Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Tekst van het document
WOONWAGENBELEID 2021
GEMEENTE RENSWOUDE
OKTOBER 2021
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 2 van 23
Inhoudsopgave 1.
Beleidskeuzes ........................................................................................................................................... 4
2.
Inleiding ................................................................................................................................................... 4
3.
Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid – BZK ..................................................... 4
4.
Mensenrechtelijke (juridische) plicht ........................................................................................................ 5
5.
Morele plicht – beoogd maatschappelijk effect/doelstelling ...................................................................... 7
6.
Financiële plicht – middelen voor standplaatsen ....................................................................................... 8
7.
Achtergrond Woonwagenlocatie Renswoude ............................................................................................ 8 a.
Voorgeschiedenis..............................................................................................................................................8
b.
De doelgroep woonwagenbewoners ...............................................................................................................9
c.
Familiebanden ................................................................................................................................................10
d.
Taak gemeente en taak Gemeentelijk Woningbedrijf ....................................................................................10
e.
Doelstelling woonwagenbeleid ......................................................................................................................12
f.
Beoogd eindresultaat .....................................................................................................................................13
g.
Meetbare resultaten eind 2023 – concreet en uitvoerbaar ...........................................................................13
h.
De bestaande woonwagenlocatie ..................................................................................................................14
8.
Beleid en Beleidskaders .......................................................................................................................... 14 a.
Brandveiligheid ...............................................................................................................................................14
b.
Huurafhankelijk recht van opstal....................................................................................................................15
c.
Omgevingsvergunning ....................................................................................................................................15
d.
Omgevingswet ................................................................................................................................................15
e.
Hoe omgaan met caravans? ...........................................................................................................................16
f.
Uitgangspunten illegaal in gebruik genomen gemeentegrond en terugvordering ........................................17
g.
Relatie met overig beleid, projecten en processen ........................................................................................17
10. Inventarisatie woonbehoefte.................................................................................................................. 18 11. Locatieonderzoek: nieuwe standplaatsen................................................................................................ 18 a.
Onderbouwing verplaatsing standplaatsen Beekweide II ..............................................................................18
b.
Programma van eisen .....................................................................................................................................21
12. Communicatie ........................................................................................................................................ 22 13. Afkortingen- en begrippenlijst ................................................................................................................ 22
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 3 van 23
1.
Beleidskeuzes Onderdeel
Pagina
A
Bij de aanleg van standplaatsen bestemt de gemeente een stuk grond als ‘Wonen- 11 Woonwagenstandplaatsen’. Het Gemeentelijk Woningbedrijf draagt vervolgens zorg voor de aanleg van de standplaatsen en de levering van eventuele huurwoonwagens voor zover de huurders tot haar doelgroep behoort.
B
Het doel is dat de woonwagenlocatie schoon, heel, veilig en legaal is én ook blijft.
12
C
De meetbare resultaten zijn eind 2023 bereikt.
13
D De woonwagenlocatie voldoet aan de regels brandveiligheid Bouwbesluit 2012.
2.
14
E
Op huurstandplaatsen met een eigen woonwagen wordt een huurafhankelijk recht van opstal 14 gevestigd.
F
Voor de woonwagenlocatie worden bestemmingsplanregels opgesteld.
15
G Alle woonwagens en opstallen zijn vergund.
15
J
16
Er is geen illegaal in bezit genomen gemeentegrond.
Inleiding Heel lang was ‘normalisatie’ het uitgangspunt van het Nederlandse woonwagenbeleid. Dit hield in dat Roma, Sinti, (handels)reizigers, en rondtrekkende kermisexploitanten en circusartiesten (voor de leesbaarheid hierna: woonwagenbewoners) als ‘gewone’ burgers ofwel ‘normaal’ behandeld moesten worden. In de beleidspraktijk leidde dit ertoe dat sommige gemeenten en woningcorporaties de woonwagenlocaties en het aantal standplaatsen afbouwden en soms volledig lieten verdwijnen. Bedoeld of onbedoeld was het gevolg dat hun culturele identiteit niet behouden werd. Bovengenoemde beleidspraktijk is (na een aantal cruciale internationale, Europese en nationale mensenrechtelijke uitspraken en ontwikkelingen) onhoudbaar gebleken. In 1999 werd de Woonwagenwet van rijkswege afgeschaft. Gemeenten werden via de Huisvestings- en Woningwet verantwoordelijk voor de huisvesting van woonwagenbewoners en het aantal woonwagenstandplaatsen werd afgebouwd. Onder meer Europese rechtspraak en het College voor de Rechten van de Mens hebben dit beleid afgewezen, omdat het niet in overeenstemming is met het mensenrechtelijk kader uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft daarop het Beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagenen standplaatsenbeleid’ opgesteld.
Dit Beleidskader vormt een basis voor gemeenten om lokaal woonbeleid vast te stellen, waarbij zij rekening moeten houden met de wensen van woonwagenbewoners en moeten voorzien in voldoende standplaatsen. Ons gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid is een verdere invulling van het lokale woonbeleid op dat Beleidskader.
3.
Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid – BZK Het Beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ geeft een visie op het standplaatsbeleid dat in lijn is met het mensenrechtelijk kader voor de culturele identiteit van Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Dit document is tot stand gekomen in samenspraak met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), Aedes en vertegenwoordigers van Roma, Sinti en woonwagenbewoners.
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 4 van 23
Concreet geeft het Beleidskader aan: 1
De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als Opstellen onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid woonwagenbeleid
2
Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven aan het Implementeren woonwagenleven van woonwagenbewoners mensenrechtelijk kader
3
De behoefte aan standplaatsen moet in kaart worden gebracht
4
Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover Gemeentelijk deze tot de doelgroep behoren Woningbedrijf
5
De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke Er worden nieuwe omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen standplaatsen aangelegd
6
Een woningzoekende Roma, Sinti of woonwagenbewoner die dit wenst, moet Gemiddeld 7 jaar binnen redelijke termijn kans maken op een standplaats.
Inventarisatie woonbehoefte
Woonwagenbewoners hebben het recht om in een woonwagen te leven en gemeenten moeten dat mogelijk maken. Hiermee omarmt de Rijksoverheid de visie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman. Het Beleidskader helpt gemeenten bij de invulling van het lokale woonwagenbeleid dat let op de cultuur van woonwagenbewoners, de bewoners beschermt tegen discriminatie en voldoende rechtszekerheid biedt. De ontwikkeling van het aantal standplaatsen wordt door de minister gemonitord. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in mei 2021 een speciale Wegwijzer woonwagenbeleid uitgebracht.
4.
Mensenrechtelijke (juridische) plicht Woonwagenbewoners hebben een eigen culturele identiteit. In de laatste tien tot vijftien jaar is de bescherming van deze culturele identiteit vastgelegd in verschillende verdragen. Nederland heeft deze verdragen ondertekend. Dit brengt voor Nederland de verplichting met zich mee om voor voldoende standplaatsen te zorgen en om ervoor zorg te dragen dat woonwagenbewoners kunnen leven volgens hun tradities en culturele identiteit. Een betrouwbare overheid die zich bindt aan verdragen, moet zich ook inzetten om de mensenrechten te waarborgen. Die betrouwbare inzet moet toezien op het inventariseren van de behoefte aan standplaatsen, het correct toewijzen van standplaatsen en bij de ontwikkeling van woonwagenlocaties rekening te houden met het recht van woonwagenbewoners om volgens hun culturele identiteit te wonen.1 Met welke mensenrechten moet rekening worden gehouden bij woonwagen- en standplaatsenbeleid? Het mensenrechtelijk kader wordt onder meer gevormd door een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (‘EHRM’) en komt op het volgende neer: − De overheid heeft een inspanningsverplichting om te voorzien in adequate huisvesting, waarbij rekening wordt gehouden met de (erkende) specifieke wooncultuur van woonwagenbewoners.
