[21.04171] - toelichting bij bestemmingsplan versie 8 maart 2021
Tekst van het document
Toelichting Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
Toelichting
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
Bestemmingsplan Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8 toelichting
aanvrager
Kuilenrode 8 5095 BA Hooge Mierde
Datum: 1 maart 2021
INHOUDSOPGAVE
1
2
3
4
5
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1 1.1
AANLEIDING EN DOELSTELLING.................................................................................................. 1
1.2
PLANGEBIED ................................................................................................................................... 1
1.3
VIGEREND BESTEMMINGSPLAN .................................................................................................. 3
1.4
PROCES ........................................................................................................................................... 4
1.5
LEESWIJZER ................................................................................................................................... 4
HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ........................................................................................................... 5 2.1
RUIMTELIJKE STRUCTUUR ........................................................................................................... 5
2.2
FUNCTIONELE STRUCTUUR ......................................................................................................... 7
2.3
GEBRUIK EN BEBOUWING ............................................................................................................ 8
TOEKOMSTIGE SITUATIE PLANGEBIED .............................................................................................. 11 3.1
BEOOGDE ONTWIKKELING ......................................................................................................... 11
3.2
BEELDKWALITEIT EN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING........................................................ 12
3.3
ONTSLUITING EN PARKEREN ..................................................................................................... 14
BELEIDSKADER ...................................................................................................................................... 15 4.1
RIJKSBELEID ................................................................................................................................. 15
4.2
PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................. 18
4.3
GEMEENTELIJK BELEID............................................................................................................... 26
MILIEUHYGIËNISCHE + PLANOLOGISCHE ASPECTEN ..................................................................... 30 5.1
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ............................................................................................. 30
5.2
GEURHINDER ................................................................................................................................ 31
5.3
GELUIDSHINDER .......................................................................................................................... 34
5.4
BODEM ........................................................................................................................................... 35
5.5
LUCHTKWALITEIT ......................................................................................................................... 37
5.6
EXTERNE VEILIGHEID.................................................................................................................. 39
5.7
ECOLOGIE ..................................................................................................................................... 40
5.8
WATER ........................................................................................................................................... 44
5.9
ARCHEOLOGIE ............................................................................................................................. 47
5.10
CULTUURHISTORIE.................................................................................................................... 50
Bestemmingsplan Kuilenrode 8 te Hooge Mierde
6
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ....................................................................................................... 51 6.1
INLEIDING ...................................................................................................................................... 51
6.3.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels ..................................................................................................... 51
6.3.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ................................................................................................. 52
6.3.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels ..................................................................................................... 54
6.3.4
Hoofdstuk 4 Overgangsrecht en slotregel ................................................................................... 54
7
UITVOERBAARHEID ............................................................................................................................... 55
8
PROCEDURE ........................................................................................................................................... 56
BIJLAGEN ........................................................................................................................................................ 57 BIJLAGE 1: HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................... 58 BIJLAGE 2: LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ............................................................................................ 59 BIJLAGE 3: KWALITEITSVERBETERING ...................................................................................................... 60 BIJLAGE 4: BEELDKWALITEITSPLAN .......................................................................................................... 61 BIJLAGE 5: GEURONDERZOEK .................................................................................................................... 62 BIJLAGE 6: AKOESTISCH ONDERZOEK ...................................................................................................... 65 BIJLAGE 7: VERKENNEND BODEMONDERZOEK ....................................................................................... 66 BIJLAGE 8: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ...............................................................................................
67 BIJLAGE 9: ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK.............................................................................................. 70 BIJLAGE 10: RUIMTE VOOR RUIMTE TITEL ................................................................................................ 71
1 maart 2021
1 1.1
INLEIDING AANLEIDING EN DOELSTELLING
De initiatiefnemers hebben een agrarisch bedrijf aan de Kuilenrode 8 in Hooge Mierde, een dorp in de gemeente Reusel-De Mierden. Conform de vigerende milieuvergunning mogen hier 48 kraamzeugen, 72 guste/dragende zeugen, 784 gespeende biggen, 90 vleesvarkens, 48 opfokzeugen en 2 dekberen worden gehuisvest. De totale omvang van de bedrijfsgebouwen betreft 1.481 m2. De initiatiefnemers zijn voornemens de veehouderijactiviteiten ter plaatse te saneren. Op het bedrijf worden geen dieren meer gehouden. Bovendien is er geen sprake van een duurzame locatie voor de intensieve veehouderij. Gezien de ligging in het gebied ‘Beperkingen veehouderij’ (voormalig extensiveringsgebied) en de ligging in een bebouwingsconcentratie, met gemengde stedelijke functies, heeft het bedrijf onvoldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst. Door gebruik te maken van de mogelijkheden die de Verordening Ruimte 2014 biedt, zijn de initiatiefnemers voornemens de agrarische bedrijfsgebouwen op het perceel te slopen en: één extra woning te realiseren door middel van boerderijsplitsing, waarbij de bedrijfswoning een burgerwoning wordt; één nieuwe Ruimte voor Ruimte woning te realiseren ten zuidwesten van de bedrijfswoning aan de Kuilenrode 8. In samenhang met de sloop wordt de vergunning Wet milieubeheer voor de bedrijfslocatie ingetrokken.
Door de realisatie van de twee woningen kan een sanering uit eigen middelen gefinancierd worden en ontstaat ter plaatse van het plangebied zowel een ruimtelijke als een milieutechnische meerwaarde. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van het gebied worden verbeterd door de bouw van kwalitatief hoogwaardige woningen en de sloop van verouderde stallen. 1.2
PLANGEBIED
Het perceel aan de Kuilenrode 8 is gelegen in Hooge Mierde, in het buitengebied van de gemeente Reusel-De Mierden, in de bebouwingsconcentratie Kuilenrode. Het perceel is thans in gebruik als intensieve varkenshouderij, met akkerbouw als nevenactiviteit. De initiatiefnemers zijn sinds 1979 eigenaar van het perceel aan de Kuilenrode 8 te Hooge Mierde. In de loop der jaren heeft er een verder uitbreiding van de intensieve veehouderij plaatsgevonden. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Hooge en Lage Mierde, sectie H, nummer 1648. Omdat een deel van de bestemming van het agrarische bedrijf op gemeentegrond is gelegen (kadastraal perceel 1390) is het plangebied ruimer dan het voormalige eigen kadastrale perceel van de initiatiefnemers. Figuur 1.1 op de volgende pagina geeft het plangebied weer met een rode lijn.
