DH-2607-1589 Eindrapport Rekenkameronderzoek naar de Omgevingswet in de Kempengemeenten - Reusel-De Mierden.pdf
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek Omgevingswet Gemeente Reusel-De Mierden
Eindrapport | 27 september 2022
Partners in verbetering
Inhoudsopgave Leeswijzer DEEL I
1 2
H1 | Inleiding
3
1.1 Omgevingswet 1.2 Wanneer is een gemeente “klaar” voor de Omgevingswet? 1.3 Doelstelling onderzoek H2 | Conclusies en aanbevelingen
3 4 5 6
2.1 Conclusies 2.2 Aanbevelingen DEEL II
6 8 10
H3 | Onderzoeksverantwoording
11
3.1 Hoofdvraag en deelvragen 3.2 Onderzoeksaanpak
11 12
H4 | Aanpak invoering Omgevingswet 4.1 Welke aanpak is er gepland en gevolgd t.a.v. de invoering van de Omgevingswet? 4.2 Is er voorzien in een realistisch (meerjaren)plan om te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet? H5 | Stand van zaken invoering Omgevingswet 5.1 Wat is de stand van zaken in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet? 5.2 Kan de gemeente op de invoeringsdatum voldoen aan de eisen van de Omgevingswet? 5.3 Kan de gemeente voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan de wijze waarop de gemeente in de dagelijkse praktijk invulling moet geven aan de wet? H6 | Rol van de gemeenteraad 6.1 Wat is de rol en positie van de gemeenteraad in de voorbereiding? 6.2 Hoe is invulling gegeven aan de rol en de positie van de gemeenteraad? 6.3 Is voorzien in monitoring die de raad in staat stelt om het implementatieproces te volgen en zo nodig bij te sturen?
14 14 16 18 18 21 24 26 26 28 30
Bijlage 1 | Normenkader
35
Bijlage 2 | Bestudeerde documenten
37
Bijlage 3 | Geïnterviewde personen
38
Bijlage 4 | Online vragenlijst voor raadsleden
39
Colofon
44
Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.
Leeswijzer Het onderzoek is opgebouwd uit twee delen. Deel I is te beschouwen als een zelfstandig leesbaar onderzoeksrapport. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: De aanleiding voor het onderzoek. ● Uitleg over de Omgevingswet. ● De doelstelling van het onderzoek. ● De conclusies uit het onderzoek. ● De aanbevelingen en de lessen voor verbetering. ● In Deel II is het integrale onderzoek opgenomen met daarin de beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen. Hierin wordt uiteengezet wat de Omgevingswet precies behelst, welke taken de gemeente straks toebedeeld krijgt (anders worden) en waar de gemeenteraad een rol in kan spelen.
| 1 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
DEEL I
Essentie van het onderzoek
| 2 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
H1 | Inleiding 1.1 Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is op 1 februari 2022 opnieuw uitgesteld naar 1 januari 2023. De invoering van de wet is al vaker uitgesteld en dat is een indicatie van de omvang en complexiteit van de veranderingen die de wet met zich meebrengt. Zowel op het bestuur van de gemeente als op de ambtelijke organisatie zal de wet het nodige effect hebben. Welke effecten dit zijn en van welke omvang, komt in de voorbereidingen die gemeenten treffen in aanloop naar de implementatiedatum steeds nadrukkelijker naar voren, evenals de samenhang tussen de verschillende sporen binnen de nieuwe wet. Vrijwel alle gemeenten zijn al een paar jaar bezig met het opstellen van een omgevingsvisie. Ook wordt al geruime tijd gewerkt aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) dat nodig is om alle betrokken overheden aan te sluiten op één systeem. Inmiddels zijn steeds meer gemeenten begonnen met het voorbereiden op een nieuw (sneller) proces voor vergunningverlening, het verbeteren van de informatievoorziening en het nadenken over de inrichting van het (tijdelijke) omgevingsplan. Het belang van een grondige voorbereiding op alle onderdelen, inclusief het ‘oefenen’ met nieuwe instrumenten en processen, is van wezenlijk belang voor het welslagen van de implementatie van de Omgevingswet.
Omdat de invoeringsdatum meerdere keren is uitgesteld, hebben gemeenten ruimschoots de tijd gehad om zich op de Omgevingswet voor te bereiden. Gemeenten zijn door het Rijk voorzien van een routeplanner, waarin uiteengezet is wanneer aan welke in de wet opgenomen eisen moet zijn voldaan. Toch blijkt keer op keer dat de lagere overheden (dus ook de provincie en waterschappen) er nog niet klaar voor zijn, deels door de hierboven beschreven leermomenten die tijdens de voorbereiding naar boven kwamen. Overigens geldt dit ook op landelijk niveau; vooral de invoering van het digitale stelsel blijkt een uiterst lastige opdracht. Daarbij zijn in 2020 en 2021 nog verschillende moties doorgevoerd, waaronder de motie Nooren, die van wezenlijk belang zijn voor het implementatieproces. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de invulling van participatie en de precieze invulling van het overgaan van taken van provincie naar gemeenten op het gebied van bodem. De voorbereiding moet dan ook gebeuren met de vinger aan de pols van de beleidswijzigingen vanuit de landelijke overheid. Dit neemt niet weg dat al een aantal jaren de vier verbeterdoelen van de wet ongewijzigd zijn. De Omgevingswet wil een betere balans realiseren tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Om deze balans te verwezenlijken moeten overheden op vier punten een ingrijpende verbetering doorvoeren: 1.
Inzichtelijk en toegankelijk omgevingsrecht. 2. Integraal beleid (in plaats van sectoraal). 3. Snellere besluitvorming. 4. Ruimte voor lokaal maatwerk. De Omgevingswet schrijft een aantal zaken voor om deze doelen te realiseren. Zo wordt stevig ingezet op het belang van participatie, de rol en taakverdeling tussen raad en college en een versnelling van het proces van het verlenen van vergunningen naar acht weken.
| 3 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
1.2 Wanneer is een gemeente “klaar” voor de Omgevingswet? Minimale acties De implementatie van de Omgevingswet kent een duidelijk landelijk kader. Om te kunnen duiden of een gemeente “klaar” is voor de Omgevingswet, zijn voor dit onderzoek de minimale acties van de VNG als toetssteen gehanteerd. Wat zijn deze “minimale acties”? Bij de introductie van de Omgevingswet werd duidelijk dat deze wet het nodige vraagt van gemeenten. Er worden in de wet zelf een aantal eisen aan de gemeente gesteld, waaronder het kunnen verlenen van een vergunning binnen acht weken na de ingediende aanvraag. Ook moet de gemeente bij visievorming en het aanpassen van regelgeving (in het Omgevingsplan) aangeven wat aan participatie is gedaan, wat dit heeft opgeleverd en hoe dat is opgenomen in de visie en/of het omgevingsplan. Tot slot moeten gemeenten, provincies en waterschappen voor het aanvragen van een vergunning bereikbaar zijn via één digitaal loket waarvoor elke gemeente aangesloten moet zijn op het zogenoemde DSO. Het is voor gemeenten vrijwel ondoenlijk om zelf uit te vinden hoe deze wettelijke bepalingen in de praktijk moeten worden gebracht. De VNG heeft daarom een landelijke ondersteuning van de implementatie opgezet. Een belangrijk onderdeel daarvan zijn de “minimale acties” en de bijbehorende roadmap waarin de acties in tijd zijn uitgezet.
De “minimale acties” beschrijven wat een gemeente in elk geval moet hebben gedaan om op de datum van inwerkingtreding minimaal hetzelfde niveau van dienstverlening op het gebied van vergunningverlening te kunnen handhaven als onder het bestaande systeem. Er kan binnen deze 27 minimale acties een onderscheid worden gemaakt in drie categorieën: 1. Wettelijk/juridisch vereiste acties 2. Bedrijfsvoeringsacties 3. Geadviseerde acties. In de praktijk zijn nummers 1 en 2 nauwelijks los van elkaar mogelijk. Om aan de juridische eisen te kunnen voldoen (acht weken) moeten wel veranderingen in de bedrijfsvoering (werkprocessen) worden doorgevoerd, zoals investeringen in ICT. “Klaar” voor de Omgevingswet betekent in dit rapport dan ook dat de gemeente voldoet aan de minimale acties die vallen onder 1 en 2. Daarbij geldt, dat we de DSO-vereisten niet zelf hebben getoetst, maar het oordeel daarover baseren op de interviews met de verantwoordelijke medewerkers bij het SSC, leidinggevenden en de bestuurlijk verantwoordelijken. Om te voorkomen dat het een technisch “vinkjes”-onderzoek wordt, hebben we ook nadrukkelijk gekeken naar de mate waarin de gemeente zich bewust is van de bedoeling van de wet door te verifiëren in hoeverre de verbeterdoelen leidend zijn in de te maken keuzes en de planning en mate van bewustzijn van de samenhang tussen de verbeterdoelen en de minimale acties.
Eigen invulling door gemeenten Tegelijkertijd is er veel ruimte voor de gemeenten om op hun eigen manier aan de slag te gaan met de voorbereidingen. Zo hebben de Kempengemeenten een aantal jaar geleden een eerste versie (vaak aangeduid met de term ‘1.0’) van de omgevingsvisie vastgesteld. Daarbij is aangegeven dat op basis van voortschrijdend inzicht de visie kan worden aangepast of geactualiseerd.
| 4 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Dit biedt de Kempengemeenten de mogelijkheid om actuele beleidsnota’s te toetsen aan de uitgezette lijnen in de visies op weg naar de invulling van de wettelijk voorgeschreven programma’s. In ons onderzoek inventariseren we welke instrumenten al in ontwikkeling zijn. Dit betekent dat we ons onderzoek niet alleen richten op het toetsen aan de landelijk geformuleerde doelstellingen en uitgewerkte minimale acties van de VNG, maar ook aan de eigen vastgestelde ambitieniveaus en uitgangspunten van elke gemeente. Met het uitstel van de Omgevingswet krijgen de ambtelijke organisatie en de nieuwe gemeenteraden extra tijd om zich op de implementatie voor te bereiden. Op het moment van inwerkingtreding is de verandering niet meteen af. De leerpunten die naar voren komen uit het onderzoek zullen daarom zowel gericht zijn op de korte termijn (waar is mogelijk nog ‘brand’), als op de transitieperiode waarin we met elkaar leren werken met de nieuwe wet en de nieuwe kaders.
1.3
Doelstelling onderzoek
De doelstelling van de Rekenkamercommissie voor dit onderzoek is tweeledig: ● Duidelijkheid verschaffen over de stand van zaken ten aanzien van de implementatie van de Omgevingswet in de Kempengemeenten. ● Leerpunten formuleren, in het bijzonder voor de rol van de gemeenteraden ten aanzien van de Omgevingswet. De centrale onderzoeksvraag voor dit onderzoek is: Zijn de Kempengemeenten klaar voor de Omgevingswet?
| 5 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
H2 | Conclusies en aanbevelingen Op basis van de bevindingen, zoals weergegeven in hoofdstuk 4, worden in dit hoofdstuk conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.
2.1
Conclusies
1. De gemeente Reusel-De Mierden is (nog) niet klaar voor de invoering van de Omgevingswet. Om de Omgevingswet te kunnen implementeren en te voorkomen dat het niveau van dienstverlening op het terrein van vergunningverlening minimaal gelijk blijft aan het bestaande niveau op het moment van inwerkingtreding van de wet, is binnen Reusel-De Mierden al een stevig fundament gelegd. Dit neem niet weg dat nog een eindsprint moet worden ingezet om op 1 januari 2023 echt klaar te zijn. Extra inzet is specifiek nodig op de volgende onderdelen: ● Het invoeren van de gegevens in het nieuwe digitale systeem (DSO) en het oefenen ermee. ● Knopen doorhakken over de taak -en verantwoordelijkheidsverdeling in het vergunningverleningsproces en ook met dat proces oefenen (intake- en omgevingstafels). ● Aandacht voor het werken met het nieuwe (tijdelijke) omgevingsplan, met specifiek aandacht voor het omgaan met afwijkingen (behandelen via vergunningverlening of aanpassingen van het omgevingsplan). In oktober staan nog twee raadsbesluiten op de agenda (adviesrecht en eventueel verplichte participatie bij bepaalde initiatieven) die gevolgen kunnen hebben voor de definitieve inrichting van het vergunningverleningsproces. 2. Meeste raadsbesluiten in de voorbereiding moeten nog genomen worden, maar met de nodige bijeenkomsten en kennissessies, lijkt dit goed te komen.
Over het delegatiebesluit, adviesrecht en verplichte participatie bij buitenplanse initiatieven moet in het najaar van 2022 nog een beslissing worden genomen. Ter voorbereiding op de besluitvorming in het najaar is het college van plan om de raad middels zogenaamde werkateliers op de hoogte te brengen van de stand van zaken ten aanzien van de Omgevingswet, de te nemen besluiten en de mogelijke implicaties van de keuzes die de raad maakt. De raad is erg tevreden met deze vorm van voorbereiding op de besluitvorming. De raad is daarbij bevraagd over wat zij verwachten en vooral ook wat de raad wil. Het feit dat veel besluiten nog dit najaar genomen moeten worden, baart de raad geen zorgen. 3. Reusel-De Mierden levert een constructieve bijdrage aan de samenwerking met andere Kempengemeenten en binnen de regio Zuidoost Brabant. De veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt zijn gericht op het omgaan met maatschappelijke opgaven zoals de demografische ontwikkelingen, klimaatveranderingen en de relatie tussen inwoners en de overheid. Participatie en samenwerking zijn daarom belangrijke pijlers van de wet. Samenwerking met zogenoemde ketenpartners (provincie, Omgevingsdienst, waterschap en GGD) is nodig om aan complexe vraagstukken invulling te kunnen geven en is een formeel onderdeel van het vergunningverleningstraject onder de wet.
De gemeente Reusel-De Mierden levert aan de diverse overleggen een constructieve bijdrage en richt zich op het bereiken van een effectief werkproces, zowel in de GR VTH als in het overleg met ketenpartners.
| 6 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
4. De gemeente(raad) wil beleidsneutraal overgaan. De gemeenteraad van Reusel-De Mierden wil op een constructieve en praktische manier invulling geven aan de implementatie van de Omgevingswet. De raad streeft niet naar grote veranderingen maar biedt ruimte om de benodigde aanpassingen in het werkproces en de dienstverlening door te voeren. De acties die in de voorlopige plannen en besluiten zijn opgenomen, betreffen de minimale acties. Dat sluit aan op het ambitieniveau van de gemeente Reusel-De Mierden: doen wat noodzakelijk is en zo veel mogelijk beleidsneutraal overgaan van de huidige naar de nieuwe situatie. Dit is niet formeel door de raad besloten, maar het is wel gedeeld met de raad via een raadsinformatienota en in informatiesessies. 5. De raad wil ondanks de beleidsneutrale overgang, wel meer regie gaan voeren, wat onherroepelijk leidt tot meer werk. Uit het onderzoek blijkt dat de raad voornemens is om straks meer regie te gaan voeren op vergunningen en bestemmingsplannen. De raad is hiermee terughoudender in het creëren van ruimte dan men verstaat onder ‘beleidsneutraal’ en wat de intentie is van de Omgevingswet. De raad heeft aangegeven dat ze het delegatie-/mandaatbesluit zo veel mogelijk bij zichzelf willen houden.
Als de raad echter alle/zoveel mogelijk buitenplanse initiatieven van advies wil voorzien, dan betekent dat wel wat voor de raadsagenda, maar ook ambtelijk. Dat is in het licht van de huidige capaciteitsproblemen een flinke uitdaging. Er is namelijk een ‘ruime werkvoorraad’ bij ReuselDe Mierden en op dit moment hiervoor eenvoudigweg te weinig personele capaciteit. De raad zou dus meer gebruik kunnen maken van de ruimte die de Omgevingswet biedt, door de uitvoering meer bij het college te laten en de beschikbare tijd te besteden aan de grote maatschappelijke vraagstukken. 6. De raad wordt (door het college) in staat gesteld om te kaderstellen en controleren, maar voelt zich nog niet senang in die rol. Uit het onderzoek blijkt dat de raadsleden zelf vinden dat ze door het college tot nu toe voldoende in stelling worden gebracht om te kunnen kaderstellen en controleren. De informatievoorziening hiervoor is op orde. Desondanks vinden de meeste raadsleden het een lastig en complex verhaal dat voor een lekenbestuur moeilijk is te doorgronden. Er is dus niet zo zeer twijfel over de vraag of de raad goed in stelling wordt gebracht om te kunnen kaderstellen en te controleren, maar er is eerder onbehagen over de omvang en complexiteit van de wet en de mogelijke implicaties. De samenhang tussen al deze instrumenten is nog niet voor alle raadsleden helder.
Dit is ook het geval bij de voorliggende raadsbesluiten die genomen moeten worden voordat de wet in werking treedt. Uit het onderzoek blijkt kortom dat de raad op dit moment vooral nog (vrij reactief) aan het controleren is, maar zich ook nog niet volledig geëquipeerd voelt in die rol. Zo is er door de raad ook geen gebruikgemaakt van (bij)sturingsinstrumenten ten aanzien van de Omgevingswet. 7. De informatievoorziening is op orde, maar het implementatieproces blijft lastig te volgen. Uit de online vragenlijst en uit de gesprekken blijkt dat de informatievoorziening vanuit het college over de invoering van de Omgevingswet als ‘ruim voldoende/goed’ wordt beoordeeld door de raad (gemiddeld geven raadsleden een 7,5). In Reusel-De Mierden wordt veel informatie met de raad gedeeld via informatienota’s (RIN’s) en er zijn in het verleden ook regelmatig werkateliers over de Omgevingswet gehouden. Er zijn werkateliers geweest over de informatievoorziening, de
| 7 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
communicatie, participatie en de omgevingsdialoog. De raad is daarbij bevraagd over wat de verwachting en wensen zijn. Als het gaat om de kwaliteit van de informatie dan worden zowel de tijdigheid als de juistheid en de volledigheid als (zeer) goed beoordeeld. Wel wordt hierbij opgemerkt dat volledigheid een lastig begrip is: “je weet natuurlijk niet wat je eventueel mist”. Kijken we naar hiaten in de informatievoorziening, dan valt het op dat met name inzichten in de te verwachten effecten en resultaten en de consequenties van de besluiten worden gemist. Dit is in lijn met hetgeen eerder werd geconstateerd, namelijk dat raadsleden het lastig vinden om de implicaties van de wet en de daarbij behorende besluiten te overzien. 8. Er is op dit moment geen regionale samenwerking tussen de gemeenteraden. Samenwerking is een essentieel onderdeel van een succesvolle implementatie en daarop volgende uitvoering van de Omgevingswet. Dit bewustzijn is aanwezig binnen de ambtelijke organisatie en ook bij de raad; dit besef is ook meer aanwezig bij Reusel-De Mierden dan in de andere Kempengemeenten. De raad kan de komende jaren in zijn besluitvorming het belang van samenwerking zowel op het gebied van het omgaan met maatschappelijke opgaven, als op het gebied van effectieve bedrijfsvoering mee blijven wegen naast lokale eigenheid en zelfstandigheid.
2.2 Aanbevelingen 1. College en raad: Benoem in de nog te nemen raadsbesluiten de concrete consequenties voor niveau van dienstverlening en capaciteit. Nog niet alle besluiten die de raad moet nemen voor de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn inmiddels genomen of met de raad voorbesproken en in een advies uitgewerkt. Dit gaat bijvoorbeeld om besluiten over het adviesrecht en delegatie en eventueel verplichte participatie bij buitenplanse activiteiten. Door in de adviezen de samenhang te beschrijven met de dienstverlening aan initiatiefnemers en andere betrokkenen en dit te koppelen aan de benodigde capaciteit binnen de ambtelijke organisatie, kan de raad een afgewogen besluit nemen en de (financiële) consequenties overzien. 2. College: Geef prioriteit aan besluiten ten aanzien van taken en verantwoordelijkheden in het vergunningverleningsproces. Vanuit het SSC is voor alle vier de Kempengemeenten de technische koppeling met het DSO geregeld. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het verstrekken van vergunningen. Het aanpassen van het vergunningverleningstraject ligt voor een groot deel bij VTH en de uitvoering ervan bij GR de Kempen. Met name bij de meer complexe vergunningaanvragen staat het behandelproces niet los van de gemeente zelf.
De verdeling van de werkzaamheden en verantwoordelijkheden tussen Ruimtelijke Ordening bij de gemeente en VTH De Kempen moet op korte termijn duidelijk worden zodat intake en omgevingstafels goed kunnen worden ingericht en het mandaat helder is. 3. College: Ga uit van “het hoeft niet af te zijn om klaar te zijn”. Niet alles hoeft op papier tot in de puntjes uitgewerkt te zijn. Van belang is om de nieuwe softwaresystemen te vullen en er net als met de omgevings- en intaketafels, zo snel mogelijk mee te gaan oefenen om vanaf de datum van inwerkingtreding zo weinig mogelijk tegen kinderziektes aan te lopen. Oefenen met zowel de systemen als nieuwe overlegvormen (zie ook de vorige aanbeveling) levert sneller en duidelijker inzichten op en maakt de implementatie voor alle betrokkenen minder theoretisch en meer realiteit. Alles wat daarvoor geoefend kan worden draagt bij aan de kwaliteit van dienstverlening na 1 januari 2023.
| 8 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
4. College: Stel een handboek “werken met het omgevingsplan” op. Reusel-De Mierden heeft gekozen voor een beleidsneutrale overgang van de regelgeving. Dit betekent dat de bestaande bestemmingsplannen en de bruidsschat worden overgenomen in het tijdelijk omgevingsplan. Beleidsneutraal betekent niet dat er niets verandert. Zo is er straks nog maar één omgevingsplan in plaats van verschillende bestemmingsplannen en komt de kruimelregeling te vervallen. Afwijken kan nog via het verlenen van een vergunning of via aanpassen van het omgevingsplan. Beide varianten vragen aandacht voor participatie. Door de werkwijze vast te leggen in een handboek wordt aan alle medewerkers duidelijkheid geboden. 5. College en raad: Heb aandacht voor het capaciteitsprobleem De verwachting is dat de gemeente Reusel-De Mierden niet op 1 januari 2023 in formele zin voldoet aan alle eisen die de Omgevingswet stelt, tenzij nog een stevige eindsprint wordt ingezet. De capaciteit voor het doorvoeren van de benodigde acties vraagt de aankomende maanden nog aandacht. Het gaat daarbij zowel om de benodigde uren als het eigen maken van kennis en vaardigheden binnen de eigen organisatie. Daarnaast is een aantal zaken met betrekking tot samenwerking in de regio nog onduidelijk en zijn nog niet alle raadsbesluiten (met betrekking tot de minimale acties) genomen, terwijl dit wel van invloed kan zijn op de bezetting.
6. College en raad: Zorg voor een meerjarenplanning met doelstellingen voor de komende drie tot vijf jaar. De bestaande plannen richten zich op het projectmatig implementeren van de wet om klaar te zijn op de datum van inwerkingtreding. Echter, vanaf die datum begint het anders werken onder de Omgevingswet pas. Het is van belang ook voor de eerste jaren (de transitieperiode) een plan van aanpak te hebben om goed te kunnen sturen. Bovendien geven doelstellingen voor de wat langere termijn richting aan de besluiten die op korte termijn nog genomen moeten worden. Wanneer hieraan periodieke rapportages worden toegevoegd kan de raad de controlerende taak beter uitvoeren. 7. College en raad: Zorg voor een regionaal platform of meer samenwerking voor raadsleden. Het zou de grip voor de raad op strategisch niveau enorm versterken als er een platform of een andere vorm van samenwerking wordt georganiseerd op regionaal niveau. Via dit platform zouden raadsleden informatie kunnen uitwisselen, zienswijzen, moties en amendementen kunnen doornemen, maar ook technische vragen kunnen voorbereiden. Op dit vlak zou ook de griffie een rol kunnen spelen. 8. College en raad: Laat de gemeenteraad beter informeren over de Omgevingswet en de implicaties van de keuzes die de raad op het punt staat te maken, bijvoorbeeld via expertsessies. De Omgevingswet is een complex onderwerp.
Om de kaderstellende en controlerende taak goed uit te kunnen voeren, is naast voldoende informatie ook voldoende begrip van de Omgevingswet nodig om deze informatie te duiden. De gemeenteraad kan zich, bijvoorbeeld in een expertsessie of in regionale bijeenkomsten (met ook onafhankelijke experts van buiten), beter laten informeren. Het gaat hier nadrukkelijk niet over de Omgevingswet an sich, maar vooral over de gevolgen van keuzes, bijvoorbeeld ten aanzien van het delegatiebesluit en de participatie.
| 9 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
DEEL II
Nota van bevindingen
| 10 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
H3 | Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ● ● ● ●
Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording Hoofdstuk 4: Aanpak invoering Omgevingswet Hoofdstuk 5: Stand van zaken invoering Omgevingswet Hoofdstuk 6: Rol van de gemeenteraad
In de bijlagen is de informatie opgenomen waarnaar in de tekst wordt verwezen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd.
3.1 Hoofdvraag en deelvragen De Rekenkamercommissie heeft voor het onderzoek de volgende centrale vraagstelling geformuleerd: Zijn de Kempengemeenten klaar voor de Omgevingswet? De Rekenkamercommissie heeft de centrale onderzoeksvraag verder geoperationaliseerd naar tien deelvragen. Aanpak invoering Omgevingswet 1. Welke aanpak is er in de afzonderlijke gemeenten gepland en gevolgd ten aanzien van de invoering van de Omgevingswet? 2. Welke verschillen en overeenkomsten zijn er in het invoeringstraject tussen de afzonderlijke gemeenten? (De beantwoording van deze vraag komt terug in koepelnotitie.) 3. Is er voorzien in een realistisch (meerjaren)plan om tijdig te (gaan) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt? Stand van zaken invoering Omgevingswet 4. Wat is de huidige stand van zaken in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet in de afzonderlijke gemeenten? 5. Is het de verwachting dat de afzonderlijke gemeenten op de invoeringsdatum van de Omgevingswet1 (kunnen) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt? 6. Is het de verwachting dat de afzonderlijke gemeenten (kunnen) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan de wijze waarop gemeenten in de dagelijkse praktijk invulling geven aan de wet? Met name gericht op houding en gedrag van bestuur en ambtelijke organisatie.
De invoeringsdatum waarop dit onderzoek is gebaseerd, is 1 juli 2022. Op 2 februari 2022 werd echter bekend dat deze invoeringsdatum wordt verschoven naar een nog onbekende datum. 1
| 11 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Rol van de gemeenteraad 7. Wat is de rol en positie van de afzonderlijke gemeenteraden in de voorbereiding van de Omgevingswet? 8. Hoe is voorzien in en invulling gegeven aan de rol en de positie van de afzonderlijke gemeenteraden in de voorbereiding van de Omgevingswet? 9. Is voorzien in monitoring die de afzonderlijke gemeenteraden in staat stelt om het implementatieproces te volgen en zo nodig bij te sturen? 10. Wat zijn de eventuele aandachts- en leerpunten voor de gemeenteraden? Scope van het onderzoek Dit onderzoek concentreert zich op de stand van zaken ten aanzien van de implementatie van de Omgevingswet. Hierdoor kenmerkt het onderzoek zich als een ex durante en ex ante onderzoek. Dit type onderzoek vindt plaats voorafgaand aan de invoering van beleid. We onderzoeken hoe ver de gemeente is met de vereiste aanpassingen om op de datum van inwerkingtreding de dienstverlening aan inwoners te kunnen verlenen conform de minimale eisen van de Omgevingswet. Behalve een toetsing aan de minimale eisen onderzoeken we ook in hoeverre de gemeente het eigen ambitieniveau ten aanzien van deze dienstverlening heeft doorgevoerd in beleid, regelgeving en organisatieaanpassingen. We hebben ook een aantal ontwikkelpunten voor de gemeente voor de korte termijn en de middellange termijn.
De implementatie van de wet is niet af op de datum van inwerkingtreding en zal ook in de periode erna veel vragen van de politieke en ambtelijke organisatie. Buiten de scope van dit onderzoek valt de keuze voor softwareleveranciers en de mate waarin dit zorgt voor extra werkzaamheden bij ICT en informatievoorziening. Er is wel geverifieerd of de gemeente de benodigde koppelingen aan het landelijke systeem tijdig kan realiseren en of de voorbereidingen voor de overgang van het oude naar het nieuwe systeem op schema liggen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd voor de vier Kempengemeenten (Bladel, Reusel-De Mierden, Oirschot en Eersel). De aanpak is voor alle vier de gemeenten hetzelfde geweest. Naast een rapport per gemeente, is er ook een koepelnotitie geschreven met daarin de belangrijkste overeenkomsten en verschillen, maar ook best practices.
3.2
Onderzoeksaanpak
Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt. Hierbij is onder andere gebruikgemaakt van een vragenlijst en een normenkader als onderzoekstool. Normenkader Om de verzamelde informatie te beoordelen en om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, is gebruikgemaakt van een normenkader. Dit normenkader is te vinden in bijlage 1. Toetsingskader Naast een normenkader is voor dit onderzoek ook een toetsingskader gebruikt, namelijk de 27 minimale acties van de VNG. Behalve een toetsing aan de minimale eisen is ook onderzocht in hoeverre de gemeente het eigen ambitieniveau ten aanzien van deze dienstverlening heeft doorgevoerd in beleid, regelgeving en organisatieaanpassingen.
| 12 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Documentenstudie Op basis van de documentenstudie zijn de topiclijsten opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 2. Vragenlijst raadsleden Om zoveel mogelijk raadsleden in staat te stellen een bijdrage aan het onderzoek te leveren is er naast een documentenstudie gebruikgemaakt van een vragenlijst voor de gemeenteraad (respons hierop was 66,6% in Reusel-De Mierden (tien van de vijftien raadsleden)). Deze vragenlijst bevatte een beperkt aantal vragen om een grote tijdsbelasting te voorkomen. Onderwerpen die daarin aan de orde kwamen, zijn: ● inrichting informatievoorziening; ● juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie; ● mogelijkheid tot goed uitoefenen van kaderstellende en controlerende taak; ● in hoeverre doelstellingen concreet geformuleerd worden. De vragenlijst voor raadsleden gaf input voor het tweede deel van het onderzoek, waarin we met een vertegenwoordiging van de raad een groepsgesprek hebben gevoerd. De volledige vragenlijst is opgenomen in bijlage 4. Interviews met betrokkenen Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden.
Per gemeente zijn er gesprekken gevoerd met onder andere: ● Programmamanager/projectmanager Omgevingswet ● Afdelingshoofd Ontwikkeling, Teamleider Vergunningen (binnen GR), Teamleider ICT/Informatievoorziening(binnen SSC) en Afdelingshoofd Bedrijfsvoering ● Afvaardiging van de betrokken colleges van B&W ● Afvaardiging van de betrokken gemeenteraad Daarnaast zijn er ook een aantal samenwerkingspartners gesproken: ● Provincie ● Waterschap ● Omgevingsdienst De complete lijst van geïnterviewde personen en instanties is te vinden in bijlage 3. Voor de interviews hebben we topiclijsten gehanteerd.
| 13 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
H4 | Aanpak invoering Omgevingswet Dit hoofdstuk gaat in op de aanpak voor de invoering van de Omgevingswet en behandelt deelvragen 1 en 3 (deelvraag 2 komt terug in de koepelnotitie). Aanpak 1.
Welke aanpak is er in de afzonderlijke gemeenten gepland en gevolgd ten aanzien van de invoering van de Omgevingswet?
3.
Is er voorzien in een realistisch (meerjaren)plan om tijdig te (gaan) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt?
4.1 Welke aanpak is er gepland en gevolgd t.a.v. de invoering van de Omgevingswet? Normen bij deelvraag 1: ● Er is sprake van een heldere en vastgestelde aanpak met duidelijke (vooraf vastgestelde) mijlpalen en resultaten. ● Er is sprake van een aanpak waarin niet alleen organisaties en colleges van B&W, maar ook de (rol van de) gemeenteraad(sleden) expliciet is meegenomen. ● Er is sprake van een vastgestelde projectbegroting voor de voorbereiding op inwerkingtreding.
Reusel-De Mierden kent een gedegen projectplan Er is voor Reusel-De Mierden een uitgebreid Projectplan Implementatie Omgevingswet vastgesteld in juli 2020. Dit plan voorziet in een gedegen uitwerking van wat de Omgevingswet inhoudt en maakt een gedetailleerde koppeling naar de beschikbare informatie en aanpak vanuit de VNG. Behalve de context en inhoudelijke toelichting, bevat het projectplan een planning op hoofdlijnen op kwartaalbasis richting de destijds actuele invoeringsdatum 1 januari 2022. De projectstructuur staat beschreven en er is een overzicht van de verwachte benodigde capaciteit opgenomen. Dit projectplan vormt de basis voor vijf plannen van aanpak en voor evenveel werkgroepen: 1. Werkprocessen 2. Participatie en communicatie 3. Omgevingsvisie 4. Omgevingsplan 5. Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) De deelplannen kenmerken zich door eenzelfde grondige uitwerking van het overkoepelende plan en werken alle vijf vanuit dezelfde uitgangspunten. Belangrijkste uitgangspunt is dat Reusel-De Mierden zich richt op het doorvoeren van de minimale acties zoals opgesteld door de VNG en de daarin gestelde resultaten hanteert als mijlpalen voor de planning.
Vooral in de beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden wordt de actuele situatie uitgewerkt - zoals de samenwerking met het Shared Service Centre (SCC) op het gebied van het DSO en de samenwerking met de Gemeenschappelijke Regeling Vergunning Toezicht en Handhaving De Kempen ten aanzien van de werkprocessen.
| 14 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Tot en met eind 2020 zijn de plannen actueel en gericht op de invoeringsdatum 1 januari 2022. Er is geen formeel (vastgesteld) document met aangepaste deadlines naar aanleiding van het uitstel van de ingangsdatum. Wat opvalt aan het Projectplan Implementatie Omgevingswet is dat in de bijlagen wezenlijke informatie is opgenomen, zoals een raadsinformatiememo en het manifest regionale samenwerking. Door het in de bijlagen te positioneren is er een licht risico dat het niet gelezen wordt, zeker omdat het gaat om een zeer uitgebreid document. Betrokkenheid relevante samenwerkingspartners Er is binnen Reusel-De Mierden sprake van een formele projectstructuur met een stuurgroep als ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgever. Daarmee is een directe lijn gelegd tussen de ambtelijke organisatie en het bestuur. De uitvoering is in handen van het projectteam en de genoemde werkgroepen. De uitvoeringsorganisaties VTH de Kempen en SSC de Kempen zijn rechtstreeks betrokken bij de aanpak door vertegenwoordiging in de flexibele schil van de werkgroepen. De gemeenteraad wordt betrokken wanneer in de genoemde minimale acties melding wordt gemaakt van verplichte raadsbesluiten (zoals bijvoorbeeld het besluit over het adviesrecht) en wordt gericht geïnformeerd via Raadsinformatie Notities (RIN) en werkateliers. Na de verkiezingen van maart 2022 is de samenstelling van de raad gewijzigd.
Hier wordt op ingespeeld door in september opnieuw een informatiebijeenkomst te organiseren voorafgaand aan een aantal nog te nemen raadsbesluiten in het vierde kwartaal van dit jaar (waar we in paragraaf 6.1 nader op ingaan). De projectplannen zijn vooral gericht op wat moet gebeuren in de ambtelijke organisatie en als zodanig voorgelegd aan de stuurgroep en niet aan de raad. Behalve de projectplannen voor Reusel-De Mierden zelf, is er sprake van regionale (ambtelijke) samenwerking zoals in het Regionaal Implementatie Overleg Kempen (RIOK). Ook de VTH De Kempen neemt deel aan dit overleg. Al in 2017 is een opzet gemaakt voor een gezamenlijke (beleidsmatige) aanpak van de implementatie met een aantal heldere uitgangspunten in het Programmaplan Invoering Omgevingswet Kempengemeenten. Dit plan is niet voorgelegd aan de raden van de Kempengemeenten en is ook niet als zodanig uitgevoerd. Wel zijn er diverse initiatieven om op onderdelen samen te werken, zoals het gezamenlijk vormgeven van het omgevingsplan. In de praktijk blijkt het lastig om concrete voortgang te boeken op de samenwerking op verschillende vlakken. Reusel-De Mierden onderstreept het belang van samenwerking in het kader van de Omgevingswet, de andere Kempengemeenten doen dat minder De wens tot samenwerking is volledig in lijn met de geest van de Omgevingswet.
De maatschappelijke opgaven (demografie, woningbouw, klimaatverandering) waarvoor de gemeenten aan de lat staan, zijn omvangrijk en gemeentegrens overschrijdend. In algemene zin is de samenwerking tussen de Kempengemeenten zichtbaar in de structuur: er is een Shared Service Center voor ondersteunende diensten en een VTH De Kempen voor de VTH-taken. Beide spelen een rol bij de implementatie van de Omgevingswet. Zo is het SSC vanuit ICT uitvoerder van de minimale acties met betrekking tot het technische deel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en VTH De Kempen voor de vergunningverlening conform de eisen die de Omgevingswet aan dit proces stelt. Dit heeft ertoe geleid dat de aanbesteding en inkoop van de software centraal zijn geregeld en dat de technische koppeling van de gemeenten aan het landelijke DSO mogelijk is. Er is voor de VTH De Kempen een draaiboek Omgevingswet van juli 2021 waarin voor minimale acties VTH een gedetailleerde uitwerking is opgenomen. Dit betekent voor Reusel-De Mierden dat de voorbereidingen op de implementatie ten aanzien van de VTH-taken goed inzichtelijk zijn en grotendeels op schema liggen.
| 15 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Daar waar het gaat om de invulling van de precieze taakverdeling onder de Wet tussen VTH binnen de GR en RO binnen de gemeente zelf, is nog wel enige discussie en onduidelijkheid. De verwachting is dat dit de komende maanden verder wordt verhelderd, zodat het vergunningverleningsproces onder de Omgevingswet kan worden uitgevoerd, zo blijkt uit de interviews met de betrokken medewerkers van zowel de GR Kempengemeenten als de gemeente. Op andere onderdelen van de implementatie ligt de aanpak volledig bij de gemeente zelf. Het gaat dan bijvoorbeeld over het opstellen van de omgevingsvisie en de besluitvorming over hoe te werken met het nieuwe (tijdelijke) omgevingsplan. Hierin wordt onder andere ingegaan op de vraag: hoe gaan we om met afwijkingen van het omgevingsplan? Kiest de gemeente dan voor afwijken via een omgevingsvergunning of voor afwijken via het aanpassen van het omgevingsplan? Het is voor de invulling van het werkproces, inclusief dat van de GR, van belang dat hierover duidelijkheid komt. Uit de interviews en stukken blijkt dat deze duidelijkheid er nu nog niet is. Over de structuur van het omgevingsplan zijn de Kempengemeenten wel met elkaar in overleg, maar uit de interviews komt naar voren dat het niet eenvoudig is om te komen tot een uniforme aanpak.
Het valt op dat Reusel-De Mierden vaak het belang van de samenwerking benadrukt, maar toch moet signaleren dat er binnen de Kempengemeenten een behoefte is aan een eigen aanpak of werkwijze. Naast de samenwerking binnen de Kempengemeenten, vraagt de Omgevingswet samenwerking met ketenpartners zoals de provincie, de uitvoerende diensten, de GGD en het waterschap. In februari 2020 zijn in Zuidoost-Brabant afspraken gemaakt over regionale samenwerking. Reusel-De Mierden neemt (voor zover de capaciteit het toelaat) actief deel aan deze samenwerking. De gemeente neemt niet op individuele basis deel maar via de vertegenwoordiging vanuit de Kempengemeenten. In het overleg worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de inrichting van regionale omgevingstafels en het oefenen met deze overlegvorm. Behalve het VTH-proces zijn er afspraken over opleidingen en de product-/dienstencatalogus. Het is voor de ketenpartners niet haalbaar om met alle 21 gemeenten in de regio apart het nieuwe vergunningverleningsproces in te regelen. Dat kost niet alleen extra geld vanwege onder meer de extra inzet van medewerkers, de kans dat het een keer fout gaat bij juist de grotere ontwikkelingen is aanwezig vanwege de diversiteit aan procedures, zo komt uit de gesprekken naar voren.
De projectbegroting is vastgesteld Uit het projectplan blijkt dat een meerjarenbudget is opgenomen in de meerjarenbegroting van Reusel-De Mierden. Hierbij wordt aangegeven dat geen rekening is gehouden met eventuele personele gevolgen zoals omscholings- en afvloeiingskosten. Door het op te nemen in de meerjarenbegroting is het budget formeel door de raad vastgesteld. Monitoring vindt plaats via het reguliere begrotingsproces, niet via een apart traject.
4.2 Is er voorzien in een realistisch (meerjaren)plan om te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet? Normen bij deelvraag 3: ● In de gemeente Reusel-De Mierden is er sprake van een realistisch (meerjaren)plan om tijdig te voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt. ● Het meerjarenplan is bekend bij de betrokken actoren.
| 16 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Er is geen meerjarenplanning Alle bestaande plannen richten zich op de implementatie en daarmee de datum van inwerkingtreding van de wet. Daarbij staat het voldoen aan de minimale eisen op de datum van inwerkingtreding centraal. Er zijn geen plannen voor de zogenoemde transitieperiode; de periode twee tot drie jaar na inwerkingtreding, waarin alle voorbereidingen dagelijkse praktijk moeten worden. Uit de gesprekken blijkt dat de gemeente zich ervan bewust is dat de transitieperiode een lastige tijd wordt vanwege alle vernieuwingen en het deels doorlopen van projecten onder het oude regime en de te verwachten kinderziektes bij het DSO. Mede daarom wordt het programma Omgevingswet voortgezet na datum inwerkingtreding. Dit neemt niet weg dat er geen projectplan voor is opgesteld en de blik gericht is op de datum van inwerkingtreding. Er wordt door medewerkers van de gemeente gewezen op het feit dat bepaalde zaken niet hoeven voor de datum van inwerkingtreding en dat activiteiten in dat kader worden verschoven tot later. Denk hierbij aan het “Omgevingswet proof” maken van zowel de omgevingsvisie (deadline 31 december 2024) als het omgevingsplan (deadline 31 december 2029).
Dit is formeel juist, al is het wel van belang om deze activiteiten een plek te geven in een lange termijn planning én ze niet uit het oog te verliezen als richtinggevende doelstellingen voor de activiteiten op de korte termijn. Het ontbreken van een meerjarenplanning is indicatief voor de projectmatige wijze waarop de Omgevingswet in Reusel-De Mierden wordt geïmplementeerd. Dit is ten aanzien van de voorbereidingen op de ingangsdatum een effectieve werkwijze, maar het neemt niet weg dat een realistisch meerjarenplan om ook daarna te voldoen aan de eisen van de wet in deze fase wenselijk is. Dat zou ook meer richting en duiding geven aan de besluiten die de raad moet nemen in deze periode. Uit de raadsadviezen, planningen en gesprekken blijkt dat een beleidsneutrale overgang met als aanvulling een evaluatie na ongeveer een jaar het uitgangspunt is voor de implementatie van de wet. Dat is een prima aanpak, zeker voor de kortere termijn. De raad zou echter nog beter in positie gebracht kunnen worden door ook nu al een meerjarenplan op te stellen met daarin scenario’s met verwachte consequenties van de te maken keuzes. Hiermee kan dan worden voldaan aan één van de adviezen vanuit de lijst minimale acties: “veranderopgave na datum indiensttreding bepaald” nog veel punten op de planning die ‘nog uit te werken’ zijn.
| 17 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
H5 | Stand van zaken invoering Omgevingswet Dit hoofdstuk gaat in op de stand van zaken met betrekking tot de invoering van de Omgevingswet en beantwoordt deelvragen 4 tot en met 6. Stand van zaken invoering Omgevingswet 4.
Wat is de huidige stand van zaken in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet in de afzonderlijke gemeenten?
5.
Is het de verwachting dat de afzonderlijke gemeenten op de invoeringsdatum van de Omgevingswet2 (kunnen) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt?
6.
Is het de verwachting dat de afzonderlijke gemeenten (kunnen) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan de wijze waarop gemeenten in de dagelijkse praktijk invulling geven aan de wet? Met name gericht op houding en gedrag van bestuur en ambtelijke organisatie.
5.1 Wat is de stand van zaken in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet? Normen bij deelvraag 4: ● De raadsbesluiten die voor de invoeringsdatum genomen moeten zijn, zijn minimaal met de raad voorbesproken en in een advies uitgewerkt (zie paragraaf 6.1 voor de beantwoording). ● Er wordt geoefend met het DSO. ● Er wordt geoefend met omgevingstafels, inclusief ketenpartners. ● Er zijn nieuwe (financiële) afspraken gemaakt met ketenpartners. ● Er is een opleidingsplan voor in elk geval de teams vergunningen en RO. ● Er zijn werkafspraken geformuleerd (bijvoorbeeld in een handboek) over het verwerken van buitenplanse initiatieven op basis van het tijdelijke omgevingsplan. Er wordt nog niet voldoende geoefend met het DSO Vanuit het SSC is voor alle vier de Kempengemeenten de technische koppeling met het DSO geregeld. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het kunnen verstrekken van vergunningen onder de Omgevingswet. Het vullen van het systeem is de verantwoordelijkheid van de gemeenten zelf. Het gaat dan om de bestemmingsplannen die worden samengevoegd tot het nieuwe omgevingsplan, de formats van diverse formulieren en brieven en de zogenoemde vragenbomen3 die horen bij het verstrekken van informatie over de regelgeving. Het aanpassen van het werkproces vergunningverlening ligt voor een groot deel bij de VTH De Kempen.
Dit gebeurt uiteraard in afstemming met de gemeenten. De GR heeft een implementatieplan opgesteld en geactualiseerd in 2021. Door het uitstel zijn de deadlines verschoven. Mede hierdoor ligt, zo blijkt uit de interviews, de GR voor het deel van de implementatie waarvoor zij verantwoordelijk is, op schema. Enige zorg is er over de beschikbare capaciteit.
De invoeringsdatum waarop dit onderzoek is gebaseerd, is 1 juli 2022. Op 2 februari 2022 werd echter bekend dat deze invoeringsdatum wordt verschoven naar een nog onbekende datum. 3 Vragenbomen leiden initiatiefnemers/inwoners op een eenvoudige manier door digitaal beschikbare informatie. 2
| 18 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Daarnaast moet nog geoefend worden met het nieuwe systeem en moet in de samenwerking met onder meer team RO van Reusel-De Mierden de precieze taakverdeling nog worden afgestemd. Er ligt voor dit deel in de gemeente Reusel-De Mierden (nog) geen duidelijk stappenplan dat aansluit bij de actualiteit. Wel is er een werkgroep DSO opgezet en een bijbehorend Plan van aanpak werkgroep DSO (2020)4. Er kan ook nog amper worden geoefend met de systemen omdat de VTHapplicatie opnieuw moest worden aanbesteed vanuit de Omgevingsdienst (ODZOB). Sinds 1 juli van dit jaar is de minimale variant voor de regio beschikbaar wat ook bij de individuele gemeenten voor vertraging heeft gezorgd. Omdat het “vullen” van het systeem bij de gemeente niet af is, is oefenen met het DSO lastig. Uit de interviews komt naar voren dat er hard aan gewerkt wordt om hier in het vierde kwartaal nog een slag in te slaan. Uit nagekomen informatie blijkt dat in november 2022 een week wordt vrijgemaakt voor de betrokken ambtenaren om te oefenen met diverse aspecten van zowel het DSO als de interne werkprocessen. Vanuit de ODZOB zal nog een brief aan bestuurders worden gestuurd om elke gemeente aan te sporen in het najaar intensief met de systemen te gaan oefenen.
Er wordt voorzichtig geoefend met (regionale) omgevingstafels De beleidsneutrale overgang betekent voor VTH dat bij meer complexe aanvragen, die niet meer in aanmerking komen voor de verlengde procedure, een voortraject nodig is om de termijn van acht weken te kunnen realiseren. Hiervoor wordt inmiddels voorzichtig geoefend met (regionale) omgevingstafels, zoals bij de Metropoolregio Eindhoven. Zowel bij het inrichten als bij het oefenen met de omgevingstafel in het voortraject, komen nog praktische onzekerheden naar boven over wie precies wat doet en met welk mandaat. Vanuit de provincie wordt aangegeven dat men juist met de Kempengemeenten en zeker ook met Reusel-De Mierden, goed op weg is met overlegstructuren en het ondersteuningsnetwerk. Zo wordt met alle individuele gemeenten eens per drie weken overlegd over ruimtelijke ontwikkelingen vanuit de wens om in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken te zijn bij deze ontwikkelingen. Soms neemt een initiatiefnemer deel aan de gesprekken en/of wordt een locatie gezamenlijk bezocht. In aanvulling op deze overleggen vindt eens per twee maanden met alle Kempengemeenten een thematisch overleg plaats. Een en ander draagt bij aan een goede onderlinge samenwerking en een sfeer van onderling vertrouwen. Daarmee passen de overleggen in “de geest van de Omgevingswet”.
Er is echter bij deze overleggen nog geen koppeling met vergunningaanvragen of concrete initiatieven. Het is een voorfase van het vooroverleg zoals bedoeld in de minimale acties met een omgevingstafel. Er is vanuit de gemeente Reusel-De Mierden en andere gemeenten een sterke behoefte om de omgevingstafel regionaal op te pakken, maar geen van allen neemt hierin het voortouw. Vanuit ODZOB wordt het initiatief genomen om regionale omgevingstafels in het leven te roepen om te voorkomen dat er subtafels ontstaan. Daarbij wordt volop gebruikgemaakt van de ervaring bij andere regio’s, zoals IJsselland. Reusel-De Mierden heeft aangegeven aan deze omgevingstafels mee te willen doen. Er zijn verschillende samenwerkingsafspraken gemaakt met ketenpartners Zoals eerder genoemd is de gemeente Reusel-De Mierden actief gericht op samenwerking, zowel binnen de Kempengemeenten als met de ketenpartners. Vanuit de minimale acties voor de implementatie van de wet worden een aantal concrete zaken opgepakt ten aanzien van die samenwerking, zoals het maken van afspraken over de werkprocessen, het DSO en de financiële arrangementen.
4
Bron: Gemeente Reusel-De Mierden, Projectplan Implementatie Omgevingswet, juli 2020.
| 19 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Uit de beschikbare stukken en de interviews komt een beeld naar voren dat het initiatief voor het gezamenlijke deel van de implementatie van de wet vooral bij de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant ligt waar het gaat om de concrete en praktische zaken. Er is sprake van samenwerkingsafspraken met alle 21 gemeenten over: 1. Verkennen en begeleiden initiatief 2. Vergunningverlening regulier en uitgebreid 3. Meldingen (proces) 4. Toezicht en handhaving Zowel de gemeenten als VTH De Kempen zijn aangesloten bij het inregelen van en oefenen met de processen. Ook heeft de ODZOB een handleiding opgesteld voor het beoordelen van de zogenoemde Bruidsschat (een set regelgeving die vanuit het Rijk wordt gedelegeerd aan gemeenten en bij een beleidsneutrale overgang als complete set onderdeel wordt van het gemeentelijke omgevingsplan) om ook hierin harmonisatie te faciliteren, al blijft de besluitvorming hierover aan de gemeente. Er zijn (verouderde) teamplannen voor RO en draaiboeken voor VTH Binnen de gemeente Reusel-De Mierden zijn er teamplannen voor Ruimtelijke Ontwikkeling (RO) 2017-2018, maar deze zijn niet meer actueel. Teamplannen RO van ná 2019 zijn opgevraagd bij de organisatie, maar niet ontvangen door de onderzoekers. Verder zijn er twee draaiboeken VTH (2020 en 2021) voor de GR De Kempen. Bij het opstellen van het draaiboek is uitgegaan van 1 juli 2022 als ingangsdatum.
Het draaiboek 2021 is bijgewerkt tot midden juli 2021 en daarmee niet volledig actueel. Wel geeft het een goede indruk van: ● de stand van zaken DSO bij VTH; ● de stand van zaken bewustzijn “wat nog moet gebeuren”; ● de uitgangspunten van de implementatie (beleidsneutraal, volgens richtlijnen VNG). Een aantal onderwerpen staat in juli 2021 nog in de wacht. Hiervoor worden twee oorzaken aangewezen: 1. Men wacht modellen/voorbeelden af vanuit de VNG (voor verordeningen, formulering toepasbare regels e.d.). 2. Een aantal zaken vraagt om besluitvorming per gemeente. Naast bovengenoemde teamplannen en draaiboeken, is er ook een werkgroep Werkprocessen opgericht in de gemeente Reusel-De Mierden. Voor deze werkgroep is ook een Plan van aanpak werkgroep Werkprocessen (2020) geschreven5. Er is/zijn geen handboek/instructies voor het werken met het tijdelijk omgevingsplan Uit het gesprek met de organisatie blijkt dat, omdat de organisatie nog niet helemaal precies weet hoe de nieuwe werkwijzen onder de nieuwe Omgevingswet eruit gaan zien, er ook nog niet naar inwoners over kan worden gecommuniceerd. Ook is er geen handboek opgesteld waarin is uitgewerkt of buitenplanse initiatieven via vergunningverlening of via het aanpassen van het omgevingsplan zullen worden behandeld. Hierdoor is er voor zowel medewerkers als inwoners en initiatiefnemers nog veel onzeker.
5
Bron: Gemeente Reusel-De Mierden, Projectplan Implementatie Omgevingswet, juli 2020.
| 20 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
5.2 Kan de gemeente op de invoeringsdatum voldoen aan de eisen van de Omgevingswet? Norm bij deelvraag 5: ● De Kempengemeenten voldoen op invoeringsdatum 1 juli 2022 in formele zin aan de eisen die de Omgevingswet stelt. Gemeente Reusel-De Mierden voldoet naar verwachting niet op tijd in formele zin aan alle eisen die de Omgevingswet stelt In de volgende tabellen zijn de 27 minimale acties (negentien acties, acht adviezen) opgenomen waaraan gemeenten moeten voldoen en de adviezen die er vanuit de VNG zijn gegeven. In de tweede kolom is aangegeven wat de status is van het voldoen aan deze minimale acties. Groen betekent dat er aan voldaan is, geel dat er deels aan voldaan is en rood dat er niet aan voldaan is. In de derde kolom wordt de status toegelicht. De toelichting ‘voorbereid in 2020’ geeft aan dat de actie onderdeel is van het implementatieplan. Het implementatieplan is opgesteld in 2020 en geeft aan dat de genoemde acties de volle aandacht hadden van de organisatie op dat moment. Het is niet van alle minimale acties duidelijk wat de actuele stand van zaken is (aangegeven met de kleur grijs). Dit heeft deels te maken met het al dan niet gezamenlijk met andere gemeenten oppakken van de actie en deels met nog te nemen raadsbesluiten.
| 21 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Tabel 1
Stand van zaken minimale acties Omgevingswet Reusel-De Mierden
Aanvragen, meldingen en vergunningen (bij VTH De Kempen) 1.
Kunnen ontvangen aanvragen en meldingen
2.
Kunnen beoordelen vergunningaanvragen (proces)
3.
Kunnen beoordelen vergunningaanvragen (beoordelen)
4.
Kunnen aanleveren indieningsvereisten
5.
Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit ingesteld
6.
Vergunningverlening aangepast op de Wkb
7.
Proces verkennen initiatief ingericht
8.
Participatie bij initiatieven ingericht
Status
Toelichting
Agenda december
Oefenen met ketenpartners Agenda december
Toezicht en handhaving (bij GR VTH De Kempen) 9.
Toezicht en handhaving ingericht
10. Toezicht en handhaving aangepast aan de Wkb Planvorming 11. Kunnen wijzigen omgevingsplan
Voorbereid in 2020
12. Kunnen werken met tijdelijk omgevingsplan
Voorbereid in 2020, verloopt moeizaam
Programma’s 13. Programma luchtkwaliteit vastgesteld
Niet van toepassing
Overig 14. Kunnen uitvoeren gedecentraliseerde bodemtaken 15. Kunnen toepassen procedures en regels voorkeursrecht en onteigenen
Voorbereid in 2020
16. Kunnen toepassen procedures en regels kostenverhaal 17. Legesmodel, mandaatregelingen en verordening planschade aangepast
Voorbereid in 2020
18. Financiële arrangementen met uitvoeringsdiensten herzien
Voorbereid in 2020
19. Verstrekken informatie over de Omgevingswet
| 22 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Tabel 2
Stand van zaken adviezen Omgevingswet Reusel-De Mierden
Algemene strategie 1.
Status
Toelichting
Ambities, strategie, aanpak en financiën bepaald
Aanvragen, meldingen en vergunningen 2.
Kunnen opstellen en aanleveren vragenbomen vergunningcheck
3.
Snelle dienstverlening voor topactiviteiten ingericht
4.
Plan(ning) gemaakt voor nieuw omgevingsplan
5.
Kennis vergaard over kerninstrument programma
Voorbereid in 2020
Omgevingsvisie 6.
Omgevingsvisie in voorbereiding
Monitoring en evaluatie 7.
Monitoring en evaluatie ingericht
Overig 8.
Veranderopgave na 2022 bepaald
Van de achttien minimale acties die gelden voor de Kempengemeenten, voldoet de gemeente Reusel-De Mierden er momenteel aan negen. Van vier minimale acties is niet duidelijk of de gemeente eraan voldoet. Daarnaast voldoet de gemeente Reusel-De Mierden momenteel aan de helft van de adviezen vanuit de VNG. Op basis van deze tabellen en gesprekken met de gemeente, is de verwachting dat de gemeente Reusel-De Mierden nog niet helemaal klaar is voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023. Er is een eindsprint nodig om alles op tijd op orde te hebben. Wel lijkt de gemeente op de hoogte te zijn van wat er nog moet gebeuren. De betrokken geïnterviewden hebben er vertrouwen in dat met hard werken op de datum van inwerkingtreding de gemeente wel klaar zal zijn voor de wet. Hiermee wordt echter een belangrijk punt van zorg geraakt, namelijk de ambtelijke bezetting. De gemeente zal met name nog extra capaciteit nodig hebben in de periode september-december om op tijd klaar te zijn voor de Omgevingswet. Het college heeft aangegeven dat de capaciteit op RO al jaren onder druk staat en onlangs met de raad is besproken. Echter, RO is niet de enige afdeling waar het begint te knellen; het is voor de gemeente in het algemeen lastig om goed personeel te vinden. De gemeente doet daarom nu aan prioriteitstelling, maar daardoor blijven er principeverzoeken liggen.
Het capaciteitsprobleem maakt het noodzakelijker om anders te gaan werken, namelijk meer te delegeren en regelgeving terug te dringen. Vanuit de raad ontstaan vragen of de gemeente het wel voor 1 januari 2023 gaat redden, maar het besef dat er anders zal moeten worden gewerkt, is volgens het college en de organisatie nog niet helemaal bij de raad geland. De gemeente heeft goede plannen en planningen gemaakt, maar de doorvoering in de praktijk vraagt meer tijd dan verwacht. Daar komt bij dat het oefenen met het DSO vertraging heeft opgelopen nadat bij ODZOB de aanbesteding opnieuw moest worden gedaan. Daarnaast is het werken met het tijdelijk omgevingsplan een thema dat de nodige tijd en zorgvuldigheid vraagt. Er is door de organisatie gezocht naar een cursus over hoe te gaan werken met het DSO, maar een geschikte cursus is niet gevonden. Ook is er nog geen handboek voor het werken met het tijdelijk omgevingsplan. De gemeente heeft over het algemeen de nodige kennis in huis, maar moet deze kennis nog breder verspreiden en eigen maken.
| 23 | Eindrapport - Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Reusel-De Mierden
Ook is de opbrengst van de samenwerking in de regio geringer dan gehoopt. Tussen de Kempengemeenten en de VTH De Kempen bestaat nog discussie over wie precies wat doet in het vergunningsproces bij met name de meer ingewikkelde initiatieven. Daarnaast wordt de GR geconfronteerd met de onderling verschillende ideeën van de deelnemende gemeenten, bijvoorbeeld met betrekking tot het werken met het nieuwe omgevingsplan. Gaat dat vooral via vergunningverlening of via aanpassen van het omgevingsplan? Van deze onderlinge afstemming tussen de gemeenten is nog niet duidelijk hoe dit er straks uit gaat zien. Dit roept vragen op en leidt ertoe dat iedere gemeente hierover eigen ideeën heeft. In een gesprek geeft de organisatie aan dat de gemeente Reusel-De Mierden wel voorstander is van regionale samenwerking. Daarnaast moet nog een aantal besluiten worden genomen door de raad, zoals over de adviescommissie, legesverordening, maar ook ten aanzien van procedures (acties 15 en 16). Tot slot geeft de organisatie aan dat de omgevingsvisie geactualiseerd moet worden, maar dit hoeft niet voor 1 januari 2023 klaar te zijn. Het plan is om hierbij het sociaal en ruimtelijk domein met elkaar te verbinden in één visie.