CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

I. 1 RES 1.0 versie 19 maart 2021

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen16.669 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Van dromen naar daden

RES 1.0

Regionale Energiestrategie Foodvalley

IN BEWERKING 19 maart 2021

1

IN BEWERKING

Van dromen naar daden Regionale Energiestrategie Foodvalley

19 maart 2021

2

IN BEWERKING

Inhoudsopgave Voorwoord

3

1

Inleiding

5

1.1

Een belangrijke ambitie

5

1.2

Wat is de RES?

5

1.3

Werkwijze

5

1.4

Leeswijzer

6

2

3

4

5

Dromen: Een vitale en duurzame Regio Foodvalley

7

2.1

Visie Regio Foodvalley: topregio voor AgriFood en duurzame voedselsystemen

7

2.2

Visie duurzame energievoorziening: langetermijnperspectief en innovaties

7

2.3

Strategie duurzame opwek 2030

9

2.4

Visie op de warmtetransitie

15

Daden: Concrete stappen voor 2030

18

3.1

Aan de slag met de duurzame opwek

18

3.2

Mogelijkheden en voornemens per gemeente

18

3.3

Kansen en knelpunten

23

3.4

Ons gezamenlijke bod: 0,75 TWh opwek

24

3.5

Aan de slag met de warmtetransitie

25

Wetten en praktische bezwaren: Voorwaarden en investeringen

27

4.1

Scheppen van voorwaarden door publieke partijen

27

4.2

Faciliteren netcapaciteit door netbeheerders

29

4.3

Financieel participeren door de lokale gemeenschap

32

4.4

Investeren en realiseren door private partijen

33

Organiseren van het vervolgproces

35

5.1

Borging van de RES in lokaal beleid en regionale afspraken

35

5.2

Vervolgproces, organisatie/governance en middelen

36

5.3

Governance en financiën

38

IN BEWERKING

3

Voorwoord Ruimte maken voor schone energie. Niet makkelijk, wel noodzakelijk. De aarde leefbaar houden vraagt actie. Nu. De aarde warmt op, veel planten en diersoorten verdwijnen, de zeespiegel stijgt. Als we zo doorgaan, ligt Amersfoort straks aan zee. We willen onze aarde leefbaar houden. Daarom moeten we deze trend keren. Nu. Voor onszelf, maar vooral voor onze kinderen en kleinkinderen. Wij voelen ons verantwoordelijk om te doen wat we kunnen. Dat betekent niet afwachten, doorschuiven of naar anderen kijken. Maar actie ondernemen. We zijn het verplicht aan de generaties na ons. Gelukkig groeit wereldwijd én in heel Nederland datzelfde besef. 76 partijen ondertekenden het Klimaatakkoord. We spraken af de hoeveelheid broeikasgassen binnen 10 jaar drastisch terug te brengen. Dat doen we op veel manieren. Fabrieken gaan anders werken, boeren treffen maatregelen, we rijden steeds meer elektrisch en isoleren onze huizen. We besparen zoveel mogelijk energie én we gaan meer energie duurzaam opwekken. Tot 2030 kan dat vooral met zonnepanelen en windmolens. Windenergie opwekken gebeurt voor het grootste deel op zee. Dat is niet genoeg om ons doel te halen. Daarom gaan we ook op land zonne- én windenergie op wekken. Ook zoeken we naar warmtebronnen om onze huizen en gebouwen te verwarmen. Dat gebeurt in 30 energieregio’s in Nederland.

Ook in onze Regio Foodvalley met daarin de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen. Op weg naar 2030 en naar 2050 blijven we tegelijk steeds zoeken naar nieuwe duurzame energie- en warmtebronnen en technieken. Onze omgeving verandert. Daar kunnen we niet omheen. Olie en aardgas worden onder de grond gewonnen. Maar windmolens en zonnepanelen? Die zijn zichtbaar en dichtbij. Dat levert ons wat op: schonere lucht, werkgelegenheid, innovatieve ontwikkelingen en winst op investeringen. Of voordelen zoals een lagere energierekening of meedelen in opbrengsten. Tegelijk heeft het ingrijpende gevolgen voor ons landschap en voor de omgeving waar we in wonen. Het kan hinder veroorzaken. Daar kunnen we niet omheen. Ruimte maken voor duurzame energie kan alleen samen. We staan voor een grote opgave van minimaal 0,75 TWh hernieuwbare opwek waarvoor veel investeringen nodig zijn; bijna 1 miljard, rendabel in te brengen door ondernemers en netbeheerders en mogelijk te maken door overheden in 10 jaar. De veranderingen vragen om indringende gesprekken en moeilijke keuzes.

Waar is er ruimte voor zonne- en windenergie? Welke gevolgen heeft dat voor mij en voor het landschap? Past het op het energienet? Hoe kan ik zelf, of mijn gemeente, de (financiële) voordelen genieten van de zonne- en windprojecten? Gelukkig is Regio Foodvalley een ondernemende regio met actieve inwoners, hardwerkende ondernemers, vooruitstrevend onderwijs en een overheid die wil samenwerken. Samen kunnen we grote stappen maken in het besparen, de opslag en het opwekken van duurzame energie en in de zoektocht naar nieuwe energiebronnen en technieken. We hebben tenslotte al vaker bewezen voortvarend en vernieuwend te zijn, bijvoorbeeld op het gebied van landbouw, voedsel en gezondheid. Vanuit de waarden en het karakter van onze regio. We koesteren de waarden en het karakter van onze regio. We leven hier in een heel gevarieerd en groen landschap: redelijk kleinschalig met veel natuur en landbouw. Veel mensen komen in onze regio recreëren en genieten. Wij willen hier:

IN BEWERKING

−

Veel minder energie gebruiken, en onze huizen en gebouwen isoleren.

−

Het karakter van ons landschap behouden. Dat doen we door zoveel mogelijk zon op daken, langs

4

snelwegen, op stortplaatsen of boven parkeerplaatsen. Door het clusteren van windmolens en door energie zoveel mogelijk langs snelwegen en op bedrijventerreinen op te wekken. −

Landbouwgrond alleen gebruiken onder strikte voorwaarden.

−

De ruimte die nodig is voor energie opwek waar mogelijk voor meer doeleinden gebruiken.

−

De regie en de zeggenschap over projecten in onze regio houden. Net als de winst en werkgelegenheid.

−

Ondernemerschap en innovatie in de eigen regio stimuleren.

−

Een eerlijke verdeling van lusten en lasten. We willen dat inwoners en/of ondernemers mede-eigenaar kunnen zijn van zonne- en wind projecten.

Door obstakels te overwinnen en uitdagingen aan te gaan. Om dat te bereiken, blijven we in onze regio in gesprek. Ook nadat in de zomer over deze regionale energiestrategie besloten is door gemeenten, provincies en waterschappen. Want het gesprek is nog lang niet af: zoekgebieden worden plannen en plannen worden concrete projecten. Bij elke stap, ook als plannen nog niet concreet zijn, vragen we ondernemers, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, overheden én inwoners van Regio Foodvalley actief mee te denken en doen aan de zoektocht naar de beste opties. Het vraagt dat we de nadelen onder ogen zien. Dat we obstakels overwinnen en samen uitdagingen aangaan. Dat we kennis en ideeën delen. Samen keuzes maken over de beste plek voor duurzame energie. Samen verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst van onze jeugd.

Daarom: snel aan de slag! Netbeheerders: Liander en Stedin Land- en tuinbouwsector (LTO Noord) Woningcorporaties (De Woningstichting) Energiecoöperaties (Vallei Energie) Ondernemers (VNO-NCW) Recreatiesector (Recron.) Natuur- en milieu: Natuur en Milieufederaties Gelderland en Utrecht Energiebedrijven (Energie-Nederland) Jong RES Inwoners via het Burgerforum Gemeenten: Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal, Wageningen Waterschap Vallei en Veluwe en Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Provincies: Gelderland en Utrecht

IN BEWERKING

5

1 Inleiding 1.1

Een belangrijke ambitie

Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord. Het is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken die 195 landen sloten in Parijs (2015). We gaan met elkaar de CO₂ -uitstoot sterk verminderen: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990. In 2050 wil Nederland grotendeels CO₂ -neutraal zijn. Regio Foodvalley en alle Gelderse gemeenten sloten zich aan bij de ambities van het Gelders Energieakkoord (GEA): een klimaat neutrale regio in 2050 en 55% reductie van CO₂ -uitstoot ten opzichte van 1990 in 2030.

