CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[20.19429] - Bijlage: Cultuurhistorie uitgediept erfgoedkaart Reusel-De Mierden

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel erfgoedbeleid Reusel-De Mierden38.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

percelering en

aansluiten bij de nederzetting ten noorden van

infrastructuur uit

het plangebied. Verder ook percelering en

de late

karrespoor uit Late middeleeuwen en Nieuwe

middeleeuwen en

tijd.

nieuwe tijd

hoog

89

De complete molensteen met een fragment er bovenop, zoals die werd gevonden bij de opgraving aan de Molenstraat in 2017.

De opgraving van een Romeinse waterput op Reusel-Weijererf in 2011.

90

Grafiek waarin wordt weergegeven in welke verwachtingszone de archeologische onderzoeken vielen en of het onderzoek daarbij wel of geen vindplaats heeft opgeleverd. Het merendeel van de archeologische onderzoeken is uitgevoerd in gebieden met een hoge archeologische verwachting op de gemeentelijke archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Deze hoogste verwachtingszones hebben ook de meeste nieuwe kennis opgeleverd. Meer dan de helft van de archeologische onderzoeken heeft echter geen archeologische vindplaatsen opgeleverd. Tot slot is nog gekeken naar de diepteligging van de archeologische laag. Die varieert nogal van 15-20 cm onder maaiveld in natuurgebieden maar ook in de historische kernen tot 100-120 cm onder maaiveld, ook in historische kernen en hoge verwachtingsgebieden. De enorme variatie in de historische kernen heeft te maken met de soms diep aanwezige verstoringen als gevolg van eeuwenlange bewoning en de soms erg ondiep aanwezige funderingen van bewoning direct onder de stoep of vloer van nog bestaande bebouwing en bestrating. 4.2.4

Conclusie

In de periode 2011-2019 zijn er 66 verschillende archeologische onderzoeken binnen 56 plangebieden in de gemeente Reusel-De Mierden uitgevoerd. Het gaat vrijwel allemaal om karterende en waarderende onderzoeken in de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg om de archeologische waarde in voldoende mate te kunnen vaststellen. Ondanks de in 2011 vastgestelde gedetailleerde archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Reusel-De Mierden en daarbij het voorgeschreven advies tot archeologisch onderzoek, lijkt de kaart geen effect te hebben gehad op de gekozen methode van onderzoek. Het merendeel van de archeologische onderzoeken (ruim 70 %) bestaat uit een bureau- en/of booronderzoek, waarbij meestal maar beperkt tot geen inzicht wordt verkregen in de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Als gevolg zijn er de afgelopen jaren dan ook maar een beperkt aantal nieuwe archeologische vindplaatsen bijgekomen. Van 2002 tot en met 2010 werden er in de gemeente Reusel-De Mierden gemiddeld zeven archeologische onderzoeken per jaar uitgevoerd (zie grafiek hieronder). De grootste piek zat daarbij in het jaar 2007 met 91

17 archeologische onderzoeken waaronder 10 proefsleuvenonderzoeken en twee opgravingen. In de periode 2011-2019 is het gemiddeld aantal onderzoeken gelijk gebleven, maar zijn de gravende onderzoeken sterk afgenomen. Omdat er nog geen doorvertaling van het archeologiebeleid in het bestemmingsplan is opgenomen, kan eigenlijk nog geen goede evaluatie gemaakt worden van de ondergrenzen en de archeologische verwachtingen. In dertien plangebieden werd een al dan niet behoudenswaardige archeologische vindplaats vastgesteld waarbij in vier gevallen werd overgegaan tot de opgraving hiervan. Een enkele maal werd er voor gekozen om de archeologie in de bodem te behouden door planaanpassing, feitelijk het doel van de Erfgoedwet. 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Het verloop van het toaat aantal archeologische onderzoeken in Reusel -De Mierden van 2002 t/m 2019.

4.3

Archeologische waarden

De gemeente Reusel-De Mierden kent vier archeologische monumenten die op grond van de criteria gaafheid, conservering en wetenschappelijke en cultuurhistorische waarde zijn aangewezen als behoudenswaardig en die beschermd worden op basis van de Erfgoedwet en derhalve onder het bevoegd gezag van de minister dan wel de staatssecretaris vallen. Het gaat om een Bronstijd grafheuvel aan het Turnhoutse Pad in Hooge Mierde met vlak hierbij ook een terrein met sporen van Mesolithische bewoning. Verder gaat het om een mogelijke Romeinse nederzetting aan de Steenoven in Hulsel en het oude kerkterrein met kerkhof in Hulsel (zie hoofdstuk 1 van bijlage 2). Sinds de vaststelling van het archeologiebeleid in 2011 zijn er door de gemeente nog geen archeologisch gemeentelijke monumenten aangewezen. Er zijn echter wel vindplaatsen die hier op basis van de wetenschappelijke en cultuurhistorische waarde voor in aanmerking komen. Het gaat om de drie middeleeuwse kerkterreinen van Reusel, Lage Mierde en Hooge Mierde omdat hierbij vast staat dat er al sinds de middeleeuwen een kerk met kerkhof aanwezig was. Deze drie terreinen zijn op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart opgenomen als gemeentelijk archeologisch monument (zie hoofdstuk 2 van bijlage 2). Op de plek van de in de eerste helft van de 15e eeuw gebouwde kerk in Hooge Mierde stond waarschijnlijk in de 12e eeuw al een kerk.

