CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

t_NL.IMRO.1667.BPBnete0079-ON01.pdf

Gemeenteraad 15 november 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde'20.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Woonkernen moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Voor gemeente Reusel-De Mierden betekent dit dat deze transportbewegingen voornamelijk over de provinciale wegen N269 en N284 plaats zullen vinden. De N269 en N284 maken geen deel uit van de Regeling Basisnet. Van deze wegen zijn geen jaarintensiteiten gevaarlijke stoffen bekend. Verondersteld mag worden dat de routes met name gebruikt worden ten behoeve van bevoorrading van omliggende (risicovolle) inrichtingen en dat de routes geen PR 10-6 contour hebben. De omliggende inrichtingen slaan met name brandbare vloeistoffen (benzine, diesel) en brandbare gassen op (propaan, LPG). Dit betekent dat deze stoffen ook vervoerd zullen worden over de N269. Het invloedsgebied van brandbare vloeistoffen bedraagt maximaal 45 meter. Het invloedsgebied van brandbare gassen bedraagt 355 meter. Het plangebied is op 180 meter van de N269 gelegen en op meer dan 5 kilometer van de N284.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

42

Dit betekent dat het vervoer van brandbare vloeistoffen niet relevant is voor de ontwikkeling. Het invloedsgebied van brandbare gassen reikt wel tot het plangebied, voor zover deze over de Kempenbaan (N269) worden vervoerd. Verondersteld wordt dat het om maximaal 2 vrachtwagens per week (104 vrachtwagens per jaar) gaat. In dit geval gaat het om de stofcategorie GF3. Aangezien het plangebied dus ligt binnen 200 meter van de N269 is op grond van het Besluit externe veiligheid Transportroutes een berekening van het groepsrisico (QRA) benodigd, indien sprake is van een groepsrisco dat hoger ligt dan 0,1 x de oriëntatiewaarde of indien de oriëntatiewaarde wordt overschreden. In de Handleiding Risicoanalyse Tranportroutes (HART) zijn vuistregels in de vorm van drempelwaarden voor vervoersaantallen opgesteld die een indicatie geven wanneer de vervoersaantallen, bebouwingsafstanden en/of aanwezigheidsdichtheden te klein zijn om tot een overschrijding van 0.1 x de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico te kunnen leiden. Bij een bebouwingsafstand van 150 meter van de as van de weg, eenzijdige bebouwing en een intensiteit van 104 transporten brandbare gassen (GF3) per jaar, dient op gasis van het HART sprake te zijn van een dichtheid van meer dan 800 personen per hectare, wil de waarde van het groepsrisico hoger zijn dan 0,1 x de oriëntatiewaarde.

Het plangebied is gelegen aan een bebouwingslint in het buitengebied. Aan het bebouwingslint zijn woningen naast elkaar gelegen. Derhalve is sprake van ‘incidentele woonbebouwing’ en wordt een dichtheid van 5 personen per hectare aangehouden (bron: Handreiking groepsrisico). Derhalve is duidelijk dat de waarde van het groepsrisico in dit geval lager dan 0,1 x de oriëntatie waarde is. Op basis van artikel 7 van het Bevt kan volstaan worden met een beschrijving van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

Verantwoording groepsrisico

Het maatgevende scenario is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) van een tankwagen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een warme BLEVE en een koude BLEVE. Een warme BLEVE ontstaat door een incident met een brand waarbij een tankwagen met bijvoorbeeld LPG is betrokken. Vanwege oplopende temperaturen neemt de druk in de tankwagen toe. Binnen circa 20 minuten leidt het vrijkomen en het ontsteken van de inhoud tot overdrukeffecten en een grote vuurbal, een BLEVE. De hittestraling is kort en hevig en kan secundaire branden in de omgeving veroorzaken. Een koude BLEVE treedt op wanneer de tank bezwijkt door een mechanische oorzaak. Het scheuren van de tank wordt veroorzaakt door een plaatselijke verzwakking van de tankwand, de maximale druk en temperatuur worden niet bereikt. Het effect is daarom beperkter dan bij een warme BLEVE, maar er is geen vluchttijd, omdat de explosie direct plaatsvindt. Bij het scenario van een koude BLEVE zal er geen tijd beschikbaar zijn voor zelfredding. Bij een warme BLEVE is er mogelijk beperkte vluchttijd. Gezien deze korte tijd zijn er geen mogelijkheden tot evacuatie. Daarom zullen de personen op eigen kracht het gebied moeten ontvluchten in geval van een incident. De maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid zullen daarom in de planologische, organisatorische en bouwkundige sfeer moeten worden gezocht.