1 maart 2021
1
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
Figuur 1-1 Uitsnede kadastrale kaart met in rood globaal het plangebied weergegeven
2
1 maart 2021
1.3
VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
Het vigerende bestemmingsplan ter plaatse betreft het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” (vastgesteld op 22 september 2009) van de gemeente Reusel-De Mierden. Op 9 juli 2013 is het bestemmingsplan “Buitengebied 2009 herziening fase 1A” vastgesteld. Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan voorzien van een bouwvlak met de bestemming ‘Bedrijf – Agrarisch’, met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Figuur 1.2 betreft een uitsnede van de verbeelding.
Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
De betreffende gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ tevens intensieve veehouderijen zijn toegestaan. De regels voorzien echter niet in de beoogde herontwikkeling. Om dit planologisch mogelijk te maken is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.
1 maart 2021
3
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
1.4
PROCES
Om de herontwikkeling mogelijk te maken, wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. De bestemmingsplanprocedure conform de Wro wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wro zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: Het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage. Gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad. Binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen (is één van deze gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend zijn gemaakt nadat zes weken zijn verstreken): o Gedeputeerde Staten of de Inspecteur van VROM hebben een zienswijze ingediend en deze zienswijze is niet of niet volledig door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan. o De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten of de inspecteur van VROM - wijzigingen aangebracht. 1.5
LEESWIJZER
Het onderhavige bestemmingsplan is vervat in een verbeelding en regels en gaat vergezeld van deze toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting wordt de opzet van het plan beschreven en zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten vermeld. De toelichting bestaat uit 8 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de beoogde situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het vigerende beleid. Hoofdstuk 5 beschrijft de voor het bestemmingsplan relevante milieuaspecten. In hoofdstuk 6 wordt vervolgens een toelichting gegeven op de juridische regeling. Hoofdstuk 7 gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 8 gaat tot slot in op de procedure.
4
1 maart 2021
2 2.1
HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED RUIMTELIJKE STRUCTUUR
2.1.1 Typering omgeving plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Reusel-De Mierden, op een afstand van ruim 500 meter ten noorden van de kern Hooge Mierde. De gemeente Reusel-De Mierden is een karakteristieke plattelandsgemeente in de Kempen, gelegen tegen de Belgische grens en in het driehoekige gebied tussen de stedelijke gebieden van Tilburg, Eindhoven en Turnhout (B) en De Kempische As (B). De N269 en de N284 zijn de grootste wegen die de gemeente ontsluiten. Natuuren bosgebieden en het agrarisch gebruik zijn kenmerkend voor het buitengebied van de gemeente Reusel-De Mierden. Daarnaast is het buitengebied van belang als gebied om in te wonen en als toeristisch recreatief uitloopgebied voor de inwoners van de gemeente en voor mensen van daarbuiten. Hooge Mierde is de meest westelijke kern van de gemeente en heeft met name een woonfunctie. Het plangebied is bovendien gelegen in de bebouwingsconcentratie Kuilenrode. Deze, van oorsprong agrarische, bebouwingsconcentratie is gelegen in het overgangsgebied tussen enerzijds de bebouwde kom van Hooge Mierde en anderzijds de bebouwde kom van Lage Mierde. Onderstaande figuur 2.1 geeft de topografische ligging van het plangebied weer (rood omcirkeld).
Figuur 2.1 Topografische ligging plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1 maart 2021
5
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
Kenmerkend voor de bebouwingsconcentratie en buurtschap Kuilenrode is de langwerpige vorm, welke zo is gegroeid door het historische bebouwingslint. Het karakter van het buurtschap wordt hoofdzakelijk bepaald door de (voormalige) agrarische bebouwing in de vorm van langgevelboerderijen en tuinderswoningen. Noemenswaardig zijn ten slotte de grote bosstructuren ten westen van Hooge Mierde. In recreatieve zin vormt dit dorp de uitvalsbasis om het bosgebied te bezoeken, met als belangrijke attractie recreatiegebied Zwartven. Navolgende figuur betreft een luchtfoto van het plangebied en de omgeving. In de omgeving zijn diverse burgerwoningen en (voormalige) agrarische bedrijven gelegen. De noordwestzijde van het plangebied is bebouwd, terwijl er ten zuidoosten van de Kuilenrode (waardevolle) zichtlijnen naar het buitengebied aanwezig zijn. Het landschap rondom de bebouwingsconcentratie is ter hoogte van het plangebied kleinschalig van aard.
Figuur 2.2 Luchtfoto van het plangebied en de omgeving van het plangebied (
= plangebied)
2.1.2 Geologie en geomorfologie Hooge Mierde behoort tot het Brabants Massief, waarin oude aardbreuken het landschap bij de ontwikkeling hebben gevormd. De gemeente Reusel-De Mierden is gelegen ten zuiden van de Feldbissbreuk. Geologische oude bodemlagen, zoals grove – al dan niet grindhoudende – bodempakketten, liggen hier relatief ondiep. De geomorfologische structuur wordt aan de oostkant van de kern Hooge Mierde gekenmerkt door de dalvormige laagte, die van noord naar zuid langs de kern loopt. Vooral de dekzandruggen en welvingen die aan de beekdalen grenzen, werden vanwege de gunstige ligging voor het agrarische bedrijf al vroeg in gebruik genomen als landbouwgrond. Dit verklaart dan ook de ligging van de kern Hooge Mierde, een van oorsprong agrarische nederzetting. Figuur 2.3 op de volgende pagina geeft een uitsnede van de geomorfologische kaart van het plangebied en de omgeving.
6
1 maart 2021
Figuur 2.3 Geomorfologische kaart (
= plangebied)
2.1.3 Bodem De gemeente Reusel-De Mierden behoort tot de Brabantse zandgebieden. In de gemeente zijn vier type bodems te onderscheiden: moerige gronden, podsolgronden, dikke eerdgronden en kalkloze zandgronden. Ter plaatse van het plangebied bestaat de bodem uit zwarte enkeerdgronden, ontstaan door menselijke invloed. 2.1.4 Waterlopen De twee belangrijkste waterlopen in de gemeente Reusel-De Mierden zijn de Reusel en de Raamsloop. Ter plaatse van het perceel Kuilenrode 8 zijn slechts lokale waterlopen gelegen ten behoeve van de afwatering van cultuurgronden. 2.2
FUNCTIONELE STRUCTUUR
2.2.1 Voorzieningen Van oorsprong waren de voornaamste middelen van bestaan in Hooge Mierde de landbouw, de veeteelt en de jacht. Door de opkomende sigarenindustrie (rond het jaar 1900) heeft het gebied een snelle economische groei doorgemaakt. Door de aanleg van ontsluitingswegen en een tramlijn richting België en Eindhoven was er sprake van een constante harmonische ontwikkeling. Na een moeilijke periode in de Tweede Wereldoorlog ontstond er een snelle groei. Door mechanisatie en automatisering liep het aantal arbeidsplaatsen in de industrie en in de landbouw sterk terug.
1 maart 2021
7
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
De decentrale ligging aan de landsgrens heeft tot gevolg gehad dat veel van de voorzieningen geleidelijk in centraler gelegen dorpen zijn gevestigd. De functies in de omgeving van de projectlocatie bestaan voornamelijk uit woonfuncties in combinatie met (agrarische) bedrijfsvoering. Hooge Mierde heeft een aantal cafés met restaurant, een snackbar en een bakker. Bovendien is de kern Reusel in de nabijheid gelegen, waar sprake is van een groot aanbod aan horeca, maatschappelijke en detailhandel voorzieningen. Hierdoor is een groot zelfvoorzienend vermogen en een prettig woon- en leefklimaat aanwezig. 2.2.2 Bedrijven In de kern van Hooge Mierde is slechts kleinschalige en ambachtelijke bedrijvigheid wenselijk. Hierdoor worden grootschalige en intensieve bedrijfsactiviteiten buiten de bebouwde kom gezoneerd. Om deze bedrijvigheid voldoende perspectief te bieden, zijn in de gemeente diverse bedrijventerreinen gelegen en in ontwikkeling. In de kernrandzones en bebouwingsconcentraties zijn nog diverse agrarische bedrijven aanwezig. Door de naderende stedelijke groei vanuit de bebouwde kom worden deze bedrijven steeds meer in hun bedrijfsvoering beperkt. Om deze agrarische bedrijven kansen te bieden voor een duurzame bedrijfsvoering wordt vanuit provinciaal beleid verplaatsing van agrarische bedrijven naar duurzame bedrijfslocaties gestimuleerd.
Door deze ontwikkeling komen in de kernranden en bebouwingsconcentraties steeds meer (voormalige) agrarische bedrijfslocaties beschikbaar voor kleinschalige bedrijvigheid en/of woningbouw. 2.2.3 Infrastructuur Hooge Mierde ligt nabij de N269, de provinciale weg van Reusel naar Hilvarenbeek en Tilburg, en (via Reusel) nabij de N284, de provinciale weg van Reusel richting België en Eindhoven. Het plangebied heeft hierdoor dan ook een goede regionale ontsluiting. De buurtontsluiting van de bebouwingsconcentraties geschiedt hoofdzakelijk door middel van smalle gebiedsontsluitingswegen die vanuit de kern het buitengebied in waaieren. De bebouwingsconcentratie Kuilenrode kent een maximum snelheid van 60 kilometer per uur. De bebouwingsconcentratie Kuilenrode is gelegen in het landelijk gebied. Het plangebied is derhalve aangesloten op alle benodigde nutsvoorzieningen en leidingen. In de nabijheid van het plangebied zijn geen hoofdleidingen voor water of brandbare stoffen gelegen. Dit betekent dat activiteiten als het oprichten van bouwwerken, het planten van diep wortelende bomen, ontgravingen en verlagingen geen belemmeringen opleveren. 2.3
GEBRUIK EN BEBOUWING
Het plangebied is op dit moment in gebruik als intensieve veehouderijlocatie. Volgens de vigerende vergunning Wet Milieubeheer mogen op het bedrijf 48 kraamzeugen, 72 guste/dragende zeugen, 784 gespeende biggen, 90 vleesvarkens, 48 opfokzeugen en 2 dekberen worden gehuisvest. Figuur 2.4 op de volgende pagina betreft een overzicht van de vergunde dieraantallen met bijbehorende stalsystemen. Deze vergunning voor het houden van dieren wordt in samenhang met onderhavige procedure ingetrokken.
1 maart 2021
8
Figuur 2.4 Diertabel vergunde situatie
Op het perceel is een bedrijfswoning, met bijgebouwen, aanwezig. De woning betreft een langgevelboerderij. Een vijftal stallen, met een totale omvang van 1.481 m², is in gebruik voor het houden van de dieren. Een deel van deze stallen is echter, zowel technisch als economisch, afgeschreven. Deze agrarische bedrijfsgebouwen worden in samenhang met de bestemmingsplanprocedure gesloopt. Bijlage 1 geeft een beeld van het plangebied voor sanering van de veehouderij. De rooilijn van de bestaande langgevelboerderij op het perceel wijkt enigszins naar achteren ten opzichte van de weg. Samen met de naastgelegen (aan de noordzijde) langgevelboerderij, die nog sterker terugwijkt, vormt deze boerderij een driehoekige, brinkachtige ruimte tussen de weg en de bebouwing (zie onderstaande figuur 2.5).
Figuur 2.5 Foto brinkachtige ruimte voor de langgevelboerderijen (met rechts Kuilenrode 8)
1 maart 2021
9
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
Naast de rijen laanbomen langs de weg en langs het fietspad, staan voor de langgevelboerderijen in de driehoekige, brinkachtige ruimte, ook solitaire bomen. De ruimte aan de voorzijde van het perceel is daardoor kleinschalig van aard en heeft een intiem karakter. Het landschap aan de achterzijde van het perceel is geheel anders. Via een overgangszone van middelgrote ruimtes, direct aan de achterzijde van het lint, gaat het landschap over in grote open ruimtes. De middelgrote ruimtes worden begeleid / geflankeerd door houtwallen en bomensingels. Door de stedenbouwkundige layout (rangschikking van de bebouwing in combinatie met vrij dichte gesloten beplanting op de erfgrenzen) is er ter hoogte van het plangebied niet of nauwelijks sprake van doorzichten naar het achtergelegen landschap.
10
1 maart 2021
3 3.1
TOEKOMSTIGE SITUATIE PLANGEBIED BEOOGDE ONTWIKKELING
Het voorliggende plan betreft de sanering van de intensieve veehouderij op het perceel Kuilenrode 8. De agrarische bedrijfsgebouwen zullen daartoe worden gesloopt. Door gebruik te maken van de mogelijkheden die de Verordening Ruimte biedt, realiseert de initiatiefnemer één extra woning door middel van boerderijsplitsing (perceel A en B) en één nieuwe, losstaande Ruimte voor Ruimte woning (perceel C). Aan de drie percelen wordt een woonbestemming toegekend. De woonbestemmingen worden landschappelijk ingepast met een houtwal om de overgang tussen wonen en agrarisch gebied te accentueren. De achterliggende gronden krijgen een agrarische bestemming. Navolgende figuur geeft een impressie van de locatie Kuilenrode 8 na herontwikkeling.
Houtwal
RvR woning
Paardenstal
Te splitsen Langgevelboerderij
Figuur 3.1 Impressie plangebied na herontwikkeling
De locatie aan de Kuilenrode 8 is uitermate geschikt voor de realisatie van woningen. Het perceel is gelegen in het bebouwingslint Kuilenrode en ligt aan de doorgaande weg van Lage Mierde naar Hooge Mierde. Reusel is gelegen op een afstand van 5,5 kilometer. Deze kern heeft een groot aanbod aan horeca, maatschappelijke en detailhandel voorzieningen, waardoor een groot zelfvoorzienend vermogen en een prettig woon- en leefklimaat aanwezig zijn.
1 maart 2021
11
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
3.2
BEELDKWALITEIT EN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
3.2.1 Cultuurhistorische waarde van het ensemble De bebouwingsconcentratie Kuilenrode kenmerkt zich door een driehoekig gebied tussen de wegen genaamd De Wildert-Poppelsedijk-Koestraat en Kuilenrode. Dit driehoekige gebied is karakteristiek voor deze concentratie en vooral waardevol vanwege zijn stedenbouwkundige context. Het huidige beeld van het gebied is wat rommelig door het ontbreken van continuïteit in de laanbeplanting, inconsequentie in oriëntatie van de bebouwingen en door de verspringende rooilijnen. De wegen zijn aangeduid als cultuurhistorisch waardevolle linten. Aan de noordzijde van de concentratie is het landschap kleinschalig. Aan de zuidzijde, waar de studielocatie ligt, is het landschap grootschaliger van karakter. Dit is mede het gevolg van het feit dat hier het beekdal van de Reusel gelegen is. Het plangebied ligt namelijk in de zuidelijke punt van de bebouwingsconcentratie. De locatie Kuilenrode 8 en omgeving vormen een aantrekkelijke stedenbouwkundig ensemble, dat bestaat uit bebouwing aan of rondom een min of meer driehoekige ruimte. De belangrijkste elementen in dit ensemble worden gevormd door twee hoofdgebouwen. Deze hoofdgebouwen staan met hun lange voorgevel naar de groene ruimte gericht, waardoor deze laatste op een aantrekkelijke manier wordt begeleid.
De kwaliteit van de locatie en haar directe omgeving wordt dan ook niet zozeer gevormd door de aantrekkelijke architectuur, maar meer door de stedenbouwkundige waarde van het geheel. Bij ontwikkeling van de plek is de organisatie van het ensemble dan ook met name de leidende factor. De beide langwerpige volumes vormen de wanden, de begeleiding van een groene ruimte die aan en oorspronkelijke Brabantse brink doet denken. In werkelijkheid is hier echter geen sprake van een brink met een historische waarde en achtergrond. Deze ruimte is ontstaan bij de aanleg van het huidige tracé van de straat Kuilenrode. Vroeger liep de weg strakker langs de bebouwing. Door het nieuwe tracé bleef een ‘restruimte’ over, die vervolgens op een goede manier is ingevuld met gras en bomen. Door deze invulling kent deze, ondanks de relatief geringe leeftijd, wel degelijk een hoge ruimtelijke kwaliteit. 3.2.2 Ruimtelijke visie bebouwingsconcentratie Kuilenrode De grootste kansen en mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering van de bebouwingsconcentratie liggen centraal in de concentratie, rondom de karakteristieke driehoekige ruimte. Hier kan de historisme-structuur worden versterkt door het realiseren van een eenduidige en consequente groenstructuur rondom deze ruimte en door het toevoegen of herschikken van bebouwing.
