CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan - t_NL.IMRO.1667.BPHkweg4006-ON01 - 23.00073.pdf

Gemeenteraad 14 maart 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel"14.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbestemmingsplan Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel Gemeente Reusel-De Mierden

Ontwerpbestemmingsplan Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel Gemeente Reusel-De Mierden

Toelichting Bijlagen Regels Verbeelding

Datum: Maart 2021 Projectgegevens: TOE02-SNL026-01B REG02- SNL026-01A TEK02- SNL026-01A Identificatienummer: NL.IMRO.1667BPHkweg4006-ON01

Toelichting

UrbiTom

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Inhoud 1

2

3 4

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

1 1 1 3 3

Bestaande situatie

5

2.1 2.2 2.3

5 5 6

6

7

Historie Ruimtelijke aspecten Functionele aspecten

Planbeschrijving

7

3.1

7

Het initiatief

Beleid 4.1 4.2 4.3 4.4

5

Aanleiding Situering plangebied Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

11 Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

11 12 16 21

Milieuhygiënische en planologische aspecten

23

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15

23 25 28 29 33 33 35 35 36 37 38 40 41 42 43

Bodem Archeologie Cultuurhistorie Water Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Flora en fauna Stikstofdepositie Hinderlijke bedrijvigheid Gezondheid Geurhinder Spuitzones Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Kabels en leidingen

Uitvoerbaarheid

45

6.1 6.2

45 45

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De bestemmingen

47

7.1 7.2

47 47

Het juridische plan Beschrijving van de bestemmingen

UrbiTom

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Bijlagen 1. Verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek Kerkweg ong. te Hulsel, Lankelma Geotechniek, 8 mei 2020. 2. BUS-evaluatie immobiel Kerkweg ong. Hulsel, Lankelma Geotechniek, 30 november 2020. 3. Verkennend archeologisch onderzoek, Transect, oktober 2020. 4. Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase, Transect, 24 februari 2021. 5. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Kerkweg ongenummerd te Hulsel, Tritium Advies, 21 september 2020. 6. Berekening stikstofdepositie Kerkweg ongenummerd te Hulsel, Tritium Advies, 12 augustus 2020.

Plangebied HULSEL

Ligging en begrenzing plangebied (Bron: Google Maps 2020 en www.kadastralekaart.com)

UrbiTom

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Gemeente Reusel-De Mierden

Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan betreft een perceel aan de Kerkweg te Hulsel. De eigenaar is voornemens om op het perceel een vrijstaande woning te bouwen. De gemeente heeft in haar principebesluit van 23 juni 2020 besloten om medewerking te verlenen aan het situeringvoorstel, zoals dat is opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Hierbij stelt zij de voorwaarde dat een strook van 8m aan de noordzijde van het perceel wordt vrijgehouden om een deel van het bestaande opgaande groen te kunnen handhaven voor landschappelijke inpassing van het woonperceel en om de mogelijkheid te hebben om het achtergelegen binnengebied met de Kerkweg te verbinden met een voet-/fietspad. De nieuwe woning past niet binnen de bestemming die is opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Stedelijk Gebied 2018’. In dit bestemmingsplan is wel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, die omzetting van de geldende agrarische bestemming naar een woonbestemming onder voorwaarden mogelijk maakt. Dit situeringsvoorstel voorziet in een woning met een grotere breedte dan de maximumbreedte van 12 m, die in het geldende bestemmingsplan wordt genoemd en die onderdeel uitmaakt van de wijzigingsvoorwaarden. Om deze redenen is ervoor gekozen om ten behoeve van het initiatief geen wijzigingsplan, maar een bestemmingsplan op te stellen.

Zoals in paragraaf 1.3 (geldend bestemmingsplan) wordt verduidelijkt, wordt met voorliggend bestemmingsplan wel minder ruimte genomen voor bebouwing, dan de wijzigingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan biedt. Het geldende bestemmingsplan voorziet namelijk middels de wijzigingsbevoegdheid in de mogelijkheid van de bouw van meerdere woningen. Het voorliggend plan voorziet er echter maar een.

1.2

Situering plangebied Het plangebied betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Reusel-De Mierden, MDE02, sectie K, nr. 629. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 2.140 m2.

1.3

Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’ (NL.IMRO.1667.BPGsted5010-VAST). Dit bestemmingsplan is op 18 december 2018 vastgesteld door de gemeenteraad. Voor het plangebied geldt de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Tevens geldt voor het perceel een wijzigingsbevoegdheid die het college van Burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft, het bestemmingsplan te wijzigen in de bestemming Wonen waardoor er bouwmogelijkheden ontstaan voor de bouw van woningen.

UrbiTom

1

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Aan deze wijzigingsbevoegdheid zijn de volgende voorwaarden verbonden: a. het aantal woningen en de typologie van de woningen moeten passen binnen het gemeentelijke woonbeleid, zoals neergelegd in de 'Woonvisie 2018-2023' als vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 19 december 2017. Als het gemeentelijke woonbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd of herzien, wordt rekening gehouden met deze wijziging dan wel herziening; b. er is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen; c. het plan is inpasbaar vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt; d. het plan past binnen de bouwregels, zoals bepaald in artikel 24.2; e. er wordt in voldoende parkeergelegenheid voorzien, als bedoeld in artikel 46.1. Het plan past niet geheel binnen de wijzigingsbevoegdheid: Zo bedraagt breedte van de woning met 16 m meer dan 12m, wat niet past binnen de bouwregels, zoals vermeld onder voorwaarde d. Daarom is Binnen de wijzigingsbevoegdheid zijn meer dan 1 woningen mogelijk die passen binnen de bebouwingstypologie, zoals deze in de omgeving gehanteerd wordt. Deze bebouwingstypologie betreft open-halfopen bebouwing, waarbinnen, ingevolge de begripsbepaling in het geldende bestemmingsplan, tot maximaal 3 woningen aaneen mogelijk zijn. In theorie zouden dus 2 of zelfs 3 woningen aaneen met een breedte van 12 m mogelijk zijn.

In voorliggend bestemmingsplan is als bebouwingstypologie ‘open’ opgenomen, waarbinnen vrijstaande woningen mogelijk zijn. Met voorliggend bestemmingsplan wordt, met een toegestane breedte van 16 m, dus minder ruimte genomen dan de wijzigingsmogelijkheid biedt.

Fragment uit geldend bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’ met daarin aangegeven de begrenzing van het plangebied.

