2282 GEWIJZIGD Bestemmingsplan Landelijk gebied, locatie Havikerwaard 53, De Steeg (22.82).pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan: Landelijk gebied, locatie Havikerwaard 53, De Steeg
IDN: NL.IMRO.0275.BPLG51-VA01 Datum: 7 november 2022 Versie: vastgesteld
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding bestemmingsplan 1.3 Ligging plangebied 1.4 Geldende bestemmingsplannen
5 5 6 6 7
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1 De locatie 2.2 Gewenste situatie 2.3 Afweging
9 9 10 11
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
12 12 13 14
Hoofdstuk 4 Haalbaarheid 4.1 Onderzoeken
19 19
Hoofdstuk 5
29
Beschrijving bestemmingsplan
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten 6.1 Algemeen 6.2 Procedure bestemmingsplan 6.3 Verbeelding en regels 6.4 Vergelijking met geldende bestemmingsplan 6.5 Reikwijdte bestemmingsplan 6.6 Handhaving
30 30 30 30 34 34 34
Hoofdstuk 7
35
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Inspraak 8.2 Vooroverleg 8.3 Zienswijzen
36 36 36 36
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Rapport stikstofdepositieonderzoek
37
Regels
38
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
39 39 42
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden – Natuur en landschap Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waterstaat – Waterstaatkundige functie
43 43 46 48 50
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels
51 51 52 53 54 55
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
56 56 57
2
vastgesteld
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Bijlage bij regels Bijlage 1
Nota parkeernormen Rheden 2015
Bijlage 2
Inrichtingsplan: ‘Landgoed Middachten, Erfinrichtingsplan boerderij Havikerwaard 53, De Steeg’
vastgesteld
58
3
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Toelichting
4
vastgesteld
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 1 Leeswijzer
Inleiding
De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. Hoofdstuk
Inhoud
1 Inleiding
Kort wordt ingegaan op de aanleiding en de besluitvorming die voorafgingen aan de start van de bestemmingsplanherziening.
2 Beschrijving van het plan
Hier wordt aan de hand van diverse aspecten de huidige stand van zaken van het plangebied beschreven en de toekomstige.
3 Beleid
Aangegeven wordt binnen welke beleidskaders en regels van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld.
4 Haalbaarheid
Hier vindt de toets plaats aan beleid en regelgeving.
5 Beschrijving bestemmingsplan
Toegelicht wordt hoe is omgegaan met de geldende waarden en wanneer een bepaalde bestemming is gebruikt.
6 Juridische aspecten
Beschreven wordt de procedure die een bestemmingsplan doorloopt en wordt een toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan, een aantal verschillen ten opzichte van het geldende bestemmingsplan komen aan bod.
7 Economische uitvoerbaarheid
Toegelicht wordt of uitvoering van het bestemmingsplan voor de gemeente haalbaar is.
8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hier wordt beschreven hoe de procedure is verlopen tot de vaststelling van het bestemmingsplan.
1.1
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen aangegeven door middel van kleuren en symbolen, waarbij per object regels zijn gegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat juridisch wordt toegestaan. Het digitale plan is bij een verschil ten opzichte van de papieren versie leidend. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status, echter is deze wel relevant voor de onderbouwing van de gemaakte keuze en de interpretatie van het bestemmingsplan.
5
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
1.2
Aanleiding bestemmingsplan
Met het voorliggende bestemmingsplan worden andere gebruiksmogelijkheden geschapen voor de bestaande bebouwing op het perceel Havikerwaard 53, De Steeg. De wijziging van de gebruiksmogelijkheden dragen bij aan de instandhoudingsdoelstellingen van het landgoed Middachten. De wijziging van de gebruiksmogelijkheden zien op de realisatie van een vakantiewoning / groepsaccommodatie voor maximaal 12 personen (gericht op gezinnen) en vergaderlocatie in het woonhuis, de deel, het oude stalletje en de helft van het erf.
1.3
Ligging plangebied
Afbeelding 1: De ligging van het plangebied in de directe omgeving (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Het bestemmingsplan heeft betrekking op een locatie op Landgoed Middachten, gelegen in de gemeente Rheden tussen de dorpen De Steeg en Ellecom. De locatie is onderdeel van het landgoed. Landgoed Middachten behoort met zijn 1000 ha tot de grootste particuliere landgoederen van de Veluwe en Nederland. Het grondgebied van Landgoed Middachten ligt zowel op de hoge gronden van de Veluwe als in de Havikerwaard, in de uiterwaarden van de IJsselvallei. Naar het noorden toe sluiten de Middachter bossen aan bij de Onzalige bossen, onderdeel van het Nationaal Park Veluwezoom. In het westen ligt landgoed Rhederoord en in het oosten Landgoed Hof te Dieren. Het Kasteel Middachten ligt temidden van grote tuinen op korte afstand van De Steeg. Dit dorp is gedeeltelijk op het landgoed ontstaan. De landbouwgronden van het landgoed beslaan een groot deel van de Havikerwaard langs een wijde zuidwaartse bocht van de Gelderse IJssel. Voor de ontstaansgeschiedenis van Landgoed Middachten is het door Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen opgestelde “Beheervisie voor de historische buitenplaats Middachten” (Heerde 2010) als basis gebruikt. Voor de complete geschiedenis van buitenplaats Middachten wordt verwezen naar dit document.
Daarnaast is voor de locatie Havikerwaard 53 door Stichting in Arcadië “Landgoed Middachten, erfinrichtingsplan boerderij Havikerwaard 53, De Steeg opgesteld (bijlage 2 bij de regels).