De nieuwe bebouwing dient hierbij een directe relatie te hebben met de oorspronkelijke ruimtelijke structuur. 3.2.3 Plangebied Het bovenstaande in acht nemend is ook bij de ontwikkeling van de locatie Kuilenrode 8 het behoud en de verbetering van het stedenbouwkundige ensemble leidend geweest. Het hoofdgebouw op de locatie heeft cultuurhistorisch gezien geen officiële status. De langgevelboerderij is door aanpassingen en aanvullingen niet oorspronkelijk genoeg meer om op architectonisch niveau behoud af te dwingen. Het ruimtelijk ensemble dient echter te worden gerespecteerd, zowel op stedenbouwkundig als op landschappelijk niveau. Op stedenbouwkundig niveau dient dit te gescheiden door de belangrijke kenmerken van het hoofdgebouw te behouden en waar mogelijk te versterken. Dit kan gescheiden door de positie, de footprint, de bouwenvelop (footprint in combinatie met hoogte en kapvorm) de oriëntatie en de belangrijkste architectonische kenmerken als gevelindeling et cetera terug te laten komen in de nieuwe bebouwing. 12
1 maart 2021
3.2.4 Stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan De basis voor de planvorming wordt gevormd door het wegnemen van een groot oppervlak aan agrarische bijgebouwen in de vorm van schuren en stallen. Hierdoor verdwijnt er een aanzienlijk volume aan bebouwing waardoor de locatie weer transparanter en groener kan worden. Hierdoor wordt het achterliggende landschap zowel fysiek als visueel beter bereikbaar. De belangrijkste stedenbouwkundige kenmerken van het hoofdvolume, zoals hierboven reeds beschreven, blijven behouden. Het hoofdvolume blijft, zowel in rooilijn lengte, hoogte et cetera onaangetast. Slechts aan de achterzijde van het gebouw wordt iets meer ruimte geboden voor een eventuele uitbouw of iets dergelijks. Het lange volume blijft de groene ruimte aan de voorzijde hierdoor op een goede manier begeleiden. De beoogde splitsing heeft op stedenbouwkundig niveau nauwelijks impact op het volume en de envelop van het gebouw. Storende bijgebouwen en aanbouwsels worden verwijderd. Het hoofdvolume behoudt haar huidige karakter, waardoor een goede wandvorming aan de brink aanwezig blijft. Naast het hoofdvolume wordt een extra woning opgericht. Het handelt hier om een Ruimte-voor Ruimte-woning. Deze woning zal aan de zuidzijde van het hoofdvolume worden opgericht.
Bij de positionering van deze nieuwe woning is deze benaderd als een bijgebouw, bij het hoofdvolume dat deel uitmaakt van het ensemble. Op deze manier blijft de aandacht voornamelijk op het ensemble als totaal gericht. Deze nieuwe woning zal, door de verwijzing naar een bijgebouw, niet in dezelfde rooilijn als het hoofdgebouw, maar iets naar achteren worden geplaatst. Heirdoor vindt geen concurrentie met het hoofdgebouw plaats en voegt deze woning zich in haar secundaire rol. Deze woning wordt om dezelfde reden ook niet parallel aan de groene ruimte geplaatst, maar als een bijgebouw van het hoofdvolume, in een positie, waarbij de nokrichting haaks op de weg staat. Ook op architectonisch niveau onderscheidt de nieuwe woning zich van het hoofdvolume. Door de verwijzing naar een bijgebouw is er voor gekozen dat de woning de kenmerken van een schuurwoning zal hebben. Dit betekent dat de woning een eenvoudige hoofdvorm kent, zonder veel toeters en bellen. De kap bestaat uit een zadeldak met zo min mogelijke aantastingen en/of uitstulpingen, met name aan de zijde die zicht op de weg richt. Ook het kleur- en materiaalgebruik is geaspireerd op een agrarische schuur. Het kleurgebruik is natuurlijk en straalt een zekere eenvoud uit. Schreeuwende en sterk contrasterende kleuren en details zijn onwenselijk.
Men moet denken aan traditionele materialen als baksteen, hout en keramische dakpannen. Als dit niet voldoet, is er ruimte voor moderne toevoegingen en elementen. Zo mogen daklijsten, dakkapellen et cetera bijvoorbeeld in zink of andere afwijkende materialen worden uitgevoerd, zolang er sprake blijft van een harmonieus geheel. Voor de hoofdwoning zullen met name traditionele materialen van toepassing zijn die verwijzen naar het eigen verleden van het gebouw. De boerderij wordt echter kadastraal gesplitst, dus er kan ruimte ontstaan voor diversiteit. Gezien de sterk functioneel geaarde oorsprong van de woning, kan dit echter geen kwaad. Er mag sprake zijn van een zekere asymmetrie in het gebouw, die zich uit in de verschijningsvorm van de gevel. Zo mag één van de woningen bijvoorbeeld meer hout in de gevel toepassen. Er dient echter te allen tijde sprake te zijn van een harmonieus geheel.
1 maart 2021
13
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
3.2.5 Groen en landschappelijke inpassing De brink aan de voorzijde van de bebouwing blijft zo goed als onaangetast. Er zal hooguit sprake zijn van toevoeging van één oprit of van herschikking van de opritten. Aan de voorzijde blijft dus sprake van een relatief open, groene ruimte, bestaande uit gras met grote bomen. De erfafscheiding van de kavels dient aan de voorzijde ook groen en traditioneel te zijn. Dit betekent dat deze bestaat uit een of meerdere groene hagen. De ontwikkeling van de locatie biedt ruimte om het perceel beter in te passen in het landschap. De voorheen wat rommelige achterzijde van het erf zal op een passende en eenduidige manier worden ingepast. Dit gebeurt door de introductie van een nieuwe houtwal. Deze strekt zich uit over de gehele lengte van alle kavels. De richting is gekoppeld aan de dominante richting van de bebouwing in het algemeen en het hoofdgebouw in het bijzonder. De nieuwe houtwal zal, zoals traditioneel het geval was, bestaan uit een lage grondwal met daarop opgaande beplanting. De grondwal is enkele meters breed en enkele decimeters hoog. Op de wal zal een samenstelling van inheemse beplanting worden ingeplant. De opbouw van deze beplanting bestaat uit een kruidenlaag, struiklaag en boomlaag. De kruidenlaag zal bestaan uit een mengsel van grassen (Ruwe smele) en lage heesterachtige beplantingen als bezembrem en hondsroos.
