CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

23.13179 Ontwerpbestemmingsplan "Stedelijk gebied, herziening Ekkershof Reusel" Toelichting

Gemeenteraad 30 januari 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan "Stedelijk gebied, herziening Ekkershof Reusel"16.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-

De initiatiefnemer dient deze opties te doorlopen en te beargumenteren voor welke optie wordt gekozen. ‘Vasthouden’ betekent infiltratie in de bodem. Als hergebruik en (volledige) infiltratie niet mogelijk zijn, is afvoer naar een oppervlaktewater / riolering mogelijk. In dit geval kan een compenserende berging noodzakelijk zijn. Bij een compenserende berging kan worden gedacht aan een vijver, een infiltratievoorziening of buffersloot met een geknepen afvoer naar een watergang. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid eisen aan de afvoer van hemelwater. Voor hemelwaterafvoer naar oppervlaktewater gelden de bepalingen uit de Keur 2015 van het Waterschap; art. 15 van de Algemene regels resp. art. 13 van de Beleidsregels.

UrbiTom

28

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

-

In de waterparagraaf dient duidelijk te worden welk type infiltratie- en/of bergingsvoorziening wordt toegepast. Middels een tekening kan inzicht worden gegeven in de locatie en het ruimtebeslag van de voorziening(en). Hierbij dient aandacht te worden besteed aan de leegloop en overstort van de voorziening. Tevens dient inzichtelijk gemaakt te worden dat door de nieuwe ontwikkeling er geen problemen elders worden veroorzaakt. Bij de inrichting, bouwen en beheer dienen zo min mogelijk vervuilende stoffen te worden toegevoegd aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Conform de waterkwaliteitstrits, 1. schoonhouden 2. scheiden 3. zuiveren, dienen de mogelijkheden voor bronmaatregelen (schoonhouden) te worden onderzocht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zorgvuldige materiaalkeuze (pakket duurzaam bouwen), geen blootstelling van uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, koper en lood aan hemelwater en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (weg- en groenbeheer). Beleid Gemeente Reusel ‐ De Mierden Het waterbeleid van de gemeente Reusel - De Mierden is opgenomen in het (verbreed) gemeentelijk rioleringsplan 2017-2021 (vGRP). Het vGRP beschrijft het beleid, de ambities en de te nemen maatregelen ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater binnen de gemeente. Hemelwater mag niet worden geloosd op het vuilwaterriool.

Het hemelwater dient daarom in de bodem te infiltreren of te worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Op plaatsen waar sprake is van grote dakoppervlakten wordt rechtstreekse (gebufferde) lozing van dakwater naar de bodem of naar oppervlaktewater aanbevolen. Voor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente naar het toepassen van zuiverende voorzieningen in de vorm van een bodem/ bermpassage, alvorens het naar het oppervlaktewater wordt geloosd. 5.4.2

Locatiestudie Het onderzoeksgebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend gemeente Reusel sectie C, nummers 3433, 4405, 4853, 4855 en 4852 gedeeltelijk met een gezamenlijke oppervlakte van circa 4.270 m2. Toename verharding en noodzaak waterberging Het terrein is in de bestaande situatie nagenoeg geheel onverhard op ca. 85 m2 verharding ter plaatse van een onvoltooide woning na. Door de ontwikkeling is er sprake van een toename van de verharding van ca. 3.005 m2, zoals in onderstaande tabel is verduidelijkt. In hoofdstuk 3, planbeschrijving, zijn tekeningen opgenomen, waarin verder verduidelijkt wordt hoe de bestaande en nieuwe situatie zich tot elkaar verhouden.

UrbiTom

29

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Bebouwing

Verharde buitenruimte Totaal verhard oppervlak Onverhard oppervlak Totaal perceelsoppervlak

Huidige situatie (m2) 85

Gemeente Reusel-De Mierden

0

Toekomstige situatie (m2) 985 (alleen verharde dakoppervlakken, dus exclusief 335 m2 sedumdaken) 2130

85

3115

4190

1155 (inclusief 335 m2 sedumdaken) 4270

4270

Infiltratiemogelijkheden Afgaand op de gegevens van de dichtst bij het plangebied gelegen grondwatermonitoringsbuis B56F0107001 aan het Weijererf, zuidoostelijk van het plangebied, is er sprake van een lage gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van 2 m onder de piezometer, die zich onder maaiveld bevindt (zie afbeelding hieronder, bron: Dinoloket).

