[20.12847] - Toelichting bestemmingsplan woningbouwlocaties Reusel
Tekst van het document
De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woningen binnen het plangebied zullen minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het bouwplan voor de woningen. Daar komt dan ook de verduurzaming van de energie aan bod, bijvoorbeeld door het aanleggen van een eigen energievoorziening.
ad 2.
Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Onderhavig plan wordt gerealiseerd op een plek die hoog en droog genoeg is. Door infiltratie van het hemelwater ter plaatse wordt voorkomen dat er een versnelde afvoer plaatsvindt. Het ontwerp van de woningen en de inrichting van de woonpercelen kunnen voorts een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie. Dit wordt in het bouwplan nader uitgewerkt.
ad 3.
Een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Binnen de kern Reusel is sprake van een vraag naar diversiteit in woningaanbod. De concrete vraag naar woningen binnen de kern Reusel kan hiermee worden ingevuld.
ad 4.
Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
53
aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door een zorgvuldige inpassing van de woningen wordt een bijdrage geleverd aan de leefomgeving en daarmee aan het vestigingsklimaat. Conclusie Het plan geeft invulling aan de opgaven van de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim Omgevingsverordening bevat de provinciale regels en randvoorwaarden met een bindende werking over de fysieke leefomgeving. Deze vloeien voort uit de in de Omgevingsvisie genoemde doelen. De Interim Omgevingsverordening is opgesteld naar de gedachtegang van de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2021 in werking zal treden. De Interim omgevingsverordening (IOV) heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen. Voor onderhavig plan zijn in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen "Instructieregels aan gemeenten" aan de orde. De afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid):
afdelingen 3.5 tot en met 3.7: de toedeling van functies;
afdelingen 3.2 tot en met 3.4: de bescherming van gebiedskenmerken;
afdeling 3.1: de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies.
3.2.2.1 De toedeling van functies Onderhavig planvoornemen voorziet in de realisatie van 91 woningen als vorm van inbreiding en herontwikkeling van andere stedelijke functies, namelijk woningbouw. De plangebieden zijn op de locatie Rouwenbogt 1 - Gildepad 2 (Landelijk gebied, gemengd landelijk gebied) gelegen binnen de 'Landelijke Kern'. In de ruimtelijke onderbouwing van deze locatie, bijgevoegd bijlage 4, is de toetsing aan de Interim Omgevingsverordening opgenomen. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden. In het kader van de overige ontwikkelingen dient in beginsel aan artikel 3.42 van de Interim Omgevingsverordening (IOV) getoetst te worden. Hieronder is dit artikel overgenomen en wordt hieraan getoetst.
54
''Artikel 3.42 - duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Onderhavig planvoornemen betreft individuele initiatieven met een geringe omvang, waardoor deze niet zijn opgenomen binnen de regionale afspraken. b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. De nieuwe woningbouwontwikkelingen binnen het plangebied zullen minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Daarnaast worden de woning passend gerealiseerd binnen de omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met bestaande groenstructuren. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; Onderhavige initiatieven voldoen aan alle uitvoeringsaspecten. Deze worden nader toegelicht in hoofdstuk 4. b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Onderhavig initiatieven voorzien in de realisatie van in totaal 91 woningen als vorm van inbreiding.
Hiermee wordt de ruimte zorgvuldig gebruikt, doordat het thans braakliggende terreinen voorziet van een nieuwe invulling. Hiermee wordt verloedering voorkomen. c.
geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; Onderhavige initiatieven voorzien, met de realisatie van 91 nieuwe woningen op voornamelijk onbebouwde percelen, in duurzaam gebruik van de bebouwing. Dit wordt verder uitgewerkt in het bouwplan behorende bij dit planvoornemen.
d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Onderhavige initiatieven voldoen aan de in paragraaf 4.12 benoemde eisen voor de opvang en afvoer van hemelwater. Hiermee wordt voldaan aan dit sublid. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Onderhavige initiatieven zorgen niet voor een verandering/aanpassing met betrekking tot duurzame mobiliteit. Dit sublid is niet van toepassing.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
55
f.
draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Onderhavige initiatieven zorgen ervoor dat de thans onbebouwde percelen een nieuwe functie krijgen, waarbij verloedering in de kern van Reusel wordt tegengegaan. Dit draagt bij aan de continuïteit van het dorp Reusel als woonlocatie. Tevens voldoen de geprojecteerde woningen aan de duurzaamheidseisen benoemt in paragraaf 2.7.
3.2.2.2 De bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken:
stalderingsgebied;
beperkingen veehouderij.
Beperkingen veehouderij en Stalderingsgebied De artikelen 3.51 en 3.52 IOV stellen regels aangaande de ontwikkeling van veehouderijen. Onderhavig plan omvat geen veehouderijen. Er hoeft derhalve geen nadere toetsing plaats te vinden.
3.2.2.3 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Uit artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening komt naar voren dat aan een drietal aspecten getoetst moet worden om een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving te waarborgen. Dit zijn de volgende aspecten: 1. zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6); 2. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7); 3. meerwaardecreatie (artikel 3.8).
3.2.2.3.1
Zorgvuldig ruimtegebruik
Onderhavig planvoornemen voorziet in de realisatie van 91 woningen als vorm van inbreiding en herontwikkeling van andere stedelijke functies, namelijk woningbouw. De plangebieden zijn, op de locatie Rouwenbogt 1 - Gildepad 2 (Landelijk gebied) na, gelegen binnen de 'Landelijke Kern'. Binnen dit planvoornemen wordt een zorgvuldig ruimtegebruik verkregen door op inbreidingslocaties binnen de kern van Reusel de woningbouwopgaven op te vangen. Daarnaast wordt verloedering tegengegaan door braakliggende terreinen te hergebruiken als woonpercelen. Hiermee wordt mogelijke deprivatie tegengegaan.
56
3.2.2.3.2
Toepassing van de lagenbenadering
De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond; zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag; zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c.
de bovenste laag; zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een wijziging in de eerste twee lagen. Desalniettemin treedt er wel een verandering op in de derde laag. Doordat de woningen worden toegevoegd zorgt dit voor een verandering in de omvang van de bebouwing. Deze omvangsvergroting draagt bij aan de continuïteit van het dorp Reusel als woon- en verblijfslocatie, doordat leegstand van percelen wordt tegengegaan. Hiermee wordt voldaan aan dit aspect.
