[21.09882] - OBP Buitengebied De Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde compleet
Tekst van het document
De aangevraagde situatie is geen uitbreiding van gebouwen in m2 horende bij de veehouderij. Hierom is geen cumulatieve geurhinder berekening vereist en kan volstaan worden met een voorgrond berekening houdende aan de geureisen uit de Wet geurhinder en veehouderij. Geur vormt geen belemmering voor onderhavig plan. De geurbelasting op omwonende zal vanuit De Gagel 16 afnemen en vanuit de varkenshouderij op de Aanrijten 2 planologisch geheel worden beëindigd.
4.9
Externe veiligheid
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. Binnen het vakgebied externe veiligheid wordt er onderscheid gemaakt in drie soorten risicobronnen, namelijk transportroutes (weg, water en spoor) inrichtingen met gevaarlijke stoffen en buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet onderzoek gedaan worden naar het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de aanwezige risicobronnen. In figuur 4-5 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. De risicokaart heeft het doel om bedrijven en burgers te informeren over de potentiële risico’s welke zij lopen in hun directe omgeving. Binnen een straal van één kilometer bevinden zich geen risicobronnen of gevoelige objecten.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
36
Figuur 4-7: uitsnede Risicokaart
4.9.1
Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico (PR10-6) is een (berekende) afstand vanaf een risicobron waarbinnen de kans om te overlijden door een ongeval met de aanwezig gevaarlijke stoffen meer dan 1 op een miljoen jaar is. Binnen deze afstand mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden opgericht binnen het bestemmingsplan. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld grote kantoren, kinderdagverblijven e.d. In het plangebied zelf en de omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicobronnen, derhalve kan toetsing van het plaatsgebonden risico achterwegen blijven. Er vindt binnen het plangebied geen opslag van gevaarlijke stoffen of gevaarlijke activiteiten plaats waarvoor veiligheidsafstanden in relatie tot externe veiligheid gelden. Voor het veilig functioneren van het bedrijf worden aan de vergunning algemeen geldende regels verbonden.
4.9.2
Groepsrisico
Het groepsrisico is een berekende waarde die aangeeft of er mogelijk sprake is van veel slachtoffers bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om het groepsrisico te berekenen is inzicht noodzakelijk in de aanwezige populatie binnen het bestemmingsplan en de omgeving ervan. Doordat er planologisch gezien geen activiteiten plaats kunnen vinden waarbij de aanwezige populatie binnen het plangebied significant toeneemt, zal het groepsrisico daarom ook ongewijzigd blijven. In de omgeving van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig, toetsing van het groepsrisico kan derhalve achterwege blijven.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
37
Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. In het plangebied en de omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicobronnen.
4.10 Gezondheid Achtergrond Op 7 juli 2016 zijn de onderzoeksrapporten “Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO)” en “Emissies van Endotoxine uit de Veehouderij” gepubliceerd. Uit beide rapporten komt naar voren dat met name rond pluimveebedrijven en in veedichte gebieden gezondheidseffecten kunnen optreden. De huidige toetsing aan geurnormen en/of fijnstof-grenswaarden biedt onvoldoende bescherming voor omwonenden tegen endotoxinen. Voor de periode totdat een landelijk ‘endotoxine toetsingskader’ beschikbaar komt, bestaat het risico dat de blootstelling aan endotoxine oploopt. Door het Ondersteuningsteam van BPO speerpunt Transitie Zorgvuldige Veehouderij is daarom het endotoxine toetsingskader 1.0 opgesteld. Het beschrijft een aanpak voor het beoordelen van het volksgezondheidsrisico van (uitbreidende) veehouderijen. Op basis van de huidige kennis en inzichten is met het endotoxine toetsingskader 1.0 voor iedere vergunningaanvraag van individuele varkens- of pluimveehouderij te bepalen of de endotoxineblootstelling naar de omgeving te hoog zal zijn of niet. Te hoog betekent in deze dat de blootstelling hoger is dan de advieswaarde van 30 EU/m3 van de Gezondheidsraad. Kanttekening hierbij is dat voor endotoxine geen wettelijk toetsingskader beschikbaar is.
Toetsing emissies van Endotoxine Ten behoeve van de beoogde uitbreiding van de varkenshouderij is een toetsing op blootstelling endotoxine uitgevoerd aan de hand van Endotoxine Toetsingskader 1.0. log functie p1 60,0608184 p2 231,712643 p3 0,208009059 vleesvarkens constant vlssev PM10 afstand afst 100 50 45 150 50 69 300 119 111 450 139 135 600 162 152 800 181 170 1000 178 183 1400 190 203 PM10 invullen berekende (kg/jaar) afstand (m) 748 vergund 166 383 vergund wasser 126 449 aangevraagd 135 100 nvt. 45 100 nvt. 45 100 nvt. 45 100 nvt. 45 100 nvt. 45 100 nvt. 45 100 nvt. 45
250
200
150
100
50
0 0
200
400
600
800
1000
1200
1400
1600
Figuur 4-8: Erbrink STACKS modelberekening Zoals blijkt uit bovenstaande indicatieve modelberekening, zoals ontwikkeld door Erbrink STACKS consults (sep2016) is in de beoogde situatie de benodigde afstand tot een gevoelige bestemming bepaald op 135 meter in plaats van de 166 meter die nu in de feitelijke situatie aangehouden zou moeten worden door de afname in emissie in de beoogde situatie. Wanneer enkel op alle stallen
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
38
combiwassers zouden worden geplaatst zonder uitbreiding van de vergunde dieren, zou de afstand 126 meter bedragen. Aan deze afstand kan niet worden voldaan, er treedt ten gevolge van de beoogde verandering echter geen verslechtering op in het risico tot blootstelling aan endotoxine. Enerzijds wordt de afstand tot de dichtstbijgelegen woning De Gagel 14a vergroot van 42 naar 119 meter door het realiseren van de wasser achter op de her te bouwen stallen. Dit is het meest ver gelegen punt op de nieuwbouw en daarmee het maximaal mogelijke. Anderzijds halveert de emissie door in de boogde situatie in de maximale reductietechniek van nu te investeren. De gecombineerde luchtwassers in plaats van de huidige emissiearme stalsystemen. OM deze investeringen terug te kunnen verdienen is een beperkte toename in dieren gewenst. De relatieve vergroting van de afstand (283%) is in verhouding vele malen groter dan de beperkte milieuwinst (17%) die behaald kan worden door niet uit te breiden in dieren. De gestelde grenswaarde PM10 wordt eveneens niet overschreden. Endotoxine vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.11 Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wenselijk dat er tussen verschillende functies en bestemmingen voldoende afstand wordt gerealiseerd. Dit om te waarborgen dat er tussen bedrijven en woningen geen onnodige hinder wordt veroorzaakt. In de ruimtelijke ordening wordt de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering, gehanteerd als referentie voor de afstand die tussen de verschillende functies en activiteiten in acht dient te worden genomen. In de VNG brochure worden hiervoor indicatieve richtafstanden gegeven. De planlocatie is gelegen in ‘rustig buitengebied’. Het plan ziet op de ontwikkeling van een varkenshouderij aan de Gagel 16 en het omzetten van een intensieve veehouderij naar een grondgebonden agrarisch bedrijf met schapen aan de Aanrijten 2. De Gagel 16 Een varkenshouderij kent op grond van de VNG brochure richtafstanden van 200, 30, 50 en 0 meter voor respectievelijk geur, stof, geluid en gevaar. Binnen een straal van 200 meter bevinden zich agrarische bedrijfswoningen en burgerwoningen. Voor het aspect geur liggen de (bedrijfs)woningen binnen de richtafstand van 200 meter. De milieuspecifieke toetsing van het geuraspect heeft plaats gevonden in paragraaf 4.8. Hieruit blijkt dat de geurhinder voor de omgeving tot een aanvaardbaar niveau kan worden beperkt.
