[21.03914] - Bijlage 2.1 Bestemmingsplan toelichting met renvooi versie 3 maart 2021
Tekst van het document
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel Gemeente Reusel-De Mierden
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Toelichting Bijlagen Regels Verbeelding
Datum: Maart 2021 Projectgegevens: TOE04-SNL018-01A REG04-SNL018-01A TEK04-SNL018-01A Identificatienummer: NL.IMRO.1667.BPRwlaan1024-VAST Vastgesteld: p.m.
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Toelichting
UrbiTom
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
UrbTom
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Inhoud 1
2
3
4
5
6
7
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
1 1 1 1 2 2
Aanleiding Plangebied Doel Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
Bestaande situatie
3
2.1 2.2
3 3
Ruimtelijke structuur Functionele structuur
Planbeschrijving
7
3.1 3.2
7 9
Ruimtelijk Functioneel
Beleidskader
11
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Ladder voor duurzame verstedelijking Conclusie
11 12 14 19 20
Milieuhygiënische en planologische aspecten
21
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
21 22 24 27 29 30 35 38 38 40 40 40
Bodem Archeologie Water Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Flora en fauna Stikstofdepositie Hinderlijke bedrijvigheid Geurhinder Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
Uitvoerbaarheid
43
6.1 6.2
43 43
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De bestemmingen
43
7.1 7.2
45 45
Het juridische plan Beschrijving van de bestemmingen
UrbTom
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Bijlagen 1 Verkennend bodemonderzoek, Lankelma 24 juni 2019. 2 Reusel, Wilhelminalaan 71a-75 – Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven – Programma van eisen versie 1.1, Transect, 22 augustus 2019. 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Wilhelminalaan 71A/75 Reusel, Tritium Advies, 25 juni 2019. 4 Nadere akoestische berekeningen en bijbehorende gegevens inpandige balkons appartementengebouw Wilhelminalaan, Tritium Advies, 23 september 2019. 5 Quickscan flora en fauna Wilhelminalaan 71A-75 Reusel, Tritium Advies, 8 juli 2019. 6. berekening stikstofdepositie Wilhelminalaan 71a-75 te Reusel, Tritium Advies, 24 oktober 2019. 7. Inspraaknota, gemeente Reusel-De Mierden, juni 2020. 8. Nota van zienswijzen, gemeente Reusel-De Mierden.
REUSEL
Plangebied
Overzichtskaart ligging plangebied (Bron: Google Maps 2019 en kadastralekaart.com)
Plangebied
UrbiTom
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Gemeente Reusel-De Mierden
Voor de percelen Wilhelminalaan 71A-75 inclusief de tussenliggende gemeentelijke groenstrook te Reusel is het initiatief genomen om te komen tot een herontwikkeling. De gemeente heeft daar positief op gereageerd, waarbij een stedenbouwkundige invulling overeen is gekomen die met een grondruil met de gemeente gepaard gaat. Het gebied zal worden bestemd voor de bouw van 4 grondgebonden woningen en 10 appartementen, beiden in 2 bouwlagen met kap. Tevens zal worden voorzien in openbare ruimte met groen, die ook ruimte biedt voor het situeren van belangrijke nutsvoorzieningen. Het gaat hier om een zogenaamd POP-station (Point of Presence); een hoofdverdeelstation van waaruit de glasvezelkabels de woonwijken ingaan. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. De geldende bestemmingen en bouwvlakken en bouwhoogten sluiten niet aan bij het bouwplan. Om die reden is onderhavig bestemmingsplan opgesteld waarin de haalbaarheid van het initiatief inzichtelijk wordt gemaakt en waarin een juridisch-planologisch kader wordt geboden om tot herontwikkeling van het plangebied te komen.
1.2
Plangebied Het plangebied wordt gevormd door de percelen, kadastraal bekend gemeente Reusel-De Mierden, sectie A, nummers 3019, 4875, 4877 en 5316 (klein gedeelte), 5317, 5318 (gedeeltelijk) en 5319 (klein gedeelte). Aan de westzijde grenst het aan een discotheek, aan de noordzijde aan de woonpercelen van de Vlassert, aan de oostzijde aan woonpercelen aan de Wilhelminalaan en aan de zuidzijde aan de openbare ruimte van de Wilhelminalaan. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 1875 m2.
1.3
Doel Voorliggend bestemmingsplan heeft tot doel om het voorgenomen initiatief ruimtelijk te motiveren en om de planologische haalbaarheid ervan aan te tonen, alsook om een juridisch-planologisch kader te bieden waarbinnen de ontwikkeling plaats kan vinden.
1.4
Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’ (NL.IMRO.1667.BPGsted5010-VAST). Dit bestemmingsplan is op 18 december 2018 vastgesteld door de gemeenteraad. Voor het plangebied gelden de enkelbestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’ en voor een zeer klein deel van het plangebied (de toegang tot het terrein van de discotheek) ‘Horeca’. Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Over de bestemming ´Wonen´ ligt een specifieke bouwaanduiding ‘Open – halfopen’ en maatvoeringsaanduidingen met een maximum goot- en bouwhoogte van resp. 4,5 en 8,5 m voor de woonbestemming ten oosten van de verkeersbestemming en een maximum goot-
UrbiTom
1
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
en bouwhoogte van resp. 6 en 10 m voor de woonbestemming ten westen van de verkeersbestemming.
Uitsnede bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’ met begrenzing plangebied (Bron: Ruimtelijke Plannen)
1.5
Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven; regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen; en voorliggende toelichting, waarin de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord worden. Hierin staat ook beschreven wat het vigerend beleid inhoudt en hoe bij de ontwikkeling met (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.6
Leeswijzer Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving wordt gegeven van de huidige situatie, gevolgd door hoofdstuk 3 met een beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 4 is het geldende beleid voor het plangebied opgenomen. In hoofdstuk 5 wordt de toelaatbaarheid van de ontwikkeling getoetst aan milieuhygiënische en planologische aspecten. In hoofdstuk 6 komen de financiële haalbaarheid en de te doorlopen procedure aan de orde. In hoofdstuk 7, ten slotte, wordt nader ingegaan op juridische aspecten.
