G2. Bijlageboek Uitvoering & Handhaving
Tekst van het document
BIJLAGENBOEK UITVOERING & HANDHAVING (Uitvoering en Handhaving, voorheen Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving VTH)
Samen zorgen voor een veilige, gezonde en leefbare fysieke leefomgeving in ons Renswoude!
INHOUDSOPGAVE Pagina 1. INLEIDING
2
2. MISSIE & VISIE
6
3. OMGEVINGSANALYSE & PRIORITEITEN
9
4. UITGANGSPUNTEN & DOELSTELLINGEN
19
5. NALEEFSTRATEGIE
31
6. MONITORING & EVALUATIE
42
7. U&H-ORGANISATIE
44
8. SAMENWERKINGSPARTNERS
49
BIJLAGEN I Werkprocessen U&H II Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) III Tabel Handhavingsacties en begunstigingstermijnen IV U&H-capaciteitsoverzicht (beschikbare vs. benodigde capaciteit)
1
1. INLEIDING 1.1
AANLEIDING
Dit Bijlagenboek U&H is een bundeling van alle bijlagen die horen bij de documenten die wij gebruiken bij het uitvoeren van de beleids- en uitvoeringscyclus, de zogenoemde ‘Big-8’ (zie figuur 1.) De documenten die wij in deze cyclus gebruiken zijn: - de U&H-strategie 2026; - het Uitvoeringsprogramma (jaarlijks); - de Evaluatierapportage (jaarlijks). De U&H-strategie geeft weer hoe wij samen met onze inwoners, ondernemers en onze samenwerkingspartners ervoor willen zorgen dat de fysieke leefomgeving in onze gemeente veilig, gezond, leefbaar en duurzaam blijft en waar mogelijk verbeterd wordt. De documenten gezamenlijk zijn bedoeld om transparant te zijn over wat wij bij het uitvoeren van onze U&Htaken als gemeente doen, waarom we dit doen, welke keuzes we hierbij maken en hoe we dit hebben georganiseerd. Wij willen hiermee bereiken dat het voor iedereen in onze gemeente helder en duidelijk is hoe wij invulling en uitvoering (willen) geven aan onze U&H-taken. Duidelijkheid en transparantie over de strategie en de uitvoering ervan draagt namelijk bij aan meer begrip en draagvlak bij diegenen die hiermee te maken krijgen.
Figuur 1. De Big-8 beleids- en uitvoeringscyclus
Dit bijlagenboek is gemaakt om ervoor te zorgen dat de belangrijkste U&H-documenten (U&H-strategie, -Uitvoeringsprogramma en Evaluatierapportage zo beeldend en bondig mogelijk kunnen blijven en om de leesbaarheid en praktische toepasbaarheid van deze documenten te vergroten.
2
In de U&H-strategie staan de hoofdlijnen en kernpunten beschreven. Het U&H-uitvoeringsprogramma vertaalt deze hoofdlijnen naar de uitvoeringspraktijk. De U&Hevaluatierapportage beschrijft de evaluatie van het U&H-uitvoeringsprogramma en de eventuele aanpassingen op basis van deze evaluatie voor de U&H-strategie en/of het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar. In de figuur hieronder (zie figuur 2) staat dit ‘instrumentarium’ aan documenten in verhouding tot elkaar weergegeven.
U&H-strategie
U&H-evaluatierapportage & -uitvoeringsprogramma
Beleid op hoofdlijnen (kernpunten)
Vertaling strategie naar uitvoeringspraktijk (verslaglegging en programmering)
Inleiding Missie & Visie Uitgangspunten en Doelstellingen Omgevingsanalyse & Prioriteiten Naleefstrategie U&H-organisatie Samenwerkingspartners
Inleiding Algemeen deel (verslag & programma) Activiteitenkaarten
Bijlagenboek U&H Uitwerking en toelichting U&H-strategie en U&H-evaluatierapportage/uitvoeringsprogramma
dit document Figuur 2. Het instrumentarium van documenten om invulling te geven aan de beleids- en uitvoeringscyclus.
3
In de U&H-strategie bundelen we de essenties van de beleidsdoelen van het landelijke, regionale en gemeentelijke beleid voor de fysieke leefomgeving. Vanuit deze beleidsdoelen én vanuit een uitgevoerde omgevingsanalyse (zie pagina 10) komen we tot concrete U&H-doelen die doorwerken in de feitelijke uitvoering van onze U&Htaken. De afbeelding hieronder (zie figuur 3) geeft de positie van de U&H-strategie ten opzichte van de wet- en regelgeving en andere beleids- en uitvoeringsdocumenten op de verschillende niveaus (strategisch, tactisch en uitvoerend) weer.
STRATEGISCH
TACTISCH
UITVOEREND
Wet- en regelgeving + strategische beleidsnota’s en -programma’s (o.a. Omgevingswet/Wkb, Collegeprogramma, Omgevingsvisie, Omgevingsplannen, Omgevingsprogramma’s
Uniforme U&H-strategie Milieutaken (regionaal + gemeentelijk)
U&H-Evaluatierapportage (Jaarverslag) + Uitvoeringsprogramma Milieutaken (regionaal + gemeentelijk)
U&H-strategie ‘Thuis’-taken (gemeentelijk)
Dit document
U&H- Evaluatierapportage (Jaarverslag) + Uitvoeringsprogramma ‘Thuis’- taken (gemeentelijk)
Figuur 3. De verhouding tussen de verschillende beleids- en uitvoeringsdocumenten op de verschillende niveaus (strategisch, tactisch en uitvoerend) tot elkaar.
1.2
WETTELIJK KADER
Over welke taken gaat dit U&H-beleid? Deze U&H-strategie heeft betrekking op de wettelijke U&H-taken die een relatie hebben met de (fysieke) leefomgeving. Het gaat kortweg om eigenlijk alle taken waaraan een Uitvoerings- (vergunningen en/of toezicht) en/of Handhavingscomponent vastzit. Voor de gedetailleerde uiteenzetting van het wettelijk kader verwijzen wij naar pagina 5. De U&H-taken die door de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) worden uitgevoerd vallen niet binnen het kader van deze strategie. Ons beleid voor de uitvoering van onze milieutaken is opgenomen in de vastgestelde regionale uniforme U&H-strategie 2026 voor de milieutaken. Met de VRU worden jaarlijks de prioriteiten besproken en deze worden vastgelegd in een door de VRU opgesteld jaarplan.
4
WETTELIJK KADER Niveau Landelijk/Rijk
Provinciaal Gemeentelijk
Wettelijke regeling Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Gemeentewet/Provinciewet Huisvestingswet Ministeriele Regeling Omgevingsrecht (MOR) Omgevingswet/Omgevingsbesluit/Omgevingsregeling Wet basisregistratie (BRP) Wet kwaliteitsborging (Wkb) Omgevingsvisie Provincie Utrecht Omgevingsverordening Provincie Utrecht Aanwijzingsbesluit alcoholvrij gebied Aanwijzingsbesluit kampeermiddelen e.a Aanwijzingsbesluit parkeren grote voertuigen Renswoude Algemene Plaatselijke Verordening Renswoude 2024 Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Renswoude 2022 Beleidsnotitie ‘Pré-mantelzorg gemeente Renswoude’ Beleidsregels Participatie Wijziging Omgevingsplan Beleidsregel toepassing Wet Bibob gemeente Renswoude 2022 Beleidsregels “Sluiting van voor het publiek toegankelijke gebouwen” Renswoude Beleidsregels voor het vaststellen van de bouwkosten Beleidsregels “Wet aanpak woonoverlast" Renswoude Besluit Aanwijzing toezichthouders Gemeente Renswoude Bevoegdhedenbesluit gemeente Renswoude 2025 Bevoegdhedenbesluit Omgevingswet Bouwverordening Brandbeveiligingsverordening Doelgroepenverordening Renswoude 2023.
Drank- en horecaverordening Renswoude 2013 Erfgoedverordening Renswoude 2018 Huisvestingsverordening 2025- 2029 Gemeente Renswoude Leidraad invordering Omgevingsplan gemeente Renswoude Participatie- en inspraakverordening Renswoude Regeling briefadres gemeente Renswoude 2023 Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Renswoude 2018. Vastgesteld Afwegingskader Functieveranderingsbeleid Regio’s Foodvalley en Amersfoort Verordening basisregistratie personen 2018 van de gemeente Renswoude Vaststelling beleidsnotitie externe veiligheid. Verordening gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit Verordening onafhankelijke commissie bezwaarschriften gemeente Renswoude Verordening op de heffing en invordering van leges 2026 Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Gemeente Renswoude 2025 Voorbereidingsbesluit provincie Utrecht 2023 - gemeente Renswoude Voorbeschermingsregels hyperscale datacentra Wegsleepregeling Renswoude 2015 Welstandsnota 2004 Winkelsluitingsverordening Woningsplitsing en kamergewijze verhuur - Beleidsregels afwijken bestemmingsplan
5
2. MISSIE & VISIE MISSIE Samen met onze inwoners, ondernemers en partners zorgen voor een veilige, gezonde en leefbare fysieke leefomgeving met behoud, dan wel verbetering, van de ruimtelijke kwaliteit, waarbij eenieder ook een eigen verantwoordelijkheid heeft en neemt en wij met een positieve benadering kijken naar kansen voor ontwikkelingen. Hier willen we voor zorgen door: - de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en kwaliteit binnen onze fysieke leefomgeving op niveau te houden, dan wel te verbeteren. Het uitvoeren van de U&H-taken draagt bij aan een schone, veilige, gezonde en duurzame (fysieke) leefomgeving in de gemeente Renswoude. De huidige kwaliteit van de leefomgeving en openbare ruimte blijft geborgd en wordt (waar mogelijk) verbeterd. Burgers en ondernemers krijgen binnen de wettelijke- en lokale kaders voldoende mogelijkheden activiteiten te ontplooien zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de leefomgeving. De openbare ruimte is op orde. Inwoners voelen zich er veilig en vertrouwd. - te sturen op (eigen) verantwoordelijkheid en betrokkenheid van onze inwoners/ondernemers, initiatiefnemers en samenwerkingspartners.
Een schone, veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving en openbare ruimte in de gemeente Renswoude is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokkenen, van onze burgers/ondernemers, van onze samenwerkingspartners en uiteraard ook van onszelf. Iedereen heeft hierin een rol en (een eigen) verantwoordelijkheid. Bij de uitvoering van onze U&H-taken stimuleren wij de (eigen) verantwoordelijkheid door risico-gestuurd te werken en door het vastleggen van onze handhavingsprioriteiten. Bij het realiseren van omgevingsinitiatieven worden belanghebbenden actief betrokken. - risicogericht te werken met een efficiënte inzet van mensen en middelen door onze uitvoering en handhaving in ieder geval te richten op die activiteiten die wij als Zeer Hoog en/of Hoog hebben geprioriteerd. Door voornamelijk in te zetten op die U&H-taken die een Zeer Hoge of Hoge prioriteit hebben, zorgen we ervoor dat we zo efficiënt en effectief mogelijk met onze beperkte U&H-capaciteit en -middelen omgaan. Dit betekent dat we bewuste keuzes (moeten) maken in welke U&H-taken we wel en welke U&H-taken we niet opnemen in ons uitvoeringsprogramma en ook wanneer. Het maken van deze keuzes brengt ook met zich mee dat we ook soms ‘Nee’ of ‘Niet nu (meteen)’ moeten zeggen als mensen een klacht/melding/verzoek om handhaving indienen.
- met onze uitvoeringsorganisatie te voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de U&H-taken, dan wel dat wij goed kunnen uitleggen waarom wij hieraan niet (hoeven te) voldoen. Wij geven invulling aan de kwaliteitseisen die opgenomen zijn in de landelijke ‘Kwaliteitscriteria U&H (huidige versie 3.0). Door deze kwaliteitscriteria na te streven behouden en waar mogelijk verbeteren we de goede uitvoering van de U&H-taken en streven we een professionele uitvoeringsorganisatie voor de uitvoering van de U&H-taken na. Voor zover we niet aan de kwaliteitseisen (kunnen) voldoen, leggen we hierover verantwoording af aan de raad. - met onze uitvoeringsorganisatie te werken volgens de kernwaardenvisie “Ik Bedoel Wij samen”.
6
VISIE Uitvoering (vergunningverlening en toezicht) en Handhaving zijn onze instrumenten om: - zo integraal, effectief en efficiënt mogelijk uitvoering geven aan onze U&H-taken. - initiatieven en ontwikkelingen mogelijk te maken, waarbij we denken in mogelijkheden, oplossingen en kansen. - eigen verantwoordelijkheid en naleefgedrag van inwoners en ondernemers te stimuleren. - de leefbaarheid in de fysieke leefomgeving te bewaken en te borgen door middel van gerichte inzet op overlastsituaties, hinder en veiligheidsrisico’s. - effectief en efficiënt te werken ter vermindering van de administratieve- en toezichtslasten. - rechtszekerheid en -gelijkheid te bewaken en borgen, waarbij we transparant zijn over ons gevoerde beleid. - een klant- en resultaatgerichte partner zijn. - een betrouwbare partner zijn.
In de U&H-strategie staat beschreven hoe wij aankijken tegen de uitvoering van onze U&H-taken. De strategie geeft weer wat onze Missie en Visie is en welke uitgangspunten wij hanteren bij de uitvoering van onze U&H-taken.
7
Optimale U&H-organisatie Het bepalen van een visie is één van de kernonderdelen die nodig is om te komen tot een optimale organisatie voor de uitvoering van de U&H-taken. De overige kernonderdelen zijn het beleid & uitvoeringsplan en de feitelijke uitvoering van U&H-taken. Het is voor het bereiken van een optimale U&H-organisatie van belang dat er een zo groot mogelijke overlap bestaat tussen 1.) Missie & Visie, 2.) de Strategie, het Uitvoeringsprogramma & de Evaluatie en 3) de feitelijke Uitvoeringspraktijk. Als één van de kernonderdelen onvoldoende is/wordt ingevuld blijft de U&H-organisatie onder de maat (zie figuur 4).
Optimale U&H organisatie
Missie & Visie
Strategie, Uitvoeringsprogramma & Evaluatie
Uitvoeringspraktijk
Figuur 4. Een optimale U&H-organisatie willen we bereiken door onze Visie, de U&H-strategie, het Uitvoeringsprogramma & Evaluatie en de Uitvoeringspraktijk met elkaar te laten overlappen.
8
3. OMGEVINGSANALYSE & PRIORITEITEN 3.1
OMGEVINGSANALYSE
De Omgevingsanalyse is een instrument dat we hebben toegepast om onze (toekomstige) ‘omgeving’ zo goed en volledig mogelijk in beeld te brengen, zodat we op basis hiervan onze beleidskeuzes en -richting kunnen bepalen. Met de (toekomstige) ‘omgeving’ bedoelen we de omgeving binnen onze gemeente in de meest brede zin, het gehele grondgebied (fysieke leefomgeving/openbare ruimte) met al haar kenmerken (gebouwen, bewoners/bedrijven/instellingen, natuur etc.) waarvan we (niet) weten of en in hoeverre hier sprake is van risico’s en/of risicovolle activiteiten en/of ontwikkelingen. De Omgevingsanalyse bestaat uit de uitgevoerde Gebieds- en Probleem- en Risicoanalyse. Bedrijfsterrein Groot Overeem
Dorpskern
* huisvesting arbeidsmigranten
* beschermd dorpsgezicht
* (illegale) bewoning van bedrijfswoningen
* strijdig gebruik
* parkeren
* huisvesting arbeidsmigranten
* ondermijnende activiteiten
* evenementen
(Agrarisch) Buitengebied Algemene ontwikkelingen 2026 e.v.
* permanente bewoning van recreatiewoningen * illegale bewoning van (agrarische) bedrijfswoningen
* Omgevingsvisie herzien (gebiedsvisies samenvoegen)
* huisvesting arbeidsmigranten
* Omgevingsplan en -programma
* strijdig gebruik t.o.v. agrarische bestemming
* Beleidsactualisatie (welstand, parkeren. APV, uitstallingen)
* illegale aanlegactiviteiten (inritten, paardenbakken etc.)
* Kwaliteitsverbetering uitvoeringsorganisatie
* illegale kap
* Duurzaamheid (E-transitie, RES e.d.)
* illegale sloop * opslag buiten het bouwvlak * ondermijnende activiteiten
Natuurgebied * illegale kap * storten van afval (drugsafval, sloopafval) * illegale evenementen * geluidsoverlast * lichthinder * ondermijnende activiteiten * illegale opslag
9
3.2
GEBIEDSANALYSE
De gemeente Renswoude ligt in de provincie Utrecht. De gemeente had op 1 januari 2020, 5448 inwoners en is in 2022 gestegen naar 5.651 inwoners1 en heeft een oppervlakte van 18,51 km². Daarvan is 0,12 km² water. De woningvoorraad op 1 januari 2022 bedroeg 2.186. De meeste werkgelegenheid is te vinden in Nijverheid en Energie, Handel en Horeca en als derde Zakelijke Dienstverlening. De gemeente Renswoude bestaat uit de kern Renswoude en het buitengebied. De gemeente Renswoude staat naast het dorp met diverse cultuurhistorische elementen zoals het kasteel en de Koepelkerk ook bekend om het buitengebied met de beken, de Grebbelinie, het schilderachtige Kampenlandschap, het Coulissenlandschap en de Emminkhuizerberg. In het DNA van Renswoude en haar bewoners zit een sterke saamhorigheid en nabuurschap. Er is een grote betrokkenheid bij de leefomgeving en bij de bewoners onderling. De menselijke maat is zowel op sociaal als ruimtelijk gebied kenmerkend. In de afbeeldingen op de vorige pagina hebben we de gemeente onderverdeeld in verschillende deelgebieden. Hierbij hebben we per deelgebied aangegeven welke onderwerpen (‘problemen’) daar het meest actueel voorkomen.
We onderscheiden de volgende deelgebieden: - Dorpskern - Bedrijfsterrein Groot Overeem - (Agrarisch) Buitengebied - Natuurgebied Hiernaast hebben we nog een aantal lokale/organisatorische ontwikkelingen benoemd die in de komende beleidsperiode aandacht vragen van onze U&H-organisatie.
3.3
RISICOANALYSE
In een ambtelijke workshop met de inhoudelijke vakspecialisten hebben we de risicoanalyse vanuit het vorige beleid geactualiseerd. In eerste instantie hebben alle gescoorde activiteiten opnieuw bekeken. Vervolgens hebben we bepaald of en in hoeverre de genoemde activiteiten nog steeds van toepassing zijn, of deze volledig waren en of de weging die destijds was gemaakt nog actueel was. Dit heeft geleid tot een nieuwe complete lijst met activiteiten, waarbij de activiteiten opnieuw zijn gewogen ten opzichte van de vorige keer. Voor zover er geen aanpassing is gedaan, dan wel er geen aanpassing nodig was, is de risicoanalyse van 2023 in stand gebleven. Hierna hebben we de risicoanalyse bestuurlijk afgestemd met de betrokken portefeuillehouders. Om inzicht te krijgen in het risico als wij onze U&H-taken op deze activiteiten niet uitvoeren, is er aan de hand van zes landelijke criteria gekeken naar (de impact van) de mogelijke negatieve effecten. Wij hebben hierbij de volgende negatieve effecten onderscheiden: Fysieke veiligheid: Fysiek letsel (doden/gewonden) dat direct ontstaat & eventuele schade aan de gezondheid van de mens. Sociale kwaliteit: De invloed op de kwaliteit van het sociaal maatschappelijk leven, in het bijzonder wat betreft het gevoel van veiligheid; Financieel/economisch: Schade voor (door) de gemeente (te vergoeden) als gevolg van de calamiteit.
Ruimtelijke Kwaliteit & Cultuurhistorie: Verlies van of schade aan natuur en landschap. Impact op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en (cultureel) erfgoed. Volksgezondheid: Impact op de (volks-)gezondheid; (Bestuurlijk) Imago/Algemeen bestuurlijk belang: Imagoschade van een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie. Ontstaan van een afbreuk aan de geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en de integriteit van het gemeentebestuur.
10
Aan de hand van de weging is per activiteit de ‘Risicoscore’ bepaald. Deze risicoscore geeft per activiteit aan of het negatieve effect Zeer groot (score 5), Groot (score 4), Gemiddeld (score 3) Klein (score 2) of Zeer klein (score 1) is, waarbij het negatieve effect Veiligheid & Gezondheid 2x zwaarder meeweegt dan de andere negatieve effecten. Vervolgens is afgewogen wat de kans (score 1 t/m 5 waarbij 1 een zeer kleine kans en 5 een zeer grote kans is) zou zijn op een overtreding op het moment dat wij onze U&H-taken niet zouden uitvoeren. De eindscore is het gemiddelde van de scores voor de negatieve effecten X de kansscore. De eindscore heeft uiteindelijk geleid tot de bepaalde prioriteit van Zeer Hoog, Hoog, Gemiddeld, Laag of Zeer Laag. Figuur 5. Hieronder staan de resultaten/uitkomsten van de risicoanalyse
ACTUALISATIE PRIORITEITEN Thema/Categorie/Subcategorie APV/OPENBARE RUIMTE/OOV en overige wet en regelgeving
Huidige prioriteit Nieuwe prioriteit Opmerking/Toelichting
APV - Evenementen Meldingsplichtige evenementen (kennisgeving) Categorie A regulier (vergunning) Categorie B (vergunning)
Laag Middel
Zeer laag Laag Middel
Categorie C (vergunning)
Hoog
Hoog
Brandveiligheid
Hoog
Hoog
Constructieve veiligheid bij (grote) evenementen
Hoog
Hoog
Laag
Laag
Laag Middel Laag
Laag Middel Laag
Middel
Middel
Laag
Laag
praktijk leert kleine kans op overtreding ervaringen met het verloop van de Cevenementen zijn goed in de huidge praktijk. Aanwezigheid BOA helpt hierbij. Geen aanleiding voor wijziging in Zeer Hoge prioriteit.
Alcoholwet & APV-Horeca, Winkels & Markten Exploiteren horeca- of slijtersbedrijf (commercieel) Exploiteren paracommerciële horeca Leeftijdsgrens alcoholverstrekking Sluitingstijden horeca (geluidshinder) Kansspelactiviteiten (aanwezigheid kansspelautomaat, illegale bingo's) Terrasvergunning Openingstijden winkels Standplaatsvergunning
Beschrijving aangepast
Laag Laag
Zeer Laag
negatieve effecten worden lager ingeschat en kans is kleiner geworden
11
ACTUALISATIE PRIORITEITEN Thema/Categorie/Subcategorie APV - Openbare Ruimte Voorwerpen op of aan de weg (2.10 APV) Parkeercontroles en gebruiksregime Parkeren vrachtwagens Maken/veranderen uitweg Verkeersgevaarlijke situaties (o.a. obstakels, overhangend groen,zichtbelemmeringen) Hondenoverlast (loslopende honden, hondenpoep)
Middel Middel Middel
Middel Middel Middel Middel
Middel
Middel
Hoog
Middel
Geluidshinder
Laag
Laag
Stookontheffing (stoken zonder ontheffing)
Middel
Laag
Laag
Laag
Laag
Laag
Hoog
Middel
Middel
Middel Middel
Hoog
Hoog
Reclame-uitingen/sandwichborden (2.10 lid 1.1.) Collectevergunning Onrechtmatig in gebruik genomen gemeentegrond (vrijhouden brandgangen) Dumpen afvalstoffen, zwerfafval Onderhoud begraafplaatsen Toezicht en handhaving Natuurterreinen Gem. Renswoude APV - Openbare Orde & Veiligheid Ondermijnende activiteiten
negatieve effecten worden lager ingeschat dan de vorige keer kans is kleiner geworden, is afgelopen jaren opgepakt.
kans is kleiner geworden, is afgelopen jaren opgepakt.
APV overlap afstemmen Martijn
Hoog
12
ACTUALISATIE PRIORITEITEN Thema/Categorie/Subcategorie BOUWEN - zonder of in afwijking melding/(tijdelijke) omgevingsvergunning Bestaande Bouw Publieksfunctie cat. 1 Publieksfunctie cat. 2 Publieksfunctie cat. 3 Wonen cat. 1 Wonen cat. 2 Wonen cat. 3 Industriefunctie/kantoorfunctie cat. 1 Industriefunctie/kantoorfunctie cat. 2 Industriefunctie/kantoorfunctie cat. 3 Bouwwerk geen gebouw zijnde - eenvoudig Bouwwerk geen gebouw zijnde - complex Tijdelijke bouwwerken Nieuwbouw/Verbouw Gevolgklasse 1 - niet prioritaire gebruiksfunctie Gevolgklasse 1 - prioritaire gebruiksfunctie Gevolgklasse 2 - niet prioritaire gebruiksfunctie Gevolgklasse 2 - prioritaire gebruiksfunctie Gevolgklasse 3 - niet prioritaire gebruiksfunctie Gevolgklasse 3 - prioritaire gebruiksfunctie Installaties (airco's, warmtepomp etc.) Bouwen met impact op de omgevingsveiligheid Handhaving Wkb-meldingen
Laag Middel Hoog Laag Middel Hoog Laag Middel Hoog Laag Middel Middel Laag Laag Laag Middel Hoog Hoog Middel Hoog Middel
SLOPEN Slopen zonder of in afwijking van melding met asbest zonder asbest
Hoog Laag
Hoog Laag
13
ACTUALISATIE PRIORITEITEN Thema/Categorie/Subcategorie GEBRUIK (IN STRIJD MET OMGEVINGSPLAN EN/OF OMGEVINGSVERGUNNING)
GEBRUIK - WONEN
per situatie
prioriteit wordt per geval bepaald afhankelijk van verschillende factoren (negatieve effecten met extra weging op veiligheid en gezondheid, maar ook factoren als locatie, persoonlijke situatie/menswaardigheid (vanuit bewoner(s), omgevingplan, wel of geen overlast, wel of geen bouwactiviteiten, wel of geen woningsplitsing.
GEBRUIK - BOUWACTIVITEITEN Bouwactiviteiten kwalificatie ernstig Bouwactiviteiten kwalificatie niet ernstig
Hoog Laag
GEBRUIK - BEDRIJFSACTIVITEITEN Bedrijfsactiviteiten (anders dan beroep aan huis) op woonbestemmingen Buitenopslag op percelen in het buitengebied buiten het bestemmingsvlak Gebruik van agrarische grond als tuingrond
Hoog
Hoog
Hoog
Hoog
Laag
Laag
GEBRUIK - AANLEGACTIVITEITEN (Uitvoeren van werken niet zijnde bouwwerken) Dempen en/of graven van sloten in natuurgebied en/of aardkundig waardevol gebied
Hoog
Hoog
Dempen en/of graven van sloten elders
Laag
Laag
Uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 30 cm en/of aanbrengen van verhardingen Aanleggen boomgaard Aanleggen paardenbak
Laag
Laag
Hoog Middel
Middel Middel
Archeologieverstoring
Hoog
Middel
kans is kleiner geworden kans en negatieve effecten worden lager ingeschat
14
ACTUALISATIE PRIORITEITEN Thema/Categorie/Subcategorie GEBRUIK - KAPPEN Kappen van bomen/houtopstanden in het landelijk gebied
Laag
Middel
kans en negatieve effecten worden hoger ingeschat
Kappen van bomen/houtopstanden in de kernen
Laag
Middel
kans en negatieve effecten worden hoger ingeschat
Hoog
Hoog
Middel
Hoog
GEBRUIK - ERFGOED Wijzigingen van een monument (rijks- en gemeentelijk) & beschermd dorpsgezicht GEBRUIK - OVERIG Niet naleven van voorwaardelijke verplichting (o.a. landschappelijke inpassingen/beplantingsplannen)
kans en negatieve effecten worden hoger ingeschat
HUISVESTING Wet goed verhuurderschap Opkoopbescherming
Laag Laag
Woningsplitsing-/omzettingsvergunning
Hoog
ook in combinatie met GEBRUIK-WONEN beoordelen
Adresfraude
Hoog
ook in combinatie met GEBRUIK-WONEN beoordelen
15
3.4
PRIORITEITEN
Als onderdeel van de omgevingsanalyse hebben we met een probleem- en risicoanalyse onze prioriteiten bepaald. Met deze prioriteiten kunnen we uiteindelijk onze mensen en middelen inzetten op die activiteiten waarvoor deze kennis en kunde het meest nodig is en op die activiteiten die de meeste risico’s met zich meebrengen (risicogericht werken). Concreet betekent dit dat wij bij het programmeren van onze capaciteit in eerste instantie de activiteiten met een zeer hoge of hoge prioriteit programmeren. Activiteiten met een gemiddelde tot en met een zeer lage prioriteit programmeren we niet. Dit betekent niet dat wij de laatstgenoemde activiteiten in het geheel niet uitvoeren. De activiteiten met een gemiddelde tot zeer lage prioriteit pakken we alleen op als deze aan de hand van meldingen/aanvragen naar voren komen.
LANDELIJKE PRIORITEITEN - Asbest* - Bodem (besluit Bodemkwaliteit)* - Brandveiligheid opslag gevaarlijke stoffen* - Risicovolle inrichtingen* - Constructieve veiligheid - Brandveiligheid BWT* - Handhaving omgevingsplan
BOUWEN en SLOPEN - Bestaande bouw: Publieksfunctie categorie 3 - Bestaande bouw: Woonfunctie categorie 3 - Bestaande bouw: Industrie-/Kantoorfunctie categorie 3 - Nieuw-/verbouw: Gevolgklasse 3 niet-prioritaire & prioritaire gebruiksfunctie - Slopen met asbest* * U&H-taken (deels) ondergebracht bij de OdU
* U&H-taken (deels) ondergebracht bij de OdU en/of de VRU
PROVINCIALE (MILIEU-)PRIORITEITEN* - Gezonde leefomgeving - Bodem en Water - Duurzaamheid - Toekomstbestendig natuur - Milieucriminaliteit
HOGE PRIORITEIT
APV & BIJZONDERE WETTEN - C- evenementen (vergunning, brand-/constructieve veiligheid) - Ondermijning - Natuurterreinen
* belangrijkste thema’s vanuit de provinciale U&H-strategie voor de milieutaken
GEBRUIK - Woonsituaties - Bouwactiviteiten (ernstig) in afwijking van omgevingsplan - Bedrijfsactiviteiten (anders dan beroep aan huis) op woonbestemmingen - Buitenopslag op percelen in het buitengebied buiten het bestemmingsvlak - Dempen en/of graven van sloten in natuurgebied en/of aardkundig waardevol gebied - Wijzigingen van een monument (rijks- en gemeentelijk) & beschermd dorpsgezicht - Niet naleven van voorwaardelijke verplichting (o.a. landschappelijke inpassingen/beplantingsplannen)
HUISVESTING - Woningsplitsing-/omzettingsvergunning (mede i.r.t. Gebruik – Wonen) - Adresfraude (mede i.r.t. Gebruik – Wonen)
16
GEBRUIK - Aanleggen boomgaard - Aanleggen paardenbak - Archeologieverstoring - Kappen van bomen/houtopstanden in het landelijk gebied - Kappen van bomen/houtopstanden in de kernen
BOUWEN en SLOPEN - Bestaande bouw: Publieksfunctie cat. 2 - Bestaande bouw: Wonen cat. 2 - Bestaande bouw: Industriefunctie/kantoorfunctie cat. 2 - Bestaande bouw: Bouwwerk geen gebouw zijnde - complex - Bestaande bouw: Tijdelijke bouwwerken - Nieuw-/verbouw: Gevolgklasse 2 - prioritaire gebruiksfunctie - Nieuw-/verbouw: Handhaving Wkb-meldingen
GEMIDDELDE PRIORITEIT
APV & BIJZONDERE WETTEN - Categorie B (vergunning) - Leeftijdsgrens alcoholverstrekking - Kansspelactiviteiten (aanwezigheid kansspelautomaat, illegale bingo's) - Voorwerpen op of aan de weg (2.10 APV) - Parkeercontroles en gebruiksregime - Parkeren vrachtwagens - Maken/veranderen uitweg - Verkeersgevaarlijke situaties (o.a. obstakels, overhangend groen, zichtbelemmeringen) - Hondenoverlast (loslopende honden, hondenpoep) - Onrechtmatig in gebruik genomen gemeentegrond (vrijhouden brandgangen) - Dumpen afvalstoffen, zwerfafval - Onderhoud begraafplaatsen
17
GEBRUIK - Gebruik van agrarische grond als tuingrond - Dempen en/of graven van sloten elders - Uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 30 cm en/of aanbrengen van verhardingen
LAGE PRIORITEIT
BOUWEN en SLOPEN - Bestaande bouw: Publieksfunctie cat. 1 - Bestaande bouw: Wonen cat. 1 - Bestaande bouw: Industriefunctie/kantoorfunctie cat. 1 - Bestaande bouw: Bouwwerk geen gebouw zijnde - eenvoudig - Nieuwbouw: Gevolgklasse 1 - niet prioritaire gebruiksfunctie - Nieuwbouw: Gevolgklasse 1 - prioritaire gebruiksfunctie - Nieuwbouw: Gevolgklasse 2 - niet prioritaire gebruiksfunctie - Slopen zonder asbest
ZEER LAGE PRIORITEIT
HUISVESTING - Wet goed verhuurderschap - Opkoopbescherming
APV & BIJZONDERE WETTEN - Categorie A regulier (vergunning) - Exploiteren horeca- of slijtersbedrijf (commercieel) - Exploiteren paracommerciële horeca - Sluitingstijden horeca (geluidshinder) - Terrasvergunning - Openingstijden winkels - Geluidshinder - Stookontheffing (stoken zonder ontheffing) - Reclame-uitingen/sandwichborden (2.10 lid 1.1.) - Collectevergunning
APV & BIJZONDERE WETTEN - Meldingsplichtige evenementen (kennisgeving) - Standplaatsvergunning
18
4. UITGANGSPUNTEN & DOELEN
ALGEMENE UITGANGSPUNTEN - We werken risicogericht en op basis van prioriteiten. - We passen regels, procedures en processen consequent toe. - We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op een gelijke wijze. - Bij overtreding van de wettelijke voorschriften mogen burgers en bedrijven verwachten en er op vertrouwen dat wij handhavend optreden. - We werken aan een zo professioneel mogelijke uitvoeringsorganisatie die zoveel als mogelijk voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen. - Uitvoering & Handhaving en naleving van wet- en regelgeving zien wij als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
UITGANGSPUNTEN VERGUNNINGVERLENING - We beoordelen initiatieven vanuit mogelijkheden, kansen en oplossingen.
UITGANGSPUNTEN TOEZICHT - De wijze en diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s van de betreffende activiteit(en). (risicogericht toezicht)
- De diepgang van de beoordeling (toetsing) van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de activiteit. (risicogerichte toetsing)
- Het toezicht voeren we ‘slim’ uit om de toezichtlast zoveel mogelijk te beperken. Dat wil zeggen: Doelmatig, Efficiënt en Effectief.
- We handelen aanvragen zo snel als mogelijk af en in ieder geval binnen de wettelijke beslistermijnen.
- Klachten/meldingen/verzoeken worden op basis van de prioriteitenstelling opgepakt.
- We stimuleren participatie om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren voor initiatieven.
- Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar voor veiligheid en gezondheid wordt direct opgetreden.
UITGANGSPUNTEN HANDHAVING - Het handhavingstraject beginnen we altijd met een goed gesprek, waarbij we overtreders wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. - Handhavingszaken worden op basis van de prioriteitenstelling opgepakt. - Tegen overtredingen met acuut gevaar voor veiligheid en gezondheid wordt direct opgetreden. - Correct ingediende handhavingsverzoeken worden altijd afgehandeld. - Wij passen de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toe als richtlijn voor de handhaving van onze eigen U&H-strategie.
19
ALGEMENE UITGANGSPUNTEN * We werken risicogericht en op basis van prioriteiten. Onze Omgevingsanalyse en de daarop gebaseerde prioriteiten zijn het uitgangspunt voor de uitvoering van onze U&H-taken. Hiermee bereiken we dat de inzet van onze capaciteit en onze middelen zo effectief en efficiënt mogelijk plaatsvindt op die activiteiten die ook het meest risicovol zijn, zonder afbreuk te hoeven doen aan de kwaliteit en professionaliteit van onze uitvoeringspraktijk. * We passen regels, procedures en processen consequent toe. Regels, procedures en processtappen moeten duidelijk en goed uitlegbaar zijn. Ze worden in gelijke gevallen op een gelijke manier toegepast en worden in de uitvoeringsorganisatie consequent toegepast. We hanteren daarom zoveel als mogelijk vaste procedures en processtappen bij het behandelen van aanvragen, meldingen etc. en passen deze ook consequent toe, tenzij maatwerk in het betreffende geval wenselijker is. * We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op een gelijke wijze. Het consequent behandelen van gelijke gevallen op gelijke wijze draagt bij aan draagvlak voor de wijze waarop we onze U&H-taken uitvoeren. Daarnaast biedt het duidelijkheid, rust en geeft het houvast voor iedereen die hiermee te maken krijgt. * Bij overtreding van de wettelijke voorschriften mogen burgers en bedrijven verwachten en er op vertrouwen dat wij handhavend optreden.
We gaan en blijven altijd zo lang mogelijk in gesprek met betrokkenen in het geval er sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift. Bij deze gesprekken kijken we naar mogelijkheden, oplossingsrichtingen en geven we zoveel duidelijkheid over de regels die van toepassing zijn. We hechten waarde aan het persoonlijk contact en houden altijd de menselijke maat in het oog. We passen maatwerk toe waar dat acceptabel en mogelijk is. Op het moment dat de gesprekken geen uitkomst bieden voor het oplossen van de overtreding, mogen burgers en bedrijven erop vertrouwen dat we handhavend optreden. * We werken aan een zo professioneel mogelijke uitvoeringsorganisatie die zoveel als mogelijk voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen We proberen onze uitvoeringsorganisatie te blijven ontwikkelen en dusdanig verder te professionaliseren zodat we voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de U&H-taken. Hiertoe voeren we jaarlijks de zelfevaluatie uit. Voor zover we niet aan de kwaliteitscriteria voldoen kunnen we onderbouwen en uitleggen waarom we hieraan niet voldoen.
* Uitvoering & Handhaving en naleving van wet- en regelgeving zien wij als een gezamenlijke verantwoordelijkheid Wij beschouwen de uitvoering van onze U&H-taken, als ook de verantwoordelijkheid voor het naleven van wet- en regelgeving, als een verantwoordelijkheid van onze burgers, bedrijven en wij als uitvoeringsorganisatie gezamenlijk. Dit betekent dat burgers en bedrijven van ons mogen verwachten dat wij onze U&H-taken zo goed mogelijk uitvoeren en dat wij toezicht uitvoeren en handhavend optreden om de naleving van wet- en regelgeving te bevorderen. Aan de andere kant verwachten wij van onze burgers en bedrijven dat zij hierin ook hun verantwoordelijkheid nemen, zoals het naleven van wet- en regelgeving, het meewerken aan verzoeken van onze zijde, het (tijdig) verstrekken van de (juiste) informatie, elkaar aanspreken op eigen verantwoordelijkheid, bijdragen aan participatie etc.
20
UITGANGSPUNTEN VERGUNNINGVERLENING * We beoordelen initiatieven vanuit mogelijkheden, kansen en oplossingen (Ja-mits benadering). We hebben een positieve grondhouding ten opzichte van initiatieven. Initiatieven worden beoordeeld op kansen en mogelijkheden. De beoordeling gaat uit van de ‘Ja, mits’-benadering in plaats van ‘Nee, tenzij..’. * De diepgang van de beoordeling (toetsing) van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de activiteit. (risicogerichte toetsing) Aanvragen (activiteiten) met hoge risico’s worden intensiever getoetst dan aanvragen (activiteiten) waar minder risico’s zijn. (Zie ook Vergunningenstrategie) * We handelen aanvragen zo snel als mogelijk af en in ieder geval binnen de wettelijke beslistermijnen. Verlenging van de beslistermijn komt slechts bij uitzondering of in bijzondere gevallen voor. * We stimuleren participatie om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren voor initiatieven. Bij de behandeling en beoordeling van initiatieven kijken we naar de mogelijkheden om participatie toe te passen. Hiervoor hebben we beleid ontwikkeld.
UITGANGSPUNTEN TOEZICHT * De wijze en diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s van de betreffende activiteit(en). (risicogericht toezicht) Bij activiteiten (waaronder typen gebouwen of bedrijven) met hoge risico’s wordt intensiever toezicht gehouden dan activiteiten waar minder risico’s zijn. (Zie ook Toezichtstrategie) * Het toezicht voeren we ‘slim’ uit om de toezichtlast zoveel mogelijk te beperken. Dat wil zeggen: Integraal, Doelmatig, Efficiënt en Effectief. We voeren het toezicht zoveel als mogelijk integraal uit en gebruiken zoveel mogelijk beschikbare informatie (data) voor het uitvoeren van het toezicht. * Klachten/meldingen/verzoeken worden op basis van de prioriteitenstelling opgepakt. Voortaan bepaalt de toezichthouder bij het in behandeling nemen van de klacht/melding de aard en de ernst van de gemelde activiteit. Op basis van de prioriteit van de bepaalde activiteit(en) volgens de U&H-strategie bepaalt de toezichthouder het vervolg en deelt dit met de klager/melder. * Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar voor veiligheid en gezondheid wordt direct opgetreden. Dit betekent dat er in het geval van acuut gevaar een hele korte of geen begunstigingstermijn wordt gesteld aan overtreder om de overtreding te beëindigen.
UITGANGSPUNTEN HANDHAVING * Het handhavingstraject beginnen we altijd met een goed gesprek, waarbij we overtreders wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Er is altijd een reden/oorzaak te noemen voor een overtreding of waarom iemand de regels overtreedt. Bij het beoordelen van de (aanpak van een) overtreding/overtreder gaan we allereerst in gesprek met de overtreder. We vragen dan door om de achterliggende reden/oorzaak te vinden, we leggen de regels uit en wijzen overtreders op hun eigen verantwoordelijkheid. * Handhavingszaken worden op basis van de prioriteitenstelling afgehandeld. Bij de afhandeling van (lopende) handhavingszaken houden we rekening met de prioritering van de betreffende activiteit(en). * Tegen overtredingen met acuut gevaar voor veiligheid en gezondheid wordt direct opgetreden. Dit betekent dat er in het geval van acuut gevaar een hele korte of geen begunstigingstermijn wordt gesteld aan overtreder om de overtreding te beëindigen. * Wij passen de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toe als richtlijn voor de handhaving van onze eigen U&H-strategie. De LHSO is een landelijk toegepast afwegingsinstrument dat de gemeente kan gebruiken om na bevinding (constatering van een overtreding) tot interventie (wijze/mate van handhavend optreden) over te gaan.
21
DOELSTELLINGEN Vergunningverlening gericht op het reguleren van activiteiten
Toezicht gericht op het controleren van activiteiten
Handhaving gericht op het optreden tegen overtredingen
Toetsen/beoordelen 1. Jaarlijks stellen we vast of minimaal in 80% van de gevallen onze verleende omgevingsvergunning voldoet aan de inhoudelijke en juridische kwaliteit (4-ogenprincipe).
Toezicht 1. Jaarlijks stellen wij vast dat wij minimaal 90% van alle vergunningen/meldingen met de juiste diepgang hebben gecontroleerd op basis van de toezichtniveaus uit de toezichtstrategie.
Klachten 1. Jaarlijks stellen we vast of wij minimaal 90% van alle klachten/verzoeken afhandelen op basis van vastgestelde prioriteiten.
2. Jaarlijks stellen we vast of wij minimaal 80% van alle aanvragen hebben getoetst aan de juiste toetsingskaders en met de juiste diepgang op basis van de toetsniveaus uit de vergunningenstrategie.
2. Aan het einde van de beleidsperiode (4 jaar) hebben we alle illegale woonsituaties geïnventariseerd en gecontroleerd op minimaal de aspecten van brand en constructieve veiligheid en gezond- en leefbaarheid.
3. Jaarlijks stellen we vast of ten minste 90% van de aanvragen binnen de beslistermijn wordt afgehandeld.
3. Aan het einde van de beleidsperiode (4 jaar) hebben we alle illegale gebruiksactiviteiten met een (zeer) hoge prioriteit geïnventariseerd en gecontroleerd.
(Verzoeken om) Handhaving 2. Jaarlijks stellen we vast of wij, in het geval van geconstateerde overtredingen in relatie tot de subdoelen 2. t/m 5 van Toezicht, in deze gevallen handhavend optreden volgens onze sanctiestrategie. Besluitvorming 3. Jaarlijks stellen wij vast of in minimaal 90% van de gevallen de handhavingsbeschikking voldoet aan de inhoudelijke en juridische kwaliteit (‘4-ogen-principe’).
4. Jaarlijks stellen we vast of we alle Cevenementen volledig hebben gecontroleerd op de brand- en constructieve veiligheidsaspecten. 5. Jaarlijks stellen we vast dat we alle gemelde/bekende ondermijnende activiteiten (integraal) hebben gecontroleerd.
22
Vergunningverlening gericht op het reguleren van activiteiten Toetsen/beoordelen 1. Jaarlijks stellen we vast of minimaal in 80% van de gevallen onze verleende omgevingsvergunning met een (zeer) hoge prioriteit voldoet aan de inhoudelijke en juridische kwaliteit (4-ogen-principe) 2. Jaarlijks stellen we vast of wij minimaal 80% van alle aanvragen hebben getoetst aan de juiste toetsingskaders en met de juiste diepgang op basis van de toetsniveaus uit de vergunningenstrategie. 3. Jaarlijks stellen we vast of ten minste 90% van de aanvragen binnen de beslistermijn wordt afgehandeld. V1. Jaarlijks stellen we vast of minimaal in 80% van de gevallen onze verleende omgevingsvergunning voldoet aan de inhoudelijke en juridische kwaliteit (4-ogenprincipe). Wij stellen dit doel omdat we de kwaliteit van onze verleende omgevingsvergunningen, zowel inhoudelijk, als juridisch hoog in het vaandel hebben staan. Dit betekent dat we iedere omgevingsvergunning voordat hierover wordt besloten zowel inhoudelijk, als juridische onderwerpen aan een kwalitatieve beoordeling (4-ogen principe). Werkzaamheden Concreet betekent dit dat er een inhoudelijke beoordeling van de concept vergunning wordt uitgevoerd door de collega vergunningverlener en er een juridische beoordeling plaatsvindt door de jurist.
Deze stellen bij de beoordeling vast of de aanvraag aan de juiste toetsingskaders vanuit de vergunningenstrategie is beoordeeld, of deze met de juiste diepgang (vergunningenstrategie) is getoetst, of deze volledig is getoetst aan alle criteria en of deze is getoetst aan de juiste wet- en regelgeving. Om vast te kunnen stellen of we dit (op een juiste manier) doen, gaan we dit monitoren. Monitoringsindicatoren aantal aanvragen omgevingsvergunningen per jaar, aantal uitgevoerde inhoudelijke en juridische toetsingen per jaar, aantal correct uitgevoerde toetsingen per jaar. Randvoorwaarden Dit brengt met zich mee dat we het proces in het CLO hierop moeten inrichten. Ook moeten we zorgen dat we beschikken over een goede inhoudelijke en juridische basis voor de omgevingsvergunning. En uiteraard is het nodig dat we het CLO dusdanig inrichten dat we de monitoringsindicatoren regelmatig kunnen opvragen en evalueren. Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 243 uur (0,17 fte) aan capaciteit van vergunningverlening benodigd hebben. (Zie bijlage IV) V2. Jaarlijks stellen we vast of wij minimaal 80% van alle aanvragen hebben getoetst aan de juiste toetsingskaders en met de juiste diepgang op basis van de toetsniveaus uit de vergunningenstrategie. Wij stellen dit doel omdat we het belangrijk vinden om risicogericht (willen) werken.
Dit betekent dat we op basis van de risico’s die de activiteiten van de aanvraag met zich meebrengen bepalen we met welke diepgang wij de aanvraag toetsen.
23
Werkzaamheden Dit betekent dat de vergunningverlener bij iedere aanvraag omgevingsvergunning eerst bepaalt voor welke activiteiten de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Vervolgens bepaalt de vergunningverlener op basis hiervan op welk toetsniveau (volgens de vergunningenstrategie) de aanvraag moet worden getoetst door te kijken welke prioriteit de aangevraagde activiteit(en) heeft/hebben. Hierna gaat de vergunningverlener de aanvraag (laten) toetsen met de juiste diepgang. Tenslotte bepalen we aan de hand van het 4-ogen-principe (zie ook doelstelling V1.) of dit daadwerkelijk is gebeurd. Om vast te kunnen stellen of we dit (op een juiste manier) doen, gaan we dit monitoren. Monitoringsindicatoren aantal aanvragen omgevingsvergunningen per jaar, aantal uitgevoerde toetsingen per jaar, aantal correct uitgevoerde toetsingen per jaar. Randvoorwaarden Dit brengt met zich mee dat we het proces in het CLO dusdanig moeten inrichten, dat de vergunningverlener de beoordeling kan doen en de toetsing kan (laten) uitvoeren met de juiste diepgang. Ook moeten we zorgen dat we beschikken over een goede inhoudelijke en juridische basis voor de omgevingsvergunning. En uiteraard is het nodig dat we het CLO dusdanig inrichten dat we de monitoringsindicatoren regelmatig kunnen opvragen en evalueren.
Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 324 uur (0,23 fte) aan capaciteit van vergunningverlening benodigd hebben. (Zie bijlage IV) V3. Jaarlijks stellen we vast of ten minste 90% van de aanvragen binnen de beslistermijn wordt afgehandeld. Wij stellen dit doel omdat we het belangrijk vinden om aan de wettelijke beslistermijnen te voldoen. Daarnaast vinden we het belangrijk om in het kader van (de kwaliteit van) onze dienstverlening dat aanvragers ervan uit kunnen gaan dat zij binnen de termijn een besluit tegemoet kunnen zien. Werkzaamheden Dit betekent dat van iedere aanvraag omgevingsvergunning de datum van indiening wordt vastgelegd. Vervolgens bepaalt de vergunningverlener of in hoeverre de aanvraag volledig is en welke procedure op de aanvraag van toepassing is. Dit wordt vastgelegd in het CLO. Op basis van de laatstgenoemde beoordeling bepaalt de vergunningverlener vervolgens de (wettelijke) beslistermijn. Om vast te kunnen stellen of we dit (op een juiste manier) doen, gaan we dit monitoren. De termijnen worden daarvoor vastgelegd in het CLO. Monitoringsindicatoren aantal aanvragen omgevingsvergunningen per jaar, datum van (volledige) indiening, datum van besluit, aantal verlengingen van de beslistermijn.
Randvoorwaarden Dit brengt met zich mee dat we in het CLO bij het invoeren van een aanvraag goed moeten kunnen vastleggen op welke datum de aanvraag (volledig) is ingediend en op welke datum het besluit is genomen. Vervolgens kunnen we op basis hiervan bepalen of we de wettelijke beslistermijn hebben gehaald. Ook is het belangrijk om vast te leggen hoe vaak we de beslistermijn verlengen en wat de aanleiding/reden is geweest voor deze verlenging. Op basis hiervan kunnen we dan bepalen of en wat we in ons proces zouden kunnen verbeteren. Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 324 uur (0,23 fte) aan capaciteit van vergunningverlening benodigd hebben. (Zie bijlage IV)
24
Toezicht gericht op het controleren van activiteiten Toezicht 1. Jaarlijks stellen wij vast dat wij minimaal 90% van alle vergunningen/meldingen met de juiste diepgang hebben gecontroleerd op basis van de toezichtniveaus uit de toezichtstrategie. 2. Aan het einde van de beleidsperiode (4 jaar) hebben we alle illegale woonsituaties geïnventariseerd en gecontroleerd op minimaal de aspecten van brand en constructieve veiligheid en gezond- en leefbaarheid. 3. Aan het einde van de beleidsperiode (4 jaar) hebben we alle illegale gebruiksactiviteiten met een (zeer) hoge prioriteit geïnventariseerd en gecontroleerd. 4. Jaarlijks stellen we vast of we alle C-evenementen volledig hebben gecontroleerd op de brand- en constructieve veiligheidsaspecten. 5. Jaarlijks stellen we vast dat we alle gemelde/bekende ondermijnende activiteiten (integraal) hebben gecontroleerd. T1. Jaarlijks stellen wij vast dat wij minimaal 90% van alle vergunningen/meldingen met de juiste diepgang hebben gecontroleerd op basis van de toezichtniveaus uit de toezichtstrategie. Wij stellen dit doel omdat we het belangrijk vinden om risicogericht (willen) werken. Dit betekent dat we op basis van de risico’s die de activiteiten van de verleende omgevingsvergunning/melding met zich meebrengen bepalen we met welke diepgang wij op de verleende omgevingsvergunning/melding toezicht houden.
Werkzaamheden Dit betekent dat de toezichthouder bij iedere omgevingsvergunning eerst bepaalt voor welke activiteit(en) de omgevingsvergunning is verleend. Vervolgens bepaalt de toezichthouder op basis hiervan op welk toezichtniveau (volgens de toezichtstrategie) de vergunning/melding moet worden gecontroleerd door te kijken welke prioriteit de activiteit(en) heeft/hebben. Dit legt hij bij de voorbereiding van zijn controle vast in het controlerapport. Hierna gaat de toezichthouder de vergunning/melding controleren met de juiste diepgang. Dit wordt ook vastgelegd in het controlerapport. Tenslotte wordt achteraf bepaald of dit daadwerkelijk (op een goede manier) is gebeurd. Dit wordt beoordeeld door de jurist. Om vast te kunnen stellen of we dit (op een juiste manier) doen, gaan we dit monitoren. Monitoringsindicatoren aantal verleende omgevingsvergunningen/meldingen per jaar, aantal uitgevoerde controles op vergunningen/meldingen per jaar, aantal correct uitgevoerde (juiste diepgang) controles per jaar. Randvoorwaarden Dit brengt met zich mee dat we het proces in het CLO dusdanig moeten inrichten, dat de vergunningverlener de beoordeling kan doen en de toetsing kan (laten) uitvoeren met de juiste diepgang. Ook moeten we zorgen dat we beschikken over een goede inhoudelijke en juridische basis voor de omgevingsvergunning.
En uiteraard is het nodig dat we het CLO dusdanig inrichten dat we de monitoringsindicatoren regelmatig kunnen opvragen en evalueren. Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 74 uur (0,05 fte) aan capaciteit van toezicht benodigd hebben. (Zie bijlage IV)
25
T2. Aan het einde van de beleidsperiode (4 jaar) hebben we alle illegale woonsituaties geïnventariseerd en gecontroleerd op minimaal de aspecten van brand en constructieve veiligheid en gezond- en leefbaarheid. Wij stellen dit doel omdat we het belangrijk vinden om bekend te zijn met alle (illegale) woonsituaties in onze gemeente. Gezien de spanningen op de huidige woningmarkt, zowel landelijk, als in onze eigen gemeente (woningentekort, huisvesting arbeidsmigranten, bewoning van recreatiewoningen e.d.) willen wij voor al onze inwoners weten/bepalen of en in welke mate hier sprake van is en of zij op een veilige (brand- en constructieve veiligheid) en gezonde (gezondheid en leefbaarheid) wijze gehuisvest zijn. Werkzaamheden Dit betekent dat wij de komende 4 jaar een inventarisatie gaan maken van de (illegale) woonsituaties in onze gemeente. Dit gaan we op een programmatische/projectmatige wijze doen. De opzet wordt dat de toezichthouder (administratieve) controles uit op verschillende (verdachte) locaties. Hij put hierbij onder andere uit informatie vanuit het BRP, de huidige handhavingslijst en klachten/meldingen van de afgelopen jaren. Vervolgens is het plan om de huisvestingsituatie per geval aan de hand van fysieke controles in kaart te brengen. Deze controles zijn voornamelijk gericht op de hoge prioriteiten (brand- en constructieve veiligheid, gezondheid e.d.).
Er wordt uiteraard ook gekeken naar de ruimtelijke/planologische situatie per locatie, maar bijvoorbeeld ook naar de sociaal-/maatschappelijke situatie van de bewoner(s). Afhankelijk van de totale uitkomst van dit onderzoek wordt vervolgens bepaald of en in hoeverre en met welke prioriteit de juridische handhaving al dan niet wordt ingezet. Op basis van de inventarisatie wordt uiteindelijk bepaald op welke wijze we met de geïnventariseerde huisvestingssituaties omgaan, hoe we deze gaan aanpakken en denken op te lossen. Monitoringsindicatoren aantal uitgevoerde (administratieve) controles per jaar, aantal ‘verdachte’ inschrijvingen in het BRP, aantal klachten/meldingen/verzoeken met betrekking tot illegale bewoning, aantal lopende en nieuwe handhavingszaken met betrekking tot illegale bewoning. Randvoorwaarden Dit betekent dat we ons registratie systeem dusdanig moeten inrichten dat klachten/meldingen/verzoek met betrekking tot (illegale) woonsituaties snel en op een correcte manier bij de toezichthouder terecht komen. Ook kunnen we de huidige handhavingslijst langslopen om de bepalen of er op dit moment handhavingszaken spelen met betrekking tot (illegale) woonsituaties. Ook dienen we afstemming te organiseren met het registratiesysteem van het BRP. Hieruit moeten we bestaande ‘verdachte’ woonsituaties kunnen opvragen.
Daarnaast dienen nieuwe verdachte situaties direct gemeld/doorgegeven te worden aan de toezichthouder. Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 216 uur (0,15 fte) aan capaciteit van toezicht benodigd hebben. (Zie bijlage IV) T3. Aan het einde van de beleidsperiode (4 jaar) hebben we alle illegale gebruiksactiviteiten met een (zeer) hoge prioriteit geïnventariseerd en gecontroleerd. Wij stellen dit doel omdat we het belangrijk vinden om alle hoog geprioriteerde (illegale) gebruikssituaties in onze gemeente in kaart te hebben en als het kan deze op te lossen (legaliseren of handhaven). Mede ook gezien de landelijke prioriteit die gegeven wordt aan het handhaven van het omgevingsplan. In ons geval gaat dit concreet om de volgende gebruikssituaties: - Bedrijfsactiviteiten (anders dan beroep aan huis) op woonbestemmingen - Buitenopslag op percelen in het buitengebied buiten het bestemmingsvlak - Dempen en/of graven van sloten in natuurgebied en/of aardkundig waardevol gebied - Wijzigingen van een monument (rijks- en gemeentelijk) & beschermd dorpsgezicht - Niet naleven van voorwaardelijke verplichting (o.a. landschappelijke inpassingen/beplantingsplannen) Werkzaamheden Dit betekent dat wij de komende 4 jaar per onderwerp een inventarisatie gaan maken van de (illegale) gebruikssituaties in onze gemeente.
Dit gaan we op een programmatische/projectmatige wijze doen. Hiertoe voert de toezichthouder (administratieve) controles uit op verschillende (verdachte) locaties.
26
De gebruikssituatie wordt per geval aan de hand van administratieve (bijv. gebruik luchtfoto’s, vergunningenonderzoek etc.) en/of fysieke controles in kaart gebracht. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek wordt bepaald of en in hoeverre de juridische handhaving wordt ingezet en op welke wijze (bijv. projectmatige aanpak). Monitoringsindicatoren aantal uitgevoerde (administratieve) controles per jaar, aantal klachten/meldingen/verzoeken met betrekking tot illegaal gebruik in relatie tot de genoemde onderwerpen, aantal lopende en nieuwe handhavingszaken met betrekking tot illegaal gebruik in relatie tot de genoemde onderwerpen. Randvoorwaarden Dit betekent dat we ons registratie systeem dusdanig moeten inrichten dat klachten/meldingen/verzoek met betrekking tot deze (illegale) gebruikssituaties in relatie tot de genoemde onderwerpen snel en op een correcte manier bij de toezichthouder terecht komen. Ook kunnen we de huidige handhavingslijst langslopen om de bepalen of er op dit moment handhavingszaken spelen met betrekking tot illegaal gebruik in relatie tot de genoemde onderwerpen. Daarnaast dienen nieuwe verdachte situaties direct gemeld/doorgegeven te worden aan de toezichthouder. We moeten het proces in het CLO dusdanig inrichten dat we dit meteen goed kunnen registreren en doorzetten.
Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 228 uur (0,16 fte) aan capaciteit van toezicht benodigd hebben. (Zie bijlage IV) T4. Jaarlijks stellen we vast of we alle C-evenementen volledig hebben gecontroleerd op de brand- en constructieve veiligheidsaspecten. Wij stellen dit doel omdat we de brand- en/of constructieve veiligheidsaspecten van C-evenementen volledig in beeld en juist beoordeeld willen hebben. Bij de Cevenementen vind we het van groot belang dat deze evenementen veilig plaats kunnen vinden. Daarnaast willen wij ook graag ter plekke vaststellen of en in hoeverre de aanvrager de voorschriften met betrekking tot brand- en/of constructieve veiligheid heeft opgevolgd, nog voordat het evenement plaatsvindt. Wij willen er ook feitelijk van uit kunnen gaan dat voordat een evenement plaatsvindt de brandveiligheid en/of constructieve veiligheid goed beoordeeld en geborgd is. Werkzaamheden Dit betekent dat wij jaarlijks alle C-evenementen met brand- en constructieve veiligheidsaspecten van tevoren schouwen/controleren. Hiertoe voert de toezichthouder (administratieve) voorafgaand en/of tijdens het evenement controles uit, al dan niet samen met een toezichthouder van de VrU/ODU.
Monitoringsindicatoren aantal aanvragen C-evenementenvergunningen met constructieve- en/of – brandveiligheidsaspecten per jaar, aantal afgegeven brandveiligheidsadviezen op toetsniveau 4, aantal afgegeven constructieve adviezen op toetsniveau 4, aantal controles (schouw) vooraf aan evenement. Randvoorwaarden Dit brengt met zich mee dat we in het CLO bij het verlenen van een aanvraag voor een C-evenement moeten kunnen vastleggen op welk toezichtniveau volgens de Toezichtstrategie moet worden gecontroleerd. Het is dus zaak dat de toezichthouder in eerste instantie weet wat toezichtniveau 4 inhoudt. Ook is het zaak dat hij bekend wordt gemaakt met de voorschriften die ten aanzien van de brand- en/of constructieve veiligheid zijn vastgelegd, zodat hij deze volledig kan controleren. Dit betekent ook dat de toezichthouder(s) er rekening mee moeten houden dat zij voor het kunnen uitvoeren van deze controles beschikbaar zijn. Het goed inplannen van de controle is dan ook belangrijk. Ook de afstemming over de verleende C-evenementenvergunningen en de uit te voeren controles hierop met de VrU is van belang. Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 12 uur (0,01 fte) aan capaciteit van toezicht benodigd hebben. (Zie bijlage IV)
27
T5. Jaarlijks stellen we vast dat we alle gemelde/bekende ondermijnende activiteiten (integraal) hebben gecontroleerd. Wij stellen dit doel omdat we ondermijnende activiteiten zo goed en volledig mogelijk in beeld willen hebben en willen aanpakken. Wij willen (het gevoel van) veiligheid borgen voor onze inwoners en ondernemers. Werkzaamheden Dit betekent dat wij jaarlijks alle ‘verdachte’ klachten/meldingen/verzoeken en situaties willen controleren en in het geval van overtredingen hiertegen gaan optreden. Dit doen we risicogericht en/of programmatisch/projectmatig volgens onze toezichtstrategie. Hiertoe voert de toezichthouder (administratieve) controles uit, al dan niet op integrale wijze met de relevante partners. Ook nemen wij jaarlijks deel aan ondermijningsacties die lokaal/regionaal worden georganiseerd. Monitoringsindicatoren aantal klachten/meldingen/verzoeken met betrekking tot ondermijnende activiteiten per jaar, aantal controles, aantal ondermijningsacties, aantal geconstateerde overtredingen. Randvoorwaarden Dit brengt met zich mee dat we in het CLO klachten/meldingen/verzoeken goed moeten kunnen registreren en dat het proces zodanig is ingericht dat de toezichthouder de klachten/meldingen/verzoeken direct in zijn werkvoorraad krijgt, zodat hij deze kan behandelen met toepassing van de Toezichtstrategie.
Ook is het van belang dat de toezichthouder korte lijntjes heeft met de bestuurder (burgemeester) en eventuele samenwerkingspartners, zoals bijvoorbeeld de VrU, ODU en de Politie. Extra aandacht is nodig voor een goede voorbereiding, uitvoering en vastlegging van de controles. Benodigde capaciteit Jaarlijks schatten wij in dat wij hiervoor 24 uur (0,02 fte) aan capaciteit van toezicht benodigd hebben. (Zie bijlage IV)
28
Handhaving gericht op het optreden tegen overtredingen Klachten 1. Jaarlijks stellen we vast of wij minimaal 90% van alle klachten/verzoeken afhandelen op basis van vastgestelde prioriteiten. (Verzoeken om) Handhaving 2. Jaarlijks stellen we vast of wij, in het geval van geconstateerde overtredingen in relatie tot de subdoelen 2. t/m 5 van Toezicht, in deze gevallen handhavend optreden volgens onze sanctiestrategie. Besluitvorming 3. Jaarlijks stellen wij vast of in minimaal 90% van de gevallen de handhavingsbeschikking voldoet aan de inhoudelijke en juridische kwaliteit (‘4-ogen-principe’).
H1. Jaarlijks stellen we vast of wij minimaal 90% van alle klachten/verzoeken afhandelen op basis van vastgestelde prioriteiten. Wij stellen dit doel omdat we het belangrijk vinden om risicogericht (willen) werken. Dit betekent dat we op basis van de risico’s die de activiteiten van de betreffende klachten/verzoeken met zich meebrengen bepalen hoe we de klacht/het verzoek afhandelen conform de toezicht- en sanctiestrategie. Werkzaamheden Dit betekent dat de toezichthouder en/of de handhavingsjurist bij iedere klacht/verzoek eerst bepaalt over welke activiteit(en) de klacht/het verzoek gaat. Vervolgens bepaalt de toezichthouder en/of de jurist op basis hiervan welke prioriteit aan de betreffende aan de betreffende activiteit(en) is toegekend. Hierna bepaalt de toezichthouder en/of de jurist op basis van de toezicht- en sanctiestrategie hoe de betreffende klacht/verzoek wordt afgehandeld. Tenslotte bepalen/controleren we jaarlijks of dit daadwerkelijk is gebeurd. Om vast te kunnen stellen of we dit (op een juiste manier) doen, gaan we dit monitoren. Monitoringsindicatoren aantal klachten/verzoeken per jaar, aantal uitgevoerde beoordelingen klachten/verzoeken per jaar, aantal correct uitgevoerde (juiste prioriteit en juiste afhandeling) controles naar aanleiding van klachten/verzoeken per jaar.