6
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
1.4
Geldende bestemmingsplannen
Op de locatie zijn twee bestemmingsplannen van kracht. De westzijde van de locatie is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied, gemeente Rheden’ (vastgesteld 27 januari 2009). In afbeelding 2 is met de rode belijning het gedeelte weergegeven dat is gelegen in dit bestemmingsplan. Dit gedeelte van het plangebied is hierin aangeduid als “Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden” met de bijbehorende voorschriften (artikel 2.1).
Afbeelding 2: Geldend bestemmingsplan www.ruimtelijkeplannen.nl).
voor
de
west- en zuidzijde
van
het
plangebied
(bron:
De oostzijde van de locatie is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied, landgoed Middachten’, diverse elementen en Havikerwaard 53, De Steeg” (vastgesteld 27-11-2018). In afbeelding 3 is met de rode belijning het gedeelte weergegeven dat is gelegen in dit bestemmingsplan. Dit gedeelte van het plangebied is hierin aangeduid als ‘Agrarisch’ met de bijbehorende regels (artikel 3). Ook is er een aanduiding opgenomen voor een plattelandswoning.
Afbeelding 3: Geldend bestemmingsplan voor de oostzijde van het plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
7
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Op het plangebied is tevens van toepassing het paraplubestemmingsplan “Archeologie”. Hierin is de locatie aangeduid als ‘Waarde – Archeologie 1’ (artikel 3) en ‘Waarde – Archeologie 2’ (artikel 4). Ook is op het plangebied van toepassing het paraplubestemmingsplan “Huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen”.
8
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het plan
De locatie
Kasteel Middachten en het bijbehorende landgoed grenzen aan de kern van De Steeg, maar kennen toch een heel eigen ligging. Kasteel en tuinen worden omgeven door een stevige groenstructuur en vormen een eigen 'kamer'. Het monumentale kasteelterrein wordt omringd door een ensemble van agrarische bebouwing en werkplaatsen. De beukenlanen vormen een netwerk in de bossen en door de landerijen. De richting van het ensemble (kasteel met tuinen) lijkt georiënteerd op de loop van de IJssel en wijkt duidelijk af van de structuur van De Steeg. Het aanwezige groen en ommuring verhinderen direct contact tussen het kasteel en het dorp. Gelegen op Landgoed Middachten is de boerderij op het perceel Havikerwaard 53. In het verleden is er reeds een bestemmingsplanprocedure doorlopen voor het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een plattelandswoning. Waardoor er ook ‘derden’ die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf mogen wonen in de bedrijfswoning. Onderstaande afbeelding is een luchtfoto van de locatie.
Afbeelding 4: Luchtfoto plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
Het agrarisch bedrijf is nog steeds actief. In het voorliggende bestemmingsplan zijn de geldende planologische mogelijkheden voor het bedrijf overgenomen. Planologisch wordt er voor het agrarisch bedrijf niets gewijzigd. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de bestaande situatie.
9
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Afbeelding 5: Foto’s huidige situatie (bron: Erfinrichtingsplan boerderij Havikerwaard 53 , stichting In Arcadië).
2.2
Gewenste situatie
In onderstaande tekening is globaal aangegeven wat de gewenste situatie is voor het perceel Havikerwaard 53, De Steeg. Het betreft de volgende ingrepen: • • • • •
Een wijziging van de gebruiksmogelijkheden voor de boerderij inclusief bijgebouw voor de realisatie van een vakantiewoning / groepsaccommodatie voor circa 10 a 12 personen; Het erf wordt rondom de boerderij ingericht voor recreatief gebruik, maar met behoud (en versterking) van de landschappelijke waarden; Een wijziging van de gebruiksmogelijkheden voor de boerderij inclusief bijgebouw ten behoeve van een vergaderlocatie; Het perceel wordt landschappelijk versterkt door inheemse landschappelijke beplanting; Aan de overzijde van de weg wordt op het ‘overerf’ een rustpunt met picknicktafel en informatievoorziening over de nevengeul gerealiseerd.
De aanduiding voor een plattelandswoning blijft gehandhaafd, zodat de boerderij ook in de toekomst gebruikt kan blijven worden als plattelandswoning. Ook de mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf blijven ongewijzigd. Voor de volledigheid is het bedrijf wel meegenomen, omdat het planologisch één geheel is en blijft. De wijze van bestemmen laat de plattelandswoning met agrarisch bedrijf toe in combinatie met de recreatieve functie. Dit is echter niet beiden mogelijk door de fysieke situatie (o.a. te klein en hinderlijk). Het terugkeren naar de oude situatie wordt echter niet uitgesloten. Onderstaande afbeelding (uitsnede) geeft een impressie van de beoogde situatie. Het volledige plan is als bijlage 2 bij de regels opgenomen. Door een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan is gewaarborgd dat het inrichtingsplan uitgevoerd wordt. Dit maakt de agrarische bedrijfsfunctie niet meer mogelijk.
10
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Afbeelding 6: Uitsnede erfinrichtingsplan (bron: Erfinrichtingsplan boerderij Havikerwaard 53 , stichting In Arcadië).
2.3
Afweging
Bij het besluit om medewerking te verlenen aan het starten van een bestemmingsplanprocedure, zijn een aantal zaken afgewogen. Ook is de functiewijziging getoetst en kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie Buitengebied. In de Omgevingsvisie is beschreven dat de gemeente meer ruimte wil bieden voor verblijfsrecreatie. Het voorliggende initiatief voorziet daarin. Daarnaast zorgt de realisatie van de picknickplek voor het meer beleefbaar maken van het gebied. Ook dat is een doelstelling binnen de Omgevingsvisie Buitengebied. Voor de ruimtelijke beoordeling is onderzoek uitgevoerd met betrekking tot het aspect stikstof. Dit aspect vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. In Hoofdstuk 4 wordt een en ander toegelicht. Geconcludeerd kan worden dat uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen argumenten voorhanden zijn die het leggen van de gewenste bestemming belemmeren. Gelet op het bovenstaande wil het gemeentebestuur meewerken aan de hierboven beschreven ontwikkeling. Daarvoor is het onderhavige bestemmingsplan in procedure gebracht.
