20260416 Programma Haveland Concept volledige conceptversie
Tekst van het document
Omgevingsprogramma Haveland Gemeente Rheden
1
Omgevingsprogramma Haveland
2
Hoofdstuk 1 Ambitie realiseren met omgevingsprogramma ................................6 1.1 Algemeen ....................................................................................................6 1.2 Gebiedsgericht omgevingsprogramma .............................................................6 1.3
Gebiedsafbakening ...................................................................................7
1.4
Status omgevingsprogramma ....................................................................8 1.4.1 Algemeen ..........................................................................................8 1.4.2 Milieu-effectrapportage ........................................................................9 1.4.3 Rol gemeenteraad ...............................................................................9
Hoofdstuk 2 Doelen en uitgangspunten ............................................................10 2.1
Algemeen ..............................................................................................10
2.2
Omgevingsvisie Natuurlijk Rheden ............................................................10
2.3
Masterplan Haveland ..............................................................................10
2.4
Overige relevante beleidskaders ...............................................................11
Hoofdstuk 3 Programmalijnen en maatregelen .................................................13 3.1
Algemeen ..............................................................................................13
3.2
Programmalijn Juridische uitwerking .........................................................14 3.2.1 Algemeen .........................................................................................14 3.2.2 Voorkeursrecht .................................................................................14 3.2.3 Wijziging omgevingsplan (o.a. dezonering geluid) ..................................14 3.2.4 Voorbereidingsbesluit .........................................................................15 3.2.5 Kostenverhaal ...................................................................................15 3.2.6 Privaatrechtelijke afspraken (kaders HOK en SOK) .................................16 3.2.7 Milieu effect rapportage (mer) .............................................................16
3.3
Programmalijn verkennen beleidsruimte ....................................................17 3.3.1 Algemeen .........................................................................................17 3.3.2 Stikstof ............................................................................................17 3.3.3 Afspraken sociale woningbouw ............................................................17 3.3.4 Regionaal programma Werklocaties (RPW)............................................18 3.3.5 Netbewuste woningbouw ....................................................................18
3.4
Programmalijn nadere uitwerking beleid ....................................................19 3.4.1 Algemeen .........................................................................................19 3.4.2 Masterplan Haveland .........................................................................19 3.4.3 Aantallen wonen en werken ................................................................19
3
3.4.4 Algemeen beeldkwaliteitsplan (incl. groenstructuren) .............................20 3.4.5 Geluidszonering industrielawaai actualiseren .........................................20 3.4.5 Energiestrategie ................................................................................21 3.4.8 Omgevingsveiligheid ..........................................................................22 3.5
Programmalijn participatie en communicatie ..............................................23 3.5.1. Algemeen ........................................................................................23 3.5.2 Communicatieplan .............................................................................23 3.5.3 Participatieplan .................................................................................24
3.6
Gebiedsspecifieke maatregelen ................................................................24 3.6.1 Algemeen .........................................................................................24 3.6.2 Cultuurhistorisch onderzoek ................................................................25 3.6.3 Stedenbouwkundig plan .....................................................................26 3.6.4 Specifiek beeldkwaliteitsplan (per deelgebied) .......................................26 3.6.5 Inrichtingsplannen .............................................................................26 3.6.6 Opstellen wijziging omgevingsplan (inclusief onderzoeken) .....................27 3.6.7 HOK en SOK (per deelgebied) .............................................................27 3.6.8 Mobiliteitsplan (per deelgebied) ...........................................................27
Hoofdstuk 4: Realisatiestrategie .......................................................................29 4.1 Algemeen ..................................................................................................29 4.2
Realisatiestrategie ..................................................................................29 4.2.1 Algemeen .........................................................................................29 4.2.2 Stimuleren initiatief, ondersteunen met publiekrechtelijke instrumenten ...29 4.2.3 Dezoneren geluidsruimte en optimale afstemming milieuruimte vergunde activiteiten ...............................................................................................30 4.2.4 Situationeel grondbeleid .....................................................................31
4.3
Gebiedsexploitatie voor financiering en kostenverhaal .................................31
4.4
Realisatiestrategie per deelgebied ............................................................32 4.4.1 Algemeen .........................................................................................33 4.4.2 Deelgebied 1 ....................................................................................33 4.4.3 Deelgebied 2 ....................................................................................33 4.4.4 Deelgebied 3 ....................................................................................33
Hoofdstuk 5 Organisatie, fasering en monitoring ..............................................34 5.1 Algemeen ..................................................................................................34
4
5.2
Interne organisatie .................................................................................34
5.3
Fasering ................................................................................................34
5.4
Monitoring .............................................................................................35
5
Hoofdstuk 1 Ambitie realiseren met omgevingsprogramma 1.1 Algemeen
In de Omgevingsvisie gemeente Rheden ([invoegen link omgevingsvisie] vastgesteld door de gemeenteraad op 28 januari 2026) is de ambitie uitgesproken om Haveland te ontwikkelen van een monofunctioneel bedrijventerrein naar een levendig, groen en gemengd gebied met ruimte voor wonen, werken en recreatie. Het realiseren van deze ambitie vraagt om een uitvoeringsgericht omgevingsbeleid. In combinatie met de thematische ambities van de omgevingsvisie, in het bijzonder voor sterke en gezonde dorpen en voor economisch bloeipotentieel, vraagt dit bovendien om een samenhangende aanpak. Het gaat om een complex gebied met opgaven op het gebied van wonen, werken, natuur, recreatie, duurzaamheid en mobiliteit. Dit maakt een integrale en gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk. Het programma onder de Omgevingswet (ofwel omgevingsprogramma) is daarvoor het passende instrument. Het gaat hier om een vrijwillig programma met een vrije vorm waarmee het college van burgemeester en wethouders uitvoering geven aan de omgevingsvisie zoals die door de gemeenteraad is vastgesteld. Het omgevingsprogramma Haveland is gebiedsgericht en betreft het industrieterrein Haveland.
1.2 Gebiedsgericht omgevingsprogramma
Een omgevingsprogramma bevat (conform artikel 3.5 van de Omgevingswet) een nadere uitwerking van het te voeren beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving en bevat maatregelen om de doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. De eerste nadere uitwerking van het beleid voor Haveland is gegeven in een Masterplan [invoegen link Masterplan] en is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 april 2025. Met de omgevingsvisie en het masterplan heeft de gemeenteraad heldere kaders meegegeven voor Haveland voor de lange termijn. Het masterplan vormt de grondslag voor en maakt onderdeel uit van het Omgevingsprogramma Haveland. Waar nodig wordt in het kader van het omgevingsprogramma op onderdelen een verdere operationele uitwerking van beleid gemaakt.
Figuur 1 Verhouding tussen de plandocumenten en hun werkingssfeer Het omgevingsprogramma bevat daarnaast de concrete stappen die op de korte termijn gezet moeten worden en maatregelen die benodigd zijn om de ambities en doelen van omgevingsvisie en het Masterplan Haveland te realiseren. Het inzetten van het instrument omgevingsprogramma is een logische en betekenisvolle stap voor deze uitvoering. Het omgevingsprogramma is formeel alleen zelfbindend voor de gemeente.