1.2

Wat is de RES?

Het Klimaatakkoord werd ondertekend door 76 partijen, waaronder provincies, gemeenten en waterschappen. Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland gezamenlijk 35 TWh hernieuwbare energie op land opwekken in 2030. Om het gezamenlijk doel te realiseren hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties elkaar nodig. Daarom werken in elke regio al deze partijen samen aan een Regionale Energie Strategie: de RES. Regio Foodvalley is één van de 30 energieregio’s. In 2020 heeft Regio Foodvalley een concept-RES opgeleverd. Die is nu verder uitgewerkt tot dit document: de RES 1.0. Deze RES 1.0. Is de uitkomst van de zoektocht hoe we in Regio Foodvalley naar vermogen kunnen bijdragen aan het landelijk doel. Waar is plek om duurzame energie op te wekken? En hoeveel? Met welke warmtebronnen kunnen wijken en gebouwen van het aardgas af? Sommige gemeenten in Regio Foodvalley hebben al concrete plannen of beleid voor het opwekken van duurzame energie. Anderen werken daar nog met inwoners aan. Die plannen van de gemeenten maken deel uit van de RES. In deze RES 1.0 hebben we de eerste keuzes voor een energie neutrale Regio Foodvalley uitgewerkt. Een belangrijke stap is het verlagen van het huidige energieverbruik: wat we niet verbruiken, hoeven we ook niet op te wekken.

Regio Foodvalley streeft ernaar om ieder jaar minimaal 1,5% energiebesparing te realiseren. Samen committeren we ons om in 2030 voor 0,75 TWh aan duurzame opwek van elektriciteit in onze regio te realiseren. Onze ambitie gaat nog een stap verder, namelijk 1 TWh in 2030: net iets meer dan ons landelijke aandeel op basis van inwoners, beschikbaar land en energieverbruik. Dit document beschrijft hoe deze cijfers zijn opgebouwd en welke afwegingen zijn gemaakt. Maar ook hoe we regionaal samenwerken om de warmtetransitie voor elkaar te krijgen, waar mogelijke belemmeringen liggen en welke vervolgstappen gezet zullen worden. Deze RES richt zich op 2030 en kijkt vooruit naar 2050.

1.3

Werkwijze

In Regio Foodvalley werkten we met acht gemeenten, twee provincies, het waterschap en twee netbeheerders samen met veel andere belanghebbenden aan de RES. In regionale en thematische werkateliers verzamelden en deelden experts van betrokken partijen hun kennis. De kennis en inzichten zijn vervolgens ingebracht in het Stakeholderoverleg. Daar zochten we met vertegenwoordigers van alle partijen naar oplossingen die recht doen aan alle belangen. Er is gewerkt volgens de Mutual Gains Approach (win/win onderhandelen). Proces en werkwijze staan in de door gemeenten, provincies en waterschappen in 2019 vastgestelde Startnotitie RES Regio Foodvalley.

IN BEWERKING

6

Op meerdere momenten zijn de achterbannen van de stakeholders geïnformeerd en geraadpleegd. De raads- en statenleden en algemeen besturen van de waterschappen kwamen tijdens regionale bijeenkomsten bij elkaar: zij nemen uiteindelijk een besluit over deze RES 1.0 In het Stakeholderoverleg waren tot de zomer van 2020 stoelen vrijgehouden voor een vertegenwoordiging van jongeren en van inwoners. De vertegenwoordiger van JongRES sloot in het najaar van 2020 aan. Om het belang van inwoners te vertegenwoordigen, is in het najaar van 2020 een Burgerforum gestart. Twee leden uit dit Burgerforum namen deel aan het Stakeholderoverleg. Deze groep inwoners uit de hele regio heeft advies gegeven over hoe in de RES-rekening gehouden kan worden met wat inwoners belangrijk vinden. Het Burgerforum heeft het advies samengevat in zeven aanbevelingen (bijlage XX). Die geven weer wat de inwoners van de regio belangrijk vinden en wat zij waarderen aan hun leefomgeving. Het Burgerforum adviseert vanuit het belang van de inwoners uit Regio Foodvalley. Daarom vroeg Regio Foodvalley in een online raadpleging in december 2020 en januari 2021 aan inwoners en ondernemers wat zij belangrijk vinden bij het duurzaam opwekken van energie in de regio. Meer dan 5000 motivaties, ideeën en argumenten kwamen in januari binnen (bijlage XX).

De complete regionale energieopgave kan niet in één keer in de RES worden opgelost. Daarvoor is te veel onzeker en in ontwikkeling. Daarom herijken we – net als iedere RES-regio in Nederland - iedere twee jaar de RES op grond van nieuwe inzichten, innovaties of ervaringen. Zo ontwikkelt de RES zich stapsgewijs. Dat geeft alle partijen die betrokken zijn inzicht in wat er in de toekomst op hen afkomt.

1.4

Leeswijzer

Dit document is opgebouwd, volgens het gedicht van Willem Elsschot: “tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.” In hoofdstuk 2 zijn de dromen van de Regio Foodvalley uiteengezet. Wat is de visie van de inwoners van de regio en de betrokken stakeholders? Vervolgens worden de daden toegelicht in hoofdstuk 3: hoe is het huidige bod opgebouwd, welke concrete keuzes maken we in deze RES? In hoofdstuk 4 wordt de vertaling gemaakt naar “wetten en praktische bezwaren”. Welke voorwaarden moeten worden geborgd? Welke investeringen zijn nodig om het bod te behalen? Tot slot wordt het vervolgproces beschreven: welke stappen worden gezet om de RES 1.0 uit te voeren, en hoe verloopt het proces naar een volgende RES 2.0? Hoe maken we samen Regio Foodvalley energieneutraal in 2050?

IN BEWERKING

7

2 Dromen: Een vitale en duurzame Regio Foodvalley 2.1

Visie Regio Foodvalley: topregio voor AgriFood en duurzame voedselsystemen

Een economische topregio op het gebied van landbouw en voeding, waar mensen aantoonbaar gezonder zijn, graag wonen, ondernemen en innoveren en waar circulair werken gewoon is: dát is Regio Foodvalley! In de Strategische Agenda staat hoe de regio dit voor 2030 wil bereiken. Regio Foodvalley is een samenwerking tussen regionale overheden, ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen. Zij werken aan een gezonde en duurzame regio voor bedrijven en inwoners. De Regio Foodvalley ligt centraal in Nederland. Het landschap is aantrekkelijk en afwisselend en maakt onderdeel uit van de Veluwe, de Gelderse Vallei en de Utrechtse Heuvelrug. Er is een rijke diversiteit aan kleine en middelgrote dorpen en steden. De regio ontleent haar naam en onderscheidende karakter mede aan de ondernemende en vernieuwende AgriFood sector en kennisinstellingen. De regio zet in op een overgang naar toekomstbestendige landbouw, gezonde voeding, duurzame voedselsystemen en versterking van het kennis- en innovatiesysteem. Vanuit de Regio Deal Foodvalley werken we aan het versnellen van circulaire landbouw en emissiereductie zoals fijnstof reducerende technieken in de kippenhouderij. Maar ook aan verdienmodellen en het stimuleren van consumenten om gezonde en duurzame voedselkeuzes te maken. Dat doen we met verschillende partijen, waaronder Wageningen UR en het bedrijfsleven.

We richten ons op het duurzaam realiseren van brede welvaart en welzijn. Dat betekent dat we economisch kapitaal in samenhang zien met ecologisch en sociaal kapitaal. Verbetering op het ene aspect mag niet ten koste gaan van het andere. Urgente maatschappelijke vraagstukken vragen onze aandacht: zoals klimaatadaptatie, woonopgave, circulaire economie, energietransitie, landbouwtransitie en de stikstofproblematiek. Al deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor ons ruimtegebruik; niet alleen de energietransitie. Zo zijn in Regio Foodvalley tot 2040 zo’n 40.000 extra woningen nodig, een stijging met 25%. Om een aantrekkelijke leefomgeving te kunnen blijven bieden, is versterking van de natuur en van landschappelijke kwaliteiten belangrijk. Ook bedrijvigheid, mobiliteit, recreatie en het verduurzamen van de landbouw vragen ruimte. Een vitaal platteland en gezonde toekomst voor boeren is cruciaal voor onze positie als AgriFood regio. Het goed afwegen van deze soms tegenstrijdige belangen en het zoeken naar synergie en win-win situaties is een belangrijke opgave. De maatschappelijke vraagstukken bieden ons ook kansen. De vraagstukken waar we voor staan, dagen uit om te experimenteren en te innoveren. Het biedt kansen om de samenwerking verder te versterken.

Bij de omslag naar duurzame energie, kunnen we onderzoeken hoe we tegelijkertijd de lokale economie kunnen versterken, werkgelegenheid kunnen creëren en klimaatadaptatie kunnen bevorderen. Maar ook hoe we het woon- en leefklimaat en de gezondheid kunnen verbeteren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kunnen bieden. Ook pakken we de kans om aan meer doelen tegelijk te werken door opgaven aan elkaar te verbinden en de ruimte op meer manieren te gebruiken. Maar we zullen ook scherpe keuzes moeten maken: niet alles kan en niet alles kan overal. Dit vraagt om een gebiedsgerichte aanpak. Daarbij is samenwerking en (boven)regionale afstemming noodzakelijk.

2.2

Visie duurzame energievoorziening: langetermijnperspectief en innovaties

De energietransitie is een belangrijk thema voor de inwoners, ondernemers en maatschappelijke groepen in onze regio. Het is een maatschappelijke opgave die bij uitstek vraagt om regionale samenwerking. De productie van duurzame elektriciteit vraagt letterlijk om ruimte en zal nadrukkelijk in ons landschap aanwezig zijn. Daarom

IN BEWERKING

8

zetten we in op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing met respect voor natuur en landschap. We willen versnippering van het landschap voorkomen, functies combineren en samen met inwoners en belanghebbenden zoeken naar de beste plekken. Bovendien vinden we het belangrijk dat de economische positie van de boer in Regio Foodvalley wordt versterkt én dat de baten van het duurzaam opwekken van energie in onze regio blijven. Hierbij denken we niet alleen aan financiële deelneming door inwoners en bedrijven uit de regio. Maar ook aan het terugvloeien van gelden voor versterken van natuur en landschap en het bevorderen van werkgelegenheid. De focus op energiebesparing en het gebruik van hernieuwbare energie versterkt bovendien het imago van onze Regio Foodvalley als groene top regio voor AgriFood en een duurzaam voedselsysteem. De ontwikkeling van het energiegebruik en de vraag naar elektriciteit TNO heeft scenario’s uitgewerkt over de ontwikkeling van een klimaatneutraal energiesysteem in Nederland. Daarin neemt de vraag naar warmte door energiebesparing de komende decennia in alle sectoren af en de vraag naar elektriciteit toeneemt. Dit laatste heeft te maken met toenemende elektrificatie van energiefuncties, zoals elektrisch rijden, waterstofproductie en toepassen van warmtepompen.

Energiebesparing en economische groei zorgen netto voor een daling van de totale energievraag tussen 2018 en 2030. Door productiegroei in de industrie en toenemende transportvraag neemt het energieverbruik in daarna mogelijk weer toe, afhankelijk van de ontwikkelingen in de economische structuur en de toename van productie van waterstof en vloeibare brandstoffen. Het aandeel elektriciteit neemt sterk toe en kan verdubbelen tot verdrievoudigen, waarbij het aandeel van elektriciteit in het energie-aanbod groeit van nu 19% naar, afhankelijk van het scenario, 43% tot 71% in 2050. Voor Regio Foodvalley betekent dit dat elektriciteitsvraag zich ontwikkelt van ca. 1,7 TWh op dit moment, via 1,9 TWh in 2030 tot een bandbreedte tussen 3,2 TWh en 4,9 TWh in 2050 (zie afbeelding)

Energiebesparing als basis Een belangrijke stap naar een energie neutrale Regio Foodvalley is minder energie verbruiken. Dat wat je bespaart hoef je immers niet duurzaam op te wekken. In lijn met het Klimaatakkoord en het Gelders Energieakkoord willen

IN BEWERKING

9

wij ieder jaar minimaal 1,5% energiebesparing realiseren. Dit betekent (lineair gerekend) dat in 2030 zo’n 15% besparing is gerealiseerd en in 2050 ruim 50%. Dit is een grote opgave die veel inspanning vraagt van verschillende sectoren (gebouwde omgeving, industrie, landbouw en transport) en van ons als persoon. Hernieuwbare opwek als noodzaak De overige 50% van het (theoretische) energiegebruik in 2050 gaan we dus duurzaam opwekken. Hernieuwbare elektriciteitsproductie draagt bij aan een vergroening van de elektriciteitsmix en daarmee aan een CO₂-reductie. Met deze Regionale Energiestrategie starten we een langjarige samenwerking om onze doelen in 2030 en 2050 te realiseren. Voor de korte en middellange termijn (2030) zetten we in op bewezen technieken voor grootschalige opwek: windenergie en energie uit zonnepanelen. Voor 2050 zien we potentie voor een breder scala aan duurzame bronnen en energiedragers. De energiemarkt ontwikkelt zich snel. Alternatieven die nu nog niet beschikbaar zijn, kunnen op termijn mogelijk wel een bijdrage leveren aan de energievoorziening van Regio Foodvalley. Zoals de inzet van de volgende technieken voor de productie of opslag van elektriciteit en/of warmte: •

Waterkracht.

•

Kernenergie, thorium.

•

Waterstof.

•

Biomassa en biogas.

•

(Ultradiepe) geothermie (UDG).

•

Thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater (TEO, TEA en TED).

In bijlage x brengen we voor deze technieken de potentie in beeld voor onze energievoorziening op middellange en langere termijn. Er zijn uiteraard ook innovaties in wind- en zonne-energie. Zonnepanelen en windturbines worden steeds efficiënter. Naar verwachting zijn er van beide minder nodig in de toekomst om hetzelfde vermogen te realiseren. Dat betekent ook minder beslag op de ruimte. We gaan deze alternatieven en innovaties permanent monitoren. We passen daarom de RES elke twee jaar aan, onder andere naar de laatste stand van de techniek. Als technieken sneller dan verwacht een belangrijke bijdrage kunnen leveren, kunnen we deze in een latere RES meenemen. Zo laten we zien dat Regio Foodvalley innovatie en integraliteit in de energievoorziening wil stimuleren.

2.3 2.3.1

Strategie duurzame opwek 2030 Opgave: een toenemende vraag naar duurzame elektriciteit

Op basis van het Energie Transitie Model brachten we in beeld hoe onze energievraag zich het komende decennium naar verwachting gaat ontwikkelen. Uiteraard is dat niet met zekerheid te zeggen en afhankelijk van aannames, bijvoorbeeld over de mate waarin we erin slagen om energiebesparing te realiseren en over het tempo waarin de warmtetransitie zich voltrekt. Op basis van onze ambitie van 1,5 % energiebesparing zien we een afname van de totale energievraag van ruim 27,4 PJ naar ongeveer 22,7 PJ. De vraag naar elektriciteit stijgt juist met ruim 13%, als gevolg van het deels elektrificeren van onze warmtevoorziening en van de mobiliteit.

IN BEWERKING

10

(Bron: ETM, bewerking Over Morgen)

De Regionale Energiestrategie richt zich op een deel van deze opgave. In deze RES 1.0 richten we ons vooral op onze keuzes voor locaties van en randvoorwaarden voor energieopwekking. Waar is ruimte voor windmolens en zonnepanelen? Is daar aansluiting op het energienetwerk? Is er voldoende draagvlak voor en is het financieel haalbaar? In het klimaatakkoord is afgesproken dat de 30 RES-regio’s werken aan een gezamenlijke ambitie van 35 TWh voor de opwek van duurzame elektriciteit op land in 2030. In de praktijk houdt dit in: het duurzaam opwekken van elektriciteit met wind- en zonne-energie. Daarnaast wordt voor 2030 gewerkt aan de realisatie van 49 TWh aan windenergie op zee.

2.3.2

Gezamenlijke uitgangspunten

In ons gezamenlijk Stakeholderoverleg legden we zes criteria vast die we gebruikten om potentiële oplossingsrichtingen te toetsen en beoordelen. Deze criteria hebben we vertaald naar zes gezamenlijke uitgangspunten voor onze strategie voor duurzame opwek richting 2030. Daarvoor gebruikten we het advies van het Burgerforum (zie kader) en de resultaten van de ruimtelijke ateliers als belangrijkste bouwstenen. Met deze uitgangspunten dragen we naar vermogen bij aan de energietransitie en sluiten tegelijkertijd aan bij het karakter van Regio Foodvalley. •

Bijdrage aan opgave: Samen committeren we ons om in 2030 voor 0,75 TWh aan duurzame opwek van elektriciteit in onze regio te realiseren. Onze ambitie gaat nog een stap verder, namelijk 1 TWh in 2030. De komende jaren blijven ons inspannen voor aanvullende mogelijkheden om deze ambitie te realiseren.

•

Realiseerbaarheid: De strategie moet haalbaar en betaalbaar zijn, met aandacht voor (kosten van) inpassing op het elektriciteitsnet. Daartoe zoeken we zo veel mogelijk naar combinaties en clustering van wind en zon op geschikte locaties.

•

Draagvlak en participatie: De uitkomsten van de raadpleging onder inwoners, het advies van het Burgerforum en de uitkomsten van lokale participatieprocessen geven richting aan onze afwegingen. Daarom streven we naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap van zonne- en windprojecten en zoeken we naar maximale invulling van zon op daken. We clusteren we grootschalige opwek langs infrastructuur en nabij bedrijventerreinen en zijn heel zuinig op ons waardevolle agrarische landschap en onze natuurgebieden.

IN BEWERKING

•

11

Aansluiting bij beleidskaders: We bouwen voort op besluiten, ambities en kaders van het rijk, de provincies en gemeenten. We zijn terughoudend met ontwikkelingen in natuurgebieden en voorkomen schade aan biodiversiteit.

•

Ruimtegebruik: De ruimte in onze regio is schaars. Ons agrarische landschap heeft zowel economisch als maatschappelijk grote waarde. Daarom zetten we in op functiecombinaties, sluiten we aan bij infrastructuur en bedrijventerreinen en voorkomen we versnippering door losse windturbines. We zetten in op clusters boven lange lijnen van windturbines, omdat die beter aansluiten bij ons landschap.

•

Toekomstvastheid en continuïteit: we houden onze doelstelling voor 2050 in het oog, met mogelijkheden voor doorgroei, ruimte voor innovatie, fasering en flexibiliteit.

Raadpleging inwoners en advies Burgerforum Om het belang van inwoners uit de regio in het Stakeholderoverleg in te brengen, is een burgerforum gevormd. Het is een diverse groep mensen uit alle gemeenten. Zowel mannen als vrouwen met verschillende achtergronden, opleiding en leeftijden. Twee leden van het burgerforum namen namens het burgerforum deel aan het Stakeholderoverleg. Zij brachten op 3 maart 2021 hier hun advies rechtstreeks in. Raadpleging onder inwoners Het burgerforum adviseert vanuit het belang van de inwoners uit Regio Foodvalley. Daarom vroeg Regio Foodvalley met behulp van een online vragenlijst aan alle inwoners wat zij belangrijk vinden bij het duurzaam opwekken van energie in de regio. Volgens inwoners is er in de regio ruimte voor zonnepanelen op daken, winden zonneparken op industrieterreinen en naast snelwegen en kan er allereerst een flinke slag geslagen worden in het isoleren van woningen. Inwoners zien minder in het bouwen van wind- en zonneparken bij kleine dorpskernen. Advies burgerforum Het burgerforum maakte hun advies aan de hand van de uitkomsten van deze raadpleging onder inwoners. Het volledige advies en de uitkomst van de raadpleging zijn te vinden in de bijlagen XX. Daarnaast gebruikten zij kennis die ze opdeden over het werk aan de RES en over het beleid van de gemeenten. De volgende zeven aanbevelingen vormen de basis van het advies: 1.

Geef gelegenheid aan burgers voor lokaal eigenaarschap. Financiële participatie draagt positief bij aan het creëren van draagvlak. Zorg dat de baten van de investeringen binnen de regio blijven.

2.

Richt een burgerpanel op om bewoners blijven te betrekken en gelijkwaardig te behandelen.

3.

Respecteer landschap en natuur, ook voor toekomstige generaties.

4.

De overheid moet de energietransitie regisseren, regionaal en lokaal.

5.

Organiseer regionale planning en communicatie.

6.

Onderzoek alternatieve bronnen voor wind en zon.

7.

Gedrag: stimuleer isolatie en consuminderen.

Succesfactoren Het burgerforum keek ook naar hoe het opwekken van duurzame energie een succes kan worden: “Kijk langer dan vier jaar verkiezingstermijn. De gemeenten moeten zich committeren aan wat in de RES staat. Zorg voor open communicatie, bespreek heikele punten in plaats van ze te verdoezelen. Neem nu maatregelen voor de korte termijn maar kijk ook naar de periode na 2030 en naar innovaties. Zorg voor subsidiemogelijkheden en terugverdienmodellen. Zorg dat het energienet zo snel mogelijk meer energie kan vervoeren. De kosten gaan voor de baat uit!”

12

IN BEWERKING

2.3.3

Uitwerking strategie 2030

Op basis van onze gezamenlijke uitgangspunten werkten we onze strategie uit in onderstaande redeneerlijn (zie ook afbeelding): •

We zetten fors in op isolatie en energiebesparing: we maken ons hard voor 1,5% energiebesparing per jaar. We ontwikkelen daar een gezamenlijk versnellingsprogramma voor.

•

We houden vast aan de plannen die we al in lokaal

Verkenning overige zoekgebieden

en provinciaal beleid hebben vastgelegd. We zorgen ervoor dat een zo groot mogelijk deel daarvan voor 2030 wordt gerealiseerd. Dit vereist een vergunning voor 2025. •

Energieclusters langs infrastructuur

We gaan zorgvuldig om met de schaarse ruimte in de regio. We zetten alles op alles om geschikte daken en “restgronden” voor zonnepanelen te

Zon op daken en restgronden

gebruiken. •

We voorkomen versnippering van een groot aantal losse windlocaties en kiezen voor ontwikkeling van energieclusters, zo veel mogelijk op locaties nabij de snelwegen en grote bedrijventerreinen. We

Bestaand beleid

Energie besparen

ontwikkelen de grootschalige zon- en windprojecten in onze regio in principe met minimaal 50% lokaal eigenaarschap. •

We verkennen in enkele onderzoeksgebieden welke aanvullende locaties verantwoord ontwikkeld kunnen worden. We doen dat in gesprek met inwoners en met respect voor natuur en (agrarisch) landschap.

In 2030 zijn op basis van deze punten drie gebiedstypen te onderscheiden waar het opwekken van onze energie op verschillende manieren “landt”. In de volgende paragrafen werken we dit verder uit. Energieclusters • Duurzame opwek concentreren in energieclusters • Nabij infrastructuur en bedrijventerreinen • Daken en restgronden in nabijheid van clusters maximaal benutten voor zon

2.3.4

Landelijk gebied • Restgronden en daken waar mogelijk maximaal benutten voor zon • Bestaand beleid zon op land • Uitwerken regionale zonneladder (RES 2.0) • Zon op agrarische grond regionaal begrenzen

Gebouwde omgeving • 1,5% energiebesparing per jaar • Zon op geschikte daken, investeren in netcapaciteit • Warmtetransitie toevoegen uitbouwen duurzame warmtenetten op basis van transitievisies warmte • Bedrijventerreinen: kansen op daken maximaal benutten en evt. kleine windmolens

Energieclusters: concentreren van duurzame opwek op beperkt aantal locaties

We willen de ontwikkeling van het grootschalig opwekken van duurzame energie in onze regio zo veel mogelijk clusteren. Daarmee voorkomen we versnippering en zo concentreert de ruimtelijke impact zich op de plekken die er het meest geschikt voor zijn. Het biedt ook de beste kansen om de opwek kostenefficiënt en haalbaar in te passen op het elektriciteitsnet. In deze clusters concentreren we het grootste deel van de grootschalige opwek. Een energiecluster heeft de volgende kenmerken:

IN BEWERKING

•

13

Er worden bij voorkeur combinaties van windturbines en zonne-energie ontwikkeld. Daarmee is er een robuuste (financiële) basis voor een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. Ook kan zo een “stopcontact” worden gerealiseerd waar ook andere ontwikkelingen (zon op daken of op (rest)gronden) kunnen worden aangesloten.

•

Particuliere bedrijven in de omgeving kunnen aanhaken op het netwerk. We willen binnen een straal van één kilometer van het stopcontact (uiteindelijk) op alle geschikte daken zon realiseren.

•

Door de clustering ontstaan meer (financiële) mogelijkheden om ook de ruimtelijke kwaliteit in de nabijheid (bedrijventerrein en landschap) te versterken.

2.3.5

Landelijk gebied: onder condities op agrarische grond en in (nabijheid van) natuur

We willen zo veel mogelijk geschikte daken en “restgronden” benutten. Bijvoorbeeld langs snelwegen, op stortplaatsen of boven parkeerplaatsen; zowel in het landelijk gebied als in de gebouwde omgeving. Een belangrijke randvoorwaarde daarbij is de aanwezigheid van netinfrastructuur of de mogelijkheid daarin te investeren door clustering van initiatieven. We zijn terughoudend met het ontwikkelen van nieuwe zonnevelden in het (agrarische) landschap. Enerzijds omdat we willen voorkomen dat er een te groot areaal van de voor onze regio zo belangrijke landbouwgrond verloren gaat. Anderzijds omdat het voor de net efficiency de voorkeur heeft om wind en zon te combineren. Vastgesteld lokaal beleid voor zon op land blijft van kracht. In diverse gemeenten zijn zonneladders of -kaders vastgesteld. Die zetten ieder op hun eigen manier in op een zorgvuldige afweging voor het mogelijk maken van zon op land. We spreken af om de diverse lokale en provinciale beleidskaders voor zon op land naast elkaar te leggen en regionaal tot meer harmonisering te komen. In de RES 2.0 wordt het resultaat hiervan opgenomen in de vorm van een regionale zonneladder. Daarbij hanteren we gezamenlijk de volgende uitgangspunten: •

De ontwikkeling is niet in strijd met het lokale beleid voor zon.

•

Het zonneveld biedt kansen voor ontwikkeling van zon op grote daken (boerderijen, bedrijven) in de omgeving.

•

De ontwikkeling wordt in samenhang beschouwd met andere transities en gebiedsopgaven: landbouw, stikstof, wonen, natuurontwikkeling.

•

Er wordt ingezet op minimaal 50% lokaal eigenaarschap.

IN BEWERKING

•

14

De ontwikkeling wordt zorgvuldig ingepast in landschap en natuur, conform de gedragscode Zon op Land van Holland Solar en de Natuur- en Milieufederaties.

Regionaal monitoren we de ontwikkelingen. We spreken af dat op regionaal niveau maximaal (xx ha) agrarisch land wordt omgezet naar opwek van zonne-energie. In het geval van knelpunten gaat de stuurgroep in overleg en is er de mogelijkheid om de uitgangspunten in RES 2.0 te herijken.

2.3.6

Natuur: beperkingen in en in nabijheid van natuurgebieden

Voor natuurgebieden (Natura 2000, NNN) constateren we dat op basis van de Wet natuurbescherming duurzame opwek alleen mogelijk is, als wordt aangetoond dat beschermde soorten en gebieden niet worden aangetast. Vanwege de complexiteit en procedurele risico’s zien we nieuwe plannen voor ontwikkeling in natuurgebieden niet als een kansrijke optie in de periode tot 2030. Ook in de nabijheid van natuurgebieden gelden beperkingen. Er is een onderzoek uitgevoerd in opdracht van vier Gelderse RES-regio’s waaronder Regio Foodvalley en de provincie Gelderland. Daaruit blijkt dat in het kerngebied van de Veluwe ontwikkeling van windturbines voor 2030 zonder verregaande mitigerende maatregelen niet realistisch is. In het invloedsgebied van 1-8 km rondom de Veluwe gelden beperkingen als gevolg van het voorkomen van de Wespendief, een beschermde roofvogel (zie hoofdstuk 3).

2.3.7

Gebouwde omgeving

In de gebouwde omgeving is het nodig om grote stappen te zetten door energie te besparen, gebouwen en woningen aardgasvrij te maken door ze anders te verwarmen (zie 2.4, Warmtetransitie) en zo veel mogelijk geschikte daken met zonnepanelen te vullen. Er is al gerekend met energiebesparing in de landelijke doelstellingen. Daarom telt besparing niet mee in de totale landelijke opgave. Dat maakt het niet minder belangrijk voor onze ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Om het belang te benadrukken staat besparing bovenaan de redeneerlijn. Het jaarlijks besparen van minimaal 1,5% energie is een opgave die nog om belangrijke gezamenlijke stappen vraagt. De acht gemeenten in Regio Foodvalley hebben elk hun eigen beleid hiervoor. Ook regionaal willen we stappen zetten om de ambitie te realiseren. Daarom nemen we in ons uitvoeringsprogramma concrete afspraken op over wat wij (aanvullend op de huidige inspanningen) gaan doen om de energiebesparing te stimuleren. Wij pleiten voor een stevige (financiële) ondersteuning van het Rijk om de ambitie op het gebied van energiebesparing waar te kunnen maken. Voor zon op dak geldt dat zon op kleinere daken (minder dan 15 KWp) niet meetelt voor de gezamenlijke landelijke RES-doelstelling van 35 TWh. Hierin wordt op landelijk niveau een autonome groei verwacht van 7 TWh in 2030.

Ook hiervoor geldt dat we ons gezamenlijk evengoed verantwoordelijk voelen voor een zo groot mogelijke bijdrage. Want ook hiervoor geldt dat het belangrijk is voor onze ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Veel gemeenten in de regio’s hebben stimuleringsprogramma’s om zon op dak te bevorderen en goed gebruik te maken van de landelijke regelingen. Woningbouwcorporaties onderzoeken hoe het benutten van hun daken kan worden versneld. Voor grotere daken zien we veel kansen op de grote bedrijventerreinen in onze regio. Met een gerichte inzet en samenwerking tussen overheid, netbeheerders en ondernemers kunnen hier grote stappen worden gezet. We realiseren ons dat er nog de nodige knelpunten zijn om deze ambitie te realiseren. Het dakoppervlak is slechts deels geschikt, door obstakels, schaduwval, dakranden en draagconstructie. Ook is de keuze van de dak eigenaar leidend voor een maatschappelijk haalbaar bod en spelen er issues met de verzekerbaarheid. Tot slot is het elektriciteitsnet niet overal geschikt voor de terug levering van zon op dak (zie volgende paragraaf). In ons uitvoeringsprogramma werken we uit hoe een regionaal versnellingsteam een impuls kan geven aan het wegnemen van knelpunten voor de realisatie van zon op dak.

15

IN BEWERKING

2.3.8

Koppelkansen en functiecombinaties, interactie met andere ruimtelijke vraagstukken

De energietransitie is niet de enige belangrijke opgave met ruimtelijke gevolgen in Regio Foodvalley. Hoe kan het combineren van het opwekken van duurzame energie met andere opgaven nieuwe, kansrijke oplossingen bieden? Onderstaande tabel bevat een samenvatting en selectie van de belangrijkste gebiedsopgaven om te betrekken bij de energietransitie. In de verdere uitwerking van onze energieprojecten op lokaal niveau verkennen we welke koppelkansen we concreet kunnen benutten. Thema

Gebiedsopgaven

Voorbeeld hoe energieproject kan bijdragen

Landschap

Identiteit, versterken/ ontwikkelen vitaal divers

Vooraf voorwaarden stellen. Gebiedsfonds kan

landschap/ tegengaan verrommeling

bijdrage leveren

Toekomstperspectief agrariërs, transitie naar

Boeren windcorporaties gefaciliteerd door LTO

Landbouw

duurzame en natuur inclusieve landbouw Vrijkomende Agrarische

Nieuwe functies en ruimte voor ontwikkeling,

Opwek kan een kans zijn voor VAB,

Bebouwing

behoud gevarieerd landschap

gemeentelijk beleid kan hier op inspelen

Watersysteem

Ecologische en recreatieve kwaliteiten,

Zorgen dat zonnepark extra goed water kan

beekherstel als waterbuffers/ klimaat adaptief

vasthouden

Versterken biodiversiteit/ ontwikkelen

Vooraf voorwaarden. Gebiedsfonds kan bijdrage

gradiënt-rijke natuur, in stand houden

leveren

Natuur

beschermde soorten en natuurgebieden Recreatie

Verbindingen ontwikkelen/ revitaliseren en

Toegang tot zonneparken. Mooie zitjes

zonering verblijfsrecreatie Infrastructuur

Hoogwaardige wandel- en fietsverbindingen,

Toegang tot zonneparken

snelwegcorridors Cultuurhistorie

Beschermde stad en dorpsgezichten, relicten,

Versterken oude lijnen in landschap. Door

historische verbindingen, Grebbelinie,

aanplant en hier en daar open maken?

landgoederen

2.4

Visie op de warmtetransitie

2.4.1

Een vraagstuk in ontwikkeling

Het onderdeel binnen de RES dat over het warmtevraagstuk gaat heet de Regionale Structuur Warmte (RSW). Die beschrijft de warmtevraag en het warmte aanbod: met welke warmtebronnen kunnen wijken en gebouwen van het aardgas af? Wij beschouwen deze RSW als een eerste verkenning, een vertrekpunt, op basis waarvan we de komende jaren verder bouwen. Hoewel de warmtetransitie al volop aan de gang is, met isolatie van gebouwen en duizenden woningen die niet (meer) met aardgas worden verwarmd, is er ook nog veel in beweging: •

De gemeenten ontwikkelen op lokaal niveau Transitievisies Warmte (TVW). Hierin staat welke wijk op welk moment van het aardgas af gaat. Momenteel heeft nog geen gemeente een door de raad vastgestelde TVW. Wel zijn er door gemeenteraden vastgestelde “light” en “0.5” versies en door colleges vastgestelde visies. Eind 2021 hebben alle gemeenten een vastgestelde Transitievisie Warmte. Op basis van deze Transitievisies Warmte is er veel meer duidelijkheid over de keuzes en verwachtingen op lokaal niveau over het potentieel warmteaanbod. Er bestaat een wisselwerking tussen de Regionale Structuur Warmte en de lokale Transitievisie Warmte. De RSW biedt input voor de TVW, maar ook vice versa. Dit is een iteratief proces dat de komende jaren zal blijven spelen.

IN BEWERKING

•

16

In 2021 wordt duidelijkheid verwacht over de nieuwe Warmtewet. Daarin wordt vastgelegd hoe het samenspel tussen gemeente, warmtebedrijf en netbeheerder vorm dient te krijgen en welke bevoegdheden bij welke partij komen te liggen. Provincie Gelderland voert daarnaast, samen met o.a. Ede en Wageningen, een onderzoek uit naar de haalbaarheid van een Gelders Warmte Infra Bedrijf.

•

Tot 2040 zijn in Regio Foodvalley zo'n 40.000 nieuwe woningen nodig. De locaties voor deze woningen zijn nog niet bekend. Deze nieuwe woningen zijn in principe aardgas loos, maar hebben uiteraard wel een warmtevraag.

2.4.2

Regionale Structuur Warmte

In aanloop naar de Concept-RES is voor alle Gelderse regio’s, waaronder Regio Foodvalley (inclusief Utrechts deel) gewerkt aan Warmteatlas. Die brengt de vraag, het aanbod en de al aanwezige en geplande warmte-infrastructuur in beeld. De atlas laat zien waar in onze regio grote warmtenetten kansrijk zijn, waar lokale oplossingen (waaronder ook kleine warmtenetten) of elektrische bronnen zoals warmtepompen meer voor de hand liggen. Momenteel zijn er al (duurzame) warmtenetten in Veenendaal, Ede, Wageningen en Scherpenzeel. In deze Warmteatlas is een kaart opgenomen waarop is aangegeven waar collectieve warmtenetten ontwikkeld kunnen worden. De geschatte warmtevraag voor Regio Foodvalley is in 2030 zo'n 12.000 TJ. Op de warmtekaart zijn clusters aangegeven met potentie voor ontwikkeling van een warmtenet. Het maakt duidelijk waar een klein warmtenet past en waar een groot net. Voor elk cluster zijn drie tot zes mogelijke warmtebronnen benoemd. Hier zijn alleen de belangrijkste bronnen genoemd. Het kan zijn dat meer warmtebronnen interessant zijn voor een specifieke vraagcluster. De resultaten zijn verwerkt tot onderstaande eerste, indicatieve warmtestructuurkaart voor de regio. Deze kaart geeft een indicatief weer waar in de regio de meeste vraag is naar warmte en welke duurzame warmtebronnen daar het meest geschikt zijn als vervanging van aardgas.

IN BEWERKING

17

De warmtestructuurkaart biedt een basis voor het gesprek over de verdeling van de warmte die in onze regio beschikbaar is. Belangrijk is te vermelden dat deze kaart een momentopname is, gebaseerd op beschikbare data uit 2019. Het zegt niet of een alternatief warmtesysteem ook te realiseren is. De gegevens waarop de conceptkaart is gebaseerd, blijven we in de toekomst actualiseren. Ook zullen de keuzes in de Transitievisies Warmte en de inzichten uit voortgaand onderzoek tot aanpassingen leiden, onder meer op gebied van aquathermie en geothermie. De actuele potentie van aquathermie is inzichtelijk door de viewer van Waterschap Vallei en Veluwe.

2.4.3

Uitgangspunten, randvoorwaarden en vervolgstappen warmtetransitie

We zien aanleiding voor het versterken van onze samenwerking binnen (en buiten) de regio op warmtegebied. Zeker bij (toekomstige) bovenlokale warmtebronnen als aquathermie en (ultra)diepe geothermie is afstemming en samenwerking belangrijk. Nadat eind 2021 in alle gemeenten een lokale Transitievisie Warmte is vastgesteld, verkennen we wat dit betekent voor regionale afstemming en samenwerking. Het resultaat daarvan leggen we vast in RES 2.0. Daarbij hanteren we onderstaande gezamenlijke uitgangspunten: •

Ook voor warmte staat inzet op isolatie en energiebesparing bovenaan onze redeneerlijn.

•

Een infrastructuur voor warmte per wijk afstemmen met woningcorporaties en andere vastgoed- en huiseigenaren en netbeheerders voor logische momenten en fasering. We zoeken aansluiting bij natuurlijke investeringsmomenten. Daarnaast blijft maatwerk mogelijk, bijvoorbeeld bij wijkinitiatieven.

•

Inzet op versterken van lokaal zeggenschap bij collectieve warmteoplossingen.

•

Een sterkere regierol van gemeenten op de ondergrond is nodig. Zo kunnen we o.a. mogelijke (grond)waterproblemen bij geothermie en warmtekoudeopslag voorkomen.

•

Houtige biomassa is een overgangsbrandstof in de warmtetransitie. Overige biomassa heeft lange termijnperspectief.

•

We ondersteunen en faciliteren experimenten in de regio met o.a. groen gas en waterstof.

Voor het intensiveren van onze samenwerking is een regionale warmte-coördinator aangewezen. Die richt zich op het bundelen van kennis en het organiseren van regionaal overleg over fasering met belangrijke stakeholders zoals woningcorporaties en netbeheerders. Ook zal blijvend afstemming plaatsvinden tussen de verschillende RES-regio’s over het gezamenlijk gebruik van bronnen zoals restwarmte van Parenco uit Renkum en overige bovenlokale en bovenregionale inzet van aquathermie en geothermische bronnen. Voor het welslagen van de warmtetransitie in onze regio zien we drie doorslaggevende randvoorwaarden: 1.

Betaalbaarheid Voor versnelling van de warmtetransitie is het van belang dat er maatregelen en middelen komen vanuit het Rijk. Zo kan de transitie sociaal en eerlijk verlopen, met gelijkblijvende woonlasten en een stevige financiële ondersteuning voor gemeenten voor hun regierol in de energietransitie. Het Rijk dient gelijkheid in warmtetarieven te regelen, onafhankelijk van bron.

2.

Haalbaarheid Er is meer technisch personeel nodig om alle installaties aan te leggen, te onderhouden en met kennis van zaken advies te kunnen geven (ook aan particuliere woningeigenaren).

3.

Draagvlak Gemeenten hebben niet voor niets de regierol in de warmtetransitie. Ze staan dichtbij bewoners en lokale

bedrijven. Draagvlak is essentieel om stappen te kunnen zetten in de warmtetransitie.

18

IN BEWERKING

3 Daden: Concrete stappen voor 2030 3.1

Aan de slag met de duurzame opwek

In de concept-RES is een gezamenlijk bod van 0,75 TWh opgenomen, zonder dat daarin werd gespecificeerd welke hoe dit bod uitwerkt voor de individuele gemeenten. In onderstaande tabel is daar per gemeente concreter invulling aan gegeven. Wat zijn de mogelijkheden in en voornemens van iedere gemeente, en hoe vertaalt zich dat naar het gezamenlijke voornemen om minimaal 0,75 TWh te realiseren? In de volgende paragraaf wordt per gemeente de achtergrond van deze cijfers toegelicht. De gemeentelijke voornemens tellen op tot een totaal van 0,93 TWh (zie tabel). (Cijfers Rhenen kunnen nog wijzigen na raadsvergadering 23 maart) Regio

Totaal

Foodvalley

(TWh)

Barneveld

0,26

Ede

Wind (TWh)

Wind

Zon op land Zon op land Zon op dak

Zon op dak

(turbines)

(TWh)

(ha)

(TWh)

(ha)

0,04

2

0,05

40

0,17

114

0,26

0,09

6

0,06

50

0,12

76

Nijkerk

0,13

0,04

2

0,05

40

0,05

31

Renswoude

0,05

0,04

2

0

0

0,01

7

Rhenen

0,02

0

0

0

0

0,01

6

Scherpenzeel 0,05

0,02

2

0,02

20

0,01

10

Veenendaal

0,05

0

0

0

0

0,05

21

Wageningen

0,11

0,02

2

0,07

60

0,02

13

Totaal

0,93

0,18

16

0,24

210

0,44

288

Op onderstaande kaart zijn de voorlopige zoekgebieden voor wind in beeld gebracht. Deze locaties worden op lokaal niveau, in samenspraak met initiatiefnemers, de omgeving en belanghebbenden verder uitgewerkt en vastgelegd in het omgevingsbeleid.

KAART

3.2 3.2.1

Mogelijkheden en voornemens per gemeente Barneveld

In Barneveld zijn in de Energievisie 2015-2020 energiedoelen en een energiemix vastgesteld. In deze energiemix is een bandbreedte aan energiemaatregelen opgenomen om in 2020 20% van de energie duurzaam op te wekken, op weg naar energieneutraliteit in 2050. Het gaat hier om maatregelen als zonne-energie, windenergie en

19

IN BEWERKING

biomassa. Verdere invulling ligt vast in de Windvisie (2016), de Zonneladder (2019), de MER Windenergie (2020) en de structuurvisie Wind (2021). De zonneladder geeft de kaders en randvoorwaarden voor het realiseren van zonnevelden op land tot aan 2030 (175.000 panelen). Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn o.a. realisatie van lokale initiatieven, participatie en landschappelijke inpassing. Om de mogelijkheden voor windenergie in de gemeente Barneveld te onderzoeken zijn recent (januari en oktober 2020) een MER Wind (met aanvulling) en een beleidsconfrontatie met het MER, afgerond. Om te komen voor een structuurvisie wind vinden momenteel windgesprekken met bewoners en ondernemers plaats. Zoeklocatie is het gebied ten zuiden van de A1 ter hoogte van het Harselaar.

Gemeente

Barnev eld

Wind

2 WT

0,038 TWh

15%

Zonneveld

40 ha

0,048 TWh

18 %

Zon op dak

109 ha

0,166 TWh

64%

Overig

5 ha

0,007 TWh

3%

0,259 TWh

3.2.2

Ede

De gemeente Ede heeft in 2018 de Routekaart Ede Energieneutraal vastgesteld. Daarin staat de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Deze ambitie is in de routekaart uitgewerkt in een pad met mijlpalen in 2022, 2030 en 2050. Voor 2022 streeft de gemeente naar ontwikkeling van 4 windmolens, 50 ha zon op veld en 132.000 zonnepanelen op daken. Voor grootschalige wind en zon-projecten heeft de gemeente de Wind- en Zonnewijzer vastgesteld. Deze beschrijft aan welke voorwaarden initiatieven rond wind en zon moeten voldoen. De Wind- en Zonnewijzer bevat kansenkaarten met zoekgebieden voor grote windmolens en middelgrote en grote zonnevelden. De koppeling van grote windturbines aan hoog dynamische omgevingen (snelweglandschap) heeft de voorkeur. Dit zorgt voor een bundeling rondom de A30 en de A12. Hier geldt het principe ja, mits. De gemeente Ede zet zelf in op het realiseren van vier windmolens langs het meest zuidelijke deel van de A30. Alternatieven op andere locaties worden niet uitgesloten, maar vragen wel meer inspanning van de initiatiefnemer. Hier geldt dan ook het principe: nee, tenzij. Voor zonne-energie past Ede een zonneladder toe, met 4 treden: (1) Eerst op zon op daken, (2) Dubbel ruimtegebruik op restgronden (3) Veldopstelling binnen tijdelijke bestemming en tot slot (4) Veldopstelling op andere gronden.

De energieopgave van Ede is zo groot dat het niet voldoende is om alleen daken en restgronden in te zetten. Een deel van de opgave zal in de vorm van zonnepanelen in veldopstelling gerealiseerd moeten worden. De kwaliteit van het bestaande landschap is richtinggevend bij de vormgeving van zo’n veldopstelling. Streven is om 10 ha zon te realiseren via een aanpak met dubbel ruimtegebruik (minst gevoelige gebieden). De overige 40 ha van de ambitie 2022 wordt – gedeeltelijk – via een tender uitgevraagd. Evaluatie van deze aanpak moet duidelijk maken op welke manier de ambities voor 2030 uit de routekaart vervolgens worden opgepakt. De Wind en zonwijzer geeft ook een duidelijk kader voor participatie. Naast communicatie gaat het daarbij om lokaal ondernemerschap, participatie van de omgeving via een omgevingsdialoog en financiële participatie. Voor grote windmolens is het streven 50 % mede eigenaarschap en voor grote zonnevelden van meer dan 2 ha wordt gestreefd naar financiële participatie van 50 %.

20

IN BEWERKING

Gemeente

Ede

Wind

6 WT

0,086 TWh

33%

Zonneveld

50 ha

0,059 TWh

23%

Zon op dak

69 ha

0,105 TWh

40%

Overig

7 ha

0,012 TWh

5%

0,262 TWh

3.2.3

Nijkerk

In 2019 heeft de gemeenteraad van Nijkerk de Routekaart Nijkerk Energieneutraal 2050 vastgesteld. Als invulling van deze routekaart stelt de gemeente een uitvoeringsprogramma samen voor de periode 2020-2023. Dit programma beschrijft de stappen die er tot 2023 worden gezet op het gebied van energiebesparing, duurzame warmte, duurzame opwek van energie, participatie, duurzame mobiliteit en circulaire economie. Binnen elk gebied zijn projecten opgezet om toe te werken naar de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Voor het thema duurzame opwek van energie geldt nadrukkelijk dat de gemeente de opgave stapsgewijs wil realiseren. Per periode van ongeveer vier jaar wil de gemeente kijken welke stappen ze wil nemen, mede gebaseerd op de voortgang van alternatieve technieken en innovaties. Voor de periode tot 2023 wil de gemeente toewerken naar het realiseren van maximaal 40 ha zon en de voorbereiding van 2 windmolens. Daarvoor zijn nu eerste zoeklocaties aangewezen langs de A28. Verder worden daken zoveel mogelijk vol gelegd, om het buitengebied en de daarin gelegen gronden voor landbouwproductie zoveel mogelijk te ontzien. In het verlengde daarvan heeft de gemeente een voorkeur voor windenergie boven zon op land.

Om daar meer duidelijkheid over te geven is in 2020 het beleidskader Duurzame opwek Zon op land vastgesteld, waarin beschreven staat welke regels en voorwaarden worden gehanteerd voor het realiseren van initiatieven rond zon op land. Een vergelijkbaar kader voor wind volgt. Voor het realiseren van zon op dak is een inventarisatie uitgevoerd. Deze inventarisatie geeft weer wat het opwekpotentieel van zon op dak is en laat zien waar de grootste kansen liggen. Op dit moment wordt gewerkt aan de omgevingsvisie 2040 voor de gemeente Nijkerk. De verwachting is dat deze visie eind 2020 ter besluitvorming aan de raad wordt aangeboden. Duurzaamheid is binnen de omgevingsvisie een belangrijk thema. De onderdelen zon en wind krijgen daarbinnen een plaats. De uitwerking wordt in samenhang vormgegeven met de hierboven genoemde onderdelen voor duurzame opwerk.

Gemeente

Nijkerk

Wind

2 WT

0,038 TWh

29%

Zonneveld

40 ha

0,048 TWh

36%

Zon op dak

28 ha

0,042 TWh

32%

Overig

3 ha

0,005 TWh

4%

0,133 TWh

21

IN BEWERKING

3.2.4

Renswoude

Het actieplan Duurzaamheid van de gemeente Renswoude is input voor de Routekaart Duurzaam 2050. De gemeenteraad schreef in 2019 een position paper met uitgangspunten voor windmolens en zonnevelden in het agrarisch gebied. Vanaf april 2020 is er een afwegingskader participatie bij grootschalige energieprojecten. Informatie uit het actieplan en de Routekaart Duurzaam 2050 is meegenomen in de RES1.0. In Renswoude wordt door een lokale initiatiefnemer, in samenspraak met gemeenten en bewoners verkend waar en onder welke voorwaarden 2 a 3 windturbines kunnen worden gerealiseerd, met als voorlopige zoeklocatie het gebied nabij Emminkhuizerberg.

Gemeente

Renswoude

Wind

2 WT

0,038 TWh

Zonneveld

0 ha

0 TWh

0%

Zon op dak

7 ha

0,011 TWh

23%

Overig

0 ha

0 TWh

0%

77%

0,049 TWh

3.2.5

Rhenen

In het bestuur programma 2018-2022 is voor de gemeente Rhenen de ambitie opgenomen om in 2040 energieneutraal te zijn. De stappen die op korte en langere termijn moeten worden gezet om daadwerkelijk energieneutraal te worden, zijn beschreven in de Routekaart Energietransitie. Deze Routekaart is in februari 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Uit de Routekaart blijkt dat er vormen van grootschalige opwek van duurzame energie nodig zijn, naast het maximaal benutten van de daken voor het opwekken van zonne-energie. Om zonnevelden onder voorwaarden mogelijk te maken, is er een beleidskader geschreven. Dit kader wordt in het voorjaar van 2021 vastgesteld. De gemeente Rhenen is aan het verkennen waar zonnevelden en/of windmolens mogelijk zijn. Zo wordt er gekeken bij bedrijventerrein Remmerden en verder in het Binnenveld ter hoogte van de Nude. Het laatste gebied wordt samen met Wageningen verkend. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het betrekken van de omgeving. De gemeente Rhenen hecht er veel waarde aan dat inwoners mee kunnen denken en mee kunnen doen, om de energietransitie haalbaar en betaalbaar te houden. (Cijfers kunnen nog wijzigen na raadsvergadering 23 maart)

Gemeente

Rhenen

Wind Zonneveld Zon op dak

8 ha

0,012 TWh

8 5%

Overig

1 ha

0,002 TWh

15%

0,015 TWh

22

IN BEWERKING

3.2.6

Scherpenzeel

Gemeente Scherpenzeel heeft begin 2020 de Kadernotitie Duurzaamheid vastgesteld met daarin de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Daarbij is voor 2030 als doelstelling 55% broeikasgasreductie opgenomen. Momenteel werkt Scherpenzeel aan de Omgevingsvisie. Eind december 2019 heeft de gemeenteraad de Nota van Uitgangspunten voor deze Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is voor Scherpenzeel-Noord (buitengebied) lokale duurzame energieopwekking opgenomen. Begin 2021 is dit nader uitgewerkt in de door de gemeenteraad vastgestelde Energievisie. Hierin wordt ingezet op 1,5% energiebesparing per jaar, zodat in 2030 15% energiebesparing is bereikt. Daarnaast is uitgewerkt onder welke randvoorwaarden de opwek van duurzame energie mogelijk is, met maximaal 20 ha aan zonneveld-projecten en het realiseren van 2 windturbines. Scherpenzeel verkent in een participatietraject op welke manier daar invulling aan kan worden gegeven.

Gemeente S cherpenzeel Wind

2 WT

0,02 TWh

38%

Zonneveld

20 ha

0,024 TWh

4 5%

Zon op dak

6 ha

0,009 TWh

16 %

Overig

0 ha

0,001 TWh

1%

0,053 TWh

3.2.7

Inbreng Veenendaal

Veenendaal heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Eind 2020 is de Omgevingsvisie voor 2030 vastgesteld. De ruimte in Veenendaal is beperkt. Veenendaal is compact en dichtbebouwd met weinig buitengebied. Hierdoor is de opgave van de energietransitie extra complex. Er is geen ruimte voor grote windmolens of voor grote biomassacentrales. Veenendaal zet in op energiebesparing en opwek in stedelijk gebied, zoals op of aan gebouwen of boven parkeerterreinen. Veenendaal ziet initiatieven voor het grootschalig opwekken van duurzame energie (zon en wind) vooral langs infrastructuur en op bedrijventerreinen met zo min mogelijk beperkingen voor toekomstige gebiedsontwikkelingen. Wij streven ernaar dat omwonenden en lokale bedrijven voor 50% kunnen deelnemen in de productie door middel van bijvoorbeeld aandelen. Vanaf 2017 werkt Veenendaal programmatisch aan de energietransitie. Tot 2022 is de focus gericht op het krijgen van grip op de opgave, bewustwording en het starten van projecten die een bijdrage leveren aan de ambitie. Veenendaal werkt aan een plan voor de volgende programmaperiode 2022 – 2026.

Gemeente

Veenendaal

Wind

0 WT

0 TWh

0%

Zonneveld

0 ha

0 TWh

0%

Zon op dak

30 ha

0,046 TWh

96%

Overig

1 ha

0,002 TWh

4%

0,048 TWh

23

IN BEWERKING

3.2.8

Inbreng Wageningen

De gemeente Wageningen heeft in 2012 de Routekaart Wageningen Klimaatneutraal 2030 vastgesteld. Elke vier jaar wordt hiervoor een uitvoeringsplan opgesteld waarin projecten staan opgenomen om deze doelstelling te behalen. Het klimaatplan 2017-2021 is gezamenlijk met klimaatpartners uit de stad opgesteld. Momenteel hebben 44 klimaatpartners het klimaatplan ondertekend. Om de doelstelling Wageningen Klimaatneutraal 2030 te halen, is het noodzakelijk om in te zetten op het opwekken van duurzame elektriciteit. Naast het benutten van alle daken zal er ook ingezet worden op zonnevelden en windenergie. In 2020 de Visie op het Buitengebied vastgesteld. In de Visie is de ambitie afgesproken om 250 TJ aan grootschalige duurzame opwek te realiseren in 2030. Daarbij wordt uitgegaan van 50% energiebesparing (t.o.v. 2008) en het plaatsen van zonnepanelen op alle geschikte daken. De doelstelling kan worden bereikt door de realisatie van ca. 80 hectare netto zonnepark. Om de realisatie van de zonneparken in goede banen te leiden zijn uitgebreide criteria en randvoorwaarden opgesteld met betrekking tot landschappelijke inpassing (waaronder een afdracht in een landschapsfonds), biodiversiteit, (financiële) participatie, en toegankelijkheid. Ook wordt onderzocht of het plaatsen van enkele windmolens mogelijk is.

Het streven is twee windmolens van 3 MW of 1 windmolen van 5,6 MW in de periode tot 2030. Tijdens het participatieproces zijn oorspronkelijke keuzes in de visie aangepast. Zo is extra ingezet op zon op dak en zwaarder ingezet op zonnevelden dan op windmolens. Er is meer tijd genomen voor de uitwerking van de visie, om de geluiden van de betrokkenen mee te nemen.

Gemeente

Wageningen

Wind

2 WT

0,02 TWh

18 %

Zonneveld

60 ha

0,071 TWh

64%

Zon op dak

12 ha

0,018 TWh

16 %

Overig

1 ha

0,002 TWh

2%

0,112 TWh

3.3

Kansen en knelpunten

In de uitwerking van de plannen zijn er mogelijkheden om de opwekpotentie te vergroten. Ook is er een aantal cruciale issues, die onze ambities onder druk kunnen zetten. Zo zijn er kansen en knelpunten in het energienet, bestuurlijke en procedurele risico’s. Potentiële knelpunten •

De netbeheerders hebben een doorrekening gemaakt en op basis daarvan een netimpact rapportage opgesteld. Daaruit blijkt dat het grootste knelpunt ontstaat voor de ambities voor zon op dak. Dit heeft te maken met de ongeschiktheid van de daken en de benodigde aanpassingen aan het net. De netbeheerders geven aan dat 50% van de ambitie voor zon op dak in ieder geval gerealiseerd kan worden. Daarmee is er een risico dat circa 0,2 TWh van het bod niet gerealiseerd kan worden.

•

Voor de ambities rond zon op dak zijn de geschiktheid van het dak én de bereidheid van de eigenaar randvoorwaarden. Uiteindelijk zijn het uiteraard de pandeigenaren die investeren en die doen dat alleen als het rendabel is. Er zijn extra (subsidie)middelen nodig voor om de grote ambitie te kunnen realiseren.

IN BEWERKING

•

24

De zoekgebieden voor wind zijn nog niet definitief. Er vindt nog op lokaal niveau participatie plaats en ruimtelijke- en m.e.r.-procedures moeten nog worden doorlopen, wat tot aanpassing van de zoekgebieden kan leiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9912623/1