Werkbestand Jaarrekening 2020 algemene dienst
Tekst van het document
Bij het vaststellen van de begroting 2020 is dit bijgesteld naar 90%. Een kans van 100% zou immers inhouden dat het risico zich zeker gaat voordoen, wat impliceert dat de begrotingsraming wordt aangepast. Toelichting risico’s Volgt Kengetallen BBV De volgende kengetallen zijn verplicht gesteld vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): 1. Netto schuldquote; 1a. Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Kengetal grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte; 5. Belastingcapaciteit.
52
Met de kengetallen kan snel een beeld worden gevormd van de financiële positie van de gemeente. Het zijn kengetallen die iets zeggen over de ‘weerbaarheid’ en ‘wendbaarheid’ van de gemeentelijke begroting. Voor de weerbaarheid (kan de gemeente financiële tegenvallers het hoofd bieden) is het van belang te weten hoe groot het eigen vermogen is, hoeveel schulden de gemeente heeft en waarvoor deze schulden zijn aangegaan. De kengetallen daarvoor zijn de solvabiliteit, de netto schuldquote en de grondexploitatie. Een wendbare begroting kan snel worden aangepast als er zich tegenvallers voordoen. Dat is een begroting waarvan de inkomsten op korte termijn kunnen worden verhoogd (stijging tarief OZB omdat de woonlasten zich nog onder het landelijke gemiddelde bevinden) en de lasten op korte termijn kunnen worden bijgesteld omdat er meer structurele baten dan structurele lasten zijn. De kengetallen daarvoor zijn “belastingcapaciteit” en “structurele exploitatieruimte”. Beoordeling van de kengetallen in samenhang Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en structurele baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost.
Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. Zo worden voorraden strategische gronden en onderhandenwerk bouwgrondexploitatie door gemeenten met leningen gefinancierd. Maar bij verkoop vallen de geldmiddelen weer vrij om de leningen af te lossen. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. De gemeenteraad kan wel eigen normen stellen voor deze kengetallen en bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Voor de financiële kengetallen geldt, net als voor de weerstandscapaciteit, dat de raad kan aangeven welk financieel beleid hij voor ogen heeft en eventueel kan overgaan tot het formuleren van eigen normen. Om de in deze paragraaf opgenomen kengetallen enigszins te kunnen duiden is aansluiting gezocht bij de door de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) gehanteerde signaleringswaarden. De VNG heeft een aantal signaalwaarden ontwikkeld om een grofmazige waardering te geven aan deze kengetallen. Deze zijn onderverdeeld in drie groepen.
In onderstaande tabel is dit zichtbaar gemaakt. Minst risicovol Kengetal
Hoe interpreteren
Neutraal
Meest risicovol
Signaalwaarden
Met betrekking tot weerbaarheid: 1. Schuld a. zonder correctie doorgeleende gelden
Hoe lager het percentage hoe beter
< 90%
van 90% t/m 130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden
Hoe lager het percentage hoe beter
< 90%
van 90% t/m 130% > 130%
2. Eigen vermogen (Solvabiliteit)
Hoe hoger het percentage hoe beter
> 50%
van 20% t/m 50% < 20%
3. Grondexploitatie
Hoe lager het percentage hoe beter
< 20%
van 20% t/m 35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte
Hoe hoger het percentage hoe beter
> 0%
5. Belastingcapaciteit
Hoe lager het percentage hoe beter
< 95%
Met betrekking tot wendbaarheid: 0%
< 0%
van 95% t/m 105% > 105%
• Netto schuldquote: hoe zwaar drukt de schuld op de begroting? Hier wordt de schuldpositie van de gemeente uitgedrukt in een percentage van de omvang van de jaarlijkse exploitatie (inkomsten exclusief mutaties in reserves). De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie van de algemene dienst en van het woningbedrijf. • Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen De gemeente leent soms geleend geld door aan andere organisaties. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.
53
De aan het woningbedrijf verstrekte geldleningen worden niet gezien aan leningen aan derden, omdat het woningbedrijf onderdeel is van de gemeente. De schuldquote mag dus niet met deze leningen worden verlaagd. • Solvabiliteit: welk deel van het gemeentebezit is betaald met eigen middelen? Dit is het eigen vermogen als aandeel in het balanstotaal. Ofwel: de solvabiliteitsratio geeft aan welk deel van het balanstotaal niet door schuld is gefinancierd. Een solvabiliteitsratio van minder dan 20 procent geeft aan dat een gemeente zijn bezit met relatief veel schulden heeft belast. • Grondexploitatie: heeft de gemeente relatief veel grond en loopt zij daardoor risico? De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Als dat niet lukt, kan de grondexploitatie een negatieve impact hebben op de financiële positie van de gemeente. De accountant beoordeelt ieder jaar in hoeverre de gronden tegen actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal wordt berekend door de in exploitatie genomen gronden te delen door het totaal van de baten (excl. mutaties reserves).
• Structurele exploitatieruimte: heeft de gemeente voldoende structurele middelen om haar structurele lasten te dekken? De relevantie van het kengetal structurele exploitatieruimte is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Bij dit kengetal wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten in vergelijking met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. • Belastingcapaciteit: heeft de gemeente relatief veel belastingen en is er ruimte deze belastingen te verhogen? Hieronder wordt verstaan de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde (in jaar t-1). Hiermee komt tot uitdrukking de ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen. Zijn de woonlasten laag, dan kan bij tegenvallers gemakkelijk worden bijgestuurd door de onroerendezaakbelasting te verhogen.
54
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen volgt
55
Paragraaf Financiering Inleiding In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Renswoude uiteengezet. In deze paragraaf komen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm aan de orde. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de schuld in 2020 en de hiermee gepaard gaande rentekosten. Beleidskader De Wet Fido geeft voorschriften met betrekking tot het aantrekken van geldleningen, het uitzetten van middelen en het verstrekken van garanties. Van belang hierbij is dat deze activiteiten geschieden in het kader van het uitoefenen van de publieke taak. Uitzetting van tijdelijk overtollige middelen dient een voorzichtig karakter te hebben en mag niet gericht zijn op het verschaffen van inkomen door het lopen van overmatige risico’s. Het beleggings-en financieringsbeleid van de gemeente is vastgelegd in het Treasurystatuut 2015 gemeente Renswoude, dat laatstelijk is vastgesteld door de raad op 3 maart 2015. Doelstellingen van het treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid zijn: ▪ De organisatie van voldoende financiële middelen voorzien en het streven naar voldoende liquiditeit (de mate waarin de direct opeisbare schulden tijdig kunnen worden voldaan) en solvabiliteit (de mate waarin alle schulden kunnen worden voldaan bij een eventuele liquidatie).
▪ Het nastreven van een financiële rentabiliteit (het aantrekken van middelen tegen zo laag mogelijke kosten, het uitzetten van middelen tegen zo hoog mogelijke opbrengsten, het gebruik maken van marktontwikkelingen). Gemeentefinanciering Financiering voor een periode van één jaar en langer wordt enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Bij het bepalen van de financieringsbehoefte worden alle inkomsten en uitgaven betrokken. De financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken om het renteresultaat te optimaliseren. Kasgeldlimiet Met kortlopende schuld worden leningen bedoeld die een looptijd korter dan één jaar hebben. Eens per kwartaal dient een opgave aan de toezichthouder (Provincie Utrecht) te worden gedaan met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet, dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld, niet overschrijden. Som is de overschrijding tijdelijk (bijvoorbeeld omdat de gemeente op korte termijn opbrengsten uit grondexploitatie verwacht). Als de overschrijding niet tijdelijk is zal de gemeente een vaste geldlening moeten aantrekken. De minister van Financiën stelt het percentage van de kasgeldlimiet vast.
Dit percentage is momenteel 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het dienstjaar.
56
Bedragen per kwartaal x € 1000 1e kw. 2e kw. 3e kw. 4e kw.
Kasgeldlimiet 2020
Omvang van de begroting per 1 januari 2020 Toegestane kasgeldlimiet in % Toegestane kasgeldlimiet in bedragen a. Vlottende middelen, kwartaalgemiddelde b. Vlottende schulden, kwartaalgemiddelde c. Saldo vlottend kwartaalgemiddelde: a-b
14.530 8,5% 1.235
1.235
1.235
1.235
1.235
-12 0 -12
474 0 474
-93 333 -426
411 667 -255
-12 1.235 1.223
474 1.235 1.709
-426 1.235 809
-255 1.235 980
Toets kasgeldlimiet d. Saldo vlottend kwartaalgemiddelde: c e. Toegestane kasgeldlimiet, in bedragen Onderschrijding: d+e
Kasbeheer Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de financiële verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt bijna uitsluitend elektronisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. De gemeentelijke kaspositie verandert per dag. Om de saldi optimaal te beheren, wordt gebruik gemaakt van het pakket voor geïntegreerde dienstverlening op het terrein van betalingsverkeer en kredietverlening van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. Op basis van de hiervoor gesloten overeenkomst met de bank, trekt de bank voor de gemeente daggelden aan bij een schuld in rekening-courant en zet de bank voor de gemeente daggelden uit bij een tegoed in rekening-courant. Het voordeel hiervan is, dat de tarieven voor daggeld gunstiger zijn dan de tarieven voor rekeningcourant. Renterisiconorm De renterisiconorm is bedoeld om het renterisico dat de gemeente loopt op zijn langlopende schuld te beperken. Hierbij is het uitgangspunt om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden.
De renterisiconorm wordt berekend op 20% (het door de minister van Financiën vastgestelde percentage) van het begrotingstotaal, inclusief toevoeging reserves aan het begin van het begrotingsjaar.
Tabel volgt Relatiebeheer De gemeente Renswoude heeft als huisbankier de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, een bankinstelling zoals hiervoor vermeld, gecertificeerd met de triple A-rating volgens Moodys en volgens Standaard & Poor's. Bij deze bank heeft de gemeente Renswoude een viertal zakelijke rekeningen, te weten een rekening voor het dagelijks betalingsverkeer en een rekening voor de inning van belastingen, een rekening voor de inning van de huren en een rekening ten behoeve van schatkistbankieren. Gemeente Renswoude heeft verder nog een rekening bij de Rabobank Woudenberg e.o., deze rekening wordt hoofdzakelijk gebruikt voor transacties via de legeskas. Financieringspositie Gemeentefinanciering heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen is dit een teken dat
57
de gemeente een vaste geldlening moet gaan aantrekken. Schatkistbankieren Vanaf 2014 zijn gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen verplicht hun overtollige liquide middelen te stallen en beleggingen aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Overtollige liquiditeiten en beleggingen mogen niet meer worden gestald bij private partijen buiten de schatkist. Voor de gemeente Renswoude betekent dit dat alle liquide middelen die in een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag van € 250.000 overstijgen, afgeroomd moeten worden naar een daartoe geopende werkrekening Schatkistbankieren (SKB), waarna de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) het doorstort naar ’s Rijksschatkist. Uit onderstaand overzicht, blijkt dat het drempelbedrag van € 250.000 gemiddeld in alle kwartalen van 2020 niet overschreden is. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2020 (1)
Drempelbedrag
250 Kwartaal 1
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
(2)
Kwartaal 2 188
Kwartaal 3
Kwartaal 4
181
133
112
69
117
138
-
-
62 -
-
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
14.530 14.530 -
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag minimum van €250.000
250
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
17.098
16.509
12.278
10.263
91
91
92
92
188
181
133
112
Renteschema op basis van notitie rente BBV In de BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in de rentelasten, het renteresultaat en de doorberekende rente aan investeringen, grondexploitaties en projecten. In onderstaand schema is dat weergegeven. De doorberekende rente is inclusief de rente over de investeringen van het woningbedrijf.
58
Paragraaf Bedrijfsvoering Renswoude is bewust zelfstandig gebleven om adequaat in te kunnen spelen op vragen in de samenleving en de dienstverlening aan inwoners in de nabijheid te organiseren. In 2019 zijn de eerste stappen gezet, om de door raad en college gewenste toekomstbestendige gemeentelijke organisatie te realiseren, die haar regierol adequaat kan invullen. Op 1 januari 2020 is de organisatie gestart met werken middels de nieuwe organisatie-inrichting en is er afgelopen jaar veel aandacht geschonken aan het inregelen van de nieuwe organisatie, bijbehorende werkafspraken, organisatieontwikkeling en het samenspel tussen bestuur en organisatie. Een toekomstbestendige organisatie vraagt blijvende aandacht voor de volgende randvoorwaarden. Bestuurskracht. Dit betreft het vermogen om publieke waarde in samenwerking met tal van partijen te realiseren. Bestuurskracht vraagt van het college en de gemeenteraad dat zij voldoende geëquipeerd zijn om op een goede manier samen te werken, ambities en opgaven te overzien en deze met partners en de organisatie te realiseren. Financieel gezond. De financiële positie van Renswoude is momenteel goed. Het versterken van de organisatie vraagt investering. Het betaalbaar houden van de uitvoering vraagt duidelijke prioritering. Constructieve bijdrage aan regionale samenwerking.
Het is belangrijk dat de gemeente in de regio een constructieve bijdrage kan leveren. Hetgeen inhoudt dat Renswoude niet alleen haalt, maar ook brengt, en hierbij als constructieve partner wordt gezien. Administratieve organisatie op orde. Vanuit interbestuurlijke toezicht (IBT) wordt veel aandacht besteed aan de mate waarin de administratie organisatie op orde is. Dit houdt in dat gemeente Renswoude kan onderbouwen dat in de dienstverlening aan wet- en regelgeving wordt voldaan, en dat zij rechtmatig handelt. Met deze laatste twee punten uit de bestuurlijke stip op de horizon zijn we aan de slag gegaan met de organisatorische inrichting. We hebben hierbij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Afdelingen zijn ingericht op basis van werk(processen), die een logische, inhoudelijke samenhang hebben. 2. De aansturing en eindverantwoordelijkheid ligt bij één leidinggevende; medewerkers voeren voornamelijk taken uit voor de afdeling waarin zij zijn geplaatst en worden derhalve aangestuurd door één leidinggevende; 3. De leidinggevende richt zich op de ontwikkeling van de medewerkers en daarmee van de organisatie; Inhoudelijke aansturing vindt plaats door senior beleidsmedewerkers. Door het toevoegen van senior beleidsmedewerkers vergroten we het strategisch vermogen en daarmee de constructieve bijdrage aan regionale samenwerking.