6
Het omgevingsprogramma maakt het mogelijk om flexibel in te spelen op kansen en ontwikkelingen, zonder dat burgers of bedrijven gebonden te zijn aan juridische verplichtingen. Het omgevingsprogramma bevat maatregelen en acties waarmee de gemeente actief de samenwerking met belanghebbenden en initiatiefnemers in het gebied te zoeken. Het is verder grotendeels aan particuliere eigenaren en initiatiefnemers om vorm te geven aan de nieuwe toekomst voor Haveland. Op basis van de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Rheden’, het Masterplan Haveland en overige beleidskaders biedt het omgevingsprogramma eigenaren en initiatiefnemers duidelijkheid over de gewenste ontwikkelingsrichting. Het omgevingsprogramma moedigt hen aan om aan de slag te gaan en bij te dragen aan het realiseren van de gewenste ontwikkeling en behalen van de beleidsdoelen. Als zij komen met plannen of initiatieven die passen binnen de beleidskaders en die voldoen aan de randvoorwaarden zoals die op basis van het omgevingsprogramma worden uitgewerkt, dan kunnen zij rekenen op een positieve grondhouding van de gemeente in de verdere uitwerking. Het omgevingsprogramma en de uitgewerkte randvoorwaarden voor ontwikkeling vormen de tussenstap naar de wijziging van het omgevingsplan voor (deelgebieden van) Haveland. Er is geen sprake van direct toezicht of handhaving op basis van dit omgevingsprogramma.
Tegen de vaststelling van een omgevingsprogramma staat geen beroep open. Het omgevingsprogramma kan worden aangepast door het college als die daar aanleiding toe ziet. De gemeenteraad kan het college van burgemeester en wethouders ter verantwoording roepen over de uitvoering van het omgevingsprogramma. De gemeenteraad bepaalt op grond van het budgetrecht via de programmabegroting de inzet van de middelen voor de uitvoering.
1.3 Gebiedsafbakening
Het gebied Haveland is een industrieterrein direct grenzend aan de oostzijde van de kern Rheden. Het dorp en het bedrijventerrein liggen op korte afstand van de stad Arnhem in de Zuidoost Veluwezoom, een prachtig gebied tussen de IJsselvallei en de Veluwe. Het dorp ligt aan de voet van de Posbank ingeklemd tussen de spoorlijn van Arnhem naar Zutphen en de A348 die het dorp van de IJssel scheidt. Het dorp is goed ontsloten en is een compacte kern met ongeveer 7.600 inwoners (2023). Bedrijventerrein Haveland is ongeveer 30 hectare groot en was historisch gezien de economische motor van het dorp. In het verleden werkten er meer dan duizend mensen op het industrieterrein. Dit aantal is in 2024 teruggelopen naar ongeveer 300 tot 350 arbeidsplaatsen. Het industrieterrein biedt ruimte aan verschillende type bedrijven en biedt met haar ligging aan de Steegse Haven ruimte voor watergebonden bedrijvigheid. De bruikbaarheid van de haven is onder druk komen te staan omdat de Steegse haven door Rijkswaterstaat niet gebaggerd wordt. De voornaamste bedrijven op het terrein zijn de betoncentrale de Meteoor, Thomassen Energy en Howden Thomassen Compressors. De laatste twee komen voort uit Motorenfabriek Thomassen De Steeg.
7
Figuur 2 gebiedsafbakening Haveland Het plangebied voor dit omgevingsprogramma is het bedrijventerrein Haveland met de daarin liggende ontsluitingswegen (zie figuur 2). Het gebied ligt tussen de spoorlijn Arnhem-Dieren aan de Noordzijde, de bebouwde kom van Rheden aan de Westzijde, snelweg A348 en de Steegse haven aan de Zuid- en Oostzijde. Een deel van de Steegse haven en het groengebied tussen de snelweg en de haven worden ook tot het plangebied gerekend. Voor dit omgevingsprogramma worden in het plangebied drie deelgebieden onderscheiden, op basis van het Masterplan Haveland. Deze indeling is leidend voor de fasering van de gewenste ontwikkeling. Deelgebied 1 ligt grotendeels braak en is geschikt om als eerste in ontwikkeling te brengen. Deelgebied 2 omvat bedrijfsgebouwen van een vastgoedeigenaar die in gebruik zijn bij diverse bedrijven. Deelgebied 3 is voor een belangrijk deel in gebruik bij en eigendom van betoncentrale Meteoor.
1.4 Status omgevingsprogramma 1.4.1 Algemeen Met de omgevingsvisie heeft de raad het belangrijkste beleidskaders vastgesteld voor de gewenste ontwikkeling van Haveland. Het Masterplan is de nadere uitwerking van dat beleid en is ook door de gemeenteraad vastgesteld. Het College van B&W kan het omgevingsprogramma vaststellen voor de uitvoering van dat beleid. Dit omgevingsprogramma is geen programma als bedoeld in de paragrafen 3.2.2 tot en met 3.2.4 van de Omgevingswet. Daarom is op grond van artikel 16.27 van die wet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) niet van toepassing. Het gaat in deze om een vrijwillig omgevingsprogramma. Het programma geeft geen nieuwe
8
kaders voor toekomstige ontwikkeling en heeft geen rechtstreeks werkende toestemming of verboden. Het omgevingsprogramma is dus alleen zelfbindend voor de gemeente Rheden en dient als uitnodiging aan eigenaren en anderen om te komen tot initiatieven die passen binnen het programma. Er staat daarmee ook geen mogelijkheid voor bezwaar of beroep open tegen dit omgevingsprogramma.
1.4.2 Milieu-effectrapportage Soms is het bij ruimtelijke ontwikkelingen verplicht om een milieueffectenrapport (MER) op te stellen. In andere gevallen is er niet een mer plicht (mer staat voor de bijbehorende procedure, de milieueffectrapportage), maar moet wel een mer-beoordeling worden gedaan. In een merbeoordeling wordt gekeken of aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn door het te beschouwen van ruimtelijk beleid, in dit geval een programma. Als de verwachte gevolgen aanzienlijk zijn, moet alsnog een mer-procedure worden doorlopen. Een mer kan op verschillende schaalniveaus aan de orde zijn, zoals bij een omgevingsvisie, omgevingsprogramma, een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Bij een omgevingsprogramma gaat het om een zogenaamde plan-mer. Voor (de voorbereiding van) het omgevingsprogramma Haveland is door een externe adviseur een aanmeldnotitie mer-beoordeling opgesteld. In deze notitie is gekeken naar de verwachte impact van het programma ten opzichte van de huidige situatie in het programmagebied. Op grond hiervan is een mer beoordelingsbesluit genomen en wordt voor dit omgevingsprogramma geen plan-mer-procedure te doorlopen. Wel is bij de uitwerking nog een mer(-beoordeling) aan de orde bij het vervolg. Hierop wordt ingegaan in paragraaf 3.2.
1.4.3 Rol gemeenteraad Onder de Omgevingswet is de gemeenteraad formeel niet bevoegd om een omgevingsprogramma vast te stellen; dit is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders (B&W). De rol van de gemeenteraad bij een omgevingsprogramma is echter indirect, kaderstellend en controlerend. De belangrijkste rollen zijn: • Kaderstelling vooraf: De raad stelt de omgevingsvisie vast, waarin de doelen staan die het programma moet uitwerken. De raad kan via moties of het opstellen van de visie kaders meegeven voor wat er in een programma komt. • Controle achteraf: De raad controleert het college van B&W op de uitvoering en resultaten van het programma. Zij kunnen verantwoording vragen over hoe de doelen worden behaald. • Budgetrecht: Wanneer een programma leidt tot financiële verplichtingen, kan alleen de raad de benodigde middelen beschikbaar stellen (begrotingsrecht). Samengevat: B&W stelt het programma formeel vast, maar de raad stuurt op de inhoud via de omgevingsvisie en controleert de uitvoering.
9
Hoofdstuk 2 Doelen en uitgangspunten 2.1 Algemeen
De gewenste ontwikkeling van Haveland is vastgelegd in de omgevingsvisie. Daarnaast bevatten nog enkele andere beleidskaders relevante uitspraken voor Haveland. De nadere uitwerking van het beleid die ten grondslag ligt aan dit omgevingsprogramma is het Masterplan. In dit hoofdstuk worden de beleidsambities op een rij gezet waaraan dit omgevingsprogramma uitvoering geeft.