11
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 3
Beleid
In dit hoofdstuk komt vooral het ruimtelijke beleid aan de orde. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan de Rijksoverheid inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen plannen voorzien in de realisatie van verblijfsrecreatie. Daarnaast wordt de locatie landschappelijk ingepast. Hiermee wordt een passende combinatie van functies voorgesteld die aansluit op de kenmerken en identiteit van het gebied. De ontwikkeling past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Monumentenwet 1988 Op basis van de Monumentenwet 1988 is de Historische Buitenplaats Middachten aangewezen als beschermd monument en heeft daarmee een status als rijksmonument.
De waardering als historische buitenplaats zit hem onder andere in de gaafheid van het 17e eeuws bewaarde hoofdgebouw en de ouderdom van de buitenplaats in combinatie met de compleetheid en gaafheid. De grens van de historische buitenplaats ligt net voor de Van Aldenburglaan. Voor de ontstaansgeschiedenis van Landgoed Middachten is het door Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen opgestelde “Beheervisie voor de historische buitenplaats Middachten” (Heerde 2010) als basis gebruikt. Voor de complete geschiedenis van buitenplaats Middachten wordt verwezen naar dit document.
12
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebied mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Het plangebied ligt buiten het Natura 2000-gebied Veluwe. Het Natura 2000-gebied Rijntakken ligt ten zuiden van het plangebied. Het plangebied ligt dan ook buiten het Natura 2000- gebied Rijntakken. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een mogelijk negatief effect hebben op de beschermde habitattypen en leefgebieden van soorten binnen deze Natura 2000-gebieden.
Voor de wijziging van de gebruiksmogelijkheden is voor de volledigheid een stikstofberekening uitgevoerd (bijlage 1 bij de toelichting), waaruit is gebleken dat de beoogde ontwikkeling geen negatief effect heeft op de beschermde habitattypen en leefgebieden van soorten binnen deze Natura 2000-gebieden. Overige externe effecten op het Natura 2000 gebied ten gevolge van de wijziging van het gebruik van de bestaande bebouwing zijn niet te verwachten.
3.2
Provinciaal beleid
Op provinciaal niveau worden hier enige voor het plangebied relevante documenten aangehaald. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten vastgesteld (in werking 1 maart 2019). 'Gaaf' is een woord met twee betekenissen. 'Gaaf' betekent 'mooi' en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard. 'Gaaf' verwijst ook naar dat wat 'cool' en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard. Benoemd wordt wat van waarde is en wat beschermd moet worden. En er wordt richting gegeven aan wat veranderd en ontwikkeld moet worden. Met hulp van 7 onderwerpen wordt gewerkt aan een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland: • • • • • • •
energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat
Een nieuwe Omgevingsverordening kan pas ingaan als de nieuwe Omgevingswet geldt. De invoering van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 juli 2022. Daarom wordt de huidige verordening in de tussentijd op een aantal punten aangepast. De huidige Omgevingsverordening Gelderland is op 24 september 2014 door provinciale staten vastgesteld. De verordening is 16 oktober 2014 gepubliceerd en daags daarna in werking getreden. Op dezelfde dag trad ook de Omgevingsvisie in werking. De Omgevingsverordening Gelderland kent een aantal actualisaties. De laatste dateert van december 2018. Het plangebied is voor een beperkt gedeelte gelegen binnen de 'Groene ontwikkelingszone', zie onderstaande afbeelding.
13
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Afbeelding 7: Uitsnede begrenzing Groene Ontwikkelingszone (bron: Provincie Gelderland).
Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHS en bevat tevens zoekgebieden voor nieuwe natuur. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone vervullen daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein gebied deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie en haar partners streven samen naar een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling.
Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. Het onderhavige plangebied is voor een klein gedeelte aangeduid als Groene Ontwikkelingszone. In de Omgevingsverordening Gelderland is het ruimtelijke beleid zoals dat in de Omgevingsvisie Gelderland is verwoord, deels verankerd. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Deze verordening is bindend voor de gemeente.
3.3
Gemeentelijk beleid
Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang. Cultuurhistorie en archeologie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Verbindend verleden erfgoednota Rheden vastgesteld (inclusief de erfgoedverordening), als het vervolg op de Erfgoednota Levend Verleden uit 2012. In de nota is het integraal erfgoedbeleid over de jaren 2017-2021 vastgelegd waarin niet alleen de zorg voor monumenten maar ook de zorg voor archeologie, het historisch landschap en het immaterieel erfgoed centraal staat, alles in nadrukkelijke relatie tot het ruimtelijk beleid van de gemeente. Om de bijzondere identiteit van Rheden te behouden, is in de nota de volgende visie geformuleerd:
14
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg "Wij willen het cultuurhistorisch erfgoed in stand houden zodat dit op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generaties en een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Hoe dit te doen, is mede gebaseerd op de dorpsvisies, de raadsvisie 'Rheden 2020' en het beleidsplan van het college 2014-2018 'Rheden is van ons allen'. De visie sluit aan op het erfgoeden ruimtelijk beleid van provincie en rijk. Daarnaast is rekening gehouden met maatschappelijke ontwikkelingen zoals ontkerkelijking, klimaatverandering, de opkomst van de vrijetijdseconomie, internetwinkelen, de schaalvergroting in de agrarische sector en de steeds veranderende rol van de overheid. Er moet met zorg worden gekeken hoe het eigen karakter van de gemeente kan worden behouden onder invloed van deze ontwikkelingen.” Er wordt met name ingezet op de volgende aspecten: • • • •
het historisch landschap; levend erfgoed, de verhalen; archeologie; historische bouwkunst;
Een overzicht van de voornemens is opgenomen in de bij de nota opgenomen uitvoeringsagenda. Het betreft de voornemens binnen de huidige personele en financiële capaciteit. Met een proactieve houding en maatwerk probeert de gemeente het aantrekkelijk(er) te maken voor eigenaren om hun erfgoed in stand te houden. In 2013 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten met toelichting die bij de nota horen vastgesteld. Deze kaarten dienden als basis voor het geldende bestemmingsplan Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen. De archeologische bepalingen uit dat bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt. De gemeente Rheden beschrijft in haar Beleidsvisie Landelijk gebied de landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische kwaliteiten van de gemeente. Daarbij wordt ook de landgoederenzone beschreven. De zone ligt op een voor Nederland uniek overgangsgebied van Veluwemassief naar IJsseldal. De zone is bedekt met historische landgoederen en buitenplaatsen en is van bijzondere kwaliteit. Door hun omvang, ligging, imposante uitstraling en rijke cultuurhistorische ontwikkeling is het landgoederenlandschap voor de gemeente beeldbepalend. De gemeente heeft zich dan ook tot doel gesteld de landgoederen en buitenplaatsen bij de instandhouding te ondersteunen.
Instandhouding van de historische landgoederen en buitenplaatsen is voor de gemeente dus van groot belang. Daarbij denkt de gemeente niet alleen aan het belang voor de privé-eigenaar of beherende organisatie. Met name de samenleving wordt als belanghebbende beschouwd. De landgoederenzone draagt namelijk bij aan het welbevinden van inwoners en bezoekers door het bieden van ontspanning en verblijfsmogelijkheden. Daarnaast staat de landgoederenzone garant voor een hoogwaardige natuurlijke en cultuurhistorische omgeving. Voor de gemeente zelf ligt er dan ook een groot belang. De landgoederenzone vormt de belangrijkste identiteitsdrager van de gemeente. Handhaven en waar nodig verbeteren van het huidige kwaliteitsniveau is een belangrijke uitdaging. De gemeente constateert echter dat het om een complexe en kostbare zaak gaat. Door de toegenomen kosten van beheer en instandhouding van met name erfgoedaspecten, zoals cultuurhistorisch groen (historische tuinen, parken, landschapselementen) en gebouwen, verdient de zone volgens de gemeente ondersteuning uit algemene middelen.
In dit kader formuleert gemeente Rheden als doel van het Actieprogramma Kwaliteitsimpuls Landgoederenzone Rheden: “instandhouding en kwaliteitsverbetering van het landschap door middel van het veiligstellen van het huidige kwaliteitsniveau van de landgoederen en buitenplaatsen en het geleidelijk hoger stellen van het huidige ambitieniveau.” De gemeente wil om het gewenste kwaliteitsniveau te realiseren periodiek alle projecten inventariseren en overzichtelijk presenteren. Het actieprogramma is in 2008 van start gegaan. De daaropvolgende actieprogramma's van 2009, 2010, 2011 en het voorliggende programma van 2012-2015 zijn telkens actualisaties van de voorgaande programma's. Uitgevoerde projecten zijn 'van de lijst' gehaald, nieuwe projecten zijn toegevoegd. Hierdoor wordt duidelijk wat er in de komende jaren op de - bij het actieprogramma aangesloten - landgoederen moet gebeuren en vooral wat de uitvoering van de projecten gaat kosten. Gedurende de actualisatierondes worden andere landgoederen uit de landgoederenzone successievelijk bij de ontwikkelingen betrokken.” 15
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg Voor de ontstaansgeschiedenis van Landgoed Middachten is het door Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen opgestelde “Beheervisie voor de historische buitenplaats Middachten” (Heerde 2010) als basis gebruikt. Voor de complete geschiedenis van buitenplaats Middachten wordt verwezen naar dit document. Bodemkwaliteit Gelet op ligging van het plangebied is niet de gemeente maar Rijkswaterstaat bevoegd gezag voor de toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit. Hier geldt dan ook het generiek beleid van het Besluit Bodemkwaliteit. Geur De groepsaccommodatie wordt beschouwd als een geurgevoelig object. Het is een gebouw bestemd en geschikt voor wonen of verblijf. Daarnaast wordt het gebouw permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze voor wonen of verblijf gebruikt. Dit betekent dat de groepsaccommodatie moet worden getoetst aan de geurnormen die gelden voor de stal. Niet gesprongen explosieven In opdracht van de gemeente is een 'vooronderzoek conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog' uitgevoerd (8 september 2017). De wijze waarop met de mogelijke aanwezigheid wordt omgegaan is vastgelegd in de Nota Standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015.
Verkeer In het gemeentelijke Verkeersveiligheidsplan uit 2000 wordt een wegcategorisering beschreven bestaande uit stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en verblijfsgebieden. Voor het parkeren vormen de bepalingen uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015 de grondslag. Het beleid is vastgelegd bij de vaststelling door de gemeenteraad op 26 mei 2015. Groen en landschap De Omgevingsvisie voor Buitengebied van de gemeente Rheden is 29 oktober 2019 vastgesteld. Uiteindelijk moet een Omgevingsplan het vigerende bestemmingsplan Landelijke Gebied vervangen. Tot die tijd worden onderdelen van het plan herzien, zoals voorliggend plan om een specifieke ontwikkeling mogelijk te maken. Het project Havikerpoort, waartoe het plangebied behoort, is een samenwerkings- project van Provincie Gelderland, Gemeente Rheden, Vereniging Natuurmonumenten, Stichting Twickel (Landgoed Hof te Dieren), Landgoed Middachten, Rijkswaterstaat, Vitens, Waterschap Rijn en IJssel en K3Delta. Dit project (vanaf 2004) heeft geleid tot de Visie Havikerpoort met meerdere uitwerkingsgebieden zoals de Havikerwaard Zuid en de faunapassage Middachten – A348. Voor het plangebied zijn er geen bijzondere consequenties. Water De gemeente heeft een verplichting tot het vaststellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), op grond van de Wet milieubeheer.
