CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.09342] - Jaarstukken 2021

Commissie Inwoners 21 juni 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Jaarrekening 202146.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Dat onderscheid heeft te maken met het feit dat de gemeente gebruik maakt van totaalfinanciering, dus alle investeringen worden gefinancierd met een mix van eigen vermogen en vreemd vermogen. Voor de kapitaallasten moet gerekend worden met de reële rente (omslagrente). Die rente wordt berekend aan de hand van de te betalen rente in en de boekwaarde van de investeringen. In 2021 bedroeg de omslagrente 0,5%. Voor de grondexploitatie is het hiervoor berekende percentage het uitgangspunt, maar dan moet nog wel correctie plaatsvinden voor de verhouding vreemd vermogen – eigen vermogen. In de grondexploitaties zoals die recent opnieuw zijn berekend, is een rente van 0,35% aangehouden. Renteresultaat Aan investeringen en aan de grondexploitaties wordt een fictieve rente (rekenrente) toegerekend. Die rekenrente is niet gelijk aan de werkelijke rente die de gemeente betaalt op de opgenomen geldleningen. Het voor- of nadeel dat we hierdoor hebben is het renteresultaat. Over 2021 is het renteresultaat als volgt: Schema renteberekening 2021 a Externe rentelasten b Externe rentebaten Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

€ 91.700

e

Aan taakvelden toe te rekenen rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

€ 158.421

f

Renteresultaat

c

d1 d2

€ 160.854 -/- € 3.199 € 157.655 -/- € 91.700 € 65.955 €0 €0 € 65.955 -/- € 158.421 -/- € 92.466

Het verschil tussen het begrote renteresultaat (-/- € 204.763) en het gerealiseerde werkelijke renteresultaat (-/- € 92.466) komt door:  hogere betaalde rente (vooral door rente over betaalde planschadevergoedingen);  verschillen tussen de werkelijke boekwaarden en de begrote boekwaarden van grondexploitaties;  lagere toegerekende rente aan investeringen vanwege een lager investeringsniveau dan geraamd.

20

2.4.3. Leningenportefeuille Onze gemeente heeft per 31 december 2021 voor een bedrag van € 15,9 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. De leningenportefeuille per 31 december 2021 is daarmee circa € 1 miljoen hoger dan de restant schuld per 31 december 2020. In 2021 zijn nieuwe leningen aangetrokken voor een bedrag van in totaal € 6,5 miljoen, terwijl er ruim € 5,5 miljoen is afgelost op leningen. 2.4.4. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat een gemeente met kortlopend krediet mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aangaan van kasgeldleningen. Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief BTW) is. De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie hiervan verslag te doen. In het jaarverslag wordt verantwoord of de geraamde kasgeldlimiet is overschreden. Kasgeldlimiet op basis van begroting 2021

€ 34.129.000 8,50% € 2.901.000

Omvang begroting Toegestane limiet Ruimte kasgeldlimiet

In 2021 is de kasgeldlimiet niet overschreden, hetgeen betekent dat het totaal aan korte schulden (kwartaalgemiddelde) niet groter was dan -/- € 2.901.000. De kwartaalsaldi bedroegen: -/- € 1.367.264 (1e kwartaal), -/- € 1.981.266 (2e kwartaal), -/- € 769.967 (3e kwartaal) en -/- € 646.264 (4e kwartaal). 2.4.5. Renterisiconorm De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Dit is vooral van belang bij stijgende rentepercentages omdat dan de rentekosten bij herfinanciering stijgen. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5 e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. In 2021 is de renterisiconorm niet overschreden.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

Begroting 2021

Rekening 2021

1

Renteherzieningen

0

0

2

Aflossingen

4.238

5.563

3

Renterisico (1+2)

4.238

5.563

4a Begrotingstotaal

34.129

36.773

4b Percentage regeling

20%

20%

4

6.826

7.355

2.588

1.792

Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal)

5a Ruimte onder de renterisiconorm (4>3) 5b Overschrijding van de renterisiconorm (3>4)

EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)- saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren zoals zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van de EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees overheidstekort. Voor gemeenten worden op basis van begrotingstotalen individuele EMU-referentiewaarden berekend. Voor Reusel-De Mierden is de laatst bekende referentiewaarde (over 2021) berekend op € 1.292.000,-. In deze referentiewaarde is tevens het gemeentelijke aandeel in het EMU-saldo van gemeenschappelijke regelingen verdisconteerd. De referentiewaarde is dan ook geen norm, maar meer een indicator. Pas als nationaal blijkt dat gemeenten het plafond van het EMU-tekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen.

21

EMU-saldo

Begroting 2021

Jaarrekening 2021

Omschrijving 1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

x € 1.000,-

x € 1.000,-

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

3.

Mutatie voorzieningen

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

Berekend EMU-saldo (=1-2+3-4-5)

-1.914

527

2.179

3.060

0

550

-2.552

-2.983

0

0

-1.541

1.154

22

2.5. Verbonden partijen 2.5.1. Algemeen Een verbonden partij is een instelling buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, artikel 1). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen. 2.5.2.

Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden is dat tussen gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt de gemeente Reusel-De Mierden risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel. Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Hiervan is sprake als bijvoorbeeld de gemeente Eindhoven uit de MRE zou stappen.

Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten. Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de aandelen c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 2.5.3. Overzicht verbonden partijen Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.

23

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

GGD Brabant-Zuidoost Eindhoven Programma 6: Sociaal Domein Programma 7: Volksgezondheid en milieu De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ). De kerntaken van de GGD zijn:  Infectieziektebestrijding (incl. TBC bestrijding, SOA-bestrijding, reizigerszorg en  hygiënezorg)  Medische milieukunde  Toezichthoudende taken (kinderopvang, tattooshops, calamiteitentoezicht WMO)  Jeugdgezondheidszorg 0 –18 jaar  Onderzoek en beleidsadvisering  Gezondheidsbevordering  Ambulancezorg Gemeentelijke bijdrage 2021: € 474.548 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 4.420.000 € 4.710.000 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 30.526.000 € 29.000.000 Resultaat 2021: € 15.000 

De belangrijkste ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft gekregen in 2021 zijn:  Coronabestrijding (testen, broncontactonderzoek, vaccineren, informeren publiek en professionals)  Het borgen van publieke gezondheid in de omgevingsvisies en omgevingsplannen van gemeenten;  Programmatische aanpak voor preventie van suïcide- en depressie;  Uitbreiding van contracttaken zoals Wvggz-taken en de Wijk GGD’er;  Optimaal inzetten van Jeugdgezondheidszorg (JGZ) als collectieve basisvoorziening in de jeugdzorgketen en in het sociale domein;  Integratie JGZ 0 – 4 binnen de GGD (per 1.1.2021 formeel en materieel gerealiseerd) en implementatie van de visie Groei !.  Tekorten op de arbeidsmarkt van verpleegkundigen en artsen (extra inzet op werving en aantrekkelijk werkgeverschap);  Implementatie van het Lean gedachtengoed (continu verbeteren) binnen de GGD;  Implementeren van zelforganisatie en tweelagenstructuur. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 2 risicoparagraaf uit de concept jaarrekening 2021 van de GGD. Kempisch Bedrijvenpark (KBP) Bladel Programma 3: Economie De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur.

Het ontwikkelen en realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieeleconomisch oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark gelegen binnen het rechtsgebied, binnen de door het bevoegd gezag te stellen ruimtelijke en andere publiekrechtelijke randvoorwaarden. Bovenstaande met inachtneming van de nader te formuleren sectorale doelstellingen en uitgangspunten. Gemeentelijke bijdrage 2021: €0 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 11.683.000 € 16.231.000 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 21.100.000 € 7.000.000 Resultaat 2021: € 4.548.000 Van de uitgeefbare grond (69 ha) is 88% verkocht (eind 2021). De planning voor uitgifte in 2021 is ruimschoots gehaald. In 2021 is 18,3ha verkocht. De planning voor uitgifte in 2022 is 7,9ha. Voor het Woonbos zijn 29 van de 30 kavels verkocht. Uiterlijk op 1 januari 2023 worden alle kavels afgenomen. In de loop van 2022 zal de gemeenschappelijke regeling KBP conform de bepalingen in die gemeenschappelijke regeling worden geliquideerd en zal een belangrijk deel van de winst worden uitgekeerd aan de gemeenten. Omdat de uit te geven grond volledig verkocht dan wel in optie is, is er vrijwel geen sprake meer van risico’s.

24

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Reusel Programma 0: Bestuur en ondersteuning Diverse programma’s voor programmakosten De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur. De regeling wordt getroffen ter gezamenlijke behartiging van de afzonderlijke en gemeenschappelijke belangen van de colleges op het gebied van:  Informatie en communicatie technologie waaronder geografische informatievoorziening (SSC);  Werk, inkomen en zorg (MD);  Personeel & Organisatie (P&O);  Jeugdhulp (JH);  Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Gemeentelijke bijdrage 2021: € 3.193.186 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 859.571 / € 295 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 0 / € 0 Resultaat 2021: -/- € 149.705 De toekomst van de Samenwerking tussen de Kempengemeenten is al enige jaren onderwerp van gesprek. Er is een traject ingezet waarbij de focus ligt op autonome gemeenten en regie op gegevens. Door deze focus verder uit te werken binnen de GRSK ontstaat de mogelijkheid om taken en bevoegdheden, nu belegd binnen de GRSK, opnieuw te verbinden met gemeenten. Dit resulteert in een veranderopgave voor zowel gemeenten als GRSK en zal een uitwerking moeten krijgen in de zin van financiën, organisatorisch, personeel, juridisch, etc. De GRSK rekent alle kosten door aan de deelnemende gemeenten en loopt als zodanig geen risico’s.

Voor zover de gemeente risico’s loopt, zijn deze meegenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Het takenpakket is vastgelegd in artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. De kerntaken zijn strategische bestuurlijke samenwerking op de thema’s Economie (inclusief uitvoering Stimuleringsfonds en betaalautoriteit Brainport Development NV), Transitie landelijk gebied, Energietransitie en Mobiliteit (incl. GGA). Het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant, met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel. Gemeentelijke bijdrage 2021: € 183.945 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 17.743.000 € 14.325.000 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 14.524.000 € 14.427.000 Resultaat 2021 (ingeschat resultaat): € 598.000 (ingeschat resultaat voor accountantscontrole) NB: Van het eigen vermogen heeft een zeer belangrijk deel (circa € 11 miljoen) betrekking op landgoed Gulbergen.

Ontwikkelingen:

Algemeen  COVID-19 speelde ook in 2021 nog een grote rol. Medewerkers werken afwisselend thuis en op kantoor, werkplekken zijn beschikbaar volgens een rooster. Fysieke archiefstukken zijn en blijven raadpleegbaar in de bezoekersruimte. De bezoekersruimte is op afspraak open. Alle afspraken uit het Samenwerkingsakkoord (MRE) en het Programma 2021-2022 (RHCe) zijn nagekomen, besluiten welke wettelijk vereist waren (o.a. vaststelling Programmabegroting 2022 en de Jaarrekening 2020) zijn genomen. Er heeft geen vertraging in de besluitvorming plaatsgevonden.  Op 29 juni jl. heeft het Hof Den Haag het arbitrale eindvonnis inzake de minderlevering brandbaar restafval 2015-januari 2017 nietig verklaard. De uitspraak hield tevens in dat Attero de door de Metropoolregio Eindhoven vooruitbetaalde naheffing moest terugbetalen. Dit is inmiddels gebeurd. Attero is tegen de uitspraak van het Hof in cassatie gegaan, wanneer deze procedure start is nog niet bekend. De looptijd van de procedure wordt ingeschat op 1,5 jaar.

25

Dienst Metropoolregio Eindhoven  Op meerdere momenten zijn in 2021 (digitale) bijeenkomsten georganiseerd waar gemeenten (raden en colleges) input konden leveren t.b.v. de realisatie van het Werkprogramma 2022. Na afronding van de zienswijzeprocedure hierop zal besluitvorming door het Algemeen Bestuur plaatvinden in de vergadering van 23 februari 2022.  In de vorm van een ambitiedocument zijn voorbereidingen getroffen om te komen tot de realisatie van een nieuw samenwerkingsakkoord voor de periode 20222025. Dienst Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) Volgend op het besluit van het Algemeen Bestuur op 16 december 2020 over het toekomstperspectief RHCe, zijn de openstaande vacatures nagenoeg volledig ingevuld.

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Gulbergen Samen met de gemeenten Geldrop-Mierlo en Nuenen c.a. zijn de kaders en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied in kaart gebracht en met medewerking van een Landschapsarchitect vertaald in een viertal ontwikkelrichtingen van het gebied. Hiermee is een volgende stap gezet in de definitieve invulling van het gebied. Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld AB juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De huidige stand van de algemene reserves is voldoende om deze risico’s af te dekken. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Eindhoven Programma 1: Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. VRBZO is een organisatie waarin de brandweer en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden.

VRBZO is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Gemeentelijke bijdrage 2021: € 820.624 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 2.483.000 € 2.145.000 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 42.498.000 € 41.763.000 Resultaat 2021 (ingeschat resultaat): € -73.000 Covid-19 De coronacrisis had ook in 2021 nog een flinke impact op VRBZO. Met de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 (Twm) zijn veel bevoegdheden rondom maatregelen bij het kabinet en de Tweede Kamer belegd. Daarmee eindigde formeel de situatie waarmee vergaande maatregelen via tijdelijke noodverordeningen werden opgelegd. Onderdeel van de invoering van de Twm was het aanbieden van een (eind)verslag namens de voorzitter veiligheidsregio aan gemeenteraden over de bestrijding van de crisis. In februari 2021 is het tweede verslag Covid-19 namens de voorzitter aangeboden aan gemeenteraden. Daarna had VRBZO nog steeds een belangrijke taak in de coördinatie en afstemming in de regio. Op regionaal gebied vond via het regionaal beleidsteam op bestuurlijk niveau overleg plaats hoe de maatregelen (en versoepelingen) binnen de regio zo uniform als mogelijk worden toegepast. De coördinatie van werkzaamheden die hieruit voorkomen vergden capaciteit van de crisisorganisatie. Met de versoepelingen vanuit het Rijk is in juli 2021 ook het crisisniveau van GRIP 4 na ruim 16 maanden afgeschaald.

Dat betekent dat ook de crisisorganisatie grotendeels is ontbonden tot een kleine kerngroep. Zo is er bijvoorbeeld geen regionaal beleidsteam (RBT) meer actief in de regio. Wel kunnen er nog naar behoefte bestuurlijke bijpraat momenten worden georganiseerd waarbij Covid-19 het onderwerp is. Op operationeel gebied heeft Covid-19 bij de brandweer niet direct tot problemen geleid. Wel was het in sommige brandweerposten in de regio moeilijk om roosters passend te krijgen bij toenemend aantal besmettingen. Door de flexibele instelling van veel medewerkers heeft dit niet tot extra risico’s geleid. Door de maatregelen was het

26

praktisch onmogelijk om het volledige opleidings-, trainings- en oefenprogramma te doorlopen. Het programma heeft daardoor achterstanden opgelopen. De meest essentiële oefeningen en trainingen zijn doorgegaan om te voorkomen dat de (eigen) veiligheid in het geding kwam. Andere aanvullende opleidingen, die nodig zijn om de ontwikkelingen in het vakgebied goed bij te houden, zijn veelal uitgesteld. Visie 2025 In 2021 is de koers voor de komende jaren vastgesteld. In het eerste kwartaal van 2021 zijn de (commissies van de) gemeenteraden samen met burgemeester bijgepraat op de ontwikkelingen en speerpunten uit de visie. In april is de visie door het bestuur vastgesteld. Daarna is direct aan de slag gegaan met de uitvoeringsagenda. Belangrijk accent hierin ligt op ontwikkeling van domein crisisbeheersing. Helaas zorgde de hoge werkdruk in dit domein door de coronacrisis ervoor dat we in 2021 niet alles konden doen wat we wilden. De komende jaren willen we hierop versterken. Omgevingswet In opdracht van het Veiligheidsberaad heeft Cebeon landelijk onderzoek uitgevoerd naar de kosten van de invoering van de Omgevingswet voor veiligheidsregio’s. Op landelijk niveau komen de totale implementatiekosten voor veiligheidsregio’s uit tussen de circa 20 en 30 miljoen euro, waarbij de kosten afhankelijk zijn van het totale risicoprofiel van de regio.

De stelselherziening gaat naar verwachting leiden tot hogere structurele kosten voor de veiligheidsregio’s. Uit het onderzoek blijkt een structurele kostenstijging van ongeveer 20% ten opzichte van de huidige kosten op de producten van risicobeheersing reëel. Vanuit de regionale samenwerking omgevingswet (gemeenten en diverse gemeenschappelijke regelingen) wordt nu in beeld gebracht wat de impact voor onze regio is.

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Vervolgtraject denktank rechtspositie brandweervrijwilligers Het Veiligheidsberaad, het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) en de Brandweerkamer onderzoeken op welke wijze de brandweerorganisatie opnieuw kan worden vormgegeven, op zo'n manier dat er nadrukkelijk en fundamenteel verschil is tussen vrijwilligers en beroepskrachten. Dat is namelijk nodig vanuit juridisch oogpunt. In landelijk verband wordt bekeken hoe de brandweer hieraan invulling kan geven. Dit wordt aangepakt via diverse bouwstenen. De eerste bouwsteen gaat over de verschillen van inzet en inroostering van vrijwilligers en beroepskrachten. De impact voor VRBZO zit met name in het feit dat het niet meer mogelijk is vrijwilligers te consigneren in het rooster van de repressieve beroepsdienst. In verhouding tot andere regio's is de impact relatief klein. Indien de andere bouwstenen ook geïmplementeerd dienen te worden zal de impact groter zijn, maar dit is vooralsnog niet aan de orde. In de paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen van de Begroting 2021 van de VRBZO zijn de risico’s en de bijbehorende weerstandcapaciteit benoemd. In de jaarstukken 2021 van de VRBZO is deze paragraaf geactualiseerd. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven Programma 7: Volksgezondheid en milieu De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

De Omgevingsdienst is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de verantwoordelijke overheden in de regio Zuidoost-Brabant aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving (zie artikel 2 lid 3 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2015). Gemeentelijke bijdrage 2021: € 515.000 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 2.429.000 € 3.266.000 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 4.523.000 € 5.150.000 Resultaat 2021: € 837.000 (ingeschat resultaat)  In het najaar van 2021 is de bestuurlijke evaluatie van het ROK (Regionaal Operationeel Kader) voor milieutoezicht opgeleverd. Parallel daaraan is gewerkt aan de verdere professionalisering van de uitvoering. Met name op het vlak van de interne organisatie, monitoring en planning zijn stappen voorwaarts gezet. Hierdoor zijn we er in geslaagd om in het najaar van 2021 de planning voor 2022 aan onze deelnemers te presenteren.  De inwerkingtreding van de Omgevingswet is (wederom) verschoven. Nu naar 1 januari 2023. De nieuwe wet leidt tot een stelselherziening met een grote impact op de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn.

Dit vraagt om regionale afstemming en samenwerking; vandaar dat de ODZOB in 2021

27

Risico’s:

intensief heeft samengewerkt met haar deelnemers en andere ketenpartners. Het ODZOB-programma ter voorbereiding op de Omgevingswet heeft inmiddels de eerste (deel)projecten opgeleverd. Er is ook enige vertraging opgelopen door de verschuiving van de aanvangsdatum van de nieuwe wet. Dit betreft met name de opleidingsactiviteiten; deze verschuiven naar 2022.  In 2021 zijn de voorbereidingen op de inrichting van de nieuwe VTHapplicatie vertraagd. Deels door de vertraagde start van de Omgevingswet en deels door een (inmiddels vervallen) geschil met de leverancier.  Het afgelopen jaar was er, mede naar aanleiding van het vervolg op het rekenkameronderzoek uit 2020, veel aandacht voor de (grip op de) samenwerking tussen de ODZOB en haar partners. Het in 2021 in gang gezette traject zal in 2022 zeker een vervolg krijgen. Ten behoeve van Ontwerpbegroting 2023 en jaarrekening 2021 zijn de risico’s opnieuw geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat de verwachtingswaarde van de risico’s met de grootste potentiële impact € 2.742.500 bedraagt.

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

KempenPlus Bladel Programma 6: Sociaal domein De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur Uitvoering Participatiewet Gemeentelijke bijdrage 2021: Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): Resultaat 2021:

Ontwikkelingen:

KempenPlus heeft de aandacht op de ontwikkeling van cliënten en gesubsidieerde medewerkers in 2021 vergroot. Helaas hebben niet alle trainingen door COVID19 plaats kunnen vinden. KempenPlus treedt als werkgever op voor mensen met een zodanige afstand tot de arbeidsmarkt als een baan bij een regulier bedrijf niet mogelijk is. Dat kan een permanente oplossing zijn maar de infrastructuur wordt ook steeds meer ingezet voor een tijdelijke periode als tussenstap naar een werkplek bij een regulier bedrijf. KempenPlus stuurt conform het voornemen in de begroting op de sociale toegevoegde waarde zonder de netto toegevoegde waarde te verwaarlozen. De uitstroom uit de sociale werkvoorziening is hoger dan geraamd en de instroom van medewerkers met een loonkostensubsidie is lager dan geraamd. Dit laatste wordt mede veroorzaakt door Covid-19. Daardoor liggen de omzetten in 2021 lager dan geraamd. Dit heeft echter niet tot extra bijdragen van de gemeenten geleid omdat onder andere ook de lasten van gesubsidieerde medewerkers lager zijn. De volgende risico’s zijn in de programmabegroting van KempenPlus opgenomen:  Prijsrisico’s  Kwantiteits- en kwaliteitsrisico’s. 1. hogere instroom cliënten door marktontwikkelingen (economische recessie) en daardoor hogere uitkeringslasten voor de gemeenten; 2.

afname van het aantal mensen met een SW indicatie kan niet gecompenseerd worden door de instroom van medewerkers LKS (loonkostensubsidie) of beschut werk; 3. arbeidsvermogen (potentieel) van de medewerkers uit de doelgroep neemt af; De kans dat het eerste risico (meer cliënten) zich voordoet is door de coronacrisis sterk toegenomen. In de begroting van KempenPlus wordt ervan uitgegaan dat de uitstroom van de SW gecompenseerd wordt door de medewerkers met een loonkostensubsidie of in Beschut Werken. KempenPlus richt zich vooral op het plaatsen van medewerkers op een zo regulier mogelijke baan. Het risico bestaat dat de medewerkers die binnen de infrastructuur werken minder loonwaarde of productiviteit hebben en meer begeleiding nodig hebben.  Risico’s door de ontwikkelingen in de markt. Voor de bedrijfsresultaten is KempenPlus afhankelijk van de vraag in de markt en de economische ontwikkelingen. De volgende risico’s hangen hiermee samen: 1. Wegvallen van vaste klanten en goed renderende opdrachten; 2. Aflopende contracten met de gemeenten; 3. Aanpassen van de relatie met de gemeenten; 4. Meer instromers dan de markt aan kan waardoor de tarieven onder druk staan; 5. Concurrentie voor laagbetaalde functies door lage loonlanden en robotisering; 6. Economische gevolgen van COVID-19.

Risico’s:

€ 3.356.000 € 8.339.000 € 8.984.000 € 121.000

€ 8.347.000 € 7.919.000

28

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Stichting Regionaal Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Oirschot Programma 0: Bestuur en ondersteuning De gemeente is vertegenwoordigd in de Vergadering van Aangeslotenen. Bizob zet zich in voor ruim 35 gemeenten en publieke organisaties als strategisch partner voor inkoop en aanbestedingen. In nauwe samenwerking met de gemeente faciliteert Bizob inkoop, aanbestedingen, contractmanagement en – beheer voor het sociaal domein, openbare ruimte, bedrijfsvoering en ICT. Het doel is het behalen van voordeel voor alle bij Bizob aangesloten organisaties. De inkoopsamenwerking gaat verder dan het bundelen van inkoopvolumes. Door samenwerking wordt kennis opgebouwd van producten, markten en bedrijven, waardoor transactiekosten en inkooprisico’s verminderen en de professionaliteit van de inkoopfunctie toeneemt. Gemeentelijke bijdrage 2021: € 81.738 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 975.000 € 1.405.000 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 1.009.000 € 1.140.000 Resultaat 2021: € 1.003.000 (voorlopig resultaat) Ook in 2021 ging vanzelfsprekend veel aandacht uit naar de maatregelen omtrent corona. De maatregelen ter indamming van het coronavirus hebben effect gehad op veel organisaties. Ook op het gebied van inkoop en contractmanagement was de impact merkbaar.

Om ervoor te zorgen dat we zo min mogelijk economische schade zouden oplopen, streefde Bizob ernaar dat lopende aanbestedingen zo goed mogelijk doorgang konden vinden en nieuwe trajecten gestart konden worden. Hiervoor richtte Bizob, vrijwel meteen na het ingaan van de coronamaatregelen, een corona taskforce op. Alle corona gerelateerde vragen, bijvoorbeeld over de invulling van de meerkostenregeling van de overheid, werden via de bekende concerninkoper of contractmanager doorgespeeld naar de Taskforce. Ook de vragen vanuit ondernemers werden centraal opgepakt. Zo ontstond er één punt voor vraag en antwoord over inkoop en corona. Daarnaast onderzocht Bizob of we door middel van inkoop en contractmanagement risico’s in de toekomst kunnen verminderen. Welke kansen zijn er om de economische impact van verstoringen (bijvoorbeeld door een pandemie) te beperken? In de strategische visie ‘Sterker uit de Crisis’ is beschreven hoe inkoopactiviteiten binnen de publieke sector een grote bijdrage kunnen leveren om meer weerbaar en sterker uit de economische crisis te komen. Naast coronagerelateerde zaken, ging ook de standaard bedrijfsvoering bij Bizob door. Vanuit 50 ‘thuiswerk’ kantoren werkte Bizob samen met de aangesloten organisaties aan ruim 1015 aanbestedingstrajecten.

Daarbij blijft Bizob hoog inzetten op collectieve inkoop en contractbeheer, want samen zijn veel voordelen te behalen en kunnen inkoopkosten worden gereduceerd. Ook duurzaamheid staat bij Bizob, net als in vele coalitieakkoorden hoog op de ambitie-ladder. In 2021 werd in bij 69 procent van de aanbestedingen social return toegepast en in 87 procent werd er rekening gehouden met het milieu (o.a. circulaire inkoop).

Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Om de positie van het lokale en regionale MKB te verbeteren heeft Bizob in 2021 verder invulling gegeven aan de 18 punten uit de intentieverklaring tussen Bizob en Bouwend Nederland: “Samenwerking bouw en gemeenten: ieder draagt zijn steentje bij”, in navolging op de landelijke actieagenda Beter Aanbesteden. In 2021 werd twee derde van de aanbestedingen die door Bizob zijn begeleid gegund aan het MKB en meer dan de helft aan lokale of regionale bedrijven. De aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor eventuele exploitatie tekorten. NV Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) Den Haag Programma 0: Bestuur en ondersteuning Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Gemeentelijke bijdrage 2021: €0 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 5.097 mln € 5.062 mln Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 155.262 mln € 143.995 mln Resultaat 2021: € 236 mln

29

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen: Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

Ontwikkelingen:

NV Brabant Water ‘s-Hertogenbosch Raakt diverse programma’s Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) Het leveren van water en het in stand houden van de benodigde infrastructuur om water te distribueren. Gemeentelijke bijdrage 2021: €0 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 674 mln € onbekend Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 523 mln € onbekend Resultaat 2021: € onbekend

Belgisch Nederlands Grensoverleg (BeNeGo) Baarle Hertog Programma 0: Bestuur en ondersteuning De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Het bevorderen van grensoverschrijdend overleg en de grensoverschrijdende samenwerking tussen de deelnemende gemeenten en het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten. Gemeentelijke bijdrage 2021: € 982 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): Geen gegevens beschikbaar Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): Geen gegevens beschikbaar Resultaat 2021: Geen gegevens beschikbaar Begin 2022 heeft een onderzoek plaatsgevonden over deze samenwerking en hoe anders kan worden georganiseerd. De resultaten worden verwacht in april 2022. Niet bekend. Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost Helmond Programma 1. Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Het ondersteunen van de gemeenten bij zeer complexe zorg-/veiligheidscasussen en het bevorderen van de integrale samenwerking tussen partners. Gemeentelijke bijdrage 2021: € 3.272 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 90.902 € 477.217 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 279.284 € 165.378 Resultaat 2021: € 386.315 De landelijke Meerjarenagenda beschrijft de essentie van de aanpak in ieder zorg- en veiligheidshuis.

Daaruit volgt dat het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost zich in de kern richt op de complexe, domein overstijgende casussen waarin de samenwerking tussen partners vastloopt. Deze taken worden als volgt omschreven: 1. Het faciliteren en regisseren van casus overleggen waar complexe domein overstijgende casuïstiek wordt besproken (ketenregie), zowel Casus op Maat (COM) alsook Persoonsgerichte Aanpak (PGA). 2. Het Zorg- en Veiligheidshuis gaat in Zuidoost Brabant informatie ontsluiten over organisaties en werkprocessen op het gebied van zorg en veiligheid. Hiermee wordt ingezet op het versterken en ondersteunen van de lokale teams én de ketensamenwerking voor de geëscaleerde (domein overstijgende) casuïstiek. 3. Het signaleren van relevante trends en ontwikkelingen en (strategisch) adviseren van bestuurders en sleutelpartners. In 2021 heeft de Landelijke Stuurgroep Zorg & Veiligheid de Meerjarenagenda zorgen veiligheidshuizen 2021-2024 vastgesteld. In de uitvoering van de landelijke meerjarenagenda door de zorg- en veiligheidshuizen is ruimte voor regionale invulling en inkleuring van de basistaken. Het ZVHBZO heeft gewerkt aan de in het activiteitenplan uitgewerkte doelstellingen en prioriteiten zoals verwoord in de visie 2020-2022.

De reguliere procesregie op complexe (domein overstijgende) casuïstiek en de procesregie op persoonsgerichte aanpak is door het ZVHBZO ook in 2021 opgepakt om zo samen met gemeenten en andere partners te werken aan een veiligere samenleving. Tevens zijn er stappen gezet op het terrein van privacy en gegevensbeheer. Eind 2021 zijn vanuit het Rijk aanvullende middelen ter beschikking gesteld die worden ingezet voor de realisatie van de eerder vastgestelde doelstellingen.

30

Risico’s:

Er is door het Zorg- en Veiligheidshuis geconstateerd dat er groter beroep wordt gedaan op COM alsook PGA methodiek door groei van complexe casuïstiek. Dit kan leiden tot personele en financiële risico’s.

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Stichting Huis van de Brabantse Kempen Hapert Programma 3. Economie De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur van de Stichting Het Huis van de Brabantse Kempen vervult al vele jaren met veel succes een stimulerende rol in de ontwikkeling van de Kempen als vitale regio. De Stichting is een professionele non-profit organisatie die, op basis van een gezamenlijke ambitie van Ondernemers, Overheid en Onderwijs programma’s en projecten organiseert en initiatief neemt om te leren, ontmoeten en te innoveren. Het Huis vormt een belangrijke schakel tussen de triple helix samenwerking in de Kempen, de samenwerking in de Brainportregio, èn de samenwerking met partners over de landsgrenzen. Gemeentelijke bijdrage 2021 € 19.665 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 228.000 € 206.000 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 103.000 € 27.000 Resultaat 2021: -/- € 44.000

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

In 2021 is voor de groene programmalijn het Manifest Verbindend Landschap ondertekend door de projectpartners. Er zijn projecten geïnitieerd die een bijdrage leveren aan het buitengebied van de Kempengemeenten, zoals de gebiedsgerichte aanpak voor Stikstof via Kempenland West, ondersteuningsnetwerk De Kempen, Skills Lab, de EO Wijers prijsvraag. Voor de programmalijn Slimme Maakregio wordt in samenwerking met ondernemers en het onderwijs een vervolg gegeven aan projecten zoals de werkgeversaanpak voor mobiliteit, stimulering van techniekonderwijs en economische branding van de maakregio. Meer info over de inhoud van projecten is te vinden op www.brabantsekempen.eu. De huidige samenwerking in het Huis van de Brabantse Kempen stopt. Het bestuur heeft onlangs besloten dat de stichting wordt opgeheven. Bezien wordt op welke wijze op de thema’s Slimme maakindustrie en Verbindend Landschap de samenwerking opnieuw vorm gegeven kan worden. Hierover wordt in de loop van 2022 meer duidelijk.

31

2.6. Onderhoud kapitaalgoederen 2.6.1. Algemeen Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Het is van belang om inzicht te hebben in de beleidskaders omtrent dat onderhoud. Die beleidskaders zijn er zowel inhoudelijk als financieel-administratief. Inhoudelijk gaat het dan bijvoorbeeld om het vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is het eindresultaat van enerzijds de kwaliteit die we voor ogen hebben en anderzijds de budgettaire mogelijkheden. Er is ook een financieel beleidskader. Dat gaat over de mate waarin financiële ruimte wordt gecreëerd voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Hiervoor gelden de volgende ‘spelregels’. Alle vaste activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geactiveerd met uitzondering van investeringen in de openbare ruimte die via de grondexploitatie worden verhaald. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Een uitzondering hierop is de afschrijvingsduur van immateriële vaste activa (bijvoorbeeld een bestemmingsplan). Deze worden incidenteel ten laste gebracht van de exploitatie. Het beleid rond afschrijving is vastgelegd in een beleidsnota.

In de Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid 2020 zijn de afschrijvingstermijnen opgenomen. Deze zijn in 2021 aangevuld met vastgesteld afschrijvingstermijnen voor groen.

Soort investering Gebouwen (permanent)

Termijn in jaren 40

Gebouwen (semipermanent) Groen (korte levensduur) Groen (lange levensduur) Hardware Inrichting Kunststof (gras)velden/banen: ondergrond

15 40 80 4 15 40

Kunststof (gras)velden/banen: toplaag Machines

20 10

Soort investering Riolering (excl. pompen/gemalen drukriolering) Software Speeltoestellen / sportattributen Straatmeubilair Straatverlichting (armaturen) Straatverlichting (masten) Technische installaties (waaronder pompen/gemalen drukriolering) Vervoermiddelen Wegen (aanleg, reconstructie) en waterkundige werken

Termijn in jaren 50 6 15 25 20 40 15 10 40

2.6.2. Wegen en verkeer In 2017 is door de raad het ‘Wegenbeleidsplan 2018-2027’ vastgesteld. Onze gemeente hanteert in lijn met de wettelijke en maatschappelijke verplichtingen een sobere doch doelmatige kwaliteitsnorm voor haar wegbeheer met een gezonde balans in kwaliteit en kosten. De kwaliteitsnorm van de gemeente sluit hierbij 1 op 1 aan op kwaliteitsniveau C van de CROW publicatie 288. Daarbij sturen we op het beheersen van risico’s (veiligheid en kapitaalvernietiging) van het gehele wegenareaal en maken geen differentiatie in wegtypen of gebieden. Het wegenbeheerplan bevat de onderhoudscijfers voor een looptijd van 10 jaren, waarbij de eerste 5 jaren meer gespecificeerd zijn berekend. Voor de dotatie aan de onderhoudsvoorziening wegen hebben we ons gebaseerd op de ramingen voor de eerste 5 jaren van het plan (t/m 2022), hetgeen neerkomt op een dotatie van € 345.000 (excl. Inflatiecorrectie). Voor laatste 5 jaren (2023 t/m 2027) van het plan is de dotatie berekend op € 472.500 per jaar, maar daar moet bij worden aangetekend dat voor 2023 een actualisatie van het onderhoudsplan is voorzien, waarop de dotaties aangepast moeten worden.

De gekozen werkwijze heeft geleid tot een opmerking van de provincie bij de toetsing van de begroting 2020-2023 omdat daarin voor het jaar 2023 een dotatie aan de onderhoudsvoorziening is opgenomen die niet in overeenstemming is met het onderhoudsplan. De accountant moet zich bij de controle van de jaarrekening een oordeel vormen over de toereikendheid van de onderhoudsvoorziening. Kijkend naar de looptijd van het onderhoudsplan zou dat niet het geval zijn. Echter op basis van een letterlijke interpretatie van de Notitie materiële vaste activa van de 32

commissie Bbv van december 2017, hoeft de scope niet verder te gaan dan de 4 jaren van de meerjarenbegroting. Inmiddels kan uit de begroting opgemaakt worden dat vanaf 2023 de verhoogde dotaties aan de voorziening structureel zijn geraamd. Op basis van de stand van de voorziening is er geen aanleiding te veronderstellen dat de voorziening de komende jaren ontoereikend zal zijn. 2.6.3. Gebouwen Op 5 november 2019 is het beheerplan gebouwen 2019-2022 vastgesteld en zijn de onderhoudsbudgetten in overeenstemming gebracht met dat beheerplan. Conform de aangepaste eis van de provincie zal het beheerplan uiterlijk in 2023 geactualiseerd worden. Vanaf 2014 wordt gewerkt met een onderhoudsvoorziening voor gebouwen, waarin de stortingen plaatsvinden op basis van het vastgestelde beheerplan. Deze werkwijze wordt gecontinueerd. Naast de onderhoudsvoorziening is er – op basis van het Bbv – ook een voorziening voor achterstallig onderhoud gevormd. Onder deze voorziening vallen alle elementen die in de meerjarenonderhoudsplanning 2019-2033 als “achterstallig onderhoud” zijn aangemerkt. Het achterstallig onderhoud moet binnen 4 jaren worden ingelopen, dus uiterlijk in 2023. Als gevolg van het besluit van de Raad op 16 november 2021 is de voorziening voor achterstallig onderhoud aangevuld met achterstallig onderhoud aan de beheerderswoning op het sportpark in Reusel.

Voor de instandhouding van de beheerderswoning vindt tevens jaarlijks een dotatie plaats voor regulier onderhoud (in de voorziening onderhoud gebouwen). Daarnaast is er een krediet beschikbaar gesteld voor “een levensduur verlengende investering” ten behoeve van deze beheerderswoning. 2.6.4. Riolering en watertaken In december 2021 heeft de gemeenteraad het VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021) verlengd zodat dit nog steeds geldend is. In het VGRP zijn beleid en bijbehorende middelen opgenomen, waarmee we de taken uitvoeren. Speerpunt in de planperiode is inzicht krijgen in de kwaliteit van ons areaal, Het grootste gedeelte van het areaal is beoordeeld en waar nodig hersteld of een plan voor herstel gemaakt. Uit het Kallisto-onderzoek is gebleken dat de bijdrage vanuit de waterketen op de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater zeer gering is. Voor de Kaderrichtlijn Water zullen daarom geen maatregelen worden genomen. Voor de wateroverlast bij hevige neerslag ter plaatse van De Reusel wordt samen met Waterschap De Dommel een oplossing gezocht. De middelen voor de KRW worden daarvoor ingezet omdat ze impliciet een bijdrage leveren aan de waterkwaliteit. Door invoering van de wet DPRA (DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie) hebben we niet alleen de verplichte Klimaatstresstest als eerste van de zeven stappen uitgevoerd.

Inmiddels zijn bijvoorbeeld ook de dialogen gevoerd en is er een uitvoeringsagenda vastgesteld. 2.6.5. Openbare verlichting In 2018 is het beleidsplan Openbare Verlichting 2018-2030 vastgesteld. Uitgangspunt voor de openbare verlichting is behoud van kwaliteit en waar mogelijk verbetering. Toepassing van duurzame materialen is vanzelfsprekend. Het streven is om in 2030 te voldoen aan de doelstelling uit het Energieakkoord. Bij herinrichting, reconstructie en nieuwe ontwikkelingen worden oude lichtmasten en armaturen vervangen en de verlichtingskwaliteit conform de richtlijnen gerealiseerd. Daarbij is een inhaalslag gemaakt in de vervangingsachterstand bij masten en armaturen waarvan de theoretische levensduur ruimschoots is overschreden. Een integrale aanpak vormt de basis voor de uitvoeringsplannen. 2.6.6. Groenvoorziening In november 2021 heeft de gemeenteraad het Beleidsplan Openbaar Groen 2022-2031 vastgesteld en daarmee de visie en kaders bepaald. Naast de beleidsambities zijn de bijbehorende middelen voor een kwaliteitsgericht en consistent groenonderhoud (volgens de onderhoudsniveau ’s A, B en C) gedeeltelijk beschikbaar gesteld, bestaande uit totaal € 680.000,-. Daarmee blijven de inconsistente nuances van versoberd onderhoud op graskanten en stamschot uitgevoerd en worden deze gemotiveerd in het Beheerplan openbaar groen.

Daarnaast is er sprake van een jaarlijkse vervangingsinvesteringen van totaal € 310.000 om het kapitaalgoed groen duurzaam in stand te houden waarbij sprake is van de gewogen afschrijftermijnen van 40 en 80 jaar.

33

2.7. Grondbeleid 2.7.1. Algemeen Het grondbeleid heeft invloed op en samenhang met de realisatie van beleidsvoornemens op het terrein van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, verkeer en vervoer en de economische structuur. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. De eventuele baten, maar vooral de financiële risico’s zijn van belang voor de algemene financiële positie van de gemeente. Grondbeleid richt zich op exploitatiegebieden voor het bouwen van woningen en bedrijven. Deze paragraaf geeft hoofdzakelijk de stand van zaken en (toekomstige) ontwikkelingen weer van de bouwgrondexploitaties. In 2021 is er een geactualiseerde nota Grondbeleid vastgesteld. Daarin zijn de beleidsuitgangspunten voor het te voeren grondbeleid binnen de gemeente Reusel-De Mierden geformuleerd. Deze uitgangspunten vormen samen een integraal beleidskader voor een verbetering van de beheersing en onderlinge afstemming van de verschillende binnen het grondexploitatieproces te onderkennen uitvoeringstrajecten. De gemeente bepaalt middels haar beleid wat, wanneer en waar gebouwd kan worden. De gemeente wil regie op ontwikkeling voeren om haar ruimtelijke doelstellingen te realiseren. De gemeente kan op verschillende manieren invulling geven aan deze rol. Denk hierbij aan actief grondbeleid, passief grondbeleid en vele tussenvormen hierin.

Afhankelijk van de economische uitvoerbaarheid van een ontwikkeling en de mogelijke risico’s, maakt de gemeente per locatie / deelgebied een keuze voor het type grondbeleid. De gemeente heeft diverse uitbreidingslocaties voor woningbouw, zijnde Molen Akkers in Reusel, De Leeuwerik in Hooge Mierde, De Hasselt-II in Lage Mierde en ’t Kantje te Hulsel. Voor bedrijven kennen we lokaal het exploitatieplan Kleine Hoeven in Reusel en regionaal het Kempisch Bedrijven Park (KBP). Door de druk op de woningmarkt zijn in het plan Molen Akkers inmiddels alle beschikbare kavels uitgegeven. Als gemeente hebben we geen locatie meer beschikbaar waar we kavels kunnen uitgeven. Momenteel zijn we daarom afhankelijk in de kern Reusel van gronduitgifte door derden zoals de plannen aan de Molenberg, Rijperspad en Randweg. 2.7.2. Beleidskaders grondbeleid De ruimte voor het voeren van een daar waar mogelijk actief grondbeleid wordt bepaald door een aantal wetten en beleidskaders. De belangrijkste wetten zijn:  de Wet ruimtelijke ordening (Wro);  de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg);  de Onteigeningswet;  de Pachtwet.

De belangrijkste beleidskaders worden gevormd door:  Interim omgevingsverordening Noord-Brabant;  De Brabantse omgevingsvisie 2018;  het regionaal Woningbouwprogramma;  de gemeentelijke omgevingsvisie;  de op 17 december 2017 vastgestelde gemeentelijke woonvisie 2018-2023;  de Nota Grondbeleid vastgesteld door de raad op 20 april 2021; 2.7.3. Financieel kader Het financiële kader wordt gevormd door de richtlijnen die door het Rijk en de provincie zijn opgelegd en de eigen kaders van de gemeente. De door het Rijk opgelegde richtlijnen zijn gebaseerd op het Bbv. Het Bbv kent een driedeling als het gaat om de rubricering van gronden. Deze driedeling bestaat uit: 1. bouwgronden in exploitatie; 2. materiële vaste activa; 3. faciliterend grondbeleid. ad. 1: Bouwgronden in exploitatie (BIE) Voortaan is het startpunt van een Bouwgrond in exploitatie (BIE) het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de BIE geopend en kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie op de balans.

34

ad. 2: Materiële vaste activa Gronden die in de toekomst getransformeerd gaan worden naar bouwrijpe grond maar waarvoor nog geen grondexploitatiebegroting is vastgesteld, worden als materieel vast actief aangemerkt en verantwoord. ad. 3: Faciliterend grondbeleid Bij gronden die in bezit zijn van een private partij waarbij deze grond wordt ontwikkeld door deze private partij is er sprake van faciliterend grondbeleid. De gemeente treedt in deze gevallen op als overheid die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is. Bouwgrondexploitaties Jaarlijks geven wij in het kader van de jaarrekening een toelichting op de financiële positie van de ‘grondexploitatie-activiteiten’ per 31 december van het afgesloten boekjaar. Dit gebeurt op basis van de meest actuele grondexploitatieberekeningen van de complexen en de tot deze datum gerealiseerde inkomsten en uitgaven. Het financiële kader is van belang voor:  jaarlijkse prognoses grondexploitatie;  winstnemingen grondexploitaties;  het afdekken van de financiële risico’s. Tussentijdse winstneming Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Bbv zijn het toerekeningbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten.

Baten en lasten -en het daaruit vloeiende resultaat- moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd maar dat deze naar rato van de voortgang van het project tussentijds moet worden genomen. Voor de projecten Molenakkers, ’t Kantje en het plan Hasselt hebben we in 2021 tussentijd winst kunnen nemen. Voor de geactualiseerde grondexploitaties zijn de volgende parameters gehanteerd: Parameter Gehanteerd Inflatiecorrectie Voor de kosten hanteren we een inflatiecorrectie van 2% per jaar. Voor de opbrengsten hanteren we voor Kleine Hoeven, vanuit het voorzichtigheidsprincipe, geen inflatiecorrectie. Voor de woningbouwlocaties hanteren we een inflatiecorrectie van 1% voor de opbrengsten (vanaf het boekjaar 2023) tenzij er contractuele afspraken liggen onder de opbrengsten. In dat geval wordt de contractwaarde opgenomen in de grondexploitatie. Rente Voor 2021 en verder 0,35% van de boekwaarde. Fasering Er is rekening gehouden met een reële fasering in tijd op basis van de woningbouwbehoefte per kern gebaseerd op migratiesaldo 0. Resultaat Gebaseerd op eindwaarde. Kosten Alle kosten zijn gebaseerd op geactualiseerde kostenramingen per februari 2022 met als prijspeil 2022.

Voor het bepalen van de kosten in de grondexploitatie zijn er door de vakafdeling kostenramingen gemaakt. Deze kostenramingen zijn gebaseerd op de hoeveelheden die voortvloeien uit inrichtingstekeningen behorende bij de desbetreffende grondexploitatie. De fasering van de werkzaamheden en de kosten in de verschillende jaarschijven zijn gekoppeld aan de verwachte uitgifte van grond per fase. Opbrengsten Ten aanzien van de geraamde nog te realiseren opbrengsten heeft het college gronduitgifte op basis van de nota Grondbeleid de volgende uitgangspunten gehanteerd: woningbouw De basisgrondprijs bedraagt € 295,- per m² voor de kern Reusel en € 275,- per m² voor de overige kernen. De uitgifte in de verschillende jaarschijven vloeit voort uit het woningbouwprogramma welke door het college is vastgesteld. Hierbij wordt ook rekening gehouden met afspraken welke voortvloeien uit uitgiftecontracten. Voor woningbouwkavels met zeer ruime bebouwingsmogelijkheden wordt een trapsgewijze afname gehanteerd. Dit is van toepassing op woningen van meer dan 750 m³ en/of met een bouwvlak groter dan 150 m². Hiervoor geldt dan dat voor de eerste 750 m² een basisgrondprijs van 100% wordt gehanteerd, waarna vervolgens een trapsgewijze afname per 500 m² wordt gehanteerd.

Opbrengsten Voor de opbrengst van de gronden voor het bedrijventerrein Kleine Hoeven zijn bedrijventerrein de volgende grondprijzen aangehouden:  € 202,50 per m2 voor de kavels aan de rotonde; 35

Disconteringsvoet

 € 180,- per m2 voor de percelen aan de Hoeven;  € 162,- per m2 voor de percelen aan de Hamelendijk;  € 157,50 per m2 voor percelen die grenzen aan de percelen op de zichtlocaties aan de Hamelendijk en de Hoeven;  € 148,50 per m2 voor percelen die aan bovenstaande percelen grenzen;  € 135,- per m² voor percelen gelegen in het meest oostelijke gelegen deel. De disconteringsvoet die is gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties is voor alle gemeenten gelijk gesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van het Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone (voor 2021: 2,0%).

Vennootschapsbelasting voor grondexploitatie Voor het onderdeel grondexploitatie is bij de uitwerking van de Vennootschapsbelasting (Vpb)-plicht voor gemeenten de afbakening van het begrip grondexploitaties en de kosten die hieraan worden toegerekend lang onduidelijk geweest. Op basis van de huidige gegevens is voor onze gemeente op dit moment geen sprake van winstverwachting voor de totale grondexploitaties, waardoor er voor de grondexploitaties geen Vpb afgedragen behoeft te worden. Dit is afgestemd met de Belastingdienst. De winstgevendheid van de grondexploitaties als geheel zal voortdurend moeten worden bezien, want de kans bestaat dat parameters dusdanig veranderen (in positieve zin) dat daarmee wel Vpb-plicht kan gaan ontstaan. 2.7.4. Bedrijventerreinen Bedrijventerrein Kleine Hoeven Reusel De uitgifte van de gronden op Kleine Hoeven is in 2021 positief verlopen. Corona had geen invloed op het uitgiftetempo. Er zijn in totaal 9 overeenkomsten getekend en er is 2,3 hectare verkocht. De gerealiseerde verkoopomzet is € 2,4 miljoen. Voor de toekomstig te maken kosten hebben we een herberekening gedaan, kijkende naar welke werkzaamheden we nog verwachten. Daarnaast is de rekenrente verlaagd. De verliesvoorziening moet worden verhoogd met een bedrag van € 249.013 terwijl het resultaat op einde looptijd gelijk blijft.

Dit komt doordat het resultaat aan het einde van de looptijd contant wordt gemaakt. De totale verliesvoorziening komt daarmee uit op € 12,747 miljoen. Kempisch Bedrijven Park De raming van uitgifte van kavels in 2021 was conform de grondexploitatie 2021 gesteld op 9,8 ha. Die raming is ruimschoots gerealiseerd. In 2021 is 18,3 ha verkocht en 17,3 ha geleverd. Alle onverkochte kavels zijn gereserveerd. Het betreft 7,9 hectare. De verwachting is dat in 2022 deze kavels worden verkocht en geleverd. In 2022 zal de gemeenschappelijke regeling KBP conform het bepaalde in die regeling worden geliquideerd en zal een aanzienlijk deel van de winst worden uitgekeerd aan de vier deelnemende gemeenten. 2.7.5. Woningbouw Hart van Reusel In 2021 is het bestemmingsplan Centrum Reusel vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt nieuwbouw van appartementen mogelijk aan de Groeneweg, in de voormalige Sint Jozefschool en bovenop de nieuwe supermarktlocatie. In totaal gaat het om toevoeging van 40 woningen in het centrum. De verliesvoorziening voor het Hart van Reusel moet worden verhoogd met een bedrag van € 488.065. Dit komt door de bijstelling van de plankosten. De afgelopen jaren blijken de plankosten steeds hoger dan begroot. Deze trend hebben we nu verwerkt in de grondexploitatie waardoor de plankosten naar boven toe zijn bijgesteld. De totale verliesvoorziening komt daarmee op € 2.475.596.

Kerkekkers Hulsel Alle kavels in het plan Kerkekkers zijn verkocht. De laatste woningen zijn in 2021 opgeleverd. In 2022 zullen nog wat kleine herstelwerkzaamheden in de openbare ruimte plaatsvinden waarna de grondexploitatie kan worden afgesloten. Voor het plan Kerkekkers is reeds een bedrag van € 728.345 winst genomen. Het totale verwachte resultaat einde looptijd is begroot op € 731.000. De Hasselt-II Lage Mierde In 2021 zijn er 9 kavels verkocht met een opbrengst van € 884.553. De bijgestelde kostenramingen laten zien dat er nog € 393.000 aan kosten gemaakt moet worden. Aan grondopbrengsten verwachten we in 2022 36

nog een bedrag van € 248.000 te ontvangen, zijnde de laatste kavelverkopen. Volgens de methode van tussentijds winstnemen moeten we in 2021 een winst nemen van €134.420. Het totaal aan tussentijds genomen winst komt daarmee uit op een bedrag van € 279.696. Het totale verwachte resultaat einde looptijd is begroot op € 394.000. De Leeuwerik Hooge Mierde In het plan De Leeuwerik is het afgelopen jaar 1.626 m² grond verkocht voor in totaal 3 woningen. Er is nog ruim 6.300 m² grond te verkopen voor een totaalbedrag van € 869.000 (dit is uitsluitend het gemeentelijke aandeel in de verkoopopbrengst; de ontwikkelende partij die net als de gemeente 50% participeert in het plan Leeuwerik ontvangt zijn aandeel in de opbrengst rechtstreeks). De nog te maken kosten komen uit op een bedrag van € 633.000. De verliesvoorziening komt uit op een bedrag van € 653.665 op basis van netto contante waarde (€ 20.946 hoger dan vorig jaar). Molen Akkers Reusel In 2021 zijn er in het plan Molen Akkers de laatste 5 kavels geleverd. De totale opbrengsten in 2021 waren € 548.640. Alle opbrengsten zijn hiermee gerealiseerd. Als alle bouwactiviteiten klaar zijn, moet het woonrijpmaken nog afgerond worden in 2022 en 2023. De kosten hiervoor zijn begroot op € 471.000. Volgens de methode van tussentijds winstnemen moeten we in 2021 een winst nemen van € 372.943.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=1cb2a783-ee80-4726-8d78-d8d27cda5576