Ook professionaliseren we de samenwerking door beter opdrachtgever/-nemerschap en betere regievoering. We investeren in continuïteit door waar mogelijk vacatures open te stellen en inhuur te beëindigen. De nieuwe organisatie is ingericht. Er zijn twee nieuwe afdelingshoofden aangesteld en er is geïnvesteerd in het aanstellen van nieuw eigen personeel. We zetten met prioriteit in op het op orde brengen van de basis: Interne controle, administratieve organisatie, het P&C instrumentarium, de financiële en salarisadministratie, de HRM- en inkoopfunctie, beheer openbaren ruimte, beheer gebouwen, woningbedrijf en het sociaal domein. Deze maatregelen zijn in 2020 verder geborgd door meer mensen in dienst te nemen in plaats van structureel in te huren. We investeren in mensen en in kennis en kunde. De inzet van externe krachten is in 2020 dan ook gedaald t.o.v. 2019. Er is nog wel sprake van een krappe arbeidsmarkt, waardoor enkele vacatures lastiger zijn in te vullen. Verder werken we aan het tot stand brengen van het dienstverleningsconcept, verzakelijking van de (regionale) samenwerking, intensivering van de interne samenwerking en verbetering van de noodzakelijke middelen als mobiele telefonie, ICT en huisvesting. De organisatieontwikkeling is in 2020 door de Corona-crisis in een ander daglicht komen te staan met een wat andere aanpak en tempo.
We kunnen met trots zeggen dat we in staat zijn gebleken ook in deze bijzondere omstandigheden de dienstverlening en de vitale processen goed draaiende te houden. Dat zegt iets over onze flexibiliteit en improvisatievermogen.
59
Zo wordt een volgende stap gezet in het dichterbij brengen van de bestuurlijke stip op de horizon voor Renswoude en een toekomstbestendige organisatie. Personeelsopbouw In 2020 was sprake van een bezetting in personen van 41 en in fte’s van 34. Onlangs is de “personeelsmonitor 2020” van het A&O fonds verschenen. Daarin is interessante informatie opgenomen over de personeelsopbouw van Renswoude in vergelijking met het gemiddelde van de andere gemeenten. Zo is onder meer te zien dat de gemiddelde leeftijd en gemeentelijke bezetting redelijk in lijn loopt met de gemiddelden van alle gemeenten. Gemiddelde leeftijd 60 jaar en ouder 55 tot 60 jaar 45 tot 55 jaar 35 tot 45 jaar 25 tot 35 jaar Jonger dan 25 jaar
Renswoude 19% 17% 30% 24% 9% 0%
Alle gemeenten 16% 16% 29% 22% 15% 2%
De deeltijdfactor is gelijk aan vorig jaar en ligt lager ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het is aannemelijk dat hiervan het breed ingezette generatiepact binnen de gemeente Renswoude een belangrijke reden is. Renswoude 0,81
Deeltijdfactor
Alle gemeenten 0,89
Het aandeel vrouwen ten opzichte van mannen is in Renswoude hoger dan het gemiddelde. Vorige jaar lag deze trend precies andersom. Gemiddelde bezetting in FTE naar geslacht Vrouw Man
Renswoude
Alle gemeenten
59% 41%
50% 50%
Waar in 2019 geen veranderingen waren op het gebied van in-, door- en uitstroom is er in 2020 veel gebeurd. Er zijn 2 nieuwe afdelingshoofden en 11 nieuwe medewerkers aangenomen. Vier collega’s zijn intern doorgestroomd (niet opgenomen in de personeelsmonitor) en drie collega’s zijn uitgestroomd (2 pensioen, 1 carrière). De gemiddelde instroom ligt daarmee hoger dan gemiddeld en de uitstroom redelijk in lijn met gemiddeld. Instroom, doorstroom en uitstroompercentage in 2020 Instroom Doorstroom Uitstroom
Renswoude
Alle gemeenten
40% 0% 9,1%
13,4% 6,2% 8,4%
Financieel Onderstaand zijn de geraamde- en werkelijke salarislasten en lasten inhuur derden weergegeven. begroting 2020
salarissen huidig personeel salarissen voormalig personeel inhuur derden
begroting na wijziging 2020
werkelijk 2020
afwijking
2.709.768 131.778
2.513.414 131.778
2.606.337 90.342
-92.923 41.436
270.703
1.557.581
1.165.015
392.566
60
Paragraaf Verbonden partijen Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden verbonden partijen gedefinieerd als privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente zeggenschap heeft door vertegenwoordiging of stemrecht. Een financieel belang betekent dat de gemeente financiële middelen ter beschikking stelt, die ze niet kan verhalen in geval van faillissement van de verbonden partij. Er is ook sprake van een financieel belang als een verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt en de gemeente daarvoor aansprakelijk kan worden gesteld. Visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Om verschillende redenen voert de gemeente Renswoude diverse gemeentelijke taken niet zelf uit, maar laat dit door een derde rechtspersoon doen. Vaak vanwege schaalvoordelen, soms vanwege de noodzaak om slagvaardiger te kunnen handelen. De vorm waarin de samenwerking wordt gegoten is afhankelijk van de aard van de uitbestede taak. Soms kan de gemeente niet vrij kiezen om een taak zelf uit te voeren of via een verbonden partij. Zo kan de gemeente op grond van wetgeving min of meer verplicht worden om gemeenschappelijke regelingen aan te gaan, bijvoorbeeld de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Verbonden partijen dienen een publiek, openbaar belang.
De gemeente blijft uiteindelijk verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de beleidsprogramma’s waaraan de Verbonden partij in meer of mindere mate een bijdrage leveren. De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak en ziet erop toe dat de Verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de programma’s. Overzicht van verbonden partijen Voor onze gemeente zijn de volgende verbonden partijen werkzaam, gecategoriseerd volgens de door het BBV voorgeschreven indeling. Gemeenschappelijke regelingen • Veiligheidsregio Utrecht (VRU) gevestigd te Utrecht • GGD regio Utrecht (GGDrU) gevestigd te Zeist • IW 4 Bedrijven gevestigd te Veenendaal • Omgevingsdienst Regio Utrecht (OdrU) gevestigd te Utrecht • Afvalverwijdering Utrecht (AVU) gevestigd te Soest • Regio Foodvalley gevestigd te Ede. Stichtingen en verenigingen De gemeente Renswoude heeft geen stichtingen en verenigingen als verbonden partij. Coöperaties en vennootschappen • Vitens N.V., Waterleidingbedrijf statutair gevestigd te Zwolle • Afvalcombinatie De Vallei N.V. (ACV) gevestigd te Ede
61
Informatie per verbonden partij Omdat er meer inzicht wordt verlangd in de verbonden partijen zodat de “grip” kan worden vergroot, is een overzicht per verbonden partij opgenomen, gebaseerd op de in het BBV opgenomen eisen voor de te verstrekken informatie. Naam
Veiligheidsregio Utrecht (VRU), gevestigd te Utrecht
Doel en openbaar belang dat wordt behartigd
De VRU behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van de brandweerzorg, de organisatie van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, de rampenbestrijding en crisisbeheersing (bevolkingszorg), het beheer van de gemeenschappelijke meldkamer, de zorg voor een adequate samenwerking met de politie Utrecht en de meldkamer ambulancezorg, een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Deelnemende partijen
Alle 26 gemeenten van de Provincie Utrecht.
Bestuurder(s) Renswoude
Mevrouw P. Doornenbal-van der Vlist
Bijdrage Renswoude
De gemeente draagt financieel bij op basis van een inwonerbijdrage. In de gemeenterekening 2020 is het volgende bedrag opgenomen: € 336.615,--.
