Zienswijze 7 geanonimiseerd
Tekst van het document
Heijink & Meure advocaten
Keesomstraat 42 A 6716 AB Ede Nederland tel.: +31 (0)318-57 55 00 fax: +31 (0)318-57 16 92 www.heijinkenmeure.nl
GEMEENTE RENSWOUDE ingekomen
Gemeente Renswoude Postbus 8
2 0 JULI 2021
3927 ZL Renswoude
NR.
Datum
16juli 2021
Inzake
/ advies planschade
Onze referentie
D21001
Geachte college van burgemeester en wethouders, 1.
2.
Tot mij wende zich de familie
alsmede
zaakdoende aan de
te Renswoude.
, wonende en/of
Cliënten hebben kennis genomen via uw website van het Ontwerp-bestemmingsplan Bedrijventerrein Groot Overeem II. Namens cliënten zend ik u de onderhavige zienswijze met betrekking tot het ontwerpplan.
Beleid gemeente 3. In haar beleid heeft de gemeente aangegeven dat zij oog heeft voor natuur en de balans tussen landbouw, natuur en toerisme in het buitengebied wil bewaken. Ook is in het beleid (De Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030) duidelijk gesteld: "Als wij voorzieningen in het buitengebied gaan uitbreiden of er komen nieuwe bij dan gaan eventueel hierbij aanwezige natuurwaarden altijd voor!... Ons prachtige natuurlijke maar ook agrarische buitengebied is een van de trekpleisters van onze gemeente. Wij vinden het belangrijk dat ons buitengebied in balans blijft en dat kansen op het gebied van natuurontwikkeling en vrijkomende agrarische bebouwing worden benut. Daarnaast is het belangrijk dat ook onze agrariërs de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. ... Ruimtelijk gezien vraagt ons buitengebied voornamelijk om een beheerssituatie waar vanuit wij naast de agrarische belangen ook zeker willen kijken naar verdere versterking van de karakteristieke natuurwaarden. Het Kampenlandschap vormt hierbij de natuurlijke structuur die als leidraad kan worden gebruikt. Verrommeling van het buitengebied dient te allen tijde voorkomen te worden, wij koesteren de rust, de natuur en het Kampenlandschap.... Tot slot liggen er ook kansen voor vrijkomende agrarische bebouwing.
Uiteraard kunnen wij hier nieuwe functies aan toekennen zoals wonen of werken, maar er kan ook worden gekozen om bebouwing te slopen en de gronden te gebruiken voor naburige agrariërs die op zoek
Derdenrekening IBAN: NL52 RABO 0126 0930 08. t.n.v. Stichting Beheer Derdendelden Heijink 8< Meure advocaten, K.v.K.: 32120545, 32131516, 68139810, 32165468 Heijink & Meure advocaten is een kostenmaatschap waarbij ieder afzonderlijk voor eigen rekening en risico werkzaam is. Alle werkzaamheden worden verricht krachtens een overeenkomst van opdracht, waarop van toepassing zijn de algemene voorwaarden, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Gooi- en Eemland (Amersfoort), onder nummer 32165468. In deze voorwaarden is onder meer een beperking van de aansprakelijkheid opgenomen. De algemene voorwaarden zijn ook te raadplegen en te downloaden op www.heijinkenmeure.nl/kantoorinformatie. Uitsluitend de advocaat waarmee een overeenkomst tot dienstverlening is aangegaan, kan aansprakelijk zijn.
Heijink & Meure advocaten
zijn naar extra gronden of voor natuurontwikkeling. Ook hier geldt natuurlijk weer dat inpassing in het landschap en bescherming van aanwezige natuurwaarden van groot belang zijn, alsmede dat bij vrijkomende agrarische bebouwing alleen bedrijfsactiviteiten mogen worden ontwikkeld die niet hinderlijk, gevaarlijk en/of schadelijk zijn voor de omgeving of het leefmilieu" 4.
Het Kampenlandschap komt veel voor in Oost - Gelderland en een van de typische kenmerken is grasland langs beekjes. Verwezen wordt naar bijvoorbeeld de website van het Stichting Landschapsbeheer Gelderland, waarop staat te lezen: "Het kampenlandschap bestaat niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers. De boerenbedrijven voeren een gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt, leder kamp bestaat uit akkers op de hoger gelegen dekzandrug, grasland langs de beekjes [vette tekst door AH] tussen de ruggen en het boerenerf er tussen in op de flanken van de rug."\
5.
In het bestemmingsplan Buitengebied 2010 is het plangebied deels aangewezen als een WRO zone, namelijk de zone langs de Lunterse Beek. In de regels omtrent de WRO-zone wijzigingsgebied (artikel 32.3 bestemmingsplan Renswoude Buitengebied 2010) is opgenomen dat wijziging niet mag leiden tot: a.
een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
b.
negatieve effecten op de waterhuishouding; alvorens de wijziging toe te passen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder.
6.
Deze zone langs de Lunterse Beek is circa 45 meter gerekend vanaf de zijde van de Lunterse Beek.
Zienswijze 7. Met de huidige ontwikkeling wordt een groot stuk weiland naast de percelen van cliënten gewijzigd in een bedrijventerrein. Cliënten betreuren dat om meerdere redenen:
kampenlandschap 8. Het bestaande plangebied is bij uitstek een kenmerk van het Kampenlandschap, grasland gelegen langs een beek. In het huidige bestemmingsplan is de WRO zone feitelijk gereduceerd tot circa 20 meter. Immers is er een openbare weg en industrieterrein ingepland in het plangebied wat negatieve effecten zal hebben op:
1
Bron: https://www.landschapsbeheergelderland.nl/kampenlandschap/
Heijink & Meure advocaten
a.
de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende en de door cliënten gebruikte percelen, maar voorts
b. c.
de waterhuishouding. het oppervlaktewater, immers op circa 20 meter afstand van de Lunterse Beek wordt immers de mogelijkheid tot bedrijvigheid gecreëerd, waarmee het geluidsniveau,
het trillingsniveau, en
de
kans op vervuiling van
het
oppervlaktewater sowieso al in negatieve zin wordt beïnvloed. Nu ligt er nog een brede natuurlijke barrière (grasland) van tientallen meters
tussen het
bestaande industrieterrein en de Lunterse Beek. Daarmee wordt afbreuk gedaan aan het geambieerde in stand laten van het Kampenlandschap.
Kaderrichtijn water/flora fauna 9. Onduidelijk is ook in hoeverre rekenschap is afgelegd voor de effecten in het licht van de Kaderrichtlijn Water en het beleid en de Flora en Fauna. Immers verdwijnt een groot stuk grasland door de beoogde ontwikkeling in het plangebied en zal de vervuiling toenemen. En dat terwijl de Kaderrichtlijn Water gericht is op de bescherming van het oppervlaktewater. Ook de Provincie hecht aan het duurzaam gebruik van bodem- en watersysteem.2
behoefte 10. In de toelichting van het plan wordt gemeld dat behoefte zou zijn aan nieuwbouw, maar feitelijk is er in Renswoude op meerdere plekken leegstand. Onduidelijk is dan ook welke concrete behoefte zou bestaan, om een nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen. Flierbij wordt verwezen naar Funda in Business (www.fundainbusiness.nl). waar anno december 2020 melding wordt gemaakt van 13 bedrijfspanden die te huur/te koop zijn. Anno juli 2021 zijn er nog altijd circa 10 objecten te koop / te huur, die variëren van kantoorruimtes (Molenstraat 14a, De Hooge Hoek 34) tot grotere industriële ruimtes (Groot Overeem 23 bijvoorbeeld).
Dit wringt te meer nu het
plangebied is opgedeeld in circa vier kavels/vier bouwvlakken van aanzienlijke percelen. 11. Door de Covid 19 crisis, die tot op de dag van vandaag nog het openbare leven beïnvloed, heeft juist het thuiswerken tot een grote vlucht gebracht. Het effect daarvan is - naar verwachting - des te meer dat minder behoefte is aan uitbreiding van industriegebieden. Het is de vraag of het plan überhaupt nog wel in een behoefte voorziet en die behoefte wordt niet gevoeld, noch is duidelijk hoe deze behoefte feitelijk is onderzocht. Bovendien wordt melding gemaakt dat men voorzichtig moet handelen tijdens werkzaamheden i.v.m. de flora en fauna. Niet, althans onvoldoende,
2
Bron: hoofdstuk 2.2. van de visie Bodem-, Water- en Milieuplan 2016 - 2021 Provincie Utrecht
Heijink & Meure advocaten
wordt rekenschap afgelegd van de lange termijn effecten op flora en fauna als gevolg van de ontwikkelingen zoals omschreven in het plan.