De struiklaag zal voornamelijk worden gevormd door de aan te planten Drentse krentenboompjes (Amelancher lamarckii). Daarnaast zullen er ook boomvormers worden aangeplant. Dit is een mengeling van Ruwe berken (Betula pendula) en Zwarte elzen (Alnus glutinosa). De beplanting zal zodanig worden aangebracht dat er enerzijds sprake is van een robuuste groenwal met een eenduidige, doorgaand karakter en anderzijds van een transparant groen ‘scherm’ dat het zicht op de bebouwing van een afstand bezien, filtert. Het is echter niet wenselijk dat de bebouwing té gesloten wordt. Om die reden is gekozen voor strategische geplaatste boomvormers, waarbij plaatselijk sprake is van meer en minder doorzicht. Zoals gezegd is bij de soortkeuze uitgegaan van inheemse beplanting. Dit om landschappelijk geen vervreemdend element te creëren. Daarnaast is deze keuze van belang voor de biodiversiteit. Inheemse organismen hebben ecologisch beschouwd meer baat bij inheemse soorten dan bij exoten. Aanvullend hierop is, waar mogelijk, gekozen voor bloeiende en/of vruchtdragende soorten. Naast een positief effect op de belevingswaarden vanaf de kavels, heeft dit ook een positieve waarde als voedselbron voor inheemse diersoorten. 3.3
ONTSLUITING EN PARKEREN
Op de locatie Kuilenrode 8 blijven de bestaande ontsluitingen behouden. Ten behoeve van de nieuwe Ruimte voor Ruimte woning wordt een nieuwe inrit gerealiseerd. Per woning worden minimaal twee parkeerplaatsen (exclusief garage) op eigen terrein gerealiseerd.
14
1 maart 2021
4 BELEIDSKADER 4.1 4.1.1
RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan de Rijksoverheid inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een toekomstbestendig landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI.
1 maart 2021
15
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
4.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is het vaststellingsbesluit, zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid, zoals uiteengezet in de SVIR, van kracht geworden. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Het hoofdthema van de SVIR is: ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’. De structuurvisie geeft een visie voor Nederland tot het jaar 2040. Er zijn in de structuurvisie drie hoofddoelen opgenomen voor de middellange termijn (2028). Deze doelen zijn: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, is een nieuwe aanpak in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid geformuleerd.
Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies (‘decentraal, tenzij…’) en werkt aan eenvoudigere regelgeving. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. De beoogde herontwikkeling heeft geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen. Deze decentralisering past binnen de doelstellingen, zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 4.1.3 AMvB Ruimte De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 juni 2011 zijn alle ontwerpstukken van de AMvB als bijlage bij de SVIR gepubliceerd. Met uitzondering van enkele onderdelen is het Barro eind december 2011 in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Ook het Barro geeft voor het plangebied geen nationale belangen aan.
In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in de regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op het voorliggende plan. Wel is de term ‘Ecologische Hoofdstructuur (EHS)’ gewijzigd in ‘Natuurnetwerk Nederland (NNN)’.
16
1 maart 2021
4.1.4 Ladder duurzame verstedelijking Sinds 1 oktober 2012 is het op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (Bro), verplicht om in het geval dat een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. In de “Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat bij de regeling “Ruimte voor Ruimte” geen sprake is van extra verstedelijking, omdat aan de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning sloop van bebouwing is voorafgegaan. Toepassing van de ladder is derhalve niet nodig.
1 maart 2021
17
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
4.2 4.2.1
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie Noord-Brabant
In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld (14 december 2018). Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen. In de Brabantse Omgevingsvisie staat de fysieke wereld centraal. Deze fysieke wereld manifesteert zich in vier elementen: water, aarde, lucht en vuur (energie). De basis is dat deze elementen in balans zijn én blijven bij ruimtelijke transities. Draagvlak en draagkracht zijn hierbij belangrijke aspecten. De Brabantse Omgevingsvisie bestaat uit zeven hoofdstukken. In hoofdstuk 5 staat beschreven wat de kernwaarden zijn voor het handelen van de provincie NoordBrabant. Hierin wordt onder andere verwoord dat voor meerwaardecreatie wordt gegaan. Dit betekent dat uitdrukkelijk gekeken wordt naar de effecten van ontwikkelingen op sociale inclusiviteit, veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: o werken aan de Brabantse energietransitie; o werken aan een klimaatproof Brabant; o werken aan een slimme netwerkstad; o werken aan een concurrerende, duurzame economie. De nieuwe woningen binnen het plangebied zullen minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van de bouwplannen (en de aan te vragen omgevingsvergunningen) voor de woningen. Het ontwerp van de woningen en de inrichting van de woonpercelen kunnen voorts een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie. Door infiltratie van het hemelwater ter plaatse wordt voorkomen dat er een versnelde afvoer plaatsvindt. Dit wordt eveneens in de bouwplannen nader uitgewerkt. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verbetering van de omgevingskwaliteit, doordat de nieuwe woningen op passende wijze stedenbouwkundig en landschappelijk worden ingepast. Bovendien wordt een voormalig agrarisch bedrijf beëindigd, waardoor een positieve bijdrage wordt geleverd aan de leefomgeving. Aan de sloop van stallen zijn meerdere voordelen verbonden. De verstening van het platteland wordt teruggebracht, ongewenste ontwikkelingen worden voorkomen en de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd. Het plan past binnen de kernwaarden voor het handelen van de provincie.
De opgaven vanuit de Omgevingsvisie zijn door vertaald in de “Interim omgevingsverordening Noord-Brabant”. De Interim verordening wordt in de navolgende paragraaf nader toegelicht.
18
1 maart 2021
4.2.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie 8-12-2020)
De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. Deze Interim verordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Er heeft voor de Interim verordening geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moeten worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd.
In het algemeen geldt daarbij dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. Onderdeel van de IOV zijn acht kaarten; twee kaarten met rechtstreeks werkende regels over milieubescherming en landbouw en zes kaarten met instructieregels over diverse onderdelen, zoals stedelijke ontwikkeling. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante provinciale regels omtrent Ruimte voor Ruimte en de herbestemming van een voormalige bedrijfswoning. De zes kaarten omtrent instructieregels, behorende bij de IOV, laten zien dat het plangebied niet is gelegen in een provinciaal natuurgebied of (beoogde) ecologische verbindingszone. De bij de IOV behorende kaart 2 laat zien dat de locatie aan de Kuilenrode 8 is gelegen in het zogenaamde ‘beperkingen veehouderij’ (rood omcirkeld in onderstaande figuur 4.1). Uit kaart 6 bij de IOV blijkt dat de locatie is gelegen in ‘gemengd landelijk gebied’.
Figuur 4.1 Uitsnede kaart 2 interim omgevingverordening (bron:ruimtelijkeplannen.nl)
1 maart 2021
19
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
Gezien de ligging in het gebied ‘Beperkingen veehouderij’ en de ligging in een bebouwingsconcentratie, met gemengde stedelijke functies, heeft het bedrijf onvoldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst. Er is dus geen sprake van een duurzame locatie voor de intensieve veehouderij. Na het beëindigen van de veehouderijactiviteiten bestaat de mogelijkheid om de overbodige bedrijfsbebouwing te saneren. Het plangebied is in de verordening niet aangeduid als gelegen in het Natuurnetwerk Brabant of een vergelijkbaar natuurgebied. De beoogde ontwikkeling in het plangebied heeft een positief effect op natuurwaarden in de omgeving door de sloop en sanering van een varkenshouderij. Het plangebied heeft verder geen aanduidingen op de themakaart ‘water’ of ‘cultuurhistorie’. In hoofdstuk 5 is gemotiveerd dat geen cultuurhistorische waarden verloren gaan met de beoogde herontwikkeling en dat de nieuwe woningen hydrologisch neutraal worden ontwikkeld. Op de betreffende locatie wordt de boerderij (bedrijfswoning) gesplitst in twee woonfuncties en wordt een Ruimte voor Ruimte woning ontwikkeld in samenhang met de sanering van de intensieve veehouderij ter plaatse. De grondslag voor deze plansystematiek ligt in artikel 3.80 van de IOV (Ruimte voor Ruimte regeling). In artikel 3.69 onder b is een regeling opgenomen die boerderijsplitsing mogelijk maakt.
In deze paragraaf wordt getoetst of onderhavig plan voldoet aan de voorwaarden die de provincie stelt aan toepassing van deze planregels. Alvorens wordt getoetst of het plan bijdraagt aan de algemene regels inzake kwaliteitsverbetering. Artikel 3.80 biedt een uitzondering als het gaat om het toevoegen van een zogenaamde ‘Ruimtevoor-ruimte’ kavel aan het bestaand landelijk gebied. Hierbij gelden op basis van lid 1 vier voorwaarden: a) Er dient sprake te zijn van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit: Voor de bestemming van de nieuwe RvR woning is deze intensieve veehouderij beëindigd en zijn de bestaande agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Dit draagt in belangrijke mate bij aan een verbetering van de omgevingskwaliteit in de omgeving van het plangebied. Met name op het gebied van geur, fijn stof en endotoxinen wordt een forse afname bereikt door de sanering van deze veehouderij. Daarnaast is er sprake ruimtelijke verbetering door de landschappelijke inpassing van het geheel, waarbij rekening is gehouden met de historische waarde van het gebied en de omgevingskwaliteiten. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing wordt verplicht in de regels van het bestemmingsplan en is daarmee verzekerd. b) De ruimte-voor-ruimtekavel ligt op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie: De locatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie.
c) Een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning moet verzekerd zijn: In de bijlagen bij deze toelichting is een landschappelijk inpassingsplan opgenomen, waaruit blijkt dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing van de RvR-ruimte en de voormalige bedrijfswoning. De uitvoering hiervan wordt middels een voorwaardelijke verplichting geborgd in de regels van het bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de bebouwingsstructuur in het gebied, waardoor de karakteristiek van het gebied intact blijft. Op deze wijze wordt een positieve bijdrage geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. 20
1 maart 2021
d) Er mag geen sprake zijn van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling, behoudens in geval van ligging binnen ‘Verstedelijking afweegbaar’: De locatie is niet gelegen in een gebied dat is aangeduid in de IOV voor ‘Verstedelijking afweegbaar’. De herbestemming van een voormalige agrarische bedrijfswoning en de realisatie van een ruimte voor ruimte woning leidt niet tot een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling. In lid 2 van artikel 3.80 wordt nader omschreven wanneer sprake is van een aanzienlijke winst op het gebied van omgevingskwaliteit. Deze toetsing wordt door de provincie uitgevoerd in het kader van de Ruimte-voor-Ruimte regeling. Onderdeel hiervan is bijvoorbeeld de eis dat minimaal 1.000 m² aan stallen dient te worden gesloopt en minimaal 3.500 kilo fosfaat (473 varkensrechten) dienen te worden ingeleverd. Deze toets is uitgevoerd door de provincie, getuige de Ruimte voor Ruimte titel zoals bijgevoegd in bijlage 10 bij deze toelichting. Op de locatie Kuilenrode 8 is een voormalig agrarisch bedrijf aanwezig. Dit bedrijf is gesaneerd en de bedrijfsgebouwen zijn gesloopt. De bedrijfswoning wordt herbestemd tot burgerwoning. Hiermee is de benodigde kwaliteitswinst verzekerd. In de IOV is de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten, zoals verwoord de Omgevingswet.
De wet kent als maatschappelijk doel het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilig en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van natuur, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Dat verschilt per ontwikkeling, per onderwerp, per gebied en in de tijd. De Brabantse leefomgeving kent een grote verscheidenheid. Die omgeving bestaat zowel uit waarden die in een gebied aanwezig zijn als uit de aanwezige functies. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaarde-creatie. Onderhavige ontwikkeling wordt getoetst aan deze drie elementen.
ZORGVULDIG RUIMTEGEBRUIK Zorgvuldig ruimtegebruik houdt allereerst in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in de IOV; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in de IOV is toegestaan. De herbestemming van een voormalige agrarische bedrijfslocatie naar wonen is een passende toedeling van functies, die plaatsvindt binnen het bestaande agrarische bouwvlak. Hier is reeds bebouwing aanwezig. Hiermee wordt toepassing gegeven aan het gebruik van een bestaande locatie in het kader van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Dit betekent dat geen sprake is van nieuwvestiging voor bebouwing.
