CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. Foto van de Leefomgeving

Raadsvergadering 27 januari 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststelling omgevingsvisie23.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In het binnenland wordt de toename van de temperatuur en van de potentiële verdamping mede veroorzaakt door klimaatverandering. De toename van de temperatuur in de klimaatmodellen is lager dan waargenomen, waardoor we dus kunnen concluderen dat tenminste de helft van de waargenomen temperatuurtrend mag worden toegeschreven aan de uitstoot van broeikasgassen. Zonder toename van neerslag, betekent dit dus dat er in het binnenland een grotere kans is op droogte door klimaatverandering. De exacte toename van de droogte is lastig te kwantificeren. 5.3.5 Bronnen • • • • • •

Droogtekaart | neerslagtekort Nederland beter weerbaar tegen droogte, eindrapport beleidstafel droogte Klimaatdashboard KNMI - Klimaat van Nederland Klimaatatlas Rheden Verslaglegging hackathon implicaties KNMI'23-scenario's, Deltares, 2024 Publicatie KNMI: Niet eerder smolten de Alpengletsjers zo snel als deze zomer, 2022,

KNMI - Niet eerder smolten de Alpengletsjers zo snel als deze zomer Hoe verandert het afvoerregime van de Rijn in de toekomst, en welke impact heeft dit op zoetwaterbeschikbaarheid, waterveiligheid, natuur en bevaarbaarheid? 6 7

70

6 Ruimte voor Energietransitie 6.1 Duurzame energieopwekking Duurzame energieopwekking, ook wel bekend als hernieuwbare energieopwekking, verwijst naar het produceren van energie op een manier die het milieu niet schaadt en die bronnen gebruikt die niet opraken. Voorbeelden van duurzame energiebronnen zijn: • • • • • • • •

Zonne-energie: Energie opgewekt door zonlicht om te zetten in elektriciteit met behulp van zonnepanelen. Zonneboilers: Warmte opgewekt door zonlicht om direct warmte te leveren aan water met behulp van zonnecollectoren. Restwarmte: Warmte die overblijft bij productie- en/of gebruiksprocessen bij bedrijven. Restkoude: Koude die overblijft bij productie- en/of gebruiksprocessen bij bedrijven. Windenergie: Energie opgewekt door windturbines die de kinetische energie van de wind omzetten in elektriciteit. Waterkracht: Energie opgewekt door stromend water, meestal via dammen, om elektriciteit te produceren. Biomassa: Energie opgewekt door organisch materiaal zoals hout, afval en landbouwresten te verbranden of te vergisten. Geothermische energie: Energie opgewekt door de warmte uit de aarde te benutten.

Het gaat hier om hoeveel van het totale energieverbruik al duurzaam wordt opgewekt, binnen de gemeente of daar buiten. De Europese klimaatdoelen stellen 27% duurzaam opgewekte energie in 2030 en 100% in 2050. 6.1.1 Indicatoren en kwaliteitsniveaus Duurzame energieopwekking Status gebruikte Kwantitatief informatie • Hernieuwbare energie – zonnepanelen, GDindex • Hernieuwbare energie – aandeel, GDindex • Lokale potentie: maximaal 108.057 MWh op daken woningen en 13.900 MWh op land. Beschikbare Benchmark ten opzichte van het landelijke gemiddelde en Expert referentiewaarden Judgement percentage duurzaam opgewekte energie ten opzichte van de Europese klimaatdoelstelling uit de klimaatmonitor Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Aandeel is >50% en zit boven het landelijk gemiddelde Oranje Aandeel is < 50% maar > 27% en/of volgt het landelijk gemiddelde

71

Rood

Aandeel is < 27% en blijft achter bij het landelijk gemiddelde

6.1.2 Huidige situatie Ons huidige totale energieverbruik in de hele gemeente is ongeveer 2800 Terajoule, omgerekend 777.000.000 kWh. De opwekking van duurzame energie is nog beperkt. Zonne-energie is het meest ingezet, maar benutting van potentieel op daken en restwarmte is nog laag. Windenergie is uitgesloten in de gehele gemeente i.v.m. provinciale restricties in de buurt van de Veluwe. Woningen met zonnepanelen In onderstaande tabel is het percentage woningen met zonnepanelen in Rheden en in vergelijking met het Nederlandse gemiddelde opgenomen. Hieruit blijkt dat in de periode 2019-2023 het percentage woningen met zonnepanelen is gestegen van ruim 9% naar ruim 27%. Desondanks ligt het percentage onder het Nederlandse gemiddelde. Woningen met zonnepanelen in 2023 2022 2021 2020 2019

Rheden

Nederland

27,62% 21,06% 14,83% 12,08% 9,64%

33,24% 26,95% 19,95% 16,18% 12,48%

Figuur 23 Tabel woningen met geregistreerde zonnepanelen (bron: Regionale Klimaatmonitor RVO)

Figuur 22 Zonnepanelen in de gemeente Rheden in vergelijking tot andere gemeenten in Nederland (uit: klimaatmonitor 2023)

72

Aandeel hernieuwbare energie In onderstaande tabel is het percentage hernieuwbaar opgewekte energie te zien in de gemeente Rheden en gemiddeld genomen over Nederland. Uit de tabel blijkt dat het percentage in de periode 2018-2022 is gestegen van bijna 3% naar bijna 5,5%. Ondanks deze toename ligt het percentage hernieuwbaar opgewekte energie lager dan gemiddeld genomen over Nederland. Hernieuwbare energie (kWh, per jaar, per inwoner) 2022 2021 2020 2019 2018

Rheden

Nederland

5,48% 3,82% 3,70% 2,97% 2,76%

10,19% 8,07% 7,07% 5,85% 5,08%

Figuur 24 Hernieuwbare energie in de gemeente Rheden (bron: klimaatmonitor, 2023)

Figuur 25 Gemeente Rheden in vergelijking tot andere gemeenten in Nederland (bron: GDindex.nl)

Zowel op het percentage woningen met zonnepanelen als het aandeel hernieuwbare energie scoort we onder het landelijk gemiddelde. Daarnaast wordt ook het doel 27% duurzaam opgewekte energie een lastige opgave als we kijken naar trage ontwikkeling in de afgelopen jaren.

73

Lokale potentie zonne-energie De lokale potentie voor de opwekking van zonne-energie is in de RES 1.0 (Regionale Energie Strategie) berekend op 108.057 MWh op daken van woningen en 13.900 MWh op het land. Samen goed voor een totaal van 121,957 MWh. Op dit moment wordt er 17.739 MWh opgewekt. 6.1.3 Autonome ontwikkeling In de RES 1.0 hebben we als gemeente een bod gedaan op de opwek die wij moeten gaan leveren (vastgesteld). Er wordt onderzocht door de provincie Gelderland of er mogelijk gebruik kan worden gemaakt van restwarmte in enkele buurten. Bijvoorbeeld met de papierfabriek in Eerbeek, waardoor Laag-Soeren in aanmerking zou kunnen komen. Bij ongewijzigd beleid is een stijgende lijn te verwachten door voortzetting van woningverduurzaming en gebruik van zonne-energie. Beperkingen in netcapaciteit en regelgeving rondom wind kunnen de groei beperken. 6.1.4 Doorkijk 2040 De energietransitie draait niet alleen om het vervangen van fossiele brandstoffen, maar ook om het creëren van een geheel nieuw energiesysteem. Er wordt steeds meer ingezet op het elektrificeren van sectoren die traditioneel afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, zoals verwarming en transport. Dit betekent een grotere rol voor elektrische voertuigen en warmtepompen. Tegelijkertijd stagneert de uitrol op dit moment door netcongestie en de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet.

De noodzakelijke verzwaring van het net kost tijd, waardoor de vraag naar stroom niet overal direct kan worden opgevangen. Groene waterstof: Waterstof geproduceerd met behulp van hernieuwbare energiebronnen wordt gezien als een belangrijke schakel in de energietransitie. Het kan dienen als brandstof voor industrieën en transport, en als opslagmedium voor overtollige hernieuwbare energie. Opslag en netwerkinfrastructuur: Met de toename van hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind, wordt de behoefte aan energieopslag en een robuuste netwerkinfrastructuur steeds belangrijker. Dit helpt om de variabiliteit van deze energiebronnen op te vangen en een stabiele energievoorziening te garanderen.

74

6.1.5 Conclusie De huidige situatie van het aspect duurzame energieopwekking beoordelen we met kwaliteitsniveau ‘rood’ omdat de duurzame energieopwekking onder het percentage van 27% blijft en het onder het landelijk gemiddelde zit. Doordat we in de autonome ontwikkeling naast een stijgende lijn ook tegengas zien door netcongestie en regelgeving zal de beoordeling voor duurzame energieopwekking op ‘rood’ blijven, gelijk aan de huidige situatie. 6.1.6 Bronnen • •

Klimaatmonitor RVO Hernieuwbare energie in Rheden, GDindex, kompas voor de duurzame gemeente

75

6.2 Duurzame woningen De duurzaamheid van woningen kunnen we beoordelen aan de hand van de aanwezige energielabels en warmtevraag van woningen. Energielabel Een energielabel voor woningen is een gestandaardiseerde beoordeling van de energieefficiëntie van een huis, variërend van A (zeer energiezuinig) tot G (zeer energieverspillend). Het label wordt gebaseerd op verschillende factoren, zoals isolatie, verwarmingssystemen, ventilatie en het gebruik van duurzame energiebronnen. Vanaf 2030 is het niet meer toegestaan voor woningcorporaties en particuliere verhuurders om woningen te verhuren met energielabel E, F of G. Warmtevraag Om de klimaatdoelen uit het Nederlandse Klimaatakkoord te behalen, is het verlagen van de warmtevraag in de bebouwde omgeving essentieel. Veel gebouwen verliezen nog onnodig warmte door slechte isolatie en verouderde installaties. Door onze woningen beter te isoleren, slim te ventileren en gebruik te maken van duurzame energiebronnen, verminderen we de warmtevraag én de uitstoot van broeikasgassen. Zo werken we aan comfortabele, betaalbare en duurzame buurten voor iedereen. De warmtevraag wordt op een gestandaardemanier berekend met de NTA 8800 en bekijken we in deze beoordeling aan de hand van energieverbruiksdata. Deze NTA berekend ook het label.

6.2.1 Indicatoren en kwaliteitsniveaus Duurzame gebouwen Status gebruikte Kwantitatief informatie • Energielabelregistraties • Energieverbruiksdata Beschikbare Expert Judgement rond data uit Rheden in cijfers en data van RVO referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Het aandeel woningen met een energielabel A, B en C is hoog en er zijn maar enkele woningen in de categorieën D of lager en vrijwel alle woningen verbruiken geen gas meer en wekken zelf stroom op. Oranje Het aandeel woningen met energie label C is hoger dan met energielabel A of B of het grootste gedeelte van de woningen gebruikt nog gas en produceren zelf geen stroom. Rood De meeste woningen hebben een energielabel D of lager en weinig huizen zijn van het gas af of wekken zelf stroom op.

6.2.2 Huidige situatie De gemeente Rheden heeft een woningaanbod van 21.310 woningen (2024). Waarvan 11.891 koopwoningen en 9.419 huurwoningen. Van deze woningen was 94,6% in 2023

76

voorzien van een hoofdverwarmingsinstallatie op basis van aardgas, is 3,7% elektrisch verwarmd en is 1,2% onbekend. Aardgas 94,6% Elektrisch verwarmd Installatie onbekend

Individuele CV 86,8% Blokverwarming 8% Met gas 2,4% Zonder gas 1,3% 1,2%

Figuur 26 Energieverbruik woningen in Rheden (uit: Rheden in Cijfers)

Energielabel

Figuur 27 Energielabels in de gemeente Rheden (bron: Rheden in cijfers)

In 2024 zijn er 12.075 woningen met een geregistreerd energielabel. Er zijn 22% woningen met een energielabel A of hoger (t/m A++++). 77,3% van de woningen heeft een energielabel A t/m D. In onze gemeente zijn de meest voorkomende energielabels C (27,5%) en A (20,8%).

77

Gas en elektriciteitsverbruik

Figuur 28 Totaal gasverbruik en elektriciteitsverbruik woningen (bron: Rheden in Cijfers)

In bovenstaande grafieken is te zien dat het totaal gasverbruik in woningen de afgelopen jaren is gedaald en dat het elektriciteitsverbruik min of meer gelijk blijft, maar wel voor een stijgend aandeel uit zelf opgewekte zonne-energie bestaat. Deze laatste cijfers zijn te begrijpen als we kijken naar de toename van de hoeveelheid woningen met zonnepanelen kijken bij het kopje “duurzame energieopwekking”. Verdeelt naar eigendom krijg je de volgende resultaten: Gemiddeld gasverbruik naar eigendom (m3) 2023 2019 Huurwoningen 890 1.310 Koopwoningen 1.230 1.820 Gemiddeld elektriciteitsverbruik naar eigendom (kWh) Huurwoningen 1.960 2.180 Koopwoningen 2.800 3.050 Figuur 29 Tabel van gas en elektriciteitsverbruik in woningen (bron: Rheden in cijfers)

Gemiddeld energieverbruik per woning (2023): • •

Elektriciteit: 2.790 kWh (eigen woning), 1.930 kWh (huurwoning). Gas: 1.110 m³ (eigen woning), 810 m³ (huurwoning).

Dit verschil tussen huurwoningen en koopwoningen kan verschillende oorzaken hebben: • • • •

Huurwoningen zijn vaak kleiner dan koopwoningen. Huurwoningen zijn relatief vaak appartementen (minder buitenmuren). Huurders letten in sommige gevallen meer op de energierekening omdat er vaker een lager inkomen is dan bij koopwoningen. Verhuurders of woningcorporaties investeren op grotere schaal in energiebesparende maatregelen.

78

6.2.3 Autonome ontwikkeling Samen met experts, diverse inwoners en andere betrokken partijen binnen de gemeente is er het afgelopen 1,5 jaar verkend op welke manier Dieren-West aardgasvrij kan worden gemaakt. In het voorlopige werkdocument Wijkuitvoeringsplan (WUP)8 staat dat zij over 10 jaar, in 2033, aardgasvrij willen zijn en dus op een alternatieve, duurzame manier de woningen verwarmen, warm tapwater krijgen en elektrisch koken. Dat willen zij bereiken door ambitieus in te zetten op energiebesparing, door zonnepanelen op daken, door te kiezen voor (all electric) warmtepompen en door het elektriciteitsnetwerk op orde te brengen. 6.2.4 Doorkijk 2040 In de Energievisie en de Warmtevisie die nu opgesteld worden gaan we doelen stellen voor 2040. Om CO2 neutraal te kunnen zijn zetten we niet alleen in op duurzame energieopwek, maar ook op het verduurzamen van huizen. Dit doen we op kleine schaal per wijk of project. Daarbij maken we gebruik van natuurlijke momenten, zoals renovaties om verduurzamingsmaatregelen door te voeren. Voor de geselecteerde wijken worden gedetailleerde plannen opgesteld (Wijkuitvoeringsplannen (WUP)) om de overgang naar aardgasvrij wonen te realiseren. Dit doen we samen met de betrokken bewoners en stakeholders.

Zonder aanvullende maatregelen zal de verduurzaming van gebouwen in een gematigd tempo doorgaan, afhankelijk van natuurlijke renovatiemomenten en individuele investeringsbereidheid. Belemmeringen zoals financiering en bewustwording kunnen de voortgang vertragen. Wettelijk gezien zijn verhuurders (woningcorporaties en particulier) per 2030 verplicht om een energielabel van D of hoger te hebben. Dit vraagt o.a. voor verhuurders nog een flinke verduurzamingsslag. Het wetsvoorstel voor de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie geeft gemeenten de bevoegdheden om regie te voeren in de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie, o.a. de aanwijsbevoegdheid. Om de doelstelling van een CO₂-neutrale gebouwde omgeving in 2040 te bereiken, zijn intensieve inspanningen nodig op het gebied van isolatie, duurzame energieopwekking en gedragsverandering. Gemeentelijke ondersteuning, zoals leningen, subsidies en intensive bewustwordingsbeleid speelt hierbij een cruciale rol.

8

Wijkuitvoeringsplan Dieren-West

79

6.2.5 Conclusie De meeste woningen hebben in de huidige situatie een Energielabel D of lager waardoor we tot een beoordeling voor duurzame woningen met een kwaliteitsniveau ‘rood’ komen. Doordat we met de autonome ontwikkeling nog geen directe grote impuls verwachten zal de beoordeling voor duurzame woningen op ‘rood’ blijven, gelijk aan de huidige situatie. 6.2.6 Bronnen • • •

Rheden in Cijfers | Buurt-, postcode- en wijkdata | geregistreerde energielabels Rheden in Cijfers | Duurzaamheid | Energiegebruik | woningen Wijkuitvoeringsplan Dieren-West

80

6.3 Duurzame en slimme mobiliteit Slimme en duurzame mobiliteit richt zich op het verbeteren van transportmethoden om efficiënter, milieuvriendelijker en technologisch geavanceerder te worden. • • • •

Elektrisch rijden Gedeelde mobiliteit Zelfrijdende auto’s Duurzaam rijden en innovaties in batterijtechnologie

We zetten de aantallen af tegen het Gelderse gemiddelde om te bepalen hoe de gemeente Rheden er voor staat. Duurzame en slimme mobiliteit Status gebruikte Kwantitatief: informatie • Aantal elektrische auto’s • Aantal deelauto’s per 100.000 inwoners • Aantal semi(publieke) laadpalen in de gemeente • Gebruik fiets Beschikbare Benchmark t.o.v. het provinciale gemiddelde en expert judgement referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Voor alle modaliteiten is het gebruik hoger dan het provinciale gemiddelde. Oranje Van twee of drie modaliteiten is het gebruik lager dan het provinciale gemiddelde. Rood Voor alle modaliteiten is het gebruik lager dan het provinciale gemiddelde.

6.3.1 Huidige situatie De modal split, zoals beschreven in het document "Bouwsteen Mobiliteit 2024", ziet er in onze gemeente als volgt uit: • • •

Het meest gebruikte vervoersmiddel is de auto. Het gebruik van het Openbaar Vervoer is1% hoger dan het Nederlands gemiddelde. Lopen en fietsen is lager dan het Nederlands gemiddelde.

81

Elektrische auto’s Het totaal aantal elektrische voertuigen in onze gemeente is langzaam gestegen. In figuur 31 is te zien hoe het percentage de laatste jaren echt aan het stijgen is.

Figuur 30 Aantal geregistreerde voertuigen in Rheden (bron: Rheden in cijfers)

In figuur 32 zien we dat het percentage ten opzichte van het Gelderse gemiddelde hoger is.

Gelderland Rheden

Totaal BEV personenauto's 1.071.822 ?

PHEV 38.585 1.534

% van totaal 21.398 748

5,6% 7,2%

Figuur 31 Cijfers samengesteld van kennisplatform duurzaamheidsscore.nl (CROW) en Rheden in Cijfers

Deelauto’s

Figuur 32 Deelauto's (bron: duurzaamheidsscore.nl)

Het aantal deelauto’s is afgenomen. Dit is een landelijke trend met een combinatie aan factoren: • 9

Veranderend reisgedrag: meer eigen auto voor woon-werkverkeer9.

Deelmobiliteit draagt bij aan CE, markt staat voor uitdagingen - Afval Circulair

82

•

meer aanbod maar interesse is afgenomen10

In Gelderland en in onze gemeente is het aanbod afgenomen. Laadpunten Het totaal aantal (semi)publieke laadpunten voor elektrische auto’s in de gemeente Rheden stijgt langzaam. In de tabel daaronder staat de omrekening zodat dit cijfer kan worden vergeleken met het Gelderse gemiddelde. De cijfers in de onderste tabel zijn dus alleen voor de omrekenfactor.

Figuur 33 Aantal (semi) publieke laadpalen in de gemeente Rheden (bron: Rheden in Cijfers)

Omgerekend t.o.v. het Gelderse gemiddelde: Aantal (semi)publieke laadpunten voor elektrische auto’s per 100.000 inwoners 2024 2023 2022 2021 2020

Rheden

Gelderland

566 512 460 384 338

858 666 501 376 285

Fiets Van het aantal verplaatsingen in onze gemeente gebeurt 34,1% per fiets, tegen 29,2% in de provincie Gelderland. Waarbij wel de kanttekening moet worden gemaakt dat de enige beschikbare data uit 2019 en 2020 komt. Verplaatsingen met de fiets worden

10

Auto delen in Nederland 2024

83

gezien als duurzame manier van transport en vallen daardoor onder duurzame mobiliteit.

Figuur 34 gemiddeld aantal verplaatsingen per fiets (bron: duurzaamheidsscore.nl)

6.3.2 Autonome ontwikkeling In de vastgestelde bouwsteen mobiliteit (2024) is opgenomen dat het doel is om in 2040 het interne verkeer in onze gemeente zo goed als fossielvrij te maken: • • • • •

Het gebruik van duurzame vervoermiddelen wordt gestimuleerd en ondersteund. Goede voet-, fiets- en OV-verbindingen binnen de gemeente en met omliggende gemeenten. Het delen van mobiliteit wordt aangemoedigd. Er wordt gezorgd voor een goede laadinfrastructuur. Stimuleren van fietsen en lopen door middel van gedragsmaatregelen.

Om de Europese klimaatdoelstelling te bereiken om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, neemt de EU maatregelen om de uitstoot van auto's te verminderen, aangezien het wegvervoer goed is voor één vijfde van de CO2-uitstoot in de EU. In juni 2022 steunde het Europees Parlement het voorstel van de Commissie om tegen 2035 geen CO2-uitstoot van nieuwe auto's en bestelwagens meer te hebben. De tussentijdse emissiereductiedoelstellingen voor 2030 worden vastgesteld op 55% voor auto's en 50% voor bestelwagens. 6.3.3 Doorkijk 2040 De ontwikkeling van Mobility as a Service (MaaS) draagt bij aan een efficiënter, duurzamer en gebruiksvriendelijker mobiliteitssysteem. De trend voor autogebruik gaat meestal in de richting van elektrische auto's met batterijen omdat de totale eigendomskosten lager zijn dan die van de alternatieven. De productie van waterstof en e-fuels (gemaakt van elektriciteit en waterstof en omgezet in synthetische benzine) is bijvoorbeeld duurder omdat daarvoor veel elektriciteit nodig is. Batterijen zijn echter zwaar, waardoor sommige vervoermiddelen niet gemakkelijk op batterijen kunnen rijden - daarom kunnen waterstof of e-fuels een goede oplossing zijn voor schepen, vliegtuigen of zware voertuigen.

84

6.3.4 Conclusie We beoordelen de huidige situatie voor het aspect duurzame en slimme mobiliteit met een kwaliteitsniveau ‘oranje’ omdat de elektrische auto en de fietsverplaatsingen beter zijn dan het provinciaal gemiddelde. Het aantal laadpunten en de deelauto’s blijven achter. We beoordelen de autonome ontwikkeling voor het aspect duurzame en slimme mobiliteit met een lichte verbetering richting kwaliteitsniveau ‘licht-oranje’ vanwege de Europese regels en de technische ontwikkelingen, met de kanttekening voor licht-oranje omdat het beleid voor de gemeente Rheden zelf nog wat vaag is. 6.3.5 Bronnen • • •

• • • •

Rheden in Cijfers | Duurzaamheid | Mobiliteit | totaal aan (semi) publieke laadpalen Duurzaamheidscore CROW | Mobiliteitsscore | Deelmobiliteit | Deelauto's | Per 100.000 inwoners Duurzaamheidsscore | Mobiliteitsscore | Vervoerswijze | alle verplaatsingen | percentages | verplaatsingen per dag | 2018 en later | totaal | verplaatsingen per fiets Rheden in Cijfers | Duurzaamheid | Mobiliteit Odin2022: Onderweg in Nederland 2022 | CBS Auto delen in Nederland 2024, Ipsos I&O, 2024 Publicatie Rijkswaterstaat, circulaire economie en afval, Deelmobiliteit draagt bij aan CE, markt staat voor uitdagingen, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2025

85

7 Economisch bloeipotentieel 7.1 Vraag en aanbod werklocaties Bedrijfslocaties en bedrijventerreinen zijn een thema die vooral regionaal om afstemming vragen en opgepakt worden. Regionaal wordt vraag en aanbod gemonitord voor bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Voor bedrijventerreinen en kantoren wordt dat gedaan rondom een indeling in werkmilieus: • • •

•

•

Klassiek-gemengd: Een monofunctioneel werkmilieu met een diversiteit aan bedrijven op overwegend kleine(re) kavels Agrifood: Een netwerk van bedrijven met aan de basis productiebedrijven gericht op teelt en veredeling van landbouwproducten. Logistiek: Een netwerk van bedrijven in de logistiek, handel en opslag. Dit zijn vaak grootschalig opgezette terreinen met veel ruimte voor vrachtverkeer en bij voorkeur parkeren. (Maak)industrieel: Een werkmilieu met een industrieel karakter waarbinnen bedrijven produceren en verwerken. Dit vindt vaak plaats op grote(re) kavels, veelal met een milieucategorie van 3.2 of meer. Hoogwaardig/ kantoren: Een werkmilieu hoogwaardig/kantoren kenmerkt zich door de aanwezigheid van m.n. kantoor-gerelateerde bedrijfsfuncties op een vaak nog monofunctioneel bedrijventerrein.

Voor detailhandel is er een ‘hoofdstructuur reguliere detailhandel’. De dorpskernen zijn daarbij de plek waar de meeste winkels aanwezig zijn. Dit aspect wordt in hoofdstuk 7.2 Dorpskernen beoordeeld. 7.1.1 Indicatoren en kwaliteitsniveaus Vraag en aanbod Status gebruikte informatie

Kwantitatief: • Vraag en aanbod monitor Groene Metropool Regio (Regio Arnhem-Nijmegen) Expert judgement

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Het aanbod is in balans met de behoefte (voor alle werkmilieus) Oranje De behoefte is groter dan het aanbod voor 1 of meerdere werkmilieus Rood De behoefte is groter dan het aanbod voor alle werkmilieus

7.1.2 Huidige situatie Volgens de meest recente gegevens telt de gemeente Rheden in 2024 ongeveer 23.000 inwoners in de beroepsbevolking. Dit omvat zowel mensen die betaald werk hebben als

86

degenen die beschikbaar zijn voor werk en actief op zoek zijn naar een baan. De netto arbeidsparticipatie in Rheden, dat wil zeggen het percentage van de beroepsbevolking dat daadwerkelijk betaald werk verricht, bedroeg in 2024 70,8%. Het afgelopen decennium is de netto arbeidsparticipatie binnen de gemeente Rheden fors toegenomen, in 2015 bedroeg de arbeidsparticipatie nog 63,8%.

Figuur 35 Netto arbeidsparticipatie (bron: Rheden in cijfers)

Aantal bedrijven en instellingen Aantal banen Aantal inwoners (totaal) Aantal inwoners in werkzame leeftijd (beroepsbevolking)*

4.500 18.500 45.000 23.000

Figuur 36 Cijfers over bedrijven en werkenden in de gemeente Rheden (bron: CBS, KvK en Rheden in cijfers)

In figuur 36 is te zien dat werk en banen niet gelijk oploopt: er werken meer mensen dan er banen zijn. Dat betekent dat een deel van de werkenden buiten de gemeente werkt. De belangrijkste plek voor bedrijven in de dorpen zijn de bedrijventerreinen. De belangrijkste bedrijventerreinen zijn: Haveland (Rheden) • •

Ten noorden van het dorp Rheden, langs de A348 en het spoor. Voornamelijk productiebedrijven, logistieke bedrijven en industrie.

87

•

•

Geluidsgezoneerd terrein: bedoeld voor bedrijven die geluidsruimte nodig hebben. Aanwezigheid van enkele grotere bedrijven zoals De Meteoor en Thomasen. Het bedrijventerrein is een ‘(maak)industrieel’ terrein. De ligging aan het water is niet meer relevant, in de regio is dit terrein niet geclassificeerd voor watergebonden.

Bedrijventerrein Dieren Oost en Spankeren • •

•

Kleine tot middelgrote ondernemingen in handel, ambacht en lichte industrie. Functioneel terrein voor lokale bedrijven. Weinig leegstand, vooral gericht op dienstverlening en lichte productie. Kleinschalige bedrijvigheid, waaronder bouwbedrijven, garages en logistiek. Vooral gericht op lokale economische activiteiten. Het is een ‘klassiek gemengd’ bedrijventerrein.

Bedrijventerrein De Beemd • • •

Bedrijventerrein De Beemd is gelegen aan de zuidoostzijde van Velp, tussen de snelwegen A12 en A348, en nabij de IJsseldijk. De bedrijven zijn actief in diverse sectoren, waaronder productie, handel, dienstverlening en lichte industrie. Een ‘klassiek gemengd’ bedrijventerrein.

De Beemd wordt gezien als regionaal bedrijventerrein met een bijzonder belang. Terreinen met een bijzonder belang krijgen extra aandacht in de regio GMR en worden gevolgd in hoeverre ze bijdragen aan het realiseren van de regionale ambities op bedrijventerreinen in het RPW 2025-2028. Kenniscampus Arnhem-Velp De regio ziet campussen als een belangrijke schakel binnen de regionale ontwikkeling. De campus Arnhem-Velp (HAN, Yuverta en Hogeschool Van Hall Larenstein) is als 'kenniscampus' in het regionale beleid opgenomen. De campus biedt verschillende duurzame/groene opleidingen aan en bevordert de samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en het bedrijfsleven waarbij de focus ligt op maatschappelijke opgaven als de energietransitie, circulair bouwen en klimaatadaptatie. Het ambitiedocument Kenniscampus Regio Arnhem (2024) richt zich onder andere op gedeelde (onderzoeks-)faciliteiten en de profilering van het middengebied tussen onderwijs- en kennisinstellingen (zie onderstaande afbeelding).

88

Vraag en aanbod in de regio GMR

Figuur 37 Vraag en aanbod verdeeld per werkmilieu (uit: RPW 2021-2024)

Uit figuur 37 blijkt vraag en aanbod in de Groene Metropool Regio. Duidelijk is dat in de regio vraag is naar klassiek gemengde bedrijventerreinlocaties, agrifood en maakindustrie. Onze bedrijventerreinen zijn vooral klassiek gemengd of (maak)industrie, maar hebben weinig ruimte voor uitbreiding, alleen bij Dieren/ Spankeren is niet alle bestemde ruimte ontwikkeld. Meer ruimte voor bedrijven zit nog wel in het herstructureren van de bestaande bedrijventerreinen. 7.1.3 Autonome ontwikkeling Haveland is in ontwikkeling naar een gemengd gebied met ruimte voor wonen én werken, waar bedrijven tot met een milieucategorie 1 en 2 kunnen komen tussen woningen in. Groene, duurzame inrichting is het uitgangspunt in het nieuwe masterplan Haveland. In het gebied maakt 30 hectare industrieterrein (zware milieucategorie) plaats voor wonen en werken (met een maximale milieucategorie 2). 7.1.4 Doorkijk 2040 We vergrijzen en ontgroenen als gemeente de komende jaren sterker dan gemiddeld. Dat betekent - als we niets doen - minder aanwas van nieuw talent voor het bedrijfsleven, minder bestedingen in winkels en horeca en tegelijk ook een grotere zorgbehoefte. Het heeft ook invloed op de levendigheid in de gemeente, als we daar geen economische dynamiek tegenover zouden stellen. De groei van de werkgelegenheid in onze gemeente neemt verder af.

We tellen (aanzienlijk) minder banen per inwoner dan gemiddeld in Gelderland. Bedrijventerreinen worden klaargemaakt voor de toekomst, met aandacht voor energiegebruik, mobiliteit en functiemenging.

89

Circulaire ontwikkeling betekent ook dat er meer ruimte nodig gaat zijn voor ‘grondstoffenmijnen’, een bedrijfstype waar een hoge milieucategorie voor geldt. 7.1.5 Conclusie We beoordelen de huidige situatie voor het aspect vraag en aanbod werklocaties met het kwaliteitsniveau ‘oranje’ omdat voor de werkmilieus waar onze bedrijventerreinen onder vallen er nog wel altijd een grote vraag is. De behoefte is dus groter dan het aanbod voor 1 of meerdere werkmilieus. We beoordelen de autonome ontwikkeling voor het aspect vraag en aanbod werklocaties met de waardering ‘rood’ omdat het verdwijnen van het gezoneerde bedrijventerrein Haveland een (maak)industrieel terrein verdwijnt, dat draagt bij aan extra behoefte in regio. Er is hiermee sprake van een verslechterende trend ten opzichte van de huidige situatie. 7.1.6 Bronnen • • • •

Regionaal Programma Werklocaties (RPW) - Groene Metropoolregio Kenniscampus Regio Arnhem: toekomstvisie op onderwijs Masterplan Haveland Rheden 2025 Rheden in Cijfers | dashboard | economie werk en inkomen

90

7.2 Dorpskernen Dorpskernen, oftewel dorpscentra, zijn belangrijk om verschillende redenen. Gemeenschapsgevoel: Dorpskernen fungeren als het hart van een gemeenschap. Ze bieden een plek waar mensen samenkomen, elkaar ontmoeten en sociale banden versterken. Dit draagt bij aan een sterk gemeenschapsgevoel en sociale cohesie. (Zie hoofdstukken 8.6 Sociale Veiligheid en 8.12 Ontmoeten) Cultureel Erfgoed: Veel dorpskernen hebben historische gebouwen en monumenten die een belangrijk deel van het culturele erfgoed van een regio vormen. Het behoud van deze plekken helpt bij het bewaren van de geschiedenis en identiteit van een gemeenschap. (Zie hoofdstuk 3.1 De Rijke Cultuurhistorie) Toegankelijkheid: Dorpskernen zijn vaak goed bereikbaar en bieden essentiële diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en openbaar vervoer. Dit maakt het leven in en rondom dorpen praktischer en comfortabeler. (Zie hoofdstuk 8.9 Toegankelijkheid openbare ruimte) Leefbaarheid: Een goed onderhouden dorpskern draagt bij aan de algehele leefbaarheid van een dorp. Het biedt recreatieve mogelijkheden, groene ruimtes en een aangename omgeving voor bewoners. (Zie hoofdstuk 8 in zijn geheel) Toerisme en recreatie: Dorpskernen kunnen toeristen aantrekken, wat extra inkomsten genereert voor de gemeenschap. Dit kan helpen bij het financieren van lokale projecten en het verbeteren van infrastructuur.

(Zie hoofdstuk 7.5 Recreatieve verbindingen en 7.6 Dagrecreatieve voorzieningen) Economische Activiteit: Dorpskernen zijn vaak de locatie van lokale bedrijven, winkels en markten. Ze stimuleren de lokale economie door werkgelegenheid te bieden en door geld binnen de gemeenschap te houden. We beoordelen de dorpskernen in onze gemeente in dit hoofdstuk op economische activiteit, waarbij de volgende indeling geldt: • • •

de bovenregionaal verzorgende kernwinkelgebieden van Arnhem en Nijmegen: de regionaal verzorgende centra, te weten de hoofdwinkelcentra van Elst, Wijchen en Zevenaar en de grote stadsdeelcentra Kronenburg en Dukenburg; de lokaal verzorgende dorps-, wijk- en buurtcentra, alsmede stadsdeelcentrum Presikhaaf.

Economische activiteit bekijken we op basis van aantallen winkels en aanbod dagelijkse boodschappen.

91

7.2.1 Indicatoren en kwaliteitsniveaus Dorpskernen Status gebruikte Kwalitatief informatie • Aantallen en aanbod type. Beschikbare Expert judgement op aantallen referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveaus Groen De dorpskernen zijn allen voorzien van een aanbod wat voldoet voor de dagelijkse voorzieningen Oranje De grote dorpskernen zijn voorzien van een aanbod wat voldoet voor de dagelijkse voorzieningen Rood De dorpskernen zijn geen van allen voorzien van een aanbod wat voldoet voor de dagelijkse voorzieningen

7.2.2 Huidige situatie We beschikken over een relatief compact regionaal georiënteerd winkelaanbod, verdeeld over de drie belangrijkste kernen: Dieren, Rheden (lokaal winkelaanbod) en Velp. De detailhandel is voornamelijk gericht op de dagelijkse behoeften van inwoners, met daarnaast ruimte voor speciaalzaken en horeca. Aantal winkels

Figuur 39 Verkooppunten in Rheden, Gelderland en Nederland (bron: Rheden in Cijfers/Locatus)

Figuur 38 Verkooppunten en vloeroppervlak per 1000 inwoners (en vloeroppervlak per winkel) (bron: Rheden in Cijfers/Locatus)

92

In de bovenstaande figuren is te zien dat het winkelaanbod in aantallen, net als in Gelderland en in Nederland, langzaam daalt. De leegstand is daarentegen niet, zoals de Gelderse en landelijke trends, gestegen maar juist gedaald. Het aanbod winkels voor de dagelijkse boodschappen daalt, net als de Gelderse en landelijke trends. Het aantal verkooppunten neemt af, maar het vloeroppervlak van de aanwezige winkels wordt groter. Dat is een trend zoals die in Gelderland en Nederland ook te zien is. De winkels in onze gemeente zijn wel gemiddeld wat kleiner dan de Gelderse en landelijke trends. Dagelijkse boodschappen

Figuur 40 Verdeling aantal winkels voor de wijken Velp, Rheden en Dieren (bron: Rheden in Cijfers/Locatus)

De winkels voor de dagelijkse boodschappen zitten vooral in de grotere dorpen Velp, Rheden en Dieren. De hoge getallen in sommige buurten komen door de weergave per 1000 inwoners in die buurt, terwijl er heel weinig inwoners in die buurt wonen. Dieren •

Heeft een regionale winkelfunctie.

93

• •

Winkelaanbod geconcentreerd rond Callunaplein. Focus op dagelijkse boodschappen (supermarkten) en enkele mode- en speciaalzaken.

Rheden • •

Kleinschaliger centrum rond de Groenestraat. Heeft in de huidige vorm een lokale winkelfunctie. Gericht op dagelijkse voorzieningen, met een beperkt aanvullend winkelaanbod.

Velp • • •

Belangrijkste en meest levendige winkelgebied van de gemeente. Mix van landelijke ketens en lokale speciaalzaken, vooral aan de Hoofdstraat. Ook gericht op recreatief winkelen ("funshoppen") en horeca.

Overige kernen (De Steeg, Spankeren, Ellecom, Laag-Soeren) •

Voorzien van enkele buurtwinkels (zoals bakkers, cafetaria's) en basisvoorzieningen.

Dagelijkse voorzieningen zijn redelijk op peil, vooral door aanwezigheid van meerdere supermarkten verspreid over de kernen. Beleving en horeca nemen toe, vooral in Velp, passend bij landelijke trends waarin winkelgebieden multifunctioneler worden. Leegstand is relatief beperkt, maar niet helemaal afwezig, vooral buiten de hoofdwinkelstraten. Online winkelen heeft impact, met name op modewinkels en kleine speciaalzaken. 7.2.3 Autonome ontwikkeling Het vigerende detailhandelsbeleid in onze gemeente is gebaseerd op de Detailhandelsstructuurvisie Dieren, Rheden en Velp uit 2017, getiteld "Kiezen voor eigen kwaliteit". Deze visie richt zich op het versterken van de bestaande winkelgebieden en het behouden van de leefbaarheid in de kernen. De gemeente streeft naar een compact en aantrekkelijk winkelaanbod dat aansluit bij de behoeften van inwoners en bezoekers. Kernpunten van het detailhandelsbeleid Concentratie van winkels: De gemeente bevordert de clustering van detailhandel in de centra van Dieren, Rheden en Velp om de aantrekkelijkheid en vitaliteit van deze gebieden te vergroten.

94

Beperking van solitaire vestigingen: Nieuwe detailhandelsvestigingen buiten de aangewezen winkelgebieden worden ontmoedigd om versnippering van het aanbod te voorkomen. Ondersteuning van lokale ondernemers: Er is aandacht voor het behoud en de versterking van lokale en kleinschalige ondernemers, die bijdragen aan de diversiteit en identiteit van de winkelgebieden. Aanpassing aan trends: Het beleid houdt rekening met ontwikkelingen zoals ecommerce en veranderend consumentengedrag, en streeft naar flexibiliteit om hierop in te spelen. In de Economische Visie 2022 van de gemeente Rheden wordt het belang van een levendige detailhandel benadrukt als onderdeel van de bredere economische ontwikkeling. De visie zet in op het versterken van de lokale economie door onder andere het verbeteren van de branding van de gemeente en de winkelkernen, het stimuleren van samenwerking tussen ondernemers, proberen meer te concentreren van aanbod in het kern winkelgebied, de terrassen verruimen, de veiligheidsbeleving te vergroten. Marktverordening 2023 De gemeente Rheden kent drie weekmarkten die wekelijks gehouden worden in de drie grote kernen, Dieren, Rheden en Velp. Naast de economische functie van de weekmarkten, hebben de markten ook een sociaal, maatschappelijke functie.

Bouwsteen Recreatie en Toerisme 2023 De werkgelegenheid in de vrijetijdssector blijft (licht) achter in vergelijking met het provinciaal en landelijk gemiddelde. De lokale middenstand geeft aan momenteel (te) weinig te profiteren van het dagbezoek.

7.2.4 Doorkijk 2040 Toenemende menging van functies: winkels combineren vaker met horeca, dienstverlening of maatschappelijke functies. Vergrijzing beïnvloedt het winkelaanbod richting meer servicegerichte en toegankelijke winkels. Het zorgt voor een toenemende vraag naar gemak, service en nabijheid. Duurzaamheid en lokaal kopen winnen aan belang: boerenmarkten, biologische speciaalzaken en lokale initiatieven groeien langzaam. Rol van supermarkten als trekkers blijft belangrijk voor de levendigheid van winkelgebieden.

95

De verschuiving naar online kopen zet door. Tegen 2040 zal een aanzienlijk deel van dagelijkse én niet-dagelijkse aankopen digitaal plaatsvinden. Traditionele winkels krijgen nog meer een ondersteunende rol: showroom, servicepunt of beleving. Door de toename van online aankopen neemt de behoefte aan winkelruimte af. Vooral in aanloopstraten zal leegstand ontstaan. Alleen sterke, compacte winkelkernen met een onderscheiding van aanbod blijven economisch rendabel. In winkelgebieden zal steeds meer functiemenging gaan plaatsvinden. Naast winkels komen er horeca, cultuur, dienstverlening, woningen en maatschappelijke voorzieningen, waardoor centra levendig blijven. Consumenten verwachten méér dan alleen een product. Winkels en winkelgebieden die inspelen op sfeer, gastvrijheid en unieke beleving blijven aantrekkelijk. De vraag naar lokaal geproduceerde en duurzame producten groeit. Consumenten kiezen steeds vaker voor korte ketens, ambachtelijke producten en winkels met een maatschappelijk verhaal. 7.2.5 Conclusie We beoordelen het aspect dorpskernen voor de huidige situatie met kwaliteitsniveau ‘oranje’ omdat alleen de grotere dorpen een dusdanig aanbod hebben die goed voldoet voor het dagelijkse boodschappen.

We beoordelen het aspect dorpskernen voor de autonome ontwikkeling met kwaliteitsniveau ‘oranje’, gelijk aan de huidige situatie, omdat er door het beleid de dorpskernen van de grote dorpen blijven voldoen voor de dagelijkse voorzieningen, maar er geen nieuwe impuls komt voor de kleinere kernen. 7.2.6 Bronnen • • •

Rheden in Cijfers | Economie, werk en inkomen | retail | Kubussen Detailhandelsvisie Gemeente Rheden Economische visie gemeente Rheden concept 2022

96

7.3 Circulariteit In een circulaire economie worden producten zo ontworpen dat ze gemakkelijk kunnen worden gedemonteerd en gerecycled. Dit staat in contrast met het traditionele lineaire economische model, dat gebaseerd is op een 'neem-make-waste' benadering, waarbij grondstoffen worden gewonnen, producten worden gemaakt en uiteindelijk afval wordt gegenereerd. Het is een economisch systeem dat gericht is op het elimineren van afval en het voortdurend gebruik van hulpbronnen. Het concept is gebaseerd op drie principes: Ontwerp afval en vervuiling uit het systeem: Producten en processen worden zo ontworpen dat afval en vervuiling worden geminimaliseerd of geëlimineerd. Houd producten en materialen in gebruik: Dit omvat het hergebruiken, repareren, opknappen en recyclen van producten en materialen om hun levensduur te verlengen. Herstel natuurlijke systemen: Dit betekent dat natuurlijke hulpbronnen worden aangevuld en ecosystemen worden hersteld in plaats van uitgeput. In hoeverre de leefomgeving als circulair wordt beoordeeld bekijken we aan de hand van de landelijk vastgestelde doelstelling: in 2050 een volledig circulaire economie. Met als tussendoel het gebruik van primaire grondstoffen met 50% verminderen in 2030. Dit kunnen we beoordelen door te kijken naar het percentage afvalscheiding en de hoeveelheid restafval, maar ook naar de kwaliteit van de grondstoffenstromen.

7.3.1 Indicatoren en kwaliteitsniveaus Omdat er geen up-to-date indicatoren zijn om dit aspect te beoordelen hebben we een kwalitatieve beoordeling gemaakt alleen voor de indicatoren: percentage afvalscheiding en hoeveelheid restafval. De kwaliteit van de grondstoffenstromen worden nog niet gemonitord. 7.3.2 Huidige situatie Percentage afvalscheiding In 2017 was het percentage afval wat gescheiden werd in de gemeente 59,1%, in 2023 was dat 61%. Voor Nederland was dat iets lager: 56,7% in 2017 en 60,4% in 2023.

97

Figuur 41 Afvalscheiding in percentages (bron: Rheden in cijfers/CBS)

Hoeveelheid restafval De hoeveelheid restafval wordt langzaam minder: van 210 kg in 2012 tot 149,6 kg in 2023. Het Nederlandse gemiddelde is een aantal jaar iets hoger geweest, maar lijkt de Rhedense cijfers in te halen (in 2023).

Figuur 42 Gemeentelijk restafval in Kilogram per bewoner (bron: Rheden in cijfers/CBS)

98

7.3.3 Autonome ontwikkeling In het kader van de bezuiniging 2024 is het uitvoeringsbudget 'Routekaart Circulaire Economie' voor de bevordering van circulariteit bij de gemeente op nul gezet. Belangrijkste ontwikkelingen moeten komen van aansluiting bij de regionale initiatieven Routekaart Circulaire Economie (2021) De Routekaart Circulaire Economie van onze gemeente bestaat uit drie onderdelen: 1) de Rhedense circulaire ambities, 2) projecten die deze ambities moeten helpen realiseren en 3) Key Performance indicators (KPI’s) om de voortgang te monitoren. De ambities zijn uitgewerkt in een 'Circulaire beleidskader Rheden' (zie onderstaande afbeelding). Hierin zijn 5 circulaire opgaves onderscheiden, namelijk minder primaire grondstoffen, langere levensduur, 100% hergebruik, circulaire bedrijvigheid en circulair inkopen.

Figuur 43 circulaire opgaven gemeente Rheden (uit: routekaart circulaire economie gemeente Rheden)

In de hoofddoelstelling is opgenomen de gemeente zelf het goede voorbeeld wil geven op het gebied van circulaire economie. Grondstoffenvisie 2019-2030 Het huidige beleid gaat uit van een afvalinzameling gericht op een goede kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. Circulair grondstoffenbeheer is hierin een leidend principe.

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=8c19e694-b17d-47ca-a30a-c4b7a7834065