De gegevens van het Waterschap reiken tot aan de Wegekker (ca. 30 m ten zuiden van het plangebied). Hier is aangegeven dat de GHG ca. 1.20 m –mv is. Het terrein ligt in het plangebied ca 30 cm hoger dan rond de Wegekker, dus mag worden aangenomen dat de GHG hier lager is dan 1.20 m –mv. Bij het veldbezoek voor het verkennend bodemonderzoek op 9 februari 2022 is een grondwaterstand gemeten van 2.70 m –mv. Afgaande op deze metingen kan er met enige zekerheid van worden uitgegaan dat de GHG in ieder geval niet hoger dan ca. 1.50 m –mv komt. Uit het verkennend bodemonderzoek (bijgevoegd als bijlage bij deze toelichting) blijkt dat er sprake is van een ondergrond van matig fijn zand en dat zich geen leemlagen op de verkende diepten bevinden. De infiltratiegrondslag is daarmee goed te noemen (k-waarde tussen 1 en 5).

UrbiTom

30

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Berging: vereiste omvang en mogelijkheden Met behulp van een eenvoudige rekenregel uit de Algemene Regel, behorend bij de Keuren van de drie Brabantse waterschappen, kan de vereiste compensatie per ontwikkelscenario berekend worden. Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoelig‐ heidsfactor x 0,06. Blijkens de keurkaart ‘Algemene regel versnelde afvoer regenwater door verhard oppervlak’ van het waterschap bedraagt de gevoeligheidsfactor ‘1’. Voor het plangebied gaat het derhalve om een bergingseis van 3.030 x 1 x 0,060 = 181,8 m3.

Een deel van deze berging wordt voorzien door de aanleg van sedumdaken op de aanbouwen van de patiowoningen aan de achterzijde. Hiermee wordt een waterberging bereikt van 20 – 30 mm (bron: rekentool waterberging gemeente Eindhoven, sedumdak), gemiddeld 25 mm. De berging, die hier bereikt kan worden, bedraagt (360 x 0.025 =) 9 m3. Open bergingsmogelijkheden in het plangebied zijn voorhanden in de centrale plantsoenstrook op het plein. Wanneer hier wordt voorzien in een wadi met flauw talud (1:5) kan een diepte van ca. 60 cm bereikt worden in het midden. Wanneer rekening wordt gehouden met bomen op de koppen van de wadi en struiken, die goed (tijdelijk) met de voeten in het water kunnen staan kan ca 40 m lengte van het plantsoen (dat ca. 6 m breed is) benut worden als wadi. Dat levert dan een bergingscapaciteit op van (40 x 0,6 x 6 / 0,5 = ) ca. 72 m3. Bij het toepassen van een zaksloot (talud 1:3) in het plantsoen en alleen bomen op de koppen kan de lengte ca. 40 m bedragen en de diepte ca. 1 m worden. Bergingscapaciteit is dan (40 x 1 x 6 / 0.5 =) ca. 120 m3. In dat geval kan er maar weinig opgaand groen op het plantsoen komen en is er geen ruimte voor verblijf (tenzij er, bijv. met een vlonder gewerkt wordt).

De buitenruimte bij de woningen is beperkt, zodat ondergrondse berging op de woonpercelen ook beperkt is. Deze zou bijvoorbeeld gemaakt kunnen worden in de vorm van een verticale infiltratievoorziening of onder de opritten onder de carports. Berging kan ook plaatsvinden onder de openbare parkeerplaatsen met infiltratiekratten. Gezien de belasting van de parkeerplaatsen (auto’s), moet dan echter een vrij dikke laag grond over de kratten worden aangebracht (50 à 60 cm). Berging kan alleen worden gecreëerd boven de GHG, dus tot een diepte van ca. 1.50 m –mv. Dit houdt in dat onder de parkeerplaatsen ca. 1m berging gemaakt kan worden. De maximaal te realiseren bergingscapaciteit zou dan, uitgaande van een oppervlak van 12.5 m (grootte van een parkeerplaats), uitkomen op (16 parkeerplaatsen x 12,5m2 x 1m1 =) 200 m3. Ook de aanleg van een IT-riool onder de rijbaan in het plangebied is een optie.

UrbiTom

31

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Duidelijk is in ieder geval dat er voldoende mogelijkheden zijn binnen het plangebied om de vereiste berging te realiseren. Bij zware buien kan het zijn dat regenwater onvoldoende tijd heeft om te infiltreren. Daarom zal in de nadere uitwerking van het plan, tijdens het uitvoeringstraject, worden voorzien in een noodoverloop, wanneer de volledige berging in het gebied vol is. Gezien de lagere ligging van het plangebied ten opzichte van de omringende bestaande woonpercelen (maaiveldhoogte plangebied overwegend ca. 32.5 + N.A.P. aan zuidrand plaatselijk ca. 32.25 m + N.A.P. – maaiveldhoogte omringende woonpercelen ca. 32.4 m + N.A.P. – 33,0 m + N.A.P.) zal bij de nadere uitwerking ermee rekening worden gehouden dat water kan afstromen naar het plangebied, bijvoorbeeld door terrein op te hogen (voldoende verschil tussen de bouwpeilhoogte voor de woningen en de straat zodat deze als noodopvang voor water kan fungeren. Het bergingsaspect zal nader worden uitgewerkt in de uitvoeringsfase. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg geen gebruik maken van uitloogbare materialen, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. Vuilwater wordt aangeboden aan het gemeentelijk riool. Hemelwater wordt geïnfiltreerd.

Conclusie In het kader van de planprocedure zijn de gevolgen ten aanzien van de waterhuishouding inzichtelijk gemaakt en de daaruit voortkomende waterbergingsbehoefte. Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggend initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Er zijn voldoende mogelijkheden binnen het plangebied om de vereiste berging te realiseren. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water.

5.5

Geluid Bepaald moet worden of er sprake is van geluidsbelasting ten gevolge van nabijgelegen wegen en het beoordelen of er voldaan wordt aan de bepalingen van de Wet geluidhinder (Wgh). Voor wegen met een onderzoekszone is vanwege de beoogde nieuwbouw van woningen een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai vereist. In het plangebied zijn nieuwe geluidgevoelige functies (woningen) voorzien. Het plangebied niet gelegen binnen de 200 m-zone van wegen met een onderzoeksplicht (wegen met een snelheidsregime van 50 km/u of meer). De overige wegen rond het plangebied betreffen 30 km-wegen zonder onderzoekszone.

UrbiTom

32

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

De Kruisstraat is een lange straat met een zekere verkeersbelasting, maar vormt geen echte route vanuit het dorp naar het zuiden, omdat er ten zuiden van Reusel geen primaire verbindingen met andere bestemmingen zijn. Het is dus een straat die overwegend een ontsluitingsfunctie vervult voor de aanliggende zijstraten. De nieuwe woningen worden van geluid afgeschermd door de bebouwing die rond het plangebied ligt. De nieuwe woningen liggen bovendien op afstand van de Kruisstraat (kortste afstand van hart rijbaan Kruisstraat tot bebouwingsmogelijkheden voor hoofdbebouwing in het bestemmingsplan bedraagt ca. 50 m). Daarom is nader akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling die met onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.

5.6

Luchtkwaliteit

5.6.1

Algemeen Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2.5 en PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: -

5.6.2

ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht; een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit); een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekenende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’.

UrbiTom

33

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

5.6.3

Gemeente Reusel-De Mierden

De ontwikkeling leidt niet tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit Ingevolge de Europese richtlijn milieukwaliteit, worden in de Wet milieubeheer de volgende grenswaarden gehanteerd: grenswaarde jaargemiddelde concentratie PM10 = 40 μg/m3. grenswaarde jaargemiddelde concentratie PM2.5 = 25 μg/m3. grenswaarde jaargemiddelde concentratie NO2 = 40 μg/m3. Zoals op navolgende kaarten is te zien blijven de concentraties PM10, PM2.5 en NO2 ter plaatse van het plangebied ruim onder de aangegeven grenswaarden.

UrbiTom

34

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van 14 nieuwe woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’. De kaarten met gemiddelde concentraties fijnstof en stikstof van het RIVM laten zien dat deze ruim onder de grenswaarden blijven, die ingevolge de Europese richtlijn milieukwaliteit van toepassing zijn voor een goede luchtkwaliteit.

5.7

Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Uit gemeentelijke gegevens blijkt dat het initiatief niet gelegen is in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, van transportroutes en van leidingen.

Uitsnede uit de kaart Veiligheid van de Atlas Leefomgeving UrbiTom

35

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Brandveiligheid Het plangebied bestaat uit een straat, die eindigt in een pleinruimte. De rijbaan van de straat heeft een minimumbreedte van 4.5 m (plaatselijk 6m vanwege indraairuimte haaksparkeren). De rijbaan rond de pleinruimte heeft een breedte van 4 m. Het plein is onvoldoende breed om in 1x een keerbeweging te kunnen maken. Hiervoor is een draaicirkel met een straal van 10 m nodig. Wel kan met 1x achteruitsteken de keerbeweging worden voltooid. Aan de achterzijde van het plein zit een calamiteitenroute met een breedte van 4.2 m. Deze kan voorzien worden van paaltjes, die kapotgereden kunnen worden door de brandweer. Omdat de verwachting is dat de brandweer niet frequent in de Ekkershof moet zijn, kan in voorkomende gevallen ook doorgereden worden vanaf het pleintje via de calamiteitenroute naar de Wegekker, alsof het om een doorgaande straat gaat. Onderstaande tekening laat, met in rood de rijcurves (binnenstraal 5.5 m, buitenstraal 10 m) zien dat de Ekkershof goed bereikbaar is voor een brandweerauto. Bij de calamiteitentoegang staat een boom aan de westzijde in de berm van de Wegekker (zie tekening). Vanaf de oostzijde is de calamiteitentoegang zonder obstakels benaderbaar.

Situatietekening met rijcurves brandweer in rood aangegeven

Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid worden geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling verwacht.

UrbiTom

36

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

5.8

Flora en fauna

5.8.1

Algemeen Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er zijn plannen om de huidige bebouwing te slopen om plaats te maken voor nieuwe woningen. Vanwege dit voornemen is het noodzakelijk de ingreep te toetsen aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, om zicht te krijgen of er effecten optreden op beschermde natuurwaarden. Dit is via een veldbezoek beoordeeld. Dit onderzoek is in maart 2022 uitgevoerd, waarbij het plangebied is bezocht en beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Het onderzoek is gerapporteerd in een quickscan, die als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. De conclusies uit deze rapportage zijn navolgend weergegeven.

5.8.2

Beschermde natuurgebieden Het is voor een goede ruimtelijke ordening van belang dat geen sprake is van significante gevolgen voor de omliggende natuur. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De provincie Noord-Brabant hanteert geen externe werking als het gaat om NNB. De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Kempenland-West, bedraagt ca. 3.75 km. Om de stikstofdepositie vanwege het initiatief te bepalen, is een berekening uitgevoerd. In navolgende paragraaf ‘stikstofdepositie’ worden de resultaten hiervan besproken. De stikstofdepositie vanwege het initiatief bedraagt minder dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is derhalve geen noodzaak voor nadere toetsing of een compensatieplan.

5.8.3

Beschermde soorten Vaatplanten Op en in directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen beschermde en/of bijzondere vaatplanten aangetroffen of te verwachten. De huidige begroeiing betreft gras. Het is zichtbaar dat het tot voor kort dienst heeft gedaan als grasland (al dan niet voor agrarische doeleinden). Op en rondom het de perceel is zijn geen bloemrijke schrale randen aanwezig. Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) Door het ontbreken van optimaal ontwikkelde struiken en bomen op of rondom het perceel is het uitgesloten dat er vogels broeden waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Het gebied is geheel ongeschikt voor broedvogels (al of niet met beschermde nesten). Grondbroedende soorten zoals kievit, grutto, graspieper en dergelijke zijn eveneens uit te sluiten, aangezien het perceel geheel niet geschikt is voor deze soorten om te broeden, mede door de kleinschaligheid en de ligging te midden van een bewoond gebied.

UrbiTom

37

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Grondgebonden zoogdieren Het gebied vormt op geen enkele wijze geschikt leefgebied voor beschermde grondgebonden soorten zoogdieren. Dit heeft te maken met het geheel ontbreken van structuurrijke plekken (bijvoorbeeld plekken waar takkenrillen liggen, dood hout aanwezig is, braamstruwelen groeien e.d.) daarnaast is de ligging te midden van een bewoond gebied geen geschikt leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Er kunnen wel enkele soorten muizen voorkomen (zoals aardmuis, veldmuis en huisspitsmuis) en in mindere mate als foerageergebied dienstdoen voor soorten als konijn of egel. Zwaar beschermde soorten zijn op voorhand uit te sluiten. Hiervoor zijn geen optimale habitats aanwezig en/of ontwikkeld. Vleermuizen Het gebied en het gebied rondom is geen optimaal/primair jachtgebied voor vleermuizen. Er zal in zeer beperkte mate gejaagd kunnen worden door enkele soorten, maar het gebied is dermate slecht ontwikkeld dat hier geen grote aantallen zullen jagen en de jachttijd zal van korte duur zijn. De werkzaamheden zullen dan ook geen invloed hebben op vleermuizen, aangezien dit geheel geen primair jachtgebied vormt voor vleermuizen. Een nader onderzoek is dan ook niet nodig. Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig op het perceel, omdat er geen bomen met holtes staan en geen geschikte bebouwing staat die vleermuizen kunnen huisvesten.

Vissen, amfibieën, reptielen en libellen Beschermde en of bijzondere vissen, amfibieën en libellen zijn in het plangebied niet aangetroffen en/of te verwachten. Er is nergens optimaal voortplantings- en leefgebied ontwikkeld voor deze soorten. De regenplassen die zijn ontstaan zullen in de zomerperiode opdrogen en geen voortplantingsplek vormen voor waterbewonende soorten. Schrale bloemrijke vegetaties waar de insectenrijkdom hoog is ontbreken geheel. Dagvlinders en overige ongewervelden Algemeen voorkomende soorten dagvlinders en overige ongewervelden zullen in de zomerperiode het gebied aandoen als doorvlieggebied of als foerageergebied. Ei-afzetgebieden voor beschermde soorten zijn niet aanwezig en/of ontwikkeld. Daarvoor is het gebied ongeschikt. Zwaar beschermde soorten zijn niet aangetroffen en/of te verwachten. 5.8.4

Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.

UrbiTom

38

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen). Conclusie Op- en rondom het perceel zullen enkele vleermuizen voor een korte periode kunnen jagen. Essentieel foerageergebied is geheel niet aanwezig. Hiervoor is er geen optimale struiken en bomenvegetatie aanwezig. Er is ook geen sprake van aantasting van primaire vliegroutes, omdat deze niet aanwezig zijn op de locatie door het ontbreken van een opgaande bomenstructuur.

Op de locatie zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen in bomen en bebouwing aanwezig, omdat deze niet aanwezig zijn. Nader onderzoek naar het gebruik van de planlocatie door vleermuizen is daarom niet noodzakelijk. Overtredingen van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming treden niet op. Effecten op beschermde soorten grondgebonden zoogdieren zijn uit te sluiten. De beoogde ingreep heeft geen negatief effect op beschermde soorten en daarmee treden er geen overtredingen van verbodsbepalingen op van de Wet natuurbescherming. Effecten op broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) zijn uit te sluiten. Er zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig die als zodanig dienst kunnen doen. Effecten op algemeen voorkomende soorten broedvogels die in de nabijheid van het gebied kunnen broeden, zijn te voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode (dus buiten de periode half maart-half juli). Effecten op beschermde soorten amfibieën, vissen, dagvlinders, libellen, reptielen en andere ongewervelden treden niet op, omdat er geen optimaal habitat ontwikkeld is. In het kader van de Wet natuurbescherming kan geconcludeerd worden dat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden zoals beoogd.

5.9

Stikstofdepositie Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft “Kempenland West” (gebiedsnummer 135). Om te bezien of er sprake is van stikstofdepositie is in februari 2022 door Van Empel Milieuadvies met de AERIUS Calculator 2021 een berekening gemaakt van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Deze berekening is opgenomen in de bijlage bij deze bestemmingsplantoelichting. Vanaf 1 juli is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (WSN) in werking getreden. De WSN voorziet in een partiële vrijstelling voor de tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw,

UrbiTom

39

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

sloop en aanleg (de effecten in de aanlegfase). Deze tijdelijke effecten zijn vrijgesteld van de vergunningplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming. Derhalve zijn de effecten van de aanlegfase zijn in dit onderzoek niet inzichtelijk gemaakt. Conclusie Uit de rekenresultaten blijkt dat de gewenste ontwikkeling in zowel de aanlegfase en de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. De stikstofdepositie in de beoogde situatie bedraagt 0,00 mol/ha/jr. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie en toekomstige gebruiksfase, geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000gebieden veroorzaakt. Conform de “Handreiking Voortoets Stikstof van BIJ12 is geen passende beoordeling noodzakelijk.

5.10

Hinderlijke bedrijvigheid Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende milieubelastende functies en gevoelige functies, zoals wonen, noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. In de VNG-handreiking worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/’rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Voor het plangebied is het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ van toepassing.

Fragment uit geldend bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’ met daarin blauwomlijnd aangegeven de begrenzing van het plangebied.

UrbiTom

40

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Zoals voorgaande uitsnede van de het geldende bestemmingsplan in en rondom het plangebied laat zien, is er slechts éen bedrijfsbestemming aanwezig in de nabijheid van het plangebied en betreft het verder alleen woonbestemmingen. Binnen de bedrijfsbestemming aan de Kruisstraat 114 is, op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’ alleen bedrijvigheid toegelaten tot en met milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand vanwege potentiële bedrijfshinder van 30 m vanuit de grens van de bedrijfsbestemming tot de bouwmogelijkheden voor gevoelige bestemmingen, zoals woonbebouwing. De daadwerkelijke kortste afstand bedraagt ruim 60 m, derhalve ruimschoots meer dan de richtafstand. Conclusie In het plangebied en de omgeving is geen niet-agrarische bedrijvigheid aanwezig die belemmeringen oplevert voor de woonkwaliteit. Ook levert de nieuwe bouwmogelijkheid voor woningen in het plangebied geen beperkingen op voor bedrijvigheid in de omgeving.

5.11

Gezondheid

5.11.1 Pluimvee‐ en varkenshouderijen De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit vrijkomende fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een belangrijk bestanddeel in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 2.0’ opgesteld. Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten. De voorlopige onderzoekresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie.

Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is een berekeningsmodel opgesteld waarmee de individuele afstandscontour of endotoxine-risicocontour van 30 EU/m³ eenvoudig bepaald kan worden.

UrbiTom

41

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

In de Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 2.0’ worden de volgende richtafstanden gehanteerd: Pluimveebedrijven: binnen een afstand van 1 kilometer liggen woon- of verblijfsruimten van derden Overige veehouderijen: binnen afstand van 250 meter ligt een bebouwde kom. Binnen 250 m afstand komen geen actieve veehouderijen voor. De dichtstbijzijnde veehouderij betreft een varkenshouderij aan de Sleutelstraat 16 op ca. 560 m van het plangebied. Binnen 1 kilometer van het plangebied liggen 3 pluimveebedrijven: Bedrijf ‐ adres

Afstand tot plangebied in m

Fijnstofemissie in kg/jaar

Vleeskuikens - Lange Dijk 2A

660

Vleeskuikens - Lange Dijk 4

880

Vleeskuikens - Lange Dijk 5

680

1719,785 1208,742 1427,06

(bron: www.bvb.brabant.nl).

De uitkomsten van endotoxine-onderzoek zijn uitgewerkt in een aanvullend onderzoek ‘Endotoxine concentraties rond stallen; indicatieve modelberekeningen’ (ErbrinkStacks Consult, 5 september 2016). Deze hebben voor vleeskuikens geresulteerd in onderstaande grafiek, waarin de fijnstofemissie van een vleeskuikenhouderij is uitgezet tegen de minimale afstand die moet worden aangehouden tot een gevoelige bestemming om te voldoen aan de advieswaarde voor endotoxinen van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3.

Het vleeskuikenbedrijf dat zowel op de kortste afstand tot het plangebied ligt, als de hoogste fijnstofemissie heeft, is het bedrijf aan de Lange Dijk 2A. Uit de grafiek blijkt dat overschrijding van de advieswaarde van 30 EU/m3 zou optreden, wanneer het bedrijf op minder dan ca. 250 m van het plangebied zou liggen. De daadwerkelijke afstand bedraagt 660 m, dus ruimschoots meer dan 250 m. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een overschrijding van de endotoxine advieswaarde ter plaatse van het plangebied.

UrbiTom

42

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

5.11.2 Geitenhouderijen Uit het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) van het RIVM in 2017 is gebleken dat zich in een straal tot tussen 1,5 en 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Het is nog onbekend waardoor dit precies komt. Van belang is wat nog toegestaan kan worden binnen de invloedssfeer van een geitenhouderij. Zolang nog niet duidelijk is waardoor het verhoogde risico bij geitenhouderijen ontstaat, heeft het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht een advies memo opgesteld. Daarin wordt gesteld dat de goede ruimtelijke ordening vraagt om aanhouding van besluitvorming over het toevoegen van gevoelige functies binnen 2 km van een geitenhouderij totdat meer duidelijk is over de oorzaak van de gezondheidsrisico’s. Binnen 2 km van het plangebied zijn geen geitenhouderijen aanwezig. Dichtstbijzijnd is een geitenhouderij aan de Baan 3 te Hooge Mierde, die op ca. 5 km van het plangebied ligt. 5.11.3 Conclusie Vanuit het aspect veehouderijen en volksgezondheid is het nieuwbouwplan aan de Ekkershof aanvaardbaar.

5.12

Geurhinder Het beleid ten aanzien van het aspect geur is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) die op 1 januari 2007 in werking is getreden. Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. In de wet zijn normen bepaald die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de geuremissie van een dier niet bekend is (geen geuremissiefactoren vastgesteld), stelt de wet minimumafstanden tussen veehouderij en geurgevoelig object. Als die geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend met contouren. De emissie van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenheden (OUÅ of OUÅ/S). Hiervoor zijn emissiefactoren vastgelegd in de Regeling geurhinder en veehouderij. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maximale belasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. Door de ODZOB is in februari 2021 een kaart vervaardigd waarop de achtergrondbelasting vanwege geurhinder is weergegeven voor Noord Brabant.

Op onderstaande uitsnede van deze kaart is te zien dat het plangebied is gesitueerd binnen een leefomgeving met de kwalificatie ‘goed’. Ten zuiden van het plangebied liggen diverse veehouderijbedrijven. Het bedrijf aan de Sleutelstraat 16 ligt op de kortste afstand tot het plangebied: ca. 560 m. De overige bedrijven liggen op grotere afstand. Tussen deze bedrijven en het plangebied ligt een substantieel aantal woningen in de bebouwde kom van Reusel, die dus op kortere afstand van deze veehouderijen gesitueerd zijn.

UrbiTom

43

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Uitsnede kaart achtergrondbelasting geur Brabant (ODZOB)

Conclusie De leefomgeving van het plangebied en omgeving is gekwalificeerd als ‘goed’. Er liggen diverse veehouderijen ten zuiden van het plangebied (kortste afstand 560 m). Het plangebied kent in de directe omgeving woonbestemmingen, die op kortere afstand van deze veehouderijen gesitueerd zijn. Deze woningen zijn maatgevend voor de toelaatbare geurbelasting. Geurhinder vormt derhalve geen belemmering voor woningbouw in het plangebied.

5.13

Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn en om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. In de nabijheid van het plangebied zijn geen agrarische bestemming gelegen. De kortste afstand tot de meest nabijgelegen agrarische bestemming bedraagt meer dan 130 m.

UrbiTom

44

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Conclusie Er is geen sprake van beperkingen voor het gebruik van het plangebied door spuitzones of van beperking van spuitzones door het voorgenomen gebruik van het plangebied ten opzichte van de situatie in het geldende bestemmingsplan.

5.14

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.‐beoordeling Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); 2. Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden; 3. Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r.

wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (Hof van Justitie EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij ‘kleine projecten’ (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen.

Beoordeling Vaste gedragslijn van de gemeente Reusel-De Mierden is, dat er voor initiatieven met minder dan 5 woningen geen vormvrije mer-beoordeling hoeft te worden gedaan, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden in verband met de aanwezigheid van natuur.

UrbiTom

45

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Voorliggend initiatief betreft 14 woningen, dus is een vormvrije mer-beoordeling aan de orde. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- plichtig besluit, indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C-lijst of D-lijst van het Besluit m.e.r. In onderhavige situatie is er sprake van een ontwikkelingslocatie voor woningbouw. Dit betreft geen activiteit die voorkomt op de C-lijst. De activiteit komt wel voor op de D-lijst, namelijk onder categorie D 11.2, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De grenswaarde betreft hier gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op o.a. een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Onderhavig plan betreft de toevoeging van 14 nieuwe woningen. De ontwikkeling ligt derhalve ver beneden de drempelwaarde uit de D-lijst zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Geconcludeerd kan worden dat het plan niet kaderstellend is voor een m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit. Wat betreft het eerste criterium geldt er dus geen plicht tot het opstellen van een MER. Middels de toetsing aan de overige milieuaspecten in dit hoofdstuk heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden.

Hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000gebieden. Dit is aangetoond met een berekening van de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010. Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Provinciale milieuverordening Noord Brabant 2010. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.

5.15

Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling binnen het plangebied. Binnen het plangebied is verder geen sprake van straalpaden en invloeden van zendmasten. Voor aanvang van werkzaamheden zal een KLIC-melding worden verricht.

UrbiTom

46

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

6

Gemeente Reusel-De Mierden

Uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan moet zowel op maatschappelijk als op financieel vlak haalbaar zijn. Dit hoofdstuk wordt een beknopte financiële toelichting gegeven en zijn de doorlopen procedures en de uitkomsten daarvan opgenomen als onderbouwing van de maatschappelijke haalbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid De kosten voor de planvorming en de uitvoering van de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkeling zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Dit is veiliggesteld door het sluiten van een anterieure overeenkomst, waardoor een exploitatieplan niet nodig is. De gemeente ondervindt derhalve geen negatieve financiële gevolgen ten aanzien van deze ontwikkeling en loopt geen financieel risico.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg Het concept-ontwerpbestemmingsplan is op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c voor overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro toegestuurd aan de Provincie Noord-Brabant, het Waterschap De Dommel en de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost. Provincie Noord‐Brabant De Provincie heeft te kennen gegeven dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen. Waterschap De Dommel Het Waterschap kan op hoofdlijnen instemmen met het plan en constateert dat passende oplossingen zijn aangedragen om de waterberging te realiseren, ook al is er door de intensieve bebouwing geen/weinig ruimte voor bovengrondse oplossingen. Wel vraagt het Waterschap om bij de uitwerking van het plan rekening te houden met de lagere ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving en dat het water van de omringende woonpercelen dus kan afstromen naar het plangebied. Daarom wordt gevraagd om bij de uitwerking van het plan te letten op voldoende verschil tussen het bouwpeil van de woningen en het peil van de openbare ruimte, alsook om te voorzien in een goede noodoverloop (naar het gemeentelijk riool) voor het geval de berging in het gebied vol raakt tijdens een stortbui. De adviezen van het waterschap zijn in de toelichting van voorliggend bestemmingsplan verwerkt.

UrbiTom

47

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRZBO) De VRBZO geeft aan dat de bluswatervoorziening en bochten en breedtes van de wegen moeten voldoen aan de ‘Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening Brabant DEFINITIEF 1.0 vastgesteld’. In de paragraaf inzake externe veiligheid is een subparagraaf ‘Brandveiligheid opgenomen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze aan de brandveiligheidseisen wordt voldaan. 6.2.2

Omgevingsoverleg Op 1 juni 2022 is een inloopinfomatiebijeenkomst gehouden, waarvoor bewoners uit de omgeving zijn uitgenodigd. Een verslag van dit omgevingsoverleg is in de bijlage bij deze toelichting gevoegd. Het omgevingsoverleg is als volgt samen te vatten: In het algemeen was de stemming onder de buren positief ten aanzien van het plan. Velen realiseerden zich dat het met de hedendaagse trend van inbreiding gaat voor uitbreiding, ook heel anders had kunnen uitpakken. Hoewel het met name bij inbreidingsplannen niet mogelijk is om het iedereen naar de zin te maken, biedt dit plan toch overwegend een kwalitatief hoogwaardig beeld voor een doelgroep die past in de omgeving en waarbij zoveel als mogelijk is gedaan om de privacy in de aangrenzende percelen te ontzien.

6.2.3

Vervolgprocedure Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

UrbiTom

48

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

7

De bestemmingen

7.1

Het juridische plan

Gemeente Reusel-De Mierden

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van 14 grondgebonden patiowoningen aan de Ekkershof te Reusel. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels, waarbij voor plannen van de gemeente Reusel-De Mierden de regels voor wat betreft systematiek en inhoud zoveel mogelijk identiek zijn. Voor de planregels zijn het beleid van de gemeente Reusel-De Mierden en de daarop gebaseerde voorstellen voor de regels uitgangspunt geweest. Verder is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijk standaard voor bestemmingsplan: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uitsluitend een beschrijving in hoofdlijnen. Het onderhavige bestemmingsplan betreft een gedetailleerd bestemd plan.

Er wordt enerzijds maximale flexibiliteit nagestreefd om zo goed mogelijk te kunnen voldoen aan de huisvestingsvraag voor arbeidsmigranten, terwijl anderzijds de rechtszekerheid van de burger zo goed mogelijk wordt gewaarborgd. De planopzet is gericht op nieuwbouw van 14 patiowoningen aan de Ekkershof en naderhand op beheer en instandhouding van de ontstane situatie. Een en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de, binnen het onderhavige bestemmingsplan gehanteerde, bestemmingen.

7.2

Beschrijving van de bestemmingen In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en rijwielpaden; c. straatmeubilair; d. groenvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. nutsvoorzieningen.

UrbiTom

49

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, woningbouwlocatie Ekkershof Reusel’

Gemeente Reusel-De Mierden

Er mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming gebouwd worden. De bouwmogelijkheden zijn beperkt en onder voorwaarde dat dit geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van de ecologische hoofdstructuur. Er zijn beperkte mogelijkheden voor openbare nutsgebouwtjes: maximum oppervlakte 20 m2, maximum bouwhoogte 4 m. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten met de volgende maximale bouwhoogten: bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de verkeersgeleiding en wegverlichting: max. 8 m; beeldende kunstwerken: max. 5 m; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: max. 4 m. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen en bedrijven; c. groenvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. tuinen, erven en terreinen. Binnen deze bestemming mogen maximaal 14 woningen worden gerealiseerd, zoals aangegeven op de verbeelding. Er zijn patiowoningen toegestaan binnen de als zodanig aangeduide bebouwingsmogelijkheden. Hoofdbebouwing mag uitsluitend achter de op de verbeelding aangegeven gevellijn worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte (van de hoofdbebouwing: de begane grondlaag zonder dakopbouw) mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Aan huis verbonden beroepen en bedrijven zijn toegestaan onder de voorwaarden, zoals genoemd in de regels.

Waarde – Archeologie 4.2 De voor 'Waarde - Archeologie 4.2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond verwachte archeologische waarden.

UrbiTom

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=3b224b36-eff6-4452-ae7f-6f4f5b7d6430