Hierin dient verwoord te zijn hoe de gemeente aan haar (wettelijke) zorgplicht, voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater, invulling geeft. De gemeenteraad heeft in maart 2013 de Kadernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de kadernota wordt een onderbouwde keuze gemaakt voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast. De kadernota vormt de basis om het beleid uit te werken tot concreet beheer in het gemeentelijk beheerplan riolering (GRP). Het afvalwaterketenplan (voorheen het GRP) 2018 t/m 2021 is samen met de partners gemeente Bronckhorst, gemeente Doesburg en het waterschap Rijn en IJssel opgesteld en in het eerste kwartaal 2018 vastgesteld door de gemeenteraad. Daarnaast is in 2015 een Waterplan opgesteld. Het Waterplan geeft de kaders aan om te komen tot een gezond watersysteem in Rheden. Het Waterplan bestaat uit een Visiedocument en een Maatregelenplan. De wateractiviteiten, waar de gemeente en het waterschap invloed op kunnen uitoefenen zijn ondergebracht onder één van de thema's waaruit het waterplan is opgebouwd. Zo vormt ook het Waterplan de overkoepelende visie en het programma voor de maatregelen die in het GRP
16
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg worden uitgevoerd. Het GRP vormt een beleidsmodule van het waterplan. Bij sanitaire voorzieningen moet het 'huishoudelijke' afvalwater afgevoerd worden via de gemeentelijke riolering. Hiervoor is van toepassing de gemeentelijke “Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Rheden 2002”. Bij drainage en voor het hemelwater van de daken en terreinverhardingen (hwa) dient het water afgevoerd te worden naar de opnieuw uit te diepen greppel langs het Kooibos. De gemeentelijke verordening “Afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015” is van kracht. Klimaatadaptie In juni 2016 is het gemeentelijke klimaatbeleid De Rhedense klimaataanpak 2016-2020 vastgesteld. Klimaatadaptie vormt een belangrijk onderdeel van dit beleid. Hieronder wordt verstaan het zodanig inrichten en beheren van de openbare ruimte dat effecten van klimaatverandering hierin opgevangen kunnen worden zonder dat dit tot ernstige overlast of schade leidt. Het gaat hierbij om de effecten zoals meer en extremere buien, langere perioden van droogte en hitte en de stijging van de zeespiegel en de daaraan gerelateerde stijging van de rivierstanden. Directe gevolgen uiten zich onder andere in meer overlast van water op straat, erosie, bodemdaling, een toenemende kans op natuurbranden en afname van biodiversiteit.
Dit beleid sluit aan op eerdergenoemd beleid ten aanzien van natuur, groen en water. Welstandsnota gemeente Rheden 2012 Algemeen Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving en de waarde van het onroerend goed. Deze nota is opgesteld vanuit de overtuiging dat de gemeente, ondernemers en inwoners het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dienen te behartigen. De verschijningsvorm van een bouwwerk en waarop dat is ingepast in de omgeving is geen zaak van de eigenaar van het bouwwerk alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Het welstandsbeleid – vastgelegd in deze nota - is bedoeld om in alle openheid een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van Rheden. Beleid buitengebied Voor het buitengebied wordt gewerkt met een vijftal thema's met bijbehorende criteria. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Het Beeldkwaliteitplan Landelijk Gebied is geïntegreerd in de welstandsnota, voor zover het om bebouwing gaat. Voor alle overige ruimtelijke en landschappelijke aspecten blijft het Beeldkwaliteitplan het toetsingskader. Buitenplaatsen en landgoederen Buitenplaatsen en landgoederen beschreven in onderdeel G2, als één van de vijf thema's voor het buitengebied.
Voor kleine bouwwerken Kastelen en buitenplaatsen vallen onder een 'Toekomstig van rijkswege beschermd stads- of dorpsgezicht', of zijn een door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermd monument. In deze gevallen – en ook bij oudere landgoederen en buitenplaatsen - is sprake van een bijzondere situatie en is de toetsing aan algemeen geldende criteria kleine bouwwerken niet gewenst. Kleine bijbehorende bouwwerken zullen steeds aan de welstandscommissie worden voorgelegd en beoordeeld worden op basis van de hiervoor gestelde criteria. Toerisme Het toeristisch-recreatief beleid is erop gericht meer aanbod te genereren voor toeristen en bezoekers aan de gemeente Rheden. De grootte van het dorp De Steeg zorgt ervoor dat uitbreiding afhankelijk is van ondernemers en hun plannen voor nieuwe bedrijvigheid. Het Toeristisch-Recreatief OntwikkelingsPlan (TROP) Rheden op z'n best; tussen IJssel en Veluwezoom geeft aan dat initiatieven op het gebied van bed & breakfast- voorzieningen ondersteund worden en mogelijk zijn onder bepaalde voorwaarden. Verdere ruimtelijke ontwikkelingen voor het plangebied worden niet voorzien. In 2016 is het Masterplan recreatie & toerisme Veluwezoom vastgesteld. Dit is een initiatief van de gezamenlijke toeristische partners in de gemeente Rheden.
Er zijn opgaven geformuleerd die volgens een uitvoeringsagenda met concrete projecten en activiteiten de komende jaren aangepakt worden. 17
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Economische activiteiten In de Economische beleidsnota Toekomst van de gemeente Rheden (2006) wordt aangegeven dat het voor de gemeente van groot belang is dat de economie vitaal blijft voor haar inwoners, het bedrijfsleven en haar beroepsbevolking. De nota geeft aan dat ingezet moet worden het behouden en versterken van de werkgelegenheid. Daarbij wordt geconstateerd dat bedrijventerreinen voor de werkgelegenheid belangrijke gebieden zijn. Om de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen te verhogen en knelpunten in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen is herstructurering noodzakelijk.
