CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

G2. Bijlageboek Uitvoering & Handhaving

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Gemeente Renswoude - Uitvoerings- & Handhavingsstrategie 202617.454 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Randvoorwaarden Dit brengt met zich mee dat we het proces in het CLO dusdanig moeten inrichten dat de toezichthouder en/of de handhavingsjurist de beoordeling van de klacht/het verzoek snel kan doen. En uiteraard is het nodig dat we het CLO dusdanig inrichten dat we de monitoringsindicatoren regelmatig kunnen opvragen en evalueren. Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 50 uur (0,04 fte) aan capaciteit van juridische handhaving benodigd hebben. (Zie bijlage IV)

29

H2. Jaarlijks stellen we vast of wij, in het geval van geconstateerde overtredingen in relatie tot de subdoelen 2. t/m 5 van Toezicht, in deze gevallen handhavend optreden volgens onze sanctiestrategie. Wij stellen dit doel omdat we het belangrijk vinden om risicogericht (willen) werken en om op de juiste manier die activiteiten die prioriteit hebben aan te pakken. Daarnaast willen wij monitoren of de toegepaste sanctiestrategie hierbij passend is. Werkzaamheden Dit betekent dat de handhavingsjurist allereerst bepaalt of er sprake is van overtredingen op deze activiteiten. Dit wordt door de toezichthouder vastgelegd in zijn controlerapport. In het geval hier sprake van is, dan beoordeelt de jurist of in deze gevallen de sanctiestrategie toepast. Tenslotte bepalen/controleren we jaarlijks of dit daadwerkelijk is gebeurd. Om vast te kunnen stellen of we dit (op een juiste manier) doen, gaan we dit monitoren. Monitoringsindicatoren aantal overtredingen in deze gevallen per jaar, aantal correct uitgevoerde toepassingen sanctiestrategie per jaar. (Zie bijlage IV) Randvoorwaarden Dit brengt met zich mee dat we het proces voor de juridische handhaving in het CLO dusdanig moeten inrichten dat de sanctiestrategie hier als uitgangspunt in is opgenomen. De handhavingsjurist moet hierbij de beoordeling van de activiteiten en de prioriteiten goed kunnen doen.

En uiteraard is het nodig dat we het CLO dusdanig inrichten dat we de monitoringsindicatoren regelmatig kunnen opvragen en evalueren. Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 168 uur (0,12 fte) aan capaciteit van juridische handhaving benodigd hebben. (Zie bijlage IV) H3. Jaarlijks stellen wij vast of in minimaal 90% van de gevallen de handhavingsbeschikking voldoet aan de inhoudelijke en juridische kwaliteit (‘4-ogenprincipe’). Wij stellen dit doel omdat we de kwaliteit van onze handhavingsbeschikkingen, zowel inhoudelijk, als juridisch hoog in het vaandel hebben staan. Dit betekent dat we iedere beschikking voordat hierover wordt besloten zowel inhoudelijk, als juridische onderwerpen aan een collegiale kwalitatieve beoordeling (4-ogen principe). Werkzaamheden Concreet betekent dit dat er een inhoudelijke beoordeling van de concept beschikking wordt uitgevoerd door de collega jurist. Deze stelt bij de beoordeling vast of de beschikking aan de juiste juridische kaders voldoet en of de sanctiestrategie juist is toegepast. Om vast te kunnen stellen of we dit (op een juiste manier) doen, gaan we dit monitoren. Monitoringsindicatoren aantal handhavingsbeschikkingen per jaar, aantal uitgevoerde inhoudelijke en juridische toetsingen per jaar, aantal correct uitgevoerde toetsingen per jaar.

Randvoorwaarden Dit brengt met zich mee dat we het proces in het CLO hierop moeten inrichten dat voorafgaande aan het versturen van de definitieve beschikking de collegiale toetsing plaatsvindt. Ook moeten we zorgen dat we beschikken over een goede inhoudelijke en juridische basis voor de handhavingsbeschikking. En uiteraard is het nodig dat we het CLO dusdanig inrichten dat we de monitoringsindicatoren regelmatig kunnen opvragen en evalueren. Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 80 uur (0,06 fte) aan capaciteit van juridische handhaving benodigd hebben. (Zie bijlage IV)

30

5. NALEEFSTRATEGIE - Welke strategieën passen we toe om naleving van wet- en regelgeving te borgen en te bevorderen? Preventiestrategie gericht op het voorkomen van overtredingen

Vergunningenstrategie gericht op het reguleren van activiteiten

Toezichtstrategie gericht op het controleren van activiteiten

Sanctiestrategie gericht op het optreden tegen overtredingen

Gedoogstrategie gericht op het gemotiveerd accepteren van overtredingen

Het goede gesprek Wij willen bij het uitvoeren van onze U&H-taken zo veel mogelijk in gesprek blijven met onze inwoners, ondernemers en andere belanghebbende(n). Onze gesprekken gebruiken wij enerzijds om een goed beeld te krijgen van de initiatieven/activiteiten die men wil uitvoeren of uitvoert en de mogelijke problemen waar men hierbij tegenaan loopt. We gebruiken de gesprekken daarnaast om oplossingen, mogelijkheden en kansen te bespreken. Anderzijds gebruiken wij de gesprekken om duidelijkheid te geven over hoe wij invulling en uitvoering geven aan ons beleid en inwoners, ondernemers en andere belanghebbende(n) te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Voorlichting Informeren van inwoners en ondernemers om overtredingen te voorkomen.

Risicogericht toetsen – De diepgang van de toetsing van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de gevraagde activiteit. Hierin onderscheiden we 5 toetsniveaus. Vaste toetsingskaders – Voor het behandelen en beoordelen van aanvragen hanteren wij vaste toetsingskaders. Deze kaders komen voort uit de wet en/of ons vastgestelde beleid. Intrekken van vergunningen – Ongebruikte vergunningen kunnen worden ingetrokken.

Risicogericht toezicht – toezicht gericht op (onderdelen van) risicovolle activiteiten. Hierin onderscheiden we 5 toezichtniveaus.

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) – Wij hanteren de LHSO als richtlijn voor ons handhavend optreden.

Repressief toezicht – toezicht uit naar aanleiding van klachten/meldingen, verzoeken om handhaving etc.

Handhaving tegen bestuursorganen Conform beleid en gelijk aan handhaving tegen inwoners/ondernemers.

Weloverwogen gedogen Onder voorwaarden.

Programmatisch/ Projectmatig toezicht – toezicht op prioriteiten of op vooraf bepaalde thema’s/onderwerpen.

31

Preventiestrategie gericht op het voorkomen van overtredingen Voorlichting - Informeren van inwoners en ondernemers om overtredingen te voorkomen. We informeren inwoners/ondernemers, initiatiefnemers en samenwerkingspartners actief om draagvlak te creëren en overtredingen te voorkomen. Via voorlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen dat overtredingen ontstaan door een gebrek aan informatie en kennis. Inwoners en ondernemers worden geïnformeerd door de gemeente over verandering van wet- en regelgeving, de op hun rustende melding- of vergunningplicht, indieningsvereisten en mogelijkheden tot aanvragen van vergunningen. Regels moeten helder en duidelijk zijn om goed handhaafbaar te zijn. Deze regels moeten bovendien geaccepteerd worden. Als de regels bekend en begrijpelijk zijn, ze handhaafbaar zijn en als er draagvlak bestaat voor deze regels zal dit leiden tot een betere naleving. Om die reden is goede communicatie over wet- en regelgeving een belangrijk instrument. De middelen die ingezet worden ten aanzien van dit instrument hangen af van de over te brengen boodschap. Waar mogelijk worden voorlichting en communicatie ingezet als middel van preventieve handhaving om naleving te bevorderen. Bij nieuwe wet- en regelgeving worden inwoners en bedrijven geïnformeerd.

Dit kan zowel collectieve voorlichting zijn als individueel met inwoners en/of bedrijven of met afgebakende doelgroepen. Voorbeelden hiervan zijn: • vergunningverleners informeren aanvragers over wet- en regelgeving. Ook maken zij duidelijk waarom bepaalde voorwaarden gesteld worden. • tijdens toezichtcontroles wordt ingegaan op de achtergronden van wet- en regelgeving. • in samenwerking met de medewerker communicatie worden zo nodig brochures en folders opgesteld en worden voorlichtingsbijeenkomsten gehouden. • beleid op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt openbaar gemaakt, net als het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en het jaarverslag. • media-aandacht voor handhavingszaken kan eveneens een preventief effect hebben. Het informeren van media over handhavingsacties gebeurt echter met enige terughoudendheid en met oog voor de privacybelangen van betrokkenen. Met de medewerker communicatie moet continu en actief worden overlegd over de inzet van dit instrument in de strategie. Als uitgangspunt geldt uitdrukkelijk dat de naleving van regels en voorschriften is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder en/of initiatiefnemer zelf is. Omdat veel regelgeving uiterst gecompliceerd is, zijn veel burgers echter in hoge mate afhankelijk van de informatie die door de gemeente wordt verstrekt.

Daarbij spelen de juistheid en het tijdig geven van de informatie een grote rol. Een goed toegankelijke gemeentelijke website is daarvoor onmisbaar.

32

Vergunningenstrategie gericht op het reguleren van activiteiten Risicogericht toetsen De diepgang van de toetsing van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de gevraagde activiteit. Hierin onderscheiden we 5 toetsniveaus. De bedoeling van de Omgevingswet is dat initiatiefnemers meer ruimte krijgen voor initiatieven maar ook zelf meer verantwoordelijkheid hebben voor deze initiatieven. Overheden, ondernemers én inwoners zijn (samen) verantwoordelijk voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. En dus niet alleen de overheid. Het risicogericht werken volgt deze gedachtenlijn. Door risicogericht te werken zetten wij de beschikbare capaciteit in daar waar de (bouw- en omgevings-) risico’s het grootst zijn en waarvoor onze deskundigheid en kennis (het meest) nodig is. Deze verdeling in inzet is gelegitimeerd omdat bij de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden bepaald of het aannemelijk is dat aan deze normen wordt voldaan. Deze aannemelijkheidstoets biedt enige ruimte om te kunnen variëren in toetsintensiteit. Door risicogericht te werken kunnen activiteiten met een verlaagd risico minder uitputtend worden getoetst dan activiteiten met een verhoogd risico.

Bij het risicogericht toetsen komt de prioritering van de activiteiten, zoals bepaald in de risicoanalyse, samen met het diepteniveau waarop een aanvraag om een omgevingsvergunning getoetst wordt aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit leidt tot de volgende toetsintensiteit: (elk volgend toetsniveau is een aanvulling op het vorige toetsniveau): Prioriteit

Toetsniveau

Soort toets

Toelichting

Zeer Hoog

4

Integrale toets

Grondig toetsen (volledige toetsing op alle onderdelen). Alle aspecten van de aanvraag worden volledig getoetst en beoordeeld.

Hoog en Gemiddeld

3

Representatieve toets

Het toetsen van een aspect op niveau 2 aangevuld met een inhoudelijke toets van de belangrijkste representatieve onderdelen door middel van een controle van de berekeningen of het zelfstandig narekenen ervan (Basisniveau +). Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten de juiste vorm hebben en of de uitkomsten plausibel zijn. Tevens worden de belangrijkste berekeningen gecontroleerd, dan wel nagerekend. De vergunningverlener bepaalt op basis van zijn ervaring welk aspecten inhoudelijk volledig worden getoetst, bijvoorbeeld door een schaduwberekening uit te voeren of het geheel doorlopen van ingediende berekening(en).

Laag

2

Betrouwbaarheidstoets+

Toetsen op uitgangspunten (toetsen op de aanwezigheid en compleetheid van de technische informatie). Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de aangeleverde stukken in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. De vergunningverlener bepaalt op basis van ervaring het oordeel over de betreffende aspecten.

Zeer laag

0

Geen toetsing

Geen toetsing (plannen/aanvragen worden ontvangen en geregistreerd, maar niet getoetst)

Naast de vaste risicobepaling en de daarbij behorende toetsniveaus is er, te allen tijde ruimte om op basis van kennis en kunde per aanvraag om omgevingsvergunning een inschatting te maken of het bepaalde toetsniveau in dat specifieke geval adequaat is. In de praktijk betekent dit dat er in specifieke gevallen gemotiveerd afgeweken kan worden van het vastgelegde niveau.

33

Vergunningenstrategie gericht op het reguleren van activiteiten Vaste toetsingskaders – Voor het behandelen en beoordelen van aanvragen hanteren wij vaste toetsingskaders. Deze kaders komen voort uit de wet en/of ons vastgestelde beleid. Omgevingswet De Omgevingswet (Ow), het Omgevingsbesluit (Ob) en de Omgevingsregeling (Or) bieden het algemene landelijk kader voor de beoordeling en toetsing van aanvragen omgevingsvergunningen. Daarnaast is het onder de Omgevingswet mogelijk om in het omgevingsplan bijvoorbeeld de indieningseisen voor het indienen van aanvragen omgevingsvergunningen vast te leggen Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) Het BBL geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Het bevat voorschriften met betrekking tot het bouwen van bouwwerken uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Bij het toetsen van aanvragen voor de activiteit bouwen aan het BBL leggen wij altijd de prioriteit op de onderdelen constructieve veiligheid, brandveiligheid en duurzaamheid. De aandacht voor de overige aspecten uit het BBL kan verschillen afhankelijk van de aanvraag. Dit naar beoordeling van de vergunningverlener(s). Planologische kaders - Omgevingsplan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad voor het grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vastgesteld.

In dit plan zijn de regels opgenomen over de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit de omgevingsvisie en de programma’s naar juridisch bindende regels. Denk hierbij aan het toewijzen van functies aan locaties, het toestaan of niet toestaan van bepaalde activiteiten in bepaalde gebieden, algemene regels en meldingsplichten bij activiteiten, vergunningplichten, beoordelingsregels en regels over omgevingswaarden. De regels over welstand staan sinds in januari 2024 ook in het omgevingsplan. De regels in het Omgevingsplan zijn bindend voor iedereen. Welstand De toets aan redelijke eisen van welstand maakt onderdeel uit van de beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning met de planactiviteit “bouwen”. Plannen die voldoen aan de planologische kaders of waarvoor mogelijk kan worden afgeweken van die kaders, worden vervolgens getoetst aan redelijke eisen van welstand, indien deze in een gebied zijn gelegen waar welstandstoetsing van toepassing is. Voor deze toets wordt gebruik gemaakt van de Welstandsnota en vastgestelde beeldkwaliteitsplannen.

34

Vergunningenstrategie gericht op het reguleren van activiteiten Vaste toetsingskaders Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Met de invoering van de Wkb per 1 januari 2024 dient de opdrachtgever voor bouwwerken die binnen Gevolgklasse 1 (vooralsnog alleen nieuwbouw) vallen een Bouwmelding in te dienen. Deze melding dient uiterlijk 4 weken voor de start van de bouw gedaan te zijn. Twee dagen voor de start van de bouwwerkzaamheden dient er een startmelding gedaan te zijn. Aan het eind van het bouwproces dient er een gereedmelding gedaan te worden. Het zogenaamde dossier bevoegd gezag wordt dan ingediend bij de gemeente. Hierin dient onder andere de akkoordverklaring van de kwaliteitsborger aanwezig te zijn. Deze opeenvolgende meldingen zijn per 1 januari 2024 nieuwe vormen van dienstverlening die we moeten gaan toepassen. Hiervoor zijn werkprocessen opgesteld en opgenomen in het CLO. Evenementenvergunning/-melding In de APV is geregeld wanneer voor een evenement een vergunning is vereist of wanneer kan worden volstaan met een melding. Een aanvraag voor een evenementenvergunning wordt getoetst aan zowel de APV als aan landelijke wet- en regelgeving. Zodra een aanvraag ontvankelijk is wordt advies gevraagd aan interne en externe adviseurs. Als de vergunning kan worden verleend of de melding voldoet, wordt deze verzonden en gepubliceerd.

Exploitatievergunning Voor de exploitatie van een openbare inrichting is op grond van de APV een vergunning van de burgemeester vereist. In de APV staan tevens categorieën genoemd waarvoor de vergunningplicht niet geldt of wanneer er een ontheffing van de vergunningplicht kan worden verkregen. In de APV staan de toetsingsgronden vermeldt. Er wordt onder andere gekeken naar het omgevingsplan, de leeftijd en het levensgedrag van de ondernemer en de leefbaarheid in de directe omgeving van de openbare inrichting. Zodra een aanvraag ontvankelijk is en de benodigde adviezen zijn ontvangen, wordt deze inhoudelijk beoordeeld en vindt besluitvorming plaats. Een exploitatievergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Alcoholwet De Alcoholwet (Aw) vereist dat ieder bedrijf of organisatie die alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt daarvoor een vergunning/ontheffing bezit. De aanvraag/ontheffing wordt getoetst aan het Besluit eisen zedelijk gedrag, het BBL en eventueel wordt een Bibob-toets uitgevoerd (zie hieronder). De Awvergunning is persoons- en inrichting-gebonden en is voor een bepaalde of onbepaalde tijd geldig. Wet Bibob De Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken.

Als er ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning of een subsidie wordt misbruikt voor criminele activiteiten, dan kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken. Wij maken gebruik van de mogelijkheden die wet Bibob biedt en wij hebben hiervoor de ‘Beleidsregel toepassing Wet Bibob gemeente Renswoude 2022’ vastgesteld. Vastgelegde processen Het behandelen van aanvragen doen wij op basis van vastgelegde processen. Deze werkprocessen zijn opgenomen in het CLO. Zie hiervoor ook Bijlage III. Intrekken van vergunningen Oude ongebruikte (omgevings-)vergunningen kunnen worden ingetrokken op grond van artikel 5.39 en 5.40 Omgevingswet.

35

Toezichtstrategie gericht op het controleren van activiteiten Risicogericht toezicht Ons toezicht is gericht op risicovolle activiteiten. Hierin onderscheiden we 5 toezichtniveaus. Het risicogericht toezicht komt direct voort uit het afgeven van beschikkingen (vergunningen, meldingen, ontheffingen etc.). Door het toezicht risicogericht te organiseren, wordt er toezicht gehouden daar waar onze kennis en kunde (het meest) nodig is. Waar de risico’s het hoogst zijn wordt intensiever toezicht gehouden, daar waar de risico’s minder of laag zijn, wordt minder intensief toezicht gehouden. Bij het risicogericht toezicht houden komt de prioritering van de activiteiten, zoals bepaald in de risicoanalyse, samen met het diepteniveau waarop er toezicht gehouden wordt. Dit leidt tot de onderstaande werkwijze. Elk volgend toezichtniveau is een aanvulling op het vorige toezichtniveau. In specifieke gevallen mag er gemotiveerd worden afgeweken. Prioriteit

Toezichtsniveau

Soort toezicht

Toelichting

Zeer Hoog

4

Algehele controle van alle onderdelen

Beoordeling op alle onderdelen. Op het oog en met de benodigde hulpmiddelen worden controles uitgevoerd. Alle tekeningen en detailtekeningen worden geraadpleegd.

Hoog

3

Beoordeling hoofdlijnen en kenmerkende details

Gemiddeld

2

Beoordeling van hoofdlijnen

Beoordeling zoals bij diepgang 2 met daarbij meer oog voor maatvoering, materiaalkwaliteit, verankering, oplegging e.d. detailtekeningen worden geraadpleegd voor specifieke kwetsbare elementen Beoordeling op hoofdlijnen, op het oog en met eenvoudige hulpmiddelen worden controles uitgevoerd. Er worden alleen overzichtstekeningen geraadpleegd. Bij twijfel vind raadpleging van detailtekeningen plaats.

Laag

1

Visuele controle (Quick scan)

Beoordeling op basis van kennis en inzicht van de bouwinspecteur. Hierbij wordt in principe niet nagemeten, gecontroleerd op materiaalniveau of op vereiste waarden.

Zeer laag

S

Steekpoef

Afhankelijk van een vermoeden van niet voldoen aan de voorschriften kan op bepaalde aspecten een steekproef worden gehouden (ca. 1 op de 5).

36

Toezichtstrategie gericht op het controleren van activiteiten Risicogericht (routinematig) toezicht Het risicogerichte (routinematige) toezicht in de gebruiksfase vindt in principe net zoals het toezicht in de realisatiefase plaats. De toezichtfrequentie hierbij wordt ook bepaald op basis van de risicomatrix/risicoanalyse. Hierover vindt ook afstemming plaats met de ketenpartners zoals de VRU en de ODU die deze vorm van toezicht ook toepassen. Uitgangspunt hierbij is dat: Gebouwen en bouwwerken met een (zeer) hoge prioriteit jaarlijks worden gecontroleerd; Gebouwen en bouwwerken met een gemiddelde prioriteit worden 2-jaarlijks geprioriteerd. Gebouwen en bouwwerken met een (zeer) lage prioriteit worden 4-jaarlijks gecontroleerd. Op basis van het resultaat van de controle kan de controlefrequentie worden aangepast. Dit betekent concreet dat als alles op orde blijkt te zijn, de controlefrequentie naar beneden kan worden bijgesteld. Aan de andere kant kan de controlefrequentie omhoog worden bijgesteld als de resultaten van de controle niet goed zijn. Repressief (niet routinematig) toezicht De be-/afhandeling van het toezicht naar aanleiding van klachten/meldingen, verzoeken om handhaving (niet routinematig toezicht) vindt plaats op basis van de prioritering van de betreffende activiteit(-en).

De toezichthouders hebben naast het controleren van verleende vergunningen, meldingen en ontheffingen ook een belangrijke taak bij het opsporen van illegale bouwwerken en activiteiten. Vaak wordt daarbij geacteerd naar aanleiding van klachten, meldingen of een formeel verzoek om handhaving. Daarnaast worden ook constateringen gedaan door de toezichthouder zelf. Niet alle klachten, meldingen en/of verzoeken om handhaving resulteren in een controle. Dat is afhankelijk van de prioriteitstelling en aard en ernst van de melding. De toezichthouder bepaalt bij het in behandeling nemen van de klacht/melding de aard en de ernst van de gemelde activiteit. Als er volgens de beoordeling van de toezichthouder mogelijk sprake is van een ernstige, gevaarlijke of spoedeisende situatie (zeer hoge prioriteit), pakt deze de klacht direct op. In het geval dit niet zo is, dan pakt de toezichthouder de klacht als volgt op. De toezichthouder bepaalt van welke activiteit(en) er sprake is door contact te hebben met de melder. Op basis van de prioriteit van de bepaalde activiteit(en) volgens de U&H-strategie bepaalt de toezichthouder het vervolg en deelt dit met de klager/melder.

De uitgangspunten voor dit vervolg zijn: • activiteit(en) hebben een zeer lage of lage prioriteit – klacht wordt geregistreerd, er vindt geen controle plaats; • activiteit(en) hebben een gemiddelde prioriteit – klacht wordt geregistreerd en een controle vindt binnen 10 werkdagen plaats; • activiteit(en) hebben een hoge prioriteit – klacht wordt geregistreerd en een controle vindt binnen 2 werkdagen plaats. De frequentie van het toezicht in geval van handhavingsverzoeken is afhankelijk van een paar factoren. Enerzijds de prioriteit van de betreffende activiteit en anderzijds het juridische proces van de afhandeling van het verzoek (hercontroles).

37

Toezichtstrategie gericht op het controleren van activiteiten Programmatisch/Projectmatig toezicht Dit betreft het programmatische/projectmatige toezicht bijvoorbeeld op bepaalde thema’s/onderwerpen, zoals bijvoorbeeld toezicht op ondermijnende activiteiten, toezicht op het niet naleven van voorwaardelijke verplichting (o.a. landschappelijke inpassingen/beplantingsplannen) of toezicht naar aanleiding van bijv. inspectiesignalen. In de afgelopen jaren betrof dit laatste bijvoorbeeld de controle op breedplaatvloeren, roestvrijstaal in zwembaden, parkeerdekken en oude balkons met een stalen draagconstructie. Toezicht op Ondermijnende activiteiten De aanpak van ondermijnende activiteiten wordt in de basis uitgevoerd onder regie van het taakveld openbare orde en veiligheid. Echter ligt hierin ook een rol weggelegd voor onze bouwtoezichthouder(s). Iedere interne- en/of externe partner sluit bij controles aan vanuit zijn/haar eigen verantwoordelijkheid. Voor de bouwtoezichthouder(s) betreft het een controle op de bouwregelgeving (bouw- en omgevingsveiligheid) en het gebruik in relatie tot het omgevingsplan. Eventueel kan ook een Boa betrokken zijn in het kader van openbare orde en veiligheid. Toezicht op de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Het bouwtoezicht is veranderde met de invoering van de Wkb per 1 januari 2024.

Vanaf dat moment vallen alle bouwwerken binnen Gevolgklasse 1 voor nieuwbouw onder het toezicht van een gecertificeerde kwaliteitsborger (marktpartij). Het gemeentelijk toezicht blijft voor wat betreft het bouwen onder Gevolgklasse 1 nieuwbouw bestaan uit het toezicht op de omgevingsveiligheid en de omgevingsplanactiviteit(en). Daartegenover staat wel dat de gemeente bevoegd gezag en daarmee toezichthouder blijft in die gevallen dat er door de kwaliteitsborger een strijdigheid met het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt geconstateerd en gemeld. In die gevallen dient de handhaving te starten onder bevoegdheid van de gemeente. De bouwwerkzaamheden binnen de Gevolgklasse 1 voor verbouw en de Gevolgklassen 2 en 3 bouwwerken blijven onder het toezicht van de gemeente Renswoude vallen. De verwachting in de praktijk is dat er, afgezien van bouwwerken en gebouwen binnen Gevolgklasse I weinig bouwwerken binnen deze Gevolgklassen 2 en 3 in de gemeente Renswoude gebouwd zullen worden. Het is de bedoeling dat na de evaluatie van de wet in de komende vijf jaar de bouwwerken onder deze gevolgklassen ook onder de Wkb gebracht worden. Het uitgangspunt voor het toezicht op de Wkb is om het toezicht op het bouwen binnen Gevolgklasse 1 helemaal los te laten. Nu eerst alleen voor nieuwbouw en later ook voor verbouwsituaties.

Het toezicht op de bouw in de overige gevolgklassen doe we volgens onze toezichtstrategie (zie hierboven). Voor wat betreft het toezicht en de handhaving van de Wkb zoeken we daarnaast aansluiting bij de Handreiking van de VNG van oktober 2023 – ‘Handreiking Toezicht en handhaving Wet kwaliteitsborging bouw - Handelingsperspectieven voor gemeenten’. Aan de hand van praktijkervaringen beoordelen we of aanvullend beleid nodig is. Vastgelegde processen Het uitvoeren van toezicht doen wij op basis van vastgelegde processen. Deze werkprocessen zijn opgenomen in het CLO. Zie hiervoor ook Bijlage III.

38

Sanctiestrategie gericht op het optreden tegen overtredingen Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) Wij hanteren de (interventiematrix van de) LHSO als richtlijn voor ons handhavend optreden als het gaat om de U&H-taken die Omgevingswet gerelateerd zijn. De LHSO is een landelijk geldend afwegingsinstrument dat gemeenten volgen om van bevinding (constatering van een overtreding) naar interventie (wijze/mate van handhavend optreden) te komen. De LHSO heeft als doel dat overheden interveniëren op een wijze die passend is bij iedere bevinding. Dat wil zeggen dat zij weloverwogen kiezen - afhankelijk van de situatie - voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- en strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder wordt informerend, waarschuwend of bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijk opgetreden. In vergelijkbare situaties worden vergelijkbare keuzes gemaakt en interventies op vergelijkbare wijze gekozen en toegepast. De term ‘handhavingsstrategie’ drukt uit dat interveniëren breder is dan het opleggen van sancties. Zoals eerder al is aangegeven hechten wij waarde aan het persoonlijke contact. Het zoeken van persoonlijk contact met een overtreder is daarom, voorafgaand aan een formele waarschuwing/formeel traject, vaak de eerste stap.

Daarnaast erkent de LHSO dat er omstandigheden kunnen zijn om tijdelijk van (bestuursrechtelijk) handhaven af te zien, ofwel te gedogen (zie gedoogstrategie). Dit laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet. Met de LHSO wordt d.m.v. het doorlopen van een aantal stappen een passende interventie bij iedere overtreding bepaald. De exacte inhoud van de LHSO en de hierin opgenomen stappen met de interventiematrix, als ook de leidraad voor handhavingsacties, dwangsombedragen en begunstigingstermijnen vindt u in de bijlage (zie Bijlage II en III). Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Zoals eerder beschreven is er met de invoering van de Wkb per 1 januari 2024 veel voor zowel vergunningverlening, als voor het bouwtoezicht veranderd. De gemeente Renswoude blijft bevoegd gezag in die gevallen dat er door de kwaliteitsborger een strijdigheid met het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt geconstateerd en gemeld. In die gevallen start de handhaving met een verklaring van de kwaliteitsborger dat er een strijdigheid is geconstateerd. Voor wat betreft het toezicht en de handhaving van de Wkb gebruiken we de Handreiking van de VNG van oktober 2023 – ‘Handreiking Toezicht en handhaving Wet kwaliteitsborging bouw - Handelingsperspectieven voor gemeenten’ als uitgangspunt en richtlijn.

Handhaving tegen bestuursorganen In de praktijk kan het voorkomen dat de gemeente Renswoude en/of een ander bestuursorgaan een overtreding begaat waartegen handhavend moet worden opgetreden. De aanpak van deze overtredingen is in de basis hetzelfde als de aanpak van overtredingen van inwoners en bedrijven. We maken hierbij dus geen onderscheid in de wijze van handelen bij geconstateerde overtredingen. We leggen de overtreding vast in een controlerapport met toepassing van onze toezichtstrategie. We bepalen de prioriteit van de betreffende activiteiten. En we bepalen het vervolg met toepassing van de sanctiestrategie. Kortom, overtredingen door eigen en/of andere bestuursorganen worden op eenzelfde manier aangepakt en afgehandeld als bij inwoners en bedrijven.

39

Gedoogstrategie gericht op het gemotiveerd accepteren van overtredingen Weloverwogen gedogen Gedogen door overheidsinstanties die met handhaving zijn belast kent in Nederland twee gedaanten: 1. de overheid treedt niet op tegen een geconstateerde overtreding; 2. de overheid zegt bij voorbaat dat zij tegen een bepaalde overtreding niet handhavend optreedt. Gedogen doen we bij uitzondering De rechtsstaat eist dat de overheid actief toeziet op naleving van de wet. Bij overtreding van de wet treft de overheid passende en effectieve handhavingsmaatregelen. Het optreden van de overheid moet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In de Grondwet is het gelijkheidsbeginsel vastgelegd. De Awb noemt de beginselen van zorgvuldigheid en van evenredigheid, het motiveringsbeginsel en het beginsel dat een bevoegdheid niet mag worden misbruikt (détournement de pouvoir). Er is sprake van een (rechtsstatelijk) dilemma, aangezien deze beginselen ook het gedogen van een overtreding kunnen rechtvaardigen of zelfs noodzakelijk maken. In de nota Grenzen aan gedogen stelde het kabinet voorwaarden aan gedogen. Het kabinet wilde voorkomen dat overheden lichtvaardig of willekeurig gedogen. De gemeente onderschrijft deze nota. De gemeente Renswoude heeft als uitgangspunt dat gedogen de uitzondering is.

In overgangs- of overmachtssituaties is met gedogen een zekere mate van regulering mogelijk. Gedogen is altijd tijdelijk Onder een overgangssituatie verstaan wij een feitelijk illegale situatie die legaliseerbaar is. Van degene die de illegale situatie veroorzaakt vragen wij voor het legaliseerbare gedeelte een aanvraag of een melding te doen. De periode tussen het moment waarop de melding of aanvraag is ontvangen en het moment dat de gemeente hierover, na behandeling van eventueel ingesteld bezwaar en beroep, een besluit neemt is de gedoogperiode. Wij willen slechts tijdelijk gedogen. De termijn waarover wij gedogen beperken wij tot maximaal een jaar. De exacte termijn wordt van geval tot geval bepaald en in de beschikking vastgelegd. Verlenging van een gedoogbeschikking is in principe mogelijk. Gedogen doen we met een schriftelijke beschikking Gedogen gebeurt in Renswoude schriftelijk om verschillende redenen. Allereerst zijn we daarmee helder en transparant, ook voor derden. Zo bieden wij rechtswaarborgen. Verder kunnen wij daarmee beter aansluiten bij een toekomstige beschikking op een aanvraag. Deze aansluiting geldt ook voor het stellen van voorwaarden aan het voortduren van de overgangssituatie. Ten slotte kunnen we op basis van een schriftelijke beschikking optreden indien dat nodig is.

Het stellen van voorwaarden in de gedoogbeschikking is zinloos indien niet geregeld wordt gecontroleerd of aan de voorwaarden wordt voldaan. Het overtreden van een voorwaarde betekent automatisch dat er (weer) sprake is van een illegale situatie. De reden om te gedogen vervalt daarmee. Wij trekken vervolgens de gedoogbeschikking in. Hierna treedt de gemeente handhavend op.

40

Gedoogstrategie gericht op het gemotiveerd accepteren van overtredingen Weloverwogen gedogen Gedogen doen we zorgvuldig Zoals gezegd willen wij zoveel mogelijk aansluiten bij de beschikking die wij te zijner tijd op een melding of aanvraag nemen. De betrokkene wordt gehoord over het voornemen een gedoogbeschikking te nemen. De beschikking wordt gepubliceerd. Gedogen is namelijk een heel bijzondere vorm van het toestaan van overtredingen. Procedure gedoogbeschikking De gemeente Renswoude vindt dat de procedure die wordt gevolgd voor het opleggen van een handhavingsbeschikking ook voor het geven van een gedoogbeschikking toepasbaar is. Het gedoogvoornemen wordt kenbaar gemaakt aan de direct belanghebbende. Hij wordt daarover gehoord en kan zijn zienswijze geven. Wij stellen ook eventuele relevante partners van het voornemen op de hoogte. Ook zij kunnen desgewenst reageren. Soms zijn omwonenden, als derde belanghebbenden, betrokken bij een gedoogbeschikking. Dit is het geval als de gedoogbeschikking niet tot hen is gericht, maar zij hierdoor in zekere zin wel getroffen worden. Een gedoogbeschikking is immers een beslissing niet handhavend op te treden. Zorgvuldigheid in de richting van omwonenden is van belang. De betrokkenheid van omwonenden kan blijken uit klachten over naleving van regels en uit verzoeken handhavend op te treden.

In dergelijke gevallen kunnen omwonenden bezwaar hebben tegen het geven van een gedoogbeschikking. In lijn met het voorgaande stellen wij direct betrokken omwonenden in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen over het voornemen een gedoogbeschikking te geven. De gedoogbeschikking wordt vervolgens gepubliceerd.

41

6. MONITORING & EVALUATIE 6.1

MONITORING MONITORING Ö Monitoringsindicatoren gericht op doelen U&H-strategie Ö Managementinformatie (kengetallen) bepalen en vastleggen Ö U&H-applicatie (CLO en Djuma ) ingericht o.b.v. monitoringsindicatoren en

managementinformatie

Monitoringsindicatoren gericht op doelen U&H-strategie De monitoringsindicatoren die wij gebruiken zijn voornamelijk gericht op het kunnen bepalen of en in hoeverre we de doelen uit de U&H-strategie en/of het uitvoeringsprogramma behalen. Hiertoe dienen deze monitoringsindicatoren allereerst te worden bepaald. Vervolgens dienen we te bekijken of we deze indicatoren ook in onze U&H-applicatie, Centric Leefomgeving (CLO) en Djuma, kunnen implementeren en of we deze indicatoren ook weer (regelmatig) uit de applicatie kunnen genereren. De registratie van de werkzaamheden vindt plaats in CLO Hierin worden onder andere de volgende gegevens verwerkt: De besluitvorming over aanvragen voor omgevingsvergunningen (bouw, planologisch, sloop, kappen, reclame, inritten); De besluitvorming over aanvragen voor Algemene plaatselijke verordening vergunningen en evenementenvergunningen; De behandeling en besluitvorming van vooroverleggen en principeverzoeken. Voor elke aanvraag zijn de bijbehorende werkprocessen vastgelegd in CLO. De vergunningenregisseur doorloopt het proces stap voor stap en handelt daarbij systematisch de taken in CLO af. Dit zorgt ervoor dat alle aspecten van vergunningverlening zorgvuldig worden meegenomen. Een deel van het vergunningverleningsproces wordt in een ander registratiesysteem vastgelegd.

Dit betreft de besluitvorming over collegevoorstellen, collegebesluiten, raadsvoorstellen en raadsbesluiten, die worden geregistreerd in het systeem DJUMA. Daarnaast vindt wekelijks een Omgevingstafeloverleg plaats, waarin alle aanvragen en initiatieven worden besproken met vertegenwoordigers van verschillende disciplines. Ook wordt er wekelijks toezicht- en handhavingsoverleg gehouden tussen de toezichthouder, de burgemeester en de juridisch medewerker. Verder is er een wekelijks overleg met de portefeuillehouder, waarin relevante zaken worden besproken en beoordeeld. De monitoring van de buitengewoon opsporingsambtenaren De buitengewoon opsporingsambtenaren verwerken de gegevens van de uitgeschreven strafbeschikkingen in de transactiemodule van het Centraal Justitieel Incassobureau. Het Centraal Justitieel Incassobureau verstrekt jaarlijks een overzicht van de strafbeschikkingen en processen-verbaal die door de gemeentelijke buitengewoon opsporingsambtenaren zijn uitgevaardigd. De diverse cijfers en andere resultaten worden periodiek verwerkt in een rapportage. Dit draagt bij aan een goede monitoring van de voortgang van werkzaamheden en resultaten die worden behaald. Ook houden de buitengewoon opsporingsambtenaren alle rapportages bij binnen het systeem City Control. Hierin verwerken ze de door hun opgestelde rapportages en de acties die zijn uitgevoerd.

Deze zijn ook altijd te raadplegen.

42

De monitoring van het toezicht op brandveiligheid Het uitgevoerde toezicht op brandveiligheid, wordt door de VrU verwerkt in een jaarverslag, waarvan de cijfers aan de gemeente worden aangeleverd. De gemeente bepaalt jaarlijks samen met de VrU de prioritering van de uit te voeren controles brandveilig gebruik. Dit wordt vastgelegd in een jaarplan, waarop de VrU monitort en periodiek rapporteert. De monitoring op milieu De ODU stelt ieder jaar een jaarverslag op dat gebaseerd is op het uitvoeringsprogramma. De diverse cijfers en andere resultaten worden periodiek verwerkt in een verslag/rapportage en besproken met de gemeente Renswoude. Dit draagt bij aan een goede monitoring van de voortgang van werkzaamheden en resultaten die worden behaald. De ontwikkeling van onze monitoring is en blijft een voortschrijdend proces waarbij we in de komende beleidsperiode een ontwikkeling wensen blijven door te maken. Gezien het feit dat de nieuwe U&H-applicatie nog maar net in gebruik is genomen, zullen we hiermee onze weg nog moeten vinden. Zeker als blijkt dat de U&Happlicatie hiervoor niet (voldoende) is uitgerust en/of als er wijzigingen plaatsvinden in de doelen, zullen we moeten bekijken hoe we hiermee omgaan. Managementinformatie (kengetallen) bepalen en vastleggen Hetzelfde geldt voor het kunnen monitoren van de managementinformatie.

Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het kunnen beoordelen of en in hoeverre adviestermijnen-, beslistermijnen e.d. worden gehaald of hoeveel tijd per (fase van een) dossier wordt besteed. Ook dit is voor de komende beleidsperiode een interne opdracht die we wensen te vervullen en waarbij we ook met name de nieuwe U&H-applicatie willen gebruiken. U&H-applicatie (CLO) De U&H-applicatie CLO is in december 2024 volledig in gebruik genomen. Dit betekent dat we hiermee nog steeds moeten ‘leren’ werken en dat we nog zullen moeten ontdekken of en in hoeverre de applicatie alle mogelijkheden heeft om de monitoringsindicatoren in te kunnen voeren en er ook weer uit te kunnen halen met de ‘peilstok’. De komende beleidsperiode streven we ernaar om dit voor elkaar te krijgen. Het vraagt dan ook tijd, energie en geduld voordat het duidelijk is of en in hoeverre dit lukt. Uiteraard rapporteren wij over de voortgang hierover. Peilstok per jaar Als methodiek voor het monitoren van de voortgang van het uitvoeringsprogramma en onze U&H-strategie gaan we per jaar ‘de peilstok’ in onze uitvoeringspraktijk zetten. Jaarlijks doen we dit en bekijken/bepreken we de voortgang intern met de medewerkers. Eventuele bestuurlijke gevoeligheden en/of andere bijzonderheden worden met de portefeuillehouder besproken.

43

6.2

EVALUATIE

EVALUATIE Ö Jaarlijks evaluatie van voortgang uitvoeringsprogramma Ö Jaarlijkse zelfevaluatie kwaliteitscriteria 3.0 U&H Ö Jaarlijkse Evaluatierapportage U&H

Jaarlijkse evaluatie van voortgang uitvoeringsprogramma Zoals eerder aangegeven gaan we per jaar de ‘peilstok’ in de uitvoeringspraktijk steken. Elk jaar halen we de monitoringsgegevens op en deze verwerken we in een jaarrapportage. In de jaarrapportage rapporteren we of en in hoeverre we de doelstellingen uit het Uitvoeringsprogramma bereiken en of we hierop eventueel bij moeten sturen. Jaarlijkse zelfevaluatie kwaliteitscriteria 3.0 U&H We voeren jaarlijks de zelfevaluatie van de Kwaliteitscriteria uit. De rapportage hiervan nemen we mee als bijlage bij het vaststellen van de jaarlijkse Evaluatierapportage U&H. Jaarlijkse Evaluatierapportage U&H Aan het eind van elk jaar (in het 4e kwartaal van het jaar) verwerken we de kwartaalrapportages in een Evaluatierapportage U&H voor het gehele jaar. In de jaarlijkse evaluatierapportage staat het resultaat weergegeven van de daadwerkelijke uitvoeringspraktijk ten opzichte van het Uitvoeringsprogramma. Er wordt verslag gelegd over of en in hoeverre doelstellingen zijn bereikt, welke onderdelen van het uitvoeringsprogramma (niet) zijn uitgevoerd, of en hoe is bijgestuurd. Ook wordt op basis van de evaluatie uitgewerkt of en in hoeverre de U&H-strategie op onderdelen als prioritering, doelen, strategieën e.d. moet worden aangepast (bijgestuurd). Door het op deze manier aan te pakken, zorgen we ervoor dat de U&H-strategie actueel blijft.

44

7. U&H-ORGANISATIE AFDELING RUIMTE – TEAM UITVOERING & HANDHAVING Beschikbare capaciteit U&H Vergunningen (4,9 fte beschikbaar voor U&H-taken) - Administratieve ondersteuning 0,7 fte - Vergunningenregiseur Omgevingswet 1,5 fte - Beleidsmedewerker RO 0,5 fte - Beleidsmedewerker U&H 0,5 fte - Strategisch Beleidsmedewerker RO 0,5 fte - Jurist omgevingsrecht 0,7 fte - Beleidsmedewerker Milieu 0,1 fte - Vergunningenregisseur APV & BW 0,4 fte

Toezicht (0,6 fte beschikbaar voor U&H-taken) - Toezichthouder 0,5 fte - BOA 0,1 fte

Handhaving (1,1 fte beschikbaar voor U&H-taken) - Handhavingsjurist 1,0 fte - Medewerker OOV 0,0 fte - Jurist Ondermijning 0,1 fte

Benodigde capaciteit U&H Vergunningen (5,2 fte benodigd voor U&H-taken) - Administratieve ondersteuning 0,6 fte - Vergunningenregiseur Omgevingswet 1,7 fte - Beleidsmedewerker RO 0,5 fte - Beleidsmedewerker U&H 0,5 fte - Strategisch Beleidsmedewerker RO 0,5 fte - Jurist omgevingsrecht 0,7 fte - Beleidsmedewerker Milieu 0,1 fte - Vergunningenregisseur APV & BW 0,5 fte

Ö Ö Ö Ö Ö Ö Ö Ö

Toezicht (0,7 fte benodigd voor U&H-taken) - Toezichthouder 0,5 fte - BOA 0,2 fte

Ö Ö

Handhaving (1,1 fte benodigd voor U&H-taken) - Handhavingsjurist 1,0 fte - Medewerker OOV 0,0 fte - Jurist Ondermijning 0,1 fte

Ö Ö Ö

Begroting Personeelslasten U&H (excl. overhead) € 289.000,- / Uitvoeringskosten VRU € 421.000,- / Uitvoeringskosten ODU € 455.000,-

Voorwaarden U&H-organisatie (wettelijk verplicht) Roulatiesysteem Toezichthouders Ö - Kwaliteitscriteria 3.0 U&H Ö - Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden vastgelegd Ö - Actueel beleid Ö - Werkprocessen beschreven Ö- Uitvoering conform werkprocessen Ö- Buiten kantooruren bereikbaar Ö

45

7.2

Beschikbare capaciteit

De beschikbare formatieve capaciteit voor de uitvoering van de U&H-taken is voor 2026 als volgt opgebouwd, waarbij de capaciteit per functie, taakveld en specialisatie is verdeeld:

Gemeente Renswoude - beschikbare en benodigde capaciteit U&H 2026 Beschikbare Beschikbare Toerekening Toerekening capaciteit in capaciteit in capaciteit capaciteit fte uren aan U&H in % aan

Functie(-groep)

Beschikbare Beschikbare capaciteit capaciteit U&H 2026 in U&H 2026 in fte uren

Benodigde capaciteit U&H 2026 in fte

Benodigde % Benodigd capaciteit t.o.v. U&H 2026 in Beschikbaar uren

Vergunningen Administratieve ondersteuning Omgevingswet

0,7

980

90%

V

0,6

882

0,6

859

97%

Vergunningenregiseur Omgevingswet Beleidsmedewerker U&H Beleidsmedewerker RO Strategisch Beleidsmedewerker RO Jurist omgevingsrecht Beleidsmedewerker Milieu

1,5 0,5 0,5 0,5 0,8 0,5

2100 700 700 700 1120 700 7000

100% 100% 100% 100% 90% 20%

V V V V V V

1,5 0,5 0,5 0,5 0,7 0,1

2100 700 700 700 1008 140 6230

1,7 0,5 0,5 0,5 0,7 0,1

2387 700 754 703 1049 136 6588

114% 100% 108% 100% 104% 97% 106%

616

100%

616

0,5

653

106%

5,0

4,5

4,7

APV & Bijzonder Wetten Vergunningenregiseur APV & Bijzondere Wetten

0,4 0,4

V

0,4

616

0,4

616

0,5

653

106%

Toezicht Toezichthouder BOA

0,5 0,1

700 140

100% 100%

0,6

840

1,5

1400 616 140 2156

T T

0,5 0,1

700 140

0,5 0,2

0,6

840 1,0 0,0 0,1

1,1

1400 0 140 1540

9226

7,0

714 300

102% 214%

0,7

1014

121%

1,1

1444 0 72 1516

103% 0% 51% 98%

9771

106%

Handhaving Handhavingsjurist Medewerker OOV Jurist Ondermijning

1,0 0,4 0,1

TOTAAL

7,6

10612

100% 0% 100%

H V V

1,0 0,0 0,1

6,6

Voor 2026 beschikken we dus over een totale beschikbare formatieve capaciteit van 7,6 fte. Ervan uitgaande dat 1 fte overeenkomt met 1400 uur hebben we voor 2026 in totaal 10.612 uur formatief beschikbaar voor de uitvoering van de U&H-taken, onderverdeeld in 7.616 uur (5,4 fte) voor het taakveld Uitvoering/Specialisatie Vergunningverlening, 840 uur (0,6 fte) voor het taakveld Uitvoering/Specialisatie Toezicht, 2.156 uur (1,5 fte) voor het taakveld Handhaving/Specialisatie Juridisch. Omdat niet alle formatie per functie voor 100% toegerekend kan worden aan de daadwerkelijke beschikbare capaciteit voor de uitvoerings- en handhavingstaken hebben we per functie (en specialisatie) het werkelijke beschikbare aantal uren/fte bepaald op basis van toegerekende percentages. Dit leidt uiteindelijk tot de volgende daadwerkelijke beschikbare capaciteit. Voor het taakveld Uitvoering/Specialisatie Vergunningverlening hebben we 6.230 uur (4,5 fte) daadwerkelijk beschikbaar. Voor het taakveld Uitvoering/Specialisatie Toezicht is dat 840 uur (0,7 fte). En voor het taakveld Handhaving/Specialisatie Juridisch is dat 1.540 uur (1,1 fte). In totaal maakt dat 8.610 uur (6,5 fte) aan daadwerkelijke beschikbare capaciteit voor de uitvoering van de U&H-taken.

46

7.2

Benodigde capaciteit

Op basis van de kengetallen van de afgelopen jaren hebben we ook een inschatting gemaakt van de benodigde capaciteit om de U&H-taken uit te kunnen voeren. Hiervoor verwijzen wij naar bijlage IV. Per taakveld en specialisatie hebben we de te programmeren uren voor 2026 als volgt onderverdeeld: 1.) Geprogrammeerde werkzaamheden & Projecten 2.) Niet geprogrammeerde (reguliere) werkzaamheden 3.) Reservering onvoorzien (10%) Ad. 1) Geprogrammeerde werkzaamheden & Projecten Dit zijn alle activiteiten die volgens onze U&H-strategie een hoge prioriteit hebben. De capaciteit voor de uitvoering van onze U&H-taken voor deze hoog geprioriteerde activiteiten programmeren wij zo concreet mogelijk. De uitvoering van deze werkzaamheden leggen we vast in onze productbladen. (zie hoofdstuk ##). Los van de geprogrammeerde werkzaamheden kan het zijn dat wij in het kader van de uitvoering van onze U&H-strategie of vanuit andere programma’s concrete projecten uitvoeren, waarvoor wij onze U&H-capaciteit inzetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan projecten als: Project intrekking van oude omgevingsvergunningen, Project Huisvestingsproblematiek, Project Veelplegers, Project Ondermijning etc. Per taakveld/specialisatie geven we aan hoeveel capaciteit hiervoor wordt geprogrammeerd.

Ad.2) Niet-geprogrammeerde (reguliere) werkzaamheden Dit zijn de werkzaamheden die voortkomen uit aanvragen, verzoeken, klachten en meldingen e.d. Kortom, de vraag-gestuurde reguliere werkzaamheden. Dit zijn dus ook werkzaamheden die we uitvoeren voor de U&H-activiteiten met een gemiddelde en lage prioriteit. Per taakveld/specialisatie geven we aan hoeveel capaciteit hiervoor wordt geprogrammeerd. Ad. 3) Reservering onvoorzien Van de benodigde capaciteit reserveren we 10% = 859 uur (0,61 fte) voor zogenaamde ‘binnenvliegers’. De uren die we reserveren voor ‘Onvoorzien’ houden we achter de hand om in te kunnen spelen op gebeurtenissen en/of ontwikkelingen die we op dit moment nog niet hebben kunnen voorzien, zoals bijvoorbeeld inspectiesignalen, crisissituaties, etc. Indien en voor zover deze gebeurtenissen/ontwikkelingen gedurende het jaar niet plaatsvinden worden deze uren naar rato ingezet voor de geprogrammeerde werkzaamheden, projecten of niet-geprogrammeerde werkzaamheden. Per taakveld/specialisatie programmeren wij hiervoor 10% van de beschikbare capaciteit. Op basis van voorgaande (zie ook bijlage IV) komen we tot de volgende inschatting van de benodigde capaciteit. Voor het taakveld Uitvoering/Specialisatie Vergunningverlening hebben we 6.588 uur (4,7 fte) benodigd. Voor het taakveld Uitvoering/Specialisatie Toezicht is dat 1.014 uur (0,7 fte).

En voor het taakveld Handhaving/Specialisatie Juridisch is dat 1.516 uur (1,1 fte). In totaal maakt dat 9.180 uur (6,5 fte) aan benodigde capaciteit voor de (jaarlijkse) uitvoering van de U&H-taken op basis van onze U&H-strategie.

47

7.3

Beschikbare versus benodigde capaciteit

Uit voorgaande komt het volgende naar voren als het gaat om het verschil tussen de benodigde en beschikbare capaciteit: Taakveld Uitvoering - Vergunningverlening Voor het Taakveld Uitvoering -Specialisatie Vergunningverlening hebben we volgens onze inschatting 6.588 uur (4,7 fte) benodigd om de U&H-taken vanuit deze U&H- strategie uit te voeren. Ten opzichte van de beschikbare capaciteit van 6.230 uur (4,5 fte) betekent dit een ingeschat tekort aan beschikbare capaciteit. Dit tekort zit echter binnen een marge van 10% ten opzichte van elkaar. Aangezien wij in de benodigde capaciteit 10% reserveren voor Onvoorzien, zien wij geen aanleiding om op basis van dit tekort maatregelen te treffen in de vorm van het regelen van extra formatie, dan wel het (gedeeltelijk) aanpassen van onze U&Hstrategie en onze keuzes hierin. Taakveld Uitvoering - Toezicht Voor het Taakveld Uitvoering -Specialisatie Toezicht hebben we volgens onze inschatting 1.014 uur (0,7 fte) benodigd om de U&H-taken volgens het Uitvoeringsprogramma 2025 uit te voeren. Ten opzichte van de beschikbare capaciteit van 840 uur (0,1 fte) betekent dit dat wij een tekort hebben ten opzichte van de benodigde capaciteit. Dit tekort doet zich voornamelijk voor bij het BOA-toezicht. Voor 2026 gaan we hiervoor incidenteel extra middelen vrijmaken voor 0,1 fte.

Daarnaast gaan we voor de lange termijn vanaf 2027 structureel meer BOA-capaciteit vragen. Taakveld Handhaving - Juridisch Voor het Taakveld Handhaving -Specialisatie Juridisch hebben we volgens onze inschatting 1.516 uur (1,1 fte) benodigd om de U&H-taken volgens het Uitvoeringsprogramma 2025 uit te voeren. Ten opzichte van de beschikbare capaciteit van 1.540 uur (1,1 fte) betekent dit dat wij inschatten dat wij met de beschikbare capaciteit onze U&H-strategie (jaarlijks) kunnen uitvoeren. Financiële Borging De financiële borging voor de inzet van de beschikbare capaciteit en de nodige middelen ligt vast in de gemeentelijke jaarlijkse begroting. De totale personeelsbegroting is daarin het product van de formatie maal het normbedrag per loonschaal.

7.4

Financiële middelen

De personeelslasten voor uitvoering en handhaving (excl. overhead) zijn € 289.000,-. De uitvoeringskosten van de VRU zijn € 421.000,- en de uitvoeringskosten van de ODU zijn € 455.000,-. Deze lasten/kosten zijn allemaal geborgd in onze begroting.

7.5

Kwaliteitscriteria 3.0

De kwaliteitscriteria 3.0 stellen eisen aan de medewerkers die de U&H-taken uitvoeren. Deze eisen richten zich op ervaring, deskundigheid en taakfrequentie en leggen een ondergrens voor het aantal medewerkers dat een bepaalde taak dient uit te voeren. Ook bepalen de kwaliteitscriteria 3.0 op welke wijze de gemeentelijke organisatie borgt dat de uitvoering van de U&H-taken structureel op een adequaat niveau plaatsvindt. De wet verplicht gemeenten om een verordening vast te stellen die de kwaliteit regelt van de door en in opdracht van de gemeente uit te voeren U&H-taken in het Omgevingsrecht. De gemeente Renswoude heeft daarin voorzien door de ‘Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Gemeente Renswoude 2025’ vast te stellen. De gemeente Renswoude dient in het kader van de invulling en uitvoering van de beleids- en uitvoeringscyclus jaarlijks te evalueren of en in hoeverre aan de geldende kwaliteitscriteria wordt voldaan. Deze zelfevaluatie gaan wij in 2026 uitvoeren.

48

7.6

Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden vastgelegd

In zijn algemeenheid geldt dat voor alle medewerkers van de gemeente Renswoude dat de taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het toepasselijke functiebeschrijving/aanstellingsbesluit van de betreffende medewerker. Alle toezichthouders zijn als zodanig aangewezen en aangesteld door het bevoegde bestuursorgaan (burgemeester en/of college van burgemeester en wethouders), al dan niet onder mandaat. Bij de aanwijzingsbesluiten is vastgelegd ten aanzien van welke regelgeving zij de toezichthoudende bevoegdheden hebben. Alle toezichthouders beschikken over een actueel legitimatiebewijs waarmee zij zich desgevraagd kunnen legitimeren. Functiescheiding vergunningverlening en handhaving Gemeente Renswoude heeft de uitvoering van haar U&H-taken georganiseerd binnen het team Ruimte. Binnen dit team zijn de vergunningen-, toezichts- en handhavingstaken op functieniveau gescheiden. Dit betekent in de uitvoeringspraktijk dat niet door één en dezelfde medewerker een vergunning wordt verleend, om daar vervolgens ook toezicht op te houden of een handhavingsprocedure te voeren indien nodig. Deze scheiding is ook bestuurlijk doorgevoerd binnen de organisaties die VTH-taken voor ons uitvoeren (de ODU en de VRU). Roulatiesysteem toezichthouders De gemeente Renswoude beschikt slechts over 1 toezichthouder voor de gehele gemeente Renswoude. Er is dus geen sprake van een roulatiesysteem.

In het geval de toezichthouder een handhavingscontrole moet uitvoeren op een vergunning die hij ook heeft gecontroleerd, wordt een tweede toezichthouder ingeschakeld. Dit kan een collega toezichthouder zijn van een buurgemeente, dan wel een extern ingehuurde toezichthouder. Bereikbaarheid en beschikbaarheid buiten kantooruren De gemeentelijke organisatie dient ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn voor de U&H-taken. Denk daarbij aan het melden van acute klachten en beschikbaar zijn voor het behandelen van incidenten. De ODU heeft een 24/7 consignatiedienst in werking voor het behandelen van klachten en incidenten voor het taakveld milieu. Ook voor ondersteuning bij crisis en rampen kan de gemeente Renswoude middels een consignatiedienst de ODU 24/7 inschakelen. Tevens beschikken wij over een calamiteitenregeling. Werkprocessen U&H Voor onze gemeente zijn de werkprocessen en procedures vastgelegd in het CLO. Alle medewerkers binnen het U&H-team werken met het CLO volgens deze vaste werkprocessen. Uitvoering conform werkprocessen Wij geven uitvoering aan onze U&H-taken conform onze werkprocessen. De werkprocessen voor U&H zijn als bijlage I opgenomen.

49

8. SAMENWERKINGSPARTNERS We hebben de U&H-strategie, dit bijlagenboek, de zelfevaluatierapportage 2025 en Uitvoeringsprogramma 2026 inhoudelijk afgestemd met onze onderstaande samenwerkingspartners. Dit hebben we gedaan door hen de concept documenten toe te sturen en hen om in inhoudelijke reactie te vragen. Daarbij hebben we hen de volgende inhoudelijke vragen gesteld. 1.) Kunnen jullie je vinden in de inhoud van de stukken? Zo niet, dan graag aangeven (met opmerkingen bij de betreffende passage). 2.) Kunnen jullie je vinden in de beschreven visie, omgevingsanalyse, prioriteiten en strategieën? Zo niet, dan graag aangeven (met opmerkingen bij de betreffende passage). 3.) Zien jullie knelpunten met jullie eigen beleid en (jaar-)plannen? Zo ja, graag aangeven waar je deze ziet? 4.) Is de (kern van de) beschrijving van onze samenwerkingsrelatie (Hoofdstuk 8) voldoende? Zo niet, dan graag aangeven welke opmerking/aanvulling je hierbij hebt. 5.) Hebben jullie behoefte aan een mondelinge toelichting/afstemming van de stukken? De reacties op de concept documenten en de antwoorden op de vragen hebben wij verwerkt in de definitieve versies die zijn vastgesteld. Op alle reacties en antwoorden is inhoudelijk ingegaan en die zijn weer gedeeld met de betreffende partners. Uiteindelijk delen wij de definitieve versies ook weer met hen.

De omgevingsdienst Utrecht (ODU) voert de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit namens de gemeente Renswoude. Zo adviseert de omgevingsdienst de gemeente bij vergunningverlening en meldingen op het gebied van milieuaspecten. Ook voert zij toezicht uit op de milieuaspecten. Ook voert zij de taken met betrekking tot sloopmeldingen uit.

De veiligheidsregio Utrecht (VrU) adviseert en ondersteunt de gemeente bij de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied van brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen, ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik en gezondheid. Ook voert de VRU op deze gebieden toezicht uit. Daarnaast ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten. VrU stemt de werkzaamheden met ons af middels het jaarlijkse beleidsplan. Gemeente Renswoude zit hierover ook aan tafel met onze VTH-contactpersoon bij de VRU.

De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de U&H-taken te coördineren. In de provincie Utrecht is al jaren een breed samengesteld PMO (Provinciaal Milieu Overleg) operationeel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de formele eisen uit de Omgevingswet. Naast de overheden (gemeenten, provincie, waterschappen, politie, Openbaar Ministerie), landelijke inspectiediensten (NVWA, RWS, Belastingdienst, SZW, ILT) en de Veiligheidsregio, neemt ook een aantal beherende instanties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Utrechts Landschap) en belangenorganisaties, zoals Utrechts Particulier Grondbezit deel aan het overleg. Daarnaast nemen ook de Omgevingsdienst Utrecht(ODU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) als adviseurs deel aan het overleg.

50

Met de gemeente Veenendaal hebben we een samenwerking op het gebied van de Openbare Orde & Veiligheid te weten met de inzet van een beleids- en een juridische medewerker Veiligheid, onder andere om ondermijnende activiteiten aan te pakken. Hiernaast maken wij gebruik van een Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Boa) voor het toezicht op OOV en de APV.

Het toezicht op de kinderopvang (kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en gastouderbureau) wordt door de GGD uitgevoerd in opdracht van de gemeente. De GGD voert inspecties uit en rapporteert hierover aan de gemeente. Indien uit het toezicht door de GGD blijkt dat er sprake is van 1 of meer tekortkomingen, wordt door de gemeente handhavend opgetreden. Ook adviseert de GGD over gezondheidsaspecten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en aanvragen omgevingsvergunningen.

Bij Mooisticht is de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) van de gemeente Renswoude ondergebracht. Deze commissie is belast met het beoordelen van initiatieven, bouwplannen en aanvragen die gaan over Rijksmonumenten en welstandsaspecten. De commissie adviseert bij relevante aanvragen om een omgevingsvergunning en bij ruimtelijke plannen. De commissie geeft haar oordeel in een advies, waarna gemeente Renswoude afweegt of een omgevingsvergunning al dan niet kan worden verleend. De samenwerking tussen het waterschap vallei en veluwe en de gemeente Renswoude heeft betrekking op vergunningverlening, toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. In incidentele gevallen wordt gezamenlijk opgetrokken. In dat kader vindt uitwisseling van gegevens plaats. In voorkomende gevallen vindt er signaaltoezicht of integraal toezicht plaats. Vanuit vergunningverlening (door het waterschap) wordt er daarnaast standaard een afschrift van de vergunning gestuurd aan de gemeente waarin de activiteit plaatsvindt. Ook treedt het waterschap met de gemeente in overleg wanneer zij aanvragen hebben waarbij het gemeentebelang wordt geraakt. Andersom geldt dat ook.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17108362/1