CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden + bestuurlijke reactie

Gemeenteraad 14 november 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Rapport Rekenkamercommissie Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden16.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Eindrapport | september 2023

Partners in verbetering

Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Eindrapport Rekenkamercommissie Kempengemeenten

Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Inhoudsopgave Voorwoord

1

Leeswijzer

2

H1 | Inleiding

4

1.1 Aanleiding onderzoek

4

1.2 Doelstelling onderzoek

4

H2 | Conclusies en aanbevelingen 2.1 Conclusies 2.2 Aanbevelingen

5 5 7

H3 | Onderzoeksverantwoording

11

3.1 Hoofdvraag en deelvragen

10

3.2 Onderzoeksmethoden

11

H4 | Beleid 4.1 Er is geen overkoepelend (integraal) accommodatiebeleid, wel is er beleid op deelterreinen 4.2 In de vigerende beleidsplannen zijn de doelstellingen overwegend concreet geformuleerd H5 | Organisatie en uitvoering

13 13 17 20

5.1 Er is een basisaanbod van voorzieningen op het gebied van sportaccommodaties en ‘gemeenschapshuizen’ dat aansluit bij de schaalgrootte van de gemeente

21

5.2 Beheer, onderhoud en exploitatie van de accommodaties zijn “op afstand” geplaatst, de samenwerking vraagt aandacht

21

5.3 Ambtelijke capaciteit om vorm te geven aan beleidsontwikkeling en -uitvoering is (te) krap

23

5.4 Ontbreken van ‘partnership’ heeft een rol gespeeld bij het beëindigen van de samenwerking tussen de gemeente en Stibex

24

H6 | Resultaten 6.1 Periodieke beleidsevaluatie vindt onvoldoende plaats. Het ontbreken van streefwaarden en indicatoren bij het stellen van beleidsdoelen maakt dat de doelmatigheid en de effectiviteit van het beleid moeilijk is te meten

25

25

6.2 Er wordt wel meerwaarde gecreëerd, maar het is niet inzichtelijk wat de effecten precies zijn 26 H7 | Evaluatie en verantwoording

27

7.1 De informatievoorziening is beperkt, voortgang is beperkt te volgen en alleen op projectniveau

27

7.2 De raad is erg betrokken en heeft op projectniveau ook (flink) gecontroleerd en bijgestuurd

29

Nawoord

33

Bijlage 1 | Normenkader

34

Bijlage 2 | Bestudeerde documenten

36

Bijlage 3 | Lijst van gevoerde gesprekken

37

Bijlage 4 | Casussen

38

Bijlage 5 | Bestuurlijke reactie

48

Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Voorwoord Belangrijk voor de leefbaarheid van kleine kernen en de vitaliteit van lokale gemeenschappen is de aanwezigheid van adequate accommodaties die ruimte bieden aan activiteiten die daaraan een bijdrage leveren. De meeste gemeenten in Nederland exploiteren of dragen bij aan de exploitatie van gemeenschaps-, sport- of cultuuraccommodaties. Daarop is Reusel-De Mierden geen uitzondering. In juli 2021 liet de stichting Stibex de gemeente Reusel-De Mierden weten te willen gaan stoppen met de exploitatie en het beheer van Cultureel Centrum De Kei en de vier sportparken binnen de gemeente Reusel-De Mierden. De aanleiding hiervoor leek divers en varieerde van een toegenomen regelgeving en bureaucratisering tot een gevoel van het hebben van minder ruimte voor eigen keuzes en (daardoor) minder toegevoegde waarde voor de gemeenschap. Dat was voor ons reden genoeg om eens wat diepgaander te kijken naar het hoe en wat van het gemeentelijk accommodatiebeleid in Reusel-De Mierden. Onze bevindingen kunt u lezen in deze rapportage, net als de conclusies en aanbevelingen die we daaraan verbonden. De organisatie heeft aangeven het accommodatiebeleid in 2024 te gaan herijken. En dat is - zoals u kunt lezen - nodig.

Wij zijn ervan overtuigd dat wij met dit onderzoek hieraan een relevante bijdrage hebben kunnen leveren, we zien uit naar de behandeling van onze onderzoeksresultaten in de gemeenteraad en uiteraard naar de vertaling daarvan in het nieuwe aangekondigde beleid. Hein-Willem Vlemmix Voorzitter Rekenkamercommissie Kempengemeenten

| 1 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Leeswijzer Voor u ligt het rapport van het rekenkameronderzoek naar het accommodatiebeleid in de gemeente Reusel-De Mierden. Hierin doen we verslag van de onderzoeksactiviteiten die plaatsvonden in de periode april 2023 tot en met juli 2023 en geven we een overzicht van de bevindingen van het onderzoeksteam, zoals verzameld aan de hand van de onderzoeksvragen van de Rekenkamercommissie. Dit rapport bestaat uit twee delen. Deel I is een zelfstandig leesbare rapportage van het onderzoek. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: ● het doel van het onderzoek; ● het belang van het onderwerp voor de gemeenteraad; ● de conclusies uit het onderzoek; ● de aanbevelingen voor verbetering van het accommodatiebeleid. Voor degenen die geïnteresseerd zijn in een gedetailleerde uitwerking van de onderzoeksvragen, is in Deel II (nota van bevindingen) het integrale onderzoek met daarin de volledige beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen opgenomen.

| 2 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

DEEL I Essentie van het onderzoek

| 3 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

H1 | Inleiding 1.1 Aanleiding onderzoek De meeste gemeenten in Nederland exploiteren of dragen bij aan de exploitatie van gemeenschaps-, sport- of cultuuraccommodaties. Daarop is Reusel-De Mierden geen uitzondering. Maatschappelijke accommodaties geven ruimte aan tal van waardevolle initiatieven en activiteiten die rechtstreeks bijdragen aan het welzijn en welbevinden van inwoners. In juli 2021 liet de stichting Stibex de gemeente Reusel-De Mierden weten te willen stoppen met de exploitatie en het beheer van Cultureel Centrum De Kei en de vier sportparken binnen de gemeente. Daarvoor worden door de betrokken partijen meerdere redenen aangevoerd: een toegenomen regelgeving en bureaucratisering, het ontbreken van de ruimte om meer eigen keuzes te kunnen maken en (daardoor) minder toegevoegde waarde te kunnen creëren voor de gemeenschap. Ontwikkelingen, zoals rond Stibex, zijn representatief voor de vraagstukken die spelen rond maatschappelijk vastgoed en/of maatschappelijke voorzieningen op tal van plekken in het land. Vergroot de lokale overheid haar portefeuille maatschappelijk vastgoed (om zo beter te kunnen sturen) of stoot zij juist maatschappelijk vastgoed af.

Gaat de overheid zelf exploiteren of laat zij de exploitatie aan de markt over? En bij het op afstand zetten: hoe houdt de lokale overheid grip op de (maatschappelijke) beleidsuitvoering? En ook: hoe kan maatschappelijk vastgoed en/of hoe kunnen maatschappelijke voorzieningen zo doelmatig mogelijk worden beheerd en geëxploiteerd? Reden genoeg om eens wat dieper te kijken naar het hoe en wat van het gemeentelijk accommodatiebeleid in Reusel-De Mierden. De Rekenkamercommissie van de Kempengemeenten heeft daarom besloten een onderzoek te doen naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het accommodatiebeleid van de gemeente Reusel-De Mierden.

1.2 Doelstelling onderzoek Met dit onderzoek naar het accommodatiebeleid in Reusel- De Mierden wil de Rekenkamercommissie kijken of de toegenomen regelgeving heeft geleid tot bureaucratisering, met als gevolg een beperkte vrijheid voor eigen invulling en keuzes door de beheerders en exploitanten van het (maatschappelijk) vastgoed. En als dit zo is, leidt dat dan tot een vermindering van de meerwaarde voor de samenleving? Met andere woorden, in hoeverre is het beleid doeltreffend, doelmatig en zorgt het in de praktijk ook voor meerwaarde? De Rekenkamercommissie heeft, gekoppeld aan de doelstelling, de volgende hoofdvraag geformuleerd: Is er in Reusel-De Mierden sprake van een doeltreffend en doelmatig gemeentelijk accommodatiebeleid? De probleemstelling is verder geoperationaliseerd naar een serie deelvragen die gerangschikt zijn naar de beleidscyclus. Deze deelvragen vindt u in de onderzoeksverantwoording (hoofdstuk 3).

| 4 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

H2 | Conclusies en aanbevelingen Op basis van de bevindingen, zoals beschreven in Deel II, zijn de volgende conclusies te trekken en aanbevelingen te doen. In deel II van dit rapport zijn alle bevindingen uitvoerig beschreven. In dit deel gaan we in op de belangrijkste conclusies.

2.1 Conclusies 1. Er is geen integraal accommodatiebeleid geformuleerd en vastgesteld. De gemeente Reusel-De Mierden beschikt niet over een integraal (lees: overkoepelend) beleidskader voor maatschappelijke voorzieningen en/of accommodaties. Mede daardoor is het gemeentelijke accommodatiebeleid en de uitvoering daarvan ‘versnipperd’ en kent het op onderdelen ‘open einden’. Eenduidige beleidsuitgangspunten, een visie op de ontwikkeling van maatschappelijke accommodaties voor de middellange en lange termijn en de daarbij behorende strategische acties ontbreken. Daarmee is er ook geen heldere ‘paraplu’ voor de doorvertaling van het beleid in de verschillende jaarplannen en uitvoeringsprogramma’s op de deelgebieden. 2. Het accommodatiebeleid op deelgebieden is onvoldoende uitgewerkt en geactualiseerd. Samenhangend met conclusie 1 is er wel accommodatiebeleid opgesteld voor verschillende deelterreinen zoals ‘onderwijs’ en ‘sport’. Het beleid met betrekking tot deze deelgebieden is echter (sterk) gedateerd. De gemeente geeft hierbij aan dat deze in 2024 zullen worden geactualiseerd. Voor het deelgebied 'cultuur' worden enkele ambities met betrekking tot accommodaties genoemd, maar het beleid op dit gebied is gedateerd, beperkt van omvang en krijgt verder weinig aandacht. Voor de huisvesting van ‘welzijn’ en ‘zorg’ is geen accommodatiebeleid geformuleerd. 3.

Ambities met betrekking tot het accommodatiebeleid en de beoogde maatschappelijke effecten daarvan zijn doorgaans concreet geformuleerd, maar specifieke streefwaarden en indicatoren om de resultaten van het beleid te meten ontbreken. Samenhangend met conclusie 2, daar waar wel accommodatiebeleid is geformuleerd, zijn over het algemeen de ambities en de beoogde maatschappelijke effecten helder beschreven en zijn deze in meer of mindere mate vertaald naar concrete, meetbare en tijdgebonden doelen. Hierbij ontbreken echter specifieke streefwaarden en indicatoren. Hierdoor is het onvoldoende duidelijk wat het resultaat is (en zou moeten zijn). 4. Rollen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot het beheer en de exploitatie van de accommodaties door derden, en de afbakening hiervan, zijn helder. Echter het doorontwikkelen van de bestaande relaties naar volwaardig ‘partnership’ verdient nog wel de nodige aandacht. De gemeente Reusel-De Mierden heeft de keuze gemaakt om een deel van de exploitatie en het volledige beheer van de sportvoorzieningen en de gemeenschapshuizen “op afstand” te plaatsen c.q. door ‘derden’ te laten uitvoeren. Dat is op zichzelf een logische keuze.

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de gemeente en de partijen die voor de gemeente het beheer en de exploitatie verzorgen, alsmede de verantwoordelijkheden van de eindgebruikers, zijn doorgaans goed vastgelegd. Maar deze aspecten zijn nog onvoldoende uitgewerkt in ‘partnership’, het gevoel dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de beleidsontwikkeling en -uitvoering.

| 5 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

| 6 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Hierdoor verloopt de samenwerking met externe partijen onnodig stroef en soms ineffectief. Er wordt door de gemeente nog onvoldoende geïnvesteerd in de relatie met externe partijen en/of in het onderhouden daarvan. 5. Het meerjarig onderhoud van de accommodaties is in kaart gebracht en gepland. De uitvoering verloopt bij de buitensportaccommodaties adequaat. In het geval van de binnensportaccommodaties is er op onderdelen sprake van achterstallig onderhoud. Voor het onderhoud van en de toekomstige vervanging binnen de sportaccommodaties, MFA’s en gemeenschapshuizen zijn Meerjarige Onderhoudsplannen (MJOP’s) opgesteld. Het beeld is dat deze MJOP’s bij de buitensportaccommodaties adequaat en/of grotendeels volgens planning worden uitgevoerd, maar dat dit op onderdelen niet geldt voor het planmatig onderhoud van de binnensportaccommodaties. Het doorschuiven van onderhoud en vervanging leidt op termijn niet alleen tot suboptimale voorzieningen, maar brengt ook begrotingstechnische risico’s met zich mee. 6.

Tarieven komen steeds verder onder druk te staan met het risico dat voorzieningen minder toegankelijk worden voor minder draagkrachtige inwoners Niet alleen door de forse kostenstijgingen in de afgelopen jaren, maar ook vanwege het feit dat de externe partijen die voor de gemeente het beheer en (delen van) de exploitatie verzorgen een eigen verantwoordelijkheid hebben om te komen tot een sluitende begroting, komen de tarieven voor de gebruikers van de accommodaties meer en meer onder druk te staan. Zonder een adequate sturing van de gemeente hierop, ontstaat er een risico dat de toegankelijkheid van de voorzieningen vermindert. Een dergelijke ontwikkeling staat haaks op de doelstellingen van de gemeente met betrekking tot gezondheid, welzijn en welbevinden, en inclusiviteit. 7. Er is sprake van discontinuïteit in beleidsontwikkeling en -uitvoering De ontwikkeling en uitvoering van het accommodatiebeleid stagneren. Dit is deels toe te rekenen aan het ontbreken van overkoepelend beleid (zie conclusie 1), maar met name ook aan de beperkte (ambtelijke) capaciteit en continuïteit binnen de gemeente.

Het effect is onder andere dat de evaluatie en/of actualisatie van beleidsuitgangspunten en -plannen niet of slechts beperkt plaatsvindt en dat afspraken over periodiek overleg/afstemming tussen de gemeente en de beheerders/exploitanten van de accommodaties niet worden of kunnen worden nagekomen. 8. De voortgang van het accommodatiebeleid is lastig te monitoren In samenhang met de conclusies 1, 2 en 3 moeten we vaststellen dat de verantwoording over de beleidsontwikkeling en -uitvoering met betrekking tot het voorzieningenniveau vooral plaatsvindt aan de hand van jaarverslagen en begrotingen binnen de gemeentelijke planning-en-controlcyclus. In de jaarstukken en begrotingen zijn verschillende resultaten met betrekking tot het accommodatiebeleid opgenomen. Omdat overkoepelend beleid ontbreekt, wordt vooral projectmatig gerapporteerd in zowel de jaarrekening als de raadsinformatiebrieven. Een en ander leidt op onderdelen tot een information gap. Raadsleden kunnen de voortgang maar beperkt volgen, eigenlijk alleen op project-/casusniveau. Bijgevolg kan de raad ook maar beperkt, namelijk uitsluitend op het niveau van specifieke cases, sturen op het accommodatiebeleid.

| 7 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

2.2 Aanbevelingen Op basis van bovenstaande conclusies komen we tot de volgende aanbevelingen. 1. College: Formuleer integraal (lees: overkoepelend) accommodatiebeleid. Het opstellen van (integraal) accommodatiebeleid biedt een kader voor strategische planning, stimuleert efficiënt gebruik van middelen, bevordert samenwerking, toegankelijkheid en duurzaamheid en draagt bij aan gemeenschapsbetrokkenheid. Het helpt de gemeente om de behoeften van de gemeenschap te vervullen en faciliteiten te ontwikkelen en beheren op een manier die optimaal aansluit bij de doelen en belangen van alle betrokkenen. Werk het integrale accommodatiebeleid tenminste uit op de volgende aspecten: a. De uitgangspunten voor het gemeentelijke accommodatiebeleid en wat hiermee wordt beoogd. b. De samenhang met andere beleidsterreinen (sport, onderwijs, cultuur, sociaal domein en gezondheidszorg). c. Welke voorzieningen tot het publieke en welke voorzieningen tot het private domein behoren. d. De wijze waarop de gemeente de voorzieningen/accommodaties duurzaam in stand wenst te houden, te beheren en te exploiteren. e. Bij het “op afstand zetten” van het beheer en de exploitatie: leg vast welke verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden de gemeente hierin heeft of behoudt, en welke worden belegd bij een derde partij en welke werkwijze hierin wordt gevolgd. f.

