Ontwerpbegroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024
Tekst van het document
4.4
Onderhoud kapitaalgoederen
Ten aanzien van de in de BBV genoemde kapitaalgoederen zijn de gebouwen, inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal van toepassing op onze organisatie. 4.4.1 Kapitaalgoederen Conform artikel 59 van de BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar opvolgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat activering plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. In de Nota Activabeleid VRU zijn alle uitgangspunten opgenomen. De VRU heeft drie brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kosten voor rente en afschrijving worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen. Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteren wij een meerjarig investeringsplan, welke jaarlijks wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren.
Tezamen met het meerjaren investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting.
55
4.4.2 Onderhoud gebouwen en installaties Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het Provinciehuis en dit betreft huur. Het onderhoud voor deze locatie is daarmee onderdeel van de servicekosten die wij naast de huursom aan de provincie Utrecht betalen. De kosten voor het beheer en onderhoud van de decentrale huisvestingen en de brandweerkazernes zijn voor rekening van de gemeenten. 4.4.3 Onderhoud materieel Het Bedrijf Preparatie Brandweer is ingericht binnen het organisatieonderdeel Brandweer. Hiermee borgen we dat we beschikken over vakbekwaam repressief personeel en daarnaast over voldoende en inzetbaar materieel en gereedschappen voor de uitvoering van onze operationele taak. Onderhoud van het materieel vindt plaats door een centraal aangestuurde afdeling Materieel & Logistiek.
4.5
Financiering
4.5.1 Financieringsportefeuille Wij zijn externe financiering overeengekomen bij: ▪ ▪ ▪
Gemeente Amersfoort (onderhandse lening) Bank Nederlandse gemeenten (BNG Bank) De Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank)
In tabel 28 wordt het verloop en de hoogte van de huidige leningen weergegeven. Tabel 28 Leningenportefeuille Bedragen x € 1.000
Saldo 31-12-2023
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
Saldo 31-12-2026
Saldo 31-12-2027
Saldo 31-12-2028
13 318 331
10 265 275
7 212 218
3 159 162
106 106
106 106
BNG l eni ng 40.106325 BNG l eni ng 40.106326 BNG l eni ng 40.116478 BNG l eni ng 40.116479 Onderhandse lening Bank BNG
2.000 7.200 10.000 19.200
1.333 6.800 9.000 10.000 27.133
667 6.400 8.000 9.500 24.567
6.000 7.000 9.000 22.000
5.600 6.000 8.500 20.100
5.600 5.000 8.000 18.600
NWB Ba nk l eni ng NK/1-29713 NWB Ba nk l eni ng NK/1-30919 Lening Nederlandse Waterschapsbank
15.000 15.300 30.300
14.000 14.450 28.450
13.000 13.600 26.600
12.000 12.750 24.750
11.000 11.900 22.900
11.000 11.900 22.900
Totale vaste schulden
49.831
55.858
51.385
46.912
43.106
41.606
Type lening 13-10-1997/30 jr 6,05% l i nea i r 14-07-1999/30 jr 5,43% l i nea i r Onderhandse lening Gemeente Amersfoort
56
Bij BNG Bank is een rekening-courantfaciliteit beschikbaar ter grootte van € 3 miljoen om te voorzien in de kortlopende financieringsbehoefte. Wat betreft de financieringsbehoefte zijn voor de financiering van de nieuwe investeringen in het najaar van 2023 en het voorjaar van 2024 twee nieuwe leningen aangetrokken met respectievelijk een looptijd van tien en twintig jaar in lijn met de afschrijvingsduur van de investeringen in activa. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de geplande investeringen in 2024 en 2025.10 4.5.2 Risicobeheer Om de risico’s van het treasurybeleid te beheren zijn er normen vastgesteld in de Wet Fido. Deze normen bestaan uit een: - Kasgeldlimiet - Renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximum bedrag zien waarop een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming. Voor 2024 bedraagt de limiet 8,2% van € 134 miljoen (omvang begroting) = € 11 miljoen. De liquide middelen bestaan uit rekening-courant tegoeden en deposito’s. Per kwartaal controleren wij de kasgeldlimiet. De ruimte die de kasgeldlimiet biedt, wordt zoveel mogelijk benut. De reden hiervoor is dat kort geld aanzienlijk goedkoper is dan lang geld.
Indien nodig worden langlopende leningen aangegaan om een overschrijding van de kasgeldlimiet tegen te gaan. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op korte termijn maatregelen voor te stellen. Tabel 29 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet
2024
2025
2026
2027
2028
Norm % begrotingstotaal
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
10.972
10.057
10.059
10.097
10.113
Kasgeldlimiet
Renterisiconorm De renterisiconorm wil het renterisico bij herfinanciering beheersen. Dat houdt in, dat de jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. De renterisiconorm zal binnen het vastgestelde percentage van 20% blijven.
10 De investeringsplanning wordt jaarlijks in mei geactualiseerd.
57
4.5.3
Verloop reserves
Hierna een overzicht met het verloop van de reserves zoals dit tot en met ultimo 2025 wordt voorzien.11 Tabel 32 Reserves 2024 en 2025 Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Resultaat- Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde 31-12-2023 bestemming 2024 2024 31-12-2024 2025 2025 31-12-2025 2023
Bedrijfsvoeringsreserve Algemene reserves
1.409 1.409
-
-
1.409 1.409
-
-
1.409 1.409
Egalisatiereserve kapitaallasten Egalisatiereserve FLO overgangsrecht Egalisatiereserve tweede loopbaan Ontwikkel- en egalisatiereserve Bestemmingsreserve meldkamer Bestemmingsreserve omgevingswet Bestemmingsreserves
17.904 1.077 1.187 1.149 1.053 30 22.400
2.508
2.508
788 64 164 1.016
195 58 3.396 678 30 4.357
18.497 1.141 1.293 261 375 21.567
268 64 170 502
333 100 300 733
18.433 1.205 1.464 161 75 21.336
Totaal reserves
23.809
2.508
1.016
4.357
22.976
502
733
22.745
4.5.3.1 Bedrijfsvoeringsreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct gevolgen heeft voor de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. De schommelingen die optreden kunnen worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.6.1). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,2% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). 4.5.3.2 Egalisatiereserve kapitaallasten Via het meerjarig investeringsplan wordt gestuurd op een meerjarig evenwicht tussen de begrote en gerealiseerde kapitaallasten (afschrijving en rente). Om de kosten van afschrijving en rente over de jaren te egaliseren wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve. Tekorten op de kapitaallasten worden aan deze reserve onttrokken. Overschotten worden aan deze reserve gedoteerd. Boekwinst (opbrengst activa) of –verlies (versnelde afschrijving) bij afstoten van activa wordt ten gunste of ten laste van de exploitatie gebracht en vervolgens via een dotatie/onttrekking gemuteerd in de reserve egalisatie kapitaallasten. Via de egalisatiereserve kapitaallasten creëren we rust in de VRU-begroting en voorkomt dit sterke mutaties in de gemeentelijke bijdragen.
4.5.3.3 Egalisatiereserve FLO-overgangsrecht De egalisatiereserve ‘FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLOovergangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Hiermee wordt een (structurele of incidentele) stijging van de gemeentelijke bijdrage voorkomen en ontstaat een beperkte buffer om fluctuaties
11 De mutaties in reserves kunnen voordat de begroting definitief wordt vastgesteld nog wijzigen als gevolg van saldoneutrale
begrotingswijzigingen.
58
die het gevolg zijn van de afspraken in het FLO-overgangsrecht in meerjarig perspectief op te vangen. 4.5.3.4 Egalisatiereserve tweede loopbaanbeleid Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is ‘tweede loopbaanbeleid’ geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de egalisatiereserve tweede loopbaan gevormd. In de begroting is structureel budget beschikbaar voor de kosten voor onder andere om-/bijscholing en vervanging. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid fluctueren en worden jaarlijks met deze reserve verrekend. Vanwege een vierjarig landelijk onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid van mensen in een repressieve brandweerfunctie, mede in het licht van het tweede loopbaanbeleid verwachten wij voor 2024 geen significante stijging van de kosten voor het tweede loopbaanbeleid. 4.5.3.5 Ontwikkel- en egalisatiereserve Het algemeen bestuur heeft bij aanvang van de vorige beleidsperiode een besluit genomen om een ontwikkel- en egalisatiereserve in te stellen die gevoed kan worden met positieve rekeningresultaten. De ontwikkel- en egalisatiereserve heeft tot doel om fluctuaties en (incidentele) verhogingen van de gemeentelijke bijdragen zoveel als mogelijk te voorkomen (egalisatiefunctie). Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en in de bijdrage van de gemeenten.
De middelen uit de reserve zijn bestemd voor: - Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids-)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit de bestuursagenda of structurele efficiencyvoordelen te realiseren; - Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. Spelregels ontwikkel- en egalisatiereserve Bij het instellen van de reserve zijn de volgende spelregels vastgesteld over de besteding en verantwoording van de middelen: ▪ ▪
▪
▪ ▪
De besteding van de middelen uit de reserve is uitsluitend voorbehouden voor aanwending gekoppeld aan de doelen van de reserve; De onttrekking aan de reserve voor een in de begroting opgenomen incidentele (beleids)activiteit mag nooit meer bedragen dan het bedrag dat daadwerkelijk in een boekjaar is besteed; Bij uitloop van een project, het doorschuiven van een project naar een volgend boekjaar, of in het geval van meerjarige projecten zal het niet bestede budget teruggestort worden in de egalisatiereserve voor besteding aan dat project in een volgend boekjaar; De activiteiten die worden ondernomen met dekking uit deze ontwikkel- en egalisatiereserve zullen worden gepland en beschreven in de begroting en verantwoord in de jaarstukken. Bij de begroting wordt een apart overzicht opgesteld van de mutaties in de reserve, zodat de gemeenten jaarlijks in één oogopslag kunnen zien waar de middelen voor worden ingezet en wat de totale omvang van de reserve is per balansdatum (maximaal € 1,8 miljoen).
Mutaties ontwikkel- en egalisatiereserve
59
Tabel 33 Inzet middelen ontwikkel- en egalisatieserve Bedragen x € 1.000
Totaal Resultaat bestemming
Ontwikkel- en egalisatiereserve
2024
2025
Beginsaldo (1-1)
1.149
261
Toevoeging vanuit rekeningresultaat 2023
2.508
-
2.508
Totaal toevoegingen
2.508
-
2.508
Diverse posten (digitalisering/ interactieve publicatie P&C/ duurzaamheid)
-194
-
Aanschaf blushandschoenen (vertraagde levering)
-125
-
Calamiteitencoördinator (Caco)
-165
-
Brandweerzorg Amersfoort
-504
-
Subtotaal onttrekkingen op basis van eerdere besluitvorming
-988
-
Ontwikkelactiviteiten uitvoering Bestuursagenda
-350
-
-350
Versterking crisisbeheersing (activiteiten gedekt uit extra BDUR 2023)
-284
-
-284
Subtotaal onttrekkingen voor doorlopende activiteiten 2023 → 2024
-634
-
-634
Versterking digitale veiligheid
-292
-
-292
Veilige energietransitie
-325
-
-325
Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing, aandeel gemeenten
-250
-
-250
Vakbekwaamheid brandweer
-550
-100
-650
Verbeteren arbeidsveiligheid: onderwaterdrone
-232
-
-232
Uitwerking scenario's huisvesting
-125
-
-125
Subtotaal onttrekkingen op basis van inzet via resultaatbestemming
-1.774
-100
-1.874
Totaal onttrekkingen
-3.396
-100
-2.508
261
161
-
Onttrekkingen op basis van eerdere besluitvorming
Onttrekkingen voor doorlopende activiteiten 2023 → 2024
Onttrekkingen op basis van inzet via resultaatbestemming
Eindsaldo (31-12)
Doorlopende activiteiten Een aantal activiteiten die volgens de begroting in 2023 gepland waren kennen in de realisatie een doorloop naar 2024. Dit betreft voor € 0,3 miljoen (project)activiteiten voor de versterking van de crisisorganisatie die worden bekostigd uit de daarvoor bestemde (verhoging van de) rijksbijdrage. De overige € 0,3 miljoen betreft voornamelijk een aantal ontwikkelactiviteiten met betrekking tot de uitvoering van de bestuursagenda. Ontwikkelingen en financiële knelpunten De ontwikkel- en egalisatiereserve is ingesteld om kosten te dekken die voortvloeien uit exogene factoren of incidentele/projectmatige (beleids)activiteiten met betrekking tot de bestuursagenda. Dit voorkomt incidentele verhogingen of teruggaven van de gemeentelijke bijdragen en leidt zo tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en de bijdrage van de gemeenten. In dit kader wordt een storting in de ontwikkel- en egalisatiereserve voorgesteld voor een aantal exogene ontwikkelingen en financiële knelpunten om de huidige taakuitvoering te continueren en de arbeids- en digitale veiligheid te verbeteren. Deze onderwerpen zijn ook opgenomen in de
60
begrotingskaders. Door de inzet van een deel van het rekeningresultaat wordt een incidentele stijging van de gemeentelijke bijdrage in 2024 en 2025 voorkomen ten aanzien van: ▪ Versterking digitale veiligheid (€ 0,3 miljoen) ▪ Veilige energietransitie (€ 0,3 miljoen) ▪ Natuurbrandbeheersing, aandeel gemeenten (€ 0,25 miljoen) ▪ Vakbekwaamheid brandweer (€ 0,65 miljoen) ▪ Arbeidsveiligheid: pilot onderwaterdrone (€ 0,2 miljoen) ▪ Uitwerking scenario’s huisvesting (€ 0,1 miljoen) Hieronder volgt een nadere toelichting per onderwerp. Versterking digitale veiligheid Als gevolg van digitalisering wordt voortdurende aandacht voor digitale veiligheid steeds belangrijker. De bescherming van vitale infrastructuur is ook noodzakelijk vanwege de toenemende dreiging. Het afgelopen jaar heeft de VRU de organisatie op dit gebied structureel versterkt. Voor deze structurele versterking van de informatiebeveiliging van circa € 0,2 miljoen is dekking gevonden binnen de bestaande begroting. Doordat de VRU bij diverse landelijke crises een steeds zichtbaarder rol heeft, is de VRU een aantrekkelijk doelwit geworden voor cyberaanvallen. Om aanvallen te voorkomen werken we met andere veiligheidsregio’s samen aan een gezamenlijke oplossing voor het inrichten van een landelijke voorziening voor monitoring en support bij cyberaanvallen. Dit wordt alleen niet op korte termijn gerealiseerd.
