t_NL.IMRO.1667.BPGveeg5017-ON01.pdf
Tekst van het document
Titel, Opdrachtgever
pagina 1
Titel, Opdrachtgever
pagina 2
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022 Toelichting Gemeente Reusel-De Mierden
Colofon Titel:
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022
Auteur(s):
Frank van der Putten & Willem van Wagenberg
Gemeente:
Reusel-De Mierden
Projectnaam:
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022
Projectnummer:
21072
Datum:
25 mei 2022
Status:
Ontwerp
Contactadres voor deze publicatie:
Accent adviseurs Luchthavenweg 13E 5657 EA EINDHOVEN T 040 – 30 300 95 E contact@accentadviseurs.nl I www.accentadviseurs.nl
Niets gebeurt zomaar. Niets is vanzelfsprekend. Ons denken en handelen maakt dat we met de wetenschap van nu alle projecten toekomstbestendig opleveren. 100% in dienst van de maatschappij en opdrachtgever. Vooruit denken en vooruit zien. Dat is niet alleen de ambitie van Accent adviseurs, het is wat we zijn. Accent adviseurs, voor goed
© Accent adviseurs, Eindhoven. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van Accent adviseurs
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 2
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Leeswijzer
7
Beleidskader
8
2.1
Algemene beleidskaders
8
2.2
Omgevingsaspecten
12
Ontwikkelingen
16
3.1
Smidsstraat 13, Hooge Mierde
16
3.2
Draaiboom 26, Lage Mierde
17
3.3
Leendestraat 5, Hooge Mierde
17
3.4
Bedrijventerrein Kleine Hoeven, Reusel
18
3.5
Lensheuvel 81, Reusel
22
3.6
Bernardusweg 12, Lage Mierde
23
3.7
Lindestraat 1, Reusel
28
3.8
Draaiboom 35, Lage Mierde
34
3.9
Groeneweg 9, Reusel
39
3.10
Kloosterstraat 45, Lage Mierde
45
3.11
Draaiboom 49, Lage Mierde
50
3.12
Gemeentehuis Reusel
52
3.13
Averbodelaan 2, Hooge Mierde
52
3.14
De Braken 7, Reusel
53
3.15
Beemden 27-29, Reusel
54
3.16
Algemene aanpassingen
55
Juridische opzet
57
4.1
Algemeen
57
4.2
Bestemmingen
57
5
Economische uitvoerbaarheid
60
6
Procedure
61
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 3
Bijlagen Bijlage 1: Bedrijventerrein Kleine Hoeven - Ruimtelijke onderbouwing Bijlage 2: Bedrijventerrein Kleine Hoeven - Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Bedrijventerrein Kleine Hoeven - Quickscan natuurwetgeving Bijlage 4: Bedrijventerrein Kleine Hoeven - Analyse waterberging Bijlage 5: Lensheuvel 81 - Ruimtelijke onderbouwing Bijlage 6: Bernardusweg 12 - Ruimtelijke onderbouwing Bijlage 7: Bernardusweg 12 - Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8: Bernardusweg 12 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 9: Bernardusweg 12 - Quickscan natuurwetgeving Bijlage 10: Bernardusweg 12 - Rapportage stikstofdepositie Bijlage 11: Bernardusweg 12 - AERIUS aanlegfase Bijlage 12: Bernardusweg 12 - AERIUS gebruiksfase Bijlage 13: Bernardusweg 12 - Verslag omgevingsdialoog Bijlage 14: Bernardusweg 12 - Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 15: Bernardusweg 12 - Besluit milieueffectrapportage Bijlage 16: Lindestraat 1 - Ruimtelijke onderbouwing Bijlage 17: Lindestraat 1 - Verkennend bodemonderzoek Bijlage 18: Lindestraat 1 - Archeologisch bureau en booronderzoek Bijlage 19: Lindestraat 1 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 20: Lindestraat 1 - Quickscan natuurwetgeving Bijlage 21: Lindestraat 1 - Rapportage stikstofdepositie Bijlage 22: Lindestraat 1 - Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 23: Lindestraat 1 - Besluit milieueffectrapportage
Bijlage 24: Draaiboom 35 - Ruimtelijke onderbouwing Bijlage 25: Draaiboom 35 - Rapportage stikstofdepositie Bijlage 26: Groeneweg 9 - Ruimtelijke onderbouwing Bijlage 27: Groeneweg 9 - Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 28: Groeneweg 9 - Verkennend bodemonderzoek Bijlage 29: Groeneweg 9 - Nader bodemonderzoek Bijlage 30: Groeneweg 9 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 4
Bijlage 31: Groeneweg 9 - Quickscan natuurwetgeving Bijlage 32: Groeneweg 9 - Rapportage stikstofdepositie Bijlage 33: Groeneweg 9 - Archeologisch bureau en veldonderzoek Bijlage 34: Groeneweg 9 - Archeologisch Programma van Eisen Bijlage 35: Groeneweg 9 - Besluit milieueffectrapportage Bijlage 36: Kloosterstraat 45 - Ruimtelijke onderbouwing Bijlage 37: Kloosterstraat 45 - Bodemonderzoek Bijlage 38: Kloosterstraat 45 - AERIUS-berekening Bijlage 39: Kloosterstraat 45 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 40: Kloosterstraat 45 - Verslag omgevingsdialoog
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 5
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Reusel-De Mierden is voornemens om voor verschillende initiatieven in het stedelijk gebied een overkoepelend bestemmingsplan op te stellen, een zogenaamd veegplan. Het gaat in dit specifieke geval om 15 locaties in de kernen Reusel, Hooge Mierde en Lage Mierde. De schaal en complexiteit per locatie verschilt, maar hebben als overeenkomst dat de initiatieven niet passend zijn op basis van het huidig planologisch kader. Daarnaast zijn er nog een aantal algemene aanpassingen die middels dit veegplan mogelijk worden gemaakt. Tabel 1 geeft een overzicht van de ontwikkelingen.
Adres
Soort plan
1.
Smidsstraat 13, Hooge Mierde
Correctie
2.
Draaiboom 26, Lage Mierde
Correctie
3.
Leendestraat 5, Hooge Mierde
Gemeentelijk initiatief
4.
Perceel Kleine Hoeven, Reusel
Gemeentelijk initiatief
5.
Lensheuvel 81, Reusel
6.
Bernardusweg 12, Lage Mierde
Particulier initiatief
Mogelijk maken zes woningen
7.
