[22.13483] - ontwerpbestemmingsplan Buitengebied herziening 2022 bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Oeverwal Welvingen (zand, uiterwaard, terras- of getijafzettingen)
gebieden met veel reliëf.
Vlakte rivierklei Vlakte (dek)zand Vlakte van getij-afzettingen Laagte (+/- randwal), evt. moerassig
Tenslotte zijn met blauw de gebieden aan-
Geulenbeeken kreken Dalvormige laagte, of rivierdalbodem
gegeven die het meest laag gelegen zijn en
Veenrestrug Beekoverstromingsvlakte
waar vennen liggen of hebben gelegen.
Terrasvlakte Vlakte veen
Meest opvallende elementen die uit deze pe-
Water Dalvlakteterras Oeverwal
riode (cultuurhistorische) waarde hebben zijn
Dijk
de beekdalen.
Dijkdoorbraakafzetting Vlakte rivierklei Antropogeen Vlakte van getij-afzettingen Geulen en kreken
5
CULTUURHISTORIE IN KAARTEN Hn21
bodemkaart
zEZ21
Hn23
Hn23
zEZ21
Hd21 Hn21
zEZ23
Hn21
pZn21
Hn21
Hn21
zEZ23
zEZ23 Hn21
zEZ21
zEZ23
zEZ23 pZn23
EZg23
Hn21 Hn21
Zd21
zEZ21
zEZ21
Hn21
Zd21 Hn21
pZg23
Hn21 Hn21
zEZ21
Hn23 Hn23
Hn23
zEZ23
cHn21
zEZ21
Hn21
Hn23
Hn23 Hn23
Zn21
Hn23
pZg23
Hn23 Hn23
Hn21 Hn21
zEZ21
Hn21
Hn23
Hn21
Hn23
Hn21 zEZ21
Hn21
pZn21
pZn23
pZn21
zEZ23
zEZ21
zEZ21
pZn21
pZn21 Hn21
Hd21
Hn21
pZn21
Hn21
Hn21
Hn30
zEZ21
Zd21 Hn21
Hn21
Hn21
Hd21 |g WATER
Hn21
|g WATER
Hn21
Hd21 pZn21
Hn21 Hn21
Hn21
pZg21
pZn23
Hn21
Hn21 |g WATER Hn21
zEZ21
Hn21
Hn21
Hn21
zEZ23 Hn23
zEZ23
zEZ23
Hn21 Hn21
pZn21
Hn21 Hn21
zEZ21
Hn21
zEZ23
duidelijk herkenbaar, evenals de stuifzanden
zEZ23
Zd21
Y23 Hn21
zEZ23
zEZ23
EZg23
zEZ23
Hn23
Wat verder opvalt zijn de donkerbruine vlakY21 enkeerdgronden. Dit zijn ken, dezEZ23 hoge bruine
zEZ23
de gebieden met een dikkeHn23 humeuze bovenEZ pZg21
laag, die ontstaan is door langdurig gebruik EZg23
zEZ23
zEZ23
zEZ23en heideals akkerland, waarbij jaarlijks mest Zn23
pZn21 zEZ23 zEZ23 Hn21
na droogleggen van het Goorven. Hn23 pZn23
Zd21
Hn23
zEZ23
Hn23 Hn21
Hn23 zEZ23
Hn21 Hn21
Hn23
zEZ23 zEZ23
Hn21
Hn21 Hn21
Hn21 Hn21
zEZ23
landbouwgebieden, waaronder Tulder, Dun en zEZ23
Hn21 Hd21
6
plaggen zijn opgebracht. Dit zijn de oudste
|h BEBOUW
zEZ23
|h BEBOUW
Y
en de venige bodem, die is achtergebleven
zEZ23
Hn21
zEZ23 zEZ23
Hn21
zEZ23
Hn |h BEBOUW zijn de beekdalen Ook op de bodemkaart
pZn21
Zn21
Hn21 zEZ23
Hn21
|h BEBOUW
Hn21
zEZ23
Hn21
pZn21
zEZ23
zEZ21 zEZ21
Hn21
Hn21
Hn21
Hn21
Hn21
Zd21
Hn21
zEZ21
Hn21
Hn21
zVz
Hn21
Hn21
EZg23
zEZ23
Hn21 Hn21
Hn21
Hn21
Hn21
Hn21
zEZ21
Hn21
Hn21
Hd21
|
Hn21
Hn21
zEZ21
Hn23
cHn21
Hn21
pZg23
zEZ23
Hn21
zEZ21 Hn21
zEZ23
pZn23
Lange Gracht. pZn23
pZn23 Zb23
CULTUURHISTORIE IN KAARTEN Middeleeuwen
Tulder
UIt de geschiedenis van het gebied komt naar voren dat Tulder één van de eerst ontgonnen gebieden is. Op dat moment waren ongetwijfeld ook de beekdalen en andere lage gebieden al herkenbaar aanwezig. De locatie van Tulder is mooi af te lezen aan de dikke zwarte enkeerdengronden van de bodemkaart.
