CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6 [21.18329] - Onderzoek milieunormen windenergie WAWR 6 oktober 2021

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel instemmen voorgenomen wijziging Omgevingsvergunning windpark Agro-Wind voor de activiteit milieu17.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.2.3 Hinderlijkheid van slagschaduw Gevolgen van slagschaduw Het menselijk oog is gevoelig voor optredende verschillen tussen licht en donker en voor snelle bewegingen. Dit trekt aandacht en leidt af, waardoor dit als hinderlijk kan worden ervaren door de waarnemer. De mate van hinder van een passerende schaduw wordt onder meer bepaald door de frequentie van het passeren (rotortoerental), door de blootstellingsduur en door de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte. Uit onderzoek dat in 1999 in Duitsland is verricht blijkt dat omwonenden van windturbines die een netto slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar ervaren een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving33. Herhaaldelijke of langdurige blootstelling hieraan kan bovendien leiden tot stress en concentratieverlies. Onderzoekers van de Universiteit van Kiel vonden in dezelfde laboratoriumstudie een duidelijke relatie tussen blootstellingsduur aan slagschaduw en de ervaren hinder voor de testpersonen. Uit het laboratoriumonderzoek komt specifiek naar voren dat in de eerste 20 minuten dat contrastrijke slagschaduw optreedt een fysieke reactie worden veroorzaakt, die bij langere blootstelling daarna door het lichaam wordt gecompenseerd. De onderzoekers hebben aanbevolen de slagschaduwduur te beperken om effecten op langere termijn te voorkomen vanwege de energie die deze compensatie kost.

Bij frequenties hoger dan 2,5 Hz (aantal passeringen per seconde) kan als gevolg daarvan sprake zijn een fysiologisch effect in de vorm van een kans op een epileptische aanval bij personen die gevoelig zijn voor licht34. Bij grote moderne windturbines treedt dit niet op aangezien de frequentie veel lager dan 2,5 Hz (veelal beneden de 1 Hz) is, omdat de rotorbladen relatief weinig omwentelingen per minuut maken. Er is geen bewijs gevonden dat directe blootstelling aan slagschaduw bij frequenties beneden de 2,5 Hz an sich gezondheidseffecten veroorzaakt. In de periode sinds dit onderzoek zijn in Europa vele duizenden windturbines gerealiseerd waaruit geen wetenschappelijk vastgestelde gevallen van gezondheidseffecten als gevolg van slagschaduw bekend zijn en er zijn ook geen andere onderzoeken gepubliceerd die een

33 34

Pohl, J, Faul, F, & Mausfeld, R; Belästigung durch periodischen schattenwurf von Windenergieanlagen, 1999. Parsons Brinckerhoff, 2006; Update of UK Shadow flicker Evidence Base

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 21

andere conclusie geven op dit punt. Directe gevolgen voor de gezondheid als gevolg van blootstelling aan slagschaduw – mits frequenties beneden 2,5 Hz blijven - zijn daarmee niet aannemelijk. Slagschaduw wordt echter wel als hinderlijk beschouwd en dit is aanleiding de slagschaduw te normeren. Kader 3.2 Toegenomen afmetingen windturbines in relatie tot bruikbaarheid onderzoeksresultaten

Hoewel het uitgevoerde laboratoriumonderzoek uit 1999 stamt gaat het in op de effecten van slagschaduw op het menselijke welbevinden. Hoewel windturbines sinds die tijd veel groter zijn geworden heeft dat geen effect op de bruikbaarheid van de resultaten van het onderzoek, omdat de slagschaduw op zichzelf van een kleine windturbine niet anders is dan die van een grote windturbine. Alleen de afstand waarop het fenomeen zich kan voordoen wordt groter met de toenemende afmetingen van de windturbines.

Hinder beperken in de tijd Uit een vergelijkende literatuurstudie uit 2017 van Koppen et al35, blijkt dat in veel landen een maximale slagschaduwduur op een slagschaduwgevoelig object wordt gehanteerd van 8 uur per jaar, in sommige gevallen aangevuld met een maximum per dag van 30 minuten. Jaarlijks schijnt de zon, volgens de KNMI, gemiddeld zo'n 1.550 uur in Nederland (minimaal circa 1.400 uur en maximaal circa 1.700 uur). Een jaar telt 8.760 uren en de daglichtperiode is ongeveer de helft daarvan (4.380 uur). Dit betekent dat ongeveer 15% van het jaar de zon schijnt. Er is dus slechts een beperkt deel van het jaar dat slagschaduw kan optreden. In onderstaande tabel is deze verhouding tussen de totale zonneschijn en daglichtduur per jaar afgezet tegen een bepaalde slagschaduwduur. Tabel 3.1 Percentage tijd i.r.t. slagschaduwduur Netto slagschaduw duur per jaar

Percentage van de totale daglichtperiode per jaar

Percentage van het totaal aantal zonuren per jaar

25 uur

0,57%

1,61%

20 uur

0,46%

1,29%

15 uur

0,34%

0,97%

10 uur

0,23%

0,65%

8 uur

0,18%

0,52%

6 uur

0,14%

0,39%

2 uur

0,05%

0,13%

In Nederland wordt nu veelal een maximale slagschaduwduur van 6 uur op een slagschaduwgevoelig object gehanteerd. Als uitgegaan wordt van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar, dan bedraagt dit circa 0,4% van het gehele maximale percentage aan zonuren per jaar. Vervolgens wordt er ook vanuit gegaan dat gedurende deze 6 uur slagschaduw daadwerkelijk iemand zich bevindt in een ruimte waarop de slagschaduw optreedt. In praktijk kan iemand op dat moment niet thuis zijn of zich ergens in huis bevinden waar de slagschaduw niet merkbaar is. Blootstelling aan slagschaduw volgens deze beoordelingssystematiek is op jaarbasis dus zeer beperkt.