Om deel te kunnen nemen aan de landelijke voorziening voor monitoring en support bij cyberaanvallen zijn aanvullende structurele middelen nodig. Op dit moment is de omvang daarvan nog niet duidelijk. In de loop van 2024 wordt hierover meer duidelijkheid verwacht. Gezien de huidige dreiging en noodzaak voor een goede bescherming van onze vitale infrastructuur hebben we als regio zelf een aantal (overbruggings)maatregelen getroffen. De meest belangrijke daarvan is de 24/7- monitoring en support via een externe service. De kosten daarvoor bedragen € 0,2 miljoen per jaar. Hiervoor is binnen de begroting geen structurele dekking aanwezig. Daarnaast wordt gewerkt aan een inhaalslag om te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit wordt zoveel mogelijk gerealiseerd binnen de begroting, maar dit lukt niet volledig. Voor 2024 is hiervoor een aanvullende investering van € 0,1 miljoen nodig. Voorgesteld wordt om deze kosten voor 2024 incidenteel te dekken uit het rekeningresultaat 2023. Veilige energietransitie De energietransitie is een overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie, windenergie en waterstof. In de provincie Utrecht zien we een groeiend aantal initiatieven op het gebied van duurzame energie, zoals zonneparken, windmolenparken en waterstofproductie-installaties.
Hoewel dit positieve stappen zijn naar een duurzame toekomst, brengen ze ook nieuwe veiligheidsrisico's met zich mee. Ondanks de (landelijke en regionale) preventieve inspanningen zullen er incidenten plaatsvinden. Om veilig en doelmatig op te kunnen treden is het belangrijk dat de juiste kennis, kunde en
61
materieel aanwezig is. Om dit te realiseren zijn de komende periode extra middelen nodig om deze nieuwe risico’s in opleiding en oefenprogramma’s te verwerken en bijbehorende oefen- en ensceneringsmiddelen te introduceren. De incidentele kosten voor 2024 zijn begroot op 325K. Door de inzet van het rekeningresultaat kan op dit thema een belangrijke impuls worden gegeven aan de vakbekwaamheid en arbeidsveiligheid van onze mensen. Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing, aandeel gemeenten Door de klimaatontwikkeling wordt het warmer en droger in Nederland. Zoals in het Regionaal Risicoprofiel VRU 2023 staat, neemt hierdoor de kans op natuurbranden toe en zullen die zich door de droogte en de verandering van vegetatie - sneller uitbreiden. Ook door het intensiever gebruik van de natuur neemt het risico op een natuurbrand toe. Deze branden zijn door hun omvang voor de brandweer steeds moeilijker te bestrijden. Natuurbrandbeheersing en -bestrijding krijgen steeds meer aandacht. Vanwege het intensieve gebruik van natuurgebieden in onze regio is dat ook meer dan terecht. De inspanningen van de VRU zijn erop gericht om te voorkomen dat natuurbranden ontstaan of onbeheersbaar worden. Belangrijke elementen in het voorkomen van een onbeheersbare natuurbrand zijn een vroegtijdige ontdekking in combinatie met snelle interventiemogelijkheden en adequate slagkracht.
Om de kans op een onbeheersbare natuurbrand te minimaliseren, is het verder noodzakelijk dat de relevante risico-houdende stakeholders in die betreffende gebieden zich van het risico bewust zijn en zich mede verantwoordelijk voelen voor continuïteit en veiligheid. Daarbij is het belangrijk dat zij - onder regie van de gemeente - bereid zijn gezamenlijk risico-reducerende maatregelen treffen. Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur op 3 juli 2023 is ingestemd met de Visie Natuurbrandbeheersing. Naast het verbeteren van de bestrijding van natuurbranden wordt nadrukkelijk ingezet op het versterken van de preventieve maatregelen. De uitvoering hiervan is inmiddels gestart in de vorm van een gebiedsgerichte aanpak, in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. Hierin hebben de gemeenten en de VRU naast de gezamenlijke verantwoordelijkheid elk ook een eigen aandeel. De inzet van personele capaciteit vanuit VRU en de kosten voor de risicocommunicatie worden gedekt binnen de begroting van de VRU. Voor het aandeel van de gemeenten blijkt aanvullende projectcapaciteit en expertise nodig. Voorgesteld wordt om de kosten van € 0,25 miljoen voor de ondersteuning van de gemeenten tijdens de pilotfase in 2024 te dekken uit het rekeningresultaat 2023.
Hiermee wordt de voortgang van de aanpak geborgd en wordt voorkomen dat de gemeenten dit individueel moeten organiseren en bekostigen. Vakbekwaamheid brandweer Het brandweervak wordt steeds veelzijdiger. Incidenten worden complexer en risico’s nemen toe. Om onze brandweermensen goed voor te bereiden op de praktijk is de basis brandweeropleiding (manschap 2.0) landelijk vernieuwd. Door meer praktijkmomenten (training en toetsing) in de opleiding stijgen de kosten daarvan. Daarnaast wordt de VRU geconfronteerd met een significante toename van de kosten van oefencentra (ca 30% voor een tweedaagse training en 48% voor een ééndaagse training). Ook stijgen de kosten voor chauffeursopleidingen. Door een sneller personeelsverloop moeten jaarlijks meer bevelvoerders en chauffeurs worden opgeleid.
62
Door de hiervoor genoemde ontwikkelingen stijgen de vakbekwaamheidskosten met circa € 0,45 miljoen per jaar. Het investeren in de vakbekwaamheid en veiligheid van onze brandweermensen draagt bij aan de toekomstbestendige brandweerzorg, maar dit kan niet zonder meer binnen de bestaande begroting worden opgevangen. In de komende periode wordt landelijk een nieuwe elektronische leeromgeving (ELO) in gebruik genomen. Voor de repressieve opleidingen wordt de ELO gebruikt als opleidingsvolgsysteem. Daarnaast gebruikt het repressief personeel de ELO als database om vakbekwaam te blijven. In de transitieperiode is het nodig de oude en de nieuwe ELO parallel aan elkaar te gebruiken, totdat het nieuwe systeem bewezen goed werkt. Hierbij ontstaan extra (applicatie)kosten. Daarnaast is regionaal extra capaciteit nodig voor de migratie van gegevens. Naar verwachting bedragen de extra kosten circa € 0,2 miljoen per jaar. Zoals aangekondigd in de begrotingskaders wordt de komende periode onderzocht welke structurele investeringen in de vakbekwaamheid van de brandweer nodig zijn en hoe dit past binnen de bestaande activiteiten en begroting. Ook vanuit het oogpunt van de belasting van onze brandweervrijwilligers, kijken we vooral naar hoe het anders en slimmer kan. Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van simulaties (virtual reality) of andere oefenvormen.
Ook kijken we naar wat gecombineerd of juist meer modulair kan worden aangeboden om het behapbaar te houden voor onze brandweermensen. Hierbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de landelijke vernieuwing van het brandweeronderwijsstelsel en het verkennen van samenwerkingen met andere veiligheidsregio’s op het gebied van het beter en efficiënter oefenen, trainen en opleiden van ons repressieve personeel. Om de vakbekwaamheid van het brandweerpersoneel op niveau te houden wordt voorgesteld om de stijging van de vakbekwaamheidskosten voor 2024 te dekken uit het rekeningresultaat 2023. Verbetering arbeidsveiligheid: onderwaterdrone Onderdeel van onze bestuursagenda is het vergroten van veiligheid voor onze brandweermensen in onveilige situaties. Dit doen wij bijvoorbeeld met innovatieve oplossingen, zoals de onderwaterdrone. Brandweerduikers lopen gezien de aard van het werk (onverwacht, geen mogelijkheid voor verkenning en onder alle omstandigheden) hoge risico’s. Door voldoende training, het toepassen van voornamelijk standaardprocedures en het gebruik van de juiste arbeidsmiddelen worden deze risico’s zoveel mogelijk gereduceerd. In deze pilot wordt onderzocht welke bijdrage een onderwaterdrone levert aan de veiligheid van de duikers en het vergroten van de slagkracht. De onderwaterdrone kan modulair worden aangevuld met sonar, video en grijparm.
Deze op afstand te bedienen onderwaterrobot kan door één persoon bediend worden en kan onder zware omstandigheden (scheepvaart, ijs, diepte, vervuiling, objecten) veilig worden ingezet. De pilot vergt een eenmalige investering van € 0,2 miljoen. Uitwerking scenario’s huisvesting In de huidige situatie worden de brandweerposten om niet ter beschikking gesteld aan de VRU door de gemeenten. De gemeenten en de VRU werken gezamenlijk aan een visie op de organisatie van de huisvesting. Hiervoor is een gezamenlijke verkenning uitgevoerd op basis van een aantal
63
bestuurlijke uitgangspunten12. Dit heeft geleid tot drie scenario’s. Op 6 november 2023 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven om deze drie scenario’s uit te werken. De uitwerking van de scenario’s vergt specialistische capaciteit die niet beschikbaar is binnen de organisatie van de VRU. De beschikbare capaciteit binnen de gemeenten is ook beperkt. Daarom zijn incidentele middelen nodig om deze gezamenlijke opdracht te kunnen uitvoeren. De kosten voor de procesbegeleiding en (financiële) uitwerking van de scenario’s worden geraamd op € 0,25 miljoen. Het aandeel van de VRU wordt gedekt binnen de begroting. Voor het aandeel van de gemeenten wordt voorgesteld om het rekeningresultaat 2023 in te zetten. 4.5.3.6 Bestemmingsreserve meldkamer Vanaf april 2025 moet de meldkamerfunctie brandweer en multidisciplinaire opschaling van de regio’s Utrecht en Flevoland & Gooi en Vechtstreek samengevoegd en operationeel zijn als onderdeel van de Meldkamer Midden-Nederland. Middels deze reserve worden de door het Rijk en de Nationale Politie toegekende middelen ingezet als dekking voor de project- en frictiekosten voorafgaand aan de ingebruikname. 4.5.3.7 Bestemmingsreserve omgevingswet De omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden.
De middelen uit deze reserve worden in 2024 ingezet voor de herinrichting van processen en het zaaksysteem en voor opleidingen inzake de uitvoering van de omgevingswet.
4.6
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken. 4.6.1 Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 4.6.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2024 € 0,97 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,41 miljoen (zie tabel 34)]. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) per 1 januari 2024 groter dan 1 (1,5). Hierbij moet worden opgemerkt dat het risico in relatie tot de gevolgen van de implementatie van het landelijk programma (inzake verplichtend karakter brandweervrijwilligers) in de voorliggende begroting als pm-post is opgenomen, omdat het risico nog niet kwantificeerbaar is. De VRU monitort de risico’s en informeert het algemeen bestuur en gemeenten over relevante ontwikkelingen. Als daar aanleiding voor is worden eventuele financiële consequenties voorgelegd aan het algemeen bestuur en de gemeenten.
12 Bestuurlijke uitgangspunten: a) Visie op huisvesting is toekomstbestendig, b) Het sociaal kapitaal en de maatschappelijke waarden van de
(gemeenten binnen de) VRU in de lokale samenleving worden meegenomen, c) Huisvesting is ondersteunend aan de taakuitvoering en d) de huisvestingslasten worden evenredig verdeeld.
64
Tabel 34 Weerstandscapaciteit Bedragen x € 1.000
Bijdrage GBTP
2024
2025
Bedrijfsvoeringsreserve per 1 januari
1.409
1.409
Totaal weerstandscapaciteit
1.409
1.409
4.6.2 Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de begroting. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht. Tabel 35 Risico-inventarisatie Bedragen x € 1.000
Nr.
Benodigde weerstandscapaciteit
1 2
Omgevingswet Implementatie van het (landelijke) programma ‘Toekomstbestendige brandweer’ inzake verplichtend karakter brandweervrijwilligers Overeenkomsten van opdracht voor eigen personeel (OVO's) CAO Regeling voor vervroegd uittreden (RVU) Overige (onvoorziene) exploitatierisico's
3 4 5
Totaal
Effect
Kans
Bedrag risico
200-500 pm
50% 25%
175 pm
465 195
25% 50%
116 98 583 971
4.6.2.1 Omgevingswet Na een flinke vertraging is de omgevingswet per 1 januari 2024 ingevoerd. Het Rijk en de bestuurlijke partners hebben afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal wordt ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Om de financiële gevolgen na invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) te kunnen volgen heeft onderzoeksbureau Cebeon een landelijk monitoringsmodel ontwikkeld. In 2020 heeft Cebeon in opdracht van het NIPV onderzoek gedaan naar de verwachte structurele meerkosten voor veiligheidsregio’s als gevolg van de stelselherziening Omgevingsrecht. Deze stelselherziening omvat zowel de Omgevingswet als de Wkb. De veiligheidsregio’s hebben geen extra middelen gekregen vanuit de rijksoverheid voor de structurele gevolgen van de stelselherziening. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden nu geschat op € 0,2 tot 0,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten).
Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog
65
moet om deze complexe aanvragen te behandelen. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op gemiddeld (50%). Nu de omgevingswet is ingevoerd zullen de consequenties meer concreet worden. De inschatting van het risico is gericht op 2024. Uitgangspunt blijft dat de (structurele) meerkosten worden vergoed door het Rijk. De dekking van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. 4.6.2.2 Verplichtend karakter brandweervrijwilligers Europese wetgeving (deeltijdrichtlijn) duidt erop dat vrijwilligers als deeltijdwerkers beschouwd moeten zodra sprake is van een verplichtend karakter. Binnen onze regio wordt op een aantal plaatsen gewerkt met roosters, piketten en kazernering van vrijwilligers. Landelijk wordt overlegd over een implementatieplan en de randvoorwaarden om tot implementatie over te kunnen gaan (aanpassing van de arbeidstijdenwetgeving en beschikbaarheid van aanvullende financiële middelen). Ondertussen blijft het risico bestaan dat op grond van de Europese regelgeving aanspraak wordt gemaakt op de deeltijdrichtlijn.
Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de uitwerking van het implementatieplan voor het 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen. Op het moment dat het landelijke plan van aanpak beschikbaar komt gaan we dit vertalen naar de specifieke situatie in onze regio. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele meerkosten door het Rijk (als stelselverantwoordelijke) worden betaald. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op klein (25%). Het betreft hier een langlopend risico waarbij we wachten op de uitkomsten van het landelijk overleg. 4.6.2.3 Overeenkomsten van opdracht voor eigen personeel Verschillende werkzaamheden worden op basis van een overeenkomst van opdrachten (OvO’s) uitgevoerd. Dit betreft voornamelijk instructiewerkzaamheden en de logistieke ondersteuning van de brandweer. De OVO’s worden meestal verstrekt aan eigen medewerkers, bijvoorbeeld beroeps brandweerkrachten die op basis van een OVO instructiewerkzaamheden verrichten. Gelet op de aard en de omstandigheden van de werkzaamheden bestaat het risico dat - ondanks de toepassing van de modelovereenkomst (inhuur) - feitelijke sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Dit kan arbeidsvoorwaardelijke en fiscale consequenties hebben13.
De werkwijze met OvO’s wordt - met name ten aanzien van instructiewerkzaamheden - ook gehanteerd bij andere veiligheidsregio’s. In het perspectief van het opheffen van het handhavingsmoratorium op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) in 2025 is het zaak om duidelijkheid te krijgen over hoe de arbeidsrelatie zich kwalificeert voor (in ieder geval) de loonheffingen. Dit doen we bij voorkeur in landelijk verband.
13 in het geval van een dienstbetrekking moet de werkgever loonheffingen en premies inhouden en afdragen. Daarnaast moet de werkgever
loon doorbetalen bij ziekte en vakantie en zijn de arbeidsvoorwaarden van toepassing (zoals opbouw IKB en specifieke regels bij ontslag) en moet worden voldaan aan de arbeidstijdenwet.
66
Toelichting effect en kans Voor het berekenen van de extra werkgeverslasten zoals loonheffing en aanvullende werkgeverslasten is een opslagpercentage van ruim 50% toegepast. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op klein (25%), omdat de handhaving op de kwalificatie van arbeidsrelaties (het handhavingsmoratorium) tot 1 januari 2025 is opgeschort. 4.6.2.4 Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) In 2023 is de tijdelijke regeling voor vervroegd uittreden (RVU) opgenomen in de CAO. Medewerkers hebben op basis van deze regeling de mogelijkheid eerder met pensioen te gaan. De VRU keert vervolgens een maandelijks bedrag uit totdat de medewerker de AOW-leeftijd heeft bereikt. Het financieel effect van de tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) is niet verwerkt in de kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 en daarmee is voor de RVU geen dekking in de begroting opgenomen. Toelichting effect en kans Voor 2024 is het bedrag berekend dat nodig is indien alle medewerkers die hiervoor in 2024 in aanmerking komen, gebruik maken van deze regeling. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op gemiddeld (50%), ervan uitgaande dat de helft van de medewerkers gebruik wil maken van deze regeling in 2024.
4.6.2.5 Overige (onvoorziene) exploitatierisico's De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten (exclusief dotatie reserves). 4.6.3 Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.
67
Tabel 36 Financiële kengetallen Bedragen x € 1.000 Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV, dus excl. onttrekking reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% Bedragen x € 1.000 Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV, dus excl. onttrekking reserves)
Rekening 2023
Netto schuldquote Actualisatie 2024
Begroting 2025
49.831 4.733 9.914 21.545 421 5.886 128.034
55.858 5.000 12.500 10.244 500 2.000 129.447
51.385 5.000 12.500 3.352 500 2.000 121.914
28,6%
46,8%
51,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen Rekening 2023 Actualisatie 2024 Begroting 2025 49.831 4.733 9.914 90 21.545 421 5.886 128.034
55.858 5.000 12.500 23 10.244 500 2.000 129.447
51.385 5.000 12.500 3.352 500 2.000 121.914
28,5%
46,8%
51,7%
Rekening 2023
Actualisatie 2024
Begroting 2025
A Eigen vermogen (cf.art.42 BBV) B Balanstotaal
28.319 93.264
22.976 96.895
22.746 92.303
Solvabiliteit (A/B) x 100%
30,4%
23,7%
24,6%
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Bedragen x € 1.000 Omschrijving A B C D E
Totale structurele lasten Totale structurele baten Totale structurele toevoegingen aan de reserves Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%
Structurele exploitatieruimte Rekening 2023 Actualisatie 2024 Begroting 2025 111.405 110.794 128.034
118.843 118.843 228 228 129.447
118.843 118.843 228 228 121.914
-0,5%
0,0%
0,0%
68
5 Financiële begroting-baten en lasten 2024 & 2025 De in het programmaplan opgenomen programmaonderdelen vormen tezamen het begrotingsprogramma Veiligheidsregio Utrecht.
5.1
Baten en lasten per categorie
Tabel 37 Baten en lasten per categorie Bedragen x € 1.000
Rekening 2023
Cat.
Begroting 2024
Actualisatie 2024
Begroting 2025
LASTEN L1
Personele kosten
95.673
88.691
106.110
95.087
L2
Kapitaallasten
7.255
10.689
11.178
12.172
L3
Materiële kosten
20.040
14.467
15.501
14.886
Totaal Lasten
122.969
113.846
132.789
122.145
BATEN B1
Bijdragen en vergoedingen gemeenten
96.698
100.781
102.578
107.533
B2
Rijksbijdrage
24.835
12.387
25.611
13.702
B3
Overige baten
6.501
402
1.258
679
Totaal Baten
128.033
113.569
129.447
121.914
Saldo van baten en lasten
5.065
-277
-3.341
-231
R1
Storting reserves
4.369
980
1.016
502
R2
Onttrekking reserves
3.812
1.257
4.357
733
Resultaat
4.510
-
-
-
De volgende mutaties zijn verwerkt: Mutaties met effect op de gemeentelijke bijdragen (zie paragraaf 2.3): - Toepassing financieel kader (zie paragraaf 2.1) - Beleidsontwikkelingen (zie paragraaf 2.2.1) Mutaties zonder effect op de gemeentelijke bijdragen: - Beleidsontwikkelingen (zie paragraaf 1.2.1 en 2.2.2) - Mutaties in de reserves - Overige technische saldoneutrale mutaties binnen en tussen categorieën
69
5.2
Overzicht van baten en lasten
Op basis van artikel 17 van het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV) is in de financiële begroting het volgende overzicht van baten en lasten opgenomen waarbij de kosten van overhead apart inzichtelijk worden gemaakt. Tabel 38 Overzicht baten en lasten per programma Bedragen x € 1000
Rekening 2023
Actualisatie 2024
Begroting 2025
Overzicht van baten en lasten
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
Veiligheidsregio Utrecht
95.335
127.302
31.967
104.632
129.447
24.815
93.329
121.914
28.585
Overhead
27.633 122.968
732 128.034
-26.901
28.156 132.789
129.447
-28.156 -3.341
28.815 122.145
121.914
-28.815
5.066
saldo
Saldo van baten en lasten
-231
Mutaties in reserves
lasten
baten
saldo
dotatie
onttrekking
saldo
dotatie
onttrekking
Veiligheidsregio Utrecht
3.557
3.396
-161
1.027
3.564
2.537
492
411
-80
Overhead
812 4.369
416 3.812
-396
793 4.357
804 3.341
11 502
322 733
311
-557
-11 1.016
127.337
131.846
4.510
133.805
133.805
-
122.647
122.647
-
Saldo mutaties in reserves Totaal
5.3
231
Incidentele baten en lasten
Tabel 39 Incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000
Financieel effect GBTP Begroting 2024 Actualisatie 2024 Begroting 2025
Incidentele baten en lasten Invoering omgevingswet (1) Subtotaal incidentale baten en lasten via bijdrage GBTP Meldkamer (2)
-
30 30
-
-441
-441
-
Meldkamer Midden-Nederland (3) Subtotaal incidentale baten en lasten via bijdrage derden
-441
-237 -678
-188 -188
Totaal incidentele baten en lasten
-441
-648
-188
1) Doorgeschoven uit 2023 2) Dotatie en onttrekking incidentele bijdragen derden (bestaande situatie) 3) Incidentele dekking frictiekosten Meldkamer Midden-Nederland (nieuwe situatie)
70
6 Financiële begroting-meerjarenraming 2025-2028 6.1
Meerjarenraming 2025-2028
Tabel 40 Meerjarenraming 2025-2028 Bedragen x € 1.000
Cat.
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
LASTEN L1
Personele kosten
95.087
94.581
94.628
94.384
L2
Kapitaallasten
12.172
13.017
13.026
13.845
L3
Materiële kosten
14.886
14.867
14.838
14.838
Totaal Lasten
122.145
122.466
122.492
123.067
BATEN B1
Bijdragen en vergoedingen gemeenten
107.533
107.533
107.533
107.533
B2
Rijksbijdrage
13.702
13.702
13.702
13.702
B3
Overige baten
679
393
351
351
Totaal Baten
121.914
121.628
121.586
121.586
Saldo van baten en lasten
-231
-838
-906
-1.481
R1
Storting reserves
502
297
888
267
R2
Onttrekking reserves
733
1.135
1.794
1.749
-
-
-
-
Resultaat
71
6.2
Stand en meerjarig verloop reserves
Tabel 41 Meerjarig verloop reserves14 Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Resultaat- Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde 31-12-2023 bestemming 2024 2024 31-12-2024 2025 2025 31-12-2025 2026 2026 31-12-2026 2027 2027 31-12-2027 2028 2028 31-12-2028 2023
Bedrijfsvoeringsreserve Algemene reserves
1.409 1.409
-
-
1.409 1.409
-
-
1.409 1.409
-
-
1.409 1.409
-
-
1.409 1.409
-
-
1.409 1.409
Egalisatiereserve kapitaallasten Egalisatiereserve FLO overgangsrecht Egalisatiereserve tweede loopbaan Ontwikkel- en egalisatiereserve Bestemmingsreserve meldkamer Bestemmingsreserve omgevingswet Bestemmingsreserves
17.904 1.077 1.187 1.149 1.053 30 22.400
2.508
2.508
788 64 164 1.016
195 58 3.396 678 30 4.357
18.497 1.141 1.293 261 375 21.567
268 64 170 502
333 100 300 733
18.433 1.205 1.464 161 75 21.336
63 64 170 297
972 75 1.047
17.523 1.268 1.634 161 20.586
626 64 170 860
1.544 1.544
16.605 1.332 1.804 161 19.902
33 64 170 267
1.749 1.749
14.890 1.396 1.975 161 18.421
Totaal reserves
23.809
2.508
1.016
4.357
22.976
502
733
22.745
297
1.047
21.995
860
1.544
21.311
267
1.749
19.830
6.3
Gemeentelijke bijdrage 2024-2028
In tabel 42 zijn de mutaties opgenomen die een effect hebben op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP). Tabel 42 Mutaties gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) 2024-2028 Bedragen x € 1.000
Bijdrage GBTP
2024
2025
2026
2027
2028
Bi jdrage GBTP vas tges tel de begroti ng 2024 Fi nanci eel kader begroti ng 2025/2024a Bel ei ds ontwi kkel i ngen begroti ng 2025/2024a
97.347 2.579 -
97.347 7.337 530
97.347 7.337 530
97.347 7.337 530
97.347 7.337 530
Bijdrage GBTP begroting 2025/ 2024a
99.926
105.214
105.214
105.214
105.214
14 Het verloop van de egalisatiereserve kapitaallasten zal in meerjarig perspectief nog wijzigen ten opzichte van deze begroting als gevolg van een jaarlijkse actualisatie van de kapitaallasten in het voorjaar. Ook
het verloop van de FLO-bestemmingsreserves wordt nog aangepast aan de meest actuele FLO-begroting. Deze aanpassingen hebben geen effect op de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage van gemeenten voor het basistakenpakket.
72
Tabel 43 meerjarenraming gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket en vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket15 Bedragen x € 1.000
Gemeente
GBTP 2025
IGPP 2025
Bijdrage 2025
GBTP 2026
IGPP 2026
Bijdrage 2026
GBTP 2027
IGPP 2027
Bijdrage 2027
GBTP 2028
IGPP 2028
Bijdrage 2028
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
466 32 24 20 63 18 116 24 66 567 105 70 168 11 202 366
12.475 2.011 1.164 1.408 3.350 3.278 719 3.053 2.146 2.218 963 971 4.555 749 406 1.421 3.436 4.858 34.120 3.983 4.068 4.241 1.784 3.934 902 5.321
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
466 32 24 20 62 18 116 24 66 567 104 70 168 11 202 366
12.475 2.011 1.164 1.408 3.350 3.278 719 3.052 2.146 2.218 963 971 4.555 749 406 1.421 3.436 4.858 34.120 3.982 4.068 4.241 1.784 3.934 902 5.321
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
466 32 24 20 61 18 116 24 66 567 103 70 168 11 202 366
12.475 2.011 1.164 1.408 3.350 3.278 719 3.051 2.146 2.218 963 971 4.555 749 406 1.421 3.436 4.858 34.120 3.981 4.068 4.241 1.784 3.934 902 5.321
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
466 32 24 20 61 18 116 24 66 567 102 70 168 11 202 366
12.475 2.011 1.164 1.408 3.350 3.278 719 3.051 2.146 2.218 963 971 4.555 749 406 1.421 3.436 4.858 34.120 3.980 4.068 4.241 1.784 3.934 902 5.321
Totaal
105.214
2.318
107.533
105.214
2.316
107.531
105.214
2.314
107.529
105.214
2.313
107.528
15 De vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) kan gedurende het begrotingsjaar nog wijzigen als gevolg van tussentijdse wijzigingen in de taakuitvoeringsovereenkomst en afspraken over
beheerpakketten repressieve huisvesting.
73
7 Financiële begroting-uiteenzetting financiële positie 7.1
Geprognosticeerde balans
Tabel 44 Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1.000
Geprognosticeerde balans
Gerealiseerd
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
31-12-23
31-12-24
31-12-25
31-12-26
31-12-27
1-01-28
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa:
65.322
84.127
86.452
82.904
82.842
82.842
Financiële vaste activa:
90
23
-
-
-
-
21.545
10.244
3.352
1.811
-2.456
-5.437
Liquide middelen:
421
500
500
500
500
500
Overlopende activa:
5.886
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
Totaal activa
93.264
96.895
92.303
87.215
82.886
79.904
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:
Bedragen x € 1.000
Geprognosticeerde balans VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve:
Gerealiseerd
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
31-12-23
31-12-24
31-12-25
31-12-26
31-12-27
1-01-28
1.409
1.409
1.409
1.409
1.409
1.409
22.400 4.510 28.319
21.567 22.976
21.336 22.746
20.586 21.996
19.902 21.312
18.421 19.830
467
560
672
807
968
968
Langlopende schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar:
49.831
55.858
51.385
46.912
43.106
41.606
VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:
4.733
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
Overlopende passiva:
9.914
12.500
12.500
12.500
12.500
12.500
Totaal passiva
93.264
96.895
92.303
87.215
82.886
79.904
Bestemmingsreserves: Gerealiseerde resultaat:
Voorzieningen
Toelichting: De ramingen van de materiële vaste activa en de langlopende schulden zijn ontleend aan de meerjareninvesteringsplanning en de daaruit voortvloeiende financieringsbehoefte.16 De VRU heeft alleen investeringen met economisch nut, geen investeringen met maatschappelijk nut. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de investeringskredieten voor 2024 en 2025. Het verloop van het eigen vermogen is ontleend aan de staat van reserves (zie paragraaf 6.2). De kortlopende activa en passiva worden constant verondersteld.
16 In mei 2024 vindt nog een actualisatie van de investeringsplanning en gerelateerde financieringsbehoefte plaats waardoor de
geprognosticeerde balans nog zal wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting.
74
7.2
EMU-saldo
In de begroting moet volgens artikel 20 lid 1c van het BBV ook het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar worden opgenomen. Het EMU-saldo is van belang voor de berekening van het totale begrotingstekort of –overschot van de Nederlandse overheid. Het EMU-saldo wordt als volgt berekend: de som van de mutaties van de vaste en vlottende financiële activa minus de som van de mutaties van de vaste en vlottende schuld (bron BBV). De geraamde EMU-saldi voor 2024, 2025 en 2026 zijn als volgt: Tabel 45 EMU-saldo Bedragen x € 1.000
EMU-saldo
2024
2025
2026
-8.947
4.450
9.473
Het negatieve EMU-saldo in 2024 wordt met name veroorzaakt door de (geplande) financiering van de investeringen in 2024 (toename vaste schulden).
75
Bijlage 1 Overzicht bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) Tabel 46 Bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket t.o.v. begroting 2024 en kaders 2025-2024a Bedragen x € 1.000 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Begroting Kaders Actualisatie Kaders Begroting Gemeente 2024 (A) 2024a (C) 2024 (B) 2025 (C) 2025 (D) Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
10.956 1.863 1.079 1.285 3.179 3.081 660 2.739 1.964 1.937 916 924 4.084 685 386 1.332 3.169 4.595 30.750 3.691 3.610 3.822 1.692 3.495 829 4.624
11.246 1.888 1.115 1.321 3.218 3.146 672 2.823 1.995 1.997 932 937 4.203 698 393 1.355 3.215 4.673 31.866 3.742 3.710 3.932 1.709 3.556 866 4.717
11.246 1.888 1.115 1.321 3.218 3.146 672 2.823 1.995 1.997 932 937 4.203 698 393 1.355 3.215 4.673 31.866 3.742 3.710 3.932 1.709 3.556 866 4.717
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
Totaal
97.347
99.926
99.926
105.214
105.214
De letters tussen haken in de kopjes van tabel 46 corresponderen met de letters tussen haken in tabel 47 en tabel 48. Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling (actualisatie) van de gemeentelijke bijdrage 2024 voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de begroting 2024.
76
Tabel 47 Bijstelling (actualisatie) bijdrage GBTP 2024 ten opzichte van de vastgestelde begroting 2024 Bedragen x € 1.000
Mutatie bijdrage GBTP 2024
Structureel
Incidenteel
97.347
-
97.347 (A)
3.190 -611 2.579
-
3.190 -611 2.579
Mutaties beleidsontwikkelingen 2024 Brandweerzorg Amersfoort: paraatheid Subtotaal mutaties beleidsontwikkelingen 2024
504 504
-504 -504
-
Bijdrage GBTP geactualiseerde begroting 2024
100.430
-504
99.926 (B)
Bijdrage GBTP vastgestelde begroting 2024 Mutaties financieel kader 2024 Mutatie loon- en prijsaanpassing 2024 o.b.v. sept.circulaire 2023 Mutatie lasten FLO-overgangsrecht Mutatie rijksbijdrage BDuR Subtotaal mutaties financieel kader 2024
Totaal
De geactualiseerde begroting 2024 is gebaseerd op de begroting 2024 die op 3 juli 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld. In de reguliere bijstelling van de loon- en prijsaanpassing (die overeenkomt met de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds) is rekening gehouden met het financieel effect van de loonontwikkeling voor het eerstvolgende caoakkoord (2024). Daarnaast is het voordeel van de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage BDuR in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Per saldo stijgt de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket 2024 met € 2.579K ten opzichte van de primaire begroting 2024. Deze stijging komt overeen met de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage zoals deze is opgenomen in de kaders voor de begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024. Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling van de begroting 2025 voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de kaders voor de begroting 2025. Tabel 48 Bijstelling bijdrage GBTP 2025 ten opzichte van de kaders voor de begroting 2025 Bedragen x € 1.000
Mutatie bijdrage GBTP 2025 t.o.v. kadernota 2025
Structureel
Incidenteel
105.214
-
105.214 (C)
-
-
-
Mutaties beleidsontwikkelingen 2025 Beleidsontwikkelingen Subtotaal mutaties beleidsontwikkelingen 2025
-
-
-
Totaal mutatie bijdrage GBTP begroting 2025
-
-
-
105.214
-
105.214 (D)
Bijdrage GBTP kaders begroting 2025 Mutaties financieel kader 2025 Financieel kader Subtotaal mutaties financieel kader 2025
Bijdrage GBTP begroting 2025
Totaal
De structurele gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket voor 2025 is niet gewijzigd ten opzichte van bijdrage zoals deze is opgenomen in de kaders voor de begroting 2025.
77
Bijlage 2 Gecombineerd overzicht bijdrage GBTP en vergoeding IGPP per gemeente Tabel 49 Bijdrage en vergoeding per gemeente17 Bedragen x € 1.000
Gemeente
Begroting 2024 GBTP IGPP 2024 2024
Bijdrage 2024
Actualisatie 2024 GBTP IGPP 2024a 2024a
Bijdrage 2024a
Begroting 2025 GBTP IGPP 2025 2025
Bijdrage 2025
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
10.956 1.863 1.079 1.285 3.179 3.081 660 2.739 1.964 1.937 916 924 4.084 685 386 1.332 3.169 4.595 30.750 3.691 3.610 3.822 1.692 3.495 829 4.624
507 27 21 33 63 17 21 85 1.091 104 72 166 10 155 1.078
11.463 1.890 1.079 1.306 3.179 3.081 693 2.802 1.981 1.937 916 924 4.084 706 386 1.332 3.254 4.595 31.840 3.794 3.682 3.988 1.702 3.649 829 5.702
11.246 1.888 1.115 1.321 3.218 3.146 672 2.823 1.995 1.997 932 937 4.203 698 393 1.355 3.215 4.673 31.866 3.742 3.710 3.932 1.709 3.556 866 4.717
455 31 23 19 64 17 85 23 63 964 105 75 167 11 197 357
11.701 1.919 1.115 1.343 3.218 3.146 692 2.886 2.012 2.082 932 937 4.203 722 393 1.355 3.278 4.673 32.830 3.847 3.786 4.099 1.720 3.753 866 5.074
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
466 32 24 20 63 18 116 24 66 567 105 70 168 11 202 366
12.475 2.011 1.164 1.408 3.350 3.278 719 3.053 2.146 2.218 963 971 4.555 749 406 1.421 3.436 4.858 34.120 3.983 4.068 4.241 1.784 3.934 902 5.321
Totaal
97.347
3.448
100.796
99.926
2.656
102.582
105.214
2.318
107.533
17 De vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) kan gedurende het begrotingsjaar nog wijzigen als gevolg van tussentijdse
wijzigingen in de taakuitvoeringsovereenkomst en bij verantwoording als gevolg van nacalculatie van de kosten voor de beheerpakketten. In de begroting 2024 is rekening gehouden met een loon- en prijsontwikkeling die is gebaseerd op de CPB-cijfers uit de septembercirculaire 2023 zoals opgenomen in de kaders voor de begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024.
78
Bijlage 3 Meerjarenraming bijdrage GBTP 2025-2028 Tabel 50 Meerjarenraming Bijdrage GBTP 2025-2028 Bedragen x € 1.000
Gemeente
Bijdrage GBTP Begroting 2025
Bijdrage GBTP Begroting 2026
Bijdrage GBTP Begroting 2027
Bijdrage GBTP Begroting 2028
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
Totaal
105.214
105.214
105.214
105.214
79
Bijlage 4 Baten en lasten per taakveld Tabel 51 Baten en lasten per taakveld Bedragen x € 1000
Taakvelden volgens BBV 0. 0.1 0.4 0.5 0.8 0.9 0.10 1. 1.1 8. 8.3 Totaal
Bestuur en ondersteuning Bestuur Overhead Treasury Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting Mutaties in reserves Veiligheid Crisisbeheersing en brandweer Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Wonen en bouwen
Rekening 2023 lasten
Actualisatie 2024
baten
lasten
Begroting 2025
baten
lasten
baten
232 27.633 -343 900 12 4.369
15 732 744 20 3.812
247 28.156 3.249 1.016
4.357
257 28.815 3.192 502
733
92.342
126.500
98.360
129.422
87.219
121.888
2.193
24
2.776
25
2.660
26
127.337
131.847
133.805
133.805
122.647
122.647
80
Bijlage 5 Tarieventabel 2024 en 2025 Op grond van artikel 8 Financiële verordening moeten de prijzen van goederen en diensten van het openbaar lichaam in de begroting worden opgenomen. Deze bijlage bevat de tarieven zoals die gelden voor dienstverlening aan derden in 2024 en 2025. Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is kostendekkendheid. Jaarlijks worden de tarieven geïndexeerd volgens de reguliere loon-en prijsindexatie van de lasten om ervoor te zorgen dat de tarieven kostendekkend blijven. Tabel 52 Tarieventabel 2024 en 2025 Bedragen x €1
Tarieventabel Veiligheidsregio Utrecht
Nr.
Omschrijving
1.
Inzet van personeel en materieel
Eenheid
Tarief 2024*
Tarief 2024a*
Tarief 2025*
1.1 1.1.1
Inzet operationeel personeel Inzet opera ti oneel pers oneel voor opera ti onel e Per uur, per pers oon werkza a mheden (gemi ddel d uurta ri ef bezetti ng)
1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4
Inzet van materieel Ta nka utos pui t Redvoertui g Autol a dder/Hoogwerker Groot ma teri eel Kl ei n ma teri eel
55,20
57,35
59,59
Per uur Per uur Per uur Per uur
227,00 345,66 116,84 39,68
232,68 354,30 119,76 40,67
238,49 363,16 122,75 41,69
2.
Overige dienstverlening
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4
Ademlucht Rei ni gen en tes ten Pa nts er Rei ni gen en tes ten gel a a ts s tuk Ci l i nder Hervul l en Keuren a deml uchtci l i nder
Per s tuk Per s tuk Per s tuk Per s tuk
25,11 18,82 11,46 56,65
25,74 19,29 11,74 58,07
26,39 19,77 12,04 59,52
2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8 2.2.9
Inzet niet operationeel personeel*** Medewerker I Medewerker II Medewerker III Medewerker IV Medewerker V Medewerker VI Medewerker VII Medewerker VIII Medewerker IX
Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon Per uur, per pers oon
123,41 116,47 109,56 102,92 96,28 86,69 76,67 67,56 61,55
128,22 121,01 113,83 106,93 100,03 90,08 79,66 70,20 63,96
133,22 125,73 118,27 111,10 103,93 93,59 82,77 72,93 66,45
2.3 2.3.1
Deelname VRU-opleiding Deel na me VRU-opl ei di ng externe
Per deel nemer per curs us . Meerkos ten worden i n rekeni ng gebra cht**
pm
pm
pm
2.4 2.4.1
Openbaar Meld Systeem Conces s i evergoedi ng
per s tuk
-
-
-
2.5 2.5.1
Overig Werkza a mheden ui tgevoerd door derden
2.5.2
Sta l l i ngs kos ten
237,68
240,06
242,46
Gefa ctureerde kos ten l evera nci er** per m2
* Ta ri even zi jn opgenomen zonder omzetbel a s ti ng (BTW). ** Werkel i jke kos ten pl us ops l a g ha ndel i ngs fee (2%) *** Bi j i nzet ni et-opera ti oneel pers oneel voor deta cheri ng gel dt geen overhea dta ri ef ma a r wel de ha ndl i ngs fee a 2%
81
Bijlage 6 Vergoedingentabel 2024 en 2025 Tabel 53 Vergoedingentabel 2024 en 202518 Bedragen x €1.000
Nr.
Vergoedingentabel VRU IGPP 2024-2025 Omschrijving
1.
Personeel en materieel
1.1 1.1.1 1.1.2
Inzet operationeel personeel* Inzet operationeel personeel hulpverlening Inzet operationeel personeel beproeven brandputten
1.2 1.2.1 1.2.2
1.2.3 1.2.4
Inzet niet-operationeel personeel* Postcommandant Vrijwilligersvergoeding postcommandant: Postcommandant A Postcommandant B Tunneladviseur Medewerker Risicobeheersing**
1.3 1.3.1 1.3.1 1.3.2 1.3.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5 1.3.5 1.3.6 1.3.7 1.3.8 1.3.8
Inzet van materieel Tankautospuit: exploitatielasten Tankautospuit: kapitaallasten Personeel Materieel voertuig: exploitatielasten Personeel Materieel voertuig: kapitaallasten Motorspuitaanhanger Bergingsvoertuig Haakarmvoertuig: exploitatielasten Haakarmvoertuig: kapitaallasten Voertuig bestrijding olievlekken Aanhanger noodstroom Scooter:exploitatielasten Scooter:kapitaallasten
2.
Gebouwen
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5
Beheerpakketten repressieve huisvesting Vastgoedbeheer tactisch Vastgoedbeheer operationeel Energie en Water Schoonmaak compleet Gezondheid en Veiligheid
Eenheid
Tarief 2024
Tarief 2024a
Tarief 2025
persoon per jaar stuk
74.706 239
78.299 247
254
0,2 fte (270 uur)
21.558
22.595
23.815
persoon per jaar persoon per jaar 0,2 fte (270 uur) persoon per jaar
5.066 5.624 24.162 werkelijke lasten
5.001,02 5.552,02 25.058 werkelijke lasten
5.271,08 5.851,83 25.684 werkelijke lasten
stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk
12.078 werkelijke lasten 4.024 werkelijke lasten 2.584 9.847 9.847 werkelijke lasten 4.024 5.118 1.209 werkelijke lasten