CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL.IMRO.1667.BPGveeg5017-ON01_tb37.pdf

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan "Stedelijk Gebied, veegplan 2022"12.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Met Aerius Calculator kan de stikstofdepositie bij een ontwikkeling worden bepaald. 5.5.1.4

Soortenbescherming

In de Wet natuurbescherming geldt een aantal verbodsbepalingen ter bescherming van planten- en diersoorten. Er is sprake van twee beschermingsniveaus: Europees beschermde soorten volgens de Habitat- en Vogelrichtlijn en Nationaal beschermde soorten. Voor alle inheemse diersoorten, beschermd of onbeschermd, geldt de zorgplicht. De zorgplicht wil zeggen dat men deze niet onnodig mag doden, verwonden of beschadigen. Voor onbeschermde soorten geldt geen ontheffingsplicht, alleen de zorgplicht. Naast soorten beschermt de Wet natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waarnaar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Voor beschermde soorten dienen de effecten op populatieniveau te worden getoetst. In tegenstelling tot de voorgaande Flora- en faunawet is de bescherming in

Crijns Rentmeesters bv

31

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

mindere mate individueel en dient de staat van de instandhouding van de gehele populatie in aanmerking te worden genomen.

5.5.2 Toets 5.5.2.1 Gebiedsbescherming Natura 2000- gebied Gelet op de aard van de ontwikkeling en de afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, Kempenland-West (500 meter) is mogelijk een Aerius-berekening nodig. Deze berekening behoort als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op het kleinschalig karakter van de ontwikkeling, binnen he stedelijk gebied, de omvang, het effectbereik en de afstand tot het Natura 2000- gebied zijn negatieve overige effecten uit te sluiten. Natuurnetwerk Brabant De planlocatie ligt niet in of in de directe omgeving van een NNB-gebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van een NNBgebied. Houtopstanden Het aspect Houtopstanden is niet van toepassing, er worden geen bomen gekapt. 5.5.2.2

Stikstofdepositie

Een Aerius-berekening is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat de berekende emissie in de gebruiksfase leidt tot een bijdrage aan stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar. Om die reden zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te sluiten en is het plan geen bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Een vergunningsplicht

Wet

natuurbescherming

is

derhalve

niet

aan

orde

en

voor

de

bestemmingsplanprocedure gelden als gevolg van het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen. 5.5.2.3

Soortenbescherming

De nieuwe woning wordt gerealiseerd ter plaatse van grasland. Ter plaatse is geen sprake van opgaande beplanting of bebouwing. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat zich ter plaatse verblijfof nestelplaatsen van beschermde diersoorten bevinden. Er worden enkele soorten verwacht die gebruik maken van de planlocatie zoals konijn, egel, bruine kikker, gewone pad en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht. 5.5.2.4

Natuur inclusief bouwen

De overheid wil het Natuurinclusief realiseren van nieuwe gebouwen stimuleren. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen en andere gebouwen.

Crijns Rentmeesters bv

32

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

De ‘Toolbox Natuurinclusief bouwen’ biedt een digitale set aan praktische handvatten voor meer biodiversiteit

in

de

bebouwde

omgeving:

https://www.bouwnatuurinclusief.nl

en

http://www.stedebouwarchitectuur.nl/artikel/270120/vogels-en-vleermuizen-in-de-spouw. Navolgende figuur geeft een aantal voorbeelden weer van Natuurinclusief bouwmethodes.

5.5.2.5 Conclusie Figuur 16: Voorbeelden Natuurinclusief bouwen De herontwikkeling leidt niet tot aantasting van flora en fauna waarden.

5.6

Geluid

5.6.1 Beleidskader 5.6.1.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. 5.6.1.2 Industrielawaai Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen.

5.6.2 Toets 5.6.2.1 Wegverkeerslawaai In opdracht van Crijns Rentmeesters bv is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van een woning op de locatie Kloosterstraat ong. tussen Kloosterstraat 45 en 47) te Lage Mierde. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de N269. Het plan is tevens gelegen aan de 30 km/uur weg Kloosterstraat.