− Het is niet geoorloofd om het aantal standplaatsen af te bouwen of niet uit te breiden, terwijl er sprake is van een duidelijke behoefte vanuit de woonwagenbewoners (dit is in strijd is met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB)). − De behoefte aan standplaatsen en woonwagens dient te worden geïnventariseerd. Als hieruit een aantoonbare behoefte naar voren komt, moet het woonwagen- en standplaatsenbeleid zodanig
1
Woonwagenbewoner zoekt standplaats, rapport 2017/060 van de Nationale ombudsman
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 5 van 23
worden vormgegeven dat het voor een woonwagenbewoner binnen redelijke termijn (gemiddeld 7 jaar) mogelijk is om voor een standplaats in aanmerking te komen. Het juridische kader voor een woonwagenstandplaats wordt gevormd door vier grondbeginselen: 1. Recht op huisvesting ’Een bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid’, aldus artikel 22, tweede lid van de Grondwet. Dit betreft het aantal woningen, de kwaliteit en de veiligheid en de betaalbaarheid van de woningen. Het recht op huisvesting geeft geen recht op eigenwoonruimte. Het woonwagenbeleid moet erop gericht zijn dat slechts in noodgevallen een situatie van onvoldoende wooneenheden zou bestaan. − − − −
Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (artikel 11, eerste lid); Herzien Europees Sociaal Handvest (artikel 31); Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (artikel 31, lid 3); Grondwet (artikel 22, lid 2).
2. Recht op gelijke behandeling Het recht op een gelijke behandeling houdt in dat woonwagenbewoners niet nadeliger mogen worden behandeld vanwege het feit dat zij woonwagenbewoners zijn. Om die reden heeft het College voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat een uitsterfbeleid, zoals veel gemeenten hanteerden, van woonwagenstandplaatsen discriminerend is als dit uitsterfbeleid is gericht op het laten verdwijnen van woonwagenbewoning. Gelukkig heeft de gemeente Renswoude nooit bewust een uitsterfbeleid gevoerd ten aanzien van de standplaatsen. Echter, ook als men kiest voor geen uitbreiding van het aantal standplaatsen, dan is dit uitsterfbeleid, daar de jongeren geen eigen standplaats krijgen en dus hun cultuur niet kunnen voortzetten. − Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (artikel 5, onderdeel e, onder iii); − Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 14); − Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (artikel 21); − Richtlijn nr. 2000/43/EG houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming; − Grondwet (artikel 1); − Algemene wet gelijke behandeling. 3. Recht op vrijheid van vestiging − Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (artikel 12); − Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 2 van het Vierde Protocol). 4.
Recht op eerbiediging privé-, familie- en gezinsleven Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie, aldus artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Een woonwagen is aan te merken als een ‘woning’ en valt hierdoor onder de bescherming van artikel 8 EVRM. Hiervoor is het o.a. bepalend dat de bewoner een ‘voldoende en voortdurende band heeft met een specifieke woonwagen(standplaats)’. Van belang is een kenmerk van de identiteit van woonwagenbewoners: ‘het wonen in een woonwagen waarbij familiebanden in onderlinge verbondenheid een belangrijke rol spelen’. Uit jurisprudentie van het EHRM blijkt dat de overheid een positieve verplichting heeft om de cultuur te beschermen en het woonwagenleven te faciliteren. − Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 8); − Grondwet (artikel 10). Uitspraken Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EVRM) Vanaf midden jaren ’90 van de vorige eeuw heeft het Europese Hof van de Rechten van de Mens diverse uitspraken gedaan om het woonwagenleven te beschermen. Het EVRM heeft onder andere uitgesproken dat bewoning van een woonwagen een onderdeel van de cultuur is, dat een woonwagen een woning is, en dat woonwagenlevensstijl betrekking heeft op sociale en familiebanden. Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 6 van 23
Door deze uitspraken heeft de overheid een zekere positieve verplichting om het wonen in woonwagens mogelijk te maken en te behouden. Een gemeente houdt in zijn woonbeleid rekening met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners en voorziet in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen. Bij het bepalen van het woonwagenbeleid dient een afweging gemaakt te worden tussen de algemene belangen van de gemeente en de belangen van de woonwagenbewoners. In de Huisvestingswet 2014 en de Woningwet 2015 is de woonwagenstandplaats opnieuw opgenomen. Het is woningcorporaties toegestaan om woongelegenheden (dus ook woonwagens en standplaatsen) te bouwen, toe te wijzen en te verhuren. Een mensenrechten-proof woonwagen- en standplaatsenbeleid vergt een omslag in denken en doen van de gemeente en samenwerkingspartners. Om hier op een goede manier invulling aan te kunnen geven moet de gemeente investeren in de bewustwording en erkenning van de woonwagencultuur, zowel binnen de eigen organisatie, alsook in de samenwerking met externe partijen (corporaties, beheerorganisaties, omwonenden) die betrokken zijn bij het woonwagenbeleid. Investeren in bewustwording van het belang en de waarde van het materiele gelijkheidsbeginsel en de mensenrechten van woonwagenbewoners.
Tegelijkertijd is het van belang dat aan woonwagenbewoners dezelfde rechten toekomen als aan nietwoonwagenbewoners, of het nu gaat om het verkrijgen van een hypotheek, verzekeringen, een baan, het beheer van de openbare ruimte op een woonwagenlocatie of de handhaving van de openbare orde. Banken, verzekeraars en andere partijen in het financieel-economisch verkeer worden door woonwagenbewoners als een groot struikelblok ervaren. Veel woonwagenbewoners lopen tegen problemen aan bij het afsluiten van verzekeringen en hypotheken. Verzekeraars en hypotheekverstrekkers behandelen aanvragen voor standplaatsen en woonwagens anders dan die voor reguliere woningen en dat belemmert het eigenwoningbezit van woonwagenbewoners, wat hun economische en maatschappelijke positie in de samenleving beïnvloedt. Gemeentelijk beleid Voor de gemeente betekent dit dat in het woonwagenbeleid aandacht moet zijn voor de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners, waarbij rekening wordt gehouden met onder andere de hierboven besproken mensenrechten.
De behoefte kenmerkt zich door het wonen in een woonwagen en door het in familieverband samenwonen op een woonwagenlocatie.2 Het nieuwe woonwagenbeleid van de gemeente houdt in zijn woonbeleid rekening met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners en werkt naar een voorziening met voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen. Van een uitsterfbeleid is niet langer sprake.
5.