UrbiTom
2
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
2
Bestaande situatie
2.1
Ruimtelijke structuur
Gemeente Reusel-De Mierden
Het plangebied bevindt zich tussen de Wilhelminalaan en de Vlassert. De Wilhelminalaan is de centrale weg door Reusel. Het is een oud dorpslint dat wordt gekenmerkt door een afwisseling in bebouwing. Zowel vanuit het oosten als vanuit het westen is er geen duidelijke ruimtelijke opbouw van buiten (dorpsrand) naar binnen (dorpscentrum). Het beeld is afwisselend in korrelgrootte, bebouwingsintensiteit, bebouwingshoogte (variërend van 1 laag met plat dak of kap tot 2 lagen met terugliggende 3e laag met kap) en bebouwingstypologie (open, halfopen, gesloten/aaneengebouwd, gestapeld), maar het beeld is wel homogeen in zijn afwisseling. Diverse appartementengebouwen, die groter van korrel zijn dan de overige woonbebouwing in het lint, liggen op vrij willekeurige plekken in het lint, meestal in 2 lagen of 2.5 laag met kap. Alleen rond de Markt is de bebouwing 3 lagen zonder setback. De bebouwing aan de Wilhelminalaan is wel voor het grootste deel individueel. Projectmatige ontwikkelingen met seriële bouw, komen alleen in het centrumgebied rond gemeentehuis en Markt voor. De Vlassert maakt deel uit van een woonwijk uit de jaren ’60 van de vorige eeuw met overwegend vrijstaande en halfvrijstaande woningen in 2 bouwlagen met kap. Ter hoogte van het plangebied ligt de bebouwing direct aan de straat.
De straat wordt begeleid door bomen, maar deze staan op afstand van elkaar, waardoor het beeld relatief stenig is. Tussen Wilhelminalaan 71a en 75 ligt een gebiedje met een groenbestemming, dat niet toegankelijk is.
2.2
Functionele structuur Reusel Winkels en horecagelegenheden liggen van oudsher zeer verspreid langs de linten. In Reusel is aan de Wilhelminalaan direct ten oosten van het centrum en direct ten westen van het plangebied een concentratie van horecagelegenheden met een grotere schaal en maat ontstaan. Met de realisatie van de winkelconcentratie aan de Markt en cultureel centrum De Kei, in de nabijheid van de kerk en de begraafplaats, is in de 60-er jaren van de vorige eeuw een aanzet gegeven voor de ontwikkeling van een centraal gelegen dorpscentrum. Dit lag tussen de Kerkstraat en de Schoolstraat in waar al een concentratie was van detailhandelsen horecavoorzieningen. Recentere ontwikkelingen zoals de bouw van een nieuw gemeentehuis, de omlegging van de Wilhelminalaan, de bouw van een nieuw winkelcentrum en de herinrichting van het Kerkplein hebben het centrumgebied een ander aanzicht gegeven. Op enige afstand is een zorglocatie in de voormalige Kloostertuin en de Dorpsbron met winkelvoorzieningen tot stand gekomen.
UrbiTom
3
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Het plangebied vanaf de Wilhelminalaan.
Het plangebied vanaf de Wilhelminalaan.
De discotheek aan de westzijde van het plangebied.
Bestaande groenzone in het plangebied met op de achtergrond de Vlassert UrbiTom
4
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Deze herstructurering heeft er toe geleid dat de historische structuur in het centrum niet meer herkenbaar is. De afmetingen van bepalende openbare ruimtes in het centrum, waaronder het Kerkplein, de Wilhelminalaan en het grasveld passen niet (meer) bij de maat en schaal van een dorpskern zoals Reusel. Het gebruik van het Kerkplein als parkeerterrein en de stenige inrichting zorgt ervoor dat een dorpshart ontbreekt. Het authentieke en dorpse karakter van Reusel is door de schaalsprong verloren gegaan. De voorzieningen zijn (te) verspreid in de kern gelegen, waarbij enige samenhang en een duidelijke routing ontbreekt. Ten noorden van de locatie Kloostertuin zijn concrete plannen voor het realiseren van een zorgplein met (zorg-)appartementen en intramurale woonvoorziening. Karakteristiek voor Reusel is de omgeving van de kerk met de pastorie, de begraafplaats en de pastorietuin. Ook het gebied rond de Dorpsbron wordt gewaardeerd. Een goede verbinding tussen Dorpsbron, Kerkstraat en Markt wordt echter gemist (bron: Omgevingsvisie). Het plangebied Het plangebied maakt aan de Wilhelminalaan deel uit van het bebouwingslint, waar sprake is van overwegend wonen, maar waar ook andere functies voorkomen. Zoals hiervoor reeds aangegeven, grenst het plangebied aan het uitgaansgebied van Reusel. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan een woonwijk.
De Wilhelminalaan maakt deel uit van de provinciale weg N284 en vormt de centrale hoofdontsluitingsweg van Reusel. De weg verbindt de kern tevens met de naastgelegen kernen Bladel (in oostelijke richting) en Arendonk (westelijke richting). Verder in oostelijke richting sluit de weg ter hoogte van Eersel aan op de A67 (Eindhoven-Antwerpen). De Vlassert, aan de noordzijde van het plangebied, is een woonstraat, die deel uitmaakt van een rustige woonbuurt. Centraal in het plangebied ligt een groengebiedje dat de Wilhelminalaan met de Vlassert verbindt, maar dat niet toegankelijk is.
UrbiTom
5
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Impressie nieuw appartementengebouw aan Wilhelminalaan
Impressie nieuw appartementengebouw aan Wilhelminalaan
Impressie nieuwe grondgebonden woningen Vlassert
UrbiTom
6
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
3
Planbeschrijving
3.1
Ruimtelijk
Gemeente Reusel-De Mierden
De ontwikkeling is gesitueerd op de percelen die ten oosten van het horecapand liggen. De twee vrijstaande woningen, die zich in het plangebied bevinden, zullen worden gesloopt.
Inrichtingsvoorstel (Gewoon Architecten)
Bij de herontwikkeling wordt er, stedenbouwkundig bezien, naar gestreefd om een korrelgrootte te hanteren die in het dorpslint past. In de huidige situatie staat één van deze woningen relatief dicht tegen het gebouw van de discotheek (voormalige El Sombrero) aan. Ten oosten van deze woning ligt een groenstrook. Deze is in eigendom van de gemeente Reusel-De Mierden. Nog verder naar het oosten ligt de tweede woning. De gemeentelijke groenstrook ligt dus als het ware ingeklemd tussen deze twee woningen. Hierdoor zijn het gebruik en de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Door een grondruil toe te passen tussen de gemeente Reusel-De mierden en de initiatiefnemer, komt de groenstrook direct aan de oostkant van de voormalige El Sombrero te liggen. Dit vergroot de ontwikkelingskansen en biedt in potentie meer ruimtelijke kwaliteit.