7
CULTUURHISTORIE IN KAARTEN topografische kaart ca. 1850
Op de topografische kaart van rond 1850 is duidelijk zichtbaar dat het gebied op dat moment op een paar plekken bewoond werd, Tulder, Dun en Lange Gracht (de dikke zwarte enkeerdgronden van de bodemkaart). De rest van het gebied bestond uit uitgestrekte heidevelden met enkele laagtes waarin zich water en moerassen bevonden. De belangrijkste voorbeelden daarvan zijn het Groot Goor in het zuidwestelijk deel van het landgoed en de Flaes en het Goor in het zuidoostelijk deel. Net ten noorden van de Flaes en het Goor ligt het beekdal van de Reusel. De slingerende waterloop is duidelijk herkenbaar. Het beekdal zelf onderscheidde zich van de omgeving door de aanwezigheid van wat bosjes en andere opgaande beplanting. Hier vond ook de bewoning plaats. De akkers lagen op de hogere delen en de graslanden op de lagere natte delen. Op deze kaart vallen tenslotte een aantal rechte wegen op, die de verbinding tussen de belangrijkste plekken vormden. Vaak waren dit hoger liggende dijkjes (waaronder de Dunse Dijk), die door nat gebied liepen.
8
CULTUURHISTORIE IN KAARTEN herkenbare elementen uit 1850
Lange Gracht
Tulder Dun
Flaes
Goor
Groot Goor Deze kaart geeft een beeld van de belangrijkste elementen uit de kaart van 1850, geprojecteerd op de kaart van nu. De meest hekenbare elementen zijn de gebieden waar de eerste bewoning plaatsvond. Daarnaast is de loop van de Reusel op de kaart gezet en de loop van de Hoogeindsche beek, waaraan Tulder is ontstaan. Verder zijn de verschillende vennen overgenomen zoals deze op de kaart van 1850 staan. De resterende grijze delen zijn voor het overgrote deel uitgestrekte heidevelden geweest.
9
CULTUURHISTORIE IN KAARTEN topografische kaart ca. 1900
Ongeveer 50 jaar later is er veel veranderd. Nog steeds bestaan grote delen uit heide, maar tevens is de ontginning van het gebied voortvarend ter hand genomen. Zo heeft men het Groot Goor leeg laten lopen en in gebruik genomen als grasland. Ook zijn grote delen van de voormalige heidegronden bebost met vornamelijk naaldhout. Heel herkenbaar zijn de lange rechthoekige verkavelingen in de bossen. Met name het gebied ten zuiden van het ontgonnen Groot Goor kent een mooie schaakbordverkaveling. Verder zijn grote delen in gebruik genomen als gras- of akkerland. Bijzonder op de kaart is verder het patroon van slootjes in het heidegebied net ten noorden van het Goor, een duidelijk bewijs dat de ontginning van het gebied nog in volle gang was.
10
CULTUURHISTORIE IN KAARTEN
Tu ld en se
di jk
herkenbare elementen uit 1900
Houtvesterswoning
e ns Du
a k ri
di jk
H
e
e
d
sc h
la
rd
n
ie
n
k
dij
M
he
wikkelingen van de periode 1850-1900. Door
P
lsc
ri
pe
n
s
p Po
Bijgaande kaart geeft een beeld van de ont-
dij
middel van bruine lijnen zijn de vele verhoog-
k
de wegen aangegeven die als basis voor de ontginning hebben gedient.
