheffingswaarde wordt in zijn geheel niet overschreden. De hoogste geluidbelastingen vinden plaats of de westgevels van fase 1 en 2, welke direct grenzen aan de Broekstraat. Beide fases hebben ook geluidsluwe zijden. Er treden geen overschrijdingen van de (gehanteerde) voorkeursgrenswaarde op de hoogbouw van het ziekenhuis op. Overige niet-gezondeerde wegen Ten gevolge van de overige niet-gezoneerde wegen Aalscholversingel en IJsselstraat treden er geen overschrijdingen van de (gehanteerde) voorkeursgrenswaarde van 48 dB op.
Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening met betrekking tot de overige niet-gezoneerde wegen. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn onderzocht, maar stuiten op bezwaren van financiële, landschappelijke, civieltechnische en stedenbouwkundige aard. Een hogere waarde procedure dient te worden doorlopen conform onderstaande tabel.
Hoogste aan te vragen hogere grenswaarden per bouwvlak Cumulatie en nadere maatregelen bij de ontvanger De voorkeursgrenswaarde wordt bij alle bouwvlakken overschreden door de snelwegen. Tevens treden er overschrijdingen op ten gevolge van de gezoneerde President Kennedylaan, de Waterstraat en de niet-gezoneerde Broekstraat. De cumulatieve geluidsbelasting kan op basis van een goede ruimtelijke ordening van 61 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
belang zijn voor de berekening van de vereiste gevelisolatie. Volgens het Bouwbesluit 2012 moet ter indicatie een akoestische binnenwaarde van 33 dB bij weg- en railverkeerslawaai worden gegarandeerd. In de navolgende tabel is de hoogste gecumuleerde geluidsbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) per bouwvlak op de rand van het bouwvlak weergegeven. Daarnaast is inzicht gegeven in de minimaal benodigde gevelwering om tot een goed woon- en leefklimaat te komen.
Hoogste gecumuleerde geluidbelasting per bouwvlak Voor een overzicht van de gecumuleerde geluidbelastingen per waarneemhoogte wordt verwezen naar de bijlage D uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Conform het gemeentelijkbeleid valt de betreffende locatie onder het type ‘inbreidingslocatie’ aangezien de bestaande bebouwing wordt gesloopt en de beoogde nieuwbouw hiervoor in de plaats komt. Er dient bij het ontwerp één buitenruimte aan de geluidsluwe zijde te liggen. Dove gevels zijn in principe niet noodzakelijk aangezien de maximale ontheffingswaarde in zijn geheel niet wordt overschreden ten gevolge van de snelwegen en de andere gezoneerde wegen. Wel dient bij woningen met een gecumuleerde geluidbelasting tot 63 dB ten minste één geluidluwe gevel aanwezig te zijn. In het geval van een gecumuleerde geluidbelasting vanaf 63 dB dient er ten minste één binnenruimte aan de minst belastte zijde te liggen. Deze voorwaarden kunnen in deze fase van planvorming niet getoetst te worden en zullen in het stedenbouwkundig ontwerp gewaarborgd moeten worden. Conclusie Akoestiek vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Er zal een besluit voor hogere grenswaarden genomen moeten worden en er zal bij de uitwerking van de plannen zorg gedragen moeten worden dat er geluidluwe buitenruimten aanwezig zijn.
4.3
Natuur/ecologie Kader De bescherming van gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten geldt alleen de Wet natuurbescherming.
62 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschaps- elementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone.
Daarnaast worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap. Beoordeling Middels een verkennend natuuronderzoek 5 is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het onderzoeksgebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op nabij gelegen beschermde gebieden. Navolgend worden de conclusies uit het onderzoek uiteengezet. Gebiedsbescherming Voor de inventarisatie van beschermde gebieden op provinciaal niveau is gebruik gemaakt van het geoportaal van provincie Gelderland. Uit het geoportaal blijkt dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van het NNN. Tevens is het plangebied geen onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelzone of andere provinciaal beschermde gebieden. Het plangebied ligt op circa 670 meter van het dichtstbijzijnde ganzenrustgebied en groene ontwikkelingszone (GO). Het Gelders natuurnetwerk (GNN) is net iets verder gelegen, namelijk op circa 740 meter afstand van het plangebied. Tot slot is het plangebied geen onderdeel van de Nationale landschappen. Het zuidelijke deel van het plangebied is op een afstand van 750 meter van het Natura 2000-gebied Rijntakken gelegen.
Op een afstand van ongeveer 1,5 km van het onderzoeksgebied ligt Natura 2000-gebied Veluwe. Binnen een straal van 25 km bevindt zich nog Natura 2000-gebied Landgoederen Brummen (HR) op ongeveer 15 km van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden zijn verder dan 25 km van het 63 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
plangebied gelegen Significante negatieve effecten, zoals verdroging, verontreiniging, optische-, licht- en geluidsverstoring, van de voorgenomen ontwikkeling op Natura 2000-gebieden zijn op voorhand uitgesloten. Er ligt een verkeersknooppunt tussen het plangebied en het dichtsbijzinde Natura 2000-gebied. Er is geen noodzaak tot een nadere beschouwing op deze effectindicatoren. Er is geen noodzaak voor het uitwerken van de zogenaamde voortoets. Gelet op de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in dit Natura 2000-gebied, zijn negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie niet uit te sluiten. Om de effecten hiervan in beeld te brengen, dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd voor de Natura 2000-gebieden. Dit stikstofonderzoek is uitgevoerd en wordt verderop in deze paragraaf besproken. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming biedt mogelijk belemmeringen voor de voorgenomen (her)ontwikkeling van het IJssel District. Er zijn soorten aanwezig of te verwachten binnen de invloedssfeer van de voorgenomen (her)ontwikkeling die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming. Mogelijk worden deze soorten negatief beïnvloed. Op onderstaande afbeelding is een overzicht van de verschillende clusters weergegeven en in de navolgende tabel is per cluster een overzicht van de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten weergegeven.
64 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Het onderzoeksgebied, onderverdeeld in bouwplots A tot en met H (bron: Verkennend natuuronderzoek, Sweco, 2022)
65 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten, per bouwplot (bron: Verkennend natuuronderzoek, Sweco, 2022) Door de aanwezigheid van blad aan de bomen, konden de bomen niet in voldoende mate geïnspecteerd worden op aanwezigheid van vogelnesten en holtes en kieren in bomen waar eekhoorn en/of vleermuizen in zouden kunnen verblijven. In het verkennende natuuronderzoek is een aanvullend bezoek geadviseerd in de winter, 66 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
waarbij nesten en holtes in bomen beter zichtbaar zijn. In februari 2023 is er aanvullend onderzoek uitgevoerd 6. Uit het aanvullende bezoek is gebleken dat aanwezigheid van geschikte broedgelegenheid van boomvalk, sperwer en slechtvalk kan worden uitgesloten. Tevens is de aanwezigheid van nesten van de eekhoorn uitgesloten. Er zijn geen boomholtes aanwezig die kunnen dienen als vaste rust- of voortplantingsplaats voor vleermuizen. Ook de eitjes van de sleedoornpage zijn niet waargenomen, waardoor voortplanting binnen het plangebied uitgesloten kan worden. Er dient echter wel rekening te worden gehouden met de broedende vogels in het broedseizoen (globaal van half maart tot augustus). Van belang is dat broedende vogels niet zodanig opzettelijk verstoord worden dat de gunstige staat van instandhouding van de soort in het geding komt. Voorafgaand aan verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen, is het uitvoeren van een broedvogelcontrole noodzakelijk. Er is geen aanvullend onderzoek nodig naar bovenstaande soorten en soortgroepen. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor deze soorten is niet noodzakelijk.
Nader onderzoek In het plangebied is nader onderzoek verricht naar de aanwezigheid van groeiplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en overige essentiële elementen van het leefgebied van stijve wolfsmelk, vleermuizen, bever, otter, bunzing, hermelijn, wezel en steenmarter niet kan worden uitgesloten. Uit het onderzoek blijkt dat de soorten stijve wolfsmelk, otter, hermelijn en wezel niet aanwezig zijn. De steenmarter is wel aanwezig in het plangebied, maar essentiële elementen zijn niet aanwezig, waardoor geen sprake is van een overtreding van een verbodsbepaling. Voor deze soort is dan ook geen ontheffing nodig. Wel zijn verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van de volgende soorten aanwezig in of binnen de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden: gewone dwergvleermuis, bever en bunzing. Voor de gewone dwergvleermuis gaan verblijfplaatsen verloren of worden verstoord. Hierbij kunnen worstcase ook dieren gedood of verwond worden. Daarnaast moet te allen tijde voldoende foerageergebied aanwezig blijven om de functionaliteit van de verblijfplaatsen te kunnen waarborgen. Voor de bever geldt dat met de aanlegfase een beverburcht verstoord kan worden, waarbij worstcase ook jongen doodgaan wanneer de ouders vanwege de verstoring de burcht verlaten.
Tenslotte kunnen in de aanlegfase verblijfplaatsen en leefgebied van de bunzing verloren gaan, waarbij worstcase ook individuen verwond of gedood worden. In de gebruiksfase kan mogelijk minder leefgebied overblijven, waardoor de functionaliteit van verblijfplaatsen wordt aangetast. In bovengenoemde gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om de werkzaamheden toch door te laten gaan is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig in combinatie met het treffen van mitigerende maatregelen. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met broedende vogels en de zorgplicht.
67 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Ontheffing aanvragen Het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten (zoals de gewone dwergvleermuis, bever en bunzing) worden verstoord is wettelijk gezien mogelijk als men in het bezit is van een ontheffing Wet natuurbescherming. Een dergelijke ontheffing voor dit project is aangevraagd bij de provincie Gelderland. Ten behoeve van de aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming is een projectplan opgesteld. In dit plan is onder andere de verspreiding van de betreffende beschermde soorten in het plangebied en omgeving verwoord alsmede het (wettelijk) belang van de ingreep onderbouwd. Daarnaast vindt een uitgebreide alternatievenafweging plaats over waarom de verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen niet is te voorkomen. Een ontheffing wordt verleend als voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen om zoveel mogelijk schade aan de gewone dwergvleermuis, bever en bunzing te voorkomen. Ook moeten de verblijfplaatsen die verloren gaan gecompenseerd worden. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met alle broedende vogels en de zorgplicht. De ontheffingsaanvraag voor de Wet natuurbescherming gewone dwergvleermuis, bever en bunzing is ingediend bij de provincie Gelderland. Onderdeel hiervan is een concreet uitgewerkt activiteitenplan, waarvan het mitigatieplan een belangrijk onderdeel is.
Vanuit jurisprudentie moet in het kader van de uitvoerbaarheid van een nieuw bestemmingsplan zicht zijn op een ontheffing Wet natuurbescherming. De gemeente Rheden interpreteert dit dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan een concreet uitgewerkte ontheffingsaanvraag bij de provincie Gelderland moet zijn ingediend. Daar is in dit geval dus sprake van. We gaan er daarmee vanuit dat het plan op dit punt uitvoerbaar is. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling worden in totaal 56 bomen gekapt. Daartegenover staat dat 149 nieuwe bomen worden aangeplant. Onderstaande afbeelding geeft weer welke bomen gekapt worden, welke bomen blijven behouden en waar de nieuwe bomen worden aangeplant.
68 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Bomenkaart (bron: SVP, Ontwikkelplan, 2023). Stikstof In het kader van de Wet Natuurbescherming is de stikstofuitstoot voor de aanleg- en gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Navolgend wordt de conclusie uiteengezet. Rekenjaar 2023, huidige situatie 69 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Uit de uitgevoerde berekeningen voor de huidige situatie blijkt een grootste toename van 0,08 mol stikstof/ha/j op 7.861,62 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de huidige situatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Rekenjaar 2024 Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen voor rekenjaar 2024 een grootste afname van 0,03 mol stikstof/ha/j op 2.775,71 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Rekenjaar 2025 Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen voor rekenjaar 2025 een grootste afname van 0,02 mol stikstof/ha/j op 147,11 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie.
Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Rekenjaar 2026 Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen voor rekenjaar 2026 een grootste afname van 0,02 mol stikstof/ha/j op 574,55 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Rekenjaar 2027 Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen voor rekenjaar 2027 een grootste afname van 0,02 mol stikstof/ha/j op 307,51 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
Rekenjaar 2028 Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen voor rekenjaar 2028 een grootste afname van 0,02 mol stikstof/ha/j op 551,05 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een 70 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Rekenjaar 2029, volledige gebruiksfase Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen voor rekenjaar 2029 een grootste afname van 0,03 mol stikstof/ha/j op 1.583,39 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat aan de hand van de gehanteerde parameters significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd. Conclusie Op basis van het verkennend natuuronderzoek blijkt dat er mogelijk soorten aanwezig of te verwachten zijn die onder de bescherming van de de Wet natuurbescherming vallen. Uit het aanvullende bezoek is gebleken dat aanwezigheid van geschikte broedgelegenheid van boomvalk, sperwer en slechtvalk, nesten van de eekhoorn, boomholtes voor vleermuizen kan worden uitgesloten. Er is een ontheffingsaanvraag voor de Wet natuurbescherming gewone dwergvleermuis, bever en bunzing ingediend bij de provincie Gelderland.
Onderdeel hiervan is een concreet uitgewerkt activiteitenplan, waarvan het mitigatieplan een belangrijk onderdeel is. Verder dient er rekening gehouden te worden met broedende vogels in het broedseizoen (globaal van half maart tot augustus). Er worden geen beschermde gebieden aangetast en er ontstaan geen significant negatieve effecten op stikstofgevoelige natuurgebieden.
4.4
Water 4.4
Water
Rijksbeleid - Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 wordt allereerst de nationale belangen opgesomd: waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 71 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2 arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.
Deze nationale belangen worden aangevuld met drie hoofdambities: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta: Naast bescherming tegen overstromingen is de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is. In het Deltaprogramma is afgesproken dat overheden stresstesten uitvoeren om de risico's in kaart te brengen en een adaptatiestrategie met een uitvoeringsprogramma opstellen. 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta: een goede zoetwatervoorziening is van groot belang voor de economie. Nederland moet in 2050 weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten. Daarom werkt het Rijk in de planperiode van het NWP samen met de zoetwaterregio's en de gebruikers aan maatregelen om ervoor te zorgen dat Nederland ook in droge perioden over voldoende zoetwater beschikt voor bijvoorbeeld landbouw, natuur, historisch groen, industrie en scheepvaart. 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. In de planperiode van het NWP wordt gewerkt aan structurele vermindering van lozingen en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via het Actieprogramma PFAS in water. Het beleid voor grondwaterkwaliteit is erop gericht verontreiniging van bodem en grondwater zo veel mogelijk te voorkomen.
De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Daarnaast hebben de vijf volgende thema's een centrale rol in dit waterprogramma: 1. Klimaatadaptatie; 2. Waterveiligheid; 3. Zoetwater; 4. Grondwater; 5. Scheepvaart.
Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Daarom zijn voor de rijkswateren in dit Nationaal Waterprogramma gebiedsgerichte uitwerkingen opgenomen. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de RijnMaasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee en Eems-Dollard en de Kanalen in het beheer van het Rijk. Deze zijn verbonden met de diverse gebiedsgerichte programma's en uitwerkingen onder het Nationaal Waterprogramma, zoals de Gebiedsagenda's Grote 72 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
Wateren. Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma's de gebiedsgerichte uitwerking van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de Omgevingsagenda's onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In het coalitieakkoord van eind 2021 is aangegeven dat de komende jaren structureel meer budget wordt uitgetrokken voor instandhouding van wegen, spoor, hoofdwatersysteem en vaarwegen. Het structureel extra budget loopt op via een geleidelijk ingroeimodel. De budgettaire kaders voor instandhouding zijn daarmee verruimd. Voor het Hoofdwatersysteem en het Hoofdvaarwegennet zal IenW binnen deze budgetaire kaders nog aanvullende keuzes moeten maken om de instandhoudingsopgaven op termijn beheersbaar te houden. Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2021 – 2027 Provincie Gelderland is op 26 februari 2019 vastgesteld. In het Provinciaal Waterprogramma 2021-2027 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Gelderland. Het Waterplan is onderverdeeld in drie deelprogramma's: 1. Waterveiligheid: het programma 'Waterveiligheid' draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. 2.
Waterkwaliteit: Dit programma draait om het tegengaan van verontreinigingen en kwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater. De drinkwatervoorzieningen worden ook beschermd. 3. Klimaatadaptatie: de verspilling moet worden aangepakt. De provincie wil een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch).
In het plan zijn deze programma's verder uitgewerkt in maatregelen, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit heeft geleid tot een integrale visie op de ontwikkeling van de provincie Gelderland. In de Omgevingsverordening is onder andere regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen. Voor bestemmingsplannen c.q. wijzigingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken, Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterschappen. Waterschapsbeleid - Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rijn en IJssel Op 21 december 2021 is het waterbeheerprogramma van waterschap (WPB) Rijn en IJssel vastgesteld en vervangt het Waterbeheerplan 2016-2021. In dit waterbeheerprogramma beschrijft het waterschap Rijn en IJssel voor de periode 2022 – 2027 op welke wijze gezorgd wordt voor: een goede bescherming tegen hoog water, een goed functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van 73 V elp Zuid, locatie IJssel District (vastgesteld)
afvalwater. Het waterbeheerprogramma zoekt verbinding met het werk van de provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en het Rijk. Het waterbeheer schept vaak randvoorwaarden voor gebruikers van het water, maar biedt ook mogelijkheden en meerwaarde voor maatschappelijke gebruikers, zoals burgers, agrariërs en terreinbeheerders, ondernemers en (drinkwater)bedrijven, recreanten en de naburige Duitse waterbeheerders. Vanuit de omgevingsverkenning is het beleid voor de planperiode 2022-2027 beschreven voor de primaire taakgebieden van het waterschap: Naar een betere balans tussen nat en droog en gebiedsgerichte aanpak: klimaat robuust gebied; Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water; Afstemming van functies op de draagkracht van het systeem en een gezond watersysteem: gezonde leefomgeving; Afvalvermindering, wendbare keten: Circulaire economie en energietransitie.