CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.22271] - Ontwerp bestemmingsplan Toelichting

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied, 2e herziening Turnhoutseweg 22 Reusel16.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Locatiestudie Het onderzoeksgebied betreft het perceel, kadastraal bekend gemeente Reusel, sectie E, nummer 71. Grondwaterstand, infiltratiemogelijkheden en waterberging De gemiddeld hoogste grondwaterstand in het gebied bedraagt ca. 90 cm - mv. Bodemtype is zEZ21: Hoge zwarte enkeerdgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand (gegevens: www.bodemdata.nl). De infiltratiegrondslag is op basis van deze gegevens goed te noemen. Toename verharding en noodzaak waterberging Enige ruimtelijke verandering die in het kader van dit bestemmingsplan aan de orde is, be­ treft een uitbreiding van het parkeren met 17 parkeerplaatsen. De ontsluiting voor dit par­ keren is reeds aanwezig, zodat de verhardingstoename beperkt blijft tot de parkeerplaatsen zelf: (17 x 2.5 x 5 ^ 212,5 m2. In de huidige situatie is er verharding aanwezig als onderdeel van het beplantingsplan voor het noordoostelijk terreindeel van de Karel I Fabriek, zoals aangegeven op onderstaande foto's met de situatie in 2017 en 2020. Deze verharding heeft een oppervlakte van ca. 137 m2. De verhardingstoename bedraagt derhalve ca. 75,5 m2. Met behulp van een eenvoudige rekenregel uit de Algemene Regel, behorend bij de Keuren van de drie Brabantse waterschappen, kan de vereiste compensatie per ontwikkelscenario berekend worden.

Per 1 april 2021 is de Keur van het waterschap aangepast en geldt dat voor ontwikkelingen, waarvan de toename van het verhard oppervlak meer dan 500 m2 bedraagt, compenserende waterberging is vereist. De hydrologische gevolgen van ontwikkelingen, kleiner dan 500 m2, zijn voor het ontvan­ gende watersysteem namelijk beperkt. Tevens zou bij ontwikkelingen van deze omvang noodzakelijke compensatie bij een geïsoleerde voorziening resulteren in een voorziening die slecht beheer(s)baar is en weinig zekerheid op functioneren biedt. De ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt heeft een verhardingstoename van minder dan 500 m2. Ingevolge de Keur hoeft dus niet in compen­ serende waterberging te worden voorzien. Vanuit gemeentelijk beleid is er wel compenserende waterberging aan de orde. Hierbij vormt de verharding, die in de nieuwe ontwikkeling aanwezig is, uitgangspunt. Het totale verharde oppervlak in de nieuwe ontwikkeling bedraagt ca. 75 m2. Voor een verhard opper­ vlak van minder dan 500 m2 geldt een bergingseis van 15 mm. De vereiste te realiseren waterberging bedraagt dan (75,5 x 0.015^ 1,13 m3. Dit is een dermate klein volume dat, gezien de goede waterdoorlatendheid, de lage grond­ waterstand en het feit dat het parkeren omringd is door een ruime groenmaat/onverhard

UrbiTom

29

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

terrein ervoor gekozen kan worden om het water gewoon op het omliggende terrein te laten afstromen (zoals in de huidige situatie ook het geval is). Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg geen ge­ bruik maken van uitloogbare materialen, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. Het huishoudelijke afvalwater (DWA) wordt in de huidige situatie reeds gescheiden van het regenwater (RWA). Het (afval)water bevat geen chemische stoffen die schadelijk zijn voor het water in het openbaar riool. Ook geeft het af te voeren water geen stankoverlast en bevat het water geen snel bezinkende- en/of grove afvalstoffen. Van een verontreiniging van het rioolwater door toedoen van het afvalwater is dan ook geen sprake. Ook voor het hemelwater kan worden gesteld dat de afvoer op een dusdanige manier plaats vindt dat er geen sprake is van verontreiniging en er geen bezwaren zijn om deze af te voeren op het bestaande oppervlaktewaterstelsel. Conclusie In het kader van de planprocedure zijn de gevolgen ten aanzien van de waterhuishouding inzichtelijk gemaakt en de daaruit voortkomende waterbergingsbehoefte.

Geconcludeerd kan worden dat, vanwege de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk ge­ maakt, formeel moet worden voorzien in 1,3 m3 bergingscompensatie op eigen terrein van­ wege een verhardingstoename van 75 m2. Dit is een dermate klein volume dat, gezien de goede waterdoorlatendheid, de lage grondwaterstand en het feit dat het parkeren omringd is door een ruime groenmaat/onverhard terrein ervoor gekozen kan worden om het water gewoon op het omliggende terrein te laten afstromen (zoals in de huidige situatie ook het geval is).