De parochiekerk van Lage Mierde stamt net als die van Hooge Mierde uit de 15e eeuw. Of hier sprake was van een voorganger is niet bekend. In en rond beide kerken werd al vanaf de middeleeuwen begraven. In Reusel hebben opgravingen, die begonnen in 1995, duidelijk gemaakt dat er sprake was van een 12e eeuwse Romaanse kerk. Gevonden graven maken duidelijk dat er hiervoor waarschijnlijk sprake was van een houten kerkje. De tufstenen Romaanse kerk werd geleidelijk 92

aan uitgebreid met bakstenen delen en is later vervangen door een gotische kerk die tot 1897 bleef bestaan en toen werd afgebroken. Delen van het kerkhof zijn opgegraven maar het is niet bekend of het hele terrein destijds is geruimd.

De kerk van Hooge Mierde lag tot na de Tweede Wereldoorlog nog redelijk eenzaam in de open akkers. Naast rijks- en gemeentelijke monumenten is er ook sprake van 18 archeologisch waardevolle terreinen (zie hoofdstuk 3 van bijlage 2). Hiertoe behoren die delen van de gemeente waar op basis van óf archeologisch onderzoek, óf de bekende archeologische waarnemingen en/of de bekende historische gegevens van het terrein (vrijwel) vaststaat dat hier belangrijke archeologische resten in de grond zitten. Het gaat bij het merendeel van deze waardevolle terreinen om resten van bewoning door jagers en verzamelaars in de Steentijd (laat Paleolithicum en Mesolithicum). Ze liggen voornamelijk in de bos- en heidegebieden zoals de Peelsche Heide, Wellenseind, De Flaes, Reuselse Moeren en Mispeleindse Heide. In vijf gevallen betreft het laat-prehistorische begravingen in de vorm van grafheuvels en urnenvelden bij Kattenbosch, Mispeleindse Heide en Hongerense Heide. Bij Hulsel rond de Hoef zijn twee waardevolle gebieden aanwezig die sporen vvan bewoning uit de IJzertijd en Romeinse tijd herbergen. De laatste twee terreinen betreffen middeleeuwse (omgrachte) hoeven bij Kuilenrode en Nertingen.

4.4

Opbouw van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart

Het doel van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart is het visueel inzichtelijk maken van de aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. De verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Reusel-De Mierden vormt de basis voor de archeologische beleidskaart. Op basis van het ontwikkelde verwachtingsmodel worden binnen het grondgebied van de gemeente Reusel-De Mierden zeven zones van archeologische verwachtingen of waarden onderscheiden: 1)

Wettelijk beschermde archeologische monumenten

2)

gebieden met archeologische waarde

3)

gebieden met een hoge archeologische verwachting, historische kern

4)

gebieden met een hoge archeologische verwachting 93

1.

5)

gebieden met een middelhoge archeologische verwachting

6)

gebieden met een lage archeologische verwachting

7)

gebieden zonder archeologische verwachting.

Wettelijk beschermde archeologische monumenten: van deze gebieden staat op basis van archeologisch onderzoek of waarnemingen vast dat hier belangrijke archeologische resten in de grond zitten. Deze terreinen vallen onder de vergunningplicht van de Rijksdienst (RCE) dan wel van de gemeente op basis van de erfgoedverordening.

2.

Gebieden van archeologische waarde: hiertoe behoren die delen van de gemeente waar op basis van óf archeologisch onderzoek, óf de bekende archeologische waarnemingen en/of de bekende historische gegevens van het terrein (vrijwel) vaststaat dat hier belangrijke archeologische resten in de grond zitten. Ook de niet wettelijk beschermde archeologische monumenten (AMK-terreinen) vallen hieronder.

3.

Gebieden met een hoge archeologische verwachting, specifiek de historische kernen van de Kempen: hieronder vallen de historische bekende gehuchten en woonlinten uit 1832 waar met grote waarschijnlijkheid archeologische resten verwacht kunnen worden. De verwachting wordt bevestigd door de deels nog aanwezige historische bebouwing in de vorm van boerderijen, kastelen, molens, kerk(fundamenten), kloosters, kapellen en begraafplaatsen.

4.

Gebieden met een hoge archeologische verwachting: hieronder vallen die delen van de gemeente waar op basis van de in het model gebruikte aantallen met grote waarschijnlijkheid archeologische resten verwacht kunnen worden. Het grootste deel van alle bekende archeologische vindplaatsen in de Kempen is afkomstig uit deze zones. Ook de bij de verschillende archeologische onderzoeken bekend geworden vindplaatsen zijn veelal gelegen in zones met een hoge archeologische verwachting.

5.

Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting, waaronder ook de beekdalen met een specifieke archeologische verwachting. Deze categorie is onderscheiden, omdat de gebruikte bodemen geomorfologische kaarteenheden zonder nader veldonderzoek niet eenduidig aan één van de andere categorieën toegewezen kunnen worden. Het zijn vooral de lager gelegen dekzanden met lage enkeerdgronden en de drogere minder vruchtbare podzolbodems. Binnen deze zones kunnen terreinen liggen waar door erosie of uitloging alle archeologische waarden verdwenen zijn, naast terreinen waar door afdekking met plaggen eventueel aanwezige archeologische waarden juist zeer goed geconserveerd zijn. Deze gronden zijn vooral gelegen in de (voormalige) heidegebieden. De prehistorische vindplaatsen geven aan dat bewoning in de prehistorie mogelijk is geweest. Deze kunnen echter wel opgeruimd zijn door de hier in de 19e en 20e eeuw uitgevoerde ontginningen, de aanwezige woonwijken en bedrijfsterreinen en natuurlijke bodemprocessen als verstuiving en uitloging.

6.

Gebieden met een lage archeologische verwachting. Binnen deze zones kunnen wel archeologische waarden aangetroffen worden. Echter, op basis van de geomorfologie en de bodemkundige kenmerken van het terrein (beekdal, veldpodzol, vlakvaaggronden, e.d.) of vanwege het verwachte incidentele en extensieve gebruik van de zones (depositielocaties, veeweiden, grondstofwinning e.d.) zijn dergelijke arealen moeilijk archeologisch te onderzoeken. Recente inzichten wijzen er ook op dat vooral

94

beekdalen in een zeer dunne spreiding bijzondere vondsten kunnen bevatten, welke echter wegens hun geringe aantal meestal alleen bij grootschalige werkzaamheden aangetroffen zullen worden. 7.

Gebieden zonder archeologische verwachting. Dit zijn locaties waarvan bekend is dat ze door de mens grootschalig verstoord zijn. Het gaat om terreinen waarvan is vastgesteld dat de archeologie verdwenen of diepgaand verstoord is door ontgronding, nieuwbouw, ondergrondse leidingen, sanering of opgravingen.

Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart is tot slot nog een aantal locaties aangegeven die mogelijk verstoord zijn, maar waar nog geen eenduidig beeld geschetst kon worden. Hierdoor kunnen deze terreinen niet zonder meer gevrijwaard worden van archeologisch onderzoek. De verstoringen moeten, indien er sprake is van bodemingrepen, gecontroleerd worden door middel van controlerende boringen, om aan te kunnen geven of het archeologische bodemarchief hier wel of niet verdwenen is.

95

Overzicht van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Reuse l-De Mierden 2020

96

4.5

Beperkingen van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart

Bij het gebruik van een archeologische waarden- en verwachtingenkaart moet men zich bewust zijn van de beperkingen van een dergelijk instrument. De kaart heeft slechts een beperkte houdbaarheidsdatum en is na verloop van tijd gedateerd, omdat nieuwe archeologische onderzoeken leiden tot meer kennis over de bewoningsontwikkeling en de locatiekeuzen die mensen in het verleden maakten. Een actualisatie van de kaart op basis van nieuwe gegevens en inzichten eens in de tien jaar is dan ook aan te bevelen. Een probleem bij het ontwikkelen van archeologisch beleid is uiteraard dat zonder een in de bodem ingrijpend – en dus het bodemarchief gelijkertijd verstorend – onderzoek, niet met zekerheid kan worden gezegd wat er in de grond zit. Bij het gebruik van een archeologische verwachtingen- en waardenkaart moet men zich daarom bewust zijn van de problematiek rond de ontwikkeling van een dergelijk instrument. In een gebied met een hoge verwachting is de trefkans op archeologische resten hoog. In een gebied met een lage verwachting is de trefkans lager. Een lage verwachting wordt toegekend, indien verwacht wordt dat de conservering of de trefkans lager is dan in de omringende gebieden. Dit kan zijn omdat een gebied door erosie aangetast is óf door een veel minder regelmatig gebruik van bepaalde delen van het landschap.

Een model voor een verwachtingenkaart wordt gebaseerd op de huidige archeologische kennis die voorhanden is. Dit betekent dat juist die zaken waarover nog weinig bekend is (zoals de overgang van jagen-verzamelen naar landbouw of rituele deposities) buiten het model zouden kunnen vallen. Dit impliceert niet alleen dat dergelijke zaken met onze huidige kennis feitelijk niet in een model te vangen zijn, maar ook dat in gebieden met een lage verwachting juist archeologische waarden aangetroffen kunnen worden waarover nog zeer weinig bekend is. Vanuit archeologisch oogpunt heeft het dus in principe de voorkeur dat wanneer er plannen worden ontwikkeld waarin het bodemarchief wordt verstoord, die verstoringen met name plaatsvinden in de zones met een lage verwachting. Maar dat betekent niet per se dat archeologisch onderzoek niet hoeft plaats te vinden. De verwachting is alleen dat er daar minder archeologisch onderzoek hoeft plaats te vinden dan in zones met een hoge archeologische verwachting.

97

5

Actualisatie cultuurhistorie

5.1

Werkwijze inventarisatie

Het uitgangspunt voor de nieuwe cultuurhistoriekaart van Reusel-De Mierden werd gevormd door de erfgoedkaart uit 2011. De hierin opgenomen cultuurhistorische vlakken, lijnen en punten zijn allemaal gecontroleerd op hun ligging, beschrijving, relictstatus en waardering. Sommige elementen ontbraken op de kaart, lagen op een verkeerde plek of zijn inmiddels verdwenen. Andere hadden dan weer een verkeerde beschrijving of waren verwisseld. In 2011 waren de niet meer bestaande delen van de verschillende elementen niet apart op de waardenkaart weergegeven. Dit had tot gevolg dat een nog maar deels bestaand open akkercomplex op de kaart kwam te staan als een nog volledig bestaand waardevol geheel, terwijl een deel van het akkercomplex al overbouwd was. Ook bij oude wegen was de totale weg op kaart als nog bestaand aangegeven en was alleen in de achterliggende tekst van de catalogus en database genoteerd dat de weg niet meer in zijn geheel bestond. Onduidelijk was echter welk deel nog wel bestond en welk deel niet. Om deze problemen op te lossen zijn de oude bestanden in ArcGis, samen met de catalogus en de achterliggende database allemaal gecontroleerd op de juiste ligging, omschrijving en relictstatus (nog aanwezig, nog deels aanwezig of niet meer). Hierbij is gebruik gemaakt van diverse bronnen zoals luchtfoto’s, topografische en historische kaarten.

De lijnen zijn daarbij gecorrigeerd waar nodig en op kaart is precies in beeld gebracht waar een weg niet meer bestaat en waar deze nog wel aanwezig is. De elementen die er niet meer zijn, komen ook niet meer terug op de cultuurhistorische waardenkaart. Ze zijn alleen nog zichtbaar op de cultuurhistorische inventarisatiekaart, die deel uitmaakt van de totale erfgoedkaart. Daarmee wordt zichtbaar wat reeds verdwenen is aan erfgoed, vooral bijvoorbeeld bij de boerderijen van belang. Visueel is nagegaan of bepaalde waarden nog effectief als dusdanig aanwezig waren of om begrenzingen van waardevolle gebieden nader af te bakenen. Elementen zijn gecontroleerd door middel van Google Maps en Streetview.

5.2

De waardering van cultuurhistorische elementen en structuren

Voor de cultuurhistorische waardering is uitgegaan van (de relictstatus) van alle thema’s en subthema’s van het historisch landschap op de cultuurhistorische inventarisatiekaart. Deze relictinventarisatie is van belang voor het beheer van de nog resterende cultuurhistorische waarden en dient ook de mogelijkheid te scheppen met die waarden bij planontwikkeling op een verantwoorde wijze om te gaan. De aard van de "relicten" is heel verschillend. In het beste geval bestaat het object nog in volle glorie en heeft het nog zijn "oorspronkelijke" functie. Dit is uitzonderlijk en waardevol. Wel moet daarbij bedacht worden wat hier "oorspronkelijk" mag betekenen. Voor de waarde toekenning zijn alle elementen op de kaart gecontroleerd op basis van de bestanden van rijksmonumenten van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de provinciale cultuurhistorische waardenkaart en de actuele lijst van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden van de gemeente Reusel-De Mierden. Verder is de bouwkunst aangevuld met de inventarisatie van de lokale heemkundekringen en de redengevende beschrijvingen die door de ODZOB zijn gemaakt. Daar waar nodig zijn correcties aangebracht en zijn vlakken aangepast en zijn panden die reeds gesloopt zijn, verwijderd.

Na deze controle zijn de geïnventariseerde objecten, lijnen en gebieden gewaardeerd, waarbij zo mogelijk gebruik is gemaakt van de erfgoed meetlat. 98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=12324f8a-875e-4cca-9030-4ccb3c13d364