18
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 4
Haalbaarheid
Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst.
4.1
Onderzoeken
Onderstaand wordt gemotiveerd of het plan past binnen de vigerende regelgeving. De daartoe verrichte onderzoeken en de onderzoeksresultaten worden beschreven. 4.1.1
Geluid
Kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'.
De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. Beoordeling Er is geen sprake van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Derhalve is het niet noodzakelijk om een geluidonderzoek in het kader van de Wet geluidhinder te laten uitvoeren. Conclusie Geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
19
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg 4.1.2
Bodem
Kader Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming. De eisen die worden gesteld aan de bodemkwaliteit en de noodzaak tot het uitvoeren van een bodemonderzoek staan vermeld in onder meer de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit, de Woningwet en het Bouwbesluit. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Ook mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door bijvoorbeeld grondverzet (de zogenaamde stand still-beginsel). Conclusie Voor deze afwijking van het bestemmingsplan is geen bodemonderzoek nodig, omdat: • Alleen sprake is van het wijzigen van het gebruik van de bestaande bebouwing. Er is binnen het plangebied geen onbebouwde ruimte (alleen aan de zijde van het openbaar gebied); • Geen bouw- of grondwerkzaamheden nodig zijn; • Er geen ondergrondse tanks bekend zijn volgens het bodeminformatiesysteem; • Er geen aanwijzing is dat er bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden.
Voor de gebruikswijziging geldt dat geen bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden om te toetsen of de bodem geschikt is voor de gewenste ontwikkeling Beoordeling De wijziging van de gebruiksmogelijkheden is geen aanleiding voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, omdat: • Alleen sprake is van het wijzigen van het gebruik van de bestaande bebouwing; • Geen bouw- of grondwerkzaamheden nodig zijn; • Er geen ondergrondse tanks bekend zijn volgens het bodeminformatiesysteem; • Er geen aanwijzing is dat er bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Voor de gebruikswijziging geldt dat geen bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden om te toetsen of de bodem geschikt is voor de gewenste ontwikkeling Conclusie Bodem vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 4.1.3
Geur
Kader De groepsaccommodatie wordt beschouwd als een geurgevoelig object. Het is een gebouw bestemd en geschikt voor wonen of verblijf. Daarnaast wordt het gebouw permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze voor wonen of verblijf gebruikt. Dit betekent dat de groepsaccommodatie moet worden getoetst aan de geurnormen die gelden voor de stal. Beoordeling Als de groepsaccommodatie en de stal als één inrichting worden beschouwd, hoeft de groepsaccommodatie niet aan de geurnormen te worden getoetst. Om van één inrichting te kunnen spreken moet worden voldaan aan een aantal criteria: Is er voldoende technische, functionele of organisatorische samenhang? Hiervan moeten er twee aspecten aanwezig zijn om te kunnen spreken van één inrichting. De onderlinge afstand tussen de onderdelen mag niet te groot zijn. De stallen aan de Havikerwaard 53 en de groepsaccommodatie/kleinschalige vergaderlocatie aan de Havikerwaard 53 zijn onlosmakelijk in beheer en gebruik. Alle gronden zijn in bezit van Landgoed Middachten. Daarom is geen nader geuronderzoek vereist. Conclusie Geur vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
20
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
4.1.4
Explosieven
Kader Binnen de gemeente liggen gebieden waar nog steeds explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de grond kunnen zitten. Bij graafwerkzaamheden dieper dan 30 centimeter in een verdacht gebied van de Explosievenkaart, is het nodig eerst een explosievenonderzoek te doen. Beoordeling De locatie van het plangebied valt niet binnen een verdacht gebied van de Explosievenkaart van de gemeente Rheden. Conclusie Explosieven vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.1.5
Milieuzonering
Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: - het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; - het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden. Van het omgevingstype gemengd gebied is sprake in een gebied met een variatie aan functies. In de directe nabijheid zijn bijvoorbeeld winkels, horeca en bedrijven aanwezig. Ook gebieden die direct liggen langs de hoofdinfrastructuur behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. In een dergelijk gebied bestaat al een hogere milieubelasting zodat de richtafstanden voor een rustige woonwijk daarvoor niet gebruikt hoeven te worden. Zij worden met één afstandsstap verlaagd. In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering.
Deze nota is gebruikt bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van inrichtingen in onderhavig plangebied en bij de indeling van de lijsten met toe te laten functies binnen de gegeven bestemmingen
21
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Beoordeling Er zijn geen bedrijven aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Wel is er op enige afstand van het plangebied een zandwinning en betonfabriek. Deze bedrijven zullen geen hinder ondervinden van de beoogde ontwikkeling, omdat er voldoende afstand is tussen de bedrijven en het plangebied. Daarnaast ziet de wijziging van de gebruiksmogelijkheden op de bestaande bebouwing die reeds als woning in gebruik was. Er kan worden gesteld dat de wijziging van de gebruiksmogelijkheden geen beperkingen opleveren voor andere bedrijven. Daarnaast is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.1.6
Luchtkwaliteit
Kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: •
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
•
het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
•
het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;
•
het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
Om te bepalen of een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: •
het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;
•
het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2ìg/m3 ).
Beoordeling Dit bestemmingsplan biedt ruimte voor beperkte wijziging van de gebruiksmogelijkheden. Daarmee is op voorhand zeker, dat het initiatief niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Wet milieubeheer is het daarom voor dit onderdeel niet nodig de luchtkwaliteit te onderzoeken. Er wordt immers voldaan aan artikel 5.16, lid b, Wm: de luchtkwaliteit blijft ten minste gelijk ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. 4.1.7 Kader
22
Externe veiligheid
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg Externe veiligheid gaat over het beperken van de blootstelling van mensen aan een verhoogd gevaar als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Denk aan de productie, het behandelen of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Dat kan door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en kwetsbare objecten. Dat zijn woningen, scholen, gezondheidscentra en dagverblijven. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen/voorzieningen zoals kantoren, winkels en bedrijven. Voor transportassen -verkeerswegen, spoorwegen en vaarwegen- zijn de regels vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes, voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor bedrijven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Al die besluiten hanteren dezelfde risicobenadering. Daarbij worden twee soorten risico beschouwd. Het gaat in de eerste plaats over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger, oftewel het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft.
Het PR wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden, en of in de directe omgeving mag worden gebouwd. In de tweede plaats gaat het om het groepsrisico (GR). Het GR is een maat om de kans weer te geven op een ongeval met een bepaald aantal dodelijke slachtoffers. In onderhavige situatie wordt hieronder verstaan de kans per jaar per kilometer spoorlijn dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de spoorlijn in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval op de spoorlijn. Tevens wordt het GR als maat voor de maatschappelijke ontwrichting beschouwd die kan ontstaan ten gevolge van een ongeval. Daarnaast kan er bij het vervoer van gevaarlijke stoffen sprake zijn van een plasbrandaandachtsgebied. Dit is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen. Het plasbrandaandachtsgebied wordt gemeten vanaf de rechterrijstrook in het geval van een weg of de oeverlijn in het geval van een rivier. Beoordeling Externe veiligheid is geen aandachtspunt voor de beoogde ontwikkelingen. Een onderzoek naar externe veiligheid is derhalve niet noodzakelijk.
Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan. 4.1.8
Verkeer
De wegen in de omgeving zijn op een uitzondering na onderdeel van een 30km-zone of het betreft zandwegen op het terrein van het landgoed. Er vinden binnen dit plan geen grote wijzingen plaats die invloed hebben op de huidige verkeerssituatie. De beperkte wijziging van de gebruiksmogelijkheden binnen het plangebied (eigen terrein), heeft geen significante invloed op de verkeersstromen in de omgeving. Voor een groepsaccommodatie dient op basis van de gemeentelijke parkeernormen aangesloten te worden bij een hotel / motel. Op basis van deze parkeernorm dient er minimaal 1,1 parkeerplaats per kamer te worden gerealiseerd op eigen terrein. De groepsaccommodatie is voor maximaal 12 personen, dit komt neer op 6 kamers. Er dienen daarom minimaal 6,6 (afgerond 7) parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Op basis van het inrichtingsplan kan worden geconcludeerd dat er met de aanleg van 8 parkeerplaatsen op eigen terrein, ruimschoots wordt voldaan aan de parkeernorm. Conclusie De nieuwe functie op eigen terrein heeft geen significante invloed op de verkeersstromen in de omgeving. Het parkeren vindt op eigen terrein plaats en niet in de openbare ruimte. Het verkeer en parkeren vormen geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
23
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg 4.1.9
Water
Kader Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het grond- en oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. In de Keur geeft het waterschap regels ten aanzien van waterkeringen en oppervlaktewateren. In de Legger geeft het waterschap de gewenste staat van de watergangen en waterkeringen aan. Onderhavig deel van de gemeente is gelegen binnen het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerplan 2016-2021 geeft het waterschap haar doelen aan. Dit komt voort uit de Watervisie 2030 (2013). Voor het bestemmingsplan is van belang dat nieuwe ontwikkelingen en de benodigde ruimte voor waterbeheer op elkaar worden afgestemd. Aan de hand van de Handreiking Watertoets is het aspect water in onderhavig plan meegenomen. Doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Hierbij wordt opgemerkt dat het in dit geval om een beperkte ontwikkeling betreft.
Beoordeling De gebruiksmogelijkheden voor de bestaande boerderij en bijgebouw worden verruimd ten behoeve van recreatief gebruik. Deze ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de waterhuishouding. De parkeerplaatsen worden voorzien van grasbetonstenen i.p.v. de huidige betonverharding. Ook wordt er verharding vervangen door groen. Het verhard oppervlak zal daardoor afnemen. De opvang en afvoer van hemelwater zal daardoor verbeteren. Bij dit plan blijft het omgaan met hemelwater ongewijzigd. In dat verband blijft de volgende volgorde het uitgangspunt: water zoveel mogelijk vasthouden, vervolgens het overtollig water tijdelijk bergen en in de laatste plaats het afvoeren van water. Het plangebied ligt buiten het grondwaterbeschermingsgebied. Wel is er voor het plangebied de geldende dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’ overgenomen Het realiseren van nieuwe watergangen is niet aan de orde, binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten voor onderhavig bestemmingsplan relevant zijn.
24
waterhuishoudkundig aspect
relevant omschrijving
1
veiligheid
nee
2
wateroverlast
nee
Er is geen toename van verhard oppervlak.
3
riolering
ja
Voorkomen dient te worden dat schoon regenwater wordt afgevoerd via het riool (vasthouden-bergenafvoeren).
4
watervoorziening
nee
Het plan ligt niet in een beschermingsgebied voor drinkwaterwinning. Het plangebied is ongeschikt voor regionale seizoensberging. Het plangebied ligt niet in een regionaal waterbergingsgebied.
5
volksgezondheid
nee
Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.
6
bodemdaling
nee
In het plangebied gaat het hoofdzakelijk om zandige ondergrond. Eventuele zettingen zijn niet relevant.
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg 7
grondwateroverlast
ja
In het plangebied is mogelijk sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond. Hierdoor kunnen schijngrondwaterstanden aanwezig zijn. Mogelijk kan kwel optreden in de laaggelegen gebieden.
8
oppervlaktewaterkwali ja teit
In de omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. De kwaliteit van geloosd of geïnfiltreerd hemelwater moet voldoen aan bepaalde eisen.
9
grondwaterkwaliteit
nee
Binnen het plangebied beschermingsgebied.
10 verdroging
nee
Het plangebied bevat beïnvloedingszones rond ecologische wateren.
geen hydrologische natuurgebieden of
11 natte natuur
nee
Het plangebied bevat beïnvloedingszones rond ecologische wateren.
geen hydrologische natuurgebieden of
12 inrichting en beheer
nee
Binnen het plangebied bevinden zich oppervlaktewater (HEN-water) van het waterschap
ligt
geen
grondwater-
De uitkomsten van de tabel geeft aanleiding voor de volgende toelichting. Ad.2: Het aspect is niet relevant omdat er geen toename is van verhard oppervlak met meer dan 500m² dat loost op oppervlaktewater. Dakwater wordt gebruikt voor bewatering van de tuinen. De inrit en paden op het terrein krijgen een halfverharding. Ad.7: Grondwateroverlast. In het plangebied kan kwel optreden vanaf de Veluwe. De waterstanden van de IJssel hebben sterke invloed op de kwel en grondwaterstand. De gemeentelijke verordening “Afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015” is van kracht. De wijziging van de gebruiksmogelijkheden ziet op de bestaande bebouwing. Er vindt nadere afstemming plaats met het Waterschap Rijn en IJssel. Ad 8: Oppervlaktewaterkwaliteit. Deze 'bronbossen' zijn uniek voor Nederland. In dit gebied komt mineraalrijk kwelwater vanaf de Veluwe omhoog. Dit bijzondere water voedt de bronbossen en de Ruitersbeek naar Hof te Dieren. Het water zorgt voor bijzondere, unieke vegetatie. Ad 10: Verdroging. Zie punt 8. De afgelopen decennia (ná 1945) zijn de bronbossen 'verdroogd'. Vermoedelijk door intensivering van de landbouw, de drinkwaterwinning bij Ellecom en de zandwinning in de Havikerwaard en Rhederlaag. In samenwerking met Waterschap Rijn en IJssel zijn in de afgelopen jaren maatregelen uitgevoerd om de oorspronkelijke kwelsituatie te verbeteren. Ad 11: Natte natuur.
Zie punt 8 en 10. Conclusie Vanuit het aspect water bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan 4.1.10 Archeologie Kader Vanaf 2007 geldt op basis van de Wet archeologische monumentenzorg voor archeologische waarden de wettelijke verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. Belangrijke punten uit de Wet archeologische monumentenzorg: • • •
nadruk op 'behoud in situ'; archeologische resten moeten zoveel mogelijk in de bodem zelf bewaard blijven; toepassing van het principe dat de verstoorder betaalt. De initiatiefnemer/ projectontwikkelaar betaalt de kosten voor het noodzakelijk archeologisch onderzoek; de mogelijkheid tot het werken met opgravingsvergunningen voor commercieel werkende instellingen.
25
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg Beoordeling De locatie ligt voornamelijk in een gebied dat wordt aangemerkt als gronden met een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde en waterbodems. Er vinden geen graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm plaats. De aan te leggen parkeerplaatsen zijn gesitueerd op een gedeelte dat reeds is verhard. De betonverharding wordt vervangen door grasbetonstenen voor een groen aanzicht. Daarnaast wordt er bestaande verharding vervangen door groen. De grond wordt niet dieper geroerd dan in het verleden reeds is geroerd. De geldende dubbelbestemmingen zijn overgenomen in het bestemmingsplan. Conclusie De nieuwe gebruiksmogelijkheden op het perceel geven vooralsnog geen aanleiding tot een nader archeologisch onderzoek. Indien er echter graafwerkzaamheden (dieper dan 30 cm) of grondverzet plaatsvindt, bij bijvoorbeeld de tuininrichting (plantgaten, vijver) dienen de regels betreffende archeologische waarden (art. 4 en 5) in acht genomen te worden. 4.1.11 Cultuurhistorie De buitenplaats Middachten te De Steeg is een rijksmonument en is beschermd als complex historische buitenplaats (complexnummer 515227). Deze beschermde buitenplaats is het centrum van een veel groter landgoed. Onder het rijksmonument valt bijna de gehele kern van het landgoed Middachten.
Beoordeling Het bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de gebruiksmogelijkheden van de bestaande bebouwing (boerderij en bijgebouw). Er zijn geen aanpassingen noodzakelijk aan de bestaande bebouwing. Het gebruik is vergelijkbaar met de huidige (woon)functie. Conclusie Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan. 4.1.12 Groen en landschap In het dorp De Steeg is relatief weinig oppervlakte aan openbaar groen aanwezig. Daar staat tegenover dat het omliggende landschap in bijna heel het dorp voelbaar is. De landgoederen Middachten en Rhederoord spelen hierbij een grote rol. Kader Nationale Landschappen In de Nota Ruimte heeft het rijk twintig Nationale Landschappen aangewezen. Zeven daarvan liggen geheel of gedeeltelijk in Gelderland. De Nationale Landschappen zijn gebieden met internationale zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten, en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijk en recreatieve kwaliteiten. Het doel van de Nationale Landschappen is om de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten te behouden, duurzaam te beheren en waar mogelijk te versterken. Landgoed Middachten valt onder Nationaal Landschap Veluwe. Nationaal Landschap Veluwe is opgedeeld in veertien deelgebieden. Deze gebieden vertegenwoordigen samen het geheel van de Veluwe en de omringende flanken van de Veluwe.