UrbiTom

2

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

1.4

Gemeente Reusel-De Mierden

Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen; te weten: Verbeelding. Op deze kaart is aangegeven welke bestemming het plangebied krijgt en is het bouwvlak aangeduid, waarbinnen de woning gebouwd kan worden. Ook zijn hier de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. Regels. In de regels zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden opgenomen van de op de verbeelding aangegeven bestemming. Toelichting. In dit deel is het plan beschreven, gemotiveerd en verantwoord. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan wordt gevormd door de verbeelding samen met de regels. Het voorliggende deel is de toelichting.

1.5

Leeswijzer Na deze inleiding volgt een hoofdstuk waarin de huidige situatie beschreven staat. In hoofdstuk 3 wordt de planbeschrijving gegeven. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst aan relevant gemeentelijk en provinciaal beleid. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de milieuhygiënische en planologische aspecten met betrekking tot de ontwikkeling. In hoofdstuk 6 wordt aandacht besteed aan de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de juridische aspecten van het bestemmingsplan.

UrbiTom

3

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Kerkweg vanuit het noorden met linksboven het plangebied

Het plangebied, gezien vanaf de Smeelakkers

UrbiTom

4

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

2

Gemeente Reusel-De Mierden

Bestaande situatie Om aan te tonen dat de nieuwe situatie goed past in de huidige ruimtelijke structuur is het van belang de huidige situatie te beschrijven. In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie beschreven, onderverdeeld in ruimtelijke aspecten en functionele aspecten.

2.1

Historie Hulsel wordt al genoemd in 710 als Hulislauum en in 1136 als Hulsela. Waarschijnlijk is de naam afgeleid van laum, bosjes op hoge zandgrond en de oude boomnaam van de hulst. Hulsel is een klein dorp met lintbebouwing, bestaande uit kerk, pastorie, school en een twintigtal boerderijen en huizen. Dit dorp is van de dorpen binnen de gemeente het langst zonder echte uitbreiding gebleven. Burgerwoningen werden er niet of nauwelijks gebouwd. Meestal vernieuwde men bestaande boerderijen. Tussen 1900 en 1930 bouwden enkele boeren nieuwe boerderijen aan de huidige Bladelsedijk. Door een bombardement op het einde van de tweede wereldoorlog is er de eerste “cluster” aan nieuwbouw van burgerwoningen tot stand gekomen ter hoogte van de huidige Willibrordlaan 40, 42 en 44. Aan het Vooreind 14 en 16 en Willibrordlaan 2 en 4 ontstonden de eerste “gemeentewoningen” vlak na de oorlog. Het voormalige Hegeind, nu Vooreind, heeft in de eerste helft van de 20e eeuw een wegverlegging ondergaan, waardoor er een soort “uitstulping” van bebouwing is ontstaan ter hoogte van Vooreind 5 en 9. Pas met de komst van de ruilverkaveling kwam er nieuwbouw. In tegenstelling tot de andere twee kernen, kun je in Hulsel niet van echte ontginningen in de voormalige heide spreken. Er werden nieuwe woningen gebouwd aan de Hoef, maar dat waren burgerwoningen, geen boerderijen.

Nieuwbouw ontstond “achter de Kerk” aan de St. Clemensdreef en in de jaren ’70 aan de van Wagenbergstraat. Uitbreiding van boerderijen ontstond in deze periode aan de Molendijk. Daar werden een aantal ontginningsboerderijen gebouwd. Uitzonderlijk is de bouw van een groot filiaal van de Boerenbond aan het Vooreind 16a als vervanging van ’t Stömke (het Stoompje, het voormalige “pakhuis”) wat gestaan heeft tot in de jaren ’60 aan de kruising Willibrordlaan-Kanten. Met de bouw van een nieuwe school annex gemeenschapshuis ’t Drieske heeft Hulsel in die periode een nieuwe dorpskern gekregen. De oude lag op de kruising Kerkweg-Willibrordlaan hoewel het dorp voornamelijk lintbebouwing heeft (bron: Cultuurhistorische Inventarisatie Erfgoedkaart Reusel-De Mierden, Omgevingsdienst Zuidoost Brabant).

2.2

Ruimtelijke aspecten Het plangebied bevindt zich aan de Kerkweg aan de oostrand van het dorp. De Kerkweg is een oude landbouwweg, die meer in de nabijheid van de Willibrordusstraat bebouwing kende. Daar is enige variatie in leeftijd. Meer naar buiten, dus ook ter hoogte van het plangebied, is de bebouwing relatief jong. De rooilijn varieert: soms staat de bebouwing dichter

UrbiTom

5

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

op de weg, soms wat verder weg. Aan de dorpszijde (westzijde) is er een variatie in vrijstaande en halfvrijstaande woningen in zowel 1 bouwlaag als 2 bouwlagen. Aan de buitenrand (oostzijde) is de bebouwing vrijstaand en opgetrokken in 1 bouwlaag. Alle bebouwing is afgedekt met een kap.

2.3

Functionele aspecten Hulsel is vooral een woonkern. Dit geldt ook voor de Kerkweg, die een afwisseling vormt tussen woonpercelen en (meer naar buiten, naar het noorden toe) ook agrarische percelen.

Nieuwe situatie

UrbiTom

6

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

3

Gemeente Reusel-De Mierden

Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt aandacht geschonken aan de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. Het initiatief wordt beschreven, inclusief de inpassing in de directe omgeving.

3.1

Het initiatief

3.1.1

Ruimtelijk Het nieuwbouwplan voorziet in een vrijstaande woning in het plangebied. Deze zal worden als levensloopbestendige woning worden uitgevoerd in 1 bouwlaag met kap. Omdat het een groot perceel betreft aan de dorpsrand, is het oostelijke deel van het perceel als ‘Tuin’ bestemd en niet als ‘Wonen’. Hierdoor zijn er ingevolge het bestemmingsplan geen bouwmogelijkheden op het achterperceel, waardoor het perceel in de dorpsrand aan de achterzijde groen wordt. Aan de noordrand van het perceel (de buitengebiedzijde) is voorzien in een groenbestemming waarbinnen de bestaande opgaande beplanting langs de noordelijke perceelsrand is opgenomen en waarmee onder meer een borging van de landschappelijke inpassing wordt beoogd.

UrbiTom

7

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

3.1.2

Gemeente Reusel-De Mierden

Functioneel Bebouwing De nieuwe bebouwing betreft een vrijstaande woning. Ontsluiting Het plangebied is gesitueerd op korte afstand van het dorpscentrum van Hulsel. Het ligt aan de Kerkweg, die de Willibrordusstraat (doorgaande weg tussen Netersel en Lage Mierde) verbindt met het buitengebied. De nieuwe woning is derhalve goed ontsloten. Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de richtcijfers voor parkeernormering die door de gemeente Reusel-De Mierden gehanteerd worden. Dit betreft de richtcijfers volgens het CROW. Deze zijn vervat in brochure nr. 381 van het CROW: ‘Toekomstbestendig parkeren’. Reusel wordt door het CSB aangemerkt als weinig stedelijk gebied (verstedelijkingsklasse 4). Het plangebied ligt in een zone die niet in het dorpscentrum of de schil van het dorpscentrum ligt. Het betreft hier de ‘rest van de bebouwde kom’. In de brochure 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' worden voor ‘weinig stedelijk gebied/rest van de bebouwde kom’ de volgende richtlijnen aangegeven: - voor vrijstaande woningen: 2.0 – 2.6 pp/wo.