UrbiTom
7
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Door de Vlassert door te trekken, kunnen ook hier woningen worden gerealiseerd. De Vlassert wordt echter niet helemaal doorgetrokken tot aan de Wilhelminalaan. De nieuwe straat heeft alleen een functie ten behoeve van bestemmingsverkeer. Een aan te leggen groenzone vormt de ruimtelijke verbinding tussen de Vlassert en de Wilhelminalaan. In deze groenzone zijn enkele ondergeschikte functies van openbaar nut geprojecteerd alsmede een voetpad dat als verbinding met de Wilhelminalaan alleen toegankelijk is voor de bewoners van de appartementen. De afsluiting door middel van een spijlenhekwerk laat echter de visuele verbinding tussen Vlassert en Wilhelmnalaan intact. Stedenbouwkundig plan op hoofdlijnen Korrelgrootte (de omvang van de bebouwing) Aan de Wilhelminalaan zelf komt een appartementengebouw in een omvang, die in verhouding is met het belendende horecapand. Aan de noordzijde van het plangebied wordt aangesloten bij de stedenbouwkundige structuur van de bestaande woonwijk rond de Vlassert. Bestaande rooilijnen zijn zoveel mogelijk doorgezet en gehandhaafd. Een aansluiting op de bestaande straat (Vlassert) resulteert in bebouwing bestaande uit 4 grondgebonden rijwoningen met een tuin. Met een blokje in deze maat wordt op een goede wijze op de bestaande structuur wordt aangesloten en kan ook het parkeren op een goede manier worden opgelost.
Oriëntatie De nieuwe bebouwing aan de Wilhelminalaan heeft hierop zijn primaire oriëntatie. De (hoofd)entree bevindt zich dan ook aan deze straat. Het parkeren bevindt zich logischerwijs aan de noordzijde van deze bebouwing, dus niet aan de Wilhelminalaan. Parkeren aan de zuidzijde (Wilhelminalaan) is namelijk onwenselijk, omdat deze weg relatief veel verkeer kent. Om die reden mag er, om de loopafstanden te beperken, ook aan de noordzijde een (secundaire) entree gemaakt worden. Het parkeren voor het appartementengebouw, moet grotendeels onder het gebouw worden opgelost. Een klein aantal parkeerplaatsen voor dit gebouw bevindt zich op maaiveld (restnorm en bezoekersparkeren). Het parkeren voor de rijwoningen geschiedt op maaiveld. Dit kan hoofdzakelijk gebeuren in de hiervoor aangelegde parkeerkoffers. Dit zijn korte, met groen (blokhagen) omgeven rijtjes haakse parkeervakken. Bouwhoogte De hoogte van het hoofdvolume aan de Wilhelminalaan bedraagt maximaal twee bouwlagen plus kap. Het is hierbij de bedoeling dat ook de kap deels bewoond wordt. Er worden echter niet teveel openingen in het dak in de vorm van dakkapellen en /of dakramen en dergelijke toegepast. Hierdoor zou de kap als element teveel worden aangetast. In overleg met welstand is ervoor gekozen om een niet te flauwe kap toe te passen.
De bouwhoogte van het appartementengebouw komt hiermee op 10 m, behalve voor de topgevel, die door welstand geadviseerd is. Deze heeft een nokhoogte van 11 m. Met de rijwoningen wordt zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande woningen aan de Vlassert. Dit betekent dat de woningen een hoogte van twee bouwlagen met kap hebben.
UrbiTom
8
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
De goothoogte ligt hierbij echter niet op de maximale hoogte van 6 meter. Aansluitend op de beeldkwaliteit van de bestaande woningen, ligt de maximale goothoogte net iets lager (op 5.70 meter). Woningaantal Gezien de beperkte parkeercapaciteit in het gebied is het aantal woningen gemaximeerd op 14: 4 grondgebonden woningen en 10 appartementen. Bij nieuwe ontwikkelingen in de gemeente is het uitgangspunt dat 60% van het programma sociaal moet zijn. Deze sociale woningen zijn in het plan in de grondgebonden woningen geprojecteerd. In deze specifieke situatie heeft het college bij het innemen van het principestandpunt bepaald dat in ieder geval de grondgebondenwoningen sociale woningen moeten zijn, waarbij dus wordt afgeweken van de minimale norm van 60% sociale woningbouw. Groen De groenstrook wordt verplaatst en opnieuw ingericht, zodat een kwalitatief hoogwaardige ruimte ontstaat, die zich aan de Wilhelminalaan presenteert. De ruimte krijgt een open karakter bestaande uit gras en/of lage beplanting en enkele bomen. Als resultaat van de inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan uit het achterliggend gebied van de Vlassert is besloten van het hier opgenomen voetpad geen openbaar toegankelijke verbinding met de Wilhelminalaan te maken.
3.2
Functioneel Bebouwing De nieuwe bebouwing is bestemd voor 4 grondgebonden woningen en 10 woonappartementen. Ontsluiting Het plangebied is gesitueerd op korte afstand van het dorpscentrum, dat eenvoudig te voet of per fiets via de Wilhelminalaan is te bereiken. De ontsluiting voor de auto verloopt via de Vlassert, die op korte afstand van de Wilhelminalaan ligt, de weg naar het dorpscentrum en naar buiten. Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de richtcijfers voor parkeernormering die door de gemeente Reusel-De Mierden gehanteerd worden. Dit betreft de richtcijfers volgens het CROW. Deze zijn vervat in brochure nr. 317 van het CROW: ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Reusel wordt door het CSB aangemerkt als weinig stedelijk gebied (verstedelijkingsklasse 4). Het plangebied ligt in een zone die niet in het dorpscentrum of de schil van het dorpscentrum ligt. Het betreft hier de ‘rest van de bebouwde kom’. In de brochure 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' worden voor weinig stedelijk gebied/rest van de bebouwde kom’ de volgende richtlijnen aangegeven: - voor huurappartementen goedkoop/middelduur: 1.0-1.8 pp/wo. - voor grondgebonden sociale huur- of koopwoningen: 1.2 – 2.0 pp/wo.
UrbiTom
9
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Wanneer wordt uitgegaan van het gemiddelde van deze richtlijnen, dan is er een behoefte aan: 4 x 1.6 + 1.4 x 10 = 20.4 parkeerplaatsen. Naar boven afgerond dus 21 parkeerplaatsen. Op het terrein zijn 21 parkeerplaatsen gesitueerd: 12 parkeerplaatsen op maaiveld en 9 parkeerplaatsen onder het appartementengebouw in een parkeerkelder. Er wordt hiermee voldaan aan de parkeerrichtlijnen.