Eigen vermogen verbonden partij
Begin 2020: € 13.081.000,--
Vreemd vermogen verbonden partij
Eind 2020: € 17.732.000,--
Begin 2020: € 44.443.000,-Eind 2020: € 47.178.000,--
Resultaat 2020
€ 2.129.000,--
Ontwikkelingen
2020 was een jaar waarin de VRU, net als andere organisaties, gedwongen was veel werk online te organiseren. In bepaalde gevallen moest een stapje extra worden gezet, om het werk op te vangen voor collega’s die langdurig in de Covid-crisisorganisatie moesten worden ingezet. Het vergroten van risicobewustzijn is een belangrijk speerpunt. De VRU sluit het jaar met een positief resultaat voor bestemming van € 2,1 miljoen. Dit resultaat bestaat op hoofdlijnen uit lagere personele lasten (€ 0,8 miljoen) en materiële lasten (€ 0,85 miljoen) enerzijds en hogere baten (€ 0,5 miljoen) anderzijds.
Risico’s
Er resteert nog een taakstelling van € 389.000 vanaf 2020 over nog te realiseren restant bezuiniging repressieve efficiency Utrecht. De structurele invulling hiervan is opgenomen in de VRUbegroting voor 2020. Verder zal ook de VRU gevolgen ondervinden van de Corona crisis, hoe dit zich zal ontwikkelen en in welke mate is op dit moment nog niet bekend.
62
Naam
GGD regio Utrecht, gevestigd te Zeist
Doel en openbaar belang dat wordt behartigd
Een goede basisgezondheidszorg en gelijke kansen op gezondheid voor inwoners bevorderen, onder meer door preventie. De GGD (Gemeentelijke Gezondheids Dienst) regio Utrecht beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de ruim 1,2 miljoen inwoners van de 26 Utrechtse gemeenten. Zij doen dat door risico’s voor de gezondheid te signaleren, te voorkomen en de gezondheid van alle inwoners te bevorderen.
Deelnemende partijen
Alle 26 gemeenten van de Provincie Utrecht.
Bestuurder(s) Renswoude
De heer A. Wijs
Bijdrage Renswoude
De gemeente draagt bij op basis van afname van diensten. In de gemeenterekening 2020 is het volgende bedrag opgenomen:€ 197.495,--.
Eigen vermogen verbonden partij
Begin 2020: € 4.232.000,--
Vreemd vermogen verbonden partij
Eind 2020: € 5.142.000,--
Begin 2020: € 11.748.000,-Eind 2020: € 35.524.000,--
Resultaat 2020
€ 2.264.000,--
Ontwikkelingen
De GGDrU heeft een belangrijke rol bij de bestrijding van het Coronavirus, dit betreft onder meer het uitvoeren van bemonsteringen, uitvoeren van bron-en contactonderzoek als het te woord staan van inwoners en zorgprofessionals (huisartsen) met specifieke vragen en het vaccinatieprogramma. GGDrU heeft het boekjaar 2020 afgesloten met een positief jaarresultaat van €2.264.263. Het (bruto) jaarresultaat over 2020 heeft voor €593.328 betrekking op de taak Jeugdgezondheidszorg en voor €1.670.935 op de overige taken.
Risico’s
Op dit moment is moeilijk in te schatten wat de financiële consequenties zijn van het Coronavirus voor de GGDrU. Verwacht wordt dat de continuïteit voorlopig niet in gevaar komt en dat de liquiditeitspositie voldoende is om aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen.
Naam
IW4 bedrijven, gevestigd te Veenendaal
Doel en openbaar belang dat wordt behartigd
De doelstelling van IW4 is het handhaven, vergroten of herstellen van de arbeidsgeschiktheid van personen die tot arbeid in staat zijn, maar voor wie, in belangrijke mate, ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of nu niet aanwezig is.
63
De regie van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is belegd bij de rechtspersoon bezittend openbaar lichaam (gemeenschappelijke regeling) Instituut Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht. Het Instituut heeft de uitvoering via een samenwerkingsovereenkomst belegd bij IW4 Beheer NV, waarvan de aandelen in handen zijn van de GR. De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Deelnemende partijen
Gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude.
Bestuurder(s) Renswoude
De heer A. Wijs
Bijdrage Renswoude
Naast WSW-subsidie (€230.566,--) betaalt de gemeente Renswoude aan de GR een gemeentelijke bijdrage van € 12.923,In 2020 kwam hier nog een extra bedrag bij van € 8.652,-- in verband met transitievergoeding. De eventuele tekorten van de beheer NV worden (naar rato) door de deelnemende partijen aangezuiverd. Het aandeel van Renswoude daarin bedraagt 2,55%.
Eigen vermogen verbonden partij
Vreemd vermogen verbonden partij
Begin 2020: € 6.011.000,-Eind 2020: € 6.022.000,--
Begin 2020: € 1.426.000,-Eind 2020: €1.031.000,--
Resultaat 2020
€ 11.000,--.
Ontwikkelingen
In 2019 zijn de eerste stappen gezet voor de transitie van de organisatie naar een professioneel werkleerbedrijf. Medio 2020 hebben we de balans opgemaakt van de transitie. De transitie is halverwege. Ondanks de transitie en Covid-19 zijn vele nieuwe projecten gestart en afgerond. De organisatie is ‘in control’ gebleven en ze zijn er in geslaagd hun sociale en financiële doelstellingen te realiseren.
Risico’s
De invloed van ontwikkelingen in Rijksbeleid heeft grote invloed op deze GR, daarnaast zijn ook de eventuele effecten van de Coronacrisis een risico.
64
Naam
Omgevingsdienst regio Utrecht (OdrU), gevestigd te Utrecht
Doel en openbaar belang dat wordt behartigd
Het op een doelmatige, kwalitatief goede, efficiënte en controleerbare manier uitvoeren van de door de deelnemende gemeenten opgedragen adviserende en uitvoerende taken op het gebied van de omgeving, milieu en duurzaamheid in de ruimste zin. Deze samenwerking levert betere garanties voor de kwaliteit van uitvoering, financiële schaalvoordelen en vermindering van de kwetsbaarheid.
Deelnemende partijen
De gemeenten: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, IJsselstein en Zeist.
Bestuurder(s) Renswoude
Mevrouw P. Doornenbal-Van der Vlist
Bijdrage Renswoude
De bijdrage van de gemeente is gebaseerd op de omvang van taken die wij gegarandeerd afnemen. Bij tekorten of overschotten wordt ook afgerekend op basis van de opdrachtenportefeuilles (of als AB anders bepaalt). In de gemeenterekening 2020 is het volgende bedrag opgenomen: € 392.764,--.
Eigen vermogen verbonden partij
Vreemd vermogen verbonden partij
Begin 2020: € 1.750.000,-Eind 2020: € 1.158.000,--
Begin 2020: € 7.700.000,-Eind 2020: € 7.864.000,--
Resultaat 2020
€ 126.000,--
Ontwikkelingen
De voorbereidingen en de implementatie van de Omgevingswet blijven de komende jaren een belangrijk deel van de agenda bepalen. De invoering van de Omgevingswet is recent weer uitgesteld, zodat de onzekerheid omtrent de effecten van deze wet op het functioneren van de OdrU nog wat langer voortduurt.
