CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

H1. STAMU MEBUG Wegwijzer Provinciebreed 2022 incl. cover

Gemeenteraad 17 januari 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: STAMU MEBUG31.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

79

8| Actuele onderwerpen 80

monumenten. Dat kan gemeenten helpen bij het opstellen van beleid en de uitvoeringstaken zoals vergunningsverlening. Zonne-energie bij gebouwd erfgoed Vanuit het Rijk wordt er bij de energietransitie volop ingezet op zonne-energie in de gebouwde omgeving. Dat kan (negatieve) impact hebben op het aanzicht en de waarden van historische gebieden en gebouwen. Voor gemeenten is het lastig om een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor zonnepanelen op het dak van een monument of pand in een beschermd gezicht te beoordelen. Ook is het lastig voor gemeenten om eigenaren daarin voor te lichten. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft sinds 2020 een versoepeling van hun adviesrichtlijn ten aanzien van zonnepanelen op rijksmonumenten doorgevoerd. Zo is het nu onder bepaalde condities mogelijk om ook zonnepanelen in het zicht te plaatsen. Een belangrijk aspect bij de interne richtlijn van de RCE is dat een eigen gemeentelijk beleid ten aanzien van zonne-energie op daken van rijksmonumenten voorgaat op de algemene uitgangspunten van het Rijk. Als gemeente heb je dus de nodige beleidsvrijheid om daarin andere keuzes te maken dan het Rijk.

Bij de ontwikkeling van maatwerkregels voor zonne-energie op monumenten of in beschermde gezichten is het van belang om het pand of het gezicht en haar cultuurhistorische waarden centraal te stellen en vandaaruit te bekijken welke ruimte er is voor zonne-energie op het dak of in de aanleg zonder dat daarmee de waarden verloren gaan. Voor het behoud van de monumentale waarden is het beter om niet te gaan voor maximalisatie van het aantal zonnepanelen per dak en ook hoeven er niet op elk monument zonnepanelen geplaatst te worden. In de praktijk komt het vooral neer op maatwerk waar ook de gemeentelijke adviescommissies een belangrijke rol spelen.

Energietransitie en archeologie Op het eerste gezicht lijkt een zonneveld of windturbine van weinig invloed op het archeologische erfgoed, maar niets is minder waar. De kabels of transformatorkasten van zonnevelden kunnen een behoorlijke negatieve impact hebben op archeologische waarden. Zowel tijdens de aanleg als bij het toekomstig verwijderen ervan. Bij de aanleg van een windturbine (-park) zorgen de funderingen van een windturbine en aanrijdroutes voor bodemverstoring. Bij het zoeken naar geschikte locaties is dat daarom van groot belang eerst te kijken naar de archeologische waarden, zodat aantasting kan worden voorkomen dan wel geminimaliseerd. De archeologische waarden- en beleidskaart bieden hiervoor een eerste instrument, maar bij de totstandkoming van de ondergrenzen van het archeologie beleid is vaak nog geen rekening gehouden met de energietransitie en de ingrepen die daarbij horen. Met name bij wat ouder archeologiebeleid is dit het geval. Vaak gelden er voor het buitengebied ruime ondergrenzen. Bij het maken van de kaarten is uitgegaan van het feit dat hier weinig ontwikkelingen plaatsvinden. Dit is veranderd met de energietransitie. Het is van belang om bij de planvorming (of toetsing) zo vroeg mogelijk een archeoloog mee te laten denken rondom energielandschappen om zo het behoud van archeologische waarden te

waarborgen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft een aantal handreikingen opgesteld over de omgang met archeologie in de energietransitie.

Energietransitie en landschap Voordat een zonneveld of windturbine in het buitengebied wordt geplaatst, is onderzoek naar geschikte locatie en plaatsing van groot belang. Bij windturbines wordt vaak bedacht om deze in een rij langs een infrastructuur te plaatsen, maar ook daar is variatie in ruimtelijke kwaliteit mogelijk. Ook voor de mogelijkheid van het plaatsen van een kleine windmolen bij een agrarische bestemming, is onderzoek naar de geschikte locatie cruciaal. Daarbij moet ook worden gedacht dat aanrijroutes voor zonnevelden en windturbines effect kunnen hebben op de cultuurhistorische waarden van landschappen. Denk hierbij ook aan de geowaarden en aardkundige waarden. Ook kunnen „tijdelijke‟ bouwwerken onomkeerbare effecten hebben op het landschap. Bij ontwikkelingen in het landschap is het dan ook van belang om specialisten op het gebied van landschap, bodem en erfgoed mee te laten denken hoe de negatieve effecten op het landschap te beperken.

8.1.2 Klimaatadaptatie Gevolgen van klimaatverandering kunnen zijn bodemdalingen, extreme droogte, funderingsproblemen bij gebouwen, wateroverlast en overstromingen. Deze gevolgen hebben ook effect op het cultureel erfgoed. Door droogte zien we bijvoorbeeld in het landschap oude bossen en bomenlanen sneller doodgaan of historische bruggen van buitenplaatsen scheuren vertonen doordat het waterpeil verandert. Net zoals bij de energietransitie, houdt klimaatverandering niet op bij de gemeentegrens. De provincie Utrecht heeft onder meer een programma Klimaatadaptatie 2020-2023 en houdt een klimaatmonitor bij voor de gehele provincie. Naast de provincie stellen gemeenten ook eigen klimaatadaptie plannen op voor de toekomst. Daarin moet ook zeker aandacht zijn welk erfgoed in de gemeente last heeft van de gevolgen van de klimaatverandering en welke oplossingen of maatregelen hier tegenover staan.