Ook voor de overige aspecten heeft de milieuspecifieke toetsing plaats gevonden in de afzonderlijke paragrafen. Hieruit volgt dat voldaan kan worden aan de diverse normen, die bij vergunningverlening toegepast zullen worden. Aanrijten 2 Voor een akkerbouwbedrijf geldt op grond van de VNG brochure richtafstanden van 10, 30 10 en 10 meter voor respectievelijk geur, stof, geluid en gevaar. Binnen deze richtafstanden bevinden zich geen gevoelige objecten. De planologische omschakeling van intensieve veehouderij naar grondgebonden agrarisch bedrijf is daarmee ruimtelijk inpasbaar. Het houden van schapen en het
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
39
vestigen van een akkerbouwbedrijf is in het huidige bestemmingsplan al toegestaan. Spuitzones samenhangend met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op gewassen is niet aan de orde. Op betreffende bouwperceel waarop dit plan ziet, worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt.
In de integrale afweging leidt het voorliggende plan tot een modernisering van de bedrijfsvoering, om te kunnen voldoen aan milieu-eisen. Hiermee wordt de milieubelasting naar de omgeving niet vergroot maar verbeterd. De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaande bouwperceel van De Gagel 16. Deze komt niet dichter bij de bestaande burgerwoningen. Met het vervallen van de planologische bebouwing voor intensieve veehouderij op de locatie Aanrijten 2, het vervallen van de milieu-effecten van deze locatie naar de omgeving doordat er geen intensieve veehouderij meer plaats kan vinden, is er sprake van een ontwikkeling die leidt tot verbetering van de milieusituatie. Ruimtelijk is sprake van de planologische inpassing van een bestaande situatie die passend is in de omgeving. De milieuspecifieke toetsing van de relevante aspecten geur, geluid, stof en gevaar laten zien dat de ontwikkeling milieuhygiënisch haalbaar is.
4.12 Milieu-effect rapportage en vormvrije mer-beoordeling De voorgenomen activiteit heeft betrekking op een agrarisch bedrijf waar plannen zijn om bestaande emissiearme varkensstallen af te breken en te herbouwen en voorzien van een gecombineerde luchtwasser. Hiermee voldoet het bedrijf aan de toekomstige regels van welzijn en het Brabantse natuurbeschermingsbeleid. Op het bedrijf vinden de volgende hoofdactiviteiten plaats, die noodzakelijk zijn voor het houden van varkens gehouden worden.
Het houden van varkens; Het opvangen, verzamelen en afvoeren van dierlijke mest; Het toepassen van mechanische ventilatie t.b.v. luchtverversing; Het gebruik van overige elektromotoren (o.a. voerinstallatie); Voeropslag.
Omdat de activiteit ‘de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren’ vermeld staat op de D-lijst en de drempelwaarde met de uitbreiding niet wordt overschreden, maar de fysieke herbouw wel is er derhalve sprake van een m.e.r.beoordelingsplicht en er kan met een motivering worden volstaan. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij de m.e.r.-beoordeling, maar meer op hoofdlijnen zijn en tevens zijn er geen vormvereisten. Hiertoe is een m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld. Op basis van deze notitie wordt geconcludeerd dat de voorgenomen activiteit niet leidt tot een verdere beïnvloeding van de natuurwaarden of het abiotisch milieu ter plaatse, dan reeds vergund is op dit moment. De aanvraag voor de locatie aan De Gagel 16 te Hooge Mierde leidt dan ook niet tot een bijzondere omstandigheid die bepalend is voor het besluiten tot een m.e.r.- procedure. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant heeft op 15 juli 2020 positief geadviseerd over de aanvraag. Op basis van de ingediende gegevens en de toetsing van de voorgenomen activiteit, hebben
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
40
Burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden besloten dat het opstellen van een milieu-effectrapport niet noodzakelijk is (zie bijlage besluit d.d. 20 juli 2020). Voor de locatie Aanrijten 2 waar de intensieve veehouderij planologisch beëindigd wordt is een mer-beoordeling niet noodzakelijk, omdat de akkerbouwactiviteiten niet in bijlagen van het Besluit mer zijn opgenomen en de schapen niet in omvang toenemen ten opzichte van de vergunde en feitelijk aanwezige situatie.
4.13 Water Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er op basis van Europees beleid, Rijksbeleid en provinciaal beleid en het beleid van het Waterschap rekening gehouden te worden met de aanwezige watersystemen en waterketens. Het waarborgen en zorgdragen voor een goede afvoer en doorstroming van het water moet verplicht opgenomen worden in ieder plan. Derhalve moet ieder plan voorzien zijn van een waterparagraaf.
4.13.1
Rijksbeleid
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 geeft het waterbeleid van het Rijk op hoofdlijnen. In het plan zijn de ruimtelijke aspecten en de doelstellingen die hieruit voorkomen opgenomen. Het Rijksbeleid richt zich met name op de waterveiligheid t.a.v. de grote rivieren; de Maas, Waal en Rijn en de kustlijn, de omgang met zoetwatergebieden, de algemene waterkwaliteit en grote watergebieden zoals Rijn-Maas delta, IJsselmeergebied etc. Om te voorkomen dat er wateroverlast optreedt, hebben het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het Waterbeleid 21ste Eeuw (WB21) ontwikkeld. Dit beleid springt in op het veranderende klimaat en de wateroverlast die daarvan het gevolg kan zijn, als er niks gebeurt. Water moet de ruimte krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. Dat is de kern van het Waterbeleid 21ste eeuw. Dit betekent dat er nu al maatregelen worden genomen om overlast in de toekomst te voorkomen. In het landschap en in de stad moet meer ruimte gemaakt worden om water op te slaan, bijvoorbeeld door het aanleggen van infiltratievijvers. Om de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater te waarborgen is de Kaderrichtlijn Water (KRW, richtlijn 2000/60/EC) van kracht geworden. Een goede waterkwaliteit vinden we belangrijk in Nederland. Omdat water zich weinig aantrekt van landsgrenzen, zijn internationale afspraken nodig.
Volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moeten uiterlijk in 2027 alle aangewezen wateren voldoen aan de chemische en ecologische doelen. De KRW vraagt EU-lidstaten om aan te geven welke doelen ze stellen en welke maatregelen ze uitvoeren om de gestelde doelen te halen. Die doelen en maatregelen worden samengevoegd in plannen die per land en per stroomgebied worden opgesteld. Deze zogeheten stroomgebiedbeheerplannen hebben een looptijd van zes jaar. De Nederlandse stroomgebiedbeheerplannen voor de periode van 2016-2021 zijn in december 2015 vastgesteld. In Nederland zijn vier stroomgebieden: De Rijn, Maas, Schelde en de Eems. De planlocatie ligt in het stroomgebied ‘Maas’. Deze plannen gaan over waterkwaliteit en zijn onderdeel van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Zij geven richting aan voor het werken aan schoon en gezond water in de komende 6 jaar. Maar waterkwaliteit is meer dan de Kaderrichtlijn Water. In het Werkprogramma Schoon Water geeft het kabinet aan welke aanvullende acties van alle partijen nodig zijn. Het Rijksbeleid heeft geen directe gevolgen c.q. consequenties voor onderhavig plan.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
41
4.13.2
Provinciaal Milieu- en waterplan 2016-2021
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 30 augustus 2016 het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Met dit waterplan richt de provincie zich de komende 6 jaar op de ontwikkeling van een klimaatbestendig en ecologisch gezond watersysteem en een duurzame watervoorziening. Het Plan richt zich globaal op drie punten:
Gezonde fysieke omgeving
Veilige fysieke omgeving
Groene groei
Ten aanzien van gezonde fysieke leefomgeving vormt de Provincie doelen om de bodem en waterkwaliteit te verbeteren en te borgen. Ook gezond zwemwater en oppervlaktewater komt aan de orde. De veilige fysieke omgeving richt zich met name op de meer traditionele rol van mens tegen het water en ziet toe op het beschermen van inwoners tegen het water. Het hoofdstuk groene groei richt zich ten slotte op de transitie naar een meer biobased economy.
4.13.3
Waterschap De Dommel
Het Waterschap De Dommel is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap.
Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater’.
4.13.4
Gemeentelijk beleid
Vanuit het gemeentelijk beleid is van belang het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 (VGRP). Het VGRP is een beleidsmatig planinstrument van de gemeente en betreft de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Uitgaande van de doelstellingen, de visie
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
42
en een gewenste situatie in 2021 worden maatregelen opgesteld, wordt in beeld gebracht wat de benodigde middelen zijn en wordt de financiering (rioolheffing) ingericht. Het VGRP is een wettelijk verplicht plan met de volgende functies:
Kader voor de invulling van de gemeentelijke zorgplichten;
Interne afstemming van gemeentelijke zorgplichten met overige gemeentelijke beleidsvelden en taken (bouwen, woningtoezicht, milieu, openbare ruimte, financiën);
Afstemming van gemeentelijke zorgplichten met onder andere waterbeheerder en provincie;
Continuïteit in de invulling van de gemeentelijke zorgplichten in het algemeen en voortgangsbewaking in het bijzonder.
4.13.5
Waterhuishoudkundige situatie planlocatie
De planlocatie kan als volgt gekenmerkt worden. Bodem: uit de bodemkaart blijkt dat de bodem in het plangebied uit Veldpodzolgrond (Hn21) bestaat. Dit zijn goed doorlatende zandgronden. Grondwaterstand: De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt tussen de 60 - 80 cm-mv, zie navolgende figuren.
Figuur 4-9: GHG omgeving planlocatie
Oppervlaktewater: Bijgaande figuur geeft een overzicht van het in de omgeving aanwezige oppervlaktewater en watergangen. Ten zuidoosten van de Gagel 16 ligt een B-watergang. Ook op het perceel zelf staat nog een B-watergang aangegeven. Op de Legger staat ook nog een B-watergang die bij de
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
43
uitbreiding van het bedrijf in 2014/2015 is komen te vervallen. Het oppervlaktewater wordt via een stelsel van sloten via de Belevensche Loop afgevoerd naar de Reusel.
Figuur 4-10: oppervlaktewater en watergangen omgeving planlocatie (bron: Legger Waterschap De Dommel).
4.13.6
Uitgangspunten Watertoets
De watertoets is een vast onderdeel van ruimtelijke plannen. Zo moet elke toelichting of ruimtelijke onderbouwing van een ruimtelijk plan een waterparagraaf bevatten. Het waterschap toetst de waterparagraaf op onderstaande punten. 1. Voorkomen van vervuiling. Het waterschap streeft ernaar om verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen. Het voorkomen van vervuiling is een randvoorwaarde voor de watertoets. 2.Wateroverlastvrij bestemmen Bij de locatiekeuze voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoekt de initiatiefnemer naar een plek die hoog en droog genoeg is. Mocht dit niet mogelijk of wenselijk zijn, dan moet de initiatiefnemer compenseren. Deze neemt daarbij maatregelen om het gebied voldoende tegen wateroverlast te beschermen. 3.Hydrologisch neutraal Ontwikkelen (HNO) Het waterschap hanteert het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen: de nieuwe watersituatie moet minimaal gelijk blijven aan de uitgangssituatie. Hierbij mag de initiatiefnemer de grondwaterstand niet verlagen. Bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied mag de initiatiefnemer de oorspronkelijke landelijke afvoer niet overschrijden. Het waterpeil moet aansluiten bij de optimale grondwaterstanden.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
44
4. Vuil water en hemelwater scheiden Vuil water hoort thuis in het riool. Schoon hemelwater moet de initiatiefnemer afvoeren naar de bodem of watergang. Soms is dit door ruimtegebrek niet mogelijk. Bij bebouwd gebied accepteert het waterschap daarom vaak een compromis: het gescheiden aanbieden van waterstromen aan het reeds aanwezige gemengde rioolstelsel. Het waterschap gaat niet akkoord met de aanleg van nieuwe gemengde rioolstelsels. 5. Hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer Bij de afvoer van schoon hemelwater moet de initiatiefnemer de volgende stappen hanteren: hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer. Hergebruik van regenwater is interessant bij grootschalige voorzieningen als scholen en kantoorgebouwen. Het verzamelde regenwater dient voor de spoeling van de toiletten, voor de tuin of voor wasmachines. Bij kleinere percelen is infiltratie in de bodem de beste oplossing. Dit kan bijvoorbeeld via de natuurlijke weg bij heel grof zand en een lage grondwaterstand, via kiezels of een infiltratiesysteem. Als dit geen optie is, kiest de initiatiefnemer voor de buffering van het water in een waterberging, om overstroming tijdens zware regenval te vermijden. Een laatste mogelijkheid is het vertraagd afvoeren van een neerslagpiek naar een leggerwatergang. 6.
Waterschapsbelangen Bij een bouwproject kunnen verschillende waterschapsbelangen spelen: Ruimteclaims voor waterberging, Ruimteclaims voor de aanleg van natte ecologische verbindingszones en beekherstel, Aanwezigheid en ligging watersysteem, Aanwezigheid en ligging waterkeringen, Aanwezigheid en ligging van infrastructuur en ruimteclaims t.b.v. de afvalwaterketen in beheer bij het waterschap. Spelen deze belangen een rol in een plan? Dan moeten deze in de planregels, -kaart (verbeelding) en – toelichting benoemd worden. 7. Meervoudig ruimtegebruik Gebruiksfuncties kunnen worden gecombineerd. Een wadi kan bovengronds ook worden ingericht en beheerd als speelterrein voor kinderen. 8. Water als kans Bouwkundigen zien water soms als een probleem. Water kan echter ook een meerwaarde geven aan een plan. Zo kan gebruik worden gemaakt van de belevingswaarde van water. Veel mensen waarderen immers een mooie waterpartij met bijbehorend groen.
4.13.7
Watertoets
De criteria voor de watertoets worden hieronder voor de planlocatie beoordeeld. 1.
Voorkomen van vervuiling
Van belang is dat bij de uiteindelijke uitvoering van de bouwplannen aandacht besteed zal worden aan het materiaalgebruik. Dit ter bescherming van de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Daarom zal gebruik gemaakt worden van bouwmaterialen die niet uitlogen of uitspoelen.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
45
2.
Wateroverlastvrij bestemmen
Gezien de situering van het perceel en de grondwaterstanden valt de locatie niet in een mogelijk overstromingsgebied. Wateroverlast is dan ook niet aannemelijk. 3.
Hydrologisch neutraal ontwikkelen
De drie Brabantse waterschappen (Aa & Maas; De Dommel; Brabantse Delta) hebben sinds 1 maart 2015 dezelfde beleidsuitgangspunten voor het beoordelen van ruimtelijke ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij toename van verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat de plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal uitgevoerd moeten worden wat betekend dat voorkomen moet worden dat als gevolg van de uitbreiding versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op het oppervlaktewater eist de nieuwe Keur van de gezamenlijk waterschappen een vervangende berging (compensatie) die de extra afvoer neutraliseert. Volgens artikel 3.6 van de Keur is het verboden om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak tot afvoer naar oppervlakte waterlichaam te laten komen. Volgens de algemene regels van de Keur 2015 kan hiervoor vrijstelling verleend worden indien de toename van het verhard oppervlak minder dan 2.000 m2 bedraagt. Indien het verhard oppervlak toeneemt met meer dan 2.000 m2 maar minder dan 10.000 m2 kan hiervoor vrijstelling verleend worden indien er compenserende maatregelen worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. Bij een toename van meer dan 10.000 m2 verhard oppervlak zal maatwerk geleverd moeten worden. In dit geval is er geen toenamen van verhard oppervlak.
De totale hoeveelheid verhard oppervlak (bebouwing en erfverharding) blijft ongewijzigd. De toename aan stalbebouwing op de locatie De Gagel 16 (circa 500 m2), wordt gecompenseerd door de sloop op de locatie Aanrijten 2. En de akkerbouwloods aan De Gagel 16 verplaatst naar Aanrijten. Per saldo is er een afname aan verharding. 4.
Vuil en schoon hemelwater scheiden
Op de planlocatie hebben we te maken met verschillende (afval)waterstromen. Deze (afval)waterstromen worden apart behandeld en komen niet in contact met elkaar. De (afval)waterstromen in de nieuwe situatie bestaan uit:
Huishoudelijk afvalwater afkomstig van kantine, douche, toilet ed.; Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd naar de aanwezige riolering.
Afvalwater afkomstig van de was- en spoelplaats en afleverplaats; Dit water wordt afgevoerd naar de aanwezige mestkelder.
(Schoon)hemelwater afkomstig van daken en verharding; Het schone hemelwater wordt separaat afgevangen en geloosd op de omliggende sloten. Deze situatie zal niet veranderen in de nieuwe situatie. Op de perceelsranden zijn zaksloten aanwezig waarin het regenwater wordt opgevangen en kan infiltreren.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
46
Figuur 4-11: waterberging op perceelsranden.
5.
Hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer
Het schone hemelwater wordt separaat afgevangen en geloosd op de omliggende sloten. 6.
Waterschapsbelangen
Waterschap De Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Het waterbeheer is gericht op het duurzaam beheren van het watersysteem, waarbij uitgegaan wordt van een watersysteembenadering. In het Waterbeheerplan beschrijft het waterschap de hoofdlijnen van haar beleid uitgewerkt in verschillende thema’s. De regels hieromtrent zijn nader uitgewerkt in de Keur van het waterschap. Deze keur is per 1 maart 2015 vernieuwd en geldt voor alle Brabantse waterschappen. Binnen de Keur is onderhavige locatie niet gelegen binnen bijzondere of beschermde gebieden. Tevens dienen voor alle waterhuishoudkundige werken waarvoor op grond van de Keur ontheffing noodzakelijk is, een aanvraag ingediend te worden bij het Waterschap. 7.
Meervoudig ruimtegebruik
De opvang van schoon water in de zaksloten is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. Naast de waterhuishoudkundige functie heeft deze ook een landschappelijke functie. 8.
Water als kans
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
47
Het schone hemelwater van de locatie wordt opgevangen op de perceelsranden, waar het kan infiltreren. Daarmee wordt bijgedragen aan het vasthouden van water in de omgeving (verdroging tegen gaan). Samen met het Waterschap wordt in overleg gegaan om te onderzoeken hoe de waterhuishouding ter plaatse geoptimaliseerd kan worden. Met het plan kan voldaan worden aan de uitgangspunten van het waterschap voor duurzaam omgaan met water. Per saldo is dan sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. De waterparagraaf is in het kader van het vooroverleg voor advies en ter beoordeling voorgelegd aan het Waterschap, het advies van 4 juni 2020 is in de regels en toelichting verwerkt. Ook het advies om meer water vast te houden is overgenomen, hiervoor loopt momenteel een separate procedure met het Waterschap.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
48
5.
Economische en Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Met de initiatiefnemer wordt een zogenaamde anterieure overeenkomst afgesloten waarin de afspraken over plankosten en planschade is geregeld. Gezien het karakter van het plan (regeling bestaande en vergunde situatie) is er op voorhand geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake is van planschade ten gevolge van het plan. Tevens wordt er een overeenkomst afgesloten in verband met de landschappelijke inpassing.
5.2
Procedures
Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd met bijbehorende stukken. Gedurende de termijn van de ter inzage legging kunnen belanghebbenden een zienswijze indienen. De eventuele zienswijzen worden beoordeeld en aanvullend in dit wijzigingsplan opgenomen. Gelijktijdig met de terinzagelegging wordt het plan in het kader van vooroverleg aangeboden aan provincie en waterschap.
5.3
Vooroverleg
Door het Waterschap De Dommel is in het kader van het wettelijk vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro een reactie gegeven op het concept-ontwerpbestemmingsplan (zie bijlage, brief 4 juni 2020, kenmerk Z61757/U129877). Daarbij is de volgende reactie gegeven. -
Gevraagd wordt om de definitie van waterhuishoudkundige voorzieningen in de regels aan te passen.
De gevraagde aanpassing is doorgevoerd in de regels. -
Aanpassing verzocht van de toelichting wat betreft de aanwezigheid van legger watergangen nabij het plangebied.
De aanpassing is doorgevoerd in de toelichting. -
De opmerking dat toename van verhard oppervlak niet alleen betrekking heeft op gebouwen, maar ook op terreinverharding.
Deze opmerking is aangevuld in de toelichting. -
Het plan voldoet aan de regels van hydrologisch neutraal ontwikkelen. In verband met de lage grondwaterstanden wordt verzocht om in overleg te gaan om de waterhuishouding rond de planlocatie te optimaliseren.
Afgesproken is dat samen met het Waterschap bekeken zal worden welke aanvullende maatregelen genomen kunnen worden om verdroging tegen te gaan. -
Met betrekking tot de verbeelding heeft het waterschap geen opmerkingen.
Voor kennisgeving aangenomen.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
49
5.4
Ter visie legging
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 15 maart 2021 gedurende zes weken, ter inzage gelegen. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
50
6. Juridische toelichting 6.1
Aanleiding
Dit plan betreft een partiële herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” (en de daarna volgende herzieningen) van de gemeente Reusel-De Mierden voor de locaties De Gagel 16 en Aanrijten 2 in Hooge Mierde. Aanleiding is de noodzaak om de ontwikkelingsplannen van deze bedrijven planologisch correct te regelen.
6.2
Regels
De planregels behouden de bestaande regeling voor een bedrijfsbestemming en bijbehorende aanduidingen. De planregels bevatten regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. Met deze standaardregels wordt aangesloten op het vigerende bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Reusel-De Mierden. Verder worden de regels aangevuld op basis van de instructieregels uit de provinciale Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant inzake de ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijen en mestverwerking. Ook zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen inzake de landschappelijke inpassing en met betrekking tot het in gebruik nemen van de nieuwe bebouwing. De daaraan te stellen voorwaarden zijn daarmee planologische geborgd in de regels. De herziening van het bestemmingsplan heeft betrekking op bijlage 3 bij de regels: Bestaande intensieve veehouderijbebouwing. Voor de locatie De Gagel 16 wordt de toegestane oppervlakte voor intensieve veehouderij vergroot naar 18.074 m2. Tegelijkertijd wordt de toegestane oppervlakte voor intensieve veehouderij voor de locatie Aanrijten 2 op 0 m2 gezet. De totale hoeveelheid bebouwing blijft daarmee ongewijzigd.
6.3
Verbeelding
De verbeelding blijft grotendeels ongewijzigd op een kleine aanpassing na van het bouwvlak Aanrijten 2. Tevens is de bedrijfswoning behorende bij De Gagel 16, opgenomen in dit bestemmingsplan. Abusievelijk is deze bedrijfswoning niet correct opgenomen op de digitale verbeelding van het vigerende bestemmingsplan. Daar was deze als aparte locatie opgenomen. Nu wordt dit hersteld door de bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning behorende bij De Gagel 16 als één locatie op te nemen in dit bestemmingsplan. De huidige bestemming Bedrijf-Agrarisch en alle dubbelbestemmingen en aanduidingen worden overgenomen en blijven van kracht. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing is de bestemming Groen-Landschappelijke inpassing toegevoegd.
Toelichting BP Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
51
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BIJLAGE 1 BRABANTSE ZORGVULDIGHEIDSSCORE VEEHOUDERIJ
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 1/19
Bedrijfsgegevens Bedrijfsnaam
J.F.M.van Gisbergen
Adres
De Gagel 16
Postcode
5095AH
Woonplaats
Hooge Mierde
Gemeente
Reusel-De Mierden
Website veehouder
-
Kvknummer
784807440000
Adviseursgegevens Adviesbureau
Rapport versie 2.1.0.0
Derks Advies B.V.
Pagina 1/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 2/19
Stalgegevens Omschrijving
Status
Diercategorie
Aantal dieren Totaal Grootte eenheden
kraamzeugen (1)
Bestaand
Zeugen (> 50 kg, bij biggen)
240
29,18
guste en dragende zeugen (1)
Nieuw
Overige zeugen (> 50 kg gust en gedekt)
270
32,83
guste en dragende zeugen (2)
Nieuw
Overige zeugen (> 50 kg gust en gedekt)
180
21,89
gespeende biggen (2)
Nieuw
Biggen (< 20 kg)
3600
118,80
opfokzeugen (2)
Nieuw
Opfokzeugen en -beertjes (> 20 kg, niet gedekt)
108
6,23
vleesvarkens (3)
Nieuw
Vleesvarkens
432
15,12
kraamzeugen (3)
Nieuw
Zeugen (> 50 kg, bij biggen)
208
25,29
gespeende biggen (4)
Bestaand
Biggen (< 20 kg)
3840
126,72
gespeende biggen (4)
Bestaand
Biggen (< 20 kg)
768
25,34
guste en dragende zeugen (5.1)
Bestaand
Overige zeugen (> 50 kg gust en gedekt)
560
68,10
guste en dragende zeugen (5.2)
Bestaand
Overige zeugen (> 50 kg gust en gedekt)
560
68,10
gespeende biggen (6)
Bestaand
Biggen (< 20 kg)
10752
354,82
kraamzeugen (7.1)
Bestaand
Zeugen (> 50 kg, bij biggen)
256
31,13
guste en dragende zeugen (7.1)
Bestaand
Overige zeugen (> 50 kg gust en gedekt)
720
87,55
guste en dragende zeugen (7.1)
Bestaand
Overige zeugen (> 50 kg gust en gedekt)
160
19,46
dekberen (7.1)
Bestaand
Beren (>= 50 kg, dekrijp)
6
1,56
guste en dragende zeugen (7.2)
Bestaand
Overige zeugen (> 50 kg gust en gedekt)
720
87,55
guste en dragende zeugen (7.2)
Bestaand
Overige zeugen (> 50 kg gust en gedekt)
180
21,89
kraamzeugen (7.2)
Bestaand
Zeugen (> 50 kg, bij biggen)
256
31,13
23816,00
1172,69
Overzicht per stal Afkorting
Aantal
Grootte eenheden
% Grootte eenheden totaal
1
510
62,02
5,29%
2
3888
146,92
12,53%
3
640
40,41
3,45%
4
4608
152,06
12,97%
5.1
560
68,10
5,81%
Rapport versie 2.1.0.0
Pagina 2/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
Afkorting
29-12-2020 (Creatie) Pagina 3/19
Aantal
Grootte eenheden
% Grootte eenheden totaal
5.2
560
68,10
5,81%
6
10752
354,82
30,26%
7.1
1142
139,70
11,91%
7.2
1156
140,57
11,99%
23816,00
1172,69
100,00%
Diersoort
Aantal
Grootte eenheden
% Grootte eenheden totaal
Varkens
23816
1172,69
100,00%
23816,00
1172,69
100,00%
Overzicht per diersoort
Rapport versie 2.1.0.0
Pagina 3/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 4/19
Resultaat Basis score
Punten
Score op Basispunten
Score
Beoordeling 6,00
Inrichting en omgeving
waarde
Gezondheid
40,35
Geuremissie
47,81
Geurimpact
0,00
Fijnstof
79,82
Mineralenkringloop
8,94
Verbinding met de omgeving
50,00
Totaal punten op Inrichting & Omgeving
226,92
Correctiefactor aantal maatlatten
1,00
Gecorrigeerde aantal punten
226,92
Wegingsfactor
200,00
Score op Inrichting en Omgeving
1,13
Akkoord
0,32
Akkoord
7,46
Akkoord
Certificaten Totaal punten op certificaten
12,87
Wegingsfactor
40,00
Score op certificaten Innovatie Innovatie telt mee in het eindoordeel Totaal score BZV
Eindoordeel BZV
Rapport versie 2.1.0.0
Nee
Akkoord
Pagina 4/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 5/19
Certificaten Bedrijfsniveau Omschrijving
Antwoord
GD Keurmerk Zoönosen
GD Keurmerk Zoönosen
Gewogen punten 0,00
Diersoorten Diersoort
Certificaat
Antwoord
Gewogen punten
Varkens
GD-varkens: Schurft scan of certificaat Schurftvrij
Nee
0,00
GD-varkens: certificaat PM+, AR vrij
Nee
0,00
Afkorting
Certificaat
Antwoord
1
Keten Duurzaam Varkensvlees
Nee
0,00
IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
0,42
Beterleven
Nee
0,00
Scharrelvlees (Producert)
Nee
0,00
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Nee
0,00
Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Nee
0,00
Keten Duurzaam Varkensvlees
Nee
0,00
IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
1,00
Beterleven
Nee
0,00
Scharrelvlees (Producert)
Nee
0,00
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Nee
0,00
Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Nee
0,00
Keten Duurzaam Varkensvlees
Nee
0,00
IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
0,28
Stalniveau
2
3
Rapport versie 2.1.0.0
Gewogen punten
Pagina 5/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
3
4
5.1
5.2
6
7.1
29-12-2020 (Creatie) Pagina 6/19
Beterleven
Nee
0,00
Scharrelvlees (Producert)
Nee
0,00
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Nee
0,00
Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Nee
0,00
Keten Duurzaam Varkensvlees
Nee
0,00
IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
1,04
Beterleven
Nee
0,00
Scharrelvlees (Producert)
Nee
0,00
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Nee
0,00
Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Nee
0,00
Keten Duurzaam Varkensvlees
Nee
0,00
IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
0,46
Beterleven
Nee
0,00
Scharrelvlees (Producert)
Nee
0,00
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Nee
0,00
Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Nee
0,00
Keten Duurzaam Varkensvlees
Nee
0,00
IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
0,46
Beterleven
Nee
0,00
Scharrelvlees (Producert)
Nee
0,00
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Nee
0,00
Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Nee
0,00
Keten Duurzaam Varkensvlees
Nee
0,00
IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
2,42
Beterleven
Nee
0,00
Scharrelvlees (Producert)
Nee
0,00
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Versie 8
2,72
Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Nee
0,00
Keten Duurzaam Varkensvlees
Nee
0,00
IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
0,95
Rapport versie 2.1.0.0
Pagina 6/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
7.1
7.2
29-12-2020 (Creatie) Pagina 7/19
Beterleven
Nee
0,00
Scharrelvlees (Producert)
Nee
0,00
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Versie 8
1,07
Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Nee
0,00
Keten Duurzaam Varkensvlees
Nee
0,00
IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Ja
0,96
Beterleven
Nee
0,00
Scharrelvlees (Producert)
Nee
0,00
Biologisch: Bio-keurmerk (SKAL) of EKO-keurmerk
Nee
0,00
Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV)
Versie 8
1,08
Varken van Morgen, exclusief IKB Varken/IKB Nederland Varkens
Nee
0,00
Totaal aantal punten
Rapport versie 2.1.0.0
12,87
Pagina 7/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 8/19
Gezondheid Bedrijfsniveau Vraag
Antwoord
Punten
3 - Afstand tot dichtstbijzijnde ander veebedrijf, kortste afstand tussen bouwblokken
< 100 m
-
5 - Scheiding schone-vuile weg: a - Vulpunten voersilo's, afvoerpunten mest, aan-en aflevervoorziening aan vuile weg
Ja
5,26
b - Afleverruimte voor dieren
Ja
1,75
c - Kruisende looplijnen interne bedrijfsgedeelte met openbare gedeelte
Nee
0,00
d - Hygiene sluis op scheiding schone-vuile weg
Ja
0,00
e - Kadaveropslag op vloeistof dichte vloer met opvang van vloeistoffen.
Ja
1,75
f - Looplijnenschets aanwezig, zichtbaar opgehangen
Nee
-
6 - Hygiëne sluis met: a - Scheiding schoon-vuil gedeelte + wasbak
Ja
0,00
b - Bedrijfseigen kleding/schoeisel
Ja
0,00
c - Douches
Ja
3,51
8 - Opslag van vaste mest op het erf
Nee
7,02
9 - Spoelplaats veewagens
Ja
0,00
11 - Minimaal 2 meter verharding direct aansluitend alle stalmuren ter voorkoming van ongedierte
Nee
-
Diersoortniveau Diersoort
Vraag
Antwoord
Varkens
1 - Quarantainestal (opfokdieren)
Nee
2 - Heeft u een buitenloop of weidegang?
Geen buitenloop
4 - Houdt u andere bedrijfsmatig gehouden veesoorten?
Punten 10,53 10,53
Stalniveau Stal afkorting
Vraag
Antwoord
1
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
Rapport versie 2.1.0.0
Punten
Pagina 8/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 9/19
1
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
Nee
-
2
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
Nee
-
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
Nee
-
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
Nee
-
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
Nee
-
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
Nee
-
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
Nee
-
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
Nee
-
7 - Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal
Nee
-
10 - Zuivering interne stallucht
Geen
-
12 - Gescheiden huisvesting: iedere diercategorie in een aparte stal
Nee
-
3
4
5.1
5.2
6
7.1
7.2
Totaal aantal punten
Rapport versie 2.1.0.0
40,35
Pagina 9/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 10/19
Fijnstof Fijnstof emissie Referentie Status
Huidige / Gewenste situatie
Stal
BB of BWL code
Aantal
Norm
Emissie
Werkelijke waarde
Emissie
Bestaand kraamzeugen
BWL 2009.12
240
160,00
38400,00
32,00
7680,00
gespeende biggen
BWL 2004.06 i.c.m. BWL 2009.12
3840
74,00
284160,00
15,00
57600,00
gespeende biggen
BWL 2004.06 i.c.m. BWL 2009.12
768
74,00
56832,00
15,00
11520,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
560
175,00
98000,00
35,00
19600,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
560
175,00
98000,00
35,00
19600,00
gespeende biggen
BWL 2009.12
10752
74,00
795648,00
15,00
161280,00
kraamzeugen
BWL 2009.12
256
160,00
40960,00
32,00
8192,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
720
175,00
126000,00
35,00
25200,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
160
175,00
28000,00
35,00
5600,00
BWL 2009.12
6
180,00
1080,00
36,00
216,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
720
175,00
126000,00
35,00
25200,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
180
175,00
31500,00
35,00
6300,00
kraamzeugen
256
160,00
40960,00
32,00
8192,00
Totalen Bestaand
1765540,00
dekberen
Nieuw
BWL 2009.12
356180,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
270
175,00
47250,00
35,00
9450,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
180
175,00
31500,00
35,00
6300,00
gespeende biggen
BWL 2009.12
3600
74,00
266400,00
15,00
54000,00
opfokzeugen
BWL 2009.12
108
153,00
16524,00
31,00
3348,00
vleesvarkens
BWL 2004.04 i.c.m. BWL 2009.12
432
153,00
66096,00
31,00
13392,00
Rapport versie 2.1.0.0
Pagina 10/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 11/19
Referentie
Huidige / Gewenste situatie
Status
Stal
BB of BWL code
Aantal
Norm
Emissie
Werkelijke waarde
Emissie
Nieuw
kraamzeugen
BWL 2009.12
208
160,00
33280,00
32,00
6656,00
Totalen Nieuw
461050,00
93146,00
Totalen
2226590,00
449326,00
Rapport versie 2.1.0.0
Behaald reductiepercentage
79,82 %
Aantal punten
79,82
Totaal aantal punten
79,82
Pagina 11/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 12/19
Geuremissie Referentie Status
Huidige / Gewenste situatie
Stal
BB of BWL code
Aantal
Norm
Emissie
Werkelijke waarde
Emissie
Bestaand kraamzeugen
BWL 2009.12
240
27,90
6696,00
15,30
3672,00
gespeende biggen
BWL 2004.06 i.c.m. BWL 2009.12
3840
7,80
29952,00
3,00
11520,00
gespeende biggen
BWL 2004.06 i.c.m. BWL 2009.12
768
7,80
5990,40
3,00
2304,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
560
18,70
10472,00
10,30
5768,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
560
18,70
10472,00
10,30
5768,00
gespeende biggen
BWL 2009.12
10752
7,80
83865,60
4,30
46233,60
kraamzeugen
BWL 2009.12
256
27,90
7142,40
15,30
3916,80
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
720
18,70
13464,00
10,30
7416,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
160
18,70
2992,00
10,30
1648,00
BWL 2009.12
6
18,70
112,20
10,30
61,80
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
720
18,70
13464,00
10,30
7416,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
180
18,70
3366,00
10,30
1854,00
kraamzeugen
256
27,90
7142,40
15,30
3916,80
Totalen Bestaand
195131,00
dekberen
Nieuw
BWL 2009.12
101495,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
270
18,70
5049,00
10,30
2781,00
guste en BWL 2009.12 dragende zeugen
180
18,70
3366,00
10,30
1854,00
gespeende biggen
BWL 2009.12
3600
7,80
28080,00
4,30
15480,00
opfokzeugen
BWL 2009.12
108
23,00
2484,00
12,70
1371,60
vleesvarkens
BWL 2004.04 i.c.m. BWL 2009.12
432
23,00
9936,00
9,80
4233,60
Rapport versie 2.1.0.0
Pagina 12/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
Pagina 13/19 Referentie
Status
Stal
BB of BWL code
Aantal
Nieuw
kraamzeugen
BWL 2009.12
208
Rapport versie 2.1.0.0
29-12-2020 (Creatie)
Norm
Huidige / Gewenste situatie Emissie
Werkelijke waarde 15,30
Emissie
27,90
5803,20
Totalen Nieuw
54718,20
28902,60
3182,40
Totalen
249849,20
130397,60
Behaald reductiepercentage
47,81 %
Totaal aantal punten
47,81
Pagina 13/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
Rapport versie 2.1.0.0
29-12-2020 (Creatie) Pagina 14/19
Pagina 14/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 15/19
Geurimpact Vraag
Antwoord Bevind u zich in een concentratiegebied?
Punten Ja
In concentratiegebied
Rapport versie 2.1.0.0
Op woonkern in OU
3,00
0,00
Op buitengebied in OU
20,00
0,00
Totaal aantal punten
0,00
Pagina 15/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 16/19
Mineralenkringloop P-Mest Totaal Vraag
Antwoord
P Mestproductie totaal
38224,00
Gebruiksruimte (in KG P)
3419,00
P-mestoverschot (Productie - Gebruiksruimte)
34805,00
P-aanwending mest Soort aanwending
Grond eigen gebruik, binnen straal van 15 km
Totalen
Hectaren
Norm (kg/ha)
64,62 2,35 66,97
50,00 80,00
66,97
kg P Opgehaald bij RvO 3231,00 Nee 188,00 Nee 3419,00
8,45 0,49 8,94
3419,00
8,94
Totaal aantal punten
Rapport versie 2.1.0.0
Punten
8,94
Pagina 16/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 17/19
Verbinding met de omgeving en biodiversiteit Thema
Vraag
Antwoord
Zicht op dieren in de stal of uitloop
Inkijk in de stal en/of zicht op dieren (die op het bedrijf worden gehouden) op permanent beschikbare uitloop.
Geen
Punten 0,00
Groen op het erf (op en Oppervlak groen op het erf (= verticale projectie van bomen, > 20 % groen en <= 30 aansluitend op struiken, heggen, bosplantsoen, boomgaard, poel)als % bouwblok) percentage van het totale erfoppervlak (= het gaat om bouwblok en het groen dat direct aansluit op het bouwblok). Bemesting en gebruik bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.
20,00
Inpandig laden en lossen van bijproducten, voer en dieren
Inpandige laad- en losplaats dieren
Ja
5,00
Inpandig laden en lossen van bijproducten, voer en dieren
Inpandige losplaats krachtvoer en bijproducten
Nee
0,00
Inpandig laden en lossen van bijproducten, voer en dieren
De voerbewerkingshandelingen vinden inpandig plaats
Ja
5,00
Inpandig laden en lossen van bijproducten, voer en dieren
Mestbewerking vindt inpandig plaats
Ja
5,00
Brijvoer/ bijproducten
Opslag van voer(componenten) vindt plaats in afgesloten ruimten
Ja
5,00
Brijvoer/ bijproducten
Lucht uit de voerkeuken/ voeropslag wordt afgevoerd naar een luchtzuiveringsinstallatie
Nee
0,00
Brijvoer/ bijproducten
Bedrijf past geen bijproducten toe
Nee
0,00
Mestbe- of verwerking, Alle luchtwassers/ warmtewisselaars/ droogtunnels/ mestdroging mestbewerkingsinstallaties op het bedrijf zijn inpandig gesitueerd
Nee
0,00
Mestbe- of verwerking, Sleufsilo's zijn aan het oog onttrokken mestdroging
Nee
0,00
Mestbe- of verwerking, Bedrijf heeft dagontmesting of scheiding van mest en urine in de Nee mestdroging stal
0,00
Kadaver ophaalplaats
10,00
Rapport versie 2.1.0.0
Kadavers worden opgeslagen in een afgesloten en ondergrondse kadaverophaalplaats aan de openbare weg
Ja
Pagina 17/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 18/19
Thema
Vraag
Antwoord
On the way to planet proof - Melk (biodiversiteit)
Geef aan op welk niveau aan de voorwaarden van het onderdeel biodiversiteit van het keurmerk “On the way to Planet Proof” wordt voldaan
Punten 0,00
Totaal aantal punten
Rapport versie 2.1.0.0
50,00
Pagina 18/19
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij Bedrijf:
J.F.M.van Gisbergen
BZV versie: 2.1
Scenario:
Gagel herbouw voorerf (4)
Datum:
Status:
Ingediend (29-12-2020)
29-12-2020 (Creatie) Pagina 19/19
Aanvullende meldingen Geen aanvullende meldingen
Rapport versie 2.1.0.0
Pagina 19/19
BIJLAGE 2 REACTIE WATERSCHAP
Gemeente Reusel-De Mierden De heer R. Krul Postbus 11 5540 AA REUSEL
Boxtel ons kenmerk uw kenmerk onderwerp
: 4 juni 2020 behandeld door : Matty Nierop : Z61757/U129877 doorkiesnummer : (0411) 618 618 : E-mail 4 mei 2020 e-mailadres : MvNierop@dommel.nl : Reactie vooroverleg bijlagen : bestemmingsplan verzonden : 4 juni 2020 Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 te Hooge Mierde
Geachte heer Krul, Op 4 mei stuurde u mij conceptbestemmingsplan Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 te Hooge Mierde in het kader van vooroverleg. Dit plan voorziet in de herbouw en uitbreiding van stallen op De Gagel 16 voor intensieve veehouderij. Op Aanrijten 2 beëindigt de intensieve veehouderij. Na sloop wordt de bestaande rundveestal herbouwd tot akkerbouwloods, inclusief strostal voor circa 40 schapen. Hierbij geef ik u mijn reactie op dit plan. Regels Ik vraag u het begrip ´waterhuishoudkundige voorzieningen te wijzigen in ‘water en waterhuishoudkundige voorzieningen´. Het volgende tekstvoorstel kan voor het begrip worden gehanteerd: “Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc”. Toelichting - In paragraaf 4.10.5 is op pagina 36 boven figuur 4-8 beschreven dat het plangebied niet wordt begrensd door leggerwatergangen. Dit is niet juist. Onderstaande figuur 1 laat zien dat langs de zuidoostgrens van perceel Gagel 16 een b-water loopt.
En op de Legger staat ook nog de b-watergang waarop de nieuwbouw uit 2014/2015 gerealiseerd is. Ik moet nog nagaan of hiervoor een watervergunning is afgegeven (kon ik vooralsnog niet vinden). Als er geen vergunning is, dan moet het vervallen van deze watergang alsnog geformaliseerd (en gecompenseerd) worden. - Op pagina 38 wordt onder punt 3. aangegeven dat het verhard oppervlak afneemt. Daarbij gaat het ons overigens niet alleen om bebouwing, maar om totaal verhard oppervlak (dus ook terreinverharding) Graag aanpassen.
ons kenmerk: Z61757/U129877
-
pagina 2
Volgens onze Keur is bij een afname van verhard oppervlak geen compenserende waterberging nodig. Zoals al met de adviseur van initiatiefnemer is besproken, vinden wij het belangrijk om alle kansen om het grondwater aan te vullen te benutten. De zeer lage grondwaterstanden en lage afvoeren in de beken door dit derde droge jaar op rij tonen hiervoor de urgentie aan. We hebben afgesproken samen te bekijken hoe ook het hemelwater van de bestaande bebouwing zoveel mogelijk kan worden geïnfiltreerd en de waterhuishouding op beide locaties kan worden geoptimaliseerd.
Figuur 1 Leggerwateren. Roze = b-watergang
Verbeelding Op de Verbeelding heb ik geen opmerkingen. Bel of mail mij gerust als u nog vragen heeft. U bereikt mij via telefoonnummer 0416 – 618 618 of stuur een e-mail naar mvnierop@dommel.nl. Met vriendelijke groet, Waterschap De Dommel
Matty Nierop Planvormer Landelijk Gebied
BIJLAGE 3 BESLUIT MER-BEOORDELING
REGELS
|1
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, GAGEL 16 EN AANRIJTEN 2 HOOGE MIERDE Gemeente Reusel-De Mierden
Planstatus: Datum: Plan identificatie: Auteur(s): Historie Concept Voorontwerp Ontwerp Vastgesteld
ontwerp 4 maart 2021 NL.IMRO.1667.BPBgagel0081-ON01 Zoë Zeegers
4 maart 2021
NL.IMRO.1667.BPBgagel0081-ON01
bestemmingsplan Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
|2
NL.IMRO.1667.BPBgagel0081-ON01
bestemmingsplan Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
|3
1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
5 11
2 Bestemmingsregels
13
Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 1 Artikel 4 Bedrijf - Agrarisch Artikel 5 Groen - Landschappelijke inpassing
13 14 25
3 Algemene regels
26
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene bouwregels Artikel 8 Algemene gebruiksregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Artikel 10 Algemene procedureregels
26 27 28 30 31
4 Overgangs- en slotregels
32
Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel
32 33
NL.IMRO.1667.BPBgagel0081-ON01
bestemmingsplan Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
|4
NL.IMRO.1667.BPBgagel0081-ON01
bestemmingsplan Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
|5
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde' van de gemeente Reusel-De Mierden; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1667.BPBgagel0081ON01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 verbeelding: de verbeelding met bijbehorende verklaring, behorende bij dit plan, bestaande uit kaartblad, waarop de bestemmingen en bijbehorende aanduidingen van de in het plan aangewezen gronden zijn aangegeven; 1.4 aanbouw: een aan het hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw; 1.5 aan huis gebonden bedrijf: een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.6 aan huis gebonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.7 achtergevelrooilijn:
de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd; indien er geen sprake is van een achterste grens van een bouwvlak dan wel geen bouwvlak op de verbeelding is aangegeven: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw - zonder aan- een uitbouwen aan aangebouwde bijgebouwen - alsmede het verlengde daarvan;
1.8 afhankelijke woonruimte een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.9 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren, alsmede de opslag en verwerking van eigen mest; agrarisch bedrijf, grondgebonden: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde gronden in de directe omgeving van het bedrijf; agrarisch bedrijf glastuinbouwbedrijf: een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf waarbij de productie geheel of overwegend gericht is op het telen van gewassen in kassen en/of hoge tunnels, welke ter plaatse (overwegend) permanent aanwezig zijn; agrarisch bedrijf, intensieve veehouderij:
NL.IMRO.1667.BPBgagel0081-ON01
bestemmingsplan Buitengebied, Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde
|6 agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij; agrarisch bedrijf, overig niet-grondgebonden: een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde gronden in de directe omgeving van het bedrijf. 1.10 agrarisch technisch hulpbedrijf een bedrijf dat is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren, of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. Voorbeelden van agrarisch technische hulpbedrijven zijn: grootveeklinieken, KI-stations, mestopslag- en mesthandelsbedrijven, loonwerkbedrijven (inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen), veetransportbedrijven, veehandelsbedrijven; 1.11 agrarisch verwant bedrijf: een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden.