CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

K4. Concept UPLG 5 juli 2023

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stuk K. Reacties Utrechts Programma Landelijk Gebied 1.0 (UPLG)36.908 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied versie UPLG 1.0 Deel 1 Hoofddocument

Een sterk landelijk gebied, ­natuurlijk in ­balans

Inhoudsopgave 1 Inleiding 10 1.1 Samenwerken aan een vitaal landelijk gebied in Utrecht 10 1.2 Het Rijk vraagt aan de provincies een gebiedsprogramma landelijk gebied 10 1.3 In drie stappen naar het concept Utrechts Programma Landelijk Gebied 11 1.4 Het concept-UPLG-1.0 als gezamenlijk startpunt  11 1.5 Leeswijzer 12

5 Ontwikkelrichting per Utrechts landschap  5.1 Inleiding 5.2 Veenweiden: Groene Hart en Eemland  5.3 Utrechtse Heuvelrug en flanken 5.4 Gelderse Vallei  5.5 Kromme Rijnstreek (ten zuiden van de N229) 5.6 Landschappelijke structuren

57 57 59 65 69 72 75

2 Opgaven en doelen, ­ambitie en denklijnen 2.1 Drie (inter)nationale doelen staan centraal 2.2 Van nationale doelen naar provinciale doelen 2.3 Het Rijk geeft een set aan structurerende keuzes mee 2.4 Perspectief voor de landbouw als vierde doel  2.5 Ambitie  2.6 Denklijnen 

13 13 14 16 16 16 17

3 Het Utrechtse landschap als basis voor het UPLG 3.1 Vijf karakteristieke Utrechtse landschappen 3.2 Landschappelijke hoofdstructuren in Utrecht

19 21 39

6 Instrumenten voor de ­gebiedsgerichte aanpak  6.1 Inleiding 6.2 Rollen vanuit de samenwerkende overheden 6.3 Het gebiedsproces staat centraal 6.4 Grond als motor 6.5 Instrumentenkoffer in wording 6.6 De Utrechtse Stikstof Depositiebank 6.7 Natuur beschermen en ontwikkelen en behoud en herstel biodiversiteit 6.8 Ruimtelijk instrumentarium 6.9 Beheer en inrichting

76 76 77 77 78 79 79 79 80 80

4 Structurerende principes 4.1 Inleiding  4.2 Thema Omgevingsvisie ‘Klimaatbestendig en waterrobuust’ 4.2.1 Structurerende principes schoon water  4.2.2 Structurerende principes robuust en klimaatbestendig ­­­water- en bodemsysteem  4.3 Thema Omgevingsvisie ‘Toekomstbestendige natuur en landbouw’ 4.3.1 Structurerende principes natuur 4.3.2 Structurerende principes stikstof 4.3.3 Structurerende principes landbouw 4.3.4 Structurerende principes klimaat 4.4 Overige thema’s Omgevingsvisie

42 42 43 44

7 Onderzoek en monitoring  7.1 Monitoring als instrument in het lerende programma 7.2 Monitoring op doelen (kwantitatief) en op inspanningen (kwalitatief) 7.3 Aansluiten bij bestaande monitoringsprogramma’s 7.4 Bijsturen via fasering

82 82 83 83 84

8 8.1 8.2 8.3 8.4

85 85 86 87 87

45 46 46 48 49 54 55

Kostenraming 2035 Kostenraming Beheerlasten na 2036 Aanvullende financiële bronnen Risico’s

2

9 Maatregelpakketten ­(samenvatting) 9.1 Inleiding 9.2 Tabel maatregelpakketten 9.3 Toelichting op de maatregelpakketten 9.4 Samenhang tussen de maatregelpakketten

88 88 89 90 92

10 Sociaaleconomische ­Impactanalyse (SEIA) 10.1 Inleiding  10.2 Aanpak van de SEIA 10.2.1 Brede welvaart 10.2.2 Drie stappen waarmee we de sociaaleconomische effecten gaan onderzoeken 10.3 Fonds vitaliteit Landelijk Gebied

94 94 95 95 95 96

11 Randvoorwaarden en ­vervolg 11.1 Randvoorwaarden om de doelen te realiseren 11.2 Vervolgstappen 11.3 Tot slot

98 98 100 102

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

3

Voorwoord Utrecht is een provincie om trots op te zijn. Gevarieerd, bruisend en met een rijke historie. Met een grote verscheidenheid aan levensstijlen, culturen en persoonlijke voorkeuren. De prachtige natuur- en recreatiegebieden, fraaie cultuurland­ schappen, centrale ligging en mooie kunst en cultuur zorgen ervoor dat veel ­mensen graag in onze provincie willen wonen, werken en recreëren. Tegelijkertijd heeft de provincie met grote uitdagingen te maken; de verschraling van natuur en biodiversiteit én klimaatverandering vragen om actie. De urgentie is groot, ook in het landelijk gebied. Daarom wil Utrecht werken aan een vitaal ­landelijk gebied, waarin een gezonde natuur, een klimaatbestendig landschap en een economisch rendabele en duurzame landbouw hand in hand gaan. Alleen zo kan het Utrechtse landelijk gebied aantrekkelijk zijn en blijven om te wonen, te werken, om voedsel te produceren en om te recreëren. Wij hebben het afgelopen half jaar hard gewerkt aan het opstellen van dit e­ erste concept. Gelukkig hebben we dat niet alleen hoeven doen, maar hebben we ­hierbij hulp van onze gebiedspartners gekregen. Tijdens webinars, hackathons en ­informatieavonden hebben zij hun ideeën, meningen en zorgen met ons gedeeld. Uiteraard hebben wij deze waardevolle inbreng zoveel mogelijk meegenomen in dit document.

Wij waren lang in de veronderstelling dat wij in het UPLG de belangrijkste ­uitgangspunten van het Landbouwakkoord mee konden nemen. Dit akkoord had perspectief moeten bieden aan de verschillende partijen in het landelijk gebied en draagvlak kunnen creëren tussen de verschillende belanghebbenden. Nu de onderhandelingen voor een breed gedragen akkoord mislukt zijn, kunnen we dat perspectief slechts beperkt bieden. Maar we moeten wél aan de slag.

Wat voor ons wel duidelijk is, is dat we vastbesloten zijn een brug te slaan t­ ussen de verschillende belanghebbenden in het landelijk gebied en dat we samen w ­ illen werken aan de toekomst van dat landelijk gebied. In deze conceptversie van het UPLG is daarom alleen te lezen wat we moeten doen om de doelen van het ­Nationaal Programma Landelijk Gebied te halen. Hoe en waar we dat gaan doen, dat gaan we met onze gebiedspartners bespreken, tot aan de keukentafel. Zodat we samen kunnen werken aan de toekomst van het landelijk gebied. We zijn er trots op dat we als provincie Utrecht afgelopen jaar hard gewerkt hebben om tot dit resultaat te komen. Daarnaast willen wij onze waardering uitspreken aan onze gebiedspartners die met ons meegedacht hebben. We zijn ons ervan bewust dat die participatie nog beter en intensiever kan. Daarom gaan we na het zomerreces graag verder met u in gesprek over deze eerste conceptversie van het UPLG. Uw input en opmerkingen nemen we mee in de definitieve versie van het UPLG, waar naar verwachting de nieuwe Provinciale Staten eind dit jaar of begin volgend jaar een besluit over zullen nemen.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen, Mirjam Sterk Gedeputeerde landbouw, natuur, bodem, water, sport en bestuur

De natuur moet worden versterkt en het water- en bodemsysteem moet klimaat­ bestendig worden zodat er ook in de toekomst voldoende schoon en gezond ­water in onze provincie is. Als provinciebestuur hebben we daarom besloten dat wij ­doorwerken aan het UPLG en dat we deze eerste conceptversie begin juli aan het Rijk aanbieden. Wat de gevolgen zijn van het uitstel van het landbouwakkoord voor onze provincie, moet de komende tijd duidelijk worden.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

4

Samenvatting We werken met elkaar aan het UPLG… De uitdagingen waar we met elkaar in het landelijk gebied voor staan zijn groot en veelomvattend. Tegelijkertijd biedt dit Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) ook kansen voor een duurzame en rendabele toekomst voor ons landelijk gebied. We voelen met elkaar in de samenleving de urgentie; voor biodiversiteitsherstel, de klimaatverandering en een robuust watersysteem. Dat is onlosmakelijk verbonden met een duurzaam toekomstperspectief voor onze agrariërs. Voor het eerst maken we één integraal programma waarin alle opgaven voor het ­landelijk gebied samenkomen. Voor het eerst hebben we zicht op substantiële middelen om verschil te maken in gebieden. De provincie Utrecht werkt samen met gebiedspartners aan een vitaal landelijk gebied waar een gezonde natuur, een klimaatbestendig bodem- en watersysteem en een economisch rendabele en duurzame landbouw hand in hand gaan. Het Rijk vraagt ons dit Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) op te stellen om hiermee invulling te geven aan nationale doelen voor het landelijk gebied. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) heeft vanuit inter­nationale ­verplichtingen onontkoombare doelstellingen geformuleerd en vertaald naar ­provinciale doelen. Stikstofreductie leek lang het centrale onderwerp, maar vormt in het UPLG een onderdeel van de natuuropgave.

De prachtige natuur- en recreatiegebieden, fraaie ­cultuurlandschappen, centrale ligging en mooie kunst en cultuur zorgen ervoor dat veel mensen graag in onze ­provincie willen wonen, werken en recreëren.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

De provincie Utrecht voegt een vierde doel toe: perspectief voor de landbouw. Hierbij willen we speciaal aandacht vragen voor legalisatie van de PAS-melders. Ons landelijk gebied is en moet aantrekkelijk blijven om te wonen, te werken en te recreëren. De ambitie voor het UPLG is: We zetten met onze gebiedsgerichte aanpak ­samen met onze partners de komende jaren in op een ontwikkeling naar een vitaal, ­toekomstbestendig en duurzaam landelijk gebied waar de grote opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat zijn gerealiseerd en met toekomstperspectief voor de landbouw.

5

Het UPLG richt zich zowel op de korte als op de lange termijn. De klimaatdoelen bijvoorbeeld zijn gericht op 2030, maar dit is een tussenstap op weg naar klimaatneutraliteit in 2050. We kijken daarom bij alle keuzes naar de lange termijn zodat de maatregelen die we nu nemen echt no-regret zijn en passen bij de toekomstige ontwikkelrichting van de gebieden. Het Utrechtse landschap nemen we als basis voor het UPLG. Ons prachtige ­landschap is zeer divers en heeft elk zijn eigen kernkwaliteiten; het veenweidegebied Groene Hart, het veenweidegebied Eemland, de Utrechtse Heuvelrug, de Kromme Rijnstreek en de Gelderse Vallei. De indeling via de landschappen sluit goed aan bij de uitgangspunten als water en bodem-sturend en vormen de basis voor de analyses, principes en keuzes in het UPLG. De UPLG-opgaven en doelen staan niet los van andere opgaven in de provincie Utrecht of maatregelen buiten het landelijk gebied. In het ruimtelijk voorstel van de provincie Utrecht komen alle opgaven en doelen voor de hele provincie samen. Het UPLG is dan ook een bouwsteen voor het ruimtelijk voorstel voor de provincie Utrecht en voor verschillende NOVEX-trajecten.

De provincie Utrecht heeft structurerende principes voor het thema ­klimaatbestendig en waterrobuust, zoals het zorgen voor schoon en voldoende water vanuit de Kaderrichtlijn Water. Klimaatverandering zorgt steeds vaker voor langere perioden van droogte en voor piekbuien. Om hier beter tegen bestand te zijn wordt via structurerende principes ingezet op meer water vasthouden op ­lokaal en (boven)regionaal niveau en zoeken we naar ruimte voor waterbuffering. Het verhogen van de grondwaterstanden in het Utrechtse veenweidegebied gaat door vanuit de afspraken in de Regionale Veenweide Strategie om emissie van broeikasgassen te verminderen. In het grootste gedeelte van het gebied gaan grondwaterstanden naar -40cm onder maaiveld, in een klein gedeelte naar hogere grondwaterstanden tot -20cm.

…op basis van analyses Het Rijk vraagt voor het UPLG analyses van het bodem- en watersysteem, van de natuur- en klimaatopgaven. We hebben daarnaast ook gekeken naar de landbouw en naar stedelijke thema’s die het landelijk gebied raken.

De provincie Utrecht moet de kwaliteit van de natuur verbeteren en de landbouw helpen de overstap te maken naar duurzame landbouw, onder andere via ­structurerende principes voor een toekomstbestendige natuur en landbouw. Voor natuur gaat dit om diverse natuuropgaven, zoals Natura 2000-gebieden, ­Natuurnetwerk Nederland, Vogel- en habitatrichtlijn, Bossenstrategie en Groenblauwe Dooradering. Maatregelen voor de Natura 2000-gebieden worden genomen op basis van natuurdoelanalyses die zijn beoordeeld door de Ecologische Autoriteit en die als uitgangspunt gelden. Deze maatregelen worden opgenomen in concrete plannen in samenwerking met direct betrokken partijen. Ook wordt er onderzocht of er een natuurdoelanalyse voor de Utrechtse Heuvelrug moet komen.

In de provincie Utrecht zien we dat niet alleen de noodzaak tot herstel van de ­biodiversiteit groot is, maar dat ook de water- en klimaatopgave groot en ­impactvol zijn. Ons huidige systeem is niet toekomstbestendig. Aanpassingen zijn nodig om op lange termijn een robuust watersysteem te hebben dat ons van ­voldoende en schoon water voorziet. Water is nodig voor de natuuropgave, ­klimaatopgave (veenweide) én de landbouw en is daarmee ons leidend p ­ rincipe. Uit alle opgaven komen grote ruimteclaims. Dit kan ook gaan om stedelijke ­thema’s als energietransitie. Vaak zijn de opgaven met elkaar te combineren.

Voor de landbouw streeft de provincie Utrecht naar een maatschappelijk gewaardeerde en duurzame landbouw, die circulair en natuurinclusief is en economisch rendabel. De provincie Utrecht wil de agrariërs helpen bij de overgang naar een duurzamere bedrijfsvoering. We stimuleren de ontwikkeling van alternatieve verdienmodellen, de uitbreiding van ecosysteemdiensten en de ontwikkeling van ­Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) om inzet op duurzaamheid te belonen. Er zijn twee belangrijke ontwikkelpaden: kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. Daarbij bieden we ondersteuning aan in de vorm van plattelandscoaches.

…en structurerende keuzes Ook zijn er structurerende keuzes meegegeven door het Rijk die we in het UPLG hebben aangevuld voor de Utrechtse situatie. In het UPLG leggen we het WAT vast, in gebieden willen we uitwerken HOE en WAAR we de doelen willen b ­ ereiken. Dit doen we samen met gebiedspartners vanuit structurerende principes die helpen om keuzes te maken en te prioriteren.

Utrecht heeft een opgave van 46% voor de stikstofreductie, grotendeels gericht op het verdunnen van de stikstofdeken. In overgangszones van 1 km rond stikstof­ gevoelige Natura 2000-gebieden wordt gestreefd naar een hoge ammonia­kreductie en zeer extensief grondgebruik. Verder wordt voor stikstof ingezet op doelsturing met absolute getallen voor individuele agrarische bedrijven. Op deze manier krijgen reeds duurzamere bedrijven een kleinere of zelfs geen reductieopgave.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

6

De provincie Utrecht wil in gebiedsprocessen met agrariërs in gesprek om via gebiedsgericht maatwerk de ondernemers de ruimte te geven om hun eigen weg te kiezen binnen de gestelde doelen.

De eerste stap is om in gebiedsprocessen samen met onze gebiedspartners afspraken te maken over peilopzet, waterinfiltratiesystemen, pilots voor natte teelten, uitbreiding van agrarisch natuurbeheer en weidevogelkerngebieden en natuurherstel van specifieke gebieden.

