CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

2282 GEWIJZIGD Bestemmingsplan Landelijk gebied, locatie Havikerwaard 53, De Steeg (22.82).pdf

Raadsvergadering 29 november 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Landelijk Gebied, Landgoed Middachten: diverse elementen, Locatie Havikerwaard 53 De Steeg (22.82)25.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De kernkwaliteiten per landschap worden omschreven in “Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen', bijlage 6 van Omgevingsverordening Gelderland (december 2018). Nationaal Landschap Veluwe

26

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg In de Omgevingsverordening Gelderland voor de Gelderse Nationale Landschappen zijn de begrenzingen weergegeven van de gebieden, ook zijn er per landschap landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten opgesteld. Bij het omgaan van de kernkwaliteiten in de Nationale Landschappen zijn er verschillende situaties met bijbehorende hoofdafwegingen voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven en bepalingen over wat de provincie en gemeente vraagt. Deze beoordeling wordt gedaan door een basis afwegingsformule van 'ja, mits' en 'nee, tenzij'. De afwegingsformule voorhet plangebied luidt als volgt: Beleidscategorie

Leidend

Nationaal Landschap en GO Groene Ontwikkelingszone (GO)

Afwegingsformule 'Ja-mits': ja voor ontwikkeling van functies die hier thuishoren, mits ontwikkelingen de samenhang tussen de natuurgebieden bevorderen, het functioneren als netwerk versterken en overgangen tussen natuurbestemmingen en andere functies zoneren

Het rustpunt voor recreanten valt binnen de Groene Ontwikkelingszone. Dit betekent dat ontwikkelingen van allerlei aard in principe mogelijk zijn, mits ze voldoen aan hierboven genoemde voorwaarde. Het plaatsen van een picknicktafel en informatievoorziening is een zeer kleinschalige ontwikkeling en heeft geen nadelige gevolgen voor de Groene Ontwikkelingszone. Conclusie Groen en landschap vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 4.1.13 Ecologie Kader Gebiedsbescherming De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.

De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura 2000-gebieden die in het GNN liggen conform de Wet natuurbescherming. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt. De planlocatie ligt op 3 km meter afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe en 20 meter afstand van het Natura 2000-gebied Rijntakken (IJssel). De locatie grenst aan het Natuurnetwerk Nederland Gelderland. Er wordt een inschatting gemaakt of de voorgenomen ingreep mogelijk een negatief effect kan hebben op de beschermde natuurwaarden. De ontwikkelingsdoelen natuur en landschap voor de Groene Ontwikkelingszone zijn samen te vatten tot: • •

ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N348, A348, spoorlijn en Middachterallee 27

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg • • •

ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. landgoedelementen, grafheuvels, ontginningen, houtwallen) en beheersvormen ontwikkeling ecosysteemdiensten

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt bepaalde planten- en diersoorten, onder andere door een verbod op het verstoren of beschadigen van beschermde soorten.

Beoordeling Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk Het projectgebied ligt op beperkte afstand van zowel Natura 2000-gebied Rijntakken en Veluwe als van gebieden aangewezen binnen het Gelders Natuurnetwerk. Omdat er alleen een wijziging van de gebruiksmogelijkheden zal plaatsvinden is er niet de verwachting dat de ontwikkeling zal leiden tot de aantasting van de betreffende natuurgebieden. Volledigheidshalve is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd waaruit blijkt dat de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie zal afnemen (bijlage 1 bij de toelichting). Soortbescherming De voorgenomen ontwikkeling ziet alleen op een wijziging van de gebruiksmogelijkheden van de bestaande bebouwing. De bebouwing heeft niet leeggestaan en is momenteel in gebruik als plattelandswoning. De tuin wordt landschappelijke ingericht met inheemse beplanting. Er worden geen bomen gekapt. Er zijn geen fysieke aanpassingen van het gebouw noodzakelijk. Een onderzoek naar de aanwezige soorten is dan ook niet aan de orde. Stikstof Met de uitspraak van de Raad van State in mei 2019 inzake van Stikstof is het beleidskader nog niet duidelijk. Mede op aanraden van de Provincie Gelderland is met een AERIUS berekening de stikstofuitstoot van zowel de inrichtingswerkzaamheden als de gebruiksfase in beeld gebracht.

Door Bureau Econsultancy is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie in februari 2022 (zie bijlage 1 bij de toelichting). De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2023 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Conclusie Ecologie vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan. 4.1.14 Veiligheid In het vooroverleg van het bestemmingsplan wordt de Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden (VGGM) betrokken. Het verzoek is reeds door de gemeente ter beoordeling voorgelegd aan Brandweer Gelderland Midden (onderdeel van VGGM: Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden). De beoordeling geeft geen aanleiding voor het stellen van aanvullende voorwaarden.