35

Koppen, E, et al, 2017; International Legislation and Regulations for Wind Turbine Shadow Flicker Impact

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 22

Er is internationaal beperkt onderzoek beschikbaar naar de relatie tussen blootstellingsduur aan slagschaduw en de effecten hiervan op personen. In 2016 heeft Health Canada36 aanvullend onderzoek gedaan naar variabelen die de hoogte van de ervaren hinder beïnvloeden. Hieruit is gebleken dat wanneer de aaneengesloten blootstellingsduur van slagschaduw onder de 10 minuten is, de hinder beperkt is tot 3,8% van de blootgestelde personen. Indien de blootstellingsduur meer dan 30 aaneengesloten minuten bedraagt, ervaart 21,1% van de personen ernstige hinder. Deze en de tussenliggende waardes zijn uiteengezet in Tabel 3.2. Dit is voor zover bekend de enige dosis-effectrelatie studie die beschikbaar is in relatie tot slagschaduw van windturbines37. Tabel 3.2 Mate van ernstige hinder bij verschillende aangesloten blootstellingsduren38 Blootstelling slagschaduw

≥ 0 minuten en ≤10 minuten

≥ 10 minuten en ≤20 minuten

≥ 20 minuten en ≤30 minuten

≥ 30 minuten

Mate van ernstige hinder

3,8%

5,2%

13,5%

21,1%

Tot slot wordt opgemerkt dat verscheidene landen een bruto slagschaduwnorm39 hanteren. Omdat de dosis-effectrelatie gaat over de daadwerkelijke blootstelling aan slagschaduw wordt een netto blootstellingsduur als een betere beoordelingsmaat gezien. Bij een bruto beoordelingsmaat is namelijk nog steeds onduidelijk welke netto belasting en dus welke effecten op de omgeving dit daadwerkelijk oplevert. Hinder beperkt tot afstand In theorie kan een slagschaduw bij een heel lage zonnestand en een vrij blikveld zeer ver reiken. Echter, er is een beperking aan de afstand waarop nog gesproken kan worden van enige mate van invloed 40. Specifiek voor slagschaduw geldt dat de schaduw minder scherp wordt naarmate de afstand toeneemt, omdat op grotere afstanden de afdekking van de zon door het windturbineblad nog maar beperkt is. In Figuur 3.1 is eerder weergegeven dat een minimale afdekking moet bestaan van 20% om te spreken van enige waarneembare schaduw. Bij moderne windturbines is dit – afhankelijk van de afmeting van de windturbine - op afstanden van circa 1.800 – 2.000 meter niet meer aan de orde (zie Figuur 3.2 voor een voorbeeld windturbine). De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het slagschaduwgevoelige object.

36

https://asa.scitation.org/doi/pdf/10.1121/1.4942403 De onderzoekers geven aan dat de gepresenteerde dosis effectrelatie is, wanneer enkel naar slagschaduw onafhankelijk van geluidbelasting wordt gekeken. 38 Voicescu, et al. 2016; Estimating annoyance to calculated wind turbine shadow flicker is improved when variables associated with wind turbine noise exposure are considered, The Journal of the Acoustical Society of America 139, 1480 (2016); doi: 10.1121/1.4942403 39 In dit geval wordt de maximale theoretische slagschaduwduur bedoeld, gebaseerd op een situatie dat de zon altijd schijnt gedurende de daglichtperiode, de windturbine altijd draait en de wind vanuit een (on)gunstige richting waait. 40 ECLI:NL:RVS:2018:616, waarin wordt gesproken van tien keer de tiphoogte als afstand waarop in beginsel geen gevolgen van enige betekenis zijn te verwachten van een windpark. 37

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 23

Figuur 3.2 Grafiek afstand en schaduwafdekking

3.3 Beoordelingskader voor slagschaduw Blootstellingsduur Zoals onder 3.2 is aangegeven is met name de blootstellingsduur de belangrijkste parameter om de effecten van optredende slagschaduw te beoordelen. Daarom dient in slagschaduwonderzoeken de optredende cumulatieve slagschaduw op gevoelige objecten of terreinen van alle windturbines in een omgeving gezamenlijk inzichtelijk te worden gemaakt. Dit kan visueel worden verbeeld in slagschaduwduurcontouren (in uren per jaar) op kaart. De uiterste contour waarbuiten slagschaduw als verwaarloosbaar kan worden beschouwd (de ‘0 uur per jaar contour’) ligt maximaal op een afstand waarbij de zon voor minimaal 20% (of meer) kan worden afgeschermd. Daarnaast wordt per individueel schaduwgevoelig object inzichtelijk gemaakt wat de verwachte jaarlijks optredende slagschaduwduur zal zijn. Afscherming In de rekenmodellen die worden gehanteerd om slagschaduw te bepalen wordt ervan uitgegaan dat er altijd een ‘line of sight’ bestaat tussen de windturbine en de gevel van een gevoelig object of het schaduwgevoelige terrein. Dit betekent dat afscherming door bijvoorbeeld andere gebouwen of bomen niet wordt meegenomen. Deze afscherming speelt echter wel een belangrijke rol in het al dan niet optreden van slagschaduw op de gevel of het terrein.

Ter illustratie: wanneer een object met een hoogte van 10 meter zich binnen circa 45 meter van de gevel van het gevoelige object bevindt tussen de windturbine en het object, zal de schaduw geblokkeerd worden (zie figuur 3.3). Uiteraard geldt dit voor (loof)bomen alleen in de zomerperiode, echter voor gebouwen geldt deze afscherming het gehele jaar. Deze afscherming wordt in de rekenmodellen niet meegenomen, echter kan in voorkomende gevallen wel een belangrijke factor van betekenis zijn. Met name op grotere afstanden en lage zonnestanden zal dit in het algemeen snel optreden. Door de afstand waarop slagschaduw wordt beoordeeld te begrenzen is echter al deels rekening gehouden met dit effect.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 24

Figuur 3.3 Afscherming effect

3.4 Lokale situatie in WAWR 3.4.1 Onderzoeksopzet De slagschaduwberekeningen zijn uitgevoerd met het softwareprogramma windPRO versie 3.4.41541. Voor de windturbines van WAWR is een windturbine met een rotordiameter van 160 meter en een ashoogte van 166 meter gehanteerd42. Voor de slagschaduwberekeningen is de slagschaduw meegenomen die optreedt bij een zonnestand van minimaal 5 graden boven de horizon. In de uitgevoerde analyses is een minimale zonnestand hoogte van 5 graden gebruikt als uitgangspunt voor de berekeningen. Dit betekent dat resultaten met een zonnestand onder de 5 graden niet worden opgenomen in de beoordeling. De achterliggende argumentatie is dat de schaduweffecten onder deze zonnestand te veel gereduceerd zijn om hinderlijke effecten te veroorzaken. Er zijn vier redenen waarom slagschaduweffect bij zonnestanden onder de 5 graden een beperkte vorm van slagschaduw veroorzaken: •

Schaduwafstand bij laagstaande zon (zie paragraaf 3.2.3);

•

Slagschaduwcontrast door percentuele afdekking van de zon (zie paragraaf 3.3);

•

Intensiteit van de zon bij lage zonnestanden; o Bij lage zonnestanden is de instralingsintensiteit veelal zodanig laag dat er geen sprake is van een contrastrijke slagschaduw.

•

Invloed van obstakels bij lagere zonnestanden (zie paragraaf 3.3).

Bij de beoordeling van slagschaduwhinder ter plaatse van toetspunten wordt uitgegaan van de worst-case aanname dat de gehele gevel van een woning boven een hoogte van 50 cm uit lichtdoorlatend materiaal (glas) bestaat. Daarbij is aangenomen dat de gevelhoogte bij woningen 5 meter bedraagt en voor de

41

Dit programma wordt wereldwijd gehanteerd voor slagschaduwberekeningen en bevat een nauwkeurig model voor het voorspellen van de optredende slagschaduw, gebaseerd op de baan van de aarde om de zon, de locatie van de windturbines (op coördinaat niveau) ten opzichte van de slagschaduwgevoelige objecten en langjarige weerdata. 42 Voor analyse van de breedte van het rotorblad en toerentallen is aangesloten bij de gegevens van een Vestas V1626.2 MW.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 25

geprojecteerde breedte van het gevelvlak is 8 meter aangehouden. De berekende slagschaduwduren zijn gegeven in netto gemiddelde slagschaduwduur per jaar. Voor de meteocorrecties (zonneschijn en windrichting) wordt gebruik gemaakt van gegevens van het nabijgelegen KNMI-meteostation NieuwBeerta.

3.4.2 Referentiesituatie In de referentiesituatie staan er reeds windturbines: Windpark Reusel – De Mierden (Laarakkerdijk) en de nog te realiseren windturbines van Windpark de Pals. In de referentiesituatie wordt ter plaatse van 14 van de 86 woningen in het gebied rondom WAWR slagschaduw ondervonden. Dit betreft het aantal woningen dat binnen een afstand tot de windturbines valt waarbinnen slagschaduw mogelijk is én er nog (minimaal of meer dan) 20% bladafdekking kan optreden. Figuur 3.4 Optredende slagschaduw in de referentiesituatie (zonder WAWR)

3.4.3 Resultaten berekeningen na toevoeging WAWR Het gebied waarin slagschaduw veroorzaakt door WAWR als hinderlijke waarneembaar kan zijn, ligt binnen een afstand van 2.050 meter van de windturbines. In totaal liggen in dit gebied 86 objecten die als slagschaduwgevoelig worden aangemerkt (woningen). Van deze woningen zijn 8 vanwege hun binding met WAWR aangemerkt als molenaarswoning. Deze woningen worden apart beschouwd van de ‘reguliere woningen’ in het bepalen van de toename in slagschaduwduur. Voor de 78 overgebleven woningen is de significante toevoeging van de jaargemiddelde slagschaduwduur ten opzichte van de referentiesituatie bepaald. Binnen het slagschaduwgebied liggen tevens overige slagschaduwgevoelige objecten (3), zoals

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 26

restaurants of recreatiewoningen, waarvoor de slagschaduwduur afzonderlijk is bepaald. In onderstaand overzicht wordt dit weergegeven. Tabel 3.3 Aantal slagschaduwgevoelige objecten naar aard in het plangebied Type

Aantal

Slagschaduwgevoelige objecten (woningen)

86

Overige slagschaduwgevoelige objecten

3

Molenaarswoningen

8

In Figuur 3.5 is met isolijnen aangegeven wat de toevoeging in jaargemiddelde slagschaduwduur per gevel is als gevolg van WAWR t.o.v. de referentiesituatie. In Figuur 3.6 is met isolijnen de cumulatieve jaargemiddelde slagschaduwduur per gevel weergegeven die wordt veroorzaakt door de referentiesituatie (Windpark Reusel – De Mierden (Laarakkerdijk) en Windpark de Pals) en WAWR tezamen. Tabel 3.4 Aantal slagschaduwgevoelige objecten waar slagschaduw optreedt Type

Referentiesituatie

Referentiesituatie + WAWR

Slagschaduwgevoelige objecten waar daadwerkelijk slagschaduw optreedt

14

55

Gevolgen voor woningen Met toevoeging van slagschaduw als gevolg van WAWR wordt bij 55 van de 78 woningen43 slagschaduw ondervonden, een toevoeging van 41 woningen ten opzichte van de referentiesituatie. De maximale toevoeging van totale jaarlijkse slagschaduwduur bedraagt ongeveer 678 uur voor molenaarswoningen en 593 uur voor woningen.

43

Aan de noordzijde wordt het schaduwgebied begrensd omdat de zon in het zuiden tijdens de middaguren altijd hoog staat. Direct aan de zuidzijde treedt nooit schaduw op omdat de zon nooit in het noorden staat.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 27

Figuur 3.5 Toevoeging jaargemiddelde slagschaduwduur WAWR t.o.v. referentiesituatie

Figuur 3.6 Cumulatie jaargemiddelde slagschaduwduur referentiesituatie + WAWR

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 28

Wanneer gekeken wordt naar de slagschaduwduur per dag per object valt op dat 16 woningen minder dan 20 minuten slagschaduw per dag ontvangen, en 39 meer dan 20 minuten. Tabel 3.5 Aantal slagschaduwgevoelige objecten met bepaalde slagschaduwduur per dag na toevoeging WAWR Type

>0 min en ≤10 min

> 10 min en ≤20 min

> 20 min en ≤30 min

> 30 min

Slagschaduwgevoelige objecten (woningen) waar daadwerkelijk slagschaduw optreedt

1

15

16

23

Overige slagschaduwgevoelige objecten Naast de in het onderzoeksgebied (2.050 meter tot de windturbines) aanwezige woningen, zijn er ook overige schaduwgevoelige objecten aanwezig. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel, waarbij tevens de toename van de jaargemiddelde slagschaduwduur ten opzichte van de referentiesituatie is weergegeven. Tabel 3.6 Toename in jaargemiddelde slagschaduwduur ter plaatse van overige slagschaduwgevoelige objecten Toetspunt