Weldsch e
De belangrijkste nieuwe ontginningsas uit
dijk
deze periode is de Prins Hendriklaan, die van zuidoost naar oost loopt en die de verschillende delen van het landgoed met elkaar verbindt. Opvallend is dat grote delen, in met name het
Rav els
ed
noordelijk deel van het landgoed, nu bebost
ijk
zijn, die rond 1900 nog in gebruik waren als landbouwgrond (groen omlijnd op de kaart). Ook de houtvesterswoning en het omliggende parkachtig ingerichte gebied stammen uit deze periode (ca 1910). Deze woning met de kenmerkende toren en de omliggende gebouwen fungeren als centrum van het landgoed. De grijze delen op de kaart zijn de gebieden die op de kaart van 1900 nog woeste gronden waren, de onontgonnen heidegronden.
11
CULTUURHISTORIE IN KAARTEN ontwikkelingen tot nu
golfbaan
laatste onontgonnen gebied De kaart van nu laat zien dat nagenoeg het hele landgoed in de periode na ondertussen ontgonnen is. Tegelijk besefte men in deze periode dat ook natuur een belangrijke functie is. Het gebied rond de Flaes en het Goor zijn dan ook niet verder drooggelegd en ontgonnen tot landbouwgrond. De nieuw in gebruik genomen gronden bestaan nagenoeg allemaal uit bosgebieden. Ook delen landbouwgrond zijn in deze periode beplant met bos. In de periode tussen ca. 1900 en nu zijn op het landgoed ook verschillende gebouwen toegevoegd. Deze gebouwen kenmerken zich door hun agrarische functie. Het zijn boerderijen of woningen voor de landarbeiders. Nagenoeg alle woningen zijn voorzien van luiken met de kleuren van het landgoed. Een uitgebreid overzicht van de geschiedenis en de kenmerken van de diverse gebouwen is in de rapportage van Het Monumentenhuis opgenomen. Een bijzondere toevoeging van deze tijd is de golfbaan ten zuidoosten van de Houtvesterswoning.
12
CULTUURHISTORIE IN KAARTEN conclusiekaart noordelijk deel
centrum
westelijk deel
oostelijk deel Op bijgaande kaart is de globale opbouw van het landgoed duidelijk gemaakt. Het landgoed heeft een heel herkenbaar centrum, de voormalige houtvesterswoning met de omliggende bebouwing. Het landgoed is verder min of meer uit drie delen opgebouwd: • het noordelijk deel, waar de meeste bebouwing staat en de landbouwkundieg functie belangrijk is, • een westelijk deel dat voornamelijk uit bos bestaat en waar de ontginningsstructuur (schaakbordpatroon en het gebied op de plek van het Groot Goor) en het oorspronkelijke natte karakter van het gebied de belangrijkste cultuurhistorische elementen zijn en • een oostelijk deel waar de natuur de belangrijkste functie is met het beekdal van de Reusel en de vennen de Flaes en het Goor. De Prins Hendriklaan is een belangrijke drager van het gebied, evenals de diverse dwars daarop staande dijken.
13
NATUURONTWIKKELINGSPROJECT BROEKELING
Locatie De locatie van het natuurontwikkelingsproject Broekeling ligt in het gebied dat zich ten zuiden van de Hoogeindsche beek bevindt. De doelstellingen voor dit gebied liggen vooral in vernatten en beekherstel. Ten noorden van de beek ligt de toekomstige bouwlocatie Berkensingel. Hier wordt aangehaakt op de natte natuur die in de Broekeling nu al aanwezig is en verder ontwikkeld wordt.
Doelstelling Het gebied wordt in het beleid aangeduid als Natte Natuurparel. Het beleid voor deze gebieden vindt haar oorsprong in het doel goed om te willen gaan met teveel of juist te weinig water. Het Europees beleid en het daasruit voortvloeiende Nationaal Bestuursakkoord Water en andere landelijke afspraken geven hiervoor de kaders. Het tegengaan van tekorten aan water in Noord-Brabant verloopt via verdrogingsaanpak en via venherstel. Binnen de verdrogingsaanpak is de bescherming van de zogenaamde natuurparels één van de drie sporen. De benaming Natte Natuurparels betreft de waterafhankelijke delen van de Ecologische Hoofdstructuur die behoren tot een samenhangend complex van natuurgebieden die sterk afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden of kwel. Deze gebieden worden sterk beïnvloed door de inrichting en het beheer van de omgeving en daarom is het beleid erop gericht de waterhuishouding, waterkwaliteit en inrichting in deze gebieden af te stemmen op de ecologische doelstellingen.
Geschiedenis van de plek
Topografische kaart
Dit gebied bestond rond 1850 voornamelijk uit uitgestrekte heidevelden met groepen bomen, waarbij het oostelijke deel en uiteraard het gebied direct bij de beek erg nat was. Dit deel wordt op de geomorfologische kaart aangeduid als dalvormige laagte. Deze laagte sluit aan op de laagte waar de Hoogeindsche Beek doorheen loopt. Op de kaart van rond 1900 is het gebied nog steeds onontgonnen. Wel is aan weerszijden van de oostelijke laagte een houtwalletje zichtbaar. Kennelijk was men al wel begonnen met de eerste maatregelen om het gebied droog te leggen en geschikt te maken voor de landbouw. Op de huidige topografische kaart is duidelijk dat het gebied deels in gebruik genomen is door de landbouw en dat de oostelijke natte zone, de dalvormige laagte, nog altijd bestaat uit bos, heide en vennen.
Maatregelen De maatregelen die genomen worden in dit gebied bestaan uit:
•
Het plegen van achterstallig onderhoud in het oostelijk deel. Hier zijn in de loop der tijd allerlei bomen en struiken opgeslagen in het oorspronkelijk tamelijk open heide terrein. Dit opschot bestaat voornamelijk uit berk en den. Deze zullen deels worden verwijderd en afgevoerd en deels achterblijven op het terrein, waarbij er de voorkeur naar uitgaat om een deel van de bomen niet weg te zagen maar om te trekken.
•
Het omzetten van de aanwezige landbouwgrond naar bloemrijk gras en flora- en faunarijke akkertjes. Doel van dit onderdeel van het project is de vernatting van het gebied mogelijk maken door de landbouwgronden uit productie te halen en een functie te geven voor de natuur.
Inrichtingsschets
14
•
Aanleg van een houtwal. Om het huidige landbouwgebied nog meer natuurwaarde te geven is voorgesteld op dit deel van het terrein een houtwal aan te leggen. Op deze manier wordt het terrein voor flora en fauna aantrekkelijker als vestigingsplaats of als fourageerterrein.
Relatie met de cultuurhistorie Het gebied is een boomrijk heideterrein, dat in de periode tussen 1900 en WOII ontgonnen is, voor zover er al sprake is van ontginning. Met name de natuurwaarde is belangrijk op deze plek. De voorgestelde maatregelen hebben dan ook vooral een ecologische achtergrond, voortvloeiend uit de aanwijzing van het gebied als Natte Natuurparel. Daarbij wordt tegelijk echter ook de landschappelijk waarde van het gebied verhoogd. Door het plegen van achterstallig onderhoud wordt aangesloten bij de oorspronkelijke situatie en ontstaat weer een mooie aaneengesloten natte zone. In feite wordt met de voorgestane maatregelen deels teruggekeerd naar de Maatregelen op bestemmingsplankaart
19e eeuwse situatie waarin het gebied nat was en voornamelijk bestond uit boomrijke heide. (Zie ook de kaartjes uit het voorgaande hoofdstuk.)
Relatie met beleid Bestemmingsplan In het Bestemmingsplan liggen de gebieden waar de verschillende maatregelen zijn voorgesteld binnen de bestemming bos (grasgroen) of de bestemming natuur (blauwgroen) of agrarisch met waarden (lichtgroen). Daarnaast heeft een deel van het gebied een arcering met kruisjes. Deze arcering staat voor “attentiegebied ehs”. Deze gronden zijn mede bestemd voor behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige situatie, gericht op het verbeteren van de condities voor de natuur(waarden). Natuurbeleidsplan De gebieden waar de diverse maatregelen zijn voorgesteld hebben op de Ambitiekaart in het Natuurbeheerplan de aanduiding vochtig bos met productie (bruin), vochtige heide (paars) en vochtig hooiland (groen). De drie Maatregelen op Natuurbeheerplankaart
westelijke akkers hebben in het Natuurbeheerplan geen aanduiding gekregen. De maatregelen lijken dan ook overeen te stemmen met het Natuurbeheerplan.
Getallen Het project betreft het plegen van achterstallig onderhoud op ca. 7,5 ha en het omzetten van ca. 16,17ha landbouwgrond naar natuur, waarvan 14,37ha naar kruiden- en faunarijk grasland en 1,68ha naar kruiden- en faunarijke akker. Daarnaast wordt 230m houtwal aangelegd (0,12ha).
Legenda blusvijver poel venherstel bos verwijderen dunnen en opschonen bosaanplant houtwal kruiden- en faunarijk grasland
Oppervlaktes maatregelen
15
kruiden- en faunarijke akker
NATUURONTWIKKELINGSPROJECT MOERBLEEK Uitgangspunten voor de poelen zijn: • maximale diepte 1m beneden huidig maaiveld • flauwe noordoever (ca 1:10), • overige oevers mogen steiler zijn (bij voorkeur 1:5 - 1:7), • wateroppervlak is bij maximale vulling maximaal 1.000m2, • de ontgraven grond wordt in het terrein verwerkt in de vorm van lage wallen aan de noordzijde van de poel, • maximale hoogte van de wallen is 1,5m, • taluds van de wallen sluiten zoveel mogelijk aan op de taluds van de poel
Locatie De locatie Moerbleek ligt in het zuidwestelijk deel van het landgoed.
Doelstelling In de rapportage van het Ravon van oktober 2011 wordt aangegeven dat op Landgoed de Utrecht een aantal poelen en vennen aanwezig zijn waar diverse soorten amfibieën en andere flora en fauna voorkomen. In de rapportage Evenwichtig Samengaan, Duurzaam instandhoudingsplan landgoed De Utrecht, wordt aangegeven dat het voor een duurzame exploitatie van Landgoed De Utrecht nodig is door middel van een integrale aanpak een nieuw dynamisch evenwicht te vinden tussen natuur, economie, cultuurhistorie, recreatie, wonen en (be) leefbaarheid. Op die manier kan het landgoed als cultuurhistorisch complex zijn markante identiteit en waarde voor natuur, cultuur en economie behouden. Het project Moerbleek beoogt met name de natuurwaarden van dit gebied te versterken. UIteraard speelt de cultuurhistorie van het landgoed daarbij een belangrijke rol, immers veel van de nagestreefde natuurwaarden waren vroeger op het landgoed aanwezig en zijn mede door ingrijpen ten behoeve van de ontginning van het gebied verdwenen.
1 2
3
Het Ravon heeft in het kader van dit herstel van natuurwaarden onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om hier levensvatbare populaties van verschillende herpetofauna te realiseren. Doelsoorten zijn vinpootsalamander, heikikker, poelkikker en levendbarende hagedis. Ook voor andere flora- en faunasoorten vormen poelen en vennen en (kleine) heideterreinen een belangrijk groeiplaats, (onderdeel van het) leefgebied en/of voortplantingswater. Enkele voorbeelden zijn oeverkruid, moerashertshooi, biesvarens, veenmossen, klein blaasjeskruid, moerassprinkhaan, zompsprinkhaan, diverse libellen, geelgors, roodborsttapuit, nachtzwaluw en geoorde fuut
14
4
5
13
6
Geschiedenis van de plek Dit deel van het landgoed was tot de ontginning rond 1900 “Woeste Grond”, in dit geval vooral natte heide met her en der wat opgaand groen en enkele schapendreven. Op de kaart van 1850 komt dit open karakter duidelijk naar voren. Aan de noordrand van het gebied lag destijds het ven, Het Groot Goor. Aan de zuidkant lag het ven De Moerbleek. Rond 1900 ziet de kaart er heel anders uit. Op dat moment is het gebied tussen Het Groot Goor en de Moerbleek helemaal bebost en verkaveld in keurige rechthoekige blokken. Het Groot Goor is drooggelegd en verkaveld in smalle percelen. Alleen het deel rond De Moerbleek is nog heide en ook het ven zelf ligt er nog. Na 1900 is het ven eveneens verdwenen. Er resteert alleen nog een stuk heide.
12 11
Maatregelen Het oorspronkelijke plan van het Ravon bestond uit meer poelen en corridors dan op de nevenstaade kaart staan aangevegeven. Een aantal van de maatregelen zijn afgevallen als gevolg van aanwezige archeologische waarden of al uitgevoerd. De overblijvende maatregelen bestaan uit de aanleg van poelen op de plekken 3 t/m 6, 8 ,13 en 14. Op de plekken 1 en 10 wordt herstel van de oorspronkelijke vennen nagestreeft. Tenslotte wordt op plekken 2, 9, 11 en 12 alleen heide hersteld in de vorm van corridors. De kaart hiernaast geeft een overzicht van de genoemde plekken. Naast nieuwe natuur op de plaats van bestaande natuur in de vorm van voornamelijk naaldbos wordt aan de rand van de bestaande heide nog 1,8ha kruiden- en faunarijk grasland gerealiseerd, als buffer tussen de heide en de landbouw.
10 8 9
De poelen dienen zo uitgevoerd te worden dat deze optimaal leefgebied opleveren voor allerlei amfibieën en andere watergebonden natuur. De poelen worden dan ook wisselend van grootte, waarbij de enkele poelen jaarlijks droog zullen komen te vallen en anderen nooit of slechts in heel droge jaren. Op de volgende pagina staat een tekening van een dergelijke gemiddelde poel. Locaties van de poelen kruiden en faunarijk grasland
16
Op de plekken 1 en 10 zijn de oppervlaktes heide en water die worden teruggebracht gebracht groter. Hier worden de oorspronkelijke vennen hersteld. Ook op locatie 9 wordt een groter gebied bos omgevormd naar heide, dan rond de poelen. Op onderstaande kaart staan de oppervlaktes te verwijderen bos aangegeven.
Archeologische verwachtingskaart Op de archeologische verwachtingskaart liggen nog enkele poelen binnen een hoge archeologische verwachting. Er heeft echter aanvullend archeologisch onderzoek plaatsgevonden waaruit is gebleken dat de aanleg van de in dit hoofdstuk beschreven poelen geen problemen opleveren ten aanzien van mogelijke archeologi-
Relatie met cultuurhistorie
sche vondsten.
In het gebied Moerbleek is sprake van cultuurhistorische elementen uit twee verschillende perioden. In de eerste plaats is dat het karakter van het gebied met vennen en uitgestrekte heidevelden van voor de ontginning van het gebied. Met het herstel van twee van deze vennen (maatregelen nr. 1 en 10) wordt hierop aangesloten. Het tweede historische element is het rastervormige verkavelingspatroon dat dateert uit de periode van rond 1900. Dit patroon wordt bij de plannen zoveel mogelijk gerespecteerd. Met de aanleg van de overige poelen wordt weliswaar aangesloten bij het oorspronkelijk natte karakter van het gebied van voor de ontginning van het gebied, maar is er geen sprake van daadwerkelijk herstel van oorspronkelijke waterpartijen. Deze maatregel vloeit dan ook voorna,melijk voort uit de wens de ecologische waarde van het gebied te vergroten.
Getallen Met het project Moerbleek wordt in totaal ca.18,585ha naaldbos omgevormd naar 15,76ha heide en 2,825ha water. Onderstaande kaart geeft een overzicht van de verschillende oppervlaktes samengevat komt dit neer op: Nummer 1 en 10
Venherstel
3,475 + 5,75 = 9,225
2,0 + 5,3 = 7,3
2 en 9
Heideherstel
0,5 + 2,65 = 3,15
3,15
Poelen
4,21
3,31
11 en 12
Corridor
1,0 + 1,0 = 2,0
2,0
-
Kruiden- en faunarijk gras
Natuurbeheerplan De plekken waar de poelen gepland zijn hebben op de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan ofwel de aanduiding “Vochtig bos met productie” (donkerbruin) ofwel de aanduiding “Droog bos met productie” (lichtbruin).
5
17,56
2
3
14
4 13 5
2,825
2
3
14
6
0,9
1
2
4
1,475 + 0,45 = 1,925
Te verwijderen bos in ha
1
3
Opp water (ha)
1,8
18,585
Locaties van de poelen op de archeologische verwachtingskaart van het SRE
1
Opp te realiseren natuur (ha)
3, 4, 5, 6, 8, 13 en 14
Relatie met beleid
Locaties van de poelen op de Natuurbeheerplankaart
Maatregel Opp te verwijderen bos (ha)
14
4 13
6
5
13
6
12
12
12
11
11
11
Legenda blusvijver
10
10
10
poel venherstel bos verwijderen
8
8
8
dunnen en opschonen bosaanplant
9
9
9
houtwal kruiden- en faunarijk grasland kruiden- en faunarijke akker
17
Principe-inriching poel
Principe-inrichting poelen
18
Inrichtingsschetsen voor beide venherstelprojecten
19
NATUURONTWIKKELINGSPROJECT DE FLAES
Locatie Dit gebied ligt in het zuidoostelijk deel van het landgoed. De Fleas is een belangrijk natuurgebied met twee grote open watervlakken, de eigenlijke Flaes en het Goorven. De locatie waar de maatregelen plaatsvinden liggen ten zuiden en zuidwesten van de Flaes en betreft met name de landbouwgronden.