Risico’s
Ook voor deze GR is moeilijk in te schatten wat de gevolgen van de Corona crisis zijn, zowel wat betreft de uit te voeren werkzaamheden als financieel.
65
Naam
Afvalverwijdering Utrecht (AVU, gevestigd te Soest)
Doel en openbaar belang dat wordt behartigd
Het openbaar lichaam heeft tot doel in het belang van de deelnemers een doelmatige en uit oogpunt van milieuhygiëne verantwoorde wijze van overslag, transport en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en grondstoffen en andere categorieën van afvalstoffen.
Deelnemende partijen
Alle 26 gemeenten van de Provincie Utrecht.
Bestuurder(s) Renswoude
De heer S. van ‘t Foort
Bijdrage Renswoude
De gemeente draagt bij op basis van de tonnages die verwerkt worden. In de gemeenterekening 2020 is het volgende bedrag opgenomen: € 85.080,--.
Eigen vermogen verbonden partij
Begin 2020: € 494.000,--
Vreemd vermogen verbonden partij
Eind 2020: € 696.000,--
Begin 2020: € 17.580.000,-Eind 2020: € 22.327.000,--
Resultaat 2020
€ 165.612,--
Ontwikkelingen
De AVU zit midden in een proces om voor de niet-strategische taken samen te gaan werken met de Reinigingsdienst MiddenNederland (RMN). Doel hiervan is vooral om de kwetsbaarheid van de organisatie te verminderen.
Risico’s
De risico’s bestaan uit de normale bedrijfsrisico’s. Door het ontbreken van reserves en voorzieningen heeft de AVU geen weerstandsvermogen. Alle in enig jaar gemaakte kosten worden aan de deelnemers doorberekend. Als gevolg hiervan kunnen schommelingen optreden in de jaarlijks te betalen bedragen. De AVU schat de kans hierop echter zeer klein in, daarom wordt bij de AVU geen weerstandsvermogen aangehouden.
66
Naam
Regio Foodvalley, gevestigd te Ede
Doel en openbaar belang dat wordt behartigd
De gemeenschappelijke regeling is ingesteld om de Foodvalley regio een Europese topregio te maken op het gebied van kennis, ontwikkeling en innovatie in de agro-foodsector door versterking van het vestigingsklimaat en de kwaliteit van de leefomgeving. De GR werkt daartoe samen met ondernemers en onderwijs/onderzoek. Regio Foodvalley concentreert zich op de terreinen economie, werkgelegenheid, ruimtelijke ontwikkeling, wonen en mobiliteit.
Deelnemende partijen
De gemeenten Ede, Veenendaal, Wageningen, Rhenen, Nijkerk, Barneveld, Scherpenzeel en Renswoude.
Bestuurder(s) Renswoude
Mevrouw P. Doornenbal-Van der Vlist
Bijdrage Renswoude
De gemeente draagt € 16.437 (op basis van een bedrag per inwoner) bij aan deze gemeenschappelijke regeling. Naast cofinanciering voor de uitvoering van projecten.
Eigen vermogen verbonden partij
Begin 2020: € 2.010.000,--
Vreemd vermogen verbonden partij
Eind 2020: € 2.579.000,--
Begin 2020: € 2.862.000,-- (kortlopende schuld) Eind 2020: € 3.000.000,-- (kortlopende schuld)
Resultaat 2020
€ 213.514,--
Ontwikkelingen
Het jaar 2020 heeft een nogal afwijkend verloop gehad dan bij het opstellen van de begroting over 2020 verwacht vanwege de Coronacrisis. Tegelijkertijd blijkt dat verreweg de meeste projecten gewoon doorgang hebben gevonden. Slechts enkele projecten zijn aangepast of hebben wat vertraging opgelopen, bijvoorbeeld vanwege de noodzakelijke betrokkenheid van zorginstellingen of horecabedrijven. Voor hen had de Coronacrisis grote gevolgen en konden zij op dat moment niet de benodigde inspanningen leveren.
Risico’s
De Coronacrisis houdt voor dit orgaan een risico in, al lijken de directe gevolgen mee te vallen. Wat de indirecte gevolgen zullen zijn is nog moeilijk in te schatten.
67
Naam
Vitens N.V., gevestigd te Zwolle
Doel en openbaar belang dat wordt behartigd
Het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de gezondheid door het duurzaam leveren van veilig en betrouwbaar drinkwater met zorg voor de bescherming van natuur en milieu.
Deelnemende partijen
De gemeenten in de Provincies Flevoland, Friesland, Gelderland, Utrecht, Overijssel en een aantal gemeenten in de Provincies Drenthe en Noord-Holland.
Bestuurder(s) Renswoude
De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen die zij bezitten.
Bijdrage Renswoude/ opbrengst dividend
Wij bezitten 4.389 aandelen (0,076% van het totaal aantal aandelen) met een nominale waarde van € 1,00 per stuk. Deze staan op de balans voor een bedrag van € 60.359. Jaarlijks ontvangen wij van Vitens dividend. Het dividend wordt gerelateerd aan het nettoresultaat. Het bedrag aan dividend dat wordt uitgekeerd bedraagt maximaal 50% van het nettoresultaat. Randvoorwaardelijk hierbij is de continuïteitsdoelstelling. Bij een solvabiliteit < 30% wordt in beginsel geen dividend uitgekeerd. De directie van Vitens N.V. stelt voor om geen dividend over het boekjaar 2020 aan haar aandeelhouders uit te keren. Redenen hiervoor zijn o.a. het feit dat de overwinst aan de klant dient te worden teruggegeven door een verlaging van de drinkwatertarieven in 2022. De solvabiliteit voor 2020 komt hiermee onder de 30%.
Eigen vermogen verbonden partij
Vreemd vermogen verbonden partij
Begin 2020: € 533 miljoen Eind 2020: € 557 miljoen
Begin 2020: € 1.293.000,-Eind 2020: € 1.340.000,--
Resultaat 2020
€ 23.9 miljoen
Ontwikkelingen
Vitens staat de komende jaren voor een enorme investeringsopgave. Toenemende droogte, groeiend watergebruik en thema’s als cyberveiligheid hebben hun impact op de infrastructuur. Bij de financiering daarvan wordt Vitens echter beperkt door het huidige systeem van winstregulering, de zogeheten WACC.
Risico’s
De WACC wordt elke twee jaar vastgelegd en is voor 2020-2021 bepaald op 2,75 procent. Een significante verlaging ten opzichte van de jaren ervoor (2018 en 2019: 3,4 procent, 2016 en 2017: 4,2 procent). Dit komt mede door de lage rente op de kapitaalmarkt: een van de variabelen die de WACC bepaalt. Een lage WACC vormt een risico voor de financierbaarheid van Vitens, juist in een situatie waarin grote en extra investeringen noodzakelijk zijn.
68
Naam
Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV, gevestigd te Ede)
Doel en openbaar belang dat wordt behartigd
ACV richt zich met name op het herwinnen van grondstoffen uit afvalstromen en het beheer van de openbare ruimte.
Deelnemende partijen
Ede, Renkum, Veenendaal en Wageningen
Bestuurder(s) Renswoude
Gemeente is aandeelhouder (lid van AVA). De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen die zij bezitten. Wethouder Van ’t Foort vertegenwoordigt Renswoude bij de vergadering van aandeelhouders.
Bijdrage Renswoude/ opbrengst dividend
In de gemeenterekening 2020 is het volgende bedrag opgenomen: € 294.919,--.
