[24.23021] TV - BL bij TL BP Zwartven
Tekst van het document
X:
valleigron den lan gs de Heerlese Loop (
Y:
km)
Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en n abijgelegen
X:
Kamsalaman derhabitats (
Y:
km)
Bos- en heidegebieden ten oosten van An twerpen (
km)
X:
-
-
-
-
-
Y: De Zegge (
km)
X:
-
Y: Ron de Put (
km)
X:
-
Y: Valleigebied van de Klein e Nete met bron gebieden , moerassen
X:
en heiden (
Y:
km)
Aren don k, Merksplas, Oud-Turn hout, Ravels en Turn hout (
km)
X:
-
-0,01
Y: Ven n en , heiden en moerassen ron d Turn hout (<
km)
X:
-0,01
Y:
S2Gqnv5LBWZq (04 december 2024)
7/9
Projectberekening
Gebruiksfase woningen Zwartven te Hooge Mierden, Rekenjaar
Wonen en Werken | Woningen
N aam
Gebruik woningen
Uittreedhoogte
,
Locatie
X:
,
Warmteinhoud
,
,
Spreiding
m
Y: Oppervlakte
,
m
NO
ₓ
,
kg /j
ₓ
,
kg /j
¢
,
kg /j
£
,
kg /j
MW
ha
Wijze van ventilatie N iet geforceerd Temporele variatie
Continue Emissie
Verkeer | Rijdend verkeer
Naam
Wegverkeer
Locat i e
X: .
Lengt e
, ,
% Y:
,
m
Wegt ype
Buiten weg
Ri j ri cht i ng
Beide richtin gen
Li nks
Recht s
NO
Type scherm
-
-
NO
Hoogt e
-
-
NH
Afst and t ot de weg
-
-
Tunnelfact or
Normaal
Type hoogt eli ggi ng
m
Weghoogt e t .o.v. maai veld
Verkeer
M ax. snelhei d
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
Aant al voert ui gbewegi ngen
In
le
,
%
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
,
%
/etmaal
,
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
%
,
%
,
/etmaal
Verkeer | Koude start: overig
N aam
Koude start verkeer
NO
Locatie
X:
NH
,
Y: Oppervlakte
ₓ ₃
kg /j kg /j
, ,
ha
Type voert ui g
Koude st art s
Licht verkeer
,
/etmaal
Middelzwaar vrachtverkeer
,
/etmaal
Zwaar vrachtverkeer
,
/etmaal
Busverkeer
,
/etmaal
S2Gqnv5LBWZq (04 december 2024)
, ,
8/9
Projectberekening
Saldering huidige recreatiepark, Rekenjaar
Wonen en Werken | Woningen
N aam
Gebruik woningen
Uittreedhoogte
,
Locatie
X:
,
Warmteinhoud
,
,
Spreiding
m
Y: Oppervlakte
,
m
NO
ₓ
,
kg /j
MW
ha
Wijze van ventilatie N iet geforceerd Temporele variatie
Continue Emissie
Verkeer | Rijdend verkeer
Naam
Wegverkeer
Locat i e
X: .
Lengt e
, ,
% Y:
,
m
Wegt ype
Buiten weg
Ri j ri cht i ng
Beide richtin gen
Li nks
Recht s
NO
Type scherm
-
-
NO
Hoogt e
-
-
NH
Afst and t ot de weg
-
-
ₓ
,
kg /j
¢
,
kg /j
£
,
kg /j
Tunnelfact or
Normaal
Type hoogt eli ggi ng
m
Weghoogt e t .o.v. maai veld
Verkeer
M ax. snelhei d
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
Aant al voert ui gbewegi ngen
In
le
,
%
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
,
%
/etmaal
,
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
,
/etmaal
%
,
%
,
/etmaal
Verkeer | Koude start: overig
N aam
Koude start verkeer
NO
Locatie
X:
,
NH
Y:
,
Oppervlakte
,
ₓ ₃
,
kg /j
,
kg /j
ha
Type voert ui g
Koude st art s
Licht verkeer
,
/etmaal
Middelzwaar vrachtverkeer
,
/etmaal
Zwaar vrachtverkeer
,
/etmaal
Busverkeer
,
/etmaal
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie
.
Database versie
_
.
_ e
_ f
e
f
_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
S2Gqnv5LBWZq (04 december 2024)
9/9
Bijlage 2 - Berekening bouwfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura -gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website.
Projectberekening
Contactgegevens Recht spersoon
BRO
Inri cht i ngslocat i e
Een den goor
a,
AA Hooge Mierde
Activiteit Omschri j vi ng
Heron twikkelin g recreatiepark Zwartven
Toeli cht i ng
Bouwfase project Zwartven Hooge Mierde (gemeen te Reusel)
Berekening AERIUS kenmerk
Rtj
Rekencon
gurat i e
Totale emissie
BuqPtbAc december
Dat um berekeni ng
OwN
Rekenj aar
:
Emi ssi e NH
,
Bouwfase Zwart ven - Beoogd
Resultaten
Hoogst e bi j drage
Bouwfase Zwart ven - Beoogd
-
Gekart eerd oppervlak met t oename (ha)
-
Gekart eerd oppervlak met afname (ha)
-
Groot st e t oename
-
Groot st e afname
-
Rtj5BuqPtbAc (04 december 2024)
,
-reken grid in cl. eigen reken pun ten
kg /j
Hexagon
£
Emi ssi e NO
,
ₓ
kg /j
Gebi ed
2/7
Projectberekening
Bouwfase Zwartven (Beoogd), rekenjaar
Emissiebronnen
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfsto
Emi ssi e NH
£
Emi ssi e NO
ₓ
enwinning | ,
kg /j
,
kg /j
g /j
,
kg /j
kg /j
,
kg /j
Mobiele werktuigen
Verkeer | Koude start: overig | Koude start verkeer
Verkeersnetwerk
Rtj5BuqPtbAc (04 december 2024)
,
,
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.
m © OSM & Kadaster
Grootste toename (projectberekening) Habitatrichtlijn
Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening)
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn
Hoogste totaal (achtergrond + Niet bepaald projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).
Rtj5BuqPtbAc (04 december 2024)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura
gebieden situatie "Bouwfase
Zwartven" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie
Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
Rtj5BuqPtbAc (04 december 2024)
5/7
Projectberekening
Per ei gen
Naam
Coördi naat
Proj ect bi j drage (mol
Boven loop van de Grote Nete met Zammelsbroek, Lan gdon ken
X:
-
en Goor. (
Y:
rekenpunt
N/ha/j r)
km)
Hageven met Dommelvallei, Beverbeekse Heide, Warmbeek en
X:
Waterin gen (
Y:
km)
Hamon terheide, Hageven , Buiten heide, Stamprooierbroek en
X:
Mariahof (
Y:
km)
Heesbossen , Vallei van Marke en Merkske en Rin gven met
X:
valleigron den lan gs de Heerlese Loop (
Y:
km)
Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en n abijgelegen
X:
Kamsalaman derhabitats (
Y:
km)
Bos- en heidegebieden ten oosten van An twerpen (
km)
X:
-
-
-
-
-
Y: De Zegge (
km)
X:
-
Y: Ven n en , heiden en moerassen ron d Turn hout (<
km)
X:
-
Y: Aren don k, Merksplas, Oud-Turn hout, Ravels en Turn hout (
km)
X:
-
Y: Ron de Put (
km)
X:
-
Y:
Rtj5BuqPtbAc (04 december 2024)
Valleigebied van de Klein e Nete met bron gebieden , moerassen
X:
en heiden (
Y:
km)
-
6/7
Projectberekening
Bouwfase Zwartven, Rekenjaar
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfsto
enwinning
N aam
Mobiele werktuigen
NO
Locatie
X:
NH
,
Y: Oppervlakte
Naam
ₓ ₃
kg /j kg /j
, ,
ha
S t ageklasse
Brandst of-
Draai uren
verbrui k
Beton storter
, ,
Stage-V, >=
,
-
kW, diesel, SCR:
AdBlue
S t of
Emi ssi e
verbrui k
l/j
u/j
l/j
NO
ₓ
,
ja
kg /j NH
₃
,
kg /j
Verkeer | Rijdend verkeer
Naam
Bouwverkeer
Locat i e
X: .
Lengt e
, ,
Y:
,
m
Wegt ype
Buiten weg
Ri j ri cht i ng
Beide richtin gen
Li nks
Recht s
NO
Type scherm
-
-
NO
Hoogt e
-
-
NH
Afst and t ot de weg
-
-
ₓ
,
kg /j
¢
,
kg /j
£
,
kg /j
Tunnelfact or
Normaal
Type hoogt eli ggi ng
m
Weghoogt e t .o.v. maai veld
Verkeer
M ax. snelhei d
Licht verkeer
Voorgeschreven factoren
Aant al voert ui gbewegi ngen
.
Middelzwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
.
Zwaar vrachtverkeer
Voorgeschreven factoren
Busverkeer
Voorgeschreven factoren
, ,
In
le
,
/jaar
,
%
,
/jaar
,
%
/jaar
/jaar
,
%
,
%
Verkeer | Koude start: overig
N aam
Koude start verkeer
NO
Locatie
X:
,
NH
Y:
,
Oppervlakte
,
ₓ ₃
,
kg /j ,
g /j
ha
Type voert ui g
Koude st art s
Licht verkeer
,
/jaar
Middelzwaar vrachtverkeer
,
/jaar
Zwaar vrachtverkeer
,
/jaar
Busverkeer
,
/jaar
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie
.
Database versie
_
.
_ e
_ f
e
f
_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
Rtj5BuqPtbAc (04 december 2024)
7/7
Bijlage 6 Vervolg onderzoek flora en fauna
Bestemmingsplan "Herontwikkeling park Zwartven Hooge Mierde" (vastgesteld)
67
Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
1
colofon
projectnaam Vervolgonderzoeken Flora en Fauna Zwartven te Hooge Mierde datum 23 november 2022 projectnummer P04324 opdrachtgever JFG Real Estate BV BRO projectleider JRi projectteam MvdS, RdM bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
2
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
Omschrijving plangebied
5
Werkwijze
7
Resultaten
11
1.1 1.2
2.1 2.2
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4.1
4.2 4.3 4.4
5
Aanleiding Doel
Huidige situatie Toekomstige situatie
Vleermuizen Broedvogel- en eekhoornnesten Marterachtigen Reptielen Amfibieën
Vleermuizen 4.1.1 4.1.2 4.1.3
Verblijfplaatsen Foeragerende vleermuizen Vliegroutes
Broedvogel- en eekhoornnesten Marterachtigen Overige soorten
4 4
11
11 11 11
11 11 13
6
Conclusie
15
7
Bronnen
16
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
17
7 9 9 9 9
12
Vleermuizen Overige soorten
Verklarende Woordenlijst
5 6
Effectenbeoordeling en toetsing
5.1 5.2
8
14 14
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Opdrachtgever is voornemens om enkele gebouwen behorende tot de Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde te slopen en delen van het groen verwijderen. Er zal een variatie aan nieuwbouw plaatsvinden. Circa 3/4e van het plangebied zal terug worden gegeven aan de natuur. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door BRO , is vastgesteld dat de gebouwen binnen het plangebied geschikte verblijfplaatsen bevatten voor vleermuizen en er potentieel leefgebied voor roofvogels, marterachtigen, reptielen en amfibieën aanwezig is binnen het plangebied. Naar aanleiding hiervan is protocollaire vervolgonderzoeken uitgevoerd in het seizoen van 2021/2022, om verblijfplaatsen van vleermuizen en roofvogels en eekhoorns, en de aanwezigheid van marterachtigen, reptielen en amfibieën vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd. Met het nader onderzoek zijn met name de locaties
•
Leiden de voorgenomen plannen tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk?
Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat het huidige leefgebied of huidige nest- en verblijfplaats komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een ontheffingsaanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een separaat activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die de het plangebied of de gebouwen hebben voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet in het geding is. Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.
onderzocht waar (sloop)werkzaamheden zijn voorzien (de bebouwingszone in figuur 5). Het gedeelte van het plangebied dat tot natuur zal worden omgevormd is hierbij niet meegenomen.
1.2
Doel
Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: • Zijn er verblijfsfuncties van vleermuizen aanwezig in de betreffende bebouwing? • Zo ja, welke soort, aantal en verblijffunctie m.b.t. vleermuizen betreft het hier? • Zijn er nesten van roofvogels en/of eekhoorns aanwezig binnen het plangebied? • Wordt het plangebied gebruikt door kleine marterachtigen? • Betreft het plangebied leefgebied voor een reptielensoort? • Betreft het plangebied leefgebied voor een amfibieënsoort? • Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nest- en/of verblijfplaatsen?
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
4
2
Omschrijving plangebied
2.1
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van Hooge Mierde, aan de grens met België. In de omgeving ligt het heidegebied Zwartven en meerdere bosgebieden. Aangrenzend liggen enkele agrarische percelen. In figuur 2 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied bestaat momenteel uit een verloederd vakantiepark en recreatiecentrum. In de noordelijke hoek zijn vaste woningen en enkele campinggebouwen aanwezig, en de rest van het gebied wordt gebruikt voor stacaravans en kamperen. Ook op enkele andere locaties is stenen bebouwing aanwezig. De huidige faciliteiten zijn verouderd. Binnen het plangebied is veel bosgebied aanwezig, met veel jong opschot van berken en braamstruwelen. In de oosthoek en het zuidwesten bevinden zich vennen. Het westelijke ven is natuurlijk en sterk begroeid. Het oostelijke ven
Figuur 1: Luchtfoto plangebied
Figuur 2: Te slopen voormalig café-restaurant
Figuur 3: Te slopen voormalige supermarkt
Figuur 4: Te slopen entreegebouw
heeft berken en wilgen langs de rand, maar heeft vrij weinig watervegetatie. In figuur 1 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 2 t/m 4 laten de campinggebouwen in het noorden zien, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van circa 416.920 m2.
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
5
2.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer beoogt om ter plaatse het voormalige park te herontwikkelen naar gedeeltelijk een ecologische woonbestemming en om circa 75% van het terrein om te vormen naar een natuurbestemming (figuur 5). Het planvoornemen bestaat concreet uit de volgende onderdelen: -
De bebouwing van de bestaande/voormalige voorzieningen (o.a. restaurant/winkel) wordt gesloopt.
-
Er worden maximaal 11 vrijstaande woningen toegevoegd.
-
Er worden maximaal 15 nieuwe bijzondere woonvormen toegevoegd.
-
Er vindt een bestemmingswijziging plaats van de 72 bestaande recreatiewoningen met een recreatieve bestemming naar een woonbestemming.
-
In het zuiden van het plangebied zijn 3 bedrijfswoningen aanwezig, waarvan er 2 gesaneerd worden en elders teruggebouwd en 1 wordt herbestemd tot burgerwoning.
-
Circa 75% van het terrein wordt natuur.
Figuur 5: Toekomstige situatie
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
6
3 3.1
Werkwijze
kunnen deze bezoeken door één onderzoeker per veldbezoek worden uit-
der wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitge-
gevoerd. Door de beperkte hoogte en massa van de bebouwing zijn
sloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende
Vleermuizen
(massa-)winterverblijfplaatsen op voorhand uitgesloten. Tabel 1 geeft een
moeten worden aangemerkt.
Voor vleermuizen zijn in de periode september 2021 tot en met juli 2022 in
overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor vleermuizen. Tijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op uitvliegende, invliegende
totaal vijf aanvullende veldbezoeken uitgevoerd. Dit betreft de meest gunstige periode van het jaar waarin vleermuizen aantoonbaar van een onder-
De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het protocol voor
of zwermende vleermuizen. Daarnaast is er ook gelet op foeragerende en
zoeksgebied gebruik kunnen maken. Gedurende de periode mei tot en
vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleer-
passerende vleermuizen. Tijdens de twee laatste veldbezoeken is voorna-
met half juli hebben de meeste soorten hun zomer- en kraamverblijfplaat-
muisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereni-
melijk gelet op sociale geluiden. In de periode half augustus - september
sen bezet en zijn druk bezig met het grootbrengen van jonge dieren.
ging. Dit protocol schrijft voor dat de onderzoeksinspanningen afhankelijk
produceren mannetjes vleermuizen sociale geluiden vanuit een verblijf-
Vanaf eind juli vallen de kraamkolonies uiteen, verspreiden de vrouwtjes
zijn van de te verwachten soorten en functies. Het protocol heeft tot doel
plaats of vliegend rondom bebouwing om vrouwtjes te lokken.
zich en gaan op zoek naar het gezelschap van baltsende mannetjes. Win-
het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermui-
terverblijfplaatsen zijn zeer lastig aan te tonen. Van zomerverblijfplaatsen,
zen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzon-
kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangenomen worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden, zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst). De laatvlieger heeft als enige soort geen standaard invlieg-tijd. Het zwermgedrag is bij deze soort ook korter en kan al plaatsvinden vanaf 1 á 2 uur na het uitvliegmoment. In de periode half mei - half juli hebben twee gerichte avondrondes (tot circa 2 uur na zonsondergang) plaatsgevonden met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van zomer- en kraam-verblijfplaatsen van de laatvlieger. Daarnaast heeft er in de periode mei – juli tevens een ochtendronde (vanaf circa 2 uur voor zonsopkomst) plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. In plangebied is opgesplitst in 4 deelgebieden, zodat minimaal 75% van de bebouwing vanaf de zichtposities kan worden onderzocht (figuur 8). Vervolgens hebben in de periode half augustus - eind september twee avondrondes, met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van de functie paarverblijfplaats. Omdat de vleermuizen bij deze bezoeken gedurende langere tijd baltsend rond hun paarverblijfplaats aanwezig zijn
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
Figuur 6: Deelgebieden vleermuisonderzoek
7
Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector (Pettersson M500-384) met opnamemogelijkheid en weergave van sonogram-
Tabel 1: Bezoeken i.v.m. vleermuisinventarisaties
Datum
Type onderzoek
Deelgebied
Tijdsduur onderzoek
Zon op/onder
Temperatuur
Weer
23-08-2021
Vleermuizen (paar-
-
22.00-00.00
20.44
16°C
Wind gemiddeld 2 Bft
men. Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soor-
verblijf)
Half bewolkt
ten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onder-
Geen neerslag 13-09-2021
Vleermuizen (paar-
-
00.00-02.00
19.57
13°C
verblijf)
scheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan
Wind gemiddeld 2 Bft Helder Geen neerslag
geven. 25-05-2022
Vleermuizen
2,3
21.35-23.35
21.37
12°C
Wind gemiddeld 3 Bft
Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waar-
(kraam- en zomer-
Bewolkt
nemen van vleermuizen gunstig. De weersomstandigheden voldoen aan
verblijf)
Geen neerslag
de protocollaire eisen voor vleermuisonderzoek: temperatuur niet lager
09-06-2022
dan 12 ºC, de windsnelheid niet meer dan 3 Beaufort en geen sprake van neerslag (zie tabel 1). 22-06-2022
Vleermuizen
1,4
21.50-00.00
21.53
20°C
Wind gemiddeld 2 Bft
(kraam- en zomer-
Half bewolkt
verblijf)
Geen neerslag
Vleermuizen och-
2
03.25-05.25
05.22
20°C
tend (zomerverblijf)
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
27-06-2022
11-07-2022
04-08-2022
Vleermuizen
2,3
21.55-00.00
21.59
18°C
Wind gemiddeld 2 Bft
(kraam- en zomer-
Helder
verblijf)
Geen neerslag
Vleermuizen
1,4
21.50-23.50
21.53
22°C
Wind gemiddeld 2 Bft
(kraam- en zomer-
Helder
verblijf)
Geen neerslag
Vleermuizen och-
3
04.10-06.10
06.08
22°C
tend (zomerverblijf)
Wind gemiddeld 2 Bft Helder Geen neerslag
11-08-2022
Vleermuizen ochtend (zomerverblijf)
1,4
04.20-06.20
06.18
18°C
Wind gemiddeld 1 Bft Helder Geen neerslag
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
8
3.2
Broedvogel- en eekhoornnesten
3.4
Reptielen
3.5
Amfibieën
Voor het vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van broedvogel- en
Voor levendbarende hagedis en hazelworm zijn in het plangebied reptie-
Binnen het plangebied is voortplantingshabitat aanwezig voor beschermde
eekhoornnesten zijn 4 veldbezoeken uitgevoerd, tussen maart en juni (zie
lenplaten geplaatst. Dit betreffen groene damwandplaten van 1 x 0,5 me-
soorten amfibieën (rugstreeppad, poelkikker, heikikker, Alpenwatersala-
tabel 2). Tijdens deze inventarisatie zijn de bomen binnen en in de directe
ter. De platen zijn 1 maand voorafgaand aan de onderzoeken geplaatst,
mander, vinpootsalamander en kamsalamander). Met name landhabitat
omgeving van het plangebied geïnspecteerd op de aanwezigheid van nes-
op 05 mei 2022, Hierna zijn de platen 4 maal gecontroleerd in de periode
van de beschermde soorten kan verloren gaan.
ten en roofvogelhorsten, en zijn bezetting van de nesten en eventueel
juni en juli bij gunstige weersomstandigheden (zie tabel 2).
broedgedrag van roofvogels in het gebied gemonitord.
3.3
Amfibieën zijn geïnventariseerd door met een schepnet te naar adulten, juvenielen en larven, het zoeken naar eitjes op de vegetatie en het ’s
Marterachtigen
avonds met een zaklamp zoeken naar volwassen dieren. Dit onderzoek is
Wezel en Hermelijn Om aanwezigheid van wezel en hermelijn vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten zijn op de meest kansrijke plekken, en waar ontwikkeling plaatsvindt, sporenbuizen en struikrovers met wildcamera’s geplaatst, conform de eisen gesteld in de Handreiking Kleine Marters (Provincie Noord- Brabant, 2017). De sporenbuizen en struikrovers zijn van 5 mei 2022 t/m 30 juni 2022 (8 weken) binnen het plangebied geplaatst (figuur 7 en tabel 2). Na vier weken, op 1 juni 2022, en aan het eind, zijn sporenbuizen gecontroleerd op sporen. Bunzing en Steenmarter Om aanwezigheid van bunzing en steenmarter binnen het plangebied aan te tonen dan wel uit te sluiten zijn twee struikrovers met wildcamera’s gebruikt, conform de eisen gesteld in de Handreiking Kleine Marters (Provincie Noord-Brabant, 2017). De cameraval heeft 8 weken binnen het plangebied gehangen binnen de meest actieve periode van kleine marterachtigen, namelijk van 5 mei 2022 t/m 30 juni 2022 (figuur 7 en tabel 2). Bij de struikrover is gebruik gemaakt van een visolie. Deze methode is bij uitstek geschikt om de bunzing en steenmarter te inventariseren. Na vier weken, op 1 juni 2022, zijn zowel de batterijen als de SD-kaart van de cameraval vervangen.
Figuur 7: Locaties onderzoeksmaterialen
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
9
uitgevoerd in de periode april t/m september, met twee bezoeken ’s avonds in april/juli, twee bezoeken overdag in mei/juni, en twee bezoeken ’s avonds in augustus/september (zie tabel 2).
Tabel 2: Bezoeken i.v.m. overige soortgroepen
Datum
Type onderzoek
Tijdsduur onderzoek
Zon op/onder
Temperatuur
Weer
23-08-2021
Scheppen + zaklamp amfibieën
00.00-01.00
20.44
16°C
Wind gemiddeld 2 Bft, half bewolkt, geen neerslag
13-09-2021
Scheppen + zaklamp amfibieën
23.00-00.00
19.57
13°C
Wind gemiddeld 2 Bft, helder, geen neerslag
12-04-2021
Nesten inventarisatie
06.00-09.00
06:46
8°C
Wind gemiddeld 1 Bft, half bewolkt, geen neerslag
25-04-2022
Nesten inventarisatie
06.00-09.00
06:18
4°C
Wind gemiddeld 3 Bft, bewolkt, geen neerslag
05-05-2022
Nesten inventarisatie + plaatsen
06.00-10.00
05:59
8°C
Wind gemiddeld 2 Bft, half bewolkt, geen neerslag
materialen marterachtigen en reptielen 19-05-2022
Nesten inventarisatie
06.00-09.00
05:36
9°C
Wind gemiddeld 2 Bft, bewolkt, motregen
25-05-2022
Zoeken + luisteren/zaklamp amfi-
00.00-02.00
21.37
12°C
Wind gemiddeld 3 Bft, bewolkt, geen neerslag
09:00-11:00
05:22
12°C
Wind gemiddeld 2 Bft, half bewolkt, geen neerslag
bieën 01-06-2022
Controleren materialen marterachtigen + controleren platen reptielen + scheppen amfibieën
10-06-2022
Controleren platen reptielen
09:00-11:00
05:16
12°C
Wind gemiddeld 1 Bft, half bewolkt, geen neerslag
21-06-2022
Controleren platen reptielen
09:00-11:00
05:16
12°C
Wind gemiddeld 2 Bft, half bewolkt, geen neerslag
27-06-2022
Zoeken + luisteren/zaklamp amfi-
00.00-02.00
21.59
18°C
Wind gemiddeld 2 Bft, Bewolkt, geen neerslag
09:00-11:00
05:20
13°C
Wind gemiddeld 2 Bft, Helder, geen neerslag
bieën 30-06-2022
Ophalen materialen marterachtigen + controleren platen reptielen + scheppen/zaklamp amfibieën
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
10
4
Resultaten
4.2
Broedvogel- en eekhoornnesten
4.1
Vleermuizen
aangetroffen. Wel is er eenmaal een buizerd waargenomen op de zuid-
4.1.1
Verblijfplaatsen
grens van het plangebied, tijdens het veldbezoek op 25 april. Hiernaast
Tijdens de veldbezoeken zijn geen (potentiële) horsten van roofvogels
Gedurende de vervolgonderzoek is er een enkele zomerverblijfplaats van
zijn geen waarnemingen gedaan van roofvogels of andere soorten vogels
de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze bevindt zich achter een
met jaarrond beschermd nest. Binnen het plangebied zijn tevens geen po-
kier tussen de golfplaten en houten betimmering van de oostgevel van de
tentiele nesten van eekhoorn aangetroffen.
supermarkt (figuur 8/9). Hier is 27 juni het uitvliegen van een enkel individu van gewone dwergvleermuis waargenomen. De daaropvolgende ochtendronde, op 4 augustus, is hier tevens het invliegen van een enkele individu waargenomen. Bij de overige bebouwing zijn geen in-of uitvliegende vleermuizen aangetroffen. Bij beide avonden in het najaar zijn enkele keren sociale roepjes gehoord van gewone dwergvleermuis binnen het plangebied. Gezien deze roepjes niet met regelmatige vluchten werden waargenomen betreft het waarschijnlijk geen baltsterritorium. Ook is er geen zwermgedrag waargenomen. 4.1.2
Foeragerende vleermuizen
Tijdens vrijwel ieder veldbezoek zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen rondom het groen binnen het plangebied waargenomen. Te-
4.3
Marterachtigen
Gedurende het onderzoek zijn er geen waarnemingen gedaan van een marterachtige met de wildcamera’s, noch zijn er pootafdrukken gevonden met de sporenbuizen. Wel is een variatie aan andere dieren vastgelegd op de wildcamera’s, zoals bosmuis, rosse woelmuis, egel, huiskat en verschillende vogelsoorten (zie figuur 10 t/m 15). Dit zijn echter geen beschermde soorten.
4.4
Reptielen
Figuur 8: Locatie van de zomerverblijfplaats
Gedurende het onderzoek zijn er geen waarnemingen van hazelworm, levendbarende hagedis of een andere reptielensoort gedaan, onder de reptielenplaten noch in het open.
vens werd er van tijd tot tijd een foeragerende laatvlieger of rosse vleer-
4.5
Amfibieën
muis waargenomen. Later in de avond trokken deze weg en vloog er
Gedurende het onderzoek zijn er geen waarnemingen van beschermde
slechts incidenteel een individu over. Gezien de vleermuizen hier niet de
amfibieënsoorten gedaan. In het westelijke ven is altijd een groep eenden
hele avond aanwezig waren bij de bosranden rond de gebouwen en regel-
aanwezig, welke het water vertroebelen. Hier zijn geen amfibieën gezien
matig een kwartier of langer verdwenen is het niet de verwachting dat het
of gehoord. In het oostelijke ven zijn bij de meeste bezoeken in de avond
plangebied essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis
waarnemingen gedaan van gewone pad. Het betreft hier een vrij grote po-
betreft. Daarnaast is er in de directe omgeving genoeg groen aanwezig
pulatie gewone pad. Bij de laatste avondrondes verlieten de padden half
dat kan dienen als foerageermogelijkheid. De voorgenomen plannen zul-
gemetamorfoseerd het water. Daarnaast is hier tijdens het scheppen een
len niet leiden tot een afname in essentieel foerageergebied.
larve van de kleine watersalamander, mogelijk vinpootsalamander, aangetroffen (figuur 10). Geen adulte individuen zijn waargenomen tijdens het
4.1.3
Vliegroutes
schijnen met de zaklamp van deze soort.
Tijdens de veldbezoeken zijn in de directe omgeving geen eenduidig vliegpatronen aangetroffen welke door meerdere individuen werd gevolgd. Wel vlogen er meerdere rosse vleermuizen over het plangebied.
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
Figuur 9: Locatie zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis
11
Figuur 10: Larve van de kleine watersalamander of vinpootsalamander aangetroffen in poel on het oosten van het plangebied
Figuur 11:
Bosmuis waargenomen op 06-09-2022
Figuur 12:
Rosse woelmuis waargenomen op 22-05-2022
Figuur 13:
Figuur 14:
Egel waargenomen op 22-06-2022
Figuur 15:
Huiskat waargenomen op 25-05-2022
Roodborst waargenomen op 12-06-2022
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
12
4.6
Overige soorten
Invasieve exoten Enkele soorten binnen Nederland mogen niet worden verhandeld of vervoerd, of moeten zelfs actief worden geweerd. Voor soorten op de zogenoemde Unielijst (EU-exotenverordening) geldt een verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Per soort zijn doelen en acties omschreven (Onderbouwing strategie Unielijstsoorten). Daarnaast geldt voor enkele soorten een nationaal handelsverbod, waaronder drie soorten Aziatische duizendknopen. Deze mogen niet worden verhandeld of vervoerd. Dit geldt ook voor grond waarin resten of zaden van duizendknoop in aanwezig zijn. Er geldt enkel een uitzondering ten behoeve van het uitroeien, bestrijden of beheersen van de duizendknopen. Binnen het plangebied zijn individuen aanwezig van Japanse duizendknoop (figuur 15). Met name in het zuidwesten van het plangebied zijn meerder eenheden van deze soort aanwezig, en is hier overwoekerend. Mogelijk zijn er meer individuen binnen het plangebied aanwezig, dan zijn aangetroffen tijdens de veldwerkronden. Bestrijding van Japanse duizendknoop is erg lastig. De enige met zekerheid werkende oplossing is het volledig uitgraven van de grond met de wortelstengels.
Met maaien en andere werkzaamheden ter plaatse van de Japanse duizendknoop moeten maatregelen worden genomen Overige waarnemingen Tijdens de veldbezoek zijn tevens andere soorten waargenomen, zoals houtsnip, bosuil en nachtzwaluw. Binnen het plangebied zijn grote hoeveelheden opgaand groen aanwezig. Binnen dit opgaand groen kunnen ook vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden. Hiermee dient rekening te worden gehouden door buiten het broedseizoen of na een controle te werken. Figuur 16:
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
Locaties waar individuen van de Japanse duizendknoop zijn waargenomen (groen omlijnd)
13
5 5.1
Effectenbeoordeling en toetsing Vleermuizen
Bij de sloop van de voormalig supermarkt is men in overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 van de Wet natuurbescherming inzake het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van een rust- of verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Alvorens kan worden gestart met het slopen van het gebouw dient een ontheffing te worden verkregen van deze verbodsbepalingen.
5.2
Broedvogel- en eekhoornnesten
Tijdens de veldbezoeken zijn geen nesten van roofvogels en/of eekhoornnesten aangetroffen binnen het plangebied, noch is territoriaal of nestindicatief gedrag van een soort met jaarrond beschermd nest waargenomen. Er gaan bij de werkzaamheden geen nesten van deze soorten verloren.
5.3
Marterachtigen
van uit worden gegaan dat het ven, waar deze larve in is aangetroffen, zomerleefgebied van deze soorten betreft. Daarnaast zijn er meerdere waarnemingen van beschermde soorten in de vennen ten oosten van het plangebied. De vennen binnen het plangebied blijven behouden, waardoor het zomerleefgebied van deze beschermde soorten ook behouden blijft. Wel biedt het plangebied geschikt winterleefgebied voor deze soorten. Om overtredingen te voorkomen dienen bij grondwerkzaamheden amfibieën schermen te worden geplaats en maatregelen worden genomen om overtredingen te voorkomen. Deze maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
5.6
Overige soorten
Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst.
De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van een marterachtige binnen het plangebied. De aanwezigheid van een van
Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen
de marterachtigen is hierdoor redelijkerwijs uitgesloten. Een overtreding
beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plange-
van de Wet natuurbescherming met betrekking tot deze soort(groep) is
bied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende
daarmee met voldoende zekerheid uitgesloten.
vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.
5.4
Reptielen
De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van levendbarende hagedis en hazelworm binnen het plangebied. De aanwezigheid van landhabitat voor deze soort binnen het plangebied is redelijkerwijs uitgesloten. Een overtreding van de Wet natuurbescherming met betrekking tot deze soort is daarmee uitgesloten.
5.5
Amfibieën
Het is niet uit te sluiten dat de aangetroffen salamanderlarve een kleine watersalamander of een vinpootsalamander betreft. In dat geval moet er
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
14
6
Conclusie
Indien er grondwerkzaamheden plaatsvinden binnen bebosde gebieden
Binnen het plangebied zijn één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen, Bij vernielen of beschadigen van de verblijfplaatsen van deze soorten wordt een overtreding begaan op de Wet natuurbescherming. De voorgenomen werkzaamheden zijn ontheffingsplichtig. Hiervoor dient een ontheffing aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant- Noord (ODBN), welke zal
dienen er maatregelen te worden genomen om de zorgplicht te handhaven. Deze maatregelen dienen te worden ogenomen binnen een ecologisch werkprotocol. Daarnaast dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: -
den uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half
moet worden onderbouwd met een activiteitenplan, waarin onder andere compenserende en mitigerende maatregelen, alternatievenafwegingen en onderbouwing van het wettelijk belang staan beschreven.
De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te woraugustus;
-
De vennen binnen het plangebied bieden mogelijk zomerhabitat voor beschermde amfibieën. Deze vennen blijven behouden binnen voorgenomen plannen. Wel kan het omliggende groen dienen als winterhabitat. Om
Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.
overtredingen te voorkomen dienen bij grondwerkzaamheden amfibieën schermen te worden geplaats en maatregelen worden genomen om overtredingen te voorkomen. Deze maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
Tabel 3: Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen
Soortgroep
Aanwezig
Aantal
Overtreding
Maatregelen
Vleermuizen
Ja
Eén zomerverblijfplaats
Ja
Ontheffing aanvragen en mitigerende maatregelen treffen
Roofvogel- en eekhoornnesten
Nee
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Marterachtigen
Nee
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Reptielen
Nee
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Amfibieën
Ja
Winterhabitat
Te voorkomen
Te nemen maatregelen tijdens werkzaamheden opnemen in ecologisch werkprotocol
Overige soorten
Ja
n.v.t.
n.v.t.
Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
15
7
Bronnen
-
Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.
-
Kennisdocument Huismus, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen
-
Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
-
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021) Vleermuisprotocol 2021, januari 2021.
-
SOVON Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Kosmos Uitgevers, Utrecht.
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
16
8
Verklarende Woordenlijst
Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn/haar kennis en ervaring.
Habitat
Paarverblijfplaats
Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de
Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/ok-
abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van
tober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje
die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme
kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de
stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.
omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.
Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de
Populatie
vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep ge-
Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort
noemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleer-
die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere
muizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden
zulke groepen.
exemplaren. Rode Lijst Mitigerende maatregelen
Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.
Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soor-
Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of re-
ten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er be-
duceren.
staan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen.
Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
Omgevingscheck
Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de
Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van
lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van
een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep
de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel
(tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een
een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen,
ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende al-
kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben reke-
ternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.
ning houden met bedreigde soorten.
Ontheffing
Vaste rust- of verblijfplaats
De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die
Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de
vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te
levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft
beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbe-
niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.
palingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing
Vliegroute
is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzonde-
Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijf-
ring op een wettelijk verbod wordt gemaakt.
plaatsen naar foerageergebieden.
17
Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door de vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.
Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
18
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Vervolgonderzoeken Flora en Fauna
19
Bijlage 7 Vooronderzoek bodem
Bestemmingsplan "Herontwikkeling park Zwartven Hooge Mierde" (vastgesteld)
87
Vooronderzoek NEN 5725 Recreatiepark Zwartven, Eendengoor 1a te Hooge Mierde
Vooronderzoek NEN 5725 Recreatiepark Zwartven, Eendengoor 1a te Hooge Mierde Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM22092 : Definitief (versie 1) : 21 april 2022
Opdrachtgever
: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel
Opgesteld door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5725 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een vooronderzoek sprake is van een momentopname. Dit betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM22092
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING..............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................6 2.1
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................6
2.2
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ...........................................................................................................................................6
2.3
Historische (bodem) informatie................................................................................................................................................................8
2.4
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .................................................................................................................................................... 10
2.5
Beschrijving van de onderzoekslocatie .............................................................................................................................................. 10
2.6
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 11
2.7
Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................................................................................... 11
2.8
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 12
3.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 13
Bijlagen: 1 2 3
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto9s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met fotopunten
Pagina | 3 AM22092
1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd voor recreatiepark Zwartven gelegen aan de Eendengoor 1a in Hooge Mierde (gemeente Reusel-De Mierden). De planlocatie is kadastraal bekend als Hooge en Lage Mierde, sectie D, nummers 855, 920 t/m 924, 926 t/m 929, 931 t/m 933, 949, 951, 953 t/m 956, 970, 971, 974, 975, 977, 985, 986 en 990. Het plangebied is circa 42 hectare groot.
Aanleiding Dit vooronderzoek is uitgevoerd in verband met de beoogde bestemmingsplanwijziging voor de herontwikkeling van het recreatiepark. Het planvoornemen betreft het transformeren van het park naar een park met permanente bewoning waarbij 75% van het park als natuur wordt bestemd. Vooralsnog zijn de volgende ontwikkelingen beoogd: - omzetten bestaande recreatieve woningen naar permanente bewoning; - toevoeging van 15 vrijstaande woningen; - toevoeging van maximaal 15 bijzondere woonvormen (Tiny houses en/of groepscollectief wonen); - resterend gebied (circa 75% van totaal) bestemmen van recreatie naar natuur (o.a. aanleg vennen); - de bebouwing van de bestaande voorzieningen (onder andere restaurant/ winkel) wordt gesloopt. Een verbeelding van de herontwikkeling is weergegeven in onderstaande planschets.
Afbeelding 1: planschets herontwikkeling recreatiepark Zwartven (bron: opdrachtgever)
Pagina | 4 AM22092
Doel Het doel van het vooronderzoek is om op basis van de onderzoeksgegevens vast te stellen of er sprake is van een mogelijke verontreiniging van de bodem met stoffen die een belemmering kunnen vormen met het oog op de voorgenomen ontwikkelingen. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5725 van het Nederlands Normalisatie-Instituut. In dit vooronderzoek wordt het volgende beschreven: •
algemene gegevens;
•
het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie;
•
het toekomstige gebruik van de onderzoeklocatie;
•
de directe omgeving van de onderzoekslocatie;
•
de bodemopbouw en de diepte en stroming van het freatisch grondwater.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken. De in hoofdstuk 2 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
opdrachtgever;
•
kadaster.nl;
•
topotijdreis.nl;
•
dinoloket.nl;
•
AHN.nl;
•
gemeente Reusel-De Mierden;
•
omgevingsdienst Zuidoost-Brabant;
•
provincie Noord Brabant;
•
terreininspectie.
Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau.
Pagina | 5 AM22092
2. VOORONDERZOEK 2.1
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt ten zuidwesten van de bebouwde kern van Hooge Mierde. Direct grenzend aan de zuidwestzijde van de planlocatie ligt de landgrens met België. Kadastraal is de locatie bekend als Hooge en Lage Mierde, sectie D, nummers 855, 920 t/m 924, 926 t/m 929, 931 t/m 933, 949, 951, 953 t/m 956, 970, 971, 974, 975, 977, 985, 986 en 990. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 135.057 / Y = 376.464. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven (rode omlijning).
Afbeelding 2: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: pdokviewer)
2.2
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (afbeelding 2) is te zien dat het plangebied en omgeving onbebouwd is en deel uitmaakt van de ontgonnen heidegronden van de Turnhoutsche Heide. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) behorende bij het minuutplan, is het plangebied in gebruik als heide. Een aanzienlijk deel van het plangebied bestaat uit een zone van waterplassen (vennen) die als het 8Eende Goor9 staat aangegeven. De naam goor verwijst naar moerassig of venig, nat land. Deze zone is binnen de OAT omschreven als 8water9. Verder ten oosten zijn de akkerlanden te zien, behorend bij de historische bewoningskernen van Hooge Mierde. Direct ten noorden en ten zuidoosten zijn enkele doorgaande wegen ingetekend die door het heidegebied lopen vanuit de bewoningskern van Hooge Mierde. Pagina | 6 AM22092
Op de kaarten uit 1901 en 1930 (afbeelding 3) is een soortgelijke situatie als in de 19 e eeuw te zien. Het plangebied bestaat uit heidegronden waarbinnen een groot ven ligt dat als het Eende Goor staat aangegeven. In 1950 lijkt een deel van het ven Eende Goor te zijn drooggelegd dan wel drooggevallen. Kort daarna wordt het omliggende gebied geleidelijk aan in ontginning gebracht. Volgens de topografische kaarten ontstaat vanaf 1958 enige bebouwing binnen het noordelijke deel van het plangebied. Op de kaart uit 1970 is dan ook te zien dat het plangebied is verkaveld en deels als weiland en als bouwland in gebruik is genomen. Het ven Eende Goor bestaat dan enkel nog uit een rechthoekige waterplas in het oostelijke deel van het plangebied. Het omringende gebied bestaat uit weiland en uit recent aangeplant bos. Vanaf omstreeks 1980 ontstaat meerdere kleinschalige bebouwing de (noord)westzijde van het plangebied, behorend bij het recreatiepark Zwartven. Volgens BAG Viewer dateert de huidige bebouwing uit de periode 1975 tot 2002. Het ven Eende Goor, dan vooral een recreatieve waterplas, wordt vergroot en krijgt haar huidige omvang.
Afbeelding 3: Uitsnede van het kadastraal minuutplan uit 1811-1832, met in het rood bij benadering het plangebied aangegeven (bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Pagina | 7 AM22092
Afbeelding 4: Uitsneden van historische kaarten uit de perioden 1901, 1930, 1950 en 1970. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (bron: www.topotijdreis.nl).
2.3
Historische (bodem) informatie
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Reusel-De Mierden. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Via de website van de omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. Uit de rapportage blijkt dat bij de Omgevingsdienst geen bodeminformatie (bodemonderzoeken, bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten etc.) bekend is van de locatie. Pagina | 8 AM22092
In het gemeentelijk archief waren geen relevante bouw- of milieuvergunningdossiers beschikbaar of deze zijn niet beschikbaar gesteld. In het gemeentelijke database staan geen brandstoftanks geregistreerd op het park. In de gemeentelijke database met bekende asbestdaken (zonder goot) blijkt dat binnen het park enkele asbestdaken aanwezig zijn (groen gekleurde objecten in afbeelding 5).
Afbeelding 5: kaart gemeentelijke database asbestdaken (bron kaart: gemeente Reusel-De Mierden)
Uit de gemeentelijke informatie blijkt dat er ter plaatse van het park in 1995 een bodemonderzoek is uitgevoerd (uitvoerder Geofox). Het bodemonderzoek werd uitgevoerd in het kader van de BSB operatie. Bij de gemeente zijn de onderzoeksresultaten en/of het onderzoeksrapport niet te achterhalen. Ook bij de opdrachtgever, de Stichting BSB Zuid en de Stichting Bodembeheer Nederland is het onderzoek(rapport) niet bekend. Het zuidoostelijk gelegen Turnhoutsepad betreft mogelijk een zinkassenweg. Tijdens een indicatief onderzoek zijn er echter geen zinkassen waargenomen. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. Uit informatie van de provincie blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.
Pagina | 9 AM22092
2.4
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.1. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0 – 3,7
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
3,7 – 5,4
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
5,4 – 6,6
Formatie van Stramproy
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, met weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind
6,6 – 7,4
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool
7,4 – 11,8
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, met weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind
11,8 - 19
Formatie van Waalre
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met
19 – 26,6
Formatie van Peize en
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige
formatie van Waalre
klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind
Tabel 2.1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een gemiddelde hoogte van circa 33 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordoostelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 31 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.5
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 12 april 2022 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. Het recreatiepark ligt in een bosrijke omgeving. De bebouwing binnen het park bestaat uit vakantiewoningen en stacaravans, een receptiegebouw (foto9s 6, 7 en 8), een winkel en wasserette met parkeerplaats (foto9s 9 t/m 14), een restaurant (foto9s 15 t/m 25), een speelschuur en kleine sanitair gebouwen. Het zuidoostelijk deel van het park is ingericht als kampeerterrein. In de noordoost hoek van het park ligt een waterplas met zonneweide en een kinderbuitenbad. Het restaurant is niet meer in gebruik en oogt vervallen evenals een woning (foto 71 en 72) ten westen van het restaurant. Het dak van de winkel/wasserette en een deel van het dak van het restaurant bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Het dak van de winkel/wasserette is voorzien van een dakgoot voor het opvangen van regenwater. Ter plaatse van het asbestverdachte dak van het restaurant is geen dakgoot aanwezig. Het afstromend regenwater komt grotendeels op onverhard terrein. De wegen/paden en parkeerterreinen binnen het plangebied zijn verhard met klinkers of grind/menggranulaat.
Het parkeerterrein bij de receptie is verhard met klinkers. Het parkeerterrein bij de winkel en het restaurant is verhard met grind/menggranulaat. Pagina | 10 AM22092
Tijdens de inspectie zijn op het maaiveld aan de rand van de parkeerplaats ten westen van de winkel twee stukjes asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen (zie afbeelding 6). Behoudens de asbestverdachte dakbedekking en asbestverdacht materiaal op het maaiveld zijn er geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen voor verontreinigingen.
Afbeelding 6: aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld
De planlocatie wordt omsloten door de wegen Buitendijk, Eendengoor en Turnhoutsepad en de landgrens met België aan de zuidwestzijde.
2.6
Asbest
Uit de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat het dak van de winkel/wasserette en een deel van het dak van het restaurant bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Het dak van de winkel/wasserette is voorzien van een dakgoot voor het opvangen van regenwater. Ter plaatse van het asbestverdachte dak van het restaurant is geen dakgoot aanwezig. Het afstromend regenwater komt grotendeels op onverhard terrein. Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen.
2.7
Bodemkwaliteitskaart
Uit de bodemkwaliteitskaart van de Samenwerkende Kempengemeenten (2020) blijkt dat de planlocatie ligt in de kwaliteitszone landbouw/natuur. Voor de planlocatie geldt de ontgravingsklasse 8landbouw/natuur9 geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse 8landbouw/natuur9.
Pagina | 11 AM22092