UrbiTom
10
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
4
Gemeente Reusel-De Mierden
Beleidskader De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het geldend beleid op zowel nationaal, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau. Voor de ontwikkeling en het plangebied zijn verschillende beleidsstukken relevant. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen uit het beleid beschreven en wordt aangegeven hoe de ontwikkeling van het plangebied hierop inspeelt.
4.1
Nationaal beleid
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, heeft het Rijk losgelaten. Er is enkel nog sprake van een ‘ladder voor duurzame verstedelijking' (gebaseerd op de ‘SER-ladder’), die is vastgelegd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van deze instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro is de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd en bevat regels ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming.
UrbiTom
11
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Structuurvisie
Gemeente Reusel-De Mierden
Op 1 oktober 2010 hebben de Provinciale Staten de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de provinciale verordening. In de Verordening Ruimte zijn de kaderstellende elementen uit de SVRO vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken.
Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. Binnen de stedelijke structuur worden twee ontwikkelingsperspectieven onderscheiden: stedelijk concentratiegebied (stedelijke regio’s): in het stedelijk concentratiegebied, inclusief de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, wordt de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte opgevangen. Enerzijds om de steden voldoende draagvlak te geven voor hun functie als economische en culturele motor, anderzijds om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan; overig stedelijk gebied (landelijke regio’s): het overig stedelijk gebied, met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, voorziet in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. Grootschalige verstedelijking is ongewenst en voor woningbouw geldt het principe ‘bouwen voor migratiesaldo-nul’. Bij de opvang van de verstedelijkingsbehoefte wordt het accent sterker verlegd van nieuwe uitleg naar het bestaand stedelijk gebied, door in te zetten op herstructurering en onderhoud. Beheer en (her)ontwikkeling van de bestaande voorraad vragen specifieke aandacht. Er wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik door de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten.
Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten van de omgeving. Gemeenten en de provincie voeren in regionaal verband overleg om te komen tot een goede afstemming van de stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) binnen de regio. De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening is nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant, één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie Noord-Brabant om bovenstaande doelen te realiseren. In de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant zijn kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid vertaald in regels die van
UrbiTom
12
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
toepassing zijn op gemeentelijke bestemmingsplannen. De Interim Omgevingsverordening Noord Brabant wordt hierna besproken.
Conclusie Op de structuurvisiekaart ligt het plangebied in een gebied aangemerkt als ‘stedelijk gebied’ en voorziet in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. Dit zal in navolgende paragrafen verder verduidelijkt worden. Het plan past binnen het beleid van de SVRO.
4.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord Brabant In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is vastgelegd hoe de bevoegdheden op het gebied van ruimtelijke ordening zijn verdeeld tussen rijk, provincies en gemeenten. De provincie kan door middel van een planologische verordening regels formuleren waarmee gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening moeten houden. Tot voor kort was dit voor de provincie Noord-Brabant de Verordening ruimte Noord Brabant. Inmiddels is op 25 oktober 2019 een Interim Omgevingsverordening Noord Brabant vastgesteld. Deze Interim Omgevingsverordening loopt vooruit op het van kracht worden van de Omgevingswet. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening diverse provinciale verordeningen.
De Interim omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening water, Verordening wegen en ook de Verordening ruimte. De regels van de Interim Omgevingsverordening zijn er, in lijn met het beleid van de SVRO (die op termijn vervangen zal worden door de Omgevingsvisie), op gericht om het leeuwendeel van de stedelijke ontwikkelingen plaats te laten vinden in de stedelijke regio’s en in het bestaand stedelijk gebied. De begrenzingen van de stedelijke en landelijke regio’s zijn vastgelegd in de kaarten behorende bij de Interim Omgevingsverordening. In de verordening zijn ook het bestaand stedelijk gebied, de zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling en de ecologische hoofdstructuur begrensd. Het besluitgebied van voorliggend bestemmingsplan is op de kaarten behorende bij de Interim Omgevingsverordening aangeduid als stedelijk gebied. Het gebied is ook aangeduid als stalderingsgebied. Dit is voor het plangebied niet relevant, omdat hier geen stallen voorkomen. Voorts is aangegeven welke normen er gelden ten aanzien van wateroverlast in binnenstedelijk gebied. Hiermee is in de waterparagraaf van onderhavig bestemmingsplan rekening gehouden.
UrbiTom
13
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Conclusie Het voornemen tot ontwikkeling van de 10 woningen is in lijn met het beleid uit de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. Het is gesitueerd in stedelijk gebied en voldoet daarmee aan het beleid dat stedelijke ontwikkeling als hoofdregel alleen mogelijk is binnen vastgesteld bestaand stedelijk gebied en zodoende zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen. De woningbouw in het plan is opgenomen in het gemeentelijk woningbouwprogramma, zoals ook in de paragraaf over de gemeentelijke woonvisie in dit hoofdstuk wordt verduidelijkt.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie en Centrumplan Op 22 mei 2018 is de 'Omgevingsvisie gemeente Reusel-De Mierden' door de raad vastgesteld. Deze omgevingsvisie is de opvolger van de StructuurvisiePlus. Het thema van de, in september 2013 vastgestelde toekomstvisie voor de gemeente ReuselDe Mierden ‘Gezamenlijk, grenzeloos en groen’ is ook in de omgevingsvisie bepalend. In de raadsvergadering van 17 oktober 2017 is het centrumplan 'Nieuw hart voor Reusel' vastgesteld. Het centrumplan 'Nieuw hart voor Reusel' is een nadere concretisering van een de 'Centrumvisie Reusel, terug naar de kern' uit 2014. Dit nieuwe centrumplan biedt een gedegen basis voor de verdere uitwerking van de plannen waarvan in 2018 de eerste contouren zichtbaar worden. Het Centrumplan is een uitgangspunt voor de Omgevingsvisie en is hier in opgenomen. In de Omgevingsvisie staat over het Centrumplan aangegeven: Het nieuwe hart voor Reusel is gebaseerd op een thematische keuze van boodschappenplein aan de Markt en evenementenplein aan het Kerkplein. Door de afwaardering van de Wilhelminalaan is het mogelijk om de 'nieuwe Markt' over de Wilhelminalaan te leggen waardoor de zuidzijde van de Wilhelminalaan wordt verbonden met de noordzijde. Met voldoende aantrekkingskracht aan de zuidzijde ontstaat een dynamisch plein met winkels en branches die zich kunnen versterken en verder tot ontwikkeling kunnen komen.
