CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[20.19430] - Bijlage 1 Catalogus Cultuurhistorische Inventarisatie Erfgoedkaart Reusel-De Mierden

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel erfgoedbeleid Reusel-De Mierden36.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

uit zomereik, grove den, ruwe berk, wilde lijsterbes, beuk, Hollandse linde, robinia, Amerikaanse vogelkers, hulst en sporkehout. In de ondergroei o.a. wilde 83

Historisch kaartmateriaal: 1832: kadaster 1832; 1838: topografie 1837-1840. Uit de reproductie Wolters-Noordhoff, 1990; 1845: Topografie ca 1845: Van de Voordt-Pieck, Van der Kuijl, 1845; 1900: Topografie ca 1900 Wieberdink, 1989. Dit zijn de Bonneblaadjes. 85

kamperfoelie en lelietje-van-dalen. Het geheel dateert overwegend uit de periode 1890-1920. Cultuurhistorische waarde: redelijk hoog. CHW. nr. G180 (GK-HG-33) 20.4. Bosbouw na 1900 Vanaf 1900 is de kunstmest betaalbaar en kan de hei wél in boerenland omgezet worden. Dan leidt nog maar een deel van de ontginningen tot bossen. Veelal dennen (mijnhout). 7.20.4.026 t/m 7.20.4.175 Bosbouw 1900-1950 Bron Topografische kaart 1930 7.20.4.074 Jonge heidebebossing Peelsche Heide Jonge heideontginning, overwegend bestaande uit productiebossen met naaldhout. Plaatselijk loofbos en landbouwgronden. De percelering is overwegend blokvormig. Kenmerkend voor het gebied zijn de Kleine en de Groote Cirkel. De Grote (7.20.4.001) en Kleine Cirkel (7.20.4.002) zijn aangeplant in de jaren ‘20/’30 van de vorige eeuw naar idee van een ambtenaar van Reusel. De Grote Cirkel heeft een omtrek van 1700 meter, de Kleine Cirkel een omtrek van 300 meter. De afstand tussen de Grote en Kleine Cirkel is 680 meter. Dit is een rechte weg (Burgemeester Willekenslaan). In de Grote Cirkel heeft een tijd de Reuselse Kei, een grote zwerfsteen, gestaan. 84Het gebied is verkaveld en ontgonnen in de periode 1930-1945. Cultuurhistorische waarde: Redelijk hoog. CHW. nr. V210 (GK-HV-16) Afbeeldingen: - Foto van de Moeren en Kleine Cirkel “De Mens Leeft niet van Brood Alleen”, tussen p. 43/44 en p. 94/95.

- Foto van Grote Cirkel in “Reuzel ligt midden in ’t Vèèreke”, p. 65. - Foto van de Pilse bergen in “Van Gummigallegen”, p. 116.

84

De Schééper, 1e jaargang, nr. 3, december 1989, p. 30-31 86

Thema: 21 De oude Akkers Het gaat hier om akkers van voor 1850. In de Meierij kunnen twee typen oude akkergebieden onderscheiden worden: de grote openakkergebieden (in provinciale taal: “bolle akkers” alhoewel die akkers vaak heel vlak zijn) en de met heggen of houtranden omgeven akkers die in de Kempen veelal “kamp” of “heg” heten. Sommige daarvan liggen bol, andere zijn vlak. De open akkercomplexen waren in de negentiende eeuw aan de buitenzijde wel begrensd met een levende haag, eventueel op een wal, maar de interne verdeling in eigendoms- of gebruikseenheden bestond uit greppels van een voet breed en diep, ofwel een grasbandje van een voet breed, danwel een denkbeeldige lijn tussen twee merktekens zoals een steen of paal. Deze open akkers zijn waarschijnlijk de oudste akkercomplexen. Bovendien is in de Kempen, maar óók heel nadrukkelijk in Breda, aangetoond dat onder deze in de negentiende eeuw niet of schaars bewoonde akkers, vroegmiddeleeuwse en zelfs oudere bewoningssporen schuil gaan. Het nederzettingspatroon is tot in de dertiende eeuw nogal dynamisch geweest. Pas vanaf de dertiende eeuw werd blijkbaar het nederzettingspatroon gevormd, dat we rond 1800 nog (in uitgegroeide vorm) kunnen waarnemen. Het onderscheid “besloten” of “open” van de oude akkers, en de akkerwallen, zijn afgelezen van de topografische kaart van ca 1838.

De bolle akkers zijn afgelezen van de hoogtekaart AHN. Hier zijn dus alleen de bolle akkers weergegeven die rond 2000 nog herkenbaar waren. Onderzoek in Boxtel wees uit dat de bolle ligging voor de wandelaar pas te zien is, als de akker in het midden meer dan een halve meter hoger ligt dan aan de rand. In de verstedelijkte gebieden zijn dus geen bolle akkers aangegeven. Bolle akkers vallen deels samen met de hier opgenomen besloten of open akkers, maar komen ook daarbuiten voor, op jonge akkergronden. Bolle akkers getuigen van een nog niet geheel begrepen intensieve bewerking van het akkerland in of na de middeleeuwen. Daardoor kwam het midden van de akker zo’n halve tot een hele meter hoger te liggen dan de randen. Dit zal de afwatering bevorderd hebben. Er zijn overigens vooral langs beekdalen gevallen bekend waarin men later deze “kop” van de akker afschoof, het beekdal in, om zo de oppervlakte akkergrond te vergroten. Dit leidde tot versmalde beekdalen, zogenaamde “tuineerdgronden” in het opgehoogde deel van de dalen (en een bodemprofiel dat “op z’n kop” ligt!) en onverwacht dunne akkerdekken boven op de oude akkers. Binnen het thema Oude Akkers kunnen we de open akkers en de besloten akkers makkelijk van de topografische kaarten in combinatie met de kadasterkaart aflezen.

Open akkers zijn vaak erg groot, bevatten een heleboel meest strookvormige eigendommetjes die allemaal bouwland zijn en onderling niet of amper door heggen gescheiden zijn of waren. Het terrein ligt meestal hoog ten opzichte van de omgeving, maar is intern behoorlijk vlak. Bij de provincie heet dit de “bolle akker”, maar die term is misleidend. Akkerwal: Om een “open akker” lag wél een heg, met daarin akkertoegangen (“akkerveken”). Soms lag de heg op een wal: een akkerwal. Besloten akkers zijn bouwlandpercelen van een halve tot twee hectare, die omgeven zijn door een heg die soms op een walletje staat. In deze streek heten die “kamp”, “bocht”, “heg”. Veelal het eigendom van één persoon of slechts enkele. De besloten akkers liggen soms “bol”, maar lang niet altijd. Steilrand: doordat oude akkers door bemesting met zandhoudende mest 30 cm of veel meer opgehoogd zijn, steken ze soms op opvallende wijze biven aangrenzende oude graslandgronden uit. Als die in een beekdal liggen, is het verschil nóg markanter. Deze steilranden accentueren de oude akkers. Verder hebben we drie nadere onderscheidingen bij de oude akkers: Bolle akker: “Bolle akker” is een nadere onderscheiding die voor de besloten akkers relevant is. De akker ligt bol of niet. Vaak liggen ze nu vlakker dan vroeger.

Het blijkt dat de wandelaar ze pas herkent als het midden van de akker meer dan 50 cm hoger is dan de rand. Een en ander kan van de AHN hoogtekaart afgelezen worden. Percelering: vooral bij open akkers is het interessant om na te gaan of de oude akkerpercelering er nog is. Die is te zien op de kadasterkaart en bestaat uit in blokjes gegroepeerde korte 87

strookvormige percelen. Lijkt me daarom een item dat bij het beoordelen van de relictwaarde van belang is. Perceelsrandbegroeiing: een item dat bij het beoordelen van de relictwaarde van belang is, zowel bij openakkers (de buitenheg) als bij de besloten akkers. Bij de reconstructie van het historisch landschap is gebruik gemaakt van drie referentieperiodes, circa 1830, 1900, 1930, waardoor de ontwikkeling van het landschap gestalte krijgt. Aan de hand van het historisch kaartmateriaal uit betreffende periodes kon de ontwikkeling van het landschap, in dit geval de oude akkers, in kaart worden gebracht.85

21.1 Akkerwal Uniek nr

Naam

Bron

7.21.1.001 7.21.1.002 7.21.1.003 7.21.1.004 7.21.1.005 7.21.1.006 7.21.1.007 7.21.1.008 7.21.1.009 7.21.1.010 7.21.1.011 7.21.1.012 7.21.1.013 7.21.1.014 7.21.1.015 7.21.1.016 7.21.1.017 7.21.1.018 7.21.1.019 7.21.1.020 7.21.1.021 7.21.1.022 7.21.1.023 7.21.1.024 7.21.1.025 7.21.1.026 7.21.1.027 7.21.1.028 7.21.1.029 7.21.1.030 7.21.1.031 7.21.1.032

Hoge Mierde, Breedvense Velden Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Breedvense Velden Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilakker Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilakker Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Hoogstraat Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Mispeleneind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Mispeleneind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Mispeleneind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Mispeleneind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Mispeleneind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Mispeleneind Topogr1840, Kad1832 Lage

Mierde, Mispeleneind Topogr1840, Kad1832

85 Historisch kaartmateriaal: 1832: kadaster 1832; 1838: topografie 1837-1840. Uit de reproductie Wolters-Noordhoff, 1990; 1845: Topografie ca 1845: Van de Voordt-Pieck, Van der Kuijl, 1845; 1900: Topografie ca 1900 Wieberdink, 1989. Dit zijn de Bonneblaadjes. 88

7.21.1.033 7.21.1.034 7.21.1.035 7.21.1.036 7.21.1.037 7.21.1.038 7.21.1.039 7.21.1.040 7.21.1.041 7.21.1.042 7.21.1.043 7.21.1.044 7.21.1.045 7.21.1.046 7.21.1.047 7.21.1.048 7.21.1.049 7.21.1.050 7.21.1.051 7.21.1.052 7.21.1.053 7.21.1.054 7.21.1.055 7.21.1.056 7.21.1.057 7.21.1.058 7.21.1.059 7.21.1.060 7.21.1.061 7.21.1.062 7.21.1.063 7.21.1.064 7.21.1.065 7.21.1.066 7.21.1.067 7.21.1.068 7.21.1.069 7.21.1.070 7.21.1.071 7.21.1.072 7.21.1.073 7.21.1.074 7.21.1.075 7.21.1.076 7.21.1.077 7.21.1.078

Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Heggeneind Akker Nertingen Reusel, Kattenbos Reusel, Kattenbos Reusel, Hoge Akkers Reusel, Hoge Akkers Reusel, Hoge Akkers Reusel, Hoge Akkers Reusel, Molenakkers Reusel, Molenakkers Reusel, Reuselse Akker Reusel, Reuselse Akker Reusel, Reuselse Akker Reusel, Reuselse Akker Reusel, Reuselse Akker Reusel, Reuselse Akker Reusel, Reuselse Akker Reusel, Reuselse Akker Reusel, Reuselse Akker Reusel, Rouwenboscht Reusel, Hoevense Akkers Reusel, Hoevense Akkers Reusel, Hoevense Akkers Reusel, Hoevense Akkers Reusel, Hoevense Akkers Reusel, Hoevense Akkers Reusel, Hoevense Akkers Reusel, Reuselse Akker Reusel, Braakse Akkers Reusel, Braakse Akkers Reusel, Braakse Akkers Reusel, De Hoeven Reusel, Achterste Heikant Reusel, Achterste Heikant Reusel, Achterste Heikant Reusel, Achterste Heikant Reusel, Achterste Heikant Reusel, Achterste Heikant

Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 89

7.21.1.079 7.21.1.080 7.21.1.081

Lage Mierde, Moleneind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Moleneind Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Breedvense Velden Topogr1840, Kad1832

21.2 Besloten akker Uniek nr

Naam

Bron

7.21.2.001 7.21.2.002 7.21.2.003 7.21.2.004 7.21.2.005 7.21.2.006 7.21.2.007 7.21.2.008 7.21.2.009 7.21.2.010 7.21.2.011 7.21.2.012 7.21.2.013 7.21.2.014 7.21.2.015 7.21.2.016 7.21.2.017 7.21.2.018 7.21.2.019 7.21.2.020 7.21.2.021 7.21.2.022 7.21.2.023 7.21.2.024 7.21.2.025 7.21.2.026 7.21.2.027 7.21.2.028 7.21.2.029 7.21.2.030 7.21.2.031 7.21.2.032 7.21.2.033 7.21.2.034 7.21.2.035 7.21.2.036 7.21.2.037 7.21.2.038 7.21.2.039

Reusel, Peel Topogr1840, Kad1832 Reusel, Peel Topogr1840, Kad1832 Reusel, De Hoeven Topogr1840, Kad1832 Reusel, Wellenseind Topogr1840, Kad1832 Reusel, Wellenseind Topogr1840, Kad1832 Reusel, aan de Reuselse Akker Topogr1840, Kad1832 Reusel, aan de Reuselse Akker Topogr1840, Kad1832 Reusel, Voort Topogr1840, Kad1832 Reusel, Voort Topogr1840, Kad1832 Reusel, Holland Topogr1840, Kad1832 Reusel, Voort Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Wellenseind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Wellenseind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Wellenseind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Wellenseind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Wellenseind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Wellenseind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Wellenseind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Moleneind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Moleneind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Moleneind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, aan de Aa Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Breedvense Velden Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Breedvense Velden Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Breedvense Velden Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode

Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 90

7.21.2.040 7.21.2.041 7.21.2.042 7.21.2.043 7.21.2.044 7.21.2.045 7.21.2.046 7.21.2.047 7.21.2.048 7.21.2.049 7.21.2.050 7.21.2.051 7.21.2.052 7.21.2.053 7.21.2.054 7.21.2.055 7.21.2.056 7.21.2.057 7.21.2.058 7.21.2.059 7.21.2.060 7.21.2.061 7.21.2.062 7.21.2.063 7.21.2.064 7.21.2.065 7.21.2.066 7.21.2.067 7.21.2.068 7.21.2.069 7.21.2.070 7.21.2.071 7.21.2.072 7.21.2.073 7.21.2.074 7.21.2.075 7.21.2.076 7.21.2.077 7.21.2.078 7.21.2.079 7.21.2.080 7.21.2.081 7.21.2.082 7.21.2.083 7.21.2.084 7.21.2.085

Hoge Mierde, Kuilenrode Hoge Mierde, Hoogstraat Hoge Mierde, achter Luther Hoge Mierde, achter Luther Hoge Mierde, achter Luther Hoge Mierde, Het Hoog Hoge Mierde, Het Hoog Hoge Mierde, Rispakkers Hoge Mierde, Kuilenrode Hoge Mierde, Kuilenrode Hoge Mierde, Kuilenrode Hoge Mierde, Rispakkers Lage Mierde, Mispeleneind Lage Mierde, Mispeleneind Lage Mierde, Mispeleneind Lage Mierde, aan de Stroom Lage Mierde, Mispeleneind Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Braakhoek Hulsel, Heikant Hulsel, Heikant Hulsel, Heikant Lage Mierde, Braakhoek Hulsel, Braakhoek Lage Mierde, Braakhoek Hulsel, Braakhoek Hulsel, Hulselse Akker Lage Mierde, Mispeleneind Lage Mierde, Mispeleneind Lage Mierde, Braakhoek Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Hulselse Akker Hulsel, Heggeneind Hulsel, Heggeneind Hulsel, Heggeneind Hulsel, Heggeneind Hulsel, Heggeneind Hulsel, Heggeneind Hulsel, Heikant Akker Nertingen Akker Nertingen Akker Nertingen Reusel, Holland Reusel, Nieuwe erven Reusel, Nieuwe erven

Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 91

7.21.2.086 7.21.2.087 7.21.2.088 7.21.2.089 7.21.2.090 7.21.2.091 7.21.2.092 7.21.2.093 7.21.2.094 7.21.2.095 7.21.2.096 7.21.2.097 7.21.2.098 7.21.2.099 7.21.2.100 7.21.2.101 7.21.2.102 7.21.2.103 7.21.2.104 7.21.2.105 7.21.2.106 7.21.2.107 7.21.2.108 7.21.2.109 7.21.2.110 7.21.2.111 7.21.2.112 7.21.2.113 7.21.2.114 7.21.2.115 7.21.2.116 7.21.2.117 7.21.2.118 7.21.2.119 7.21.2.120 7.21.2.121 7.21.2.122 7.21.2.123 7.21.2.124 7.21.2.125 7.21.2.126 7.21.2.127 7.21.2.128 7.21.2.129 7.21.2.130 7.21.2.131

Reusel, Nieuwe erven Reusel, Holland Reusel, Holland Reusel, Holland Reusel, Holland Reusel, Kattenbos Reusel, Voort Reusel, Voort Reusel, aande Hoge Akkers Reusel, Rouwenboscht Reusel, Rouwenboscht Reusel, aan de Reuselse Akker Reusel, aan Reuselse Akkers Reusel, Lensheuvel Reusel, Lensheuvel Reusel, Lensheuvel Reusel, Lensheuvel Reusel, Lensheuvel Reusel, De Hoeven Reusel, De Hoeven Reusel, De Hoeven Reusel, De Hoeven Reusel, De Hoeven Reusel, De Hoeven Reusel, De Hoeven Reusel, De Hoeven Reusel, Achterste Heikant Reusel, Achterste Heikant Reusel, Achterste Heikant Reusel, Achterste Heikant Reusel, Achterste Heikant Reusel, Voort Reusel, Lensheuvel Reusel, aan Braakse Beemden Reusel, Zandstraat Reusel, Zandstraat Reusel, Zandstraat Reusel, Zandstraat Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant Reusel, Peel Reusel, Peel Reusel, Peel Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant 92

Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832

7.21.2.132 7.21.2.133 7.21.2.134 7.21.2.135 7.21.2.136 7.21.2.137 7.21.2.138 7.21.2.139 7.21.2.140 7.21.2.141 7.21.2.142

Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant Reusel, Voorste Heikant Reusel, bij Kippeneindse Vijver Reusel, bij Kippeneindse Vijver Hulsel, Hulselse Akker

Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832 Topogr1840, Kad1832

Uniek nr

Naam

Bron

7.21.3.001 7.21.3.002 7.21.3.003 7.21.3.004 7.21.3.005 7.21.3.006 7.21.3.007 7.21.3.008 7.21.3.009 7.21.3.010 7.21.3.011 7.21.3.012 7.21.3.013 7.21.3.014 7.21.3.015 7.21.3.016 7.21.3.017 7.21.3.018 7.21.3.019 7.21.3.020 7.21.3.021 7.21.3.022 7.21.3.023 7.21.3.024 7.21.3.025 7.21.3.026 7.21.3.027 7.21.3.028 7.21.3.029 7.21.3.030 7.21.3.031

Reusel, Kattenbos Topogr1840, Kad1832 Reusel, Hoevense Akkers Topogr1840, Kad1832 Hulsel, Hulselse Hoeve Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Moleneind Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Breedvense Velden Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Hoogstraat Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilakker Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Mispeleneind Topogr1840, Kad1832 Hulsel, Hulselse Akker Topogr1840, Kad1832 Hulsel, Heggeneind Topogr1840, Kad1832 Reusel, Hoge Akkers Topogr1840, Kad1832 Reusel, Molenakkers Topogr1840, Kad1832 Reusel, Rouwenboscht Topogr1840, Kad1832 Reusel, Reuselse Akker Topogr1840, Kad1832 Reusel, Braakse Akkers Topogr1840, Kad1832 Reusel, De Hoeven Topogr1840, Kad1832 Reusel, Achterste Heikant Topogr1840, Kad1832 Reusel, Achterste Heikant Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Kuilenrode Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Hoogstraat Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Mispeleneind Topogr1840, Kad1832 Hulsel, Hulselse Akker Topogr1840, Kad1832 Reusel, Achterste Heikant Topogr1840, Kad1832 Reusel, Achterste Heikant Topogr1840, Kad1832

21.3 Open akker

93

Afbeelding: Open akkers ten zuiden van Vloeieind gezien vanuit het oude Vloeieind (november 2010). 21.4 Steilrand Uniek nr

Naam

7.21.4.001 7.21.4.002 7.21.4.003 7.21.4.004 7.21.4.005 7.21.4.006 7.21.4.007 7.21.4.008 7.21.4.009 7.21.4.010 7.21.4.011

Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Lage Mierde Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Moleneind Topogr1840, Kad1832 Hoge Mierde, Breedvense Velden Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Hulsel, Hulselse Akker Topogr1840, Kad1832 Reusel, Hoevense Akkers Topogr1840, Kad1832 Reusel, Hoevense Akkers Topogr1840, Kad1832 Lage Mierde, Vloeieind Topogr1840, Kad1832 Hulsel, Hulselse Akker Topogr1840, Kad1832

Bron

94

Thema: 22 Ontginningen Middeleeuwse agrarische ontginningscomplexen zijn niet altijd goed herkenbaar. Maar waar ze met een zekere systematiek aangelegd zijn, kunnen ze gemakkelijk aangewezen worden. Via de naam, cijnstarief of wellicht een stichtingsoorkonde kunnen ze min of meer gedateerd worden. Dit thema overlapt ruimtelijk met tal van andere thema’s, want het kijkt naar een ander aspect: systematische middeleeuwse ontginningen. Dus van voor 1500, mag ook 1568 zijn. In principe is alle cultuurland van ca 1500 in de middeleeuwen ontgonnen, want er zijn bijna nergens terreinen bewijsbaar sinds voorromeinse tijd in cultuur. Het steekt dus wél af tegen nadien ontgonnen gronden, maar het zal moeilijk zijn de ontginningsgrens van ca 1500 (1568) betrouwbaar aan te geven. Daarom beperken we ons tot de systematische min of meer grootschalige middeleeuwse ontginningen. Daarbij moeten we dat “ontginnen” niet al te strikt nemen, de middeleeuwer sprak van “oirbaar” maken, bruikbaar maken. De moderne boer zou zulk land waarschijnlijk nog voor een wildernis houden! De Moderne Tijd liet ook de landbouw niet ongemoeid. De motor was hier de in 1896 door pater G. van den Elsen opgerichte Noordbrabantsche Christelijke Boerenbond. Doelstelling was aanvankelijk de zedelijke verheffing, maar al spoedig werd verbetering van de materiële toestand het hoofddoel.

Dankzij de krachtig aangepakte ontginningen maakte de paarse heide plaats voor bossen en moderne boerderijen.86 22.1 Veenontginningen Ontginning van een veengebied om het agrarisch te gaan gebruiken. Klassiek is de verdeling van het terrein in “hoeven” (12 maal zo lang als breed, 12 bunder of 51,5 – 16,0 hectare groot; andere verhoudingen komen ook voor). Op iedere hoevestrook werd in principe een boerderij geplaatst. Kleinere venen zullen minder grootschalig aangepakt zijn. 7.22.1.001 Jonge ontginning Reuselse Moeren Veengebied met (resten van) watergangen, greppels en kades van een kleinschalige veenontginning uit de periode 1910-1940. Restant van een groter, open veengebied. Door de opslag van bos en gagelstruweel heeft het vanouds open veengebied een meer gesloten karakter gekregen. Het gebied kent een samenhang met het gebied De Moeren, in België, waar eveneens jonge veenontginningen voorkomen. Cultuurhistorische waarde: Redelijk hoog. CHW. nr. V209 (GK-HV-15)

Afbeelding: Veenderij te Reusel87, 88 86 Kolman e.a., 1997, 18. 95

22.2 Beekdalontginning De natte bodem van beekdalen was geschikt om in het voorjaar hooi te leveren en daarna als weide te dienen. Veelal in korte strookjes dwars op de beek gelegd, met allerlei struikbegroeiing langs de scheidingsslootjes. In brede beekdalen soms een grootschaliger opzet. 22.3 Bosontginning Ontginning in de laatste middeleeuwse bossen ging vaak ook strooksgewijs, maar die stroken zijn dan een beetje krom of bochtig. Hierbij hoort een “boshoevennederzetting” (zie CHW1-typering in thema “nederzettingen” hiervoor). 22.4 Heideontginning Ontginning van de “heide”. In de middeleeuwen vaak in typische afgeronde vormen, soms aanklampennd aan eerdere soortgelijke ronde vormen. Ook in de vorm van blokken min of meer rechte stroken vanaf de weg heiwaarts. Ze zijn niet altijd bewoond, want het is soms alleen maar uitbreiding van het land van een bestaande boerderij. 7.22.4.001 De Utrecht (zie 7.19.6.001 Landgoed De Utrecht) In 1899 (1895 volgens ansichtenboekje, 1898 volgens Hooge Mierde kleurrijk zwart-wit bekeken en Steen voor Steen 1999, nr. 11) kocht de Levensverzekeringsmaatschappij “De Utrecht” 700 ha. grond. De Nederlandsche Heidemaatschappij kreeg de opdracht het gebied in cultuur te brengen. Allereerst gold dit project als beleggingsobject met opbrengsten uit de bos- en landbouw.

De achterliggende gedachte was om bij te dragen aan de algemene welvaart en een gedeelte van het aanwezige natuurschoon intact te laten. Het landgoed “De Utrecht”heeft door verdere aankoop een omvang van bijna 2.600 ha gekregen. Onder andere werd de Hertgang aangekocht, een landgoed met enkele boerderijtjes en een oud bosgedeelte. Ruim 500 ha werden ontgonnen tot weide en akkerland (lagere gedeelten). Ongeveer 1400 ha is bebost (hogere gedeelte). Door het gebruik van verschillende boomsoorten ontstond een parkachtige begroeiing. Het overige gebied liet men aanvankelijk in zijn oorspronkelijke toestand. Hoewel na 1940 hier nog verdere ontginningen werden uitgevoerd bleven binnen het landgoed enkele delen heide en verscheidene fraaie vennen (de Flaas, het Goor) behouden.89 7.22.4.003 De Haar Vóór 1952 wordt de heide rond het vennetje De Haar ontgonnen in het kader van de DUW, een werkverschaffingsproject.90 7.22.4.004 Kailakkers en Leemskuilen In de jaren ’30 vond uitbreiding van cultuurlandschap plaats in het kader van werkverschaffingsprojecten (gebieden Kailakkers en Leemskuilen).91 7.22.4.005 Arendonkse Heide In de jaren ’30 vond uitbreiding van cultuurlandschap plaats in het kader van werkverschaffingsprojecten.

De laatste grote ontginningen vonden plaats op de Arendonkse heide en dateren van vlak na de WOII.92 7.22.4.006 Rijtse Heide Na WOII wordt de Rijtse Heide onder Reusel ontgonnen en omgezet in landbouwgrond en bos. 93

87

Brabant Collectie, Universiteit van Tilburg; Copyright KLM Aerocarto vogelvluchtfotografie, Postbus 7710, 1117 ZL SchipholOost, Telefoon 020-495666. Fotonummer: 14 131. In geval van reproductie en/of openbaarmaking van KLM Aerocarto foto's, in welke vorm dan ook, is toestemming vereist van Aviodrome Luchtfotografie (voor nadere informatie zie www.aviodrome.nl ). Bronvermelding: Aviodrome Luchtfotografie, Lelystad 88 Het is niet duidelijk of deze veenderij het gebied de Reuselse Moeren betreft. 89 Cultuurhistorische Inventarisatie Noord-Brabant M.I.P. regio Kempenland, p. 11, 12. 90 Hooge Mierde, kleurrijk zwart-wit bekeken, p. 177. 91 MIP Hooge en Lage Mierde, p. 12 . 92 MIP Hooge en Lage Mierde, p. 12. 93 MIP Hooge en Lage Mierde, p. 13. 96

7.22.4.007 Mispeleindse en Hulselsche heide Op 10 februari 1939 wordt de gemeenteraad van Lage Mierde besloten dat de gronden aan de Mispeleindse en Hulselsche heide (scheiding kunstweg Hilvarenbeek-Hulsel-Bladel) worden ontgonnen door de Grondmaatschappij en de overige gronden, onder meer Welleneindsche en Turnhoutsche heide, door de Heide Maatschappij.94 De vennen Groot en Klein Meir verdwijnen daardoor.95 7.22.4.009 en 7.22.4.010 De Staat en Pastoorsbos Ten zuidzijde van De Utrecht, vanaf de Beekakkersweg tot aan de Turnhoutsepad ligt een bosgebied. Hierin ligt het Panneven (Poppelsedijk) en het Voortje. Tussen Hulsel en Reusel ligt tussen de Reuselsedijk en de provinciale weg N269 een bosgebied dat eigendom is van de gemeente, bekend als De Hulselse Staat of kortweg De Staat (7.22.4.9), omdat Staatsbosbeheer bij de aanleg betrokken was geweest. Dit bos is aangelegd op een gedeelte van de voormalige Molenheide of Hulselse Heide. Een ander deel van de Molenheide werd rond 1912 met bos beplant door pastoor van Wagenberg en heet daarom ook wel het pastoorsbos (7.22.4.10). Samen heet het bosgebied de Molenheide. De naam is ontleend aan het feit dat er zowel aan de Reuselse als Lagemierdse kant ervan ooit een windmolen stond.96 Afbeeldingen: - Het Patersbosje was een plek in de heide aan wat nu de Gagel is. Foto in Steen voor Steen, 2005, nr. 27, p. 19.

7.22.4.011 Welleneindse Heide Na WOII wordt de Wellenseindse Heide bij Lage Mierde ontgonnen en omgezet in landbouwgrond en bos.97

22.5 Populierenlandschap Geen gewone bosbouw, want tussen de populieren overheerst boerenland, dat is nu net het typische! Het populierenlandschap betrof zowel natte gebieden (beemden, broeken) als de akkers. Op sterk lemige gronden in de centrale Meierij is vanaf 1750 de populierenteelt op gang gekomen. In Schijndel, waar de populierenteelt zeer dominant was, kan ze geassocieerd worden met het rond 1900 zeer algemeen voorkomen van uitgestrekte gebieden met zeer kleine strookvormige met heggen en bomen omheinde percelen. Op nattere en lemige gronden werden populieren in de houtkanten gepoot. Het populierenlandschap betrof er vooral de gronden van de Bodem van Elde, het Wijbosch en het aangrenzende Broek. In die gebieden waren al vroeg hele bospercelen aangelegd. Het populierenlandschap strekte zich verder richting Liempde, Best en Oirschot uit, zover er lemige gronden liggen. Populieren ontbreken vanouds op de open akkers en de Rooise Heide. Op de Eerdse Bergen, op zandige duingrond, werden echter juist veel dennebospercelen aangeplant. Nadat in 1800 erg veel bomen waren omgewaaid in een zware storm, is bij de herplanting in veel gevallen de Canadese populier (Populus canadensis(x)) gebruikt. Deze boom was in het midden van de achttiende eeuw door landgoedeigenaren, onder andere bij Breda en Utrecht, vanuit Canada geïmporteerd.

Het populierenhout werd aanvankelijk vooral gebruikt door de talloze klompenmakers in deze streek. In Liempde was een derde van de bevolking in de eerste helft van de negentiende eeuw afhankelijk van het klompenmaken en ook in Schijndel was het een belangrijke economische sector. Later werd het hout ook gebruikt in de luciferindustrie (met name Vlaams-Brabant) en de bouw van treinwagons (fabriek op de Molenheide bij Schijndel). Het voortbestaan van het populierenlandschap is mede afhankelijk van de afzetmarkt voor het hout. Het was tot 1950 overheersend in een flink deel van de centrale Meierij. Het populierenlandschap is nu teruggedrongen tot enkele kleinere gebieden.

94

Kamp Lage Mierde 1939-heden, p. 4. Steen voor Steen, 2001, nr. 19, p. 20-25 96 Steen voor Steen, 2003, nr. 22, p. 23-25 97 MIP Hooge en Lage Mierde, p. 13. 95

97

22.6 Streepjesverkaveling Op de kaarten van 1900 en eerder valt in de RVK "Schijndel" een overheersende "streepjesverkaveling" op. Deze bestaat uit rijtjes van kleine lange percelen, 25 bij 125 meter groot ongeveer. Nadere analyse leerde dat - afgezien van de Schijndelse Akker - de streepjes groepsgewijs één eigendom vormden. Een kaart van de eigendommen laat dat een vrij normale een beetje onregelmatige blokverkaveling zien, met percelen van ongeveer 1 tot 1,5 hectare. De "streepjes" zijn dus niet ontstaan door een ver doorgedreven erfdeling. Nader onderzoek leerde dat de verstreping vermoedelijk primair is ingegeven door de natte toestand van deze lemige gronden. Door het aanleggen van slootjes verkreeg men een grotere waterberging en potentieel ook een betere afwatering. Die afwatering was echter ook afhankelijk van het algemene afwateringssysteem, dat eerst na de Tweede Wereldoorlog behoorlijk op peil gebracht werd. De verstreping was dus een verbeteringspraktijk die toegepast werd vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw. In die zelfde tijd werd het kweken van populieren in deze streek bijzonder populair. De vele slootkanten konden met populieren worden "aangekleed". Dat gaf meer stevigte aan de slootkant en het leverde na een jaar of twintig mooie "klompenbomen" op. Op een "verstreept" perceel konden tweemaal zoveel bomen staan als op een gewoon blokperceel.

Deze populierenteelt, die wortelt in de hier altijd in zwang gebleven houtteelt, bepaalde vervolgens in belangrijke mate de economie van de dorpen in de streek. De klompen werden via Den Bosch naar Holland geëxporteerd. De verstreping was rond 1827 in volle gang, want percelen die toen door de Zuid-Willemsvaart doorsneden werden, waren in 1832 soms aan de ene kant wél en aan de andere kant niet "verstreept". Ook de nieuwe uitgiften op de Schijndelse en Rooise Heide, die van na 1864 dateren, bleken in 1900 in belangrijke mate "verstreept" te zijn. Pas na de Tweede Wereldoorlog zijn de streepjes gaan verdwijnen. Dit proces, dat samenhangt met de sterke ontwatering van het terrein, is nu vrijwel voltooid. In de herfst van 1997 bleek dat zelfs de diepste sloten kurkdroog waren. Op slechts twee plekken is er nog iets van de streepjesverkaveling teruggevonden bij de veldverkenningen van zomer en herfst 1997, op één daarvan was men die sporen net aan het opruimen. De streepjespercelen hebben hier dus twee eeuwen het landschap bepaald, maar zijn nu praktisch verdwenen. 22.7 Voorpootstrook Sommige gemeynten in deze omgeving hebben in de vijftiende eeuw ook het voorpootrecht kunnen verwerven: het recht voor de deelnemers in de gemeynte om langs de rand van hun cultuurland op de gemeynte bomen te planten98.

Binnen de ruilverkaveling "Schijndel" heeft dit recht algemeen gegolden, want er zijn duidelijke sporen van aanwijsbaar geweest (en deels nog aanwezig): de voorpootstroken. Dit waren stroken van enkele tientallen meters breed langs de eigen grond van de boer, waar hij op gemeyntegrond zijn eigen bomen mocht of moest planten. Deze voorpootstroken zijn op de oudere kaarten zeer duidelijk herkenbaar. Ze maken de afzonderlijke "kampen" zichtbaar die hier in de heide of het broek werden ontgonnen. De datering van deze structuren is niet altijd duidelijk. Ze kunnen dateren uit de zeventiende eeuw of mogelijk al vanaf 140099. Maar bij de Bodem van Elde zijn er aanwijzingen dat de grootste kampen al van voor 1314 dateren. Rond de Schijndelse akker doet het patroon van voorpootstroken denken aan het dijkenpatroon van westelijk Noord-Brabant: telkens een kamp erbij, waarbij men voortbouwt op eerder aangelegde kampen die uiteindelijk verankerd zijn aan het oude cultuurland Na 1900 zijn de voorpootstroken veel minder herkenbaar geworden. De grond ervan werd bij het aangrenzende perceel getrokken en ontdaan van bomen. Eventuele nieuwe wegen op ontgonnen gronden werden juist buiten die voormalige voorpootstroken aangelegd. 22.8 Zandontginning Als vorm waarschijnlijk niet goed te onderscheiden van de heideontginning, maar door de ligging (in een duinengebied) wél. 22.9 Ruilverkaveling

98

1465: Schijndel-oost 40 voet of 12 meter; 1462: Bodem van Elde, 2 lange roeden = 12 meter; Enklaar, 1941, nr. 49; Heesters, 1984. 99 Megens - Linders, f 23v; Van Asseldonk, 1988bcd. 98

7.22.9.001 Ruilverkaveling Mierde De gemeenten Reusel en Hooge en Lage Mierde en Hulsel vielen in het ruilverkavelingsblok “Mierde”. Met de ruilverkaveling werd gestart in 1956. Dit zou slechts een administratieve ruilverkaveling zijn, wat inhield dat kleinere percelen samengevoegd zouden worden en wegen en waterlopen verbeterd. Er zouden zo weinig mogelijk cultuurtechnische werken worden uitgevoerd. Aanvankelijk stonden de boeren negatief tegenover de ruilverkaveling, maar dat veranderde. De uitvoering van de ruilverkaveling liep nogal wat vertraging op, omdat deze in de beginfase (te) eenvoudig van opzet was. Gaandeweg werden er nieuwe elementen aan toegevoegd: wegen en waterlopen, boerderijverplaatsingen en het in de verkaveling opnemen van aangekochte gronden. In 1976 kwam een einde aan de ruilverkaveling “Mierde”. 100

100

Anonymus, 1997, 66-67. 99

Thema: 23 Beemden De boeren gebruikten de veengronden en andere natte gronden langs de beken en in sommige laagten op de heide in de lente vooral als hooiland en in de zomer, wanneer de bodem wat opgedroogd en steviger was, als weidegrond. De aldus gebruikte gronden werden "beemd" genoemd. De beek was soms de natuurlijke achtergrens van die beemden. Vanaf het Hoge liepen tal van wegen de beemden in om daar wat te vertakken en dan dood te lopen. Op enkele plaatsen blijken dat erg brede wegen geweest te zijn. Op een aantal plaatsen is men de waterhuishouding met dijkjes gaan reguleren. Daar vind je die dijk, daarnaast misschien nog dijkputten (waaruit de dijkaarde gehaald is), sluisjes in die dijk en misschien wel een wiel (ronde waterplas bij slingering in de dijk) waar ooit de dijk doorbrak. Voor de goede orde wordt er op gewezen dat in Zand-Brabant het woord "dijk" vooral gebruikt werd om een weg aan te duiden die een natte laagte, eventueel een beekdal, overstak. Veelal werden deze wegen verhoogd aangelegd, zodat er inderdaad een ‘dijk’ ontstond. Dit soort dijken ligt dus niet parallel aan de beek (als waterkering), maar juist loodrecht op de beek. Daarnaast worden wegen naar de hei of richting de Peel ook meestal met dijk aangeduid, hoewel het lang niet altijd verhoogd aangelegde wegen waren. Peeldijk is een veel voorkomende straatnaam in Peelland.

Niettemin is het denkbaar dat men ook waterkerende dijken of kades aanlegde om de beemden beter te kunnen gebruiken. Een lichtere vorm van waterbeheersing is het onderhouden van een schouwsloot. Daarlangs kon men in de winter de beemden ook bewust laten overstromen: dat gold als bemesting. Later is men dat gaan systematiseren: vloeiweiden. Gezien het veelvuldig voorkomen van toponiemen zoals vloet, vloei, vleut, etc (niet alleen bij watermolens!) zal het begrip vloeiweide echter ook al in de middeleeuwen hebben bestaan. Wellicht vaak met een natuurlijke oorsprong, maar wel aangepast en bewust gebruikt. In de beemden werd soms turf gewonnen. Voor het binnenhalen van het hooi op een afgelegen plek werden speciale "keetveldjes" ingericht. Daarvoor koos men wat hogere plekken aan een toegangsweg naar de beemden. In de weideperiode waren en zijn die toegangswegen met hekken afgesloten. Bij sommige van die hekken stond (staat) een "bocht" of schutskooi: een eenvoudig hekwerk waarin beesten opgesloten werden die zwervend aangetroffen waren. Enkele boeren die aan de rand van de beemden woonden (wonen) hadden (hebben) de taak op zich genomen op het grazende vee toe te zien. De functie van schutter is al oud. Bij de uitgifte van de gemeinten door de hertog van Brabant in de 13de en 14de eeuw was in sommige gevallen al een schutter aangesteld.

In de gemeint (gemeenschappelijke gronden) kregen (meestal) ingezetenen van een plaats het recht om o.a. hun vee te weiden. Trof men er vee aan van anderen, niet gerechtigd in de gemeint, aan, dan mocht men dat vee "schutten", plaatsen in een schutskooi. Daar bleef dat vee dan tot er een boete (het schot) was betaald. Een gedeelte van die boete was voor de schutter. De regelgeving voor het schutten is in het algemeen opgenomen in de keuren en breuken van een dorp. De schutskooi is nooit overdekt en alleen 19de eeuwse exemplaren waren niet voor 100% hout, maar bijvoorbeeld stenen pilasters met ijzeren stangen. Volgens oude bestekken zijn de 18de eeuwse schutskooien helemaal van hout. In de winter waren de beemden erg nat. Ze stonden dan deels onder water. Daardoor waren ze een ideaal fourageergebied voor ganzen. Blijkbaar bezorgden die rond 1500 tot in Prinsenbeek (4 kilometer van de Princenhaagse beemden) overlast, want men had er toestemming om de ganzen die op het eigen erf kwamen te doden. Mogelijk deed iets vergelijkbaars zich ook in de 9 gemeenten voor. Dat zou uit toponiemen of uit dorpskeuren kunnen blijken. Bij het gebruik als weidegrond hoort een afsluithek aan de toegangsweg (om uitgebroken beesten in het beemdengebied te houden) en een “bocht” of bewaarplaats van dergelijke weglopers.

23.1 Bocht Een kleine omheinde ruimte van een staketsel van hout, een levende omheining, of zelfs een metalen hekwerk waarbinnen weggelopen of zwervend vee bewaard werd tot het tegen betaling van bewaarloon door de eigenaar opgehaald werd. 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=6788e368-0623-45dd-a81f-e04c2b7afd1d