Doelstelling De Flaes en het gebied daaromheen is net als de Broekeling een Natte Natuurparel, waarbij de bescherming van deze gebieden één van de drie sporen van de verdrogingsaanpak is. De Natte Natuurparels zijn de waterafhankelijke delen van de Ecologische Hoofdstructuur die behoren tot een samenhangend complex van natuurgebieden die sterk afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden of kwel. Deze gebieden worden sterk beïnvloed door de inrichting en het beheer van de omgeving en daarom is het beleid erop gericht om de waterhuishouding, waterkwaliteit en inrichting in deze gebieden af te stemmen op de ecologische doelstellingen.
Geschiedenis van de plek De twee vennen staan op de kaart van 1850. Op de huidige topkaart staan de vennen nog steeds. De landschappelijke situatie is in de loop der tijd echter veranderd. Rond 1850 liggen de vennen in een heel open gebied van uitgestrekte natte en droge heidevelden. Op de kaart van 1900 liggen nog steeds grote heidevelden rond de vennen, maar zijn tevens sporen zichtbaar van de ontginning van het gebied in de nabijheid. In de periode 1900 tot nu is veel gebeurd rond de vennen. Het bos is tot dicht aan de rand van de vennen opgerukt, met name de Flaes en de Kleine Flaes worden op dit moment voor een belangrijk deel omsloten door bos. Voor het Goor is dit minder het geval. Zowel ten oosten als ten westen liggen hier nog grote aaneengesloten open natuurgebieden. Naast ontginningen in de vorm van de aanleg van bos is ook de landbouw in de loop der tijd de Flaes tot vrij dicht genaderd. Aan de zuidkant liggen de dichtstbijzijnde landbouwpercelen op nog geen 100m afstand. Met de komst van de landbouw is ook de hydrologische situatie veranderd. Vanuit de landbouw worden heel andere eisen aan de waterhuishouding gesteld dan vanuit de natuur. Gevolg hiervan is in veel gevallen verdroging van de aanwezige kwetsbare natuur.
Topografische kaart
landbouwgrond naar kruiden- en faunarijk grasland
4,1
Maatregelen Ten zuiden en zuidoosten van de Flaes worden grote stukken landbouwgrond omgezet naar natuur. Zo worden de randvoorwaarden geschapen om het gebied in de toekomst te vernatten en aan te sluiten bij de doelstellingen voor de natte natuurparel en daarmee ook de natuurwaarden van het gebied te versterken. In het nu nog in landbouwkundig gebruik zijnde gebied ten zuidoosten van de Flaes worden tevens enkele houtwallen aangeplant, zodat er een prettig vestigingsklimaat ontstaat voor allerlei flora en fauna. tegelijk wordt de harde overgang van landbouw naar natuur enigszins verzacht.
landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker
3,0 houtwal
0,1
Relatie met de cultuurhistorie
4,3 0,18
Het gebied rond de Flaes en het Goor is nooit ontgonnen. Het gebied kent dan ook nog een heel oorspronkelijk karakter. Wel is het gebied in de loop der tijd steeds verder volgegroeid met bos en is ook de landbouw de centrale grote vennen dicht genaderd. Met name deze laatste ontwikkeling heeft grote gevolgen gehad voor het
houtwal
Maatregelen met oppervlak in ha
20
natuurgebied. De landbouw stelt tegenovergestelde eisen aan de waterhuishouding dan de natuur, lage grondwaterstanden in het voorjaar en hoge in de zomer Dit is precies andersom dan de natuurlijke grondwaterstand, die juist hoog is in de winter en het voorjaar en na de relatieve droogte van de zomer juist laag is. Uiteindelijk is verdroging van het natuurgebied hier het directe gevolg van. Dit project waarin bijna 14,5ha landbouw uit productie wordt genomen geeft het gebied de kans het natte karakter te herstellen en verder te ontwikkelen tot een prachtige natuurgebied waar zelfs opnieuw veenvorming tot de mogelijkheden behoort.
landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker
De geplande aanleg van enkele houtwallen in het landbouwgebied dat wordt omgezet naar natuur vloeit enerzijds voort uit de wens de natuurwaarde van het gebied te vergroten. Anderzijds is het achterliggende doel een meer geleidelijke overgang te realiseren tussen natuur- en landbouwgebied.