Maatregelen aan de bron liggen niet binnen het bereik van het ruimtelijk plan.

Zelfredzaamheid

Met zelfredzaamheid wordt bedoeld de mate waarin personen zich in veiligheid kunnen brengen bij een incident. Groepen mensen zoals die in een bejaardenhuis of kinderdagverblijf worden gezien als niet zelfredzaam. De beoogde wooneenheden worden niet specifiek ontwikkeld voor zorgbehoevenden en een groep verminderd zelfredzame personen. Tevens zijn de woningen op voldoende afstand gelegen waardoor personen op tijd kunnen vluchten.

Bestrijdbaarheid Bestrijding van een dreigende warme BLEVE vereist een goede bereikbaarheid en veel bluswater bedoeld voor het koelen van de tankwagen. Bij voldoende koeling zal een (dreigende) warme BLEVE Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

43

worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruik gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet). Noodzakelijk voor het voorkomen van een (dreigende) warme BLEVE is: • Tijdige aankomst brandweer; • Tijdige bereikbaarheid tankwagen; • Tijdige beschikbaarheid bluswater; • Inzet waterkanonnen voor tweezijdige koeling tankwagen. Indien de warme BLEVE niet voorkomen kan worden, is het relevant dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is. Voor effectief optreden na het plaatsvinden van een warme of koude BLEVE is het relevant dat: • Het gebied tweezijdig toegankelijk is; • Een effectieve bluswatervoorziening; • Er passende slagkracht is van de brandweer (in de omgeving). In algemene zin wijst de Veiligheidsregio er op dat de uiteindelijke detaillering en vormgeving van de terreininrichting van invloed is op de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Nog los van het aspect externe veiligheid is een goede bereikbaarheid rondom het gebouw aan te bevelen. De keuzes ten aanzien van bijvoorbeeld hekwerken, slagbomen kunnen van invloed zijn op de snelheid van een inzet door de hulpdiensten.

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht geworden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen die van invloed zijn op de inrichting. Verdere beoordeling aan het Bevb is niet van toepassing.

Conclusie

In de omgeving van het plangebied is één relevante risicobron aanwezig, het transport van gevaarlijke stoffen over de Kempenbaan (N269). Deze risicobron heeft geen PR 10-6 contour. Het transport van brandbare gassen is dusdanig incidenteel dat de waarde van het groepsrisico lager is dan 0,1 x OW. Een berekening van het groepsrisico is derhalve niet benodigd. Omdat het invloedsgebied het plangebied overlapt, is wel ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De Veiligheidsregio Zuidoost Brabant heeft in het kader van het vooroverleg aangegeven akkoord te zijn met de toelichting op het aspect externe veiligheid. 4.14 Verkeer en parkeren Er dient binnen het plangebied een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer verzekerd te zijn, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor. Het plangebied is gelegen aan de Neterselsedijk. Dit betreft een verharde weg welke voornamelijk gebruikt wordt als doorgaande weg tussen de kernen Lage Mierde en Netersel. Hierdoor beschikt de weg over voldoende capaciteit om personenvervoer af te wikkelen. De beoogde woonfunctie heeft een kleine toename van verkeersbewegingen ten opzichte van het huidige gebruik tot gevolg. Met het plan neemt de verkeersintensiteit van de weg niet buitenproportioneel toe.

De Neterselsedijk beschikt over voldoende capaciteit om het personenvervoer van de nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woningen af te kunnen wikkelen. Tevens geldt dat er binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn. De woningen mogen geen hinder veroorzaken door parkeren van voertuigen. In de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ zijn verschillende parkeernormen opgenomen bij diverse soorten Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

44

voorzieningen. Ook voor woningen zijn kencijfers opgenomen, verdeeld over verschillende woningtypen en eigendom. Op basis van gegevens van het CBS en de CROW-publicatie is de omgeving van de Neterselsedijk te typeren als “niet stedelijk” (224 adressen/km2). Voor het type ‘koop, huis, vrijstaand’ wordt de parkeernorm van minimaal 2,0 en maximaal 2,8 per woning aangehouden in “niet stedelijk” gebied in het buitengebied. Het is dus van belang dat er per woning ruimte is om drie voertuigen te parkeren binnen het eigen terrein. Bij beide woningen zal ruimschoots de ruimte aanwezig zijn om te kunnen voorzien in deze parkeerbehoefte. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief voldoet aan de parkeernormen en dat er een goede ontsluiting van het plan is gewaarborgd. 4.15 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in Afbeelding 23). Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

45

5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen betreffende de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen, zoals dit plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd.

Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: • Enkelbestemming ‘Wonen’; • Enkelbestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’; • Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5.2’; • Dubbelbestemming ‘Waarde – Attentiezone NNB; • Bouwvlak (2x); • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – beperking veehouderij’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – buurtschap’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – primaat landschap’; • Maatvoeringaanduiding: ‘maximum aantal wooneenheden: 2’; • Bouwaanduiding: ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel’. Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’, het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2017’, het

bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2019’ en gedeeltelijk het (voorontwerp) bestemmingsplan Buitengebied 2021’. Zoals al eerder benoemd in deze toelichting is het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2017’ in november 2017 ingetrokken. Gezien dat bij de voorbereidingen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2017’ wel een aantal wijzigingen zijn gehanteerd in de manier van bestemmen en categoriseren t.o.v. het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’, welke in dit geval ook beter aansluiten bij dit bestemmingsplan, zijn deze in dit bestemmingsplan gehanteerd. Dit geldt ook Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

46

voor het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’, dan met name de gebiedsaanduidingen. Het gaat in dit geval specifiek om de dubbelbestemmingen en de gebiedsaanduidingen. In het veegplan ‘Buitengebied, herziening 2019’ is de dubbelbestemming ‘Waarde – Natte natuurparel Buffer’ gewijzigd in de dubbelbestemming ‘Waarde – Attentiegebied NNB’. De bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel’ is opgenomen om te borgen dat de voorgevel ter plaatse van de eerste en tweede verdieping van de woning wordt uitgevoerd als ‘dove gevel’. Het plangebied heeft de enkelbestemming ‘Wonen’ gekregen met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – Ruimte voor Ruimte’. Gezien het hier gaat om twee Ruimte-voor-Ruimte kavels zijn er binnen de woonbestemming twee bouwvlakken opgenomen. Voor het bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding ‘Extensiveringsgebied’ niet meer van toepassing. Deze gebiedsaanduiding heeft voor de nieuwe bestemmingen geen aanvullende of beperkende werking meer en is derhalve weggelaten uit dit bestemmingsplan. Tevens zijn de gronden met de herontwikkeling naar wonen geen onderdeel meer van het ‘natuurontwikkelingsgebied’, derhalve is deze lettertekenaanduiding weggelaten uit dit bestemmingsplan. 5.3 Toelichting regels De regels behorende bij dit bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels.

Voor de regels van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ en het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2017’. Zoals al eerder benoemd in deze toelichting is het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2017’ in november 2017 ingetrokken. Gezien dat bij de voorbereidingen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2017’ wel een aantal wijzigingen zijn gehanteerd in de manier van bestemmen en categoriseren, welke in dit geval ook beter aansluiten bij dit bestemmingsplan, zijn deze in dit bestemmingsplan gehanteerd. Dit geldt tevens voor de gebiedsaanduidingen uit het (voorontwerp) bestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’. Om de landschappelijke inpassing te borgen is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen. In deze voorwaardelijke verplichting staat omschreven dat binnen twee jaar na ingebruikname van de bebouwing de landschappelijke inpassing gerealiseerd moet zijn en in stand moet worden gehouden op de wijze zoals is aangegeven op het landschappelijk inpassingsplan. Daarnaast is in de regels opgenomen wat de maximale oppervlakte aan bijgebouwen mag zijn per woning, dit betreft maximaal 240 m2. De maximale inhoud van de Ruimte voor-Ruimte woningen is ook geborgd in de regels. Beide woningen hebben een maximale inhoud van 1.000 m 3. Een ontwikkeling moet in de basis voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

Bij realisatie van de Ruimte-voor-Ruimte woningen moet voldoende parkeergelegenheid aangebracht worden binnen het eigen terrein. Dit betekent dat bij nieuw- of verbouw of wijziging van het gebruik zorg wordt gedragen voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein conform de op dat moment geldende parkeernormen voor dat gebied. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om deze voldoende parkeergelegenheid te kunnen borgen. In deze toelichting is tevens beschreven dat gelet op de toename van het verhard oppervlak binnen het plangebied compensatievoorzieningen met betrekking tot waterhuishouding aangelegd moeten worden. Binnen de regels van het bestemmingsplan zal geborgd worden dat ten alle tijden, met de realisatie van de woningen, voldoende retentievoorzieningen binnen het plangebied aanwezig zijn. De wijze waarop de retentie plaatsvindt is afhankelijk van de specifieke wensen van de toekomstige bewoners. Binnen het plangebied is ruimschoots de ruimte om de retentievoorzieningen te kunnen realiseren. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden ter plaatse van de eerste en tweede verdieping bij de voorgevel (zuidgevel) van woning 1 (evenwijdig aan de weg).

In het akoestisch onderzoek zijn enkele bron-, overdrachts- en ontvangersmaatregelen Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

47

toegelicht welke toegepast kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te kunnen voldoen als gevolg van de geluidbelasting vanwege de Neterselsedijk. Daarnaast is een besluit hogere grenswaarde genomen en aan dit besluit zijn tevens voorwaarden verbonden. Om te borgen dat deze akoestische maatregelen getroffen worden en dat aan de voorwaarden uit het besluit hogere grenswaarde wordt voldaan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5.2’ sluiten aan bij de archeologische beleidskaart van de gemeente Reusel–De Mierden. Hiermee wordt het belang van de eventueel aanwezige archeologische waarden geborgd. Bij deze bestemming geldt een onderzoeksplicht bij het bouwen van gebouwen en bouwwerken of het uitvoeren van werkzaamheden waarbij de grond kan worden verstoord boven een vastgelegde drempelwaarde.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

48

6. Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan uiteengezet. 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Neterselsedijk ongenummerd betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties.

6.2.1

Vooroverleg

6.2.2

Omgevingsdialoog

In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en de Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant. Naar aanleiding van dit overleg en de reacties zijn enkele kleine aanpassingen en aanvullingen aan het bestemmingsplan toegevoegd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening heeft initiatiefnemer samen met de adviseur van Verschel & Van Dun op 13-07-2020 een omgevingsdialoog gehouden in de bedrijfskantine van het agrarisch bedrijf. Tijdens deze dialoog waren de bewoners van 8 omliggende adressen aanwezig. Er is een toelichting gegeven op de ontwikkelingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, betreffende verkoop van landbouwgronden voor de te realiseren PAS-maatregelen, omvorming agrarisch bedrijf, en ontwikkeling van twee Ruimte-voor-Ruimte kavels aan de Neterselsedijk tussen 3 en 7. Al deze ontwikkelingen zijn in overleg met de provincie Noord-Brabant tot stand gekomen, en hebben in overleg met de gemeente Reusel – De Mierden geleid tot een voorontwerp bestemmingsplan voor de realisatie van de twee Ruimte-voor-Ruimte kavels. Hierna is het plan voor de ontwikkeling van twee Ruimte-voor-Ruimte kavels nader toegelicht aan de aanwezigen met behulp van het bestemmingsplan en de bijbehorende tekeningen.

Naar aanleiding van de presentatie van de situatieschets van de kavels een de concept bestemmingsplanverbeelding zijn een aantal vragen gesteld vanuit de aanwezigen. Deze vragen zijn direct beantwoord, maar daarna ook gebundeld en in een verslag nader uitgewerkt. Enkele voorbeelden van deze vragen waren: - Waarom op deze locatie Ruimte-voor-Ruimte en niet naast/in de nabijheid van het agrarisch bedrijf; - Waarom de kavels aan de westzijde en niet aan de oostzijde in de ‘open ruimte’ tussen de Neterselsedijk 3 en 7; - Vragen om de weerkaatsing van geluid. Tijdens deze bijeenkomst hebben alle omwonenden aangegeven dat het hun grote voorkeur heeft om de twee beoogde Ruimte-voor-Ruimte kavels niet aan de westzijde van de ‘open ruimte’ te situeren (naast Neterselsedijk 3), maar juist aan de oostzijde (naast huisnummer 7). Eén van de argumenten van alle omwonenden is dat het doorzicht vanuit het mispeleind dan meer in lijn met de weg ligt. De bewoners van de woningen tegenover het plangebied zijn voorstander van het 'spiegelen' van het plan, dit is de minst 'bezwaarlijke' variant. De bewoners van Neterselsedijk 3 zijn ook voorstander van het spiegelen. De bewoners van Neterselsedijk 7 hebben geen voorkeur voor het oorspronkelijke plan of het gespiegelde plan.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

49

Aan het eind van de avond is met de omwonenden afgesproken dat het verslag van de dialoog naar eenieder wordt verstuurd en dat over de verdere ontwikkelingen op locatie contact wordt gehouden. Initiatiefnemer en de adviseur van Verschel & Van Dun hebben beloofd om de aanpassing van de situering van de kavels voor te leggen bij de gemeente. Na de omgevingsdialoog is de nieuwe sitering van de kavels uitvoering besproken met de gemeente. Derhalve heeft het een relatief lange periode geduurd voordat het plan in ontwerp kan worden afgerond. Het aangepaste ontwerpbestemmingsplan wordt opnieuw ter controle voorgelegd aan de omwonenden. Hierin is duidelijk geworden dat voldaan is aan de eis van de omwonenden. De twee Ruimte-voor-Ruimte kavels zijn niet langer meer gepositioneerd aan de westzijde van de ‘open ruimte’, maar aan oostzijde naast de Neterselsesdijk 7. Voor deze nieuwe positionering is het gehele bestemmingsplan opnieuw doorlopen en zijn de benodigde aanpassingen verricht in de ruimtelijke- en milieutechnische onderbouwingen en onderzoeken. Door de opmerkingen van de omgeving uit deze dialoog is weliswaar het oorspronkelijke plan iets wat aangepast, maar ligt er wel een breed gedragen plan wat bijdraagt aan een voorspoedig proces en goede verstandshouding met de omgeving.

6.2.3

Zienswijzen en beroep

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

50

7. Bijlagen Bijlage 1 : Landschappelijk inpassingsplan Neterselsedijk Bijlage 2 : AERIUS berekeningen Bijlage 3 : Akoestisch onderzoek Bijlage 4 : Bodemonderzoek + aanvullend bodemonderzoek Bijlage 5 : Verslag omgevingsdialoog Bijlage 6 : Ruimte-voor-ruimte dossier Bijlage 7: Ontwerp besluit hogere grenswaarde Wet geluidhinder Neterselsedijk

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

51

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Neterselsedijk ong. Lage Mierde’

Van Dun Ontwerp en Planologie is een handelsnaam van Van Dun Advies BV

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=c4b6f2a8-f788-4aa8-9c62-422bc466c589