CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.04987] - Bijlage 2a Toelichting - ontwerp BP 't Holland 7-7a

Commissie Ruimte 14 september 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen van het bestemmingsplan 't Holland 7-7a Reusel13.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beleidsvisie externe veiligheid

De gemeente Reusel-De Mierden beschikt over een ‘Beleidsvisie Externe Veiligheid’. Hierin zijn aanvullende kaders gegeven voor de integrale aanpak van externe veiligheid. 5.4.3.5

Overige wet- en regelgeving

In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ (art. 3.1 Wro) dient getoetst te worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’, enz..

5.4.4

Beoordeling van het plangebied

5.4.4.1

Bedrijven

Het plangebied is op basis van de Risicokaart niet gelegen binnen een risicocontour van een risicovolle inrichting in de omgeving van het plangebied. Binnen een straal van 1 kilometer rondom het plangebied zijn geen risicocontouren van risicovolle inrichtingen gelegen. 5.4.4.2

Transport

Vervoer over het spoor Op het grondgebied van de gemeente Reusel-De Mierden bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de provinciale wegen N269 en N284. Deze wegen kennen geen een risicocontour in het kader van vervoer van gevaarlijke stoffen. Vervoer over het water Binnen de gemeente Reusel-De Mierden zijn geen vaarwegen gelegen. Dit aspect is dus niet van toepassing. Vervoer via buisleidingen Er bevinden zich in de gemeente Reusel-De Mierden geen buisleidingen die externe veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Ten noordwesten van de gemeentegrens loopt een buisleiding over de grensovergang bij Poppel. Het plan ligt op een zodanige afstand van deze buisleiding dat beïnvloeding niet plaats zal vinden. 5.4.4.3

Hoogspanningslijnen

Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar gezondheidsafstanden. In de omgeving van het plangebied zijn geen hoogspanningsleidingen gelegen. Dit aspect is dan ook niet relevant.

5.5

Agrarische bedrijvigheid

Ter plaatse van het plangebied is thans een konijnenhouderij met bedrijfswoning gevestigd. Deze wordt in het kader van de herontwikkeling gesaneerd en omgezet in een niet-agrarisch bedrijf met bedrijfswoning. Voor de beoordeling van geurhinder is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Indirect heeft de Wgv consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Een geurnorm beoogt namelijk mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder. Omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichtzelf blootstellen aan die overmatige hinder, bijvoorbeeld door zich in de directe nabijheid van een veehouderij te vestigen. Artikel 1 Wgv geeft de definitie van een geurgevoelig object. Daaruit blijkt dat het moet gaan om een: 1.

gebouw;

2.

bestemd voor bewoning of verblijf;

3.

geschikt voor bewoning of verblijf;

4.

en permanent - of daarmee vergelijkbaar – als zodanig in gebruik.

In het kader van de herontwikkeling wordt geen nieuw geurgevoelig object opgericht. De huidige bedrijfswoning bij de konijnenhouderij blijft in gebruik als bedrijfswoning bij het niet-agrarische bedrijf. Deze woning is reeds beschermt op basis van de Wgv en de bescherming van deze woning ten aanzien van agrarische bedrijvigheid in de omgeving wijzigt niet ten opzichte van de Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

huidige situatie. Andersom belemmert deze woning agrarische bedrijven in de omgeving niet meer dan in de huidige situatie reeds het geval is. De bedrijfsgebouwen welke in gebruik genomen zullen worden ten behoeve van het bedrijfsverzamelgebouw voor opslag zijn niet aan te merken als geurgevoelig. Er is namelijk geen sprake van permanent of daarmee vergelijkbaar gebruik voor bewoning of verblijf. In de bedrijfsgebouwen vindt opslag plaats, de daadwerkelijke werkzaamheden vinden elders plaats. De beoogde herontwikkeling is in het kader van agrarische bedrijvigheid geen bezwaar.

5.6

Bedrijven en milieuzonering

5.6.1

Inleiding

De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Het plangebied is gelegen in gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Daarnaast gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen.

5.6.2

Omliggende bedrijven

In de omgeving van het plangebied (200 meter) zijn drie bedrijven gelegen. Het betreffen een groothandel in verpakkingsmaterialen, een agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf en een ambachtelijke bedrijf in hout- en plaatmaterialen. Alle drie de bedrijven kunnen op grond van de lijst ‘Bedrijven en milieuzonering’ ingedeeld worden binnen milieucategorie 3.1, waarvoor een grootste aan te houden afstand geldt van 30 meter in het gemengd gebied. Het bedrijf gelegen aan ’t Holland 5A is het dichtst bij het plangebied gelegen op een afstand van 30 meter. De beoogde herontwikkeling levert in dit kader derhalve geen belemmering op. Bovendien heeft de herontwikkeling geen nieuwe milieugevoelige functie tot gevolg.

5.6.3

Beoordeling beoogde herontwikkeling

Beoogd wordt de konijnenhouderij ter plaatse om te zetten in een niet-agrarisch bedrijf in de vorm van een bedrijfsverzamelgebouw voor opslag. Op grond van de lijst ‘Bedrijven en milieuzonering’ kan opslag onder de categorie ‘opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)’ geschaard worden. Deze bedrijvigheid valt binnen milieucategorie 2, waarbij geluid de bepalende factor is. In de lijst ‘Bedrijven en milieuzonering’ is voor geluid een aan te houden afstand van 10 meter in gemengd gebied aangegeven, waarbij de aanduiding ‘continue’ is aangegeven. Dit geeft aan dat bij het bepalen van de aan te houden afstand in het kader van geluid is uitgegaan van een continue bedrijfsvoering van een opslaggebouw. Binnen een straal van 10 meter rondom het Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

plangebied bevinden zich geen milieugevoelige objecten. Derhalve vormt de beoogde herontwikkeling geen bezwaar voor de omgeving. In de huidige situatie is ter plaatse een konijnenhouderij gevestigd, een categorie 3.2 bedrijf. Op grond van de lijst ‘Bedrijven en milieuzonering’ dient ten opzichte van deze bedrijvigheid in een gemengd gebied een afstand van 50 meter voor geur, 10 meter voor stof en 10 meter voor geluid aangehouden te worden. De geluidbelasting ten opzichte van de woning in de omgeving van het plangebied, aan ’t Holland 5, neemt dan ook niet toe als gevolg van deze ontwikkeling. De konijnenhouderij wordt gesaneerd, wat leidt tot een afname van het vrachtverkeer. Daarnaast is de ontsluiting van het bedrijfsverzamelgebouw in de toekomstige situatie 75 meter verder verwijderd van de woning aan ’t Holland 5 dan de huidige ontsluiting van de konijnenhouderij. In de regels van onderhavig bestemmingsplan is bepaald dat verkeersbewegingen ten behoeve van de bedrijvigheid enkel in de dag- en avondperiode (0.700 – 23.00 uur) mogen plaatsvinden met een maximum van de in deze toelichting aangegeven bewegingen. Door de locatie van de aan te brengen landschappelijke inpassing binnen het plangebied is het slechts mogelijk dat de verkeersbewegingen van en naar het bedrijfsgebouw plaatsvinden aan de westzijde van de bedrijfswoning.

5.7

Natuur

5.7.1

Inleiding

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet.

5.7.2

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot Natura 2000gebieden dient getoetst te worden op relevantie en effect van een 20-tal storingsfactoren, te weten stikstofdepositie en 19 overige effecten (geluid, licht, etc.). Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden betreft een uitloper van het Natura 2000-gebied ‘Kempenland-West’, gelegen op een afstand van circa 1,75 kilometer ten noorden van het plangebied. Gezien de grote afstand tussen dit Natura 2000-gebieden en het plangebied kan

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

worden gesteld dat als gevolg van de beoogde herontwikkeling geen significante effecten door de 19 overige effecten optreden op Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Ook een negatief effect door stikstofdepositie is op voorhand uit te sluiten. In de huidige situatie is ter plaatse een intensieve veehouderij aanwezig. Een dergelijke functie heeft een grotere stikstofuitstoot dan een niet-agrarisch bedrijf in categorie 1 en 2 in de vorm van een bedrijfsverzamelgebouw voor opslag. De stikstofemissie zal als gevolg van de beoogde ontwikkeling dan ook afnemen ten opzichte van de huidige situatie.

5.7.3

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met

het

oog

op

de

instandhouding

van

soorten.

De

verbodsbepalingen

en

afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. De beoogde herontwikkeling heeft geen oprichting van nieuwe bebouwing tot gevolg. Bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van 1.500 m² zullen worden gesloopt. Op de gronden rondom de te behouden bebouwing zullen nieuwe landschapselementen worden gerealiseerd. Bestaand groen blijft behouden. Aangezien er geen nieuwe bebouwing wordt opgericht en het bestaande groen behouden blijft, is er geen sprake van beschadiging of vernieling van nesten van broedvogels.

Het plangebied vormt mogelijk geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Door de landschappelijke inpassing van het plangebied wordt het aanwezige groen uitgebreid met gebiedseigen soorten. Foerageermogelijkheden voor vleermuizen worden daardoor versterkt doordat meer insecten worden aangetrokken. Voor overige zoogdieren, reptielen, amfibieën en ongewervelden geldt dat het plangebied mogelijk een geschikt habitat vormt. Aangezien er geen nieuwe bebouwing wordt opgericht en het bestaande groen behouden blijft, is er geen sprake van vergraven of verstoren van vaste rust- en verblijfplaatsen.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

Door de landschappelijke inpassing van het plangebied wordt het aanwezige groen uitgebreid met gebiedseigen soorten. Tal van vogels, kleine zoogdieren, ongewervelden en vleermuizen zullen hiervan profiteren.

5.8

Archeologie

5.8.1

Verdrag van Valletta

In 1992 is het Verdrag van Valletta door de landen van de Europese Unie waaronder Nederland ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard.

5.8.2

Wet op de archeologische monumentenzorg

Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt omgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied.

5.8.3

Archeologiebeleid gemeente Reusel-De Mierden

De vijf Kempengemeenten Bladel, Eersel, Bergeijk, Oirschot en Reusel-De Mierden en anderzijds de vier A2 gemeenten Waalre, Heeze-Leende, Valkenswaard en Cranendonck hebben in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg en de Wet ruimtelijke ordening SRE Milieudienst opdracht gegeven een regionale erfgoedkaart op te stellen. De erfgoedkaart bestaat uit drie delen: de inventarisatiekaarten, de verwachtingen- en waardenkaarten voor archeologie en cultuurhistorie en de beleidskaarten voor archeologie en cultuurhistorie. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de archeologische beleidskaart, waarbij het plangebied met een rode cirkel is aangeduid.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

Figuur 16: Uitsnede archeologische beleidskaart

Het plangebied is op basis van de archeologische beleidskaart gedeeltelijk gelegen in een gebied met een middelhoge hoge archeologische verwachting en gedeeltelijk in een gebied met een lage verwachting. Het plangebied kent tevens gedeeltelijk de aanduiding ‘esdekken’ en ‘mogelijke verstoringen’. Ook zijn gedeelten van het plangebied aangeduid als ‘verstoord’. Binnen gebieden met een middelhoge archeologische verwachting geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 2.500 m² en dieper gaan dan 0,3 meter onder maaiveld of 0,5 meter onder maaiveld bij esdek en agrarisch bestemde gronden. Binnen gebieden met een lage archeologische verwachting geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 25.000 m² en dieper gaan dan 0,4 meter onder maaiveld of 0,5 meter onder maaiveld bij agrarisch bestemde gronden. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling vinden geen bodemingrepen plaats. Archeologisch onderzoek in het kader van de herontwikkeling is dan ook niet aan de orde. Onderhavig bestemmingsplan kent aan het plangebied dubbelbestemmingen in het kader van archeologie toe, waarmee de eventuele archeologische waarden van de gronden conform het gemeentelijk archeologisch beleid worden beschermd.

5.9

Water

5.9.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen de planlocatie inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel. Aanvullend op het Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

beleid van het waterschap, heeft de gemeente Reusel-De Mierden beleid opgesteld voor de omgang met stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Navolgend wordt ingegaan op zowel het relevante beleid van het waterschap als het relevante gemeentelijke beleid.

5.9.2

Relevant waterschapsbeleid

5.9.2.1

Keur Waterschap De Dommel 2015

Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de ‘Keur waterschap De Dommel 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is niet gelegen in een, op basis van de Keur, beschermd gebied. 5.9.2.2

Waterbeheerplan De Dommel 2016-2021 ‘Waardevol water’

Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s.

-

Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen);

-

Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater;

-

Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren;

-

Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen;

-

Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik.

Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbouwen en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. 5.9.2.3

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine

plannen.

Hoewel

er

relatief

veel

kleine

plannen

zijn

veroorzaken

deze

op

deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2.000 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 2.000 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 2.000 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat.

5.9.3

Gemeentelijke beleid

5.9.3.1

VGRP 2017-2021: “Grip op kwaliteit”

Sinds 1 januari 2008 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het hemelwater, het afvalwater en het grondwater. In het ‘Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021’ (VGRP) beschrijft de gemeente Reusel-De Mierden de beleidsvoornemens en maatregelen voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van afval-, hemel- en grondwater in Reusel-De Mierden voor de periode 2017-2021. Vertrekpunt is het principe dat stedelijk afval- en hemelwater gescheiden worden ingezameld.

5.9.4

Hemelwaterafvoer na herontwikkeling

Als gevolg van de herontwikkeling wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Overtollige bebouwing met een oppervlakte van 1.500 m² wordt gesloopt. Voor het overige wordt gebruik gemaakt van bestaande bebouwing. Het verhard oppervlak neemt dan ook af met 1.500 m². Er zullen geen wijzigingen plaatsvinden in de wijze van hemelwaterafvoer.

5.9.5

Afvalwaterafvoer na herontwikkeling

Als gevolg van de herontwikkeling zal geen sprake zijn van een toename van afvalwater. Er zal in de toekomstige situatie sprake zijn van een bedrijfsverzamelgebouw met daarin maximaal 8 bedrijfsunits voor opslag. In deze bedrijfsunits worden geen wateraansluitingen dan wel -afvoeren gerealiseerd. De units zijn slechts bedoeld voor opslag.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

5.10

Besluit milieueffectrapportage

De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een mer moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een mer te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarden dient een mer te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof d.d. 15 oktober 2009 en het daarop per 1 april 2011 aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een mer nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarden uit lijst D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit mer dient een vormvrije mer-beoordeling plaats te vinden. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit mer in werking getreden. In dit besluit is de vormvrije merbeoordeling voor activiteiten uit lijst D, ook beneden de grenswaarden, vervangen door de merbeoordelingsplicht.

De beoogde ontwikkeling komt niet voor op lijst D van het Besluit mer. De ontwikkeling betreft namelijk geen stedelijk ontwikkelingsproject. Een verdere mer-beoordeling is dan ook niet aan de orde.

5.11

Gezondheid

5.11.1

Endotoxinen

De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s

lopen door de blootstelling aan emissies

uit

veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld.

Deze

notitie

haakt

in

op

de

lopende

ontwikkeling

van

het

landelijke

endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten. De voorlopige onderzoekresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is een berekeningsmodel opgesteld waarmee de individuele afstandscontour of endotoxine-risicocontour van 30 EU/m³ eenvoudig bepaald kan worden. Binnen het plangebied wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Er is dan ook geen sprake van nieuwe gevoelige objecten. Er is derhalve geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

5.11.2

Geitenhouderijen

In RIVM Rapport 2017-0062 (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) (aanvullende studies), is gesteld dat er gezondheidsrisico’s zijn vastgesteld voor omwonenden van intensieve veehouderijbedrijven. Uit het rapport komt naar voren dat omwonenden van, met name, pluimveehouderijen een grotere kans hebben op het krijgen van een longontsteking. Ook rondom geitenhouderijen hebben mensen een grotere kans op longontsteking. Eerder zijn hiervoor al aanwijzingen gevonden, die nu nader onderbouwd zijn over een langere periode. Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer tot een geitenhouderij. Binnen het plangebied wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Er is dan ook geen sprake van nieuwe gevoelige objecten. Er is derhalve geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

5.12

Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen

Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is hoger bij toepassing in fruitteelt dan bij de akkerbouw en lage bomenteelt, waarbij voornamelijk neerwaarts wordt gespoten. Derhalve dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening afstand te worden gehouden tussen gevoelige objecten en teeltgebieden. Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Door de Raad van State wordt bij beoordeling van nieuwe ruimtelijke situaties vanwege drift een afstand van 50 meter aangehouden. Binnen het plangebied wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Er is dan ook geen sprake van nieuwe gevoelige objecten. Er is derhalve geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

6.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

6.1

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

6.2 De

Algemene toelichting verbeelding verbeelding

heeft

een

belangrijke

rol

bij

het

bepalen

van

de

gebruiks-

en

bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, functieaanduidingen en bouwvlakken opgenomen. De analoge verbeelding bestaat uit een planverbeelding, getekend op een digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. Het plangebied kent de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Landschap’, ‘Bedrijf’ en ‘Groen’. Aan het plangebied zijn gedeeltelijk de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 5.1’ en ‘Waarde – Archeologie 6’ toegekend en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’. Aan de gronden rondom de bestaande bedrijfswoning is de aanduiding ‘bedrijfswoning’ toegekend.

6.3

Algemene toelichting regels

De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);

-

De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);

-

Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);

-

Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: -

Bestemmingsomschrijving;

-

Bouwregels;

-

Nadere eisen;

-

Specifieke gebruiksregels;

-

Afwijking van de gebruiksregels;

-

Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

6.4

Toelichting bestemmingen

6.4.1

Agrarisch met waarden – Landschap

Aan de locatie ’t Holland 7-7A is gedeeltelijk de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ toegekend. Deze gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen, behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden, behoud van bestaande (onverharde) paden, wegen, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en erfbeplanting. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

6.4.2

Bedrijf

Aan de locatie ’t Holland 7-7A is gedeeltelijk de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor bedrijvigheid in de vorm van een bedrijfsverzamelgebouw ten behoeve van de opslag van goederen behorende tot maximaal 8 bedrijven en één bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Het bedrijfsverzamelgebouwen mag een oppervlakte hebben van maximaal 1.950 m². De bedrijfswoning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m³, het bijbehorende bijgebouwen een oppervlakte van maximaal 240 m².

6.4.3

Groen

Aan de locatie ’t Holland 7-7A is gedeeltelijk de bestemming ‘Groen’ toegekend. Deze gronden zijn bestemd voor het aanbrengen en in stand houden van gebiedseigen (erf)beplanting, groenvoorzieningen, bermen, beplanting en paden. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

6.4.4

Waarde – Archeologie 5.1 (dubbelbestemming)

De voor 'Waarde - Archeologie 5.1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 50 centimeter dient een rapport overlegd te worden waarin de archeologische waarden van de gronden in voldoende mate zijn vastgesteld.

6.4.5

Waarde – Archeologie 6 (dubbelbestemming)

De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 25.000 m² en dieper dan 50 centimeter dient een rapport overlegd te worden waarin de archeologische waarden van de gronden in voldoende mate zijn vastgesteld.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Onderhavig bestemmingsplan biedt geen nieuwe bouwmogelijkheden. Een overeenkomst in het kader van het bepaalde in de Grexwet is dan ook niet aan de orde. Wel wordt tussen initiatiefnemers en de gemeente Reusel-De Mierden een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten, welke regelt dat eventuele planschade als gevolg van de beoogde ontwikkeling verhaald wordt op initiatiefnemer.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan zal een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten gewijzigd vast te stellen.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

8.

OVERLEG, INSPRAAK, ZIENSWIJZEN EN PROCEDURE

8.1

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro

Volgens artikel 3.1.1 Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan

daarover

overleg

met

de

besturen

van

betrokken

gemeenten

en

waterschappen, en diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn met de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en de Veiligheidsregio zijn in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Zij hebben allen aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan.

8.2

Inspraak

In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In de inspraakverordening is aangegeven dat inspraak wordt verleend wanneer dit wettelijk verplicht is. Daarnaast kan elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten of inspraak wordt verleend.

8.3

Procedure

De bestemmingsplanprocedure conform de Wro wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wro zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage;

-

gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren

-

brengen aan de gemeenteraad; binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de

-

gemeenteraad het bestemmingsplan vast; de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend

-

gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen; -

Gedeputeerde Staten of de Inspecteur van VROM hebben een zienswijze ingediend en deze zienswijze is niet of niet volledige door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan.

-

De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten of de inspecteur van VROM wijzigingen aangebracht.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘’t Holland 7-7A Reusel’ – gemeente Reusel-De Mierden toelichting

Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend worden gemaakt nadat zes weken zijn verstreken. Het bestemmingsplan wordt dan voor zes weken ter inzage gelegd waartegen beroep kan worden ingesteld. Wanneer er geen beroep wordt ingesteld, dan treedt het bestemmingsplan in werking en wordt het bestemmingsplan onherroepelijk. Wanneer een beroep aanhangig is gemaakt treedt het bestemmingsplan in werking maar wordt (vooralsnog) niet onherroepelijk. Bij het instellen van een voorlopige voorziening kan het bestemmingsplan worden geschorst en treedt dan niet in werking.

Ontwerp Crijns Rentmeesters bv

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=afdeff22-3ebc-4fb1-83d9-a9df6482f98f