UrbiTom

8

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Wanneer wordt uitgegaan van het gemiddelde van deze richtlijnen, dan is er een behoefte aan: 2.3 parkeerplaatsen. De woning heeft een lange inrit (> 10m), die (plaatselijk) 5 m breed kan worden uitgevoerd. Hierdoor is het zowel mogelijk om 2 auto’s naast elkaar op te stellen als 2 (of meer) auto’s achter elkaar. In het bouwplan wordt voorzien in een garage. In brochure 381 van het CROW is bepaald dat een oprit met garage en 2 opstelplaatsen naast elkaar als 2 parkeerplaatsen mag worden gerekend. Ook is hierin bepaald dat een oprit met garage en 2 opstelplaatsen achter elkaar als 1.3 parkeerplaats mag worden gerekend. Dit betekent derhalve 3.3 parkeerplaatsen, waarvan 1 parkeerplaats moet worden afgetrokken, om dubbeltelling te voorkomen. De lange oprit met mogelijkheid om twee auto’s naast elkaar te parkeren kan derhalve als 2.3 parkeerplaats worden gerekend. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm.

UrbiTom

9

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

UrbiTom

10

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

4

Gemeente Reusel-De Mierden

Beleid De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau. Voor de ontwikkeling en het plangebied zijn verschillende beleidsstukken relevant. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen uit het beleid beschreven en wordt aangegeven hoe de ontwikkeling van het plangebied hierop inspeelt.

4.1

Nationaal beleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid zoals opgenomen in de SVIR richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', over aan provincies en gemeenten. Sturing op verstedelijking, waaronder afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, heeft het Rijk grotendeels losgelaten. Er is enkel nog sprake van een 'ladder voor duurzame verstedelijking', die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt.

Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van deze instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

4.1.2

Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als motiveringseis opgenomen. Doel van deze stapsgewijze motivering van een initiatief is het bereiken van een goede ruimtelijke ordening door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

UrbiTom

11

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Sinds 1 juli 2017 is de ‘nieuwe’ ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. De traditionele drie opeenvolgende treden van ‘de ladder’ zijn hierbij komen te vervallen. De belangrijkste wijzigingen van de voorgaande regeling betreffen: De begrippen 'actuele' en 'regionale' zijn geschrapt. De nieuwe Ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Er is een nieuw artikellid toegevoegd voor de Laddertoets bij uitwerkings- en wijzigingsplannen. De Laddertoets kan dan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De huidige definities worden niet gewijzigd. De uitgezette lijn in de jurisprudentie blijft hiermee in stand. Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling.

Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering, waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien, vereist. Uit jurisprudentie blijkt dat kleinschalige woningbouwplannen niet als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' kunnen worden aangemerkt. Zo heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) aangegeven dat een ontwikkeling van 11 woningen en 16 parkeerplaatsen niet als stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt (d.d. 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 (gemeente Aa en Hunze)). Op basis van deze uitspraak geldt dat pas voor woningbouwlocaties van twaalf of meer woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Dit bestemmingsplan betreft de realisatie van 1 woning. Daarom wordt onderhavige ontwikkeling niet aangemerkt als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' in de zin van het Bro. Conclusie Gelet op de hierboven vermelde feiten kan een toets aan de ladder achterwege blijven.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Structuurvisie Op 1 oktober 2010 hebben de Provinciale Staten de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van

UrbiTom

12

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

deze instrumenten is de provinciale verordening. In de Verordening Ruimte zijn de kaderstellende elementen uit de SVRO vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. Binnen de stedelijke structuur worden twee ontwikkelingsperspectieven onderscheiden: stedelijk concentratiegebied (stedelijke regio’s): in het stedelijk concentratiegebied, inclusief de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, wordt de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte opgevangen.

Enerzijds om de steden voldoende draagvlak te geven voor hun functie als economische en culturele motor, anderzijds om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan; overig stedelijk gebied (landelijke regio’s): het overig stedelijk gebied, met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, voorziet in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. Grootschalige verstedelijking is ongewenst en voor woningbouw geldt het principe ‘bouwen voor migratiesaldo-nul’. Bij de opvang van de verstedelijkingsbehoefte wordt het accent sterker verlegd van nieuwe uitleg naar het bestaand stedelijk gebied, door in te zetten op herstructurering en onderhoud. Beheer en (her)ontwikkeling van de bestaande voorraad vragen specifieke aandacht. Er wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik door de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten van de omgeving. Gemeenten en de provincie voeren in regionaal verband overleg om te komen tot een goede afstemming van de stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) binnen de regio. De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening is nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. Dit is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie NoordBrabant om bovenstaande doelen te realiseren.

In de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant zijn kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid vertaald in regels die van toepassing zijn op gemeentelijke bestemmingsplannen. De Interim Omgevingsverordening wordt hierna besproken. Conclusie Op de structuurvisiekaart ligt het plangebied in een gebied aangemerkt als ‘landelijk gebied’ en voorziet in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. In navolgende paragraaf (Interim Omgevingsverordening Noord Brabant) wordt verduidelijkt waarom het plan geacht wordt te passen binnen het beleid van de SVRO.

UrbiTom

13

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

4.2.2

Gemeente Reusel-De Mierden

Interim Omgevingsverordening Noord Brabant In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is vastgelegd hoe de bevoegdheden op het gebied van ruimtelijke ordening zijn verdeeld tussen rijk, provincies en gemeenten. De provincie kan door middel van een planologische verordening regels formuleren waarmee gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening moeten houden. Tot voor kort was dit voor de provincie Noord-Brabant de Verordening ruimte Noord Brabant. Inmiddels is op 25 oktober 2019 een Interim Omgevingsverordening Noord Brabant vastgesteld. Deze Interim Omgevingsverordening loopt vooruit op het van kracht worden van de Omgevingswet. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De provincie streeft naar de vaststelling van de ontwerp omgevingsverordening door Gedeputeerde Staten in februari 2021. Daarna is er een inspraakprocedure van zes weken in maart en april 2021. Vervolgens worden Provinciale Staten gevraagd de Brabantse Omgevingsverordening vast te stellen. Dat gebeurt naar verwachting in oktober 2021. De omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking.

Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening diverse provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening water, Verordening wegen en ook de Verordening ruimte. De regels van de Interim Omgevingsverordening zijn er, in lijn met het beleid van de SVRO (die op termijn vervangen zal worden door de Omgevingsvisie), op gericht om het leeuwendeel van de stedelijke ontwikkelingen plaats te laten vinden in de stedelijke regio’s en in het bestaand stedelijk gebied. De begrenzingen van de stedelijke en landelijke regio’s zijn vastgelegd in de kaarten behorende bij de Interim Omgevingsverordening. In de verordening zijn ook het bestaand stedelijk gebied, de zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling en de ecologische hoofdstructuur begrensd.

UrbiTom

14

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Het besluitgebied van voorliggend bestemmingsplan is kaart 3 (stedelijke ontwikkeling) behorende bij de Interim Omgevingsverordening (hieronder afgebeeld) aangeduid als landelijk gebied.

Om de volgende redenen kan het besluitgebied beschouwd worden als deel van het stedelijk gebied en is het acceptabel om hier een nieuwe woning te ontwikkelen: De dorpsrand ten oosten van de Kerkweg maakt deel uit van het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’. Dit bestemmingsplan geldt ook voor het besluitgebied, dat deel uitmaakt van deze dorpsrand. In het bestemmingsplan is voor het besluitgebied een wijzigingsbevoegdheid van toepassing die het college van B&W de bevoegdheid geeft om medewerking te verlenen aan de bouw van een woning in het besluitgebied. De provincie heeft dus met instemming met het vigerend plan er impliciet mee ingestemd dat dit perceel tot het stedelijk gebied behoort. Zoals in paragraaf 1.3 (geldend bestemmingsplan) is verduidelijkt, wordt met voorliggend bestemmingsplan minder bebouwingsruimte gecreëerd, dan op basis van de geldende wijzigingsbevoegdheid mogelijk is. Het besluitgebied ligt tussen bebouwing die vrij recent is ontstaan aan de oostzijde van de Kerkweg (medio jaren ’80, eind jaren ’60 en 2009). Dit betreft vrijstaande en halfvrijstaande woningen. Het wooninitiatief past binnen de open bebouwingsstructuur in deze dorpsrand. Het gaat om een vrijstaande woning. Aan een zijde wordt 3m tot de zijdelingse perceelsgrens vrijgehouden. Aan de noordzijde betreft dit 8m.

In deze brede strook kan de bestaande houtwal gehandhaafd worden, waarmee een structuurkenmerk van het plaatselijke besloten akkerlandschap behouden blijft. De ruimte aan beide zijden van de woning zorgt ervoor dat er een visuele relatie blijft bestaan tussen de Kerkweg en het oude akkerlandschap dat achter de dorpsrand ligt. In de omgevingsvisie is aangegeven hoe beleidsmatig omgesprongen wordt met waarden rond het besluitgebied (zie ook onderstaande kaart uit de Omgevingsvisie): . behoud van de laanstructuur langs de Kerkweg . behoud van de open akkers ten noordwesten van het besluitgebied Een woning in het besluitgebied gaat goed samen met deze uitgangspunten.

UrbiTom

15

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Conclusie Het voornemen tot ontwikkeling van 1 woning is in lijn met het beleid uit de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. De woning is gesitueerd in landelijk gebied, maar ligt op een perceel dat (gemotiveerd) kan worden beschouwd als deel van het stedelijk gebied. De woningbouw in het plan is opgenomen in het gemeentelijk woningbouwprogramma, zoals ook in de paragraaf over de gemeentelijke woonvisie in dit hoofdstuk wordt verduidelijkt.

Omgevingsvisie: visiekaart voor Hulsel

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie gemeente Reusel‐De Mierden Op 22 mei 2018 is de 'Omgevingsvisie gemeente Reusel-De Mierden' door de raad vastgesteld. Deze omgevingsvisie is de opvolger van de StructuurvisiePlus. Het thema van de, in september 2013 vastgestelde toekomstvisie voor de gemeente ReuselDe Mierden ‘Gezamenlijk, grenzeloos en groen’ is ook in de omgevingsvisie bepalend. Streefbeeld voor de vier dorpen, waaronder Hulsel, is een herkenbaar Kempisch dorp met zichtbare lintstructuur, een gewaardeerd dorpscentrum en een sterke verwevenheid met het omringende landschap. Tussen de vier dorpen komt meer uitwisseling als er kwaliteitsverschillen tussen de voorzieningen gaan ontstaan. Dit wordt niet krampachtig tegengegaan, maar de bestaande verbindingen tussen de dorpen worden zowel voor de auto als de

UrbiTom

16

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

fiets veilig en comfortabel vormgegeven. Daarmee wordt de voorzieningenstructuur minder kwetsbaar en ontstaan er meer mogelijkheden om de kwaliteit van de voorzieningen op peil te houden. Hulsel is nog voor verreweg het grootste deel een lintdorp. De weg door het lint is ook de enige ontsluitingsweg en is niet berekend op het gebruik als sluiproute en als route voor grootschalig landbouwverkeer. De in ontwikkeling zijnde woonwijk Kerkekkers biedt in combinatie met de herinvulling van erven voldoende ruimte voor het woningbouwprogramma. Ook hier geldt dat het behoud van open zichten vanaf de linten naar het achterliggende landschap noodzakelijk is voor de kwaliteit van het lint. Ook hier geldt dat het recreatieve netwerk in en rond de kern beter benut kan worden. Zoals de visiekaart voor Hulsel laat zien, geldt voor de Kerkweg dat de boombegeleiding langs deze weg in stand moet worden gehouden (in stand houden historische bomenlaan). Het open akkercomplex ten noordwesten van het besluitgebied moet eveneens bewaard blijven. Verder is het wenselijk om vanuit de linten (dus ook de Kerkweg) doorzichten naar het omringende buitengebied te behouden. Hier wordt ter plaatse van het besluitgebied aan voldaan door een strook van 8m aan de noordzijde vrij te houden en als ‘groen’ te bestemmen.