Waterhuishouding en waterschappen Waterschappen hebben een grote rol in de fysieke omgeving. Ze zijn zelf eigenaar van monumenten, maar hebben het erfgoed ook nog in gebruik, zoals een slotenpatroon, dijk of vaart. Ook met de stikstofaanpak en klimaatverandering in gedachten staat er veel op het spel om bijvoorbeeld waterbergingsgebieden aan te wijzen of de waterhuishouding van een gebied aan te passen. Het waterschap heeft met haar werk ook effect op het cultuurlandschap en monumenten van particulieren en gemeenten. Daarom is afstemming met het waterschap van belang om het cultureel erfgoed te behouden of te versterken. Daarbij kan het erfgoed ook als inspiratiebron en onderlegger worden gebruikt voor klimaatadaptieve ontwikkelingen.

81

8| Actuele onderwerpen 82

8.1.3 Woningbouwopgave en uitbreiding bedrijventerreinen De grote woningbouw opgaven en nieuwe/uitbreidingen van bedrijventerreinen of industrie hebben voor veel gemeenten gevolgen in het landschap en stedelijk gebied. Ook inbreiding, sloop of vernieuwing van panden en oude wijken (waaronder historische bebouwing) kan gevolgen hebben voor het cultureel erfgoed. Van belang is om voorafgaand aan woningbouwontwikkelingen het erfgoed goed te inventariseren en na te gaan hoe wordt omgegaan met het erfgoed in de nieuwe ontwikkeling. Erfgoed leent zich goed om als inspiratiebron te dienen voor nieuwe oplossingen.

8.1.4 Werelderfgoed In Nederland zijn 12 objecten of gebieden aangewezen als werelderfgoed. Dit is een programma van United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO) dat is gestart in 1972 om onroerende goederen met een uitzonderlijke en universele natuur- en/of cultuurwaarde te beschermen. In de provincie Utrecht betreft dit momenteel drie UNESCOWerelderfgoederen:  Het Rietveld Schröderhuis staat sinds 2000 op de werelderfgoedlijst. Het architectonische meesterwerk uit 1924 door Gerrit Rietveld is geënt op de idealen van De Stijl.  De Neder-Germaanse Limes door Nederland en Duitsland is werelderfgoed sinds 2021. Deze noordelijke grens van het Romeinse Rijk heeft circa vijf eeuwen dienst gedaan. De Limes telt in Nederland 19 archeologische vindplaatsen, verspreid over 12 gemeenten in de provincies Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland en is daarmee het grootste archeologische monument van Nederland.  Het gedeelte van de Hollandse Waterlinies rondom Amsterdam (Stelling Van Amsterdam) is werelderfgoed sinds 1996. In 2021 is dit uitgebreid met de Nieuwe Hollandse Waterlinie en gingen ze verder als één Werelderfgoed onder de naam „Hollandse Waterlinies‟. De linies hebben een lengte van meer dan 200 kilometer door met name de landschappen die onder water konden worden gezet als militaire verdediging (inundatiegebieden).

Aarden verdedigingswerken en forten beschermden de zwakkere infrastructuur zoals inundatiesluizen en keerkades en de hoger gelegen gebieden die niet onder water konden worden gezet. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn de linies versterkt met bunkers en loopgraven.

Beleidskaders en regels De provincie Utrecht is regisserend en faciliterend siteholder voor de NederGermaanse Limes en de Hollandse Waterlinies, voor het deel dat binnen de provincie Utrecht ligt. De provincie is daarbij hoofdverantwoordelijk voor de bescherming en instandhouding. Een belangrijk deel van de uitvoering, zoals vergunningverlening en toezicht, is decentraal belegd bij de gemeenten. In de (interim) Omgevingsverordening van de provincie Utrecht is in een instructieregel een vertaling van de rijksregel overgenomen over werelderfgoederen, namelijk dat de Outstanding Universal Value (OUV) niet

mag worden aangetast. De gemeenten zijn verplicht om dit vervolgens weer door te vertalen in hun bestemmingsplannen of omgevingsplan. De OUV van de Hollandse Waterlinies is onderverdeeld in kernkwaliteiten. Deze verschillen per gebied en zijn door de provincie onderzocht en vastgelegd in gebiedsanalyses. De gebiedsanalyses geven (sectoraal) inzicht in waar en hoe de kernkwaliteiten manifesteren en bieden uitgangspunten voor ontwikkelingen per gebied. Zij dienen daarmee als handreiking, kennis- en inspiratiebron en vormen bouwstenen voor plan, beleids- en visievorming. Ten aanzien van de mogelijkheden voor grootschalige energieopwekking in de Hollandse Waterlinies, is door de vier provincies het gemeenschappelijk Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies opgesteld. Dit is een inhoudelijk kader waarin richting wordt gegeven voor mogelijke energieopwekkingvormen zonder dat daarbij een significante aantasting van de kernkwaliteiten ontstaat. Het werelderfgoed Hollandse Waterlinies heeft naast de cultuurhistorische waarden nog andere bijzondere waarden, zoals de openheid en het overwegend groene karakter. De waarden kunnen goed benut worden als inspiratiebron en aanjager van ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het geeft een meerwaarde voor het vestigingsklimaat en biedt ademruimte voor de stad en kansen voor ontspanning en recreatie.

