CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[20.22786] - Ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk gebied, Hondsbos 21 Reusel”, toelichting en regels

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Bestemmingsplan "Stedelijk gebied, Hondsbos 21 Reusel"20.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

44

categorie

grenswaarde

2018

2020

2030

jaargemiddelde concentratie NO2

40 µg/m³

17,4

15,4

9,9

jaargemiddelde concentratie PM10

40 µg/m³

19,4

18,5

14,8

jaargemiddelde concentratie PM2.5

25 µg/m³

12,0

11,2

8,2

35

7,1

6,5

6,0

overschrijdingsdagen per jaargemiddelde concentratie PM10

Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat aan alle grenswaarden wordt voldaan. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.

5.1.6.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.7

Volksgezondheid

5.1.7.1 Inleiding Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van veehouderijen, boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst.

5.1.7.2 Veehouderijen Bij het beoordelen van de effecten van veehouderijen op de volksgezondheid wordt onderscheid gemaakt in endotoxinen en geitenhouderijen. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 - die bedoeld is bij de nieuwvestiging of verandering van veehouderijen - biedt een stappenplan dat ook deels geschikt is voor de beoordeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van veehouderijen.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

45

Endotoxinen Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een giftig effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Endotoxinen komen vaak voor in fijnstof van intensieve veehouderijen. Conform stap 5 van het stappenplan moet de ligging van het initiatief ten opzichte van veehouderijen worden beoordeeld. Bij een afstand van meer dan 1 kilometer tot pluimveehouderijen en van meer dan 250 meter tot overige veehouderijen (behoudens geitenhouderijen) is er geen gevaar voor de volksgezondheid als gevolg van endotoxinen. Het Bestand Veehouderijbedrijven biedt de benodigde gegevens van de veehouderijen. Analyse Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. In een straal van 1000 meter rondom het plangebied zijn geen pluimveehouderijen actief. Bovendien liggen er geen overige veehouderijen binnen 250 meter van het plangebied. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect endotoxinen plaats te vinden. Er is sprake van een gezonde leefomgeving ten aanzien van endotoxinen. Geitenhouderijen Uit onderzoek is gebleken dat omwonenden in een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogde kans hebben op longontsteking. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen moet beoordeeld worden of er een effect is op de volksgezondheid.

Analyse Op circa 1900 meter van het initiatief is een geitenhouderij gesitueerd op het adres De Baan 3 in Hooge Mierde. Op basis van verschillende onderzoeken is aangetoond dat er verhoogde gezondheidsrisico's zijn wanneer in de nabijheid van een geitenhouderij gewoond wordt. In dit geval worden slechts twee woningen opgericht, binnen het bestaand stedelijk gebied. Het stedelijk gebied is de aangewezen plaats voor het realiseren van nieuwe woningen. Bovendien is ook ten aanzien van planologische- en milieuaspecten aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Vanwege de kleinschaligheid van het plan, de afstand tot de veehouderij locatie alsmede bestaande tussenliggende bebouwing zal het gezondheidsrisico slechts marginaal toenemen. Gelet op het voorgaande is de beoogde ontwikkeling aanvaardbaar.

46

5.1.7.3 Boom- en fruitteelt Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Analyse Het plan leidt tot het toevoegen van twee woningen waar personen gedurende langere tijd verblijven. Binnen 50 meter rondom het plangebied zijn geen kwekerijen aanwezig of kunnen kwekerijen worden ontwikkeld. Geconcludeerd wordt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones als gevolg van boom- en fruitteelt.

5.1.7.4 Hoogspanningsverbindingen De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Analyse Het plan leidt tot het toevoegen van twee woningen waar kinderen gedurende langere tijd verblijven. Desalniettemin wordt opgemerkt dat er sprake is van een zeer grote afstand tot hoogspanningsverbindingen, namelijk ruim 8.000 meter, en dat het schadelijke magneetveld zich tot maximaal enkele honderden meters van de hoogspanningsverbinding uitstrekt. Er is geen nader onderzoek nodig.

5.1.7.5 Conclusie Het aspect volksgezondheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

47

5.1.8

Milieueffectrapportage

5.1.8.1 Inleiding Per 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Deze wijziging geldt voor alle aanvragen na 16 mei 2017, omdat er een directe werking van het Europese recht geldt. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 

Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten;

Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.

Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' uit voeren. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten er toch een MER moet worden opgesteld. ln artikel 7.16, tweede tot en met vierde lid van de Wet milieubeheer, staat welke informatie over de voorgenomen activiteit in de mededeling van de initiatiefnemer moet zijn opgenomen. Bij het opstellen van deze informatie moet ook rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage lll bij de Europese mer-richtlijn. Voor het plan moet een besluit op de vormvrije mer-procedure 'kleinschalige woningbouw' worden genomen.

48

5.1.8.2 Analyse De geplande ontwikkeling van het kleinschalige woningbouwproject leidt, ten opzichte van plaatselijk al vergunde dan wel bekende situatie, niet tot een verdere beïnvloeding van de natuurwaarden of het abiotische milieu in de directe omgeving van de ontwikkeling. Dergelijke ontwikkelingen leiden niet tot bijzondere omstandigheden die bepalend zijn om tot het laten opstellen van een milieueffectrapport te besluiten. De omstandigheden waaronder de voorgenomen ontwikkelingen worden ondernomen leiden niet tot zodanige nadelige gevolgen voor het milieu dat het opstellen van een milieueffectrapport noodzakelijk is. Op 11 oktober 2019 hebben burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden geconcludeerd dat voor onderhavig voornemen het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk is. Dit besluit is als bijlage 4 toegevoegd.

5.1.8.3 Conclusie Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Het plan heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen.

5.2

Waarden

5.2.1

Archeologie

5.2.1.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.

5.2.1.2 Analyse Voor een deel van de gronden waarop de woningbouw voorzien is, geldt een archeologische dubbelbestemming. De bestemming ‘Waarde – Archeologie 4.1’ is toegekend aan de oostzijde van het perceel. Voor deze gronden gelden een aantal beperkingen ter instandhouding en bescherming van in de grond verwachte archeologische waarden. Voor de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4.1’ gelden deze beperkingen bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m² en een diepte van meer dan 0,3 m-mv.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

49

Voor de zuidelijk deel van het perceel is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. In 2011 is er voor het gebied waar nu de zuidelijke woning is gepland door ADC Archeoprojecten een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (bijlage 5). In het beoordelingsadvies van de SRE Milieudienst is destijds aangegeven dat de kans op archeologie ter plaatse nog altijd hoog is, ondanks de omgewerkte bouwvoor. Er werd dan ook niet ingestemd met de conclusie van ADC om de archeologische verwachting ter plaatse naar laag bij te stellen. Geadviseerd werd om nader onderzoek uit te voeren indien er bodemingrepen zouden plaatsvinden die dieper gingen dan 30 cm en groter dan 500 m². Dit advies geldt nog steeds. Onderhavig planvoornemen heeft betrekking op de bouw van twee levensloopbestendige woningen. De geprojecteerde woningen hebben beiden een omvang van circa 150 m². Het oppervlakte waar bodemingrepen plaatsvinden bedraagt daarmee in totaal 300 m². Voor zover eventuele bijgebouwen worden opgericht zullen deze niet of nauwelijks worden gefundeerd. Derhalve wordt met het voornemen ruimschoots onder de grens voor archeologisch onderzoek gebleven. Op basis van het planvoornemen en de geldende archeologische dubbelbestemming wordt dan ook geconcludeerd dat archeologisch onderzoek niet aan de orde is en met het plan geen sprake is van aantasting van archeologische waarden.

Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister.

5.2.1.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.2.2

Cultuurhistorie

5.2.2.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.

50

5.2.2.2 Analyse Algemeen Het pand Hondsbos 21 is opgenomen op de Lijst van Beeldbepalende panden 2002 van de gemeente Reusel-De Mierden. De karakteristieke woning heeft een landelijke uitstraling en is grotendeels opgetrokken uit hout. Het object bevat (sobere) kenmerken van traditionalisme en chaletstijl. Echter weerspreekt het bouwjaar (1957) de keuze voor de bouwstijlcombinatie. Bovendien zijn de vele verspringingen (erker, hoekjes, kleurgebruik, etc.) in de gevel niet typisch aan de originele chaletstijl. Het neigt naar een eigentijdse invulling van de twee stijlen welke heeft geleid tot een uitzonderlijk object welke de combinatie tussen de twee romantiseert. Het object valt hierdoor niet specifiek te classificeren tot een kenmerkende en klassieke bouwstijl. In het ‘Overzicht van archeologisch waardevolle gebieden, cultuurhistorische ensembles en aardkundige waarden in Reusel-De Mierden’ is het volgende opgenomen over de locatie: “7.31.9.111 Varia MIP Klein industrieel complex met bedrijfsgebouwen en dienstwoningen, gelegen aan de grensovergang in de voormalige tramlijn EindhovenTurnhout. De tramlijn werd in 1897 aangelegd door de N.V. tramwegmaatschappij "De Meierij". Omdat wettelijk was voorgeschreven dat passagiers en goederen aan de grens van tram moesten wisselen, werden ter plaatse faciliteiten voor douane, tramverkeer en trampersoneel ingericht.

Na 1929 had de lijn zware concurrentie van busdiensten. In 1935 werden de laatste passagiers vervoerd. In 1937 passeerde de laatste vracht. Het complex omvat enkele monumentale gebouwen in de zogenaamde "chaletstijl", waaronder het station met douanegebouw en dienstwoning, de dienstwoning van de stationschef en de tramremise (1890). De tramrails zijn verwijderd. Bos De Kempengemeenten, waaronder Reusel-De Mierden, hebben de beschikking over een Erfgoedkaart. Behoudens een aanduiding van het landschapstype, fysisch landschap: Lage Mierde, zijn er op de Erfgoedkaart geen specifieke kwaliteiten voor het perceel Hondsbos 21 benoemd.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

51

Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant is de straat Hondsbos aangewezen als ‘Historische geografie – lijnen; Lijn van redelijk hoge waarde’. Deze waarde heeft met name betrekking op de positie van de straat in het stedelijk weefsel. Deze uit zich in ligging, richting, profiel et cetera. Het bos heeft ‘an sich’ geen cultuurhistorische waarde. De gemeente is echter wel van mening dat het bos de waarde van de staart als lijn ondersteunt en versterkt. Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan is dan ook in hoge mate rekening gehouden met de waarde van het (rest)bos. Hierbij is de nadruk gelegd op de landschappelijke (ruimtelijke) waarde van het bos. De woningen zijn dan ook zodanig gepositioneerd, dat het bos vanaf de straat gezien niet of nauwelijks wordt aangetast. De stroken bos die aan de weg grenzen, zijn zodanig breed dat deze daadwerkelijk als ‘bos’ worden ervaren. Men zal de woningen vanaf de straat dan ook niet of nauwelijks waarnemen. De ervaring van de stroken als ‘bos’ kan nog eens worden versterkt door het aanbrengen van een onder beplanting. Deze dient een halfgesloten tot gesloten karakter te hebben. Bebouwing De kavels van de nieuw te realiseren woningen zijn op een afstand van ruim 30 meter van de bestaande woning gelegen.

Gezien deze afstand en de groene perceelsinrichting zullen de nieuw te realiseren woningen geen afbreuk doen aan het beeldbepalend pand Hondsbos 21. Daarnaast zijn in overleg met de gemeente afspraken gemaakt over de sloop van de bedrijfsbebouwing op de locatie. Gezien de geschiedenis en daarmee cultuurhistorische waarde van het gehele ensemble prevaleert behoud van het merendeel van de gebouwen. De gebouwen zijn daarnaast uitgevoerd in een landelijke stijl, gebruikmakend van houten geveldelen en gebakken pannen. Mede door de bouwstijl vormt het ensemble één geheel. Bij de herontwikkeling van de locatie wordt de bedrijfsmatige functie beëindigd en wordt het in onderstaande afbeelding aangeduide bedrijfsgebouw (ca. 280 m²) gesloopt.

52

Het te slopen bedrijfsgebouw heeft geen cultuurhistorische waarde. Zoals hierboven reeds gemeld geldt de cultuurhistorische waarde sec genomen alleen voor de straat zelf. De gemeente is echter van mening dat het ensemble wel degelijk beeldbepalend is en daarmee expliciete cultuurhistorische waarde heeft. Om die reden is bij de ontwikkeling van het plan het ensemble ook met respect behandeld en blijft het overgrote deel hiervan behouden. Naast behoud vindt de gemeente Reusel-De Mierden het echter ook belangrijk dat overtollige bebouwing gesloopt wordt. In het algemeen is dit ook een eis die gekoppeld is aan het toestaan van het ontwikkelen van nieuwe woningen. Het meest noordwestelijke ensemble maakt naar inzicht van de gemeente geen onderdeel uit van het waardevolle, ruimtelijke ensemble. Dit gebouw wordt namelijk bijna geheel aan het zicht onttrokken door het zuidelijk hiervan gelegen bijgebouw. De ruimtelijke waarde van dit gebouw is dus beperkt. Om die reden is de gemeente van mening dat de waarde van het slopen van het overtollige volume zwaarder weegt dan het behoud van dit gebouw.

5.2.2.3 Conclusie Aan de aanwezige cultuurhistorische waarden wordt met de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk gedaan. De cultuurhistorische waarde van het bestaande bebouwingsensemble Hondsbos 21 wordt gerespecteerd en met de nieuwe woningen wordt voldoende afstand gehouden tot deze objecten.

5.2.3

Natuurwaarden

5.2.3.1 Inleiding Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen: 

gebiedsbescherming;

soortenbescherming;

bescherming van houtopstanden.

5.2.3.2 Analyse Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan enerzijds om verstorende effecten zoals geluid, licht en trillingen op natuurgebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland en anderzijds om stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

53

Verstorende effecten Gezien de aard en omvang van het plan en de afstand tot Natuurnetwerk Nederland kan worden geconcludeerd dat het plan geen verstorende effecten heeft op gebieden behorende tot Natuurnetwerk Nederland. Stikstofdepositie Bijlage 6 bevat het stikstofdepositie-onderzoek waarin zowel de bouwfase als de gebruiksfase zijn beoordeeld. Daaruit volgt dat het plan geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden heeft. Soortenbescherming Bij ontwikkeling van het initiatief kunnen natuurwaarden in het gebied verstoord worden. Middels een Quickscan natuurwaarden dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. Staro Natuur en Buitengebied uit Gemert heeft een quickscan flora en fauna uitgevoerd: rapport "Quickscan flora en fauna Hondsbos 21 te Reusel" (augustus 2019, P19-0238). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 7. Staro Natuur en Buitengebied concludeert dat t overtreding van de Wet natuurbescherming bij uitvoering van de voorgenomen plannen kan worden voorkomen door de volgende maatregelen te nemen: 1. Voor Alpenwatersalamander wordt gewerkt met een goedgekeurde gedragscode. Dit houdt in dat graafwerkzaamheden op plaatsen waar Alpenwatersalamander kan overwinteren en het verwijderen van struiken en takken van de bodem alleen kunnen plaatsvinden tussen 15 april en 15 oktober.

Wanneer takken en stuiken van de bodem zijn verwijderd, dan is het gebied ongeschikt als overwinteringsplaats voor Alpenwatersalamander. In dat geval zijn graafwerkzaamheden niet aan een periode gebonden. 2. Voor vleermuizen worden de bomen geïnspecteerd op de aanwezigheid van holtes voorafgaand aan de kap. Dit moet bij voorkeur gebeuren na half oktober in verband met het vallen van het blad. Indien (potentieel geschikte) vleermuisverblijfplaatsen worden aangetroffen moet nader vleermuisonderzoek worden gedaan. Met dit onderzoek kunnen de effecten worden bepaald en of een ontheffing en mitigerende maatregelen nodig zijn. 3. Voor vogels de bomen en struiken worden gekapt wanneer geen broedgeval aanwezig is en buiten het broedseizoen. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli. Bovendien zal eerst de boominspectie (zie vorige punt) moeten zijn uitgevoerd.

54

4. Een stikstofberekening met het rekenprogramma Aerius-calculator is nodig om de eventuele toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken. Tot slot wordt opgemerkt dat de zorgplicht als genoemd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming te allen tijde van toepassing is. Bescherming van houtopstanden Het plan omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.

5.2.3.3 Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.3

Waterparagraaf

5.3.1

Inleiding

Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap De Dommel. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets. De waterparagraaf beschrijft zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater).

5.3.2

Beleid

5.3.2.1 Nationaal niveau 

Het Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

55

5.3.2.2 Provinciaal niveau 

Het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 Dit plan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Noord-Brabant voor de periode 2016-2021. Naast beleidskader is het Provinciaal Waterplan ook toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water. Bovendien dient het plan als structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening.

5.3.2.3 Waterschap De Dommel Onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap De Dommel. Het waterschapsbeleid is onder meer beschreven in: 

Het Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' is een strategisch document. Hierin wordt aangegeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe het waterschap dit wil bereiken. Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021.

Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is in de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 2000 m² stelt het waterschap geen nadere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid. 2. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 2000 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) 3. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig.

56

De notitie Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk De beleidsnotitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk’ maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Het bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische consequenties te compenseren. Tevens zijn de navolgende toetsaspecten opgenomen: 1. afvoer uit het gebied; 2. oppervlaktewaterstanden; 3. overlast/schade; 4. grondwateraanvulling; 5. grondwaterstanden.

5.3.3

Watertoets

Door de beoogde realisatie van het planvoornemen neemt het verhard oppervlak toe. Er worden twee nieuwe woningen gerealiseerd op gronden die op dit moment onbebouwd zijn. Het dakoppervlak en de verharding (bestrating) veroorzaken de toename van verhard oppervlak. De nieuwe woningen worden gerealiseerd op ruime percelen, die zijn gelegen in een groene setting. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in de omgeving van het gebied bedraagt > 60 cm –mv. Het gebied staat niet bekend als kwelgebied. Gezien deze bodemkenmerken zijn de gronden geschikt voor infiltratie van hemelwater. In de nieuwe situatie wordt circa 500 m² (± 2 x 250 m²) aan nieuwe gebouwen en verharding gerealiseerd. Dit wordt in z'n geheel gezien als een toename aan verhard oppervlak, ondanks dat tevens sprake is van sloop van een bedrijfsgebouw op de locatie, waar verhard oppervlak verdwijnt (ca. 280 m2). Tevens zal de verharding naar verwachting voor een groot deel uitgevoerd worden als grind, in aansluiting bij de reeds bestaande wijze van bestraten. Bij grindverharding blijft infiltratie ter plaatse mogelijk. In aansluiting op het landelijke beleid (NW4, WB21) hanteert het waterschap de Dommel het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht dient te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater.

Hierbij worden de volgende afwegingsstappen doorlopen: hergebruik, infiltratie, berging, lozing op het oppervlaktewater, lozing op de riolering. Het doel hierbij is te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het oppervlaktewater wordt geloosd.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

57

In het Keur worden (op basis van de algemene regels) bergingseisen voor hemelwater gesteld bij een toename van verhard oppervlak van meer dan 2.000 m². Voor kleinere oppervlakten is de gemeente bevoegd gezag. De gemeente Reusel-De Mierden hanteert voor ruimtelijke ontwikkelingen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 2.000 m² op basis van haar Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 een bergingseis van 20 mm. Voor onderhavige ontwikkeling is derhalve minimaal 10 m³ waterberging noodzakelijk op eigen terrein. De berging dient gecreëerd te worden boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), die ter plaatse minimaal 0,6 m-mv bedraagt. Op de woonkavels is voldoende ruimte aanwezig voor berging en/of infiltratie van het hemelwater op het eigen perceel. Per kavel zal circa 25 m³ aan waterberging worden gerealiseerd. De exacte locatie en vormgeving wordt bepaald in samenhang met de definitieve verkaveling. Mogelijk kan het hemelwater worden aangesloten op de op het terrein aanwezige vijverpartij. Voor wat betreft afvalwater geldt dat dit wordt aangesloten op de vrijvervalriolering. De aanwezige vrijvervalriolering wordt hiervoor verruimd. Tot slot geldt dat ten noorden van het plangebied een retentievoorziening voor riooloverstortwater is gelegen.

Om geuroverlast hiervan te voorkomen, worden de woning op minimaal dezelfde afstand gebouwd als het bestaande pand ter plaatse van Hondsbos 21.

58

HOOFDSTUK 6 HAALBAARHEID In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Kostenverhaal

Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht, omdat de gemeente en grondeigenaar een (anterieure) overeenkomst hebben gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over het kostenverhaal. Het kostenverhaal is derhalve 'anderszins verzekerd'. Het opstellen van een exploitatieplan is niet vereist.

6.2

Gemeentelijke grondexploitatie

De gemeente heeft geen gronden in het plangebied in eigendom. Alle kosten en risico's van de planontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke grondexploitatie wordt dus niet belast door voorliggend ruimtelijk plan. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.

6.3

Maatschappelijk

6.3.1

Omgevingsdialoog

De initiatiefnemer heeft contact gezocht met de direct omwonenden/grondeigenaren en heeft hen geïnformeerd over voorliggend initiatief voor de realisatie van twee levensloopbestendige woningen. Omwonenden hebben geen bezwaren geuit tegen het voornemen.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

59

6.3.2

Ter visie legging

Het ontwerpbestemmingsplan ‘Stedelijk gebied, Hondsbos 21 Reusel’ wordt conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Daarnaast doorloopt het plan de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening. De resultaten van deze procedures zullen te zijner tijd in deze toelichting worden vermeld.

60

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN 7.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. Deze juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit: 

de toelichting;

de planregels;

de verbeelding.

De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en planregels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake nadere eisen en afwijkingen. De planregels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

7.2

Planregels

De indeling van de planregels is als volgt. Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Hoofdstuk 4

Overgangsregels

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Begrippen (artikel 1) In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

61

Wijze van meten (artikel 2) In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Bos (artikel 3) De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor bos, recreatief medegebruik, voorzieningen voor langzaam verkeer, groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden. Gebouwen zijn niet toegestaan. Er zijn nadere bebouwingsregels gegeven voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De bescherming van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden is binnen deze bestemming geregeld doordat een omgevingsvergunning vereist is voor het uitvoeren van de genoemde werken en werkzaamheden. Wonen (artikel 4) De voor 'Wonen' bestemde gronden zijn onder andere bedoeld voor wonen, al dan niet in combinatie met beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten. Ook toegestaan zijn inritten, tuinen, erven en verhardingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de verbeelding is het bestemmingsvlak 'Wonen' opgenomen voor de percelen waar bouwwerken (hoofdgebouw, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde) mogen worden opgericht en voor gronden die gebruikt mogen worden als tuin of erf behorende bij de woning. Uitsluitend achter het op de verbeelding opgenomen gevellijn mag een hoofdgebouw gebouwd worden. Binnen het bestemmingsvlak mag maximaal het aantal woningen worden opgericht dat is aangeduid.

Verder gelden voor de bestemmingsvlakken op de verbeelding de volgende uitgangspunten: 

De woningtypologieën zijn per bestemmingsvlak aangeduid op de verbeelding.

Standaard wordt een minimale afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens aangehouden.

Voor hoofdgebouwen geldt een standaard diepte van 12 meter bij aaneengesloten woningen en 15 meter bij vrijstaande woningen.

62

De maximale goot- en bouwhoogte zijn per bestemmingsvlak aangeduid op de verbeelding. De dakhelling mag niet meer bedragen dan 60 graden, tenzij anders aangeduid.

Het deel van het achtererfgebied binnen de bestemming 'Wonen' (achter de achtergevel van de woning) mag voor maximaal 50% worden bebouwd tot een maximum oppervlak van 150 m2. Bij grotere percelen is een maximum oppervlak van 200 m 2 toegestaan. De maximale goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 3,2 meter. De maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 meter, tenzij het hoofdgebouw is uitgevoerd met een plat dak. Dan geldt voor het met het hoofdgebouw verbonden bijbehorend bouwwerk een maximum bouwhoogte van 3,2 meter. In de regels zijn aanvullende bouwregels opgenomen. Binnen de bestemming zijn verschillende afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Voor het uitoefenen van een beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteit zijn specifieke gebruiksregels opgenomen. De toegestane beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten zijn opgenomen in bijlage 1 Lijst rechtstreeks toegestane aan huis verbonden beroepen' bij de regels. Mantelzorg Met het oog op de participatiesamenleving is het Bor 1 november 20014 op diverse plaatsen aangepast om meer ruimte te maken voor mantelzorg in woningen en in bestaande of (vergunningsvrij) nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerken. Het is niet langer meer nodig om voor mantelzorg in een vrijstaand bijgebouw een vergunning aan te vragen. Zodoende is een specifieke regeling voor mantelzorg niet meer noodzakelijk binnen het bestemmingsplan.

Waarde - Archeologie 4.1 (artikel 5) Overeenkomstig de gemeentelijke erfgoedverordening is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4.1' opgenomen voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden. Waarde - Archeologie 4.1 kent een vrijstelling bij een oppervlakte kleiner dan 500 m² en ondieper dan 0,3 m. Voor de bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeesters en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit kan in de vorm van het treffen van technische maatregelen, het doen van een opgraving of archeologische begeleiding van werkzaamheden. Daarnaast is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Voor verstoringen met een

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

63

beperkt oppervlak of een beperkte verstoringsdiepte is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De ondergrenzen variëren, overeenkomstig de erfgoedverordening, per dubbelbestemming. Waarde - Cultuurhistorie (artikel 6) De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorisch waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing) en patronen (beplantingspatronen). Hoofdstuk 3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel (artikel 7) In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels (artikel 8) Dit artikel bevat regels ten aanzien van afwijkende bestaande bebouwing en ondergeschikte bouwdelen. Dit artikel bevat tevens de verplichting tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij een verwijzing is opgenomen naar het relevante beleidsdocument. Algemene gebruiksregels (artikel 9) In dit artikel is nader omschreven welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig met het bestemmingsplan worden aangemerkt, waaronder het gebruik van bouwwerken en terreinen zonder voldoende parkeergelegenheid. Algemene afwijkingsregels (artikel 10) In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Deze afwijkingen betreffen onder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages. Overige regels (artikel 11) In dit artikel zijn regels omtrent parkeren en laden en lossen opgenomen.

64

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht (artikel 12) Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen. Dit artikel bevat tevens een overgangsregel ten aanzien van het voortzetten van bestaand gebruik dat in strijd met het bestemmingsplan is. Slotregel (artikel 13) Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

65

66

BIJLAGEN TOELICHTING Bijlage 1

Berekening Kwaliteitsverbetering van het landschap

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 4

Besluit vormvrije MER

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

Bijlage 6

Stikstofdepositie-onderzoek

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

67

68

REGELS

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

69

70

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Stedelijk gebied, Hondsbos 21 Reusel met identificatienummer NL.IMRO.1667.BPRhond1027-ON01 van de gemeente Reusel-De Mierden. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aan huis verbonden bedrijf

het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, uitgezonderd detailhandel, zoals weergegeven in de Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden beroepen en bedrijven. 1.6

aan huis verbonden beroep

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, uitgezonderd detailhandel, zoals weergegeven in de Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden beroepen en bedrijven.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

71

1.7

achtergevelrooilijn

de denkbeeldige lijn die strak langs de achtergevel van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd, zonder bijbehorende bouwwerken, alsmede het verlengde daarvan. 1.8

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.9

bebouwingspercentage

een in de regels dan wel de verbeelding opgenomen getal dat het percentage van een bouw- of bestemmingsvlak aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.10

begane grond

de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau dan wel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1,50 m. boven peil is gelegen. 1.11

beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.12

bestaande bebouwing

de als zodanig op de verbeelding aangegeven bebouwing, zoals deze bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.13

bestaande situatie

a. bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.14

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.15

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

72

1.16

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk, met een dak. 1.17

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, veranderen of vernieuwen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.19

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grondlaag en met uitsluiting van onderbouw/kelder en zolder. 1.20

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel. 1.22

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.23

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.24

carport

een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen. Als de carport niet gesitueerd wordt tussen belendende gebouwen mag deze maximaal voorzien worden van 1 gevel. Een carport is bedoeld voor het stallen van voertuigen en dient bereikbaar te zijn vanaf het openbaar gebied (weg).

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

73

1.25

dak

een gesloten bovenbeëindiging van een gebouw, c.q. bouwwerk. 1.26

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden en verhuren, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop en verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen en/of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.27

dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling

bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.28

dienstverlening

het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden. 1.29

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond. 1.30

eindwoning

een woning binnen het bebouwingstype 'gesloten' die bevindt zich aan op het begin of einde van de reeks woningen en geen (extra) bij de woning horende grond aan de zijkant van de woning heeft. 1.31

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en deze die inrichting niet verbieden. 1.32

escortbedrijf

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. 1.33

extensief recreatief medegebruik

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan en waarbij het gebruik weinig invloed heeft op de doeleinden binnen de bestemming.

74

1.34

functie

doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.35

gebouw

elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.36

gesloten bebouwing

bebouwing welke wordt gekenmerkt door aaneengebouwde hoofdgebouwen. 1.37

gestapelde bebouwing

bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten. 1.38

halfopen bebouwing

bebouwing in overwegend halfvrijstaande en/of geschakelde hoofdgebouwen en incidenteel vrijstaande en aaneengebouwde (maximaal 3 aaneen) hoofdgebouwen. 1.39

hoekperceel

een perceel dat is gelegen op de hoek van twee wegen die toegankelijk zijn voor verkeer of op de hoek van een weg die toegankelijk is voor verkeer en openbaar groen. 1.40

hoekwoning

een woning binnen het bebouwingstype 'gesloten' die bevindt zich aan op het begin of einde van de reeks woningen en (extra) bij de woning horende grond aan de zijkant van de woning heeft. 1.41

hoofdfunctie

een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.42

hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken. 1.43

huishouden

persoon of groep personen die één huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

75

1.44 

kunstwerk

civieltechnisch kunstwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening;

beeldend kunstwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten.

1.45

maaiveld

hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op de woning of andere gebouwen en bouwwerken. 1.46

mantelzorg

het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.47

(openbare) nutsvoorziening

een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje, een verdeelstation, transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening. 1.48

omgevingsvergunning

omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.49

onderbouw/kelder

een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m. boven het peil is gelegen. 1.50

ondergeschikte activiteit

een activiteit van zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft. 1.51

ondergeschikte functie

functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.52

open bebouwing

bebouwing bestaande uit overwegend vrijstaande hoofdgebouwen.

76

1.53

pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.54

patiowoning

een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door de gevels van belendende, dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige bebouwing. 1.55

peil

a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld. 1.56

perceel

een deel van het Nederlands grondgebied van welk deel de Dienst voor het kadaster en openbare register, de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt. 1.57

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.58

publiekverzorgend ambacht en dienstverlening

een ambachtelijk c.q. dienstverlenend bedrijf dat zijn goederen en diensten rechtstreeks levert aan de consument zoals een goudsmid, schoenmaker, kapper en videotheek, alsmede commerciële en medische dienstverlening, met dien verstande dat de detailhandelsfunctie ondergeschikt en gerelateerd aan het bedrijf moet zijn. 1.59

raamprostitutie

een seksinrichting bestemd voor of in gebruik voor het zich vanaf de openbare weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats, zichtbaar ter beschikking stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen (prostitutie). 1.60

ruimtelijke kwaliteit

de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

77

1.61

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.62

stedenbouwkundig beeld

het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n). 1.63

straatmeubilair

verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en kleinschalige bouwwerken voor (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten. 1.64

tuin

de gronden van een perceel behorende bij een woning, voorzover gelegen buiten het bouwvlak. 1.65

tussenwoning

een woning binnen het bebouwingstype 'gesloten', waarbij de tussenmuren aan andere woningen grenzen binnen een reeks aaneengebouwde woningen. 1.66

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.67

verblijfsgebied

gedeelte van één of meer bouwwerken op een perceel met dezelfde bestemming, met ten minste één verblijfsruimte bestaande uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen aan elkaar grenzende ruimten anders dan een toilet-, bad-, technische of verkeersruimte.

78

1.68

verblijfsruimte

ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte, van één of meer bouwwerken op een perceel met dezelfde bestemming, waarin dezelfde kenmerkende activiteiten plaatsvinden. 1.69

voorgevellijn

de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.70

vrijstaande bebouwing

bebouwing waarbij de hoofdgebouwen noch de bijbehorende bouwwerken met een ander hoofdgebouw of ander gebouw verbonden is. 1.71

water en waterhuishoudkundige voorzieningen

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.72

werk

een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde. 1.73

weg

een voor het rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeergelegenheden. 1.74

Wet op de economische delicten

Wet van 22 juni 1950, houdende vaststelling van regelen voor de opsporing, de vervolging en de berechting van economische delicten, zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 1.75

wonen

het bewonen van een zelfstandige woning of als zodanig bestemd gebouw voor zelfstandige woningen.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

79

1.76

woning/wooneenheid

een verblijfsobject dat wordt ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte dat bestemd is voor de huisvesting van één huishouden of een groep van maximaal vijf personen die geen gezamenlijk huishouden vormt. 1.77

Woningwet

wet van 29 augustus 1991, Stb. 439, tot herziening van de Woningwet, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.78

zijstrook

de strook grond gelegen naast het hoofdgebouw, waarvan de breedte wordt bepaald door de afstand tussen de zijdelingse perceelsgrens en de zijgevel van het hoofdgebouw over de volledige diepte van het bouwperceel, behorende bij het hoofdgebouw. 1.79

zolder

ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.

80

Artikel 2

2.1

Wijze van meten

Algemeen

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.2

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de kortste afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse grens van het bouwperceel. 2.3

het bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5

de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.6

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn (snijpunt van wandvlak/dakvlak), het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.8

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

81

2.10

peil

voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; a. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; b. als in het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil).

2.11

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 m. bedraagt.

82

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3

3.1

Bos

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bos en bebossing; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden; c.

paden en wegen;

d. groenvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. f.

recreatief medegebruik.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Op of in de voor 'Bos' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepaling: Bouwhoogte

max. 4 m

Gezamenlijk bebouwingsoppervlakte

max. 20 m²

3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

3.3.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden; b. het kappen en/of rooien van bomen en houtgewas; c.

het aanleggen van verharde en halfverharde paden;

d. het graven of dempen van waterpartijen en daarmee gelijk te stellen waterlopen.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

83

3.3.2

Uitzonderingen

Het in 3.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. al legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

3.3.3

Toelaatbaarheid

De in 3.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden.

84

Artikel 4

4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen en bedrijven; c.

voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder wegen, straten en paden, erven en parkeervoorzieningen;

d. groenvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f.

tuinen, erven en terreinen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: Aantal wooneenheden

maximaal bestaand aantal wooneenheden, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een afwijkend aantal is aangegeven.

Bebouwingstypologie

Als een bebouwingstypologie is aangeduid ter plaatse van de aanduiding: -

'specifieke bouwaanduiding - open'; zijn uitsluitend hoofdgebouwen in de vorm van de aangeduide bebouwingstypologie toegestaan.

Situering

a.

ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', binnen het bouwvlak;

b.

ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn', waarbij de voorgevel van het hoofdgebouw op de gevellijn dient te worden gebouwd.

Erkers, balkons en luifels

de gevellijn mag uitsluitend worden overschreden met een erker, balkon of luifel, onder de volgende voorwaarden: a.

diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw: max. 1,5 m;

b.

afstand tot de openbare weg: min. 2 m;

c.

bouwhoogte: maximaal de bouwhoogte van de eerste

d.

bouwlaag van het hoofdgebouw;

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, HONDSBOS 21 REUSEL | ONTWERP

85

breedte: maximaal 50% van de breedte van de voorgevel. Afstand tot zijdelingse

vrijstaande woningen aan beide zijden min. 3 m;

perceelsgrens Diepte

max. 15 m, met dien verstande dat: -

de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens min. 6 m bedraagt.

Breedte

max.12 m per woning.

Goothoogte

zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'.

Bouwhoogte

zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'

Dakhelling

van tenminste 70% van het hoofdgebouw minimaal 35° en maximaal 60°.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=b745cd22-24c3-45cb-b0fd-535b13054da7