Lindestraat 1, Reusel
Particulier initiatief
Mogelijk maken zeven woningen
8.
Draaiboom 35, Lage Mierde
Particulier initiatief
Realiseren van één woning
9.
Groeneweg 9, Reusel
Particulier initiatief
10.
Kloosterstraat 45, Lage Mierde
Particulier initiatief
11.
Draaiboom 49, Lage Mierde
Particulier initiatief
12.
Gemeentehuis Reusel
Correctie
Opnemen verleende vergunning
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
Planbeschrijving Herstellen mogelijkheid extra wooneenheid Toevoegen extra wooneenheid Wijzigen bestemming ‘Verkeer’ naar ‘Wonen’ Wijzigen bestemming ‘Natuur’ naar ‘Bedrijventerrein’ Mogelijk maken vijf woningen
Herontwikkeling Fraterhuis en bouw woongebouw met 22 woningen Realiseren van één woning Wijzigen bestemming ‘Horeca’ naar ‘Wonen’ Correctie bestemmings- en bouwvlak
pagina 6
13.
Averbodelaan 2, Hooge Mierde
Gemeentelijk initiatief
14.
De Braken 7, Reusel
Gemeentelijk initiatief
15.
Beemden, 27-29, Reusel
Correctie
16.
Wijzigen bestemming ‘Groen’ naar ‘Wonen’ Wijzigen bestemming ‘Groen’ naar ‘Wonen’ en ‘Tuin’ Bestaand gebruik planologisch vastleggen
Algemene aanpassingen diverse enkel- en dubbelbestemmingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’
Tabel 1: Ontwikkelingen Stedelijk gebied veegplan 2022
1.2
Leeswijzer De algemeen geldende beleidskaders en de achtergrond van de benodigde onderzoeken van de verschillende initiatieven worden beschreven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zal van elk initiatief een planbeschrijving bestaande uit onder andere een ruimtelijke onderbouwing worden gegeven. Daarnaast zullen voornoemde beleidskaders en benodigde onderzoeken nader toegelicht worden. Hoofdstuk 4 beschrijft de juridische opzet van onderliggend bestemmingsplan. Hier zal worden ingegaan op onder andere de verbeelding, planregels en de bestemmingen. Hoofdstuk 5 benoemd de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Ten slotte zal in hoofdstuk 6 de overleg- en inspraakprocedure, de reacties uit het vooroverleg en de verwerking van eventuele zienswijzen en -ambtshalve aanpassingen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. De volledige ruimtelijke onderbouwingen en bijbehorende onderzoeken van de initiatieven zijn opgenomen als bijlage aan deze toelichting en zijn daarmee onlosmakelijk verbonden met het onderliggende bestemmingsplan.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 7
2
Beleidskader Onderstaand hoofdstuk geeft een beknopte beschrijving van relevante beleidsstukken waaraan de ontwikkelingen getoetst worden. Daarnaast geeft dit hoofdstuk een beschrijving van verschillende ruimtelijk relevante aspecten die als gevolg van de Wet ruimtelijke ordening aangetoond dienen te worden in een bestemmingsplanprocedure.
2.1
Algemene beleidskaders
2.1.1
Nationaal beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR zijn de ambities geschetst van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk. Deze aanpak zet de gebruiker voorop, prioriteert investeringen en verbindt ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur. Het rijk laat het beleid voor verstedelijking, groene ruimte en landschap over aan provincies en gemeenten onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van de belangrijkste instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen en moeten in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen. Het nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd.
Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening de ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet een beschrijving van de behoefte plaatsvinden en, indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 8
2.1.2
Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant De omgevingsvisie Noord-Brabant is vastgesteld op 14 december 2018. Deze omgevingsvisie bevat de visie van de provincie Noord-Brabant over hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. De visie van de provincie is een verbonden, vernieuwend, welvarend en klimaatbestendig Brabant. Dit zorgt er voor dat Noord-Brabant ook in 2050 een provincie is waar mensen goed wonen, werken en recreëren. De visie kent één basisopgave: ‘werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’. Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden specifieke aandachtspunten per opgave onder de aandacht gebracht. Ten aanzien van duurzame verstedelijk is het belangrijk om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. In Brabant zijn er daily urban systems op meerdere schaalniveaus, namelijk die van het interstedelijk netwerk Brabantstad en de daily urban systems op streekniveau. Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant daarbij steeds vaker voor herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied.
Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw.
Interim omgevingsverordening In de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. Op de kaarten behorende bij de geconsolideerde versie van de Interim omgevingsverordening (15 april 2022) is het plangebied gelegen in het bestaand stedelijk gebied. Binnen deze stedelijke structuur onderscheidt de provincie stedelijk concentratiegebied en kernen in het landelijk gebied.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 9
De kernen Reusel, Hooge Mierde en Lage Mierde zijn aangewezen als ‘landelijke kern’. Voor het optimaal benutten van het bestaand stedelijk gebied ligt het accent in deze kernen op inbreiding en herstructurering. Het doel daarbij is om het bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk, als landelijk gebied. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening.
2.1.3
Regionaal beleid Kempische Visie op Wonen 2019-2023 Op dit moment beschikken de gemeenten (Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden) allemaal over een eigen woonvisie. Dat is belangrijk, omdat elke gemeente een unieke woonkwaliteit (en knelpunten op de woningmarkt) heeft. Maar daarnaast zijn er vooral ook veel gelijkenissen. Daarom is in 2019 een regionaal woondocument opgesteld om gemeenschappelijke uitgangspunten te formuleren en een aantal samenwerkingsafspraken vast te leggen. Het doel is om op deze manier te komen tot een evenwichtige woningbouwontwikkeling in de regio. Hiervoor zijn vijf speerpunten geformuleerd, te weten ‘het versnellen van de bouwproductie, op een zorgvuldige manier’, ‘behoud van betaalbaar wonen’, ‘zorg voor elkaar faciliteren’, ‘klaar voor de toekomst’ en ‘werken en wonen’.
Regionaal woningbouwprogramma De Brabantse Agenda Wonen is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. De provincie kiest voor samenwerking in vier regio's: West Brabant, Midden-Brabant, Noordoost Brabant en ZuidoostBrabant. In de Regionale agenda Zuidoost-Brabant zijn drie subregio’s onderscheiden voor de differentiatie in de woningbouwopgave. De gemeente Reusel-De Mierden behoort tot de subregio de Kempen. Voor de woningbouwafspraken in de subregio Kempen zijn de woningbouwbehoefte en -afspraken per gemeente gebaseerd op de woningbouwprognose van de provincie Noord-Brabant. In 2020 heeft de provincie haar bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. De gemeente Reusel-De Mierden dient 900 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad in de periode 2020 tot en met 2040.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 10
2.1.4
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie gemeente Reusel-De Mierden Op 22 mei 2018 is de 'Omgevingsvisie gemeente Reusel-De Mierden' door de raad vastgesteld. De omgevingsvisie is opgesteld vooruitlopend op de aankomende Omgevingswet. Deze visie is niet zozeer een gewenst eindbeeld, maar er wordt gekozen om de strategie om er te komen vast te leggen. Aan elk gebied waar in deze omgevingsvisie aandacht aan is besteed, is daarom een strategie gekoppeld. Voor het grootste deel van de dorpskernen is op de strategiekaart aangegeven om de bestaande situatie te bestendigen. De strategie daarbij is het behouden van de bestaande kracht en het doorzetten van de huidige beleidslijnen. Gebiedsontwikkelingen die voortvloeien uit de omgevingsvisie en waarvoor bijdragen nodig zijn, komen overeen met de gebiedsstrategieën die in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Daarnaast wordt in het visiedocument beschreven dat er binnen de gemeente Reusel-De Mierden geen nieuwe uitbreidingslocaties voor wonen en werken worden aangewezen. Doel is om gebruik te maken van reeds in gang gezette uitbreidingslocaties en van herontwikkeling van vrijgekomen of leegstaande (inbreidings)locaties, van buurtschappen en linten en van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing.
Toekomstvisie ‘Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen’ In september 2013 heeft de raad ingestemd met de toekomstvisie ‘Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen’, waarin de ambities voor de toekomst van Reusel-De Mierden zijn beschreven. De visie beschrijft de door inwoners en maatschappelijke organisaties gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente Reusel-De Mierden in 2030. De visie ‘Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen’ is vertaald in de volgende twaalf ambities voor de lange termijn: Groen
Landelijk karakter
Duurzaamheid
Gezamenlijk
Dorps wonen
Behoud kleine kernen
Grote sociale cohesie en actief verenigingsleven
Zorgzame dorpen
Streven naar een evenwichtige samenleving
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 11
Trots op het historisch en cultureel erfgoed
Grenzeloos
Stimulans werkgelegenheid
Verbeterde bereikbaarheid
Blik op België
Samenwerking in de regio
Per ambitie zijn concrete uitvoeringsopties ontwikkeld.
2.2
Omgevingsaspecten Archeologie en cultuurhistorie Volgens artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Dit geldt tevens voor de aanwezige cultuurhistorische waarden.
Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Een ruimtelijke scheiding is daarom noodzakelijk tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Het doel hiervan is om reeds in ruimtelijke plannen milieuhinder bij woningen te voorkomen en tegelijkertijd aan bedrijven voldoende ruimte te bieden voor de bedrijfsactiviteiten. Voor het in beeld brengen van de ruimtelijke zonering van bedrijvigheid wordt gebruik gemaakt van de systematiek uit de VNG-handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. In deze handreiking zijn bedrijven en bedrijfsactiviteiten verdeeld in specifieke milieucategorieën. De hieruit voortvloeiende richtafstand geeft een indicatie van de te verwachten milieubelasting. Deze milieubelasting dient te worden afgezet tegen het omgevingstype waartoe het gebied behoort.
Bodem Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. Hierin dient aangetoond te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 12
Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het beleid omtrent externe veiligheid richt zich op het beheersen en voorkomen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport tegenover kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, zoals bijvoorbeeld woningen. Het gaat daarbij om de bescherming van individuen en groepen tegen ongevallen met bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen.
Geluid In de Wet geluidhinder worden verschillende objecten, waaronder woningen, beschermd tegen bijvoorbeeld wegverkeerslawaai en industrielawaai. De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten is geregeld in diezelfde wet. In een bestemmingsplan moet aangetoond worden dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben.
Geur De Wet geurhinder en veehouderij vormt het wettelijk kader voor de beoordeling van geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij heeft op twee manieren betrekking op ruimtelijke procedures. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat. Ten tweede moet bij de belangenafweging ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad.
Gezondheid Endotoxinen De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine is nog niet afgerond. De Kempengemeenten adviseren daarom bij een situatie waarbij binnen een afstand van 250 meter van het te realiseren kwetsbare object een veehouderij gelegen is, gebruik te maken van de afstandsbepalingen uit de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’. Deze afstandsbepalingen hebben betrekking op varkens- en pluimveehouderijen.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 13
Geitenhouderijen Mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, hebben meer kans op longontsteking dan gemiddeld. Het gaat om een straal van twee kilometer rondom geitenhouderijen. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen dan wel het realiseren van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen.
Luchtkwaliteit De regelgeving omtrent de luchtkwaliteit staat in hoofdstuk vijf van de Wet milieubeheer. Hierin zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen. Het doel van deze weten regelgeving is het zorgen voor een goede luchtkwaliteit en het beschermen van de burgers tegen de mogelijk negatieve gevolgen van luchtverontreiniging. Als er ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) sprake is van luchtverontreiniging, dan hoeft er niet getoetst te worden aan de grenswaarden.
Milieueffectrapportage In het voorstadium van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang om na te gaan of er mogelijk significant nadelige milieueffecten op kunnen treden. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is hiervoor als wettelijk instrumentarium ontwikkeld. Het doel hiervan is om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.
Natuurwaarden De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten, dieren, bossen en andere houtopstanden. In dat verband is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving.
Stikstof Op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb is het verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat significant negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. De Raad van State hanteert als uitgangspunt dat een project dat kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied, significante gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Op grond van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn mag alleen toestemming worden verleend voor het project als een passende beoordeling de zekerheid geeft dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 14
Water Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is een van de instrumenten om dit te bereiken. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het planvormingsproces om te komen tot een veilig, gezond en duurzaam watersysteem. De gemeente Reusel-De Mierden valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022 tot 2027 staan beschreven in het Ontwerp Waterbeheerprogramma ‘water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving’. Aansluitend op dit waterbeheerplan hebben de drie Brabantse waterschappen de beschikking over één gezamenlijke verordening. In deze Brabant Keur zijn de uitgangspunten opgenomen voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Het waterbeleid van de gemeente Reusel - De Mierden zelf is opgenomen in het (verbreed) gemeentelijk rioleringsplan 2017-2021 (vGRP). Het vGRP beschrijft het beleid, de ambities en de te nemen maatregelen ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater binnen de gemeente.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 15
3
Ontwikkelingen
3.1
Smidsstraat 13, Hooge Mierde Gezien de minimale ruimtelijke impact is voor deze ontwikkeling geen ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
3.1.1
Planbeschrijving Initiatief Deze ontwikkeling betreft het toevoegen van een extra woonmogelijkheid op het perceel behorende tot Smidsstraat 13 in Hooge Mierde. Deze woning zal worden gerealiseerd in de Vlaamse schuur die in de huidige situatie op het perceel te vinden is. Dit initiatief was opgenomen in een eerder veegplan maar is abusievelijk weggevallen bij het vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’ (vastgesteld 18 december 2018).
Plangebied Het plangebied bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van de kern Hooge Mierde. De bestaande Vlaamse schuur staat op het noordwestelijke gedeelte van het perceel en zal in de toekomstige situatie verbouwd worden tot woning. Het perceel staat kadastraal bekend als MDE02, sectie G, nummer 603.
Figuur 1: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 16
3.2
Draaiboom 26, Lage Mierde Gezien de minimale ruimtelijke impact is voor deze ontwikkeling geen ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
3.2.1
Planbeschrijving Initiatief Deze ontwikkeling betreft het toevoegen van een extra woningbouwmogelijkheid op het perceel behorende tot Draaiboom 26 in Lage Mierde. Deze woningbouwmogelijkheid was opgenomen in het voorheen geldende bestemmingsplan “Kom Lage Mierde ‘93’, maar is abusievelijk weggevallen bij het eveneens voorheen bestemmingsplan “Kom Lage Mierde” (vastgesteld 7 mei 2013).
Plangebied Het plangebied betreft een gedeelte van het perceel behorende tot Draaiboom 26 in Lage Mierde. Kadastraal staat het betreffende perceel bekend als gemeente Hooge en Lage Mierde, sectie H, nummer 876.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
3.3
Leendestraat 5, Hooge Mierde Gezien de minimale ruimtelijke impact is voor deze ontwikkeling geen ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 17
3.3.1
Planbeschrijving Initiatief De ontwikkeling betreft de verkoop van een gemeentelijk stuk grond aan de bewoner van Leendestraat 5. De huidige bestemming van het perceel zal daarbij veranderen van ‘Verkeer’ naar ‘Wonen’.
Plangebied Het plangebied betreft een groenstrook naast het perceel behorende tot Leendestraat 5 in Hooge Mierde. Kadastraal staat het betreffende perceel bekend als MDE02, sectie E, nummer 4217.
Figuur 3: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
3.4
Bedrijventerrein Kleine Hoeven, Reusel De ruimtelijke onderbouwing behorende tot de ontwikkeling op het bedrijventerrein Kleine Hoeven is als bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd. Onderstaand volgt een beknopte samenvatting van de planbeschrijving, de relevante beleidsaspecten en de omgevingsaspecten.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 18
3.4.1
Planbeschrijving Initiatief Op gemeentelijk initiatief is het de bedoeling om twee bedrijfspercelen aan de westzijde van het bedrijventerrein Kleine Hoeven in de kern Reusel in beperkte mate (165 m2 en 698 m2) te vergroten. Dit planvoornemen is in strijd met het vigerende bestemmingsplan en met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (vastgesteld december 2018). Deze percelen liggen volgens de Interim omgevingsverordening namelijk buiten bestaand stedelijk gebied. Deze onlogische begrenzing heeft tot gevolg dat de beoogde ontwikkeling niet mogelijk is binnen de huidige beleidskaders. Tot dit doel is besloten om een uitgebreide procedure conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te doorlopen. Met de toepassing van deze procedure wordt een omgevingsvergunning verkregen voor een passende juridische en planologische regeling.
Plangebied De planlocatie ligt op het bedrijventerrein Kleine Hoeven ten oosten van de kern Reusel. Het bedrijventerrein ligt direct aan de N284 en heeft daarmee een goede ontsluiting. Het plangebied is gelegen aan de Hamelendijk in Reusel. Het plangebied betreft de percelen die kadastraal bekend staan als RSL00, sectie C, nummers 5025 en 5024 (gedeeltelijk). Het plangebied heeft een gezamenlijke omvang van circa 5.363 m2. In de huidige situatie is het noordelijke gedeelte (perceel 5025), middels een tijdelijke vergunning reeds verleend. Dit perceel is daardoor ook al ontwikkeld. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is, op een tijdelijke parkeerplaats na, onbebouwd.
Figuur 4: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 19
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal het zuidelijke gedeelte van het plangebied worden bebouwd. De huidige bedrijfsbestemming biedt echter onvoldoende ruimte om het nieuwe pand en voldoende buitenruimte en parkeerplaatsen te vergunnen. Daarom wordt de kavel met 698 m² uitgebreid voor de aanleg van een parkeerdek. Om dit mogelijk te maken zal het gebied op een juiste manier bestemd dienen te worden. De strook de bestemming ‘Bedrijventerrein’ met de functieaanduiding ‘parkeerdek’. Op deze manier wordt een juist juridisch-planologisch kader vastgelegd.
3.4.2
Ruimtelijke onderbouwing Beleid Omgevingsverordening Noord-Brabant: Het vergroten van de bedrijfspercelen past gezien de situering van het plangebied buiten bestaand stedelijk gebied niet binnen de beleidskaders van de Interim omgevingsverordening. Echter behoord het plangebied binnen het ontwerp Omgevingsverordening wél binnen het stedelijk gebied. Middels deze her begrenzing tonen zowel de provincie, als de gemeente aan dat ontwikkelingen ten plaatse van het plangebied mogelijk zijn. Regionale bedrijventerreinafspraken Kempengemeenten: De uitbreiding van de kavel betreft 698 m². De bestaande kaveloppervlakte is 4.500 m². Met 5.198 m² betreft het een zeer geringe overschrijding van de door de provincie vastgestelde minimale kavelomvang van 5.000 m². Het verzoek voor uitbreiding van de kavel boven de 5.000 m² is getoetst aan het afwegingskader dat is opgenomen in de regionale bedrijventerreinenafspraken en ambities van de Kempengemeenten. In die afspraken is opgenomen dat: •
Nieuwvestiging van een bedrijf op een lokaal bedrijventerrein op bouwrijpe grond boven de 5.000 m² is in principe niet mogelijk, tenzij het bedrijf qua activiteit, aard en omvang niet kan vestigen op het Kempisch Bedrijvenpark (KBP), niet past binnen het uitgiftebeleid van KBP of het bedrijf een negatieve ruimtelijke uitstraling heeft op het KBP en op een andere locatie in de Kempen wél goed te huisvesten is omdat het op die locatie geen negatieve impact heeft, bijvoorbeeld vanwege vervoersbewegingen en uitstraling.
Op dit moment (december 2021) zijn er geen alternatieve locaties van 5.000 m² in de Kempen beschikbaar. Alle kavels op het regionale bedrijventerrein Kempisch Bedrijvenpark (KBP) zijn verkocht of gereserveerd. De uitbreiding van het bedrijf heeft geen negatieve impact op de uitstraling of op de vervoersbewegingen t.o.v. de bestaande mogelijkheden op de Kleine Hoeven. •
Daarnaast is in het afwegingskader opgenomen dat het in principe onwenselijk is dat grotere bedrijven de ruimte voor kleinere bedrijven op een lokaal (nieuw of bestaand) bedrijventerrein invullen. Doorstroming op bedrijventerreinen is een belangrijk uitgangspunt.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 20
Met een beperkte uitbreiding van de kavel op de Kleine Hoeven kan dit bedrijf toch worden gefaciliteerd en behouden in de Kempen. Het bedrijf wordt niet aangemerkt als een groot bedrijf die ruimte voor kleinere bedrijven ongewenst invult. De kavel van 4.500 m² biedt reeds mogelijkheden voor de vestiging van een middelgroot bedrijf.
Uitvoerbaarheid Bedrijven en milieuzonering Het planvoornemen betreft de uitbreiding van een bedrijfsperceel voor de realisatie van een parkeerdek. Een parkeerdek valt binnen milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter op het gebied van geluid. De meest nabijgelegen milieugevoelige objecten, in dit geval woningen, liggen op circa 90 meter afstand van het beoogde parkeerdek. Daarnaast heeft het naastgelegen bedrijfsperceel al een milieucategorie van 3.2 met een maximale richtafstand van 100 meter. Door de toevoeging van de parkeerfunctie neemt de belasting op de omgeving niet verder toe, en zal het geen negatieve impact op het woon- en leefklimaat van omliggende woningen hebben.
Bodem Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie ‘onverdacht’. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Op basis van de analyseresultaten van het veldonderzoek blijkt de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd te zijn met zink. Verder zijn er in de boven- en ondergrond analytisch geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel en barium. Deze metaalverontreinigingen zijn mogelijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 21
Natuurwaarden Het plangebied is buiten de grenzen van Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland gelegen. Wel dient voorafgaand aan de realisatie van toekomstige bebouwing op het plangebied te worden nagegaan of er jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Voor beschermde soorten behorend tot overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht ten behoeve van grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Dat houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden en verwonden van dieren te voorkomen. Met betrekking tot Natura 2000-gebieden wordt geadviseerd om middels een AERIUS berekening de effecten van stikstofdepositie door de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden nader te onderzoeken.
Watertoets In het kader van een evenwichtige afweging van de waterbelangen in het planvormingsproces is een analyse uitgevoerd om vast te stellen of op basis van de huidige inzichten voldoende waterberging is in te passen op het bedrijventerrein. Uit deze analyse blijkt dat het mogelijk is om de waterbergingsopgave ten gevolge van de ontwikkelingen op het bedrijventerrein Kleine Hoeven, in te passen in de beschikbare ruimte.
3.5
Lensheuvel 81, Reusel De ruimtelijke onderbouwing behorende tot de ontwikkeling op het perceel Lensheuvel 81 is als bijlage 5 aan deze toelichting toegevoegd.
3.5.1
Planbeschrijving Initiatief Aan de Lensheuvel 81 in Reusel staat een ruime woonboerderij uit 1948. Volgens het bestemmingsplan mogen ter plaatse twee woningen aanwezig zijn. Initiatiefnemer heeft echter de wens om de woonboerderij te transformeren naar vijf zelfstandige woonruimten. Middels een verleende vergunning wordt dit mogelijk gemaakt.
Plangebied Het plangebied betreft de percelen behorende tot Lensheuvel 81. Kadastraal staan deze percelen bekend als RSL00, sectie C, nummers 3617 en 4467.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 22
Figuur 5: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
3.6
Bernardusweg 12, Lage Mierde De ruimtelijke onderbouwing behorende tot de ontwikkeling op het perceel Bernardusweg 12 is als bijlage 6 aan deze toelichting toegevoegd. Onderstaand volgt een beknopte samenvatting van de planbeschrijving, de relevante beleidsaspecten en de omgevingsaspecten.
3.6.1
Planbeschrijving Initiatief Initiatiefnemer is voornemens om een voormalige boterfabriek die later als gemeenschapshuis heeft gefungeerd te her ontwikkelen tot drie grondgebonden woningen en drie appartementen. De nieuwe woningen passen niet binnen de vigerende bestemming ‘Maatschappelijk’, waardoor een bestemmingsplanherziening is opgesteld.
Plangebied Het plangebied ligt aan de Bernardusweg aan de oostrand van de kern Lage Mierde. Deze weg fungeert als dorpsentree vanaf de nabijgelegen N269. De bebouwing langs deze weg is overwegend opgetrokken in één bouwlaag met kap, incidenteel uit twee bouwlagen met kap. Kadastraal staat het perceel bekend als MDE02, sectie H, nummer 938. Binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’, vastgesteld op 18 december 2018, heeft het plangebied de bestemming ‘Maatschappelijk’. Figuur 6 toont de begrenzing van het plangebied en een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 23
Figuur 6: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
Toekomstige situatie Het nieuwbouwplan voorziet in drie grondgebonden woningen en drie appartementen in het plangebied. Het bestaande gebouw wordt hierbij zoveel mogelijk gerespecteerd. Zo worden de bouwdelen met kap en kenmerkende elementen, zoals de schoorstenen gehandhaafd. De aanbouw met plat dak aan de westzijde wordt vervangen door bebouwing in één laag met kap in een verschijning die verwantschap heeft met de bebouwing op de kop aan de oostzijde. De bedoeling is om in de toekomst de bestaande bushalte naast het plangebied te verplaatsen. De ruimte die hierdoor vrijkomt zal vervolgens plaats bieden aan een extra groenvoorziening.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 24
Figuur 7: Aanzicht toekomstige situatie vanaf de Bernardusweg
3.6.2
Ruimtelijke onderbouwing Beleid Nationaal beleid Ladder voor duurzame verstedelijking: Dit plan betreft de realisatie van in totaal zes woningen: drie appartementen en drie grondgebonden woningen. Daarom wordt onderhavige ontwikkeling niet aangemerkt als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' in de zin van het Bro.
Provinciaal beleid Interim omgevingsverordening: Het voornemen tot ontwikkeling van zes woningen is in lijn met het beleid uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het is gesitueerd in stedelijk gebied en voldoet daarmee aan het beleid dat stedelijke ontwikkeling als hoofdregel alleen mogelijk is binnen vastgesteld bestaand stedelijk gebied en zodoende zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen. De woningbouw in het plan is opgenomen in het gemeentelijk woningbouwprogramma, zoals ook in de paragraaf over de woonvisie in dit hoofdstuk wordt verduidelijkt.
Regionaal beleid Kempische Visie op Wonen 2019 – 2023: De beoogde ontwikkeling betreft met zes woningen een kleine toevoeging aan het woningbouwprogramma van de gemeente Reusel-De Mierden om te voorzien in de behoefte voor Reusel-De Mierden tot 2030 van 565 woningen. Van de beoogde zes woningen worden er drie uitgevoerd als appartement in de sociale huur. Hiermee wordt voldaan aan een voorwaarde in het principebesluit en aan het beleid zoals verwoord in de Kempische Visie op Wonen.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 25
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Reusel-De Mierden: Het opknappen van het voormalige boterfabriekje en de herontwikkeling tot zes woningen zorgen voor een betere uitstraling en daarmee een versterking van de ruimtelijke structuur van de kern Lage Mierde. Daarnaast draagt de vergroening van de aangrenzende openbare ruimte, wat deel uitmaakt van de planontwikkeling, tevens bij aan deze versterking.
Uitvoerbaarheid Archeologie Het gebied is op de Erfgoedkaart voor de Kempengemeenten aangeduid met Categorie 3: gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde – historische kern. Vanwege de aanwezige archeologische waarden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 250 m² en dieper gaan dan 0,3 meter onder maaiveld. De bestaande laagbouw met plat dak wordt vervangen evenals de fundering van dit bouwdeel. De overige bebouwing blijft staan en wordt gerenoveerd. Het te slopen bouwdeel, waar de grond geroerd wordt, heeft een oppervlakte van 110 m2. Nader archeologisch onderzoek is daarom niet aan de orde.
Bodem Middels het verkennend bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Ter plaatse van de smalle strook grond tussen de druipranden van de asbestdaken van de aanbouw en de schuur op het belendende perceel aan de zuidzijde van het plangebied dient nog nader asbestonderzoek plaats te vinden. Het onderzoek en eventuele sanering dient te zijn afgerond alvorens een omgevingsvergunning voor de voorgenomen nieuwbouw wordt verleend. Verder zijn in het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen nieuwbouw/verbouwing op deze locatie.
Bedrijven en milieuzonering In het plangebied en de omgeving is geen niet-agrarische bedrijvigheid aanwezig die belemmeringen oplevert voor de woonkwaliteit. Ook levert de nieuwe bouwmogelijkheid voor een woning in het plangebied geen beperkingen op voor bedrijvigheid in de omgeving.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 26
Cultuurhistorie Op de cultuurhistorische beleidskaart wordt het bestaande gebouw aangemerkt als categorie 3: hoge cultuurhistorische waarden. Door de beoogde ontwikkeling wordt de ruimtelijke structuur van de Bernardusweg versterkt door toevoeging van groen en een evenwichtige bebouwingsmassa ter plaatse van de boterfabriek. De bebouwing van de voormalige boterfabriek wordt met respect voor de bestaande bebouwing her ontwikkeld.
Externe veiligheid Uit gemeentelijke gegevens blijkt dat het initiatief niet gelegen is binnen het invloedgebied van risicovolle inrichtingen, transportroutes of van leidingen. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid worden derhalve geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling verwacht.
Geluid Bepaald moet worden of er sprake is van geluidsbelasting ten gevolge van nabijgelegen wegen op het plangebied, waardoor een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. Als gevolg van zowel de Bernardusweg als de Kempenbaan (N269) wordt de voorkeursgrenswaarde wel, maar de maximale ontheffingswaarde niet overschreden. Zowel overdrachts- als bronmaatregelen worden niet als doelmatig geacht. Aangezien de Bernardusweg een 30 km/h weg betreft, kan enkel voor de Kempenbaan een hogere waarde worden verleend. Om een hogere waarde te kunnen verlenen dient te worden voldaan aan één van de vijf subcriteria zoals genoemd in het “Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder” van de gemeente Reusel-De Mierden. In onderhavige situatie wordt aan deze eis voldaan aangezien het bouwplan bestaande bebouwing vervangt.
Gezondheid Binnen 250 meter afstand komen geen actieve veehouderijen voor. Daarnaast ligt het meest nabij gelegen pluimveebedrijf op meer dan 2,4 kilometer en de meest nabijgelegen geitenhouderij op circa 2,9 kilometer van het plangebied. Vanuit het aspect veehouderijen en volksgezondheid is het nieuwbouwplan aan de Bernardusweg aanvaardbaar.
Luchtkwaliteit De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van zes nieuwe woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven, zoals genoemd in de regeling ‘Niet in betekende mate’ (NIBM). De kaart met gemiddelde fijnstofconcentraties van het RIVM laat tevens zien dat de concentraties fijnstof ter plaatse van het plangebied ruim onder de grenswaarde van 40 microgram/m3 blijft.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 27
Natuurwaarden Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Uit een berekening naar stikstofdepositie blijkt dat het initiatief niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Ervan uitgaande dat de zorgplicht wordt nagekomen, zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling vanwege flora en fauna.
Water In het kader van de planprocedure zijn de gevolgen ten aanzien van de waterhuishouding inzichtelijk gemaakt en de daaruit voortkomende waterbergingsbehoefte. Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggend initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water.
3.7
Lindestraat 1, Reusel De ruimtelijke onderbouwing behorende tot de ontwikkeling op het perceel Lindestraat 1 is als bijlage 16 aan deze toelichting toegevoegd. Onderstaand volgt een beknopte samenvatting van de planbeschrijving, de relevante beleidsaspecten en de omgevingsaspecten.
3.7.1
Planbeschrijving Initiatief Initiatiefnemer is voornemens om zeven woningen toe te voegen aan het perceel Lindestraat 1 in Reusel. De ontwikkeling is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Het plangebied heeft weliswaar een woonbestemming, maar de opgenomen bouwmogelijkheden sluiten niet aan op het bebouwingsinitiatief.
Plangebied Het plangebied ligt in de bebouwde kom van de kern Reusel aan de historische bebouwingslinten van de Lindestraat en de Zeegstraat. Beide straten worden gekenmerkt door bebouwing in een gevarieerd beeld. Binnen het plangebied staat een leegstaande woning. Kadastraal staat het perceel bekend als gemeente Reusel, sectie A, nummers 3121, 3122 en 3156. Binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’, vastgesteld op 18 december 2018, heeft het plangebied de bestemming ‘Wonen’. Behoudens het perceel 3156 is aan het plangebied een wijzigingsbevoegdheid toegekend om woningen toe te voegen. Figuur 8 toont de begrenzing van het plangebied en een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 28
Figuur 8: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling bestaat uit het toevoegen van in totaal zeven woningen. De voorgevels worden gesitueerd in de gevellijn van de naastgelegen woningen. De nieuwe bebouwing bestaat uit 1 vrijstaande en 2 halfvrijstaande grondgebonden koopwoningen, 1 bovenwoning in de geliberaliseerde huursector en 3 woningen in de sociale sector (koop of huur): 1 benedenwoning en 2 grondgebonden woningen. Parkeren gebeurt op eigen terrein en is voor een belangrijk deel aan het zicht onttrokken met een parkeerterrein achter de woningen aan de Lindestraat. Figuur 9 toont een impressie van de toekomstige opzet en verkaveling van het plangebied.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 29
Figuur 9: Opzet en verkaveling toekomstige situatie
3.7.2
Ruimtelijke onderbouwing Beleid Nationaal beleid Ladder voor duurzame verstedelijking: Voorliggend initiatief voorziet in het toevoegen van zeven woningen. Aangezien het toevoegen van zeven woningen niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling, hoeft niet te worden getoetst aan de ladder.
Provinciaal beleid Interim omgevingsverordening: Het voornemen tot ontwikkeling van zeven woningen is in lijn met het beleid uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het is gesitueerd in stedelijk gebied en voldoet daarmee aan het beleid dat stedelijke ontwikkeling als hoofdregel alleen mogelijk is binnen vastgesteld bestaand stedelijk gebied en zodoende zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 30
Regionaal beleid Kempische Visie op Wonen 2019-2023: Met de beoogde planontwikkeling wordt, met zeven woningen, voorzien in de woningbouwbehoefte van de gemeente Reusel-De Mierden. De nieuwe woningen sluiten qua typologie en doelgroep aan op de directe omgeving, bestaande uit lintbebouwing met overwegend vrijstaande en half vrijstaande woningen. Het beoogde aanbod aan woningtypen is divers, daarnaast wordt voorzien in een aandeel goedkope woningen conform de voorwaarden die zijn verwoord in het principebesluit van burgemeester en wethouders van 23 april 2021.
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Reusel-De Mierden: Het initiatief op de hoek van de Zeegstraat en de Lindestraat draagt bij aan versterking van de ruimtelijke structuur van de stratenring rond het dorpscentrum. Ook wordt de aanwezigheid van de Lindestraat ruimtelijk meer benadrukt dan thans het geval is, wat recht doet aan het feit dat de Zeegstraat (oude weg naar Hooge Mierde) en de Lindestraat (oude weg naar Hulsel) min of meer evenwaardig waren.
Uitvoerbaarheid Archeologie Het gebied heeft in het geldende bestemmingsplan ‘Stedelijk Gebied 2018’ goeddeels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ (deels Waarde Archeologie 3, deels 4.1). Dit betreft een gebied met een hoge archeologische verwachting. Derhalve is archeologisch onderzoek aan de orde. Uit het onderzoek blijkt dat in het kader van de voorgenomen nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig zijn. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de gemeente Reusel-De Mierden een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
Bedrijven en milieuzonering In het plangebied en de omgeving is geen agrarische of niet-agrarische bedrijvigheid aanwezig die belemmeringen oplevert voor de woonkwaliteit. Ook levert de ontwikkeling binnen het plangebied geen beperkingen op voor bedrijvigheid in de omgeving.
Bodem Middels het verrichte bodemonderzoek is de milieu hygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er vanuit milieu hygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 31
Cultuurhistorie Het besluitgebied zelf is niet als cultuurhistorisch waardevol aangemerkt. De nieuwe ontwikkeling werkt ruimtelijk versterkend voor de cultuurhistorisch waardevolle straten waaraan het ligt.
Externe veiligheid Uit gemeentelijke gegevens blijkt dat het initiatief niet gelegen is binnen het invloedgebied van risicovolle inrichtingen, van transportroutes en van leidingen. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
Geluid Ten behoeve van de juridisch-planologische procedure is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat, wanneer bij de indeling van de woningen rekening wordt gehouden met de geluidbelaste zijden, wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien voor onderhavige woningen sprake is van een procedure hogere waarde, is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Het bouwakoestisch onderzoek moet nog worden uitgevoerd, alvorens omgevingsvergunning kan worden verleend.
Geur De leefomgeving van het besluitgebied en omgeving is gekwalificeerd als ‘goed’. Er zijn twee varkenshouderijen op relatief korte afstand van het besluitgebied gelegen. Het besluitgebied kent in de directe omgeving woonbestemmingen, die op kortere afstand van deze veehouderijen gesitueerd zijn. Deze woningen zijn maatgevend voor de toelaatbare geurbelasting. Geurhinder vormt derhalve geen belemmering voor woningbouw in het besluitgebied.
Gezondheid Vanuit het aspect veehouderijen en volksgezondheid is het nieuwbouwplan op de hoek van de Zeegstraat en de Lindestraat aanvaardbaar.
Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling binnen het plangebied. Binnen het plangebied is verder geen sprake van straalpaden en invloeden van zendmasten. Voor aanvang van werkzaamheden zal een KLICmelding worden verricht.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 32
Luchtkwaliteit De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van zeven nieuwe woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven, zoals genoemd in de regeling ‘Niet in betekende mate bijdragen’. Verder laat de kaart met gemiddelde fijnstofconcentraties zien dat ter plaatse van het plangebied de gestelde grenswaarde niet wordt overschreden. Hierdoor worden vanwege het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen verwacht.
Milieueffectrapportage Voorliggend plan blijft ver onder de drempelwaarden, zoals benoemd op de D-lijst van het Besluit MER. Er geldt daardoor geen verplichting tot het uitvoeren van een formele m.e.r.-beoordeling, waardoor enkel een vormvrije m.e.r.-beoordeling resteert. Middels een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. is geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn.
Natuurwaarden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De kortste afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Kempenland-West, bedraagt circa 2,6 kilometer. Uit een berekening naar stikstofdepositie blijkt dat het initiatief niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Er is geen nader soortgericht onderzoek noodzakelijk ter plaatse. Daarnaast vinden er geen overtredingen plaats van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Wel dienen de werkzaamheden zoveel mogelijk uitgevoerd te worden buiten de broedperiode van vogels om verstoring van nesten (mogelijk aanwezig in de directe omgeving) te voorkomen.
Spuitzones Binnen 50 meter van het plangebied liggen geen gronden waar mogelijk sprake is van een spuitzone. De kortste afstand van een agrarische bestemming tot het plangebied bedraagt meer dan 100 meter. Spuitzones vormen daarom geen belemmering voor het planvoornemen.
Water In het kader van de planprocedure zijn de gevolgen ten aanzien van de waterhuishouding inzichtelijk gemaakt en de daaruit voortkomende waterbergingsbehoefte. Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggend initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water. De waterbergingsbehoefte, voortkomend uit de bergingseis van het waterschap, kan worden voorzien onder het parkeerterrein in het noordoostelijk deel van het besluitgebied.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 33
3.8
Draaiboom 35, Lage Mierde De ruimtelijke onderbouwing behorende tot de ontwikkeling op het perceel Draaiboom 35 is als bijlage 24 aan deze toelichting toegevoegd. Onderstaand volgt een beknopte samenvatting van de planbeschrijving, de relevante beleidsaspecten en de omgevingsaspecten.
3.8.1
Planbeschrijving Initiatief Initiatiefnemer is voornemens om een bouwtitel toe te voegen aan het perceel Draaiboom 35 in Lage Mierde. In het vigerende bestemmingsplan is hiervoor een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De wijzigingsbevoegdheid ligt echter niet over het gehele plangebied, waardoor het niet mogelijk is om voor het gehele gebied een wijzigingsplan procedure te doorlopen.
Plangebied Het plangebied ligt in de bebouwde kom van de kern Lage Mierde aan het historische bebouwingslint de Draaiboom. De lintbebouwing is gevarieerd van opzet. Het plangebied is in gebruik als gazon/tuin en kent geen bebouwing. Kadastraal staat het perceel bekend als MDE02, sectie H, nummer 1704 (gedeeltelijk) en 1312. Binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’, vastgesteld op 18 december 2018, heeft het plangebied de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Behoudens het perceel 1312 is aan het plangebied een wijzigingsbevoegdheid toegekend om een bouwtitel voor een woning toe te voegen. Figuur 10 toont de begrenzing van het plangebied en een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan.
Figuur 10: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 34
Toekomstige situatie De beoogde woning in de toekomstige situatie wordt zorgvuldig ingepast in de bestaande ruimtelijke structuur. De voorgevel wordt gesitueerd in de gevellijn van de naastgelegen woningen. Om voldoende afstand te creëren tussen de woningen wordt het vrijstaande hoofdgebouw op drie meter afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen gepositioneerd. Het plangebied wordt ontsloten via de Draaiboom. Parkeren wordt opgelost op eigen terrein. Figuur 11 toont een impressie van de toekomstige opzet en verkaveling van het plangebied.
Figuur 11: Mogelijke opzet en verkaveling toekomstige situatie
3.8.2
Ruimtelijke onderbouwing Beleid Nationaal beleid Ladder voor duurzame verstedelijking: Voorliggend initiatief voorziet in het toevoegen van één woontitel. Aangezien het toevoegen van één woontitel niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling hoeft niet te worden getoetst aan de ladder.
BP Stedelijk gebied, veegplan 2022, gemeente Reusel-De Mierden
pagina 35
Provinciaal beleid Interim omgevingsverordening: Het plangebied is in de verordening aangeduid als stedelijk gebied (landelijke kern). Voor het stedelijke gebied geldt dat het initiatief een duurzame stedelijke ontwikkeling dient te zijn en past binnen de regionale afspraken. De nieuwe woning wordt zorgvuldig ingepast in de bestaande structuur waarbij nieuwe, duurzame en gasloze, bebouwing wordt gerealiseerd. Hierdoor kan het initiatief worden gezien als een duurzame stedelijke ontwikkeling. Planologisch gezien voorziet voorliggend initiatief in het toevoegen van één wooneenheid. Hierdoor past het initiatief binnen de kaders van de regionale afspraken.
Regionaal beleid Kempische Visie op Wonen 2019-2023: Voor de gemeente Reusel-De Mierden wordt voor de periode 2018-2028 een behoefte van circa 550 woningen verwacht. Gelet op de druk op de woningmarkt is er behoefte aan nieuwe woningen. Voor het versnellen van de bouwproductie wordt de voorkeur gegeven aan herbestemmingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied. Voorliggend initiatief voorziet hierin.
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Reusel-De Mierden: Aan het plangebied is de visiekaart ‘Lintbebouwing’ toegekend. Voor de kern van Lage Mierde is het zaak dat de ruimtelijke structuur wordt verstrekt en de open zichten vanaf de linten naar het achterliggende landschap worden gehandhaafd. De nieuwe woning wordt zorgvuldig ingepast in de bestaande lintbebouwing. De bestaande structuur wordt hierdoor versterkt. Van een achterliggend landschap is hier geen sprake. Aan de achterzijde van het plangebied grenzen tuinen van woningen.
Uitvoerbaarheid Archeologie Uit de archeologische beleidskaart blijkt dat aan het plangebied een hoge verwachting (historische kernen en linten) is toegekend. Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen die groter zijn dan 250 m2 en dieper reiken dan 40 cm beneden maaiveld een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. In voorliggend bestemmingsplan wordt aan het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ toegekend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woning zal worden beoordeeld of er een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.