3.2.2.3.3
Meerwaardecreatie
Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Onderhavig planvoornemen zorgt voor diverse sociaaleconomische meerwaardecreaties. Allereerst wordt de directe omgeving gevrijwaard van leegstand van gronden en deprivatie, wat kan leiden tot verloedering van deze delen van Reusel. Ook leidt de ingebruikname van de woningen tot uitgaven binnen de directe omgeving, wat de economische positie van Reusel ten goede komt. Verder zorgt de ingebruikname van de nieuwe woonlocaties op deze locaties voor de instandhouding van het infrastructurele netwerk, wat een positieve invloed heeft op de herkenbaarheid van Reusel.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
57
Daarnaast zorgt de herbestemming van de intensieve veeteelt-bedrijven aan Rouwenbogt/Gildepad voor de mogelijkheid van de ontwikkeling van de woonwijk Molenberg. Ten slotte neemt het planvoornemen een verrommelde situaties weg. Er is daarmee tevens een waardecreatie in het algemeen belang.
3.2.2.4 Conclusie Het planvoornemen past binnen het beleid van de Interim Omgevingsverordening.
3.2.3
Brabantse Agenda Wonen
In 2017 heeft de Provincie Noord-Brabant de 'Brabantse Agenda Wonen' uitgebracht. Inzet is om de regio specifieke kwaliteiten van Brabant te behouden en te versterken. Met als uitgangspunt de motie 'Versnellen en verduurzamen woningbouwproductie' van Provinciale Staten en vanuit de urgentie het wonen en het woningbouwprogramma, nu het nog kan, nu er een flinke bouwopgave ligt, in te zetten voor deze bredere, met omgevingskwaliteit samenhangende doelen, is de Brabantse Agenda Wonen opgesteld. De Brabantse Agenda Wonen geeft vier actielijnen en zes richtinggevende principes. Actielijnen: 1. Accent op duurzame verstedelijking. 2. Meer nadruk op de bestaande woningvoorraad. 3. Inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen. 4. Versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken. Richtinggevende principes: 1. Het woningbouwprogramma zet optimaal in op (toekomstige) binnenstedelijke locaties – inbreiden, herstructureren, transformeren – en op het herbestemmen van leegstaand en leeg komend kantoor-, winkel- en ander vastgoed, met als uitgangspunt dat zorgvuldig ruimtegebruik voor zuinig ruimtegebruik gaat. 2.
We geven ruim baan voor ' goede woningbouwplannen' binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen: woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw genomen kan worden.
58
3. We leggen in Brabant meer nadruk op de bestaande woningvoorraad, met specifieke aandacht voor herstructurerings- en transformatieopgaven, verduurzaming van de voorraad en het geschikt maken van woningen en de woonomgeving voor mensen met een zorgvraag. 4. We ontwikkelen in Brabant vraaggerichte woningbouwplannen, die aansluiten op de vraag van huishoudens en met oog voor nieuwe flexibele en tijdelijke woonvormen en strategische toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad. 5. Om tijdig en adequaat in te kunnen spelen op de dynamiek op de woningmarkt, veranderende woonwensen en onvoorziene ruimtelijke ontwikkelingen zorgen we voor realisme en flexibiliteit in de regionale en gemeentelijke woningbouwplanning en – programmering. 6. We versterken in Brabant de samenwerking op de regionale woningmarkt, met de gemeenten als eerste aan zet. We vernieuwen de regionale woningbouwafspraken, met een groter accent op de kwalitatieve samenstelling van het planaanbod en de inzet van het woningbouwprogramma voor bredere, vaak ruimtelijk-kwalitatieve doelen en met specifiek aandacht voor de regionale afweging van de meer grootschalige gebiedsontwikkelingen en uitbreidingslocaties. Conclusie Het plan voldoet aan de 'Brabantse Agenda Wonen'.
3.3
Regionaal niveau
3.3.1
Kempische Visie op Wonen 2019-2023
Op 12, 21 en 28 maart 2019 hebben de gemeenteraden van Bladel, Bergeijk, Eersel en Reusel-De Mierden de Kempische visie op wonen 2019-2023 vastgesteld. In deze visie worden vijf speerpunten genoemd voor de regionale woningmarkt: 1. Versnellen van de bouwproductie, op een zorgvuldige manier 2. Behoud voor betaalbaar wonen 3. Zorg voor elkaar faciliteren 4. Klaar voor de toekomst 5. Werken en wonen Gelet op de huidige druk op de woningmarkt is er behoefte aan nieuwe woningen. In de basis streven we er naar om nieuwe woningen primair binnen bestaand stedelijk gebied te ontwikkelen. Middels dit bestemmingsplan wordt hieraan tegemoetgekomen.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
59
Een ander speerpunt is behoud voor betaalbaar wonen. De economie in onze regio groeit hard, maar deze groei kent ook nadelen. Het aanbod aan goedkope koopwoningen neemt door de stijgende huizenprijzen snel af. Ondanks deze groei is er veel vraag naar betaalbare koopwoningen voor starters en sociale huurwoningen. Middels dit bestemmingsplan wordt tegemoetgekomen aan de vraag naar een diversiteit van woningen. Middels dit bestemmingsplan wordt flexibiliteit geboden voor de realisatie van diverse woningen. Conclusie Het plan past binnen de Kempische visie op wonen 2019-2023.
3.3.2
Regionaal woningbouwprogramma
Het huidige Regionaal woningbouwprogramma is door voormalig SRE gemeenten vastgesteld op 17 december 2009 en daarna elk jaar geactualiseerd. De Verordening Ruimte geeft aan dat jaarlijks afspraken gemaakt dienen te worden in het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) over het woningbouwprogramma voor de eerste tienjaarsperiode. Bij deze kwantitatieve afspraken (programma) hoort een aantal uitgangspunten op basis waarvan de afspraken worden geactualiseerd. Eén van de uitgangspunten is dat de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose het uitgangspunt vormt. De meest actuele prognose is uit 2017, waarbij voor Reusel-De Mierden wordt uitgegaan van een toename van de woningvoorraad met 730 woningen in de periode 2017 t/m 2029. De extra woningen die middels dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt passen binnen het woningbouwprogramma en geven invulling aan een deel van de behoefte van 730 woningen, in het segment kleinere (betaalbare) woningen. Conclusie Het plan voldoet aan het 'Regionaal woningbouwprogramma'.
60
3.4
Gemeentelijk niveau
3.4.1
Omgevingsvisie gemeente Reusel-De Mierden
Door de gemeente Reusel-De Mierden is op 22 mei 2018 de Omgevingsvisie gemeente Reusel-De Mierden vastgesteld. De omgevingsvisie is opgesteld vooruitlopend op de aankomende Omgevingswet. In deze visie is niet zozeer een gewenst eindbeeld, maar is gekozen om de strategie om er te komen vast te leggen. Aan elk(e) (type) gebied waar in deze omgevingsvisie aandacht aan is besteed, is een strategie gekoppeld. Voor de kern Reusel is het Centrumplan 'Nieuw hart voor Reusel' vastgesteld. Het centrumplan is gebaseerd op een thematische keuze van boodschappenplein aan de Markt en evenementenplein aan het Kerkplein. Door de afwaardering van de Wilhelminalaan is het mogelijk om de 'nieuwe Markt' over de Wilhelminalaan te leggen waardoor de zuidzijde van de Wilhelminalaan wordt verbonden met de noordzijde. Met voldoende aantrekkingskracht aan de zuidzijde ontstaat een dynamisch plein met winkels en branches die zich kunnen versterken en verder tot ontwikkeling kunnen komen. Het Kerkplein wordt een verblijfsgebied met passende maatschappelijke-, culturele- en commerciële functies. De nieuwe groene inrichting moet bijdragen aan een plezierige omgeving waar het mogelijk is om met regelmaat evenementen of activiteiten te organiseren.
De perifere detailhandel aan de Schoolstraat en de food- en fashion square aan de Brinck en de Kerkstraat worden via goede en veilige oversteekplaatsen en de herinrichting van het openbaar gebied met elkaar verbonden. De bestaande clustering van grootschalige horecavoorzieningen voor de jeugd aan de Wilhelminalaan kan gehandhaafd blijven. Op grotere afstand van het centrumgebied zijn geclusterd nog enkele locaties voor voorzieningen met een wijkfunctie (school, sport, zorg, gezondheid) gebundeld in bredeschoolconcepten of zorgconcepten. De clusteringsopgave voor de voorzieningen heeft al grotendeels plaatsgevonden. Het sportpark functioneert goed maar ontbeert een verkeersveilige langzaam verkeersroute met de dorpskern. Op diverse plaatsen ontstaan in de kern Reusel mogelijkheden voor transformatie en inbreiding. Het gaat daarbij onder meer om vrijkomende bedrijfskavels langs de linten, aan de randen van het bedrijventerrein De Lange Voren alsmede om cultuurhistorisch waardevolle gebouwen die voorzien kunnen worden van een nieuwe functie. De woningbouwopgave voor de kern Reusel kan opgevangen worden op deze inbreidingslocaties en in de nog in ontwikkeling zijnde woonwijk Molen Akkers.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
61
GEMEENTELIJKE OMGEVINGSVISIE
Dit bestemmingsplan versterkt de woningbouwbehoefte in Reusel. Met dit bestemmingsplan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan sluit zodoende aan bij de strategie van het behouden van de bestaande kracht en past binnen de ambities van de Omgevingsvisie. Conclusie Het plan voldoet aan de 'Omgevingsvisie gemeente Reusel-De Mierden'.
62
3.4.2
Toekomstvisie 'Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen'
In september 2013 heeft de gemeenteraad van Reusel-De Mierden ingestemd met de toekomstvisie ‘Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen’ waarin ambities voor de toekomst van Reusel-De Mierden beschreven zijn. Dit document is tot stand gekomen tijdens een interactief proces met en tussen inwoners, verenigingen, ondernemers, maatschappelijk middenveld en de gemeente. De visie beschrijft de door inwoners en maatschappelijke organisaties gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente Reusel-De Mierden in 2030. In het visietraject kwam ‘verbinden’ als centrale opgave naar voren voor de gemeente. Dit betreft zowel een verbinding tussen nieuwe en oude waarden, verbinding binnen dorpsgemeenschappen en verbinding met de omgeving. In 2030 vormt de gemeente Reusel-De Mierden het 'Groene Hart' van de EU-regio de Kempen. Het wonen in aantrekkelijke, overzichtelijke dorpsgemeenschappen is de kracht van de gemeente. De gemeente biedt plaats aan mensen die landelijk willen wonen. De gemeente stuurt op het aantrekken en behouden van jonge inwoners, zodat een evenwichtige bevolkingsopbouw gewaarborgd blijft. De visie 'Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen' is vervolgens vertaald in twaalf ambities voor de lange termijn, waar per ambitie concrete uitvoeringsopties zijn ontwikkeld.