Hiaten regelgeving duurzame inrichting 12. In het plan wordt aandacht besteed aan 'Duurzame inrichting' in de vorm van een standpunt/ visie, maar regels op dit punt zijn niet concreet gemaakt. Zo wordt in het ontwerp (hoofdstuk 3.4) gemeld: "Het stedenbouwkundig plan voor Groot Overeem II is gebaseerd op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Dit komt tot uitdrukking in de groene overgangszone van de bedrijfskavels naar de Beekzone van de Lunterse Beek en de speciale aandacht voor een duurzaam watersysteem. De beekzone wordt op een zo duurzaam mogelijke
wijze
ontworpen
en gerealiseerd.
Daarbij
is
er
o.a.
aandacht
voor
klimaatadaptatie, hittestress, waterberging, biodiversiteit, natuurvriendelijke verlichting, enzovoort. Op bedrijfskavelniveau dient een ondernemer hier nadrukkelijk aandacht aan te geven. Bij de uitgifte van een bedrijfskavel wordt bekeken welke maatregelen worden ingezet om de ambities waar te maken. Bedrijven worden gestimuleerd maximaal in te zetten op verduurzaming (onder andere beperken materiaalgebruik, tegengaan hittestress, hergebruik regenwater, zonnepanelen, passief bouwen)." 13. Concreet beleid op het punt van verduurzaming ontbreekt. Dat wordt kennelijk 'bekeken' bij de uitgifte van een kavel. Concrete regels om deze ambitie tot verduurzaming te toetsen ontbreken en derhalve ook de mogelijkheid tot handhaving bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning in voorkomend geval. Kortom, het ontbreken van concrete regels die de duurzame ontwikkeling dienen te waarborgen en ontbreken en dat werkt marchanderen ten koste van de duurzame ontwikkeling indien de huidige ontwikkeling al noodzakelijk zou zijn - nodeloos in de hand en bovendien gebrek aan handhavingsmogelijkheden.
: 14. Cliënten werken en/of wonen aan de
. Het naast en achtergelegen
bedrijventerrein heeft daarbij ook een negatief effect op het woon- en leefklimaat persoonlijk. 15. Cliënten wonen en/of werken sinds 1970 op het perceel aan de
. In die
periode kon men niet geweten hebben dat deze plannen aanstaande zouden zijn. Van oudsher was het perceel van cliënten een agrarisch perceel, wat in een later stadium is omgezet naar een bedrijfsbestemming waarbij de woning is bestempeld als bedrijfswoning. Tot de dag van vandaag hebben cliënten een goed woon- en leefklimaat met ver uitzicht op de landerijen en bebossing langs de Lunterse Beek. Uitgerekend om die reden is de woning gerealiseerd aan de zijde van het plangebied en is daar ook een erker gerealiseerd met uitzicht op de landerijen. Het garagebedrijf wordt uitgeoefend aan de 'industriezijde'van het perceel.
Heijink & Meure advocaten
16. Door de toenemende bebouwing van afgelopen decennia is het woongenot reeds geslonken vanwege de uitbreiding van Groot Overeem in de voorbije jaren. 17. In de voorgenomen plannen wordt het woongenot nog minder, doordat aan de noordwestzijde bebouwing is toegestaan. Het gevolg daarvan is dat de bedrijfswoning wordt omringd door 'industrie'. Tot overmaat van ramp is in het plangebied gebouwing mogelijk van 8 tot 10 meter, wat het zicht vanuit de woning op natuur volledig wegneemt. Het behoeft weinig toelichting dat het woongenot en leefklimaat als gevolg van de voorgestane ontwikkeling ernstig wordt aangetast en wat cliënten betreft onacceptabel. Bovendien wordt het zicht op de bebossing / groenstroken vanaf de N224 weggenomen en vervangen door bebouwing van 8 tot 10 meter hoog. En dat kan omringd worden met bomen, maar het landschap wordt er bepaald niet mooier van en het doet afbreuk aan de omgeving. 18. Cliënten hebben er dan ook belang bij dat het plangebied wordt gehandhaafd in de huidige situatie, danwel dat het plangebied wordt gereduceerd, zodat de Lunterse Beek en de achterliggende bebossing en groenstroken optimaal zichtbaar blijven vanaf de N224.
Omwille van de bescherming van de natuur en het Kampenlandschap ligt veelmeer voor de hand dat ruimte wordt gemaakt voor kleinere agrarische percelen of bijvoorbeeld een combinatie van wonen / werken middels kleine bouwvlakken, waardoor het open landschap zoveel mogelijk wordt behouden. Maar in ieder geval niet de grote percelen / bouwvlakken voor kantoor of industriële panden van 8 tot 10 meter hoog. 19. Naast het uitzicht wordt ook de lichtinval beïnvloed. In de huidige situatie heeft de recentelijke gebouwde erker en tuin een goede ligging ten opzichte van de zon. Deze ligt zowel op het zuiden als het westen. Door de voorgenomen bebouwing zal de bestaande bedrijfswoning in de uren dat de zon ondergaat in de schaduw vallen. Immers wordt de bebouwing mogelijk op nog geen 8 meter vanuit de woning van cliënten. 20. Door de toegestane bebouwing wordt het woongenot mede weggenomen door de inbreuk op privacy die ontstaat. Immers is de tuin van cliënten (en de woning) circa 6 tot 8 meter gelegen van het bouwvlak waarop bebouwing mogelijk is. 21. Om bovenstaande redenen zou cliënt graag een aanpassing zien op de voorgenomen plannen.
Heijink & Meure advocaten
Bestemming regels/ -plan kaart Verkleinen bebouwingsgebied / kavels die passen bij het Kampenlandschap. 22. Als eerste wordt voorgestaan dat het Kampenlandschap wordt behouden / wordt gestimuleerd, mede ten behoud van de natuur / natuurlijke waarden. Door het plangebied op te delen in kleinere percelen waarbij wonen en werken mogelijk wordt gemaakt wordt de gedachte van het Kampenlandschap meer benaderd en blijft het terrein ook open. Bovendien wordt daarmee ook minder overlast gecreëerd voor de omgeving rondom de Lunterse Beek, vanwege de kleinschaligheid die dan in de hand wordt gewerkt.
Voorgevellijn 23. In het huidige ontwerp is (net als in het voorontwerp) het bouwvlak relatief dicht op het perceel van cliënten, maar ook relatief dicht op de openbare ruimte zijdens de Utrechtseweg. Deze ontwikkeling is niet wenselijk voor de leefomgeving vanwege de visuele hinder (het uitzicht wordt belemmerd), de inbreuk op privacy kan niet groter en bovendien wordt het landschap aangetast. Een agrarisch landschap wijzigt in industrie op enkele meters van de openbare ruimte. Als er al bomen, zoals eiken, worden gepland, dan hebben deze amper de ruimte om tot ontwikkeling te komen langs de huidige strook waar ook nog een sloot voor afwatering loopt. Om deze reden gaat cliënt niet akkoord met het voorhanden liggende plan en de daarbij horende voorgevel rooilijn vanaf de Utrechtseweg. Cliënt zou graag zien dat de bebouwingslijn langs de Lunterse Beek wordt doorgetrokken zijdens de Utrechtseweg en langs hun perceel. Dat zou betekenen dat de bouwvlakken verschuiven/krimpen waardoor deze op ongeveer twintig meter vanaf de plangrens worden gesitueerd. Dat is nu ook afstand die wordt aangehouden vanaf de Lunterse Beek. Hierdoor sluit de bebouwingslijn dus consequent aan bij de huidige bebouwingslijn langs de Lunterse Beek. Daarmee wordt ook de grootste belemmering - het uitzicht - deels weggenomen.
Door de panden verder weg te zetten komen deze ook beter tot zijn recht qua zicht, met inachtneming de bestaande bomenrij. 24. In het beeldkwaliteitsplan wordt geschreven dat het voorterrein groen ingericht dient te worden. Met een afstand van ongeveer 20 meter zal dit de mogelijkheid bieden om een strook van ca. twintig meter te bestemmen als groen.
Bouwhoogte 25. In het betreffende gebied is nu de mogelijkheid opgenomen om een bouwwerk te plaatsen met een bouwhoogte van 8 meter. Verder is er een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de bouwregels onder lid 3.4.3 (1 meter afwijking extra) en lid 13.1 (10% volume afwijking extra)
Heijink & Meure advocaten
26. Bij het voorontwerp is reeds betoogd zijdens cliënten dat er kort onderzoek gedaan is naar de bouwmogelijkheden van het bestaande lint aan de Utrechtseweg. Hieruit komt naar voren dat de goothoogte en bij sommige gevallen tevens de bouwhoogte varieert van tussen de 6 en 10 meter. Wat opvalt is dat er een relatie lijkt te zijn tussen de bouwhoogte, milieucategorie en afstand tot plangrens. Zo zijn de volgende situaties terug te vinden: a. Afstand tot plangrens: 23meter / bouwhoogte: 10meter / categorie 3.1 b.