1 maart 2021
21
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
Zorgvuldig ruimtegebruik houdt ook in dat bij een stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking). In artikel 1.1.1. onder i van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is gedefinieerd wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierbij is geen ondergrens bepaald. Dit is afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Ten aanzien van woningbouwlocaties volgt uit de overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat er in beginsel pas sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan elf woningen worden gerealiseerd. In onderhavige situatie is dit niet aan de orde; feitelijk gaat het om het toevoegen van twee extra woningen. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft in dit geval dus niet toegepast te worden. Tot slot houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen moeten worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Ook aan deze voorwaarde wordt voldaan, aangezien de nieuwe RvR-woning wordt opgericht binnen het voormalige agrarische bouwperceel.
TOEPASSING VAN DE LAGENBENADERING De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel om de effecten van een ontwikkeling in beeld te brengen. Het gaat daarbij om het effect op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a) de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b) de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; c) de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De eigenschappen van de ondergrond, het landschap, de infrastructuur en de mate van verstedelijking verschillen sterk binnen de provincie Noord-Brabant. Hierdoor kan een ingreep in het oosten van de provincie heel anders uitpakken dan in het westen.
Daarom is het van belang om te weten hoe de omgeving in elkaar steekt en te kijken naar alle lagen: de ondergrond, de netwerklaag, de bovenlaag en de tijdsdimensie. Tussen deze lagen bestaat een wisselwerking. Iedere laag kent zijn eigen dynamiek, verschillende veranderingssnelheid en mate van omkeerbaarheid bij ingrepen. In hoofdstuk 5 worden alle afzonderlijke lagen beschouwd en wordt bovendien specifiek getoetst aan provinciale beleidsregels, zoals omtrent het Natuur Netwerk Brabant, de groenblauwe mantel, cultuurhistorische en aardkundige waarden, stiltegebieden en delen van het watersysteem. Vooruitlopend op deze toetsing is de herbestemming van een vrijkomend agrarisch bedrijf naar wonen een passende ontwikkeling in het kader van het behoud van de omgevingskwaliteit van dit gebied.
22
1 maart 2021
MEERWAARDECREATIE Het begrip meerwaardecreatie is een belangrijke kernwaarde uit de verordening. Het omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a) de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b) de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Meerwaardecreatie is een basisprincipe waar bijvoorbeeld kwaliteitsverbetering van het landschap onder valt. Het betreft in deze een relatief kleine ontwikkeling waarbij een uitgebreide toetsing op dit aspect geen toegevoegde waarde heeft. In het kader van de gebruikelijke regels omtrent kwaliteitsverbetering van het landschap is ten behoeve van onderhavig voornemen een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. Dit plan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Naast de landschappelijke inpassing is er sprake van een bijdrage aan de fysieke kwaliteitsverbetering door het slopen van voormalige bedrijfsgebouwen en verharding op dit voormalige agrarische bedrijf. Een verrommelde situatie wordt weggenomen. Aangezien de uitstoot van geur, fijn stof en endotoxinen beëindigd wordt, zorgt de ontwikkeling eveneens voor een positieve bijdrage op het gebied van gezondheid en het woon- en leefklimaat.
Hiermee wordt voldaan aan de beoogde kwaliteitsverbetering van het landschap. Onderhavige ontwikkeling is daarmee passend binnen de beleidskaders van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
ARTIKEL 3.69 B BOERDERIJSPLITSING In artikel 3.69 onder b van de IOV is de mogelijkheid opgenomen om te komen tot nieuwvestiging van woningen in cultuurhistorische waardevolle bebouwing indien dit is gericht op het behoud of herstel van deze bebouwing. In dit geval gaat het om de splitsing van een langgevelboerderij die beeldbepalend is gezien de ligging aan de brink van Hooge Mierde. De brink is de voorzijde van het plangebied die bestaat uit een open ruimte met solitaire bomen. In paragraaf 3.2 is een uitgebreide analyse opgenomen van de stedenbouwkundige waarden van de langgevelboerderij .
1 maart 2021
23
Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8
KWALITEITSVERBETERING LANDSCHAP Onderdeel van de beoogde herontwikkeling is het realiseren van een extra woning door middel van boerderijsplitsing, waarbij de bedrijfswoning een burgerwoning wordt. Hiermee wordt een bestemmingswinst behaalt die gecompenseerd dient te worden door een landschappelijke kwaliteisverbetering van minimaal 20% van de behaalde bestemmingswinst. In bijlage 3 is de berekening van de kwaliteitswinst en een berekening van de investering in de landschappelijke kwaliteit opgenomen. In onderstaande uitsnede van de berekening een overzicht van de bestemmingswinst.
Figuur 4-2 Berekening bestemmingswinst Kuilenrode 8
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat door de boerderijsplitsing een bestemmingswinst wordt gerealiseerd van € 161.481,--. Bij een minimale basisinspanning van 20% dient een tegenprestatie van tenminste € 32.296,20 te worden gerealiseerd. Figuur 4-3 op de volgende pagina geeft de berekening van de tegenprestatie ten behoeve van kwaliteitsverbetering, waarbij de gronden onder de Ruimte voor Ruimte woning buiten beschouwing is gelaten.
24
1 maart 2021
Figuur 4-3 Berekening investering in kwaliteitsverbetering Kuilenrode 8
Uit figuur 4-3 blijkt dat er een tegenprestatie van € 41.468,-- geleverd wordt. Deze tegenprestatie wordt gerealiseerd door extra sloop (zoals nader toegelicht op pg. 29 onder punt l ), herbestemming en herinrichting van het plangebied. Hiermee wordt ruimschoots aan de benodigde tegenprestatie voldaan. Conclusie De plannen hebben een uitzonderlijk lange doorlooptijd gehad, maar gedurende het planproces is blijvend getoetst aan het provinciale beleid, zijnde de ruimte voor ruimte regeling uit 2006, vervolgens de Verordening Ruimte 2014 en voorafgaand aan de vaststelling de Interim omgevingsverordening (IOV). Getuige de zienswijze van 10 juli 2019 van de provincie op het ontwerp bestemmingsplan voldoen de plannen aan de beginselen van het provinciale beleid en is het plan in lijn met de provinciale visie en regels. Naar aanleiding van de zienswijze is het ruimte voor ruimte dossier compleet gemaakt, zie bijlage 10, op basis hiervan kan het plan nu worden vastgesteld.