Zo moet voor een evenwichtige samenleving en behoud van de kleine kernen een gevarieerd woningaanbod worden gerealiseerd voor verschillende leeftijdscategorieën. Leegstand moet worden voorkomen en er moet een reële afstemming op de woningbehoefte plaats vinden. Daarnaast moet voor de gewenste versterking van het landelijk karakter van de gemeente het dorpskarakter van de afzonderlijke dorpen in stand worden gehouden. Hiertoe moet bestaande lintbebouwing in stand worden gehouden en veelal te worden vastgehouden aan traditionele architectuur. Dit bestemmingsplan gaat uit van het mogelijk maken van een flexibel bestemmingsplan voor een nieuwe woningbouwontwikkelingslocatie. Hiermee wordt beoogd tegemoet te komen aan de huidige woningbehoefte. Het bestemmingsplan sluit daarnaast aan bij ambities die door de gemeente gesteld zijn, zoals het 'streven naar een evenwichtige samenleving' via het subdoel 'gevarieerd woningaanbod'. Conclusie Het plan voldoet aan de Toekomstvisie 'Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen'.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
63
3.4.3
Woonvisie 2018-2023
De gemeente Reusel-De Mierden heeft de Woonvisie 2018-2023 opgesteld en deze visie in december 2017 vastgesteld. Binnen deze visie zijn vijf thema's opgenomen: 1. Prioriteiten stellen voor nieuwbouw; 2. Voldoende betaalbare huur; 3. Investeren in de bestaande voorraad; 4. Wonen en zorg; 5. Passende huisvesting voor arbeidsmigranten. Eén van deze vijf thema's is het thema 'Voldoende betaalbare huur'. Hierin staan betaalbaar wonen en de sociale huursector centraal. Er wordt een inhaalslag gemaakt om in voldoende sociale woningen te voorzien. Uitgangspunt is dat ten minste 60% van de nieuwbouwwoningen in het sociale segment worden gerealiseerd. Er is namelijk, ondanks het licht positief economische toekomstperspectief, veel vraag naar betaalbare koopwoningen voor starters en sociale huurwoningen. De verwachting is namelijk dat het aantal huishoudens met een laag inkomen (en daarmee behoefte aan een sociale huurwoning) de komende jaren gaat toenemen in Reusel-De Mierden. Dat komt niet alleen door reguliere woningzoekenden, maar ook door een groei van diverse kwetsbare doelgroepen die doorgaans behoefte hebben aan een goedkope huurwoning (zoals vergunninghouders en mensen met een zorgvraag die langer zelfstandig moeten wonen). Middels dit bestemmingsplan wordt tegemoetgekomen aan de vraag naar een diversiteit van woningen.
Met dit bestemmingsplan wordt flexibiliteit geboden voor de realisatie van diverse woningen. Conclusie Het plan past binnen de 'Woonvisie 2018-2023'.
3.4.4
Regeling Kwaliteitsverbetering van het landschap
Naar aanleiding van het uitgangspunt van het leveren van een kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals inmiddels opgenomen in artikel 22.5 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en de daaromtrent gemaakte regionale afspraken, heeft de gemeente Reusel-De Mierden het beleidskader "Landschapsinvesteringsregeling De Kempen" vastgesteld. Deze paragraaf bevat een beschrijving van de wijze waarop invulling is gegeven aan de kwaliteitsverbetering van het landschap.
64
Voor het bepalen van de benodigde kwaliteitsverbetering is de categorie-indeling van de ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied van toepassing:
categorie 1: geen ruimtelijke impact; geen tegenprestatie nodig;
categorie 2: beperkte impact; landschappelijke inpassing volstaat;
categorie 3: grote impact; landschappelijke inpassing én berekende kwaliteitsverbetering van het landschap.
Onderhavig initiatief gelegen in het landelijke gebied van Reusel (deelplan Rouwenbogt 1 Gildepad 2) is een categorie 1 ontwikkeling (bouw ruimte-voor-ruimte woning). Hier is geen tegenprestatie noodzakelijk. De Interim Omgevingsverordening eist dat bij het vaststellen van een ruimtelijk besluit is aangetoond dat de kwaliteitsverbetering van het landschap financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. De initiatiefnemer en de gemeente hebben daarom een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waarin de aanleg en het beheer van de landschappelijke inpassing is vastgelegd. Daarnaast is ter plaatse van de landschappelijke inpassing een voorwaardelijke verplichting tot realisatie en behoud van de landschappelijke inpassing opgenomen op de verbeelding en in de regels. Hiermee wordt voldaan aan de criteria van de Interim Omgevingsverordening.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
65
66
HOOFDSTUK 4 UITVOERINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven.
4.1
Bodemkwaliteit
4.1.1
Inleiding
Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan, waartoe deze onderbouwing behoort, een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet.
4.1.2
Analyse
4.1.2.1 Locatie Molenberg Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een parkzone en een bedrijfslocatie. Het initiatief omvat daar een bestemmingswijziging naar de gevoeliger functie 'Wonen'. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek voor deze gronden is noodzakelijk. Om de bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Rapportage verkennend bodemonderzoek Molenberg 77 te Reusel" (kenmerk 9027.001), bijgevoegd in bijlage 7. Econsultancy concludeert daarin dat:
de bodem voornamelijk bestaat uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bodem is plaatselijk tot maximaal 1,0 m mv plaatselijk zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak tot matig grindig en zwak tot uiterst gleyhoudend. In de ondergrond komen plaatselijk vanaf 1,5 m -mv sterk zandige kleilagen en/ of veenlagen voor;
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
67
ter plaatse van de bedrijfslocatie geen zintuiglijke verontreinigingen zijn aangetroffen in de boven- en ondergrond. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met koper en zink. Verder zijn in de bovengrond en de ondergrond analytisch geen verontreinigingen geconstateerd. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium, nikkel en zink;
ter plaatse van de bedrijfslocatie is uit de terreininspectie gebleken dat op de locatie plaatselijk sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Dit in verband met de aanwezige asbestverdachte varkensschotten in de bodem. De verwachte verontreiniging beperkt zich tot de bodem direct rondom en onder deze asbestverdachte varkensschotten;
ter plaatse van het overige terreindeel is de bovengrond op het zuidwestelijk deel van de locatie zwak baksteenhoudend. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. De bijmenging met baksteen kan geclassificeerd worden als eenduidig materiaal en is derhalve niet verdacht voor asbest. Het grondwater is deels licht en/of matig verontreinigd met cadmium, nikkel en zink en licht verontreinigd met barium en kobalt.
Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
4.1.2.2 Locatie Reeneik - Denestraat Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een groenzone. Het initiatief omvat daar een bestemmingswijziging naar de gevoelige functie 'Wonen'. Om de bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Rapportage verkennend bodemonderzoek Randweg-Oost/Reeneik (locatie 2) te Reusel" (9 mei 2019, 9037.001), bijgevoegd in bijlage 8. Econsultancy concludeert daarin dat:
de bodem voornamelijk bestaat uit matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bodem is bovendien zwak humeus en zwak grindhoudend. Plaatselijk komt van 0,6-,0,8 m mv een sterk zandige leemlaag voor. De ondergrond is bovendien zwak tot matig oerhoudend en zwak gleyhoudend. De bovengrond is plaatselijk zwak baksteen- en zwak kolengruishoudend. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen;
68
op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veld-werkzaamheden geen aanwijzingen gevonden zijn, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met zink. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium.
Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Daarnaast zijn geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten, waardoor Econsultancy adviseert geen onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 uit te voeren.
4.1.2.3 Locatie Reeneik - Randweg-Oost Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit braakliggende percelen met opslag van materialen. Het initiatief omvat daar een bestemmingswijziging naar de gevoeliger functie 'Wonen'. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek voor deze gronden is noodzakelijk. Om de bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Rapportage verkennend bodemonderzoek Randweg-Oost/Reeneik (locatie 3) te Reusel" (9 mei 2019, 9038.001), bijgevoegd in bijlage 9. Econsultancy concludeert daarin dat:
de bodem voornamelijk bestaat uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien, tot maximaal 0,8 m -mv zwak humeus. De bodem is plaatselijk zwak grindhoudend. De ondergrond is zwak tot uiterst gleyhoudend. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen;
tijdens de veldwerkzaamheden op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen zijn. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In de ondergrond is enkel een lichte verontreinigen met PCB geconstateerd. Het grondwater is matig verontreinigd met barium. Deze verontreiniging is hoogstwaarschijnlijk, te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater.
Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
69
Daarnaast zijn geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten, waardoor Econsultancy adviseert geen onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 uit te voeren.
4.1.2.4 Rijpershoek - Hulselsedijk Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit agrarische percelen. Het initiatief omvat daar een bestemmingswijziging naar de gevoeliger functie 'Wonen'. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek voor deze gronden is noodzakelijk. Om de bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Rapportage verkennend bodemonderzoek Rijpershoek (locatie 4) te Reusel" (9 mei 2019, 9039.001), bijgevoegd in bijlage 10. Econsultancy concludeert daarin dat:
de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn tot matig grof zand. De bovengrond is zwak humeus. De ondergrond is vanaf 1,5 zwak grindhoudend. Plaatselijk is de bodem vanaf 0,5 m -mv zwak tot sterk gleyhoudend. Zeer plaatselijk (boring 2) is vanaf 1,7 m -mv een sterk zandige kleilaag aanwezig. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen.
tijdens de veldwerkzaamheden op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen zijn aangetroffen;
de bovengrond plaatselijk licht tot sterk verontreinigd is met zink en plaatselijk licht verontreinigd met cadmium, koper en lood. In de ondergrond zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper en nikkel.
Econsultancy adviseert om een nader onderzoek te laten instellen naar de aard en de omvang van de geconstateerde verontreiniging met zink, ter plaatse van de boringen 5, 7 en 8. Naar aanleiding van de resultaten uit het verkennend bodemonderzoek, heeft Econsultancy uit Swalmen een nader bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Nader bodemonderzoek Rijpershoek (locatie 4) te Reusel" (15 juli 2019, 9039.007), bijgevoegd in bijlage 11. Econsultancy concludeert daarin dat:
op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de resultaten van de HXRF-metingen en de analyseresultaten wordt de sterke verontreiniging met zink in de bodem zowel in horizontaal vlak als in verticaal vlak nagenoeg als afgeperkt beschouwd tot aan de regionale achtergrondwaarden en tot maximaal aan de perceelsgrenzen.
70
Deze verontreinigingskern (kern 1a) bevindt zich in de bodem vanaf maaiveld tot maximaal 1,0 m -mv en heeft een omvang van circa 360 m³ (550 m2 x gem. 0,65 m).
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de resultaten van de HXRF-metingen en de analyseresultaten wordt de sterke verontreiniging met zink in de ondergrond ter plaatse van boring 108 (traject 0,75-1,7 m -mv) in verticaal vlak als afgeperkt beschouwd tot aan de regionale achtergrondwaarden. In horizontaal vlak is deze sterke verontreiniging echter niet afgeperkt. Deze verontreinigingskern met zink heeft vooralsnog een omvang van circa 120 m³ (125 m2 x 0,95 m).
Formeel dient ter plaatse van kern 1b aanvullend nader bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Daar de verontreinigingen ter plaatse van kern 1a op termijn hoogstwaarschijnlijk door middel van een BUS-melding (vermoeden ernstig geval van bodemverontreiniging) gesaneerd gaan worden, kan, ongeacht of kern 1b is afgeperkt, deze meegenomen worden tijdens de BUS-sanering.
Uit de milieuhygiënische beoordeling is gebleken, dat er geen sprake is van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico's. Uitgaande hiervan, alsmede van de mate en het volume van de grondverontreiniging op de onderzoekslocatie (meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond) wordt gesteld dat hier in het kader van de Wet Bodembescherming een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. Econsultancy adviseert de met zink verontreinigde bodem op termijn te saneren conform een door het bevoegd gezag goedgekeurde BUS-melding.
4.1.2.5 Rouwenbogt 1 - Gildepad 2 Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit agrarische percelen. Het initiatief voorziet in de realisatie van één ruimte-voor-ruimte woning naast Rouwenbogt 1, waarbij de voormalige intensieve veehouderij op het adres Rouwenbogt 1 wordt gesaneerd. De stallen worden omgezet naar ruimte voor statische opslag en categorie 2-bedrijven. Daarnaast wordt de intensieve veehouderij op het adres Gildepad 2 omgezet naar een bedrijfsbestemming met ruimte voor statische opslag. Om de bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Bodeminzicht uit Veghel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Verkennend bodemonderzoek Rouwenbogt 1 te Reusel" (4 maart 2020, B2414), bijgevoegd in bijlage 12.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
71
Bodeminzicht concludeert daarin dat:
in het mengmonster van de visueel schone bovengrond (BG1) gehaltes aan koper en zink gemeten zijn boven de achtergrondwaarden. De gehaltes aan koper en zink vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek.
in het grondwater ter plaatse van peilbuis 03 gehaltes aan barium en naftaleen gedetecteerd zijn boven de streefwaarden. De verhoging aan barium is toe te schrijven aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Voor het licht verhoogde gehalte aan naftaleen bestaat op basis van dit onderzoek geen verklaring. De overschrijding is marginaal en behoeft geen nader onderzoek.
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt, ons inziens, geen belemmering voor de beoogde nieuwbouw van een woning.
4.1.3
Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor de locaties 1, 2 en 3 en 5. Voor locatie 4 een vervolgonderzoek uitgevoerd, waaruit is gebleken dat gronden gesaneerd moeten worden voordat onderhavig planvoornemen uitgevoerd kan worden.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
4.2.1
Inleiding
Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:
de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;
bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.
Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.
72
4.2.2
Analyse
Invloed plan op de omgeving Alle ontwikkelingslocaties betreffen woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan
4.2.2.1 Locatie Molenberg Het initiatief ligt binnen de richtafstand van 50 meter (gebiedstype rustige woonwijk) van het sporthuis 'Reusel' en de sportschool aan de Molenberg. Middels een onderzoek milieuzonering dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. Om het aspect 'Bedrijf en milieuzonering' inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek industrielawaai Randweg Oost / Reeneik / Molenberg te Reusel" (30 juni 2020, 9038.007), bijgevoegd in bijlage 13. Econsultancy concludeert daarin dat:
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is maatgevend in de avondperiode en bedraagt dan ten hoogste 39 dB(A) ter plaatse van woningen in locatie 1. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarden. In theorie kunnen woningen nog enkele meters dichterbij de sporthal worden gerealiseerd. Dit zal echter niet leiden tot een toename van meer dan 6 dB .
Het maximale geluidsniveau bedraagt ten hoogste 64 dB(A) in de dagperiode en avondperiode ter plaatse van woning 19 in locatie 1 (Molenberg). Ook hiermee wordt voldaan aan de richtwaarden. Maatgevend is het sluiten van autoportieren op het parkeerterrein.
Ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen is in relatie tot de bestaande sporthal sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Wanneer in locatie 1 woningen (bouwvlakken) worden geprojecteerd of gerealiseerd binnen 10 meter tot de westelijk gelegen bestemming ‘sportcentrum’, wordt nader onderzoek naar het woon- en leefklimaat geadviseerd. Naar aanleiding van de omzetting van de intensieve veehouderijen aan het Gildepad 2 en Rouwenbogt 1 wordt statische opslag mogelijk gemaakt en kleinschalige bedrijvigheid in categorie 2 (richtafstand van 30 meter). Deze locaties bevinden zich op ten minste 40 meter van dit plangebied en vormen geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
73
4.2.2.2 Locatie Reeneik - Denestraat Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied. bedrijf
SBI-code
categorie
richtafstand
werkelijke afstand
Sporthuis Reusel
S931
3.1
30 meter
50 meter
Agrarische bedrijven,
0111,0113 2
10
> 60 meter
Witrijt 1 en 3 Het initiatief ligt buiten de richtafstanden van de omliggende bedrijven. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4.2.2.3 Locatie Reeneik - Randweg-Oost Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied. bedrijf
SBI-code
categorie
richtafstand
werkelijke afstand
Sporthuis Reusel
S931
3.1
50 meter
< 50 meter
Agrarische bedrijven,
0111,0113 2
10
minimaal 60 meter
Witrijt 1 en 3 Het initiatief ligt buiten de richtafstanden van de agrarische bedrijven. Het uitvoeren van een nader onderzoek hiervoor is niet noodzakelijk. Het initiatief ligt binnen de richtafstand van 30 meter (gebiedstype gemengd gebied) van het sporthuis 'Reusel' aan de Molenberg. Middels een onderzoek milieuzonering dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. Om het aspect 'Bedrijf en milieuzonering' inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek industrielawaai Randweg Oost / Reeneik / Molenberg te Reusel" (30 juni 2020, 9038.007), bijgevoegd in bijlage 13. Econsultancy concludeert daarin dat:
De geluidsbelasting als gevolg van de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder) bedraagt ten hoogste 25 dB(A) in de dagperiode en 35 dB(A) in de avondperiode ter plaatse van woning 1 in locatie 3 (Reeneik - Randweg-Oost).
74
Hiermee kan (ruimschoots) worden voldaan aan de richtwaarden uit de VNGpublicatie. Ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen is in relatie tot de bestaande sporthal sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
4.2.2.4 Locatie Rijpershoek - Hulselsedijk Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied. bedrijf
SBI-code
categorie
richtafstand
werkelijke afstand
Mierdseweg 4
773
3.1
50 meter
90 meter
Dooleg 18
852
2
30 meter
100 meter
Beukenlaan 60
852
2
30 meter
95 meter
Hulsesedijk
40-C1
2
30 meter
>30 meter
Het initiatief ligt buiten de richtafstanden van niet-agrarische bedrijven. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4.2.2.5 Locatie Rouwenbogt 1 - Gildepad 2 Toetsing gebruik loodsen in milieucategorie 2 op de Rouwenbogt 1 Uit de ruimtelijke onderbouwing, bijgevoegd in bijlage 4, blijkt dat de afstand van de noordelijke loods tot aan de dichtstbijzijnde woning (Rouwenbogt 1) 62 meter bedraagt waardoor ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstanden. Toetsing ruimte-voor-ruimte woning Uit de ruimtelijke onderbouwing, bijgevoegd in bijlage 4, blijkt dat de afstand van de ruimtevoor-ruimte woning tot het bouwvlak van de intensieve veehouderij aan de Rouwenbogt 6 46 meter bedraagt. Hiermee wordt niet voldaan aan de richtafstanden voor geur, maar wel ten opzichte van geluid en stof. Met betrekking tot geur is nader onderzoek uitgevoerd (paragraaf 4.4), hieruit blijkt dat aan alle gestelde geurnormen wordt voldaan en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op het aspect geur.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
75
Gildepad 2 Uit de ruimtelijke onderbouwing, bijgevoegd in bijlage 4, blijkt dat de afstand tussen het bouwvlak van inrichting aan Gildepad 2 en het bouwvlak van de nieuwe woning aan de Rouwenbogt 1 circa 110 meter bedraagt. Deze afstand is groter dan 10 meter waardoor aan alle richtafstanden wordt voldaan. Milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor dit plan.
4.2.3
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.
4.3
Externe veiligheid
4.3.1
Inleiding
Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit.
4.3.2
Analyse
Het plan omvat nieuwe kwetsbare objecten. De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten (inrichtingen, buisleidingen en transportroutes).
76
RISICOKAART PLANGEBIED
Op de Risicokaart is te zien dat in de omgeving van de deelgebieden geen risicovolle activiteiten worden uitgevoerd. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde.
4.3.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
77
4.4
Geurhinder veehouderijen
4.4.1
Inleiding
Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.
4.4.2
Analyse
Het initiatief ligt voor alle deelgebieden in de omgeving van diverse intensieve veehouderijen. Op de kaart van de geurvisie uit 2012 liggen de geurcontouren net buiten de geplande woonpercelen. Onbekend is of de situatie in de afgelopen jaren is gewijzigd. Middels een geuronderzoek dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. Om de geurkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een geuronderzoek uitgevoerd: rapport "Onderzoek geurhinder veehouderijen 4 woningbouwlocaties te Reusel" (1 mei 2019, 9027.003), bijgevoegd in bijlage 14. Econsultancy concludeert daarin dat:
op basis van het geuronderzoek geconcludeerd wordt dat de omliggende veehouderijen niet verder beperkt worden met de realisatie van de nieuwe geurgevoelige bestemmingen op de verschillende plangebieden. De geurbelasting op de nieuwe geurgevoelige bestemmingen is namelijk lager dan de geurbelasting op de bestaande woningen. Tevens geldt voor alle plangebieden dat zal worden voldaan aan de vastgestelde richtafstanden.
het geuronderzoek bovendien aantoont dat ter plaatse van de verschillende geurgevoelige locaties een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd wordt. Ter plaatse van de plangebieden 2, 3 en 4 wordt zowaar aangetoond dat er een optimaal woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden.
Onderhavig onderzoek leidt tot de conclusie dat er een probleem is door de veehouderijen Rouwenbogt 1 en Gildepad 2. Na deze bevindingen is de gemeente in overleg gegaan met de eigenaren van deze agrarische bedrijven. De betreffende agrarische bedrijven worden nu gesaneerd waardoor de geurhinder niet meer aan de orde is.
78
4.4.2.1 Locatie Rouwenbogt 1 - Gildepad 2 Onderhavig planvoornemen ligt net zoals de eerder getoetste vier deelgebieden in de omgeving van diverse veehouderijen. Middels een geuronderzoek dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. Om de geurkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Agra-Matic uit Ede een geuronderzoek uitgevoerd: rapport "Leefklimaat Rouwenbogt 1 te Reusel" (23 november 2019), bijgevoegd in bijlage 15. Agra-Matic concludeert daarin dat op alle meetpunten het leefklimaat op de gewenste situatie goed is. Het aspect 'geurhinder veehouderijen' is voor dit planvoornemen geen belemmering.
4.4.3
Conclusie
Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor de initiatieven.
4.5
Volksgezondheid
4.5.1
Inleiding
Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor bij de uitbreiding van veehouderijen of een ontwikkeling van milieugevoelige functies in de omgeving van veehouderijen. Het betreft specifiek de aspecten endotoxinen en geitenhouderijen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst.
4.5.2
Endotoxinen
Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een toxisch effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Endotoxinen komen vaak voor in fijnstof van intensieve veehouderijen. De Gezondheidsraad hanteert een advieswaarde van 30 endotoxine-eenheden per kubieke meter (EU/m³) voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht over een langere periode.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
79
Omdat thans nog een toetsingskader wordt voorbereid, wordt voor de beoordeling de "Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingkader 1.0" gehanteerd. Daarin zijn afstandsgrafieken opgenomen voor de relevante diersoorten vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens gerelateerd aan de fijnstofemissie. In algemene zin kan worden gesteld dat het effect van endotoxinen tot maximaal 600 meter van veehouderijen plaatsvindt. Analyse Het planvoornemen omvat nieuwe, milieugevoelige objecten (woningen). Onderstaande tabel bevat een overzicht van de agrarische bedrijven op een afstand van minder dan 600 meter van de plangebieden. veehouderij
diersoort
fijnstofemissie adviesafstan
werkelijke
d (30 EU/m³
afstand
(kg/jr)
*) Molenheide 1, Reusel Vleeskuikens (75000)
1650
250 meter
410 meter
*) conform afstandsgrafiek in bijlage 2 van de "Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingkader 1.0" De werkelijke afstand tot de relevante intensieve veehouderijen bedraagt meer dan de afstand bijhorende bij de advieswaarde van 30 EU/m³. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van endotoxinen.
4.5.3
Geitenhouderijen
Uit onderzoek is gebleken dat omwonenden in een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogde kans hebben op longontsteking. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen moet beoordeeld worden of er een effect is op de volksgezondheid. Analyse Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. Er bevindt zich op circa 1800 meter van het deelgebied Rijpershoek - Hulselsedijk één geitenhouderij. Op basis van verschillende onderzoeken is aangetoond dat er verhoogde gezondheidsrisico's zijn wanneer in de nabijheid van een geitenhouderij gewoond wordt. Dit moet in overueging worden meegenomen bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. De overige deelgebieden liggen niet binnen 2 km van een geitenhouderij.
80
4.5.4
Spuitzone
ln het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn en om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits híeraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. In de directe omgeving (binnen 50 meter) van de plangebieden is geen agrarische bedrijvigheid aanwezig waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Een nadere toetsing aan het aspect spuitzone is niet aan de orde.
4.5.5
Hittestress
Bij de bouw van de woningen en aanleg van de openbare ruimte dient er aandacht te zijn voor hittestress. Voorkomen van hittestress bevordert de gezondheid van de bewoners.
4.5.6
Conclusie
Het aspect gezondheid vormt, met uitzondering van geitenhouderijen voor plangebied Rijpershoek - Hulselsedijk, geen belmmering voor het bestemmingsplan. Het aspect geitenhouderijen dient voor het plangebied Rijpershoek - Hulselsedijk jn overweging te worden genomen bij de besluitvorming van het bestemmingsplan.
4.6
Geluid
4.6.1
Inleiding
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
81
4.6.2
Analyse
Het plan omvat nieuwe geluidgevoelige objecten. Wegverkeerslawaai
4.6.2.1 Locatie Molenberg Het initiatief ligt binnen de onderzoekszone van de wegen N269/Randweg-Oost en Rouwenbogt. Middels een akoestisch onderzoek dient te worden onderzocht wat de geluidsbelasting is op de nieuwe woningen. Daaruit volgen eventueel te nemen maatregelen om een goed binnenniveau te krijgen. In het onderzoek zijn ook de omliggende 30 km/uur wegen meegenomen in het kader van de beoordeling van een goed woon-en leefklimaat. Om het aspect wegverkeerslawaai inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 4 onderzoekslocaties te Reusel" (1 juli 2019, 9027.002), bijgevoegd in bijlage 16. Econsultancy concludeert daarin dat:
Het beperken van de rijsnelheid of de verkeersintensiteiten van de N269 zijn onder andere vanuit verkeerskundig oogpunt geen reële maatregelen. Verder is een verplaatsing van de woningen, gezien de overschrijdingen van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting op het gehele plangebied, niet efficiënt;
De N269 beschikt over een referentiewegdek (SMA-NL 11B). Met een stiller wegdektype (zoals dunne deklagen B) kan een reductie van 1 dB behaald worden. Het vervangen van de bestaande verharding en de beperkte te behalen reductie wordt niet doelmatig geacht. Tevens dient over minstens 50 meter lengte (globaal tussen de rotonde met de Reeneik tot ter hoogte van de Deneburg) van de N269 het wegdektype te worden vervangen. De vervanging van het wegdek over een beperkte lengte zal in verband met beheer en onderhoud op overwegende bezwaren stuiten. Tevens ligt er ter hoogte van het plangebied een rotonde. Door het optrekkende en afremmende verkeer treedt groot en snel kwaliteitsverlies op voor geluidsreducerende wegdektypes. De aanleg van een geluidsreducerend wegdek is derhalve vanuit civieltechnisch oogpunt (beheer, onderhoud en duurzaamheid) niet realistisch;
Zonder realisatie van geluidwerende maatregelen in de vorm van een geluidwal kan geen goed- woon en leefklimaat worden gerealiseerd;
Naast de realisatie van de geluidwerende voorziening dient voor een deel van de woningen een Hogere waarde te worden verleend.
82
De geluidwerende maatregelen zullen nader worden uitgewerkt. Er zal een Verzoek Hogere Grenswaarde te worden gedaan. Deze procedure dient gelijktijdig op te lopen met het bestemmingsplan. Op de verbeelding en in de regels is het realiseren van een geluidwerende voorziening in de vorm van een geluidswal als voorwaardelijke verplichting opgenomen.
4.6.2.2 Locatie Reeneik - Denestraat Het initiatief ligt binnen de onderzoekszone van de wegen N269/Randweg-Oost en Rouwenbogt. Middels een akoestisch onderzoek dient te worden onderzocht wat de geluidsbelasting is op de nieuwe woningen. Daaruit volgen eventueel te nemen maatregelen om een goed binnenniveau te krijgen. In het onderzoek zijn ook de omliggende 30 km/uur wegen meegenomen in het kader van de beoordeling van een goed woon-en leefklimaat. Om het aspect wegverkeerslawaai inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 4 onderzoekslocaties te Reusel" (1 juli 2019, 9027.002), bijgevoegd in bijlage 16. Econsultancy concludeert daarin dat:
Het beperken van de rijsnelheid of de verkeersintensiteiten van de N269 zijn onder andere vanuit verkeerskundig oogpunt geen reële maatregelen. Verder is een verplaatsing van de woningen, gezien de overschrijdingen van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting op het gehele plangebied, niet efficiënt;
De N269 beschikt over een referentiewegdek (SMA-NL 11B). Met een stiller wegdektype (zoals dunne deklagen B) kan een reductie van 1 dB behaald worden. Het vervangen van de bestaande verharding en de beperkte te behalen reductie wordt niet doelmatig geacht. Tevens dient over minstens 50 meter lengte (globaal tussen de rotonde met de Reeneik tot ter hoogte van de Deneburg) van de N269 het wegdektype te worden vervangen. De vervanging van het wegdek over een beperkte lengte zal in verband met beheer en onderhoud op overwegende bezwaren stuiten. Tevens ligt er ter hoogte van het plangebied een rotonde. Door het optrekkende en afremmende verkeer treedt groot en snel kwaliteitsverlies op voor geluidsreducerende wegdektypes. De aanleg van een geluidsreducerend wegdek is derhalve vanuit civieltechnisch oogpunt (beheer, onderhoud en duurzaamheid) niet realistisch;
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
83
Het plaatsen van een geluidsscherm of -wal kan een effectief middel zijn om het geluid in de woonomgeving terug te dringen. Afschermende maatregelen zijn echter alleen mogelijk als er voldoende ruimte tussen de bron en de woningen is. Door de ligging van de Denestraat, de rotonde van de N269 en de bijbehorende fietspaden is er weinig ruimte om het plan geheel af te schermen met behulp van een geluidswal. Tevens past een geluidswal niet in het huidige stedenbouwkundige beeld en kan de afschermende maatregel voor een ongewenste verkeerskundige barrière zorgen.
Alleen ten gevolge van de N269 treden overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Voor de woningen dient een Hogere waarde te worden verleend.
Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen op het onderzoeksgebied wordt geadviseerd een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels uit te laten voeren. Hierbij wordt rekening gehouden met de geluidwering van de gevels en de indeling van de geluidgevoelige bestemmingen. Er zal een Verzoek Hogere Grenswaarde te worden gedaan. Deze procedure dient gelijktijdig op te lopen met het bestemmingsplan.
4.6.2.3 Locatie Reeneik - Randweg-Oost Het initiatief ligt binnen de onderzoekszone van de wegen N269/Randweg-Oost en Rouwenbogt. Middels een akoestisch onderzoek dient te worden onderzocht wat de geluidsbelasting is op de nieuwe woningen. Daaruit volgen eventueel te nemen maatregelen om een goed binnenniveau te krijgen. In het onderzoek zijn ook de omliggende 30 km/uur wegen meegenomen in het kader van de beoordeling van een goed woon-en leefklimaat. Om het aspect wegverkeerslawaai inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 4 onderzoekslocaties te Reusel" (25 juli 2019, 9027.002), bijgevoegd in bijlage 16. Econsultancy concludeert daarin dat:
Alleen ten gevolge van de N269 treden overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt met maximaal 10 dB overschreden op de oostelijke gevel van complex 1 (P3 W1) en met maximaal 12 dB op de oostelijke gevel van complex 2 (P3 W2).