Relatie met beleid Bestemmingsplan Het gebied waar de omzetting van landbouwgronden naar natuur (kruiden- en faunarijk grasland of kruiden- en faunarijke akker) plaats gaat vinden heeft op de kaart de aanduiding agrarisch met waarden (lichtgroen).
landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker
houtwal
Natuurbeheerplan De gebieden waar landbouwgrond omgezet wordt naar natuur hebben op de kaart nu geen aanduiding.
houtwal
Getallen
Bestemmingsplan
In het gebied wordt 8,4 ha landbouwgrond omgezet naar kruiden- en faunarijk grasland, 3 ha wordt ontwikkeld tot kruiden- en faunarijke akker. Verder worden twee houtwallen aangelegd met een gezamenlijk lengte van 440m en een oppervlak van 0,28ha.
landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker
landbouwgrond naar kruiden- en faunarijke akker
houtwal
houtwal
Natuurbeheerplan
21
NATUURONTWIKKELINGSPROJECT DEPPO
Deze locatie ligt aan de noordrand van twee percelen aan de Lange Baan, tegen het beekdal van de Reusel. Ook hier is sprake van een Natte Natuurparel die direct grenst aan de locatie.
Natuurbeheerplan De locatie zelf heeft in het Natuurbeheerplan geen aanduiding. Het gebied ten noorden heeft de aanduiding Rivier- en beekbegeleiden bos (blauwgroen) en Dennen-, eiken- en beukenbos (donkergroen)
Doelstelling
Getallen
Locatie
Het oppervlak soortenrijk loofbos dat hier gerealiseerd wordt is ca 2,5ha groot.
Het landbouwgebied waar deze locatie deel van uitmaakt ligt geomorfologisch in het beekdal van de Reusel. De afstand tot de beek is relatief kort, waardoor de invloed van de landbouw op de beek relatief groot is. Zo zal er voedselrijk water uit het landbouwgebied in de Reusel terechtkomen. Daarnaast is de invloed van de landbouw op het gewenste waterpeil aanzienlijk. Vanuit de landbouw is het peil ‘s zomers hoog en ‘s winters laag. Dit is precies andersom als de natuurlijke fluctuatie waarin het peil in de winter en het voorjaar hoog is en in de zomer het water relatief laag staat. Door landbouwgrond om te zetten naar natuur kan meer vastgehouden worden aan de natuurlijke peilfluctuaties en neemt ook de invloed op de waterkwaliteit af.
Geschiedenis van de plek Geomorfologisch maakt het gebied deel uit van het beekdal. De oude kaarten laten zien dat landbouwkundig gebruik echter lang op zich laat wachten. De beek kent niet het typische gebruik als hooiland, zoals dat op veel plekken wel het geval is, met kleine kavels en veel beplanting op de perceelsgrenzen in de vorm van houtwallen en singels. Het gebied is als landbouwgrond pas in gebruik genomen in de periode kort na 1900. Op de kaart van rond 1900 zijn al wel de eerste ontginningsactiviteiten in de vorm van enkele sloten door de heide zichtbaar.
aanplant gemengd loofbos
Maatregelen De maatregel bestaat uit het inplanten van het noordelijk deel van de twee landbouwpercelen met inlands bos, bestaande uit een gemengd sortiment loofhout.
Locatie
Maatregel
Relatie met de cultuurhistorie Een duidelijke relatie tussen de geschiedenis van het gebied en de voorgestane maatregelen is er niet. De maatregel komt vooral voort uit de wens de ecologische kwaliteiten van de Natte Natuurparel te versterken. Wel wordt met de maatregel gerefereerd aan de oorspronkelijk situatie waarin het gebied nog onontgonnen was.
Relatie met beleid Bestemmingsplan In het bestemmingsplan liggen op het gebied diverse bestemmingen: • agrarisch gebied met waarden (lichtgroen) • attentiegebied EHS
aanplant gemengd loofbos
aanplant gemengd loofbos
Daarnaast is het noordelijke randje van de locatie tegen het bestaande bos aangeduid met: • wijzigingsgebied zoekgebied watersystemen en • waterbergingsgebied Bestemmingsplan
22
Natuurbeheerplan