De (eenduidige) systematiek die wordt gevolgd bij het vaststellen van de tarieven en/of huursommen in het geval van maatschappelijke gebruikers en/of huurders. 2. College: Werk het overkoepelend accommodatiebeleid uit in (deel)beleidsplannen per domein/discipline. In samenhang met aanbeveling 1: Gebruik het overkoepelend accommodatiebeleid als kader/vertrekpunt voor de vormgeving van (actueel) ‘deelbeleid’ voor sportaccommodaties, culturele voorzieningen, onderwijsaccommodaties, gemeenschapshuizen en eventueel overige maatschappelijke voorzieningen. Formuleer per ‘domein’ en/of ‘discipline’ kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen en de daarbij behorende streefwaarden en indicatoren. Maak gebruik van monitoring en evaluatie in het beleidsproces om waardevolle inzichten te verkrijgen in de voortgang en impact van beleidsmaatregelen en in de effectiviteit ervan, en om transparantie en beleidsleren te bevorderen. 3. College en partners/stakeholders: Organiseer het beheer en de exploitatie van de accommodaties op basis van ‘partnership’. Het doelmatig en duurzaam in stand houden van de accommodaties/voorzieningen is meer dan ‘het uitbesteden van het beheer en de exploitatie ervan aan derden’. Het is binnen van tevoren vastgestelde kaders en uitgangspunten (zie aanbeveling 1) een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de (externe) beheerder/exploitant.

Voor de gemeente geldt in het bijzonder: investeer in de relatie en in het onderhoud daarvan. Betrek in het kader van ‘burgerparticipatie’ hierbij, waar mogelijk, ook de inwoners van Reusel-De Mierden (bevorderen eigenaarschap). Stibex als ‘burgerinitiatief’ is hiervan een goed voorbeeld. 4. College: Draag zorg voor voldoende continuïteit in de beleidsontwikkeling en -uitvoering. De basis hiervoor wordt gevormd door duidelijke kaders en uitgangspunten voor het gemeentelijke accommodatiebeleid (zie aanbevelingen 1 en 2) en door het consequent doorlopen van de daarbij behorende beleidscycli.

| 8 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Maar even belangrijk is dat er binnen het gemeentelijke apparaat voldoende capaciteit en kennis worden vrijgespeeld om de beleidsontwikkeling en -uitvoering (ambtelijk) te ondersteunen. De afgelopen jaren is de capaciteit echt te krap geweest. 5. College en raad: Stuur op het voldoende toegankelijk houden van de voorzieningen voor alle inwoners van Reusel-De Mierden. Het “op afstand zetten” van het beheer en de exploitaties van de gemeentelijke accommodaties mag er niet toe leiden dat de voorzieningen voor groepen van inwoners in de loop van de tijd minder toegankelijk/bereikbaar worden. Een en ander vraagt om politieke keuzes om al dan niet extra gelden beschikbaar te stellen om tarieven en kostenstijgingen meer met elkaar in evenwicht te brengen. Overigens mag duidelijk zijn dat ook andere factoren kunnen bijdragen aan de toegankelijkheid/ bereikbaarheid van de voorzieningen. 6. College en raad: Betrek de gemeenteraad actief bij het inrichten van verantwoording en informatievoorziening Raadsleden kunnen hierdoor mede bepalen hoe en wanneer ze worden ingelicht over zowel de inhoudelijke taakuitvoering (beheer, ondersteuning, initiatieven, enzovoorts) als de voortgang op het gebied van (strategische) beleidsontwikkeling. Hiervoor dient dan wel eerst een visie of beleidsplan te worden opgesteld, waarin de strategie en doelen worden benoemd (zie aanbevelingen 1 en 2).

Zorg er vervolgens voor dat de P&C-cyclus en de overige informatiestromen op inhoud en financiën op elkaar worden afgestemd, zodat er samenhang en overzicht in de informatievoorziening ontstaan. Er hoeft geen monitor te worden gebouwd, maar het incidenteel rapporteren op basis van projecten is niet voldoende om de raad in positie te brengen om goed kaders te kunnen stellen en om zijn controlerende taak te kunnen uitvoeren. De betreffende informatie zou bijvoorbeeld in de periodieke bestuursrapportages kunnen worden opgenomen.

| 9 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

DEEL II Nota van bevindingen

| 10 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

H3 | Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ● ● ● ● ●

Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording Hoofdstuk 4: Beleid Hoofdstuk 5: Organisatie en uitvoering Hoofdstuk 6: Resultaten Hoofdstuk 7: Evaluatie en verantwoording

In de bijlagen is de informatie opgenomen waarnaar in de tekst wordt verwezen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd.

3.1 Hoofdvraag en deelvragen De Rekenkamercommissie heeft de volgende hoofdvraag geformuleerd: Is er in Reusel-De Mierden sprake van een doeltreffend en doelmatig gemeentelijk accommodatiebeleid? Deze hoofdvraag is verder uitgewerkt in elf deelvragen. De deelvragen zijn verdeeld over de aspecten die samen de beleidscyclus vormen. Deze beleidscyclus geeft de samenhang tussen voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid weer. Figuur 1

Schematische weergave beleidscyclus

| 11 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Beleid 1. Is er sprake van (bestuurlijk vastgesteld) gemeentelijk accommodatiebeleid? 2. Wat zijn de door de gemeenteraad vastgestelde doelen met betrekking tot het aanbod van accommodaties? Is er sprake van meetbare prestatie-indicatoren en zo ja, welke zijn dat? Organisatie en uitvoering 3. Tot welke aanpak en tot welk (voorzieningen)aanbod heeft dit geleid? 4. Heeft de gemeente een goed beeld van de omvang en staat van onderhoud van haar eigen maatschappelijk vastgoed en/of voorzieningen, en hoe en door wie dit wordt gebruikt? 5. Is er binnen de gemeente vastgoed in privaat eigendom dat wordt gebruikt voor maatschappelijke (gesubsidieerde) activiteiten? 6. Welke knelpunten worden gesignaleerd en/of zijn er in de toekomst te verwachten? Resultaten 7. Worden de resultaten van de beleidsuitvoering gemonitord en zijn de effecten in beeld? Zijn er voldoende sturingsmiddelen? 8. Op welke wijze wordt er door het gemeentelijk accommodatiebeleid maatschappelijke meerwaarde gecreëerd? 9. Is er sprake van een doeltreffende en doelmatige aanpak? Evaluatie en verantwoording 10. Op welke wijze is de gemeenteraad van Reusel-De Mierden geïnformeerd? 11. Is er sprake van een toekomstbestendig accommodatiebeleid?

3.2 Onderzoeksmethoden Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt. Deskresearch Om inzicht te krijgen in het beleid en de uitvoering is een uitgebreide deskresearch uitgevoerd. Hierbij hebben we onder andere bestudeerd: beleidsdocumenten, verantwoordingsdocumenten, visies, overeenkomsten en (voortgangs)verslagen met gebruikers, moties en schriftelijke raadsvragen. Op basis van de documentenstudie zijn topiclijsten opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 2. De deskresearch is gebaseerd op documenten die door de ambtelijke organisatie op basis van een door ons aangedragen lijst en vragen zijn overlegd. Hierbij moet wel uitdrukkelijk worden opgemerkt dat het veel tijd heeft gekost om alle relevante documenten te verzamelen en om de samenhang in die documenten te vinden. Dit is deels terug te leiden naar de personele wisseling die plaatsvond vlak voordat het onderzoek startte; het lag dus zeker niet aan de medewerking tijdens het onderzoek vanuit de organisatie. Casestudy In het onderzoek is gebruikgemaakt van een viertal casestudies voor een verdieping naar de praktijk binnen de gemeente Reusel-De Mierden. De casestudies kunnen gezien worden als een ‘reality check’.

Aan de hand van een casus is getoetst in hoeverre de regels worden toegepast, of er afspraken zijn gemaakt over de doelen, prestaties, effecten en verantwoording. De casussen zijn terug te lezen in bijlage 4.

| 12 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

De volgende casussen zijn bestudeerd: ● AVR69 ● Optisport ● Rosolo ● Ster Voor alle vier de casussen zijn de dossiers bestudeerd en zijn gesprekken gevoerd met de organisaties zelf. Daarnaast is een online vragenlijst uitgezet onder de verenigingen, waarbij Optisport al haar eindgebruikers heeft aangeschreven. Interviews met sleutelfiguren Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn onder andere gesprekken gevoerd met een afvaardiging van de gemeenteraad, de verantwoordelijk wethouder, de manager en beleidsmedewerkers, betrokken ambtenaren bij de casussen en beheerders en exploitanten. De complete lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 3. Voorafgaand aan de interviews met intern en extern betrokkenen is een interviewprotocol toegestuurd met informatie over het doel van het onderzoek en de gespreksthema’s. Tijdens de gesprekken zijn verdiepende vragen gesteld aan de hand van een topiclijst. Na afloop van het interview is aan de geïnterviewde(n) een kort verslag aangeboden voor eventueel commentaar. Van die mogelijkheid is in de meeste gevallen ook gebruikgemaakt. Vragenlijst onder (eind)gebruikers Tot slot is er een korte digitale vragenlijst uitgezet onder de (eind)gebruikers van de accommodaties uit de casestudy, zoals reeds benoemd bij de casestudy. Uiteindelijk is de vragenlijst uitgezet onder negentien verenigingen.

De vragenlijst is ingevuld door zeven (eind)gebruikers. Dit betekent dat er enige voorzichtigheid is geboden ten aanzien van de conclusies die naar aanleiding van de vragenlijst kunnen worden getrokken over de mate van tevredenheid bij de (eind)gebruikers. Wel is de rol van de gebruikers bij alle gesprekken aan bod gekomen en zijn we ook met drie verenigingen en Optisport in gesprek gegaan. We baseren ons in het onderzoek dus ook op andere gesprekken als het gaat om de ervaring van de uiteindelijke gebruiker.

| 13 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

H4 | Beleid In dit hoofdstuk wordt beschreven welk beleid de gemeente Reusel-De Mierden heeft vastgesteld. Aan de orde komt in hoeverre de gemeenteraad als kaderstellend orgaan bij de totstandkoming betrokken is geweest. In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord:

1. Is er sprake van (bestuurlijk vastgesteld) gemeentelijk accommodatiebeleid? 2. Wat zijn de door de gemeenteraad vastgestelde doelen wat betreft het aanbod van accommodaties? Is er sprake van meetbare prestatie-indicatoren en zo ja, welke?

De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ● Er is door de gemeente geen (overkoepelend) integraal accommodatiebeleid geformuleerd. ● Wel is er accommodatiebeleid op deelgebieden, waaronder ‘onderwijs’, ‘sport’ en in beperkte mate ‘cultuur’. Dit beleid is echter (sterk) gedateerd. Voor het deelgebied ‘sport’ en ‘onderwijs’ wordt momenteel gewerkt aan een nieuw accommodatiebeleid dat naar verwachting in 2024 aan de raad wordt voorgelegd. ● Voor de huisvesting van ‘zorg’ en ‘welzijn’ is geen beleid opgesteld. Of dit een bewuste keuze is, valt niet op te maken uit de documenten. ● Hoewel er in enkele gevallen enige mate van integratie plaatsvindt tussen het beleid op deelgebieden en aanpalend beleid (bijvoorbeeld het beleidskader Sociaal Domein), is de relevantie van deze samenhang verouderd, omdat de betreffende beleidsdocumenten niet zijn geactualiseerd. De gemeente beoogt deze integraliteit in de toekomst te realiseren door middel van een overkoepelende omgevingsvisie. ● Daar waar accommodatiebeleid is opgesteld, zijn over het algemeen heldere ambities geformuleerd waarvan het beoogde maatschappelijk effect in kaart is gebracht en die in meer of mindere mate vertaald zijn naar concrete, meetbare en tijdgebonden doelen. Hierbij ontbreken echter specifieke streefwaarden en indicatoren.

4.1 Er is geen overkoepelend (integraal) accommodatiebeleid, wel is er beleid op deelterreinen In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe het accommodatiebeleid in Reusel-De Mierden is vormgegeven. Gemeenten zijn namelijk wettelijk verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Daarnaast leggen de meeste gemeenten zichzelf de verplichting op om te voorzien in sport-, cultuur-, welzijns- en zorgaccommodaties en/of om deze in stand te houden, te exploiteren of bij te dragen aan de exploitatie. In deze paragraaf bekijken we daarom in hoeverre er accommodatiebeleid is voor al deze gebieden. Uit de documenten komt naar voren dat er geen overkoepelend (integraal) accommodatiebeleid is geformuleerd. Wel is er beleid voor de deelterreinen ‘sport’, 'cultuur' en ‘onderwijs’, hoewel dit beleid (sterk) verouderd is. De gemeente heeft aangegeven dat ze in het recente verleden een vacature heeft uitgezet voor het opstellen van een integraal accommodatiebeleid, maar is er niet in geslaagd deze vacature in te vullen.

| 14 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

De meeste respondenten merken op dat hier inmiddels wel behoefte aan is. Er is daarbij niet per se behoefte aan overkoepelend beleid in de vorm van lijvige beleidsrapporten, maar vooral aan heldere (eenduidige) uitgangspunten, een lange termijn visie en strategische acties. Op dit moment ontbreken namelijk overkoepelende kaders en doelstellingen. Oftewel, het is niet duidelijk wat de gemeente wil en doet ten aanzien van accommodaties in algemene zin.

Onderwijshuisvesting Voor de onderwijshuisvesting is het Integraal Huisvestingsplan Brede Schoolgebouwen 2012 en verder opgesteld. In dit beleidsplan worden verschillende ambities en doelen genoemd omtrent de huisvesting van onderwijs in Reusel-De Mierden die in overleg met verschillende partners in het veld tot stand zijn gekomen. In essentie luidt het gewenste maatschappelijke effect (de ambitie) van het beleidsplan als volgt: ‘In elke kern van de gemeente Reusel-De Mierden is een goede voorziening voor jeugdigen aanwezig waar onderwijs wordt aangeboden, waardoor de ontwikkeling van kinderen positief bevorderd wordt. Hierdoor wordt het Brede Schoolgebouw in elke kern een centrum in de wijk waar, met name (maar niet uitsluitend) voor jeugdigen, onderwijs, opvang, zorg en participatie plaats kan vinden.’ Om deze ambitie te verwezenlijken worden verschillende doelen, subdoelen, acties en prestatieindicatoren genoemd, welke worden beschreven in de volgende paragraaf. Ook wordt een onderhoudsprogramma beschreven, worden onderwijskundige vernieuwingen en ontwikkelingen benoemd, en worden uitgangspunten omtrent het binnenmilieu, duurzaamheid en brand- en inbraakbeveiliging en ontruimingsinstallaties geformuleerd. Tevens wordt hier de ambitie van de Kempengemeenten genoemd om in 2025 energieneutraal te zijn1.

Bovendien wordt het beleid geïntegreerd in omliggende beleidskaders en beleidsterreinen door verbindingen te leggen met onder andere de Lokaal Educatieve Agenda (LEA), het convenant Brede Scholen, het Wmo-beleid2, het jeugdbeleid3 en het beleid met betrekking tot wonen en leefbaarheid. In dit verband wordt uiteengezet hoe het beleid op diverse terreinen onderling samenhangt en op elkaar is afgestemd. Echter, aangezien het beleid stamt uit 2012 is vrijwel al het aangehaalde beleid inmiddels gedateerd en deels achterhaald. Zo zijn de aangehaalde Wmo- en jeugdbeleidsplannen geschreven voor de decentralisatie van het Sociaal Domein in 2015. Hoewel het plan probeert te anticiperen op deze decentralisatie, waren de exacte contouren destijds nog niet volledig duidelijk om hier concreet invulling aan te geven. Hieruit rijst ook de vraag in hoeverre het huisvestingsplan zelf nog actueel is. Het meest recente beleid met betrekking tot dit onderwerp is het Beleidsplan Brede Scholen 2015-2018. Echter, er wordt in dit beleidsplan weinig tot geen aandacht besteed aan huisvesting en/of het accommodatiebeleid. Daarnaast is dit beleidsplan eveneens verouderd, waardoor het niet meer aansluit bij de huidige situatie. De gemeente geeft aan dat er momenteel wordt gewerkt aan een nieuw Integraal Huisvestingsplan dat naar verwachting in 2024 aan de raad wordt voorgelegd.

Sportaccommodaties Voor sport is het vigerende beleidsdocument het Sportaccommodatieplan 2019-2021. Dit beleidsplan is het vervolg op het in 2009 vastgestelde beleidsplan Beleid voor Sportparken, dat zich richtte op de vier buitensportparken (Den Hoek, Den Daalacker, De Leeuwerik en ‘t Kantje). Het beleidsplan gaat daarbij in op drie onderdelen: 1) wat is een basisvoorziening; 2) uitbreiding en vervanging van voorzieningen; en 3) tarieven en vergoedingen.

1 Integraal Huisvestingsplan Brede Schoolgebouwen 2012 en verder, p.11. 2 Wmo beleidsplan 2012-2015. 3 Kadernota Integraal jeugdbeleid 2009-2012.

| 15 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Per 2019 is dit plan geactualiseerd en uitgebreid door ‘binnensportaccommodaties’ en de zogenaamde ‘sportaccommodaties anders dan de vier sportparken’ mee te nemen. Ook zijn er verschillende overkoepelende thema’s benoemd die een nadrukkelijke rol krijgen binnen de gemeente, waaronder ‘toegankelijkheid’, ‘duurzaamheid’ en de ‘sociale functie’ van sportaccommodaties. Dit sportaccommodatieplan is samen met betrokken personen vanuit verenigingen, organisaties en dorpsraden vormgegeven. Het beleidsplan richt zich per 2019 op de volgende sportaccommodaties: ● Sportparken (Den Hoek, Den Daalacker, De Leeuwerik en ‘t Kantje). ● Binnensportaccommodaties (Sporthuis Reusel en Sportzaal Den Houtert). ● Sportaccommodaties buiten de sportparken (Manege Meulenhoai, Motorcrossterrein De Wielewaal, Tennispark Twisselt, Visvijver Couwenberg, Visvijver Molenheide, Politiehondenvereniging De Trouwe Vriend, Politiehondenvereniging De Trouwe Mechelaar, Postduivenvereniging De Luchtbode). In het sportaccommodatieplan wordt aangegeven dat er met deze selectie diverse (sport)accommodaties buiten het plan vallen, waaronder commerciële (sport)accommodaties, gemeenschapshuizen, accommodaties met particulier eigendom, gildenterreinen en de openbare ruimte.

Verder worden in het sportaccommodatieplan in algemene zin de afspraken betreffende het beheer en onderhoud en de exploitatie van sportparken en binnensportaccommodaties uiteengezet. Hieruit blijkt dat deze activiteiten bewust op afstand zijn gezet. Dit wordt verder behandeld in hoofdstuk 5. Voor de sportparken wordt daarnaast nog ingegaan op de overeenkomsten met de verenigingen, de uitgangspunten voor de basisvoorzieningen, nevenvoorzieningen en boventallige voorzieningen, de uitbreiding en vervanging van voorzieningen en de geldende tarieven en vergoedingen. Wat betreft de overkoepelende thema’s worden enkele ambities geformuleerd om de sportaccommodaties toegankelijker en duurzamer te maken, de sociale functie en samenwerking van sportaccommodaties te versterken en uit te breiden, en om deze voorzieningen beter te laten aansluiten bij ontwikkelingen binnen de verenigingen. In een enkel geval worden voor een thema aanpalende beleidsterreinen of -documenten aangehaald, zoals het Uitvoeringsplan ‘Iedereen Doet Mee’ of het Beleidskader Sociaal Domein voor wat betreft het onderwerp ‘toegankelijkheid’.

Overeenkomstig het Integraal Huisvestingsplan Brede Schoolgebouwen wordt wederom de ambitie van de Kempengemeenten genoemd om in 2025 op het gebied van duurzaamheid energieneutraal te zijn, door enerzijds minder energie te verbruiken (energiebesparing) en anderzijds om energie duurzaam op te wekken. Hoewel er dus voor enkele overkoepelende thema’s ambities zijn geformuleerd, is het sportaccommodatieplan hoofdzakelijk een beheersmatig plan, waarin de gemaakte afspraken en overeenkomsten rondom het beheer, onderhoud en de exploitatie van de voorzieningen worden beschreven. Daarbij is het beleidsplan verlopen en is een groot deel van de beschreven afspraken en overeenkomsten door het vertrek van Stibex (zie hoofdstuk 5) achterhaald. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat momenteel wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuw sportaccommodatieplan. Dit plan zal opnieuw de thema's ‘toegankelijkheid’, ‘duurzaamheid’ en de ‘sociale functie’ van sportaccommodaties omvatten, met een grotere nadruk op de samenhang met andere beleidsterreinen en aandachtsgebieden. Dit omvat onder andere het beleidskader van het Sociaal Domein, waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan het bestrijden van eenzaamheid, het bevorderen van inclusie en het stimuleren van beweging onder ouderen en jongeren. De verwachting is dat het nieuwe beleidsplan in 2024 kan worden voorgelegd aan de raad.

| 16 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Huisvesting welzijn en zorg Wat betreft de huisvesting van ‘welzijn’ en ‘zorg’ zijn vergelijkbare conclusies te trekken als bij het sportaccommodatiebeleid. De beleidskaders zijn gedateerd en tonen geen specifieke formulering en/of integratie van accommodatiebeleid binnen het Sociaal Domein. Zo wordt er in het Beleidskader Sociaal Domein 2016-2020 geen accommodatiebeleid geformuleerd of naar accommodatiebeleid op aanpalende beleidsterreinen verwezen, zoals het sportaccommodatieplan 2019-2021 of het integraal huisvestingsplan Brede Schoolgebouwen 2012 en verder. Wel wordt er omgekeerd, bijvoorbeeld vanuit het sportaccommodatieplan, verwezen naar het Beleidskader Sociaal Domein 2016-2020, maar op beperkte schaal en zonder doelen te noemen. Er is dus geen samenhang tussen de stukken. Ook wordt in het Meerjaren beleidskader Jeugdhulp in de Kempen 2015-2019 niet verwezen naar accommodatiebeleid of verwante beleidsstukken. Er lijkt dus geen sprake te zijn van geformuleerd accommodatiebeleid voor de huisvesting van ‘welzijn’ en ‘zorg’, maar of dit een bewuste keuze is, valt niet op te maken uit het onderzoek.

Cultuur In het Cultuurbeleidsplan Reusel-De Mierden 2014-2018 wordt de essentiële rol benadrukt van accommodaties die voorzien in oefenruimtes en podiumvoorzieningen voor de podiumkunsten. Dit wordt onderbouwd door de aanwezigheid van een breed scala aan amateurverenigingen op het gebied van theater, dans en muziek, wat resulteert in een bloeiend verenigingsleven en zorgt voor populaire voorstellingen. Om deze verenigingen de benodigde podiumvoorzieningen en oefenruimtes te bieden wordt zo veel mogelijk ingezet op multifunctionele accommodaties. Zo zijn er in de afgelopen jaren twee nieuwe theaterzalen gebouwd: de multifunctionele accommodatie Brede School Plus in Lage Mierde (waarin het gemeenschapshuis De Ster gehuisvest is) en gemeenschapshuis De Schakel in Hooge Mierde. Beide gebouwen bieden voldoende oefenruimtes en uitvoeringsmogelijkheden voor de kleine kernen. Verder wordt het cultureel centrum De Kei genoemd. De Kei heeft een theaterzaal met ongeveer 350 zitplaatsen en diverse oefen- en vergaderruimtes, maar is 50 jaar oud en aan vernieuwing toe. In het beleidsplan neemt de gemeente zich daarom voor om een nieuw cultureel centrum in Reusel te realiseren.

Momenteel (juli 2023) wordt de sloop van het oude cultureel centrum De Kei volgens de planning afgerond en staat de bouw van de nieuwe multifunctionele accommodatie (MFA) De Kei gepland voor de periode juli 2023-juli 20244. Het cultuurbeleidsplan beschrijft hoe voorafgaand aan dit project de volgende overwegingen in acht werden genomen: Podia zijn duur. Daarom is het niet makkelijk om de exploitatie van podia sluitend te krijgen. De gemeente wil daarom eerst onderzoek doen naar de bouw van een nieuw theater of cultureel centrum. Dit onderzoek kan economische aspecten verkennen, zoals de optimale schaal van het theater, de mogelijke voordelen van samenwerking of fusie tussen podia, alsmede het cultureel voorzieningenniveau. Dit onderzoek en de besluiten zijn uitgewerkt in het Centrumplan dat in 2014/2015 is verschenen. Hoewel onduidelijk is of dit Centrumplan is vastgelegd in een officieel beleidsdocument (een dergelijk document is in ieder geval niet in het bezit van BMC), valt op de website van Reusel-De Mierden in het artikel Centrumplan 'Nieuw hart voor Reusel' te lezen dat het besluit is genomen om het Cultureel Centrum De Kei te slopen. Op dezelfde locatie wordt de multifunctionele accommodatie (MFA) De Kei gebouwd. Dit gebouw moet ‘uitnodigend’ en ‘multifunctioneel’ worden, ‘een aantrekkelijk gebouw, een tweede huiskamer’.

4 https://www.reuseldemierden.nl/ontwikkelingen-de-kei

| 17 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Verder wordt in het Cultuurbeleidsplan Reusel-De Mierden 2014-2018 de bibliotheek de Kempen aangehaald. Hierbij wordt ingegaan op speerpunten en recente ontwikkelingen omtrent het fysieke en digitale aanbod van de bibliotheek, de dienstverlening en de maatschappelijke en sociale functie, maar er wordt niet ingegaan op zaken omtrent accommodatiebeleid. Ook wordt in het beleidsplan de ambitie beschreven om expositieruimte te realiseren voor de beeldende kunst, op basis van behoeften van betrokkenen die zijn opgehaald tijdens een meedenkavond over cultuurbeleid. Hoewel in het Cultuurbeleidsplan het beleid in brede zin wordt geïntegreerd met omliggende beleidskaders en beleidsterreinen door verbindingen te leggen met onder andere het beleidskader Sociaal Domein, Wmo-beleid en het beleidskader jeugd, is het op het gebied van accommodatiebeleid onduidelijk hoe de ambities in deze zich verhouden tot aanpalend beleid.

4.2 In de vigerende beleidsplannen zijn de doelstellingen overwegend concreet geformuleerd In deze paragraaf gaan we in op de vraag welke doelen de gemeente zichzelf heeft gesteld rondom accommodatiebeleid en of deze doelen concreet en meetbaar zijn gemaakt. In het Integraal Huisvestingsplan Brede Schoolgebouwen 2012 en verder worden enkele doelstellingen genoemd vanuit de ambitie ‘In elke kern van de gemeente Reusel-De Mierden is een goede voorziening voor jeugdigen aanwezig waar onderwijs wordt aangeboden, waardoor de ontwikkeling van kinderen positief bevorderd wordt. Hierdoor wordt het Brede Schoolgebouw in elke kern een centrum in de wijk, waar met name (maar niet uitsluitend) voor jeugdigen, onderwijs, opvang, zorg en participatie plaats kan vinden.’ De doelstellingen zijn: ● Zorgen voor adequate accommodaties voor zowel openbaar als bijzonder onderwijs. ● Verstrekken van additionele financiële middelen zowel voor openbaar als bijzonder onderwijs ● Oprichten en in stand houden van de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen.

Hierbij wordt in het plan gesteld dat deze doelen niet meetbaar zijn en er om die reden de volgende subdoelen zijn opgesteld: ● De Brede schoolgebouwen in Reusel-De Mierden worden (multifunctioneel) gebruikt ten dienste van de opvang, educatie, welzijn/gezondheid en participatie van kinderen en hun gezinnen/buurt, passend binnen de verordening voorziening huisvesting Onderwijs Reusel-De Mierden. ● De Brede schoolgebouwen in Reusel-De Mierden voldoen aan de landelijke normen voor een gezonde en veilige omgeving voor het opgroeien van kinderen. Ook worden er enkele prestatie-indicatoren weergegeven: ● De mate van tevredenheid over het gebruik van de Brede Schoolgebouwen (werkers en ouders/leerlingen), uitgedrukt in percentages gerelateerd aan gezondheid en veiligheid. ● Het percentage kinderen uit Reusel-De Mierden dat binnen Reusel-De Mierden dan wel binnen het nieuwe samenwerkingsverband van Passend Onderwijs (2012) een onderwijsinstelling bezoekt. Verder beschrijft het plan het doel om aan de hand van een nieuwe modelverordening van de VNG een nieuwe plaatselijke verordening op te stellen om lokale scholen meer ruimte te geven om flexibeler en creatiever om te gaan met de beschikbare ruimte en maatwerk mogelijk te maken. Volgens de VNG zou dit tevens een tijdswinst van 32% in administratieve procedures opleveren.

In het beleidsplan worden dus heldere doelen gesteld op basis van een gewenst maatschappelijk effect. Om dit maatschappelijk effect en de gestelde doelen te bereiken en meetbaar te maken, zijn subdoelen opgesteld, en worden prestatie-indicatoren gegeven.

| 18 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Hierdoor zijn de doelen overwegend SMART geformuleerd, met uitzondering van de tijdgebondenheid. Er worden immers geen beoogde tijdspaden geformuleerd. Daarnaast kan worden afgevraagd hoe meetbaar de subdoelen zijn en is het onduidelijk wat de streefwaarden zijn voor zowel de subdoelen als de prestatie-indicatoren. Ook is het niet geheel duidelijk op welke manier de doelen en subdoelen zich verhouden tot het geformuleerde maatschappelijke effect en hoe deze hieraan bijdragen. Verder wordt ook in dit beleidsplan het voornemen benoemd om iedere drie jaar een evaluatie van het plan uit te voeren. Dit wordt verder beschreven in hoofdstuk 6. In het Sportaccommodatieplan 2019-2021 worden verschillende doelen genoemd voor de sportparken, de binnensportaccommodaties en de overige sportaccommodaties. Hierbij worden op individueel niveau voor diverse sportaccommodaties operationele doelen voor de komende jaren benoemd, zoals het sluiten van nieuwe overeenkomsten met de verenigingen op de sportparken of het in procedure brengen van een raadsvoorstel omtrent de renovatie van de atletiekbaan van atletiekvereniging AVR’69. Ook worden doelen genoemd ten aanzien van de overkoepelende thema’s ‘toegankelijkheid’, ‘duurzaamheid’ en de ‘sociale functie’ van sportaccommodaties.

Om deze doelen te halen is een actiepuntenlijst opgesteld, waarin per doelstelling wordt aangegeven wat er wanneer moet gebeuren, wie de betrokkenen zijn en wat de kosten zijn. Een voorbeeld van de ambities en doelstellingen, zoals beschreven in de actiepuntenlijst, is weergegeven in tabel 1. Hieruit kan worden opgemaakt dat de doelstellingen concreet en SMART zijn geformuleerd. De beoogde maatschappelijke effecten en streefwaarden van deze doelen worden echter niet benoemd. De voortgang van deze actiepuntenlijst is tussentijds geëvalueerd (zie hoofdstuk 6). Aanvullend wordt in de jaarrekeningen en begrotingen jaarlijks op activiteit- of projectbasis gerapporteerd welke acties er worden ondernomen (hoofdstuk 7). Tabel 1 Voorbeeldweergave van de actiepuntenlijst zoals beschreven in het Sportaccommodatieplan 2019-2021 Sportparken

Sluiten nieuwe overeenkomsten

● ● ● ●

Wat: gemeente sluit nieuwe overeenkomsten af met de verenigingen op de sportparken. Deze hebben betrekking op de basisvoorzieningen en publieke ruimten. Wanneer: eind 2018 met uitloop naar begin 2019. Wie (betrokkenen): gemeente, verenigingen, Stibex en juridische ondersteuning. Kosten/dekking: inzet ambtelijke uren en vrijwilligersuren bij verenigingen en Stibex. Voor de kosten van juridische ondersteuning (extern) is dekking in MOP van Stibex.

Binnensportaccommodaties

Basisvoorziening voor binnensport

● ● ● ●

●

Wat: een lijst met basisvoorzieningen voor binnensport ontwikkelen. Wanneer: lijst is in mei 2019 gereed zodat eventuele aanschaf van nieuw materiaal voor het sport-/schooljaar mogelijk is. Wie (betrokkenen): gymdocenten, onderwijs, sportverenigingen, beheerders en gemeente. Kosten/dekking: nog niet duidelijk of er kosten mee gemoeid zijn en hoeveel deze kosten zijn. Dekking voor d’n Houtert is er in het jaarlijkse budget. Dekking voor het sporthuis moet gevonden worden in de jaarlijkse exploitatiebijdrage die de beheerder van de gemeente ontvangt. Opmerkingen/vervolg: in eerste instantie is bewegingsonderwijs het uitgangspunt van de lijst.

| 19 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Hoewel er in het Cultuurbeleidsplan Reusel-De Mierden 2014-2018 heldere doelstellingen worden geformuleerd met concrete actiepunten (‘wat gaan we doen’) en er een Uitvoeringsprogramma 20142018 uiteengezet wordt, zijn de doelstellingen omtrent accommodatiebeleid en huisvesting zeer summier. Zo wordt er voor de podiumkunsten de ambitie beschreven om maximaal in te zetten op multifunctionele culturele centra, maar wordt hiervoor enkel de doelstelling voor het onderzoek naar de realisatie van een nieuwe accommodatie De Kei beschreven voor de periode 2014-2015. Hierbij wordt wel een beoogde tijdsperiode genoemd, maar blijft onduidelijk wat dit onderzoek concreet inhoudt. Voor het streven naar de realisatie van een expositieruimte voor beeldende kunst in Reusel-De Mierden worden de doelstellingen geformuleerd om in de periode 2014-2015 de mogelijkheden te verkennen voor een permanente expositieruimte als onderdeel van het Centrumplan. In de tussentijd is het voornemen om de ongebruikte voormalige bibliotheekruimte in het gemeentehuis te benutten als tijdelijke expositieruimte. Hoewel de beoogde maatschappelijke effecten voor beide ambities en doelstellingen worden genoemd, ontbreken specifieke streefwaarden.

| 20 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

H5 | Organisatie en uitvoering In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gemeente Reusel-De Mierden de taken op het gebied van accommodatiebeleid heeft georganiseerd. Of de inzet ook resultaat heeft, komt in het volgende hoofdstuk aan de orde. In dit hoofdstuk beantwoorden we de volgende deelvragen:

3. Tot welk (voorzieningen)aanbod heeft dit geleid en welke aanpak wordt hierbij gevolgd? 4. Heeft de gemeente een goed beeld van de omvang en staat van onderhoud van haar eigen maatschappelijk vastgoed, en hoe en door wie dit wordt gebruikt?

5. Is er binnen de gemeente vastgoed in privaat eigendom dat wordt gebruikt voor maatschappelijke (gesubsidieerde) activiteiten?

6. Welke knelpunten worden gesignaleerd en/of zijn er in de toekomst te verwachten? De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ● De gemeente Reusel-De Mierden draagt zorg voor het in stand houden van vier eigen buitensportlocaties, twee eigen binnensportlocaties en twee gemeenschapshuizen in Reusel en Hooge Mierde. Daarnaast ondersteunt zij een aantal organisaties/verenigingen bij het in stand houden van hun eigen accommodaties en voert zij haar wettelijke taken met betrekking tot het in stand houden van onderwijshuisvesting uit. ● De gemeente Reusel-De Mierden heeft het beheer en de exploitatie van de eigen accommodaties “op afstand gezet”. Ten aanzien van de afbakening van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden (wat doet de gemeente?, wat doet de beheerder/exploitant?, waar zijn de eindgebruikers verantwoordelijk voor?) zijn in de diverse overeenkomsten heldere kaders vastgelegd. Daarover is geen tot weinig discussie. Wel over wat dit betekent voor de feitelijke uitvoering en in het bijzonder over hoe partijen (de gemeente en beheerder/exploitant hierin gezamenlijk optrekken (partnership). Daarnaast speelt de vraag of de gemeente in voldoende mate rekening houdt met de belangen en/of wensen van de (eind)gebruikers. ● De gemeente Reusel-De Mierden heeft voor al haar eigen accommodaties een Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) laten opstellen.

De uitvoering van de MJOP’s voor de buitensportaccommodaties verloopt doorgaans adequaat. Bij de binnensportaccommodaties is op onderdelen sprake van achterstallig onderhoud. ● De gemeente Reusel-De Mierden heeft een goed beeld van de omvang van haar eigen maatschappelijk vastgoed en/of maatschappelijke voorzieningen, en van de partijen die hiervan gebruikmaken. We hebben echter niet kunnen vaststellen of de gemeente volledig zicht heeft op de staat van onderhoud van haar eigen accommodaties. ● Alle door de gemeente Reusel-De Mierden gesubsidieerde activiteiten vinden plaats in accommodaties die eigendom zijn van de gemeente, met uitzondering van De Schakel in Hooge Mierde. ● Er is sprake van discontinuïteit in de beleidsuitvoering (zie ook hoofdstuk 4). Dit is in belangrijke mate toe te rekenen aan het ontbreken van voldoende ambtelijke capaciteit binnen het gemeentelijke apparaat. ● Vanwege de aanzienlijke kostenstijgingen in de afgelopen jaren en het feit dat de (externe) partijen die belast zijn met het beheer en de exploitatie van de accommodaties hun risico’s in voldoende mate moeten kunnen afdekken, komen de tarieven voor de (eind)gebruikers meer en meer onder druk te staan.

| 21 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Dit kan leiden tot een vermindering van de toegankelijkheid/bereikbaarheid van de maatschappelijke accommodaties voor de inwoners van Reusel-De Mierden. Uitval van gebruikersgroepen op termijn is een risico. De gemeente stuurt hier onvoldoende op.

5.1 Er is een basisaanbod van voorzieningen op het gebied van sportaccommodaties en ‘gemeenschapshuizen’ dat aansluit bij de schaalgrootte van de gemeente Het gemeentelijk accommodatiebeleid, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van deze rapportage, heeft geleid tot en/of bijgedragen aan een aanbod van maatschappelijke voorzieningen dat bestaat uit: a. een viertal multifunctionele, professionele buitensportaccommodaties, waarvan de gemeente de grond in eigendom heeft en die niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt: Den Hoek in Reusel, Den Daalacker in Lage Mierde, Leeuwerik in Hooge Mierde en ‘t Kantje in Hulsel. b. een tweetal binnensportaccommodaties, waarvan het vastgoed eigendom van de gemeente is: Sporthal Reusel in Reusel en Sporthal Den Houtert in Lage Mierde. c. sportaccommodaties buiten de sportparken die (deels) door de gemeente worden gefaciliteerd: Manege De Meulenhoai, Motorcrossterrein De Wielewaal, Tennispark Twisselt, Visvijver Couwenberg, Visvijver Molenheide, Politiehondenvereniging De Trouwe Vriend, Politiehondenvereniging De Trouwe Mechelaar, Postduivenvereniging De Luchtbode. d. een drietal ‘gemeenschapshuizen’: De Kei in Reusel en De Ster in Lage Mierde, waarvan het vastgoed in handen is van de gemeente, en De Schakel in Hooge Mierde, eigendom van Stichting De Schakel.

De gemeente heeft een volledig beeld van de (eind)gebruikers van de hiervoor beschreven accommodaties/voorzieningen (verenigingen, culturele en/of maatschappelijke organisaties). Uit de diverse documenten hebben we echter niet kunnen destilleren hoeveel inwoners van Reusel-De Mierden daadwerkelijk worden bereikt met het voorzieningenniveau en/of daarvan gebruikmaken.

5.2 Beheer, onderhoud en exploitatie van de accommodaties zijn “op afstand” geplaatst, de samenwerking vraagt aandacht De gemeente Reusel-De Mierden heeft de keuze gemaakt om het (dagelijks) onderhoud, het beheer en de exploitatie van de gemeentelijke accommodaties te beleggen bij één of meerdere externe partijen. Dit is een verdedigbare (en ook logische) keuze. Het organiseren en uitvoeren van het (dagelijks) onderhoud en het beheer, alsmede het exploiteren van maatschappelijke accommodaties zijn geen primaire taken van de overheid. Vanuit het oogpunt van efficiency ligt het ook voor de hand om deze taken te beleggen bij een partij die hiertoe goed geëquipeerd is en/of hiermee reeds ervaring heeft opgedaan. Ten behoeve van het onderhoud van en vervanging binnen de accommodatie heeft de gemeente Meerjarige Onderhoudsplannen (MJOP’s) laten opstellen. Voor de diverse accommodaties is het een en ander als volgt uitgewerkt: a. Buitensportaccommodaties Het ‘Sportaccommodatieplan Reusel-De Mierden’ vormt het gemeentelijk beleidskader voor het gebruik van de sportparken door de verenigingen. Ten behoeve van het in gebruik geven van de sportparken heeft de gemeente met de (individuele) verenigingen een huur-/gebruiksovereenkomst gesloten.

| 22 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

In deze overeenkomst wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘basisvoorzieningen’, ‘boventallige voorzieningen’, ‘publieke ruimten’ en ‘nevenvoorzieningen’, en is vastgelegd welke verantwoordelijkheden en/of rechten en plichten partijen hebben met betrekking tot het gebruik en onderhoud van deze voorzieningen. Bij de omschrijving van de ‘basisvoorzieningen’ wordt aansluiting gezocht bij de normen van het NOC*NSF. De omvang van de ‘basisvoorzieningen’ is gekoppeld aan het ledenaantal van de respectievelijke verenigingen. Om tot meer eenduidige afspraken te komen heeft de gemeente enkele jaren geleden de diverse huur-/gebruiksovereenkomsten vernieuwd en gestandaardiseerd. Het (dagelijks) onderhoud, het beheer en de exploitatie van de buitensportaccommodaties was tot juli 2022 belegd bij Stichting Beheer en Exploitatie Culturele en sportfaciliteiten Reusel-De Mierden (Stibex) op basis van een beheersovereenkomst. Na die datum zijn de taken op het gebied van onderhoud, beheer en exploitatie overgenomen door Stichting Sportpark Reusel-De Mierden. Omdat het tot op heden niet is gelukt om voor deze stichting bestuursleden te vinden, wordt het bestuur van deze rechtspersoon tijdelijk gevormd door drie medewerkers van de gemeente. Dit wordt door de gemeente zelf als een onwenselijke situatie beschouwd. BMC onderschrijft dit.

Op de beëindiging van de samenwerking tussen de gemeente en Stibex gaan we in deze rapportage op een later moment in. b. Binnensportaccommodaties De gemeente Reusel-De Mierden heeft in 2013 op basis van een huurovereenkomst en een beheer- en exloitatieovereenkost het onderhoud, het beheer en de exploitatie van Sporthal Reusel (voorheen Rabo Sporthuis) belegd bij Hestia Sportbeheer, een dochterbedrijf van Hydrasport. De looptijd van beide overeenkomsten bedraagt twintig jaar. Vanaf begin 2020 heeft Optisport moederbedrijf Hydra Sport overgenomen, inclusief alle werkzaamheden, rechten en plichten van Hestia (en Hydra). Uit de genoemde stukken is niet goed op te maken wat de exacte opdracht is aan Hestia en haar rechtsopvolger Optisport en/of welke prestaties deze partij volgens de gemeente geacht wordt te leveren. Er is sprake van onderhuur door Optisport aan Avanti-Turnivo. Dit is in een separate overeenkomst met goedkeuring van de gemeente geregeld. Optisport ziet voor zichzelf niet alleen een rol weggelegd als ‘uitvoerder’, maar ook als ‘partner’ van de gemeente bij het ontwikkelen van sportbeleid. Bij Sporthal Reusel is sprake van ondercapaciteit. Er is meer vraag dan dat er ruimte/capaciteit beschikbaar is. Dit komt naar voren uit meerdere gesprekken met gebruikers. Uit het ambtelijk wederhoor is naar voren gekomen dat Optisport zelf aangeeft dat er geen ruimte gebrek is.

Het beheer van Sporthal Den Houtert Lage Mierde wordt sinds oktober 2017 uitgevoerd door Stichting Gemeenschapshuis De Ster. Daartoe heeft de gemeente met de stichting een overeenkomst gesloten. Het beheer betreft het facilitair beheer, zijnde de dagelijkse beheeractiviteiten, klein onderhoud en schoonmaken, en het programmabeheer, zijnde de planning van het activiteitenprogramma, de administratie en de verhuur, waarbij de facturatie van de incidentele huur bij de stichting ligt en de facturatie voor de vaste verhuur bij de gemeente op basis van overeenkomsten die de gemeente met de verenigingen en/of gebruikers heeft gesloten. Er is afgesproken dat de gemeente en de stichting twee maal per jaar met elkaar overleg voeren, en dat de stichting tenminste één maal per jaar met de gebruikers overlegt.

| 23 | Eindrapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Reusel-De Mierden

Hoewel er in de afgelopen jaren inspanningen zijn gepleegd om de voorzieningen in de sporthal weer meer up-to-date te maken, is er nog steeds sprake van achterstallig onderhoud. Hierdoor nemen beheerlasten toe. c. Overige sportaccommodaties Voor de overige sportaccommodaties, zijnde niet de vier sportparken en niet de twee binnensportaccommodaties, zijn met de eigenaren en/of gebruikers maatwerkovereenkomsten opgesteld. d. Gemeenschapshuizen Gemeenschapshuis De Ster in Lage Mierde is onderdeel van Brede School Plus. Er is sprake van fysieke integratie van en samenwerking tussen de basisschool, de buitenschoolse opvang, sporthal Den Houtert en het gemeenschapshuis De Ster. Stichting Gemeenschapshuis De Ster beheert en exploiteert het gemeenschapshuis. De stichting stelt zich tot doel om onderdak te bieden aan sociaal-maatschappelijke en culturele initiatieven/activiteiten voor en door de gemeenschap. Verenigingen en stichtingen uit Lage Mierde kunnen ‘om niet’ gebruikmaken van de faciliteiten van het gemeenschapshuis. Aan buitendorpse of commerciële organisaties vraagt De Ster een kleine huur voor het gebruik. Door de jaren heen hebben ongeveer dertig verschillende organisaties gebruikgemaakt van de accommodatie. De stichting betaalt geen huur aan de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=e9dc67e0-7c65-4354-ba4d-be262513575a