Soort/functie

Toename jaargemiddelde slagschaduwduur t.o.v. referentiesituatie [u:mm]

Recreatiepark de Tipmast

Recreatiewoningen

4:19

Taverne d’n Oude Brandtoren

Restaurant

5:32

Outdoorpark Reusel

Recreatie (gebouw)

7:04

Boerderijcamping Peel 13

Camping

3:30

Op recreatiepark de Tipmast zijn naast recreatiewoningen ook enkele panden met een woonfunctie gesitueerd volgens het BAG. Deze zijn reeds opgenomen als toetspunt in de voorgaande berekeningen. De hierboven getoonde waarde is de toename in jaargemiddelde slagschaduwduur van de recreatiewoning die het dichtst bij WAWR is gelegen. Volgens het BAG heeft het pand van Taverne d’n Oude Brandtoren naast een bijeenkomstfunctie ook een woonfunctie en is dus als toetspunt reeds opgenomen. Eventuele stilstand voor deze woning is dus ook van toepassing op het restaurant. De boerderijcamping op het adres Peel 13 te Reusel betreft een nog niet gerealiseerde situatie. Op 16 september 2021 is bij de Gemeente Reusel – De Mierden een vergunningaanvraag ingediend voor het exploiteren van een boerderijcamping. De woning op hetzelfde adres is slagschaduwgevoelig, waarop WAWR een toename van de slagschaduwduur heeft van 2:37 per jaar. Omdat de overige slagschaduwgevoelige objecten in de buurt liggen van woningen waar mogelijk een stilstandvoorziening voor wordt ingeregeld, zijn de berekende waardes een overschatting wanneer de voorgenoemde stilstandvoorziening wordt aangebracht Molenaarswoningen In het plangebied bevinden zich 8 molenaarswoningen. Voor deze objecten is de toevoeging van jaargemiddelde slagschaduwduur van WAWR gegeven in Tabel 3.7.

Hierin is weer de totale toename van slagschaduwduur gegeven zonder toepassing van mitigatie.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 29

Tabel 3.7 Toename in jaargemiddelde slagschaduwduur ter plaatse van molenaarswoning Situatie

Toename jaargemiddelde slagschaduwduur t.o.v. referentiesituatie [u:mm]

+ WAWR zonder slagschaduwmitigatie

678:02

3.4.4 Effecten van lagere maximale slagschaduwduur Vervolgens kan worden bepaald in hoeverre de totale jaarlijkse slagschaduwduur afneemt bij het hanteren van een maximale slagschaduwbelasting per gevoelig object. Dit is in een aantal stappen gedaan. Hierbij is als laagste waarde 2 uur per jaar gehanteerd, aangezien het in werking stellen van een stilstandvoorziening altijd enige vertraging oplevert, waardoor het technisch vrijwel niet uitvoerbaar is om terug te gaan naar 0 uur per jaar. In onderstaande tabel is het effect op de totale jaarlijks optredende slagschaduwduur nabij gevoelige objecten aangegeven, bij verschillende toelaatbare maximale belastingen per object.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 30

Tabel 3.8 Toename in jaargemiddelde slagschaduwduur ter plaatse van woningen Maximaal optredende slagschaduwduur per object als gevolg van WAWR

Toename totale jaargemiddelde slagschaduwduur t.o.v. referentiesituatie [u:mm]

+ WAWR zonder slagschaduwmitigatie

593:36

+ WAWR – 20 uur/jaar

163:23

+ WAWR – 14 uur/jaar

145:26

+ WAWR – 10 uur/jaar

111:08

+ WAWR – 8 uur/jaar

75:19

+ WAWR – 6 uur/jaar

62:41

+ WAWR – 4 uur/jaar

45:17

+ WAWR – 2 uur/jaar

23:46

3.5 Naar een normstelling voor slagschaduw Uit de (beperkt) beschikbare wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat – hoewel er geen directe gevolgen voor de gezondheid te verwachten zijn als gevolg van slagschaduw van WAWR – het wel wenselijk is de totale optredende hoeveelheid slagschaduw ter plaatse van gevoelige objecten te beperken. In de referentiesituatie wordt ter plaatse van 14 van de 86 woningen in het gebied slagschaduw ondervonden. Na realisatie van WAWR zal dit windpark – zonder het nemen van mitigerende maatregelen – bij 55 van de 86 woningen enige vorm van slagschaduw optreden en neemt het totaal aantal uur toe met 593 uur. Bij meer dan éénderde van de woningen waar slagschaduw optreedt, is dit minder dan 2 uur per jaar (31 van de 83). Circa 20 woningen ontvangen jaarlijks meer dan 6 uur slagschaduw zonder mitigatie. In de nieuwe situatie is bij 39 woningen sprake van een slagschaduwduur van meer dan 20 minuten per dag (worst case). Voor de overige 16 woningen is dit minder dan 20 minuten. In de praktijk is terug regeling naar 0 uur per jaar niet mogelijk. Tijdens afwisselende zonnige momenten kan er gedurende kortstondige duur slagschaduw aanwezig zijn. Deze perioden zijn nooit zodanig langdurend dat er sprake kan zijn van een significante hinderbeleving.

Deze categorie dient dus gelezen te worden als ‘zoveel reductie als mogelijk’ en wordt weergegeven als ‘~0u per jaar’.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 31

Tabel 3.9 Toename in jaargemiddelde slagschaduwduur ter plaatse van woningen en energieopbrengstverliezen

Situatie

Toename totale jaargemiddelde slagschaduwduur t.o.v. referentiesituatie [u:mm]

Energieopbrengstverlies in uren bij volledige stillstand

Percentage verlies draaiuren in % van 1x jaar en in % t.o.v. windpark

Verlies in MWh*

Aantal woningen waarbij de norm wordt overschreden zonder stilstandvoorziening

+ WAWR zonder slagschaduwmitigati e

593:36

--

--

--

n.v.t.

+ WAWR – 20 uur per jaar

163:23

334:08

0,35%

727

10

+ WAWR – 14 uur per jaar

145:26

350:41

0,36%

748

11

+ WAWR – 10 uur per jaar

111:08

382:57

0,40%

831

14

+ WAWR – 8 uur per jaar

75:19

411:50

0,43%

894

18

+ WAWR – 6 uur per jaar

62:41

413:49

0,43%

894

20

+ WAWR – 4 uur per jaar

45:17

422:12

0,44%

915

23

+ WAWR – 2 uur per jaar

23:46

435:03

0,45%

935

31

+ WAWR – ~0u per 0:00 446:02 0,46% 956 55 jaar * de opbrengstverliezen zijn ingeschat op basis van het windklimaat zoals bepaald bij het SDE-windrapport.

In

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 32

Tabel 3.9 is inzichtelijk gemaakt welke gevolgen het beperken van de maximale blootstellingsduur heeft voor het windpark en de woningen in verschillende stappen. Hierbij is telkens een de maximale blootstellingsduur per woning als uitgangspunt gehanteerd. Uit deze tabel kan worden afgeleid dat het reduceren van de optredende slagschaduwduur per jaar tot een relatief beperkt productieverlies leidt voor het windpark. Daar staat echter tegenover dat de daarmee voorkomen hinder ter plaatse van slagschaduwgevoelige objecten ook relatief beperkt is. Het ligt daarmee vanuit het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat – voor de hand om de norm zodanig te stellen dat voor de 39 woningen waar een slagschaduwduur van >20 minuten per dag mogelijk is, de optredende hoeveelheid slagschaduw wordt beperkt. Voor de overige woningen is de slagschaduwbelasting per dag minder dan 20 minuten en is ook de totale jaarlijkse slagschaduwbelasting gering.

3.6 Lichtschittering Gladde en glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas, maar ook geschilderde oppervlakken) kunnen invallend zonlicht reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvanger aankomt kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld voor wegverkeer. Dit effect kan echter eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet reflecterende materialen. Voor windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NENEN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Er is daarmee geen noodzaak tot het opnemen van nadere voorschriften of normen, anders dan hierboven beschreven om gevolgen van lichtschittering te beperken.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 33

4 Externe veiligheid 4.1 Inleiding: plaatsgebonden risico als beoordelingsmaat Hoewel het risico zeer klein is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het risico van de windturbines op de omgeving wordt beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken44. Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. Het directe risico van windturbines op de omgeving is buiten de identificatieafstand (werpafstand bij overtoeren) in het geheel uit te sluiten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats in de omgeving permanent (24 uur voor 365 dagen) en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico rekent daarmee de maximale trefkans uit voor een individueel persoon wat permanent aanwezig is en is daarmee niet geschikt voor beoordeling van voorbijgangers / passanten. Het risico wordt uitgedrukt in een kans op overlijden waarbij de conservatieve aanname wordt gedaan dat treffen door een windturbineonderdeel gelijk staat aan 100% kans op overlijden.

De kans wordt tevens conservatief berekend zonder rekening te houden met vluchtgedrag of actieve actie van de te raken persoon om risico’s te vermijden of uit de weg te gaan. Het plaatsgebonden risico is daarmee een conservatieve maat voor het maximale risico dat in de omgeving kan worden ervaren op een bepaalde locatie.

4.2 Achtergrond: veiligheid en kansen Omgaan met risico’s in een drukbevolkt land De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid op rijksniveau luidt: “Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s” (44). Het beleid is erop gericht een zogenaamd basisbeschermingsniveau voor externe veiligheid te bieden aan personen die wonen, werken of recreëren in de omgeving van risicovolle activiteiten. Uitgangspunt van het landelijke risicobeleid in zijn algemeenheid is dat het gevaar van een activiteit acceptabel is wanneer op een bepaalde plaats een daar aanwezig individu geen hogere kans op overlijden heeft dan maatschappelijk is geaccepteerd. Deze basisbescherming, die veelal een limiet kent van 10-6 tot 10-4 per jaar45, wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico 46,47. Dit geldt voor onder andere industrie, transport en opslag van gevaarlijke stoffen zoals toxische of brandbare stoffen maar is ook toepasbaar voor windturbines. Het externe veiligheidsbeleid van alle risicobronnen is met introductie van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in 2004 gelijkgetrokken. Het hanteren van 10-5 en 10-6 voor een aanvaardbaar risico dateert al van eerder, zo wordt het onder andere genoemd in het Nationaal milieubeleidsplan 4 (juni 2001) 44

Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW2020) Deze risico’s komen overeen met een kans op overlijden van 1 op 1.000.000 en 1 op 100.000 per jaar. 46 Nota Modernisering omgevingsveiligheid (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 29517, nr. 92) 47 Roels, J.M, et al, 2018; Bewust Omgaan met Veiligheid: doelen en effectmaten in het risico- en veiligheidsbeleid, RIVM Rapport 2018-0029 45

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 34

maar ook daarvoor werd deze norm als aanvaardbaar gehanteerd. In het kader van de vuurwerkramp in Enschede (2000) en het daaropvolgende rapport van de commissie Oosting heeft er toe geleidt dat het gehele externe veiligheidsbeleid in Nederland tegen het licht is gehouden en er uiteindelijk maatschappelijk aanvaardbare normen in het Bevi zijn vastgelegd. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de ruimtelijke aanvaardbaarheid op basis van het hanteren van het plaatsgevonden risico’s niveau van respectievelijke 10-5 en 10-6 die optreden voor andere risicobronnen. Ook zijn de gevolgen voor het milieu hiermee beperkt. Weliswaar is er een kans op een effect, maar het hanteren van een andere kans als beoordelingsniveau leidt niet tot een afname van het gevolg maar alleen van de kans dat dit effect kan optreden. Het feit dat een zekere mate van risico, alhoewel zeer beperkt, wordt geaccepteerd is inherent aan het feit dat Nederland een drukbevolkt land is en multifunctioneel ruimtegebruik toegepast wordt. Aanvaardbaar beschermingsniveau In 2014 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een rapport laten opstellen over het in perspectief zetten van risico’s48.

Uit dit rapport kunnen geen cijfermatige conclusies worden getrokken maar het geeft wel aan waarom een mate van bescherming voor windturbines leidt tot maatschappelijk aanvaardbare risico’s in vergelijking met risico’s bij andere activiteiten. Op stadsniveau (generieke stad van 50.000 personen) is de kans op een vergelijkbaar aantal verloren levensjaren voor reizen met het vliegtuig vergeleken met een windturbineongeluk circa 1.000x hoger, het wonen in laaggelegen gebieden (overstromingsrisico) geeft circa een 10x hogere kans en voor autorijden ligt de kans op een vergelijkbaar aantal verloren levensjaren bijna 10.000x hoger dan bij een windturbineongeluk. Hieruit kan worden geconstateerd dat het toepassen van risicocriteria in de orde van grote van PR10 -05 en PR10-06 bij windturbines een maatschappelijk geaccepteerd risico kan opleveren. Overigens blijkt uit literatuur en ook navraag bij een externe veiligheidsdeskundige dat wereldwijd het geaccepteerde plaatsgebonden risico over het algemeen ligt op een niveau tussen 10-4 en 10-6. Zo geeft in het Verenigd Koninkrijk de Health and Safety Executive (HSE)49 aan dat de jaarlijkse acceptabele letaliteitskans voor een lid van de maatschappij circa 1 : 100.000 (= 10-5) is als gevolg van een nucleaire installatie en bij een niveau van 1 : 1.000.000 (= 10-6) is er ook geen verdere verbetering van de situatie meer benodigd.

Bescherming van objecten In het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) worden mogelijk te beschermen objecten onderverdeeld in beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten, waarbij bij de indeling rekening is gehouden met de mogelijke verblijfsduur van personen, de hoeveelheid aanwezige personen en de zelfredzaamheid van personen die normaliter in het type vermelde objecten kunnen voorkomen. Er is geen aanleiding van deze indeling af te wijken. Groepsrisico en maatschappelijk risico De bescherming van personen is naast het hanteren van een maximale eis per persoon ook afhankelijk van de hoeveelheid personen die een bepaald risico ondervinden. Hoe meer personen een risico kunnen ondervinden hoe minder geaccepteerd het risico wordt. Dit komt tot uiting in beoordeling van normen die worden omschreven voor het groepsrisico (GR) alsook het totale maatschappelijk risico (MR) dat kan optreden. Voor andere risicovolle inrichtingen en risicovolle transporten geldt voor het groepsrisico geen

48 49

Risico's in perspectief – Risicovergelijking, HaskoningDHV Nederland B.V, november 2014 i.o.v. Ministerie BZK Reducing risks, HSE’s decision-making process, Health and Safety Executive, 2001.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 35

harde normstelling maar wordt wel een oriëntatiewaarde gebruikt om de totale effecten te kunnen beoordelen50. Het maatschappelijk risico is een maat die aangeeft wat het ‘totale cumulatieve risico voor de maatschappij’ bedraagt. Dit is de optelsom van de plaatsgebonden risico’s voor alle potentiële personen in het gebied.

4.3 Berekening- en beoordelingssystematiek 4.3.1 Plaatsgebonden risico De risico’s van de windturbines op de omgeving worden berekend met behulp van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid module IV – De Handleiding risicobeoordeling windturbines (versie oktober 2020). Deze handreiking en handleiding hebben in 2020 een uitgebreide actualisatie ondergaan en voldoen aan de actuele stand van de wetenschappelijke kennis op dit punt. Ze zijn daarmee goed bruikbaar voor het berekenen en bepalen van risico’s van moderne grote windturbines. Voor de beoordeling worden alle objecten waar mensen zich in kunnen bevinden binnen de maximale effectzone in kaart gebracht. Buiten de maximale effectzone (bladworp bij overtoeren) kunnen geen onderdelen van de windturbine meer terechtkomen, waardoor hier ook geen effecten meer kunnen optreden. Daarnaast wordt het maximale plaatsgebonden risico (PR) dat binnen een object kan optreden per windturbine berekend. De maximale PR-waarden worden opgeteld per object om het maximale optredende PR te berekenen. Eén adreslocatie kan uit meerdere gebouwen (objecten) bestaan. Om het aantal aanwezige personen in te schatten wordt gerekend met een aanwezigheidsfactor of relatieve verblijfstijden.

Voor de bepaling van de kengetallen wordt specifiek onderzoek gedaan naar de lokaal optredende situatie en/of wordt waar mogelijk aangesloten bij de Populatieservice BAG51. Voor woningen wordt gerekend met een aanwezigheidsfactor van 2,4 personen per object. Voor de schuren behorende bij agrarische bedrijven en overige panden zonder toegewezen (verblijfs)functie, wordt gerekend met een aanwezigheidsfactor52 van 0,125. Voor de industriefunctie onderdeel van Postelsedijk 13a is de waarde uit de Populatieservice BAG gebruikt van 22,73 personen + 2,4 personen voor de bijbehorende woonfunctie. Voor het restaurant gedeelte van de Postelsche Hofstee gelegen op Belgisch grondgebied is gerekend met 1 persoon per 5 m2 (met een aanwezigheid van 12 uur per dag (factor 48x) 53. Het aantal personen dient om een inschatting te maken van de groepsrisico’s en het maatschappelijk risico. Passanten op infrastructurele transportroutes (wegen, waterwegen en spoorwegen) kunnen ook risico’s ondervinden door de aanwezigheid van windturbines. De verblijfstijden van passerende personen binnen de risicozones van de windturbines zijn echter zodanig klein dat dit geen significante risico’s oplevert in vergelijking met permanent aanwezige personen. Voor wegen met significante hoeveelheden personenverkeer (bijv. snelwegen of provinciale hoofdwegen) kunnen de cumulatieve risico’s significant worden.

De risico’s voor passanten kunnen worden uitgerekend in een Individueel Passanten Risico (IPR) en een Maatschappelijk Risico (MR). Naast een direct risico op personen in de omgeving kunnen 50

Zie Besluit externe veiligheid Transporten, artikel 1 lid 1 en Besluit externe veiligheid Inrichtingen artikel 12 lid 1 b Populatieservice te raadplegen via: “https://populatieservice.demis.nl/” 52 Deze aanwezigheidsfactor staat voor circa 1 persoon voor 3 uur per dag en respectievelijk één persoon gedurende 24 minuten per dag. 53 Bepaald met de Tabel: bepalen van personenaantallen EV, deel B voor gerealiseerde verblijfsfuncties t.b.v. de Populatieservice, september 2017 voor kleine bijeenkomstfuncties. 51

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 36

windturbineonderdelen bij een calamiteit terechtkomen op risicovolle buisleidingen en risicovolle inrichtingen in de omgeving. Door dit treffen kan er schade ontstaan en kunnen er gevaarlijke stoffen vrijkomen of kunnen er risico’s optreden die op zichzelf weer een gevaar vormen voor de omgeving. Dit wordt een indirect risico of domino-effect genoemd. Daarbij is altijd de toevoeging van het risico door de windturbine(s) van belang bij de beoordeling. De beoordeling van risico’s voor infrastructuren en overige installaties zijn vastgelegd in beleidsregels van betrokken instanties zoals Rijkswaterstaat, Gasunie en TenneT. Deze regels blijven gelden en zijn reeds beschouwd in de milieueffectrapportage voor Windpark Agro Wind Reusel. Er treden in de beoordelingen van deze infrastructuren en installaties geen wijzigingen op als gevolg van de uitspraak over de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit.

4.4 Lokale situatie in project Windpark Agro Wind Reusel 4.4.1 Referentiesituatie In de huidige situatie treden er op de objecten binnen de maximale effectafstand van Windpark Agro Wind Reusel geen veiligheidsrisico’s afkomstig van windturbines op. Er zijn enkele propaantanks aanwezig in de omgeving. Deze zorgen niet voor significante risico’s voor derden. De bestaande windturbines ten westen van het plangebied veroorzaken geen veiligheidsrisico’s voor de bestaande objecten. Figuur 4.1 Weergave referentiesituatie externe veiligheid

4.4.2 Effecten plaatsgebonden risico als gevolg van Windpark Agro Wind Reusel Door de komst van de windturbines ontstaan er gebieden rondom de windturbineposities waar een verhoogd risico optreedt. De ligging van de PR10-6 contouren liggen volgens vuistregels maximaal op een afstand gelijk aan de tiphoogte (246m) en de PR10-5 contouren liggen volgens vuistregels maximaal op

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 37

een afstand gelijk aan een halve rotordiameter (80m). Voor deze specifieke analyse zijn de PR-contouren specifiek berekend van een generiek windturbinetype met een maximale werpafstand van 182 meter54 die tevens de maximale dimensies heeft van een ashoogte van 166 meter en een rotordiameter van 160 meter. Tevens zijn twee specifieke windturbinetypes doorgerekend. Een Nordex N149 op 166 meter ashoogte en een Enercon E-160 op 166 meter ashoogte. Hierdoor zijn de maximale effecten in kaart gebracht. De PR-contouren zijn berekend met behulp van de formules 2.18 tot en met 2.25b en 3.1 tot en met 3.3 uit de Handleiding risicobeoordeling windturbines (versie oktober 2020). De gebruikte uitgangspunten zijn te vinden in de tabel in de bijlage 1. Figuur 4.2 Weergave maximale ligging PR-contouren

Vervolgens kan gekeken worden welke objecten zich bevinden binnen bepaalde plaatsgebonden risicocontouren om inzicht te krijgen in het optredende risico voor aanwezige bebouwing.

54

De bladworpgegevens zijn gebaseerd op de eigenschappen van een Nordex N149 op een ashoogte van 166 meter met een nominaal toerental van 10,7 rotaties per minuut en een zwaartepuntsafstand van 24,83 meter.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 38

Tabel 4.1 Aantal objecten binnen PR-contouren van windpark DZU Risico maat

Aantal panden / beperkt kwetsbare objecten

Aantal kwetsbare objecten*

Aantal personen per risicomaat

Generiek

N149

E-160

Alle windturbine types

Generiek

N149

E-160

PR10-04

0

0

0

0

0

0

0

PR10-05

0

0

0

0

0

0

0

PR10-06

2

2

2

0

0,25

0,25

0,25

PR10-07

11

9

11

0

1,49

1,24

1,49

PR10-08

0

0

1

0

0

0

2,4

PR10-09

34

36

30

0

102,3

102,5

99,5

PR10-10

-

-

-

0

-

-

-

* Door de vervallen woonfuncties in het gebied zijn alle woonfuncties verspreid liggende woningen (<3 woningen per hectare) en daarmee te definiëren als beperkt kwetsbare objecten conform het Bevi artikel 1.

Maatschappelijk risico Per object kan het optredende plaatsgebonden risico in een gebouw vermenigvuldigd worden met het aantal verwachtte personen in dat gebouw om tot het totale maatschappelijk risico van het windpark te komen. Dit betreft maximaal 2,6 x 10-6 per jaar. Ter referentie: Rijkswaterstaat en ProRail hanteren als beheerders van infrastructurele werken een toetsingsnorm van maximaal 2 x 10 -3 per jaar.

4.4.3 Effectbeoordeling via groepsrisico benadering Naast de bescherming van het maximaal optredende risico per object kan de situatie rondom de externe veiligheid van een windpark ook beoordeeld worden aan de verhouding van de hoeveelheid personen die een bepaald risico kunnen ondervinden. Een dergelijke beoordeling kan plaatsvinden door te kijken naar de berekenmethodiek van het optredende groepsrisico (GR). Een groepsrisicoberekening is opgesteld door de te verwachtte persoonsbezetting per pand en het maximaal optredende plaatsgebonden risico in kaart te brengen. Voor de bepaling van de persoonsbezetting van de verschillende gebruiksfuncties wordt hierbij wederom aangesloten bij de kengetallen zoals genoemd in 4.3.1. In onderstaande grafieken is het optredende groepsrisico als gevolg van het windpark afgezet tegen de oriëntatiewaardes zoals die voor groepsrisico van andere activiteiten (risicovolle inrichtingen en gevaarlijke transporten) worden gehanteerd. Het groene gebied geeft het gebied aan waarbij het optredende groepsrisico beneden de oriëntatiewaardes blijft.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 39

Figuur 4.3 Weergave groepsrisico drie windturbinetypes en oriëntatiewaarde inrichtingen en transporten

4.5 Bouw- en ontwerpnormen IEC Het ontwerp van windturbines voldoet aan de internationale norm (IEC-61400-1). Op grond van deze norm bevat de windturbine diverse veiligheidssystemen om ervoor te zorgen dat bij falen van onderdelen of bij extreme weersomstandigheden de windturbine niet wordt beschadigd. Onder andere bevat de windturbine een remsysteem welke ervoor zorgt dat de rotorbladen uit de wind worden gedraaid bij te hoge windsnelheden. Daarnaast is een bliksembeveiliging voorgeschreven die ervoor zorg dat inslaande bliksem buiten kwetsbare delen van de windturbine naar de grond leidt.

4.6 Naar een normstelling voor externe veiligheid In navolging van andere risicobronnen ligt het voor de hand om ook voor windturbines uit te gaan van een basisbeschermingsniveau voor de omgeving aangezien er een risico optreedt voor de omgeving. Daarbij is het eveneens logisch om aan te sluiten bij het beleidskader voor externe veiligheid door onderscheid te maken tussen beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten en deze te beoordelen aan de hand van

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 40

de plaatsgebonden risicocontouren. Er is geen aanleiding om hiervan af te wijken bij de beoordeling van windturbinerisico’s. Zoals uit de berekeningen onder 4.4 blijkt geeft dit tevens voldoende bescherming tegen het optreden van onaanvaardbare groepsrisico’s. Met een kans van 1 de 100.000 jaar bij continu jaarlang onbeschermd verblijf op de PR10 -5 contour bij (beperkt) kwetsbare objecten en 1 op de miljoen bij continue jaarlang onbeschermd verblijf op de PR10 -6 contour bij kwetsbare objecten is daarmee sprake van een risico dat aanmerkelijk lager ligt dan andere algemeen aanvaarde (maatschappelijke) risico’s en gelijk is aan andere risicobronnen waarvoor externe veiligheid normen van toepassing zijn. Het opstellen van een normstelling in de vorm van een bepaalde PR-contour waarde kan gezien worden als het trekken van een horizontale streep in Figuur 4.3. De hoeveelheid personen die een risico van meer dan PR10-06 kunnen ondervinden is voor deze projectlocatie zeer beperkt. Om te voorkomen dat een grotere hoeveelheid personen dit risico kunnen ervaren kan voor kwetsbare objecten een norm worden gesteld op een bepaalde PR-waarde. Om te voorkomen dat enige personen een groter risico van meer dan PR10-05 kunnen ervaren kan ook voor objecten met minder personen (beperkt kwetsbare objecten) een norm worden gesteld op een bepaalde PR-waarde.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 41

Bijlage 1 – Eigenschappen windturbines i.r.t. externe veiligheid en toetspunten Tabel 4.2 Turbine eigenschappen windturbines Manufacturer

Model

Hub height tower [m]

Throw height [m]

Rotor diameter [m]

Nominal rotor speed [RPM]

Blade COG from rotor axis [m]

Nacelle height [m]

Nacell e width [m]

Maximum tower width [m]

Nacelle length (incl. hub) [m]

Maximum blade width [m]

Generiek

Generiek

166

166

160

10,7

24,83

8

8

12

22,4

4,5

Nordex

N149

165

165

149

10,7

24,83

4,7

4,4

4,3

17,2

3,5

Enercon

E-160

166

166

161,2

9,4

26,87

6

6

10,2

12

4,13

NB. Data afkomstig van Datasheets, WindPRO Database en generieke formules. Dit resulteert in onderstaande grafieken van het plaatsgebonden risico. Voor de bepaling van de bladworptrefkansen is gebruik gemaakt van de formules: 2.5 t/m 2.13 van de Handleiding risicobeoordeling windturbines (versie oktober 2020). De PR-contouren zijn berekend met behulp van de formules 2.18 tot en met 2.25b en 3.1 tot en met 3.3

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 42

In onderstaande tabel zijn de gebruikte gegevens van de aanwezige objecten binnen de maximale effectafstand (faalscenario bladworp bij overtoeren) weergegeven. Voor de bepaling van de PR-waarden is gerekend met de betrokken minimale afstanden tot de randen van de panden per windturbinelocatie.

Adres Schepersweijer Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsedijk Postelsche Hofstee Postelsche Hofstee Postelsche Hofstee Postelsche Hofstee Postelsche Hofstee Postelsche Hofstee Postelsche Hofstee Postelsche Hofstee

Pandnr Aantal Verblijfsduur Verblijfstijdfactor (vanaf N) Objecttype personen /week /personen Status Afstand - 1 Afstand - 2 Afstand - 3 Afstand - 4 Afstand - 5 1a Pand 2 10,5 0,125 428 7 Pand 2 10,5 0,125 448 7 Pand 2 10,5 0,125 411 11 Pand 2 10,5 0,125 224 11 Pand 2 10,5 0,125 369 11 Pand 2 10,5 0,125 321 11 Pand 2 10,5 0,125 370 11 Pand 2 10,5 0,125 282 11 Pand 2 10,5 0,125 344 11 Woonfunctie 2,4 168 2,400 362 11 Pand 2 10,5 0,125 212 11 Pand 2 10,5 0,125 209 11 Pand 2 10,5 0,125 190 11a Woonfunctie 2,4 168 2,400 278 11a Pand 2 10,5 0,125 153 442 11a Pand 2 10,5 0,125 260 11b Pand 2 10,5 0,125 156 339 11b Pand 2 10,5 0,125 200 425 11b Pand 2 10,5 0,125 208 407 11b Pand 2 10,5 0,125 218 368 11b Woonfunctie 2,4 168 2,400 312 425 10 Pand 2 10,5 0,125 406 437 10 Pand 2 10,5 0,125 427 429 10 Pand 2 10,5 0,125 412 10 Pand 2 10,5 0,125 10 Woonfunctie 2,4 168 2,400 443 406 10 Pand 2 10,5 0,125 415 10 Pand 2 10,5 0,125 398 399 13 Woonfunctie 2,4 168 2,400 318 13a Pand 2 10,5 0,125 242 13a Industriefunctie;woonfunctie 25,13 Populatie van Populatieservice 265 13a Pand 2 10,5 0,125 276 15 Pand 2 10,5 0,125 256 354 15 Pand 2 10,5 0,125 278 401 15 Pand 2 10,5 0,125 298 431 15 Woonfunctie 2,4 168 2,400 326 441 15 Pand 2 10,5 0,125 295 372 15 Pand 2 10,5 0,125 296 295 400 17 Pand 2 10,5 0,125 366 230 346 17 Woonfunctie 2,4 168 2,400 418 341 387 Pand / Dieselinstallatie 2 20 0,238 Extra

aanwezigheid 200 436 Pand 2 10,5 0,125 244 400 Pand 2 10,5 0,125 292 346 Woonfunctie 2,4 168 2,400 Woning 289 348 Woonfunctie (2x) 4,8 168 4,800 Dubbele woning 342 299 Bijeenkomstfunctie klein BAG 96 84 48,000 50% v/d dag bezetting 310 317 Woonfunctie 2,4 168 2,400 Poortgebouw 347 318 Pand 2 10,5 0,125 Kerkje 368 316

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=672b2a75-fc88-45c4-9f87-269c2de3399f