Het Kerkplein wordt een verblijfsgebied met passende maatschappelijke-, culturele- en commerciële functies. De nieuwe groene inrichting moet bijdragen aan een plezierige omgeving waar het mogelijk is om met regelmaat evenementen of activiteiten te organiseren. De perifere detailhandel aan de Schoolstraat en de food- en fashion square aan de Brinck en de Kerkstraat worden via goede en veilige oversteekplaatsen en de herinrichting van het openbaar gebied met elkaar verbonden. De bestaande clustering van grootschalige horecavoorzieningen voor de jeugd aan de Wilhelminalaan kan gehandhaafd blijven. Op grotere afstand van het centrumgebied zijn geclusterd nog enkele locaties voor voorzieningen met een wijkfunctie (school, sport, zorg, gezondheid) gebundeld in brede-schoolconcepten of zorgconcepten. De clusteringsopgave voor de voorzieningen heeft al grotendeels plaatsgevonden. Het sportpark functioneert goed maar ontbeert een verkeersveilige langzaam verkeersroute met de dorpskern. Op diverse plaatsen ontstaan in de kern Reusel mogelijkheden voor transformatie en inbreiding. Het gaat daarbij onder meer om vrijkomende bedrijfskavels langs de linten, aan de
UrbiTom
14
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
randen van het bedrijventerrein De Lange Voren alsmede om cultuurhistorisch waardevolle gebouwen die voorzien kunnen worden van een nieuwe functie. De woningbouwopgave voor de kern Reusel kan opgevangen worden op deze inbreidingslocaties en in de nog in ontwikkeling zijnde woonwijk Molen Akkers.
Kaart Omgevingsvisie voor Reusel
UrbiTom
15
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Vanuit de visie in het Centrumplan zijn drie ambitiepunten te benoemen: Een bereikbaar en makkelijk boodschappendorp. Groener en meer gericht op verblijf. Verschillende sferen geven smaak aan het centrum.
Concept van het Centrumplan
Het centrumplan is vanuit een zestal deelgebieden uitgewerkt. Dit betreft de ‘nieuwe Markt’, het Kerkplein, de Schoolstraat, de Kerkstraat en de Brinck, de Horecaboulevard en De Lend. Conclusie De bebouwing in 2 lagen met kap aan de Wilhelminalaan past qua korrel en situering binnen de lintbebouwing, die ingevolge de Omgevingsvisie als historische structuur gerespecteerd dient te worden. Zoals in hoofdstuk 5 onder ‘bedrijfshinder’ verduidelijkt wordt, vormt het initiatief geen belemmering voor de horecazone, die is aangegeven in het Centrumplan en levert de horecazone ook geen bedrijfshinder op voor de woonbebouwing in het plan. Het openbaar gebied in het plan, waardoor Wilhelminalaan en Vlassert met elkaar verbonden worden, draagt bij aan eenvoudige bereikbaarheid, die hoort bij een dorp. Ook wordt bijgedragen aan vergroening, een belangrijk thema in de Omgevingsvisie en het Centrumplan. Door dit gebied aan de zijde van de Wilhelminalaan af te sluiten tijdens horeca-uren wordt echter wel voorkomen, dat overlast ontstaat in het plangebied en het woongebied ten noorden van het plangebied.
UrbiTom
16
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
4.3.2
Gemeente Reusel-De Mierden
Woonvisie 2018‐2023 De Woonvisie speelt in op de veranderingen in de woningmarkt door de crisis en na de crisis. Zij richt zich op vijf thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.
Prioriteiten stellen voor nieuwbouw; Voldoende betaalbare huur; Investeren in de bestaande voorraad; Wonen en zorg; Passende huisvesting voor arbeidsmigranten
Met name de thema’s ‘prioriteiten stellen in nieuwbouw’ en ‘voldoende betaalbare huur’ zijn van belang voor de ontwikkeling die door voorliggend bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt. Ambities bij het thema ‘prioriteiten stellen voor nieuwbouw’: De gemeente geeft invulling aan de verwachte woningbehoefte van 265 woningen in de periode 2018- 2023. Op basis van de verwachte demografische trends op kernniveau ziet de gemeente voor de periode 2018-2023 voor Reusel een woningbouwopgave van +175 woningen. Dit betreft streefcijfers. De behoefte wordt jaarlijks gemonitord en eventueel bijgesteld. De gemeente actualiseert het prioriteringsinstrument voor woningbouwinitiatieven, op basis van actueel woonwensenonderzoek en beleidsambities uit de Woonvisie. De gemeente inventariseert mogelijke transformatielocaties binnen de kom. Hieraan wordt prioriteit gegeven bij het toetsen van eventuele nieuwe woningbouwinitiatieven. Daarnaast worden uitgangspunten voor mogelijke vervolgstrategieën per locatie geformuleerd. Bij aantoonbare behoefte zijn we bereid om mee te denken over de mogelijkheden en voorwaarden om een locatie (al dan niet tijdelijk) voor Tiny Houses te realiseren. Nieuwbouw dient een bijdrage te leveren aan ons streven om op termijn als gemeente energieneutraal te zijn.
In samenwerking met ontwikkelende partijen willen we daarom in de komende woonvisie-periode tot een pilot komen waarbij uitsluitend gasloze woningen gerealiseerd worden. Dit doen we met de ambitie om in de periode daarna (na 2023) de stap te zetten naar volledig gasloze nieuwbouw. Met ontwikkelaars onderzoeken we per locatie de mogelijkheid om bij nieuwbouw een EPC-norm te hanteren die lager is dan het uitgangspunt in het Bouwbesluit (momenteel EPC = 0,41 ). Bij nieuwe woningbouwinitiatieven worden de kwaliteitseisen uit het Basispakket Woonkeur verplicht gesteld. Dit criterium wordt daarom ook opgenomen in het te actualiseren prioriteringsinstrument. Bij nieuwbouw voor levensloopgeschikte woningen zijn de kwaliteitseisen van Woonkeur Plus het uitgangspunt
UrbiTom
17
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Ambities bij het thema ‘Voldoende betaalbare huur’: De sociale huurvoorraad (< €710) wordt de komende tien jaar vergroot met minimaal 110 woningen, waarvan 75 woningen in Reusel. De bovengenoemde cijfers zijn streefcijfers. Het is belangrijk dit periodiek te monitoren en waar nodig bij te stellen. In de komende vijf jaar dient minimaal de helft van deze opgave gerealiseerd te worden. Er wordt een inhaalslag gemaakt om in voldoende sociale woningen te voorzien. Daarvoor wordt ten minste 60% van de nieuwbouwwoningen in het sociale segment gerealiseerd (koop < €195.000, huur < € 710). Wanneer de minimale opgave van 110 woningen (zoals hierboven genoemd) gerealiseerd is, wordt deze ambitie weer aangepast naar 40% sociale woningbouw op de totale nieuwbouwopgave (conform de regionale afspraken). Nieuwbouw van sociale huurwoningen dient zoveel mogelijk in het segment tot de aftoppingsgrenzen gerealiseerd te worden, om in te spelen op de toenemende vraag naar betaalbare huurwoningen. Voor kleine woningen streven we naar een maximale huurprijs van €592 (1e aftoppingsgrens), voor gezinswoningen maximaal €635 (2e aftoppingsgrens). Het aanbod aan kleine wooneenheden binnen de sociale huur dient te worden vergroot. Dit kan zowel door nieuwbouw als transformatie binnen de bestaande voorraad.
Het is belangrijk dat deze woningen een zekere flexibiliteit kennen (bijvoorbeeld de mogelijkheid om kleinere wooneenheden op een later moment weer samen te voegen, als daar vraag naar is). Corporaties behouden ruimte om huurwoningen te verkopen. Dit dient echter wel gecompenseerd te worden met toevoegingen in gelijke mate (hetzij via nieuwbouw of transformatie). De gemeentelijke taakstelling voor vergunninghouders dient in de basis voor 100% door de sociale huur ingevuld te worden. De taakstelling vergunninghouders wordt over de aanbieders van sociale huisvesting in de gemeente verdeeld, naar rato van hun huidige aandeel in de woningvoorraad in de gemeente. Corporaties plegen maximale inzet om langdurig leegstaande huurwoningen te verhuren (in eerste instantie aan de primaire doelgroep). Indien dit niet lukt, kijken corporaties en gemeente samen naar een passende oplossing van de leegstand. Corporaties zijn actief op het vlak van leefbaarheid in buurten waar zij bezit hebben. Het gaat om het creëren van een woonomgeving die schoon, heel en veilig is (bijvoorbeeld door het tegengaan van overlast door huurders of het signaleren van sociale problematiek bij huurders). In haar principebesluit van 9 februari 2019 heeft de gemeente aangegeven mee te willen werken aan het initiatief.
Hierbij is uitgesproken dat het percentage sociale woningbouw beperkt kan blijven tot 28%, wat aanmerkelijk minder is dan de 60% die gehanteerd wordt in de ‘Beleidsregels beoordeling woningbouwinitiatieven’. Dit wordt gedaan omdat er twee ontwikkelingen tegelijk in het plangebied spelen (woningbouw en een groenstrook met belangrijke nutsvoorzieningen) en de gemeente wil voorkomen dat de ene ontwikkeling ertoe leidt dat de andere ontwikkeling niet, of in mindere mate, plaats kan vinden.
UrbiTom
18
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Conclusie Met het initiatief waarvoor voorliggend bestemmingsplan is opgesteld, kan invulling worden gegeven aan de ambities, die zijn vastgelegd in de Woonvisie. Alleen het percentage sociale woningbouw is in afwijking van deze ambities: 4 grondgebonden woningen worden in de sociale sector gerealiseerd en 10 appartementen in de vrije sector. De gemeente kan hiermee instemmen, omdat er twee ontwikkelingen tegelijk in het plangebied spelen (woningbouw en een groenstrook met belangrijke nutsvoorzieningen) en de gemeente wil voorkomen dat de ene ontwikkeling ertoe leidt dat de andere ontwikkeling niet, of in mindere mate, plaats kan vinden.
4.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.4.1
Algemeen In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. In dat artikel is bepaald dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: 1 Het plan dient te voorzien in een actuele regionale behoefte. 2 Indien er sprake is van een actuele behoefte, dient te worden beschreven in hoeverre in die behoefte kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio, door herstructurering, transformatie of anderszins. 3 Indien blijkt dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden, dient te worden beschreven in hoeverre deze plaatsvindt op een passende locatie buiten het stedelijk gebied. In de voorgaande paragrafen is uitgebreid beschreven hoe het initiatief zich verhoudt tot het provinciale en gemeentelijke beleid. Hierna wordt het initiatief puntsgewijs getoetst aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
4.4.2
Toetsing initiatief Op grond van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' is voor onderhavig initiatief de volgende afweging gemaakt. 1. Het plan dient te voorzien in een actuele regionale behoefte. In de Woonvisie 2018– 2023 van de gemeente Reusel-De Mierden worden 5 thema’s benoemd. 1. Prioriteiten stellen voor nieuwbouw; 2. Voldoende betaalbare huur; 3. Investeren in de bestaande voorraad; 4. Wonen en zorg; 5. Passende huisvesting voor arbeidsmigranten Voor deze opgaven zijn doelen geformuleerd en is een uitvoeringsprogramma opgesteld.
UrbiTom
19
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Op basis van de verwachte demografische trends op kernniveau ziet de gemeente voor de periode 2018-2023 voor Reusel een woningbouwopgave van +175 woningen. Dit betreft streefcijfers. De behoefte wordt jaarlijks gemonitord en eventueel bijgesteld. In het woningbouwprogramma zijn de 14 woningen opgenomen, die worden gerealiseerd in het plangebied. 28% van deze woningen betreffen sociale woningen, waarmee wordt bijgedragen aan de grote behoefte aan woningen in dit segment in Reusel. 2. Kan in de beschreven behoefte worden voorzien in stedelijk gebied?. Het plan is gesitueerd binnen het bestaand stedelijk gebied van Reusel en betreft inbreiding/verdichting op een bestaand perceel dat in nu gebruik is voor wonen en groen. Dit grondgebruik blijft in de toekomstige situatie hetzelfde. Conclusie Op basis van bovenstaande overwegingen kan worden geconcludeerd dat sprake is van een zorgvuldige afweging, die past binnen het provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskader en die voldoet aan het afwegingskader van de in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
4.5
Conclusie De provincie stelt in haar beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling van Reusel dat het bestaand stedelijk gebied een belangrijke rol vervult voor het accommoderen van de stedelijke ruimtevraag. Stedelijke herstructurerings- en intensiveringprocessen zijn in principe overal binnen het bestaand stedelijk gebied mogelijk. De voorgestane herontwikkeling van het plangebied past derhalve binnen het provinciaal beleid. Het initiatief past qua schaal en massavorm binnen de structuur van het oude bebouwingslint van de Wilhelminalaan. Het gaat om een bestaande woningbouwlocatie in stedelijk gebied, waar kwaliteit wordt toegevoegd. Het initiatief wijkt voor wat betreft de situering van de bestemmingsvlakken en bebouwingsvlakken af van het geldende bestemmingsplan. Derhalve is onderhavige bestemmingsplanherziening opgesteld.
UrbiTom
20
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
5
Gemeente Reusel-De Mierden
Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
5.1
Bodem
5.1.1
Verkennend onderzoek Lankelma Geotechniek Zuid B.V. heeft in juni 2019 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). De rapportage is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De conclusies zijn hieronder weergegeven. Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 4,5 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn zintuiglijk bijmengingen met baksteen, metaal, keien en metselpuin aangetroffen. Ter plaatse van boringen B02, B07 en B08 is een laag met volledig repac (menggranulaat) aangetroffen. Ter plaatse van asbestgaten ABG01 t/m ABG03 is een laag met volledig baksteen aangetroffen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond In de bovengrond zijn analytisch licht verhoogde gehalten met cadmium, koper, lood en zink aangetoond.
Deze concentraties overschrijden de achtergrondwaarden, doch overschrijden de interventiewaarden niet In de ondergrond zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwater zijn analytisch een licht verhoogde gehalten met barium en zink aangetoond. Deze concentraties overschrijden de streefwaarden doch niet de interventiewaarden.
UrbiTom
21
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Asbest in grond In de grond ter plaatse van asbestgaten ABG04 t/m ABG07 zijn in de fijne fractie analytisch asbesthoudende materialen aangetoond. Dit gehalte overschrijdt de detectiegrens, doch ligt onder de helft van de interventiewaarde. In de grond ter plaatse van asbestgaten ABG08 t/m ABG10 zijn analytisch geen asbesthoudende materialen aangetoond. De concentratie ligt onder de detectiegrens. Formeel wordt de grond als niet-asbestverdacht beschouwd. Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde. Toetsing hypothese grond en grondwater De hypothese ‘heterogeen diffuus verdacht’ dient op basis van de resultaten formeel gezien te worden aanvaard. Er zijn slechts licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater aangetroffen. Toetsing hypothese asbest De hypothese ‘Diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging’ dient op basis van de resultaten formeel gezien te worden aanvaard. Er is slechts een licht verhoogd gehalte met asbest in de grond aangetroffen. Conclusie Middels het bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk.
Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, naar het inzicht van het onderzoeksbureau, vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken: wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten. Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring). Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond indicatief als klasse AW2000 dan wel wonen en de ondergrond indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden; het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag.
5.2
Archeologie Voor plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied 2018’. Binnen dit bestemmingsplan geldt voor het gehele plangebied, zoals opgenomen in onderhavig bestemmingsplan, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Hiermee staat al vast dat er archeologische waarden aanwezig zijn.
UrbiTom
22
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Vanwege de reeds vastgestelde waarde archeologie voor dit gebied, is – ten behoeve van de efficiëntie – ervoor gekozen om een Programma van Eisen op te stellen, waarin tevens een beknopt bureauonderzoek is opgenomen. Op basis van dit PvE, inclusief beknopt bureauonderzoek, zal de bevoegde overheid echter eerst een besluit nemen wat betreft het of, en zo ja, hoe het uit te voeren vervolgonderzoek vormgegeven dient te worden. Op basis van de resultaten van het beknopte bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied grotendeels een hoge verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten. Dit is gebaseerd op de aanwezigheid van een relatief gave bodemopbouw in de gebieden rondom het plangebied, en de aanwezigheid van een Middeleeuwse nederzetting en resten uit de Bronstijd – Vroege-Middeleeuwen vlakbij het plangebied. De kans is hiermee groot dat in het plangebied ook archeologische resten aanwezig kunnen zijn uit met name de Bronstijd – Vroege-Middeleeuwen. Dit sluit echter resten uit andere archeologische perioden niet uit. In hoeverre daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn binnen het plangebied is mede afhankelijk van de mate van intactheid van de bodem in het plangebied. Ter plaatse van de huidige bebouwing kan het bodemarchief vermoedelijk al zijn aangetast, maar tot op welke diepte is nog onbekend.
Vooralsnog wordt hier dan ook de hoge verwachting op archeologische resten gehandhaafd. Met het Programma van Eisen (KNA 4.1, protocol 4001 Programma van Eisen) wordt in een van de randvoorwaarden voor het uitvoeren van dit archeologisch onderzoek voorzien (KNA 4.1, protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek, proefsleuven). Het onderzoek wordt conform de eisen van de bevoegde overheid en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1) uitgevoerd. Het programma van eisen is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd en dient op voorhand door de bevoegde overheid te zijn vastgesteld alvorens het onderzoek kan plaatsvinden. Voordat tot de bouw van de woningen wordt overgegaan, zal door middel van nader archeologisch onderzoek (proefsleuvenonderzoek, al dan niet met doorstart naar een opgraving) worden aangetoond dat er geen archeologische waarden (meer) in het geding zijn. Om de mogelijke archeologische waarden veilig te stellen, is (in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan) in onderhavig bestemmingsplan voorzien in een dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 2’.
UrbiTom
23
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
5.3
Water
5.3.1
Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. Hiervoor is navolgende watertoets opgesteld.
5.3.2
Waterrelevant beleid De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap De Dommel en de gemeente Reusel - De Mierden. Beleid Waterschap Waterschap De Dommel heeft in 2015 het Waterbeheerplan 2016-2021 ‘waardevol water’ vastgesteld. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. In dit waterbeheerplan is een indeling gemaakt in de volgende thema’s: - droge voeten - schoon water - voldoende water - mooi water - natuurlijk water Aansluitend op het waterbeheerplan hebben de drie Brabantse waterschappen sinds 1 maart 2015 de beschikking over één gezamenlijke verordening. Dit betreft de zogenaamde Brabant Keur. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst het Waterschap op hydrologische effecten, waarbij het hydrologisch neutraal ontwikkelen het uitgangspunt is. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Daarnaast is het streven om het schone en het verontreinigde water zoveel mogelijk te scheiden.
In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van de verharde oppervlakte of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: - Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; - de toename van het verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 is, of; - de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; - de toename van het verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel. Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoelig‐ heidsfactor x 0,06.
UrbiTom
24
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Beleid Gemeente Reusel ‐ De Mierden Het waterbeleid van de gemeente Reusel - De Mierden is opgenomen in het (verbreed) gemeentelijk rioleringsplan 2017-2021 (vGRP). Het vGRP beschrijft het beleid, de ambities en de te nemen maatregelen ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater binnen de gemeente. Hemelwater mag niet worden geloosd op het vuilwaterriool. Het hemelwater dient daarom in de bodem te infiltreren of te worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Op plaatsen waar sprake is van grote dakoppervlakten wordt rechtstreekse (gebufferde) lozing van dakwater naar de bodem of naar oppervlaktewater aanbevolen. Voor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente naar het toepassen van zuiverende voorzieningen in de vorm van een bodem/ bermpassage, alvorens het naar het oppervlaktewater wordt geloosd. 5.3.3
Locatiestudie Het plangebied wordt gevormd door de percelen kadastraal bekend gemeente Reusel-De Mierden, sectie A, nummers 3019, 4875, 4877 en 5316 (klein gedeelte), 5317, 5318 (gedeeltelijk) en 5319 (klein gedeelte). Aan de westzijde grenst het aan een discotheek, aan de noordzijde aan de woonpercelen van de Vlassert, aan de oostzijde aan woonpercelen aan de Wilhelminalaan en aan de zuidzijde aan de openbare ruimte van de Wilhelminalaan. Toename verharding en noodzaak waterberging Door de ontwikkeling is er sprake van een beperkte verhardingstoename in het plangebied van ca. 880 m2:
Bebouwing Verharde buitenruimte Totaal verhard oppervlak Onverhard oppervlak Totaal perceelsoppervlak
Huidige situatie (m2) 310 320
Toekomstige situatie (m2) 410 1100
630
1510
1245
365
1875
1875
Verhard-onverhard – bestaande situatie
Verhard-onverhard – nieuwe situatie (achtertuinen Grondgebonden woningen voor 50% als groen meegerekend) UrbiTom
25
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
Met behulp van een eenvoudige rekenregel uit de Algemene Regel, behorend bij de Keuren van de drie Brabantse waterschappen, kan de vereiste compensatie per ontwikkelscenario berekend worden. Hierbij is voor ontwikkelingen, waarvan de toename van het verhard oppervlak minder dan 2.000 m2 bedraagt, geen compenserende waterberging vereist. De hydrologische gevolgen van de ontwikkelingen, kleiner dan 2.000 m2, zijn voor het ontvangende watersysteem namelijk beperkt. Tevens zou bij ontwikkelingen van deze omvang noodzakelijke compensatie bij een geïsoleerde voorziening resulteren in een voorziening die slecht beheer(s)baar is en weinig zekerheid op functioneren biedt. Er is dus op basis van de keur van het waterschap geen compenserende waterberging vanuit het Waterschap vereist. Op basis van het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in het vGRP 2017-2021 is de perceeleigenaar echter zelf verantwoordelijk voor verwerking van hemelwater op zijn eigen perceel. De gemeente Reusel- De Mierden hanteert het principe dat ontwikkelingen onder de 2.000 m² toch een compensatieopgave krijgen opgelegd van 15 mm voor de verhardingstoename. Voor het plangebied is de volgende rekensom te maken: 880 m2 * 0,015 m = 13.2 m3 benodigde berging. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in het gebied bedraagt (gebaseerd op grondwatertrap VII) ca. 0.80 cm -/- mv.
Gerealiseerde wateropvang boven dit grondwaterniveau kan als berging worden aangemerkt. Uitgaande van een wadi of greppel met een diepte in het midden van 0.8 m en een waking van 0.1 m, kan 0.7 m als berging worden beschouwd. Bij een uitvoering met een bodembreedte van 1m en taluds 1:1, hoeft de wadi/greppel slechts een lengte van 13.2/0.7/2 = ca. 9.5 m te hebben om voldoende berging te realiseren. Deze voorziening kan qua omvang eenvoudig gerealiseerd worden in het aan te leggen groengebied. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg geen gebruik maken van uitloogbare materialen, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. De aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel zal gerealiseerd worden met een gescheiden rioleringssysteem voor hemel- en vuilwater. In de Vlassert ligt een gescheiden stelsel, maar dit loopt niet tot aan het plangebied. Voor aansluitingen zal dit riool verlengd moeten worden. De Wilhelminalaan is voorzien van een ouder, gemengd stelsel. Indien hier wordt aangesloten, dan wordt er in ieder geval voor zorggedragen, dat op eigen terrein een gescheiden stelsel aanwezig is, dat kan worden verbonden met een toekomstig gescheiden stelsel in de Wilhelminalaan. Verdere aanvullende voorzieningen hoeven niet getroffen te worden.
Conclusie In het kader van de planprocedure zijn de gevolgen ten aanzien van de waterhuishouding inzichtelijk gemaakt en de daaruit voortkomende waterbergingsbehoefte. Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggend initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water. Op basis van het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in het vGRP 2017-2021 is de perceeleigenaar echter zelf verantwoordelijk voor verwerking van hemelwater op zijn eigen perceel. De gemeente Reusel- De Mierden hanteert het principe dat ontwikkelingen onder de
UrbiTom
26
Bestemmingsplan Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel
Gemeente Reusel-De Mierden
2.000 m² toch een compensatieopgave krijgen opgelegd van 15 mm voor de verhardingstoename. Voor het plangebied is daarom 13,2 m3 berging benodigd. Deze kan (bij een GHG van 0.8 m -/- mv en een waking van 10 cm) gerealiseerd worden in een greppel met een bodembreedte van 1 m, taluds 1:1 en een lengte van ca. 9.5 m. Deze voorziening kan qua omvang eenvoudig gerealiseerd worden in het, in het plangebied aan te leggen, groengebied.
5.4
Geluid
5.4.1
Algemeen Tritium Advies heeft in juni 2019 een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw aan Wilhelminalaan 71A - 75 te Reusel (4 grondgebonden woningen en een appartementengebouw met 10 appartementen). De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het onderzoek is derhalve uitgevoerd ten behoeve van een juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Wilhelminalaan. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van de 30 km/uur weg Vlassert. Het rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Navolgend zijn de conclusies weergegeven. Voor de Vlassert geldt dat de geluidbelasting, ten gevolge van het wegverkeer op deze weg, de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de Wilhelminalaan geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Daarom is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoeten.