CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase II_vastgesteld_1_Toelichting

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase II24.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase II

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

6 6 6 9 10 11

Hoofdstuk2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Rijksbeleid 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Regionaal beleid 2.5 Gemeentelijk beleid

12 12 12 16 23 27

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Ruimtelijke context 3.2 Ruimtelijke structuur 3.3 Functionele structuur

31 31 32 35

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 M.e.r.- beoordeling 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Bodem 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Water 4.8 Externe veiligheid 4.9 Natuur 4.10 Stikstof 4.11 Archeologie en cultuurhistorie 4.12 Geur 4.13 Verkeer 4.14 Gezondheid 4.15 Spuitzones

39 39 39 41 41 43 45 45 48 50 56 57 60 62 62 64

Hoofdstuk5 Het bestemmingsplan 5.1 Plansystematiek 5.2 Opzet van de regels

65 65 65

Hoofdstuk6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

69 69 69

Hoofdstuk7 Procedures 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen 7.3 Vaststelling

70 70 70 70

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 2 van 70

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Marktbehoefte bedrijventerreinen De Kempen

Bijlage 2

M.e.r. beoordeling

Bijlage 3

Akoestischonderzoek

Bijlage 4

Historischvooronderzoek bodem

Bijlage 5

Verkennend (water)bodemonderzoek

Bijlage 6

Verkennend asbestonderzoek

Bijlage 7

Nader asbestonderzoek

Bijlage 8

Notitie luchtkwaliteit

Bijlage 9

Watertoets

Bijlage 10

Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 11

Verkennend natuuronderzoek

Bijlage 12

Nee-tenzij toets

Bijlage 13

Vooronderzoek steenuil

Bijlage 14

Steenuilonderzoek

Bijlage 15

Activiteitenplan steenuil

Bijlage 16

Stikstofonderzoek

Bijlage 17

Ecologische beoordeling stikstofdepositie

Bijlage 18

Evaluatierapport archeologie

Bijlage 19

Geuronderzoek

Bijlage 20

Verkeersonderzoek

Bijlage 21

Notitie beantwoording vooroverlegreacties

Bijlage 22

Nota van zienswijzen

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 3 van 70

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 4 van 70

Toelichting

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 5 van 70

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De gemeente Reusel – De Mierden is voornemens om het bedrijventerrein Kleine Hoeven uit te breiden. In het verleden is fase I van dit plan ontwikkeld; momenteel vindt de uitgifte van de laatste kavels plaats en is er onverminderd veel interesse in bedrijfskavels op deze locatie. De behoefte aan bedrijfsgronden is en blijft volgens de laatste prognoses onverminderd groot. Hierdoor heeft de gemeente Reusel-De Mierden het initiatief genomen fase II van de Kleine Hoeven te realiseren, om zo ook in de toekomstige vraag te kunnen blijven voldoen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt de uitbreiding van Kleine Hoeven juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. De ontwikkeling vindt plaats ten zuiden van de straat Kleine Hoeven en ten zuiden van het bestaande bedrijventerrein Kleine Hoeven (fase I). De doelstelling van Kleine Hoeven fase II past binnen de hoofddoelstelling en nevendoelstellingen voor het bedrijventerrein Kleine Hoeven. Deze zijn als volgt geformuleerd: Hoofddoelstelling Bedrijventerrein Kleine Hoeven voorziet in de opvang van lokale bedrijvigheid, met kavelgroottes van ca. 1000 m2 tot maximaal 5.000 m2. Ook binnen fase II zijn kavelgroottes van ca. 1000 m2 tot 5000 m2 voorzien.

Nevendoelstelling Naast bedrijvigheid geeft de ontwikkeling van bedrijventerrein Kleine Hoeven bovendien een landschappelijke en ecologische invulling aan het gebied met als voornaamste doel om het stedelijk weefsel op duurzame wijze af te ronden, de hoofdstructuur van het gebied te versterken en de landschappelijke openheid tussen Reusel en Bladel in stand te houden. Tevens biedt de uitbreiding van het bedrijventerrein Kleine Hoeven mogelijkheden om bedrijven te verplaatsen die op dit moment niet meer op de juiste plek in de gemeente zijn gevestigd. Voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase II' bevat de motivering van de gemeente Reusel-De Mierden om een bestemmingsplan vast te stellen dat de aanleg en het gebruik van de uitbreiding van het bedrijventerrein mogelijk maakt. Met de beoogde bestemmingsplanwijziging wordt een nieuw bestemmingsplan gemaakt aansluitend op het bestemmingsplan 'Kleine Hoeven 2012', waarbinnen de juridisch-planologische regeling voor het reeds bestaande deel van het bedrijventerrein is opgenomen. Kleine Hoeven fase II betreft dus een separaat bestemmingsplan. Deze toelichting beschrijft zoveel mogelijk de beoogde ontwikkeling en gaat in op de effecten van het project voor de gemeente, provincie en het Rijk.

1.2

Plangebied

Het plangebied Kleine Hoeven fase II ligt aan de oostzijde van de kern Reusel. Het gebied is indicatief als volgt begrensd: aan de noordzijde door het bestaande bedrijventerrein Kleine Hoeven en de weg Kleine Hoeven aan de westzijde de weg Hamelendijk aan de oostzijde de weg De Strook aan de zuidzijde agrarisch gebied

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 6 van 70

Figuur 1.1: Plangebied bedrijventerrein Kleine Hoeven fase II

Figuur 1.2: Kadastrale percelen bedrijventerrein Kleine Hoeven fase II Het plangebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Kleine Hoeven is weergegeven in figuur

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 7 van 70

1.1 en 1.2 en is op dit moment nog in gebruik als agrarisch gebied. Het betreft de kadastrale perceelnummers 1170, 1054, 258, 1730 (gedeeltelijk) en 555 (gedeeltelijk). De totale oppervlakte van het plangebied voor het bedrijventerrein betreft ca. 67.000 m2. Ten zuiden van het plangebied liggen woningen ter plaatse van de adressen Heibloem 1, 3 en 5. Het betreft hier reeds bestaande woonfuncties, met omliggende agrarische gronden. In verband met de benodigde afstand tussen deze bestaande woningen en de nieuwe bedrijvigheid die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is ervoor gekozen om deze woningen mee te nemen in dit bestemmingsplan. Daarmee wordt de benodigde afstand vanuit milieuzonering direct in één bestemmingsplan voor beide functies geregeld en is een goed woon- en leefklimaat voor de bestaande woningen geborgd. De indicatieve plangrenzen waarbij deze woningen zijn inbegrepen zijn weergegeven in figuur 1.3. Daarbij is ook een deel van de Hamelendijk inbegrepen binnen het plangebied. Voor het exacte plangebied kan de verbeelding bij het voorliggende bestemmingsplan geraadpleegd worden.

Figuur 1.3: Indicatieve plangrenzen Kleine Hoeven fase II en bestaande woningen Heibloem 1, 3 en 5

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 8 van 70

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Binnen het plangebied is sprake van twee geldende bestemmingsplannen en één bestemmingsplan dat in voorbereiding is. Dit betreffen volgende ruimtelijke plannen: Plan

Naam

IMRO Nummer

Datum

Bestemmingsplan

Buitengebied 1998

31-08-1998

Bestemmingplan

Buitengebied 2009

NL.IMRO.16670000BGReuselVA 08-12-2011 01

Ontwerp bestemmingsplan

Buitengebied 2023

NL.IMRO.1667.BPBbuit0083-VO 30-06-2023 01

Tabel 1.1 Bestemmingsplannen Geldend bestemmingsplan De gronden binnen het plangebied die worden ingezet voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Kleine Hoeven vallen momenteel onder de werking van het "Bestemmingsplan Buitengebied '98" van de gemeente Reusel-De Mierden (vastgesteld op 31 augustus 1998). In dit plan zijn de gronden bestemd als "agrarisch gebied" en medebestemd voor "water voor landbouw". De gronden binnen het plangebied ter plaatse van de adressen Heibloem 1, 3 en 5 vallen momenteel onder de werking van het "Bestemmingsplan Buitengebied 2009" van de gemeente Reusel-De Mierden (vastgesteld op 12 december 2011). In dit plan zijn de gronden gedeeltelijk bestemd voor "wonen" en gedeeltelijk "agrarisch". Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2021 Alle gronden binnen het plangebied vallen daarnaast onder het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ''Buitengebied 2023' van gemeente Reusel-De Mierden. Daarvan is op 30 juni 2023 het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd. In dit ontwerpbestemmingsplan hebben de gronden ter plaatse van de beoogde uitbreiding van Kleine Hoeven een agrarische enkelbestemming en is de Hamelendijk voorzien van een verkeersbestemming. In het ontwerpbestemmingsplan is ter plaatse van het beoogde bedrijventerrein een gebiedsaanduiding 'reserveringsgebied uitbreiding bedrijventerrein fase 2' opgenomen.

Daarmee was ten tijde van het in procedure brengen van dit ontwerpbestemmingsplan al rekening gehouden met de beoogde uitbreiding van Kleine Hoeven Fase II. Aangezien dit bestemmingsplan nog niet is vastgesteld, zal voorliggend bestemmingsplan binnen de betreffende gebiedsaanduiding in de plaats komen van het uiteindelijke bestemmingsplan Buitengebied 2023.

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 9 van 70

Figuur 1.4: Uitsnede ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023

1.4

Bij het plan behorende stukken

1.4.1

Bijbehorende stukken

Ter onderbouwing van onderhavig bestemmingsplan zijn verschillende deelonderzoeken uitgevoerd en is een stedenbouwkundig plan opgesteld. De resultaten van deze deelonderzoeken zijn opgenomen in de volgende rapporten en als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd: Marktbehoefte bedrijventerreinen De Kempen M.e.r. beoordeling; Akoestisch onderzoek; Historisch vooronderzoek bodem; Verkennend (water)bodemonderzoek; Verkennend asbestonderzoek; Nader asbestonderzoek; Notitie luchtkwaliteit; Watertoets; Onderzoek externe veiligheid; Verkennend natuuronderzoek; Nee-tenzij toets; Vooronderzoek steenuil; Steenuilonderzoek; Activiteitenplan steenuil; Stikstofonderzoek; Ecologische beoordeling stikstofdepositie; Evaluatierapport archeologie; Geuronderzoek; Verkeersonderzoek.

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 10 van 70

1.4.2

Planopzet

Het bestemmingsplan bestaat formeel uit drie onderdelen: een verbeelding, waarop de bestemmingen in het plangebied zijn weergegeven. Deze bestemmingen (met eventuele specifieke aanduidingen) zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. de planregels waarin het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch zijn geregeld. Deze regels zijn in de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" (SVBP2012) zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro zijn opgenomen. De toelichting dient als onderbouwing van het plan en kent geen rechtstreeks bindende werking. Ook maken de uitkomsten van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro deel uit van de toelichting.

1.5

Leeswijzer

De toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 het beleidskader. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 komen de verschillende relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod, waarbij de resultaten van diverse onderzoeken worden uitgelicht. Hoofdstuk 5 gaat in op het plansystematiek van dit bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 worden zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. Vervolgens worden in hoofdstuk 7 de resultaten en consequenties vanuit de diverse inspraakmomenten teruggekoppeld.

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 11 van 70

Hoofdstuk 2

2.1

Beleidskader

Inleiding

Bij ieder plan vindt inkadering binnen het beleid van de overheid plaats. Door een toetsing aan rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid ontstaat een duidelijk beeld van de marges waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen, zoals in deze situatie, toegestaan kunnen worden. De beleidsinkadering moet een compleet beeld geven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologisch beleid. Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Noord-Brabant worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd mede randvoorwaarden voor het lokale maatwerk bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn.

2.2

Rijksbeleid

2.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Met de komst van het nieuwe stelsel van wetgeving doet een nieuw instrument zijn intrede dat een antwoord biedt op deze ambitie: de omgevingsvisie. Rijk, provincies en gemeenten moeten allemaal een omgevingsvisie opstellen voor hun grondgebied. Het Rijk heeft in dit kader de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. De NOVI beschrijft de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het Nederlandse grondgebied. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationaal belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Er zijn in totaal 21 nationale belangen waar de NOVI zich op richt: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 12 van 70

7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij.

Relatie met het voorliggende bestemmingsplan De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past binnen het ruimtelijk beleid van het Rijk dat in de NOVI wordt beschreven. Het Rijk ziet in nationaal belang 16 graag het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Met de beoogde ontwikkeling wordt een economisch aantrekkelijk bedrijventerrein gecreëerd voor lokale bedrijven. De behoefte aan bedrijventerreinen in de regio is toegenomen waardoor het uitbreiden van een bedrijventerein nieuwe economische kansen biedt voor de regio. Bovendien draagt de beoogde ontwikkeling bij aan een van de vier prioriteiten die is gesteld in de NOVI. Namelijk prioriteit nummer 2: de economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. De uitbreiding van Kleine Hoeven met fase II speelt in op het lokale en regionale economisch groeipotentieel. Daarnaast is nadrukkelijk aandacht gegeven aan de duurzaamheid van het bedrijventerrein. 2.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het rijkbeleid, is -voor zover nodig- in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) vastgelegd in regelgeving. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen. Provincies en gemeentes dienen hier rekening mee te houden bij het opstellen van inpassingsplannen en bestemmingsplannen. In het kader van deregulering en decentralisatie is gekozen om de regels zoveel mogelijk door te laten werken op het niveau van de lokale besluitvorming. Door de nationale belangen in bestemmingsplannen te borgen, worden deze belangen al in een vroeg stadium vastgelegd. Dit draagt bij aan een versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke druk. Voor een aantal onderwerpen geeft het Barro de opdracht, dan wel de mogelijkheid aan provincies om met een provinciale verordening regels te stellen. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan De beoogde uitbreiding heeft geen relatie met de nationale belangen die zijn geformuleerd binnen het Barro. Het Barro bevat dan ook geen relevante gebieden of regelingen voor de voorgenomen ontwikkeling, waardoor voorliggend plan dan ook niet in strijd is met het Barro.

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 13 van 70

2.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is de verplichting opgenomen om, in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierin wordt uitgegaan van de 'ladder van duurzame verstedelijking'. De ladder is uitgewerkt in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro: Lid 2: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Lid 3: Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel.

Lid 4: Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.

Betekenis voor dit project De beoogde ontwikkeling vindt plaats in het landelijk gebied van gemeente Reusel-De Mierden. Om na te gaan of de Ladder moet worden toegepast, is van belang of sprake is van een stedelijke ontwikkeling en indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling of; er sprake is van een behoefte en of; die behoefte binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling: Om te bepalen of sprake is van een Ladderplichtige ontwikkeling, is allereerst van belang of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan een ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro. Volgens dit artikel wordt als stedelijke ontwikkeling bedoeld: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Ook uitbreidingen van stedelijke ontwikkelingen kunnen, mits voldoende substantieel, worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling (zie onder meer ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:570). Wanneer een plan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt.

Onderhavige ontwikkeling betreft het juridisch Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 14 van 70

planologisch mogelijk maken van de uitbreiding van bedrijventerrein Kleine Hoeven met een totaal toe te voegen oppervlak van ca. 67.000 m2, waarvan ca. 46.000 m2 uitgeefbaar terrein. Daarmee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte: De behoefte aan bedrijfsgronden is en blijft volgens prognoses onverminderd groot. Uit een regionaal onderzoek naar de marktbehoefte naar bedrijfskavels in de regio De Kempen van Stec Groep (2 mei 2022) blijkt dat er in de periode van 2022 tot 2030 een aanvullende behoefte binnen een bandbreedte is van circa 10-30 hectare extra bedrijventerreinen binnen de Kempengemeenten. Zie Bijlage 1 voor het betreffende onderzoek. In de meest recente provinciale prognose (Stec Groep, 1 september 2022) wordt voor De Kempen een totale ruimtevraag van 43 – 60 hectare aangegeven (EIB laag – hoog) voor de periode 2022 t/m 2030. Er is sprake van ca. 20 hectare hard planaanbod. De behoefte naar nieuwe bedrijfskavels is ca. 23 - 39 hectare (EIB laag – hoog). Met name in het EIB hoog scenario ligt de vraag dus zelfs nog beduidend hoger dan uit het regionale marktonderzoek blijkt. Op het lokale niveau laat een lijst met leads voor Kleine Hoeven ook zien dat er momenteel nog veel potentiële uitgiftes zijn te realiseren, specifiek voor dit bedrijventerrein binnen de regio. Op dit moment is het resterende aanbod (veel) lager dan de interesse.

Op basis van het regionale marktonderzoek van Stec Groep, de provinciale prognoses voor de periode 2022-2030 en de daadwerkelijk vraag naar bedrijfskavels (in de vorm van een lijst met leads) kan worden geconcludeerd dat de behoefte aan bedrijfskavels in de regio onverminderd groot is. Met plan Kleine Hoeven fase II wordt voorzien in ruimte voor kleinschalige lokale en regionale bedrijvigheid. Dit sluit aan bij het type werkmilieu 'regulier', zoals opgenomen in de provinciale prognose. Voor de regio Zuidoost-Brabant (waaronder De Kempen) wordt binnen de provinciale prognose geconcludeerd dat er binnen alle typen werkmilieus sprake is van een tekort aan geschikt aanbod, zeker als wordt uitgegaan van het scenario EIB hoog. Met name in gemeente Reusel-De Mierden en in gemeente Eersel is aanbod noodzakelijk vanwege transformatieplannen van bestaande terreinen en ter afronding van bestaande ontwikkelingen. Een beperkte uitbreiding op korte termijn in Eersel en in Reusel draagt bij aan het oplossen van de huidige marktvraag en het creëren van doorschuifmogelijkheden. Het zijn ontwikkelingen die aansluiten bij recent ontwikkelde terreinen en kunnen voorzien in de Kempische behoefte naar kleine kavels. De bedrijfskavels in fase I van het bedrijventerrein Kleine Hoeven zijn (nagenoeg) verkocht. Er blijft een sterke behoefte aan kavels en er is momenteel een wachtlijst van bedrijven.

In de Kempen is er nagenoeg geen aanbod van bedrijfskavels meer aanwezig. Kleine Hoeven fase II voorziet in een gemengd bedrijventerrein voor lokale MKB bedrijven. Uit de interesselijst blijkt dat er veel vraag is naar deze bedrijfskavels. Eind 2022 stonden 26 bedrijven op de interesselijst voor Kleine Hoeven fase II. In totaal is dat 5,3 hectare, dat is ruimschoots meer dan 4,6 hectare, die met deze ontwikkeling worden uitgegeven. Bestaand stedelijk gebied: Bestaand stedelijk gebied wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Wanneer een plan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Onderhavig ontwikkeling betreft het juridisch planologisch mogelijk maken van Kleine Hoeven fase II met een totaal oppervlak van ca. 67.000 m2, waarvan ca. 46.000 m2 uitgeefbaar terrein. De realisatie van een bedrijventerrein van een dergelijk formaat binnen het bestaand stedelijk gebied is niet mogelijk, vanwege het benodigd ruimtebeslag.

Een dergelijke locatie is niet te Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 15 van 70

vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. Daarbij komt tevens kijken dat er bij de realisatie van bedrijventerreinen vanuit milieuzonering een bepaalde afstand moet zijn tussen bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het is dan ook zeer voor de hand liggend om de nieuwe bedrijfskavels te koppelen aan het bestaande bedrijventerrein Kleine Hoeven. Ten tijde van de aanleg van dit bedrijventerrein was deze uitbreiding op termijn ook al beoogd. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik door lokale bedrijven zoveel mogelijk te clusteren en overlast richting gevoelige functies te voorkomen. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan Bovenstaande onderbouwing laat zien dat er behoefte is aan nieuwe (lokale) bedrijfskavels en dat deze behoefte niet binnen het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik worden de bedrijfskavels wél als uitbreiding op een bestaand bedrijventerrein gerealiseerd. De ontwikkeling biedt hiermee juist mogelijkheden om bedrijven in de kern te verplaatsen naar het nieuwe terrein, zodat op die achterblijvende locaties herbestemming mogelijk is. Met name waar het gaat om bedrijven met een hogere milieucategorie of bedrijven met impact op de omgeving is Kleine Hoeven fase II een goed alternatief. Dit betreft vervangingsvraag.

Daarmee is de ontwikkeling getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking en kan worden geconcludeerd dat er vanuit de ladderredenering sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor de beoogde ontwikkeling is geen (betere) alternatieve locatie beschikbaar.

2.3

Provinciaal beleid

2.3.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Met de Brabantse omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' hebben provinciale staten in december 2018 de visie op de fysieke leefomgeving vastgesteld. De visie bevat de opgaven die er liggen voor de nabije toekomst, welke ambities en concrete doelen de provincie zichzelf heeft gesteld en hoe zij hieraan wil werken. De provincie gelooft dat men met elkaar moet zorgen voor een gezonde, veilige en mooie leefomgeving en dat zij dat kunnen bereiken met een nieuwe manier van (samen)werken. Dat door het juiste samenspel – waarbij zij streven naar synergie en meerwaarde - de kwaliteit van leven hier en nu goed samengaat met de kwaliteit van leven elders en later. Rode draad in de visie is om de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving te behouden, te versterken en door te geven aan volgende generaties. De visie benoemt ambities over hoe Brabant er in 2050 uit moet zien en stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Deze doelen zijn zelfbindend voor de provincie. De provincie heeft vier hoofdopgaven opgesteld. Aan de basis van deze hoofdopgaven liggen veiligheid, gezondheid en een goede omgevingskwaliteit.

Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Werken aan een concurrerende, duurzame economie is specifiek van belang voor de beoogde ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. De omgevingsvisie beschrijft hierin twee doelen; 2030 en 2050. Doel 2050: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. Producten, materialen en grondstoffen worden op alle onderdelen van de Brabantse economie in verregaande mate hergebruikt. Niet hernieuwbare hulpbronnen worden behouden. Het streven naar waardecreatie voor mens, natuur en economie gaan hand in hand. De Brabantse economie is verregaand

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 16 van 70

circulair. Doel 2030: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. We werken aan een circulaire economie door duurzamer om te gaan met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen. We verminderen daartoe samen met maatschappelijke partners het gebruik van niet vernieuwbare grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) volgens de landelijke afspraken met 50%.

Relatie met het voorliggende bestemmingsplan Het voorliggend plan versterkt de bedrijvigheid in de provincie. De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de ambitie om binnen Brabant te werken aan een concurrerende en duurzame economie. Hiermee sluit de voorgenomen ontwikkeling aan op de omgevingsvisie van de provincie. 2.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is in werking getreden op 5 november 2019 en bevat regels voor de fysieke leefomgeving. Op 1 augustus 2023 is de Interim omgevingsverordening voor het laatst geactualiseerd. De regels hebben betrekking op ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening heeft een aantal provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte, vervangen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels uit de voorheen geldende verordeningen zijn gehandhaafd met het daarbij horende beschermingsniveau, en dat er in beginsel geen beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid, bijvoorbeeld uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De regels van de voorheen geldende Verordening ruimte zijn deels opgenomen in hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening (rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven) en deels in hoofdstuk 3 (instructieregels voor gemeenten). Werkingsgebieden in het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven.

Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen.

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 17 van 70

Figuur 2.2: Uitsnede interim-omgevingverordening verordening; rode contour: globale weergave uitbreiding bedrijventerrein.

Gemengd landelijk gebied De locatie is gelegen binnen het werkingsgebied 'gemengd landelijk gebied'. In het gemengd landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van de landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen.

Verstedelijking afweegbaar Tevens is de planlocatie gelegen binnen het werkingsgebied 'verstedelijking afweegbaar'. Als er vanuit kwaliteit of kwantiteit in Stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is, dan bestaat er de mogelijkheid dat een stedelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied Verstedelijking

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 18 van 70

afweegbaar wordt gerealiseerd. Deze gebieden zijn in het verleden (2004) na toepassing van de lagenbenadering en afweging aangeduid als gebieden waar –onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 van de verordening (Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies) gekeken naar een concrete invulling. Conform artikel 3.43 van de verordening kan een bestemmingsplan ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling, als: 1. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; 2. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; 3. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; 4. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Ad 1) De uitbreiding van Kleine Hoeven is niet mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit is nader onderbouwd in paragraaf 2.2.3. Ad 2) Dit is niet van toepassing, gezien het formaat van het bedrijventerrein.

Ad 3) De colleges van de vier Kempengemeenten Bladel, Bergeijk, Eersel en Reusel-De Mierden hebben in juni 2022 besloten om op korte termijn nieuw kleinschalig aanbod te realiseren voor de vraag naar bedrijfskavels in de Kempen. In juli 2022 hebben de portefeuillehouders Economie van de vier Kempengemeenten ingestemd met het voorstel voor de ontwikkeling van Kleine Hoeven fase II. De afstemming met de subregio's Stedelijk Gebied, Peelgemeenten, A2 gemeenten en de provincie Noord-Brabant heeft plaatsgevonden op 21 december 2022 gedurende de Omgevingsdag. De ontwikkeling is daar akkoord bevonden.

Ad 4) Binnen het stedenbouwkundig plan is zorgvuldig aandacht besteed aan de structuren van het gebied en omliggende gebieden. De overgangen met deze gebieden (de Rouwenbogtloop, het open landschap tussen Reusel en Bladel en de omliggende woningen) én het borgen van de omgevingskwaliteit van de omliggende gebieden heeft nadrukkelijk aandacht gekregen in de uitwerking van het plan. Een nadere toelichting is te vinden in paragraaf 3.2.

Duurzame stedelijke ontwikkeling Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor werken dient ook een onderbouwing te bevatten op grond van artikel 3.42 van de IOV. Daarbij zijn een aantal aspecten van belang. In de eerste plaats dient de ontwikkeling te passen binnen de regionale afspraken. Zoals hiervoor reeds aangegeven is de ontwikkeling gedurende de Omgevingsdag op 21 december 2022 afgestemd met de regio en daar akkoord bevonden. Daarnaast dient sprake te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling. De volgende aspecten zijn daarbij van belang: 1. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; 2. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; 3. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; 4. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en

Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 19 van 70

voldoende ruimte voor de opvang van water; 5. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; 6. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Tenslotte is dient ten aanzien van bedrijventerrein specifiek nog aandacht besteedt te worden aan een aantal aanvullende aspecten, die bijdragen aan zorgvuldig ruimtegebruik: 7. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; 8. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: a. bedrijfswoningen; b. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; c. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Ad 1) Het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan voor Kleine Hoeven fase II gaan uit van het realiseren van integrale gebiedsontwikkeling met werken, een goede landschappelijke inpassing met ruimte voor groen en biodiversiteit en aandacht voor wateraspecten. Er is in hoofdstuk 4 getoetst aan alle relevante milieuaspecten die relevant zijn voor de gebiedsontwikkeling. Een veilige en gezonde leefomgeving is daarmee geborgd. Ad 2) De ontwikkeling betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein.

Clustering van bedrijven in het buitengebied is wenselijk om verdere verspreiding te voorkomen. Daarnaast biedt de realisatie van Kleine Hoeven fase II juist kansen om bedrijven die nu nog binnen het stedelijk gebied aanwezig zijn te verplaatsen en daardoor juist op die plekken andere ontwikkelingen mogelijk te maken. Daarmee faciliteert het plan dus transformatie op andere locaties. Ad 3) Enerzijds biedt het bedrijventerrein straks plaats voor een nieuw middenspanningsstation en daarmee draagt het bij aan de robuustheid van de energievoorziening in de regio. Daarnaast zullen bedrijven die zich op het bedrijventerrein gaan vestigen moeten voldoen aan de eisen die in kavelpaspoorten worden vastgelegd bij de kaveluitgifte. Het nuttig gebruiken van daken (bijv. groene daken en/of zonnepanelen op het dak) zal daar onderdeel van uitmaken. Productie van energie zal daarbij (groten)deels plaats moeten vinden door de productie van duurzame energie door het aanbrengen van zonnepanelen op de bedrijfsgebouwen. Het bestemmingsplan staat dit niet in de weg. Ad 4) Binnen het plan is zorgvuldig aandacht besteedt aan diverse duurzaamheidsaspecten, waaronder klimaatverandering. Er is sprake van een landschappelijke inpassing rondom het plangebied, en daarnaast wordt er een centrale waterberingsvoorziening gerealiseerd waar hemelwater wordt opgevangen.

Ad 5) Er zijn een aantal duurzaamheidsaspecten waarop wordt ingezet binnen het planvoornemen, zoals ook te lezen in paragraaf 3.3.2. Duurzame mobiliteit is er daar één van. Zo zal onder meer samen met ondernemers en bedrijven worden gekeken hoe fietsgebruik en het gebruik van het OV gestimuleerd kan worden en wordt in de openbare inrichting aandacht besteedt aan een fietsvriendelijke inrichting. Ad 6) Bedrijventerreinen vervullen een essentiële functie binnen de landelijke en regionale economie. De MRE, waaronder de subregio De Kempen, worden gekenmerkt als een sterke economische drager van Nederland. Kleine Hoeven, waaronder straks fase II, vervult hierbinnen een belangrijke economische functie. Ad 7) Het bedrijventerrein spitst zich toe op het lokale en regionale MKB. Daarbij passen relatief kleine kavelgroottes van ca. 1000 tot 5000 m2. Grotere bedrijven dienen zich op andere bedrijventerreinen in de regio te vestigen. Ad 8) De realisatie van onwenselijk functies op het bedrijventerrein is binnen het bestemmingsplan uitgesloten. Dit is geborgd in de regels in artikel 4.5.8 Strijdig gebruik. Onder andere bedrijfswoningen en detailhandel zijn daarbij uitgesloten, met de kanttekening dat ondergeschikte detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten én detailhandel in volumineuze Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 20 van 70

goederen wel zijn toegestaan. Daarbij is detailhandel in volumineuze goederen enkel toegestaan voor zover sprake is van buniness to business verkoop, om de publieksaantrekkende werking juist te beperken.

Basisprincipesvoor een evenwichtige toedeling van functies Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 van de verordening gekeken naar een concrete invulling.

Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3.5 is opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Door de ontwikkeling van Kleine Hoeven fase II transformeert een agrarisch gebied naar een bedrijventerrein. Binnen de gebiedsontwikkeling is daarbij op zorgvuldige wijze rekening gehouden met de groene elementen: zo is er sprake van een landschappelijke inpassing die inspeelt op de bestaande landschappelijke structuren en groene elementen in de omgeving, is de impact op het naastgelegen NNB geminimaliseerd, is er ruimte voor water(berging) opgenomen en wordt van bedrijven een groene invulling op hun kavels vereist. In het stedenbouwkundig plan is daarmee rekening gehouden met de kwaliteiten en karakteristieken van de locatie en directe omgeving. Het doel is om Kleine Hoeven fase II te ontwikkelen als een aantrekkelijke en duurzame uitbreiding op het bestaande bedrijventerrein, met ruimte voor (kleinschalige) lokale en regionale bedrijvigheid. In het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan is veel aandacht voor de totstandkoming van een goede omgevingskwaliteit die aansluit bij deze doelstelling.

Uit verschillende (milieu)onderzoeken die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan blijkt bovendien dat sprake is van een veilige, gezonde leefomgeving. Waar nodig zijn maatregelen (bijvoorbeeld voorwaarden voor de realisering van voldoende waterberging en de aanleg van de landschappelijke structuur) geborgd in het bestemmingsplan. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving moet rekening worden gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. De motivatie aan de hand van deze aspecten is hieronder opgenomen.

Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 is opgenomen wat zorgvuldig ruimtegebruik betekent. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel; d. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag, zoals door meervoudig ruimtegebruik of door verticale bouw, zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling. Ad a) Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied 'stedelijk gebied' of een bestaand bouwperceel. Bij voorliggende ontwikkeling is hiervan geen sprake, dus Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 21 van 70

dient ter motivatie van de nieuwvestiging te worden getoetst aan de overige bepalingen, zoals reeds in deze paragraaf wordt gedaan. Ad b) Hier wordt aan voldaan. Er is conform de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan bedrijfskavels. De motivatie hiervan is opgenomen in paragraaf 2.2.3. Hieraan ten grondslag liggen het regionale én provinciale behoefteonderzoek die door Stec Groep zijn uitgevoerd. Ad c) In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor de bedrijfsbestemmingen binnen het plangebied. Die regels regelen wat voor bebouwing mag worden opgericht. Er zijn regels opgenomen voor (onder meer) de situering, maximale bouwhoogte en afstanden tot de perceelsgrenzen voor zowel hoofdgebouwen als bijbehorende bouwwerken. Daarnaast zijn de bedrijfsbestemmingen binnen het plan geconcentreert in het binnengebied, met daaromheen een groene landschappelijke inpassing. Ad d) De locatie waarop de ontwikkeling plaatsvindt is momenteel agrarische grond. Intensivering van bestaand ruimtebeslag is daarmee niet aan de orde. De locatie en het type werkmilieu waar vraag naar is op deze plek leent zich zowel stedenbouwkundig als praktisch gezien niet voor verticale bouw.

Lagenbenadering en meerwaardecreatie Locaties die vallen onder het werkingsgebied 'verstedelijking afweegbaar', waaronder de ontwikkeling Kleine Hoeven fase II valt, zijn in het verleden (2004) na toepassing van de lagenbenadering aangeduid als gebieden waar -onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. De toepassing van de lagenbenadering ligt dus al ten grondslag aan de locatiekeuze. Bij meerwaardecreatie zijn een aantal aspecten van belang, waarbij een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken centraal staan. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat, en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De ontwikkeling van Kleine Hoeven fase II zet naast bedrijvigheid in op de realisatie voor voldoende waterberging voor zowel het bestaande bedrijventerrein Kleine Hoeven als de nieuwe uitbreiding hierop. Aan de randen van het plangebied is een landschappelijke inpassing die aansluit bij de landschappelijke structuren en een bijdrage levert aan de biodiversiteit. De ontwikkeling levert dus tevens een bijdrage aan groene en blauwe doelstellingen in de directe omgeving.

In de volgende paragraaf wordt daarbij nader ingegaan op de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit als onderdeel van de meerwaardecreatie. Daarnaast is in de planomschrijving in hoofdstuk 3 uitgebreider ingegaan op de diverse aspecten die bij de ontwikkeling zijn betrokken.

Kwaliteitsverbetering van het landschap In artikel 3.9 'Kwaliteitsverbetering landschap' staat dat een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt binnen het werkingsgebied 'landelijk gebied' bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.Voorwaarde is dat de kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het beleefbare landschap. Op regionaal niveau is de kwaliteitsverbetering van het landschap vertaald in de Landschapsinvesteringsregeleling De Kempen. Afhankelijk van de impact van de ruimtelijke ontwikkeling wordt bepaald hoe invulling wordt gegeven aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voorliggende ontwikkeling wordt gezien als een planmatige stedelijke ontwikkeling en valt vanuit dat kader binnen de 'buitencategorie', waarvoor maatwerk mogelijk is. Daarbij geldt dat bij stedelijke ontwikkelingen de basisinspanning voor de landschappelijke tegenprestatie is bepaald Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 22 van 70

per m2 op 1% van de uitgifteprijs van de gronden. Dit kan worden gestort in een landschapsfonds, of worden geïnvesteerd in een landschapsplan. Die investering moet buiten het (toekomstig) stedelijk gebied landen. Het groen binnen de ontwikkeling maakt intrinsiek onderdeel van uit van een stedenbouwkundige ontwikkeling, en kan niet worden ingezet voor kwaliteitsverbetering landschap. Structureel groen aan de buitenzijde van de ontwikkeling wel. Binnen voorliggend plan is sprake van ca. 46.000 m2 uitgeefbare grond. Uitgaand van de Grondprijzenbrief Gemeente Reusel-De Mierden 2021 wordt voor bedrijfsgronden op Kleine Hoeven een bedrag tussen de €135,- en €202,50 per m2 betaald. Dit levert een gemiddeld bedrag van €168,75 per m2 op. Dit betekent dat 1% van de uitgifteprijs van de gronden resulteert in een benodigde investering van ca. €77.625,- in de kwaliteitsverbetering van het landschap. De Kempen-gemeenten hebben de voorkeur dat investeringen plaatsvinden aansluitend op of in de nabijheid van het initiatief. De kwaliteitsverbetering betreft voor voorliggend plan de aanleg van de robuuste groene omzoming van het plangebied aan zowel de oost- als de zuidzijde, alszijnde de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling, conform Bijlage 3 bij de regels. De verwachting is dat de kosten voor de realisatie van de landschappelijke inpassing onder het benodigde bedrag zullen uitkomen.

Daarom dient het resterende bedrag te worden gestort in het groenfonds van de gemeente Reusel-De Mierden. Dit bestemmingsplan borgt de juridische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. De kosten voor realisatie van de groenzone zijn voor rekening van de gemeente Reusel-De Mierden. Daarmee is ook de financiële uitvoerbaarheid zeker gesteld. Om te borgen dat de totale investering wordt uitgevoerd, is tevens een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing (van de robuuste groene omzoming), alsmede de eventueel benodigde resterende bijdrage aan het groenfonds, opgenomen in de regels.

Relatie met het voorliggende bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar en de uitbreiding van Kleine Hoeven is daarmee al lange tijd voorzien op deze locatie. De ontwikkeling is getoetst aan de hand van de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies en sluit daarbij aan. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de regels uit de interim omgevingsverordening.

2.4

Regionaal beleid

2.4.1

Visie en programmering bedrijventerreinen De Kempen

Op 16 juli 2020 is door Stec Groep een visie voor bedrijventerreinen De Kempen geschreven. De Kempen vervullen een belangrijke economische functie voor de regio en de gemeente Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-de Mierden. De huidige bedrijventerreinenvisie van De Kempen dateert uit 2012. De omstandigheden zijn sindsdien flink veranderd. Er is meer bedrijvendynamiek en het regionale bedrijventerrein Kempisch bedrijvenpark (KBP) is inmiddels in gebruik. Tegelijkertijd komen er trends en ontwikkelingen op de bedrijven(terreinen) af, zoals circulaire economie, robotisering, smart industry & logistics en duurzaamheids- en klimaatdoelen. Het goed begrijpen en kunnen vertalen van de impact van deze trends op de ruimtevraag van bedrijven is cruciaal voor een toekomstbestendige voorraad bedrijventerreinen. De Kempen staat in de top 3 van snelst groeiende economische regio’s van Nederland. In de visie worden drie prioriteiten thema's neergezet. Dit betreffen de volgende thema's: 1. Voldoende passend aanbod bedrijventerreinareaal 2. Creëer de juiste randvoorwaarden 3. Duurzame transitie Voldoende passend aanbod bedrijventerreinareaal Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 23 van 70

Dit betekent dat er genoeg kwantitatief aanbod (aantal vierkante meters) aanwezig moet zijn in De Kempen en dat het aanbod kwalitatief aansluiten op de vraag. De kwalitatieve aansluiting op de vraag krijgt vorm in de verschillende werkmilieus. Creëer de juiste randvoorwaarden Buiten dat behoud van bestaande bedrijven waardevol is voor de economie en samenleving (arbeid, sponsoring verenigingsleven), is het goed faciliteren en actief volgen van bestaande bedrijven veel laagdrempeliger dan later acteren op behoefte en eventuele tekorten in het aanbod. Door goed op de hoogte te zijn van wat er speelt bij bedrijven kan maximale invloed uitgeoefend worden bij evenutele investeringen of relocatietrajecten. Duurzame transitie Duurzaamheid leeft niet alleen in het politieke landschap, maar ook bij de Kempische ondernemers. Een deel van de ondernemers is al concreet bezig met het thema, bijvoorbeeld door te investeren in isolatie, LED-verlichting of het uitwisselen van restmateriaal en –warmte. Ook denken ondernemers na over maatregelen richting de toekomst. Een belangrijke voorwaarde voor het succesvol doorvoeren van duurzaamheidsmaatregelen is voldoende draagvlak bij ondernemers. Op basis van de doelstelling zoals afgesproken in de Regionale Energiestrategie (RES), consultatierondes en de online-marktpeiling concluderen we dat dit momentum aanwezig is.

Met 2B connect wordt op de Sleutel en Kleine Hoeven gewerkt aan projecten die de biodiversiteit stimuleren en die bijdragen aan vergroening en waterbeheer.

Relatie met het voorliggende bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan maakt Kleine Hoeven fase II juridisch planologisch mogelijk. Kleine Hoeven fase II is in lijn met de visie en programmering bedrijventerreinen De Kempen. Het voldoet aan 'voldoende passend aanbod bedrijventerreinareaal' aangezien de beoogde uitbreiding tot stand is gekomen na de toenemende vraag naar bedrijventerreinen in de regio. Er wordt ingezet op kleinschalige lokale en regionale (MKB) bedrijvigheid. Tevens is ondergeschikte detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten of detailhandel in volumineuze goederen op het bedrijventerrein toegestaan, waarbij detailhandel in volumineuze goederen enkel is toegestaan voor zover sprake is van business to business (B2B) verkoop. Dit sluit aan bij de eerdere regionale afspraken die zijn vastgelegd in de Regionale visie detailhandel De Kempen (Stec Groep, 2015). Daarin is bepaald dat detailhandel in volumineuze goederen op bedrijventerreinen wordt gefaciliteerd, idealiter zoveel mogelijk geconcentreerd. De Kempen heeft echter geen centrale themalocatie voor deze doelgroepen. Op het bestaande bedrijventerrein Kleine Hoeven zijn deze branches reeds planologisch toegestaan én ook feitelijk vertegenwoordigd. Kleine Hoeven fase II sluit hierop aan. 2.4.2

Kempische bedrijventerreinenafspraken 2020

Op 15 september 2020 hebben de colleges van de vier Kempengemeenten besloten om het adviesrapport en de conclusies en aanbevelingen van Stec Groep over de Kempische Bedrijventerreinen vast te stellen en een werkagenda uit te werken. Met de nieuwe bedrijventerreinenafspraken willen de Kempengemeenten samen een gezonde bedrijventerreinenmarkt optimaal borgen en versterken. Het is tevens een antwoord op de vraag die de provincie de regio’s heeft gesteld voor het faciliteren van de toekomstige uitbreidingsvraag op basis van de prognoses van 2018. In de Kempische bedrijventerreinenafspraken worden vijf ambities besproken: 1. Het boeien, binden en blijven ontwikkelen van talenten op alle niveaus in de regio. 2. De ontwikkeling van de slimme maakindustrie door een aantrekkelijke regionaal vestigingsklimaat. 3. Het ontwikkelen van diversificatie binnen de slimme maakbedrijven. 4. Het bereikbaar houden van (economische) toplocaties door het ontwikkelen van vernieuwende duurzame vervoersconcepten. Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 24 van 70

5. Verhogen van de arbeidsmarktparticipatie en het verbeteren van de aansluiting van arbeidspotentieel Tijdens de Ontwikkeldag op 19 december 2019 hebben de vier subregio’s reeds gezamenlijke afspraken gemaakt over zeven thema’s voor bedrijventerreinenontwikkeling. Deze afspraken zijn: Verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen Dit thema wordt opgenomen in de vestigingseisen die worden gesteld aan bedrijven. We wachten de Regionale Energiestrategie (RES) af om aan de hand daarvan in 2020 de mogelijkheden te bespreken om de energieopgave regionaal op te pakken. Bedrijfskavels met laad-en losmogelijkheden aan het spoor en/of aan het water We spraken met elkaar af dat spoor- en/of watergebonden kavels in de regio alleen uitgegeven worden aan bedrijven die ook van deze faciliteiten gebruik maken. Huisvesting van NIMBY bedrijven Bestaande NIMBY-bedrijven worden niet actief verplaatst. Nieuwe NIMBY -bedrijven moeten kunnen landen in de regio Zuidoost, als het bedrijf bijdraagt aan het voorzieningenniveau van de regio en/of past in het ecosysteem van de regio. We spreken af dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de regio is. Vestiging van een NIMBY bedrijf wordt regionaal afgestemd. Bij de vestiging van Nimby bedrijven moet maatwerk worden geleverd, om toekomstige problemen te voorkomen moeten bij aanvang al de juiste maatregelen worden genomen.

Grootschalige logistieke ontwikkelingen Grootschalige logistiek vanaf 5ha is alleen toegestaan als het bedrijf bijdraagt aan het voorzieningenniveau van de regio en/of past in het ecosysteem van de regio en als de eindgebruiker bekend is. Bij een vraag voor grootschalige ontwikkelingen wordt eerst gekeken naar mogelijkheden op bestaande terreinen. Betreft het een vestiging van groter dan 5 hectaren, dan wordt er regionaal afgestemd. Bovenregionale afstemming vindt in elk geval plaats met de provincie als het nieuwe locaties betreft die niet in de programmering zijn meegenomen. (NB: Voor het KBP hanteren we de norm van 1ha voor logistiek ipv 5ha). Vitale bestaande bedrijventerreinen In 2020 onderzoeken we de mogelijkheid voor het opstellen van Brainport Principes voor bedrijventerreinen aan de hand van deze kwaliteitsprofielen. Vraaggericht ontwikkelen Alle subregio’s willen meer vraaggericht gaan ontwikkelen, maar worstelen met de praktische uitwerking hiervan. Hoe maken we snelheid in procedures om bedrijven tot dienst te kunnen, zijn zonder aanbod te creëren waarvoor de vraag onvoldoende in beeld is? Deze en andere vragen gaan we in 2020 verder uitwerken. Mobiliteit en bereikbaarheid van bedrijventerreinen De toekomstbestendigheid en vitaliteit van bedrijventerreinen is nauw verweven met het mobiliteitsvraagstuk op en rondom de bedrijventerreinen.

Voorafgaand aan nieuwe ontwikkelingen al de juiste voorzieningen treffen is cruciaal voor nieuwe bedrijventerreinen. Het is een belangrijk thema dat in de uitwerking van de betreffende ontwikkeling moet worden meegenomen. In 2020 gaan we vaker de verbinding zoeken met mobiliteit, zoals recentelijk gedaan in het werkatelier ‘Bereikbaarheid economische toplocaties’.

Verder zijn er uit aanbevelingen vier actielijnen gekomen. Deze vier actielijnen zijn: I. II.

Borging en bevordering van de toekomstige kwaliteit en aantrekkelijkheid van bedrijventerreinen Realiseren van toekomstig aanbod, doorgroeimogelijkheden, en aanbod van grote en kleine kavels Bedrijventerrein Kleine Hoeven fase I Pagina 25 van 70

III. De verduurzaming en vergroening van bedrijfspanden en bedrijventerreinen IV. Samenwerking en communicatie tussen gemeenten en met en tussen ondernemers. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan De uitbreiding van bedrijventerrein Kleine Hoeven is in lijn met de gestelde ambities binnen de Kempische bedrijventerreinenafspraken 2020 en bijbehorende vier actielijnen. Fase II draagt bij aan een aantrekkelijk regionaal vestigingsklimaat. Er wordt daarbij ingezet op kleinere bedrijfskavels (ca. 1000 tot 5000 m2), waarmee dit bedrijventerrein vooral in de lokale marktvraag voorziet. Er is veel aandacht voor een passende beeldkwaliteit en duurzaamheid. 2.4.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=bb824787-c521-4084-84d7-bf7889aa3362