5.5

Geluid

5.5.1

Industrielawaai Door VDM akoestiek is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd in het kader van een voorliggend bestemmingsplan voor het bedrijfsverzamelgebouw in de Karel I fa­ briek aan de Turnhoutseweg 22 in Reusel. Dit onderzoek is als bijlage bij deze plantoelichting gevoegd. Het geldende bestemmingsplan laat reeds een bedrijfsverzamelgebouw toe, maar de aan­ wezige en uit te breiden sportschool en yogastudio vallen niet binnen de staat van bedrijfs­ activiteiten, die bij het geldende bestemmingsplan is gevoegd. Met voorliggend bestem­ mingsplan worden de sportschool en de beoogde uitbreiding daarvan, alsmede de yogastu­ dio ingepast. Het onderzoek industrielawaai is daarom gericht op de (extra) geluiduitstraling door deze activiteiten. Opgemerkt wordt dat in het rekenmodel uit is gegaan van een situatie waarbij voor de di­ verse parameters telkens een worstcasesituatie is gehanteerd. Zo is bijvoorbeeld uitgegaan van een maximale bezetting van elk van de verschillende parkeergebieden, terwijl dit in de praktijk niet gelijktijdig voor zal komen. In de berekeningen is ook uitgegaan van gebruik

UrbiTom

30

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

van de oostelijke inVuitrit die vooralsnog echter niet gebruikt wordt. Daarom zijn alle ver­ keersbewegingen van en naar de parkeerplaatsen via de westelijke inVuitrit gemodelleerd en is er ook nog ruimte gehouden met het arriveren/vertrekken van/naar het noord/noord­ oostelijke parkeergebied via de oostelijke inVuitrit. Daarmee zijn een groot aantal voertuig­ bewegingen dubbel opgenomen. In het onderzoek is dus uitgegaan van een worstcasesituatie die in werkelijkheid redelijkerwijs niet voor zal komen. De aanwezigheid van de, in het geldende bestemmingsplan als voorwaardelijke verplichting gestelde, geluidwerende voorzieningen zijn in dit onderzoek als uitgangspunt genomen. Hierbij is uitgegaan van de realisatie van geluidschermen met een hoogte van 2 meter. Deze schermen zijn nog niet gerealiseerd, maar dit zal op korte termijn gebeuren (oktober 2022). Conclusie Uit dit onderzoek blijkt dat ten gevolge van de uit te breiden sportschool, de yogastudio en het uitbreiden van het noordoostelijke parkeerterrein, ook na cumulatie met de ander ac­ tiviteiten binnen het bedrijfsverzamelgebouw, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat blijft gewaarborgd. Toetsing heeft hierbij plaatsgevonden aan de richtwaarde volgens stap 2 (gebiedstype 'gemengd gebied') volgens het stappenplan uit bijlage B5.3 van de VNGhandreiking 'bedrijven en milieuzonering'. 5.5.2

Wegverkeerslawaai Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluid­ gevoelig object, moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. Bij een ruimtelijke ontwik­ keling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een ge­ luidszone van een (spoor)weg of geluidgezoneerd industrieterrein (of andersom), dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. Dit project voorziet niet in de realisatie van een geluidgevoelig object en ook niet in een geluidgezoneerd industrieterrein of een (spoor)weg. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder kan dan ook achterwege blijven. Conclusie Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling die met voorliggend be­ stemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.

5.6

Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit') bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet mili­ eubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieube­ heer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit;

UrbiTom

31

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

-

Gemeente Reusel

ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbe­ teren of ten minste gelijk blijven; een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de be­ treffende stoffen in de buitenlucht; een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samen­ werkingsprogramma Luchtkwaliteit).

Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in beteke­ nende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteits­ eisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. In de Re­ geling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woning­ bouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'. Er is blijkens deze regeling eveneens geen onderzoek nodig voor 'kantorenlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 100.000 m2 b.v.o. omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeers­ verdeling, netto niet meer dan 200.000 m2 b.v.o. omvat'. Zoals op navolgende kaart met de gemiddelde fijnstofconcentratie PM10 in 2019 is te zien, bedraagt deze ter plaatse van het plangebied 15-16 microgram PM^/m3, dus ruim onder de grenswaarde van 40 microgram/m3. Legenda: Fijn stof conc. (microgram PM10Zm3) |l5 -16 |l6 -17 ;17 -18

Plangebied

18 -20 20-30 30 -50 İ50 -70 | - 70

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het toestaan van het medegebruik van een bestaand bedrijfsverzamelgebouw ten behoeve van een sportschool en yogaruimte als­ mede een geringe uitbreiding van het parkeren op eigen terrein van 17 nieuwe parkeer­ plaatsen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de 'Regeling niet in betekende mate bijdragen'. De kaart met gemiddelde fijnstofconcentraties van het RIVM laten zien dat de concentratie fijnstof (pm10) ter plaatse van het plangebied ruim onder de grenswaarde van 40 micro­ gram/m3 blijft.

UrbiTom

32

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

Een specifiek luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Er worden vanwege het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen verwacht voor de beoogde ontwikkeling.