De woning op het perceel betreft een vrijstaande woning, die ook aan de zuidzijde op afstand van de zijdelingse perceelgrens staat, waardoor ook hier visueel contact met het buitengebied kan blijven bestaan. 4.3.2

Kempische visie op wonen 2019 ‐ 2023 In maart 2019 is door de samenwerkende kempengemeenten Eersel, Bladel, Bergeijk en Reusel-De Mierden de Kempische Visie op wonen 2019-2023 vastgesteld. Door Reusel-De Mierden is dit op 12 maart gebeurd. Deze vervangt de individuele woonvisies van deze gemeente die tot dan het geldend beleidskader vormden. De provincie vraagt van iedere subregio in haar Brabantse Agenda Wonen (2017) van iedere subregio een regionaal perspectief op de woningmarkt. Met deze Kempische visie op wonen wordt dit subregionaal perspectief gegeven. De afgelopen jaren heeft de woningmarkt grote veranderingen doorgemaakt. Van de crisis waarin de huizenmarkt zich vijf jaar geleden in bevond, is al lang geen sprake meer. Woningprijzen stijgen en nieuwbouwprojecten raken snel verkocht. De vraag naar woningen is zeer groot. Zelfs zodanig dat het woningaanbod in de bestaande voorraad sterk is afgenomen. De sterke economische groei die Eindhoven Brainport doormaakt, heeft dus zowel positieve- als negatieve kanten voor de woningmarkt. Doordat de woningen in de Kempen relatief groot zijn, ligt de gemiddelde prijs van een koopwoning ook hoog. Het aanbod in het betaalbare prijssegment is beperkt. Hierdoor zijn de doorstroommogelijkheden, bijvoorbeeld vanuit een sociale huurwoning naar een koopwoning, beperkt.

De Kempengemeenten willen de mogelijkheden benutten om het woningaanbod in het middensegment te vergroten. Dat kan via betaalbare koop- of particuliere

UrbiTom

17

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

huurwoningen, maar ook door ruimte te bieden aan (bewoners)initiatieven voor vernieuwende woonvormen. De verwachting is dat vooral de komende tien jaar nog woningen moeten worden toegevoegd. Na die periode neemt de huishoudensgroei (en daarmee de woningbehoefte) langzaam maar zeker af. Het is daarom zaak om zorgvuldig met het ruimtegebruik (wonen, werken, recreëren, groen) om te gaan. Daarnaast betekenen deze trends dat de kempengemeenten hun focus steeds meer moeten verleggen van nieuwbouw naar het investeren in de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Speerpunten Voor de komende jaren zien de 4 kempengemeenten vijf speerpunten voor de regionale woningmarkt: 1. Versnellen van de bouwproductie, op een zorgvuldige manier. Gelet op de huidige druk op de woningmarkt is er snel behoefte aan nieuwe woningen. Maar daarbij willen de 4 kempengemeenten zorgvuldig omgaan met hun groene, dorpse woonmilieu. Daarom wordt primair ingezet op woningbouw op herbestemmingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied: De 4 kempengemeenten willen ruimte bieden om invulling te geven aan de vraag naar ongeveer 2.440 extra woningen voor de Kempen in de komende tien jaar. Daarmee is de Provinciale woningbehoefteprognose (2017) richtinggevend voor de toekomstige woningbehoefte in de Kempen. Gestreefd wordt naar één regiobreed gehanteerd afwegingskader voor woningbouwinitiatieven.

Nieuwe initiatieven worden daarmee voornamelijk op basis van kwalitatieve criteria beoordeeld. In het na te streven afwegingskader wordt rekening gehouden met de geuite kwalitatieve woningbehoefte conform het woningbehoefteonderzoek in de Metropoolregio Eindhoven en de accenten per gemeente. Dat betekent dat sterk wordt ingezet op het vergroten van het aanbod aan kleine, betaalbare woningen, gericht op starters en 1+2 persoonshuishoudens van 55 jaar en ouder. De kempengemeenten streven naar het zoveel mogelijk realiseren van woningbouw op inbreidingslocaties. Onder voorwaarden blijft het wel mogelijk om op uitbreidingslocaties te bouwen, bijvoorbeeld als een kern niet over inbreidingslocaties beschikt of om beeldbepalend openbaar groen in de bebouwde kom te beschermen. 2. Behoud voor betaalbaar wonen. De sterke economische groei in Brainport Eindhoven leidt tot sterke prijsstijgingen in de koopsector, ook in de Kempen. Daarom willen de kempengemeenten de komende jaren extra aandacht voor het vergroten van het aantal betaalbare koop- en huurwoningen: -

Minimaal 40% van de totale woningbouwopgave wordt in het sociale segment (huur en koop) gerealiseerd. Bij substantiële nieuwbouwprojecten (> 10 woningen) minimaal 20% sociale huur (exclusief Ruimte voor Ruimte). We maken bij voorkeur regionale prestatieafspraken met daarbij concrete maatregelen om de doorstroming naar de particuliere sector te vergroten.

UrbiTom

18

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

-

-

-

Gemeente Reusel-De Mierden

Monitoren van de doorstroming in de sociale huur en zo nodig maken van aanvullende nieuwbouwafspraken voor de sociale huur als de doorstroming niet / onvoldoende op gang komt. Regionaal wordt de grondprijs voor sociale huur afgestemd die realisatie van voldoende sociale huurwoningen tegen een goede basiskwaliteit mogelijk maakt (in samenhang onderzoeken met mogelijkheden om tot tweehurenbeleid over te gaan). Onderzoeken mogelijkheden voor nieuwe woningbouwconcepten / tijdelijke woonvormen Onderzoeken mogelijkheden en behoefte voor de ontwikkeling van Tiny Houses en vastleggen van kwalitatieve kaders Gemeenten gaan samen met woningcorporaties in gesprek over het aansluiten bij het urgentie- en toewijzingsbeleid voor de MRE-regio. Particuliere investeerders worden door de regio gefaciliteerd om komende tien jaar extra particuliere huurwoningen te realiseren. Met woningcorporaties worden bij voorkeur regionale prestatieafspraken gemaakt over het huisvesten van vergunninghouders. Uitgangspunt is dat de gemeentelijke taakstelling primair in de sociale huur wordt ingevuld. Als dat niet mogelijk is, gaan de gemeenten op zoek naar alternatieven binnen de particuliere woningvoorraad.

3. Zorg voor elkaar faciliteren. Onze inwoners zijn betrokken bij elkaar en helpen waar dat nodig is. Daardoor zijn er in de basis goede voorwaarden om het langer zelfstandig wonen mogelijk te maken. De komende jaren willen de 4 kempengemeenten sterker inzetten op het vergroten van het aantal levensloopbestendige woningen, zowel in de nieuwbouw als bestaande voorraad: -

-

-

-

-

Nieuwe woningen dienen minimaal te voldoen aan het Basispakket WoonKeur en voor de vijf grote kernen (Bladel, Eersel, Bergeijk, Reusel en Hapert) geldt het Pluspakket als uitgangspunt. Initiatieven die zich aantoonbaar richten op het betaalbare starterssegment krijgen hierbij een uitzonderingspositie. We streven naar meer bewustwording onder ouderen (vanaf 65 jaar) in de Kempenregio, door ze te adviseren over levensloopgeschikte maatregelen, ze wegwijs te maken over de mogelijkheden met betrekking tot de financiering van aanpassingen aan de woning en het informeren over de mogelijkheden en gevolgen (financieel) bij het verhuizen naar een meer passende (kleiner, levensloopgeschikter) woning. Met zorgpartijen worden mogelijkheden bekeken om initiatieven om de sociale en fysieke woonomgeving beter in te richten op het langer zelfstandig wonen breder over de regio uit te rollen. We gaan afspraken maken over de samenwerking in ‘DOOR’ samen met zorginstanties en corporaties, om zo belemmeringen tussen de overgang van beschermd wonen en zelfstandig wonen te verminderen. We willen eventuele belemmeringen bij het ontwikkelen van mantelzorgwoningen wegnemen en de mogelijkheden voor deze woonvorm meer onder de aandacht brengen.

UrbiTom

19

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

4. Wij zijn klaar voor de toekomst. Onze regionale Klimaatvisie geeft het al aan; wij zijn ambitieus als het gaat om het verduurzamen van onze woonomgeving. In 2025 willen de 4 kempengemeenten energieneutraal zijn. Om dat te halen moet de komende jaren een stapje extra gezet worden. Met elkaar willen we concrete ambities voor het verduurzamen van onze huur- en koopwoningvoorraad komen: We gaan met energieleveranciers in gesprek om te kijken of de benodigde randvoorwaarden om deze duurzaamheidseisen in de nieuwbouw te realiseren, aanwezig zijn. Gezamenlijke, regionale aanpak om particuliere eigenaren bewust te maken van belang en mogelijkheden om woningen energiezuiniger te maken en bewust met energie verbruik om te gaan Opstellen Warmtevisie voor het aardgasloos maken van bestaande wijken Onderzoeken aanpak bestaande huurvoorraad o Met concrete aanpak, meetbare doelen en instrumenten per buurt o Bewustwording energiegedrag in de woning o In overleg met commerciële verhuurders over verduurzaming particuliere huurvoorraad 5. Werken én wonen. De regio Eindhoven is de economische koploper van Nederland. Nergens is de economische groei zo groot als hier. Daarmee worden ook veel buitenlandse werknemers aangetrokken die op zoek zijn naar een woning in de brede regio; zowel in het goedkope- als dure prijssegment.

De 4 kempengemeenten willen de woonmogelijkheden voor deze werknemers vergroten, zodat mogelijke ‘lasten’ afnemen en de ‘lusten’ toenemen: Er wordt een regionaal afwegingskader opgesteld voor huisvesting van arbeidsmigranten op. Daarin nemen worden kwaliteitscriteria opgenomen waaraan nieuwe initiatieven worden getoetst. Onwenselijke huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten worden in kaart gebracht. Met werkgevers gaan we in gesprek over het sluiten van deze locaties. We maken afspraken met Brainport over het intensiveren van de informatie-uitwisseling over de woningbehoefte van kenniswerkers in die werken in de regio Eindhoven Brainport. Toetsing Het gemeentebestuur heeft aangegeven de benodigde woning beschikbaar te stellen uit het gemeentelijk woningbouwprogramma. Het gaat met 1 woning om een kleine toevoeging aan het woningbouwprogramma van de gemeente Reusel-De Mierden om te voorzien in de, in de Kempische visie op wonen aangegeven, behoefte voor Reusel-De Mierden tot 2028 van 550 woningen. De woning wordt (conform een van de voorwaarden die gesteld zijn in het positieve principebesluit van het college van burgemeester en wethouders) als levensloopbestendige woning uitgevoerd. De nieuwe woning sluit hiermee qua doelgroep (senioren) aan op het beleid, zoals dat is opgenomen in de woonvisie.

Qua typologie (vrijstaande woning) sluit de woning aan op de directe bestaande woonomgeving.

UrbiTom

20

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Conclusie Het plan is passend binnen de Kempische visie op wonen 2019 – 2023.

4.4

Conclusie De provincie stelt in haar beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling van Reusel-De Mierden dat het bestaand stedelijk gebied een belangrijke rol vervult voor het accommoderen van de stedelijke ruimtevraag. Stedelijke herstructurerings- en intensiveringprocessen zijn in principe overal binnen het bestaand stedelijk gebied mogelijk. De voorgestane herontwikkeling van het plangebied past derhalve binnen het provinciaal beleid. De woning wordt als levensloopbestendige woning uitgevoerd. De nieuwe woning sluit hiermee qua doelgroep (senioren) aan op het beleid, zoals dat is opgenomen in de Kempische visie op wonen. Qua typologie (vrijstaande woning) sluit de woning aan op de directe bestaande woonomgeving. Het initiatief past binnen het gemeentelijk beleid. Het geldende bestemmingsplan voorziet ter plaatse van het plangebied niet in directe bouwmogelijkheden voor 1 nieuw te bouwen woning. Wel is er in het geldende bestemmingsplan een bevoegdheid uitsluitend van het college van B&W om de geldende agrarische bestemming te wijzigen in een woonbestemming ten behoeve van de bouw van een nieuwe woning.

Omdat deze nieuwe woning wat breder is dan de maximale breedtemaat die is toegestaan in de wijzigingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan (en in de wetenschap dat deze grotere breedtemaat ruimtelijk niet tot bezwaren leidt in het plangebied), is voorzien in voorliggend bestemmingsplan in plaats van een wijzigingsplan.

UrbiTom

21

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

UrbiTom

22

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

5

Gemeente Reusel-De Mierden

Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.

5.1

Bodem

5.1.1

Verkennend bodem‐ en verkennend en nader Asbestonderzoek Lankelma Geotechniek heeft in maart 2019 een verkennend bodemonderzoek verricht in het plangebied en hierover in mei 2019 gerapporteerd. Op basis van dit verkennend onderzoek is geconcludeerd dat vanwege asbest een aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk was. Dit aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden in juni 2019 en (nadat aanvullende informatie naar boven is gekomen waaruit blijkt dat een tweede schuur met mogelijk asbestverdacht dak op de locatie aanwezig is geweest) in maart 2020. Het verkennend en nader onderzoek zijn beschreven in de rapportage van 8 mei 2020, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. De onderzoeksresultaten zijn als volgt samen te vatten: Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 2,8 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. In de uitkomende grond ter plaatse van asbestgaten ABG1 t/m ABG3 en sleuf 2 t/m sleuf 6 zijn asbestverdachte (golf)platen aangetroffen. Grond In de boven- en ondergrond zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden.

Grondwater In het grondwater zijn analytisch licht verhoogde gehalten met barium en zink aangetoond. Deze concentraties overschrijden de streefwaarden doch niet de interventiewaarden. Asbest Tijdens het verkennend asbestonderzoek is in de bovengrond (MM1asbest) een verhoogd gehalte aan asbest aangetoond, welke boven de interventiewaarde ligt. Door middel van het uitvoeren van een nader onderzoek is getracht de aanwezige verontreiniging met asbest verder in beeld te brengen. In sleuf 3 wordt een gewogen gehalte (171 mg/kgds) aan asbest

UrbiTom

23

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

aangetoond welke boven de interventiewaarde ligt. In sleuf 4 t/m 6 wordt een gewogen gehalte aan asbest aangetoond lager dan de interventiewaarde. In sleuf 1 wordt een gewogen gehalte aan asbest lager dan de detectielimiet aangetoond. De verontreiniging met asbest is afdoende ingekaderd. De verhogingen worden veroorzaakt door de grove fractie (lees plaatmateriaal). Een verontreiniging met asbest is niet gekoppeld aan een bodemvolume. Er is hier derhalve sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (asbest boven 100 mg/kgds). Voor de verontreiniging heeft in oktober 2020 een sanering volgens het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) plaatsgevonden. De rapportage van het evaluatieonderzoek hierover is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Aanvullend asbestonderzoek In het grondmonster MM2asbest (ABG2a) is in de bovengrond een verhoogd gewogen gehalte aan asbest aangetoond (315,35 mg/kg ds), welke boven de interventiewaarde ligt. In de grondmengmonsters MM3asbest is geen verhoogd asbestgehalte aangetoond. In het grondmengmonster MM4asbest is een zeer geringe asbestconcentratie aangetoond, welke onder (de helft van) de interventiewaarde blijft. Nader bodemonderzoek grond en grondwater Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde.

Toetsing hypothese grond en grondwater De hypothese ‘onverdacht’ kan op basis van de resultaten worden aanvaard. Toetsing hypothese asbest De hypothese ‘verdacht’ kan op basis van de resultaten worden aanvaard. Conclusie en aanbevelingen Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In de uitkomende grond ter plaatse van asbestgaten ABG1 t/m ABG3 en sleuf 2 t/m sleuf 6 zijn asbestverdachte (golf)platen aangetroffen. Voor de verontreiniging heeft in oktober 2020 een sanering volgens het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) plaatsgevonden. De rapportage van het evaluatieonderzoek hierover is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Er zijn nu geen belemmeringen meer vanwege de bodemgesteldheid voor de woningbouw waar dit bestemmingsplan voor is opgesteld. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken: wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten.

UrbiTom

24

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

-

Gemeente Reusel-De Mierden

Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring). Op basis van dit onderzoek is de grond indicatief als zijnde klasse AW2000 bestempeld; het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag.

5.2

Archeologie

5.2.1

Archeologisch vooronderzoek Transect b.v. heeft in september 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied. De rapportage van dit vooronderzoek is opgenomen als bijlage bij deze plantoelichting. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging om de bouw van een nieuwe woning met bijgebouw en zwembad in het plangebied mogelijk te maken. Het plangebied heeft een omvang van circa 2200 m², de te realiseren woning met bijgebouw en zwembad 330 m². Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase, om antwoord te kunnen geven op de volgende vragen: Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? In het bureauonderzoek is vastgesteld dat sprake is van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum B – Nieuwe tijd.

Deze verwachting is gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op een terrasafzettingswelving en terrasafzettingsvlakte met daarop een dekzandwelving. Gezien de ouderdom van de terrasafzettingen en het dekzand bestaan er bewoningsmogelijkheden vanaf het Midden-Paleolithicum (terrasafzettingen) en het Laat-Paleolithicum (dekzand). De terrasafzettingen bevinden zich naar verwachting echter op een diepte van meer dan 2,0 m -Mv, waardoor deze buiten beschouwing zijn gelaten in dit onderzoek. De verwachting op resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd is in het bijzonder hoog. In de omgeving van het plangebied zijn in de top van het dekzand tijdens opgravingen al grondsporen en vondsten als onderdeel van een nederzetting uit de Vroege en Late Middeleeuwen bekend. Tevens stond op circa 20 m ten zuidwesten van het plangebied een kerk, die hier van de 12e tot en met de 19e eeuw gestaan heeft. In het plangebied lag in de Nieuwe tijd op basis van historische kaarten een weg langs deze kerk. Op basis van het veldonderzoek is de hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bevestigd. In de top van het dekzand zijn geen sporen van natuurlijke bodemvorming meer aanwezig, maar er is wel sprake van een oude cultuurlaag. Deze bevindt zich op een diepte van vanaf 15-50 cm -Mv

UrbiTom

25

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

(30,6-30,9 m +NAP) en sluit waarschijnlijk aan op de opgegraven nederzetting ten westen van het plangebied. In en direct onder de aangetroffen cultuurlaag kunnen grondsporen en vondsten aanwezig zijn als onderdeel van deze nederzetting. Ook grafvelden en sporen van landgebruik (zoals die van een weg met karrensporen) zijn niet uit te sluiten. Hoewel in het bijzonder resten uit de Middeleeuwen-Nieuwe tijd te verwachten zijn, zijn oudere resten ook niet uit te sluiten. Aangezien de oorspronkelijke top van het dekzand door latere bewoningsactiviteit verdwenen is, is de verwachting op intacte nederzettingen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum bij te stellen naar laag voor het niveau in het dekzand. Dergelijke resten kenmerken zich meestal door een dunne vondstlaag op het dekzand: deze is in het plangebied echter niet meer te verwachten en opgenomen in de erboven gelegen bodemlagen. Advies In het plangebied bestaat het voornemen een nieuwe woning, bijgebouw en zwembad te realiseren. Aan de hand van het onderzoek is vastgesteld dat in het plangebied vanaf een diepte van 15-50 cm -Mv (30,6-30,9 m +NAP) sprake is van een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten. Het is daarom waarschijnlijk dat de voorgenomen ingrepen zullen zorgen voor een aantasting van het archeologisch relevante niveau.

Daarom wordt geadviseerd om in het gehele plangebied (circa 2200 m²) archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Het vervolgonderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor het vervolgonderzoek dient de werkwijze te worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE), dat door de gemeente Reusel – De Mierden dient te worden beoordeeld en goedgekeurd. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Reusel – De Mierden) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied 5.2.2

Proefsleuvenonderzoek Transect b.v. heeft in januari 2021 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied. Ten tijde van het archeologisch onderzoek was het plangebied in gebruik als weiland. De aanleiding van het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging voor de realisatie van een woning met bijgebouw en een zwembad. Er zullen ook nutsvoorzieningen worden aangelegd. De werkzaamheden die hiermee gepaard gaan, zullen de bodem verstoren. Aangezien dit archeologische resten kan verstoren, is besloten om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting uit het vooronderzoek door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet, voor zover mogelijk, inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering en begrenzing van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Op basis hiervan kan de bevoegde overheid van de

UrbiTom

26

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

gemeente Reusel – De Mierden een uitspraak doen over de omgang met eventueel aanwezige archeologische resten in het plangebied. Resultaten In het plangebied zijn drie proefsleuven en een uitbreiding aangelegd met een gezamenlijk oppervlak van 192 m2, circa 8,7% van het plangebied. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit dekzand met daarboven de bouwvoor. In werkput 2 is tussen de bouwvoor en het dekzand een mogelijke cultuurlaag waargenomen. Deze laag is aangetast door bioturbatie. De aard van deze cultuurlaag is hierdoor onduidelijk, mogelijk is het een oud bouwlanddek. Uit deze mogelijke cultuurlaag zijn drie scherven grijsbakkend aardewerk verzameld, deze zijn afkomstig uit de Vroege- tot Late-Middeleeuwen. In de bouwvoor van werkput 2 zijn vier fragmenten roodbakkend aardewerk uit de Nieuwe Tijd gevonden. In werkput 3 is tussen het dekzand en de bouwvoor een pakket recente verstoringen aanwezig. De recente verstoringen zijn ploegsporen en sporen van grondverbetering. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is een vindplaats aangetroffen met middeleeuwse en prehistorische resten. De middeleeuwse resten zijn paalkuilen, kuilen, één waterput en één ploegspoor. De paalkuilen zijn een deel van een huisplattegrond. De huisplattegrond is onderdeel van een erf, terwijl de waterput deel is van het achtererf.

In de omgeving van het plangebied zijn vergelijkbare middeleeuwse vindplaatsen bekend. Hierdoor is het mogelijk dat de middeleeuwse resten uit het plangebied onderdeel zijn van een nederzetting in Hulsel. De prehistorische sporen zijn paalkuilen en kuilen. De paalkuilen lijken een structuur te vormen. Echter, op basis van de beschikbare gegevens kan dit niet met zekerheid worden vastgesteld. Prehistorische resten zijn relatief zeldzaam in de omgeving van het plangebied. Aangezien de zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde van de vindplaats hoog zijn, is deze als behoudenswaardig gewaardeerd. Advies In het onderzoeksgebied bestaat het voornemen een woning met bijgebouw en een zwembad te realiseren. De vindplaats bevindt zich op circa 20-60 cm -Mv. Wanneer bodemroerende activiteiten in het plangebied gaan plaatsvinden van < 20 cm- Mv, wordt geadviseerd om de vindplaats ex situ te behouden door middel van een opgraving. De archeologische opgraving zal zich moeten richten op de locaties van de vindplaats in het westelijke deel van het plangebied. In het oostelijke deel van het plangebied worden geen archeologische resten verwacht en zijn recente verstoringen waargenomen. Hierdoor wordt aangeraden een archeologische opgraving uit te voeren in het westelijke deel van het plangebied, tot en met de locatie van de waterput. Bovenstaande vormt een advies.

Op basis van het advies is het aan de bevoegde overheid van de gemeente Reusel-De Mierden een selectieadvies uit te brengen voor eventueel aanvullend onderzoek in het plangebied en de wijze waarop dit al dan niet dient plaats te vinden. Onderhavig onderzoek betrof een steekproef. Ongeacht het besluit dat de bevoegde overheid neemt attendeert Transect daarom op de wettelijke verplichting om wanneer bij grondroerende werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, deze te

UrbiTom

27

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

melden (conform Erfgoedwet artikel 5.10). Dit kan via de gemeente Reusel-De Mierden of via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

5.3

Cultuurhistorie

1. Zoals op bovenstaande uitsnede van de cultuurhistorische beleidskaart is te zien, valt het plangebied binnen het oude akkercomplex van Hulsel, dat als cultuurhistorisch zeer waardevol (categorie 2) wordt aangemerkt. Binnen dit oude akkercomplex is het plangebied gesitueerd in een besloten akker (lichtblauw omlijnd op de afbeelding, de open akkers zijn donkerblauw omlijnd). 2. Het plangebied ligt aan de Kerkweg, Een klinkerweg tussen de oude dorpskern en het buurtschap Heikant. De bestrating met gebakken klinkers dateert (deels) uit de periode 1890-1940. De weg is onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. De Kerkweg wordt eveneens als cultuurhistorisch zeer waardevol (categorie 2) aangemerkt. 3. De Kerkweg maakt deel uit van de doorgaande route Mispeleind, die van de Franse Hoef bij Bladel naar Lage Mierde loopt. Deze route is als cultuurhistorisch waardevol (categorie 3) aangemerkt. Genoemde elementen hebben geen beschermde status (categorie 1) maar zijn behoudenswaard. Ad 1. Met het initiatief wordt een relatief klein deel van de besloten akker bebouwd. Een strook van 8m van het plangebied wordt als groen bestemd teneinde de bestaande opgaande structuur te kunnen behouden, alsook om het achtergelegen gebied toegankelijk en beleefbaar te kunnen houden.

UrbiTom

28

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Kerkweg Hulsel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Ten noorden van deze groenstrook blijft een ruime open groenmaat over, waarmee de visuele relatie tussen de Kerkweg en de besloten akker intact blijft. De woning die in het plangebied is gesitueerd betreft een vrijstaande woning, die op afstand ligt van de perceelsgrenzen en los van het bijgebouw dat aan de noordzijde van de woning is voorzien. Op deze manier zal ook tussen de op te richten bebouwing nog steeds sprake van doorzicht en de notie dat achter de woning het buitengebied ligt. De bebouwing kent 1 bouwlaag met kap en voegt zich daarmee in de bebouwingsstructuur langs de Kerkweg (1 tot 2 lagen met kap). Ad 2/3. De Kerkweg ligt buiten de ontwikkeling en zal hierdoor onaangetast blijven. Dit bestemmingsplan is derhalve niet van invloed op de cultuurhistorische waarde van dit element. Conclusie Er is geen sprake van beschermde cultuurhistorische waarden in het plangebied (categorie 1). Wel is er sprake van zeer hoge cultuurhistorische waarden (categorie 2). Deze blijven deels ongemoeid (Kerkweg zelf) en worden deels aangetast (besloten akker). De aantasting betreft een relatief klein deel van de betreffende akker. De opgaande groenstructuur, die deel vormt van de kwaliteit van de besloten akker is geborgd in het bestemmingsplan middels een bestemming ‘Groen’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=d59165b0-86ac-407b-8685-604e0b3c2718