Morele plicht – beoogd maatschappelijk effect/doelstelling De woonwagenlocatie dient te voldoen aan de gestelde eisen die van toepassing zijn in de gehele gemeente. Veiligheid in de meest brede zin van het woord, wat tevens betekent dat handhaafbaarheid geen knelpunt mag zijn. Met het vaststellen van het woonwagenbeleid wordt er een duidelijke keuze gemaakt die ook helderheid en zekerheid geeft aan de betrokken bewoners en hun toekomst mogelijkheden. De woonwagencultuur is in 2014 door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed aangewezen als immaterieel erfgoed. Het nieuwe beleid biedt dan ook een goede basis om samen met de bewoners te bouwen aan wederzijds vertrouwen en vorm te geven aan de door beide partijen gewenste goede, schone en veilige standplaatsen. Ook in Renswoude streven we naar een inclusieve samenleving. Iedereen moet binnen zijn cultuur kunnen meedoen aan onze samenleving en zijn verantwoordelijkheid als inwoner voor de gemeenschap nemen. Daarbij is veiligheid in de meest brede zin van het woord een belangrijke pijler. Met het vaststellen van het
2
Beleidskader BZK
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 7 van 23
woonwagenbeleid wordt er een duidelijke keuze gemaakt die ook helderheid en zekerheid geeft aan de betrokken bewoners en hun toekomstmogelijkheden. Zoals van eenieder wordt verlangd zich te houden aan de wetten, regels, normen en waarden van de maatschappij, geldt dat ook voor inwoners van andere culturen. Dat geldt voor ‘nieuwe Nederlanders’ maar evenzeer voor ‘oude Nederlanders’ zoals woonwagenbewoners.
6.
Financiële plicht – middelen voor standplaatsen De gemeente Renswoude heeft een eigen woningbedrijf en verhuurt sociale woningen. Deze interne structuur zorgt er voor dat verwarring kan ontstaan in de taakverdeling van de gemeente als publieke instantie en het woningbedrijf als (semi)publieke instantie met een privaat doel, namelijk verhuur van sociale huurwoningen. Ook al is er sprake van één entiteit zal hierna toch gesproken worden over ‘de gemeente’ en ‘het woningbedrijf’, dit om het bestuurlijke en private onderscheid duidelijk te maken. Recentelijk landelijk beleid leidt tot een verantwoordelijkheid van een gemeente tot het creëren van voldoende woonwagenstandplaatsen. Één van de argumenten voor woonwagenlocaties betreft het wonen in familieverband. Woonwagenbewoners wonen graag met familie samen op één locatie. Het gemeentelijk woningbedrijf zorgt alleen voor huisvesting (standplaats met huurwoonwagen / woonwagenwoning) voor mensen onder de sociale inkomensgrens (conform het beleid van de corporaties c.q. toegelaten instellingen). De mensen boven de sociale inkomensgrens moeten ook een standplaats kunnen gaan bewonen bij de eigen familie, maar kunnen hiervoor niet terecht bij het gemeentelijk woningbedrijf. In dergelijke gevallen dient de gemeente zorg te dragen voor een standplaats. Deze wordt dan vaak te koop aangeboden.
Dit kan betekenen dat (op termijn) de gemeente dient te voorzien in een woonwagenlocatie met standplaatsen, waarbij een deel (door de gemeente) wordt verkocht aan een woonwagenbewoner boven de sociale inkomensgrens die daar een eigen woonwagen op plaatst en een ander deel van de standplaatsen inclusief huurwoonwagen (door het woningbedrijf) wordt verhuurd aan een woonwagenbewoner onder de sociale inkomensgrens. Omdat er op dit moment geen behoefte is aan koopstandplaatsen, zal de gemeente vooralsnog het beleid richten op huurstandplaatsen (en huurwoonwagens), welke vanuit het woningbedrijf zullen worden verhuurd. Voor de lange termijn is het raadzaam om de vraag naar standplaatsen te onderzoeken en afhankelijk van de vraag een of meerdere koopstandplaatsen te realiseren. Het huidige beleid gaat dus enkel over huurstandplaatsen (en huurwoonwagens). Subsidie Minister Ollongren heeft voor 2021 €50 miljoen vrijgemaakt voor het versneld realiseren van huisvesting voor een aantal groepen op de woningmarkt. Een van deze groepen zijn woonwagenbewoners. De regeling zal zo worden uitgewerkt dat het voor alle gemeenten mogelijk wordt aanvragen te doen voor bijdragen waarmee financiële belemmeringen in de projectrealisatie kunnen worden weggenomen. De middelen kunnen worden gebruikt voor de realisatie van nieuwe standplaatsen.
Zodra het mogelijk is, zal de gemeente een subsidieaanvraag doen.
7.
Achtergrond Woonwagenlocatie Renswoude a. Voorgeschiedenis Op 1 maart 1999 is de Woonwagenwet opgeheven. Woonwagenbewoners werden ‘gewone’ burgers met gelijke rechten en plichten en waren geen aparte huisvestingsdoelgroep meer. Het afstammingsbeginsel verviel. Een woonwagen en standplaats werd gelijk gesteld aan een woning. Tussen 2006 en 2009 verschenen diverse handreikingen vanuit de VROM-Inspectie. De aanbevelingen waren feitelijk gericht op verhuizing naar reguliere woningen. Corporaties werkten immers niet tot onvoldoende mee aan de overname van de woonwagenlocaties en/of de realisatie van nieuwe standplaatsen; bovendien konden zij niet gedwongen worden. In de handreikingen werden termen als Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 8 van 23
‘uitsterfbeleid’ en ‘nuloptie’ geïntroduceerd. De inhoud van de handreikingen was veelal gericht op handhaving en repressie (aanleiding Vinkenslag 2003); het einde van de woonwagenbewoning werd mogelijk. Veel gemeenten gingen over tot ontmanteling van standplaatsen die vrij kwamen. Het verhuren van standplaatsen en/of woonwagens was immers geen wettelijke taak van de gemeente. Sterker nog: het is de taak van woningcorporaties om te zorgen voor het bouwen, verhuren en beheren van ‘woningen’ voor mensen onder de sociale inkomensgrens en voor bijzondere doelgroepen. In mei 2017 verscheen het rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ van de Nationale Ombudsman en er volgde een aanklacht naar de minister: het geïntroduceerde ‘uitsterfbeleid’ moest komen te vervallen. Gemeenten moeten weer nieuwe standplaatsen gaan aanleggen op basis van een woonbehoefteonderzoek. Gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke gevallen ongelijk behandelen. Uitsterfbeleid levert direct onderscheid; het treft alleen woonwagenbewoners. Ook als men kiest voor geen uitbreiding dan is dit uitsterfbeleid, daar de jongeren hun cultuur niet kunnen voortzetten. Er worden sinds 1999 immers geen nieuwe standplaatsen aangelegd. In maart 2018 volgde hierop een advies van het College van de Rechten van de Mens.
Zij stellen dat het leven in een woonwagen een essentieel onderdeel is van de cultuur; een cultuur die door mensenrechten wordt beschermd en als erfgoed is bestempeld. Het Rijk, lokale overheden en woningcorporaties zijn verplicht om de cultuur van woonwagenbewoners niet alleen te beschermen, maar ook te faciliteren. Gemeenten moeten daarom bij het huisvestingsbeleid rekening houden met woonbehoeften van woonwagenbewoners. Al naar gelang de behoefte, moeten gemeente en corporaties zorgen voor voldoende standplaatsen die het leven in familieverband mogelijk maken. Op 12 juli 2018 verscheen vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’. Hierin wordt aangegeven dat de gemeente in samenwerking met het Gemeentelijk Woningbedrijf nieuwe standplaatsen moet aanleggen conform de uitkomsten van een inventarisatie naar de woonbehoefte van de woonwagenbewoners. Dit geldt ook voor woonwagenbewoners die willen terugkeren vanuit reguliere woningen (‘spijtoptanten’). De eventuele uitbreiding van standplaatsen moet zijn opgenomen in de Woonvisie en de Prestatieafspraken. Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, dient binnen redelijke termijn3 kans te maken op een standplaats.
b. De doelgroep woonwagenbewoners Onze woonwagenbewoners stammen af van nomadische handelaren, marskramers, ambachtslieden, meestal van oorsprong afkomstig uit Duitsland, België en Frankrijk. Hiertoe worden doorgaans ook de Jenische gerekend; een nomadisch volk uit West-Europa. Voor woonwagenbewoners inclusief Jenische geldt dat zij respectievelijk hun eigen cultuur, gebruiken en taal kunnen hebben. Vanwege dit nomadische bestaan wordt er door deze groep de voorkeur aan gegeven om zichzelf ‘reiziger’ te noemen. Een deel van de reizigers stamt af van in huizen wonende Nederlanders die haverwege de 19e / begin 20e eeuw om economische redenen in woonwagens zijn gaan leven. Onderling zijn deze verschillende groepen reizigers sterk met elkaar geïntegreerd4. Het College voor de Rechten van de Mens (CRM) hanteert in zijn oordelen de volgende definitie van woonwagenbewoners: "woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur". Onder genoemde definitie rekent het CRM zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke 'reizigers'. De groep ‘kermisexploitanten’ komt weer voort uit de groep ‘reizigers’. De gemeente kiest in het kader van de afbakening van de ‘doelgroep’ voor een meer pragmatische oplossing.
In essentie, zo laat ook de definitie van woonwagenbewoners van het CRM zien, 3
4
Er is sprake van een groot woningtekort, terwijl de ruimtelijke mogelijkheden beperkt zijn. Daar komt bij dat zowel de gemeente als het Rijk vele kwaliteitseisen hebben als het gaat om woningbouw (duurzaamheid, locatie, betaalbaarheid, bouwtechnische kwaliteit) en woningzoekenden de nodige woonwensen hebben. Daarom hanteert de gemeente als redelijke termijn gemiddeld 7 jaar. Council of Europe Descriptive Glossary of term relating to Roma issues (2012), te raadplegen via: http://a.cs.coe.int/team20/cahrom/documents/Glossary%20Roma%20EN%20version%2018%20May%202012.pdf
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 9 van 23
verwijst afstamming in dit verband naar mensen die in een woonwagen wonen en deel uitmaken van een familie die van generatie op generatie in een woonwagen woont of heeft gewoond. De gemeente kan daarom voor de peiling van de woonbehoeften van deze groep en voor het aanbrengen van een rangorde op de wachtlijst volstaan met het vaststellen van het woonadres van betrokkene, zijn ouders en/of grootouders.
c. Familiebanden Een belangrijk aspect van de culturele identiteit van de woonwagenbewoner betreft de sterke sociale en familieverbanden. Dit uit zich in het gegeven dat woonwagenbewoners, van oudsher, veelal in families bij elkaar op één woonwagenlocatie wonen. Op die manier kan men dagelijks contact met elkaar onderhouden, op elkaars kinderen passen en voor ouderen zorgen als dat nodig is. Daardoor maken woonwagenbewoners niet of nauwelijks gebruik van geïnstitutionaliseerde voorzieningen5. Voor het verlenen van bijvoorbeeld mantelzorg aan familieleden is het daarom van belang dat woonwagenbewoners de mogelijkheid hebben om dichtbij elkaar te kunnen wonen. Ook hier geldt dat de Nederlandse staat een positieve verplichting heeft, indien daar behoefte aan is, om het leven in familieverband te faciliteren door voldoende standplaatsen op een woonwagenlocatie beschikbaar te stellen. Het begrip ‘voldoende’ is daarbij niet nader juridisch gedefinieerd, maar moet gelezen worden als het minimumaantal standplaatsen dat nodig is om het traditionele familie- en gemeenschapsleven voort te zetten. Een veelgehoord misverstand daarbij is dat een zeer kleine groep een voorkeursbehandeling zou krijgen ten opzichte van reguliere inwoners van de gemeente.
Een groot verschil met reguliere inwoners is echter, dat het reguliere woonbeleid hier doorgaans niet in strijd is met mensenrechten en dat er sinds 1999 veel reguliere woningen zijn gebouwd, maar geen enkele standplaats. Erkenning van de woonwagenidentiteit en cultuur Een woonwagen is niet alleen een woning. Het woonwagenleven dient erkend te worden als onderdeel van de identiteit en cultuur van de woonwagenbewoner en moet niet louter worden gekwalificeerd als een wens ten aanzien van de woning.
d. Taak gemeente en taak Gemeentelijk Woningbedrijf Het succes van het lokale woonwagenbeleid en de realisatie van (nieuwe) standplaatsen en woonwagens staat of valt met een goede onderlinge taakverdeling tussen gemeente én het Gemeentelijk Woningbedrijf (publieke taak gemeente versus sociale verhuurtaak woningbedrijf. Hoewel het woningbedrijf onderdeel is van de gemeente, zijn de onderlinge taken verschillend. En met beleid inzake woonwagenlocaties hebben beide ‘afdelingen’ een eigen taak (publieke taak versus private sociale verhuur taak).
5
College voor de rechten van de mens, oordeelnummers 2019-58 en 2017-106; Huijbers, L. (2015), ‘Het woonwagenbeleid in Nederland vanuit mensenrechtelijk perspectief,’ NTM/NJCM-bull, 40 (4), p. 1-24.
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 10 van 23
Afhankelijk van de uitkomsten van de behoeften (inventarisatie) dient de gemeente (op termijn) te zorgen voor voldoende standplaatsen (zowel koop als huur) voor woonwagenbewoners. Dit betekent dat het voor woonwagenbewoners mogelijk is om binnen afzienbare tijd kans te maken op een standplaats, vergelijkbaar met reguliere woningzoekenden. Op die manier worden de rechten van woonwagenbewoners in de praktijk beschermd. Het is de taak van het Gemeentelijk Woningbedrijf om te voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover zij qua inkomen tot de doelgroep van het Gemeentelijk Woningbedrijf behoren. Voor andere woonwagenbewoners verplicht het mensenrechtelijk kader volgens het Beleidskader dat de gemeente aanvullende maatregelen treft om te voorzien in voldoende (koop- of ‘vrije sector’ huur)standplaatsen6. Het moet duidelijk zijn welke maatregelen worden getroffen om in voldoende standplaatsen voor andere (hogere) inkomensgroepen te voorzien en wat daarbij de rol van de gemeente is. In hoofdstuk 6 is nader toegelicht waarom er vooralsnog enkel sprake zal zijn van sociale huurstandplaatsen. Er zijn twee mogelijkheden voor de plaatsing van een woonwagen. Indien de bewoner een eigen wagen plaatst, sluit hij een opstalovereenkomst met de eigenaar.
Indien de bewoner gebruik wil maken van een huurwoonwagen, kan de eigenaar (indien de bewoner voor een huurwagen in aanmerking komt) een huurwagen beschikbaar stellen. Hiervoor wordt eveneens een huurcontract gesloten. Het is een feit dat de gemiddelde standplaats een aanzienlijk groter kaveloppervlak heeft dan de gemiddelde betaalbare huurwoning. Veel standplaatsen hebben een oppervlakte van ongeveer 250 tot 300 m², het gemiddelde kaveloppervlak van een tussenwoning is ongeveer 130 m² en van een appartement 75 m². Daar komt bij dat de doelgroep woonwagenbewoners in Nederland, vergeleken bij de groep reguliere woningzoekenden, relatief beperkt is; in totaal tussen de 30.000 tot 40.000 woonwagenbewoners. Het verschil in kaveloppervlak kent meerdere redenen. De meeste woonwagens hebben slechts een bouwlaag, waardoor meer ruimte nodig is voor dezelfde gebruiksruimte. Daarnaast gaat een deel van het kaveloppervlak op aan: 1. de benodigde draairuimte voor de plaatsing van de woonwagen en 2. brandgangen. Taak en rol gemeente Uit het Beleidskader valt het volgende te concluderen: 1. De gemeente zorgt voor een stuk grond waar de bestemming ‘woonwagenbewoning’ op zit; 2. Het Gemeentelijk Woningbedrijf zorgt voor de aanleg van de standplaatsen, het verstrekken van huurwoonwagens dan wel huurwoonwagenwoningen en de exploitatie ervan.
Hierbij dient de kanttekening te worden gemaakt dat het Woningbedrijf alleen hoeft te zorgen voor diegenen die tot haar doelgroep behoren, dus mensen beneden de sociale inkomensgrens. De mensen boven de sociale inkomensgrens moeten daarom de mogelijkheid krijgen om een standplaats te kopen zodat het ‘leven in familieverband’ kan worden gerealiseerd. Dit betekent dat de gemeente zorg zal moeten dragen voor de aanleg van een standplaats voor deze mensen. Dit zal alsdan gebeuren op basis van koop-koop (reguliere bouwkavel, maar dan voor woonwagens). Het daadwerkelijk realiseren en exploiteren van (sociale) woonruimten (in welke vorm dan ook) is immers geen kerntaak van gemeenten. De gemeente is wel verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordeningskant van het woonwagenbeleid. Via het bestemmingsplan wordt vastgelegd waar standplaatsen liggen en hoeveel dat er zijn. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en voor handhaving van bijvoorbeeld bouwvoorschriften (brandveiligheid).
Taak en rol Gemeentelijk Woningbedrijf Woningcorporaties hebben onder de Algemene wet gelijke behandeling een zelfstandige verplichting om te voldoen aan de non-discriminatie standaarden. Woonwagenbewoners die een huishoudinkomen 6
Artikel 75 Woningwet; Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid 2018, p. 22-23.
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 11 van 23
hebben tot aan de inkomensgrenzen, genoemd in artikel 48 van de Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties7. Het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens behoort daarmee tot de kerntaak van het Gemeentelijk Woningbedrijf. Vanuit het landelijk Beleidskader: bij een eventueel benodigde uitbreiding van het aantal standplaatsen bestemt de gemeente een stuk grond als ‘Wonen-Woonwagenstandplaats’. Het Gemeentelijk Woningbedrijf draagt vervolgens zorg voor de aanleg van de standplaatsen en de levering van huurwoonwagens. BESLISPUNT A Bij de aanleg van standplaatsen bestemt de gemeente een stuk grond als ‘WonenWoonwagenstandplaatsen’. Het Gemeentelijk Woningbedrijf draagt vervolgens zorg voor de aanleg van de standplaatsen en de levering van eventuele huurwoonwagens voor zover de huurders tot hun doelgroep behoren.
e. Doelstelling woonwagenbeleid De gemeente Renswoude kiest er voor een gemeente te zijn waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Dit project, gericht op aanleg van een nieuwe woonwagenlocatie, moet hier aan bijdragen. Hierbij werken we nauw samen met alle partners, zowel intern als extern en bovenal met de woonwagenbewoners en omwonenden. We streven naar een gezamenlijk doel. BESLISPUNT B Het doel is dat de woonwagenlocatie schoon, heel, veilig en legaal is én ook blijft. 1. Kwalitatief goede huisvestingsmogelijkheden bieden voor de doelgroep die op een woonwagenlocatie woont en wil wonen. 2. Bestaande huisvesting, voor zover nodig, upgraden naar geldende wet- en regelgeving en in goede staat van onderhoud brengen (goede onderhoudssituatie aan standplaatsen met bergingen en openbare ruimten en voldoen aan geldende wet- en regelgeving). 3. De op termijn vrijkomende standplaatsen worden toegewezen volgens de lijst geregistreerde standplaatszoekenden (‘wachtlijst’). 4. De woonwagenlocatie is schoon, heel, veilig en legaal én we zorgen ervoor dat dit ook zo blijft. 5. Ook bij het wonen op een woonwagenlocatie is duurzaamheid, energiebesparing en –opwekking een speerpunt. Schoon − De locatie heeft een netjes en verzorgd aangezicht; − Het onderhoud en beheer van de openbare ruimte wordt geoptimaliseerd en is in de lijnorganisatie opgenomen.
Heel − Kwalitatief goede huisvestingsmogelijkheden voor de doelgroep die op het woonwagencentrum woont en wil wonen. Veilig − Een prettige leefomgeving waar men zich veilig voelt en is; − Toegankelijkheid, ook voor hulpdiensten => tweezijdige ontsluiting; − (Sociale) ondersteuning die nodig is en vanuit de gemeente mag worden verwacht.
Legaal
7
Primair zijn dat de huishoudens met een inkomen tot €39.055, in tweede instantie gaat het ook om de huishoudens die tot de middeninkomens behoren (€39.055 tot €43.574) – d.d. 01-03-2021.
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 12 van 23
− De regels van bestaande bestemmingsplannen zijn, voor zoveel nodig, geactualiseerd naar een niveau dat (beter) aansluit bij de huidige woonwensen en marktaanbod van woonwagens, waarbij zoveel mogelijk aansluiting kan worden gezocht bij de bestemmingsplanregels voor “wonen”; − Alle woonwagens en opstallen zijn voorzien van een omgevingsvergunning; − Voor alle ‘eigendomswoonwagens’ op huurstandplaatsen is een zogeheten notarieel ‘huurafhankelijk recht van opstal’ gevestigd. Het uitgangspunt is dat voor bewoners die in woonwagens wonen dezelfde rechten, maar ook dezelfde plichten gelden als voor iedere andere burger binnen de gemeente Renswoude. Belangrijk hierbij is dat de gemeente in verbinding staat met de bewoners, zoals dat ook in andere wijken het geval is en de ondersteuning biedt die nodig is en men mag verwachten. Bij het verkrijgen van omgevingsvergunningen voor opstallen (eigendom van de betreffende bewoners) kan in beleid voor bebouwingsregels, direct of later in te passen in het bestemmingsplan, worden voorzien in een mogelijkheid om tweedehands woonwagens te vergunnen. Aansluiting zoeken bij bestemmingsplanregels voor “wonen” sluit aan bij de ingezette ‘normalisatie’. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte op en rond de woonwagenlocatie, is in de lijnorganisatie opgenomen.
Dit betekent dat de inzet erop is gericht dat de woonwagenlocatie vergelijkbaar is met elke andere wijk in de gemeente, maar wel in een bijzondere woonvorm.
f. Beoogd eindresultaat Door het vaststellen van woonwagenbeleid (publiekrecht) en verhuurbeleid woonwagenstandplaatsen ontstaan er duidelijke beleidsmatige en juridische kaders voor het voeren van adequaat beleid ten aanzien van de woonwagenlocatie. Tussen de publiek- en privaatrechtelijke rol (‘verhuurder’) is een heldere scheiding aangebracht. Door het uitvoeren van het voorgestelde woonwagenbeleid wordt de aan te leggen woonwagenlocatie en haar bewoners ‘genormaliseerd’. Dit wil zeggen, zij worden gelijk behandeld als elke andere burger binnen de gemeente, met gelijke rechten, maar ook met gelijke plichten. Na afronding van het voorgestelde woonwagenbeleid, met als streefdatum eind 2023, zal de verbijzondering van deze doelgroep worden beëindigd.
g. Meetbare resultaten eind 2023 – concreet en uitvoerbaar 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
8. 9.
Op de woonwagenlocatie wonen alleen personen die op een adres zijn ingeschreven; Er wordt door bewoners huur betaald voor standplaatsen en er zijn geen hogere huurachterstanden dan gebruikelijk is bij een woningcorporatie; Er bevindt zich uitsluitend gelegaliseerde bebouwing op de woonwagenlocatie; voor alle opstallen is een omgevingsvergunning verleend; De standplaatsen zijn helder afgebakend; er is geen sprake van niet legale ingebruikname van terreinen; De bestemmingsplanregels voor de woonwagenlocatie zijn toekomstbestendig. De gemeente heeft het onderhoud, beheer en handhaving van de openbare ruimte geoptimaliseerd; Er vinden geen bedrijfsmatige activiteiten plaats op de woonwagenlocatie behoudens datgene wat middels het bestemmingsplan is toegestaan en waar uitdrukkelijk schriftelijke toestemming voor is verleend. Er is geen sprake van milieuoverlast in welke vorm dan ook. Er wordt een lijst geregistreerde standplaatszoekenden opgesteld; er is inzicht in de behoefte aan standplaatsen binnen de gemeente Renswoude.
Aanvullend gewenst resultaat (loopt na 2024 verder) Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 13 van 23
10.
11. 12.
Het Gemeentelijk Woningbedrijf zorgt voor de exploitatie, het beheer en het onderhoud van de huurstandplaatsen, huurwoonwagens en eventuele huurwoonwagenwoningen op de woonwagenlocatie. Uitkeringsgerechtigden worden actief begeleid, zoals gebruikelijk. Actieve inzet op het terrein van zorg, onderwijs en welzijn, zodat bewoners die daar recht op hebben, actief gebruik maken van voorzieningen op het terrein van onderwijs, gezondheidszorg, welzijn en toeleiding naar werk.
BESLISPUNT C De meetbare resultaten zijn eind 2023 bereikt.
h. De bestaande woonwagenlocatie
8.
Nr.
Straatnaam
Huur standplaatsen
Huur woonwagens
Eigen woonwagens
Verhuurder
1
Ruiterpad
2
0
2
Gemeentelijk Woningbedrijf
2
0
2
Beleid en Beleidskaders a. Brandveiligheid Als kader geldt hierbij het vigerende Bouwbesluit en de ‘Handreiking Brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocatie’ van de voormalige VROM-inspectie. De brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocaties dient te voldoen aan de bouwtechnische eisen zoals geformuleerd in het Bouwbesluit (2012). Zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw geldt dat er maximaal vier woonwagens en nevenfuncties met een totale gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 m² in een brandcompartiment mogen liggen. Daarnaast mag een brandcompartiment zich over niet meer dan een perceel uitstrekken. Als het gaat om de branddoorslag en brandoverslag zit er veel verschil tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Voor nieuwbouw geldt dat de weerstand tegen branddoorslag en -overslag van een brandcompartiment naar (1) een ander brandcompartiment, (2) een vluchtroute (al dan niet besloten) minimaal 60 minuten dient te zijn. Bij bestaande bouw is dat minimaal 20 minuten (ofwel een afstand van minimaal 5 meter). Vigerende bestemmingsplannen en brandveiligheid De brandveiligheid op de woonwagenlocatie kan alleen worden gegarandeerd en gehandhaafd door het vastleggen van een brandveilige afstand tussen (clusters van) woonwagens.
Deze brandveilige afstand (minimaal vijf meter) kan alleen worden vastgelegd in een juridisch ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan of een beheersverordening. In het vigerende bestemmingsplan is deze brandveilige indeling van de woonwagenlocatie nog niet opgenomen en kan dus in de praktijk niet worden gegarandeerd en gehandhaafd. Op basis hiervan zullen nieuw bestemmingsplanregels of een separaat projectbesluit voor het woonwagencentrum dienen te worden opgesteld of dit wordt meegenomen bij de nieuwe omgevingsvisie. Op basis van deze voorgenoemde bestemmingsplanwijziging kan een brandveilige plaatsing van (clusters van) woonwagens in de praktijk worden afgedwongen. Ook kan handhavend worden opgetreden tegen het niet naleven van de regels van het bestemmingsplan, waaronder (een groep) te dicht op elkaar geplaatste woonwagens of het dichtbouwen van de ruimten tussen de (clusters van) woonwagens. BESLISPUNT D De woonwagenlocatie voldoet aan de regels brandveiligheid Bouwbesluit 2012. Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 14 van 23
b. Huurafhankelijk recht van opstal Het vestigen van een huurafhankelijk recht van opstal op die huurstandplaatsen waarop een eigendomswoonwagen is geplaatst, is noodzakelijk voor een heldere scheiding van eigendom, verplichtingen en verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld op het gebied van verzekeringen en belastingen. Dit vloeit ook voort uit een arrest van de Hoge Raad en is mede nodig zodat OZB8 belastingen rechtstreeks aan de eigenaar van de woonwagen kunnen worden opgelegd en ook om verticale natrekking te voorkomen (‘de eigenaar van de grond is ook eigenaar van de hierop geplaatste opstallen c.q. woonwagens’). De kosten van het notarieel vestigen van een huurafhankelijk recht van opstal worden pas na enige tijd terugverdiend middels de OZB, die voor de eigen woonwagen door de huurder van de standplaats wordt betaald in plaats van door het Gemeentelijk Woningbedrijf. Ook in het kader van de ‘normalisatie’ is het vestigen van een dergelijk recht gewenst. BESLISPUNT E Op huurstandplaatsen waarop een eigen woonwagen is geplaatst, zal een notarieel huurafhankelijk recht van opstal worden gevestigd. BESLISPUNT F Voor de woonwagenlocatie worden bestemmingsplanregels opgesteld.
c. Omgevingsvergunning Het nieuwe woonwagenbeleid vormt een nieuw ijkmoment om, in die gevallen waarin een bouwwerk is gebouwd zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning of in strijd met het bestemmingsplan, te bepalen of de gemeente als bevoegd bestuursorgaan daartegen wenst op te treden. Handhaving is – ongeacht de eigendomssituatie – een gemeentelijke publieke taak, waarbij de beginselplicht tot handhaving voorop staat. In het kader van de handhaving zal steeds moeten worden bepaald of de overtreding legaliseerbaar is door het verlenen van een omgevingsvergunning of dat er op een andere manier concreet zicht op legalisatie bestaat. Ook kan van handhaving worden afgezien als handhaving onevenredig is in verhouding tot het daarmee te dienen belang. Indien een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd zal de benodigde omgevingsvergunning worden aangevraagd door de huurder. Deze zal voor de benodigde stukken voor de aanvraag zorgen, zoals een situatietekening van de locatie. De volgende uitgangspunten zullen hierbij in acht worden genomen: 1. Voor alle woonwagens zal een omgevingsvergunning moeten worden uitgevraagd. 2. Voor de bijgebouwen zal een omgevingsvergunning dienen te worden aangevraagd. Deze bijgebouwen moeten ook aan de overige eisen van het bestemmingsplan voldoen..
Voor woonwagens en bijgebouwen die worden gebouwd, verbouwd of waarvoor anderszins vergunningplichtige activiteiten plaatsvinden, zal een aanvraag omgevingsvergunning door de eigenaar van de woonwagen moeten worden gedaan. Deze aanvragen worden getoetst aan het dan geldende bestemmingsplan en aan de dan geldende eisen van het Bouwbesluit. BELISPUNT G Alle woonwagens en opstallen zijn vergund.
d. Omgevingswet De Omgevingswet die op 1 juli 2022 in werking moet treden, heeft als doel om wetten voor de leefomgeving te bundelen en te moderniseren. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur.
8
OZB = Onroerendezaakbelasting
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 15 van 23
Instrumenten die ingezet kunnen worden op basis van deze wet zijn onder meer de omgevingsvisie, het omgevingsplan en -programma’s. Inzet van deze instrumenten kan betekenen dat gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid onderdeel wordt van de gemeentelijke Omgevingsvisie. Hierin wordt de strategische visie van de gemeente op lange termijn bepaald. In het Omgevingsplan kan worden aangegeven waar woonwagenstandplaatsen zijn toegestaan binnen een gemeente, hoeveel er zijn toegestaan, de mogelijkheden voor doortrekkersplaatsen en werkruimten op de woonwagenlocaties en welke eisen er gelden voor bouwhoogtes, bijgebouwen en percentage bebouwd oppervlakte. Dit is vergelijkbaar met de functie van het huidige bestemmingsplan. Bij de omgevingsvergunning voor de ‘technische bouwactiviteit’ wordt het bouwplan getoetst aan de regels voor de technische bouwkwaliteit, waaronder brandveiligheid. Deze regels worden opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): toets die thans te vergelijken is met de toets die in het kader van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen onder de Wabo plaatsvindt aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012. De toets van het bouwen van een bouwwerk voor het ruimtelijk bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk aan het omgevingsplan wordt een ‘omgevingsplanactiviteit’ genoemd.
Voorbeelden zijn de functietoedeling in het bestemmingsplan (nu nog: bestemming volgens het bestemmingsplan), de bouwhoogte, het bebouwingspercentage en regels over welstand. Tevens is het belangrijk om als gemeente helderheid te scheppen over de rol die bewoners hebben in het proces. Zij vormen een belangrijk klankbord voor de gemeente en hebben een adviesrol. Maar de gemeente is verantwoordelijk voor de uiteindelijke keuzes met betrekking tot het gemeentelijk beleid. Aandachtspunt bij koopwagens is ook het verzekeren van de woonwagen. De gemeente kan hieraan een bijdrage leveren door de mogelijkheid van een collectieve verzekering mogelijk te maken. Dat is vaak voordeliger9. Problemen op het vlak van beheer ontstaan soms op woonwagenlocaties gelegen aan een doodlopende weg. Dit maakt het lastiger voor vuilniswagens en andere grote vrachtwagens om te keren. Daarnaast kan een doodlopende weg voor medewerkers van gemeente (en andere bezoekers) het gevoel geven van een afgesloten terrein, waardoor zij er soms niet willen komen. In de eerste plaats is het dan zaak om mogelijke vooroordelen weg te nemen en gemeenteambtenaren ervan te overtuigen net als elders in de gemeente op een zorgvuldige en frequente wijze het onderhoud aan de openbare ruimte te verrichten.
In de tweede plaats kan worden gekeken hoe de inrichting en de bereikbaarheid van woonwagenlocaties zodanig kan worden ingericht, zodat het voor vuilniswagens, vrachtwagens, maar zeker ook hulpdiensten eenvoudiger wordt om de woonwagenlocatie te bereiken en ook weer te keren. Door woonwagenbewoners zelf wordt hierbij vaak de voorkeur gegeven aan een cirkelvormige of U-vormige ontsluitingsweg (hofje).
e. Hoe omgaan met caravans? Een veelgehoord aandachtspunt bij het beheer van standplaatsen is de aanwezigheid van illegale bebouwing, zoals bergingen, tuinhuisjes en caravans. Een deel van de woonwagenbewoners woont in een toercaravan. Er kan daarbij sprake zijn van een gedoogsituatie (bijvoorbeeld als er sprake is van een mantelzorgrelatie of als het niet mogelijk is om binnen afzienbare tijd extra standplaatsen te creëren, terwijl woonwagenbewoners al lang staan ingeschreven), maar dat is niet altijd het geval. Zeker als caravans tegen andere woonwagens geplaatst zijn, kan dit tot mogelijk extra brandveiligheidsrisico’s leiden. In de basis is het aan gemeenten om te toetsen of de invulling van een standplaats voldoet aan het bestemmingsplan, ook als daar een caravan op staat. De gemeente zal de behoefte aan het wonen in een toercaravan moeten afwegen tegen andere belangen, bijvoorbeeld het waarborgen van de bouwtechnische kwaliteit van een woonruimte (Bouwbesluit), de openbare veiligheid, bescherming van de gezondheid en het al dan niet toestaan van vergelijkbare woonvormen (zoals Tiny Houses op wielen). Belangrijk daarbij is dat er een zorgvuldige afweging is gemaakt tussen de belangen van het individu (in dit geval de bewoner van de toercaravan) enerzijds en de belangen van de maatschappij anderzijds.
Bij handhaving van een situatie waarbij sprake is van strijdigheid met de APV geldt dat het bestuursorgaan 9
Let op: het uitgangspunt is wel om de private verbinding zo veel mogelijk minimaliseren en de publieke taak zo veel mogelijk normaliseren.
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 16 van 23
onder meer een redelijke belangenafweging moet verrichten. Dat houdt in dat bij de vraag of bevoegdheid tot handhaving bestaat, er ook wordt gekeken of het bestuursorgaan in algemene zin inspanningen verricht om standplaatsen te creëren10.
f. Uitgangspunten illegaal in gebruik genomen gemeentegrond en terugvordering Bij sommige standplaatsen kan er in de toekomst wellicht sprake zijn van illegaal grondgebruik. Deze gronden zijn overwegend in eigendom van de gemeente. Als er sprake is van én illegale bouwsels én illegaal in gebruik genomen grond, zal de gemeente het publiekrechtelijke en privaatrechtelijke spoor bewandelen: waarschuwing versturen voor wat betreft illegale bouwwerken (publiekrechtelijk) en mededelen dat de grond zal worden teruggevorderd (privaatrechtelijk). Indien huurders de niet te vergunnen opstallen niet zelf verwijderen, zal een formele handhavingstraject worden doorlopen waarbij het slopen op kosten van de betreffende huurder gebeurt, met voor hen de mogelijkheid van bezwaar en beroep. BESLISPUNT H Er is geen illegaal in bezit genomen gemeentegrond.
g. Relatie met overig beleid, projecten en processen Landelijk − WABO beleid; − Vigerend Bouwbesluit; − Huisvestingswet; − Woningwet; − Wet Milieubeheer; − Rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ – Nationale Ombudsman d.d. 17-05-2017; − ‘Advies inzake Woonwagen- en Standplaatsenbeleid’ – College van de Rechten van de Mens d.d. 2803-2018; − ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijk Relaties d.d. 12-07-2018; − Rapport 'Woonwagens en woningcorporaties' – Platform31 d.d. 17-05-2021; − Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid –VNG d.d. 15-05-2021. Lokaal − Vigerende bestemmingsplan; − Woonvisie; − Prestatieafspraken met het Gemeentelijk Woningbedrijf.
10
Zie in dit verband onder meer: ABRvS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1618, m. nt. T.N. Sanders. In dit geval acht de Afdeling de inspanningen
van gemeente Amsterdam toereikend waardoor gehandhaafd mocht worden.
Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 17 van 23
10. Inventarisatie woonbehoefte De gemeente wilde graag weten of het huidige aantal standplaatsen in de gemeente volstaat voor de lokale behoefte en of huishoudens interesse hebben in het kopen van hun standplaats. De gemeente heeft daarom in mei 2021 het bedrijf Be Flex B.V. een inventarisatie naar de woonbehoefte laten uitvoeren. De peiling werd uitgevoerd door het houden van individuele gesprekken (interviews). Deze vonden plaats in gezins- of familieverband. Naast het voeren van een open gesprek waarin historie, heden en toekomst van de geïnterviewde een plaats kregen, is ook ingegaan op de specifieke omstandigheden van het gezin en/of familie. Er bleek behoefte te zijn aan één extra standplaats. In het geval van huurstandplaatsen en huurwoonwagens vraagt de gemeente het Gemeentelijk Woningbedrijf hierin te voorzien. In overleg met hen zal worden bepaald welke investeringsruimte hiervoor beschikbaar is en op welke termijn.
11. Locatieonderzoek: nieuwe standplaatsen
a. Onderbouwing verplaatsing standplaatsen Beekweide II De gemeente Renswoude heeft de ambitie om van Beekweide II een kwalitatief hoogwaardige en duurzame woonwijk te maken. In dit kader zijn de mogelijkheden onderzocht om de gronden in het plangebied Beekweide II integraal in ontwikkeling te brengen. Om inzicht in de ontwikkelmogelijkheden te krijgen, is de gemeente Renswoude op zoek gegaan naar een geschikt stedenbouwkundig bureau. In de uitvraag voor de selectie van het stedenbouwkundig bureau zijn enkele randvoorwaarden gesteld die betrekking hebben op de woonwagenlocatie: 1. Toekomstige watergang: tussen de bestaande greppel gelegen aan de noordzijde van de Meidoornlaan en de greppel gelegen aan de noordzijde van de woningen aan de Beekweide (even zijde) is een watergang voorzien. Ten aanzien van de toekomstige waterhouding wordt verwezen naar de stedenbouwkundige opzet van Beekweide I. 2. Hindercontour sportvelden: grenzend aan het plangebied bevindt zich een voetbalvereniging en een tennisvereniging. Tijdens de planvorming dient in eerste instantie rekening te worden gehouden met de VNG-richtlijnen. Op dit moment wordt er een lichthinderonderzoek uitgevoerd. De onderzoeksresultaten dienen in het stedenbouwkundig plan te worden verwerkt; Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 18 van 23
3. De woonwagenlocatie: met de bewoners worden gesprekken gevoerd over de verplaatsing van de chalets. Tijdens de planvorming dient binnen het hieronder aangegeven zoekgebied rekening gehouden te worden met 2 à 3 standplaatsen;
De gewenste, maar ook benodigde watergang heeft tot gevolg dat de huidige standplaatsen niet gehandhaafd kunnen blijven. Daarnaast komt de gemeente op het gebied van ruimtelijke ordening een grote mate van beleidsvrijheid toe. De - binnen de rode contouren - beschikbare gronden dienen optimaal ingezet te worden. Door de woonwagens te herpositioneren is het mogelijk dit te optimaliseren, en wordt de privacy van de woonwagenbewoners gerespecteerd. De gemeente kan ervoor kiezen om de woonwagens rondom in de woningen te zetten, waardoor er meer inbreuk wordt gepleegd op de privacy dan nu het geval is. Door rondom deze kavels eerst openbaar gebied te realiseren, wordt de privacy zo optimaal mogelijk gerespecteerd. De gemeente beoogt met de zoeklocatie in de behoefte te voorzien om de bewoners van de woonwagens een eigen solitaire locatie te geven, gelijk aan de situatie die zij hadden. De watergang zou een natuurlijke afscheiding van de nieuwe woonwijk worden. Het stedenbouwkundige bureau dat de aanbesteding won, beoogde echter de bestaande groen- en waterstructuren te behouden. Door de aanwezige hindercontour vanuit de sportvelden ontstond er een oppervlakte van het plangebied die het wenselijk maakte om de verkaveling op oost/west te oriënteren, gelijk aan de bestaande structuren van het plangebied. Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude
Pagina 19 van 23
Het bureau stelde tevens dat de woonwagenlocatie in de verkavelingsstructuur opgenomen kon worden als volwaardige woningen. Tot op dat moment was de beoogde verplaatsing dus niet zeker. Het schetsontwerp dat het bureau bij de prijsvraag had opgesteld diende uitgewerkt te worden tot een definitief ontwerp. Doordat de bewoners expliciet hadden aangegeven niet in een volwaardige woningen te willen wonen, maar de woonwagens te willen behouden, is onderzocht op welke locatie de standplaatsen ingepast konden worden. De gekozen verkavelingsrichting in het plangebied, de gewenste verkeersverbinding van het plangebied op De Hokhorst i.c.m. de duurzaamheidsambitie, maakte het snel inzichtelijk dat standplaatsen behouden op de huidige locatie tot gevolg had dat er minder woningen in het plangebied realiseerbaar zijn. Daarnaast zou de bestaande locatie centraal in het plangebied komen te liggen. Een situatie die uit eerdere gesprekken met de bewoners als onwenselijk werd beschouwd. Een eigen, het liefst solitaire locatie is telkens het uitgangspunt geweest. Het definitieve ontwerp van het nieuwe plangebied Beekweide II is op de onderstaande afbeelding met onderliggende luchtfoto weergegeven. Hieruit wordt duidelijk dat behoudt van de bestaande locatie (blauw omlijnd) restgebieden geeft die niet inpasbaar zijn met woningen.
Deze restgebieden zijn op de afbeelding met rode contouren aangegeven. De nieuwe locatie waar de standplaatsen zijn ingepast, liggen aan de rand van het plangebied, dicht bij de oorspronkelijke woonlocatie. Met de nieuwe locatie vindt een integratie in de bestaande woonwijk plaats, maar wordt tevens de privacy-wens van de bewoners gewaarborgd.
− Op de huidige locatie met 3 standplaatsen zijn nu 16 starterswoningen inpasbaar. − Het behouden van de standplaatsen heeft met de nieuwe verkeersverbinding tot gevolg dat de standplaatsen in oostelijke richting worden vergroot (zie smalle rode contour). Hiermee wordt schaars woongebied onbruikbaar. − Het behouden van de standplaatsen heeft met de nieuwe verkeersverbinding tevens tot gevolg dat ten zuiden van de standplaatsen een woongebied ontstaat met een oppervlakte van 14m x 30m. (zie rechthoekige rode contour) Een inpassing op dat plangebied met woningen in oost/west richting is niet mogelijk omdat we dan afwijken van de stedenbouwkundige uitgangspunten (verkaveling conform bestaande structuren). Stel dat we de verkaveling op dat plangebied in noord/zuid richting wijzigen, dan heeft dat tot gevolg dat je 14m diepte kavels creëert die niet inpasbaar zijn met woningen. Ook dan lever je kostbaar woongebied in dat je die niet kunt gebruiken. Stel we creëren hele kleine starterswoningen die wellicht op een 14m diepte kavel inpasbaar zijn, dan sluit je de standplaatsen daarmee op en ontstaat privacy schending doordat men direct van de woningen op de woonwagens uitkijkt. Woonwagenbeleid 2021 gemeente Renswoude Pagina 20 van 23