[24.11310] Jaarstukken 2023
Tekst van het document
In de nota grondbeleid staat te lezen dat de hoogte van dit krediet jaarlijks bij de begroting wordt vastgesteld. De besteding van dit krediet is afhankelijk van de mogelijke grondaankopen. Het is dus de bedoeling dat dit krediet niet wordt afgesloten maar jaarlijks beschikbaar blijft. In 2021 is gestart met onderhandelingen voor de aankoop van gronden (locaties van gebiedsontwikkelingen binnen het stedelijk gebied). Deze onderhandelingen waren in 2023 nog niet afgerond en hebben in 2023 nog niet tot een concreet resultaat geleid en dus ook niet tot uitgaven. 7. Aankoop grond Willibrordlaan 13 Dit krediet is gebruikt voor het strategische aankoop van het perceel. Op dit moment is nog geen bestemming voor de grond gevonden maar in de toekomst is dit een mogelijke locatie voor de nieuwbouw van Clemensschool Hulsel.
94
8. Kleine Hoeve fase II Voor het plan Kleine Hoeven fase 2 zijn we bezig met de voorbereiding om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan in de gemeenteraad. Als we kijken naar de gemaakte kosten in 2023 dan hebben we in dat kader met name kosten gemaakt voor onderzoeken en advieskosten. Tevens is er vanuit het krediet een bijdrage betaald voor de realisatie van de reconstructie van de weg Hamelendijk, Kleine Hoeve, Hallenstraat. 9. Hasselt fase III De gemeente heeft voor de planvorming voor het plan Hasselt III alle gronden inmiddels gekocht. De gemeente is bezig met de voorbereiding van het plan Hasselt III. De omgevingsdialoog bestaande uit plenaire sessie met aanwonenden en keukentafelgesprekken met aanwonenden aan het plangebied is inmiddels afgerond. Deze input wordt meegenomen in het opstellen van het stedenbouwkundige plan. Er vindt nog een terugkoppeling plaats aan alle aanwonenden wat we als gemeente wel en niet hebben meegenomen in het stedenbouwkundige plan.
95
96
4.1. Balans
ACTIVA (bedragen in €)
Ultimo 2023
Ultimo 2022
Vaste activa Immateriële vaste activa ● Onderzoek en ontwikkeling ● Bijdrage aan activa in eigendom van derden
0
0
680.544
705.813
Totaal immateriële vaste activa
680.544
705.813
Materiële vaste activa ● Investeringen met een economisch nut
16.894.114
14.002.560
● Investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
9.277.182
8.780.404
● Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
15.256.115
13.082.065 41.427.411
Totaal materiële vaste activa
35.865.028
Financiële vaste activa ● Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen
11.685
11.685
● Overige langlopende leningen
253.327
284.649
● Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar
0
Totaal financiële vaste activa Totaal vaste activa
0 265.012
296.334
42.372.967
36.867.175
Vlottende activa Voorraden ● Grond- en hulpstoffen: 0
0
● Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie:
- overige grond- en hulpstoffen
19.885.770
18.547.695
- voorziening voorraad grond in exploitatie
-17.429.819
Totaal voorraden
-17.008.230 2.455.951
1.539.465
Uitzettingen met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar ● Vorderingen op openbare lichamen
4.058.263
4.180.992
● Schatkistbankieren
3.835.619
6.044.159
● Overige vorderingen
1.628.351
2.272.264
● Voorziening dubieuze debiteuren
-80.125
Totaal uitzettingen met rentetypische looptijd ≤ 1 jaar
-142.572 9.442.109
12.354.843
Liquide middelen ● Kassaldi
586
● Banksaldi
163.173
Totaal liquide middelen Overlopende activa ● Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
1.719 0 163.759
5.367.145
1.719
2.466.690
Totaal overlopende activa
5.367.145
2.466.690
Totaal vlottende activa
17.428.964
16.362.717
TOTAAL ACTIVA
59.801.931
53.229.892
97
PASSIVA (bedragen in €)
Ultimo 2023
Ultimo 2022
Vaste passiva Eigen vermogen ● Reserves: - algemene reserve
11.940.078
8.554.545
- bestemmingsreserves
11.332.836
11.014.334
● Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten
9.082.718
Totaal eigen vermogen
Voorzieningen
6.504.546 32.355.632
26.073.424
4.015.833
4.789.375
Vaste schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar ● Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen
13.511.204
13.647.615
Totaal vaste schulden
13.511.204
13.647.615
Totaal vaste passiva
49.882.668
44.510.414
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar ● Banksaldi
0
● Kasgeldleningen < 1 jaar
0
0
4.146.973
3.043.763
● Crediteuren ● Overige schulden
236.002
519.994
Totaal netto vlottende schulden
394.887 4.666.966
3.674.652
Overlopende passiva ● Nog te betalen bedragen
2.750.190
● Overige vooruitontvangen bedragen
2.502.105
3.275.473 1.769.353
Totaal overlopende passiva
5.252.296
5.044.826
Totaal vlottende passiva
9.919.262
8.719.478
TOTAAL PASSIVA
59.801.931
53.229.892
Totaalbedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt
31.763.000
29.950.000
98
Toelichting balans Afschrijvingsbeleid Op 7 juli 2020 is een herziene Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid vastgesteld door de raad. In november 2021 is het Beleidsplan openbaar groen 2022-2031 vastgesteld. Voor het groenareaal zijn hierin nieuwe afschrijvingstermijnen opgenomen. Deze termijnen worden gehanteerd voor toekomstige investeringen. Uitgangspunten Voor zover niet anders vermeld, zijn de activa gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Investeringen van vóór 2017 worden verantwoord volgens de zogenaamde bruto methode: afschrijven op de volledige investering en indien subsidies of bijdragen derden ontvangen worden, tegelijkertijd negatief afschrijven over de subsidie, bijdrage e.d.. Ingaande heeft 2017 hierop een wijziging plaatsgevonden omdat op basis van de gewijzigde Bbv-voorschriften de bijdragen van derden in mindering moeten worden gebracht op de investering en er dus afgeschreven moet worden op basis van de netto-investering. Voor investeringen waarbij het krediet vóór 2004 (= datum invoering Bbv) is gevoteerd en waarvoor dekking uit reserves is aangewezen, wordt nog wel direct afgeschreven (= netto methode). Nieuwe investeringen zijn gebaseerd op de afschrijvingstermijnen zoals opgenomen in de herziene nota 2020. Bestaande investeringen ondergaan geen wijziging qua afschrijving.
Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (artikel 64 lid 3 Bbv). Over het algemeen hebben gronden en terreinen geen beperkte gebruiksduur en wordt er dus niet op afgeschreven. Onder andere kunstgrasvelden kennen wel een beperkte gebruiksduur. Hierop wordt dan ook afgeschreven. Lineaire afschrijving is het uitgangspunt. Investeringen tot € 5.000 worden ineens afgeschreven. In de ramingen worden jaarlijkse kapitaallasten bepaald op basis van de begrote investeringsbedragen totdat de investering is afgerond, vanaf welk moment de werkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs als basis voor de afschrijving dient. De werkelijke afschrijving vindt plaats op basis van werkelijk uitgegeven bedragen op maandelijkse basis. Van activa welke als gevolg van verkoop, sloop, diefstal, verlies en dergelijke niet of niet meer in bezit zijn van de gemeente, wordt de restant boekwaarde in het desbetreffende jaar afgeboekt ten laste van de exploitatie. Eventuele opbrengsten uit verkoop, verzekeringsgelden of anderszins worden in datzelfde jaar ten gunste van de exploitatie gebracht. Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde.
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Vermeerderingen en verminderingen op balansposten betreffen de lasten en baten in het boekjaar en komen derhalve vaak niet overeen met de totale besteding van kredieten of budgetten. Eigen bijdragen CAK Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK (Centraal Administratie Kantoor). De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is.
Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen. Gebeurtenissen na balansdatum Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan welke verwerkt zouden moeten worden in de staat van baten of lasten en/of de balans.
99