CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Nota van Aanvullingen - Gecorrigeerde versie Jaarstukken 2024

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Jaarstukken 202446.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Daardoor bestaat het risico, dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen (GR) sterker dan trendmatig gaan stijgen. Voor zover die ontwikkelingen meelopen in het begrotingsproces van de betreffende GR zijn deze tijdig in beeld. In die gevallen moeten de financiële gevolgen worden opgenomen in de gemeentebegroting. Er is dan dus geen sprake meer van risico. Daarnaast houden sommige verbonden partijen zelf een vorm van weerstandsvermogen aan. De vier grootste Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, VRBZO, MRE en ODZOB) hebben samen afspraken

19

gemaakt over het aan te houden weerstandsvermogen. Een verbonden partij als de GRSK houdt echter zelf helemaal geen weerstandsvermogen aan, maar KempenPlus doet dat wel. En de ene verbonden partij legt in haar stukken een relatie tussen (gekwantificeerde) risico’s en de ander doet dat niet of slechts in beperkte mate. Dit is van belang voor de inschatting van de gemeentelijke risico’s. Immers als een verbonden partij haar risico’s zelf op kan vangen, is er geen risico voor de gemeente. Heeft een verbonden partij slechts deels of geen weerstandsvermogen, dan ontstaat er een risico voor de gemeente naar rato van haar deelname in die partij (bijvoorbeeld naar rato van inwonertal). Het risicobedrag waarmee de gemeente rekening moet houden, is dus afhankelijk van de mate waarin verbonden partijen zelf weerstandsvermogen aanhouden. Om een inschatting te doen van risico’s voor de gemeente, gaan we uit van de jaarbijdrage van onze gemeente aan de diverse verbonden partijen, die géén onderbouwd weerstandsvermogen aanhouden. De meest recente gegevens (jaarschijf 2025, afgerond op € 1.000) wat dat betreft zijn:          

GGD Brabant-zuidoost GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) MRE (Metropoolregio Eindhoven) VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) KempenPlus ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost TOTAAL

€0 € 3.795.000 €0 €0 €0 € 480.000 €0 € 1.000 € 4.500 €4.280.500

We schatten het algemene risico in op kostenoverschrijdingen tot 10% met een kans op voordoen van 25%, hetgeen het risico bepaalt op 25% x 10% x € 4.280.500 = € 107.000 (afgerond). Informatiebeveiliging en privacy De dreiging van cyberaanvallen is in 2024 onverminderd hoog geweest. De informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in 2024 een toename van ransomwareaanvallen en kwetsbaarheden in software waargenomen. Enerzijds neemt het aantal aanvallen door cybercriminelen toe door aanvallen bij leveranciers van gemeenten, zoals de ransomware-aanval bij een softwareleverancier van de gemeente Amersfoort waarbij data van duizenden Amersfoorters is buitgemaakt. Anderzijds is er steeds meer aandacht voor datalekken door menselijke fouten, zoals bij de gemeente Deventer is gebeurd. Cyberdreigingen komen op gemeenten af in een tijd waarin ze voor steeds meer taken verantwoordelijk zijn en dus ook steeds meer data in hun beheer hebben. Gemeenten werken met grote hoeveelheden persoonsgegevens die ook regelmatig worden uitgewisseld met andere partijen. Dat vergroot de kwetsbaarheid. Tegelijkertijd is het beveiligen van de systemen een grote kostenpost geworden die niet iedere gemeente even makkelijk kan betalen. De rekening van preventie staat echter niet in verhouding tot de kosten van een incident.

Het gaat in deze criminaliteit al snel om tonnen tot miljoenen euro’s, waarschuwt de IBD. Naast de impact van een incident op medewerkers is een getroffen organisatie vaak weken of maanden bezig om de ICT en de bedrijfsprocessen weer aan de praat te krijgen. Verder schaden beveiligings- en privacy-incidenten het vertrouwen van inwoners in de overheid en de reputatie van de gemeente en haar bestuurders. De samenwerkende Kempengemeenten, de GRSK en Kempenplus hebben gezamenlijk een crisisplan vastgesteld. Eén Kempenorganisatie gehackt betekent namelijk dat we allemaal gehackt zijn. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen proberen we het risico op beveiligingsincidenten te verlagen en beperken we de mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening en daarmee ook het risico op imago- en financiële schade. De hoogte van mogelijke financiële schade is op voorhand echter moeilijk in te schatten en kan, afhankelijk van de omvang, het soort en het tijdsverloop van een incident, zeer divers zijn. Om die reden hebben we voor dit risico in 2024 geen concreet bedrag aan weerstandsvermogen opgenomen. Het afgelopen jaar zijn er binnen onze gemeente verschillende beveiligingsmaatregelen uitgevoerd.

Omdat menselijk handelen een van de grootste risico’s blijft, zijn naast technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verschillende acties opgepakt om ook de bewustwording op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming te vergroten. Dit onderwerp heeft voortdurend de aandacht binnen onze organisatie, door uitleg en training, nieuwsbrieven, berichten op intranet en het elkaar

20

aanspreken op onveilig gedrag. Vooral het laagdrempelig melden en bespreken van incidenten en datalekken wordt gestimuleerd, zodat er ook zo snel als mogelijk actie kan worden ondernomen. Middels een in 2024 in gebruik genomen platform voor het trainen van medewerkers op het gebied van informatiebeveiliging en privacy zorgen wij dat medewerkers doorlopend getraind worden. Gebruik van dit platform wordt gemonitord. Voor het veilig gebruik van wachtwoorden en het kunnen afdwingen van veilige wachtwoorden in de toekomst is in 2024 een nieuwe wachtwoordentool in gebruik genomen. Gegarandeerde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing over een aantal door derden aangegane geldleningen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen garantstellingen aan woningcorporaties op basis van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en overige garantstellingen. Voor geldleningen onder het regime van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geldt dat bij problemen eerst het WSW aangesproken wordt en pas als deze niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, staan Rijk en gemeenten ieder voor 50% garant. Het totaalbedrag waarvoor onze gemeente onder het regime van het WSW een afgeleide garantstelling heeft afgegeven bedroeg per 31 december 2024 € 33,3 miljoen.

De totale marktwaarde van de onroerende zaken waarop de garantie betrekking heeft, bedroeg in 2024 € 131,4 miljoen. Wij hebben geen signalen, die zouden kunnen duiden op een concreet risico dat wij binnen afzienbare termijn aangesproken worden op onze waarborgverplichtingen. In het kader van het WSW is de verhouding tussen afgegeven garanties in relatie tot de waarde van het daar tegenover staande woningbezit nog dermate gunstig, dat de risico’s in de praktijk erg klein zijn. Daarom is het niet nodig hiermee in de berekening van de weerstandscapaciteit rekening mee te houden. Er is geen sprake meer van overige garantstellingen. De gemeente is terughoudend in het afgeven van garanties. Sociaal domein Binnen het sociaal domein is vrijwel altijd sprake van open-eind regelingen. De kosten voor de gemeente hangen enerzijds af van de prijs van zorgproducten en anderzijds van de vraag naar die producten. Getracht wordt om de ontwikkelingen in de vraagzijde zo goed mogelijk in te schatten en op basis daarvan zo realistisch mogelijk te ramen. Maar sommige zorgtrajecten zijn erg duur, soms wel € 100.000 per persoon per jaar. Als een relatief kleine gemeente dan geconfronteerd wordt met een afwijkend vraagpatroon, is de impact op de ramingen meteen aanzienlijk.

Heel actueel is tegenwoordig de indexering van de kostprijs, welke door loon- en prijsontwikkelingen veel hoger is dan we gewend zijn. Ook hiervoor maken we gebruik van de reguliere methodieken om dit soort indexeringen in te schatten. Het is echter niet uit te sluiten dat kosten zich toch in korte tijd anders ontwikkelen dan was ingeschat (bijvoorbeeld als gevolg van CAO-afspraken). Gemeenten hebben de plicht om realistische tarieven te betalen voor afgenomen zorg. Het kan dan ook voorkomen dat zorgaanbieders een beroep doen op aanvullende indexering van tarieven omdat zij anders hun financiën niet meer rond krijgen en daardoor de noodzakelijke zorg niet meer kunnen verlenen. Zeker bij zeer specialistische zorg is er dan al snel een probleem, waarvan de zorgvrager de dupe wordt als gemeenten niet bijspringen. In hoeverre de reguliere en extra indexeringen gecompenseerd worden door hogere uitkeringen van het Rijk is op voorhand niet te zeggen. Er is dus sprake van een risico op kostenoverschrijdingen. Wij ramen 50% kans op € 500.000 aan extra kosten, hetgeen neerkomt op € 250.000. Claims intensieve dierhouderij Rondom de intensieve dierhouderij spelen ontwikkelingen, welke doorwerken in regelgeving vanuit de landelijke en provinciale overheid, maar ook in gemeentelijk beleid, zoals omgevingsvisie, bestemmingsplannen en dergelijke.

Al deze ontwikkelingen kunnen wellicht beperkingen inhouden voor de ontwikkeling van een aantal bedrijven in die sector. De planschadeverzoeken die we gehad hebben tegen het ‘bestemmingplan buitengebied 2009, fase 1a’ (slot op de veehouderij), zijn afgerond en de termijn voor het indienen van een verzoek is voorbij. Op het nieuwe vastgestelde maar nog niet onherroepelijke bestemmingsplan buitengebied 2023’, kunnen na onherroepelijk worden van het plan weer planschadeverzoeken worden ingediend. Deze zullen echter naar verwachting niet zo hoog zijn als bij het voorgaande bestemmingsplan. Planschade kan worden betaald in geval van rechtmatig handelen van de gemeente (na onherroepelijk worden van een planologisch besluit). Daarnaast bestaat er altijd een risico op civielrechtelijke, juridische procedures vanuit de agrarische sector wegens vermeend onrechtmatig handelen van de gemeente. Op basis van eerdere ervaringen kan een gemiddelde schade van circa € 50.000 per casus berekend worden. Vooralsnog maken wij een inschatting op 2 casussen per jaar, waarvoor naast de schadevergoedingen ook afhandelingskosten worden gemaakt. Wij houden daarom rekening met een risico van in totaal € 150.000.

21

Voorzieningen De voorzieningen worden bij de opstelling van de jaarrekening herrekend op basis van de dan bekende, meest recente informatie. Dat zijn echter altijd momentopnamen, zodat er altijd een risico bestaat dat voorzieningen onvoldoende hoog zijn. De onzekerheid over het al dan niet toereikend zijn van voorzieningen kan toe- of afnemen door tijdsverloop of door de aard van de voorziening. De voorzieningen voor wegen en gebouwen en riolering worden eens in de 4 à 5 jaar geactualiseerd. Voor wegen en riolering is dat in 2024 gebeurd. De actualisering van de onderhoudsvoorziening gebouwen staat voor 2025 gepland. Voorzieningen voor wachtgeld- en Appa-verplichtingen worden jaarlijks geactualiseerd voorafgaand aan de samenstelling van de jaarrekening. De voorziening wachtgelden is gebaseerd op inschattingen ten aanzien van met name de duur van de wachtgeldverplichting. Die duur is meestal redelijk nauwkeurig te bepalen, maar kan onzeker worden als zich zaken voordoen als arbeidsongeschiktheid tijdens de wachtgeldperiode. Daardoor kan de wachtgeldverplichting langer doorlopen, terwijl de tijd dan moeilijk in te schatten is. De lopende wachtgeldverplichting eindigt in 2025. Omdat alle voorzieningen op basis van de meest recente gegevens zijn berekend, achten wij het niet nodig om hiervoor een aanvullend risicokapitaal aan te houden.

Krapte arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt laat zich in toenemende mate voelen, ook in onze organisatie. Mensen maken in deze tijden eerder een overstap maken andere functie of naar een andere organisatie, zodat er meer vacatures ontstaan. Afgelopen jaar hebben we bijna 13% aan personeelsverloop gekend. Dat betekent niet alleen dat we nieuwe mensen moeten werven en inwerken, maar ook een bedreiging voor de voortgang van het werk. Daarom moet er meer ingehuurd worden en dat kost geld. Het is de verwachting dat er voorlopig geen verbetering in de arbeidsmarktsituatie op zal treden.1 Daarom achten wij het wijs om in de bepaling van het weerstandsvermogen rekening te houden met extra lasten ter grootte van 10% van de totale salarissom, derhalve afgerond € 735.000.

2.3.4.

Resumé risicobedragen

Samenvatting beschreven risico (bedragen in €)

Grondexploitaties

Benodigde weerstand € 1.076.000

Intergemeentelijke samenwerking

€ 107.000

Sociaal Domein

€ 250.000

Intensieve dierhouderij

€ 150.000

Krapte arbeidsmarkt

€ 735.000

Totaal

€ 2.318.000

Zoals eerder in deze paragraaf (onder 2.3.2) is aangegeven is voor dit risico een deel van de algemene reserve afgezonderd. Voor dat afgezonderde deel worden de gekwantificeerde risico’s ad € 2.318.000 vermenigvuldigd met een factor 1,8. Buiten het op deze wijze berekende afgezonderde deel van (afgerond) € 4.173.000 bedraagt het vrij besteedbare deel van de algemene reserve per 31-12-2024 ca. € 16,7 miljoen (inclusief resultaat 2024 en rekening houdend met de voorgestelde resultaatbestemming). 2.3.5. Kengetallen Op basis van artikel 11 van het Bbv moet de begroting en ook de jaarrekening in de risicoparagraaf een tabel met een aantal kengetallen bevatten. De volgende cijfers kunnen gegeven worden:

1 Bron: https://www.binnenlandsbestuur.nl/carriere/ao-fonds-ziet-arbeidsmarkt-gemeenten-nog-zeker-10-jaar-krapte

22

Kengetal

Rekening

Rekening

2022

2023

Begroting 2024

Rekening 2024

Netto schuldquote

15,0%

18,7%

47,1%

23,7%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

14,5%

18,2%

47,1%

23,2%

Solvabiliteit

49,4%

54,1%

42,2%

54,8%

Grondexploitatie

37,5%

44,0%

3,8%

33,0%

Structurele exploitatieruimte

n.v.t.

n.v.t.

0,1%

1,0%

Belastingcapaciteit

77,7%

74,6%

78,7%

78,6%

Enige uitleg over de betekenis van deze kengetallen is nodig. De netto schuldquote en de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, weerspiegelen het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Omdat onze gemeente nauwelijks gelden heeft uitgeleend, zijn de beide percentages nagenoeg gelijk. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoge schuld hoeft bijvoorbeeld geen probleem te zijn als er ook sprake is van veel eigen vermogen. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger deze quote, hoe beter de gemeente er voorstaat. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond in exploitatie) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Aan deze quote is eigenlijk geen kwalificatie goed of slecht te hangen. Wel is een hoge quote een teken van grotere voorraad nog uit te geven grond, waardoor het risico op dat gebied groter is. Een lagere quote voor grondexploitatie betekent dus in het algemeen dat de gemeente minder risico’s loopt op dat gebied. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is.

Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (begrotingsoverschot). Uiteraard is hier een hogere quote altijd gunstiger. Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit. Als we de kengetallen bezien, zien we bij schuldquote en solvabiliteit aanmerkelijke verschillen tussen begroting 2024 en rekening 2024, de schulden per 31 december zijn nl. flink lager dan in de geprognosticeerde balans. Het kengetal voor de grondexploitaties vertoont ook een flinke afwijking ten opzichte van de begroting. De toevoeging van Kleine Hoeven II was nog niet in de begroting verwerkt. Komende jaren komen er zeer waarschijnlijk nieuwe exploitaties voor woningbouw bij, ter vervanging van aflopende grondexploitaties, dus zal de quote ongeveer gelijk blijven. De ratio voor belastingdruk is niet alleen afhankelijk van eigen beleid, maar ook van het landelijke gemiddelde.

Een grotere landelijke stijging leidt tot een gunstiger score voor onze gemeente. Het overall beeld ten aanzien van de financiële kengetallen mag tot tevredenheid stemmen, maar vraagt tevens om waakzaamheid ten aanzien van de toekomst, want ratio’s kunnen door omstandigheden snel veranderen. 2.4

Financiering

2.4.1. Algemeen De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:  het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;  het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico, koersrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico;  het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;  het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen volgens het Treasurystatuut.

23

2.4.2. Treasury en renteontwikkeling De tijd van extreem lage rentepercentages op aan te trekken financieringsmiddelen is voorbij. Er is sprake van een stijgende tendens. Dat geldt zowel voor de langlopende geldleningen als voor kort geld. Met behulp van een prognose van onze geldstromen kunnen we onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk afdekken, waardoor we proberen onze leningenportefeuille zo optimaal mogelijk te houden. Onder meer de momenten waarop leningen vervallen, proberen we te spreiden in de tijd om niet teveel afhankelijk te zijn van de rentestand op één of slechts enkele momenten. Het Bbv maakt onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten). Dat onderscheid heeft te maken met het feit dat de gemeente gebruik maakt van totaalfinanciering, dus alle investeringen worden gefinancierd met een mix van eigen vermogen en vreemd vermogen. Voor de kapitaallasten moet gerekend worden met de reële rente (omslagrente). Die rente wordt berekend aan de hand van de te betalen rente in en de boekwaarde van de investeringen. In 2024 bedroeg de omslagrente 0,5%. Voor de grondexploitatie is het hiervoor berekende percentage het uitgangspunt, maar dan moet nog wel correctie plaatsvinden voor de verhouding vreemd vermogen – eigen vermogen.

In de grondexploitaties die recent opnieuw zijn berekend, is een rente van 0,35% aangehouden, gelijk aan de berekening voor de begroting 2024.

Renteresultaat Aan investeringen en aan de grondexploitaties wordt een fictieve rente (rekenrente) toegerekend. Die rekenrente is niet gelijk aan de werkelijke rente die de gemeente betaalt op de opgenomen geldleningen. Het voor- of nadeel dat we hierdoor hebben is het renteresultaat. Over 2024 is het renteresultaat als volgt: Schema renteberekening 2024 a Externe rentelasten b Externe rentebaten Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

€ 70.396

e

Aan taakvelden toe te rekenen rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

€ 231.743

f

Renteresultaat

c

d1 d2

€ 308.115 -/- € 113.892 € 194.223 -/- € 70.396 € 123.827 €0 €0 € 123.827 -/- € 231.743 -/- € 107.916

Het verschil tussen het begrote renteresultaat ad € 165.099 en het gerealiseerde werkelijke renteresultaat ad € 107.916 komt o.a. door de hogere ontvangen rente, vanwege rentevergoeding over schatkistbankieren. 2.4.3. Leningenportefeuille Onze gemeente heeft per 31 december 2024 voor een bedrag van € 13,3 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. De leningenportefeuille per 31 december 2024 is daarmee ongeveer gelijk gebleven met de restant schuld per 31 december 2023. In 2024 is één nieuwe lening aangetrokken voor een bedrag van in totaal € 5,0 miljoen, terwijl er ruim € 5,2 miljoen is afgelost op leningen. 2.4.4. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat een gemeente met kortlopend krediet mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aangaan van kasgeldleningen. Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief BTW) is. De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie hiervan verslag te doen. In het jaarverslag wordt verantwoord of de geraamde kasgeldlimiet is overschreden.

24

Kasgeldlimiet op basis van begroting 2024

€ 42.121.000 8,50% € 3.580.285

Omvang begroting Toegestane limiet Ruimte kasgeldlimiet

In 2024 is de kasgeldlimiet niet overschreden, hetgeen betekent dat het totaal aan korte schulden (kwartaalgemiddelde) niet groter was dan € 3.580.285. De kwartaalsaldi bedroegen: -/- € 2.409.970 (1e kwartaal), -/- € 4.643.387 (2e kwartaal), -/- € 3.651.462 (3e kwartaal) en -/- € 2.818.347 (4e kwartaal). 2.4.5. Renterisiconorm De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Dit is vooral van belang bij stijgende rentepercentages omdat dan de rentekosten bij herfinanciering stijgen. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5 e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. In 2024 is de renterisiconorm niet overschreden. Renterisiconorm

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2024

Rekening 2024

(primitieve begr.)

1

Renteherzieningen

2

Aflossingen

3

Renterisico (1+2)

4.313

5.230

4a Begrotingstotaal

42.121

63.166

4b Percentage regeling

20%

20%

4

8.424

12.633

4.111

7.403

Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal)

5a Ruimte onder de renterisiconorm (4>3)

0

0

4.313

5.230

5b Overschrijding van de renterisiconorm (3>4)

EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)- saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren zoals zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van de EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees overheidstekort. Emu saldo Voor gemeenten worden op basis van begrotingstotalen individuele EMU-referentiewaarden berekend. Voor Reusel-De Mierden is de laatst bekende referentiewaarde 2024 (bron: decembercirculaire 2023 bijlage 4.3) berekend op € 1.938.000,-. In deze referentiewaarde is tevens het gemeentelijke aandeel in het EMU-saldo van gemeenschappelijke regelingen verdisconteerd. De referentiewaarde is dan ook geen norm, maar meer een indicator. Pas als nationaal blijkt dat gemeenten het plafond van het EMU-tekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen.

EMU-saldo x € 1000,x € 1000,Volgens begroting Jaarrekening 2024 2024 1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-343

2.776

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

1.359

7.161

3.

Mutatie voorzieningen

272

1.794

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

-539

-1.346

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

0

0

-891

-1.245

Berekend EMU-saldo (=1-2+3-4-5)

25

2.5.

Verbonden partijen

2.5.1. Algemeen Een verbonden partij is een instelling, buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, art. 1b). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn, waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen.

De wijze waarop de raad in voldoende mate invloed kan hebben op verbonden partijen is onderwerp van voortdurende aandacht. Mogelijke verbeteracties vinden mede plaats op basis van rekenkameronderzoek en landelijke ontwikkelingen. 2.5.2. Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden, is dat in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en andere privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt onze gemeente risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen, die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel.

Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten. Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is meestal naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de effecten c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 2.5.3. Overzicht verbonden partijen Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.

26

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

GGD Brabant-Zuidoost Eindhoven Programma 6: Sociaal Domein De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Belangenbehartiging op het gebied van gezondheidszorg. Gemeentelijke bijdrage 2024: Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 6.957.000 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 35.036.000 *Geprognosticeerde balans Ingeschat resultaat 2024: € 1.464.000

Ontwikkelingen en risico’s:

Het jaar 2024 is een bewogen jaar geweest. De impact van Covid-19 was in 2024 veel kleiner dan in de vier jaren ervoor maar dat neemt niet weg dat de GGD ook in 2024 een substantiële inspanning heeft verricht om de effecten van Covid-19 te minimaliseren door de Covid-19 vaccinatiecampagne uit te voeren en de pandemische paraatheid van de GGD te versterken voor toekomstige grote uitbraken van infectieziekten. Bij de meeste reguliere diensten van de GGD is de productiviteit weer op het niveau gekomen van de periode voor Covid-19. Het volume contracttaken is gestegen t.o.v. voorgaande jaren onder andere door de inspanningen die de GGD verricht in het kader van IZA & GALA en de start van STORM. De komende jaren heeft de GGD meer ruimte voor procesverbeteringen en vernieuwingen. Het opgebouwde wendbaarheidsbudget zal de komende jaren met name ingezet worden voor de noodzakelijke vernieuwing van de Jeugdgezondheidszorg.

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Kempisch Bedrijvenpark (KBP) Bladel Programma 3: Economie Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur. Het ontwikkelen en realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieeleconomisch oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark gelegen binnen het rechtsgebied, binnen de door het bevoegd gezag te stellen ruimtelijke en andere publiekrechtelijke randvoorwaarden. Bovenstaande met inachtneming van de nader te formuleren sectorale doelstellingen en uitganspunten. Gemeentelijke bijdrage 2024: €0 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 456.000 €0 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 12.995.000 €0 Resultaat 2024: € 810.000 *Geprognosticeerde balans De betrokkenen participeren risicodragend in de realisatie van het plan. Eventuele verliezen of winsten worden gelijkelijk door de gemeenten gedragen of over de deelnemende gemeenten verdeeld. Actuele grondexploitatieberekeningen tonen aan dat exploitatie sluitende is. Er wordt geen voorziening voor negatieve exploitatie nodig geacht. In 2023 zijn de laatste kavels op het KBP verkocht. Eén levering van een bedrijfskavel vond nog plaats in 2024. In december 2023 heeft het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling KBP het liquidatieplan en liquidatiebegroting vastgesteld.

Op basis van de eindverantwoording zal het KBP in 2025 een laatste winstuitkering uitbetalen, waarvan de gemeente Reusel de Mierden naar verwachting € 205.000,- ontvangt. De winstuitkering is als baat opgenomen in de jaarrekening 2024 van de gemeente Reusel de Mierden. Er zijn geen risico’s.

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

€ 567.000 € 7.746.000 € 29.551.000

27

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma:

Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Reusel Programma 0: Bestuur en ondersteuning / diversen voor programmakosten. De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur. Het, met behoud van de huidige bestuurlijke schaal, vergroten van de bestuurskracht door bundeling van ambtelijke expertise op strategisch, tactisch en operationeel niveau, met als resultaat verhoogde kwaliteit, continuïteit en efficiëntie. Gemeentelijke bijdrage 2024: € 3.657.410 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024): € 19.814 € -382.271 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024): € 9.624 € 290.025 Resultaat 2024: - 606.000 De focus lag in 2024 op goed werkgeverschap en organisatieontwikkeling tot een blijvende goede en professionele dienstverlening. De arbeidsmarkt blijft krap en het ziekteverzuim was relatief hoog. Voor SSC lag de nadruk op veiligheid, datagedreven werken, open overheid en kantoorautomatisering (Microsoft365). Voor MD was dat de voorbereiding inkomensafhankelijke bijdrage Wmo, introductie Pgb 2.0, eenmalige energietoeslag, schuldhulpverlening, het beleggen van uitvoering bijzondere bijstand en beschikbaarheid van meer sturingsinformatie. Daarbij waren de stijgende programmakosten (Wmo, jeugdhulp en schuldhulpverlening) een belangrijk aandachtspunt.

Afdeling MD ziet een toenemend aantal aanvragen Wmo en toenemende complexiteit en aantal schuldhulp- en jeugddossiers. Vacatures bij zowel MD als SSC zijn moeilijk in te vullen. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie Programma 5: Sport, cultuur en recreatie (RhcE) De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Het takenpakket is vastgelegd in artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. Strategische bestuurlijke samenwerking op de thema’s Economie (inclusief uitvoering Stimuleringsfonds en betaalautoriteit Brainport Development NV), Landelijk gebied, Energietransitie, Mobiliteit (incl. GGA) en Ruimte en wonen. Het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant, met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel. Nazorg van de voormalige stortplaats Gulbergen en ontwikkeling van het Landgoed. Gemeentelijke bijdrage 2024 (incl. Brainport en stimuleringsfonds) € 139.000 Gemeentelijke bijdrage 2024 RhcE € 57.000 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 13.903.000 € 20.597.000 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 21.121.000 € 21.827.000 *Geprognosticeerde balans Ingeschat resultaat 2024: € 629.000.

Algemeen  Met het besluit de organisatieonderdelen niet te ontvlechten is in 2024 gestart met het samenvoegen en opnieuw inrichten van de ondersteuning binnen de organisatie. Hiermee wordt op termijn een efficiencyslag beoogd die nodig is om alle taken uit te kunnen voeren. In 2024 is een kwartiermaker aangesteld om deze herinrichting vorm te geven. Dit project wordt in 2025 verder afgerond.  Vanwege de komst van meerdere fondsen naar de Regio is er een toegenomen vraag naar fondsmanagement. In 2024 is daarom besloten hier extra middelen voor vrij te maken en een verzwaring aan te brengen. Er is een extra administratief medewerker geworven en de functies in de financiële kolom zijn herzien en verzwaart. De invulling hiervan zal in 2025 worden afgerond. Dienst Metropoolregio Eindhoven  De capaciteitsuitbreiding van de werkorganisatie MRE met 12 fte is in 2024 afgerond op een enkele moeilijk vervulbare functie na. In 2024 is daarnaast een nieuw management gestart. Naar aanleiding van de groei en het niet ontvlechten van de organisatie is een nieuw organisatiemodel ingevoerd met een algemeen directeur met daaronder 3 managers voor de

28

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

verschillende organisatie-onderdelen, MRE, RHC-e en bedrijfsbureau.  Met de groei van de organisatie en de werkzaamheden is goed inkopen belangrijker geworden. We komen gemakkelijker aan aanbestedingsgrenzen. Hiervoor zijn workshops georganiseerd om de kennis van aanbesteden in de organisatie te vergroten.  In 2024 zijn voorbereidingen getroffen, onder andere door aanbestedingen uit te voeren, om begin 2025 het printerpark en de hardware te vervangen. Dienst Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe)  Het Programma 2024 is beleidsmatig uitgevoerd volgens planning. Gulbergen  Het golfterrein op Landgoed Gulbergen is per 1 maart 2024 in erfpacht uitgegeven aan Libéma, de nieuwe eigenaar van Gulbergen BV. Onderdeel van deze overeenkomst is de verkoop van de opstallen op het golfterrein. Dit resulteert in een desinvestering van € 561.155. Onder aftrek van de boekwaarde levert dit een incidentele opbrengst op van € 2,8 miljoen Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld AB juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten.

Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De huidige stand van de algemene reserves is voldoende om deze risico’s af te dekken. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Eindhoven Programma 1: Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een organisatie waarin de brandweer en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. VRBZO is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio ZuidoostBrabant. Taken op het terrein van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Wet veiligheidsregio’s. Gemeentelijke bijdrage 2024: € 893.000 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 2.251.000 € 3.262.000 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 29.829.000 € 30.215.000 *Geprognosticeerde balans Ingeschat resultaat 2024: € -705.000. (negatief) Belangrijkste ontwikkelingen 2024: VRBZO constateerde dat zij al enige tijd niet kan voldoen aan eisen en verwachtingen, die aan een veiligheidsregio mogen worden gesteld.

De organisatie heeft lange tijd met moeite kunnen en willen voldoen aan deze vereisten en verwachtingen. Er zijn grote zorgen over de bedrijfscontinuïteit, op onderdelen wordt niet of onvoldoende voldaan aan wettelijke vereisten en er is onvoldoende slagkracht voor het uitvoeren van reguliere werkzaamheden. Het gaat hierbij met name om de vakbekwaamheid bij de brandweer, capaciteit bij de brandweer (zowel vrijwillige als beroepskrachten) en om taken op het gebied van ICT in de bedrijfsvoering. Lange tijd is getracht om binnen de bestaande middelen te voldoen aan de minimale vereisten. Maar blijven zoeken naar nog enige ruimte in de begroting is niet langer mogelijk en verantwoord. Deze constateringen deelden we met het Algemeen Bestuur en ook met de raden. Via o.a. raadsinformatie bijeenkomsten werden zij over de situatie geïnformeerd. Het bestuur gaf opdracht om het beeld te concretiseren. Deze bestuurlijke opdracht is uitgewerkt, waarvan de 1e deelopdracht (voldoen aan wet- en regelgeving) door het Algemeen Bestuur is vastgesteld en verwerkt in een begrotingswijziging, welke ter zienswijze is aangeboden aan de raden. Eind 2022 gaf het Rijk aan dat zij extra BDuR gelden beschikbaar stellen voor de veiligheidsregio voor de versterking van het domein van

29

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

crisisbeheersing en informatiemanagement. Voor VRBZO was dat een extra structureel bedrag van € 1,75 miljoen in 2024. Op basis van de Landelijke Agenda Crisisbeheersing werken we aan de versteviging van crisisbeheersing en informatiemanagement. Zo hebben we in 2024 diverse nieuwe medewerkers aangenomen op deze vakgebieden. Ook in 2025 gaan we verder met de uitvoering van de landelijke agenda. In 2024 is het regionaal risicoprofiel in concept opgeleverd en ter zienswijze aan de gemeenteraden voorgelegd. Daarnaast hebben we in diverse trainingen en informatiesessies het nieuwe regionale crisisplan geïmplementeerd. In oktober 2024 startte Marijke Wilms als nieuwe directeur bij VRBZO. Vooruitkijkend naar 2025 zijn we vooral bezig met de uitvoering van de bestuurlijke deelopdracht 1: het voldoen aan wet- en regelgeving. We moeten hierbij stappen zetten in het op orde brengen van de brandweer en bedrijfsvoering. In de paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen van de Begroting 2023 van de VRBZO zijn de risico’s en de bijbehorende weerstandcapaciteit benoemd. In de jaarstukken 2024 VRBZO is deze paragraaf geactualiseerd.

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven Programma 7: Volksgezondheid en milieu Programma 8: VHROSV De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur Belangenbehartiging op het gebied van:  Uitvoeren verplichte taken uit het landelijke basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving;  Advisering over verzoektaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Gemeentelijke bijdrage 2024: € 662.610 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 2.481.000 € 4.183.000 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 7.806.000 € 4.907.000 *Geprognosticeerde balans Ingeschat resultaat 2024: € 522.000 Op 16 januari 2025 hebben Rijk, VNG, IPO, Unie van Waterschappen en Omgevingsdienst NL de Samenwerkingsafspraken ondertekend die er toe strekken dat opvolging wordt gegeven aan de producten en aanbevelingen die in het Interbestuurlijk Programma Versterking stelsel VTH zijn vastgesteld. Het ministerie van I&W heeft de Tweede Kamer daarnaast toegezegd wetgeving voor te bereiden om die afspraken minder vrijblijvend te maken. Op 19 december 2024 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven om hiervoor concrete voorstellen te doen. Op 19 december 2024 heeft het algemeen bestuur ook ingestemd met de Meerjaren ontwikkelaanpak Dit is de uitwerking van de Meerjarenvisie 2023-2027.

Naast de producten en aanbevelingen uit het IBP VTH gaat het om ontwikkelopgaven die moeten leiden tot een kwaliteitsverbetering op de uitvoering van de VTHA inclusief de bedrijfsvoering die daarvoor nodig is. De stikstofproblematiek en alle (juridische) ontwikkelingen daaromtrent hebben invloed gehad op de cijfers 2024. Mogelijke effecten van de recente jurisprudentie voor de uitvoering van de VTH-taken worden in beeld gebracht, het is nog niet helemaal duidelijk welk effect deze ontwikkelingen in 2025 en de jaren daarna hebben. Ten behoeve van Ontwerpbegroting 2026 en jaarrekening 2024 zijn de risico’s opnieuw geïnventariseerd. Deze inventarisatie is opgenomen in bijlage C. Uit deze inventarisatie blijkt dat de verwachtingswaarde van de risico’s met de grootste potentiële impact € 1.594.000 bedraagt. De algemene reserve van de ODZOB bedraagt per ultimo 2024 € 1.500.000. Dat is minder dan bovenstaande verwachtingswaarde van de risico’s. Dit is een aandachtspunt dat zal worden meegenomen in de besluitvorming rondom de jaarstukken 2024

KempenPlus Bladel Programma 6: Sociaal domein De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur. Uitvoering van taken op het gebied van sociale werkvoorziening ingevolge de Wsw, Werk en Inkomen (m.u.v. bijzondere bijstand) ingevolge de Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz.

30

€ 4.313.165 € 4.512.000 € 17.569.000

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2024: Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* Geraamd resultaat 2024: € 873.000

Ontwikkelingen en risico’s:

Het afgelopen jaar stond in het teken van samenwerking, innovatie en veerkracht. Samen met de partners, waaronder gemeenten, werkgevers en maatschappelijke organisaties, heeft KempenPlus zich ingezet om kansen te creëren voor mensen die extra ondersteuning nodig hebben. Dit deden ze door maatwerk te leveren, verbindingen te leggen en concrete oplossingen te bieden voor de uitdagingen waar onze doelgroep voor staat. Terugkijkend op 2024 is te zien dat KempenPlus aan meer cliënten dienstverlening heeft geleverd dan in het jaar daarvoor. De toename wordt voor een belangrijk deel verklaard door de groei op inburgering. Het aantal Buig clienten steeg met 2% en blijft daarmee nog steeds significant onder de landelijke gemiddelden. Nieuwe taken voor KempenPlus waren de uitvoering van de Bijzondere Bijstand en de Regeling 18+. In samenwerking met de GRSK werd de uitvoering georganiseerd. In 2024 werd besloten om de GR te wijzigen, waardoor de Leefgeldregeling Oekraine en de inning van de eigen bijdragen van Oekrainers met ingang van 2025 als taken zijn belegd bij KempenPlus. Het aantal personen uit doelgroepen, dat in dienst is bij KempenPlus blijft stabiel, doordat de uitstroom op Sw wordt gecompenseerd door instroom van andere doelgroepen. Volgens benchmarks die in 2024 werden uitgevoerd door Cedris en door Divosa presteert KempenPlus zonder meer goed.

Doorontwikkeling van de dienstverlening is een continu proces bij KempenPlus. In 2024 werd invulling gegeven aan de verdere ontwikkeling van de organisatie. KempenPlus investeerde in medewerkers, relaties met gemeenten, raden, partners, organisatie en in systemen. In 2024 besloot het bestuur van KempenPlus om met advisering door Berenschot een vervolg te geven aan de strategische verkenning die een jaar eerder was ingezet. De opdracht aan Berenschot is gericht op de vraag op welke wijze de dienstverlening door KempenPlus kan worden geoptimaliseerd. Oplevering van advies en besluitvorming door het bestuur wordt in het eerste kwartaal van 2025 verwacht. De deelnemende gemeenten hebben ook een adviesvraag uitgezet bij Berenschot. Deze vraag, genaamd scope 2, gaat over de optimale uitvoering van de taken in het sociale domein. Daarmee gaat deze vraag ook over de taken die nu door GRSK worden uitgevoerd. Voor het opvangen van eventuele risico's houdt KempenPlus een weerstandsvermogen aan.

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang:

Stichting Regionaal Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Oirschot Programma 0: Bestuur en ondersteuning Bizob is een stichting en wordt aangestuurd door de gemeenten en aangesloten organisaties. Het bestuur wordt gevormd door een afvaardiging van twee bestuurders per regio. De zittingsduur voor bestuurders is vier jaar. De voorzitter van het bestuur is een burgemeester en heeft een zittingsduur van zes jaar. Daarnaast worden twee secretarissen toegevoegd aan het bestuur. Tevens neemt vanuit elke aangesloten gemeente één bestuurder deel in de Vergadering van Aangeslotenen. Bizob zet zich in voor ruim 35 gemeenten en publieke organisaties als strategisch partner voor inkoop en aanbestedingen. In nauwe samenwerking met de gemeente Reusel-De Mierden regelt Bizob inkoop, aanbestedingen, contractmanagement en contractbeheer voor het sociaal domein, openbare ruimte, bedrijfsvoering en ICT. Het doel is het behalen van voordeel voor alle bij Bizob aangesloten organisaties. De inkoopsamenwerking gaat verder dan het bundelen van inkoopvolumes. Door samenwerking wordt kennis opgebouwd van producten, markten en bedrijven, waardoor transactiekosten en inkooprisico’s verminderen en de professionaliteit van de inkoopfunctie toeneemt. Gemeentelijke bijdrage 2024: € 100.000 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024): € 1.302.202 € 600.123 excl.res.

2024 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024): € 1.973.315 €1.831.769 Resultaat 2024: € 1.343.604

Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen en risico’s:

€ 8.378.000 € 12.362.000

In 2024 werkte Bizob samen met onze aangesloten organisaties aan meer dan 1.450 aanbestedingstrajecten. Bizob blijft sterk inzetten op collectieve inkoop, omdat we samen aanzienlijke voordelen kunnen behalen en inkoopkosten kunnen verlagen. In

31

totaal zijn er 42 trajecten collectief opgepakt en 330 collectieve contracten afgesloten met een waarde van € 223 miljoen. Daarnaast hebben Bizob en VNG Realisatie de handen ineengeslagen voor een landelijke collectieve aanbesteding voor Cyberweerbaarheid, voortbouwend op de succesvolle aanbesteding voor Monitoring en Responsediensten in 2023 voor 127 gemeenten en gemeentelijke organisaties in Nederland. De structurele krapte op de arbeidsmarkt, ook voor gemeenten en publieke organisaties, maakt het lastig om op alle gebieden specialisten in huis te halen. In 2024 ondersteunde Bizob de aangesloten organisaties met vakspecialisten voor de inkoop van specifieke producten of gebieden en leverde waar nodig tijdelijke ondersteuning. Om partners op de hoogte te houden van actuele ontwikkelingen op het gebied van inkoop, organiseerde het Bizob Expertise Centrum regelmatig korte informatiesessies (Uurtje over...). MVOI staat bij Bizob, net als in vele coalitieakkoorden, hoog op de ambitieladder. In 2024 werd bij 81% van de aanbestedingen rekening gehouden met het milieu (o.a. circulaire inkoop) en bij 69% werd social return toegepast. Samen met de regiogemeenten is een zero emissie gunningsmethodiek geïmplementeerd. Bij bijna 75% van de bij Bizob aangesloten organisaties is er een aanbesteding in de markt gezet waarin deze methodiek is toegepast.

Tot slot organiseerde Bizob, samen met VNG, twee bijeenkomsten over het versnellen van de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Om de positie van het lokale en regionale MKB te verbeteren, organiseerde Bizob in 2024 verschillende ondernemersbijeenkomsten waarin aandacht werd besteed aan de mogelijkheden voor lokale ondernemers om zaken te doen met de gemeente. Daarnaast organiseerde Bizob kwartaalsessies met Bouwend Nederland, waar opdrachtgevers en -nemers in de bouwsector elkaar ontmoetten om over actuele thema’s te praten, zoals contractvormen, het afstemmen van vraag en aanbod en het borgen van duurzaamheid binnen een aanbesteding. In 2024 werd 67% van de aanbestedingen die door Bizob zijn begeleid, gegund aan het MKB en 44% aan lokale of regionale bedrijven.

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Risico’s

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

NV Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) Den Haag Programma 0: Bestuur en ondersteuning Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Gemeentelijke bijdrage 2024: €0 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024): € 4.721 mln € 4.777 mln Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024): € 107.459 mln € 110.819 mln Resultaat 2024: € 294 mln. Wij verwachten dat gedurende het begrotingsjaar zich geen veranderingen voordoen in de belangen van aandeelhouders in BNG Bank. De BNG wordt door beleggers onverminderd als één van de veiligste banken ter wereld beschouwd. Het uit te keren dividend blijft een prognose, omdat de bank geen voorspelling kan doen over de ontwikkeling van de ongerealiseerde marktwaardeontwikkelingen. NV Brabant Water ’s-Hertogenbosch Raakt diverse programma’s. Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) Het leveren van water en het in stand houden van de benodigde infrastructuur om water te distribueren. Gemeentelijke bijdrage 2024: €0 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 690 mln € 699 mln Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 585 mln € 619 mln *Jaarrekening 2023 (cijfers 2024 nog niet beschikbaar)

32

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost Helmond Programma 1. Veiligheid Het ondersteunen van de gemeenten bij zeer complexe zorg-/veiligheidscasussen en het bevorderen van de integrale samenwerking tussen partners. Gemeentelijke bijdrage 2024: € 4.500 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024): € nnb € nnb Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024): € nnb € nnb Geraamd resultaat 2024:* € nnb Er wordt uitvoering gegeven aan de landelijke meerjarenagenda zorg- en veiligheidshuizen 2021-2024. Daarbij is ruimte voor regionale invulling en inkleuring van de (basis-)taken. Daarbij wordt de AVE aanpak veelal gebruikt als uitgangspunt voor de samenwerking, waardoor duidelijk is welke taken iedere organisatie heeft in iedere fase. In 2024 wordt verder ingezet op het bestaande dienstverleningspakket zoals dat recent door het ZVHBZO is uitgebreid. Daarbinnen vallen de volgende taken: - Casuïstiek-op-maat; procesregie in complexe casuïstiek met een knelpunt en een veiligheidsrisico; - de PGA Radicalisering, deze is gericht op personen die (mogelijk) radicaliseren; - de PGA Jeugd, die zich richt op jongeren met overlastgevend en/of crimineel gedrag; - de PGA Personen met onbegrepen gedrag, die een gevaar (kunnen) zijn voor zichzelf of de omgeving; - MDA++, gericht op huishoudens waarin het niet lukt om de cirkel van geweld duurzaam te doorbreken.

Na de (door)ontwikkeling van dit dienstenpakket staat 2024 in het teken van het uitvoeren van de genoemde dienstverlening. De organisatie gaat hiervoor zelfstandig personeel in dienst nemen om de continuïteit van de bedrijfsvoering te borgen en de kosten te verlagen. Dat kon voorheen enkel op basis van detachering of payroll. Verder wordt projectmatig ingezet op het vereenvoudigen en versterken van de regionale samenwerking tussen bestuur, zorg en veiligheid in Oost-Brabant. Die samenwerking is erg complex en er is sprake van een enorme bestuurlijke en operationele overlegdrukte. Door wisselingen in de organisatie en krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat de bezetting van het Zorg- & Veiligheidshuis niet snel genoeg op sterkte komt óf dat er langere tijd geïnvesteerd moet worden om nieuwe medewerkers op te leiden en in te werken. Daarmee zouden de activiteiten onder druk komen te staan. Het is voor het ZVHBZO van belang om focus te houden op de bestaande activiteiten en het verder optimaliseren daarvan. Hiermee komt er stabiliteit in de organisatie die afgelopen jaren door wisselingen in de bezetting en introductie van nieuwe thema’s onder druk heeft gestaan. Wanneer partners eventueel dringend verzoeken om toch nieuwe taken op te pakken kan dat verstorend werken.

33

2.6.

Onderhoud kapitaalgoederen

2.6.1. Algemeen Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Het is van belang om inzicht te hebben in de beleidskaders omtrent dat onderhoud. Die beleidskaders zijn er zowel inhoudelijk als financieel-administratief. Inhoudelijk gaat het dan bijvoorbeeld om het vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is het eindresultaat van enerzijds de kwaliteit die we voor ogen hebben en anderzijds de budgettaire mogelijkheden. Er is ook een financieel beleidskader. Dat gaat over de mate waarin financiële ruimte wordt gecreëerd voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Hiervoor gelden de volgende ‘spelregels’. Alle vaste activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geactiveerd met uitzondering van investeringen in de openbare ruimte die via de grondexploitatie worden verhaald. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Een uitzondering hierop is de afschrijvingsduur van immateriële vaste activa (bijvoorbeeld een bestemmingsplan). Deze worden incidenteel ten laste gebracht van de exploitatie. Het beleid rond afschrijving is vastgelegd in een beleidsnota.

In de Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid 2020 zijn de afschrijvingstermijnen opgenomen. Deze zijn in 2021 aangevuld met vastgesteld afschrijvingstermijnen voor groenvoorzieningen (incl. bomen). Soort investering Gebouwen (permanent) Gebouwen (semipermanent) Inrichting Groen (korte levensduur) Groen (lange levensduur) Hardware Software Kunststof (gras)velden/banen: ondergrond Kunststof (gras)velden/banen: toplaag

Termijn in jaren 40 15 15 40 80 4 6 40 20

Soort investering Riolering (excl. pompen/gemalen/drukriool) Technisch installaties (w.o. pompen enz.) Wegen (aanleg, reconstructie) en waterkunde Straatmeubilair Straatverlichting (masten) Straatverlichting (armaturen) Speeltoestellen / sportattributen Vervoermiddelen Machines

Termijn in jaren 50 15 40 25 40 20 15 10 10

2.6.2. Wegen en verkeer In 2017 is door de raad het ‘Wegenbeleidsplan 2018-2027’ vastgesteld. Onze gemeente hanteert in lijn met de wettelijke en maatschappelijke verplichtingen een sobere doch doelmatige kwaliteitsnorm voor haar wegbeheer met een gezonde balans in kwaliteit en kosten. De kwaliteitsnorm van de gemeente sluit hierbij 1 op 1 aan op kwaliteitsniveau C van de relevante CROW publicatie. Daarbij sturen we op het beheersen van risico’s (veiligheid en kapitaalvernietiging) van het gehele wegenareaal en maken geen differentiatie in wegtypen of gebieden. Het wegenbeheerplan bevat de onderhoudscijfers voor een looptijd van 10 jaren, waarbij de eerste 5 jaren meer gespecificeerd zijn berekend. Voor de laatste 5 jaren (2023 t/m 2027) van het plan is de dotatie berekend op € 472.500 per jaar. Uit de actualisatie, die begin januari 2025 afgerond wordt, moet blijken of de gereserveerde gelden voldoende zijn. Op dit moment heeft de gemeente inzicht in het feit dat er een onderhoudsachterstand aanwezig is van € 725.000. Dit bedrag wordt nader becijferd in het nieuwe wegenbeheerplan dat medio januari 2025 in de raad behandeld zal worden In 2024 is het wegenbeheerplan opgesteld en in december via B&W naar de gemeenteraad voor besluitvorming gestuurd.

Het gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vormt het bestuurlijk vastgestelde kader voor het uitvoeren van de verkeersprojecten. Het GVVP geeft alle verbindingen weer voor zwaar verkeer in de gemeente. Het GVVP loopt tot en met eind 2025.Vanaf het late voorjaar 2025 maakt de ambtelijke organisatie een nieuw plan ten behoeve van de verkeersveiligheid. Dit zogenaamde mobiliteitsplan zal onder andere de nieuwe verkeersveiligheidsprojecten, verbetermaatregelen voor fietsen en parkeren en mensgerichte maatregelen beschrijven voor de jaren na 2025. 2.6.3. Gebouwen Eind 2022 is de looptijd van het vigerende beheerplan gebouwen afgelopen. Eind mei 2025 is het nieuwe accomodatiebeleidsplan voorzien om in de raad behandeld te worden. Later in 2025 volgt het Uitvoeringsplan Meerjaren Onderhoud gemeentelijke accommodaties. Tot de datum van behandeling in de raad werkt de ambtelijke organisatie met de lopende (jaarlijkse) budgetten op basis van 2022. De financiële werkwijze daartoe is een onderhoudsvoorziening waarin de stortingen plaatsvinden op basis van het vastgestelde beheerplan. Deze werkwijze wordt gecontinueerd.

34

2.6.4. Riolering en watertaken In november 2023 heeft de gemeenteraad het Programma Water en Riolering vastgesteld. Het Programma Water en Riolering verving het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) wat destijds afliep. De looptijd van het Programma Water en Riolering is tot en met eind 2028. Dit beleidsplan heeft als speerpunten dat de gemeente handelt volgens het principe van water- en bodemsturend. Door de watergangen en riolering van de gemeente kwalitatief op orde te brengen en klimaatadaptief onze gemeente in te richten hebben we concrete middelen aan onze ambities voor de komende periode gekoppeld. Concrete acties die in dit programma benoemd zijn onder andere risicogestuurd werken aan de riolering, werken volgens principe ‘besparen, vasthouden, bergen en (dan pas) afvoeren van hemelwater’, intensiveren van het afkoppelen van particuliere woningen en bedrijven qua neerslag en het verhogen van de gemeentelijke eis voor waterbuffering van 20 naar 40 mm per m² verhard oppervlakte zonder compensatie van gesloopte verharding. 2.6.5. Openbare verlichting In 2018 is het beleidsplan Openbare Verlichting 2018-2030 vastgesteld. Uitgangspunt voor de openbare verlichting is behoud van kwaliteit en waar mogelijk verbetering.

De gemeente brengt haar energiehuishouding met 50% omlaag (ten opzichte van 2013) en heeft in 2030 de installatieverantwoordelijkheid voor lichtmasten geïmplementeerd. Bij herinrichting, reconstructie en nieuwe ontwikkelingen worden oude lichtmasten en armaturen vervangen als de levensduur daar aanleiding toe geeft. Verder worden nieuwe lichtmasten binnen de looptijd van het beleidsplan geplaatst volgens de Nederlandse verlichtingsrichtlijnen en vormt een integrale aanpak de basis voor (gemeentelijke) de uitvoeringsplannen. 2.6.6. Groenvoorziening In november 2021 is het Beleidsplan Openbaar Groen 2022-2031 vastgesteld en daarmee zijn de visie en kaders bepaald. De bijbehorende middelen voor een kwaliteitsgericht en consistent groenonderhoud (volgens de onderhoudsniveau ’s A, B en C) zijn destijds beschikbaar gesteld. Daarnaast is er sprake van jaarlijkse vervangingsinvesteringen om het kapitaalgoed groen duurzaam in stand te houden, waarbij sprake is van de gewogen afschrijftermijnen van 40 en 80 jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=c85267c3-ffd7-424d-857f-3f64b5010447