Totaal versie 30 april 2021
Tekst van het document
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
32
heeft het plangebied ook een hoge waarde voor archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog. Het is onbekend wanneer de eerste boerderij op deze locatie verscheen, of op welke locatie deze zich precies bevond. Het perceel is naast boerderij ook lange tijd in gebruik geweest als buitenplaats, waardoor ook resten van tuinelementen (vijvers, balustraden, enzovoort) of bijgebouwen kunnen worden aangetroffen. De sporen uit de periode Middeleeuwen – Tweede Wereldoorlog worden direct onder maaiveld verwacht. Er zijn geen indicatoren dat de vindplaats diepgaand is verstoord. In eerste plaats zal een deel van de aanwezige bebouwing op het perceel worden gesloopt. Het heeft de voorkeur de sloop tot maaiveld uit te voeren, om eventuele archeologische resten in situ te behouden. De voorgenomen nieuwbouw vormt mogelijk een bedreiging voor de elementen van hoge archeologische waarde op het perceel. Op basis van de bovengenoemde bevindingen zijn twee opties mogelijk: Geadviseerd wordt de beoogde nieuwbouw op een archeologie-vriendelijke manier te realiseren, zodat de aanwezige archeologische waarden in situ kunnen worden behouden. Uitgangspunt hierbij is dat de bodem niet dieper wordt verstoord dan 40 cm. Het opstellen van een archeologie-vriendelijk bouwplan zal moeten geschieden in overleg met de bevoegde overheid (gemeente Renswoude).
In dit scenario is het belangrijk ook de sloop van de aanwezig gebouwen niet dieper uit te voeren dan 40 cm -mv. Eventueel diepere funderingen blijven dus in de bodem behouden. Indien tijdens de werkzaamheden resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze resten van cultuurhistorische waarde zijn, geldt een wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Indien het niet mogelijk blijkt een archeologie-vriendelijk bouwplan op te stellen, wordt geadviseerd een inventariserend veldonderzoek – proefsleuven conform KNA 4.1, Protocol 4003 uit te voeren. Doel van het proefsleuvenonderzoek is het inzichtelijk maken van de aanwezige archeologische waarden. Eventueel kan worden afgesproken dat, bij de aanwezigheid van een intacte vindplaats en na overleg met de bevoegde overheid, direct kan worden doorgestart met een archeologische opgraving om de archeologische waarden ex situ te behouden. Dit dient van tevoren te worden afgestemd met de opdrachtgever, uitvoerende partij en de bevoegde overheid. Gelet op bovenstaand advies zijn de archeologische dubbelbestemmingen in onderhavig bestemmingsplan gehandhaafd.
5.3.
Waterhuishouding en waterparagraaf In het kader van de plantontwikkeling is de zogenaamde watertoets uitgevoerd. De watertoets heeft tot doel om te komen tot een goed functionerend en beheersbaar ontwerp van de waterhuishouding en de riolering voor het plangebied, dat aansluit op het vigerende beleid van het rijk, de provincie, het waterschap en de gemeente. Om de randvoorwaarden en uitgangspunten voor het ontwerp vroegtijdig in het ruimtelijk planproces uit te kunnen werken, is de watertoets gebruikt om eventuele kansen of knelpunten reeds in dit stadium te signaleren. Om dit te bereiken, is in de watertoets een drietal (deel)vragen beantwoord:
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
33
1. Wat zijn de kenmerken van het huidige watersysteem en welke mogelijkheden bestaan er voor de toekomstige inrichting van het gebied? 2. Welke uitgangspunten/ eisen worden er vanuit het beleid aan de toekomstige inrichting van de waterhuishouding en riolering gesteld? 3. Wat is het effect van de voorgenomen ontwikkeling op het watersysteem en moeten er negatieve effecten worden gecompenseerd? Kenmerken huidige watersysteem en toekomstige inrichting Het plangebied is in de huidige situatie voor een aanzienlijk deel bebouwd en verhard. De bodemopbouw is in principe geschikt voor infiltratie. Toekomstige inrichting van waterhuishouding en riolering Bij de toekomstige inrichting van het plangebied mag afstromend hemelwater van nieuw aan te leggen verhard oppervlak niet op de riolering worden aangesloten. In principe prefereert het waterschap het afkoppelen van verhard oppervlak, behalve als het vooraf al duidelijk is dat er een zeer gerede kans bestaat op verontreiniging. Het waterschap onderscheidt de onderstaande manieren van afkoppelen (in volgorde van voorkeur): afkoppelen met lokale infiltratie; afkoppelen en direct lozen op het oppervlakte water via oppervlakkige afvoer (bijvoorbeeld een berm); afkoppelen en afvoer via een leidingensysteem met slibvang (rwa-riool). Gezien de bodemopbouw in en rond het plangebied heeft infiltreren van het hemelwater de voorkeur.
