H1. STAMU MEBUG Wegwijzer Provinciebreed 2022 incl. cover
Tekst van het document
Beschermingsmogelijkheden De provincie Utrecht heeft instructieregels in de provinciale omgevingsverordening met betrekking tot landschap en groen erfgoed. Die moeten worden opgevolgd en/of doorvertaald naar het gemeentelijke beleid. Voor groen erfgoed en erfgoed in het cultuurlandschap kunnen regels worden opgesteld, bijvoorbeeld in een bomenverordening, bestemmingsplannen of het omgevingsplan. Denk daarbij aan regels om beeldbepalende en/of monumentale bomen te beschermen via een kapvergunning of aanlegvoorwaarden rondom houtopstanden, landschapselementen en –structuren. Ook kunnen historische groenaanleggen zoals structuren, landgoederen en buitenplaatsen, erven, tuinen en parken beschermd worden als monument.
7.1.6 Gemeentelijke adviescommissie Het college van burgemeester en wethouders is in vrijwel alle gevallen het bevoegd gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Om de deskundigheid bij de beoordeling van omgevingsvergunningen voor rijksmonumenten te borgen, is een gemeente verplicht om een commissie in te stellen die daarover adviseert. De traditionele term voor een dergelijke adviescommissie was de monumentencommissie. Veel gemeenten hebben naast rijksmonumenten ook gemeentelijke monumenten, beschermde gezichten en cultuurhistorie verankerd in de ruimtelijke ordening. Ook is er advisering voor de welstand, hetgeen belegd is/was bij de welstandscommissie. De adviestaak van de commissies is in de loop der jaren steeds breder geworden. De meeste commissies zijn dan ook overgegaan naar één geïntegreerde adviescommissie. Een geïntegreerde adviescommissie wordt vaak CRK,
55
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
56
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit genoemd maar ook wel Commissie Beeldkwaliteit of Commissie Omgevingskwaliteit. Niet alleen voorkomt dit dubbele en soms tegenstrijdige welstands- en monumentenadviezen, maar het bevordert ook de integrale visie op de leefomgeving zoals de Omgevingswet dit vraagt. Gemeenten kunnen een eigen monumentencommissie en/of welstandscommissie hebben, maar zijn ook vaak aangesloten bij een provinciale organisatie die de monumenten en welstandsadvisering verzorgt, zoals MooiSticht in de provincie Utrecht. De bestaande regels voor de commissies voor welstand, monumenten en ruimtelijke kwaliteit worden per 1 juli 2023 bij ingang van de Omgevingswet opgevolgd door een nieuw stelsel van onafhankelijke advisering. Hierbij gaat de bestaande commissie niet automatisch over. Het is verplicht om opnieuw een gemeentelijke adviescommissie in te stellen. Hiervoor hebben o.a. de VNG en de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit in 2020 een modelverordening en een handreiking opgesteld. Het model is zo opgesteld dat de bestaande commissies zo naadloos mogelijk in het nieuwe adviesstelsel kunnen worden opgenomen.
7.1.7 Toezicht en Handhaving Erfgoed is kwetsbaar. Als het beschadigd raakt of verdwijnt, dan is het 'authentieke' ook echt weg en kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Het is dan ook belangrijk om toezicht en handhaving op erfgoed afdoende prioriteit te geven in de uitvoering en om dit beleidsmatig goed vast te leggen. Dat kan in de integrale handhavingsnota en het onderliggende uitvoeringsprogramma.
7.2 Hoe stonden de gemeenten er eerder voor? Erfgoednota en erfgoedverordening Iets meer dan de helft van de gemeenten (60%) geeft aan dat er beleid is opgesteld ten aanzien van (het gebouwde) erfgoed. Dit beleid dateert in de meeste gevallen nog van voor 2014. Het aanpassen van de erfgoedverordening wordt ook vaak gezien als het vaststellen van beleid. Erfgoedbeleid omvat echter meer dan het juridisch borgen van de bescherming van monumenten. (2018) Bij veel gemeenten bestaat wel de wens om te komen tot (geactualiseerd) erfgoedbeleid. Het gebrek aan capaciteit (formatie en taakstelling) en het feit dat bij de meeste gemeenten het opstellen van erfgoedbeleid niet als prioriteit wordt gezien, heeft tot gevolg dat dit in veel gevallen nog niet is opgepakt. (2018) Zes gemeenten hebben een erfgoedverordening die al is aangepast aan de Erfgoedwet. De meeste gemeentelijke erfgoedverordeningen dateren nog van voor 2013 en zijn daarmee niet aangepast aan het vergunningvrije bouwen (wetswijziging sinds 2013). Dit betekent dat er bij gemeentelijke monumenten meer vergunningplichtig is dan bij rijksmonumenten en dat er dus sprake is van rechtsongelijkheid tussen gemeentelijke monumenten en rijksmonumenten. Slecht in één gemeente is hier bewust voor gekozen.
In de praktijk worden vaak wel bij gemeentelijke monumenten dezelfde regels aangehouden als bij rijksmonumenten (dus evenveel vergunningvrij), maar juridisch klopt dit niet en zou het aanleiding kunnen zijn tot juridische procedures. (2018) In de erfgoedverordeningen/monumentenverordeningen is slechts in 48% van de gevallen de mogelijkheid opgenomen om bouwhistorisch onderzoek te verlangen alvorens te besluiten op een aanvraag voor een omgevingsvergunning. (2014,2018) In die gemeenten waar de erfgoedverordeningen (nog) niet is aangepast aan de Erfgoedwet is de instandhoudingsplicht voor gemeentelijke monumenten nog onvoldoende juridisch verankerd. (2018) Er zijn nog geen gemeenten die gemeentelijke cultuurgoederen hebben aangewezen. Wel wordt dat in twee gemeenten overwogen. (2018)
Bestemmingsplannen De implementatie van de archeologische beleidskaart in alle bestemmingsplannen is volgens 90% van de gemeenten gerealiseerd. Dit was in 2014 nog 56%. (2018) Eendere van de gemeenten heeft gemeentelijke en rijksmonumenten niet aangegeven op de verbeelding (kaart) van het bestemmingsplan. Het argument is dat de bescherming van gemeentelijke en rijksmonumenten valt onder de Erfgoedwet en niet onder de Wet Ruimtelijke Ordening. Dit schept echter verwarring, aangezien bij het bekijken van de
57
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
58
mogelijkheden voor bouwactiviteiten bij monumenten in het bestemmingsplan, niet altijd de koppeling wordt gelegd met het monumentenregister (rijksmonumenten) of de gemeentelijke monumentenlijst.
(2018) Gebouwd erfgoed Alle gemeenten (op één na) hebben een gemeentelijke monumentenlijst.
(2014) Bij elf gemeenten is de monumentenlijst in de afgelopen vier jaar geactualiseerd en aangevuld. Bij tien gemeenten zijn er gemeentelijke monumenten van de lijst afgevoerd. Vaak betreft het slechts één of twee monumenten per gemeente. Reden is vaak een calamiteit of sloop omdat de bouwkundige staat te slecht was. (2018) In een aantal gemeenten zijn gemeentelijke monumenten aangewezen op basis van vrijwilligheid. Dat wil zeggen dat bij bezwaar van de eigenaar het object niet is aangewezen. Dit leidt er toe dat in zo‟n geval geen representatieve afspiegeling van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig is in de gemeente. (2014,2018) Veel gemeenten (70%) verwachten in de komende jaren nieuwe gemeentelijke monumenten te zullen gaan aanwijzen. Uit de inventarisaties ten behoeve van het opstellen van een cultuurhistorische waardenkaart blijkt vaak dat nog veel cultuurhistorisch waardevolle panden en objecten aanwezig zijn binnen de gemeente die in aanmerking zouden kunnen komen om te worden aangewezen als gemeentelijk monument. Door de ontwikkelingen in de tijd en door de landelijke ontwikkelingen (meer gebiedsgericht denken) zijn de afgelopen jaren de aanwijzingscriteria aangepast. Dit leidt vaak tot meer aandacht voor jongere bouwkunst, voor specifieke categorieën (zoals industrieel erfgoed en agrarische bijgebouwen) en voor grotere samenhangende structuren.
(2018) In een aantal gevallen (twee in 2018) heeft na de samenvoeging van verschillende gemeenten tot één grotere gemeente (nog) geen harmonisatie van de gemeentelijke monumentenlijsten plaatsgevonden. Dit betekent dat in sommige delen van de nieuwe gemeente wel gemeentelijke monumenten zijn aangewezen en in andere delen (nog) niet. Of dat in delen van de nieuwe samengestelde gemeente beduidend meer gemeentelijke monumenten aanwezig zijn dat in andere delen, of dat de focus op bepaalde categorieën zeer verschilt. Hierdoor is een onevenwichtig beeld van de te behouden/beschermen cultuurhistorisch waardevolle objecten in de gemeente aanwezig. (2014,2018) De aandacht voor gebouwen uit de Wederopbouwperiode is groeiende. Bij de helft van de gemeenten is hier aandacht aan geschonken bij de samenstelling en/of uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst. (2018) De aandacht voor historische industriële complexen is sterk afhankelijk van de rol die deze hebben gespeeld in de geschiedenis van de gemeente. Grote complexen krijgen vaak nog wel aandacht. De kleinere complexen worden
vaak over het hoofd gezien. In veel gemeenten is dit nog een vergeten categorie. (2014) In negen gemeenten is bij de samenstelling van de gemeentelijke monumentenlijst ook aandacht geschonken aan groene monumenten en aan waterstructuren en stedenbouwkundige complexen. (2018) Bij de helft van de gemeenten zijn criteria opgenomen ten aanzien van de omgang met karakteristieke panden. In de meeste gevallen gaat het om een regeling die de sloop ervan aan banden legt. Soms is er als regel opgenomen in het bestemmingsplan dat de cultuurhistorische waarde niet mag worden aangetast. Waar deze cultuurhistorische waarde dan uit bestaat wordt meestal niet verder benoemd. Slechts een enkele gemeente gaat verder en beschrijft de specifieke cultuurhistorische waarde per pand en geeft ook aan wat er behouden dient te worden (zoals bijvoorbeeld bouwmassa, kapvorm en kaprichting, materialisering, gevelindeling).
(2018) Door het opstellen van een lijst met karakteristieke panden en het aangeven van die panden in het bestemmingsplan (verbeelding en regels) kunnen ook de panden die niet voldoen aan de criteria om te worden aangewezen als gemeentelijk monument, maar wel bepalend zijn voor de identiteit, de geschiedenis en het aanzien van de gemeente, beschermd worden tegen aantasting van de cultuurhistorische waarden.
(2018) Vrijwel alle gemeenten hebben karakteristieke panden aangewezen of zijn hiermee bezig (voortvloeiend uit de inventarisaties ten behoeve van het opstellen van een cultuurhistorische waardenkaart). De meeste lijsten met karakteristieke panden zijn gebaseerd op de MIP-lijsten (de lijsten voortkomend uit het Monumenten Inventarisatie Project uit de jaren „90). De inventarisatie ten behoeve van het MIP betrof toen de bouwkunst tussen 1850 en 1940. Er is daarbij dus nog geen aandacht besteed aan de Wederopbouw en de jongere bouwkunst. Ook kan het voorkomen dat bebouwing van voor 1850 net niet in aanmerking komt voor het aanwijzen als gemeentelijk monument, terwijl die wel karakteristiek kan zijn. (2018) Bij de meeste gemeenten wordt bij de behandeling van bouwplannen wel aandacht besteed aan interieurs bij monumenten, maar dat betreft de onderdelen die al onder de bescherming vallen, aangezien ze een onlosmakelijk onderdeel vormen van het pand. Er is nog weinig tot geen bewustzijn van het belang van interieurensembles (dus van interieurs waarbij sprake is van een bijzondere cultuurhistorische samenhang, zowel in relatie tot het betreffende pand, als ook tussen de diverse losse onderdelen). Dit geldt zowel voor het bewustzijn binnen de gemeentelijke organisatie als bij de eigenaren.
Als er sprake is van een interieurensemble, dan wordt door de gemeente vaak het gemis ervaren van juridische handvatten om deze ensembles te kunnen beschermen. Op dit moment is de bewustwording van de waarde het belangrijkste middel om behoud te kunnen stimuleren. (2018)
59
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
60
Hoewel 54% van de gemeenten aangeeft dat er sprake is van leegstand van (één of meerdere) (rijks)monumenten in de gemeente, hebben slechts vier gemeenten specifiek beleid opgesteld ten aanzien van leegstand en herbestemming. (2018)
Archeologie & archeologische verwachtings- en beleidskaart Bij het schrijven van deze Wegwijzer is de laatste gemeente in de provincie bezig met afronden van haar archeologische beleidskaart. Wanneer deze is vastgesteld hebben alle gemeenten in de provincie een archeologische beleidskaart. (2018) Het merendeel van de huidige gemeentelijke archeologische beleidskaarten is tussen 2010 en 2013 gemaakt. Een enkele beleidskaart is sinds de eerste versie geactualiseerd. Circa zeven gemeenten zijn bezig met actualisatie, waarvan een aantal in een vergevorderd stadium. Daarnaast heeft een enkele gemeente de wens, maar geen budget, om tot actualisatie over te gaan. Een groot aantal gemeenten heeft geen plannen en geen wens om de beleidskaart te actualiseren. (2018) In tegenstelling tot 2014 wordt evaluatie van het archeologiebeleid in 2018 minder gezien als een middel om de „last‟ van archeologisch onderzoek te verminderen. Het speelt nog steeds een rol, maar nu leeft vooral het idee dat door voortschrijdend inzicht de beleidskaart kan worden geoptimaliseerd. Gemeenten zijn bereid ook nieuwe archeologische inzichten op te nemen die juist een verscherping van het archeologiebeleid bewerkstelligen.
(2018) Iets meer dan 40% van de gemeenten heeft conflictarcheologie, waaronder aandacht voor archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog, in het (archeologie-)beleid opgenomen als een (eigen) archeologische waarde. Hiermee is het aandeel gemeenten dat hier aandacht aan besteed behoorlijk verbeterd sinds 2014. Destijds waren er slechts enkele gemeenten die dit een plek hadden gegeven in het archeologie beleid. (2018) Zeven gemeenten hebben aangegeven waterbodems in het archeologiebeleid te hebben geborgd. In de praktijk zijn dit er minder, omdat tijdens het gesprek met de gemeenten is gebleken dat een aantal van hen onvoldoende kennis heeft over wat bedoeld wordt met waterbodems in een archeologische context. Ook geeft een enkele gemeente aan waterbodems in het beleid te hebben opgenomen, maar met dezelfde beleidsregels als voor andere archeologische waarden. Hiermee kan bijvoorbeeld voor een gracht een eis zijn gesteld voor archeologisch onderzoek voor de eerste 50 cm diepte.
(2018) Cultuurhistorie & cultuurhistorische verwachtings- en beleidskaart De helft van de gemeenten heeft een cultuurhistorische waardenkaart. In vier van deze gemeenten is de kaart wel gemaakt, maar nog niet vastgesteld als beleidsstuk. Zeven gemeenten zijn bezig met het (laten) opstellen van een cultuurhistorische waardenkaart. In vier gemeenten is wel een cultuurhistorische kaart aanwezig, maar voldoet die niet aan de wensen of is deze niet bruikbaar of nog niet volledig of beslaat deze (nog) niet het gehele
grondgebied. Soms is uitsluitend sprake van een cultuurhistorische kenmerkenkaart en is de inventarisatie niet volledig. (2018) De meeste kaarten zijn gemaakt door externe bureaus. Bij veel gemeenten is gebruik gemaakt van de stimulerende subsidieregeling van de Provincie Utrecht of gaat hiervan gebruik gemaakt worden. Dit houdt in dat de Cultuurhistorische Atlas (CHAT) van de Provincie gebruikt wordt als basis voor de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Voorwaarde is dat het format van de CHAT wordt aangehouden en dat er een uitwisseling van informatie plaatsvindt van de gemeente naar de Provincie in de vorm van een digitaal bestand. (2018) Er bestaan grote verschillen in de aanpak van de gemeenten met betrekking tot de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Veel gemeenten zijn hier nog niet structureel mee bezig. (2014) In die gevallen waar wel een cultuurhistorische waardenkaart aanwezig is, maar deze nog niet in de bestemmingsplannen gebruikt is, blijkt dat er vanuit de stedenbouwkundige hoek (afdeling RO) vaak weerstand bestaat tegen het verder optuigen van het bestemmingsplan. Dit betekent dat onvoldoende beleid gevoerd wordt ten aanzien van cultuurhistorie.
Ook wordt hiermee de verplichting om rekening te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden (en dus eerst onderzoek te doen naar waar het dan om gaat) verlegd naar de initiatiefnemer van ruimtelijke ontwikkelingen. (2014) De vraag is gesteld of gebruik gemaakt wordt van de CHAT, Tastbare Tijd en de Kwaliteitsgidsen Utrechtse Landschappen. Het blijkt dat de betreffende informatiebronnen wel bekend zijn bij alle gemeenten, maar niet allemaal gebruikt worden (CHAT wordt vaak als niet echt gebruiksvriendelijk ervaren). Tastbare Tijd blijkt door iedereen regelmatig geraadpleegd te worden. (2014)
Omgevingsvisie en omgevingsplan In vier gemeenten is (voor een gedeelte van het grondgebied) al een omgevingsvisie vastgesteld. In vijftien gemeenten wordt hier hard aan gewerkt. Bij de meeste gemeenten is er bij het opstellen van een omgevingsvisie ook aandacht voor de cultuurhistorie, zij het dat cultuurhistorie niet overal een duidelijke rol speelt. Bij zes gemeenten is voorlopig nog geen ambitie om een omgevingsvisie te gaan opstellen.
(2018) In twaalf gemeenten zijn de kernkwaliteiten ten aanzien van erfgoed duidelijk in beeld. Eén gemeente is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) aangewezen als pilotgemeente om erfgoed als basis voor de omgevingsvisie te gebruiken. Dit heeft geresulteerd in het opstellen van trendlijnen, gebaseerd op een eerder opgesteld narratief. Vanuit belangrijke ontwikkelingen in het verleden (trendlijnen) worden uitgangspunten opgesteld voor de toekomst die als basis dienen voor de op te stellen omgevingsvisie. (2018)
61
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
62
Vanuit het STAMU is in 2018 een speciale ROMA-bijeenkomst gehouden met het thema „Erfgoed in de omgevingsvisie‟. Deze zeer druk bezochte bijeenkomst maakte onderdeel uit van een reeks bijeenkomsten, opgezet door het landelijke netwerk van steunpunten in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het ligt in de bedoeling om ieder jaar in het kader van de Omgevingswet een dergelijke bijeenkomst over erfgoed en de Omgevingswet te organiseren. (2018)
Gemeentelijke adviescommissie De meeste gemeenten (21 van de 26) hebben een geïntegreerde welstandsen monumentencommissie (commissie ruimtelijke kwaliteit). In twee gemeenten is er sprake van het zitting hebben van een vertegenwoordiger van de welstandscommissie in de monumentencommissie. In drie gemeenten is geen sprake van integratie en/of afstemming van de verschillende adviesorganen en hun adviezen. (2014,2018)
7.3 Hoe staan de gemeenten er in 2022 voor? Erfgoedbeleid (algemeen) Van alle gemeenten in de provincie Utrecht hebben 14 gemeenten geen door de raad vastgesteld erfgoedbeleid (nota, visie of programma). Vijf gemeenten hebben een erfgoedbeleid dat ouder is dan tien jaar en wellicht niet meer geheel actueel is. Drie gemeenten hebben een erfgoedbeleid van tussen de tien en de vier jaar oud. Slechts 4 gemeenten hebben een erfgoedbeleid dat in de afgelopen vier jaar is vastgesteld. Twee gemeenten zijn bezig om een nieuw erfgoedbeleid op te stellen.
Monumenten Bij meer dan de helft van de gemeenten is het meer dan acht jaar geleden dat de gemeentelijke monumentenlijst is geactualiseerd. Bij een actualisatie vindt er een evaluatie plaats van de bestaande lijst en wordt er geïnventariseerd welke categorieën en/of objecten er nog aan toe gevoegd kunnen worden. Sinds 2018 zijn er in de provincie in totaal 26 nieuwe gemeentelijke monumenten aangewezen. Bij 23 gemeenten zijn er gemiddeld 2,35 nieuwe gemeentelijke monumenten aangewezen. Sinds 2018 zijn er echter ook bij vijftien gemeenten in totaal vijftien gemeentelijke monumenten afgevoerd van de lijsten (incl. verleende omgevingsvergunningen voor sloop). Dat komt uit op 4,58 afgevoerd gemeentelijk monument gemiddeld per gemeente. Sinds 2018 is er in de provincie slechts één nieuw Rijksmonument aangewezen. Dit was voorheen een gemeentelijk monument. Sinds 2018 zijn er echter wel bij vijftien gemeenten in totaal 29 Rijksmonumenten afgevoerd van de lijst (incl. verleende omgevingsvergunningen voor sloop). Dat komt uit op 1,12 afgevoerd Rijksmonument gemiddeld per gemeente.
Gemeentelijk- en rijksbeschermde gezichten Van alle gemeenten uit de provincie Utrecht beschikken er 22 over één of
meerdere gemeentelijke- of van rijkswege beschermde stads-/of dorpsgezichten. Sinds 2014 zijn er in de provincie geen nieuwe gemeentelijk beschermd stads-/of dorpsgezichten meer aangewezen. Van de 22 gemeenten met beschermde gezichten hebben er elf een beschermingsregime waarbij op een gemiddeld niveau beschermde regels zijn gesteld. Dat wil zeggen dat er minimaal een vergunningsstelsel voor sloop is opgenomen, waarbij de cultuurhistorische waarden van het object en/of het karakter van het gezicht leidend zijn bij de besluitvorming. Vier gemeenten hebben een minimaal tot slecht beschermingsregime voor hun beschermde gezichten, waarbij er nauwelijks enige bescherming uitgaat naar de objecten of het karakter van het gezicht. Bij één gemeente is het erg wisselend tussen gemiddeld en matig per beschermd gezicht. Vier gemeenten hebben een goed beschermingsregime voor hun beschermde gezichten, waarbij de cultuurhistorische waarden en het karakter van het gezicht leidend zijn bij alle wijzigingen zichtbaar vanaf de openbare ruimte of bij nieuw- of bijbouw. Beeldbepalende/karakteristieke panden Van de 26 gemeenten beschikken er maar liefst negentie over beeldbepalende, karakteristieke of cultuurhistorisch waardevolle panden. Deze kunnen in een lijst zijn vastgelegd, een welstandsnota of in het bestemmingsplan.
Bij drie gemeenten zijn er gedeeltelijk (gebied) of matige beschermende regels voor opgenomen. Bij zes gemeente zijn er regels met een gemiddelde bescherming en zeven gemeenten hebben regels met een goede bescherming. Beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en/of verzamelingen Er zijn in nog geen enkele gemeente beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en/of verzamelingen aangewezen. Wel hebben al veel gemeenten een erfgoedverordening die dat mogelijk maakt.
Groen erfgoed en cultuurhistorie in het landschap Van de twaalf gemeenten die een vastgesteld erfgoedbeleid hebben, wordt er in twee gevallen helemaal geen aandacht besteed aan groen erfgoed en cultuurhistorie in het landschap. Er zijn echter ook nog zes gemeenten die zonder een vastgesteld erfgoedbeleid in de uitvoeringspraktijk wel goed rekening houden met groen erfgoed en cultuurhistorie in het landschap.
Omgevingsvisie en omgevingsplan Structuur- en omgevingsvisie Dertien gemeente hebben nog geen omgevingsvisie vastgesteld en beschikken nog over een structuurvisie op grond van Wro, art. 2.1. In twaalf daarvan wordt er (enige) aandacht besteed aan het cultureel erfgoed. Van de dertien gemeenten zijn er twaalf reeds bezig met het opstellen van
63
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
64
een omgevingsvisie, waarbij in acht gevallen de kernkwaliteiten op het gebied van cultureel erfgoed voldoende tot goed in beeld zijn. Bij de dertien gemeenten die wel beschikken over een omgevingsvisie wordt er in vier gevallen enige/minimale aandacht geschonken aan het cultureel erfgoed en in de andere gevallen de nodige tot veel aandacht.
Omgevingsplan Slechts vier gemeenten beschikken reeds over een omgevingsplan (voor een gebied) volledig in lijn met de Omgevingswet. In alle gevallen wordt er daarbij rekening gehouden met het cultureel erfgoed. 19 gemeenten zijn al wel bezig met de voorbereidingen voor het omgevingsplan. Er wordt vooralsnog door ongeveer de helft van de gemeente al in enige mate rekening gehouden met de omgeving van het monument. Meestal is dat alleen zo bij afwijkingen van het bestemmingsplan. Drie gemeenten houden hierbij ook al rekening met de omgeving van het monument over de grenzen van hun eigen gemeente heen. Dit is echter allemaal nog niet op de wijze zoals dat verplicht wordt onder de Omgevingswet. Slechts een klein deel van de gemeenten is al concreet bezig om zich hierop voor te bereiden. Voor veel gemeenten is het echter nog te onduidelijk hoe dit op de juiste manier geïmplementeerd kan worden in het omgevingsplan. Er zijn ook dertien gemeenten die, bij het invullen van de vragenlijst voor deze monitor, zich nog niet of nauwelijks bewust waren van deze nieuwe wettelijke verplichting.
Ruimtelijke ordening, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie Erfgoedverordening Zeven gemeenten hebben een erfgoed- of monumentenverordening die nog niet is aangepast aan de Erfgoedwet en ook niet aan de Omgevingswet. Veertien gemeenten hebben een erfgoedverordening die is aangepast aan de Erfgoedwet (model VNG 2016), maar nog niet aan de Omgevingswet. Vijf gemeenten hebben een erfgoedverordening die is aangepast aan de Erfgoedwet en de Omgevingswet (model VNG 2016 gewijzigd model, september 2021) en daarmee helemaal actueel is. Er zijn al wel een aantal gemeenten die een geactualiseerde erfgoedverordening klaar hebben liggen voor vaststelling bij de ingang van de Omgevingswet. Er zijn veertien gemeenten die nog geen voorwaarden hebben opgenomen in de erfgoedverordening om een bouw-, cultuur- of tuinhistorisch onderzoek te vragen bij een omgevingsvergunningsaanvraag voor een monument. Er zijn zeven gemeenten die nog geen instandhoudingsplicht voor gemeentelijke monumenten in hun erfgoedverordening hebben opgenomen. Er zijn zes gemeenten waarvan het erfgoedregister niet actueel is.
Welstandsnota / Nota Ruimtelijke Kwaliteit In 22 gemeenten wordt er in de Welstandsnota of de Nota Ruimtelijke Kwaliteit aandacht besteed aan het cultureel erfgoed. Dit heeft bij achttien
gemeenten daarvan (enigszins) een samenhangend verband met de regels voor cultureel erfgoed in de erfgoedverordening en de bestemmingsplannen. Eén gemeente is welstandsvrij en bij drie gemeenten wordt er helemaal geen aandacht geschonken aan cultureel erfgoed in de Welstandsnota of de Nota Ruimtelijke Kwaliteit.
Archeologie & archeologische verwachtings- en beleidskaart Alle gemeenten in de Provincie Utrecht hebben een archeologische verwachtings- en beleidskaart. In 2018 werden de eerste archeologische kaarten geactualiseerd. Momenteel zijn er negen gemeenten met een kaart die is gemaakt of geactualiseerd tussen 2018 en 2022. Drie zijn gemaakt tussen 2014 en 2018. Tien kaarten dateren van 2010 tot 2014 en vier kaarten van van voor 2010. Ca. drie gemeentelijk verwachtingskaarten zijn in het jaar van deze rapportage vernieuwd, maar nog niet niet opgeleverd en ook nog niet vast gesteld. Waterbodems zijn in elf gemeenten opgenomen op de kaart. En ca. twaalf gemeenten hebben aandacht voor conflictarcheologie.
Cultuurhistorie & cultuurhistorische verwachtings- en beleidskaart Er wordt bij ongeveer de helft van de gemeenten nog geen aandacht gegeven aan de (niet archeologische) cultuurhistorie in bestemmingsplannen, uitgezonder de beschermde gezichten. Dat betekent dat deze gemeenten nog geen uitvoering geven aan hun erfgoedbeleid in lijn met de MoMo: een brede verankering van de cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Ruim driekwart van de gemeenten heeft een cultuurhistorische waardenkaart (CHWK). Bij negen gemeenten is deze vastgesteld door de raad. Slechts bij een kwart van gemeenten is de CHWK verankerd in de ruimtelijke ordening. Eén gemeente is nu bezig om een CHWK op te stellen. Drie gemeenten waarvan de CHWK nog niet verankerd is in de ruimtelijke ordening willen dat wel gaan doen bij het omgevingsplan. Bij twaalf gemeenten is de CHWK reeds toekomstbestendig digitaal beschikbaar in GIS.
Landschap & landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse Binnen de provincie Utrecht zijn er negentien van de 26 gemeenten die rekening houden in bestemmingsplannen met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap of Nationaal Park waar de gemeente zich in bevind. Er zijn vier gemeenten binnen de provincie die actief bezig zijn geweest met een eigen landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse. Vier andere gemeenten geven aan wel een onderdeel van een analyse of landschapsbiografie te hebben opgesteld, maar deze zijn bijvoorbeeld opgesteld als onderdeel van een projectontwikkeling. Hierin is de overkoepelende landschapsbiografie van het Groene Hart niet meegeteld.
Beeldkwaliteitsplannen Er zijn dertien gemeenten die beeldkwaliteitsplannen hebben voor specifieke gebieden waarbij ook nadrukkelijk aandacht is voor erfgoed.
65
66
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
Groenbeleidsnota & landschapsontwikkelplan Groenbeleid Binnen de provincie hebben 23 van de 26 gemeenten een groenbeleid. Dit beleid kan zijn in de vorm van een groenvisie, landschapsnota of groenstructuurplan. Veertien van de 23 gemeente geven aan dat in het groenbeleid ook aandacht is voor cultuurhistorisch groen. Er zijn dus negen gemeenten die beperkt of geen aandacht aan cultuurhistorisch groen in hun groenbeleid schenken. Van de 23 gemeenten met een groenbeleid is dat beleid van circa 75% actueel, oftewel niet ouder dan 5 jaar.
Landschapsontwikkelplan (LOP) Van de 26 gemeenten hebben zeventie gemeenten een landschapsontwikkelplan (LOP). Aan de datum van vaststelling is te zien dat alle LOP's zijn verouderd, alle ouder dan tien jaar. Interessant is dat een deel van deze LOP's als een regionaal product is opgesteld of in samenwerking met een buurgemeente. Zo is er een specifieke LOP voor de Kromme Rijnstreek gemeenten, de Eemland regio gemeenten en de Gelderse Vallei gemeenten. Zeker de helft van de gemeenten gebruikt de LOP nog actief. Voor de LOP in de regionale Kromme Rijnstreek wordt momenteel gewerkt aan een actualisatie.
Bomenbeleid Er zijn vier gemeenten waar er geen bomenbeleid is opgesteld. Van de 22 gemeenten die wel een bomenbeleid (of bomenverordening) hebben, zijn er elf die geen actuele verordening of bomenlijst hebben; deze zijn ouder dan vijf jaar. Alle 22 gemeenten met een bomenbeleid, hebben aandacht voor monumentale bomen. Een groot aantal gemeenten schenkt ook aandacht aan karakteristieke bomen en historische bomenlanen. Slecht een paar gemeenten nemen ook gedenkbomen mee in hun beleid.
Gemeentelijke adviescommissie Inmiddels hebben de meeste gemeente een gecombineerde (integrale) gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. zeventien gemeenten zijn voor de verzorging van de commissie ten aanzien van de advisering over monumenten aangesloten bij de provinciale adviesorganisatie stichting MooiSticht. Enkele gemeenten zijn alleen aangesloten bij MooiSticht voor de welstandsadvisering en verzorgen een eigen monumentencommissie. In alle gevallen beschikt de commissie, belast met de advisering over erfgoed en monumenten, over voldoende variëteit aan deskundigheid op het gebied van architectuurhistorie, bouwhistorie, cultuurhistorie, architectuur en stedenbouw, historische geografie en (cultuurhistorisch-) landschap. Bij vijftien gemeenten is reeds de verordening voor de gemeentelijke adviescommissie vastgesteld op grond van de Omgevingswet. Bij elf gemeenten is dat al wel ingepland voor of bij ingang van de Omgevingswet.
Toezicht en Handhaving Het cultureel erfgoed komt bij het merendeel van de gemeenten aan bod in de integrale handhavingsnota en het uitvoeringsprogramma handhaving. In het uitvoeringsprogramma heeft de urgentie voor handhaving op monumenten meestal een gemiddelde tot hoge prioriteit. Archeologie wordt niet altijd benoemd en als het benoemd wordt ligt de prioriteit iets lager, op gemiddeld. Landschap of groen erfgoed wordt veelal niet benoemd als zelfstandig onderdeel in de handhavingsnota.
67
7.4 Kansen Erfgoedbeleid (algemeen) Het is van belang dat gemeenten een erfgoedbeleid opstellen of hun erfgoedbeleid actualiseren als dat ouder is dan tien jaar. Bij een verouderd beleid wordt er veelal nog onvoldoende rekening gehouden met de door het Rijk in 2009 in gang gezette Modernisering Monumentenzorg (MoMo): een integrale en bredere meeweging van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Een integraal erfgoedbeleid voor de langer termijn kan beter richting en duidelijkheid geven voor het bestuur, de politiek en de gemeentelijke organisatie. Met integraal wordt in dit geval bedoeld dat het onroerende erfgoed uit de fysieke leefomgeving in samenhang met het roerende en immaterieel erfgoed van de gemeente word opgenomen in het erfgoedbeleid. En dat er daarnaast bijvoorbeeld ook aandacht wordt besteed aan de ontsluiting van erfgoed, erfgoededucatie en participatie. Een actueel erfgoedbeleid kan zeer waardevol zijn voor de gemeente gelet op de integrale benadering en afweging onder de Omgevingswet van de verschillende onderdelen uit de fysieke leefomgeving, waaronder ook cultuurhistorie. Hiermee kan het, ten aanzien van cultureel erfgoed, dienen als onderlegger en nadere uitwerking of verlengstuk van de omgevingsvisie.
Het biedt daarnaast kansen om de cultuurhistorie beleidsmatig integraal te verweven met de actuele ontwikkelingen en ruimtelijke opgaven zoals de woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie.
Monumenten De status van gemeentelijk monument geeft een object een integrale bescherming (alle onderdelen), waardoor het risico op een ernstige verstoring van de cultuurhistorische waarden en het karakter van het beschermde object en de omringende omgeving verkleind wordt. Toch zijn er een aantal gemeenten waarbij doorlopend vanaf 2014 vrij veel monumenten van de lijst zijn afgevoerd. Het kan geen kwaad voor deze gemeenten om eens te onderzoeken wat daar de redenen voor waren en te kijken of dit in de toekomst te voorkomen is. Het is voor gemeenten zinvol om eens in de acht á tien jaar de gemeentelijke monumentenlijst te actualiseren. Bij een actualisatie vindt er een evaluatie plaats van de bestaande lijst en wordt er geïnventariseerd welke categorieën en objecten met hoge cultuurhistorische waarden er nog ontbreken en aan de lijst toe gevoegd kunnen worden. Hierdoor kan de lijst een evenwichtig en representatief overzicht geven van de historische bebouwing door de tijd heen die bepalend is voor de identiteit van Provincie Utrecht.
Gemeentelijk- en rijksbeschermde gezichten Bij achttien van de 22 gemeenten met beschermde stads- en
69
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
70
dorpsgezichten is er nog de nodige ruimte om het beschermingsregime daarvoor aan te scherpen. De cultuurhistorische waarden van deze gebieden zijn van belang voor een prettige leefomgeving en het toerisme en vormen het erfgoed voor ons nageslacht. Bij vijf gemeenten is het van belang om beschermende criteria te stellen tegen (gedeeltelijke) sloop. Bij alle achttien gemeenten is het van belang om betere criteria te stellen tegen ongewenste wijzigingen van de objecten in de beschermde gezichten. Zonder een goede bescherming kunnen er op termijn veel cultuurhistorische waarden van de beschermde gezichten verloren gaan, waardoor het risico ontstaat dat het historische karakter teveel verdwijnt. Bij een aantal gemeenten is het beschermingsregime van de beschermde stads- en dorpsgezichten goed op orde en in lijn met de MoMo. Een gebiedsgerichte bescherming brengt echter ook meer aandacht in de uitvoering met zich mee ten opzichte van de klassieke objectbescherming. Het is dan ook zaak om ook in de uitvoering hierop scherpt te blijven bij het informeren van burgers, omgevingsvergunningsverlening en bij toezicht en handhaving. Bij zeker elf gemeente zijn er nog één of meerdere historisch waardevolle gebiedsensembles zonder enige gebiedsgerichte bescherming of status. Voor het behoud hiervan kan overwogen worden om deze gebiedsensembles aan te wijzen als gemeentelijk beschermd gezicht.
Dat kan op grond van een erfgoedverordening of door het verankeren van de cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening (MoMo gericht).
beeldbepalende/karakteristieke panden Door naast de monumenten ook andere cultuurhistorisch waardevolle objecten (bv. beeldbepalende of karakteristieke panden) aan te duiden of op een lijst vast te leggen, is het beter mogelijk om op gebiedsgericht niveau te sturen op het behoud en de versterking van de cultuurhistorische waarden en het karakter van de leefomgeving bij ontwikkelingen. Als de cultuurhistorisch waardevolle objecten zijn geïnventariseerd en vastgelegd kan er beleidsmatig op gestuurd worden bij ontwikkelingen. Om er voor te zorgen dat dit niet geheel vrijblijvend is voor zowel de gemeenten als initiatiefnemers is het zinvol om de objecten te verankeren met criteria of regels in de erfgoedverordening of bestemmingsplannen. Dat kan ook goed aansluiten op het beschermingsregime van de beschermde stads- of dorpsgezichten. Cultuurhistorisch waardevolle objecten kunnen in verschillende gradaties worden vastgelegd, waarbij er ook navenant criteria of regels voor kunnen worden gesteld. Dit biedt mogelijkheden voor maatwerk en ruimte voor ontwikkeling en voorkomt het onnodig (breed) opleggen van beperkingen. Zogezegd geeft het bescherming daar waar het ertoe doet en meer ruimte voor ontwikkeling daar waar het minder van belang is.
Beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en/of verzamelingen Het aanwijzen van cultuurgoederen en/of beschermde verzamelingen op gemeentelijk niveau biedt weliswaar geen juridische bescherming, maar geeft
wel een symbolische erkenning van de cultuurhistorische waarde van het goed of de verzameling voor de gemeente en draagt ook bij aan draagvlak en de bekendheid van het erfgoed in het algemeen.
Groen erfgoed en cultuurhistorie in het landschap Er valt winst te behalen door het beleid op het gebied van groen en landschap beter te verweven met het erfgoedbeleid. Zo kan cultuurhistorie goed helpen als onderlegger en inspiratie voor ontwikkelingen in het landschap en bij groen in de bebouwde omgeving. Door het groene erfgoed en de cultuurhistorie in het landschap inzichtelijk te maken, kan hier beter rekening mee gehouden worden bij ontwikkelingen en groeit de aandacht en het draagvlak hiervoor. Er kan eigenlijk nog bij alle gemeenten aan alle thema's binnen het groene erfgoed en de cultuurhistorie in het landschap meer aandacht worden besteed. Maar er zijn ook nog volledig onderbelichte thema's zoals: zichtlijnen van bijvoorbeeld kerken of buitenplaatsen, plantsoenen en parken, tuinen, bepaalde typen historische landschapselementen, bossen en boomgaarden.
Omgevingsvisie en omgevingsplan Erfgoed levert een belangrijk aandeel aan een prettige en kwalitatieve leefomgeving. Het draagt bij aan de culturele identiteit van mensen. Draagvlak en goede zorg van het erfgoed, juist ook op lokaal niveau, is van belang om het erfgoed te behouden voor latere generaties. De omgevingsvisie vormt de fundatie van waaruit dit uitgedragen wordt door de gemeente. Het is dus van belang dat het erfgoed goed opgenomen is in de omgevingsvisie en mogelijk zelfs als speerpunt of pijler is benoemd. Het erfgoed kan daarnaast heel goed als onderlegger en inspiratiebron dienen bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, hetgeen veelal resulteert in een hogere kwaliteit. Daarvoor is het van belang dat het erfgoed al op visieniveau integraal verweven wordt met de andere beleidsdomeinen in de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan is de plek waar vanaf 2023 alles geregeld wordt over erfgoed in de fysieke leefomgeving. Of het nu gaat om object gerichte monumentenzorg, de 'Omgeving van het monument', gebiedsgerichte erfgoedzorg, welstand, archeologie of cultuurhistorie in het landschap. De regels, maar ook de onderliggende motivatie daarvoor, staan in het omgevingsplan.
Dit biedt kansen om deze onderdelen integraal beter op elkaar af te stemmen, maar ook om het voor burgers en initiatiefnemers duidelijker te maken waar zij aan toe zijn en waar zij rekening mee moeten houden als het op erfgoed aankomt. Het is dus van belang voor de gemeenten om ook vanuit erfgoed veel aandacht te schenken aan de ontwikkeling en een juiste werking van het omgevingsplan. Met name (de voorbereiding op) de wettelijke verplichting onder de Omgevingswet om rekening te houden met de 'Omgeving van het monument' is een belangrijk aandachtspunt voor de gemeenten.
71
72
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
Ruimtelijke ordening, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie Erfgoedverordening Een erfgoedverordening die nog niet is aangepast aan de Erfgoedwet en/of de Omgevingswet sluit met name op het gebied van terminologie en definities mogelijk niet goed aan bij deze wetten. Het is dus van belang om daar in de uitvoering komende jaren alert op te zijn of om nog voor de invoering van de Omgevingswet een nieuwe actuele erfgoedverordening vast te stellen. In principe zijn er onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, geregeld in het Mor) en vanaf 2023 onder de Omgevingswet wel aanknopingspunten en haken om, indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling bij een vergunningaanvraag, te vragen om een bouw-, cultuurof tuinhistorisch onderzoek. Toch ontstaat hier wel eens discussie over met aanvragers omdat het niet letterlijk zo benoemd is. Door hiervoor een indieningsvereiste op te nemen in de erfgoedverordening of in het omgevingsplan kan dit ondervangen worden. Er is jurisprudentie dat een eigenaar de verplichting heeft om zijn monument ook in stand te houden (gedegen onderhoud, wind en waterdicht). Inmiddels is dat ook wettelijk erkend en verankerd voor rijksmonumenten.
Ondanks de doorwerking van de jurisprudentie op gemeentelijke monumenten is het altijd zinvol om daarvoor ook de instandhoudingsplicht als expliciete bepaling op te nemen in de erfgoedverordening of het omgevingsplan. Tot op heden is de registratie van een monument in het Kadaster op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) bepalend of het juridisch ook daadwerkelijk de geldende status van monument heeft. Onder de Omgevingswet vervalt dit en dient het monument daarvoor geregistreerd te staan in het omgevingsplan. Daarbij is het dus van belang dat de gemeenten goed een gemeentelijk erfgoedregister bijhouden om problemen hiermee te voorkomen.
Welstandsnota / Nota Ruimtelijke Kwaliteit Voor een integrale afweging en beoordeling van de gewenste ruimtelijke kwaliteit bij omgevingsvergunningsaanvragen en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving is het van groot belang dat de verschillende maar samenhangende subvelden zoals welstand en erfgoed op elkaar zijn afgestemd. Bij enkele gemeenten liggen er nog kansen door het welstandsbeleid en het erfgoedbeleid beter op elkaar af te stemmen of om überhaupt aandacht aan cultureel erfgoed te besteden in de welstandsnota. Er liggen bij tien gemeenten nog wel kansen om het welstandsbeleid verder aan te scherpen door cultuurhistorie breder te verankeren en mee te wegen bij de beoordeling op welstand. De cultuurhistorische waardenkaart (CHWK) en/of een integraal opgesteld omgevingsplan kan daartoe als hulpmiddel dienen.
Archeologie & archeologische verwachtings- en beleidskaart Het is zorgelijk dat er veel gemeenten een verouderde archeologische verwachtingskaart gebruiken voor hun beleid. Onder de Omgevingswet
moeten archeologische waarden onderdeel van het omgevingsplan worden. Dat kan alleen als er sprake is van aantoonbare archeologische verwachtingen. In de praktijk betekent dit een goed onderbouwde en actuele archeologische beleidskaart noodzakelijk is. Bij geactualiseerde kaarten zijn vrijwel automatisch waterbodems en conflictarcheologie meegenomen. Verouderde kaarten voldoen niet meer aan de eisen van de wet. Het is ook gunstiger voor de verstoorder die hierdoor minder risico loopt onderzoek te moeten laten uitvoeren dat eigenlijk niet noodzakelijk is.
Cultuurhistorie & cultuurhistorische verwachtings- en beleidskaart Voor een adequaat gebiedsgericht en integraal erfgoedbeleid is het van belang dat gemeenten het cultureel erfgoed in de leefomgeving goed in beeld te hebben. Een belangrijke basis kan daarvoor de cultuurhistorische waardenkaart (CHWK) vormen, waarbij al het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving geïnventariseerd en gewaardeerd wordt. Dit biedt ook kansen voor participatie van burgers en belangenbehartigende organisaties. Het is dus van belang dat gemeenten een CHWK opstellen of een verouderde CHWK actualiseren. Het is van belang dat de CHWK ook wordt vastgesteld door de raad. Hierdoor dient het niet enkel meer als informatiebron, maar geeft het ook kaders en sturing bij het opstellen van beleid en ontwikkelingen. Na de vaststelling van de CHWK is een belangrijke vervolgstap de verankering daarvan in de ruimtelijke ordening via het bestemmingsplan of het omgevingsplan. Hierdoor kan het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving gebiedsgericht en integraal in de uitvoering meegewogen worden bij ontwikkelingen en omgevingsvergunningsaanvragen. Het is zinvol om cultuurhistorische waardenkaarten in een GIS systeem te zetten. Dit biedt voordelen bij het toegankelijker maken daarvan.
Hierdoor kunnen de gegevens als kaartlagen straks onder de Omgevingswet ook beter in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden ingevoerd.
Landschap & landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse Landschap is een steeds belangrijker thema voor alle gemeenten. Met de toekomstige ontwikkelingen in het vizier, is het van belang dat gemeenten een landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse opstellen om de waarden en historische ontwikkeling te onderzoeken. Bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen kunnen dan kaders vanuit landschap worden meegegeven. Ook kunnen deze waarden worden meegenomen in het erfgoedbeleid om zo de landschappelijke waarden te waarborgen. Vanuit de RCE is veel aandacht voor landschapsbiografieën, maar op gemeentelijk niveau blijft dit wat achter. Het is een kans voor het STAMU om gemeenten te attenderen en activeren om een landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse op te stellen om de waarden en historische ontwikkeling van het landschap vast te stellen.
Beeldkwaliteitsplannen Bij grotere, maar soms ook kleinere gebiedsontwikkelingen wordt vaak een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hierin wordt in een vroeg stadium de
73
7|Beleid & regelgeving gemeentelijk
74
gewenste ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling vastgelegd in tekst en beeld. Ook dient het vaak als verlengstuk van de welstandsnota. Het is van belang dat gemeenten het aanwezige cultureel erfgoed nadrukkelijk een plaats te geven in beeldkwaliteitsplannen. Zowel voor het behoud alsook voor de versterking daarvan. Veelal kan het cultureel erfgoed juist ook als onderlegger dienen voor het beeldkwaliteitsplan en de verdere uitwerking van de ontwikkeling.
Groenbeleidsnota & landschapsontwikkelplan Groenbeleid Ruim de helft van de gemeenten geeft aan cultuurhistorisch groen in hun groenbeleid te hebben meegenomen, maar dat betekent ook dat een deel van de gemeenten dit nog niet heeft gedaan. Een groenbeleid hoeft niet alleen in te gaan op het groen wat een gemeente in eigen beheer heeft, maar is ook een instrument om ambities te stellen aan groen of landschap in het algemeen. Bij de gemeenten waar geen groenbeleid aanwezig is (bij 3 gemeenten), is als speerpunt meegegeven om actief met een groenbeleid aan de gang te gaan. Een kans voor het STAMU is om via de erfgoedafdeling bij gemeenten te stimuleren dat erfgoedbeleid meer verweven wordt met groen beleid. Ook via de natuur- en landschapsafdeling kan meer aandacht en hulp worden gevraagd bij gemeentelijke groenambtenaren om het groen erfgoed te borgen in het groenbeleid.
Landschapsontwikkelplan (LOP) Uit de resultaten blijkt dat een groep gemeenten geen LOP heeft of niet altijd meer actief gebruikt. Wel gebruikt circa de helft van de gemeenten nog actief een LOP. Dit betekent dan ook dat het LOP kaders biedt voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en daarom van goede kwaliteit dient te zijn. Landschapsontwikkeling is met de huidige maatschappelijke opgaven zeer cruciaal, dus het advies is om gemeenten te activeren om een actueel LOP te hebben of bij gemeenten zonder LOP de landschapsontwikkeling goed in groenbeleid en/of omgevingsvisie/plan mee te nemen.
Bomenbeleid Er zijn een paar gemeenten waar geen bomenverordening, bomenbeleid of bomenlijst aanwezig is. Dit betekent dat in deze gemeenten mogelijke markante of monumentale bomen zonder vergunning kunnen worden gekapt. Dit is zorgelijk. Bijna de helft van de gemeenten heeft geen actueel bomenbeleid of bomenlijst, waardoor een kans bestaat dat ook hier monumentale bomen zonder vergunning kunnen worden gekapt. Ook door de mogelijke klimaatverandering is het voor gemeenten van belang goed zicht te houden op het bomenbestand in de gemeente. Erfgoedambtenaren hebben de kans om mee te denken met de afdeling groen over hun bomenbeleid en daarbij aandacht te vragen voor monumentale bomen, gedenkbomen en historische bomenlanen, vanuit de cultuurhistorische en immateriële erfgoedwaarden van deze bomen, omgevingswaarden en laanstructuren. Voor gemeenten waar beperkt of geen aandacht is voor groen erfgoed, is het opstellen van een thematische kaart over het groen erfgoed (inclusief bomen) voor de CHWK een kans.
Gemeentelijke adviescommissie Bij een integrale gemeentelijke adviescommissie voor welstand en monumenten kunnen de verschillende aspect waarop een afweging moet worden gemaakt beter op elkaar worden afgestemd. Het is zinvol als de gemeentelijke adviescommissie adviseert over de ruimtelijke kwaliteit en de cultuurhistorie bij initiatieven in het cultuurlandschap en bij stedenbouw. Hierdoor kunnen ontwikkelingen ook op stedenbouwkundig niveau integraal en beter in samenhang met de beoordeling op welstand en erfgoed worden afgestemd. Het is daarnaast van belang dat de gemeentelijke adviescommissie ook adviseert over nieuw beleid op het gebied van ruimtelijke kwaliteit of cultureel erfgoed. De commissie heeft immers ook een belangrijke rol in de uitvoering daarvan. Het kan een meerwaarde bieden als de gemeentelijke adviescommissie ook gaat adviseren over archeologie. Dit is dan niet in plaats van, maar in aanvulling op de advisering vanuit de omgevingsdienst of (regio)archeoloog. De commissie kan dan, nadat door de omgevingsdienst of (regio)archeoloog is geadviseerd over de ontwikkeling, vanuit de samenhang tussen het erfgoed en de ruimtelijke kwaliteit bovengronds en de archeologie in de bodem meedenken en voorstellen doen om dit beter met elkaar te verbinden waar dat wenselijk is.
Toezicht en Handhaving Erfgoed is kwetsbaar. Als het beschadigd raakt of verdwijnt, dan is het 'authentieke' ook echt weg en kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Het is dan ook belangrijk om toezicht en handhaving op erfgoed afdoende prioriteit te geven in de uitvoering en om dit beleidsmatig goed vast te leggen. Dat kan in de integrale handhavingsnota en het onderliggende uitvoeringsprogramma. Het spreekt voor zich dat zaken als veiligheid en gezondheid de hoogste prioriteit krijgen bij toezicht en handhaving. Het is echter ook goed mogelijk om een hoge prioriteit toe te kennen aan erfgoed. In de praktijk kan het toezicht op erfgoed, zoals juist ook de bijbehorende signaleringsfunctie, heel goed door toezichthouders op andere disciplines worden meegenomen zonder dat dit significant meer tijdsinvestering vraagt. Bijvoorbeeld door de toezichthouders goed te instrueren waar ze op moeten letten. Erfgoed in de fysieke leefomgeving is een breed begrip. Door het enkel in de breedte te benoemen in de integrale handhavingsnota en het onderliggende uitvoeringsprogramma, kan het zijn dat belangrijke onderdelen van het erfgoed over het hoofd worden gezien in de uitvoeringspraktijk van het toezicht en handhaving. Het is dus zinvol om de verschillende disciplines van erfgoed te differentiëren en apart te benoemen.
Zeker als het ook gaat om erfgoed dat voor veel mensen minder voor de hand ligt of onbekender is zoals archeologie of groen erfgoed.
75
8| Actuele onderwerpen 8.1 Inhoudelijk 8.1.1 Duurzaamheid & Energietransitie De overgang naar een duurzame energievoorziening is van groot belang om klimaatveranderingen tegen te gaan en de aarde leefbaar te houden. Daarom hebben de lidstaten van de Europese Unie in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs gesloten. Het kabinetsbesluit om de gaswinning in Groningen uiterlijk per 2030 te beëindigen, maakt deze energietransitie nog concreter. Inmiddels is duidelijk dat om de doelstellingen te behalen alle mogelijke maatregelen ingezet moeten worden. Sommige maatregelen om de energievoorziening te verduurzamen kunnen een grote impact hebben op cultureel erfgoed. Denk aan het effect van windturbines op het landschap en de kwaliteit van de leefomgeving of de impact van de aanleg van zonnevelden op het archeologische erfgoed. Verduurzaming en energiewinning hoeven echter niet altijd een negatief effect op het cultureel erfgoed te hebben, mits vooraf zorgvuldig naar de diverse erfgoedwaarden wordt gekeken en daarbij de juiste uitgangspunten of kader worden toegepast. Om invulling te geven aan de energietransitie spelen de gemeenten een belangrijke rol. De energietransitie houdt niet op bij de gemeentegrens. Daarom werken overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties op regionaal niveau samen aan een Regionale Energiestrategie (RES).
Op gemeentelijk niveau moeten gemeente bijdragen aan de energietransitie via de Transitievisie Warmte en het Wijkuitvoeringsplan. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed verstrekt veel informatie en handreikingen ter inspiratie bij ruimtelijke opgaven in het kader van de energietransitie.
RES, Transitievisie Warmte, Wijkuitvoeringsplan (aardgasloze wijken) Regionale Energiestrategie (RES) In de Provincie Utrecht zijn er drie RES regio´s waar de gemeenten aan deel nemen. Dat zijn de U16, de Regio Amersfoort en Foodvalley. Regionaal moet worden afgestemd hoe de gemeenten gezamenlijk gaan bijdragen aan de energietransitie. Oplossingen moeten worden gezocht bij de industrie, bij woningen, in de gebouwde omgeving en in het landelijk gebied. De gekozen maatregelen kunnen van grote invloed zijn op de ruimtelijke omgevingskwaliteit, waar ook het cultureel erfgoed onder valt. Het is van belang dat cultuurhistorie, stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten belangrijke onderleggers vormen voor de maatregelen. Hiermee kan de negatieve impact op de leefomgeving beperkt worden. In sommige situaties kan zelfs een versterking van de ruimtelijke omgevingskwaliteit gerealiseerd worden. Omdat oplossingen voor energieopwekking (zoals windturbines) tot op grote afstand van invloed kunnen zijn, is het van belang om ook de impact op de
77
8| Actuele onderwerpen 78
ruimtelijke omgevingskwaliteit van aangrenzende gemeenten mee te nemen in de afwegingen. Transitievisie Warmte Gemeenten moeten de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving regisseren. In samenwerking met de vastgoedsector, bewoners, maatschappelijke organisaties, netbeheerders en medeoverheden moeten zij een Transitievisie Warmte klaar hebben liggen. Hierin staan voorstellen voor verwarmen en koken op duurzame en aardgasvrije wijze. De Transitievisie Warmte geeft in hoofdlijnen de aanpak weer. Het bevat daarbij eveneens een wijk-voor-wijk stappenplan dat houvast moet geven in de planning en bij de uitvoering. In gemeenten en wijken met veel historische bebouwing kan het lastig zijn om volledig aardgasvrij te worden. Verduurzaming van historische gebouwen en monumenten is meestal goed mogelijk maar kent ook beperkingen gelet op behoud van cultuurhistorische waarden en ruimtelijke kwaliteit. De uitgangspunten van de landelijke Routekaart verduurzaming monumenten kunnen hierbij een goede wegwijzer vormen en maat geven aan de gemeentelijke ambitie. Wijkuitvoeringsplan Het wijkuitvoeringsplan wordt samen met de bewoners en gebouweigenaren uit de wijk bepaald. De kosten voor gemeenten, kosten voor bewoners/gebouweigenaren en de lokale situatie worden daarin meegewogen.
Naast maatregelen voor energiebesparing is het ook zinvol om andere maatschappelijke opgaven in de leefomgeving mee te nemen. Denk bijvoorbeeld aan klimaatadaptieve maatregelen die op kleine schaal en in samenwerking met burgers genomen kunnen worden. Dit soort initiatieven, die vaak ook zorgen voor vergroening van de wijk, dragen niet alleen bij aan een meer prettige en kwalitatief goede leefomgeving, maar kunnen ook een bijdrage leveren aan de energietransitie. Door vergroening van de gebouwde leefomgeving kan namelijk hittestress worden tegengegaan (denk bijvoorbeeld aan de schaduwwerking van bomen). Dit kan het toenemend gebruik van airconditioning bij particulieren tegengaan. Ook vormt het wijkuitvoeringsplan een uitgelezen kans zijn om de zichtbaarheid en beleefbaarheid van het erfgoed te bevorderen. Met behulp van participatie kunnen gemeenten samen met burgers aan de slag om hun wijk leefbaarder te maken en kan deze doorgaans lastige opgave juist ook kansen bieden.
Verduurzaming bij gebouwd erfgoed Routekaart Verduurzaming Monumenten De monumentensector wil verduurzamen en daarbij bijdragen aan de energietransitie. Dat is niet alleen van belang voor het behoud van een leefbare wereld, maar ook voor het gebruik en daarmee de instandhouding van monumenten. De monumentensector heeft zijn krachten gebundeld voor dit doel. Met de routekaart wordt aangeven wat ze willen bereiken en hoe ze dat willen doen. De betrokken organisaties achter de routekaart willen een gemiddelde CO₂ reductie van 40% realiseren in 2030 en 60% in 2040 over de gehele monumentenvoorraad. Daarbij moet er een balans zijn tussen verduurzamingsmaatregelen, kostenefficiëntie en behoud van de
cultuurhistorische waarden. Zo gaat besparen bijvoorbeeld boven het opwekken van energie bij een monument. Hierbij is vanuit het belang en de uitgangspunten van de monumentenzorg een realistisch doel gesteld. Een gemeente kan de routekaart onderschrijven en benoemen als een eigen beleidsuitgangspunt. Dit helpt om een goede balans te vinden in de gemeente tussen behoud en verduurzaming van monumenten. Meer informatie is terug te vinden op de website duurzaamerfgoed.nl Duurzame monumentenzorg (DuMo) Waar aanvankelijk werd gedacht dat verduurzaming bij monumenten niet mogelijk was, wordt tegenwoordig in veel gevallen het tegendeel bewezen. Wel vraagt het om de specifieke denkwijze van duurzame monumentenzorg (DuMo). Bij DuMo gaat het erom dat bij aanpassingen aan het monument of historisch gebouw recht gedaan wordt aan de monumentale waarden én tegelijkertijd weloverwogen wordt verduurzaamd. Duurzaam staat namelijk niet alleen voor energiebesparing, maar ook voor het gebruik van materialen die duurzaam gewonnen of geproduceerd zijn en die duurzaam kunnen worden toegepast en gerecycled. Hiermee kan een bijdrage geleverd worden aan het behoud van een leefbare wereld voor onszelf en volgende generaties. Een historisch gebouw levert vaak zelf al een belangrijke bijdrage aan duurzaamheid.
Hoe langer het bouwwerk behouden blijft, hoe lager de ecologische footprint wordt van de bouwmaterialen en het bouwproces. Door een historisch gebouw op een verantwoorde wijze te verduurzamen en het verbruik van fossiele brandstoffen te beperken, kan de ecologische footprint nog verder verlaagd worden. Het kan lastig zijn om een balans te vinden tussen het behoud van monumentale waarden en de toepassing van duurzaamheidsmaatregelen. Methodes en technieken zoals toegepast bij nieuwbouw en renovatie kunnen soms haaks staan op de uitgangspunten voor monumentenzorg. De restauratie en instandhouding van historische gebouwen is altijd maatwerk. Er zijn veelal geen standaardoplossingen voorhanden. Toch zijn duurzaam bouwen en monumentenzorg prima te combineren. Gemeentelijk beleid Veel gemeenten ontwikkelen een duurzaamheidsbeleid. Het is van belang om monumenten en ander gebouwd erfgoed daar op de juiste manier in mee te nemen. Als een gemeente inwoners gaat stimuleren dat zij hun woningen gaan verduurzamen, worden ook de monumenteneigenaren daarmee geprikkeld. Het is zinvol om een specifiek DuMo-beleid te ontwikkelen met bijvoorbeeld uitvoeringsrichtlijnen, subsidies of een menukaart en ander voorlichtingsmateriaal voor een verantwoorde verduurzaming van monumenten.
Om eigenaren van monumenten al gelijk vanaf het eerste begin aan de hand te nemen of de juiste richting op te wijzen, is het zinvol om als gemeente een duurzaamheidsloket te bieden met specifieke deskundigheid op het gebied van monumenten. De Stichting Erkende Restauratiekwaliteit (ERM) heeft veel informatiemateriaal en richtlijnen opgesteld voor een verantwoorde verduurzaming van