5.7

Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kun­ nen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), ver­ voer van gevaarlijke stoffen en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Uit gemeentelijke gegevens blijkt dat het initiatief niet gelegen is in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, van transportroutes en van leidingen. Dichtstbijgelegen zijn twee brandstoffenverkooppunt met LPG aan de Turnhoutseweg 32 en de Wilhelminalaan 9. Voor beide tankstations is in het geldende bestemmingsplan een LPG-veiligheidszone aangegeven. Het plangebied bevindt zich ruim buiten deze veiligheids­ zones.

Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn geen belemmeringen voor het plangebied aan de orde.

UrbiTom

33

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

5.8

Gemeente Reusel

Flora en fauna Voor de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief en in het kader van de Wet Natuurbe­ scherming, is het noodzakelijk een ecologische effectbeoordeling op te stellen om inzichte­ lijk te krijgen of er met de ingreep effecten optreden ten aanzien van beschermde natuur­ waarden. Beschermde natuurgebieden Het is voor een goede ruimtelijke ordening van belang dat geen sprake is van significante gevolgen voor de omliggende natuur. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een dergelijke afstand gelegen dat ervan een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNB-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep (uitbreiding parkeren met 17 plaatsen). Het meest nabijgelegen Nederlandse Natura 2000gebied (Kempenland-West) is op enige afstand (ca. 3.2 km) gelegen. Het Vlaams Natura 2000 gebied Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout, Arendonk, Merksplas, OudTurnhout, Ravels en Turnhout ligt op enkele honderden meters van de planlocatie. Beschermde soorten De buitenruimte in het plangebied is goeddeels verhard.

De ontwikkeling betreft het toestaan van gebruik van een deel van een bestaand bedrijfs­ verzamelgebouw ten behoeve van een sportschool. Hiertoe worden 17 nieuwe parkeer­ plaatsen aangelegd. Hiervoor hoeven geen groenopstanden te worden verwijderd. Wel wordt groen teruggebracht, waar enkele naaldbomen in slechte toestand eerder zijn ge­ rooid. Er is geen goede habitat voor beschermde soorten in het plangebied. Los daarvan zullen er geen activiteiten plaatsvinden die consequenties hebben voor het groen/de groenstructuur in het plangebied. Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer pas­ sende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwets­ bare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als "veilige" periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind no­ vember, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen.

UrbiTom

34

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwets­ bare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken ge­ durende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Bij het inrichten van het bouwterrein dient te worden gezorgd dat het gebied niet aantrek­ kelijk wordt voor de vestiging van de rugstreeppad. Het ontstaan van poeltjes of plassen op het bouwterrein in het zomerhalfjaar (vanaf april) dient derhalve te wordt voorkomen, zo­ dat er geen geschikt voortplantingswater voor de rugstreeppad aanwezig is. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waarge­ nomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen). Conclusie de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimte­ lijke ingrepen betreft; ervan uitgaande dat de zorgplicht wordt nagekomen, zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling vanwege flora en fauna.

5.9

Stikstofdepositie Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De provin­ cie Noord-Brabant hanteert geen externe werking als het gaat om NNB. De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Kempenland, bedraagt ruim 3.2 km (beek de Reu­ sel, voorzover deze is aangemerkt als Natura 2000-gebied). Het Vlaams Natura 2000 gebied Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout, Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout ligt op enkele honderden meters van de planlocatie. Vanaf 1 juli is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (WSN) in werking getreden. De WSN voorziet in een partiële vrijstelling voor de tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (de effecten in de aanlegfase). Deze tijdelijke effecten zijn vrijgesteld van de vergunningplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming. Derhalve zijn de effecten van de aanlegfase zijn in dit onderzoek niet inzichtelijk gemaakt. Voor de stikstofdepositie is vermeldenswaard dat het gaat om de uitbreiding van de ge­ bruiksmogelijkheden van bestaande bebouwing voor een sportschool en yogastudio. Dit le­ vert voor de stikstofuitstoot eerder een verbetering dan een verslechtering op: ideale tem­ peratuur voor binnensport bedraagt 15 graden, dus er hoeft minder verwarmd te worden dan bij een bedrijfs- of atelierruimte waar de ideale temperatuur hoger ligt.

Wat wel omhooggaat ten opzichte van de bestaande situatie is het aantal verkeersbewe­ gingen. De gebruiksverandering betreft (max. 1.805 m2 sportschool en max. 90 m2 yogastu­ dio ^ 1895 m2. Volgens opgave van het CROW bedraagt de verkeersgeneratie per 100 m2

UrbiTom

35

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

b.v.o. fitnessruimte 46,3 motorvoertuigen/etmaal en van een bedrijfsverzamelgebouw per 100 m2 b.v.o. 7.85 motorvoertuigen/ etmaal. Er is dus een theoretische toename van (46.3 x 18.95 - 7.85 x 18,95 ^ ca. 728 motorvoer­ tuigen/etmaal. In de praktijk is het aantal motorvoertuigen/etmaal veel geringer (volgens opgave sportschoolhouder komen in de huidige situatie gemiddeld per etmaal ca. 50 auto's naar de sportschool. Dit zou na uitbreiding ca. 1.5 x zoveel zijn, derhalve ca. 75 auto's. Het aantal motorvoertuigbewegingen/etmaal bestaat uit het af- en aanrijden van deze auto's, derhalve 2 x 75 = 150 motorvoertuigbewegingen/etmaal vanwege de sportschool). In de stikstofberekening is uitgegaan van het 'worst-case scenario': het theoretische aantal motorvoertuigbewegingen/etmaal van 728. Vanwege deze verandering is door Van Empel Milieuinspecties met Aeriuscalculator 2021 een berekening stikstofdepositie uitgevoerd. Hierbij zijn zowel de Nederlandse als Belgische Natura 2000-gebieden in de berekening betrokken: AERIUS rekent niet standaard de belas­ ting op in het buitenland gelegen Natura 2000-gebieden. Hierdoor worden de effecten op deze gebieden niet direct in beeld gebracht bij de berekening van de belasting op de omlig­ gende Natura 2000-gebieden. De projectlocatie is binnen 25 km van de landsgrens gelegen.

Voor de beoordeling van de invloed op in het buitenland gelegen Natura 2000-gebieden zijn ter plaatse van buiten­ landse natuurgebieden op grens tussen Nederland en België rekenpunten toegevoegd. De rapportage van de stikstofdepositieberekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Conclusie Uit de rekenresultaten blijkt dat de gewenste ontwikkeling in de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie in de beoogde situatie bedraagt 0,00 mol/ha/jr. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie en toekomstige gebruiksfase, geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000gebieden veroorzaakt. Conform de "Handreiking Voortoets Stikstof van BIJ12 is geen pas­ sende beoordeling noodzakelijk.

5.10

Lichthinder Lichthinder kan optreden door koplampen van auto's die vanuit uitritten in het plangebied komen en die dan in ruimten schijnen, waar verbleven wordt. Ook kan hinder optreden vanwege verlichting, die op het terrein aanwezig is en die in ruimten schijnt waar verbleven wordt. Hinder vanwege inschijnende koplampen De Karel I Fabriek kent twee uitritten: een aan de westzijde en een aan de oostzijde van de bebouwing op het terrein. De enige uitrit, die in regulier gebruik is, betreft de uitrit aan de westzijde van het plange­ bied. Deze is gelegen tegenover een verharde buitenruimte bij een bedrijfsbestemming die, net als de inrit van de Karel I Fabriek een functie heeft ter ontsluiting van de bebouwing op het terrein. De aangrenzende bebouwing ter plaatse heeft een volledig gesloten gevel.

UrbiTom

36

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

De uitrit aan de oostzijde wordt zeer incidenteel gebruikt en heeft alleen een functie in geval van calamiteit. Ook deze uitrit bevindt zich tegenover uitritten van bestaande bedrijfs- en woonbebouwing. De woning bij de betreffende uitrit is een vrijstaand pand, dat op afstand van de uitrit aan de oostzijde van de Karel I Fabriek ligt. Deze woning zal, evenals andere woningen in de omgeving, meer hinder ondervinden van koplampen van verkeer dat over de Turnhoutseweg rijdt, dan van verkeer dat gebruik maakt van de inVuitritten van de Karel I Fabriek. Hinder vanwege verlichting op het terrein Er is buitenverlichting aanwezig bij de hoofdentree tot het gebouw aan de Turnhoutseweg en bij de westelijke inrit. Deze verlichting bevindt tegenover bedrijvigheid aan de overzijde van de straat. Straatverlichting aan de Turnhoutseweg bevindt zich op kortere afstand van gevoelige (woon-)bebouwing dan de betreffende verlichting. Tussen de woonbebouwing ten westen van het plangebied en de verlichting bij de westelijke inrit bevindt zich opgaande beplanting, die ingevolge de voorwaardelijke verlichting die is opgenomen in de regels van voorliggend bestemmingsplan, moet worden instandgehouden. Op het parkeerterrein aan de noordoostzijde van het plangebied, bij de sportschool, is thans geen buitenverlichting aanwezig.

Indien hier, vanuit een oogpunt van sociale veiligheid, ver­ lichting wenselijk is, dan kan volstaan worden met verlichting met een lage lichtintensiteit, die laag boven de grond zit of in armaturen, met een lichtafscherming aan de zijde van het achterperceel van de aangrenzende woning Turnhoutseweg 20. Hierdoor, en door de aan te brengen geluidwerende voorziening, die gesloten is, wordt eventuele lichthinder voor deze woning voorkomen. Conclusie Zowel in de bestaande als toekomstige situatie treedt geen lichthinder op vanwege koplam­ pen van verkeer dat van het terrein naar de Turnhoutseweg gaat. Wanneer het aanbrengen van enkele lichtpunten bij de parkeerplaats aan de noordoost­ zijde van het plangebied wenselijk mocht zijn, dan kan lichthinder voorkomen worden door verlichting in een lage intensiteit en lage hoogte en/of door het toepassen van armaturen waarbij het licht naar de woning Turnhoutseweg 20 wordt afgeschermd.

5.11

Geurhinder Het beleid ten aanzien van het aspect geur is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehou­ derij (Wgv) die op 1 januari 2007 in werking is getreden. Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden gekeken naar de aanvaard­ baarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde om­ gekeerde werking. In de wet zijn normen bepaald die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de geuremissie van een dier niet bekend is (geen geuremissiefactoren vastgesteld), stelt de wet minimumafstanden tussen veehouderij en geurgevoelig object. Als die geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend met contouren. De emissie van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenheden (ou of ou /S). Hiervoor zijn emissiefactoren vastgelegd in de Regeling geurhinder e

e

UrbiTom

37

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

en veehouderij. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maximale be­ lasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreed­ ten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. Voor Reusel - De Mierden is in 2013 een Gebiedsvisie vastgesteld. In de Gebiedsvisie wordt ook een aanzet gegeven voor de beoordeling van de vraag wanneer sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De onderstaande tabel is ontleend aan die Gebiedsvisie. Daaruit blijkt dat voor het plangebied sprake is van een woonklimaat dat te beoordelen is als aanvaard­ baar tot optimaal + bij een geurbelasting tussen 0 en 12 ouE/m3. Achtergrondbelasting in odour units ļouÈ/mï), percentage geurhinder, milieukwaliteit

optimaal t

optimaal

aanvaardbaar

niet aanvaardbaar

hinder'ä

milieu-kwaliteit

OU

hindertfc

milieu-kwaliteit

OU

hindeŵ

milieu-kwaliteit

OU

hinder0/»

milieu-kwaliteit

0-3

0-5

,„eoed

3-6

5-8

goed

6-10

8-12

goed-redelijk

HO

»12

redelijk 3 slecht

Kernrandzones

0-6

0-8

6-10

8-12

goed-redefījk

10-14

12-16

goed-redelijk

řia

s-15

matig 8 slecht

Buitengebied

0-10

0-12

10-14

12-16

redelijk-matig

14-20

16-20

matig

»20

*2Q

matig 3 slecht

Woonkernen Reusel. Hooge Mierde, Lage Mierde, Hulsel

redelijk

Achtergrondbelasting Door de ODZOB is in februari 2021 een kaart vervaardigd waarop de achtergrondbelasting vanwege geurhinder is weergegeven voor Noord Brabant. Op navolgende uitsnede van deze kaart is te zien dat het plangebied is gesitueerd binnen een leefomgeving met de kwalificatie 'redelijk goed' tot 'goed'.

UrbiTom

38

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

Voorgrondbelasting

gatten bos

«ţ Voort REUSEL

« Voort 23 Bakmannen 1A

» Bakmannen 5

ą

Turnhoutseweg 36

» Pikoreistraat 3

Achtefêtej-ieikant 4

Bovenstaande kaart (bron: ODZOB) laat zien welke actieve veehouderijen er binnen een straal van 1 km rond het plangebied aanwezig zijn (groene stippen met huisadressen). De bedrijven aan de Bakmannen 5 en Voort 23, 24a en 28 betreffen varkenshouderijen. Het bedrijf aan Kattenbos 14 betreft een pluimveehouderij (vleeskuikens). De overige be­ drijven betreffen melkveehouderijen en paardenhouderijen met een vaste afstand van 50 m tot gevoelige bebouwing. Zoals blijkt uit navolgend kaartje, waarbij het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2009' over het kaartje met veehouderijen is geprojecteerd, blijkt dat tussen de varkens­ houderijen/pluimveehouderij en het plangebied diverse woonbestemmingen (geel aange­ duid op de kaart) aanwezig zijn, die maatgevend zijn voor de mogelijkheden van deze be­ drijven. Deze woonbestemmingen liggen op kortere afstand tot de betreffende veehoude­ rijen dan de gevoelige bestemmingen in het plangebied.

UrbiTom

39

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

Ķattenbos f4a

REUSEL

Bakmannen IA

S^'PLANGEBIED

Å' Baķmănnęņ 5

» Túmhoütsaŵëg36

ňOťJ.|U^ť "

Pikoreīstráäf 3

Conclusie De leefomgeving in het plangebied is gekwalificeerd als 'redelijk goed' tot 'goed'. Geurhinder vormt derhalve geen belemmering voor het gebruik van het bedrijfsverzamelgebouw als sportschool of yogastudio. Het gebruik van het bedrijfsverzamelgebouw ten behoeve van een sportschool of yogastu­ dio levert geen belemmeringen op voor veehouderijen in de omgeving en veehouderijen in de omgeving leveren geen belemmering op voor de ontwikkelingen die met dit bestem­ mingsplan worden mogelijk gemaakt.

5.12

Gezondheid

5.12.1 Pluimvee- en varkenshouderijen De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit vrijkomende fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwo­ nenden rond veehouderijen gezondheidsrisico's lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een belangrijk bestanddeel in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de 'Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine

UrbiTom

40

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

toetsingskader 2.0' opgesteld. Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende on­ derzoeksresultaten. De voorlopige onderzoekresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding ge­ weest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m3 aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU^3 niet wordt overschreden. Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is een berekeningsmodel opgesteld waar­ mee de individuele afstandscontour of endotoxine-risicocontour van 30 EU^3 eenvoudig bepaald kan worden. In de Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toet­ singskader 2.0' worden de volgende richtafstanden gehanteerd: Pluimveebedrijven: binnen een afstand van 1 kilometer liggen woon- of verblijfsruimten van derden Overige veehouderijen: binnen afstand van 250 meter ligt een bebouwde kom. Dit plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een agrarisch bedrijf waarbin­ nen endotoxinen tot een risico voor de volksgezondheid kunnen leiden. Het plangebied is gesitueerd in het buitengebied van Reusel.

De richtafstand van 250 m voor veehouderijen is derhalve niet van toepassing. Dichtstbijgelegen is een varkenshouderij aan de Voort 23. De grens van het bestemmingsvlak van dit bedrijf ligt op een kortste afstand van 165 m van de aangegeven bouwvlakken in onderhavig bestemmingsplan. De bedrijvigheid ligt ten noordwesten van het plangebied. Zoals in navolgende tabel te zien is, komt de wind slechts 8% van de tijd uit deze richting. De overheersende windrichting is in Nederland zuidwest. sector 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

graden (-15-15): (15-45): (45 - 75): (75-105): (105-135) (135-165) (165-195) (195-225) (225-255) (255-2851 (285-315) (315-345) Gemiddeld:

uren 2616 3099 3214 1810 2542 3101 5123 7482 6380 3512 2594 2351 3652

percentage 6 7.1 7.3 4.1 5.8 7.1 11.7 17.1 14.6 8 5.9 5.4 8.3

windsnelheid (m/s) 3.1 3.5 3.9 3 2.8 2.8 3.6 4.3 4.4 3.6 3.3 3.1 3.45

Tabel met windrichtingen Nederland

UrbiTom

41

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

Binnen 1 km van het plangebied is 1 pluimveehouderij gelegen aan Kattenbos 14. De afstand tussen de bebouwing in het plangebied en de bestemmingsgrens van deze pluimveehoude­ rij bedraagt ca. 850 m. Het bedrijf ligt op relatief grote afstand ten noorden van het plange­ bied. Zoals in bovenstaande tabel is te zien, komt de wind in slechts 6% van de tijd uit deze richting (sector 1 in de tabel is noord). Daarom kan ervan worden uitgegaan dat de risico's voor de gezondheid vanwege dit bedrijf klein zijn. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat gezien de afstand, de aard van de ontwikkeling (waarbij het gaat om bezoekers van een sportschool en een yogastudio, die slechts korte tijd ter plaatse verblijven) en het feit dat de wind in minder dan 8% van de gevallen uit de richting waait, waarin de varkenshouderij aan de Voort 23 is gelegen ten opzichte van het plangebied, er slechts een geringe kans is op een overschrijding van de endotoxine advieswaarde ter plaatse van het plangebied, en de kans op invloed op de gezondheid dus te verwaarlozen is ten opzichte van de bestaande situatie. 5.12.2

Geitenhouderijen Uit het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) van het RIVM in 2017 is gebleken dat zich in een straal tot tussen 1,5 en 2 kilometer rond geitenbedrijven een ver­ hoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Het is nog onbekend waardoor dit pre­ cies komt. Van belang is wat nog toegestaan kan worden binnen de invloedssfeer van een geitenhouderij. Zolang nog niet duidelijk is waardoor het verhoogde risico bij geitenhoude­ rijen ontstaat heeft het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht een advies memo opgesteld. Daarin wordt gesteld dat de goede ruimtelijke ordening vraagt om aanhouding van besluit­ vorming over het toevoegen van gevoelige functies binnen 2 km van een geitenhouderij totdat meer duidelijk is over de oorzaak van de gezondheidsrisico's. Binnen 2 km van het plangebied zijn geen geitenhouderijen aanwezig. Dichtstbijzijnd is een geitenhouderij aan de Baan 3 te Hooge Mierde, die op ruim 4 km van het plangebied ligt. Conclusie Er is geen sprake van invloed op de volksgezondheid in het plangebied vanwege de aanwe­ zigheid van geitenhouderijen.

5.12.3

Conclusie Vanuit het aspect veehouderijen en volksgezondheid is zijn de ontwikkelingen die met voor­ liggend bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt aanvaardbaar.

5.13

Spuitzones Voorliggend bestemmingsplan betreft de permanente vestiging van een sportschool in het bestaande bedrijfsverzamelgebouw van de Karel I Fabriek te Reusel, alsmede een beperkte uitbreiding van het parkeren. De sportschool is een locatie waar alleen het personeel meer uren per dag verblijft. Dit ge­ beurt inpandig. De ruimte wordt geventileerd met een ventilatiesysteem, waarvan de lucht­ inname/uitstoot op het dak van de sportschool is gesitueerd op ca. 4.5 m boven maaiveld.

UrbiTom

42

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

Op minder dan 50 m ligt een agrarisch perceel aan de noordzijde van het plangebied. Dit is in gebruik als akkerland, derhalve met lage gewassen. Waarvan, bij eventuele behandeling met gewasbeschermingsmiddelen, naar beneden bespoten wordt. Het perceel ligt aan de noordzijde van het plangebied, derhalve uit de overheersende winrichting, die vanuit het zuidwesten is. Onderstaande tabel laat zien dat de periode waarin de wind op jaarbasis uit het noordwes­ ten (sector 12), het noorden (sector 1) of het noordoosten komt (sector 2) totaal slechts 20% beslaat.

Tabel met windrichtingen Nederland

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tus­ sen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn en om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorge­ schreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen wor­ den gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kor­ tere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Conclusie De nieuwe gevoelige functie waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld betreft een sport­ school. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich een agrarische bestemming, waar mogelijk gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Deze levert geen hinder op voor de sportschool omdat: alleen het personeel meerdere uren per dag in de sportschool verblijft

UrbiTom

43

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

-

-

5.14

Gemeente Reusel

het sporten inpandig gebeurt. De ruimte wordt geventileerd met een systeem waar­ van de inlaat op 4.5 m hoogte zit, derhalve aanmerkelijk hoger dan de akkerbouwge­ wassen, die laag zijn: eventuele bespuiting hiervan met gewasbeschermingsmiddelen zal naar beneden gericht zijn. de agrarische bestemming ten noorden van het plangebied ligt, uit de overheersende windrichting.

Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn, voorzover bekend geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de ontwikkeling binnen het plangebied. Voor aanvang van werk­ zaamheden zal zekerheidshalve een KLIC-melding worden verricht, om vast te stellen of kabels-leidingen in het gebied aanwezig zijn. Binnen het plangebied is verder geen sprake van straalpaden en invloeden van zendmasten.

5.15

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige beslui­ ten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); 2. Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden; 3. Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r.

wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (Hof van Justitie EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 - Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nade­ lige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Ge­ meenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (pro­ jecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze beoordeling

UrbiTom

44

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzon­ dere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hier­ bij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Beoordeling Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- plichtig besluit, indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C-lijst of D-lijst van het Besluit m.e.r. In on­ derhavige situatie is er sprake van een ontwikkelingslocatie voor woningbouw. Dit betreft geen activiteit die voorkomt op de C-lijst. De activiteit komt wel voor op de D-lijst, namelijk onder categorie D 11.2, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelings­ project met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De grenswaarde betreft hier gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op o.a. een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Onder­ havig plan betreft het toestaan van een sportschool en yogastudio met een totaaloppervlak van 1.890 m2 binnen een bestaand bedrijfsverzamelgebouw.

De ontwikkeling ligt derhalve ver beneden de drempelwaarde uit de D-lijst zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Geconcludeerd kan worden dat het plan niet kaderstellend is voor een m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit. Wat betreft het eerste criterium geldt er dus geen plicht tot het opstellen van een MER. Middels de toetsing aan de overige milieuaspecten in dit hoofdstuk heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden. Hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij on­ derhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Onderha­ vige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000gebieden. Dit is aangetoond met een berekening van de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010.

Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Provinciale milieuverordening Noord Brabant 2010. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieuge­ volgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.

UrbiTom

45

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

UrbiTom

46

Gemeente Reusel

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

6

De bestemmingen

6.1

Het juridische plan

Gemeente Reusel

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen aan de Turnhoutseweg 22 te Reusel. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels. Er is zoveel mo­ gelijk aansluiting gezocht bij de systematiek voor het geldende bestemmingsplan, het be­ stemmingsplan 'Buitengebied 2009, herziening Turnhoutseweg 22, Reusel' (NL.IMRO.1667.BPBtweg0003-VAST). Voor de planregels zijn het beleid van de gemeente Reusel - De Mierden en de daarop gebaseerde voorstellen voor de regels uitgangspunt ge­ weest. Verder is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uitsluitend een beschrijving in hoofdlij­ nen. Het onderhavige bestemmingsplan betreft een gedetailleerd bestemd plan. De rege­ ling is zodanig dat een zo groot mogelijke flexibiliteit enerzijds wordt gecombineerd met voldoende waarborging van de rechtszekerheid voor de burger anderzijds.

De planopzet is gericht op uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden van het bestaande be­ drijfsverzamelgebouw. Hier kan nu ook een sportschool of yogastudio permanent worden gevestigd. Tevens voorziet het plan in een beperkte uitbreiding van de parkeermogelijkheden in het noordoostelijk deel van het terrein van de Karel I Fabriek.

UrbiTom

47

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

De contouren van de bebouwingsvlakken zijn nagenoeg gelijk aan de contouren, zoals op­ genomen in het geldende bestemmingsplan. In dat plan zijn zij echter niet in overeenstem­ ming met de daadwerkelijke kadastrale situatie. In voorliggend plan is dit wel het geval. De bouwvlakken zijn niet vergroot, eerder verkleind, zoals is te zien op onderstaande uitsnede van de verbeelding, waarbij de geldende bouwvlakken in lichtblauw zijn aangegeven en de bouwvlakken, zoals opgenomen in voorliggend bestemmingsplan in dikke zwarte lijn.

6.2

Beschrijving van de bestemmingen Voor het plangebied zijn de volgende bestemmingen van toepassing: 'Bedrijf' De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn, conform het geldende bestemmingsplan, be­ stemd voor: a.

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfsverzamelge­ bouw': 1.

2. 3. 4. 5. 6.

bedrijven die zijn genoemd onder de categorieën tot en met 2 van de als bijlage 1 van deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat de vestiging van bedrijven met een grote verkeersaantrekkende werking is uitgesloten. maatschappelijke en culturele voorzieningen; kantoren; een kookstudio ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf kookstudio'; een sportschool met een maximum bedrijfsvloeroppervlakte van 1.805 m2; een yogastudio met een maximum bedrijfsvloeroppervlakte van 90 m2;

UrbiTom

48

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

b.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2': 1.

c.

bedrijven die zijn genoemd onder de categorieën tot en met 2 van de als bijlage 1 van deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat de vestiging van bedrijven met een grote verkeersaantrekkende werking is uitgesloten;

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1': 1.

d.

Gemeente Reusel

bedrijven die zijn genoemd onder de categorieën tot en met 3.1 van de als bij­ lage 1 van deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, of daaraan ge­ lijk te stellen bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat de vestiging van ver­ keersaantrekkende bedrijven is uitgesloten;

Productiegebonden detailhandel, met dien verstande dat: 1. 2. 3.

de detailhandel uitsluitend binnen de bestaande bebouwing is toegestaan; de gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 3(^ van de netto vloeroppervlakte met een maximum van 50 m2; geen detailhandel plaatsvindt in voedings- en/of genotsmiddelen;

e.

Geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm';

f.

Erfbeplanting;

g.

Groenvoorziening;

h.

Parkeer- en nutsvoorzieningen;

i.

Wegen en paden;

j.

Water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

De regeling van het geldende bestemmingsplan is hiertoe overgenomen in voorliggend be­ stemmingsplan. Wel zijn alleen bepalingen overgenomen, die relevant zijn voor de voor­ ziene situatie, hebben enkele redactionele (niet inhoudelijke aanpassingen) plaatsgevon­ den), en is de manier van aanduiden vereenvoudigd (eveneens zonder gevolgen voor de inhoud of het bereik van geldende bepalingen). Daarnaast zijn de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden in voorliggend bestemmingsplan te­ vens bestemd voor: een sportschool met een maximum bedrijfsvloeroppervlakte van 1.805 m2; een yogastudio met een maximum bedrijfsvloeroppervlakte van 90 m2. 'Groen - landschappelijke inpassing' De voor 'Groen - Landschappelijke inpassing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

het aanbrengen en in stand houden van gebiedseigen (erf)beplanting, zoals opgeno­ men in het als bijlage 2 van deze regels opgenomen "Erfbeplantingsplan Turnhout­ seweg 22, Reusel";

b.

water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

c.

geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'.

d.

bermen en beplanting;

e.

paden.

UrbiTom

49

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

Gemeente Reusel

In deze bestemming zijn de bestemmingen 'Groen' en 'Groen - landschappelijke inpassing overgenomen uit het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, herziening Turnhoutseweg 22, Reusel' (NL.IMRO.1667.BPBtweg0003-VAST) en in 1 bestemming geïntegreerd.

UrbiTom

50

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, 2e herziening Turnhoutseweg 22, Reusel'

7

Uitvoerbaarheid

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Gemeente Reusel

Dit bestemmingsplan maakt de vestiging van een sportschool in een bestaand bedrijfsver­ zamelgebouw mogelijk. De Wet ruimtelijke ordening (Wro, artikel 6.12) verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan ook een exploitatieplan vast te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële ge­ volgen. Omdat het hier om een gebruikswijziging gaat en er geen sprake is van een bouwplan, wordt geen anterieure overeenkomst gesloten. Wel zal een planschadeverhaalsovereenkomst worden gesloten.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Vooroverleg Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Het plan is voor vooroverleg ingediend. De vooroverlegreacties zijn als bijlage bij deze toelichting ge­ voegd. De Provincie Noord-Brabant, het Waterschap De Dommel en de Veiligheidsregio Bra­ bant Zuidoost hebben allen aangegeven dat zij kunnen instemmen met het bestemmings­ plan.

7.2.2

Omgevingsoverleg Er is met de diverse omwonenden van het plangebied reeds een omgevingsoverleg gevoerd, waarin omwonenden en gebruikers in de omgeving van het initiatief zijn geïnformeerd over de plannen voor de vestiging van een sportschool in de Karel I Fabriek en de uitbreiding van parkeren op eigen terrein. De omwonenden hebben aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben, met uitzondering van de bewoners van Turnhoutseweg 20.

7.2.3

Vervolg Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter in­ zage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

UrbiTom

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=32accdcc-48ca-4bdc-9239-6860cf7dc331