2.2 Omgevingsvisie Natuurlijk Rheden
De omgevingsvisie formuleert voor Haveland de ambitie van een transformatie van het huidige industrieterrein naar een gemengd recreatief woon- en werkgebied, biedt kansen voor groei en bloei van het dorp, een revitalisering en intensivering van het huidige industrieterrein en heeft de potentie om het dorp weer terug aan het water te leggen. De gemeenteraad heeft de transformatie Haveland al als sleutelproject aangemerkt in de “Koers voor de Omgevingsvisie Rheden” (vastgesteld mei 2024), het kader voor de Omgevingsvisie. Vervolgens is de gewenste transformatie van het gebied al op gebiedsniveau nader uitgewerkt in het door de gemeenteraad in november 2025 vastgestelde masterplan. De omgevingsvisie borgt in hoofdstuk 5.3.3 op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling van Haveland in de context van het dorp Rheden met enkele heldere doelen: 1.
We ontwikkelen het monofunctioneel bedrijventerrein Haveland naar een levendig, groen en gemengd gebied met ruimte voor wonen, werken en recreatie, het Masterplan Haveland heeft hiervoor de basis voor het Omgevingsprogramma Haveland gelegd. 2. We voegen 1000 woningen toe, waarmee het dorp groeit naar ongeveer 10.000 inwoners. 3. Rheden heeft een levendig en compact dorpscentrum met een aantrekkelijk aanbod aan winkels (met aandacht voor lokale voedselketens) en voorzieningen. 4. Rheden positioneren als een dorp tussen Veluwe en IJssel, waarbij de natuurlijke kwaliteiten van beide landschappen beter beleefbaar en toegankelijk worden gemaakt. 5. Rheden klimaatbestendig maken door hittestress en wateroverlast tegen te gaan. 6. Rheden aardgasvrij in 2040, met een aanpak die past bij de schaal en sociale structuur van het dorp. 7. We gaan voor een sociaal sterk en leefbaar Rheden, met extra aandacht voor kwetsbare wijken zoals Rheden-West. Door in Haveland extra sociale woningen toe te voegen kan in RhedenWest meer ingezet worden op een diverser woningaanbod. In hoofdstuk 6.1.3.2 van de omgevingsvisie is opgenomen dat een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor Haveland opgesteld wordt. Voorliggend omgevingsprogramma is van dat beleidsvoornemen een nadere uitwerking.
2.3
Masterplan Haveland
Voor de beoogde ontwikkeling van het huidige industriegebied Haveland tot een gecombineerd woonwerkgebied is een Masterplan opgesteld. Hierin is een goed beeld gegeven van de ontwikkelkansen en oplossingsrichtingen. Het is opgesteld om draagvlak te creëren voor de ontwikkeling. Het Masterplan Haveland geeft een gewenst eindbeeld voor de transitie. Dit Masterplan is door de gemeenteraad vastgesteld en maakt als de nadere uitwerking van het beleid van de omgevingsvisie onderdeel uit van dit omgevingsprogramma. Het Masterplan maakt duidelijk dat met de transformatie verschillende ruimtelijke en sociale opgaven worden geraakt waar de gemeente Rheden voor staat. Met de transformatie wordt gestreefd naar efficiënt ruimtegebruik, compact en gemengd, met voldoende ruimte voor ontmoeting. Met de transformatie van het gebied komt er ruimte voor meer woningen en recreëren. De gemeente heeft zich daarbij ook als doel gesteld dat de bestaande werkgelegenheid, het aantal banen in Haveland ten minste behouden blijft, met de wens om met de intensivering van het gebied het aantal banen te laten toenemen. Haveland wordt een levendige en energieke wijk, waar mensen zich thuis voelen, fijn kunnen leven, werken en recreëren met dagelijkse voorzieningen en het openbaar vervoer op loopafstand.
Hierbij is het uitgangspunt dat er een goede balans bereikt zal worden tussen een passende economische ontwikkeling en de woon- en leefkwaliteit voor de toekomstige bewoners.
10
De gemeente heeft met de transformatie ook voor ogen om de omgeving, waaronder de wijken in Rheden, een positieve impuls te geven. Zo zal de groei van het aantal inwoners de levensvatbaarheid van voorzieningen verbeteren en worden de verschillende landschappen (de Veluwe, de IJssel) beter met elkaar verbonden. Daarnaast kan met een ander (duurzamer) gebruik van het gebied een wezenlijke bijdrage worden geleverd aan de leefbaarheid in het dorp en de mitigatie van het stikstofprobleem van de Veluwe. In het Masterplan Haveland zijn vijf doelen geformuleerd die aangeven waar het gebied over enkele jaren wil staan. Het Masterplan vormt een nadere uitwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie en biedt een adaptief kader dat onderdeel is van het omgevingsprogramma. Naarmate de ontwikkeling van het gebied vordert, kan het plan worden aangescherpt op basis van nieuwe beleidsontwikkelingen. Voor nu gelden onderstaande doelen als richtinggevend. 1. Prettig leven, wonen en werken. Haveland wordt van een industriegebied getransformeerd naar een gemengd gebied waar plaats is voor wonen, werken een (recreatieve) voorzieningen met een dorps stedelijk woonwerkmilieu en de Steegse Haven als nieuwe trekpleister. Er wordt gestreefd naar efficiënt ruimtegebruik, compact en gemengd met voldoende ruimte voor ontmoeting. 2. Een stoere wijk.
In Haveland wordt voortgebouwd op het (industriële) verleden van het gebied en wordt er tegelijkertijd met nieuwe woningbouw een eigen laag aan het gebied toegevoegd. Haveland wordt daardoor een stoere wijk met een eigen en uniek karakter. Ruimte voor hogere gebouwen en behoud van het ruige en industriële karakter met objecten en historisch wegenpatroon. 3. Goed leefklimaat. Haveland wordt een aangename groene wijk, die fungeert als schakel in een groots landschap en bestand is tegen hevige regenval, hitte en droogte. Hierbij staat de natuur dicht bij de mensen en die gericht is op een gezonde levensstijl en uitnodigt om te bewegen en te ontmoeten. 4. Goed verbonden met het dorp en Regio. In Haveland wordt ingezet op gezonde en duurzame mobiliteit. Lopen, fietsen en de nabijheid van openbaar vervoer en de dagelijkse voorzieningen leggen de basis voor een wijk waarin bewoners minder afhankelijk zijn van de auto en het gebruik ervan (mede door parkeren op afstand) een bewuste keuze wordt. 5. Een duurzame en gezonde ontwikkeling. Haveland wordt een duurzame, groene en gezonde wijk, gericht op de toekomst. De gemengde wijk levert warmte en kent een aangenaam, veilig en gezond leef en ondernemersklimaat.
2.4
Overige relevante beleidskaders
Naast de beleidsvoornemens van de omgevingsvisie en de nadere uitwerking daarvan in het Masterplan, zijn aanvullend enkele gemeentelijke beleidskaders van toepassing op het Haveland. Het Biodiversiteitsplan (2022) schrijft bijvoorbeeld voor dat er een flora- en faunaonderzoek wordt uitgevoerd. De resultaten moeten leiden tot maatregelen voor soortenbescherming, die vervolgens worden vastgelegd in een soortenmanagementplan. In het programma krijgt dit vorm binnen de groenvisie. Ook de vuistregel 3-30-300 uit de Lokale klimaatadaptatiestrategie (2026) – een stedelijke planningsnorm voor een groene en koele leefomgeving – is van toepassing voor gebied Haveland en krijgt een plek in de groenvisie. Daarnaast zijn de T-normen (eisen voor regenwaterafvoer bij buien met een bepaalde herhalingstijd) en de 60 mm bergingsnorm opgenomen in de hemelwaterverordening. Uit het beleid Buitenspelen en Sporten Rheden 2022–2026 volgt de opdracht tot realisatie van een elfde buurspeelplaats en aandacht voor bespeelbare ruimte, ook buiten het groen. Er moeten dan ook speelruimtes gerealiseerd moeten worden in Haveland. Daarbij is het beleid dat we kiezen voor speelplekken met veel speeluitdaging voor kinderen, in plaats van losse en kleine toestellen (kwaliteit boven kwantiteit).
11
Verder moeten de voorkeursprincipes voor het laden van elektrische voertuigen (EV’s) en de aanleg van openbare laadplekken onderdeel worden van de mobiliteitsstrategie. Deze strategie gaat uiteindelijk richting geven aan de inrichting en toekomstige ontwikkelingen in het gebied Haveland. In het Masterplan Zuidflank uit 2017, is een beeld gegeven hoe om te gaan met de Steegse haven in relatie tot de aanleg van het park aan de zuidrand van Rheden. De Steegse haven is onderdeel van het masterplan Haveland en dit omgevingsprogramma. Masterplan Zuidflank kan goed dienen ter inspiratie voor de verdere uitwerking van Haveland en dan met name de Steegse Haven. Deze beleidskaders en het Masterplan krijgen met dit omgevingsprogramma en de daarin benoemde maatregelen een nadere uitwerking, onder meer in de stedenbouwkundige kaders voor de herontwikkeling van deelgebieden.
12
Hoofdstuk 3 Programmalijnen en maatregelen 3.1 Algemeen Het omgevingsprogramma is op te delen in vier programmalijnen met telkens een aantal maatregelen. De resultaten die in deze programmalijnen moeten worden bereikt zijn randvoorwaardelijk voor en ondersteunend aan de maatregelen per deelgebied. Maatregelen zijn alle interventies, acties, processen, onderzoeks- en uitwerkingstrajecten en projecten die nodig zijn voor de realisatie van de gewenste ontwikkeling. Met een ordening in programmalijnen houden we overzicht en brengen we samenhang in de uitvoering en geven richting aan het beoogde levendige, groene en gemengde gebied met ruimte voor wonen, werken en recreatie. De vier programmalijnen zijn: 1.
2. 3.
4.
De juridische uitwerking van het beleid en doorvertaling: hieronder vallen alle uitwerkingen die nodig zijn om te voldoen aan wettelijke kaders en de (voorbereiding van de) inzet van instrumenten van het omgevingsbeleid en privaatrechtelijke instrumenten. Het verkennen van de beleidsruimte: hieronder vallen de activiteiten die nodig zijn om tot (wijziging van) bestuurlijke afspraken te komen met mede overheden en andere partners. De nadere uitwerking van het beleid: hieronder vallen de activiteiten die nodig zijn om nadere uitwerking te geven aan de vastgestelde gemeentelijke beleidskaders, voor zover nodig ten opzichte van het masterplan. Participatie, communicatie en samenwerking: hieronder valt het opstellen van gebiedsbrede participatie- en communicatieplannen en activiteiten die daaruit voortvloeien.
Per deelgebied geordend zijn de projecten en processen die voor het realiseren van de gewenste ontwikkeling binnen elk van de deelgebieden afzonderlijk worden ondernomen. De vier programmalijnen zijn hieronder weergegeven in een visualisatie en in de tijd uitgezet richting 2040. Voor de periode vanaf het heden (2026) is het meest concreet welke acties uitgevoerd moeten worden. In de komende jaren zal het programma voor de langere termijn verder worden uitgewerkt en, waar nodig, bijgesteld.
Figuur 3 Schematische weergave programmalijnen richting 2040
13
3.2 Programmalijn Juridische uitwerking 3.2.1 Algemeen De programmalijn juridische uitwerking richt zich op de juridische uitwerking van het beleid binnen de geldende wettelijke kaders. Het gaat daarbij om de zorgvuldige doorvertaling van beleidskeuzes en ambities naar juridisch bindende regels, besluiten en afspraken. In onderstaande paragrafen staan de projecten die hieronder vallen toegelicht.
3.2.2 Voorkeursrecht De gemeente legt waar nodig het voorkeursrecht op. Met het opleggen of voortzetten van het voorkeursrecht krijgt de gemeente recht op eerste koop van gronden. Het stelt de gemeente in staat om op deze wijze meer regie te nemen op de gewenste ontwikkeling van Haveland en kan grondspeculatie voorkomen worden. In deelgebied 1 heeft de gemeente op 19 maart 2025 voor vijf percelen, kadastraal bekend gemeente Rheden, sectie D, nummers 5822, 6552, 6553, 6554 en 6555, met een totale oppervlakte van 30.356 m² het voorlopig voorkeursrecht gevestigd. Dit voorkeursrecht is op 27 mei 2025 door de gemeenteraad bestendigd voor de duur van 3 jaar. Voor de andere twee deelgebieden is nog geen gebruik gemaakt van het voorkeursrecht. In de jaren vanaf 2026 moet gekeken worden naar wenselijkheid van gebruik van voorkeursrecht. • • •
Beoogd resultaat: recht op eerste koop van gronden en daarmee meer regie op de gewenste ontwikkeling van het gebied Haveland. Wie voert uit: gemeente Rheden Doorlooptijd: gehele looptijd programma
3.2.3 Wijziging omgevingsplan (o.a. dezonering geluid) De gemeente streeft ernaar op termijn voor heel Haveland in het omgevingsplan functiemenging van wonen en werken mogelijk te maken. De gemeente zet daarom in op het terugdringen van overbodige geluidsruimte door het dezoneren op het gebied van geluid met een wijziging van het omgevingsplan. Bij de uitwerking van de plannen voor elk deelgebied moet het aspect geluid verkend worden. De gemeente zet in op deze wijziging van het omgevingsplan als voor een deelgebied een planproces is opgestart en de planontwikkeling ver genoeg is. Voor Haveland is het bestemmingsplan Rheden-Haveland 2019 onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Rheden. Conform het toenmalige beleid is het gebied bestemd als bedrijventerrein voor bedrijven van verschillende milieucategorieën, al naar gelang van de afstand tot woningen. Het gebied is een geluidsgezoneerd industrieterrein. Bepaalde bedrijven zijn expliciet toegestaan, die gelet op de milieuzonering niet toegestaan zouden zijn. Het industrieterrein Haveland is een gezoneerd industrieterrein waarop ‘grote lawaaimakers’ zijn toegestaan. Deze aangewezen categorie bedrijfsactiviteiten maken zo veel geluid dat ze alleen worden toegestaan op speciaal daarvoor ingerichte industrieterreinen.
Rond deze industrieterreinen ligt een geluidzone als buffer tussen de rumoerige activiteiten en woongebieden Het realiseren van nieuwe woningen in het gebied Haveland mag op basis van het huidige omgevingsplan niet. Via een omgevingsvergunning kan (onder voorwaarden) worden afgeweken van het omgevingsplan. Dit is een zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het alternatief is een wijziging van het omgevingsplan. Vanwege de geluidzonering ligt een wijziging van het omgevingsplan voor Haveland meer in de rede dan een BOPA. Om het toevoegen van woningen mogelijk te maken is het dus noodzakelijk dat activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken (grote lawaaimakers) worden beperkt of uitgesloten in het omgevingsplan. Dit wordt dezonering genoemd. Dezonering houdt in dat een zone met specifieke (meestal milieugerelateerde) regels wordt opgeheven of verkleind in het omgevingsplan. Onder de Omgevingswet is in het Besluit kwaliteit leefomgeving een nieuwe systematiek opgenomen voor industrieterreinen met een geluidzone industrielawaai. Deze nieuwe systematiek met geluidproductieplafonds (GPP's), moet voor 2032 zijn ingevoerd. Tot die tijd blijven de systematiek uit de Wet geluidhinder van toepassing. Het uitgangspunt is als eerste dezonering uit
14
te voeren met de systematiek uit de Wet geluidhinder omdat de toepassing van de oude regels op dit moment duidelijker en voorspelbaarder zijn. Bedrijven zijn niet de enige relevante geluidsbron voor het Omgevingsprogramma Haveland. Ook wegverkeer en spoorwegverkeer zijn van belang bij de transformatie. De relevante omgevingswaarden binnen Haveland voor weg- en spoorgeluid zijn vastgelegd in geluidproductieplafonds (GPP’s) door de bronbeheerders provincie Gelderland (A348) en ProRail (spoorlijn Arnhem-Zwolle). Dit betekent dat in de planvorming de emissiegegevens behorende bij de GPP’s, het vertrekpunt zijn bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het geluid op de (nieuwe) woon- en leefomgeving. Bij uitwerking van een deelgebied wordt bovenstaande verder onderzocht. • • •
Beoogd resultaat: door (gehele/gedeeltelijke) dezonering van geluid ontstaat ontwikkelruimte voor wonen. Wie voert uit: initiatiefnemers en Gemeente Rheden, Gemeente Rheden moet het omgevingsplan wijzigen. Doorlooptijd: gehele doorlooptijd programma.
3.2.4 Voorbereidingsbesluit Naast wijziging van het omgevingsplan of een BOPA zijn er aanvullende planologische instrumenten die de gemeente kan inzetten, zoals het voorbereidingsbesluit. Dit dient ter bescherming tegen ongewenste ontwikkelingen, terwijl een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid. Voor Haveland kan het besluit zich richten onder andere op het aanpassen van de milieubelastende activiteiten en geluidszonering op het terrein. Hierdoor kunnen zich op termijn geen bedrijven vestigen die niet samengaan met woningen. • • •
Beoogd resultaat: het tijdelijk voorkomen van ongewenste ontwikkelingen, terwijl de wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid. Wie voert uit: gemeente Rheden. Doorlooptijd: gehele looptijd programma.
3.2.5 Kostenverhaal De gemeenten zorgt voor kostenverhaal op initiatiefnemers. Het kostenverhaal betreft de kosten die door een gemeente worden gemaakt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en welke verhaald kunnen worden op ontwikkelende partijen. De gemeente is op grond van artikel 13.11 van de Omgevingswet verplicht deze kosten te verhalen. De kosten die verrekend kunnen worden zijn onder andere plankosten, kosten voor civiele werken en planschadekosten. Onderstaand schema laat zien om welke kosten het kan gaan. De gemeente zal de te verhalen kosten bepalen en met initiatiefnemers de te verhalen kosten contractueel vastleggen. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4.2. Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedseigen kosten en gebiedsoverstijgende kosten (bovenwijkse voorzieningen). Gebiedseigen kosten
Gemeentelijke plankosten Bouw- en woonrijp maken Onderzoeken Nadeelcompensatie Overig
Gebiedsoverstijgende kosten
Bovenwijkse voorzieningen
15
Uit de eerste onderzoeken blijken er gebiedsoverstijgende kosten gemaakt worden om de intensivering van het verkeer goed te laten verlopen: het gaat om twee kruispunten (LaakwegOranjeweg en Havelandsweg-Arnhemsestraatweg), herinrichting van de Pinkelseweg en de Havelandseweg en de Schaarweg. Mogelijk worden ook kosten verhaald voor de ontwikkeling van de Steegse Haven. Bij het bepalen van de kosten voor een initiatiefnemer wordt hierbij uitgegaan van de zogenaamde ppt-criteria: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. De gemeente zal de gebiedsoverstijgende ingrepen en de kosten die daaraan verbonden zijn, inzichtelijk maken. Vervolgens worden de kosten op basis van de ppt-criteria toebedeeld aan de initiatiefnemer(s). De gemeente streeft ernaar om de initiatiefnemers hier zo snel mogelijk helderheid over te verschaffen. Hiervoor moet de methodiek voor kostenverhaal opgesteld worden. •
• •
Beoogd resultaat: duidelijke en transparante afspraken over gemeentelijke kosten, waarbij zowel gebiedseigen als gebiedsoverstijgende kosten op basis van vastgestelde criteria worden verhaald op initiatiefnemers. Wie voert uit: gemeente Rheden. Doorlooptijd: inzichtelijk maken gebiedsoverstijgende kosten, 2026-2027, kostenverhaal is gedurende gehele looptijd programma.
3.2.6 Privaatrechtelijke afspraken (kaders HOK en SOK) Wanneer initiatiefnemer met planvorming voor zijn deelgebied ver genoeg aan de slag is om tot transformatie te komen maakt de gemeente privaatrechtelijke afspraken met initiatiefnemers om te komen tot een definitief plan dat bijdraagt aan de gewenste ontwikkeling. De gronden in Haveland zijn momenteel vooral in bezit van private eigenaren. Om te komen tot ontwikkeling zal de planvorming veelal vanuit deze partijen komen. De gemeente moet hier ook tijd en energie in steken om te komen tot haalbare plannen. Hiervoor worden tussen gemeente en initiatiefnemers overeenkomsten gesloten. Hierbij wordt aangesloten op de systematiek die de gemeente hanteert. De Haalbaarheidsovereenkomst en Samenwerkingsovereenkomst worden opgesteld om zo deze initiatieven te bezien en toetsen op haalbaarheid. Hierbij is de insteek dat initiatiefnemer en gemeente in samenspraak tot een gewenst ruimtelijk plan komen in lijn met het Masterplan Haveland en het Omgevingsprogramma Haveland. •
• •
Beoogd resultaat: privaatrechtelijke afspraken tussen de gemeente en initiatiefnemers over de gewenste ontwikkeling binnen de kaders van het Masterplan Haveland en het Omgevingsprogramma. Wie voert uit: gemeente Rheden en initiatiefnemers. Doorlooptijd: gehele looptijd programma.
3.2.7 Milieu effect rapportage (mer) Bij de voorbereiding van elk ruimtelijk besluit voor de uitvoering van dit omgevingsprogramma wordt bezien of een mer(beoordelings-)plicht aan de orde is. Een mer kan op verschillende schaalniveaus aan de orde zijn, zoals bij een omgevingsvisie, omgevingsprogramma, een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Op het hogere schaalniveau, zoals bij het omgevingsprogramma, gaat het dan om een zogenaamde plan-mer. De mer is de procedure om tot een milieueffectenrapport (MER) te komen. Een MER behandelt milieueffecten van een beoogde ontwikkeling en vergelijkt die met de situatie zonder die beoogde ontwikkeling. In een MER moet ook gekeken worden naar de milieueffecten van alternatieve oplossingen. Voor het omgevingsprogramma Haveland is, voorafgaand aan vaststelling van dit omgevingsprogramma, een mer-beoordelingsbesluit genomen en is geen plan-mer doorlopen. Zie paragraaf 1.4.2. Bij het vervolg van de transformatie van Haveland zijn nog meer ruimtelijke besluiten nodig, wijzigingen van het omgevingsplan en/of omgevingsvergunningen in afwijking van de regels van het omgevingsplan. Ook hierbij kan nog mer(beoordelings)-plicht aan de orde zijn. Een plan-mer nu volledig doorlopen kan, vanwege het abstractieniveau van het programma, niet al voorzien in 16
het voorwerk van deze planologisch-juridische uitwerking. Bij de voorbereiding van elk ruimtelijke besluit zal dit tijdig moeten worden bezien. •
• •
Beoogd resultaat: tijdige toetsing per ruimtelijk besluit of een mer(beoordelings)plicht van toepassing is, zodat voldoende inzicht is in de omgevingseffecten en zo nodig redelijke alternatieven ter onderbouwing van een goed gemotiveerde besluitvorming. Wie voert uit: gemeente Rheden of initiatiefnemer. Doorlooptijd: gehele looptijd programma.
3.3 Programmalijn verkennen beleidsruimte 3.3.1 Algemeen De programmalijn het verkennen van de beleidsruimte richt zich op het in beeld brengen van de mogelijkheden die binnen de geldende (wettelijke) kaders en bestuurlijke afspraken beschikbaar zijn. Het gaat daarbij om het zorgvuldig onderzoeken van de ruimte die er is om ambities te realiseren, en om het identificeren van eventuele beperkingen of randvoorwaarden. In onderstaande paragrafen staan de projecten die hieronder vallen toegelicht.
3.3.2 Stikstof Bij de transformatie van Haveland spelen stikstofregels een rol. De Provincie heeft voor stikstof het stikstofbeperkingengebied in werking voor de zone van 500 meter rondom Natura 2000-gebied Veluwe. Dit is zowel van toepassing op het huidige gebruik van het gebied en als op de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkelruimte van huidige aanwezige bedrijven wordt hiermee belemmerd. Voor de beoogde transformatie van Haveland is een eerste verkenning uitgevoerd ten aanzien van stikstofdepositie in 2025. Op basis van kengetallen is een berekening gemaakt van de depositie van de huidige bedrijven op Haveland en wat een getransformeerd Haveland voor depositie zou kunnen hebben. Dit laat zien dat er in Haveland een aantal bedrijven zitten die een grote depositie hebben. Wanneer deze bedrijven weg gaan uit Haveland kan dit veel ruimte geven voor transformatie en voor mitigatie van de stikstofproblematiek op Natura 2000-gebied Veluwe. Bij de transformatie van Haveland moet met de actuele regels rondom stikstof, waaronder het stikstofbeperkingengebied, rekening worden gehouden. Bij transformatie per deelgebied bezien wat het gevolg van de transformatie is ten aanzien van de stikstofdepositie. Onderzoek hiervoor wordt door initiatiefnemers zelf gedaan.
Indien bedrijven weggaan met een grote stikstofdepositie bezien hoe de stikstofruimte die ontstaat behouden kan blijven voor overige transformatie van geheel Haveland. •
• •
Beoogd resultaat: monitoren of bij ontwikkeling stikstofruimte ontstaat die mogelijk elders ingezet kan worden en bezien of dit behouden kan worden voor ontwikkeling van Haveland. Wie voert uit: gemeente Rheden Doorlooptijd: monitoring gehele looptijd programma, onderzoek naar stikstofdepositie bij uitwerking van het desbetreffende deelgebied.
3.3.3 Afspraken sociale woningbouw In de prestatieafspraken tussen gemeente en woningbouwcorporaties of in afzonderlijke afspraken kan een nadere uitwerking worden gegeven aan de invulling van het sociale deel van het gewenste woningbouwprogramma in Haveland. Daarbij is de samenhang tussen het Haveland en de ontwikkeling van het bestand sociale woningen in Rheden-west van belang. Rheden-West wordt gezien als minder veerkrachtige wijk. Dit komt vanuit onderzoek van Circusvis naar de veerkracht van Rheden (2021). In het koersdocument “Samen leven in Rheden” en in de Woonvisie “Samen wonen in Rheden” actualisatie 2023 staat dat we om de kwetsbare wijken te ontlasten qua sociale huurwoningen in andere wijken die niet kwetsbaar zijn meer sociale huur toe te voegen (de contramal). De ambitie om in Haveland 35% sociale huur toe te voegen (in plaats van 30%) staat ten dienste van verandering in Rheden-West. De extra woningen die toegevoegd
17
worden in Haveland kunnen evenredig onttrokken worden aan het sociale woningbestand in Rheden-West. Daarmee kunnen beide wijken een passende differentiatie bieden zowel in type woningen als prijsklassen (zowel betaalbaar, middelduur en duur). Dit moet in afspraken vastgelegd worden met Vivare, de eigenaar van de sociale huurwoningen in Rheden-West. Dit kan in een afzonderlijk convenant of overeenkomst voor Rheden-west en/of via de 2 jaarlijks te maken algemene prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporaties. •
• •
Beoogd resultaat: passende differentiatie in zowel type woningen als prijsklassen, waarbij 35% sociale huur in Haveland wordt bereikt om de kwetsbare wijken (RhedenWest) te ontlasten. Wie voert uit: gemeente Rheden, woningbouwcorporaties en initiatiefnemers. Doorlooptijd: gehele looptijd programma.
3.3.4 Regionaal programma Werklocaties (RPW) Voor de transformatie naar een gemengd gebied van wonen en werken gelden belemmeringen op grond van de bestuurlijke afspraken over bedrijventerreinen. Het gaat hier om de regels vastgelegd in het Regionaal programma werklocaties 2025-2028 (RPW) in samenhang met de provinciale omgevingsverordening. Het RPW komt voort uit een samenwerkingsprogramma van de 16 gemeenten in de GMR én Provincie Gelderland en bevat afspraken over de behoefte aan en ontwikkeling van werklocaties (bedrijventerreinen, campussen, kantoren, detailhandel) voor de periode 2025-2028. Voor de gewenste ontwikkeling van Haveland gaat het om de afschaling van milieubelastingsruimte (voorheen milieucategorieën). Dit is niet toegestaan en er dient een compensatieplan te worden ingediend. Bovendien moeten gemeenten volgens de provinciale omgevingsverordening (artikel 5.71) bedrijfskavels die door een kade ontsloten zijn in beginsel beschikbaar houden voor watergebonden bedrijvigheid. Het RPW biedt tegelijkertijd ook de mogelijkheid om (delen van) bedrijventerreinen om te vormen naar woon-of woon-werkgebieden. Belangrijke elementen daarbij zijn: •
Herstructurering en intensivering: ruimtelijk efficiënter gebruik van bestaande werklocaties, met ruimte voor transformatie. Flexibele programmering: erkenning van veranderende ruimtevraag maakt functiemenging bespreekbaar. Regionale afstemming: mogelijkheden voor het verplaatsen van functies naar beter passende locaties binnen de regio. Kwaliteit en duurzaamheid: ondersteuning voor gebiedsontwikkeling met aandacht voor leefomgeving, energie en mobiliteit.
• • •
In de gewenste ontwikkeling voor Haveland ligt voor de RPW de nadruk op herstructurering, functiemenging en regionale afstemming. In overleg met de provincie kan bezien worden of transformatie van Haveland passend is, of passend te maken is binnen de regels. Hiervoor dient een aanvraag te worden ingediend bij het Intergemeentelijk Overleg Werklocaties (IOW). Het IOW speelt een cruciale rol binnen de RPWstructuur in de regio Arnhem/Nijmegen, ook in relatie tot transformatie van bedrijventerreinen naar wonen. Alle nieuwe initiatieven voor werklocaties — inclusief transformaties — worden voorgelegd aan en beoordeeld door het IOW op hun inpasbaarheid binnen de regionale afspraken. IOW formuleert ambtelijke adviezen die naar het Bestuurlijk Platform Productieve Regio (BPPR) gaan voor de coördinatie met provincie en de voorbereiding van de bestuurlijke beslissingen. • • •
Beoogd resultaat: inzicht in de mogelijkheden voor afschaling van milieubelastingsruimte en de inpasbaarheid van de transformatie. Wie voert uit: gemeente Rheden en provincie Gelderland. Doorlooptijd: doel is om 2026-2027 hier meer inzicht in te hebben.
3.3.5 Netbewuste woningbouw In de Gelderse Omgevingsverordening die ingaat vanaf 1 januari 2027 een instructieregel opgenomen die gemeenten verplicht in hun omgevingsplan een netbudget op te nemen voor 18
nieuwe woningbouwprojecten. Zo wordt piekbelasting op het elektriciteitsnet voorkomen. De gemeente moet hierdoor voor nieuwbouwprojecten het behalen van dit netbudget als voorwaarde stellen aan ontwikkelende partijen. Daarnaast wordt in de nieuwe provinciale verordening opgenomen dat nieuwbouwwoningen netbewust moeten zijn. • • •
Beoogd resultaat: voorkomen piekbelasting op elektriciteitsnet. Wie voert uit: gemeente Rheden. Doorlooptijd: voorwaarde stellen 2026–2027.
3.4 Programmalijn nadere uitwerking beleid 3.4.1 Algemeen De programmalijn de nadere uitwerking van het beleid richt zich op de verdere concretisering van voor de transformatie relevante, vastgestelde beleidskaders binnen de gemeente Rheden. Het gaat daarbij om het uitwerken van beleidskeuzes naar inhoudelijke plannen en ontwerpen die richting geven aan de daadwerkelijke inrichting en uitvoering. In onderstaande paragrafen staan de projecten die hieronder vallen toegelicht.
3.4.2 Masterplan Haveland Het Masterplan is de nadere uitwerking van het beleid van Rheden, waaronder de omgevingsvisie. Zie hiervoor onder andere hoofdstuk 2. Het Masterplan is vastgesteld door de gemeenteraad en binnen het Omgevingsprogramma Haveland is voorlopig geen nadere uitwerking van het Masterplan nodig. Wel is uitwerking van de groenvisie en het beeldkwaliteitsplan nog noodzakelijk. Deze onderdelen zullen als aparte maatregelen binnen deze programmalijn worden opgepakt. •
• •
Beoogd resultaat: inzicht in de samenhangende doelen en kaders voor de transformatie van Haveland, die als basis dienen voor de verdere uitvoering en kwalitatieve uitwerking van het gebied. Wie voert uit: gemeente Rheden. Doorlooptijd: reeds afgerond en vastgesteld.
3.4.3 Aantallen wonen en werken Nader uitwerken welke aantallen en typen woningen en werklocaties wenselijk zijn in Haveland. Het Masterplan geeft inzicht van wat we in Haveland willen toevoegen, waar we naar toe willen transformeren. Namelijk de ambitie van 700-1000 woningen en minimaal behoud van het aantal banen, maar een ambitie van een groei tot 1000 banen. Gelet op de organische ontwikkeling die we voorzien in Haveland en om sturing te kunnen geven in waar welke functie moet komen (waar komt wonen, waar komen werken/recreatieve functies) moet er onderzoek gedaan worden in waar welk programma mogelijk en gewenst is. Die duidelijkheid wordt nu nog niet gegeven in het Masterplan en vraagt nadere uitwerking. Dit valt ook samen met de vraag waar welke functie mogelijk is. Wonen bijvoorbeeld is een functie die niet overal kan. Per deelgebied zien we graag functiemenging. Door hier een nadere uitwerking van te maken weten eigenaren, omwonenden, geïnteresseerden, initiatiefnemers en gemeente ook beter hoe er invulling gegeven kan worden aan de ambities en waar wat kan gaan landen. Dit zal richtinggevend zijn. Om tot transformatie van Haveland te komen moeten sommige van de huidige aanwezige bedrijven verplaatsen.
Dit gaat dan vooral om bedrijven die wat betreft milieubelastingsruimte te groot zijn om mengbaar te kunnen zijn met wonen, of op dit moment niet op de beste plek zitten om te kunnen mengen binnen Haveland. In samenspraak tussen eigenaren en gemeente onderzoek doen naar mogelijke verplaatsing van deze bedrijven. In de uitwerking van de stedenbouwkundige plannen en verkavelingsplannen per deelgebied wordt vervolgens invulling gegeven aan hoe de functies echt gaan landen en op welke plek.
19
• • •
Beoogd resultaat: inzicht in de ambitie voor 700-1000 woningen en een uitbreiding naar 1000 banen, waarbij wordt bepaald waar welke functie gewenst is. Wie voert uit: gemeente Rheden. Doorlooptijd: 2026.
3.4.4 Algemeen beeldkwaliteitsplan (incl. groenstructuren) We maken één uitwerking van het vastgestelde masterplan. Dit omvat de stedenbouwkundige structuren, de groenstructuren en de beeldkwaliteit voor heel Haveland. Om goede overgangen tussen de deelgebieden te krijgen en vanuit het dorp Rheden naar Haveland is het van belang dat er een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld. Hierin wordt een raamwerk (structuren bebouwing, groen, verkeerskundig, water) en de beeldkwaliteit op hoofdlijnen geven. Het gaat hierbij om de structuren op de verschillende schaalniveau’s en de beeldkwaliteit betreft zowel de bebouwde als onbebouwde ruimte. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de inpassing van bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren. Dit sluit ook goed aan bij de rol die vanuit het Masterplan bij de gemeente ligt. Namelijk: Realisatie vindt vooral plaats door de markt. De gemeente creëert hierbij primair de randvoorwaarden voor de transformatie: ze neemt belemmeringen weg, legt juridische en planologische spelregels, waaronder beeldkwaliteit en groenwaardering, vast en faciliteert waar mogelijk de initiatiefnemers. Met dit beeldkwaliteitsplan wordt de ruimtelijke kwaliteit beter geborgd geeft een toetsingskader waarmee sturing gegeven kan worden in gesprekken met eigenaren.
Voor het opstellen van een beeldkwaliteitsplan dienen onderzoeken te worden gedaan naar het bestaande groen (inventarisatie en waardering), water en klimaatadaptatie; zodat dit ook kan worden meegenomen in het toetsingskader en de gewenste kwaliteit. Voor Haveland wordt ingezet op een groene uitstraling en beleving van de hele wijk. Behoud van waardevol groen speelt hierin een belangrijke rol. Maar het heeft ook een belangrijke functie voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Ten aanzien van water dienen voldoende mogelijkheden te worden gecreëerd voor hemelwaterberging en -infiltratie. Het voorkomen van natte voeten en het afwentelen van overvloedig water op de omgeving zijn daarbij leidende principes. Deze technische eisen kunnen worden vertaald naar kwalitatieve ontwerpelementen. Bij een stedenbouwkundig plan zal moeten worden aangetoond, dat wordt voldaan aan de norm voor hemelwaterberging en -infiltratie uit de Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden. Het kan nodig blijken hiervoor geohydrologisch onderzoek te doen. Dit kan per deelgebied worden bekeken. •
• •
Beoogd resultaat: het ruimtelijk raamwerk en de beeldkwaliteit, dat als toetsingskader dient voor de kwalitatieve borging van groenstructuren, bebouwing en klimaatadaptatie in heel Haveland. Wie voert uit: gemeente Rheden. Doorlooptijd: 2026-2027.
3.4.5 Geluidszonering industrielawaai actualiseren Op het industrieterrein is woningbouw onder de huidige regels in principe niet toegestaan en in de geluidzone er omheen alleen als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Daarbij wordt het geluid van alle bedrijven samen beoordeeld. We verkennen de mogelijkheid om het gebied waarbinnen ‘grote lawaaimakers’ zijn toegestaan te verkleinen en op termijn helemaal op te heffen. Met de Omgevingswet is de wijze van beoordeling veranderd en gemeenten moeten de huidige zonering vóór 2032 omzetten naar een nieuw monitoringssysteem. Ruim voor 2032 moet duidelijk zijn welke ‘grote lawaaimakers’ nog aanwezig zullen zijn na 2031. Voor het deel van het industrieterrein waarop deze bedrijven liggen moet tijdig het nieuwe geluidmonitoringssysteem zijn vastgesteld. Daarmee ontstaat inzicht in de mate waarin geluidsruimte vrijkomt die nodig is voor de gewenste transformatie van Haveland.
20
De komende jaren gaan we in gesprek met de bedrijven en werken we de mogelijke inpassing van de bedrijven uit in het eindbeeld. Wij hopen met de bedrijven tot een gezamenlijk gedragen oplossing te komen. De gemeente zet de wettelijke instrumenten in waar mogelijk en nodig. • • •
Beoogd resultaat: inzichten in de mogelijkheid om het gebied waarbinnen ‘grote lawaaimakers’ zijn toegestaan te verkleinen en op termijn op te heffen. Wie voert uit: gemeente Rheden. Doorlooptijd: 2026-2031.
3.4.5 Energiestrategie Voor de transformatie van Haveland is een duurzame, betrouwbare en toekomstbestendige energievoorziening noodzakelijk. Haveland wordt ontwikkeld als een gemengd woon-werkgebied en draagt bij aan de opgave om Rheden in 2040 aardgasvrij te maken. We stellen een energiestrategie op die zich richt op een collectieve warmte- en elektriciteitsvoorziening die gebruik maakt van lokaal beschikbare duurzame energiebronnen. Hiermee wordt aangesloten op de ambitie om een duurzame en gezonde ontwikkeling van Haveland te realiseren. Voor Haveland wordt uitgegaan van een collectieve lage-temperatuur warmtevoorziening op basis van warmte uit oppervlaktewater (aquathermie) en zon-gedreven warmtesystemen (zonthermie). Beide bronnen zijn lokaal beschikbaar en passen bij de schaal en het karakter van Haveland. Door deze bronnen te combineren ontstaat een robuust systeem dat het hele jaar kan voorzien in de warmtevraag. Binnen dit systeem worden grootschalige warmtebuffers toegepast. Deze buffers slaan warmte op die op andere momenten kan worden benut, zodat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten. Dit vergroot de betrouwbaarheid en beperkt de belasting op de elektriciteitsvoorziening. Naast warmteopwekking wordt ook de productie van elektriciteit zoveel mogelijk collectief georganiseerd.
Op gebouwen en voorzieningen binnen Haveland wordt elektriciteit duurzaam opgewekt en wordt deze binnen het gebied verdeeld. Dit draagt bij aan het verminderen van de netbelasting en ondersteunt het Local for Local-principe. Voor de energiestrategie gelden de volgende uitgangspunten: •
• • •
Local for Local: warmte en elektriciteit die in Haveland worden opgewekt, worden ook in Haveland gebruikt. Dit vergroot de leveringszekerheid, ondersteunt de betaalbaarheid en voorkomt onnodig gebruik van bovenregionale infrastructuur. Toekomstbestendigheid: woningen en gebouwen worden geschikt gemaakt voor lagetemperatuurverwarming, koeling en duurzame elektriciteitsopwekking en opslag. Geleidelijke ontwikkeling: de energie-infrastructuur wordt stapsgewijs aangelegd, passend bij de fasering van de gebiedstransformatie. Betaalbaarheid: de energievoorziening wordt zo ingericht dat kosten voorspelbaar en beheersbaar blijven voor bewoners en bedrijven.
Voor de transformatie van Haveland wordt uitgegaan van de aanleg van een collectief lagetemperatuur warmtenet. Dit net vormt de basis voor de warmtevoorziening van nieuwe functies in het gebied. De broninstallaties, het warmtenet en de warmtebuffers worden per deelgebied uitgebreid, zodat de infrastructuur aansluit bij de geleidelijke ontwikkeling van Haveland. De warmteproductie wordt ondersteund door seizoensbuffers en andere vormen van warmteopslag. Hierdoor wordt het systeem stabieler en kunnen pieken in warmtevraag worden opgevangen zonder dat extra elektriciteit nodig is. Voor de elektriciteitsvoorziening wordt uitgegaan van collectieve duurzame opwek per gebouw of groep gebouwen. De opgewekte elektriciteit wordt lokaal gebruikt of opgeslagen, waarbij per deelgebied afspraken worden gemaakt over de verdeling van de productie en het gebruik. Dit draagt bij aan het verminderen van de netbelasting en het verhogen van de zelfvoorzienendheid van het gebied. Voor een goed functionerend energiesysteem is samenwerking tussen betrokken partijen noodzakelijk. Om het Local for Local-principe te ondersteunen wordt voorzien in de oprichting van een Energiecoöperatie Haveland. Deze coöperatie kan een organiserende rol krijgen bij: •
Het beheer en gebruik van de warmte- en elektriciteitsbronnen, 21
• • •
Het benutten van lokaal eigenaarschap, Het ondersteunen van bewoners en bedrijven bij deelname aan het energiesysteem, Het borgen van transparantie over kosten en prestaties.
De gemeente stelt hiervoor de kaders en bewaakt de samenhang met de overige onderdelen van de gebiedsontwikkeling. Initiatiefnemers en gebruikers kunnen binnen deze kaders deelnemen aan de energiecoöperatie om het systeem effectief te laten functioneren. Deze energiecoöperatie werkt samen met de Gemeentelijke energiecoöperatie en Gemeentelijk warmtebedrijf De aanleg van de energievoorziening verloopt parallel aan de gebiedsontwikkeling. In de eerste fase wordt de hoofdstructuur van het warmtenet aangelegd, inclusief de eerste broninstallaties en warmtebuffers. In latere fasen worden aanvullende warmte- en elektriciteitsbronnen gerealiseerd en worden nieuwe deelgebieden aangesloten. De precieze fasering wordt afgestemd op de voortgang van de transformatie van Haveland. Hiervoor doet de gemeente onderzoek naar de optimale inrichting van de collectieve warmte- en elektriciteitsvoorziening. •
• •
Beoogd resultaat: inzicht per deelgebied in welke warmtebronnen, warmtebuffers, netstructuren en vormen van lokale elektriciteitsopwekking het meest geschikt zijn, passend bij de fasering en de gewenste stedenbouwkundige ontwikkeling. Wie voert uit: gemeente Rheden. Doorlooptijd: 2026-2028.
3.4.8 Omgevingsveiligheid Voor wat omgevingsveiligheid zijn er verschillende risicobronnen relevant binnen en rond Haveland. Zie volgende tabel.
Risicobron Hogedruk aardgasleidingen
Milieubelastende activiteiten
Transport gevaarlijke stoffen over de weg Transport gevaarlijke stoffen over het water Transport gevaargelijke stoffen over het spoor
Industrieterrein Haveland, Rheden) Het plangebied van deelgebied 1 ligt op ca. 12 meter van hogedruk aardgasleiding N-559-22 en op ca. 80 meter van hogedruk aardgasleiding N-559-20. Het BAG van beide buisleidingen bedraagt 95 meter. Het plangebied van Haveland ligt binnen het BAG van de leidingen. In Haveland is een LPG-opslagtank vergund op terrein van FSH. [latere constatering: deze is niet meer aanwezig en een aanpassing van de vergunning kan worden voorbereid] Ook is er een gasdrukregelstation op het terrein van FSH. De PR van het station bedraagt 15 meter. Het plangebied ligt niet binnen een aandachtsgebied van een Basisnetroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de rijweg. Het plangebied ligt niet binnen een aandachtsgebied van een Basisnetroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de vaarweg. Het plangebied ligt op ca. 14 meter van de spoorlijn Arnhem – Zutphen. Het BAG bedraagt 30 meter, het EAG bedraagt 200 meter en het GAG bedraagt 300 meter. Het plangebied ligt binnen het BAG, EAG en GAG van de spoorlijn.