Ander werelderfgoed Naast de onroerende goederen zijn er nog meer vormen van UNESCOwerelderfgoed binnen de provincie Utrecht. Dat gaat dan om zaken op de werelderfgoedlijsten voor documenten, de geschiedenis en maatschappelijke dragers van letteren en immaterieel erfgoed. Op dit moment is er een provinciale inventarisatie bezig voor een UNESCO nominatie voor het Geopark Utrechtse Heuvelrug. De combinatie van stuwwallen, de geologische formaties en het veenweidelandschap in een relatief klein gebied is uniek. De beschermde aardkundige monumenten in Utrecht liggen dan ook in of rondom dit geopark, zoals de Lange en Korte Duinen in Soest.

8.1.5 Landelijke programma’s

Kerkenvisies Van 2014 tot 2016 heeft het Rijk met de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed een verkenning gedaan naar de problematiek en de aard en omvang van de ontkerkelijking en het leeg komen van vele kerken en kloosters. Hieruit is het programma Kerkenvisie ontstaan dat een handreiking biedt om na te denken over de toekomst van het religieuze erfgoed in brede zin. Kerken, gebedshuizen en kloosters hebben niet alleen een grote cultuurhistorische waarde, maar vormen ook een belangrijk onderdeel van de identiteit van een gemeente en hebben tevens een stedenbouwkundige en sociaal-culturele waarde. Ook het interieur met onroerende en roerende onderdelen is vaak monumentaal. Dat geldt ook voor de omgeving van de kerk, met

83

8| Actuele onderwerpen

groen erfgoed zoals een begraafplaats, zichtassen op de kerk, e.d.. Daarnaast vormt de exploitatie en de energierekening ook een actueel thema voor kerken. De minister van OCW stelde vanaf 2019 tot 2021 middelen beschikbaar voor het opstellen van kerkenvisies voor gemeenten. Landelijk zijn er ruim 240 gemeenten die een decentralisatie uitkering hebben aangevraagd, waarvan zeventie gemeenten in Utrecht. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed organiseert bijeenkomsten voor gemeenten die aan de slag willen gaan met een kerkenvisie. Ook vanuit het STAMU zijn een aantal bijeenkomsten en werktafels georganiseerd om met gemeenten te sparren waarover een kerkenvisie kan gaan en in welke vorm. Bij een kerkenvisie is het ook van belang om na te denken wat voor vervolg aan een kerkenvisie kan worden gegeven. Hierbij valt te denken aan (structurele) vervolggesprekken met kerkbesturen of taken voor een gemeente om op te pakken.

ErfgoedDeal De ErfgoedDeal is een afspraak voor en door dertien partners, bestaande uit maatschappelijke organisaties en overheden, met als ambitie een waardevolle leefomgeving voor de toekomst. De projecten of initiatieven richten zich op een drietal hoofdthema‟s: Klimaatadaptatie, Energietransitie en duurzaamheid en Stedelijke groei en krimp. 84

Het programmabureau heeft aansprekende voorbeelden gezocht van plekken die gaan veranderen en waar erfgoed een rol van betekenis kan spelen. Door hier cultuurhistorisch onderzoek naar te doen kan het verleden als inspiratie dienen voor nieuwe oplossingen, maar kunnen ook oplossingen uit het verleden weer hersteld of teruggebracht worden. Zoals bij de versterking van eeuwenoude rivierdijken of de aanleg van windmolenparken aan de rand van beschermde landschappen. Denk ook aan de transformatie van oude industriële gebieden naar nieuwe woonwijken. Of dat eeuwenoude waterpartijen op landgoederen kunnen helpen om overtollig water op te slaan. In Utrecht zijn vier projecten tot een ErfgoedDeal project uitgegroeid: Du Moments des Monuments in Stichtse Vecht, Post 65 scholen in Nieuwegein, het Hoornwerk Grebbedijk in Rhenen en Klimaatrobuuste landgoederen in Zeist. Ook al doet niet elke gemeente een aanvraag, de uitkomsten van de verschillende projecten kunnen wel als inspiratiebron dienen om aan de slag te gaan met soortgelijke vraagstukken in de eigen gemeente. De ErfgoedDeal loopt tot eind 2022. Mogelijk komt er komende jaren weer een vervolg op de ErfgoedDeal.

8.1.6 Divers en inclusief erfgoed Erfgoed is voor iedereen en vormt datgene wat mensen van belang vinden van hun geschiedenis en historische gedachtengoed om te vertellen, te behouden en te laten zien. Het is belangrijk dat het erfgoedbeleid van een gemeente niet alleen de nationale en lokale geschiedenis, maar ook de brede

diversiteit van de Nederlandse samenleving representeert. Daarbij moet er ruimte zijn voor onderlinge verschillen en de herkenbaarheid daarvan. Het kan zijn dat er binnen de gemeente straatnamen of standbeelden voor een bepaalde groep mensen tot weerstand leiden of dat een koloniaal verleden van een buitenplaats niet goed wordt uitgelegd. Het opstarten van de dialoog en de thema‟s bespreekbaar maken is de eerste stap. Dit kan zorgen voor een breed gedragen uitwisseling van (elkaars) erfgoed en gedachtengoed vanuit meerdere perspectieven. Inclusie is de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. Bij diversiteit gaat het om de verscheidenheid van de manieren hoe we van elkaar verschillen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen zichtbare factoren, zoals geslacht en uiterlijke kenmerken e.d. en onzichtbare factoren, zoals cultuur, seksuele voorkeur, economische status, religie e.d.. De twee termen inclusie en diversiteit komen in de erfgoeddiscussie steeds vaker voor. Bij een aantal gemeenten heeft een wethouder deze thema‟s ook expliciet in de portefeuille. Bij groepen van verschillende culturele achtergronden of met verschillende levensovertuigingen kan het beeld over wat hun erfgoed is heel anders zijn.

Gemeenten doen er goed aan om bij de inventarisatie van hun erfgoed niet alleen te zoeken naar het erfgoed wat bij bredere groepen aansluit, maar ook bij het erfgoed van de minderheden. Hierbij kan worden gedacht aan groepen met een andere culturele achtergrond, verschillende leeftijdsgroepen of groepen met een lichamelijke beperking. Bijvoorbeeld in participatie met deze minderheden kan met hen over dit vraagstuk worden meegedacht.

85

8| Actuele onderwerpen

8.2 Hoe stonden de gemeenten er eerder voor? Duurzaamheid en energietransitie Het onderwerp duurzaamheid heeft in algemene zin bij de gemeenten volop de aandacht. Specifieke aandacht voor duurzaamheid bij monumenten (DuMo) is echter maar spaarzaam aanwezig bij de meeste gemeenten. Slechts zes gemeenten hebben zelf specifiek beleid opgesteld ten aanzien van duurzaamheid bij monumenten. Bij sommige gemeenten wordt ten aanzien van duurzaamheid bij monumenten verwezen naar de regels zoals opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed of door MooiSticht. (2018) In vier gemeenten wordt er subsidie gegeven voor het verduurzamen van monumenten. In tien gemeenten wordt voorlichting gegeven aan eigenaren over het verduurzamen van monumenten. (2018) Grootste knelpunt bij de verduurzaming van monumenten wordt gezien in de mogelijke aantasting van de monumentale waarden (86% van de gemeenten). Als tweede belangrijke knelpunt wordt het gebrek aan kennis bij de eigenaar ervaren (68%) en het gebrek aan beleid bij de gemeente (50%).

(2018)

86

Als belangrijkste middel wat kan worden ingezet om monumenteigenaren te bewegen tot het halen van de algemene duurzaamheidsdoelstellingen wordt door de gemeenten als eerste genoemd: extra hulp aan monumenteigenaren, bijvoorbeeld in de vorm van gratis energiescans of verduurzamingsadviezen (76%). Betere informatievoorziening, bijvoorbeeld door middel van brochures of website of energieloket, en een collectieve aanpak van energiebesparing of energieopwekking bij monumenten worden beide als tweede belangrijkste middel genoemd (beide door 60% van de gemeenten). (2018) Het merendeel van de gemeenten heeft nog geen inzicht in de mogelijke consequenties voor archeologie bij de ontwikkeling van energielandschappen. Het is onduidelijk of archeologie altijd wordt meegenomen in het afwegingskader bij de vraag of energielandschappen passend worden aangelegd. (2018) Bij vrijwel alle gemeenten staat de opgave van de energietransitie volop in de belangstelling. Echter in slechts acht gemeenten is hierbij ook aandacht voor cultuurhistorie. (2018)

Werelderfgoed In het kader van de nominatie tot UNESCO Werelderfgoed van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) hebben de gemeenten De Ronde Venen, Stichtse Vecht, De Bilt, Bunnik, Utrecht, Nieuwegein, Houten, Vianen en Wijk bij Duurstede, samen met Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de provincie Utrecht op 15 november 2017 het Pact van Ruigenhoek ondertekend. Doel is het intensief samenwerken aan de bescherming, ontwikkeling en bekendheid van de NHW. De veertien partijen hebben hun krachten gebundeld om het erfgoed maatschappelijk te benutten, op de kaart

te zetten en toegankelijk te maken voor een (inter)nationaal publiek.

(2018)

8.3 Hoe staan de gemeenten er in 2022 voor? Duurzaamheid & Energietransitie (Regionaal) beleid energietransitie Om de energietransitie te realiseren zijn er regionale energiestrategieën (RES) en op gemeentelijk niveau Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen opgesteld. Bij een paar gemeenten speelt cultureel erfgoed in alle beleidsstukken een rol, bij een meerderheid speelt het erfgoed in één beleidsstuk een rol. Bij 30% van de gemeenten is het voor de erfgoedambtenaar onduidelijk of het cultureel erfgoed een rol speelt in één of meer beleidsstukken.

Duurzaamheid bij gebouwde monumenten Tot nu toe hebben slechts vijf gemeenten eigen beleid of regels vastgesteld ten aanzien van duurzaamheid bij gebouwde monumenten. Dat gaat in alle vijf van de gevallen om beleid of regels voor zonneenergie op daken van monumenten en panden in beschermde gezichten en in drie van de gevallen gaat het om beleid of regels m.b.t. de verduurzaming van monumenten (na-isoleren e.d.). Er zijn ook nog twee gemeenten die op dit moment concreet bezig zijn om beleid of regels te ontwikkelen c.q. vast te laten stellen. Alle 26 gemeenten vinden het belangrijk dat eigenaren van monumenten zich goed oriënteren en zich adequaat laten informeren en adviseren bij de verduurzaming van hun pand. Er zijn vooralsnog slechts enkele gemeenten die dit actief stimuleren en faciliteren, bijvoorbeeld via een informatiebrochure, een subsidieregeling voor het laten opstellen van een DuMo-advies of door het bieden van een duurzaamheidsloket mét deskundige kennis van monumenten.

Energietransitie en archeologie Driekwart van de gemeenten geeft aan archeologische waarden bij de energietransitie mee te nemen. Bij een aantal gemeenten wordt geen of te beperkt archeologie meegewogen in het afwegingskader voor plannen voor zonnepanelen of windturbines.

Wind- en zonne-energie Vrijwel alle gemeenten hebben al zonnevelden of plannen voor zonnevelden. Circa 30% van de gemeenten hebben windturbines of concrete plannen voor windturbines. Een ruime meerderheid van de gemeenten geeft aan (voorlopig) geen plannen voor windturbines te ondersteunen. 80% van de gemeenten geeft aan rekening te houden met het cultuurlandschap bij ontwikkeling van zonnevelden en/of het plaatsen van windturbines.

87

8| Actuele onderwerpen

Klimaat

88

Vrijwel alle gemeenten hebben te maken met één of meer gevolgen van de klimaatverandering in de vorm van bodemdaling, verdroging (en te lage grondwaterstand), overstromingen en funderingsproblemen bij historische bebouwing. 60% van de gemeenten heeft of werkt aan beleid op het gebied van klimaatadaptatie. Slechts bij een beperkt aantal gemeenten wordt ook erfgoed in het beleid meegenomen. De waterschappen binnen de provincie Utrecht hebben invloed op de waterhuishouding in de gemeenten. De helft van de gemeenten geeft aan dat het voor hen onbekend is of het waterschap in hun gemeente rekening houdt met cultureel erfgoed. En 40% vindt dat het waterschap beperkt of gedeeltelijk rekening houdt met het erfgoed. Er is één gemeente die stelt dat het waterschap het erfgoed daadwerkelijk meeneemt.

Woningbouwopgave en uitbreiding bedrijventerreinen Op twee na, verwachten gemeenten dat de woningbouwopgave grote invloed zal hebben op het lokale culturele erfgoed. De meeste gemeenten geven aan dat dit kan zijn door inbreiding en verdichting in de historische kernen of lintbebouwingsstructuren, door nieuwbouw (wijken) in het nu nog open cultuurlandschap en of sloop/nieuwbouw van historische bebouwing op individueel bebouwingsniveau. Daarnaast geven enkele gemeenten aan dat ook sloop/nieuwbouw op wijk-/buurtniveau, verdichting in de kernrandzones rondom de huidige stedelijke bebouwing óf sloop van onbeschermd industrieel erfgoed door ontwikkeling plaats zal vinden. Circa 35% van de gemeenten verwacht invloed op het cultureel erfgoed (incl. landschappelijke waarden) door aanleg of uitbreidingen van bedrijventerreinen of industriegebieden. Bij een meerderheid van de gemeenten wordt de erfgoedambtenaar of afdeling erfgoed betrokken bij ontwikkelingen op het gebeid van woningbouw of bedrijventerreinen.

Werelderfgoed Twaalf gemeenten geven aan binnen de grenzen van het UNESCO Werelderfgoed te zijn gelegen. Dit kan gaan om de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Neder Germaanse Limes of het Rietveld Schröderhuis. Natuurlijk spant de gemeente Utrecht de kroon door alle drie de UNESCO gebieden binnen de gemeentegrenzen te hebben, maar er zijn een aantal gemeenten die te maken hebben met de Neder Germaanse Limes en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hiervan geven alle twaalf gemeenten aan ook de instructieregels van (interim) Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht te hebben doorvertaald in eigen beleid of daarmee bezig zijn. Er zijn drie gemeenten die aangeven daarnaast eigen regels of invulling te hebben geven aan het UNESCO-Werelderfgoed.

Landelijke programma’s Er zijn zeventien gemeenten binnen de provincie die een decentralisatieuitkering hebben ontvangen om een Kerkenvisie op te stellen. Daarvan zijn inmiddels vier gemeenten klaar en aan de slag met actiepunten of vervolg, twaalf gemeenten zijn bezig en één gemeente is nog niet begonnen. Vanuit het STAMU zijn tijdens deze periode werktafels georganiseerd ter inspiratie, om informatie te delen en ervaringen uit te wisselen. Er zijn vier gemeenten die meedoen aan of een uitkering hebben ontvangen

voor een project aan de ErfgoedDeal. De onderwerpen van de ErfgoedDeal projecten zijn verschillend van elkaar en dragen bij aan kennis voor het erfgoed. Er is één gemeente die heeft geprobeerd een ErfgoedDeal project van de grond te krijgen, dat niet werd gehonoreerd.

Divers en inclusief erfgoed Er zijn zes gemeenten die aangeven cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving te hebben met raakvlakken op het gebied van diversiteit en inclusiviteit, elf gemeenten geven aan dit niet te hebben. Er zijn negen gemeenten waarvan het nog onbekend is of zij raakvlakken hebben. Er zijn vier gemeenten die aangeven ook plannen te hebben om het erfgoedbeleid meer inclusief en divers te maken. Op één gemeente na geven alle gemeenten aan niet te weten of (de presentatie van) historische elementen in de fysieke leefomgeving al dan niet in lijn zijn met de huidige inclusiviteits- en diversiteitsgedachte.

89

8.4 Kansen Duurzaamheid & Energietransitie (Regionaal) beleid energietransitie Uit de resultaten blijkt dat het cultureel erfgoed bij een beperkt aantal gemeenten wordt meegenomen in de RES, Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen. Bij een groot deel van de gemeenten is dit niet het geval. Het is van belang om bij de totstandkoming van de Transitievisie Warmte en de Wijkuitvoeringsplannen én de uitvoering ervan, aandacht te vragen voor het erfgoed. Niet alleen kunnen de cultuurhistorische waarden dan beter behouden blijven of zelfs worden versterkt, maar het erfgoed kan ook als onderlegger en inspiratiebron dienen bij de ontwikkelingen. Dit kan bijdragen aan een hogere kwaliteit en leefbaarheid van de leefomgeving.

Duurzaamheid bij gebouwde monumenten Om de energietransitie en verduurzaming van gebouwd erfgoed in goede banen te leiden en te voorkomen dat cultuurhistorische waarden verloren gaan, kan het helpen om hiervoor beleid en regels op te stellen. Te denken valt aan beleid specifiek ter stimulering van de (verantwoorde) verduurzaming van monumenten of maatwerkregels voor zonne-energie in beschermde gezichten. Daarnaast kan er gedacht worden aan het actief aanreiken van een informatiebrochure over na-isolatie van monumenten of stimuleren dat er een Duurzame Monumenten (DuMo) advies wordt opgesteld voorafgaand aan een subsidie- of omgevingsvergunningsaanvraag voor verduurzamingsmaatregelen. Het verduurzamen van een monument is maatwerk en vereist specifieke deskundigheid. Het is dus belangrijk dat eigenaren zich daarbij goed laten informeren en adviseren om verstoring van de monumentale waarden en schades aan hun monumenten te voorkomen. Om eigenaren van monumenten al gelijk vanaf het eerste begin aan de hand te nemen of de juiste richting op te wijzen, is het nuttig om als gemeente een duurzaamheidsloket te bieden. Het is daarbij van belang dat het loket ook écht beschikt over deskundigheid op het gebied van monumenten.

Bij de ontwikkeling van maatwerkregels voor zonne-energie op monumenten en ander gebouwd erfgoed is het naast het behalen van de doelstellingen van de energietransitie ook van belang om het monument en haar cultuurhistorische waarden centraal te stellen en vandaaruit te bekijken welke ruimte er is voor zonne-energie op het dak of in de aanleg zonder dat daarmee belangrijke waarden verloren gaan. Voor het behoud van de monumentale waarden is het niet altijd mogelijk om te gaan voor maximalisatie van het aantal zonnepanelen en ook niet om op het dak van elk monument zonnepanelen te plaatsen. Andere verduurzamingsmaatregelen zoals het beperken van energieverlies of het

91

8| Actuele onderwerpen

efficiënter gebruik van energie spelen een belangrijkere rol in het toekomstbestendig gebruik en behoud van een monument op de langere termijn. Gemiddeld over alle monumenten bekeken kan daarmee alleen al de doelstelling van 40% tot 60% CO2 reductie gehaald worden. In de provincie Utrecht maakt ongeveer twee tot drie procent van de panden deel uit van de monumentenlijst. Ook monumenten moeten hun bijdrage leveren aan de klimaatdoelstelleningen, maar uiteindelijk spelen ze maar een kleine rol in geheel.

Energietransitie en archeologie Bij de energietransitie kunnen bepaalde maatregelen negatieve gevolgen hebben voor het archeologisch bodemarchief, zoals kabels van zonnevelden of aanlegroutes voor windturbines. Het is belangrijk dat de gemeente oog heeft voor mogelijke archeologische verstoringen in het buitengebied bij de aanleg van zonnevelden en/of het plaatsen van windturbines. De bestaande verwachtings- en beleidskaart is qua instrumentarium waarschijnlijk niet toereikend als het gaat om de mate van verstoring. Ondergrenzen voor verstoringen zijn namelijk vaak niet vastgesteld met de energietransitie in gedachte. Gemeenten, Provincie en Rijk kunnen elkaar hierbij ondersteunen door het delen en bespreken van kennis en ervaringen.

Wind- en zonne-energie

92

Locaties van windturbines en zonnevelden worden vaak buiten de bebouwde kom in het cultuurlandschap neergezet. Bij ontwikkeling van zonnevelden of het plaatsen van windturbines in de buitenruimte kan waardevol landschap aangetast worden door bijvoorbeeld aanrijroutes van windturbines via weilanden en verstoorde verkavelingen door zonnevelden. Bij de aanwijzing van locaties voor zonnevelden en windturbines is het van belang om het cultuurlandschap mee te nemen in de afweging en dat de ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast. Goede kennis van de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap is hierbij onmisbaar.

Klimaat De klimaatverandering en de klimaatadaptatie zijn thema's waar gemeenten veel aandacht aan besteden. Er wordt op dit moment dan ook in veel gemeenten beleid ontwikkeld op dit onderwerp. Er zijn een paar gemeenten waar het thema erfgoed actief wordt meegenomen in beleid en zelfs als inspiratiebron wordt gebruikt bij ontwikkelingen. Het valt op dat erfgoed bij veel gemeenten in het geheel niet of slechts beperkt wordt meegenomen in het beleid. Bij eventuele ontwikkelingen van beleid op klimaat is het van belang dat er ook vanuit erfgoed meegedacht wordt bij het proces, om zo het cultureel erfgoed goed mee te nemen bij toekomstige ontwikkelingen op het gebied van klimaatadaptatie. Denk hierbij aan de aanleg van groen in beschermde stads- of dorpsgezichten of klimaatmaatregelen op landgoederen. Een kans voor het STAMU is om de erfgoedambtenaren meer te stimuleren en ondersteuning te bieden om het erfgoed onder de aandacht te brengen bij ontwikkelingen en vorming van beleid rond klimaatadaptatie. Waterschappen hebben invloed op de waterhuishouding in de gemeente. Een gemeente kan in gesprek gaan met het waterschap om te bespreken hoe om te gaan met bijvoorbeeld het cultuurlandschap en de effecten van grondwaterstanden op archeologische en andere erfgoedwaarden.

Woningbouwopgave en uitbreiding bedrijventerreinen Ontwikkelingen op gebied van wonen en bedrijfsterreinen gaan vaak gepaard met bedreiging van open cultuurlandschap, historische kernen en lintstructuren. Het is belangrijk om als erfgoedambtenaar of erfgoedafdeling nauw betrokken te zijn bij deze ontwikkelingen om zo het cultureel erfgoed te beschermen, zo goed als mogelijk in te passen en zelfs als inspiratiebron te gebruiken en te versterken.

Werelderfgoed In de (interim) Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht worden instructieregels gesteld m.b.t de omgang van het UNESCOwerelderfgoed. Toch is er binnen deze kaders nog ruimte voor gemeenten om daar ook op lokaal niveau (deels) een eigen invulling aan te geven. De UNESCO-werelderfgoedstatus van de Limes biedt kansen voor beleving, draagvlak en ondernemerschap. Door de beperkte zichtbaarheid van het archeologisch erfgoed is het van belang om dit nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. De UNESCOwerelderfgoedstatus van de Hollandse Waterlinies biedt kansen voor beleving, draagvlak en ondernemerschap. De uitgestrekte landschappen rondom de Hollandse Waterlinies zijn daarbij ook uitermate geschikt voor cultuur, recreatie en toerisme. Voor gemeenten met UNESCO binnen de gemeentegrenzen, is een kans om daar zelf de regie in te nemen en met de eigen lokale kennis en ambities hier invulling aan te geven.

Landelijke programma’s Voor gemeenten die een Kerkenvisie hebben opgesteld, is het een kans om een vervolg aan de visie te geven door bijvoorbeeld structureel in gesprek te blijven met kerkgemeenschappen. Ook voor gemeenten die geen decentralisatie-uitkering hebben aangevraagd, is een Kerkenvisie een kans om op te pakken. Als er behoefte is vanuit deze gemeenten, kan het STAMU opnieuw werktafels organiseren. De gemeenten die aangeven geen project voor een uitkering van de ErfgoedDeal te hebben aangevraagd, kunnen andere ErfgoedDealprojecten gebruiken als inspiratiebron. Na 2023 wordt de ErfgoedDeal waarschijnlijk weer voortgezet, dus er komen nieuwe kansen om projecten in te dienen. Het STAMU houdt gemeenten hiervan op de hoogte.

Divers en inclusief erfgoed Inclusie en diversiteit zijn nieuwe thema's in het erfgoedbeleid. Het is een kans voor gemeenten om deze onderwerpen te onderzoeken en bespreekbaar te maken zodat erfgoed bij een grotere groep mensen aansluit. Bijvoorbeeld door met historische verenigingen over inclusie en diversiteit in gesprek te gaan.

93

94

Het cultuurlandschap en groene erfgoed van de provincie Utrecht De provincie Utrecht heeft een rijkdom aan cultuurlandschap en groen erfgoed. Binnen een relatief klein oppervlak met veel verstedelijking is in de centrumprovincie van Nederland een zeer afwisselend en gevarieerd landschap te vinden wat de identiteit bepaald:         

Veenweidepolders, plassen en doormakerijen in het westen. Het rivierenlandschap in het zuiden. Een heuvelrug loopt dwars door de provincie met bossen en stuifzand- en heidegebieden. In de Gelderse Vallei bevinden zich oude dekzanden met hoogveenontginningen. Het open en rustige Eemland met de meanderende Eem aan de voormalige Zuiderzeekust. Prachtige landgoederen en buitenplaatsen langs de Vecht, bij de laagte van Pijnenburg en in de Stichtse Lustwarande met oude tuin- en parkaanleggen, Het militaire landschap van de vele linies in deze provincie met open inundatiegebieden en verdedigingswerken met veel groen. De vele waardevolle landschapselementen zoals grafheuvels, hoogstamboomgaarden, houtwallen en knotwilgenrijen. En er is nog veel meer...

95

9| Erfgoed thema’s 9.1 Inhoudelijk 9.1.1 Vergunningen, toezicht en handhaving (VTH)

Omgevingsvergunningverlening Sinds 2010 is het vergunningenstelsel voor gebouwd erfgoed en archeologie (vallend onder het overgangsrecht van de monumentenwet richting de Omgevingswet) onderdeel van de Wabo (zie ook blz. 29). Gemeenten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor de monumentenzorg. Het is hun taak om eigenaren en beheerders van monumenten te informeren en te begeleiden bij een eventuele wens tot wijziging van het monument. Elk monument is anders en maatwerk is vereist. Een eigenaar vraagt misschien maar een of twee keer in zijn leven een vergunning aan en heeft begeleiding nodig bij deze vaak complexe en specialistische materie. Daarom zijn korte lijnen en een vast aanspreekpunt van belang. Dit kan een vergunningverlener zijn of een deskundige monumentenmedewerker. Het is aan de gemeente om achter de schermen tot een integrale visie op het verzoek van de eigenaar te komen en deze eenduidig te communiceren. Reguliere procedure en vooroverleg De omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten valt in de Wabo onder de reguliere procedure. Deze duurt 8 weken met een mogelijkheid tot éénmalige verlenging van 6 weken. Hetzelfde geldt voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor rijksmonumenten, bij die activiteiten waarvoor geen adviesplicht van de RCE of provincie geldt.

Bij deze aanvragen moet wel altijd de gemeentelijke adviescommissie om advies worden gevraagd. Vanwege de korte termijnen is het houden van vroegtijdig vooroverleg zeer belangrijk. In een vroeg stadium kan door de gemeente en alle betrokken partijen worden afgetast wat de mogelijkheden zijn en waar nog knelpunten liggen. De definitieve aanvraag kan vervolgens sneller en gemakkelijker binnen de geldende termijnen worden gehonoreerd. Uitgebreide procedure en Bouwplanoverleg STAMU Is er bij een rijksmonument sprake van sloop, ingrijpende wijziging, herbestemming of reconstructie, dan moet ook verplicht advies worden gevraagd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Er geldt dan een uitgebreide procedure van maximaal 26 weken. Bevindt het rijksmonument zich buiten de rode contour dan moet er ook advies gevraagd worden bij de provincie Utrecht. Gaat het om een bestemmingsplanwijziging zoals verandering van functie en is het onderdeel van de Provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur, dan heeft de Provincie Utrecht ook een adviesrol. Het STAMU biedt hiervoor de mogelijkheid om adviesplichtige (vooroverleg / principe- en schets-) plannen in één keer aan alle adviserende partijen voor te leggen in het Bouwplanoverleg.

97

9| Erfgoed thema’s

Vergunningsvrije werkzaamheden bij monumenten De MoMo heeft geleid bij rijksmonumenten tot het vergunningsvrij geven van gewone onderhoudswerkzaamheden waarbij vorm, kleur en materiaal niet wijzigen. Ook de wijziging of ontmanteling van niet-monumentale interieuronderdelen is mogelijk. Ontmanteling is vaak noodzakelijk bij bouwhistorisch onderzoek of in aanloop naar een restauratieplan. Alle ingrepen waarbij grootschalige vervanging van materialen plaatsvindt in exterieur of interieur, zijn echter niet vergunningsvrij, dat heet restauratie. Goede informatie geeft de brochure „Vergunningsvrij‟ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Gemeenten moeten de vergunningsvrije regels zoals die bij rijksmonumenten worden gehanteerd expliciet in hun erfgoedverordening opnemen wil het ook voor gemeentelijke monumenten gelden. Veelal is dat nog niet gebeurd. De meeste gemeentes werken echter wel in de 'geest' van het vergunningsvrij zoals dat bij rijksmonumenten geldt. Daarmee wordt een precedent geschapen waardoor het vergunningsvrij automatisch ook geregeld wordt. Interieur monumenten is beschermd De onroerende onderdelen van interieurs zijn wettelijk beschermd als deel van het rijksmonument. Zij maken immers deel uit van de beschermde onroerende zaak. Ook bij gemeentelijke monumenten is het interieur beschermd, tenzij de Erfgoedverordening dit expliciet uitsluit.

Dit is echter bij weinig mensen bekend, waardoor veel monumentale interieurwaarden ongemerkt verloren gaan. Interieurs verdienen daarom extra aandacht.

98

Uitvoeringsvoorschriften stellen Een gemeente kan kwaliteitseisen stellen aan de planvorming, onderhoud en restauratie van monumenten. Dat kan in de vorm van algemene of specifieke voorschriften. Deze kunnen worden gebruikt in het planvormingsproces, de omgevingsvergunning en tijdens de uitvoering. Voorschriften kunnen ook dienen als toetsingskader voor de gemeentelijke adviescommissie en zijn een hulpmiddel voor toezichthouders. Omdat het bij monumenten vaak noodzakelijk is met specialistische materialen en technieken te werken, is inzet op kwaliteit en duurzame oplossingen voor de lange termijn van extra groot belang. De meeste gevraagde kwaliteitseisen worden breed onderschreven door overheden, adviseurs en uitvoerenden in de monumentenzorg en zijn in onderling overleg tussen deze partijen tot stand gekomen. Algemene uitvoeringvoorschriften kunnen bijvoorbeeld in een nadere regeling (beleidsregel) worden vastgesteld op grond van artikel 14 lid 3 van de modelErfgoedverordening 2016, die de „nadere regels‟ betreft die de gemeente kan stellen. Algemene uitvoeringsvoorschriften kunnen gelden voor alle monumenten, maar ook voor specifieke groepen van monumenten of zelfs voor een enkel monument. Bij de aanwijzing van een gemeentelijk monument kan de gemeente in datzelfde besluit ook gelijk nadere regels stellen voor dat monument.

Dat kan bijvoorbeeld zin hebben bij de aanwijzing van een begraafplaats, die nog steeds wordt gebruikt voor de lijkbezorging, als gemeentelijk monument. De uitvoeringspraktijk daarvan is heel anders dan bij de meeste andere monumenten. Maar het kan ook gericht zijn op het beogen van kwaliteit bij planvorming en restauratie. De Stichting Erkende Restauratiekwaliteit (ERM) heeft bijvoorbeeld URL‟s voor de werkwijze van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12323889/1