Eigen vermogen verbonden partij
Opbrengst dividend: is nog niet beschikbaar Jaarstukken ACV zijn nog niet beschikbaar Begin 2020: € Eind 2020: €
Vreemd vermogen verbonden partij Begin 2020: €,-Resultaat 2020
Eind 2020: € ,--
Ontwikkelingen
Per 1 januari 2020 is de gemeente Renswoude aandeelhouder van de ACV. Voor een bedrag van €185.394 heeft de gemeente een belang van 1,6%, wat neerkomt op 90.920 aandelen.
Risico’s
De risico voor de gemeente bestaat uit het ingebrachte aandelenkapitaal. Daarnaast heeft de gemeente de verplichting op een eventueel negatief bedrijfsresultaat aan te vullen. Beëindiging contract met ACV kan alleen met toestemming van alle aandeelhouders.
69
Paragraaf Lokale heffingen Algemeen De lokale heffingen vormen jaarlijks een belangrijk onderdeel van onze inkomsten en zijn onderdeel van de gemeentelijke beleidsvrijheid. De nota lokale heffingen is het beleidskader voor het heffen van belastingen en rechten. In de paragraaf lokale heffingen bij de jaarrekening legt gemeente Renswoude verantwoording af over het gevoerde beleid 2020 en de realisatie daarvan. Er wordt onderscheid gemaakt in heffingen waarvan de besteding van de opbrengst vrij is (zogenaamd belastingen) en heffingen waarvan de besteding van de opbrengst gebonden is (zogenaamd rechten). De gemeente Renswoude maakt onderscheid tussen de volgende heffingen: Belastingen: ▪ Onroerende zaakbelastingen ▪ Toeristenbelasting Rechtens: ▪ Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht ▪ Rioolrecht ▪ Begrafenisrechten ▪ Precariorechten ▪ Diverse leges, zoals bouwleges en leges burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen.
Opbrengsten lokale belasting 2019 werkelijk Tarief Opbrengst Toeristenbelasting (overnachtingen, forfaitair) Totaal toeristenbel. Onroerende- zaakbelastingen (OZB) Eigenarenheffing woningen - Code 1 Eigenarenheffing niet-woningen - Code 3 Gebruikersheffing niet- woningen - Code 4 Totaal OZB Totaal opbrengst belastingen
€ 0,75
0,0869% 0,1615% 0,1451%
€ 47.625 € 47.625
2020 geraamd Tarief Opbrengst
2020 Opbrengst
€ 0,75
€ 42.875 € 42.875
€ 50.728 € 50.728
€ 513.950 0,0830% € 259.431 0,1628% € 187.294 0,1463% € 960.675
€ 556.340 € 283.033 € 203.784 € 1.043.157
€ 565.202 € 270.337 € 196.372 € 1.031.911
€ 1.086.032
€ 1.082.639
€ 1.008.300
Toeristenbelasting In 2020 zijn de tarieven van de toeristenbelasting ongewijzigd omdat de afgesproken tarieven tot en met 2020 geldig zijn. De toeristenbelasting bedraagt € 0,75 per persoon per nacht. Onroerende zaakbelasting (OZB) De gemeenteraad heeft besloten met ingang van 2020 over te gaan op een andere wijze van afvalstoffen inzameling en ook op een andere manier van het doorberekenen van de kosten hiervan. Hierbij hebben de bewoners van alle percelen een basistarief betaald en is een variabel tarief doorberekend per keer dat een afvalcontainer is aangeboden. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Precariorechten Onder precariorechten kan de gemeente Renswoude een belasting heffen voor de netlengtes van de elektriciteits- en gasnetten.
70
Opbrengsten afvalstoffen- en rioolheffing 2019 werkelijk 2020 geraamd 2020 werkelijk Tarief Opbrengst Tarief Opbrengst Tarief Opbrengst Afvalstoffenheffing Meerpersoonshuishoudens Eenpersoonshuishoudens Reinigingsrecht(container) Vast recht - Code 1 Vast recht medisch - Code 2 Totaal Rioolheffing Bedrijven > 10 personen - Code 4 Bedrijven < 10 personen - Code 3 Meerpersoonshuishoudens - Code 2 Eenpersoonshuishoudens - Code 1 Totaal
€ 253,70 € 226,50 € 253,70
€ 677,00 € 473,75 € 264,50 € 227,15
€ 395.204 € 302,00 € 86.753 € 264,20 € 8.604
€ 488.032 € 107.225 € 245,00 € 294,00
€ 490.561
€ 595.257
€ 501.903 € 2.954 € 504.857
€ 30.465 € 677,00 € 109.831 € 473,75 € 369.582 € 264,50 € 108.672 € 227,15 € 618.550
€ 36.000 € 677,00 € 95.000 € 473,75 € 367.000 € 264,50 € 83.000 € 227,15 € 581.000
€ 26.674 € 108.082 € 401.398 € 111.682 € 647.835
Voor de rechten hanteren wij in beginsel het uitgangspunt van 100% kostendekkende tarieven. Dit is de maximale benutting van de wettelijke mogelijkheden. Deze opbrengsten zijn bedoeld als tegemoetkoming in de kosten voor een specifieke dienst. Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Door alle wet- en regelgeving zien we dat de kosten van het verwerken van afval stijgen. De ingezamelde hoeveelheden PMD afval is groter dan verwacht, de sorteer- en transport kosten van PMD afval stijgen, terwijl de opbrengsten van oud papier dalen. Naast deze zaken is de gemeente Renswoude per 1 januari 2020 overgegaan op een andere manier van afval inzameling. Rioolrecht In het Gemeentelijk Riolering Plan (GRP) wordt berekend wat de lasten van het huidige rioolstelsel zijn, welke vervangings- en uitbreidingsinvesteringen de komende jaren moeten worden gedaan om aan de klimaatveranderingen het hoofd te kunnen bieden. Ook staat in het GRP welke opbrengsten aan rioolrechten we moeten realiseren om dit allemaal mogelijk te maken. Op grond van de geactualiseerde berekening is vastgesteld dat de tarieven 2020 van het rioolrecht gelijk aan 2019 konden blijven. Kwijtscheldingsbeleid Wanneer inwoners onoverkomelijke problemen hebben met het voldoen van gemeentelijke belastingen bestaat de mogelijkheid tot kwijtschelding hiervan.
Kwijtschelding is onder bepaalde voorwaarden mogelijk voor de onroerende zaakbelasting, de afvalstoffenheffing en het rioolafvoerrecht. In overleg met de afdeling sociale zaken wordt bekeken of en in hoeverre cliënten hiervoor in aanmerking komen.
71
Lasten ontwikkeling Belastingdruk Gem. waarde woning Eenpers.huish. OZB Afvalst.heffing - Code 1 Rioolheffing - Code 1 Totaal Meerpers.huish. OZB Afvalst.heffing - Code 1 Rioolrecht - Code 2 Totaal
2019 Gebruiker (huurder)
€ 310.000
Eigenaar/ Gem. gebruiker waarde woning *
2020 Gebruiker Eigenaar/ (huurder) gebruiker
€ 226,50 € 227,15 € 453,65
€ 256,00 € 337.900 € 226,50 € 227,15 € 709,65
€ 245,00 € 227,15 € 472,15
€ 280,46 € 245,00 € 227,15 € 752,61
€ 253,70 € 264,50 € 518,20
€ 259,50 € 337.900 € 253,70 € 264,50 € 777,70
€ 245,00 € 264,50 € 509,50
€ 280,46 € 245,00 € 264,50 € 789,96
€ 310.000
AFVB 01 – vastrecht AFVB 02 – vastrecht medisch In bovenstaande tabel geven wij inzicht in de stijging van de lastendruk voor gebruikers en eigenaren van woningen op basis van éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens met een gemiddelde WOZ-waarde van € 337.900 op 1 januari 2020 (2019 = € 310.000, de waarde waarop de Coelo haar berekeningen baseert in de Atlas van de Lokale Lasten). Onderbouwing lasten per taakveld en dekkingspercentage De kosten van sommige taakvelden hebben gedeeltelijk betrekking op een bepaalde dienst die door de gemeente wordt verricht. In deze gevallen worden de kosten van deze taakvelden voor een evenredig deel aan de betreffende dienst toegerekend.
Afvalstoffenheffing/ reinigingsrecht Lasten per taakveld 7.3 Afval 2.1 Verkeer en vervoer 6.3 Inkomensregelingen Subtotaal 0.4 Overheadkosten 10% van subtotaal Compensabele BTW Totaal lasten
2020 € 600.443 € 11.435 € 13.000 € 624.878 € 62.488 € 107.506 € 794.872
7.3 Inkomsten afval Door te berekenen via heffingen
€ 68.568 € 726.304
Opbrengst afvalstoffenheffing basis tarief Opbrengst afvalstoffenheffing variabele tarief Gerealiseerde opbrengsten Exploitatieresultaat te onttrekken aan milieuvoorziening Dekkingspercentage
€ 512.004 € 79.882 € 591.886 € 134.418 81,5%
72
De lasten die op het ‘taakveld 7.3 Afval’ worden gepresenteerd, hebben volledig betrekking op de inzameling- afvoer en verwerking van afval. Vanaf 2020 zamelt de gemeente geen afval meer in bij bedrijven. De lasten die staan vermeld op ‘taakveld 2.1 Verkeer en vervoer’, worden gedeeltelijk toegerekend aan de kosten van afvalinzameling – reinigingsrecht en rioolrecht. Een exacte verdeling is moeilijk te bepalen, maar omdat Renswoude een landelijke gemeente is, is het aandeel bladafval relatief groter dan het zwerfvuil. We rekenen daarom 50% van de kosten van straatwegen en onkruidbestrijding toe aan de rioolheffing, 30% aan verkeersveiligheid en 20% aan de afvalstoffenheffing/ reinigingsrecht. Op ‘taakveld 6.3 Inkomensregelingen’, staat o.a. geraamd hoeveel de kwijtschelding afvalstoffenheffing bedraagt. Dit bedrag heeft volledig betrekking op afvalstoffenheffing en niet op reinigingsrecht. De overheadkosten worden toegerekend op de wijze zoals hierboven is toegelicht. Van een aantal, dat bij de berekening voor het tarief van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht wordt meegenomen, is de BTW compensabel. Bij de onderbouwing van de tarieven wordt deze compensabele BTW meegenomen.
Rioolrecht Lasten per taakveld 7.2 Riolering 2.1 Verkeer en vervoer 5.7 Openbaar groen en recreatieve voorz. 6.3 Inkomensregelingen Subtotaal 0.4 Overheadkosten 10% van subtotaal Compensabele BTW Totaal lasten toevoeging aan Voorziening riolering conform GRP Te dekken via rioolrecht
2020 € 288.896 € 28.589 € 21.258 € 15.000 € 353.742 € 35.374 € 27.828 € 416.944 € 130.000 € 546.944
Geramde opbrengst rioolrecht
€ 520.883
Exploitatieresultaat onttreken aan res. Dekkingspercentage
€ -26.061 95%
Om het percentage overheadkosten te berekenen dienen de ‘overheadkosten’ zoals begroot/verantwoord op ‘taakveld 0.4 Overheadkosten’, gedeeld te worden door het totaal saldo van de lasten (exclusief toevoegingen aan reserves). Voor de rekening 2020 is 10% aangehouden zoals in de begroting is opgenomen. Op ‘taakveld 6.3 Inkomensregelingen’, staat gespecificeerd aangegeven hoeveel wordt geraamd aan kwijtschelding van rioolrecht, dit bedrag wordt ook meegenomen bij de onderbouwing van het rioolrecht.
Begraafplaatsen Lasten per taakveld 7.5 Begraafplaatsen 0.4 Overheadkosten 10% Totaal lasten
2020 € 93.027 € 9.303 € 102.330
Werkelijke opbrengst Dekkingspercentage
€ 77.156 75%
73
De lasten op ‘taakveld 7.5 Begraafplaatsen’, hebben betrekking op de kosten van begraven met uitzondering van de kosten van het rouwcentrum. Op grond van de beraadslagingen in de commissie RF van 4 juni 2015 heeft de gemeenteraad vastgesteld dat de lasten van de begraafplaats voor minimaal 50% moeten worden gedekt door de opbrengsten van de begraafrechten. De overheadkosten worden toegerekend op de wijze zoals hierboven is toegelicht. Onderbouwing legestarieven legesverordening De tarieven genoemd in de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel hebben betrekking op verschillende en uiteenlopende zaken. Het is ondoenlijk om elk legestarief afzonderlijk te onderbouwen. De in de legesverordening genoemde leges kunnen in 3 groepen worden onderscheiden. 1. Algemene dienstverlening. 2. Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning. 3. Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn. Per groep zal een onderbouwing van de leges worden gegeven.
1. Algemene dienstverlening Binnen de leges die vallen onder het hoofdstuk algemene dienstverlening vindt kruissubsidiëring plaats. Medewerk(st)ers van de afdeling burgerzaken werken aan verschillende diensten en het is niet efficiënt om zo gedetailleerd tijd vast te leggen. Voor een aantal kosten die op de afdeling burgerzaken drukken, is onmogelijk gebleken vast te stellen voor hoeveel procent ze aan één bepaalde dienst zijn toe te rekenen. Geprobeerd is de diverse leges in dit hoofdstuk zodanig vast te stellen, dat ze in een redelijke verhouding staan tot de lasten.
Algemene dienstverlening Lasten per taakveld 0.2 Burgerzaken (bevolkingsaangelegenheden 15%) 0.2 Burgerzaken (burgerlijke stand) Subtotaal 0.4 Overheadkosten 10% Totaal lasten Gerealiseerde opbrengst Dekkingspercentage
2020 € 16.024 € 32.980 € 49.003 € 4.900 € 53.904 € 61.234 114%
De gemeente Renswoude heeft maar één balie, dus voor alle diensten van de gemeente melden de burgers zich bij deze balie. Uit geschiedenis is gebleken dat 15% van de uren wordt besteden aan algemene dienstverlening, 35% wordt besteed aan dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning en 50% wordt besteed aan dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn. Voor een aantal documenten, dat onder dit hoofdstuk valt zijn door het Rijk maximum legesbedragen bepaald. De lasten op ‘taakveld 0.2 Burgerzaken burgerlijke stand’, hebben volledig betrekking op algemene dienstverlening. De baten van dit taakveld hebben betrekking op leges burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen en algemene dienstverlening. Voor de ‘taakveld 0.4 Overheadkosten’, is 10% aangehouden zoals in de begroting is opgenomen.
74
2. Leges dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Lasten per taakveld 0.2 Burgerzaken ( bevolkingsaangelegenheden 35% ) 1.1 Crisisbeheersing ( 10%) 8.3 Wonen en bouwen Subtotaal 0.4 Overhead 10% Totaal lasten
€ 37.389 € 33.662 € 150.762 € 221.812 € 22.181 € 243.993
Gerealiseerde opbrengst Dekkingspercentage
€ 171.709 70%
2020
De VRU adviseert bij de afgifte van omgevingsvergunningen ten aanzien van eisen die uit oogpunt van brandpreventie aan de betreffende bouwwerken moeten worden gesteld. Deze lasten worden op ‘taakveld 1.1 Crisisbeheersing’, opgenomen. De lasten op ‘taakveld 8.3 Wonen en bouwen’, hebben betrekking op de volgende diensten: • Bouw- en woningtoezicht • Sloopvergunningen • Gedeeltelijk handhaving bouwzaken De post handhaving bouwzaken bevat drie activiteiten: • Activiteiten naar aanleiding van meldingen en klachten • Algemeen toezicht • Handhaving en toezicht op de vergunningverlening Uit het verleden is gebleken dat de medewerk(st)ers circa 15% van de tijd aan meldingen en klachten besteden en 5% aan algemeen toezicht. Het merendeel van de tijd op dit taakveld wordt besteed aan toezicht op de vergunningverlening. De eerste twee onderdelen worden niet meegenomen bij de kostenonderbouwing van dit hoofdstuk, het laatste onderdeel wel. Ook ten aanzien van de tarieven binnen dit hoofdstuk vindt kruissubsidiëring plaats. Aanvragen omgevingsvergunningen hebben betrekking op veel verschillende zaken en vereisen sommige aanvragen meer tijd dan anderen. Het is daarom ondoenlijk om voor al die verschillende aanvragen afzonderlijke legesbedragen te bepalen.
We hebben getracht de diverse leges voor in dit hoofdstuk genoemde diensten zodanig vast te stellen, dat ze in redelijke verhouding staan tot de dienstverlening die is verricht. In onze verordening is opgenomen dat de leges van aanvragen omgevingsvergunning in situaties waar al met de bouw is begonnen zonder dat eerst de aanvraag is gedaan, worden verhoogd met 10% met een minimum van € 105,00 en een maximum van € 1.050,00. Deze hogere leges zijn niet gebaseerd op hogere kosten, maar op rechtvaardigingsgrond waarin goed gedrag wordt beloond en ongewenst gedrag niet.
75
3. Leges dienstverlening vallend onder Europese diensten richtlijn
Europese dienstenrichtlijn Lasten per taakveld 0.2 Burgerzaken (bevolkingsaangelegenheden 50%) 0.2 Burgerzaken (burgerlijke zaken) 1.2. Openbare orde en veiligheid (deels) Subtotaal 0.4 Overhead 10% Totaal lasten Geraamde opbrengst Dekkingspercentage
2020 € 53.413 € 17.333 € 2.689 € 73.435 € 7.343 € 80.778 € 13.113 16%
De kostenverdeling in dit hoofdstuk zijn gelijk aan de verdeling beschreven onder punt 1 Algemene dienstverdeling. Aan de ‘taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid’, wordt 15% van de kosten aan inzet BOA’s toegerekend. De baten op dit hoofdstuk hebben betrekking op leges overige documenten burgerzaken. Ook op dit hoofdstuk is niet mogelijk alle kosten die worden gemaakt voor een bepaald product exact te kwantificeren. We hebben daarom getracht voor zover mogelijk de tarieven zodanig vast te stellen, dat er een redelijke verhouding bestaat tussen de leges die voor een bepaalde dienst of levering wordt gevraagd en de kosten die gemaakt worden. Uit het overzicht blijkt dat de tarieven niet helemaal kostendekkend zijn.
Recapitulatie onderbouwing kostendekking legesverordening Hoofdstuk leges verordening Lasten Baten 1.Alg.dienstverlening € 53.904 61.234 2.Fysieke leefomgeving/ omg.vergunning € 221.812 171.709 3.Europese diensten € 80.778 13.113 Totaal € 356.494 € 246.056
114% 77% 16% 69%
Aan de hand van deze recapitulatie wordt inzichtelijk gemaakt, hoe de totale baten zich verhouden tot de totale lasten in 2020. Hieruit blijkt dat de gerealiseerde baten lager zijn dan de gerealiseerde lasten. Bij de begroting wordt geprobeerd de lasten en baten en de daarbij behorende tarieven zo goed mogelijk te berekenen.
76
Paragraaf Grondbeleid Volgt
77
Jaarrekening •
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
•
Balans
•
Staat van baten en lasten
•
Toelichting op de balans
•
Verantwoording WNT
•
Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid
•
SISA bijlage
•
Overzicht van incidentele baten en lasten
•
Bijlage taakvelden
•
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
78
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van de verkrijgingsprijs of de vervaardigingsprijs. De bijkomende kosten worden opgenomen tegen de verkrijgingsprijs. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Bijdragen van derden, die in directe relatie staan tot het actief, worden in mindering gebracht op de investering. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.
schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Hierbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De algemene uitkering verantwoordingsjaar
wordt
opgenomen
conform
de
laatste
betaalspecificatie
van
het
Balans Vaste activa Immateriële vaste activa In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: • kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen; • het saldo van agio en disagio; • kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; • bijdragen aan activa in eigendom van derden. In Renswoude zijn er onder de immateriële vaste activa in 2020 alleen onderzoekskosten voor grondexploitaties opgenomen. Hier wordt niet op afgeschreven. Materiële vaste activa met economisch nut Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Wanneer investeringen grotendeels of volledig worden gedaan voor riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval alsook voor rechten die op grond van art. 229 lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.
79
Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigings-prijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. Volledigheidshalve vermelden wij dat op investeringen die vóór 2004 gedaan zijn soms extra is afgeschreven zonder economische noodzaak (ter verlichting van toekomstige lasten). Ook zijn in voorkomende gevallen reserves op dergelijke investeringen afgeboekt. De gehanteerde afschrijvingstermijnen komen overeen met de termijnen zoals die door de gemeenteraad zijn vastgesteld in de “Nota Activabeleid 2012”.
Onroerende zaken in exploitatie bij het Woningbedrijf De woningen met bijbehorende installaties, garages en aanpassingen die worden geëxploiteerd door het Woningbedrijf zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs dan wel de duurzaam lagere bedrijfswaarde, verminderd met de daarop toegepaste lineaire afschrijvingen bepaald op basis van de verwachte economische levensduur. In voorkomende gevallen wordt op complexniveau afgeboekt naar de duurzaam lagere bedrijfswaarde. Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut. Overeenkomstig de door de gemeenteraad vastgestelde Nota Activabeleid 2012 worden infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals b.v. wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken geactiveerd en afgeschreven in 20 jaar. Hierbij wordt de lineaire afschrijvingsmethode gebruikt. De ondergrond van deze werken wordt daarbij als integraal onderdeel van het werk beschouwd (en dus ook afgeschreven). Voor zover in voorkomende gevallen een snellere budgettaire dekking mogelijk is, wordt op dergelijke activa overigens (resultaatafhankelijk) extra afgeschreven. De boekwaarden moeten dus nadrukkelijk alsnog te dekken investeringsrestanten worden gezien. Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde.