CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. Foto van de Leefomgeving

Raadsvergadering 27 januari 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststelling omgevingsvisie23.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een reden voor mensen om juist in Dieren te gaan wonen, groen en rustig maar goed verbonden met de steden via het openbaar vervoer. Ook voor inwoners uit de Achterhoek is dit intercitystation daarom van belang.

32

Spankeren Kenmerken van dit dorp zijn het kleinschalige en open karakter, met een eenvoudige ruimtelijke opbouw, de sterke relatie met het omliggende agrarisch gebied en het gevoel van rust en ruimte. Mensen voelen zich verbonden met elkaar en het dorp. De landelijke ligging en geleidelijke overgang naar het buitengebied is met name in het historische hart van het dorp nog steeds goed waarneembaar. Aan de westkant sluit echter de grootschalige bedrijvigheid het dorp af van zijn omgeving en het Apeldoorns kanaal. De grote maat en schaal van deze bebouwing staat in contrast met de kleinere maat en schaal van de dorpse bebouwing. Laag-Soeren Door de ligging aan de rand van de Veluwe en in het bijzonder de aanwezigheid van sprengen en beken onderscheidt Laag-Soeren zich duidelijk van de andere dorpen in de gemeente. LaagSoeren is gelegen in een aantrekkelijke omgeving met veel groen, waardevolle cultuurhistorische (landschaps-)elementen, sprengen, beken en een voormalig kuuroord en badhuis. De Veluwe en agrarische omgeving zijn vrijwel In de hele gemeente in het dorp ‘voelbaar’ en daarom sterk verweven met het omliggende landschap. Autonome ontwikkeling De gemeente streeft ernaar deze individuele identiteiten te behouden en te versterken, terwijl ze een gevoel van gemeenschap bevordert.

De gevarieerdheid en waarden die elk dorp uniek maken beschrijven en beschermen we met het vast leggen van de ruimtelijke kwaliteit van elk dorp. Wat ontbreekt in het gemeentelijk beleid is de borging van de kernwaarden van structuren en plekken in de kernen.

33

De gemeente Rheden heeft een welstandsnota die is opgesteld in 2017. In deze welstandsnota wordt de karakteristiek van de verschillende gebieden in de gemeente beschreven. Aan de hand van deze karakteristieken zijn welstandscriteria opgesteld. Daarbij geldt voor gebieden met een hogere ruimtelijke waarde ook een strengere welstandstoetsing. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de criteria voor de ruimtelijke kwaliteit vastgelegd in beeldkwaliteitsplannen. De vastgestelde beeldkwaliteitsplannen zijn onderdeel van de welstandsnota. De kernwaarden t.a.v. de bebouwing zijn daarmee in principe voldoende geborgd. Verder is het beleid op het gebied van ruimtelijke kwaliteit vastgelegd in de 4 structuurvisies voor de kernen. Algemeen •

• •

• • •

Behoud en versterking van het eigen (historische) karakter. De ondergrond en de daarbij behorende karakteristieken herkenbaar houden, ruimtelijke eenheden herstellen. Verbinding maken met de omliggende landgoederen. Ontwikkelingen langs de dorpenroute moeten recht doen aan de beleving van de omgeving ter plaatse, de continuïteit en het doorgaande en historische karakter van de route. De entrees van de dorpen aantrekkelijker maken. Onderkennen en koesteren van diversiteit in woonbuurten met een eigen identiteit en uitstraling. Beleefbaarheid van Apeldoorns Kanaal vergroten.

Voor de drie grote dorpen • •

Versterking van de verblijfskwaliteit van de dorpskern (winkelgebied). Gebouwen voor voorzieningen zijn open naar hun omgeving, zijn goed toegankelijk en bereikbaar, liggen zoveel mogelijk op prominente plekken en zijn flexibel in gebruik.

Per dorp Velp • •

•

Accent op bouw van grondgebonden woningen. Introductie van de ‘Velpse maat’ – maximaal 5 lagen waarvan de twee bovenste lagen in een kap zitten en de 4e en 5e bouwlaag steeds 25% kleiner zijn in oppervlakte. Dit geldt ook voor sociale woningbouw. Gebiedskarakteristieken en planologische randvoorwaarden zijn daarbij bepalend. Voor het ziekenhuisterrein is een Masterplan IJssel District opgesteld. Dit plan beoogt de transformatie van het voormalige ziekenhuis in woningen en (in afwijking van voorgaande uitgangspunten) de bouw van nieuwe, hogere, woongebouwen waaronder een toren van 16 bouwlagen.

34

Rheden •

•

•

• • •

•

Oriëntatiemogelijkheden verbeteren door onderscheid in vormgeving van wegen; op strategische plekken extra aandacht besteden aan inrichting van de openbare ruimte. Haveland transformeert van een industrieterrein naar een nieuw woon- en werkgebied met een nautisch-recreatief cluster dat aansluit bij de Steegse Haven. De ontwikkeling refereert aan het industriële verleden van Rheden en enkele karakteristieke bedrijfsgebouwen worden hergebruikt. Zuidflank van Rheden verder inrichten met sportfaciliteiten, recreatiemogelijkheden, voldoende parkeerplaatsen en vlotte verkeersafwikkeling. Het buitengebied van Worth Rheden is hiermee verbonden met wandel- struinpaden. Rondom het dorp liggen open, groene ruimtes waarin cultuurhistorische en recreatieve accenten goed waarneembaar zijn. Kleine woningbouwontwikkelingen of speel-groenplekken op vrijgekomen locaties. Nieuw gerealiseerde woningen voegen iets toe aan het woningaanbod en zijn voornamelijk grondgebonden woningen. In Haveland worden grotere bouwhoogten gerealiseerd. Openbare ruimte in woonwijken is opgeknapt. De Steeg

• • • • • •

Groene, vriendelijke sfeer behouden. Prinses Amaliaplein inrichten als groen dorpsplein en aantrekkelijker inrichten kruispunt e.o. Mogelijkheden voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten langs de dorps-as. Dorp en buitengebied zijn met elkaar verweven. Het landgoedkarakter meer tot uitdrukking laten komen in (herinrichting van) de openbare ruimte. Integraal ontwerp voor de Steegse Haven met goede verbinding naar het dorp. Ellecom

•

Streven naar passende en structurele functie van de voormalige turnhal en Dalstein met herstel van tuinaanleg en bebouwing. Dieren

•

•

Streven naar aantrekkelijke uitstraling groene openbare ruimte en groen voor verbetering van de samenhang, klimaatbestendigheid, woon- en verblijfskwaliteit en vestigingsklimaat. Bij realiseren, vernieuwen of hergebruik van voorzieningen staat centraal of het plan bijdraagt aan functie als maatschappelijke ontmoetingsplek en duurzaam beheersmodel heeft.

35

• • •

Een betere verblijfskwaliteit en uitnodigende aanlooproutes. Versterken dorpsas (Wilhelminaweg-Spoorstraat) als verbinding tussen Noord en Zuid. Wijkvernieuwing Stenfert. Spankeren

• • • • •

Groene inpassing realiseren van bedrijven Kanaalzone. Er zijn open groene ruimtes in en rondom het dorp en zichtlijnen vanuit het dorp naar het omliggende landschap. Inrichting en uitstraling van de openbare ruimte en groen verbeteren. Herontwikkeling van het gebied Kraaijenbos-Dierense sluis met aandacht voor landschappelijke structuur. Relatie tussen buurten onderling versterken tot een herkenbare eenheid (met name ten noorden en zuiden van het spoor). Laag-Soeren

•

•

• •

De historie en de landschappelijke kwaliteiten van Laag-Soeren, met name de ligging aan de Veluwe en de beken en sprengen, zijn niet alleen beleefbaar in het buitengebied maar ook voelbaar in het dorp. Geschiedenis van - en de relatie met het water beter zichtbaar maken. Geleidelijke landschappelijke overgang tussen dorp en landelijk gebied en zichtrelaties vanuit het dorp naar omgeving versterken. De sfeer van de Veluwe tot uitdrukking laten komen in de inrichting en uitstraling van de openbare ruimte. Streven naar passende functie voor voormalig Hotel Laag-Soeren met herstel van bebouwing en parkaanleg. Langs de Badhuislaan tussen Kanaalweg en Harderwijkerweg een fietspad aanleggen.

Doorkijk 2040 Met de huidige keuzes voor inbreiding binnen de dorpen, de energietransitie, maatregelen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit neemt de druk op de schaarse ruimte binnen de dorpen sterk toe. Binnen de gemeente ontbreekt een visie op hoe we om willen gaan met alle verdichtingsvraagstukken die dit met zich meebrengt. Dit werkt een ad hoc benadering in de hand, waarbij alle onbebouwde ruimte binnen de dorpen een potentiële bouwlocatie wordt. Het behoud van de kernwaarden van de dorpen komt hiermee onder druk te staan. Wat ontbreekt in het gemeentelijk beleid is de borging van de kernwaarden van structuren en plekken in de kernen. Er is nu geen overzicht van de kernwaarden op structuurniveau waarbij het gaat om het samenspel van bebouwingstructuur, groenstructuur, verkeersstructuur en de verbinding tussen dorpen en buitengebied. In

36

de structuurvisies wordt hier beknopt aandacht aan besteed, maar hierin worden alleen de hoofdlijnen beschreven. Het ontbreken van overzicht en beleid waarin de waardering van de ruimtelijke structuren tot uitdrukking komt maakt de kernwaarden kwetsbaar voor ontwikkelingen die hier geen rekening mee houden. Daarnaast ontbreekt een visie op de groenstructuur in de dorpen. Het huidige beleid is in hoofdzaak gericht op beheer en daarmee ligt de focus vooral op het behoud en eventueel versterking van het bestaande groen. Dit maakt het lastig om in te spelen op de gewenste ontwikkeling van de groenstructuur en de toenemende betekenis van groen binnen de dorpen voor de leefbaarheid. Er is ook de behoefte om het 3-30-300 principe gestalte te geven bij de inrichting van de groenstructuur binnen de dorpen. De beschikbare ruimte binnen de dorpen is veelal te klein om alle claims naast elkaar een plek te kunnen geven. Dit speelt zowel bij bouwprojecten als in de openbare ruimte. Daarbij speelt ook dat per locatie misschien best veel ambities een plek zouden kunnen krijgen, maar dat de hoeveelheid woningen die gebouwd moet worden om tot een financieel haalbaar plan te komen vaak onevenredig zwaar drukt op de locatie. Dit leidt er steeds meer toe dat ontwikkelingen niet door kunnen gaan of keuzes worden gemaakt die ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit of andere ambities.

Dit maakt het behoud van de kernwaarden van de dorpen kwetsbaar. De omvang van de huidige ontwikkelingen maakt het hoe dan ook noodzakelijk om keuzes te maken. Maar om ontwikkelingen mogelijk te maken mét behoud van de kernwaarden is het van belang is dat dit integraal afgewogen keuzes zijn, waarin de ontwikkeling van elk dorp als totaal wordt meegenomen en geen ad hoc beslissingen per afzonderlijke locatie worden gemaakt. Andere wensen qua inrichting van de dorpen gaan van invloed zijn op de beleving van deze dorpen. Er zal in de toekomst meer aandacht zijn voor lokale identiteit waar architectuur, kunst en geschiedenis en cultuur die identiteit weerspiegelen. Hierbij kan worden gedacht aan bepalende groenstructuren, groene daken, energieoplossingen, gebruik van inheemse planten, waterdoorlatende bestrating, etc. Bronnen • • • • • •

Welstandsnota gemeente Rheden Beeldkwaliteitsplannen Gemeente Rheden Structuurvisie dorp Rheden, 2014 Structuurvisie Kleine Kernen gemeente Rheden, 2016 Structuurvisie Velp, 2017 Structuurvisie Dieren, 2019

37

4.3 De fraaie natuur en landschappen De gemeente Rheden staat bekend om zijn prachtige natuurlijke landschappen, waaronder bossen, heide, velden en weilanden. We geven prioriteit aan het behoud en de versterking van deze natuurlijke gebieden, om een gezonde omgeving voor alle inwoners te waarborgen. 4.3.1 Landschappelijke waarden Ons landschap is enorm rijk. Het kent een grote variatie: hoge heuvels, diepe smeltwaterdalen, een meanderende rivier met de bijbehorende uiterwaarden en daartussen lommerrijke dorpen, landgoederen en boerderijen. De verschillende landschapstypen wisselen elkaar op korte afstand af: het Veluweplateau en het IJsseldal met de overgangen daartussen: de zuidelijke en oostelijke Veluweflank. We maken onderscheid in het natuur- en cultuurlandschap.

Figuur 5 Geomorfologische landschappenkaart (bron: Gilbert Maas)

Het natuurlandschap is de basis, de ondergrond die ontstaan is in miljoenen jaren waarin met name de ijstijden een grote invloed hadden. In figuur 5 is de geomorfologische ondergrond goed te zien: de ijsmassa’s stuwden de bodem op tot de hoge stuwwallen die we nu kennen. Toen het ijs in warmere tijden smolt nam het afstromende water het bodemmateriaal mee naar beneden. Door de erosie ontstonden

38

diepe smeltwaterdalen in de stuwwallen en onderaan werd het bodemmateriaal afgezet. De rivier de IJssel meanderde in de uitgestrekte laagte en zette daarbij zand, klei en löss af (Veluwezoom is een van de weinige plekken voor deze afzetting in Nederland, naast Rijk van Nijmegen en Zuid-Limburg). Hierdoor zijn de interessante gradiënten van hoog en droog naar laag en nat en van zand naar klei in onze gemeente ontstaan. Dat vormt de basis voor een kleinschalig landschap met rijke flora en fauna, een complex watersysteem met kwelstromen en (sprengen)beken. Het cultuurlandschap is het resultaat van hoe de mensen met die basis, het gegeven van de ondergrond, is omgegaan: waar ze zich gevestigd hebben, hoe ze zich hebben aangepast aan de omstandigheden, hoe ze hebben ingegrepen en de omstandigheden naar hun hand probeerden te zetten. Het cultuurlandschap wordt in hoofdstuk ‘4.1.3 Cultuurlandschap’ beschreven. Huidige situatie Het watersysteem

Figuur 6 Het watersysteem van Veluwe en IJssel (uit: Omgevingsvisie Buitengebied 2019)

39

Het watersysteem is complex. De ondergrond van de flanken is op verschillende manieren opgestuwd en dat bepaalt of water diep of oppervlakkig afstroomt en of en waar er kwel optreedt. In figuur 6 is te zien hoe de verschillende systemen van beken, IJssel en Apeldoorns kanaal naast elkaar liggen. Er is onderlinge beïnvloeding, maar het zijn gescheiden functionerende systemen. Het landgebruik (vooral naaldbos en in iets mindere mate loofbos) heeft een sterke invloed op het watersysteem van de Veluweflank. Maar ook de grondwaterwinningen hebben effect op het watersysteem1. De extremen worden groter, er is meer last van droogte en er is meer overlast in hele natte perioden. Niet alle flora en fauna kan zich daaraan aanpassen.

Figuur 7 Systeem van sprengen en beken (uit: Omgevingsvisie Buitengebied 2019)

Door het typerende reliëf met de smeltwaterdalen stroomt het water bij piekbuien snel af naar beneden, waar de dorpen liggen. Omdat er in het verleden ook nog barrières zijn aangelegd, zoals de spoorlijn en de snelweg, ontstaat er onder aan de helling wateroverlast. Het beken en sprengensysteem hangt ook voor een groot deel samen met de oorspronkelijke vorming van reliëf, zie figuur 7. 1

uit: De waterbalans van de Veluwe in historisch perspectief, KWR

40

Ook de waterstand in de rivier heeft invloed op een deel van ons gemeentelijke grondgebied. Verdwijnen van kleinschalige landschapsstructuren Ongeveer 60% van de landschapselementen is de laatste eeuw door verstedelijking en intensivering en schaalvergroting in de landbouw verdwenen2.

Figuur 8 Landschappelijke waarden (uit: Omgevingsvisie Buitengebied 2019)

Ontgrondingen uit het verleden hebben invloed op het landschap en de waterhuishouding. Het uiterwaardenlandschap wordt daarmee mee vervormd naar waterpartijen waar het eerder landbouw en landschapselementen waren. De beleving wordt daarmee grootschaliger. Naast de schaalvergroting die in de landbouw ook heeft plaatsgevonden. Naast een invloed op de beleving heeft ontgronding/zandwinning ook invloed op de biodiversiteit (kleinschalig landschap verdwijnt, natuurwaarden verdwijnen). Figuur 8 laat op de kaart globaal de landschappelijke waarden zien.

2

uit: Deltaplan Biodiversiteitsherstel Aanvalsplan landschap

41

Autonome ontwikkeling Klimaatverandering grijpt diep in op de natuurlijke omstandigheden. Er zijn vragen voor meer zandwinning binnen de gemeente Rheden. Het Rijk ontwikkelt een visie op hoe om te gaan met de waterverdeling in de rivieren en een visie op maatregelen voor de IJssel. De uitkomst van deze ontwikkeling is nog niet bekend maar dat het gevolgen gaat hebben voor de aanliggende gronden is zeker. We zullen daar op moeten anticiperen wanneer er meer duidelijk is. Onttrekking van drinkwater bij Ellecom heeft gevolgen voor de waterhuishouding in de omgeving. Er is een toename van de vraag naar drinkwater, onder andere vanuit de Achterhoek. De intensivering en vergroting van de landbouw heeft gezorgd voor een afname van biodiversiteit. Er is een ontwikkeling gaande naar een meer extensieve vorm van landbouw waarbij natuur en landbouw meer samengaan en er ruimte is voor toekomstbestendige agrarische bedrijven. Doorkijk 2040 Water en droogte hebben een prominente plek de komende tijd in beleidsontwikkeling en de publieke opinie door steeds meer extremen. Daarmee komt er ook steeds meer onderzoek naar mogelijke aanpakken voor een meer duurzaam en toekomstgerichte aanpak. Het doel van het Aanvalsplan Landschap van Deltaplan Biodiversiteitsherstel is het realiseren van 10% groenblauwe dooradering door de aanleg en beheer van landschapselementen. Bronnen • • • • • • • •

Atlas Natuurlijk Kapitaal | Archeologische landschappenkaart Nederland Ontstaan van de Veluwezoom - Veluwezoom In Beeld Begrijpen we het watersysteem, expertdialoog Veluwe, Stromingen 20 De waterbalans van de Veluwe in historisch perspectief, KWR, 2018 Handreikingen voor-een-toekomstbestendig watersysteem van de noord veluwe watergovernance Deltaplan Biodiversiteitsherstel | infographic landschapselementen Deltaplan Biodiversiteitsherstel | Aanvalsplan landschap Omgevingsvisie Buitengebied 2019, deel 1 en 2, gemeente Rheden

42

4.3.2 Natura 2000 Veluwe

Figuur 9 Contour N2000 gebied Veluwe (bron: Veluwe: Kaart | natura 2000)16/04/25

De Veluwe is een van de grootste en meest diverse Natura 2000-gebieden in Nederland. Het gebied is aangewezen onder zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn voor in totaal negentien habitats, zeven habitatrichtlijnsoorten en een tiental vogelsoorten. Een aanzienlijk deel hiervan is aanwezig binnen onze gemeente of op het door ons beheerde Rozendaalse veld. Voor alle typen habitats en soorten zijn zogenaamde instandhoudingdoelen gesteld voor de Veluwe. Belangrijke habitattypen zijn onder andere droge heiden (H4030), Zandverstuivingen H2330 (onder andere Rozendaalse zand), vochtige heiden (H4010A) en Heischrale graslanden (H6230, prioritair habitattype). Voor deze habitats is alle zowel een uitbreidingsdoelstelling en een kwaliteitsverbeteringsdoelstelling gesteld. Andere aangewezen habitats zijn in ieder geval Beuken-eikenbossen met Hulst (H9120), Oude eikenbossen (H9190) en zure vennen (H3160). Van geen van de aangewezen habitatsoorten zijn er van de Veluwe binnen onze gemeente populaties bekend (NDFF, laatste 10 jaar) al zijn er incidentele recente waarnemingen van gevlekte witsnuitlibel bij De Steeg en een enkele meervleermuis van

43

Beekhuizen. Mogelijk dat met het ouder worden van de bossen en bomen zich op den duur het vliegend hert weer kan vestigen. Een deel van de aangewezen broedvogels broedt op de Veluwe binnen onze gemeente. De data binnen de NDFF geeft niet voor alle soorten uitsluitsel. Het is zeker tot zeer aannemelijk dat zowel soorten die broeden in de dichtere bossen (Zwarte specht (A236) en Wespendief (A072), als soorten van wat opener habitat (Nachtzwaluw (A224), Boomleeuwerik (A246), Roodborsttapuit (A276), Grauwe klauwier (A338) binnen onze gemeente broeden. Ook de ijsvogel broedt ongetwijfeld langs enkel beken en/of sprengen. Van de soort draaihals (A233) is mogelijk een enkel broedgeval aanwezig. Broedgevallen van Tapuit(A277) en Duinpieper (A255) zijn zeer onaannemelijk. Huidige situatie De habitats en soorten van de Veluwe staan onder druk door diverse factoren waaronder de effecten van stikstofdepositie (verzuring en verrijking) en verdroging (van nattere delen). Ook recreatiedruk speelt voor sommige habitats en soorten een belangrijke rol. Bijvoorbeeld voor bodembroeders: juist de gebieden die in potentie erg geschikt lijken (zie ook SOVON, Sierdsema 2000) kennen een sterke recreatiedruk, zoals het Herikhuizerveld en het zuidelijk en zuidwestelijk deel van het Rozendaalse veld.

In die onderzoeksrapportage wordt vermeld: 'Alle zeven soorten zijn in bepaalde mate gevoelig voor verstoring door recreatie, militair gebruik en het verkeer'. Samengevat is de huidige situatie te beschrijven als ongunstig. Negatieve factoren op het behalen van de doelen zijn o.a. verzuring en verrijking door stikstofdepositie, verdroging van vochtige tot natte natuur, recreatiedruk en wilddruk. Het beheer richt zich momenteel ook op verbetering van natuurkwaliteiten door beheermethoden, recreatieve zonering, afsluiten van parkeerplaatsen en wegen op de Veluwezoom. Autonome ontwikkeling Met de vastgestelde recreatiezonering op de Veluwe heeft de provincie Gelderland een eerste stap gezet in het reguleren van de recreatiedruk op gebieden die meer rust nodig hebben. In onderstaande figuur 10 is te zien dat de Posbank (rond het dorp Rheden) voor intensief recreatief gebruik is gereserveerd. Waarbij het verder de Veluwe op steeds rustiger moet worden.

44

Figuur 10 Recreatiezonering Veluwe, provincie Gelderland 2022

Stikstof is ondanks de maatregelen een groot probleem. Dit leidt ook met het huidige beleid tot extra verzuring van de bodem, vermesting, en een afname van de biodiversiteit. Ook verdroging blijft een probleem, wat de kwaliteit van vochtige habitatgebieden zoals vennen en heiden aantast, maar ook beken op de Veluwezoom beïnvloed. Hoge aantallen dieren zoals herten en wilde zwijnen kunnen plaatselijk leiden tot negatieve effecten op kwetsbare vegetaties, maar dragen tevens juist weer bij aan de variatie en structuur. Dus hoewel er positieve stappen zijn gezet, zijn de huidige maatregelen nog niet voldoende om de verslechtering van de natuur op de Veluwe volledig te stoppen. Doorkijk 2040 Er wordt op dit moment gewerkt aan een aanpak voor stikstof. Een speciale stikstofcommissie van het kabinet gaat hierover een voorstel doen. De Veluwe is daarin een van de belangrijkste Natura 2000-gebieden van Nederland. Een eerste schets van het beleid lijkt er op te wijzen dat er voor de Veluwe geld komt om in 2035 tot een betere natuurkwaliteit te komen. Hiervoor wordt een aanpak ontwikkeld m.b.t landbouw, verkeer en industriële piekbelasters.

45

Binnen onze gemeente hebben we inmiddels maatregelen genomen met betrekking tot vermindering verkeer en daarmee uitstoot op de Veluwe. Dit zijn belangrijke maatregelen, maar de problematiek is bovenregionaal. Dit geldt tevens voor aspecten als klimaatverandering en verdroging. Aanvullende maatregelen die een mogelijk verder positief effect kunnen hebben op de habitats en broedvogels zijn in het bijzonder de verdere sturing en zonering van recreatie en verkeer. Verder kan onderzocht worden of en welke soort specifieke maatregelen nog kunnen worden genomen voor de aangewezen broedvogels. SOVON heeft voor diverse soorten natuurbeheersmaatregelen uiteengezet (Sierdsema, 2020). Van belang is dat deze indien toegepast geen onevenredige schade kunnen toebrengen aan andere waardevolle soorten dan wel habitats. Bronnen • • •

Recreatiezoneringsplan Veluwe, provincie Gelderland Atlas Leefomgeving | Natuur | Natura 2000-gebieden Natuurbeheer- en zoneringsmaatregelen voor zeven aangewezen vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe. Hoofdrapport. Sovon-rapport 2020/29. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Sierdsema H., ten Holt H., Martens S., Nijssen M. & P. Verburg. 2020. Bouwstenen Soortenherstel Beheerplan Natura 2000 Veluwe.

46

4.3.3 Natura 2000 Rijntakken deelgebied IJssel

Figuur 11 Contour N2000 Rijntakken (bron: Rijntakken kaart | natura 2000) 16/04/25

De IJsselvallei is een van de vier deelgebieden van Natura 2000 Rijntakken. Het gebied is aangewezen onder de vogelrichtlijn en een aantal delen ook onder de habitatrichtlijn. Dit geldt tevens voor het deelgebied IJsselvallei dat binnen onze gemeente valt. De Rijntakken is aangewezen voor veertien habitattypen, twaalf habitatrichtlijnsoorten, twaalf broedvogelsoorten en zevenentwintig niet-broedvogels (slaap-en rustplaats en/of foerageergebied). Twee gebiedjes binnen onze gemeente zijn aangewezen als habitatrichtlijngebied, namelijk de Velperwaarden en de bosjes in de Havikerwaard (Het Broek). De Velperwaarden lijken in ieder geval twee habitatypen te omvatten namelijk H6510A Glanshaver- en vossenstaartgraslanden (glanshavertype) en H6120 stroomdalgraslanden (Prioritair Habitattype). De bosjes in de Havikerwaard vallen onder habitattype Vochtige Alluviale bossen (H91E0B, essen-iepentype). Voor al deze habitattypen geldt zowel een uitbreidingsdoelstelling als een kwaliteitsverbeteringsdoelstelling. Er zijn geen aangewezen habitatrichtlijnsoorten die een binding hebben met de habitattypen in de Velperwaarden of waar dit gebied iets voor kan betekenen zonder

47

geweld te doen aan de waardvolle vegetaties die onder de habitattypen vallen. De bosjes in de Havikerwaard die vallen onder de habitatrichtlijn wordt als onderdeel van het leefgebied door Bever (H1337) gebruikt. Van de broedvogelsoorten dodaars (A004), aalscholver (A017), ijsvogel (A229), blauwborst (A272) en in mindere mate oeverzwaluw (A249) zijn broedgevallen in de Rijnstrangen binnen onze gemeente waarschijnlijk vrij algemeen. Voor deze soorten geldt een instandhoudingsdoel behoud van de huidige oppervlakte en kwaliteit. De watersnip (A153) wordt nog vaak vastgesteld, maar broedgevallen zijn in Nederland erg zeldzaam geworden en het is niet zeker of de laatste jaren ergens een broedgeval heeft plaats gevonden in onze gemeente. De roerdomp(A021) heeft mogelijk in 2025 gebroed in de Beimerwaard langs de Lamme IJssel. Er is sprake van broedindicerend gedrag, maar geen opgave van een werkelijk broedgeval. De kwartelkoning (A122) heeft enkele jaren geleden waarschijnlijk nog gebroed in de uiterwaarden ten zuiden van Dieren, maar er zijn sinds 2022 geen opgaven meer van de soort binnen onze gemeente. Grote karekiet (A298), zwarte stern (A197), woudaap (A022), porseleinhoen (A119) broeden vrijwel zeker niet binnen onze gemeente. Voor de niet-broedvogels gebruikt een groot deel van de soorten het Natura 2000-gebied IJssel als foerageergebied en/of slaapplaats.

Huidige situatie Het habitatrichtlijngebied Velperwaarden omvatten binnen onze gemeente unieke uitzonderlijk waardevolle vegetaties met vele bedreigde (rode lijst) plantensoorten kenmerkend voor rivier begeleidende vegetaties zoals beemdkroon, bevertjes, gulden sleutelbloem, karwijvarkenskervel en veldsalie. Een recent gerealiseerd struinpad loopt langs en deels door waardevolle graslanden, maar lijkt extensief gebruikt. Zoals hierboven aangegeven zijn er een aantal soorten die vrij algemeen zijn als broedvogel binnen het plangebied. In zijn algemeen kan worden gesteld dat voor de meeste soorten, maar in het bijzonder voor variatie en kwaliteiten een afwisseling van bos, struweel, rietkragen en plasjes van belang is. Van de aangewezen broedvogelsoorten in de uiterwaarden in en nabij de Havikerwaard zijn in het verleden broedgevallen geweest van de kwartelkoning. Dit is een soort die kruidenrijke dichte graslanden nodig heeft met een late (eerste) maaibeurt. De kerngebieden voor deze soort liggen elders langs de IJssel, wat niet wegneemt dat een verandering in natuurbeheer in de toekomst zou kunnen leiden tot het terugkeren van de kwartelkoning in onze gemeente. Tot in 2022 zijn nog roepende en baltsende vogels gemeld.

48

Voor de aangewezen niet-broedvogels in de Velperwaarden, is het plasje Velperwaarden erg belangrijk voor veel eendensoorten en steltlopers, onder andere in de trektijd. Daarnaast zijn de uiterwaarden aangewezen als rust- en foerageergebied voor diverse ganzensoorten als grauwe gans, kolgans en brandgans en de IJssel zelf voor eenden als nonnetje en tafeleend. Soorten als smient laten een afname zien. Voor visetende vogels als fuut en nonnetje worden de aantallen overwinterende vogels vaak niet gehaald, maar wordt in het beheerplan aangegeven dat dit echter niet met het leefgebied van deze soorten in de Rijntakken te maken heeft, maar wordt veroorzaakt door factoren buiten de Rijntakken3. Rust is voor ganzen, watervogels en foeragerende steltlopers erg belangrijk. In veel uiterwaarden langs de IJssel binnen de gemeentegrens is op dit moment veel rust aanwezig omdat er bijvoorbeeld tussen de A348 en de IJssel grotendeels geen wegen of wandelpaden aanwezig zijn. Ook zijn er beperkt aantal recreatieve voorzieningen aanwezig in de Havikerwaard. In de Velperwaarden is wel een struinpad aanwezig, waardoor bij aanwezigheid van recreanten ganzen kunnen opvliegen. Autonome ontwikkeling De IJssel zit in de samenwerking Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Dit programma richt zich op het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit en het versterken van de natuur in de IJssel.

Er zijn aanbevelingen gedaan voor systeemingrepen om een robuust en veerkrachtig ecosysteem te realiseren. De IJsselvallei biedt diverse recreatiemogelijkheden, zoals wandelen en fietsen, die bijdragen aan de bewustwording en betrokkenheid van het publiek bij natuurbehoud. De ontwikkeling dat deze recreatievormen meer aandacht krijgen en als afleider voor de recreatiedruk van de Veluwe worden gezien, zouden een negatief effect op de rust in de nu nog relatief rustige uiterwaarden met zich mee kunnen brengen, maar dit is momenteel onduidelijk. De meest kritische soorten, die nu waarschijnlijk, niet broeden in onze gemeente zijn in het algemeen afhankelijk van ruigere uiterwaarden met veel bos, moeras, riet en vooral ook rust. Diverse wintergasten, zoals ganzen, prevaleren juist open weilanden met overzicht. Vermeldenswaardig is de aanwezigheid van een broedgeval van de zeearend in de uiterwaarden, hoewel dit geen aangewezen soort is. Sommige soorten wintergasten gaan landelijk achteruit, maar bij een aantal soorten ligt de oorzaak hiervan bij klimaatverandering, waardoor de soorten er voor kiezen om in

3

Econsultancy, J.G. Boogaard, 2024, Memo Ambitie Natura 2000 t.b.v. omgevingsvisie

49

mildere winters noordelijker te verblijven dichter in de buurt van het broedgebied. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Nonnetje4. () Doorkijk 2040 Van de uiterwaarden van de IJssel is geen dergelijke recreatiezoneringskaart, terwijl veel doelsoorten (broedvogels en niet-broedvogels) wel mede afhankelijk zijn van rust in het broedseizoen of de winterperiode. Het openstellen van bepaalde gebieden buiten het broedseizoen, kan leiden tot verstoring van doelsoorten waarvoor juist de vogeltrekperiode of de winterperiode belangrijk zijn. Elke periode in het jaar vormt in de uiterwaarden en op oppervlaktewater weer een andere functie voor Natura 2000doelsoorten. Een duidelijke recreatiezonering zou wel kunnen zorgen dat gebieden met jaarronde voldoende rust gewaarborgd blijven zolang hier uitgegaan wordt van een overall meerwaardebenadering. Verspreid recreatieve voorzieningen niet over een groot deel van de uiterwaarden van de IJssel, maar probeer op bepaalde plekken te concentreren en in andere gebieden juist meer rust te creëren en rust te behouden waar nu ook rust is.5 Veel doelsoorten in de uiterwaarden zijn momenteel afhankelijk van de agrarische gronden binnen Natura 2000-gebied Rijntakken. De ontwikkeling van onze agrarische ondernemers naar natuurinclusieve landbouw helpt het agrarisch natuurbeheer te stimuleren.

Waar mogelijk kan ontwikkeling van natte natuur een bijdrage leveren aan de stand van de doelsoorten zoals al enkele jaren de ontwikkelingen ten zuidwesten van Velp. Het is belangrijk goede afwegingen te maken betreffende de landschapsstructuren: zowel open en meer besloten omdat deze diverse functies om verschillende landschapstypen vragen. Bronnen • •

•

Memo Ambitie Natura 2000 t.b.v. omgevingsvisie, Econsultancy, J.G. Boogaard, 2024 Natuurbeheer- en zoneringsmaatregelen voor zeven aangewezen vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe. Hoofdrapport. Sovon-rapport 2020/29. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Sierdsema H., ten Holt H., Martens S., Nijssen M. & P. Verburg. 2020. Bouwstenen Soortenherstel Beheerplan Natura 2000 Veluwe. Atlas Leefomgeving | Natuur | Natura 2000-gebieden

Sierdsema H., ten Holt H., Martens S., Nijssen M. & P. Verburg. 2020. Natuurbeheer- en zoneringsmaatregelen voor zeven aangewezen vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe. Bouwstenen Soortenherstel Beheerplan Natura 2000 Veluwe. Hoofdrapport. Sovon-rapport 2020/29. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. 5 Econsultancy, J.G. Boogaard, 2024, Memo Ambitie Natura 2000 t.b.v. omgevingsvisie 4

50

4.3.4 Biodiversiteit We zijn een bijzonder natuurrijke gemeente. De gemeente is gelegen op een unieke waardevolle gradiënt van de hoge droge en voedselarme Veluwe naar de lager gelegen vochtige tot natte voedselrijke uiterwaarden. Hierdoor is sprake van een enorme variatie in abiotische omstandigheden en verschillende habitats en landschapstypen. Van droge voedselarme heideterreinen en stuifzanden tot de vochtige voedselrijke graslanden in de uiterwaarden. Daartussen liggen de dorpen en diverse oude meer besloten landgoederen met ecologisch waardevolle landschapselementen en cultuurhistorische elementen als oude lanen, bronbosjes en ijskelders. De grote variatie aan habitats en landschapstypen evenals de aanwezige gradiënt op zich zorgen voor een zeer grote biodiversiteit en een hoeveelheid aan beschermde en bedreigde plant- en diersoorten. Niet alleen de natuurgebieden, landgoederen en landbouwgebieden zijn van grote waarde voor de biodiversiteit. Ook de dorpskernen zijn van groot belang voor bijvoorbeeld gebouw bewonende soorten en insecten. Huidige situatie De biodiversiteit is in Nederland de afgelopen honderden jaren en met name de laatste eeuw sterk afgenomen.

Ook in Rheden zal de biodiversiteit zijn afgenomen door onder andere milieuaspecten (verrijking, verzuring, verdroging), klimaateffecten, intensivering van landbouw, gebruik van bestrijdingsmiddelen en stedelijke van ontwikkelingen. Niet alleen het aantal soorten is afgenomen maar ook de aantallen van veel soorten. De biomassa aan insecten is de laatste decennia ster gedaald met allerlei gevolgen voor bijvoorbeeld bestuiving van wilde planten en gewassen. Soorten Veel soorten zijn in het verleden al verdwenen uit Rheden en niet of zeer moeilijk nog terug te krijgen. Sommige zijn al langdurig verdwenen zoals de korhoen, maar andere zijn pas sinds kort verdwenen zoals de bosparelmoervlinder waarvan de laatste waarneming uit onze gemeente stamt uit 2018. Landelijk staan veel soorten op de lijsten van bedreigde diersoorten, zoals meer dan de helft van wilde bijensoorten. In de gemeente komen vele bedreigde soorten voor die speciale aandacht vragen om verdwijning uit Rheden te voorkomen, zoals knautiabij en zadelsprinkhaan. De laatste komt nog maar op enkele plekken in Nederland voor. Met diverse soorten kenmerkend voor de bebouwde omgeving zoals de laatvlieger en huismus gaat het ook niet goed. Onder andere spouwmuurisolatie vormt een bedreiging voor diverse vleermuissoorten, mede omdat meestal geen (voldoende) onderzoek naar gebruik door die soorten wordt uitgevoerd.

Er zijn ook positieve ontwikkelingen te melden. Zo zijn de wolf, de bever, de otter en de zeearend teruggekeerd in onze gemeente.

51

In Gelderland zijn stappen gezet om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen, en er zijn enkele successen geboekt, zoals de terugkeer van de wolf ook in onze gemeente en de herintroductie van de bever en de otter. Autonome ontwikkeling Momenteel lijkt de biodiversiteit, ondanks een aantal successen, nog steeds af te nemen. Zowel landelijk, provinciaal als op gemeentelijk niveau worden instrumenten ingezet om het tij te keren. Het Deltaplan Biodiversiteitsherstel bevat voorstellen voor de aanpak van het herstel van biodiversiteit in Nederland. Provincies, gemeenten en waterschappen werken samen aan de verbetering van biodiversiteit in gebieden. Met het Nationaal Biodiversiteit Strategie Actieplan Nederland 2025-2030 is een plan gemaakt hoe Nederland bijdraagt aan de 23 actiedoelen die in 2022 bij de Conference Of Parties (COP-15) zijn afgesproken. Europees beleid en wetgeving middels de Vogel en habitatrichtlijn zijn reeds beschreven onder Natura 2000. Daarnaast worden natuurlijk bepaalde gebieden beschermd, Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken, maar ook het Gelders NatuurNetwerk (GNN) die tussen beide Natura 2000-gebieden de natuurlijke verbindingen moeten herstellen.

Naast deze landelijke en provinciale maatregelen zet de gemeente met de beleidsnota Biodiversiteit (juni 2022) in op het vergroten van het bewustzijn over biodiversiteit door middel van educatieve programma's en workshops en ook wordt ondersteuning geboden aan bewonersinitiatieven die bijdragen aan de biodiversiteit, zoals het aanleggen van nectarkroegen en het vergroenen van tuinen. We zijn ook gestart met het ontwikkelen van kruidenrijkere bermen en graslanden/gazons en bijenlinten. De eerste resultaten hiervan zijn zichtbaar. Dit zal vooral leiden tot toename van vrij algemene soorten die toch behoorlijk onder druk staan zoals dagvlinders van kruidenrijk grasland zoals kleine vuurvlinder en icarusblauwtje. Tevens volgen we het beleid van het GNN en de Gelderse Ontwikkelingszone. Met het oog op gebouw bewonende soorten zoals vleermuizen, huismus en gierzwaluw is zijn we voornemens extra instrumenten te ontwikkelen ten behoeve van de bescherming van de lokale populaties. Het gaat daarbij om het faciliteren van Natuurvriendelijk Isoleren (NVI) en de ontwikkeling van een (pré)-Soortmanagementplan (SMP). Daarnaast een puntensysteem voor natuurinclusieve voorzieningen bij nieuwbouw of renovatie.

52

Waar het gaat om ontwikkelingen in relatie tot beschermde soorten kan gesteld dat dit binnen Rheden geregeld is indien een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Daarbuiten is dit minder duidelijk. Daarbuiten verdient nog extra aandacht door middel van voorlichting en bewustwording. Doorkijk 2040 Richting 2040 laat de biodiversiteit een zorgwekkend beeld zien: deze neemt al decennia af en zal zonder ingrijpende maatregelen nog verder doorzetten. Dat geldt in het bijzonder voor kritische soorten die leiden onder de effecten van verzuring, verdroging en verrijking. Milieuaspecten die voornamelijk (maar niet geheel) bovenregionale problematiek betreffen. Het betrekken van de ecologie in de startfase van planvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen biedt een goede kans om de biodiversiteit hier optimaal te laten meeliften. Het structureel betrekken van biodiversiteit bij de energietransitie is niet allen van groot belang voor het behoud van de populaties gebouw bewonende soorten, maar in feite noodzakelijk om het proces van energietransitie zo éénvoudig en soepel te kunnen laten verlopen. Hiervoor dient zo spoedig mogelijk beleid te worden vastgesteld. Het doorzeten van optimale inrichting en beheer van groen ten behoeve van de biodiversiteit biedt ook grote kansen.

Verder is het belangrijk een goed beeld te verkrijgen van het voorkomen van bedreigde en beschermde soorten binnen onze gemeente en hier zowel passief als proactief bescherming aan te bieden. Waar nodig middels soortgerichte planvorming. Het biodiversiteitsplan biedt hier overigens al in grote mate aanknopingspunten voor. Bronnen • • •

Het Nationaal Dashboard Biodiversiteit Hoe gaat het met de biodiversiteit in Gelderland, provincie Gelderland, 2011 Biodiversiteitsplan Rheden

53

5 Ruimte voor klimaatadaptatie 5.1 Hittestress Aan de basis van hitte liggen de weersomstandigheden op grotere schaal. Hitte wordt versterkt in bebouwd gebied. Als gevolg van het stedelijk hitte-eilandeffect kan de luchttemperatuur ’s avonds en ’s nachts in dorpen en steden tot enkele graden hoger liggen dan in het omliggende buitengebied. Overdag kan in stedelijk gebied de gevoelstemperatuur (PET) erg hoog worden, vooral op plekken waar weinig schaduw is en/of gebouwen warmte uitstralen. Hitte heeft gevolgen voor de gezondheid, buitenruimte, leefbaarheid, water en netwerken. Aangezien het in stedelijk gebied warmer is dan op het platteland, krijgen dorpen en steden als eerste te maken met de (negatieve) gevolgen van hitte. Hitte kunnen we beoordelen aan de hand van een stresstest voor hitte waar hitte eilanden uit blijken. Daarnaast kan worden gekeken waar het gezondheidsrisico het grootst is door in te zoomen op kenmerken van buurten (boomkroonbedekking, kwetsbaarheid bewoners, leeftijd bewoners), dat levert mogelijk speciale knelpunten op. 5.1.1 Indicatoren en kwaliteitsniveaus Hittestress Status gebruikte informatie

Kwantitatief • Hitterisico/gezondheidsrisico’s uit stresstest • Stedelijk hitte eiland effect • Knelpunten als gevolg van hittestress Expert judgement op basis van de stresstest.

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Overal of bijna overal is er geen hitterisico en binnen de bebouwde kom ligt het stedelijk hitte eiland effect tussen de 0°C en 1°C. Er is geen sprake van knelpunten als gevolg van hittestress. Oranje Overal of bijna overal is er een klein hitterisico en binnen de bebouwde kom ligt het stedelijk hitte eiland effect tussen de 1°C en 2°C. Er is op één of enkele locaties sprake van knelpunten als gevolg van hittestress. Rood Overal of bijna overal is er een groot hitterisico en binnen de bebouwde kom ligt het stedelijk hitte eiland effect boven de 2°C. Er is op meerdere locaties sprake van knelpunten als gevolg van hittestress.

5.1.2 Huidige situatie Hitte eilanden Op basis van de stresstest voor hitte blijkt dat het in Velp, Rheden en Dieren het heetst is. Met de concentraties van hitte in hitte eilanden in Velp-Centrum, in Haveland-West, rond de Gazelle-fabriek, in (oud) Velp-Zuid, in Grinthuizen, in Stenfert-Oost, in het

54

winkelgebied rond het Calluna- en Ericaplein, in de buurt tussen de Dr. de Visserstraat, de spoorlijn en de Spankerenseweg, rond de Akkerstraat, in het gebied tussen de Ambachtstraat en de spoorlijn, en in de Kanaalzone. Het stedelijk hitte eiland effect is hier tussen de 1°C en 2°C.

Figuur 12 Hittekaart 2017 (geoportaal gemeente Rheden)

Gezondheidsrisico en knelpunten Het hitterisico wordt echter niet alleen bepaald door de weersomstandigheden, maar ook door blootstelling en kwetsbaarheid. Blootstelling aan hitte is het grootst op plekken waar veel mensen zijn en waar weinig koelte te vinden is. Kwetsbaarheid is het grootst waar mensen gevoelig zijn voor hitte, of zich niet kunnen aanpassen aan hitte. Dit maakt dat broze ouderen en huishoudens onder of rond het sociaal minimum de twee grootste groepen kwetsbare mensen zijn. Op basis van een analyse van de functie van een buurt, boomkroonbedekking, het percentage groen, het percentage broze ouderen en het percentage huishoudens onder of rond het sociaal minimum blijkt dat het hitterisico het grootst is in Stenfert-Oost, in het winkelgebied rond het Calluna- en Ericaplein, rond de Akkerstraat, gevolgd door (oud) Velp-Zuid, Grinthuizen en de buurt tussen de Dr. de Visserstraat, de spoorlijn en de Spankerenseweg. Deze locaties zijn belangrijk om in de omgevingsvisie op terug te komen. 5.1.3 Autonome ontwikkeling Wereldwijd hebben we te maken met klimaatverandering, en dat is ook in Nederland te merken. Het wordt warmer en de weersomstandigheden worden extremer. De komende tientallen jaren blijft ons klimaat veranderen als gevolg van vroegere en huidige broeikasgasemissies. Naar verwachting zullen we te maken krijgen met nog extremer

55

weer. Daardoor neemt de kans op wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen in ons land toe, wat risico’s met zich meebrengt voor de economie, gezondheid en veiligheid. Het KNMI heeft hiervoor 4 klimaatscenario’s opgesteld (warm scenario, warm en nat scenario, gematigd scenario en gematigd en nat scenario). Watertakenplan Olburgen 2023-2027 Met het Watertakenplan Olburgen 2023-2027 is een start gemaakt voor de omgevingsvisie voor het integreren van klimaat-adaptieve maatregelen in de omgevingsvisie en in de uitwerking daarvan. Het plan is niet vastgesteld en dient opgenomen te worden in de instrumenten van de Omgevingswet. Het doel is de leefomgeving bestand te maken tegen de klimaatverandering. Wij gaan planmatig en structureel werken aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit en duurzaamheid. Dit verankeren wij in de organisatie en de projecten. Het is niet de vraag óf, maar hoe deze thema’s meegenomen worden. Water en groen zijn niet alleen belangrijk om wateroverlast te voorkomen. Met water en groen kunnen wij ook problemen aanpakken met droogte, hitte en bedreiging van de biodiversiteit. Wij maken gebruik van kansen om met een actie meer effecten te bereiken. Dit noemen wij ‘meekoppelkansen’. Hiertoe doen wij het volgende: • •

•

•

• •

bij herinrichtingprojecten in de openbare ruimte verminderen wij de verhardingen met 10%, ten opzichte van de situatie voor de herinrichting; wij streven naar de toepassing van de vuistregel 3-30-300 m om gezondheid en welzijn in onze bebouwde omgeving met stadsgroen te bevorderen (3 bomen, 30% bladerdak, 300 m tot een groene koelteplek); waar nodig zetten wij een klimaatcoach in om bij integrale projecten ook op particuliere terreinen maatregelen te kunnen nemen (coach klimaatadaptatie/energie/duurzaamheid); de thema’s wateroverlast, hitte, droogte en biodiversiteit worden verwerkt in alle relevante beleidsplannen, uitvoeringsprogramma’s en projecten. (Zoals in dit WTPO, het Handboek openbare ruimte, de Lokale Adaptatiestrategie en het Biodiversiteitsplan); wij blijven inwoners stimuleren om op eigen terrein verhardingen af te koppelen en om te vormen naar groen (Operatie Steenbreek); in de planperiode onderzoeken wij het draagvlak voor een stimuleringsregeling om versteende (voor)tuinen om te vormen naar groen.

Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA)

56

Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) richt zich op het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering (klimaatbestendig en waterrobuust maken van Nederland), waaronder hittestress. Dit doen ze via zeven ambities. Het plan benadrukt dat hittestress een groeiend probleem is, vooral in stedelijke gebieden, en dat er maatregelen nodig zijn om de leefbaarheid te verbeteren. Belangrijke punten zijn: • • •

kwetsbaarheid in kaart brengen risicodialoog voeren met partners (op basis van stresstesten) adaptatie strategieën opstellen met concrete maatregelen.

Het uiteindelijke doel: Nederland klimaatbestendig in 2050. Integraal Beheerplan Openbare Ruimte Bij groot onderhoud en herinrichting wordt, als er mogelijkheden en kansen zijn, het volgende gedaan op het gebied van hittestress. • •

• • • •

Op belangrijke wandel- en fietsroutes en verblijfsplekken zorgen we voor voldoende schaduwplekken. Overbodige verharding wordt zoveel mogelijk vervangen door groen, bijvoorbeeld door het vergroten van boomspiegels of kleinere hoekjes verhardingen te verwijderen voor groen. Wegen worden zoveel mogelijk in een lichter type verharding toegepast om hitte bij warme zomerdagen te verminderen. Parkeervakken worden zoveel mogelijk vergroend. Hittestress wordt in centrumgebieden zoveel mogelijk verminderd door te vergroenen. Bij herinrichtingen streven we ernaar 20% minder verhardingsareaal toe te voegen.

5.1.4 Doorkijk 2040 De gemiddelde temperatuur in Nederland zal verder stijgen. Er zullen meer extreme weersomstandigheden zijn, zoals hevige regenbuien, langere periodes van droogte en hittegolven. De biodiversiteit zal wereldwijd blijven afnemen en daarmee ook plekken waar koelte een oplossing kan bieden. Ten aanzien van de verschillende opgave die een ruimtevraag hebben, zoals woningbouw, industrie en infrastructuur, is daarbij de verwachting dat landbouwgrond zal afnemen. Door een toename aan verhardingsmaterialen gaat dit een negatief effect hebben op verkoeling voor het landelijk en bebouwd gebied.

57

5.1.5 Conclusie In de huidige situatie voor hittestress beoordelen we met kwaliteitsniveau ‘rood’ omdat ondanks dat het hitte eiland effect tussen 1°C en 2°C is, er wel op veel plekken binnen de bebouwde kom sprake is van knelpunten als gevolg van hittestress en de gezondheidsrisico’s als gevolg hiervan. De autonome ontwikkeling laat zien dat er de wens is maatregelen te treffen. Deze moeten echter opwegen tegen het stijgen van de temperatuur. Het zal moeilijk worden die dubbele doelstelling met het nu geldende beleid en de daarin beschreven maatregelen voor elkaar te krijgen. Hiermee beoordelen we de autonome ontwikkeling op ‘rood’, gelijk aan de huidige situatie. 5.1.6 Bronnen • • •

Klimaatatlas Rheden Hittekaart gemeente Rheden Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) - Klimaatadaptatie

58

5.2 Wateroverlast De afgelopen jaren is het verharde oppervlak in Nederland toegenomen. Wateroverlast kan ontstaan als gevolg van hevige regenbuien en als gevolg van een overstroming vanuit de grote rivieren. 5.2.1 Indicatoren en kwaliteitsniveaus Wateroverlast Status gebruikte informatie

Kwantitatief • Stresstest gemeente Rheden ‘Water op straat na een extreme bui’ • Overstromingsgevaar grote rivieren Beschikbare Beleidsnorm Rijksoverheid overstromingsgevaar en expert referentiewaarden judgement voor de extreme buien Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Nergens of vrijwel nergens is sprake van water op straat na een extreme bui en overal of vrijwel overal in de dorpen, is een zeer kleine kans (<1/3000 per jaar) op overstroming vanuit de IJssel Oranje Op een aantal plekken is sprake van water op straat of er is op plekken in de dorpen, een kleine tot middelgrote kans (tussen < 1/30 en <1/3000 per jaar) op overstroming vanuit de IJssel Rood Op veel plekken is sprake van water op straat na een extreme bui of er is op plekken in de dorpen, een grote kans (> 1/30 per jaar) op overstroming vanuit de IJssel

5.2.2 Huidige situatie Extreme buien Zowel het oppervlaktewatersysteem als het rioolwatersysteem is niet voldoende meegegroeid om de pieken in het water voldoende op te vangen. Door de toename van de hoeveelheid hemelwater is extra belasting op het (gemengde) rioolsysteem ontstaan. De grenzen van het huidige watersysteem zijn bijna bereikt. Naast het rioolsysteem worden de zuiveringsinstallaties ook zwaarder belast door de pieken in het water. Rioolwater kan daardoor bij hevige neerslag ongezuiverd op het oppervlaktewater geloosd worden, met negatieve gevolgen voor waterkwaliteit. In de onderstaande figuren is te zien waar bij extreme buien wateroverlast kan worden verwacht doordat er vooral water op straat blijft staan (en soms ook kelders onderlopen in de dorpen).

59

Figuur 13 Locaties voor mogelijk wateroverlast (uit: watertakenplan Olburgen 2023-2027, gemeente Rheden)

Figuur 14 klimaatbui 70 mm effecten Dieren, Spankeren en Laag Soeren (uit: stresstest ‘Water op straat na een extreme bui’)

60

Figuur 15 klimaatbui 70mm effecten Velp (uit: stresstest 'Water op straat na een extreme bui'

Figuur 16 klimaatbui 70mm effecten Rheden, De Steeg en Ellecom (uit: stresstest 'Water op straat na een extreme bui')

61

In het watertakenplan Olburgen zijn streefwaarden opgenomen, zie figuur 17. Die streefwaarden zijn bedoeld om de risico’s op wateroverlast te beperken. De onderverdeling in winkelgebied en woon- of industriegebied is gebaseerd op de verschillende functies van die gebieden (bezoekersaantallen, kritieke infrastructuur zoals winkels en beschikbare ruimte voor waterberging)

Figuur 17 Streefwaardentabel (uit: Watertakenplan Olburgen 2023-2027)

Overstromingsgevaar IJssel Het waarborgen van de waterveiligheid en de klimaat-bestendigheid is één van de nationale belangen en opgaven waar de Nationale omgevingsvisie van het rijk zich op richt. Voor onze gemeente geldt dat de ligging van de dorpen op de flank van de stuwwal zorgt dat de meeste dorpen geen overstromingsgevaar kennen vanuit de IJssel. Wel speelt dat voor een deel van Velp. Ellecom en De Steeg, die gebouwd zijn in lager gelegen gebieden. Ook de uiterwaarden langs de IJssel komen regelmatig onder water te staan. Agrarische bedrijven en andere functies die daar aanwezig zijn, hebben zich daar meestal goed op aangepast. In figuur 18 is te zien waar de grootste kans op overstroming (rood) en zeer kleine kans (groen) is. Geen kleur betekent geen overstromingsgevaar vanuit de IJssel.

62

Figuur 18 Overstromingsgevaar vanuit IJssel (uit: atlas van de leefomgeving)

5.2.3 Autonome ontwikkeling Door klimaatverandering (en temperatuurstijging) krijgen we vaker te maken met grotere rivierafvoeren en zal ook de intensiteit en de frequentie van onder andere extreme regenbuien verder toenemen (KNMI klimaatscenario's 2023). Het rijk zorgt er met het Deltaplan Waterveiligheid voor dat iedereen die achter een primaire waterkering woont uiterlijk in 2050 een beschermingsniveau van 1 op 100.000 per jaar heeft. De waterschappen Rijn en IJssel en Vallei en Veluwe hebben waterbeheerprogramma’s. Hierin worden voor waterveiligheid plannen opgenomen voor het aanpassen van dijken aan nieuwe normen, het doorrekenen en oefenen met nieuwe scenario’s voor hoogwatersituaties. De gemeente heeft een zorgplicht voor de opvang en afvoer van hemelwater. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor de verwerking van hemelwater, voor zover dit niet op particulier terrein kan worden verwerkt. Het watertakenplan is hiervoor een duidelijke leidraad. 5.2.4 Doorkijk 2040 Extreme weersomstandigheden blijven en leiden tot steeds intensere en frequentere risico’s tot overstroming en hogere waterstanden.

63

Slimme dijken kunnen in de toekomst vroegtijdig waarschuwen voor overstromingen. Er wordt komt ook meer aandacht voor natuurlijke oplossingen zoals natuurherstel. 5.2.5 Conclusie In de huidige situatie is op een veel plekken sprake van water op straat. Tegelijk is er op een aantal plekken in de dorpen (Velp), een kleine tot middelgrote kans (tussen < 1/30 en <1/3000 per jaar) op overstroming vanuit de IJssel. Daarmee beoordelen we de huidige situatie voor wateroverlast op ‘oranje’. De autonome ontwikkeling laat zien dat er landelijk, bij de waterschappen en bij de gemeente maatregelen worden getroffen, tegelijk blijft het risico op extreem weer stijgen. Of de maatregelen voldoende zijn om een verbetering in de toekomst te betekenen is maar zeer de vraag. Hiermee beoordelen we de autonome ontwikkeling op ‘oranje’, gelijk aan de huidige situatie. 5.2.6 Bronnen • • •

Atlas Leefomgeving | veilige omgeving | kans op overstroming vanuit zee, meer of rivier Watertakenplan Olburgen 2023-2027 Kaarten van de klimaatbui 70mm

64

5.3 Droogte Droogte kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de landbouw, watervoorziening, ecosystemen en de economie. Droogte kan leiden tot mislukte oogsten, wat voedseltekorten en economische verliezen veroorzaakt. Boeren moeten strategieën ontwikkelen om hun gewassen te beschermen tegen droogte. Het vermindert de beschikbaarheid van zoet water, wat kan leiden tot watertekorten voor huishoudens, industrieën en landbouw. Het kan leiden tot verlies van biodiversiteit en verstoring van natuurlijke habitats. De economische impact van droogte kan ook groot zijn, vooral in landbouw en water-intensieve industrieën. Droogte kan indirecte gevolgen hebben voor de volksgezondheid, zoals verminderde waterkwaliteit en verhoogde risico's op bosbranden. Om een goed beeld te krijgen van de effecten van droogte en hoe de stand van zaken op dit moment is kunnen we kijken naar: • • •

Meteorologische droogte: weinig neerslag en hoge verdamping Bodemvochtdroogte: de bovenste laag van de bodem droogte uit Hydrologische droogte (afvoer): het grondwater daalt en uiteindelijk drogen beken en waterlopen uit

Als er sprake is van waterschaarste treedt de verdringingsreeks uit het Bkl in werking: een rangorde voor de verdeling van de beschikbare hoeveelheid water. De volgorde bepaalt bij droogte welke categorie voor gaat. Verdringingsreeks categorie 1

categorie 2

categorie 3

categorie 4

veiligheid en voorkomen van onomkeerbare schade

nutsvoorzieningen (in verband met leveringszekerheid)

kleinschalig hoogwaardig gebruik

overige belangen (economische afweging, ook voor natuur)

1. 2.

3.

gaat voor →

stabiliteit van waterkeringen voorkomen van klink en zetting (veen en hoogveen) natuur, voor zover het gaat om onomkeerbare schade

1. 2.

drinkwatervoorziening energievoorziening

• •

gaat voor →

gaat voor →

tijdelijke beregening kapitaalintensieve gewassen Verwerken van industrieel proceswater

• • • • • • •

scheepvaart

•

energievoorziening (anders dan belang van leveringszekerheid)

•

overige belangen

landbouw natuur industrie waterrecreatie binnenvisserij drinkwatervoorziening (anders dan belang van leveringszekerheid)

-

65

We zien de effecten van droogte vooral in de praktijk aan de hoeveelheid water in de beken en ander oppervlaktewater. 5.3.1 Indicatoren en kwaliteitsniveaus Met het neerslagtekort en de zichtbare effecten hebben we voor onze gemeente een klein beetje in beeld wat droogte doet. We missen nog echt lokale data om goed te monitoren en lokaal maatregelen te nemen. We kunnen hier dan ook niet een kwantitatieve beoordeling voor de gemeente aan geven en maken een kwalitatieve beoordeling. 5.3.2 Huidige situatie De droogte van 2018 heeft aanzienlijke economische schade veroorzaakt vooral in de landbouw, scheepvaart en in de natuur. Er was sprake van waterkwaliteitsproblemen. Na 2018 is het regelmatig droog geweest in Nederland.

Figuur 19 Doorlopenpotentieel neerslagoverschot in 2018 en 2019 (uit: Eindrapportage Beleidstafel Droogte en KNMI)

66

De landelijke trend is dan ook de afgelopen jaren het neerslagtekort is toegenomen. Het neerslagtekort is de afgelopen jaren bijgehouden in de droogtemonitor (www.droogtekaart.nl). Hoe het droogtetekort in de gemeente Rheden is, is in onderstaande figuur te zien.

Figuur 20 Neerslagtekort landelijk langjarige trend (bron: KNMI)

67

Figuur 21 Verdampingstekort 2021-2024 (boven) en Neerslagtekort 2019-2024 (onder) (www.droogtekaart.nl)

68

Effecten beken Binnen de Veluwezoom op de flanken liggen de steden en dorpen Velp, Rozendaal en een deel van Arnhem. Op de flanken van de Veluwe ontspringen verschillende sprengen. De meeste sprengenbeken, blijven onder normale omstandigheden zowel in de zomer als in de winter watervoerend. Sprengenbeken ontspringen op de flanken van de Veluwe en zijn uniek in hun soort, ze komen nergens anders voor in Europa. Het water in deze beken bestaat grotendeels uit kwel van het grondwater onder de Veluwe. Deze beken voorzien een groot deel van het bebouwde gebied permanent van water. Een deel van de sprengenbeken zijn opgeleid. Dit betekent dat de beken door de mens zijn aangepast, bijv. om waterkracht te benutten voor molens of voor andere doeleinden. Voorbeelden zijn van opgeleide beken zijn de Rozendaalse beek bij Rozendaal/ Velp en de Soerense en Bovenbeek bij Laag-Soeren. Uit het droogtebeeld van 2018 en de twee daaropvolgende droge jaren blijkt dat de benedenstroomse delen soms een stilstaand karakter krijgen. Het gaat vooral om de industriële (vlakkere) gebieden bij De Beemd in Velp. De verminderde aanvoer vanaf de Veluwe, de langdurige afwezigheid van neerslag in combinatie met lager rivierwaterstanden ligt hieraan ten grondslag.

Zelfs hoger op de Veluwe, in de opgeleide delen van de beken en het benedenstroomse deel van de Rozendaalse beek, is een afnemende watervoerendheid zichtbaar. In de bronbossen tussen Kasteel Middachten en Ellecom en in het Soerense Broek ten noorden van Spankeren is sprake van ‘verdroging’. Hiervoor zijn sinds ca. 2010 maatregelen getroffen om de oorspronkelijke kwel in deze gebieden te herstellen. Effecten oppervlaktewater Rheden, De Steeg, en Dieren beschikken over weinig stedelijk oppervlaktewater. Het aanwezige stedelijk water heeft een stilstaand karakter. In Ellecom vindt onder normale omstandigheden nog een beetje verversing plaats. Voor Rheden, De Steeg en Ellecom speelt de IJssel een belangrijk rol met betrekking tot het oppervlaktewaterpeil. Voor Dieren is dit het Apeldoorns Kanaal. Van sommige delen is bekend dat er waterkwaliteitsproblemen optreden. Dit komt omdat de verblijftijd in de zomer toeneemt en het water door zakkende waterpeilen sneller opwarmt. Dit werkt blauwalgen en andere problemen zoals stank en muggenoverlast in de hand. 5.3.3 Autonome ontwikkeling Het gevolg van klimaatverandering is dat de watervoorraad van de Veluwe steeds minder wordt aangevuld, waardoor de kwel afneemt en daarmee de hoeveelheid water in onze sprengenbeken vermindert.

69

De verwachting is dat door een toename van langdurige drogere zomers als gevolg van klimaatverandering de watervoerendheid verder onder druk komt te staan. Dit is zeker het geval als meerdere drogere zomers zoals 2018, 2019 en 2020 elkaar opvolgen. De IJssel valt onder het watersysteem van de Rijn. Van oorsprong een gletsjerrivier, met veel voeding uit regenwater. Gletsjers worden steeds kleiner 6, tegelijk met het meer extremere weer: piekbuien en droogte. Dit kan in de toekomst ook gevolgen hebben voor het water in de IJssel. 5.3.4 Doorkijk 2040 Met behulp van klimaatmodellen heeft het KNMI de waargenomen trends geanalyseerd. Zo kunnen ze onderzoeken of de trend te koppelen is aan klimaatverandering. In deze modellen kunnen door middel van verschillende experimenten de verschillende oorzaken van veranderingen gecontroleerd worden. Deltares heeft de KNMI-klimaatscenario’s genomen en bekeken wat deze zouden kunnen betekenen voor de toekomstige afvoer van de Rijn. Met alle klimaat-scenario’s zal de temperatuur in het Rijkstroomgebied stijgen. De waterstand van de Rijn en daarmee de IJssel wordt door de gevolgen daarvan onzekerder en verschillen meer per seizoen7: de zomerafvoeren nemen in alle scenario’s van het KNMI af, de winterafvoeren worden in alle scenario’s van het KNMI juist duidelijk groter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=8c19e694-b17d-47ca-a30a-c4b7a7834065