Afstand tot plangrens: 19,5meter/ bouwhoogte: Smeter/ categorie 3.2
c.
Afstand tot plangrens: 9meter/ bouwhoogte: 6meter/ categorie 22
d.
Afstand tot plangrens: 11 .Smeter/ bouwhoogte: 6meter/ bestemming kantoor
27. Het terugbrengen van de bebouwingsgrens aan de zijde van het plangebied langs de Utrechtseweg wordt deze ontwikkeling behouden conform (blijkbaar) bestaand beleid. 28. De huidige hoogte van de bebouwing is 8 meter in het deel van het plangebied langs het perceel van cliënten. Voorgesteld wordt dat ter plaatse van de nieuwe voorgevel rooilijn, tegen de Utrechtseweg, de goothoogte wordt gesteld op 6meter. Om vervolgens 8 meter daarachter de hoogte te verhogen tot 8 meter. 29. Ook bestaat bezwaar tegen de mogelijkheden tot afwijking volgens artikel 3.4.3 van het ontwerp. Op de overige bedrijventerreinen in de gemeente Renswoude is dit nergens terug te vinden. Voorgesteld wordt om deze afwijking te schrappen uit het bestemmingsplan.
Bebouwingspercentage 30. Op het perceel van cliënt,
, geldt een bedrijfsbestemming met daarbij
een maximaal oppervlakte van bedrijfsgebouw van 600m2 BVO. Verder is er nog een mogelijkheid om 50m2 bijgebouwen te plaatsen bijhorend bij de woning. Cliënt ziet graag dat de maximale bebouwd oppervlakte regel vervalt en dat hiervoor in de plaats komt een bebouwingspercentage van (maximaal) 60% om het open karakter van het landschap zoveel mogelijk te behouden, althans de inbreuk daarvan tot een minimum te beperken.
Bouwen tegen de erfgrens 31. Het bouwvlak van het voorgenomen plan grenst aan het perceel van nummer 26. Hierdoor geeft het bestemmingsplan recht op het plaatsen van een bouwwerk op 3meter afstand uit deze erfgrens. Middels een afwijking is het echter mogelijk om tegen deze erfgrens aan te bouwen.
Heijink & Meure advocaten
32. Cliënt stelt voor dat de bebouwingslijn wordt doorgetrokken zoals deze ook wordt aangehouden langs de Luntersebeek, zijnde een brede groenstrook, die wordt doorgetrokken langs de Utrechtseweg en langs het perceel. Wenselijk is dat de bebouwingsgrens tenminste 14 meter opschuift naar het westen zodat in deze 14 meter geen bouwwerk geplaatst kan worden. Deze strook vormt dan met de tuin van cliënten (circa 6 meter breed) een 'groene zone'van circa 20 meter.
Inrit achterzijde 33. Het beoogde plan zal meer verkeer tot gevolg hebben. De al overvolle wegen van Groot Overeem komt hierdoor nog meer onder druk te staan. Aangrenzend aan de achterzijde van het perceel van cliënt is het plan om een verkeersweg aan te leggen voor het bedrijventerrein. 34. Cliënt wil voor de toekomstgerichtheid en flexibiliteit van het perceel in de toekomst wellicht gebruik gaan maken van een uit-/ inrit aan de achterzijde van zijn perceel. Cliënt zou dit graag schriftelijk bevestigd zien worden dat dit mogelijk is. Ontsluiten via de Utrechtseweg is dan niet meer noodzakelijk wat de verkeersveiligheid ook groter maakt.
Milieuklassen 35. Cliënte handhaaft ook zijn wens dat rekening wordt gehouden met de maximale afstanden behorende bij de milieu categorieën. Te weten dat de eerste 25 meter vanaf de perceelgrens van cliënten slechts bedrijven zijn toegestaan tot en met categorie 2. Cliënt wil zekerheid dat een bedrijf met een maximale categorie van 2 zich hier huisvest en verwacht dat gemeente
hierop ook actief handhaaft. Verder dient te worden
gewaarborgd dat er geen stank- en geluidoverlast veroorzaakt wordt. Zeker gelet op de duurzaamheid die wordt geambieerd, dient deze ambitie ook stank- en geluidsoverlast te omvatten, namelijk beperken tot een minimum. 36. Er is ten onrechte geen rekening gehouden in de onderzoeken met de bestaande tankstation en de ondergrondse opslagtanks. Verder geeft het bestemmingsplan recht op een LPG-reservoir op het perceel. Deze zaken komen nergens terug in de onderzoeken naar de externe veiligheid. Verwacht wordt dat dit wordt meegenomen in de onderzoeken. In de toekomst verwacht cliënt hier misschien weer gebruik van te gaan maken en deze mogelijkheid dient ook te blijven bestaan. In het overgangsrecht dient - zo nodig ten overvloede - ruimte te worden gegeven om het LPG reservoir / tankstation op dezelfde wijze te kunnen blijven gebruiken conform de gebruiks, wijzigings- en uitbreidingsmogelijkheden zoals deze er nu zijn (ongeacht of de gebruiksmogelijkheden/wijzigingsmogelijkheden/uitbreidingsmogelijkheden volledig
Heijink & Meure advocaten
zijn benut). De huidige overgangsregeling is beperkt tot het bestaande gebruik. Gezien de cirkel rondom de LPG-reservoir lijkt het erop dat dit ook consequenties heeft voor het naastgelegen terrein. Duidelijkheid hierover is nog niet (afdoende) geboden.
Stankoverlast 37. Cliënten vrezen voor stankoverlast door het plan. Dit zouden kunnen zijn uitlaatgassen, industriële processen, grondstoffen en afval. Door de afstanden te gebruiken van de publicatie 'handreiking Bedrijven en Milieuzonering" van VNG wordt nog geen rekening gehouden met stank dat op het industrie/bedrijventerrein wordt veroorzaakt. Omdat de woning op circa 6 meter vanaf de perceelgrens staat lijkt het aannemelijk dat uitlaatgassen (verkeer op het terrein), grondstoffen en afval voor overlast kunnen zorgen. Cliënt wil nader onderzoek naar de stankoverlast door gemeente, althans concrete beperkingen in de regels omtrent bebouwing die dergelijke hinder tot een minimum beperken, zowel rondom de woning, alsook voor de omgeving rondom de Lunterse Beek, wat invloed kan hebben op de flora en fauna.
Geluidsoverlast / straling 38. Zoals aangevoerd bij zienswijze n.a.v. het voorontwerp zal het bedrijventerrein voor toename van de geluidsoverlast zorgen. Niet alleen vanwege de verkeer aantrekkende werking, maar zeker ook vanwege de continue bedrijvigheid. Door de actieve ondernemers in deze regio zal ernaar waarschijnlijkheid niet volgens de '9-tot-5mentaliteif gewerkt gaan worden. Kort onderzoek naar de bestaande bedrijvigheid in de buurt en de uren dat er nog arbeid verricht wordt levert op dat er gerust vroeg in de ochtend tot laat op de avond gewerkt wordt. Omdat werktijden niet zijn te vast te stellen/ reguleren lijkt het een zekerheid dat cliënt overlast gaat vernemen van de bedrijfsprocessen. Het plan schenkt hieraan geen aandacht, terwijl dat ook in het belang is voor de Flora en Fauna rondom de Lunterse Beek. 39. Door de verkeerstoename achter het perceel wordt ook geluidsoverlast van het verkeer verwacht. Zeker gezien dat er ook zwaar verkeer wordt verwacht. De geluidsoverlast door deze toename zal als zeer storend ervaren worden gezien. De gevolgen van de geluidsoverlast zijn
niet te overzien
indien zich
hier ook
transportbedrijven en zware industrie vestigen. 40. Omdat de leefomgeving toch al wordt aangetast moet gemeente alles in het werk stellen om het woonklimaat juist te verbeteren en niet te verslechteren. Althans er dient te worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. De voorgestane ontwikkelingen staan hier haaks op, vanwege de voorgestane bebouwing op zo'n korte afstand tot de bestaande woning. In de toelichting wordt onterecht geschreven dat er geen akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Een akoestisch onderzoek is wel degelijk
Heijink & Meure advocaten
wenselijk, mede vanwege de invloed op de omgeving van het perceel van cliënten, maar ook de Lunterse Beek. 41. Datzelfde geldt voor de flora en fauna in relatie tot de invloed van licht en straling. Op welke wijze wordt hieraan aandacht besteed? Immers wordt gesuggereerd dat er geen invloed zal bestaan, omdat bijvoorbeeld geen zendmasten in het plangebied aanwezig zijn. Dat neemt niet weg dat het plangebied de realisatie van (zend)masten wel mogelijk maakt tot een hoogte van 10 meter (zie artikel 3.2.2 onder g). De noodzaak van onderzoek wordt dus niet ingezien vanwege het ontbreken van masten, maar de mogelijkheid tot het realiseren ervan wordt wel mogelijk gemaakt. De noodzaak om de effecten daarvan nu al te onderzoeken (en de wenselijkheid van deze mogelijkheid) bestaat dus nu al.
Planschade 42. In het plan is op geen enkele wijze rekening gehouden met de (nadelige) gevolgen van de plannen voor cliënten. Is er bijvoorbeeld al een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar?
Cliënten
worden
door
de
voorgestane
ontwikkelingen
immers
ingeklemd te zitten tussen bedrijventerreinen. Op dit moment genieten zij nog dagelijks van de wijdsheid van de agrarische grond / zicht op de Lunterse Beek. Het woongenot neemt door de ontwikkelingen aanzienlijk af en cliënt verwacht ook dat de ontwikkeling een aanzienlijke waardedaling oplevert van zijn perceel / onroerend goed. Bovendien is onduidelijk wat de lange termijn gevolgen zijn voor mijn cliënt t.a.v. zijn onderneming en worden bestaande mogelijkheden (benut of onbenut) niet veilig gesteld. Ter zake behoudt cliënt zich alle rechten voor. 43. Bovendien wordt geen (kenbare) rekening gehouden met het bestaande LPG station. In de onderzoeken die medio 2013 zijn uitgevoerd door Cauberg - Huijgen raadgevende ingenieurs B.V. werd rekening gehouden met de toen tot uitgangspunt genomen PR contouren (zie bijlage). Deze contouren waren: a. b.
Voor het vulpunt een straal van 45 meter Voor het opslagreservoir op het achtererf een straal van 25 meter
c.
Voor het afgiftepunt bij het tankstation een straal van 15 meter
De straal rondom het vulpunt en het reservoir raken (ruim) het plangebied. In het plangebied is geen rekening gehouden met deze bestaande vergunde mogelijkheden en deze dienen door de wijzigingen - in geen enkel opzicht - beïnvloed te worden. Met name gelet op de straal rondom het vulpunt en het reservoir wordt er op aangedrongen dat bebouwing buiten deze straal plaats vindt, bij voorkeur met een extra marge vanwege de toename van veiligheidsvoorschriften. Cliënten willen niet het risico lopen dat de eerste beste toegenomen veiligheidsvoorschriften het uitbaten van het tankstation qua mogelijkheden gaat beperken.
Heijink & Meure advocaten
Tot slot 44. Gelet op het voorgaande wordt uw college dan ook verzocht om het ontwerp in te trekken en het bestaande terrein te handhaven. Subsidiair wordt uw college verzocht om rekening te houden met de zienswijzen van cliënten. 45. In ieder geval behouden cliënten zich het recht voor om vergoeding van planschade te vorderen indien de voorgestane ontwikkeling / het ontwerp wordt doorgezet ten koste van de huidige situatie.
i CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
J «* !>
BP Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
6 februari 2013 20122225-03
o p lo s s in g e n zijn
Datum Referentie
KvK nr. I4623897 ING Bank 657697532
www.chri.nl
1 CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
11* l-
Referentie Rapporttitel
20122225-03 BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
Datum
6 februari 2013
Opdrachtgever
Gemeente Renswoude Postbus 8 3927 ZL RENSWOUDE De heer M. Jansen
o p lo s s in g e n zijn
Contactpersoon
Behandeld door
De heer ing. B. Wolters Mevrouw ing. P.E.M. Coenen-Stalman Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV Parkweg 22A 6212 XN MAASTRICHT Postbus 480 6200 AL MAASTRICHT Telefoon 043-3467878 Fax 043-3476347
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr. 14623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 1 www.chri.nl
I
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wet- en regelgeving
4
2.1 2.2
Risicogrootheden Grenswaarden
4 4
3
Risicoanalyse LPG-tankstation
6
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4
Locatiegegevens en bedrijfsbeschrijving Uitgangspunten risicoberekening Berekeningsmethodiek Scenario’s Populatiegegevens Overige modelparameters
6 6 6
10
4
Resultaten
11
4.1 4.2
Plaatsgebonden risico Groepsrisico
11
5
Conclusie
13
6 9
11
Bijlagen N C (D
CD
Bijlage 1 Bijlage II Bijlage III Bijlage IV
Ligging plangebied Tekening inrichting QRA-berekening LPG tankstations PR-contouren
L '[fi
cn G Q ü
BP Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr. M623897 ING Bank 6S7697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 2 www.chri.nl
«
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
1
<=H
Inleiding
Door ons bureau is in opdracht van de gemeente Renswoude een onderzoek externe veiligheid geac tualiseerd dat in 2007 is uitgevoerd betreffende bestemmingsplan Groot Overeem te Renswoude. Dit onderzoek is gerapporteerd in onze rapportage Haalbaarheidsstudie externe veiligheid bestemmings plan Groot Overeem te Renswoude, met referentie 2006.2735-1, d.d. 19 maart 2007. Uit dit onder zoek is gebleken dat de aanwezige risicobronnen destijds niet leidden tot belemmeringen voor het be stemmingsplan Groot Overeem. Groot Overeem maakt deel uit van bestemmingsplan Bedrijventerrein. Binnen dit plangebied zijn di verse ontwikkelingen voorgenomen, waarbij agrarische en woonfuncties gewijzigd worden naar bedrijfsfunctie. Binnen het bestemmingsplan is een LPG-tankstation gelegen. Gezien de wijzigingen die in de nabij heid van het tankstation doorgevoerd worden, is voor het LPG-tankstation aan de Utrechtseweg 26 te Renswoude een risicoanalyse uitgevoerd. In de voorliggende rapportage wordt nader ingegaan op de uitgangspunten en worden de resultaten besproken.
N C
03 ö) C
03 03 O a G
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr I-(623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 3
www.chri.nl
I-
t
>
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
rsri1 2
Wet- en regelgeving
2.1
Risicogrootheden
Bij de beoordeling van de risico's worden twee risicogrootheden gehanteerd, namelijk: - het plaatsgebonden risico (PR): Dit is het risico op een plaats buiten de inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als een rechtstreeks ge volg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afval stof of bestrijdingsmiddel betrokken is; - het groepsrisico (GR): Dit zijn de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een onge woon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrij dingsmiddel betrokken is. Met de twee bovenstaande risicogrootheden worden zowel de kansen op ongevallen als de gevolgen van ongevallen beoordeeld. Als uitgangspunt geldt daarbij dat het overlijdensrisico, ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen voor mensen in de omgeving, veel kleiner is dan het natuurlijk over lijdensrisico van mensen. Daarnaast is het uitgangspunt dat ongevallen met veel slachtoffers alleen acceptabel worden geacht bij een voldoende kleine kansverwachting.
o p lo s s in g e n zijn
2.2
Grenswaarden
In het Bevi zijn grenswaarden gesteld voor (geprojecteerde) kwetsbare objecten en richtwaarden voor (geprojecteerde) beperkt kwetsbare objecten voor de PR-contouren. Samengevat zijn de te hanteren termijnen waarbinnen aan de grenswaarden moet worden voldaan voor kwetsbare objecten: - nieuwe situaties: • PR = 10‘6. Direct bij de vaststelling van de desbetreffende beschikking op grond van de Wm, WRO of Woningwet; bij tussentijdse wijzigingen: PR ligt tussen de 10'5 en ICT6 en mag als gevolg van de wijziging niet verslechteren; bestaande situaties: • binnen 3 jaar na datum van in werking treden van het Bevi: PR = 10'5 (hier zou inmiddels aan •
-
•
voldaan moeten zijn); per 1 januari 2010: PR = 10'6.
Voor beperkt kwetsbare objecten zijn de richtwaarden (het bevoegd gezag kan hier gemotiveerd van afwijken) waaraan moet worden voldaan: - nieuwe situaties: • PR = 10'6. Direct bij de vaststelling van de desbetreffende beschikking op grond van de Wm, Wro of Woningwet; - bestaande situaties: • geen normen en geen saneringstermijnen.
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr. I‘t623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 4
www.chri.nl
I-
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
Voor het GR wordt als oriëntatiewaarde een toetsingsgrafiek voor de overschrijdingsfrequentie voor dodelijke slachtoffers gehanteerd die loopt van 10'5/jr bij 10 dodelijke slachtoffers, 10'7/jr bij 100 dode lijke slachtoffers naar 10'9/jr bij 1.000 dodelijke slachtoffers.
o p lo s s in g e n zijn
In 2005 is er een convenant gesloten tussen het Ministerie van VROM en de LPG-sector. In het con venant zijn afspraken vastgelegd. De sector zal onder andere maatregelen treffen om de risico’s van LPG te verkleinen (hittewerende coating en verbeterde vulslang op de tanks). Deze afspraken zijn meegenomen in het bepalen van het groepsrisico.
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr I4623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 5
www.chri.nl
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
i9 3
Risicoanalyse LPG-tankstation
3.1
Locatiegegevens en bedrijfsbeschrijving
Het LPG-tankstation is gelegen aan de Utrechtseweg 26, in de gemeente Renswoude. In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven. In bijlage II is een overzichtstekening van de in richting opgenomen. In tabel 3.1 zijn de gegevens opgenomen van de LPG-installatie voor de Utrechtseweg 26. Tabel 3.1:
Overzicht gegevens LPG-installaties Utrechtseweg 26
Doorzet
Maximaal 500 m3 per jaar
Tank inhoud
20 m3 liter (ondergronds)
X-coördinaat vulpunt
454.264
Y-coördinaat vulpunt
164.712
X-coördinaat opslagtank
454.265
Y-coördinaat opslagtank
164.712
3.2
Uitgangspunten risicoberekening
c
3.2.1
Berekeningsmethodiek
N
De berekening van het GR is uitgevoerd volgens de door het RIVM opgestelde rekenregels in het vol gende document QRA-berekening LPG tankstations, RIVM, d.d. 29 mei 2008, versie 1.1.
L QJ öl C '(/]
Dit document is als bijlage III opgenomen in deze rapportage. De effecten en risico’s zijn berekend met het programma Safeti-NL, versie 6.54.
CD ü a □
Uitgangspunt is dat LPG aangeleverd wordt door een tankauto die is voorzien van een hittewerende coating en dat gebruik wordt gemaakt van een verbeterde LPG losslang (zie hoofdstuk 2). 3.2.2
Scenario’s
In het voorgenoemde document zijn diverse scenario's opgenomen, hieronder wordt per onderdeel beschreven welk scenario in de berekening is gehanteerd. De scenario’s voor het opslagvat zijn voor elk LPG-tankstation hetzelfde. Dit zijn de volgende scena rio’s met bijhorende frequenties.
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr. 14623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 6
www.chri.nl
CAUBERG-HUYGEN t-H RAADGEVENDE INGENIEURS BV
J*U>' Tabel 3.2:
Scenario's opslagvat
Scenario’s
Factor
Frequentie
0.1
Opslagvat - Instantaan falen
1
5,00*107
0.2
Opslagvat -10 minuten
1
5,00*10 7
0.3
Opslagvat -10 mm gat
1
1,00*105
0.4
Vloeistofleiding - breuk leiding 1.25"
5,00*107 x 10
5,00*106
0.5
Vloeistofleiding - lek 0,125"
1,5‘IO^x 10
1,5*105
0.6
Aflevering leiding - breuk 1,25"
5,00*10 7x 75
3,75*105
0.7
Aflevering leiding - lek 0,125"
1,5*106 x 75
1,125*10"
De scenario's voor het intrinsiek falen van de tankauto (zie tabel 2, bijlage III) zijn aangepast naar het aantal verladingen (35 verladingen bij 500 m3 doorzet op jaarbasis). Hieruit volgen de volgende fre quenties: Tabel 3.3:
Scenario’s intrinsiek falen van de tankauto
Scenario's
Factor
Frequentie
T.1
Tankauto - instantaan falen (vulgraad 100%)
5,00*10'7x 35x0,5/8766
9,98*10’°
T.2
Tankauto - grootste aansluiting (vulgraad 100%)
5,00*10*7x 35x0,5/8766
9,98*10'°
Tijdens het verladen van de tankauto kan een langdurige lekkage ontstaan, wat na ontsteking uitein delijk tot een BLEVE van de tankauto kan leiden (zie tabel 3, bijlage III). Hiervoor is de volgende fre quentie aangehouden: Tabel 3.4:
Scenario’s verladen van de tankauto en langdurige lekkage Factor
Frequentie
5,8*10’°x 35x0.5
5.08*10'°
Scenario’s B.1
BLEVE tankauto (vulgraad 100%)
De basisfrequenties van scenario’s voor de tankauto ten gevolge van brand in de omgeving moeten worden vastgesteld met behulp van de toetsingafstanden, zoals weergegeven in tabel 4 en 5 van bij lage III. In tabel 3.5 zijn de afstanden van het LPG vulpunt ten opzichte van het te toetsen object weergegeven.
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr I4623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 7
www.chri.nl
CAUBERG-HUYGEN C+H RAADGEVENDE INGENIEURS BV
ImP’ Tabel 3.5:
Overzicht toetsingsafstanden
Object
Toetsingsafstand [m]
Voldoet (ja/nee)
LPG afleverzuil
17,5
Ja
Benzine afleverzuil
5
Ja
Opstelplaats benzine tankauto
25
Ja
10
Ja
Gebouw zonder brandbescherming met een hoogte < 5 meter Gebouw met brandbescherming met een hoogte > 5 meter en < 10 meter
Uit tabel 3.5 blijkt dat aan de vier toetsingsafstanden wordt voldaan. Voor het betreffende LPGtankstation resulteert dit in een basisfrequentie van 2'10^/jr. Met deze basisfrequenties zijn de werke lijke frequenties bepaald, zie tabel 3.6. Tabel 3.6:
Scenario’s voor de tankauto en brand in de omgeving
o p lo s s in g e n zijn
Scenario’s
Factor
Frequentie
B.2
BLEVE tankauto (vulgraad 100%)
2,0*10 6 x 35/100 x 0,33 x 0,19 x 0,05
2,19*10 9
B.3
BLEVE tankauto (vulgraad 67%)
2,0*10* x 35/100 x 0,33 x 0,46 x 0,05
5,31*109
B4
BLEVE tankauto (vulgraad 33%)
2,0*10"6 x 35/100 x 0,33 x 0,73 x 0,05
8,43*109
De basisfrequentie van de scenario’s voor de tankauto ten gevolge van externe beschadiging moet worden bepaald met behulp van tabel 7 van bijlage III. In de berekening voor het tankstation aan de Utrechtseweg 26 is uitgegaan van een opstelplaats op een (wegrij) strook met een toegestane snel heid van 70 km/u of minder, met een bijbehorende basisfrequentie van 4,8*10’8/jr. Met de voorge noemde basisfrequentie kunnen de frequenties ten gevolge van externe beschadiging worden be paald, zie tabel 3.7. Tabel 3.7:
Scenario's voor de tankauto en externe beschadiging
Scenario’s
Factor
Frequentie
B.5
BLEVE tankauto (vulgraad 100%)
4,8*10 8x 35/100x0,33
5,54* 10‘9
B.6
BLEVE tankauto (vulgraad 67%)
4,8*108 x 35/100x0,33
5,54*10'9
B.7
BLEVE tankauto (vulgraad 33%)
4,8*108x 35/100x0,33
5,54*10 9
Voor de scenario’s en frequenties voor de pomp en de losslang zijn aangepast naar het aantal verladingen. Hieruit volgen de volgende frequenties.
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr 14623897 ING Bink 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 8
www.chri.nl
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
Tabel 3.8:
Scenario’s voor de pomp en de losslang
Scenario's
Factor
Frequentie
p.1
Breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit
1*10“'x 0,94 x 35 x 0,5/8766
1,88*10'3
P.2
Breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit niet
1*10 4x 0.06x35x0,5/8766
1,20*108
P.3
Lek pomp
4,4*10 3 x 35x0,5/8766
8,78*10 6
L.1
Breuk losslang 2", doorstroombegrenzer sluit
4*10'6 x 0,88 x 35 x 0,5/8766
6.16*10'8
L.2
Breuk losslang 2", doorstroombegrenzer sluit niet
4*10 6x 0,12x35x0,5/8766
8,40*10 7
L.3
Lek losslang 2"
4*10 5 x 35x0,5/8766
7,00*104
3.2.3
H
Populatiegegevens
De in de berekening opgenomen populatiegegevens zijn opgevraagd bij het ministerie van Infrastruc tuur en Milieu (voorheen VROM). Conform de Revi is voor LPG tankstations een invloedsgebied van 150 meter (veroorzaakt door BLEVE van de tankauto, welke 100% gevuld is) vanaf het vulpunt van toepassing. Buiten deze 150 meter zijn nauwelijks nog slachtoffers te verwachten. Voor een veilige marge worden voor de omvang van de populatie worden de aanwezige personen binnen de 1%-letaliteitsgrens (maximale effectafstand) in de berekening ingevoerd. Bij deze maximale effectafstand wordt geen rekening gehouden met een kans of frequentie van een ongeval, maar met de grootste afstand van de plaats van het ongeval, tot waarop een overlijdensrisico bestaat. Deze af stand is ca. 320 meter vanaf het vulpunt en is derhalve een veilige marge. Voor de locatie aan de Utrechtseweg 18 (bedrijfsfunctie) werden vanuit het populatiebestand geen gegevens aangedragen, vanuit het bestemmingsplan is bepaald dat er in de dagsituatie maximaal 32 personen aanwezig kunnen zijn, voor de nachtsituatie zijn geen personen opgenomen. In de berekening voor de huidige situatie zijn in de tabel 3.9 aangeven persoonshoeveelheden aan wezig binnen de maximale effectafstand. Tabel 3.9:
Persoonshoeveelheden binnen de 1%-letaliteitsgrens huidige situatie
Locatie
Dag (08.00-18.30 uur)
Nacht (21.00-08.00 uur)
821 personen
60 personen
Maximale effectafstand LPG-tankstation
Na herontwikkeling van het plangebied zijn voor de in tabel 3.10 aangegeven locaties wijzigingen op getreden. Tabel 3.10:
Gewijzigde locaties (na herontwikkeling) Nacht (huidig)
Dag (huidig) Utrechtseweg 24
1,895
Molenstraat 34
1,2
2.4
Dag (toekomstig)
Nacht (toekomstig)
45
3,79
106
2,4
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr 14623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 9
www.chri.nl
•
I
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
Rh
J **. tl In de berekening voor de toekomstige situatie zijn de in tabel 3.11 aangeven persoonshoeveelheden aanwezig binnen de maximale effectafstand. Tabel 3.11:
Persoonshoeveelheden binnen de 1 %-letaliteitsgrens toekomstige situatie
Locatie
Dag (08.00-18.30 uur)
Nacht (21.00-08.00 uur)
969 personen
60 personen
Maximale effectafstand LPG-tankstation
Voor de woningen is voor de nacht- een aanwezigheidspercentage van 100% aangehouden en voor dagperiode een aanwezigheidspercentage van 50%. Deze getallen zijn gebaseerd op de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico. 3.2.4
Overige modelparameters
Voor de meteogegevens zijn de gegevens van het weerstation Soesterberg aangehouden. Voor de ruwheidparameter is de standaardwaarde van Safeti-NL aangehouden, 300 mm (overeenkomend met hoge gewassen en verspreide grote obstakels).
c 'n
c
0 ra c 0 O
CL O
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr 14623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 10
www.chri.nl
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
4
Resultaten
4.1
Plaatsgebonden risico
Omdat sprake is van een zogenaamde categoriale inrichting is het niet toegestaan de PR-contouren te berekenen. Uitgegaan moet worden van de risicoafstanden zoals vermeld in de Revi voor bestaan de situaties. De navolgende afstanden gelden voor een tankstation waarvan de doorzet lager is dan 500 m3/jr. De afstanden gelden tot kwetsbare objecten. Tabel 4.1:
Risico afstanden volgens de Revi (bestaande locatie) Utrechtseweg 26
PR=10"6
(doorzet 500 m’/jr)
Vanaf het vulpunt
45 meter
Vanaf de afleverzuil
15 meter
Vanaf de voorraadtank
25 meter
In bijlage IV zijn de plaatsgebonden risico-contouren weergegeven. Binnen de PR-contour (45 meter vanaf het vulpunt) bevinden zich voor het LPG-tankstation aan de Utrechtseweg 24 een bedrijfswoning, een bedrijfswinkel en showroom. Al deze gebouwen behoren bij de inrichting. Conform het Bevi worden objecten, behorende bij het LPG-tankstation, niet aangemerkt als kwetsbaar object. Er zijn verder geen kwetsbare objecten binnen de PR-contouren. De naastgelegen woning (Utrechtseweg 24) betreft een bedrijfsfunctie met een bedrijfswoning. Deze wordt conform het Bevi aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object en daarvoor geldt dat de PR 10'6-contour als richtwaarde. He» betreffende object ligt binnen de PR 10'6-contour van het vulpunt. Gezien het feit dat de bedrijfswoning een bestaande situatie betreft, is voldoende argumentatie om van deze richtwaarde af te wijken. 4.2
Groepsrisico
De hoogte van het groepsrisico hangt onder andere af van het aantal mensen binnen het invloedsgebied en de kans dat een scenario optreedt. Conform de Revi is voor LPG tankstations een invloedsgebied van 150 meter (veroorzaakt door BLEVE van de tankauto, welke 100% gevuld is) vanaf het vulpunt van toepassing. Buiten deze 150 meter zijn nauwelijks nog slachtoffers te verwachten. In fi guur 4.1 is de berekende groepsrisico weergegeven.
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr. 14623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 11
www.chri.nl
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
r«u<t> retor, I PT.
I imiuh*» <il N* I MUIIies Avii**Yphi
A.HtCtta CTACl?
R»»fc Cui-^ ' 0000001*-009 -- Hu«b< ---- Hij*♦
— On***** wMfd*
Figuur 4.1
Groepsrisico Utrechtseweg 26
Uit figuur 4.1 blijkt dat het groepsrisico voor de huidige situatie ruim onder de oriënterende waarde ligt, met een frequentie van 3,68*10'9 en een overschrijdingsfactor van 0,0063. N C
03 □3
In de toekomstige situatie ligt het GR eveneens ruim beneden de oriëntatiewaarde ligt. Het maximale aantal slachtoffers bedraagt 100. De maximale overschrijdingsfactor voor de toekomstige situatie wordt gevonden bij 40 slachtoffers met een frequentie van 3,8*10'8 en is gelijk aan 0,062.
C
03 03 0
a
Uit het voorgenoemde volgt dat het groepsrisico is in de toekomstige situatie met een factor 10 is toe genomen ten opzichte van de huidige situatie. Deze toename van het groepsrisico wordt veroorzaakt doordat er meer personen binnen de maximale effectafstand aanwezig zijn.
Q
BR Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr. I4623897 ING Bank 657697532
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 12
www.chri.nl
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
5
Conclusie
Door ons bureau is in opdracht van de gemeente Renswoude een risicoanalyse uitgevoerd voor het LPG-tankstation aan de Utrechtseweg 26 te Renswoude. Op basis van het onderzoek hebben wij de volgende conclusies en aanbevelingen: - er bevinden zich geen kwetsbare objecten binnen de risicoafstanden conform de Revi voor be staande situaties. De naastgelegen bedrijfswoning (Utrechtseweg 24) betreft een bestaand beperkt kwetsbaar object. Aangezien de PR 10'6-contour een richtwaarde is voor beperkt kwetsbare objec
-
ten waar, op basis van de reeds bestaande situatie van afgeweken mag worden, levert dit geen be lemmeringen op voor de ontwikkelingen binnen het plan; het groepsrisico ligt ruim beneden de oriëntatie waarde, er is sprake van: • maximaal 40 slachtoffers, het groepsrisico bedraagt 0,062 maal de oriëntatie waarde; ten opzichte van de huidige situatie is er een toename van het groepsrisico. Dit wordt veroorzaakt doordat er meer personen binnen de maximale effectafstand aanwezig zijn; de gemeente dient invulling te geven aan de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. In dit ka der dient advies te worden gevraagd bij de Veiligheidsregio.
Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV
Mevrouw ing. P.E.M. Coenen-Stalman Projectleider
BP Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
20122225-03 6 februari 2013 Bladzijde 13
■Sr-
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
Bijlage I
Ligging plangebied
W
o p lo s s in g e n zijn
mmlM X m
BP Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr. I4623897 ING Bink 657697532
20122225-03 06-02-2013 B. Wolters
www c h
,/'Gr Lichtenhörft s^\9,u /m "jft
Kilometers
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
Tekening inrichting
BP Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr. 14623897 ING Bink 657697532
20122225-03 06-02-2013 B. Wolters www chri nl
-9J-Ï0
CAUBERG-HUYGEN RAADGEVENDE INGENIEURS BV
o p lo s s in g e n zijn
QRA-berekening LPG tankstations
BP Bedrijventerrein te Renswoude Risicoanalyse LPG-tankstation Utrechtseweg 26
KvK nr. I4623897 ING Bank 657697532
20122225-03 06-02-2013 B. Wolters www chri nl
RllMHCt'Ijwl
voor V»lht«*ion<Jh»Mj
QRA berekening LPG-tankstations Opdrachtgever: Datum: Uitvoerder:
Diverse gemeenten en provincies 29 mei 2008, versie 1.1* Centrum Externe Veiligheid (cev@rivm.nl)
“Deze versie is tekstueel verduidelijkt maar is inhoudelijk ongewijzigd ten opzichte van de voorgaande versie van 20 december 2007.
1. LPG-tankstations als bedoeld in artikel 2.1 onder e van het Bevi 1.1 Inleiding In deze notitie is de rekenmethode voor LPG-tankstations beschreven. Voor LPG-tankstations moeten scenario’s worden meegenomen voor het opslagvat inclusief leidingwerk en de verlading inclusief de tankauto. Voor de verlading zijn de volgende scenario’s van belang: - intrinsiek falen van de tankauto - BLEVE tankauto ten gevolge van brand (warme BLEVE) - BLEVE tankauto ten gevolge van externe beschadiging (koude BLEVE) - falen pomp - falen losslang
De berekening moet worden uitgevoerd met propaan als karakteristieke stof. De rekenmethode is beschreven aan de hand van een referentie LPG-tankstation met een LPGdoorzet van 1.000 nr per jaar. 1.2 Scenario’s opslagvat
De scenario’s voor het opslagvat zijn samengevat in Tabel 1. Tabel I Scenario’s voor opslagvat onder druk Scenario Basisfrequentie (jaar-1)
factor
Frequentie (jaar-1)
O.l opslagvat - Instantaan falen
5 x Kr7
5 x 107
0.2 opslagvat - 10 minuten
5 x 10 7
5 x 107
0.3 opslagvat - 10 mm gat
1 x 10 5
1 x 105
0.4 vloeistofleiding - Breuk leiding 1,25"
5 x 107 m 1
10 m
5 x lO6
0.5 vloeistofleiding - lek 0.125"
1,5 x 10 6 m 1
10 m
1.5 x 105
0.6 afleverleiding-breuk 1,25"
5 x 107 m 1
75 m
3,75 x 10 ‘
0.7 afleverleiding - lek 0,125"
1,5 x 10 6 m 1
75 m
1,125 x 10 4
Opmerkingen: - De ondergrondse opslagtank bevat 9.200 kg LPG. - Voor een ondergrondse opslag wordt in SAFETI-NL de optie “Ignore Fireball risks (Eg. if a Mounded Tank)” aangevinkt, waardoor het BLEVE-scenario niet wordt meegenomen. Bij een ondergrondse opslagtank moet de uitstroming bij de scenario’s 0.2 en 0.3 verticaal worden gemodelleerd, bij een ingeterpte tank horizontaal.
1
•« Mll.«u
QRA berekening LPG-tankstations -
De vloeistofleiding van het vulpunt naar het opslagvat heeft standaard een lengte van 10 m en een diameter van 1,25". De afleverleiding van het opslagvat naar de afleverzuilen heeft een lengte van 75 m en een diameter van 1,25". De uitstroming wordt voor de ondergrondse leidingen verticaal gemodelleerd.
1.3 Scenario’s intrinsiek falen tankauto
De scenario’s voor intrinsiek falen zijn gegeven in Tabel 2. Tabel 2 Scenario ’.v voor de LPG-tankauto Basisfrequentie (jaar~')
factor
Frequentie (jaar-1)
T.l tankauto - Instantaan falen (vulgraad 100%)
5 x I0'7
70 x 0,5/8766
2.00 x I0'9
T.2 tankauto - grootste aansluiting (vulgraad 100%)
5 x 10'7
70 x 0,5/8766
2,00 x H)'9
Scenario
Opmerkingen: - Bij een LPG-omzet van 1.000 nr per jaar is het aantal verladingen gelijk aan 70 per jaar voor het referentie LPG-tankstation. De aanwezigheid is 0,5 uur per bezoek. - De BLEVE wordt gemodelleerd als een warme BLEVE. De insteldruk van het veiligheidsventiel van de tankauto is 19,25 barg [i], zodat de faaldruk gelijk is aan 1,21 x 20,25 bara = 24,5 bara (23,5 barg). 1.4 Scenario’s tankauto ten gevolge van brand
Een BLEVE van een aanwezige tankauto kan ontstaan ten gevolge van brand tijdens de verlading en brand in de omgeving. Tijdens verlading kan een langdurige lekkage van LPG ontstaan, wat na ontsteking uiteindelijk tot een BLEVE van de tankauto kan leiden (zie hiervoor ook de Handleiding Risicoberekeningen Bevi versie 3.0, paragraaf 3.15). Het scenario en de frequentie is gegeven in Tabel 3. Tabel 3 Scenario’s BLEVE van de LPG-tankauto (voorzien van een hittewerende coating) ten gevolge van brand tijdens de verlading> Scenario
BLEVE frequentie (uur ')
factor
Frequentie (jaar-1)
B.l BLEVE tankauto (vulgraad 100%)
5,8 x 10 10
70 x 05 x 0,05
1,02 x 10'9
Opmerking: - Bij een LPG-tankauto voorzien van een hittewerende coating is de faalfrequentie voor een warme BLEVE van een tankauto gereduceerd met een factor 20 ten opzichte van de standaard faalfrequentie in de Handleiding Risicoberekeningen Bevi versie 3.0, paragraaf 3.15. De frequentie van een brand in de nabijheid van een tankauto is afhankelijk van een aantal toetsafstanden (zie Tabel 4) en wordt afgeleid uit Tabel 5.
2
nijta'wiit.Mjt
voo' Volb«<|a(onor>ai«l
QRA berekening LPG-tankstations Tabel 4_______Toetsingsafstand voor het vu!punt ten opzichte van een aantal objecten
Toetsingsafstand
Nr
Object
1
LPG-afleverzuil Benzine afleverzuil Opstelplaats benzine tankauto Gebouw zonder brandbeschermine - hoogte < 5 m - 5 m < hoogte < 10 m - hoogte > 10 m Gebouw met brandwerende voorzienineen1 (en maximaal 50% gevelopeningen) - hoogte < 5 m - 5 m < hoogte < 10 m - hoogte > 10 m
2 3 4
17,5 m 5m 25 m 10 m 15 m 20 m
5m 10 m 15 m
Tabel 5 Frequentie van een brand nabij een LPG-tankauto (voor 100 verladingen per jaar)
Ligt het vulpunt binnen de toetsingsafstand uit tabel 4? Opstelplaats Benzine LPG-afleverzuil tankauto afleverzuil Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Nee Ja Ja Nee Ja Nee Ja Nee Nee Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Nee Nee Ja Ja Ja Nee Nee Ja Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee
Gebouw Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Brand frequentie (per jaar) 2 x 106
1 x 10 6
8 x 107 6 x 107 4 x 107 2 x 10'7
De BLEVE frequentie van de tankauto die wordt aangestraald door een brand in de omgeving van de tankauto voor een brand in de omgeving is afhankelijk van: 1. de kans op een brand in de omgeving van de tankauto, bepaald aan de hand van de verschillende toetsingsafstanden (tabel 5); 2. het aantal verladingen; 3. de vulgraad van de tankauto en 4. de aanwezigheid van een hittewerende coating. In tabel 6 zijn de frequenties gegeven voor de situatie dat het LPG-tankstation aan geen enkele (interne) toetsingsafstand voldoet en de tankauto is voorzien van een hittewerende coating. In het besluit LPG-tankstations wordt 30 minuten brandwerendheid aangehouden
3
Rii«« nalituut voor Volk sao londtioid
QRA berekening LPG-tankstations
Tabel 6 BLEVE scenario ’s van de LPG-tankauto voorzien van een hittewerende coating ten gevolge van brand voor de situatie dat het vulpunt binnen alle toetsingsafstanden ligt Brandfrequentie (per 100 verladingen)
factor
Erequcntie (jaar-1)
B.2 BLEVE tankauto - vulgraad 100%
2 x 10'6
70/100x0,33 x0.19x0,05
4,39 x 10'9
B.3 BLEVE tankauto - vulgraad 67%
2 x 10'6
70/100x0,33 x 0,46x0,05
1,06 x 10 B
B.4 BLEVE tankauto - vulgraad 33%
2 x 10'6
70/100 x 0,33 x 0,73 x 0,05
1,69 x 10 s
Scenario
Opmerkingen: - De tankauto bezoekt 70 keer per jaar het referentie LPG-tankstation, waar de brandfrequentie gegeven is voor 100 verladingen per jaar. - Bij een bezoek is de vulgraad van de tankauto gelijk aan 100%. 67% of 33% van de maximale belading. - De BLEVE wordt gemodelleerd als een warme BLEVE met de faaldruk gelijk aan 24,5 bara (23,5 barg). - Bij een LPG-tankauto voorzien van een hittewerende coating mag de faalfrequentie voor een warme BLEVE van een tankauto worden gereduceerd met een factor 20 (0,05). 1 ü Scenario’s tankauto ten gevolge van externe beschadiging
Een BLEVE van een tankauto kan ook plaatsvinden ten gevolge van externe impact. De BLEVE kans is afhankelijk van de opstelplaats en is gegeven in Tabel 7. De berekening voor de Revi afstandentabel is uitgevoerd met de hoogste frequentie; de scenario’s zijn gegeven in Tabel 8. Tabel 7 Frequentie van een BLEVE van een LPG-tankauto ten gevolge van externe beschadiging < 100 verladingen per jaar) BLEVE Opstelplaats tankauto Frequentie (per jaar) 2.5 x 10 9 Geïsoleerde opstelplaats waarbij een aanrijding van opzij tegen de leidingkast niet aannemelijk wordt geacht (ook niet met lage snelheid) Opstelplaats op een (wegrij)strook, toegestane snelheid 70 km/uur of minder
4,8 x 10 8
Overige situaties
2,3 x 107
4
Rij«a:n«tituut voor volksaexondriiiid
■n MlUau
QRA berekening LPG-tankstations Tabel 8 Scenario's BLEVE van de LPG-tankauto ten gevolge van externe beschadiging faalfrequentie (per 100 verladingen)
factor
Frequentie (jaar-1)
B.5 BLEVE tankauto - vulgraad 100%
2,3 x 1()‘7
70/100 x 0,33
5,31 x lü'8
B.6 BLEVE tankauto - vulgraad 67%
2,3 x 107
70/100x0,33
5,31 x 10'8
B.7 BLEVE tankauto - vulgraad 33%
2.3 x 10 7
70/100x0,33
5,31 x 108
Opmerkingen: - De BLEVE wordt gemodelleerd omgevingstemperatuur).
als
Scenario
een
koude
BLEVE
(barstdruk
bij
1.6 Scenario’s falen pomp
De scenario’s voor het falen van de pomp zijn gegeven in Tabel 9. Tabel 9 Scenario ’s voor het falen van de pomp Basisfaal frequentie (jaar-1)
factor
Frequentie (jaar-1)
P.l Breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit
1 x 10J
0,94 x 70 x 0,5/8766
3,75 x 10‘7
P.2 Breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit niet
1 x 10 4
0,06 x 70 x 0.5/8766
2,40 x KL8
4.4 x 101
70 x 0,5/8766
1,76 x 10'5
Scenario
P.3 lek pomp
Opmerkingen: - Er zijn 70 verladingen per jaar met een verladingsduur van 0,5 uur. - De effecten van de doorstroombegrenzer worden meegenomen. Aangenomen is dat deze bij het breukscenario een faalkans heeft van 0,06 en niet in werking treedt bij het lekscenario. 1.7 Scenario’s falen losslang
De scenario’s voor het falen van de losslang zijn gegeven in Tabel 10. Tabel 10 Scenario ’.v voor het falen van de losslang basisfaalfrequentie (uur-1)
factor
Frequentie (jaar-1)
L.l Breuk losslang 2”, doorstroombegrenzer sluit
4 x 10 6
0,88 x0,1 x 70x0,5
1.23 x HL5
L.2 Breuk losslang 2", doorstroombegrenzer sluit niet
4 x I0’6
0,12x0.1 x 70x0,5
1,68 x 10‘6
L.3 lek losslang 0.2”
4 x 10'5
70 x 0,5
1,40 x l()'3
Scenario
5
r/vr^i
Rii«a natilaut VK» Volk ««aiond»>■>•<)
QRA berekening LPG-tankstations Opmerkingen: - Er zijn 70 verladingen per jaar met een verladingsduur van 0,5 uur. - De breukfrequentie voor losslangen bij LPG-tankstations is een factor 10 lager dan de standaard faalfrequentie voor Brzo-inrichtingen. - De effecten van de doorstroombegrenzer zijn meegenomen. Aangenomen is dat deze een faalkans heeft van 0,12 bij het breukscenario2 en niet in werking treedt bij het lekscenario. - De scenario’s L.l en L.2, breuk losslang, zijn gemodelleerd als line rupture (op 5 meter afstand van de tankauto). 1.8
Invoerparameters in SAFETI-NL
De scenario’s moeten worden ingevoerd in SAFETI-NL. In aanvulling op Module B van de Handleiding risicoberekeningen BEVI gelden de volgende kanttekeningen: - De hoogte van de vloeistofkolom (‘tank head’) is ingeschat op één meter voor de leidingen en de tankauto. Voor de ondergrondse tank is gerekend met verticale uitstroming; om deze reden is de ‘tank head’ hier gelijkgesteld aan 0 m. - Het scenario pompbreuk is gemodelleerd als uitstroming uit een 3" leiding zonder ‘pump head’; aangenomen is dat bij breuk de pomp geen pompdruk levert. - Het scenario breuk losslang is gemodelleerd als uitstroming uit een 2" leiding zonder ‘pump head’.
:
De EFV (excessive flow valve) tussen de pomp en het vulpunt heeft een instelwaarde van 7,4 kg/s. Het uitstroomdebiet bij breuk (83 kg/s) < 12 keer de instelwaarde.
6
QRA berekening LPG-tankstations Bijlage Verantwoording
De scenario’s zijn beschreven voor het referentie LPG-tankstation met een LPG-omzet van 1.000 nr per jaar [i,ii,iii]. 12 Scenario 's opslagvat Voor het bijbehorende leidingwerk zijn er twee scenario’s meegenomen, namelijk breuk en lekkage. De frequentie van de scenario’s zijn gelijk aan de frequenties voor ondergrondse transportleidingen; aangenomen wordt dat de ondergrondse leidingen van een LPGtankstation beter overeenkomen met ondergrondse transportleidingen dan met procesleidingen. Voor het scenario ‘lekkage’ is wel aangesloten bij procesleidingen en is een gatgrootte aangehouden van 10% van de diameter. De reden is dat de standaard gatgrootte voor ondergrondse transportleidingen (20 mm) meer overeenkomt met een breuk dan met een lek. 1.4 Scenario ’s tankauto ten gevolge van brand De toetsingsafstanden in Tabel 4 zijn aangepast ten opzichte van de afstanden genoemd in het TNO rapport “Reductie BLEVE frequentie van een LPG-tankauto op een autotankstation" fiii]. Uit analyse blijkt dat de aanbevolen toetsingsafstanden voor gebouwen in dit rapport een niet correct beeld geven van de te verwachten warmtestraling ter plaatse van het vulpunt van een LPG-tankauto. Deze omissie is ingegeven door een fout in de berekening waardoor er ten onrechte wordt vastgesteld dat de warmtestraling aan de vloeistofzijde van de tank lager is dan die aan de dampzijde.
Vervolgens wordt de warmtestraling aan de dampzijde niet bepaald terwijl juist dat aspect maatgevend is voor de aan te houden afstand tussen een LPG-tankauto (vulpunt) en een brandend gebouw op het terrein van het LPG-tankstation. Naar aanleiding hiervan zijn er berekeningen uitgevoerd om na te gaan welke afstanden er tussen het vulpunt van een LPG-tankauto en een brandend gebouw moeten worden aangehouden om een warme BLEVE te voorkomen. De uitgangspunten voor de berekening en de rekenresultaten zijn als volgt: — De gevel van het brandende gebouw is een vlakke straler; - De gevel straalt met een bronsterkte van 45 kW/m2 (NEN 6068) — De warmtestraling bij de tankauto wordt berekend met het vlakke straler-model uit PGS 2; — Criterium voor het voorkomen van een BLEVE bij de LPG-tankauto is 10 kW/nr (zie PGS 16 t/m 24); - Breedte van het gebouw: 15 meter - Hoogte van het gebouw: maximaal 15 meter Dit resulteert in de afstanden in Tabel 4. Opgemerkt moet worden dat deze afstanden dus meer beschouwd moeten worden als veiligheidsafstanden dan als afstanden waarop werkelijk een BLEVE gaat optreden.