CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6 [21.18329] - Onderzoek milieunormen windenergie WAWR 6 oktober 2021

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel instemmen voorgenomen wijziging Omgevingsvergunning windpark Agro-Wind voor de activiteit milieu17.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoek milieunormen windenergie Windpark Agro Wind Reusel Gemeente Reusel – De Mierden 717045 | v4.0 06/10/2021

Pondera

Colofon

Hoofdvestiging Nederland

Soort document

Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com

Onderzoek milieunormen windenergie

Postadres

Versienummer

Postbus 919 6800 AX Arnhem

Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia

Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea

Projectnaam Windpark Agro Wind Reusel

v4.0

Datum 6-10-2021

Project nummer 717045

Opdrachtgever Gemeente Reusel – De Mierden

Auteur Maarten Jaspers Faijer, Bouke Vogelaar, Stefan Flanderijn

Nagekeken door Paul Janssen

Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3

2 Geluid van windturbines 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

19

Inleiding _____________________________________________________________________ 19 Achtergrond: inzichtelijk maken van slagschaduw _____________________________________ 19 Beoordelingskader voor slagschaduw ______________________________________________ 24 Lokale situatie in WAWR ________________________________________________________ 25 Naar een normstelling voor slagschaduw ____________________________________________ 31 Lichtschittering ________________________________________________________________ 33

4 Externe veiligheid 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

4

Inleiding ______________________________________________________________________ 4 Achtergrond Europese systematiek geluidsdosismaat L den en Lnight _________________________ 4 Effecten van geluidbelasting _______________________________________________________ 6 Beoordeling van windturbinegeluid __________________________________________________ 9 Lokale situatie in project Windpark Agro Wind Reusel __________________________________ 10 Normstelling voor geluid Windpark Agro Wind Reusel __________________________________ 16

3 Slagschaduw en lichtschittering van windturbines 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

1

Achtergrond: uitspraak Afdeling Bestuursrecht Raad van State 30 juni 2021 __________________ 1 Aanpak om te komen tot een normstelling ____________________________________________ 2 Leeswijzer rapportage ___________________________________________________________ 3

34

Inleiding: plaatsgebonden risico als beoordelingsmaat__________________________________ 34 Achtergrond: veiligheid en kansen _________________________________________________ 34 Berekening- en beoordelingssystematiek ____________________________________________ 36 Lokale situatie in project Windpark Agro Wind Reusel __________________________________ 37 Bouw- en ontwerpnormen IEC ____________________________________________________ 40 Naar een normstelling voor externe veiligheid ________________________________________ 40

1 Inleiding 1.1 Achtergrond: uitspraak Afdeling Bestuursrecht Raad van State 30 juni 2021 Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn1. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu.

De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een windplan ten behoeve van het vaststellen van een bestemmingsplan of vergunning in afwijking van het bestemmingsplan voor een concreet project eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling2. Ook voor de omgevingsvergunning voor het oprichten van een windpark (conform art 2.1 lid 1 e Wabo) is een beoordeling nodig van de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Beoordeeld moet worden conform art 2.14 lid 3 Wabo of de vergunning kan worden verleend vanuit het oogpunt van het beschermen van het milieu. Op grond van art. 2.22 lid 2 Wabo kunnen daartoe voorschriften worden verbonden aan de vergunning. Voor de besluitvorming geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Dit document geeft een onderbouwing voor vaststelling van dergelijke normen voor het Windpark Agro Wind Reusel (WAWR).

1 2

ECLI:NL:RVS:2021:1395 Overweging 65 uit de uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:1395

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 1

Kader 1.1 bescherming tegen hinder versus ruimtelijke ontwikkelingen: ALARA

Het primaire doel van de Wet milieubeheer (Wm), de bijbehorende uitvoeringsbesluiten en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het beschermen van de leefomgeving tegen onaanvaardbare milieueffecten. Daarbij is het begrip milieu ruim gedefinieerd, maar wordt primair de focus gelegd op gevolgen voor mensen en hun directe leefomgeving. In een dichtbevolkt land waarin veel gebruiksfuncties op een beperkte oppervlakte samenkomen zijn enige gevolgen voor het milieu vaak niet volledig te vermijden. Daarom is het ALARA- (as-low-as-reasonably-achievable) beginsel opgenomen in de zorgplicht in artikel 1.1a Wm:”…een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken” en volgens artikel 2.14 lid 1 c 1° Wabo neemt het bevoegd gezag bij die beslissing in ieder geval in acht: “dat in de inrichting of het mijnbouwwerk ten minste de voor de inrichting of het mijnbouwwerk in aanmerking komende beste beschikbare technieken moeten worden toegepast”.

Het doel van het ALARA-beginsel is dan ook een adequaat beschermingsniveau te bieden, waarbij duurzame energie projecten nog kunnen worden gerealiseerd. Die projecten hebben – als onderdeel van de energietransitie - per saldo namelijk positieve effecten, zo stelt het RIVM in het recente rapport: “Klimaatakkoord; effecten op veiligheid, gezondheid en natuur” (2019). Ook als die ontwikkelingen een beperkte, doch aanvaardbare mate van hinder, opleveren voor de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt ook dat - gelet op het ALARA-beginsel - geen nul-hinder als uitgangspunt genomen hoeft te worden (zie o.a. ECLI:NL:RVS:2018:616; ECLI:NL:RVS:2015:1702; ECLI:NL:RVS:2010:BL6187).

1.2 Aanpak om te komen tot een normstelling Als gevolg van de uitspraak van de ABRvS inzake het Activiteitenbesluit en -regeling als kader kan voor een beoordeling van de aanvaardbaarheid van een milieueffect van windturbines niet meer worden verwezen naar de in dit besluit daarover opgenomen normen (de windturbinebepalingen). In onderhavige rapportage is voor de milieuthema’s die genormeerd zijn in Activiteitenbesluit en -regeling (geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering): •

inzichtelijk gemaakt welke effecten verwacht kunnen worden bij realisatie van windturbines

•

aangegeven aan de hand van welke criteria en (reken)methodieken deze effecten inzichtelijk kunnen worden gemaakt en beoordeeld

•

inzichtelijk gemaakt hoe deze effecten zich lokaal manifesteren in het beoogde project en

•

of de methodiek van de normstelling, rekening houdend met alle relevante aspecten, voldoende informatie geeft om te kunnen toetsen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Voor de behandeling van bovenstaande punten wordt gebruik gemaakt van de actuele stand van wetenschappelijke kennis op de verschillende milieuthema’s.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 2

1.3 Leeswijzer rapportage Dit rapport bestaat uit een vijftal hoofdstukken. In hoofdstuk 2, 3 en 4 wordt per milieuthema (geluid, slagschaduw en lichtschittering en externe veiligheid) ingegaan op de beoordeling en normstellingsystematiek en wordt een voorgestelde norm voor het project onderbouwd. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de overige in het Activiteitenbesluit en -regeling opgenomen regels rond de realisatie en exploitatie van windturbines, voor zover die relevant zijn voor de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid en vergunbaarheid vanuit de bescherming van het milieu.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 3

2 Geluid van windturbines 2.1 Inleiding Net als alle andere mechanische installaties produceren windturbines geluid. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de bewegende onderdelen in de gondel, maar is voornamelijk afkomstig van de bladen die door de lucht ‘zoeven’. Het geluid van windturbines kan als hinderlijk worden ervaren. Net als voor andere geluidbronnen waaronder wegverkeersgeluid, industriegeluid, railverkeer- en luchtvaartgeluid is het wenselijk om normen vast te leggen voor de hoeveelheid geluid die mag optreden op de omgeving teneinde de hinder hiervan te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Met het beperken van het geluid tot een aanvaardbaar niveau is tevens sprake van een beperking van gevolgen in het kader van de bescherming van het milieu. Om te komen tot een normstelling speelt het daadwerkelijk optredende geluidniveau, de betreffende omgeving en de hinderlijkheid van het specifieke geluid een rol.

2.2 Achtergrond Europese systematiek geluidsdosismaat Lden en Lnight Volgens richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement dient omgevingsgeluid in alle lidstaten op dezelfde wijze behandeld te worden. De geluidbelasting dient daarbij in decibel (dB) Lden of dB Lnight te worden uitgedrukt. De geluidbelasting in dB Lden wordt ook wel de dag-avond-nachtgeluidsbelastingsindicator genoemd. Lden is een berekend gewogen jaargemiddelde van de geluidsbelasting tijdens de dag-, de avond- en de nachtperiode. De avond- en nachtperiode krijgen een opslag van respectievelijk +5 en +10 omdat in deze periode geluid hinderlijker wordt ervaren en deze periodes worden derhalve zwaarder meegewogen. De geluidbelasting in dB Lnight de nachtgeluidsbelastingsindicator. Voor het bepalen van de hinder wordt gebruik gemaakt van Lden. Lnight wordt gebruikt om effecten die kunnen leiden tot slaapverstoring te bepalen. Voor bijzondere geluidbelasting situaties zijn aanvullende indicatoren tevens mogelijk. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn: •

Combinatie van geluid uit verschillende bronnen;

•

Relatief stille zones in het buitengebied;

•

De lage frequentiecomponent (LFG) van het geluid is sterk;

Windturbinegeluid is, ten opzichte van andere geluidbronnen, relatief constant van karakter. De maximale optredende geluidniveaus die door een windturbine worden veroorzaakt zijn circa 2-4 dB(A) hoger dan het optredende jaargemiddelde geluidniveau van een windturbine3. Bij een geluidbelasting van 47 dB Lden op een punt is het daadwerkelijk ervaren gemiddelde geluidniveau4 op de gevel (bij hoge windsnelheden op ashoogte) circa 43-45 dB(A). De hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van het geluidsbronvermogen van de windturbine. Het geluid van een windturbine kan desgewenst worden beperkt door toepassing van een voorziening op de bladen of door het vermogen te reduceren. Dit leidt tot verlies van energieproductie. De hoeveelheid geluid heeft tevens een rechtstreeks verband heeft met de optredende windsnelheid. Tot een bepaalde windsnelheid neemt de geluidsproductie toe, vanaf deze specifieke windsnelheid blijft de geluidsproductie gelijk. De windsnelheid is door het KNMI voor geheel Nederland op ashoogtes tussen 10 en 260 meter boven het maaiveld de windverdelingen beschikbaar gesteld. Met deze verdelingen kan een

3

Nederlandse geluidsnormen in internationaal perspectief, E. Koppen, Arcadis, Windnieuws nr 4 2015 De daadwerkelijk ervaren geluidniveaus zijn lager dan het gewogen Lden gemiddelde omdat de gewogen Lden waarde strafcorrecties heeft voor geluid in de avond en de nacht. 4

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 4

goede voorspelling per beoordelingsperiode worden gegeven van de te verwachten geluidbelasting op de omgeving. Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) is er op zichzelf geen aanleiding een Lnight normering te stellen aanvullend op een Ldennormering. Bij constante geluidniveaus bedraagt het verschil tussen de geluidbelasting in dB Lden en dB Lnight circa 6 dB en biedt een aparte norm voor Lnight geen extra bescherming, tenzij deze 7 dB of meer lager is dan de Lden-normering. Daarnaast kan er op basis van onderzoeken nog geen conclusie worden getrokken over de samenhang tussen geluid van windturbines en slaapverstoring 5. De WHO geeft in haar rapport van 2018 dan ook geen advies over een Lnight-norm voor windturbines. Kader 2.1 Laagfrequent geluid en infrageluid Een terugkerend thema in de discussie rond de normen voor windturbinegeluid is laagfrequent geluid (LFG) en infrageluid. Dit betreft geluidemissie in het spectrum beneden de circa 100 Hz (laagfrequent) en beneden de 20 Hz (infrasoon). In het kennisbericht geluid van Windturbines (2015) is het volgende opgenomen: “Omwonenden zijn bezorgd dat door een toename van de hoogte van windturbines meer laagfrequent geluid zal ontstaan. Op basis van metingen wordt dit verschil echter gering geacht.

Daarnaast wordt de nadruk op het laagfrequente aandeel onterecht genoemd omdat het normaal geaccepteerde geluid van wegverkeer meer laagfrequent geluid bevat dan wat wettelijk is toegestaan bij windturbines.” Windturbines produceren geluid over het hele spectrum van lage en hoge tonen, net als andere geluidbronnen. Wanneer gekeken wordt naar de spectrale verdeling van de geluidemissie van windturbines is er geen sprake van een specifiek groot aandeel in de frequenties beneden de 100 Hz. Dit aandeel is bij moderne grote windturbines (circa 250 meter tiphoogte) niet significant anders dan ten tijde van het opstellen van het kennisbericht en in het verleden bij windturbines van voor deze datum. Ook het RIVM stelt in haar recente literatuurstudie uit 2020 dat laagfrequent geluid en infrageluid van windturbines niet voor andere effecten zorgt dan ‘normaal’ geluid. Er ontbreekt bewijs dat laagfrequent geluid en infrageluid ver onder de gehoordrempel tot enig effect kan leiden. Bij blootstelling aan windturbinegeluid vormt voornamelijk het geluidniveau en de amplitudemodulatie van het algehele windturbinegeluid de oorzaak van de hinder. Met amplitudemodulatie wordt het ritmisch variëren van de sterkte van het geluid van windturbines door het draaien van de wieken bedoeld. De frequentie van de amplitudemodulatie is bij grotere turbines kleiner en is daarmee minder hinderlijk.

Kortom: het aandeel laagfrequent geluid is niet onevenredig groot bij windturbines (in tegenstelling tot bijvoorbeeld compressoren of transformatoren), het aandeel LFG is niet significant toegenomen met het formaat van de windturbine en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat specifiek LFG en infrageluid een effect op de volksgezondheid veroorzaken of tot additionele hinder leiden ten opzichte van dat wat reeds wordt beoordeeld. Het specifiek toevoegen van een norm voor LFG van windturbines leidt daarmee niet tot een betere beoordeling van de optredende effecten van geluid. Daarom volstaat het hanteren van een Lden en eventueel een Lnight norm. In de bijlage van deze notitie is een berekening bijgevoegd waarin contouren zijn berekend die laten zien waar de Vercammen-curve (boven deze drempel is hinder als gevolg van laagfrequent geluid te verwachten) kan worden overschreden in relatie tot de Lden-contour. De Vercammen-curve wordt door de Afdeling geschikt geacht om de aanvaardbaarheid van laagfrequent geluid te beoordelen (ECLI:NL:RVS:2021:1681 en ECLI:NL:RVS:2020:2308).

5

Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM, augustus 2021

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 5

2.3 Effecten van geluidbelasting 2.3.1 Inleiding Blootstelling aan geluid kan leiden tot hinder of stress gerelateerde klachten. Met name in de nachtperiode, wanneer dit kan leiden tot slaapverstoring. Een recent literatuuronderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)6 concludeert hierover specifiek voor windturbines dat “wonen in de buurt van een windturbine of het horen van geluid van windturbines kan leiden tot chronische hinder onder omwonenden”. Voor andere gezondheidseffecten (slaapverstoring, slapeloosheid en geestelijke gezondheidseffecten) ontbreekt consistent bewijs 7. Onderzoek van Hongisto et al8 toonde aan dat voor geluidbelastingen tot 40 dB LA,eq de mate van ernstige hinder van een vergelijkbaar geluidniveau van windturbines tussen de 3 en 5 megawatt (hierna: MW) opgesteld vermogen overeenkomt met die van kleinere windturbines (0,15 – 3 MW)9. Daarmee is er geen aanleiding dat met het toenemen van het vermogen en omvang van windturbines een andere mate van hinder zou optreden bij dezelfde geluidniveaus. In 2018 heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) een rapport uitgebracht ten aanzien van geluidrichtlijnen voor verschillende geluidbronnen binnen de Europese Unie10.

In aansluiting op de bevindingen van het RIVM volgt uit dit rapport ook dat er geen andere gezondheidseffecten dan hinder optreden als gevolg van de aanwezigheid van windturbinegeluid. Op basis van diverse onderzoeken wordt gesteld dat op basis van een geluidniveau van 45 dB Lden ongeveer 10% van de omwonenden ernstige hinder buitenshuis ervaart. Het bewijs hiervoor wordt echter aangemerkt als van lage kwaliteit. Er wordt geen percentage binnenshuis genoemd, noch wordt aangegeven welke percentages verwacht worden bij andere geluidbelastingen. Omdat de kwaliteit van dit bewijs als laag wordt beschouwd, is het advies wat hieruit voortkomt, door de WHO, aangeduid als voorwaardelijk (conditional)11. Zie ook kader 2.2. In het rapport wordt verder opgemerkt dat effecten veroorzaakt door de houding tegenover windturbines moeilijk zijn los te koppelen van de beleving van geluid, dat het percentage van de bevolking dat wordt gehinderd door windturbinegeluid beperkt is ten opzichte van gehinderden door andere geluidbronnen en dat wordt verwacht dat zorg voor communicatie, betrokkenheid en raadpleging van omwonenden tijdens het planningsproces een positieve invloed kan hebben op de beleving van de milieueffecten van windturbines.

6

RIVM-rapport 2020-0214, Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, I. van Kamp & G.P. van den Berg Van der Kamp, I en Van den Berg, F; Health Effects Related to Wind Turbine Sound: An Update; 30 augustus 2021 8 Hongisto, V., Oliva, D., & Keränen, J. (2017). Indoor noise annoyance due to 3–5 megawatt wind turbines—An exposure–response relationship. The Journal of the Acoustical Society of America, 142(4), 2185-2196 9 Vanwege het gebrek aan hoeveelheid data van hogere geluidniveaus kan dit voor geluidniveaus boven 40 dB LA,eq niet worden bevestigd of ontkend. 10 Environmental Noise Guidelines for the European Region, WHO, 2018, 11 In tegenstelling tot andere geluidbronnen, zoals wegverkeer, railverkeer en luchtvaart; voor deze bronnen is een veel sterker bewijs gevonden voor hinder en wordt de aanbevolen maximale geluidbelasting ‘sterk aanbevolen’ (strong recommendation) 7

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 6

Kader 2.2 WHO advies en RIVM review De WHO heeft in 2018 een advies richtlijnen gepubliceerd voor milieugeluid, waaronder windturbinegeluid. Op basis van wetenschappelijk onderzoek naar blootstellingseffectrelaties adviseert de WHO een voorlopige drempelwaarde van 45 dB Lden. De blootstellingseffectrelaties zijn door de WHO bepaald op basis van wetenschappelijk onderzoek tot en met eind 2014. Gezondheidseffecten worden bij deze waarde, maar ook bij hogere waarden, niet verwacht. Voor gezondheidseffecten vanwege windturbinegeluid werd op basis van het onderzoek geconcludeerd dat (i) er nog onvoldoende bewijs bestaat, (ii) het bewijsmateriaal van lage kwaliteit is en (iii) hierdoor geen betrouwbare algemene blootstelling-effectrelatie kan worden vastgesteld. Desondanks heeft de WHO een conditioneel advies met drempelwaarde uitgebracht. Het RIVM constateert in haar recente update van onderzoek naar gezondheidseffecten van windturbinegeluid “Health effects related to wind turbine sound: an update” (november 2020) het volgende: “Bij de voor de WHO uitgevoerde review van Guski et al (2017) werd gekeken naar studies die tot aan eind 2014 waren gepubliceerd. In hun literatuuronderzoek hebben Van Kamp et al (2020a, 2020b) een update gegeven van de WHO-review op basis van publicaties die waren verschenen tot aan eind 2019.

Hierin kwamen 9 nieuwe publicaties over windturbinegeluid en hinder naar voren (die betrekking hadden op 5 onderzoeken) die aan de inclusiecriteria voldeden. Enkele van deze onderzoeken waren al besproken in onze review uit 2017.” Samengevat: de door de WHO gestelde voorlopige drempelwaarde is gebaseerd op het bewijsmateriaal van lage kwaliteit (beperkt en tot eind 2014) en niet alle actuele onderzoeken zijn meegenomen. Het RIVM heeft geconcludeerd dat er geen nieuwe informatie naar voren is gekomen uit latere onderzoeken die tot inzichten hebben geleid die tot andere conclusies zouden leiden.

2.3.2 Hinderlijkheid van windturbinegeluid Dosis-hinder relatie voor windturbinegeluid In de literatuur zijn twee dosishinderrelaties gevonden die de geluidbelasting in dB Lden relateren aan een percentage personen dat ernstige hinder ondervindt. Deze twee relaties zijn ook beschreven in het WHOrapport uit 2018 (zie ook kader 2.1), Janssen12 et al uit 2011 en Kuwano13 et al uit 2014. De dosishinderrelatie van Janssen et al uit 2011 is dezelfde als het TNO-rapport uit 200814 en is vastgesteld voor zowel hinder als ernstige hinder binnenshuis als buitenshuis. Tot op heden is deze dosishinderrelatie de enige die de ernstige hinder15 binnenshuis beschrijft. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de dosishinderrelatie bij modernere windturbines is veranderd. De dosishinderrelatie uit Kuwano et al, 2014 is gegeven voor de situatie “here at home”, wat door de WHO wordt geassocieerd met (ernstige) hinder buitenshuis1617. In onderstaande grafiek zijn de dosishinderrelaties (ernstige hinder, binnenshuis en

12

Janssen SA, Vos H, Eisses AR, Pedersen E (2011). A comparison between exposure–response relationships for wind turbine annoyance and annoyance due to other noise sources. J Acoust Soc Am. 130(6):3746–53 13 Kuwano S, Yano T, Kageyama T, Sueoka S, Tachibanae H (2014). Social survey on wind turbine noise in Japan. Noise Control Eng J. 62(6):503–20 14 S.A. Janssen, H. Vos en A.R. Eisses, TMP-rapport, Hinder door geluid van windturbines: Dosis—effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens, 2008-D-R1051/B 15 Volgens het TNO-rapport: “De verdeling van de hinderscores bij een gegeven geluidsniveau kan op verschillende manieren worden weergegeven. Vaak wordt het percentage antwoorden dat een zekere grens overschrijdt gerapporteerd. Als de grens 72 is op een 0-100 schaal, wordt het resultaat het percentage “ernstig gehinderde” personen (%HA: % Highly Annoyed) genoemd, de grens van 50 geeft het percentage “gehinderde” personen (%A: % Annoyed).” 16 Guski et al, 2017, Int. J. Environ. Res. Public Health 2017,: WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region: A Systematic Review on Environmental Noise and Annoyance, 1539; doi:10.3390/ijerph14121539 17 Guski, R., Schreckenberg, D., & Schuemer, R. (2017). Supplementary Materials: WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region: A Systematic Review on Environmental Noise and Annoyance. Int. J. Environ. Res.

Public Health, 14. https://www.mdpi.com/1660-4601/14/12/1539/s1

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 7

buitenshuis) van Janssen et al (2011) en (ernstige hinder, buitenshuis) van Kuwano (2014) weergegeven voor geluidbelasting tussen 33 en 55 dB Lden. Figuur 2.1 Percentage ernstig gehinderden binnenshuis (blauw) en buitenshuis (rood)

Vergelijking met andere geluidbronnen – bescherming binnenshuis Er zijn in Nederland ook voor andere vormen van geluidproducerende activiteiten geluidnormen van toepassing. Bijvoorbeeld voor weg- en railverkeer, industrie en luchtvaart. Bij de vaststelling van de geluidnormen voor andere bronnen wordt vaak de maximaal toegestane geluidbelasting gerelateerd aan een percentage personen die bij deze geluidbelasting ernstige hinder ondervindt 18. In Nederland wordt voor het beoordelen van geluidbronnen en gevolgen daarvan voor de omgeving altijd de situatie binnenshuis beoordeeld. Achterliggende reden is dat een bewoner in zijn eigen woning een goed- woonen leefklimaat mag verwachten en daar ook optimale bescherming verdient. Ook voor windturbinegeluid wordt daarom gekeken naar de situatie binnenshuis. De volgende tabel geeft het geaccepteerde percentage potentieel ernstig gehinderden aan bij de normstelling in Nederland voor verschillende geluidbronnen. Voor windturbines ligt het verwachte percentage ernstig gehinderden bij een geluidbelasting van Lden 47 dB op circa 9%19.

18 19

Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010 Zie o.a. Kamerbrief Staatssecretaris van EZK, 9 juni 2021; DGKE-WO / 21119163

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 8

Tabel 2.1 Verwacht percentage ernstig gehinderden voor verschillende geluidsbronnen20 Geluidveroorzakende activiteit/geluidsbron

Verwacht percentage ernstig gehinderden*

snelwegverkeer

14 %

railverkeer

16 %

industrie/bedrijvigheid grote luchthavens * bij het maximale toelaatbare geluidniveau

9% 54 %

In absolute aantallen gaat het in Nederland bij wegverkeer om ca. 970.000 ernstig gehinderden, bij luchtvaartverkeer ruim 260.000, bij railverkeer om bijna 100.000 en windturbines ruim 7.000 ernstig gehinderden21. Wat geluidbelasting voor een individuele bewoner betekent, kan sterk verschillen: de meesten zullen weinig tot geen hinder ervaren, maar anderen kunnen er om meerdere redenen veel last van hebben. In het kennisbericht Geluid van windturbines uit 2015 wordt hierover nog het volgende gesteld: “Het is niet goed mogelijk de beoordeling van geluid los te zien van andere factoren. Bijvoorbeeld het zien van windturbines en de schaduwwerping kunnen invloed hebben op de mate van geluidhinder. Ook heeft de manier waarop een project tot stand is gekomen, invloed op de houding en waarneming van omwonenden. Dit is bij andere geluidsbronnen niet anders.”

2.4 Beoordeling van windturbinegeluid Toepassing rekenmethodiek Om de geluidsbelasting te berekenen is een rekenmethodiek vereist die rekening houdt met de specifieke eigenschappen van windturbinegeluid. De bijlage meten en rekenen uit het Activiteitenregeling is specifieke opgesteld voor het berekenen van windturbinegeluid. De overdrachtsberekeningen van deze rekenmethode zijn integraal overgenomen van de ”Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai“ (HMRI), uitgave 1999 van het Ministerie van VROM, methode II.8. Het HMRI is op zijn beurt op vele fronten vergelijkbaar22 met ISO 9613-2, de volgens de EU-richtlijn aanbevolen methode voor overdrachtsberekeningen voor industriegeluid (windturbinegeluid wordt niet genoemd in de EU-richtlijn). Het Reken- en meetvoorschrift windturbines is gebaseerd op het HMRI, maar is aangevuld met onderdelen die specifiek voor windturbines van belang zijn. Zo komt de beschreven methode om geluidbronmetingen uit te voeren grotendeels overeen met de methode die in IEC 61400-11 wordt beschreven. Daarnaast worden, om de jaargemiddelde geluidemissie van een windturbine te bepalen, windsnelheidsverdelingen beschikbaar gesteld23 op ashoogtes tussen 10 en 260 meter. De betreffende bijlage is daarmee de best beschikbare methode voor het bepalen van windturbinegeluid. Het windturbinegeluid is berekend met het rekenprogramma Geomilieu v5.20, module IL-WT.

Dit rekenprogramma volgt het Reken- en meetvoorschrift windturbines24. Bij de beoordeling van geluid wordt primair gekeken naar de effecten op geluidgevoelige objecten zoals die zijn gedefinieerd in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Overige objecten en terreinen worden niet beschermd tegen andersoortige

20

Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010 Brief van de StaS van Economische Zaken en Klimaat d.d. 9 juni 2021, DGKE-WO/21119163, 22 CNOSSOS and industrial noise, R. Witte, DGMR, Euronoise 2018 23 https://rekentool.mp.nl/informatie.php 24 Bijlage 4 bij Activiteitenregeling milieubeheer, https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022830&bijlage=4&z=202007-08&g=2020-07-08 21

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 9

geluidbronnen en worden daarom voor windturbinegeluid eveneens buiten beschouwing en normering gelaten. Op basis van voorgenoemde redenen wordt het Reken- en meetvoorschrift windturbines toepasbaar geacht om geluidberekeningen uit te voeren voor windturbinegeluid. De methodiek in het Reken- en meetvoorschrift is de best beschikbare methode waarmee de gevolgen voor het milieu inzichtelijk kunnen worden gemaakt.

2.5 Lokale situatie in project Windpark Agro Wind Reusel 2.5.1 Referentiesituatie Om de geluideffecten van de realisatie van windpark Agro Wind Reusel inzichtelijk te maken, wordt naast enkel het initiatief ook het effect ten opzichte van de referentiesituatie bepaald. In de referentiesituatie zijn de volgende geluidbronnen aanwezig: •

Windpark Laarakkerdijk: 5x een REpower MM100 op 100m ashoogte

•

Windpark de Pals: 4x een Vestas V150-4.2MW zonder STE (afgeleid uit het gepubliceerde geluidonderzoek voor dit windpark)25 op 165m ashoogte.

•

Industrielawaai: voor woningen is een specifieke industrielawaai geluidbelasting van 50 dB Letmaal vergund (zie ook eerdere memo aan omgevingsdienst hierover; dit is ook in het uiteindelijke rapport opgenomen).

•

Verkeerslawaai: A67 (NL) / E34 (BE) en de Postelsedijk zijn beschouwd (ook in eerdere rapportages was dit het geval).

De berekeningen zijn uitgevoerd met Geomilieu v5.20. De basis van het rekenmodel is dezelfde als die waar de MER en vergunningaanvraag op gebaseerd is. Er is een recent BAG-bestand gebruikt om eventuele nieuwe woningen op te nemen in het model. De molenaarswoningen zijn buiten beschouwing gelaten bij bepaling van het aantal gehinderden en bij de bepaling van het aantal woningen per geluidbelasting (alleen windturbines, en cumulatief). De effecten op de molenaarswoningen zijn wel separaat inzichtelijk gemaakt.

2.5.2 Gevolgen realisatie Windpark Agro Wind Reusel Uitgangspunten berekening Bij het bepalen van de gevolgen is gekeken naar alle geluidgevoelige objecten gelegen binnen de 36 dB Lden contour van WAWR (46 objecten). Volgens het TNO-rapport is het percentage ernstig gehinderden bij een geluidbelasting lager dan 37 dB Lden nog slechts 0,5%. Dit wordt derhalve als zeker aanvaardbaar beschouwd (zie Kader 1.1). Bovendien zijn de daadwerkelijk optredende geluidniveaus in dB(A) binnenshuis bij een geluidbelasting op de buitengevel van Lden 37 dB zodanig laag (uitgaande van een gevelwering van 15-20 dB(A)) dat deze niet meer redelijkerwijs waarneembaar zijn en daarmee ook vanuit dit oogpunt zeker aanvaardbaar worden geacht. Voor geluid is gerekend met de Vestas V150-5.6MW STE op een ashoogte van 166 meter. Dit is een vrij stille windturbine en zeer vergelijkbaar met het type dat is gebruikt in de berekeningen voor het milieueffectrapport en de vergunningen. Voor de bepaling van de woningen waarmee gerekend wordt (binnen de 36 dB Lden contour, dus 37 dB Lden en hoger) is de V150-5.6MW zonder serrated edges 25

Akoestisch onderzoek t.b.v. projectMER Windpark de Pals, Bosch & van Rijn 2018

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 10

gebruikt. Dat leidt dus tot een groter onderzoeksgebied met meer woningen dan wanneer mét serrated edges gerekend zou worden. Er zijn 46 woningen gelegen binnen de voorgenoemde 36 dB Lden contour van WAWR (met de Vestas V150-5.6MW STE zonder serrated edges). Van deze woningen zijn 8 woningen26 vanwege hun binding met een windpark of windturbines aangemerkt als molenaarswoning. De ervaren hinder wordt sterk gereduceerd als mensen financieel voordeel hebben van een windturbine27. Daarom worden de molenaarswoningen buiten beschouwing gelaten voor het bepalen van het aantal mensen dat ernstige hinder ervaart of kan ervaren. Maximale en minimale geluidniveaus en reductieopties De maximale geluidbelasting bij woningen van derden in dB Lden als gevolg van WAWR bedraagt (zonder toepassing van geluidemissie reducerende voorzieningen) is 50 dB Lden. Een hogere geluidbelasting wordt daarmee dus ook niet onderzocht. Door de (referentie)windturbines van WAWR in een stillere modus te laten draaien is het mogelijk om de geluidbelasting van WAWR te reduceren tot waardes van bijv. 48, 47, 46 en 45 dB Lden. Deze verschillende configuraties worden vervolgens opgeteld bij de bestaande en geplande windturbines in de omgeving (Windpark De Pals en Windpark Reusel – De Mierden, ook bekend als Windpark Laarakkerdijk).

Er is bewust gekozen om het minimale geluidniveau uit te werken tot niveaus van 45 dB Lden, welke aansluit bij het advies van WHO. Daarnaast leidt verdere mitigatie (lager dan 45 dB Lden) tot onrendabele windturbineposities waarmee het totale windpark zoals dat nu voorligt niet realiseerbaar is. Vanzelfsprekend is voor het kunnen besluiten over het windpark relevant dat het uiteindelijke niveau dat aanvaardbaar wordt bevonden, beargumenteerd wordt vanuit een goede ruimtelijke ordening of het belang van het milieu. In de bijlage bij dit rapport zijn voor de verschillende waarden van normstellingen bij woningen voor WAWR de configuratie van geluidvoorzieningen weergegeven om de voorgenoemde waardes te halen. De energieproductieverliezen die het gevolg zijn van het hanteren van een bepaalde waarde zijn per scenario weergegeven in Tabel 2.2. Onderstaande verliezen zijn turbinetype specifiek, een ander turbinetype zou tot lagere óf hogere verliezen kunnen leiden. Eventuele optimalisatie per turbinetype is hier niet toegepast maar de gevolgen liggen in vergelijkbare orden van grootte. Tabel 2.2 Verwachte productieverlies veroorzaakt door geluidmitigatie van WAWR Scenario

Opbrengstverlies veroorzaakt door geluidmitigatie

Opbrengstverlies veroorzaakt door geluidmitigatie (MWh)

Geen geluidmitigatie (max 50 dB Lden)

0%

0

WAWR tot 48 dB Lden mitigeren

0,8%

1.663

WAWR tot 47 dB Lden mitigeren

1,9%

3.949

WAWR tot 46 dB Lden mitigeren

5,0%

10.393

WAWR tot 45 dB Lden mitigeren

6,9%

14.342

Bepaling aantal ernstig gehinderden binnenshuis 26 27

Voor een overzicht, zie Tabel 2.5 TNO-rapport: Hinder door geluid van windturbines, 2008-D-R1051/B, TNO, 2008

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 11

Volgens CBS28 bedraagt de gemiddelde huishoudensgrootte in 2020 in gemeente Reusel - De Mierden en gemeente Bladel 2,4 personen per huishouden. Per huishouden/woning is de geluidbelasting bepaald en op basis van de dosishinderrelatie uit het TNO-rapport het aantal ernstig gehinderden29 binnenshuis bepaald (Highly annoyed) door het percentage te vermenigvuldigen met 2,4. Als voorbeeld: een woning ervaart een geluidbelasting van 47 dB Lden. Het percentage ernstig gehinderden dat hiermee correspondeert is 8,09%. Als 8,09% van 2,4 personen ernstige hinder ervaart van het windturbinegeluid, resulteert dat in 0,19 ernstig gehinderde personen. Door dit voor een groot aantal woningen te doen en bij elkaar op te tellen, wordt het totaal potentieel aantal ernstig gehinderden berekend. Het plangebied en omgeving bevat 46 woningen van derden (niet-molenaarswoningen) binnen de 37 dBcontour (zonder mitigatie). Vermenigvuldigd met de gemiddelde bezetting per huishouden betekent dit dat er circa 110 personen in en rond het plangebied wonen die geen directe relatie met het windpark hebben (verder: de populatie), maar wel een bepaalde mate van effect van het windpark kunnen ondervinden. De effecten op deze populatie worden in de beschouwing van de verschillende scenario’s steeds vergeleken.

In de referentiesituatie is er sprake van 0,5% ernstig gehinderden onder de populatie, op basis van de bestaande geluidbelasting aan windturbinegeluid (op basis van berekeningen) rondom het plangebied van WAWR (0,5 van de 110 personen). Opgemerkt dient te worden dat het hier steeds gaat om een theoretische weergave van het aandeel van de bevolking dat ernstige hinder kan ervaren door windturbinegeluid en dat de beleving van deze hinder niet continu aanwezig is, maar zal optreden op de momenten met heersende weersomstandigheden die een effect veroorzaken wat als hinderlijk wordt ervaren (o.a. afhankelijk van windsnelheid en -richting). De invloed van het reduceren van de toegestane geluidbelasting van WAWR in stappen van 1 dB Lden op het aantal ernstig gehinderden binnenshuis, op basis van de dosishinderrelatie uit het TNO-rapport van 2008, is hieronder weergegeven in Tabel 2.3. Tabel 2.3 Verwacht aantal ernstig gehinderden binnenshuis in de referentiesituatie en na realisatie van WAWR Ernstig gehinderd (binnenshuis)

Toename t.o.v. referentiesituatie

Aantal

% van de populatie

Aantal

% van de populatie

Referentiesituatie (110 personen)

0,5

0,5%

--

--

+ WAWR zonder geluidmitigatie (max. 50 dB Lden)

3,2

2,9%

2,7

2,5%

+ WAWR max 48 dB Lden

2,9

2,6%

2,4

2,1%

+ WAWR max 47 dB Lden

2,7

2,5%

2,2

2,0%

+ WAWR max 46 dB Lden

2,5

2,3%

2,0

1,8%

+ WAWR max 45 dB Lden

2,4

2,2%

1,9

1,7%

Situatie

Uit bovenstaande tabel blijkt dat als WAWR wordt toegevoegd aan de huidige situatie zonder toepassing van geluidvoorzieningen dit leidt tot een toename van circa 3,2 personen die ernstige hinder ervaren. Door WAWR te limiteren tot 47 dB Lden, is deze toename 2,7 personen. Bij een limiet van 45 dB Lden bedraagt de toename 2,4 personen.

28

CBS Statline, geraadpleegd op 14-7-2021, onderwerp: Regionale kerncijfers Nederland, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70072ned/table?dl=56247 29 TNO-rapport: Hinder door geluid van windturbines, 2008-D-R1051/B, TNO, 2008

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 12

2.5.3 Geluidbelasting ter plaatse van woningen Woningen van derden Voor WAWR zijn diverse maximale geluidbelastingwaarden onderzocht, variërend van maximaal 50 dB Lden (zonder toepassing van geluidvoorzieningen) tot 45 dB Lden. Voor deze verschillende scenario’s is voor de 46 woningen in de omgeving die niet als molenaarswoning zijn aangeduid, de geluidbelasting in dB Lden bepaald en gecategoriseerd weergegeven in onderstaande tabel. Met andere woorden: de tabel geeft aan hoeveel woningen een bepaalde geluidbelasting ervaren bij een bepaalde maximale belastingwaarde op de dichtstbij gelegen (maatgevende) geluidgevoelige objecten. Tabel 2.4 Aantal woningen per geluidbelasting in dB Lden Geluidbelasting dB Lden

Geen mitigatie max 50 dB Lden

Mitigatie naar 48 dB Lden

Mitigatie naar 47 dB Lden

Mitigatie naar 46 dB Lden

Mitigatie naar 45 dB Lden

<37

6

7

8

8

8

37

6

6

7

7

8

38

6

5

6

7

6

39

7

8

7

6

6

40

6

5

4

4

4

41

1

2

3

3

3

42

3

2

2

2

2

43

2

2

0

0

0

44

0

0

0

0

0

45

6

6

6

6

9

46

0

0

0

3

0

47

0

0

3

0

0

48

0

3

0

0

0

49

0

0

0

0

0

50

3

0

0

0

0

Totaal

46

46

46

46

46

Uit Tabel 2.4 kan worden opgemaakt dat zonder geluidvoorzieningen voor WAWR er 3 van de 46 beschouwde woningen een geluidbelasting van meer dan 45 dB Lden ervaren. Wanneer een maximale geluidbelastingwaarde van 47 dB Lden wordt gehanteerd zijn er eveneens 3 woningen met een geluidbelasting van meer dan 45 dB Lden. Ook laat de Tabel 2.4 zien dat er zonder geluidvoorzieningen 34 woningen een geluidbelasting van 38 dB Lden of hoger ervaren, dat er bij een normstelling van 47 dB Lden nog 31 woningen zijn met een geluidsbelasting van 38 dB of hoger en bij een normstelling van 45 dB Lden nog 30 woningen zijn waar een geluidbelasting van 38 dB Lden of hoger wordt ervaren. De tabel laat tevens zien dat er bij een lagere getalsnorm voornamelijk ‘winst’ wordt behaald bij woningen die al een relatief lage geluidbelasting ervaren. Dit bleek ook al uit de berekeningen in paragraaf 2.5.2, waarbij het verschil

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 13

tussen het hanteren van een norm van 47 en 45 dB Lden een afname van circa 0,3% ernstig gehinderden binnen de populatie is. Molenaarswoningen Om inzichtelijk te maken wat de effecten op de molenaarswoningen in de omgeving zijn, zijn de geluidbelastingen op deze 8 woningen berekend en weergegeven in Tabel 2.5. Tabel 2.5 Geluidbelasting molenaarswoningen rondom WAWR Adres

Geen mitigatie

Mitigatie naar 48 dB Lden

Mitigatie naar 47 dB Lden

Mitigatie naar 46 dB Lden

Mitigatie naar 45 dB Lden

Postelsedijk 17

49

48

47

47

46

Postelsedijk 15

49

49

48

47

48

Postelsedijk 13a

50

50

50

50

50

Postelsedijk 13

49

49

49

49

49

Postelsedijk 10

48

48

48

48

48

Postelsedijk 11b

49

49

49

49

49

Postelsedijk 11a

50

50

49

49

49

Postelsedijk 11

48

48

48

47

47

Uit de berekening kan worden opgemaakt dat voor de molenaarswoningen die onderdeel zijn van WAWR er maximaal een reductie van 3 dB Lden optreedt bij hanteren van een lagere normstelling. Voor de molenaarswoningen geldt dat de geluidbelasting varieert van maximaal 50 dB Lden zonder geluidmitigatie tot maximaal 46 dB Lden wanneer 45 dB Lden als norm voor geluidgevoelige objecten wordt gehanteerd.

Cumulatief met referentiesituatie Voor de diverse waardes voor een geluidnorm zijn eveneens de opgetelde geluidbelastingen30 bepaald (windpark WAWR samen met de reeds bestaande/vergunde windturbines). De resultaten zijn hieronder weergegeven in tabel 2.6. Tabel 2.6 Aantal woningen per geluidbelasting in dB Lden (ref. situatie en cumulatief met WAWR) Geluidbelasting dB Lden

Ref. situatie

+WAWR zonder mitigatie

+WAWR 48 dB Lden

+WAWR 47 dB Lden

+WAWR 46 dB Lden

+WAWR 45 dB Lden

< 37

39

0

0

1

1

1

37

1

5

5

7

7

8

38

0

10

11

8

8

7

39

0

4

4

5

5

5

40

1

5

4

5

5

5

41

1

3

3

2

2

2

42

2

6

6

5

6

6

43

1

3

3

3

2

2

30

Opgetelde geluidbelasting refereert naar al het windturbinegeluid, cumulatieve geluidbelasting is voor cumulatie met andersoortige geluidbronnen

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 14

44

0

0

0

0

0

0

45

0

5

6

6

6

9

46

1

2

1

1

4

1

47

0

0

0

2

0

0

48

0

0

3

1

0

0

49

0

0

0

0

0

0

50

0

3

0

0

0

0

Totaal

46

46

46

46

46

46

Uit Tabel 2.6 kan worden opgemaakt dat zonder WAWR er 1 van de 46 beschouwde woningen een opgetelde geluidbelasting van meer dan 45 dB L den ervaart. Wanneer WAWR daaraan toe wordt gevoegd (zonder geluidvoorzieningen) stijgt dit aantal tot 5. Wanneer een normstelling voor WAWR van 47 dB Lden wordt gehanteerd zijn er eveneens 4 woningen met een geluidbelasting van meer dan 45 dB L den. Ook laat de Tabel 2.6 zien dat er bijvoorbeeld zonder WAWR 4 woningen een opgetelde geluidbelasting van 42 dB Lden of hoger ervaren. Wanneer WAWR (zonder toepassing van geluidvoorzieningen) daaraan wordt toegevoegd stijgt dat aantal tot 19. Bij een normstelling voor WAWR van 45 dB Lden zijn er nog 18 woningen waar een opgetelde geluidbelasting van 42 dB Lden of hoger wordt ervaren. Om inzichtelijk te maken wat de effecten op de molenaarswoningen in de omgeving zijn, zijn de geluidbelastingen op deze 8 woningen berekend en weergegeven in Tabel 2.7. Tabel 2.7 Geluidbelasting molenaarswoningen rondom WAWR ref. situatie en cumulatief met WAWR Adres

Ref. situatie

+WAWR geen miti

+WAWR 48 dB Lden

+WAWR 47 dB Lden

+WAWR 46 dB Lden

+WAWR 45 dB Lden

Postelsedijk 17

29

49

48

47

47

46

Postelsedijk 15

29

49

49

48

47

48

Postelsedijk 13a

30

50

50

50

50

50

Postelsedijk 13

29

49

49

49

49

49

Postelsedijk 10

30

48

48

48

48

48

Postelsedijk 11b

30

49

49

49

49

49

Postelsedijk 11a

30

50

50

49

49

49

Postelsedijk 11

32

48

48

48

48

48

De geluidbelasting neemt toe met maximaal 20 dB Lden wanneer WAWR zonder geluidvoorzieningen wordt gerealiseerd. Wanneer 47 dB Lden als normstelling voor WAWR wordt gehanteerd is de maximale toename eveneens 20 dB Lden. Een norm van 45 dB Lden voor WAWR zorgt voor dezelfde maximale toename. De reden hiervoor is dat de windturbines die het dichtstbij de Postelsedijk 13 en 13a staan (en dus maatgevend zijn voor de geluidbelasting ter plaatse van deze molenaarswoningen), niet gemitigeerd hoeven te worden voor woningen van derden. Wel blijkt uit bovenstaande berekeningen dat door het toepassen van een normstelling van 47 dB Lden, voor enkele molenaarswoningen er sprake is van een afname. Bij de Postelsedijk 17 is deze afname 2 dB ten opzichte van de ongemitigeerde situatie.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 15

2.5.4 Cumulatie met andersoortige geluidbronnen Op basis van de geluidmodellen voor verkeersgeluid en industriegeluid die voor het MER van WAWR zijn opgesteld is de cumulatieve geluidbelasting van de referentiesituatie bepaald en gecumuleerd met de diverse opties voor het windpark. De rekenregels voor cumulatie van geluid uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines zijn daarbij gebruikt. De 8 woningen die als molenaarswoning zijn aangeduid, zijn in onderstaande tabel buiten beschouwing gelaten. Tabel 2.8 Aantal woningen per cumulatieve geluidbelastingsklasse (ref. situatie en gecumuleerd met WAWR)

Geluidbelasting Ref. dB Lcum situatie

+WAWR geen miti

+WAWR 48 dB Lden

+WAWR 47 dB Lden

+WAWR 46 dB Lden

+WAWR 45 dB Lden

51 – 55 dB

33

30

30

30

30

30

56 – 60 dB

3

5

5

5

6

6

61 – 65 dB

8

8

8

8

8

8

> 65 dB

2

3

3

3

2

2

De cumulatieve geluidbelasting overschrijdt ter plaatse van 3 woningen die niet als molenaarswoning zijn aangeduid de waarde van 65 dB Lcum, zonder toepassing van mitigatie. De categorie 61-65 dB Lcum bevat 8 woning in de referentiesituatie en tevens 8 na toevoeging van WAWR. De categorie 56-60 dB Lcum gaat van 3 woningen in de referentiesituatie naar 5 tot 6 woningen na toevoeging van WAWR. Het aantal woningen binnen categorie 51-55 dB Lcum (waar in de referentiesituatie 33 woningen zijn) neemt af door toevoeging van WAWR; van 33 in de referentiesituatie naar 30, ongeacht mitigatie. Tabel 2.9 Cumulatieve geluidbelasting ter plaatse van molenaarswoningen rondom WAWR ref. situatie en cumulatief met WAWR. Adres

Ref. situatie

+WAWR geen miti

+WAWR 48 dB Lden

+WAWR 47 dB Lden

+WAWR 46 dB Lden

+WAWR 45 dB Lden

Postelsedijk 17

64

66

66

65

65

65

Postelsedijk 15

63

65

65

65

64

64

Postelsedijk 13a

63

66

66

66

66

66

Postelsedijk 13

64

65

65

65

65

65

Postelsedijk 10

64

65

65

65

65

65

Postelsedijk 11b

63

65

65

65

65

65

Postelsedijk 11a

64

66

66

66

66

66

Postelsedijk 11

63

64

64

64

64

64

Uit tabel 2.9 blijkt dat zonder mitigatie vrijwel alle molenaarswoningen naar de situatie gaan van een geluidbelasting van meer dan 65 dBLden. Bij toepassing van een getalsnorm van 47 dBLden zijn dit nog 2 molenaarswoningen.

2.6 Normstelling voor geluid Windpark Agro Wind Reusel Windturbinegeluid kan hinderlijk zijn en dat maakt dat het wenselijk is geluidniveaus bij geluidsgevoelige objecten te beperken tot een aanvaardbaar niveau, teneinde een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden te kunnen garanderen en daarmee effecten op het welbevinden te kunnen minimaliseren.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 16

Uit de beschikbare wetenschappelijke onderzoeken van het RIVM, WHO en TNO komen inzichten naar voren over de hinderlijkheid van windturbinegeluid bij verschillende niveaus. In de huidige situatie vooraf aan de ontwikkeling van WAWR is reeds sprake van een geluidbelasting op de omgeving en geluidgevoelige objecten als gevolg van aanwezige geluidbronnen, waarmee circa 0,5 ernstig gehinderden gemoeid zijn. Na realisatie van WAWR zal dit windpark – zonder het nemen van mitigerende maatregelen – een maximale geluidbelasting van Lden 50 dB veroorzaken op omliggende geluidgevoelige objecten. De geluidsbelasting die daarna zonder mitigerende maatregelen optreedt leidt tot een toename van het aantal ernstig gehinderden van circa 2,7 (van 0,5 in de referentiesituatie naar 3,2 na realisatie van WAWR) in de beschouwde populatie in de invloedssfeer van het park. Dit betreft een toename van 2,5% van het aantal gehinderden in de onderzochte populatie. Wanneer een geluidnorm zoals gehanteerd in de eerdere besluitvorming wordt toegepast (Lden 47 dB) leidt dit tot 2,7 ernstig gehinderden. Het verder verlagen van de normstelling tot bijvoorbeeld Lden 45 dB leidt tot maximaal 2,4 ernstig gehinderden. Dit betreft een toename van 2,0% (Lden 47 dB) en 1,7% (Lden 45 dB) van het aantal gehinderden in de onderzochte populatie.

Om een lagere geluidbelasting op de gevel van omliggende woningen te kunnen realiseren zijn mitigerende maatregelen nodig. Die bestaan uit het in een andere geluidmodus laten draaien van een of meerdere windturbines gedurende een of meerdere periodes van de dag, avond en/of nacht. Dit leidt tot een lagere MWh productie van de betreffende windturbines. In onderstaande tabel is weergegeven welke gevolgen er optreden voor de verwachte energieproductie van het windpark bij verschillende geluidnormen. Tabel 2.10 Energieopbrengstverlies als gevolg van mitigerende maatregelen bij verschillende normstelling Geluidbelasting dB Lden

Verwachte verlies energieopbrengst per jaar (%)

Jaarlijks verlies als gevolg van mitigerende maatregelen (MWh)

Percentage verlies t.o.v. situatie zonder mitigatie

Geen geluidmitigatie (max 50 dB Lden)

0%

0%

0

WAWR tot 48 dB Lden mitigeren

0,8%

6,1% (T1.1)

1.663

WAWR tot 47 dB Lden mitigeren

1,9%

8,6% (T1.1)

3.949

WAWR tot 46 dB Lden mitigeren

5,0%

24,5% (T3.1)

10.393

WAWR tot 45 dB Lden mitigeren

6,9%

35,4% (T1.1 & T3.1)

14.342

Tabel 2.3 toont dat bij het hanteren van een normstelling van L den 47 dB circa 2,2 ernstig gehinderden extra optreden ten opzichte van de referentiesituatie (een verschil van 2,0% binnen de populatie). In totaal zijn er volgens de dosis-responsrelaties van het TNO-rapport van 2008, in het gebied circa 2,9 ernstig gehinderde personen na realisatie van het windpark, bij een norm van Lden 48 dB. Bij een norm van 47 dB Lden is het aantal ernstig gehinderden 0,2 lager dan bij 48 dB (een verschil van 0,1% van de populatie). Indien een norm van 45 dB Lden wordt gehanteerd, is de potentiële winst maximaal circa 0,3 ernstig gehinderde minder dan bij Lden 47dB Lden (een verschil van 0,3% binnen de populatie aan ernstig gehinderden), waarbij dit echter ten koste gaat van circa 7% procent (14.342 MWh) van de

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 17

energieopbrengst. Ter vergelijking: één windturbine levert gemiddeld 9% van de elektriciteitsopbrengst van het windpark. Gezien de doelstellingen vanuit de Klimaatwet en de RES MRE regio is het aannemelijk dat deze windturbine dan op een andere locatie zal worden gerealiseerd om de doelstelling te kunnen bereiken. Het is tevens aannemelijk dat ook op een andere locatie woningen in de omgeving aanwezig zijn en daarmee ook daar een aantal ernstig gehinderden zullen optreden als gevolg van de geluidbelasting daar. De milieuwinst van het vaststellen van een lagere geluidnorm op de locatie WAWR is daarmee verwaarloosbaar omdat de reductie van het aantal (ernstig) gehinderden zeer gering is en het vervolgens aannemelijk is dat de hinder op een andere locatie zal optreden indien de doelstellingen voor hernieuwbare energie worden gerealiseerd. Daarbij komt dat vanuit wetenschappelijk perspectief (zie paragraaf 2.3) er geen aanleiding is om te veronderstellen dat er sprake is van onaanvaardbare hinder of het optreden van gezondheidseffecten bij het stellen van een norm van Lden 47 dB, en dat er geen wetenschappelijke gronden zijn om te stellen dat een lagere norm vanuit het oogpunt van gezondheid of bescherming van het milieu noodzakelijk is.

Cumulatie Om te voorkomen dat cumulatieve geluideffecten in individuele gevallen tot een onaanvaardbaar niveau kunnen oplopen is beoordeling van de maximale cumulatieve geluidbelasting voor geluidgevoelige objecten (die niet als molenaarswoning zijn aangemerkt) wel noodzakelijk. Uit Tabel 2.8 blijkt dat er zonder mitigatie sprake is van drie woningen met een cumulatieve geluidsbelasting van meer dan 65 dB Lcum. Dit betreft een toename van 1 woning ten opzichte van de referentiesituatie.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 18

3 Slagschaduw en lichtschittering van windturbines 3.1 Inleiding De draaiende rotorbladen van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen op het moment dat de zon schijnt. Deze zogenaamde ‘slagschaduw’ kan onder bepaalde omstandigheden als hinderlijk worden ervaren door personen in de omgeving. Daarnaast kan (zon)licht reflecteren van onderdelen van de windturbine, dit wordt ‘lichtschittering’ genoemd. Beide fenomenen kunnen zich alleen voordoen indien er sprake is van zonneschijn. In bewolkte weersomstandigheden treden deze effecten niet op. De impact van slagschaduw op de omgeving verschilt sterk, afhankelijk van de locatie van de windturbine, de locatie van de plek waar een waarnemer verblijft, de afmetingen van de windturbine en de windrichting en zonneschijnduur.

3.2 Achtergrond: inzichtelijk maken van slagschaduw 3.2.1 Wanneer is sprake van slagschaduw? Om te kunnen spreken van slagschaduw(hinder) op de omgeving moet aan een paar voorwaarden worden voldaan: 1.

Er is sprake van een minimale afdekking van de lichtbron (in dit geval de zon) van 20% van het oppervlak van bron (zie figuur 3.1). Indien dit minder is, zal zoveel licht rond het object – in dit geval het windturbineblad - buigen dat van een effectieve schaduw geen sprake is. Hoe kleiner de afdekking, hoe ‘diffuser’ de schaduw31;

Figuur 3.1 Minimale afdekking als voorwaarde voor optreden ‘schaduw’

31

De afstand waarbij 20% afscherming van de zon optreedt kan berekend worden met: Max. distance = (5*w*150.000.000) / 1.097.780 waarbij w staat voor de gemiddelde dikte van een rotorblad gebaseerd op de maximale dikte en de dikte op 90% rotorbladlengte. Alternatief kan ook = w / bgtan( (0,2*π*(0,531/2)^2)/0,531) gebruikt worden.

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 19

2. 3. 4.

5.

Er moet sprake zijn van een minimale stralingsintensiteit van 120 Watt/m2 om het voor een hinderervaring benodigde contrast (schaduw) te kunnen laten optreden32; De windturbine moet in bedrijf zijn (draaien) om te kunnen spreken van hinderlijke slagschaduw; Er dient sprake te zijn van een ruimte met een beperkt aantal lichtbronnen die significant kunnen worden afgeschermd door een bewegende slagschaduw. De ervaring van een bewegende schaduw in de buitenlucht wordt niet als hinderlijk ervaren. De schaduw moet daadwerkelijk de gevel van het gevoelige object kunnen bereiken en dus niet afgeschermd worden door obstakels zoals gebouwen of bomen (‘line of sight’).

3.2.2 Wanneer is een object of terrein ‘slagschaduwgevoelig’? Niet op alle plekken waar slagschaduw theoretisch kan optreden is er sprake van een milieu- of hindereffect. In een weiland of op open water, waar geen of zeer weinig mensen aanwezig (kunnen) zijn leidt de slagschaduw immers niet tot een waarneembare hinder. In zoverre is dit vergelijkbaar met geluid, waar de beoordeling plaatsvindt op geluidgevoelige objecten (zie 2.4). Voor slagschaduw is er echter aanleiding dit te verfijnen omdat er ook verschillen bestaan tussen de effecten van geluid en slagschaduw. Bijvoorbeeld in een gebouw zonder ramen in de gevel in de richting van de windturbine kan geluid nog steeds een effect veroorzaken, echter een effect van slagschaduw is per definitie uitgesloten omdat er geen licht door een dichte gevel kan dringen. Voor de definitie van een slagschaduw gevoelig object of terrein maken we onderscheid tussen objecten of terreinen bedoelt voor permanent verblijf van personen (o.a. woningen) en objecten of terreinen waar gedurende een langere tijdsduur (bijvoorbeeld een werkdag) mensen aanwezig zijn, maar niet permanent wonen.

Daarvoor hanteren we de volgende definities: Een slagschaduwgevoelig object of terrein: Ieder object bedoeld voor bewoning of anderszins voor permanent verblijf van personen (woningen, woonboten of woonwagens en zorginstellingen) en voor zover de gevel of het dakvlak voorzien is van één of meerdere lichtdoorlatende vlakken in de richting van de windturbine(s). Overige slagschaduwgevoelige objecten: Overige objecten voor zover personen in een ruimte binnen dit object gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven tijdens de daglichtperiode, en voor zover dit een gebouw of bouwwerk betreft, de gevel of het dakvlak voorzien is van één of meerdere lichtdoorlatende vlakken in de richting van de windturbine(s). Voorbeelden van overige slagschaduwgevoelige objecten (anders dan woningen en zorginstellingen) zijn dan onder andere: scholen, kantoorgebouwen, horecagelegenheden en kampeerterreinen. Een stal, opslagloods, landbouwgrond, sportveld of parkeerterrein zijn voorbeelden van niet-slagschaduwgevoelige objecten of terreinen. Voor zover slechts een deel van een object als slagschaduwgevoelig kan worden aangemerkt (bijvoorbeeld een bedrijfspand met bijbehorend kantoorgedeelte), hoeft alleen dat deel als slagschaduwgevoelig te worden beschouwd.

32

World Meteorological Organization, 2021; Chapter 8 Measurement of sunshine duration: https://library.wmo.int/doc_num.php?explnum_id=3154

Windpark Agro Wind Reusel | Onderzoek milieunormen windenergie 717045 | Windpark Agro Wind Reusel | v4.0 | 6-10-2021 Pagina 20

Kader 3.1 Slagschaduwgevoeligheid terrassen en balkons (buitenruimte)

Bescherming is primair gericht op locaties waar personen gedurende langere tijd verblijven. Daarom zijn onder andere woningen en zorginstellingen als slagschaduwgevoelig aangemerkt. Buitenruimte behorende bij deze gebouwen (zoals terrassen of balkons) is niet afzonderlijk als slagschaduwgevoelig aangemerkt. Reden hiervoor is tweeledig: enerzijds is het voor een persoon die zich in een binnenruimte bevindt waarop slagschaduw optreedt niet eenvoudig mogelijk om naar een andere plek te vertrekken om daarmee de schaduwhinder te voorkomen. Dat is in de buitenruimte wel eenvoudig(er) mogelijk. Bovendien is buiten het aanwezige licht per definitie afkomstig van een grote hoeveelheid bronnen (reflecties, omgevingslicht) waardoor de hinderlijkheid van de slagschaduw in een buitenruimte zeer beperkt is. Anderzijds wordt door het gebouw zelf te beschermen tegen eventuele hinder de aangrenzende buitenruimte in de nabijheid van een gebouw al automatisch meegenomen in een groot deel van de stilstandvoorziening. De schaduw zal in de praktijk namelijk verplaatsen en dus niet alleen op het gebouw of alleen op de aangrenzende buitenruimte plaatsvinden, maar vrijwel altijd in combinatie. Er is daarom geen reden om de buitenruimte rondom een slagschaduwgevoelig object als afzonderlijk schaduwgevoelig aan te merken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=672b2a75-fc88-45c4-9f87-269c2de3399f