Crijns Rentmeesters bv

33

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

Voor de 30 km/uur weg Kloosterstraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Voor de N296 geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 5 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet

in

de

onderhavige

situatie

overwegende

bezwaren

van

stedenbouwkundige,

landschappelijke en financiële aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve eveneens niet doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Om een hogere waarde te kunnen verlenen dient tevens voldaan te worden aan één van de vijf subcriteria zoals genoemd in het “Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder” van de gemeente Reusel-De Mierden. In onderhavige situatie wordt aan deze eis voldaan aangezien het bouwplan een open plek binnen de bebouwde kom van de gemeente opvult. Uit de rekenresultaten blijkt dat de woning voorziet in diverse geluidluwe gevels. Aan deze gevels zijn tevens diverse verblijfsruimte gelegen. Hierdoor wordt aan de aanvullende voorwaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid voldaan. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien voor onderhavige woning sprake is van een procedure hogere waarde, is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels noodzakelijk.

Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. 5.6.2.2 Industrielawaai Er is geen sprake van aanwezigheid of vestiging van een (grote) lawaaimaker in de omgeving van het plangebied. Dit aspect is niet van toepassing

Crijns Rentmeesters bv

34

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

5.7

Geur

5.7.1 Beleidskader 5.7.1.1 Inleiding Bij besluitvorming omtrent de bestemming van nieuwe voor geur gevoelige objecten dient in het kader van het aspect geur antwoord gegeven te worden op de vragen: -

is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd?

-

wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad?

5.7.1.2 Activiteitenbesluit Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. 5.7.1.3 Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor de vergunningverlening voor geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De Wet geurhinder en veehouderij wordt voornamelijk gebruikt om de geurbelasting veroorzaakt door veehouderijen te beoordelen bij de vergunningverlening. Indirect heeft de wet consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Die doorwerking van de geurregelgeving naar de ruimtelijke ordening wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt in de meeste gevallen het woon- en leefklimaat op een locatie.

5.7.1.4 Gemeentelijk beleidskader Door de gemeenteraad van de gemeente Reusel-De Mierden is de ‘Gebiedsvisie gemeente ReuselDe Mierden 2013 ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij’ en de ‘Verordening geurhinder en veehouderij’ vastgesteld. De gemeente heeft hierin voor de kern Lage Mierde een voorgrondbelasting van 0,1 oue/m3 vastgesteld. 5.7.1.5 Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. De voorgrondbelasting bepaalt het woon- en leefklimaat als deze voorgrondbelasting tenminste de helft van de waarde van de achtergrondbelasting bedraagt. 5.7.1.6 Achtergrondbelasting Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn.

Crijns Rentmeesters bv

35

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

5.7.1.7 Belangen veehouderij en derden Als gevolg van een ontwikkeling mogen omliggende veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Deze belangen bestaan uit de voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en indien concrete uitbreidingsplannen aanwezig zijn, de realisatie van deze plannen.

5.7.2 Toets 5.7.2.1 Veehouderij bedrijven in de omgeving In de omgeving van de planlocatie bevinden zich drie veehouderijbedrijven. Op navolgende figuur is dit inzichtelijk.

Figuur 17: Veehouderijbedrijven in de omgeving van de planlocatie 9aangeduid met een rode cirkel)

Op deze bedrijven worden de navolgende dieraantallen gehouden:

Figuur 18: Vergunde situatie Elzenstraat 2 (BVB-Brabant)

Crijns Rentmeesters bv

36

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

Figuur 19: Vergunde situatie Elzenstraat 6 (BVB-Brabant)

Figuur 20: Vergunde situatie Buitenman 2 (BVB-Brabant)

5.7.2.2 Voorgrondbelasting De meest dicht bij de planlocatie gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 260 meter ten noord oosten van de planlocatie en kent een betrekkelijk lage geuremissie van 1.560 oue/m³ Gesteld kan dan ook worden dat de voorgrondbelasting afkomstig van deze veehouderij verwaarloosbaar is binnen de planlocatie. 5.7.2.2 Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting wordt jaarlijks door de Omgevingsdienst inzichtelijk gemaakt op digitaal kaartmateriaal. Hierna is een uitsnede weergegeven van de kaart met de indicatieve achtergrondbelasting voor de planlocatie en de omgeving hiervan.

Crijns Rentmeesters bv

37

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

Figuur 21: Indicatieve achtergrondbelasting geur waarop de ligging van de planlocatie is aangeduid met een zwarte stip

Binnen de planlocatie is sprake van een achtergrondbelasting van 0-3 oue/m³, waarmee sprake is van een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. 5.7.2.3 Belangenafweging Als gevolg van deze herontwikkeling mogen veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De meest dicht bij de planlocatie gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 260 meter. Tussen de planlocatie en de veehouderijen in de omgeving zijn reeds geurgevoelige objecten gelegen. De planlocatie is daarmee niet de belemmerende factor voor veehouderijen. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling worden veehouderijen dan ook niet verder in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd dan in de huidige situatie.

5.8

Gezondheid

5.8.1 Beleidskader 5.8.1.2 Endotoxinen De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof in Nederland, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het

Ondersteuningsteam

Veehouderij

en

Volksgezondheid

van

het

Bestuurlijk

Platform

Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine

Crijns Rentmeesters bv

38

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. In de handreiking zijn de zeven te doorlopen te toetsen stappen opgenomen. 5.8.1.3 Geitenhouderijen Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico.

5.8.1.4 Spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen

via

drift.

Met

de

term

drift

wordt

de

hoeveelheid

gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.

5.8.2 Toets 5.8.2.1 Endotoxinen De planlocatie is niet gelegen in de nabijheid van een endotoxinecontour van een veehouderij. De meest dicht bij de planlocatie gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 260 meter en in de directe omgeving bevinden zich geen intensieve veehouderijbedrijven. Het aspect endotoxinen is dan ook voor deze herontwikkeling geen bezwaar. 5.8.2.2 Geitenhouderijen Binnen een afstand van 2 kilometer bevinden zich geen geitenhouderijen. 5.8.2.2 Conclusie Gelet op voornoemde aspecten is het toevoegen van een beperkt volume woningbouw aanvaardbaar in het kader van gezondheid en veehouderijen. 5.8.2.3 Spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen De planlocatie is gelegen binnen een binnenstedelijk bebouwingslint. In de omgeving zijn geen gronden gelegen waar gebruik gemaakt wordt van gewasbeschermingsmiddelen. Dit aspect vormt dan ook geen bezwaar voor de beoogde woningbouw.

Crijns Rentmeesters bv

39

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

5.9

Bedrijven en milieuzonering

5.9.1 Beleidskader Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die planologisch mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom, omdat de planlocatie gelegen is in de directe nabijheid van hoofdinfrastructuur is de planlocatie gelegen in een gemengd gebied. In gemengde gebieden mag de richtafstand met één stap worden teruggebracht.

5.9.2 Toets 5.9.2.1 Bedrijven in de omgeving van de planlocatie Kloosterstraat 45 Aan Kloosterstraat 45 is bij de woonfunctie een kantoor gevestigd. Dergelijke bedrijvigheid valt in milieucategorie 1. Hiervoor geldt in gemengd gebied geen richtafstand. 5.9.2.2 Bedrijven binnen de planlocatie Er is geen sprake van de vestiging van bedrijven binnen de planlocatie. Dit aspect is niet van toepassing.

5.10 Externe veiligheid 5.10.1 Beleidskader 5.10.1.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst: 

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;

Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);

Structuurvisie buisleidingen;

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;

Crijns Rentmeesters bv

40

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).

De aanwezige risico’s zijn afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 5.10.1.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.

Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10 -6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;

2.

Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.

5.10.1.3 Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico’s binnen het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. 5.10.1.4 Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) kan onder andere worden getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPGtankstations’.

5.10.2 Toets 5.10.2.1 Risicovolle inrichtingen De planlocatie is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot externe veiligheid. Het meest dicht bij gelegen risico-object bevindt zich op een afstand van ruim 750 meter ten zuiden van de planlocatie. Op zodanig grote afstand kan beïnvloeding normaliter niet plaatsvinden. 5.10.2.2 Transport Spoor Op het grondgebied van de gemeente Reusel-De Mierden bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is niet van toepassing.

Crijns Rentmeesters bv

41

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

Weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de provinciale wegen N269 en N284. Deze wegen kennen geen risicocontour in het kader van vervoer van gevaarlijke stoffen. Interactie zal normaliter niet plaatsvinden. Water Binnen de gemeente Reusel-De Mierden zijn geen vaarwegen gelegen. Dit aspect is dus niet van toepassing. Buisleidingen Er bevinden zich in de gemeente Reusel-De Mierden geen buisleidingen die externe veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Ten noordwesten van de gemeentegrens loopt een buisleiding over de grensovergang bij Poppel. Het plan ligt op een zodanige afstand van deze buisleiding dat beïnvloeding niet plaats zal vinden. Hoogspanningslijnen Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar gezondheidsafstanden. In de omgeving van het plangebied zijn geen hoogspanningsleidingen gelegen. Dit aspect is dan ook niet relevant.

5.11 Luchtkwaliteit 5.11.1 Beleidskader 5.11.1.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. 5.11.1.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen dit programma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak

zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en

milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. 5.11.1.3 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:

Crijns Rentmeesters bv

42

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde.

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

5.11.2 Toets 5.11.2.1 Uitstoot schadelijke stoffen Deze herontwikkeling valt binnen het begrip NIBM. Er wordt één woning gerealiseerd binnen de planlocatie. 5.11.2.2 Blootstelling aan verontreiniging Fijn stof Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM 10 en PM2,5 binnen de planlocatie en de directe omgeving weer.

Figuur 22: Fijn stof PM10 (Bron: RIVM)

Crijns Rentmeesters bv

43

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

Figuur 23: Fijn stof PM2,5 (Bron: RIVM)

Binnen de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM 10 van 17-18 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 10-11 µg/m³. De luchtkwaliteit is hiermee acceptabel is. De beoogde herontwikkeling is in het kader van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijn stof geen bezwaar. Stikstof Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 binnen de planlocatie en directe omgeving weer.

Figuur 24: Stikstofdioxide (Bron: RIVM)

Crijns Rentmeesters bv

44

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

Binnen de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie NO 2 van 14-16 µg/m³. De beoogde ontwikkeling is in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar.

5.12 Besluit m.e.r. 5.12.1 Beleidskader 5.12.1.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.

5.12.1.2 Drempelwaarden Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m². 5.12.1.3 Vorm-vrije m.e.r.-beoordeling Op basis van de criteria die genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling dient bij een ontwikkeling een vormvrije m.e.r.- beoordeling worden uitgevoerd indien de drempelwaarde zoals genoemd in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage niet wordt overschreden.

5.12.2 Toets 5.12.2.1 Drempelwaarden De beoogde ontwikkeling overschrijdt de drempelwaarde zoals opgenomen in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage niet. Op basis van deze bijlage is geen MER noodzakelijk. 5.12.2.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling De ruimtelijke onderbouwing behelst de realisatie van één grondgebonden woning. Voor aanvang van de bestemmingsplanprocedure wordt door het bevoegd gezag een besluit genomen over de mer aanmeldnotitie bij dit plan.

Crijns Rentmeesters bv

45

Ruimtelijke onderbouwing ‘Kloosterstraat 45 Lage Mierde’

6. UITVOERBAARHEID 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De gemeente Reusel-De Mierden zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer sluit derhalve met de gemeente Reusel-De Mierden een anterieure overeenkomst. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.

6.2

Omgevingsdialoog

Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling heeft de initiatiefnemer een omgevingsdialoog gevoerd. Een verslag hiervan is bekend bij de gemeente.

Crijns Rentmeesters bv

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=a4ece9f4-d00d-452e-9a6d-fa3524a031ad