Effect op watersysteem De effecten van de planontwikkeling op het watersysteem zijn beperkt. De bestaande waterstructuren blijven gehandhaafd. Op een aantal onderdelen heeft de planontwikkeling een gunstig effect op het watersysteem. Door de functiewijziging van intensieve veehouderij naar wonen neemt de nutriëntenbelasting op het systeem af. Daarnaast neemt ook het verhard oppervlak aanzienlijk af. Compensatie is derhalve niet noodzakelijk. Duurzaam bouwen In het verleden is gebleken dat koperen en zinken dakgoten een bron van vervuiling zijn voor het oppervlaktewater. Er wordt dan ook geadviseerd om dergelijke goten niet te gebruiken. Naast het gebruik van koper en zink wordt ook lood en andere uitlogende bouwmaterialen afgeraden. Het advies van het waterschap is om duurzame materialen te gebruiken, ook in verband met emissies naar het grondwater.
5.4.
Flora en fauna Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur in Nederland wordt door de Wnb beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten.
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
34
In de Wnb blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komt te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten Natura 2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten hebben een zogenaamde externe werking.
Dat wil zeggen dat mogelijke negatieve gevolgen van ontwikkelingen buiten het geschermde gebied voor de waarden in het beschermde gebied moeten worden onderzocht. Binnen een afstand van 3 km liggen geen beschermde natuurmonumenten of Natura 2000-gebieden. Buiten deze 3 km grens ligt het beschermd natuurmonument het Meeuwenkampje. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Binnenveld. De afstand van het plangebied tot het Binnenveld bedraagt ongeveer 7 km. Door de plannen voor Landgoed Engelaar zal een intensief agrarisch bedrijf worden beëindigd, waarbij de milieuvergunning wordt ingetrokken. Bij het intrekken van de milieuvergunning gaan de vrijkomende ammoniakrechten over naar de provinciale "depositiebank". Deze rechten kunnen vervolgens worden toegewezen aan andere agrarische bedrijven in de directe omgeving die ammoniakrechten nodig hebben voor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Op deze wijze worden sinds enkele jaren ontwikkelingen in de agrarische sector mogelijk gemaakt ("agrarische structuurverbetering") zonder dat dit ten koste gaat van de natuurwaarden in beschermde natuurgebieden. De plannen voor landgoed Engelaar hebben een positieve invloed de beschermde natuurgebieden. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is ten behoeve van de planontwikkeling een (extreme) worstcase stikstof berekening6 uitgevoerd.
Zelfs bij een verkeersaantrekkende werking van 500 vrachtwagens per dag en 2.000 uren aan hijskranen (135 kg NOx) is er nog geen sprake van een depositiewaarde hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Omdat de woningen
6
buRO - bureau voor ruimtelijke ordening B.V., Berekening Aeriuscalculator Bestemmingsplan Landgoed Engelaar, Aeriuskenmerk RWp7HmPCZCKz, Amersfoort, 10 januari 2020
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
35
gasloos worden uitgevoerd, zal ook in de feitelijke gebruiksfase de depositie niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar zal bedragen. Gebiedsbescherming: NNN Het NNN heeft geen externe werking. Alleen voor ontwikkelingen in het NNN zelf dient onderzocht te worden of deze mogelijk een negatieve invloed op de natuurwaarden heeft. Het NNN is weergegeven in afbeelding 12 en afbeelding 13. Het noordelijke deel van het plangebied ligt buiten het NNN. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt deels in het NNN en deels in de Groene Contour. Binnen het NNN zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien: de nevengeul langs de Luntersche Beek is immers al gerealiseerd. Het bestemmingsplan heeft daarom geen negatieve gevolgen voor de natuurwaarden in het NNN. Een deel van de nevelgeul ligt in de Groene Contour. Binnen de Groene Contour zal ook de geplande natuurontwikkeling plaats vinden. Soortenbescherming Ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan is een quickscan ecologie7 uitgevoerd. Omdat er sindsdien nog geen sloop en bouw heeft plaatsgevonden is deze quickscan gedateerd en is een update8 uitgevoerd. quickscan In de quickscan wordt geconstateerd dat er in de te slopen gebouwen in het plangebied geen verblijfplaatsen van strikter beschermde soorten voorkomen. Op grond van de aard en de constructie van de gebouwen is het niet aannemelijk dat deze aanwezig zijn.
In de gebouwen zijn acht soorten broedvogels vastgesteld. Het is aannemelijk dat er jaarlijks vogels nestelen in de te slopen gebouwen. Om overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van (algemene) broedvogels te voorkomen, dienen de werkzaamheden te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen, bij voorkeur in de periode begin oktober tot begin februari. In het bosperceel ten westen van het plangebied ligt een grote dassenburcht en is in een holle beuk een (kraam)verblijf van rosse vleermuizen vastgesteld. De bouw van een woning kan leiden tot aantasting van de functionaliteit van deze dassenburcht en van het (kraam)verblijf van de rosse vleermuizen ten gevolge van verstoring door verlichting en van verstoring door menselijke aanwezigheid en activiteiten. Verstoring van deze verblijfplaatsen door verlichting kan worden voorkomen door aan of rond de nieuw te bouwen woning geen verlichting toe te staan die gericht is op de aangrenzende bospercelen. Verstoring van de dassenburcht door menselijke
7
8
Van de Bijtel ecologisch onderzoek, Quickscan Flora en Fauna Landgoed Engelaar gemeente Renswoude, 201549, Driebergen-Rijsenburg, november 2015 Eqosens-nl, Flora en faunacheck update landgoed Engelaar, Renswoude, Projectnummer: 2021-16 Lathum, 29 april 2021
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
36
aanwezigheid en activiteiten kan worden voorkomen door de nieuw te bouwen woning visueel af te schermen van de bospercelen. Dit kan worden gerealiseerd door langs de bosranden een dichte struweelrand aan te leggen bestaande uit inheemse soorten met onder andere de altijdgroene hulst. Door middel van deze maatregelen kan worden voorkomen dat verblijfplaatsen van strikter beschermde soorten worden verstoord en dat daarmee de verbodsbepalingen van de Wnb worden overtreden. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de aanleg en instandhouding van de struweelrand te waarborgen. Verlichting die gericht is op de bosrand is als verboden gebruik aangemerkt. update Uit de update van de quickscan uit het voorjaar van 2021 blijkt dat is geen negatief effect van de voorgenomen maatregelen op de beschermde Natura2000-gebieden of het Nationale Natuurnetwerk te verwachten is. Er worden geen effecten verwacht op de dassenburcht of de kraamkolonie rosse vleermuizen die in 2015 is aangetroffen. Er zijn in de bijgebouwen enkele soorten aangetroffen, of sporen daarvan, die wettelijk beschermd zijn: kerkuil, boom/steenmarter en boerenzwaluw. Van de kerkuil is geen nest aangetroffen maar alleen een tiental braakballen, mestplekken en een dode kerkuil. Van de boom/steenmarter zijn wat oudere uitwerpselen en enkele oudere plukplekken aangetroffen.
Voor zowel de kerkuil als boom/steenmarter betreft het een tijdelijke of incidentele verblijfplaats en geen voortplantingsplek. Van de boerenzwaluw is een oud jaarrond beschermd nest aangetroffen, maar de bijgebouwen zijn sinds de afwezigheid van vee geen structurele broedplaats meer voor boerenzwaluwen. Van andere algemene broedvogels zijn een aantal nesten aangetroffen. Er zijn geen (significant) negatieve effecten van de maatregelen op de aangetroffen beschermde soorten te verwachten. Er zijn dan ook geen mitigerende maatregelen nodig of compenserende maatregelen. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de aangetroffen soorten. Geconcludeerd wordt dat geen nader ecologisch onderzoek noodzakelijk is. Wel dient rekening te worden gehouden met de gedragscode. De maatregelen dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden (tussen 15 maart en 15 juli) vanwege het nestelen van vogels in de bijgebouwen. Indien er wel in de broedperiode wordt gesloopt dient kort voor de sloop een inspectie door een ecoloog plaats te vinden.
5.5.
Geluid Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) zijn woningen geluidgevoelige bestemmingen. Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar woningen die in een geluidszone vallen. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: woonerven; 30 km/uur-gebieden.
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
37
De breedte van de geluidszone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (stedelijk of buitenstedelijk). In het buitenstedelijk gebied geldt voor een weg met één of twee rijstroken een zone van 250 meter aan weerszijden van de weg. De Utrechtseweg behoort in de zin van de Wet geluidhinder tot het buitenstedelijk gebied. De afstand van de nieuwe woning tot de Utrechtseweg bedraagt ongeveer 380 meter. Er is daarom geen akoestisch onderzoek nodig.
5.6.
Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die "niet in betekenende mate bijdragen" aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO 2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Omdat in het plangebied het aantal woningen met 1 toeneemt, kan worden geconcludeerd dat uit het oogpunt van de "Wet luchtkwaliteit" er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.
5.7.
Externe veiligheid Bij de externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten (bedrijven), transportroutes of buisleidingen. De wetgeving rond externe veiligheid heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het doel wordt vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, route of leiding, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
38
In het Bevi zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Voor bedrijven is de norm voor het Plaatsgebonden risico 10-6. Deze norm komt uitdrukking in een afstand: de PR-contour. De risiconormen geven alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Er is voor gekozen om de norm voor het groepsrisico als oriëntatiewaarde te handhaven, zij het met een nadrukkelijke verantwoordingsplicht. Afbeelding 22: Externe veiligheid (bron: Risicokaart provincie Utrecht), met in de rode cirkel het plangebied.
Uit afbeelding 22 blijkt dat er in de (wijde) omgeving van het plangebied geen gevaarlijke bedrijven aanwezig zijn. In april 2015 is in verband met het buiten gebruik stellen van de LPG-installatie van het benzineservicestation aan de Utrechtseweg 2b een revisievergunning verleend. Derhalve levert dit aspect geen belemmering op voor de ontwikkeling van het plangebied. Er is mogelijk wel invloed van transportroutes. Transportroutes De N224 (Utrechtseweg) is een route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De afstand tussen het plangebied en de N224 is ongeveer 380 meter. De PR-contour ligt hier op de weg, zodat er zeker geen invloed is op het plangebied (bron: Risicokaart provincie Utrecht).
5.8.
Explosieven Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben in en om de gemeente Renswoude diverse gevechtshandelingen plaatsgevonden. Door deze gevechthandelingen zijn aanzienlijke hoeveelheden conventionele explosieven in de bodem achtergebleven. Derhalve is een explosievenonderzoek
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
39
noodzakelijk. Omdat de nieuwe woning is geprojecteerd ter plaatse van nog te slopen bebouwing zal dit onderzoek in combinatie met de sloop van die bebouwing plaatsvinden. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woning zal dit onderzoek ter informatie worden aangeleverd.
5.9.
Bedrijven en milieuzonering De uitvoering van het plan leidt tot milieuwinst voor de directe omgeving, aangezien de emissies van stikstof, (fijn)stof en geur als gevolg van het agrarische bedrijf verdwijnt. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen bedrijven. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt op een afstand van meer dan 300 meter.
5.10. Vormvrije MER-beoordeling Sinds kort zijn er veranderingen opgetreden in de wettelijke bepalingen met betrekking tot milieueffectrapportages (Besluit m.e.r.). Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde voor m.e.r.(-beoordeling) lag en dus geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling dient er een motivering te worden gegeven. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij kan worden geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
40
6.
Juridische planbeschrijving
6.1.
Algemeen Bij het opstellen van het bestemmingsplan is er voor gekozen de planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan zoveel mogelijk aan te laten sluiten (met inachtneming van de Wro) bij het (geconsolideerde) bestemmingsplan Buitengebied. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van de meest recente versie van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De bestemmingen in het voorliggende bestemmingsplan passen binnen de bovengenoemde standaard. De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zo veel mogelijk aan bij het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2010" en bij het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied Renswoude 2010" van de gemeente Renswoude. Het digitale bestemmingsplan is de verzameling van geometrisch bepaalde objecten, die is vervat in een GML-bestand met bijbehorende regels. Dit bestemmingsplan is langs elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar. Het geeft de bestemming en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden aan. De digitale bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand met bijbehorende regels. Met de invoering van het digitale bestemmingsplan bestaat de analoge (papieren) verbeelding formeel niet meer en is het digitale bestand bepalend. In verband met het dagelijks gebruik worden nog wel analoge kaarten gebruikt.
De analoge verbeelding is getekend op een schaal van 1:1.000 en omvat twee kaartbladen. De verbeelding geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.
6.2.
Bestemmingsplan Het digitale bestemmingsplan Engelaar is de verzameling van geometrisch bepaalde objecten, die is vervat in een GML-bestand (NL.IMRO.0339.BP2020Utrechtsew5-vg01) met bijbehorende regels. Dit bestemmingsplan is langs elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar. Het geeft de bestemming en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden aan. Met de invoering van het digitale bestemmingsplan bestaat de analoge verbeelding formeel niet meer. De analoge verbeelding is getekend op een schaal van 1:1000 en omvat twee kaartbladen, genummerd 0339-09-P01/P02. De plankaart geeft de bestemming van de gronden aan.
6.3.
Regels In artikel 1 is een aantal begrippen opgenomen, zodat duidelijk wordt wat onder het bestemmingsplan Buitengebied 2010, het bestemmingsplan Herziening Buitengebied Renswoude 2010 en het Bestemmingsplan Engelaar wordt verstaan.
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
41
In artikel 2 is de verhouding tussen de partiële herziening en het bestemmingsplan vastgelegd. De regels behorende bij het bestemmingsplan zijn onverminderd van toepassing voor de onderhavige partiële herziening, tenzij in het bestemmingsplan Engelaar anders wordt bepaald. De maatvoeringsaanduidingen 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' uit de SVBP2008 is door de inwerkingtreding van SVBP2012 veranderd in 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. Derhalve is artikel 2 ook bepaald dat waar de oude naam van die aanduidingen staat, de nieuwe naam gelezen moet worden. Artikel 3 bevat een aanvulling op de gebruiksregels van de bestemming "Natuur". Daarin is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die bepaalt dat de omgevingsvergunning voor de bouw van de westelijke woning pas mag worden verleend, indien vaststaat dat ter plaatse van de aanduiding 'groen' een dichte groenstrook is gerealiseerd om te voorkomen dat de aanwezige dassenburcht wordt verstoord. Artikel 4 bevat een aanvulling op de bestemming "Wonen". De bouwregels zijn aangevuld met een aanduiding 'bijgebouwen'. In de regels is bepaald dat bijgebouwen uitsluitend in dit aanduidingsgebied en in het bouwvlak mogen worden gebouwd. Voor de bestaande woning is de oppervlakte gemaximeerd op 40 m², omdat deze door de aanwezigheid van de monumentale deel al beschikt over een groot bijbehorend bouwwerk.
Daarnaast zijn de goot- en bouwhoogten in overeenstemming gebracht met het inrichtingsplan. De gronden aan de zuid- en oostzijde van de boerderij, die buiten het agrarisch bouwvlak zijn gesitueerden worden gebruikt als boomgaard/tuin krijgen in het onderhavige bestemmingsplan ook een woonbestemming. Het bestemmingsplan Buitengebied 2010 staat het gebruik van gronden binnen de bestemming "Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - Beekdal " als tuin weliswaar toe (artikel 4.1, lid i), maar dit gebruik dient echter een bij die agrarische bestemming behorende voorziening te zijn. Na de toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling wordt dit gebruik onder het overgangsrecht gebracht. Als de raad gronden onder het overgangsrecht brengt, dient het aannemelijk te zijn dat het gebruik alsnog binnen de planperiode van tien jaar ten einde zal komen. Gelet op het feit dat het niet aannemelijk is dat die gronden voor een agrarisch bedrijf worden gebruikt, is er daarom voor gekozen aan deze gronden een woonbestemming toe te kennen die overeenkomt met het feitelijke en legale gebruik. Die aanpassing ligt in de geest van het vigerende bestemmingsplan. In lid 4.7.1 is immers een vormverandering en in lid 4.7.2 zelfs een vergroting van agrarisch bouwvlak mogelijk. Dat betekent derhalve dat er buiten het bouwvlak uit 2010 wel andere bouw- en gebruiksmogelijkheden kunnen ontstaan.
In dit geval is gekozen voor een vrijwel oppervlakteneutrale aanpassing waarbij de oppervlakte van het bestemmingsvlak met de bestemming "Wonen" iets kleiner is dan het voormalig agrarisch bouwvlak. Ook binnen het PRV is het bestemmen overeenkomstig het toegelaten gebruik niet onaanvaardbaar. Artikel 3.2 van de PRV geeft weliswaar aan dat een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'landelijk gebied' geen bestemmingen en regels voor verstedelijking bevat, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Artikel 3.3 van de PRV bepaalt echter ook dat een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'landelijk gebied' kan voorzien in legalisatie van het bestaand gebruik van en bestaande bebouwing voor stedelijke
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
42
functies, indien voldaan is aan de voorwaarden dat er is gemotiveerd dat tegen dit gebruik en tegen deze bebouwing redelijkerwijs niet meer juridisch kan worden opgetreden, en de legalisatie, op de schaal van het gehele buitengebied van een gemeente, slechts betrekking heeft op enkele gevallen. Het gebruik als tuin van deze gronden is zoals hierboven is aangetoond legaal en kleinschalig op de schaal van de gemeente. De PRV laat derhalve dat artikel toe om die gronden de bestemming "Wonen" te geven. Door de oppervlakteneutrale aanpassing is er per saldo geen sprake van een verdere verstedelijking. In de regels van de partiële herziening is voorts een aantal algemene regels opgenomen. Er is een eigen antidubbeltelbepaling (artikel 4) opgenomen en eigen overgangsrecht (artikel 5). Het opnemen van deze bepalingen is volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor elk plan bestemmingsplan verplicht. Het bestemmingsplan Engelaar is van later datum dan het bestemmingsplan dat wordt herzien, waardoor niet teruggevallen kan worden op de soortgelijke bepalingen uit dat plan. De citeertitel staat tenslotte in artikel 6..
6.4.
Verbeelding De gronden aan de Utrechtseweg die behoren tot het agrarisch bouwvlak maar niet tot de woonpercelen behoren, behouden de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschapswaarde, beekdal" (artikel 4). Het bouwvlak is daarbij van de verbeelding verwijderd. Ook de gronden aan het Laantje van Langelaar behouden de bestemming "Agrarisch" (artikel 3). In dit plandeel is de aanduiding 'veldschuur' van de verbeelding verwijderd. Zowel de bestaande woning als de nieuwe woning en de bijbehorende percelen met erven en tuinen zijn bestemd voor "Wonen" (artikel 6). Ook de voortuin van de boerderij die in het huidige bestemmingsplan ten onrechte niet in het agrarisch bouwvlak is gesitueerd, is in het plangebied opgenomen. Dit perceelsgedeelte behoudt een functie als voortuin en derhalve ligt het niet voor de hand om de agrarische bestemming te handhaven. Binnen het bestemmingsvlak zijn twee bouwvlakken aangegeven. Per bouwvlak mag één woning met een maximale inhoud van 600 m³ worden gerealiseerd. De voormalige boerderij heeft een groter volume. Op grond van de algemene bouwregels in artikel 29, lid 29.2 van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 mag dit volume als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden.
Omdat het bouwvlak voor de nieuwe woning 20 bij 10 meter bedraagt, is er bij de uitwerking van het plan in het bouwplan nog enige vrijheid bij de exacte situering en plattegrond van de nieuwe woning. Bij de nieuwe woning zijn bijgebouwen toegestaan tot een maximumoppervlakte van 80 m². Deze maat is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2010. De deel betreft een aanbouw van de bestaande monumentale boerderij en heeft een oppervlakte van 211 m². Dit is aanzienlijk groter dan voor bijbehorende bouwwerken gebruikelijk is. Om de toekomstige eigenaar van dit perceel enige flexibiliteit te bieden, is op de verbeelding een aanduiding aangegeven zodat op het perceel 40 m² aan bijgebouwen is toegestaan.
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
43
De meanderende beekloop van de Luntersche Beek heeft de bestemming "Water".
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
44
7.
Uitvoerbaarheid
7.1.
Economische uitvoerbaarheid Conform artikel 6.12. lid 1 Wro dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bouwplan gerealiseerd wordt. Volgens artikel 6.2.1. van het Bro wordt hier in ieder geval de bouw van één of meerdere hoofdgebouwen onder verstaan. Voor het plangebied zal derhalve in principe een exploitatieplan vastgesteld dienen te worden. Conform artikel 6.12. lid 2 Wro kan de gemeenteraad besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluiten begrepen gronden anderszins verzekerd is. Het plan wordt gerealiseerd door een particuliere initiatiefnemer. Uit de (globale) exploitatieberekeningen blijkt dat het onderhavige bestemmingsplan financieel uitvoerbaar is. De gemeente Renswoude zal een anterieure exploitatieovereenkomst sluiten met deze initiatiefnemer. In deze exploitatieovereenkomst heeft de gemeente Renswoude het kostenverhaal geregeld. Het kostenverhaal is hierdoor anderszins verzekerd. Derhalve hoeft geen exploitatieplan vastgesteld te worden bij vaststelling van het bestemmingsplan door de raad van de gemeente Renswoude. In de anterieure overeenkomst zal ook het inrichtingsplan worden opgenomen, omdat daarin de landschappelijke inrichting is vastgelegd.
7.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft vanaf 1 juli 2020 gedurende zes weken ter visie gelegen. Daarbij is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze kenbaar te maken. Van die mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. 7.2.2. Ambtshalve wijzigingen Naar aanleiding van de beoordeling van de ODRU is een Verkennend asbest in bodemonderzoek uitgevoerd, het ecologisch onderzoek geactualiseerd en archeologisch onderzoek uitgevoerd. De toelichting is in verband hiermee aangepast. Op verzoek van de landschapsdeskundige is het Inrichtingsplan Landgoed Engelaar, dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd, aangepast tot een Beeldkwaliteit- en Inrichtingsplan Landgoed Engelaar. Op verzoek van het Waterschap Vallei en Veluwe heeft de meanderende beekloop van de Luntersche Beek de bestemming "Water" gekregen.
Vastgesteld Gemeente Renswoude - Bestemmingsplan Landgoed Engelaar
Regels
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Relatie bestemmingsplan Buitengebied 2010 - bestemmingsplan
3 3 4
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Aanvulling gebruiksregels bestemming "Natuur" Aanvulling bouwregels bestemming "Wonen"
5 5 6
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
7 7
Hoofdstuk 4 Artikel 6 Artikel 7
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
8 8 9
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan Landgoed Engelaar
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan het bestemmingsplan "Landgoed Engelaar" met identificatienummer NL.IMRO.0339.BP2020Utrechtsew5-vg01 van de gemeente Renswoude;
1.2
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
bestemmingsplan Buitengebied 2010 het bestemmingsplan Buitengebied 2010 met identificatienummer NL.IMRO.0339.BP2010buitengebied-vg01 van de gemeente Renswoude;
1.4
bestemmingsplan Herziening Buitengebied Renswoude 2010 het bestemmingsplan 'Herziening Buitengebied Renswoude 2010' van de gemeente Renswoude met identificatienummer NL.IMRO.0339.BPherzbuitengebied-vg01 van de gemeente Renswoude.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan Landgoed Engelaar
4
Artikel 2 Relatie bestemmingsplan Buitengebied 2010 bestemmingsplan De regels behorende bij het bestemmingsplan Buitengebied 2010 alsmede voor zover van toepassing de regels behorende bij het bestemmingsplan Herziening Buitengebied Renswoude 2010 zijn onverminderd van toepassing voor het onderhavige bestemmingsplan, tenzij in dit bestemmingsplan anders wordt bepaald, met dien verstande dat de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' in het bestemmingsplan Buitengebied 2010 in de onderhavige partiële herziening wordt aangeduid als 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan Landgoed Engelaar
5
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Aanvulling gebruiksregels bestemming "Natuur"
Aanvulling gebruiksregels Artikel 12, lid 12.4 van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 wordt aangevuld met een lid 12.4.1: 12.4.1 Voorwaardelijke verplichting De omgevingsvergunning voor de bouw van de westelijke woning mag pas worden verleend, indien vaststaat dat ter plaatse van de aanduiding 'groen' een dichte groenstrook is gerealiseerd om te voorkomen dat de aanwezige dassenburcht wordt verstoord.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan Landgoed Engelaar
6
Artikel 4 4.1
Aanvulling bouwregels bestemming "Wonen"
Aanvulling bouwregels Artikel 19, lid 19.2.1 van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 wordt het aangevuld met een lid k, l en m: k.
in afwijking van het bepaalde onder d bedraagt: 1. de maximum goothoogte van hoofdgebouwen niet meer dan 3 meter; 2. de maximum bouwhoogte van hoofdgebouwen niet minder dan 5,5 en niet meer dan 6,5 meter; l. in afwijking van het bepaalde onder e mogen bijgebouwen uitsluitende binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; m. in afwijking van het bepaalde onder g bedraagt de maximum bouwhoogte en overkappingen van bijgebouwen niet meer dan 5 meter.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan Landgoed Engelaar
7
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan Landgoed Engelaar
8
Hoofdstuk 4 Artikel 6 6.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 6.1, sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 6.1, sub a met maximaal 10%. c. Lid 6.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
6.2
Overgangsrecht gebruik a.
Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 6.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 6.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 6.2, sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan Landgoed Engelaar
9
Artikel 7
Slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald als Regels Bestemmingsplan "Landgoed Engelaar".
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan Landgoed Engelaar
Analoge verbeelding
Plangebied Plangebiedsgrens 423
277
Bestemmingen Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - Beekdal AW-LW-BD
185
AW-LW-BD
Natuur N
m 40
Water
[bg]
WA
5
(g)
W Wonen W
480
N
358
WR-A-2 Waarde - Archeologie - 2 WR-A-2
Waarde - Archeologie - 3 WR-A-3
Aanduidingen (g)
groen
bouwvlak 355
[bg]
WR-A-2
m
366
250
bijgebouwen
maximum oppervlakte (m2)
N 353
N
Verklaringen
WA WR-A-3 N
BGT en kadastrale gegevens
392
WR-A-2 354
WR-A-3
365
393
N
WR-A-2 376
357
484
391
WA
373
Gemeente Renswoude
N 482
Bestemmingsplan Landgoed Engelaar analoge verbeelding
377
4 6a
4 6
bu
485
483 449 54
projectnummer:
0339-09
tekeningnummer:
0339-09-P01
IDN:
bureau voor ruimtelijke ordening en advies
NL.IMRO.0339.BP2020Utrechtsew5-vg01
datum: april 2021
schaal:
1:2000
status:
formaat: A2
334
Brabantsestraat 17 3812 PJ Amersfoort
telefoon 033 465 45 31 e-mail info@bu-ro.nl
vastgesteld
Plangebied Plangebiedsgrens
Bestemmingen 592
Agrarisch A 512
Waarde - Archeologie - 3 WR-A-3
Verklaringen BGT en kadastrale gegevens
WR-A-3
A
157
Gemeente Renswoude Bestemmingsplan Landgoed Engelaar analoge verbeelding
1109
bu 3812 PJ Amersfoort
0339-09
tekeningnummer:
0339-09-P02
IDN:
bureau voor ruimtelijke ordening en advies Brabantsestraat 17
projectnummer:
NL.IMRO.0339.BP2020Utrechtsew5-vg01
datum: april 2021
schaal:
1:2000
status:
formaat: A3
telefoon 033 465 45 31 e-mail info@bu-ro.nl
vastgesteld