CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.23021] TV - BL bij TL BP Zwartven

Gemeenteraad 4 februari 2025, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 'Herontwikkeling park Zwartven Hooge Mierde26.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

VRIJ

15

6

goothoogte bouwhoogte

6 meter 6 meter

hoge erfafscheiding verboden

Regiekaart Zwartven Hooge Mierde Gemeente Reusel- De Mierden

datum

getekend

projectnr.

pagina

formaat

schaal

03-12-2024

IB

P04324

1/1

A3

1:4000

Bijlage 3 Kwaliteitsberekening

22

Bestemmingsplan "Herontwikkeling park Zwartven Hooge Mierde" (vastgesteld)

Grondprijzen wonen bouwvlak grondgebonden (incl. tuin tot 500 m2) tuin 500- 1000 m2 tuin vanaf 1000- 2000 m2 tuin vanaf 2000 water/ groen/ verharding intensieve recreatie voorziening/ horeca met een landelijke karakter (bebouwd) extensieve recreatie onbebouwd

€ € € € € € €

Huidige bestemmingen

aantal

intensieve recreatie voorziening met een landelijke karakter (bebouwd inclusief tuinen behorende bij bestaande recreatiewoningen (70)) intensieve recreatie voorziening met een landelijke karakter (bebouwd plaonlogische mogelijkheden recreatiewoningen (100 inclusief tuin/erf van gem. 300 m2)) Intensieve recreatievoorziening met een landelijk karakter ( centrale voorziening, recreatie voorziening, kamperen, sanitair bebouwd) bedrijfwoning (bebouwd) Bedrijfswoning (tuin) 500 m2 extensieve recreatie onbebouwd Totaal plangebied

350,00 150,00 50,00 15,00 1,00 65,00 28,00

norm

totaal

31959 €

65,00 €

2.077.335,00

30000 €

65,00 €

1.950.000,00

€ € € € €

237.250,00 375.000,00 225.000,00 9.860.872,00 14.725.457,00

3650 € 3 € 1500 € 352174 € 416920

65,00 125.000,00 150,00 28,00

Toekomstige bestemmingen*

aantal

oppervlak kavel norm

Omzetten bestaande recreatieve woningen naar permanente bewoning (25739m2) (bestemming: W1)

70

367,7

Toevoeging van vrijstaande woningen (bestemming: W2)

11

Bestemming W2 telt niet mee, kwaliteitsverbetering vindt plaats via RvR-titel o.b.v. art. 5.14 lid 3.a.3 OV 1000 € 350,00 € 350.000,00 € 700.000,00 Bestemming W3 telt niet mee, kwaliteitsverbetering vindt plaats via RvR-titel o.b.v. art. 5.14 lid 3.a.3 OV 500 € 350,00 € 175.000,00 € 350.000,00 500 € 350,00 € 175.000,00 € 175.000,00 9525 € 1,00 € 9.525,00 € 9.525,00 330001 € 1,00 € 330.001,00 € 330.001,00 416920 € 9.873.176,00

2 Omzetten 2 bestaande recreatiewoningen naar reguliere woning (bestemming: W2) Toevoeging van max. 15 bijzondere woonvormen (bestemming: W3)** Omzetten bestaande beheerderswoning + bedrijfswoning (bestemming: W2) Omzetten bestaande bedrijfswoning naar reguliere woning (bestemming: W) Verkeer Bos/groen/natuur Plangebied

Totaal plangebied

15 2 1

€

totaal per kavel totaal 350,00 €

Totale compensatie excl. W2 en W3 (20%) 26 RvR-titels (1 titel = €125.000,-) Totale compensatie incl. W2 en W3 (20%) *normen gebaseerd op grondprijzen IRK Gemeente Tilburg ** Exacte invulling woninbouwtype nader te bepalen max. 15 vrijstaande woningen met een gezamenlijk totaaloppervlak van 1500 m2 geregeld via afwijkingsbevoegdheid.

128.695,00 €

€ € €

9.008.650,00

-970.456 3.250.000 2.279.544

Tegenprestatie*** sloop verharding verwijderen subtotaal natuur ontwikkeling landschap vennen vennen aanleggen bloem- en kruidenrijk grasland solitaire bomen en boomgroepen beheer vennen (6 jaar) beheer grasland (6 jaar) beheer bomen (6 jaar) subtotaal landschap vennen landschap bos aanleg bomen en struiken beheer bos (6 jaar) subtotaal landschap bos landschap heide solitaire bomen en boomgroepen aanplant heidebeplanting 50%, 5 per m2 verschraling grond door afgraving toplaag (bodemtransplantatie) beheer bomen (6 jaar) beheer grasland (6 jaar) subtotaal landschap heide afrastering Totaal

Totale tegenprestatie Compensatie nog te voldoen**** ***normering ontleent aan STILA 2023 ****Bijvoorbeeld aankoop ruimte voor ruimte titels of storting in het groenfonds

omvang

norm 2838 € 8369 €

totaal 25,00 € 5,00 € €

70.950,00 41.845,00 112.795,00

oppervlak lanschappen (binnen natuur vennen 110.221,0 bos 92.721,0 heide 94.098,0 Totaal landschapszone

20293 € 11 € 8 € 7 € 11 € 8 €

5,51 1.835,17 90,22 148,33 947,21 31,86

€ € € € € € €

111.814,43 20.186,87 721,76 6.229,86 62.515,86 1.529,28 202.998,06

74177 € 9 €

2,30 € 1.267,61 € €

170.607,10 68.450,94 239.058,04

87 € 235245 € 47049 € 87 € 4,5 €

90,22 2,30 5,51 31,86 1.267,61

€ € € € € € 12,10 € €

7.849,14 2.705.317,50 259.239,99 16.630,92 34.225,47 3.023.263,02 42.894,50 3.621.008,62

€ €

3.621.008,62 -1.341.464,82

3545 €

297.040,0

Bijlage 4 Quickscan flora en fauna

Bestemmingsplan "Herontwikkeling park Zwartven Hooge Mierde" (vastgesteld)

25

Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid

<Status>

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde datum 29 april 2021 projectnummer P04324 opdrachtgever JFG Real Estate BV BRO projectleider JR opgesteld door MvdS interne controle RdM bron Kaft NL

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

7 7 7 8

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

9 10 10 11 11 12 12 12 12

5

Conclusie Vervolgtraject en advies

14 15

6

Soortgericht onderzoek

15

AERIUS-berekening

15

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

16 17

donderdag 29 april 2021

2

1 Inleiding Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van de ontwikkeling van Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure 8Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen9 van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 9 april 2021 tussen 11.00 – 15.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 12°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van 8expert judgement9 nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

donderdag 29 april 2021

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van Hooge Mierde, aan de grens met België. In de omgeving ligt het heidegebied Zwartven en meerdere bosgebieden. Aangrenzend liggen enkele agrarische percelen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een verloederd vakantiepark en recreatiecentrum. In de noordelijke hoek zijn vaste woningen aanwezig, en de rest van het gebied wordt gebruikt voor stacaravans en kamperen. Ook op enkele andere locaties is stenen bebouwing aanwezig. De huidige faciliteiten zijn verouderd. Binnen het plangebied is veel bosgebied aanwezig, met veel jong opschot van berken en braamstruwelen. In de oosthoek en het zuidwesten bevinden zich vennen. Het westelijke ven is natuurlijk en sterk begroeid. Het oostelijke ven heeft berken en wilgen langs de rand, maar heeft vrij weinig watervegetatie.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto9s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie De bestaande recreatiewoningen worden woningen voor permanente bewoning. Ten westen hiervan worden bijzondere woonvormen gerealiseerd. De voorzieningen rond de ingang worden gesloopt. Hier worden woningen in de natuur gerealiseerd. Circa driekwart van het plangebied wordt teruggegeven aan de natuur. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie. Figuur 3: Ontwikkelvisie plangebied

donderdag 29 april 2021

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

Figuur 5: Entreegebouw

Figuur 6: Gebouw supermarkt

Figuur 4: Verlaten stacaravan in het westen van het plangebied

Figuur 7: gebouw voormalig café-restaurant

donderdag 29 april 2021

Figuur 8: Te behouden stenen woningen in noordwesten gebied

Figuur 9: Beheerd terrein in westen plangebied

5

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

Figuur 11: Ven in westen plangebied

Figuur 12: Kampeerplaatsen in zuiden plangebied

Figuur 10: Ven en omgeving in oosten plangebied

Figuur 13: Toiletgebouw in zuiden plangebied

donderdag 29 april 2021

Figuur 14: Een van de hopen snoeiafval

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, <Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout=, bevindt zich op circa 750 meter afstand ten westen van het projectgebied, en bevindt zich in België. Het dichtstbijzijnde Nederlandse Natura 2000-gebied, <Kempenland-West=, bevindt zich op circa 3,2 kilometer afstand ten oosten van het plangebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

Daar de voorgenomen ontwikkeling het verwijderen en realiseren van bebouwing betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op

donderdag 29 april 2021

een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd 8Natuurnetwerk Nederland9. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden.

Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is deels gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het betreft een strook in het zuiden van het plangebied met natuurbeheertype N16.03 Droog bos met productie. Ook aan de oostzijde van het plangebied is dit type NNB direct tegen de plangrens gelegen. Gezien de aard van de voorgenomen plannen, waarbij driekwart van het plangebied natuur wordt, zullen wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB

Figuur 15: Ligging NNB (groen) en Nederlandse Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

redelijkerwijs niet verslechteren. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Daarnaast is het plangebied gelegen in de groenblauwe mantel. Doordat bij de ontwikkeling driekwart van het gebied aan de natuur wordt teruggegeven heeft het plan als geheel een positief effect op landschappelijke en natuurlijke waarden. Hierdoor zijn negatieve effecten op de groenblauwe mantel uitgesloten.

7

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Wanneer er onderdelen van houtopstanden gekapt worden dient minstens 4 weken voor de kap een kapmelding te worden gedaan bij het bevoegd gezag. De herplant dient plaats te vinden binnen 3 jaar na de kap. Na 3 jaar dient niet aangeslagen beplanting te worden vervangen. Indien de herplant plaatsvindt op andere grond dient hiervoor een ontheffing te worden verkregen bij het bevoegd gezag.

donderdag 29 april 2021

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit 8bijlage A en B9 van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, 8nationaal9 beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

donderdag 29 april 2021

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde 8algemene zorgplicht9 (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de 8Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten9 van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (8categorie 14 soorten9) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (8categorie 5-soorten9).

donderdag 29 april 2021

Meerdere gebouwen binnen het plangebied bieden potentiële toegangen voor huismus en gierzwaluw. Binnen en rond het plangebied zijn echter geen waarnemingen van huismus gedaan. Dit in combinatie met het beboste en dichtbegroeide habitat zorgt er voor dat nesten van huismus en gierzwaluw op voorhand zijn uitgesloten. Ook zijn mogelijke nestlocaties van kerkuil in bebouwing onderzocht, zoals een vervallen boerderij binnen het plangebied. Hier zijn geen braakballen, krijtstrepen of andere sporen van kerkuil aangetroffen, waardoor een nestlocatie van deze soort binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied kunnen zich jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer, havik en ransuil bevinden. Zo is in het oosten van het plangebied een potentieel roofvogelnest waargenomen (zie figuur 16). Door de aanwezigheid van naaldbomen met dichte begroeiing kon niet het hele plangebied volledig beoordeeld worden op de aanwezigheid van geschikte nesten. Middenin het plangebied is een steenuilnestkast aanwezig waar in 2017 een waarneming van steenuil is gedaan (zie figuur 16). Of deze dit jaar in gebruik is, is onbekend.

Daarnaast kunnen binnen het plangebied <algemene= soorten als merel, roodborst, koolmees, kuifmees, goudhaan, vuurgoudhaan, heggenmus, zwartkop, winterkoning, grasmus, zwartkop, tjiftjaf en houtduif tot broeden komen. Ook zijn er, met name in het westen en noorden van het plangebied, meerdere nestkasten van bosuil aanwezig. Toetsing Gezien de grootte en onoverzichtelijkheid van het plangebied wordt geadviseerd om voor roofvogels en uilen met jaarond beschermd nest een broedvogelinventarisatie uit te voeren, om nestlocaties te kunnen bepalen. Hiermee kan ook worden bepaald of de aangetroffen nest(kast)en in gebruik zijn. Wan-

neer er in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn moet beoordeeld worden of de werkzaamheden een negatief effect hebben op het nest en/of het bijbehorende leefgebied. Bij de werkzaamheden kunnen ook nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis. Meerdere van de te slopen gebouwen bevatten geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort in de vorm van open stootvoegen, kierende dakranden en andere openingen naar ruimtes onder het dak of in de spouw. Het entreegebouw is zeer geschikt voor vleermuizen aan meerdere zijdes van het gebouw. De supermarkt en het voormalig café-restaurant bevatten beide enkele toegangen tot de

10

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

ruimte onder het dak en de spouw (zie figuur 16). De vervallen boerderij heeft tevens enkele geschikte toegangen naar ruimten onder het dak van het woongedeelte. Ook het elektriciteitsgebouw en twee woningen in het oosten bevat toegangen voor vleermuizen. Daarnaast zijn ook alle vaste woningen geschikt voor vleermuizen door de aanwezigheid van kierende gevelpannen en open stootvoegen. Aanwezige verplaatsbare woningen (stacaravans) zijn allen ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Daarnaast zijn er enkele bomen aangetroffen met holtes, kieren en loshangend schors (zie figuur 16). Het plangebied is echter niet volledig beoordeeld hierop. Wanneer bekend is welke bomen exact gekapt gaan worden dient een nader onderzoek naar de aanwezigheid van rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten in bomen plaats te vinden. Daarnaast dient het opgaand groen en open water redelijkerwijs als foerageergebied en vliegroutes voor vleermuizen. Indien grote hoeveelheden potentieel foerageergebied verdwijnen dient beoordeeld te worden of dit essentieel leefgebied betreft. Daarnaast dient licht gericht en uitschijnend op opgaand groen en open water te worden vermeden, om negatieve effecten met betrekking tot foerageer- en vliegroutefuncties te voorkomen. Toetsing Een deel van de bebouwing en een aantal bomen bevatten potentiele verblijfplaatsen voor vleermuizen.

Bij uitvoer van de werkzaamheden bestaat de kans dat er één of meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de werkzaamheden sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gestart met de betreffende werkzaamheden.

donderdag 29 april 2021

Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt zeer geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel, konijn, haas, vos, veldmuis, bosspitsmuis en rosse woelmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.

het gebruik van het plangebied. Negatieve effecten met betrekking tot de das zijn daarmee uitgesloten. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Binnen het plangebied zijn potentiele verblijfplaatsen en nestlocaties aanwezig van steenmarter, wezel, hermelijn, bunzing en eekhoorn. Nader soortspecifiek onderzoek dient uit te wijzen of de betreffende soorten daadwerkelijk in het plangebied aanwezig zijn, en gebruik maken van de nest- en verblijfplaatsen. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van de overige soorten is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen

Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, das en eekhoorn voor. Binnen het plangebied zijn grote hoeveelheden geschikt leefgebied aanwezig voor wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter. Op veel locaties bevindt zich dichte pioniersbegroeiing van bramen en berken. Daarnaast zijn er veel geschikte verblijfplaatsen aangetroffen in de vorm van hopen snoeiafval en compost, dicht struikgewas, konijnenholen en muizenholen, en verlaten en vervallen stacaravans. Binnen het plangebied zijn ook nesten van de eekhoorn aangetroffen, deze bevonden zich in het oosten van het plangebied (zie figuur 16). De das is in deze omgeving nog maar zeer beperkt aanwezig. Hiervan zijn geen burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en gladde slang. Gezien het geschikte habitat en de verborgen leefwijze, is ook de hazelworm niet uitgesloten binnen het plangebied. De gladde slang is in het naastgelegen heideterrein Zwartven nog niet waargenomen. Wel is deze aangetroffen in rondom gelegen gebieden als de Reuselse Moeren ten zuiden, en enkele heideterreinen ten noorden van het plangebied. Door de verborgen levenswijze is het echter niet uitgesloten dat de soort hier reeds voorkomt. Voor levendbarende hagedis en gladde slang is met name in de oostelijke hoek van het plangebied potentieel leefgebied aanwezig. In de halfopen bossen rond het ven bevindt zich geschikte heidevegetatie met zonplekken. De rest van het plangebied is dichte bebossing of volledig vergrast,

11

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

wat redelijkerwijs geen geschikt habitat biedt. Voor de hazelworm zijn de dichte bossen en grazige bosranden echter wel geschikt. Toetsing Aanwezigheid van levendbarende hagedis en gladde slang (in het oosten) en hazelworm (gehele gebied) is niet op voorhand uit te sluiten. Nader soortgericht onderzoek dient uit te wijzen of de betreffende soorten zich daadwerkelijk binnen het plangebied bevinden. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, heikikker, Alpenwatersalamander, vinpootsalamander en kamsalamander bekend. De twee vennen binnen het plangebied zijn geschikt voor de meeste van deze soorten, behoudens rugstreeppad. Daarnaast zijn van een groot deel van deze soorten (behoudens poelkikker en kamsalamander) waarnemingen bekend uit het naastgelegen heidegebied. Hierdoor is het aannemelijk dat het plangebied dient als landhabitat en winterhabitat voor deze soorten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing Binnen de huidige plannen blijven de vennen behouden, waardoor er geen voortplantingshabitat verloren gaat.

De voorgenomen plannen kunnen wel een afname van landhabitat en winterhabitat van meerdere beschermde soorten veroorzaken. Vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten dient uit te wijzen of deze binnen het plangebied aanwezig zijn, en daarmee het plangebied gebruiken als

donderdag 29 april 2021

landhabitat. Indien dit het geval is, zal er bij uitvoering van de kap- en grondwerkzaamheden ter plaatse van geschikt leefgebied formeel sprake zijn van een overtreding en dient hiervoor een ontheffing te worden verkregen. Verder dient tijdens de werkzaamheden in het kader van de algemene zorgplicht voldoende zorg te worden gedragen voor aanwezige individuen van vrijgestelde soorten.

habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

Voor de rugstreeppad geldt daarnaast dat tijdens werkzaamheden een geschikte situatie kan ontstaan, waardoor deze soort de werkplaats koloniseert. Deze dieren kunnen 5 km afleggen in één avond. Om kolonisatie te voorkomen dient de aanwezigheid van vergraafbaar zand en de vorming van ondiepe plassen te worden vermeden, óf de werklocatie dient middels amfibieënschermen te worden afgerasterd.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.

Vissen Het aanwezig oppervlaktewater binnen het plangebied biedt geen geschikt habitat voor beschermde vissoorten. In de directe omgeving van het plangebied zijn tevens geen waarnemingen bekend van beschermde vissoorten. Wel kunnen in de waterpartijen soorten als drie- en tiendoornige stekelbaars voorkomen.

Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van drijvende waterweegbree. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen aan zijn standplaats. Gezien het aanwezige biotoop is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van bruine eikenpage, grote vos, teunisbloempijlstaart en bosbeekjuffer. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig

12

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

Figuur 16: Locaties van potentiële nest- en verblijfplaatsen aangetroffen binnen plangebied

donderdag 29 april 2021

13

5 Conclusie Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

5

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen; Bij de kap van bomen dient een kapmelding te worden gedaan, bomen dienen te worden herplant. Bij herplant op andere grond is een ontheffing noodzakelijk; Bij uitvoer van de werkzaamheden zijn overtredingen met betrekking tot jaarrond beschermde nesten van roofvogels en uilen niet op voorhand uitgesloten. Middels een broedvogelinventarisatie naar deze soorten dient de aan- of afwezigheid van in gebruik zijnde nesten te worden bepaald; Met betrekking tot de sloop van de bebouwing en kap van bomen met holtes, loshangend schors en/of spleten zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven; Bij het verwijderen van grote hoeveelheden opgaand groen kan een vervolgonderzoek naar het gebruik als foerageergebied voor vleermuizen noodzakelijk zijn; Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden;

donderdag 29 april 2021

 

Onderzoek dient de aanwezigheid van steenmarter, wezel, hermelijn en bunzing aan te tonen dan wel uit te sluiten; Er dient een inventarisatie gemaakt te worden van de aanwezige eekhoornnesten; Aanwezigheid van hazelworm (hele plangebied), en levendbarende hagedis en gladde slang (oosten plangebied) dient te worden onderzocht; Vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten amfibieën in de vennen dient te worden uitgevoerd om het gebruik van landhabitat en winterhabitat binnen het plangebied te bepalen; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van opgaand groen én bebouwing buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

14

5 Conclusie Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

Vervolgtraject en advies Soortgericht onderzoek Voor meerdere soort(groep)en dient nader soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd. Dit type onderzoek vindt plaats om de aan- of afwezigheid van een beschermde soort te bepalen, en om de functie van het plangebied in kaart te brengen. Veel van deze onderzoeken zijn seizoensgebonden. Voor het verwijderen of verstoren van aanwezige beschermde nest- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De ODBN neemt normaliter binnen 20 weken een besluit over de aanvraag. AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUSberekening uitgevoerd worden.

Als uit deze berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase (bouw/aanleg) als bij de gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00

donderdag 29 april 2021

dienen vervolgstappen ondernomen te worden. Zo is het soms mogelijk om te kijken wat als referentiesituatie gezien kan worden (bestaande situatie), waarbij deze in mindering gebracht kan worden op de gewenste situatie (verschilberekening). Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van belang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan, graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW). Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanlegfase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personenauto9s, enz.) ook meegenomen te worden. Als de bebouwing gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase. Als de gebouwen gasloos zijn hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto9s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).

15

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 750 m

Mogelijk

AERIUS-berekening

Uitvoering mogelijk indien uitkomst onder 0,00 mol/ha/j

Natuurnetwerk Nederland

Binnen plangebied

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk of verbeteren

Houtopstanden

-

Mogelijk

Bij kap is een kapmelding nodig, bij herplant op andere grond een ontheffing

-

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf.

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus.

Jaarrond beschermd

Ja

Mogelijk

Broedvogelonderzoek naar roofvogels en uilen met jaarrond beschermd nest.

Bij aanwezigheid moet worden bepaald of een ontheffing noodzakelijk is.

Verblijfplaatsen

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar gebruik van gebouwen (en mogelijk bomen) door vleermuizen.

Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig.

Foerageerhabitat

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar foerageerfunctie plangebied.

Enkel als grote hoeveelheden opgaand groen verwijderd worden.

Vliegroutes

Ja

Nee

Verlichting gericht en uitschijnend op opgaand groen vermijden.

Verlichting kan een negatief effect hebben op foerageer- en vliegroutefuncties.

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar gebruik van plangebied door steenmarter, wezel, hermelijn, bunzing en eekhoorn. Daarnaast zorgplicht in acht nemen.

Bij aanwezigheid van een of meer beschermde soorten is mogelijk een ontheffing nodig.

Reptielen

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar hazelworm, levendbarende hagedis en gladde slang

Bij aanwezigheid van een of meer beschermde soorten is mogelijk een ontheffing nodig.

Amfibieën

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar aanwezige soorten in vennen binnen plangebied. Daarnaast zorgplicht in acht nemen.

Aanwezige soorten maken waarschijnlijk van het plangebied gebruik als landhabitat en winterhabitat.

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Broedvogels

Vleermuizen

donderdag 29 april 2021

16

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites  Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant  Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)  Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant)  Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

donderdag 29 april 2021

17

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Recreatiecentrum Zwartven te Hooge Mierde

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

donderdag 29 april 2021

T +31 (0)77 373 06 01

18

Bijlage 5 Aerius berekening

Bestemmingsplan "Herontwikkeling park Zwartven Hooge Mierde" (vastgesteld)

45

notitie

projectnaam AERIUS-berekening Zwartven datum 4 december 2024 projectnummer P04324 opdrachtgever JFG Real Estate BV BRO projectleider TSc projectteam --

1. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habitats vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is het verboden om projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Verder geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, door een bestuursorgaan pas vastgesteld kan worden indien een passende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuurbescherming).

Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten bevat om schadelijke handelingen in Natura 2000-gebieden te beperken. Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoordelijkheid vast te leggen, die een ieder heeft voor een zorgvuldige omgang met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.

review CVe

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

1/5

Doorwerking plangebied

2.2 Gebruiksfase toekomstige situatie

Het projectgebied is gelegen op de grens van Nederland en België. De locatie ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in België zijn <Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout= op circa 1.100 meter, <Ronde Put= op circa 6.550 meter en <Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout= op ca. 800 meter afstand. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied in Nederland is <Kempenland-West= op circa 3.200 meter afstand.

Gebruik toekomstige woningen De nieuw te bouwen woningen worden gasloos opgeleverd. Deze woningen zorgen dan ook niet voor een stikstofdepositie, anders dan het aantrekkende verkeer. De 72 bestaande recreatiewoningen die omgevormd worden naar reguliere vrijstaande woningen blijven voor een deel op gas gestookt. Uit cijfers van het Zwartven blijkt dat de locatie per jaar een gasverbruik heeft van 168.098 m3. Dit komt neer op een stikstofuitstoot van 106 kg/jaar NOx. Hiervan zal in de toekomstige situatie slechts 40% op gas gestookt blijven. De uitstoot hiervan in de toekomstige situatie is daarmee 42 kg/jaar.

Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Vanwege de realisatie van woningen zijn eventuele effecten vanwege stikstof niet uit te sluiten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd. De resultaten van de berekeningen, uitgevoerd door BRO, zijn verwerkt in deze rapportage. Zie ook Aerius-berekening in de bijlage.

2. AERIUS-berekening gebruiksfase Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. 2.1 Planvoornemen De initiatiefnemer van voorliggend plan beoogt om ter plaatse het voormalige park te herontwikkelen naar gedeeltelijk een ecologische woonbestemming en om circa 75% van het terrein om te vormen naar een natuurbestemming. Het planvoornemen bestaat concreet uit de volgende onderdelen:  De bebouwing van de bestaande/voormalige voorzieningen (o.a. restaurant/winkel) wordt gesloopt.  Er worden maximaal 11 vrijstaande woningen toegevoegd.  Er worden maximaal 15 nieuwe bijzondere woonvormen toegevoegd.  Er vindt een bestemmingswijziging plaats van de 72 bestaande recreatiewoningen met een recreatieve bestemming naar een woonbestemming.  In het zuiden van het plangebied zijn 2 bedrijfswoningen aanwezig, deze worden gesaneerd en elders teruggebouwd.  Een bestaande woning in het zuidoosten van het plangebied wordt bestemd als burgerwoning, conform de feitelijke situatie.  Circa 75% van het terrein wordt natuur.

AERIUS-berekening Zwartven

Verkeersgeneratie In de nieuwe situatie zal er sprake zijn van 85 vrijstaande woningen en 15 collectieve/bijzondere woonvormen. Er is tevens sprake van 1 bestaande bedrijfswoning welke conform feitelijke situatie wordt bestemd als burgerwoning. Deze woning zorgt niet voor extra verkeer en is niet meegenomen. Voor de 15 collectieve/bijzondere wooneenheden is de invulling nog niet definitief bekend. Wooneenheden en collectieve voorzieningen mogen vrijstaand en/of geschakeld/ aaneengesloten worden gebouwd. Er wordt derhalve worstcase uitgegaan van het kencijfer voor vrijstaande woningen. Eventuele collectieve voorzieningen zullen ten dienste staan van de bewoners op het park en genereren dus nauwelijks verkeersbewegingen. In totaal bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie voor de beoogde ontwikkelingen 709 motorvoertuigen per etmaal. Hiervan is dan ook uitgegaan in de Aerius berekening. Koude starts Voor de koude start van het verkeer is uitgegaan van 1 koude start per woning. De in totaal 100 woningen in de toekomstige situatie zorgen dus voor 100 koude starts.

te bepalende huidige verkeersgeneratie komt neer op 412 mvt/etmaal, zoals ook te zien is in de toelichting van het bestemmingsplan. Hiervan is dan ook uitgegaan in de Aerius berekening. Koude starts Voor de koude start van het verkeer is uitgegaan van 1 koude start per (recreatie)woning. De in totaal 74 (recreatie)woningen in de huidige situatie zorgen dus voor 74 koude starts. 2.4 Invoergegevens gebruiksfase en saldering Gebruik woningen Het plangebied en de uitstoot van de woningen is via een vlakbron ingevoerd over het gehele plangebied. Dit in de berekening van de gebruiksfase op dezelfde manier ingevoerd als bij de salderingsberekening. Verkeer De verkeersgeneratie van zowel de huidige als toekomstige situatie is ingevoerd in een lijnbron. Deze loopt over een route van ruim 2 kilometer vanaf het plangebied naar het dorp Hooge Mierde. Daar zal het verkeer in meerdere richtingen opsplitsen en opgaan in het heersend verkeersbeeld. . Zowel bij de berekening van de gebruiksfase als bij de salderingsberekening is dan ook 100% van het verkeer over deze route ingevoerd. Koude start De koude start is al aparte bron in de vorm van een vlak over het gehele plangebied ingevoerd.

2.3 Referentiesituatie Gebruik huidige functies De huidige functies op het terrein zorgen voor een stikstofuitstoot van 106 kg/jaar NOx. Verkeersgeneratie Aangezien er in de huidige situatie ook al sprake is van een recreatiepark en dus verkeersbewegingen is het van belang om ook de huidige verkeersgeneratie

2/5

Werktuig

Bouwjaar

Brandstof

Vermogen (kW)

Draaiuren

Graafmachine

va. 2019

Elektrisch

500

Sloopkraan

va. 2019

Elektrisch

300

Hijskraan

va. 2019

Elektrisch

750

Mobiele kraan

va. 2019

Elektrisch

Betonstorter

va. 2019

Diesel

Vorkheftruck

va. 2019

Elektrisch

150

Hoogwerker

va. 2019

Elektrisch

150

Trilplaat

va. 2019

Elektrisch

75

Bouwverkeer

Mvt/jaar

Licht

5000

Middelzwaar

1000

Zwaar

500

Brandstof- Tot. Brandstof- Ad Blue (liters) verbruik per verbruik uur

100 200

225

3. AERIUS-berekening bouwfase De bouwfase voorziet in de realisatie van:  Realisatie 11 nieuwe vrijstaande woningen  Realisatie 15 nieuw collectieve bijzondere woonvormen  Verbouwing en gedeeltelijke sloop/nieuwbouw van 72 (recreatie)woningen  Sloop van de bestaande/voormalige voorzieningen (o.a. restaurant/winkel).  Sloop twee bedrijfswoningen  Realisatie van circa 75% van het terrein in natuur.

19,54

4397

264

4. Resultaat en conclusie Uit de berekening van de gebruiksfase blijkt dat de toekomstige woningen en het verkeer van deze woningen zorgen voor een maximale depositie van maximaal 0,02 mol/ha/jaar op de rekenpunten op de Belgische Natura 2000-gebieden en 0,01 op Nederlandse Natura 2000-gebieden. Na interne saldering bedraagt de depositie maximaal 0,00 mol/ha/jaar. Uit de berekening van de bouwfase blijkt dat het plan zorgt voor een depositie van maximaal 0,00 mol/ha/jaar. Nadelige gevolgen van het plan op Natura 2000-gebieden zijn daarom uit te sluiten.

Deze bouwfase/aanlegfase zorgt voor een uitstoot aan stikstofemissies door de inzet van mobiele werktuigen en het bouwverkeer. In de tabel is dit weergegeven. Voor bouwverkeer geldt dat over het algemeen geen sprake is van koude starts. In dit geval is worst case nog een bron hiervoor opgenomen met 10% aan koude starts voor zowel de lichte, middelzware als zware voertuigen.

AERIUS-berekening Zwartven

3/5

Bijlage 1 - Berekening gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura -gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingen of op onze website.

Projectberekening

Contactgegevens Recht spersoon

BRO

Inri cht i ngslocat i e

Een den goor

a,

AA Hooge Mierde

Activiteit Omschri j vi ng

Heron twikkelin g recreatiepark Zwartven

Toeli cht i ng

Gebruiksfase met salderin g project Zwartven Hooge Mierde (gemeen te Reusel)

Berekening AERIUS kenmerk

S

Rekencon

gurat i e

Totale emissie

Gqn v

LBWZq

december

Dat um berekeni ng

OwN

,

:

-reken grid in cl. eigen reken pun ten

Rekenj aar

Emi ssi e NH

,

S alderi ng hui di ge recreat i epark - Referent i e

kg /j

£

Emi ssi e NO

,

kg /j

,

kg /j

ₓ

Gebrui ksfase woni ngen Zwart ven t e Hooge M i erden -

,

kg /j

Beoogd

Resultaten

Hoogst e bi j drage

S alderi ng hui di ge recreat i epark - Referent i e

Hexagon

Gebi ed

,

mol/ha/j

Kempen lan d-West

,

mol/ha/j

Kempen lan d-West

Gebrui ksfase woni ngen Zwart ven t e Hooge M i erden -

Beoogd

Gekart eerd oppervlak met t oename (ha)

-

Gekart eerd oppervlak met afname (ha)

-

Groot st e t oename

-

Groot st e afname

-

S2Gqnv5LBWZq (04 december 2024)

2/9

Projectberekening

Gebruiksfase woningen Zwartven te Hooge Mierden (Beoogd), rekenjaar

Emissiebronnen

Emi ssi e NH

Wonen en Werken | Woningen | Gebruik woningen

£

Emi ssi e NO

ₓ

-

,

kg /j

Verkeer | Koude start: overig | Koude start verkeer

,

kg /j

,

kg /j

Verkeersnetwerk

,

kg /j

,

kg /j

S2Gqnv5LBWZq (04 december 2024)

3/9

Projectberekening

Saldering huidige recreatiepark (Referentie), rekenjaar

Emissiebronnen

Emi ssi e NH

Wonen en Werken | Woningen | Gebruik woningen

£

Emi ssi e NO

ₓ

-

,

kg /j

Verkeer | Koude start: overig | Koude start verkeer

,

kg /j

,

kg /j

Verkeersnetwerk

,

kg /j

,

kg /j

S2Gqnv5LBWZq (04 december 2024)

4/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden.

m © OSM & Kadaster

Grootste toename (projectberekening) Habitatrichtlijn

Vogelrichtlijn Grootste afname (projectberekening)

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn

Hoogste totaal (achtergrond + Niet bepaald projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).

S2Gqnv5LBWZq (04 december 2024)

5/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura

gebieden situatie "Gebruiksfase

woningen Zwartven te Hooge Mierden" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura maximale rekenafstand van ,

-gebieden (binnen de

km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan

mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening"

(=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het e "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee

,

ect vanuit de

mol/ha/jaar.

Kempen lan d-West

S2Gqnv5LBWZq (04 december 2024)

6/9

Projectberekening

Per ei gen

Naam

Coördi naat

Proj ect bi j drage (mol

Boven loop van de Grote Nete met Zammelsbroek, Lan gdon ken

X:

-

en Goor. (

Y:

rekenpunt

N/ha/j r)

km)

Hageven met Dommelvallei, Beverbeekse Heide, Warmbeek en

X:

Waterin gen (

Y:

km)

Hamon terheide, Hageven , Buiten heide, Stamprooierbroek en

X:

Mariahof (

Y:

km)

Heesbossen , Vallei van Marke en Merkske en Rin gven met

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=d9e05917-3340-486e-980d-f21c9462ccf4