Ook vanuit klimaat zijn er opgaven voor het landelijk gebied. De veenweide­ opgave is bekend, maar relatief nieuw is het verminderen van methaanemissies uit de veehouderij. Deze opgave is impactvol omdat deze opgave ook vraagt om het ­verminderen van het aantal dieren. We richten ons op het verminderen van methaanemissies door een combinatie van innovatie en voer- en managementmaatregelen. Bovendien zal de combinatie van de verschillende opgaven s­ owieso al leiden tot een vermindering van het aantal dieren en hiermee de uitstoot aan broeikasgassen. We willen dit doen door zoveel mogelijk aan te sluiten bij ­natuurlijk verloop via stoppers en het zoeken naar kansen via gebiedsprocessen. Ook heeft de provincie een opgave om de broeikasgasuitstoot in natuurgebieden te reduceren.

De Utrechtse Heuvelrug en haar flanken biedt de basis voor een duurzaam ­watersysteem voor de hele provincie. De toekomstontwikkeling voor dit gebied richt zich op het herstel van dit watersysteem en van de natuur. Dit gaat om het langer vasthouden van water en herstel van de verdrogingsgevoelige natuur, het herstellen van de kwelstroom en het revitaliseren van bossen en natuurgebieden. Op de flanken is hydrologische ontvlechting nodig, dat wil zeggen dat het land­gebruik aangepast wordt aan grotere eenheden met eenzelfde peil. Samen met de agrarische sector, de landgoedeigenaren, de natuurorganisaties en met waterschap en gemeenten gaan we hier met maatwerk voor dit gebied mee aan de slag.

Overige thema’s omgevingsvisie als koppelkans: Het UPLG combineert de ­doelen van het NPLG met andere ruimtevragende opgaven, zoals Groen Groeit Mee, de energietransitie en de versterking van de relatie tussen stad en land.

De eerste stappen die we komende jaren samen met onze gebiedspartners gaan zetten gaan over systeemherstel, zowel voor water als voor natuur en met oog voor de belangen van recreatieve beleving en perspectief voor de landbouw.

…via een gebiedsgerichte aanpak Al deze thema’s gaan we uitwerken via de gebiedsgerichte aanpak met de ­mensen in de gebiedsprocessen. Omdat wij ons in het UPLG ook richten op de lange ­termijn schetst het UPLG per landschap een ontwikkelrichting voor 2050 op basis van de analyse en structurerende principes. Vanuit die lange termijn kijken we naar welke stappen er nú nodig zijn voor de korte termijn.

De Gelderse Vallei is in 2050 een gevarieerd landschap waar landbouw, natuur en wonen samengaan. De beken zijn hersteld, het water is schoon en er wordt meer water vastgehouden. De landbouw heeft duurzaamheid omarmd met innovatie en verbreding. Het stedelijk gebied is gegroeid en er zijn groene aders die gemakkelijke verbindingen bieden met het buitengebied.

Het veenweidegebied is prioritair gebied in het UPLG en vraagt daarmee een ­uitgebreidere uitwerking. We maken onderscheid tussen gebieden met ­klei-op-veen en puur veengebieden, kijkend vanuit het bodemtype en de hoogte naar passend landgebruik. Het gebied staat voor grote uitdagingen. De ­ontwikkelrichting voor het veenweidegebied in 2050 is gericht op het ver­ minderen van CO2-uitstoot en het bevorderen van duurzame landbouw en natuur. Het ­verhogen van de grondwaterstand om de uitstoot van broeikasgassen te ­verminderen, vereist aanpassingen aan het watersysteem. Dit gaat om de zoet­ waterbeschikbaarheid, het opvangen van neerslagpieken en het vasthouden van water. De landbouw zal gemiddeld overgaan naar een extensievere, natuurinclusieve kringlooplandbouw, waarbij een deel van het gebied geschikt wordt gemaakt voor weidevogels. Er wordt gewerkt aan een rijke blauwe dooradering, natuurherstel in Natura 2000-gebieden en de aanleg van moerasgebieden en waterbuffers. Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

De eerste stappen om dit te bereiken zijn: natuurherstel van het Natura 2000-­gebied Binnenveld, een studie naar hydrologische herstelaanpak voor ­grootschalig beekherstel, innovatiepilots in de landbouw en versterking van de biodiversiteit door groenblauwe dooradering, agrarisch natuurbeheer en ­uitbreiding van de natuur. We gaan hier samen met onze gebiedspartners binnen Regio Foodvalley mee aan de slag. De Kromme Rijnstreek is een vruchtbaar landbouwgebied met een focus op ­fruitteelt, melkveehouderij en akker- en tuinbouw. Het gebied wordt gekenmerkt door groene dooradering en dient als belangrijk uitloopgebied voor het nabijgelegen stedelijk gebied van Utrecht. Een deel van het Eiland van Schalkwijk maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en heeft een grote cultuur­ historische waarde.

7

Als eerste stappen zijn twee activiteiten voorgesteld: de pilot Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw en het voorbeeldgebied Kromme Rijn Linielandschap (Groen Groeit Mee). Daarnaast is het belangrijk om de groenblauwe en recreatieve verbindingen, de linies en limes, en de grote natuurverbindingen te ontwikkelen en te versterken als schakels tussen stad en land, historie en natuur, en flora en fauna. Er ontstaat alleen beweging als er vanuit passend instrumentarium duidelijk is welke mogelijkheden, regelgeving en compensatie beschikbaar is. Alleen dan kan in de gebiedsprocessen een goede afweging gemaakt worden. Dit instrumen­ tarium moet financiële consequenties van maatregelen inzichtelijk maken en ­toekomstperspectief bieden. De provincie werkt samen met andere overheden om dit instrumentarium te ontwikkelen en de instrumentenkoffer te vullen. Deze omvat generieke, gebiedsgerichte en bedrijfsspecifieke regelingen. De provincie zorgt voor één loket van regelingen. Gebiedsprocessen staan centraal in de uitvoering, waarbij het draait om ­vertrouwen, gezamenlijkheid en integrale oplossingen. Grond is de motor in ­gebiedsprocessen, dit creëert ruimte. De provincie heeft een provinciale grondbank opgericht, stelt een Grondstrategieplan op en werkt met een stikstofdepositiebank. Voor de natuurdoelanalyses geldt dat het advies van de Ecologische Autoriteit bindend is.

Het UPLG vraagt aandacht voor passende en langjarige ­beheervergoedingen. …waarin we rekenen en tekenen Het UPLG is een lerend programma. We werken met veel onzekerheden en toch moeten we tempo maken. Monitoring is hierbij een essentieel instrument om te zien of we op koers liggen om de doelen te halen (kwantitatief) en welke stappen nodig zijn (kwalitatief) om bij te sturen. Het streven is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij gevalideerde monitoringsystemen, zowel op regionaal als nationaal niveau. In de kostenraming brengen we in beeld hoeveel middelen we nodig denken te hebben om de doelen te kunnen halen. We hebben dit geraamd op een bedrag van 3,7 miljard euro tot 2035 en gaan uit van een bandbreedte van plus of min 25% (2,8 miljard euro tot 4,6 miljard euro). Hierbij hebben we aangegeven dat we niet enkel middelen nodig hebben om de transitie te maken, maar dat er ook ­structureel geld nodig is voor de beheerfase, ook na 2035. Provincie Utrecht dient zes maat­regelenpakketten in bij het Rijk om op korte termijn (2024) middelen toegekend te krijgen uit het Transitiefonds zodat we aan de slag kunnen.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

Zonder voldoende financiering kunnen we de doelen niet halen. Wij dringen bij het Rijk aan op voldoende middelen en duidelijkheid hierover. …en oog hebben voor de sociaal-economische impact De impact van alle opgaven in het landelijk gebied is naar verwachting groot. ­Daarom willen we weten wat de sociaaleconomische effecten zijn van de maat­regelen uit het UPLG. Dit onderzoeken we met de sociaaleconomische ­impactanalyse (SEIA) vanuit een brede welvaartsbenadering; economisch, ­sociaal, maatschappelijk en milieu. In het transitiefonds vragen we middelen via een Fonds Vitaliteit Landelijk Gebied. Zo willen we investeren in leefbaarheid en welzijn van het gebied. De provincie Utrecht ziet een aantal randvoorwaarden die nodig zijn om de doelen te behalen. Onontkoombare doelstellingen moeten gehaald worden op basis van vrijwilligheid. Dit levert spanning op in gebiedsprocessen. Het benoemen van de doelen is één, maar willen we ze gerealiseerd krijgen op basis van draagvlak dan vergt dit een stevig pakket randvoorwaarden. …zo werken we aan vertrouwen en kennis Vertrouwen in de gebieden zien we als de basis. Voor herstel van vertrouwen ­tussen de agrarische sector en de overheid is het noodzakelijk om zo snel mogelijk samen met het Rijk de PAS-melders en interimmers in Utrecht te legaliseren.

Verder is het bieden van een geloofwaardig perspectief voor de individuele ondernemer van belang. In gebiedsprocessen willen we zo snel mogelijk aan de slag om de gesprekken te starten en voort te zetten. We hebben een enorme opschaling en een krachtige uitvoeringsorganisatie nodig om tot realisatie te komen. Hieraan wordt momenteel hard door de provincie gewerkt. Om dit door te kunnen zetten is zowel duidelijkheid van het Rijk nodig over doelen en middelen, als ook een ­gefaseerde aanpak. Niet alles kan tegelijk. Voldoende kennis van effectiviteit van maatregelen is nodig om aan de slag te ­kunnen. De urgentie van de doelen is helder, maar om ze te halen gaan we een gezamenlijke zoektocht aan in een adaptief en lerend programma. Een valide en breed gedragen monitoringssysteem helpt bij het geven van duidelijkheid over de te nemen stappen.

8

Ook hebben we voldoende tijd nodig. De provincie Utrecht onderschrijft de ­urgentie om de doelen te halen binnen de gestelde termijn. We geloven in een goede samenwerking met de medeoverheden en onze partners en willen sterk inzetten op participatie. De participatie willen we de komende maanden verder uitbreiden om het UPLG te verrijken. …samen aan een Utrecht waar het goed wonen, werken en recreëren is! We zijn vastbesloten om een brug te slaan en om samen te werken met alle ­betrokkenen aan een duurzame toekomst voor ons landelijk gebied. Om met ­volwaardige inbreng van alle betrokken organisaties richting een UPLG-1.0 te ­komen dat begin 2024 door de Staten kan worden vastgesteld, willen we eerst verder met u in gesprek! In gesprek met de agrarische sector, de Utrechtse ­natuurorganisaties, onze buurprovincies, ons bestuur en de volksvertegen­ woordigers. En in gesprek met de Utrechtse deelgebieden; daar moet het UPLG vorm krijgen. Wij benadrukken echt dat het indienen van het UPLG bij het Rijk ­begin juli 2023 een startpunt is. Samen met onze gebiedspartners willen wij de komende jaren deze opgaven ­vormgeven op een manier die recht doet aan het landelijk gebied van Utrecht, en alle mensen die er wonen, werken en recreëren. We vertrouwen erop dat wij dit ook nu samen kunnen doen, voortbouwend op de jarenlange samenwerking die we in Utrecht kennen in het landelijk gebied.

Een sterk landelijk gebied, natuurlijk in balans.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

9

1 Inleiding 1.1 Samenwerken aan een vitaal landelijk gebied in Utrecht Als provincie Utrecht werken we samen met onze gebiedspartners aan een vitaal landelijk gebied, waarin een gezonde natuur, een klimaatbestendig watersysteem en een economisch rendabele en duurzame landbouw hand in hand gaan. Alleen zo kan het Utrechtse landelijk gebied aantrekkelijk zijn en blijven om te wonen, te werken, om voedsel en bio-grondstoffen te produceren en om te recreëren. Dit is ook de inzet van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Met het NPLG heeft het Rijk de stikstofopgave in relatie gebracht met de opgaven voor natuur (breder dan alleen Natura 2000-gebieden), water en klimaat. Het NPLG heeft ­duidelijk gemaakt dat deze opgaven onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het aanpakken van de NPLG-opgaven betekent dat het landelijk gebied in de ­provincie Utrecht flink zal moeten veranderen. We kunnen dat als provincie niet alleen en we zijn ons ervan bewust dat de aanpak van de opgaven veel vraagt van ons allen: agrarische ondernemers, bewoners, belangenorganisaties en ­over­heden in het landelijk gebied. Dat er op meerdere vlakken grote, deels nog onduidelijke, s­ tappen moeten worden gezet, maakt het proces complex.

Temeer omdat de onderhandelingen over het Landbouwakkoord recent zijn afgebroken en er dus nog veel onduidelijkheid is over het toekomstperspectief voor de ­agrarische sector.

1.2 Het Rijk vraagt aan de provincies een gebiedsprogramma landelijk gebied

Het Utrechtse provinciale gebiedsprogramma noemen we het Utrechts P ­ rogramma Landelijk Gebied, afgekort het UPLG.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

Het Rijk vraagt aan alle provincies om op 1 juli 2023 een Provinciaal ­Gebiedsprogramma aan te leveren bij het Rijk waarin beschreven staat hoe zij de NPLG-opgaven gaan realiseren. In deze gebiedsprogramma’s worden ook de ­gebiedsplannen voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden geïntegreerd. Na toetsing door het Rijk zal dit concept naar verwachting dit najaar worden o ­ mgezet in een definitief gebiedsprogramma en ter vaststelling worden aangeboden aan gedeputeerde Staten en Provinciale Staten. De provinciale gebieds­programma’s vormen de basis waarmee het Rijk haar middelen vanuit het Transitiefonds ­Landelijk Gebied toedeelt aan de provincies.

10

1.3 In drie stappen naar het concept Utrechts Programma Landelijk Gebied

1.4 Het concept-UPLG-1.0 als gezamenlijk startpunt

Het Utrechtse provinciale gebiedsprogramma noemen we het Utrechts ­Programma Landelijk Gebied, afgekort het UPLG. Dit concept-UPLG bouwen we op in drie stappen: stap 1 was de Startnotitie die door GS op 9 mei is vast­gesteld, stap 2 is de Koersnotitie die GS op 30 mei jl. hebben vastgesteld en nu ligt voor stap 3, het concept-UPLG, de versie die we indienen bij het Rijk, n ­ adrukkelijk nog als ­concept. In dit concept-UPLG bouwen we voort op de i­nhoud van de ­Start­notitie en de Koersnotitie. We gaan daarbij in op de vijf ­karakteristieke Utrechtse land­schappen zoals in onze provinciale Omgevingsvisie (2021) ­be­schreven: ­Veenweidegebied Groene Hart, Eemland, Utrechtse Heuvelrug. ­Kromme Rijnstreek en Gelderse Vallei (Utrechtse deel). De structurerende ­principes uit de ­Koersnotitie zijn als hoofdstuk 5 opgenomen in dit concept-UPLG. De hoofdstukken daarna zijn nieuw ten opzichte van de Koersnotitie.

Van oudsher is de Utrechtse aanpak in de gebiedsprocessen sterk bottom-up gedreven, waarbij een goede samenwerking met onze gebiedspartners centraal staat. Daar komen nu de landelijke, maatschappelijke opgaven bij met doelen die verplichtend zijn en met een grotere urgentie dan voorheen. In de t­ erminologie van het Rijk betreft het onontkoombare doelen. Dit betekent veel voor onze aanpak. De opgaven en doelen zijn urgenter en harder geworden en daarmee ook de kaders waarbinnen we samen met onze gebiedspartners moeten werken. Dat proces is zoeken met elkaar. Hoe doen we dit zonder elkaar in de gebiedsprocessen te verliezen? De transitie die nodig is om de NPLG-opgaven te realiseren, maakt alleen kans als ze zoveel als mogelijk aansluit bij de energie en de behoeften van de betrokkenen in het landelijk gebied, naast de overheden zijn dat met name de landbouw- en

Aanpak opstellen UPLG

UPLG 1.0

Opgaven Lopende gebiedsprocessen Nieuwe gebiedsprocessen Februari

Maart

Startnotitie

Koersnotitie

April

Mei

Concept UPLG

Juni

Juli - najaar ‘23

1e kwartaal ‘24

Toetsting Rijk

Vaststelling

Figuur 1, Stappenplan opstellen Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG)

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

11

natuurorganisaties en de betrokken agrarische ondernemers. De agrarische sector omvat veruit het grootste deel van het buitengebied en speelt daarom een essentiële rol in de opgaven waarvoor we staan. Duidelijkheid en toekomstperspectief is voor deze sector noodzakelijk, maar in de context van de actualiteit helaas nog complex. De transitie in het landelijk gebied vraagt daarnaast een goede samenwerking met onze medeoverheden. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied is de c­ oncrete aanleiding voor het UPLG, maar zonder de Utrechtse gemeenten en water­ schappen zullen we de opgaven en doelen niet kunnen halen. Zij zijn een belangrijke partner in ons contacten met lokale organisaties, bewoners en ondernemers en hebben weer andere publieke verantwoordelijkheden en bevoegdheden dan de provincie. Het is belangrijk zoveel mogelijk als één overheid in de gebiedsgerichte aanpak samen te werken. Ook een goede samenwerking met onze buurprovincies is daarbij essentieel, met name bij de gebiedsprocessen die op of dicht bij onze provinciegrenzen liggen. We realiseren ons dat voldoende draagvlak voor de gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk is en blijft. Dit concept-UPLG is door alle omstandigheden met slechts beperkte participatie tot stand gekomen.

Komende maanden willen we dit inhalen door nadrukkelijk onze gebiedspartners uit te nodigen om te reageren op dit concept-UPLG en (verder) met ons in gesprek te gaan, zowel over de inhoud van dit UPLG-document als meer op gebiedsniveau in de gebiedsprocessen. Zodat we samen tot oplossingen kunnen komen voor de vraagstukken waar we voor staan. Dit concept-UPLG zien we als een gezamenlijk startpunt.

1.5 Leeswijzer Dit document is opgebouwd uit een deel I en een deel II: deel I is het hoofd­ document, deel II zijn de bijlagen. De hoofdstukken 1,2, 4 en 5 in deel I en bijlage 3 in deel II komen bij elkaar overeen met de UPLG Koersnotitie met op onderdelen nog wat aanvullingen en wijzigingen. De overige hoofdstukken zijn ten opzichte van de Koersnotitie nieuw. Ook een groot aantal kaarten en alle foto’s zijn nieuw ten opzichte van de Koersnotitie.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

Deel I: het hoofdocument Inhoudelijk zijn de hoofdstukken 3,4 en 5 de kern van dit concept UPLG versie 1.0. • Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het Utrechts landschap als basis voor dit UPLG. • Hoofdstuk 4 gaat in op de structurerende principes vanuit de thema’s van de Omgevingsvisie provincie Utrecht (2021): 1) klimaatbestendig en waterrobuust, 2) toekomstbestendige natuur en landbouw en 3) koppelkansen met de andere thema’s. • Hoofdstuk 5 geeft op basis van deze structurerende principes een ­ontwikkelrichting aan van de verschillende landschapstypen in onze ­provincie. De overige hoofdstukken gaan vervolgens in op alle andere zaken die ook van belang zijn en vanuit de NPLG-Handreiking als onderwerp verplichtend zijn ­meegegeven voor de provinciale gebiedsprogramma’s (en dus ook voor dit UPLG): • Hoofdstuk 6: Instrumenten • Hoofdstuk 7: Onderzoek en monitoring • Hoofdstuk 8: Kostenraming 2035 • Hoofdstuk 9: Maatregelenpakketten • Hoofdstuk 10: Sociaaleconomische Impactanalyse (SEIA) • Hoofdstuk 11: Randvoorwaarden en vervolg Deel II: de bijlagen Het analysedeel dat was opgenomen in de Koersnotitie is verder uitgebreid en naar de bijlagen verplaatst (bijlage 3).

De set van bijlagen is als volgt: • Bijlage 1: Structurerende keuzes uit het NPLG • Bijlage 2: Water en bodem sturend in het UPLG • Bijlage 3: Analyses en verkenningen • Bijlage 3a: kaderrichtlijn Water (KRW) • Bijlage 3b: conclusies uit de natuurdoelanalyses per N2000-gebied • Bijlage 3c: Concretisering Bossenstrategie • Bijlage 3d: Emissie en depositie van stikstof in de Natura 2000-­gebieden • Bijlage 4: Eerste overzicht van de instrumentenkoffer • Bijlage 5: Kostenraming 2024-2035 • Bijlage 6: Sociaaleconomische situatie van de landbouwsector ­provincie Utrecht

12

2 Opgaven en doelen, ­ambitie en denklijnen 2.1 Drie (inter)nationale doelen staan centraal Het NPLG geeft met de volgende figuur aan welke (inter)nationale doelen er zijn voor natuur, water en klimaat. Stikstofreductie is met het NPLG onderdeel ­geworden van een bredere set aan (inter)nationale doelen.

Water en bodem sturend

Regionale stikstofreductiedoelstellingen

Landbouwperspectief

Stikstof

Natuur

Water

Klimaat

Stikstofreductie

Schoon oppervlakte- en grondwater

Reductie van uitstoot broeikasgassen

Areaaluitbreiding

Goede toestand grondwaterlichamen

Koolstofvastlegging

Instandhoudingsdoelen natuurkwaliteit

Goede zoetwaterbeschikbaarheid

Hydrologische doelen Groenblauwe dooradering

Figuur 2, Opgaven en doelen Nationaal Programma Landelijk Gebied (uit: Startnotitie NPLG, 10 juni 2022)

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

13

Bij deze doelen zijn de volgende opmerkingen van belang: • Internationale verplichtingen: Niet elk doel heeft hetzelfde gewicht. Doelen die rechtstreeks voort­ komen uit internationale verplichtingen hebben de hoogste prioriteit. Rond de instandhouding van Natura 2000-gebieden is de situatie zeer urgent: de overbelasting met stikstof is in veel gebieden zo groot dat instandhouding van de natuur niet langer is gegarandeerd. Dit leidt tot een vergaande impasse in de vergunningverlening en een toenemend aantal juridische procedures rondom stikstof. De instandhouding van Natura 2000-­gebieden is onderdeel van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Naast doelen voor gebieden zijn hier ook doelen in opgenomen om ­soorten en habitats in een gunstige staat te brengen. Ook de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen (2027) en de klimaatdoelen (2030) zijn urgente internationale verplichtingen. • Korte en lange termijn doelen: De doelen richten zich op de korte en lange termijn. Hoewel de doelen op korte termijn meestal een meer verplichtend karakter hebben, is een doorkijk naar de lange termijn nodig om duurzame keuzes voor het ­landelijk gebied te maken. Het is immers niet gewenst dat keuzes (en de daarbij behorende investeringen) voor de korte termijn niet ­houdbaar en effectief blijken te zijn op de lange termijn (2050).

2.2 Van nationale doelen naar provinciale doelen

• Reductie van de emissie van stikstof uit de landbouw: de totale ­stikstofemissie dient in 2030 met 46% gedaald te zijn ten opzichte van het referentiejaar 2018, dat wil zeggen binnen onze provincie een totale reductie met 2.359 kiloton stikstof (van 5.093 naar 2.734 kiloton stikstof in 2030). • Het realiseren van de KRW-doelen in 2027, o.a. door: reductie van ­nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. • Reductie methaan uit veehouderij: in 2030 0,3 megaton CO2eq ten opzichte van de Klimaat- en Energieverkenning 2021 (KEV 2021). • Reductie uitstoot broeikasgassen uit veenbodems: in 2030 een reductie van 0,09 megaton CO2eq/jaar. Aanvullend hierop heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit indicatief in beeld gebracht hoeveel extra areaal (agrarische) natuur per p ­ ­rovincie nodig is om aan de doelstellingen in de Vogel- en Habitatrichtlijn te voldoen. Daarbij geldt dat in 2030 een doelbereik van 30% moet zijn. Het is nog onduidelijk wanneer deze indicatieve verdeling over de provincies een definitieve status krijgt. De Europese verordening natuurherstel, die naar verwachting per 2024 in werking treedt, zal een bindende planning verbinden aan de verplichtingen uit de Vogelen Habitatrichtlijn om populaties van beschermde soorten en habitats in een ­gunstige staat van instandhouding te brengen in 2050, met als tussenstap 30% doelbereik in 2030.

Al deze doelstellingen zijn in tabel 1 samengevat weergegeven. We realiseren ons dat realisatie soms een lange doorlooptijd nodig heeft.

Een deel van de nationale doelen is door het Rijk toebedeeld aan de provincies. Voor de provincie Utrecht gaat het om de volgende doelen: • Het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland (NNN): in totaal 1.570 hectare functieverandering naar natuur en 4.264 hectare inrichting voor natuur (2027). • Het aanleggen van 1.500 hectare nieuw bos en revitaliseren van bestaand bos conform de landelijke Bossenstrategie. Hieraan is tevens een klimaatopgave gekoppeld, namelijk de vastlegging van CO2 via aanleg van bos: omgerekend vanuit de 1500 ha nieuw bos is dat 0,006 megaton CO2 in 2040. • Het realiseren van groenblauwe dooradering in het landelijk gebied: 5% in 2030, 10% in 2050 (in de drie NPLG-prioritaire gebieden 10% in 2030)

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

14

Thema

Sub-thema

Termijn

Provinciale doelen

Water

Kaderrichtlijn Water en Nitraatrichtlijn

2027

Concentraties nutriënten (P en N) in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen. Concentraties gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen. Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor een goede kwantitatieve toestand. Hydrologische condities Natura 2000-gebieden op orde. Ecologie voldoet aan KRW-doelen en doelen overig water (inspanningsverplichting)

-Natuur

Natura 2000

z.s.m.

Bereiken van de gunstige staat van instandhouding in (en indien nodig) rondom de Natura 2000-gebieden.

-Natuur

NNN

2027

Het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland (NNN): in totaal 1.570 ha functieverandering naar natuur (uiterlijk 2027). In totaal 4.264 hectare inrichting voor natuur (uiterlijk 2027).

-Natuur

VHR-agrarische natuur (met agrarisch natuurbeheer)

20302050

Indicatief 8.100 (2030) tot 27.000 (2050) extra hectare open grasland (voor weidevogels). Indicatief 345 (2030) tot 1500 (2050) extra hectare open akkerland. Indicatief 2.760 (2030) tot 9.200 (2050) extra hectare groenblauwe dooradering.

NB: doelen vanuit het Rijk voor de provincies zijn nog indicatief -Natuur

VHR-natuur NB: doelen vanuit het Rijk voor de provincies zijn nog indicatief

20302050

Indicatief 848 (2030) tot 2.825 (2050) hectare nieuwe natuur buiten de huidige NNN, bedoeld voor moerassen, vochtige bossen en vochtige schraalgraslanden. Indicatief 117 (2030) tot 391 (2050) hectare nieuwe natuur binnen de huidige NNN via omvorming, bedoeld voor moerassen, vochtige bossen en vochtige schraalgraslanden.

-Natuur

Bos

2040

Realiseren doelstellingen provinciale Bossenstrategie. Aanleggen van 1.500 ha nieuw bos Revitaliseren van bestaand bos (ijkmoment 1-1-2021).

-Natuur

Groenblauwe dooradering (GBDA)

20302050

Het realiseren van GBDA in het landelijk gebied: 5% in 2030. 10% in 2050 (in de drie NPLG-prioritaire gebieden 10% in 2030).

-Natuur

Stikstof

2030

Reductie van de emissie van stikstof uit de landbouw: daling van de totale ammoniakemissie met 46% ten opzichte van het referentiejaar 2018, dat wil zeggen binnen onze provincie een totale reductie van 2.359 kton (van 5.093 kiloton ammoniak in 2018 naar 2.734 kiloton in 2030).

-Natuur

-

2025-2030

2025: 40% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde. 2030: 74% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde.

Klimaat

Methaan veehouderij

2030

Reductie methaan uit veehouderij: 0,3 megaton CO2eq ten opzichte van de Klimaat- en Energieverkenning 2021 (KEV 2021).

Klimaat

Broeikasgassen natte natuur

2030

Reductie broeikasgassen uit ontwikkeling natte natuur: 0,4-0,8 megaton CO2eq als nationale opgave, nog nader te verdelen

-Klimaat

Broeikasgassen veenbodems in veenweidegebied

2030

Reductie uitstoot broeikasgassen uit veenbodems: in 2030 een reductie van 0,09 Mton CO2eq/jaar.

Landbouw

-

-

Transitie naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw

Tabel 1 Overzicht provinciale doelen gekoppeld aan het NPLG. Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

15

2.3 Het Rijk geeft een set aan structurerende keuzes mee Naast doelen geeft het Rijk een aantal belangrijke structurerende keuzes mee. Deze staan zowel in het Ontwikkeldocument Nationaal Programma Landelijk gebied (november 2022) als in de kamerbrief Water en Bodem Sturend (november 2022). Het Rijk verwacht dat de provincies in de gebiedsprogramma’s uitwerking geven aan de structurerende keuzes (zie bijlagen 1 en 2).

De zogenaamde PAS-melders in Utrecht gaan we samen met de Rijksoverheid zo snel mogelijk legaliseren. Dit is een complex onderwerp vanwege de juridische aspecten die hier aan zitten, maar het is van groot belang omdat het vertrouwen van de agrarische sector in dit UPLG-traject en in de gebiedsgerichte aanpak hier nauw mee samenhangt. Het Rijk heeft een grote verantwoordelijkheid in het ­oplossen van deze problematiek.

2.5 Ambitie Wat zijn structurerende keuzes? Definitie Rijk (zie blz. 40 Ontwikkeldocument NPLG, 25 november 2022): ‘Structurerende keuzes bevatten ordenende principes die richting geven aan de ruimtelijke inrichting. De keuzes gaan in op de wenselijkheid en onwenselijkheid van (nieuwe) activiteiten in het landelijk gebied.’

In het Ontwikkeldocument Nationaal Programma Landelijk Gebied staan acht structurerende keuzes. De kamerbrief Water en Bodem Sturend geeft in totaal 33 structurerende keuzes voor water en bodem mee (zie Startnotitie UPLG).

2.4 Perspectief voor de landbouw als vierde doel We verwachten dat het behalen van de (inter)nationale doelen grote gevolgen heeft voor het gebruik en de inrichting van het landelijk gebied. Ons landelijk gebied is en moet aantrekkelijk zijn en blijven om te wonen, te ­werken, om voedsel en andere biobased materialen te produceren en om te ­recreëren. Van oudsher speelt de landbouw een belangrijke rol in ons landelijk gebied. De provincie Utrecht stelt het realiseren van een toekomstbestendig en vitaal platteland, met blijvend ruimte voor een duurzame en rendabele landbouw, expliciet als belangrijke voorwaarde om het UPLG te kunnen realiseren. We voegen om die reden de landbouw als 4e doel voor het UPLG toe. Dat wil zeggen dat we ons richten op een landbouwsector met toekomstperspectief, maar wel een landbouw die een flinke stap heeft gezet in de richting van de doelen en internationale verplichtingen waar we voor staan. Dit betekent voor de sector in zijn geheel een ontwikkeling naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw die economisch rendabel is en door de maatschappij gewaardeerd. Daarbinnen kunnen uiteraard wel verschillen zijn omdat ieder agrarisch bedrijf weer anders is.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

In de UPLG-Startnotitie hebben we de volgende ambitie opgenomen:

Ambitie UPLG (Uit: Startnotitie UPLG, door GS vastgesteld op 9 mei 2023) We zetten met onze gebiedsgerichte aanpak samen met onze partners de komende jaren in op een ontwikkeling naar een vitaal, toekomstbestendig en duurzaam landelijk gebied waar de grote opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat zijn gerealiseerd en met toekomstperspectief voor de landbouw.

Deze ambitie betekent dat we ons met het UPLG richten op: • een gevarieerde en veerkrachtige natuur; • een klimaatbestendig en robuust water- en bodemsysteem met ­voldoende schoon en gezond water; • een sterke reductie van de broeikasgassen; • een duurzame landbouwsector met toekomstperspectief, dat wil z­ eggen met economisch rendabele bedrijven die circulair, natuurinclusief, ­klimaatneutraal en diervriendelijk zijn en dicht bij de bewoners staan (zie Omgevingsvisie pagina 120); • koppelkansen vanuit andere ruimte vragende opgaven zoals de energietransitie, Groen Groeit Mee, de woningbouwopgave en realisatie ­bedrijventerreinen. Het Rijk geeft daarnaast als koppelkansen de volgende thema’s mee (zie ­ontwikkeldocument NPLG, november 2022): volksgezondheid, zoönose, geurhinder en fijnstof.

16

2.6 Denklijnen Om deze ambitie voor elkaar te krijgen hebben we in de Startnotitie de hiernavolgende denklijnen gepresenteerd. Ons beleid uit onze provinciale Omgevingsvisie (2021) is daarbij vertrekpunt. Hierin zijn twee centrale uitgangspunten opgenomen (zie kader).

Centrale uitgangspunten Omgevingsvisie Provincie Utrecht (2021) Voor ons omgevingsbeleid hanteren wij in de provinciale Omgevingsvisie twee centrale uitgangspunten: 1. We kiezen gebiedsgericht voor integrale, toekomstgerichte oplossingen waarmee we de Utrechtse kwaliteiten per saldo behouden of versterken, zo nodig met compenserende maatregelen. 2. We concentreren en combineren nieuwe ontwikkelingen, om zorgvuldig om te gaan met schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Er blijft ook ruimte beschikbaar voor lokale opgaven.

De denklijnen uit de UPLG-Startnotitie zijn de hiernavolgende. Grotendeels zijn ze letterlijk overgenomen of licht redactioneel aangepast. Een enkel onderdeel is ten opzichte van de Startnotitie nieuw, in dat geval is dat tussen haakjes aangegeven. 1. Water en bodem sturend • Het veranderend klimaat met extreme weersituaties vraagt om klimaatbestendige en water robuuste ruimtelijke ontwikkelingen waarbij het natuurlijk bodem- en watersysteem veel meer leidend wordt. • Keuzes zijn nodig voor het realiseren van voldoende water, schoon water en ruimte voor water. • Behoud en versterking van de bodemstructuur, bodemleven en bodembiodiversteit, is van groot belang onder andere ten behoeve van de opvang van extreme droogte en neerslag. 2. Natuuropgaven • Biodiversiteit zowel binnen als buiten natuurgebieden versterken (o.a. vanuit de wettelijke verplichtingen Europese Vogel- en Habitat Richtlijn).

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

• Stikstof is veelal één van de belangrijkste drukfactoren in relatie tot de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden en heeft overal een negatief effectief op de biodiversiteit. • Vanwege het feit dat de stikstofdoelen wettelijk zijn vastgelegd betreft het één van de meest harde doelstellingen uit het NPLG. • Natuuropgaven in samenhang realiseren, dat wil zeggen waar ­mogelijk combineren van opgaven zoals Natuurnetwerk Nederland, groene ­contour, groenblauwe dooradering, Bossenstrategie en het ­Aanvalsplan Grutto. • In overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden maatregelen­ ­nemen op basis van de Natuurdoelanalyses (onder andere hydrologie, stikstof, beheer). • Alle ruimtelijke ontwikkelingen zoveel als mogelijk natuurinclusief ­vormgeven. Dit draagt ook bij aan de samenhang tussen landelijk en ­stedelijk gebied in de provincie Utrecht (conform Ruimtelijk voorstel ­Provincie Utrecht). 3. Klimaatopgave landbouw en landgebruik • Veenweide broeikasgasreductie verder oppakken volgens de uitvoeringsstrategie van de Regionale Veenweide Strategie • Methaanreductie veehouderij in alle gebieden oppakken. In overleg met de agrarische sector de mogelijkheden hiervoor bespreken (technische maatregelen, extensivering, meekoppelkansen) en afspraken maken over de te nemen maatregelen. • Broeikasgassen reduceren bij ontwikkeling natte natuur 4.

Duurzaam agrarisch toekomstperspectief • We streven naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale ­l­andbouw die economisch rendabel is en die bovenal gewaardeerd wordt door boer en burger. Dit toekomstbeeld geeft richting aan de transities die nodig zijn. • Duidelijkheid en een goede boterham: we zorgen voor vergunningen die op orde zijn en duidelijkheid voor de lange termijn, waarbij de blijvende boeren in bedrijfseconomisch opzicht een goed toekomstperspectief hebben. • Keuzemogelijkheden: we bieden ruimte voor verschillende ­bedrijfsmodellen.

17

• Al geleverde prestaties tellen mee: veel bedrijven hebben al flinke ­stappen gezet. Deze koplopers geven het voorbeeld. Daarom zetten we waar mogelijk relatieve opgaven (zoals een reductiepercentage stikstof) om naar doelen in absolute getallen op bedrijfsniveau (zoals ammoniak­ emissie per hectare). • Grond: beschikbare grond zetten we zoveel mogelijk in de ­gebiedsprocessen. • Instrumenten: een goed instrumentarium zien we als een rand­voor­waarde • Generieke streefwaarden: we streven naar 30% generieke reductie van stikstof via voer- en managementmaatregelen (zie Praktijknetwerk ­Nederland) mits aantoonbaar effectief en goedgekeurd door het M ­ inisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. • Nu het Landbouwakkoord er niet is gekomen, is het aan ons als provincies om bij het Rijk aan te dringen op regelingen die de sector kunnen helpen te verduurzamen en daarbij tevens de sector voldoende verdienvermogen bieden met zekerheden voor de lange termijn. Wij zien dit als belangrijke randvoorwaarde voor een duurzaam agrarisch toekomst­perspectief. Waar mogelijk kan de provincie hier ook zelf instrumenten op ontwikkelen.

• Lange termijn (10 tot 25 jaar): doorkijk naar 2050. Dat lijkt soms ver weg, maar is dat niet. Voor een gemiddeld boerenbedrijf is het nu al van belang – voor de financiering van bijvoorbeeld een nieuwe stal of gesprekken over de opvolging van het bedrijf – om perspectief te hebben over ‘later’. Dit geldt uiteraard net zo goed voor andere sectoren, zoals de energiesector, de drinkwatervoorziening en de woningbouw. • We zijn transparant over later, in overleg over straks en pakken op waar we het nu al over eens zijn. 7. Koppeling met het RO-traject: • Het UPLG is een belangrijke bouwsteen van het Provinciaal Ruimtelijk Voorstel Utrecht dat in oktober 2023 opgeleverd wordt. • We streven naar een slim gebruik van bestaande en nieuwe ruimtelijke ordeningsinstrumenten bij de totstandkoming.

5. We pakken de opgaven in samenhang op: • In samenhang zorgen we voor effectief doelbereik en ruimtebeslag met oog voor de vitaliteit van het gebied. Hierbij zetten we in op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik, waarbij we ook andere opgaven betrekken zoals de kansen voor Groen Groeit Mee en de energietransitie. • We gaan alvast met geen-spijt-maatregelen aan de slag. 6. We houden rekening met drie tijdvakken: • Korte termijn (0 tot 3 jaar): intensiveren of op gang brengen van de ­uitvoering in gebieden en samen met de agrarische ondernemers. We proberen zoveel als mogelijk PAS-melders te legaliseren en de ­vergunningverlening weer op gang te brengen. • Middellange termijn (3 tot 10 jaar): de opgaven met een ruimtelijke ­component worden opgepakt (bijvoorbeeld via inzet van het ­verkavelingsinstrument); focus op het realiseren van de KRW-opgaven (2027) en de NPLG-opgaven (2030). Dit vraagt snelheid en urgentie, een adaptieve aanpak en blijvend innoveren.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

18

3 Het Utrechtse landschap als basis voor het UPLG Het Utrechtse landschap is bijzonder gevarieerd. Van de openheid van Eemland of de Lopikerwaard tot de intimiteit van een kersenboomgaard in de Kromme Rijn. En van een open plek in het bos van de Utrechtse Heuvelrug of een spannend fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot de dramatische overgang van de historisch beladen Grebbeberg naar het rivierenlandschap van Rijn en Lek. Het landschap van de provincie Utrecht kent vele gezichten. We kiezen er nadrukkelijk voor deze diversiteit aan landschappen als basis te ­nemen voor de aanpak van het landelijk gebied. We kiezen voor een gebieds­ gerichte aanpak met de landschapsindeling uit de Omgevingsvisie als basis. De belangrijkste redenen om de landschappen als vertrekpunt te nemen zijn: • Het landschap is altijd in ontwikkeling en elk landschap heeft ruimte voor een vorm van dynamiek. Maar wel op zo’n manier dat het ten goede komt aan de kwaliteiten van het betreffende landschap. Elk Utrechts landschap heeft zijn eigen kwaliteiten die mede richting geven aan de toekomst van het gebied. • De kenmerken van de landschappen zijn ontstaan vanuit het bodem- en watersysteem en het voortbouwen daarop.

Deze inzet met de landschappen als basis sluit daarmee goed aan op de denklijn en structurerende keuzes van ‘water en bodem sturend’ waarin de natuurlijke systemen in principe leidend zijn. • De landschappen zijn herkenbaar voor onze bewoners en ondernemers, de variatie en afwisseling aantrekkelijk. Iedereen ervaart het verschil tussen het veenweidegebied met zijn openheid en de bossen van de Utrechtse Heuvelrug. In dit hoofdstuk geven we een beeld van de vijf karakteristieke landschappen in Utrecht. Daarnaast geven we aan welke landschappelijke, doorgaande structuren in de provincie belangrijk zijn. De landschappen en de landschappelijke structuren vormen de basis voor de analyse, structurerende principes en landschappelijke keuzes in de vervolghoofdstukken van dit UPLG. Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

19

Kaart 1 landschappelijke positionering provincie Utrecht (Veenenbos en Bosch, 2023) Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

20

3.1 Vijf karakteristieke Utrechtse landschappen De landschappen in de provincie Utrecht staan niet op zichzelf. Ze zijn vaak ­onderdeel van grote nationale en internationale landschappen en verbindingen zoals het rivierengebied, de stuwwallen en laagten uit de ijstijden en de grote ­wateren en meren (zie kaart 1). Zo maken de landschappen van Utrecht deel uit van het Groene Hart, de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en Veluwe en het stroomgebied van de Rijn. Tussen deze landschappen liggen grote, groene verbindingen. De Omgevingsvisie onderscheidt binnen deze c­ ontext de volgende landschappen in de provincie Utrecht: 1. Veenweidegebied Groene Hart 2. Veeweidegebied Eemland 3. Utrechtse Heuvelrug 4. Kromme Rijnstreek 5. Gelderse Vallei

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

21

Kaart 2 indeling landschappen

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

22

Ieder van deze landschappen heeft een aantal kernkwaliteiten, zie voor een nadere toelichting hierop ‘De kwaliteitsgids Utrechtse landschappen’ (provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/landschap). Hieronder geven we per landschap een algemene karakteristiek, zetten we op een rij wat de kern­kwaliteiten uit de Kwaliteitsgids zijn en geven we aan de hand van foto’s een beeld van het landschap. Aan het einde van de paragraaf beschrijven we welke structuren vanuit erfgoed waardevol zijn om mee rekening te houden.

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

23

Kaart 3 Bodemkaart

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

24

Kaart 4 Landschappenkaart

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

25

Veenweidegebied Groene Hart

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

26

Veenweidegebied Groene Hart Het westelijk en noordoostelijk deel van de provincie (circa 1/3 van de ­provincie) is veenweidegebied. Dit deel van de provincie bestaat uit het karakteristieke ­Hollandse, open polderlandschap met smalle percelen en veel sloten en ­weteringen. De verkaveling met diepe opstrekkende kavels en de vele lintbebouwing zijn karakteristiek en komen voort uit de oorspronkelijke middeleeuwse cope-­ontginning. Het gebied kent een uitgebreid en ingenieus watersysteem met een uitgebreid stelsel van boezems voor de water aan- en afvoer. De Oude ­Hollandse Waterlinie loopt van noord naar zuid door het Groene Hart en heeft met zijn inundatiegebieden gebruik gemaakt van dit watersysteem en de lage ligging. Aan de noord- en oostzijde bevindt zich het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies (de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie) waarvan de kenmerken het watermanagement (zoals dijken, sluizen en inundatiegebieden), het strategische landschap (open en groen) en de militaire werken (met de open schootsvelden) zijn. De bodem varieert in het gebied van veen tot klei-­op-veen. In delen is het veen ontgonnen en turf gewonnen. Soms zijn plassen achtergebleven, rond Mijdrecht is een droogmakerij ontstaan. openheid

De veenweiden zijn momenteel voor een groot deel landbouwgebied met de melkveehouderij als grootste tak. Binnen het gebied vormen de Lek, Hollandsche IJssel, Oude Rijn en de Vecht belangrijke rivieren waarlangs steden en dorpen gevestigd zijn. Met zijn rust en stilte vormt het gebied een tegenhanger van de omringende Randstad. Het Utrechtse veenweidegebied vormt samen met de veenweiden van Zuid-Holland en Noord-Holland het Groene Hart. Het gehele Groene Hart is door het Rijk aangewezen als NOVEX-gebied.

Kernkwaliteiten Groene Hart: 1. Openheid, 2. (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.), 3. Landschappelijke diversiteit en 4. Rust & stilte 5. Cultuurhistorisch waardevolle ontginningsstructuren en watersystemen.

veehouderij

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

27

Veenweidegebied Eemland

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

28

Veenweidegebied Eemland Het Eemland ligt in het noordoosten van de provincie Utrecht tegen de randmeren aan. Kenmerkend voor Eemland is het open, weidse en vrijwel lege landschap. Ook Eemland is waterrijk, kent veel sloten en heeft een typerende slagenverkaveling. Het hele gebied watert af op de Eem die centraal ligt. De Eem met zijn dijken snijdt als een wig door dit lege land en watert uit op het Eemmeer, deel van de voormalige Zuiderzeekust. De bodem van het gebied bestaat grotendeels uit klei op veen. Het typerende gebruik wordt gevormd door grondgebonden melkveehouderij en is één van de beste weidevogelgebieden in Nederland. In het gebied is relatief veel agrarisch natuurbeheer. Alle woonkernen liggen aan de randen van het gebied, de rivier de Eem vormt een belangrijke recreatieve route voor met name Amersfoort. Eemland ligt in de regio Amersfoort en is onderdeel van NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort.

Kernkwaliteiten Eemland: 1. Extreme openheid, 2. Slagenverkaveling, 3. Veenweidekarakter, 4. Historie van de Zuiderzee, 5. De hierin gelegen Grebbelinie en 6. Overgangsgebieden (bij Eemnes, Soest en Amersfoort).

openheid

langs de Eem

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

29

Utrechtse Heuvelrug

Concept Utrechts Programma ­Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0

30

Utrechtse Heuvelrug De Utrechtse Heuvelrug loopt van het Gooimeer tot aan de Grebbeberg. Na de Veluwe is het gebied het grootste bos- en heidegebied van Nederland. Het omvangrijke en aaneengesloten boscomplex ligt op een reliëfrijke, glooiende ondergrond die ontstaan is in de ijstijden. De ondergrond bestaat uit zandgronden, her en der vinden we stuifzanden en vennen. Vooral de flanken van de heuvelrug vormden al vroeg een aantrekkelijke plek om te wonen, hier vinden we reeksen van lommerrijke steden en dorpen. De Utrechtse Heuvelrug kent daarnaast veel landgoederen en buitenplaatsen met parken en waterpartijen met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Er zijn weinig agrarische bedrijven in het gebied, deze liggen vooral op de flanken. Dit alles maakt het gebied zeer populair voor recreatie en het levert zo een grote bijdrage aan het aantrekkelijke vestigingsklimaat van de provincie Utrecht voor bewoners en bedrijven. In het gebied ligt een aantal grote defensieterreinen. Ten zuiden van de A28 heeft het gebied de status van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, één van de 21 nationale parken in Nederland en het enige in de provincie Utrecht. beukenbos

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13565828/1