28

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg

Hoofdstuk 5

Beschrijving bestemmingsplan

Zoals in hoofdstuk 1 al is aangehaald, kent onderhavig bestemmingsplan dat volgens de huidige digitale vereisten is opgezet, andere bestemmingen ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan. Ook zijn de laatste wijzigingen in regelgeving en beleid hierin verwerkt. Niet gewijzigd is het uitgangspunt van flexibele bestemmingsplannen. Het geldende bestemmingsplan is hiervoor als uitgangspunt gebruikt. De bestemming Agrarisch met waarden – natuur en landschap geldt voor het volledige plangebied van dit bestemmingsplan. Middels dubbelbestemmingen (archeologie) en functieaanduidingen voor de groepsaccommodatie, vergaderlocatie en plattelandswoning is een specificatie aangegeven voor het gebruik van de gronden en opstallen. Er is getracht te anticiperen op de laatste inzichten op het gebied van bestemmen van percelen en gronden in het buitengebied. In de regels wordt het toegestane gebruik beschreven. Verder valt het plangebied binnen de werkingssfeer van het bestemmingsplan Parapluplan Rheden Archeologie 2013. De krachtens dat plan geldende dubbelbestemmingen voor archeologie zijn overgenomen in het voorliggende plan, met bijbehorend beschermingsregiem.

29

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg

Hoofdstuk 6 6.1

Algemeen

Juridische aspecten

Een bestemmingsplan is een juridisch instrument en bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden vast van de grond en de opstallen. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden.

Daarmee wijkt onderhavig bestemmingsplan in de (benaming van) bestemmingen, gebruikte symbolen en de (opbouw) van regels af van de systematiek zoals die is gehanteerd bij de vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk gebied.

6.2

Procedure bestemmingsplan

De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.

6.3

Verbeelding en regels

De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden.

30

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg 6.3.1

Verbeelding

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 6.3.2. Voor de beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar Hoofdstuk 5 Beschrijving bestemmingsplan. 6.3.2

Regels

De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op de planregels. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.

Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. In dit hoofdstuk worden ook regels gegeven over het ondergronds bouwen. Daarbij zal in voorkomende gevallen door middel van een geohydrologische onderzoek aangetoond moeten worden dat grondwaterstromen niet worden verstoord. De oppervlakte van een ondergrondse ruimte wordt niet meegeteld indien een maximum is gesteld. Ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels: Nota Parkeernormen Rheden 2015. Wat voldoende is, wordt op basis van de normen niet alleen bepaald bij de beoordeling van een bouwaanvraag, maar ook bij een wijziging in het gebruik.

31

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg Voorwaardelijke verplichtingen Landschapsmaatregelen In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, voor het gebied binnen de plangrenzen en opgenomen in een anterieure overeenkomst. Binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan dient de aanleg van de landschapsmaatregelen te hebben plaatsgevonden, conform het 'Landgoed Middachten, inrichtingsplan boerderij Havikerwaard 53, De Steeg' (bijlage 2 bij de regels). De landschapsmaatregelen moeten na realisatie in stand worden gehouden. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Voor zover relevant worden de planregels hierna nog artikelsgewijs nader toegelicht. Begrippen Voor een goede uitleg van de regels moeten de begripsbepalingen correct worden toegepast. Zij bieden uitsluitsel over de gebruikte termen en zijn doorslaggevend bij de interpretatie van de regels. Ten aanzien van het begrip 'bijgebouw' (1.19) kan nog worden opgemerkt dat expliciet niet is gekozen voor de term 'bijbehorend bouwwerk' waar in de Wabo van wordt gesproken. Dit vloeit voort uit de keuze om in beginsel geen functieonderscheid voor te schrijven tussen hoofd- en bijgebouw.

Opgemerkt wordt dat een carport onder het begrip overkapping valt. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe dient te worden gemeten. Bij het toepassen van de betreffende regels (zoals opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit plan) dient dus te worden gemeten conform de aangegeven meetmethodiek. Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap Binnen deze bestemming is het agrarisch gebruik van de gronden geregeld. Daarnaast is binnen deze bestemming een aantal aanduidingen opgenomen voor het toestaan van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De maatvoering hiervoor is opgenomen in de regels van deze bestemming. Waarde - archeologie 1 en 2 Deze dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op het archeologiebeleid in de gemeente Rheden. In de regels van de verschillende dubbelbestemmingen wordt de bescherming van de archeologische waarden geregeld via een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen de aanlegvergunning). Zonder een dergelijke vergunning mag niet zomaar de grond worden geroerd, en daardoor blijven de (mogelijke) archeologische waarden in de grond onaangeroerd. De vergunningsplicht ziet er op toe dat éérst inzicht ontstaat in de mogelijke waarde van de bodem waarna, op basis van een afweging, alsnog een vergunning afgegeven kan worden voor het roeren van de bodem.

Om inzicht in de mogelijke waarde van de bodem op het gebied van archeologie te verkrijgen is onderzoek nodig. Dit onderzoek zal vaak een archeologisch bureauonderzoek zijn gevolgd door een archeologisch booronderzoek. Deze dienen uitgevoerd te worden door deskundige onderzoekers die voldoen aan de benodigde certificeringen. Op basis van die eerste onderzoeken kan vervolgonderzoek nodig zijn (proefsleuvenonderzoek en eventueel opgraven). Indien aangetoond kan worden dat binnen (bepaalde delen van) het te onderzoeken gebied geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn, kan (met betrekking tot deze delen) worden afgezien van archeologisch onderzoek. Voor de verschillende te onderscheiden gebieden geldt dat een omgevingsvergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning genaamd). Waarbij de oppervlakte van de bodemingreep en de diepte ervan bepalen of een omgevingsvergunning nodig is of niet. Er moet dus aan beide criteria worden voldaan voordat een omgevings- vergunning nodig is. De diepte is daarbij maatgevend op het diepste punt (dus een ingreep boven de maatgevende oppervlakte en op één punt dieper dan de maatgevende diepte is vergunningplichtig). 32

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg

De volgende gebieden worden onderscheiden waarbij per gebied het maatgevend minimale oppervlakte (in vierkante meters) wordt aangegeven als ook de maatgevende diepte (in strekkende centimeters). Verwachtingswaarde

categorie-indeling volgens archeologische beleidskaart

onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen

Dubbelbestemming

hoge verwachting

archeologisch gebied met hoge verwachting

groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm

Waarde - Archeologie 1

middelhoge verwachting

archeologisch gebied met middelhoge verwachting

groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm

Waarde - Archeologie 2

Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat al bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. Algemene bouwregels Voor diverse geringe bouwonderdelen geldt, dat deze bij de toets aan de planregels als zodanig buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Hoofdregel is, dat hetgeen bovengronds is toegestaan, ook ondergronds kan worden toegestaan. Daarnaast zijn enkele verbijzonderingen opgenomen. De tekst van de regeling volgt uit het Bro. Algemene gebruiksregels Voor de redactie van dit artikel is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. Verder wordt nog voorzien in een regeling ten aanzien van het parkeren en de parkeernormen. De parkeernormen zijn voor alle bestemmingen van toepassing. Zij zijn als bijlage 1 bij de regels opgenomen en maken als zodanig onderdeel uit van de regels van het voorliggende bestemmingsplan.

Algemene afwijkingsregels Aan burgemeester en wethouders wordt hier de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bestemmingsregels. Evident is dat niet alle afwijkingsregels op alle bestemmingen van toepassing zijn. Voorts is van belang dat het bestaan van de bevoegdheid niet mag leiden tot een automatisme in het afwijken: conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten burgemeester en wethouders de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen. Overigens is de bevoegdheid beperkt in die zin dat geen omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een aantal met name genoemde belangen. Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen zijn de algemene procedureregels van toepassing. Het is nodig deze in het bestemmingsplan te regelen omdat de Awb hierin niet voorziet. Overgangsrecht De redactie van dit recht volgt uit het Bro. Bij het overgangsrecht wordt onderscheid gemaakt naar bouwwerken en gebruik.

33

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg Bij bouwwerken gaat het er om of ze op de peildatum in enigerlei opzicht afwijken van het plan. Doorgaans betreffen die afwijkingen de bouwregels. Ze mogen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na een calamiteit worden herbouwd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot. Bij de vraag of de afwijking wordt vergroot kan ook het gebruik relevant zijn. Van de mogelijkheid tot gedeeltelijke vernieuwing of verandering zijn uitgesloten de illegale bouwwerken. Daaronder worden verstaan de bouwwerken die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning - voor zover vereist - zijn gebouwd in strijd met het toen geldende bestemmingsplan. Voor een vergroting van de inhoud van een bouwwerk met niet meer dan 5% kan met een omgevingsvergunning eenmalig worden afgeweken. Peildatum voor bouwwerken is het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruik is bepaald dat bestaand, met het plan strijdig gebruik mag worden voortgezet. Een uitsluitingsclausule is opgenomen voor gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Deze regel laat de wrakingsjurisprudentie onverlet.

6.4

Vergelijking met geldende bestemmingsplan

Afgezien van de ruimtelijke verschuiving van functies zijn alle bestemmingen en aanduidingen overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied. Indien nodig zijn de regels geactualiseerd naar de laatste inzichten.

6.5

Reikwijdte bestemmingsplan

Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevings- vergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.

6.6

Handhaving

Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.

34

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: a. het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, en b. het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en c. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of d. één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: 1. het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of 2. er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of 3. de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen. De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt.

Burgemeester en wethouders hebben ter zake van planschade een verordening vastgesteld. beoordeling Onderhavig bestemmingsplan betreft deels een private ontwikkeling en deels een actualisatie van het geldende bestemmingsplan. Waarbij in beginsel wordt aangesloten op het bestaande. De nieuwe ontwikkelingen zijn met name de wijziging van de gebruiksmogelijkheden ten behoeve van een groepsaccommodatie en een kleinschalige vergaderlocatie. In hoofdstuk 5 wordt verder aangegeven hoe is omgegaan met actuele inzichten ten aanzien van plansystematiek en de gemaakte keuzes. conclusie Het verhaal van kosten is gedekt door middel van leges, een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat gezien de beperktheid van de aanpassingen in de regels en verbeelding en de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan geen zodanige waardeveranderingen worden voorzien dat zij niet gedragen kunnen worden. Gelet op het vorenstaande is de economische uitvoerbaarheid verzekerd.

35

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg

Hoofdstuk 8 8.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak

kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. beoordeling Gezien de aard van onderhavig bestemmingsplan waarbij de bestaande mogelijkheden uitgangspunt zijn, de nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk zijn en o.a. de wijzigingen in de standaardplanmethodiek in de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan bekend zijn gemaakt en ter inzage hebben gelegen, bestaat geen aanleiding om onverplicht inspraak te geven. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan voor de wijziging van de gebruiksmogelijkheden binnen de bestaande bebouwing zijn geen zienswijze ingediend. conclusie Volstaan is met de wettelijke procedure zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening.

8.2

Vooroverleg

kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. beoordeling De provincie Gelderland reageert dat in dit plan geen provinciaal belang speelt. De verharding binnen het plan neemt af, dat betekent dat er geen extra bergingsopgaven nodig zijn. Derhalve zijn er ook geen opmerkingen van het Waterschap Rijn en IJssel ten aanzien van het plan conclusie Op basis van de resultaten van het vooroverleg kan het ontwerpbestemmingsplan als ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen worden gelegd.

8.3

Zienswijzen

Het Besluit ruimtelijke ordening voorziet erin dat, voordat de formele procedure wordt gestart met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, wordt kennis gegeven van het voornemen om een bestemmingsplan te vervaardigen. De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan is ingevolge de Wet ruimtelijke ordening op 29 juni 2022 bekendgemaakt in de Regiobode, de Staatscourant en in het elektronische Gemeenteblad. Gedurende de termijn van terinzagelegging van donderdag 30 juni tot en met woensdag 10 augustus 2022 heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen. In deze periode was het bestemmingsplan via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal te raadplegen. De analoge versie lag ter inzage in het gemeentehuis. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Het bestemmingsplan kan aan de raad worden voorgelegd ter vaststelling. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor beroep ter visie gelegd.

36

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Stikstofdepositieonderzoek

37

ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE HAVIKERWAARD 53 TE DE STEEG

Onderzoek stikstofdepositie Havikerwaard 53 te De Steeg Opdrachtgever

Landgoed Middachten Landgoed Middachten 3 6994 JC De Steeg

Rapportnummer Versienummer Datum Vestiging

13803.001 D3 22 februari 2022 Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

R.M.P. Bouten, MSc 06-36074310 R.Bouten@econsultancy.nl

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

Dhr. S.D.F. Slange, MSc

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING .................................................................................................................................. 1 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 2

2

TOETSINGSKADER ................................................................................................................... 3

3

UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................. 3 3.1

3.2

4

Referentiesituatie .............................................................................................................. 3 3.1.1 Verkeersbewegingen .......................................................................................... 4 3.1.2 Verwarming pand ............................................................................................... 4 Gebruiksfase..................................................................................................................... 6 3.2.1 Verkeersbewegingen .......................................................................................... 6 3.2.2 Verwarming pand ............................................................................................... 6

BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING ........................................................................ 7

BIJLAGEN: 13803.001

1. - AERIUS verschilberekening referentiesituatie en toekomstig gebruik

SAMENVATTING Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging aan de Havikerwaard 53 te De Steeg heeft Econsultancy onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. De initiatiefnemer is voornemens de bestemming van de bestaande plattelandswoning te verruimen waarbij ook recreatie (vakantiewoning) mogelijk is. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Neemt de stikstofdepositie – ten opzichte van de referentiesituatie (de feitelijk bestaande en planologisch legaal aanwezige situatie) – niet toe, dan is op voorhand duidelijk dat negatieve effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. De relevante emissies van stikstofoxiden (NO x) en ammoniak (NH3) tijdens de referentiesituatie (bestaande woning) vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar de woning en het gasverbruik. De relevante emissies tijdens de toekomstige gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen en het gasverbruik.

De verschilberekening tussen de referentiesituatie en de toekomstige gebruiksfase met peiljaar 2023 is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (2021.0.4.). Uit de verschilberekening is gebleken dat er in de toekomstige situatie geen significante toename in stikstofdepositie plaatsvindt ten opzichte van de referentiesituatie. Hiermee kunnen negatieve effecten op de omliggende Natura 2000-gebieden worden uitgesloten.

R 13803.001 versie D3

Pagina 1 van 7

1

INLEIDING

Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging aan de Havikerwaard 53 te De Steeg heeft Econsultancy onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. De initiatiefnemer is voornemens de bestemming van de bestaande plattelandswoning te verruimen waarbij ook recreatie (vakantiewoning) mogelijk is. Binnen de recreatiewoning zal een gezamenlijke ruimte worden gerealiseerd. Daarnaast wordt er een rustpunt met picknicktafel gerealiseerd. In figuur 1.1 is de situering van het plan weergegeven.

Figuur 1.1

Situering plangebied

Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 20 meter afstand van het plan. Op circa 3 kilometer afstand ligt tevens het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’.

R 13803.001 versie D3

Pagina 2 van 7

2

TOETSINGSKADER

De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geen significante toename Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000gebieden. Met het programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NO x) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000gebieden inzichtelijk gemaakt. Neemt de stikstofdepositie – ten opzichte van de referentiesituatie (de feitelijk bestaande en planologisch legaal aanwezige situatie) – niet toe, dan is op voorhand duidelijk dat negatieve effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Referentiesituatie Als referentiesituatie voor bestemmingsplannen heeft, op basis van vaste jurisprudentie 1, te gelden de feitelijk bestaande en planologisch legaal aanwezige situatie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan.

Voor onderhavig onderzoek geldt als referentiesituatie de bestaande emissies ten gevolge van de plattelandswoning zoals deze voor de bestemmingsplanwijziging aanwezig zijn.

3

UITGANGSPUNTEN

De initiatiefnemer is voornemens om de bestemming van de huidige agrarische-plattelandswoning te verruimen waardoor ook recreatie (vakantiewoning) mogelijk is. Aangezien hiervoor geen (grootschalige) verbouwing zal plaatsvinden, kan de aanlegfase buiten beschouwing worden gelaten. In onderhavig onderzoek zal het effect van het nieuwe gebruik inzichtelijk worden gemaakt. Uit een verkennend vooronderzoek is gebleken dat de vakantiewoning, op zichzelf, tijdens de toekomstige gebruiksfase voor een planeffect boven de 0,00 mol/ha/jaar zal zorgen. In onderhavig onderzoek is onderzocht of negatieve effecten van de toekomstige gebruiksfase afgezet kunnen worden tegen de emissies en deposities van de huidige plattelandswoning, waarbij er geen toename in depositie dient te zijn. Om dit aan te kunnen tonen is er een verschilberekening uitgevoerd waarbij de referentiesituatie (huidige woning) vergeleken is met het planeffect van de gebruiksfase. 3.1 Referentiesituatie Als referentiesituatie dient de feitelijk bestaande en planologisch legaal aanwezige situatie ten tijde van de vaststelling van de bestemmingsplanwijziging inzichtelijk te worden gemaakt. Uitgangspunt is dat de huidige feitelijk bestaande en planologisch legale situatie niet meer zal veranderen tot de vaststelling van de bestemmingsplanwijziging.

Als referentiesituatie worden de huidige emissies van de agrarische-plattelandswoning beschouwd. De emissies ten gevolge van het naastgelegen agrarisch bedrijf worden niet in het onderzoek betrokken aangezien deze situatie niet zal wijzigingen ten opzichte van het huidige gebruik.

1 ABRS 9 september 2020, 2020:2170

R 13803.001 versie D3

Pagina 3 van 7

De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de referentiesituatie vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar de woning en het gasverbruik. De uitgangspunten voor de berekening zijn in overleg met de opdrachtgever tot stand gekomen en aangevuld op basis van kengetallen. 3.1.1 Verkeersbewegingen De verkeersgeneratie van de bestaande woning is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie. De gemeente Rheden is conform de demografisch kencijfers van het CBS, aan te merken als een matig stedelijke gemeente. De locatie van het plan is gelegen in de stedelijke zone ‘buitengebied’. In tabel 3.1 is de berekening van de verkeersgeneratie van de bestaande agrarische-plattelandswoning opgenomen. Tabel 3.1 verkeersgeneratie bestaande woning

functie koop, vrijstaand

plan 1 woning

eenheid 1 woning

verkeersgeneratie per eenheid min max 7.8 8.6

verkeersgeneratieplan min max gem 7.8 8.6 8.2

Uitgaande van de gemiddelde bandbreedte genereert de bestaande woning 8,2 verkeersbewegingen per weekdag. Het verkeer kan zich op de Havikerwaard in zowel noordwestelijke als noordoostelijke richting begeven. In het onderhavig onderzoek wordt er als worstcasescenario van uitgegaan dat de helft van de verkeersbewegingen richting het noordwesten zullen gaan en de andere helft richting het noordoosten. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie2, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer.’ De provincie Gelderland hanteert als vuistregelen dat licht verkeer buiten de bebouwde kom na 80 meter is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In onderhavig onderzoek is het verkeer in beide richtingen derhalve 80 meter meegenomen. Hierna zal het verkeer volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 3.1.2 Verwarming pand De huidige woning wordt verwarmd met behulp van een Cv-installatie op aardgas en een houtkachel. Voor beide gevallen zijn er geen gegevens beschikbaar met betrekking tot het verbruik.

Een houtkachel zorgt echter voor een hogere stikstofdepositie, aangezien de verbranding van het hout minder efficiënt is dan de verbranding van aardgas in de Cv-installatie. Voor de berekening wordt er derhalve, worstcase, van uitgegaan dat de gehele woning met behulp van aardgas verwarmd wordt in het huidig gebruik. Daarnaast zal het gebruik van de kachel niet toenemen tijdens het toekomstig gebruik. De bestaande woning bestrijkt een oppervlakte van 450 m 2. Een gemiddelde vrijstaande woning heeft een oppervlak3 van 164 m2 en een gasverbruik4 van circa 2.200 m 3 per jaar. De bestaande woning is circa 2,5 keer zo groot als een gemiddelde vrijstaande woning. Omdat het gasverbruik niet alleen afhankelijk is van het oppervlakte is het gemiddeld gasverbruik van de woning niet vermenigvuldigd Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021, versie 2021 1, januari 2022. 3 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Vrijstaande woning, verkregen op 04-11-2020, van /www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/. 4 Essent, Het gemiddelde gasverbruik in Nederland, verkregen op 04-11-2020, van https://www.essent.nl/kennisbank/energiebesparen/inzicht-in-verbruik/gemiddelde-gasverbruik.

R 13803.001 versie D3

Pagina 4 van 7

met 2,5, maar met 2. Voor de berekening is derhalve een gasverbruik van 4.400 m 3 per jaar gehanteerd. Voor de referentiesituatie is hiermee een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt aangezien het gasverbruik van de relatief oude woning in de praktijk waarschijnlijk hoger zal zijn dan hier is gehanteerd. De stikstofemissie welke vrijkomt bij de verbranding van 4.400 m 3 wordt berekend aan de hand van de calorische onderwaarde van gas en de emissiefactoren van de ketels. De calorische onderwaarde van aardgas in Nederland bedraagt 31.650 kJ/m³, waardoor bij verbranding voor de verwarming van de woning circa 139 GJ aan warmte wordt afgeleverd. Een 6 jaar oud verwarmings/warmwatertoestel emitteert gemiddeld 21 g NOx per GJ5. De emissies welke veroorzaakt worden bij de verbranding van het aardgas komen overeen met 2,92 kg NOx per jaar. In figuur 3.1 zijn de emissiebronnen van de referentiesituatie weergegeven. Het verkeer is weergegeven met de groene en gele lijnbronnen. Bron 4 betreft de emissies ten gevolge van de verbranding van het aardgas voor de verwarming van het pand. In bijlage 1 is de AERIUS (verschil)berekening opgenomen. Hierin zijn de emissiebronnen en invoergegevens nader uitgewerkt.

Figuur 3.1

Emissiebronnen referentiesituatie

5 TNO-rapport 2014 R10584, Update NOx-emissiefactoren kleine vuurhaarden - glastuinbouw en huishoudens - 31 maart 2014

R 13803.001 versie D3

Pagina 5 van 7

3.2 Gebruiksfase Met de bestemmingsplanwijziging zal het gebruik van de bestaande agrarische-plattelandswoning verruimt worden met recreatief gebruik. Beide functies kunnen in de toekomst nog bestaan. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de toekomstige gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen en het gasverbruik. De gezamenlijk ruimte in de recreatiewoning zal niet separaat verhuurd worden en is uitsluitend bedoeld voor de huurders van de vakantiewoning. De gezamenlijke ruimte, alsmede de rust-/picknickplaats aan de weg, zullen niet voor extra emissies zorgen en zijn derhalve niet meegenomen in de berekening. De benodigde gegevens voor de gebruiksfase zijn aangeleverd door de opdrachtgever. 3.2.1 Verkeersbewegingen Zowel de functie wonen als recreatie kunnen in de toekomstige situatie vervuld worden. Echter is het niet mogelijk dat beide functies tegelijkertijd in gebruik zijn. Bij verhuur van de vakantiewoning kan de plattelandswoning niet in gebruik zijn, omdat het om hetzelfde pand gaat. Om een worstcasescenario inzichtelijk te maken zijn voor de bepaling van het gemiddelde verkeer beide functies meegenomen, als ware het gelijktijdig gebruik. Voor de bepaling van de verkeersgeneratie van de plattelandswoning wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1. en tabel 3.2.

De verkeersgeneratie van de vakantiewoning is bepaald aan de hand van de aangeleverde uitgangspunten. De vakantiewoning is geschikt voor gebruik door 10 tot 12 personen. Aangezien kengetallen voor dergelijke vakantiewoningen ontbreken is op basis van de kengetallen ten behoeve van een bungalow(park) een inschatting gemaakt van het aantal verkeersbewegingen. De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie met dezelfde gemeente en stedelijkheidsgraad als opgenomen in paragraaf 3.1.1. In tabel 3.1 is de berekening van de verkeersgeneratie van de vakantiewoning weergegeven. Om de vergelijk tussen een bungalow en een vakantiewoning voor 10-12 personen te maken is het kengetal per bungalow gehanteerd. Uitgangspunt hierbij is dat er per bungalow minimaal 2 personen zullen verblijven. Voor de berekening van de verkeersgeneratie van de vakantiewoning voor 10 tot 12 personen is het kengetal per bungalow vermenigvuldigd met 6. Tabel 3.2 verkeersgeneratie gebruiksfase

functie bungalow(park) plattelandswoning

plan eenheid vakantiewoning (12 pers.) per bungalow (2 pers.) 1 woning 1 woning

verkeersgeneratie per eenheid min max 2,6 2,8 7.8 8.6

verkeersgeneratieplan min max gem 15,6 16,8 16,2 7.8 8.6 8.2

Op basis van bovestaande berekening blijkt dat er ten gevolge van de vakantiewoning dagelijks gemiddeld 16,2 verkeersbewegingen kunnen plaatsvinden. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de initiatiefnemer uitgaat van een bezetting van 60%. In onderhavig onderzoek is hier geen rekening mee gehouden. Het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van de vakantiewoning èn de plattelandswoning bedraagt 24,4 verkeersbeweingen per etmaal. Voor de ontsluiting van het verkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1. 3.2.2 Verwarming pand Door de relatief lage bezettingsgraad van een vakantiewoning (60%) wordt verwacht dat het aardgasverbruik ten gevolge van de recreatiefunctie zal afnemen. Het aardgasverbruik zal na realisatie van de vakantiewoning volgens opgave in ieder geval niet toenemen. Het eventuele gebruik van de houtkachel zal tevens niet toenemen. In onderhavig onderzoek is uitsluitend het gasverbruik meegenomen (zie paragraaf 3.1.2).

R 13803.001 versie D3

Pagina 6 van 7

Om een worstcasescenario inzichtelijk te maken wordt het gasverbruik tijdens de gebruiksfase gelijk gesteld aan het gasverbruik van de referentiesituatie. De emissies welke veroorzaakt worden bij de verbranding van het aardgas zijn 2,92 kg NO x per jaar. Voor de achterliggende berekening wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2. Voor de situering van de emissiebronnen wordt verwezen naar figuur 3.1. In bijlage 1 is de AERIUS (verschil)berekening opgenomen. Hierin zijn de emissiebronnen en invoergegevens nader uitgewerkt.

4

BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING

De verschilberekening tussen de referentiesituatie en de toekomstige gebruiksfase met peiljaar 2023 is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (2021.0.4.). De berekening is bijgevoegd in bijlage 1. Uit de verschilberekening is gebleken dat er in de toekomstige situatie geen significante toename in stikstofdepositie plaatsvindt ten opzichte van de referentiesituatie. Hiermee kunnen negatieve effecten op de omliggende Natura 2000-gebieden worden uitgesloten.

R 13803.001 versie D3

Pagina 7 van 7

BIJLAGE 1. AERIUS verschilberekening referentiesituatie en toekomstig gebruik

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Econsultancy Havikerwaard 53, 6994 JH De Steeg bestemmingsplanwijziging verschilberekening referentiesituatie (bestaande agrarische-plattelandswoning) en de toekomstige gebruiksfase .

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RrcCgVuqB1Sf 21 februari 2022, 23:26 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022 2023

referentiesituatie - Referentie gebruiksfase - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 0,0 kg/j 0,0 kg/j

Hoogste depositie Hexagon referentiesituatie - Referentie gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

Emissie NOx 3,0 kg/j 3,1 kg/j Gebied

2/8

Projectberekening

gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 4 Wonen en Werken | Woningen | gasverbruik

 Verkeersnetwerk

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

Emissie NH3 Emissie NOx 2,9 kg/j 0,0 kg/j

0,2 kg/j

3/8

Projectberekening

referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 4 Wonen en Werken | Woningen | gasverbruik

 Verkeersnetwerk

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

Emissie NH3 Emissie NOx 2,9 kg/j 0,0 kg/j

0,1 kg/j

4/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

5/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

6/8

Projectberekening

gebruiksfase, Rekenjaar 2023 4 Wonen en Werken | Woningen Naam gasverbruik Uittreedhoogte Locatie 203947, 446477 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

11,0 m 0,000 MW

NOx

2,9 kg/j

7/8

Projectberekening

referentiesituatie, Rekenjaar 2022 4 Wonen en Werken | Woningen Naam gasverbruik Uittreedhoogte Locatie 203947, 446477 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

11,0 m 0,000 MW

NOx

2,9 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

8/8

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Econsultancy Havikerwaard 53, 6994 JH De Steeg bestemmingsplanwijziging verschilberekening referentiesituatie (bestaande agrarische-plattelandswoning) en de toekomstige gebruiksfase .

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RrcCgVuqB1Sf 21 februari 2022, 23:26 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022 2023

referentiesituatie - Referentie gebruiksfase - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 0,0 kg/j 0,0 kg/j

Hoogste depositie Hexagon referentiesituatie - Referentie gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

Emissie NOx 3,0 kg/j 3,1 kg/j Gebied

2/8

Projectberekening

gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 4 Wonen en Werken | Woningen | gasverbruik

 Verkeersnetwerk

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

Emissie NH3 Emissie NOx 2,9 kg/j 0,0 kg/j

0,2 kg/j

3/8

Projectberekening

referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 4 Wonen en Werken | Woningen | gasverbruik

 Verkeersnetwerk

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

Emissie NH3 Emissie NOx 2,9 kg/j 0,0 kg/j

0,1 kg/j

4/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

5/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

6/8

Projectberekening

gebruiksfase, Rekenjaar 2023 4 Wonen en Werken | Woningen Naam gasverbruik Uittreedhoogte Locatie 203947, 446477 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

11,0 m 0,000 MW

NOx

2,9 kg/j

7/8

Projectberekening

referentiesituatie, Rekenjaar 2022 4 Wonen en Werken | Woningen Naam gasverbruik Uittreedhoogte Locatie 203947, 446477 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

11,0 m 0,000 MW

NOx

2,9 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RrcCgVuqB1Sf (21 februari 2022)

8/8

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg

Regels

38

vastgesteld

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Locatie Havikerwaard 53, De Steeg’; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0275.BPLG51-VA01 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van de aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aanduidingsvlak een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden; 1.6 aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.7 achtergevel de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw; 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, inclusief

pensionstallen als ondergeschikte nevenactiviteit; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde; 1.10 bed and breakfast het bieden van kortstondig toeristisch verblijf en ontbijt aan huis; 1.11 bestaand zoals legaal aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan; 1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijgebouw uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.15 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16 bouwgrens de grens van een bouwvlak;

39

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg 1.17 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd; 1.18 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.20 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen metaal of ander materiaal die (in)direct met de grond is verbonden hetzij (in)direct steun vindt in of op de grond; 1.22 bovenbouw een gedeelte van een hoofdgebouw dat moet passen binnen de contour die ontstaat door: 1. een verticale verlenging van twee zijden van het op de verbeelding aangegeven bouwvlak met 1,20 meter, gerekend vanaf de bovenkant van de onderliggende bouwlaag, gevolgd door een schuin vlak met een binnenhoek van 60 graden, en 2. een verticale verlenging van de overige zijden; en welke contour slechts mag worden doorbroken door dakkapellen.

(Binnen deze contour kunnen zich mogelijk één of meer bouwlagen bevinden die niet worden meegeteld bij het aantal bouwlagen bedoeld in de artikelen in hoofdstuk 2 van deze regels); 1.23 evenement periodieke en/of incidentele manifestatie zoals een (ruil)beurs, concert, (jaar)markt, kermis, circus, taptoe, sportmanifestatie, (buurt)feest; 1.24 extensief recreatief medegebruik vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, paardrijden, (water) fietsen en kanoën al dan niet met bijbehorende voorzieningen zoals paden, banken, picknicktafels, wegbewijzering e.d.; 1.25 facilitaire voorzieningen voor het landgoed gebouwen voor beheer en onderhoud voor onder andere opslag van hout en/of materieel, zaagmachines, sanitaire voorzieningen en biogasinstallatie voor het kasteel; 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.27 groepsaccommodatie een groepsverblijf met meer dan tien slaapplaatsen, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd door groepen als kort verblijf met een seizoensgebonden karakter; 1.28 grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel ten behoeve van de teelt van gewassen of de weidegang van vee; 1.29 huishouden een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij sprake is van continuïteit is in samenstelling en onderlinge verbondenheid; 1.30 hobbymatig houden van vee het niet bedrijfsmatig en voor eigen particulier en hobbymatig gebruik houden van geringe aantallen vee zoals koeien, paarden en schapen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=dd14af05-5ef1-4daa-8382-9ef48f789412