CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

ETFAL Tijdelijke woningen aan de Kerkstraat maart 2026

Gemeenteraad 12 mei 2026, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake het realiseren van 30 tijdelijke woningen voor een periode van 15 jaar aan de Kerkstraat16.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Gemeente Renswoude

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Project:

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Opdrachtgever:

Gemeente Renswoude.

Opgesteld door:

VANDERMARKADVIES

Datum:

6 maart 2026

Status:

3e concept ETFAL

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

INHOUD 1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel Ligging plangebied Vigerende planologische regeling Leeswijzer

3 3 4 6

2 3 4

Beschrijving huidige situatie Gewenste nieuwe situatie Beleid

7 9 18

4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

18 21 24

5

Omgevingsaspecten

32

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Bodem Archeologie en cultuurhistorie Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode Milieuzonering Geurhinder veehouderijen Geluidhinder Natuur Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Omgevingsveiligheid Water Duurzaamheid en natuurinclusiviteit

32 36 36 38 40 43 45 49 53 53 56 59

6

Uitvoerbaarheid

60

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

60 60

7

Conclusie

63

EXTERNE BIJLAGEN: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13: Bijlage 14:

SO Bouwplan 30 woningen HODES Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodemonderzoek Verkennend waterbodemonderzoek Verkennend archeologisch veld- en booronderzoek Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode Onderzoek geurhinder veehouderijen Beoordeling NNN Quick scan Flora en fauna Memo stikstofdepositie inclusief AERIUS-berekeningen Memo tijdelijke ontsluiting woningen Kerkstraat Watertoets (Weging van het waterbelang) Participatie Visie Tussen de Beken ZZW april 2024 Participatie van aanwonenden juni 2025 Verslag bewonersavond 2 december 2025

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel De gemeente is van plan in het gebied ten zuiden van de huidige kern 30 (tijdelijke) woningen te realiseren aan de Kerkstraat. Deze locatie ligt binnen de begrenzing van ‘Binnen de Beken-Zuid Zuidwest’. In de Omgevingsvisie Renswoude (2018-2030) is dit gebied aangewezen voor de toekomstige uitbreiding van het dorp. De directe aanleiding hiervoor is de sloop en herontwikkeling van een voormalige school in het dorp, waar nu Oekraïense vluchtelingen zijn gehuisvest, ten behoeve van geclusterd wonen voor ouderen. Er is daarom behoefte aan een alternatieve locatie voor de huisvesting van deze mensen. Gekozen is voor het realiseren van (tijdelijke) woningen in het gebied Binnen de Beken-Zuid Zuidwest. Door hier 30 woningen te bouwen ontstaat naast huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen ook woonruimte voor starters uit Renswoude en andere bijzondere doelgroepen. De gewenste nieuwbouw van deze woningen past niet in het vigerende bestemmingsplan (thans van rechtswege omgevingsplan) Buitengebied 2010, zoals vastgesteld door de raad op 5 oktober 2010. De gewenste locatie is ook nog niet opgenomen in het Provinciaal Programma Wonen en Werken van de provincie Utrecht. Daarom is woningbouw hier in principe niet toegestaan. De provincie kan onder voorwaarden een uitzondering maken voor de bouw van flexwoningen.

Om te kunnen afwijken van het vigerende bestemmingsplan is het nodig een BOPA (Buitenplanse Omgevings Plan Activiteit) procedure te volgen. Hiervoor dient aangetoond te worden dat hier sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan deze locatie (ook wel ETFAL genoemd). In de voorliggende onderbouwing zal aangetoond worden waarom het verantwoord is om 30 (tijdelijke) woningen te realiseren in het gebied, grenzend aan de bebouwde kom van Renswoude.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied is gelegen ten zuiden van de bebouwde kom van Renswoude. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied globaal aangegeven.

Globale ligging plangebied (binnen de rode cirkel). Bron: Google Earth 3

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat Om beter zicht te krijgen op het plangebied zoomen we verder in:

Ligging plangebied (binnen de rode lijn), Bron: Google Earth

Het plangebied is gelegen binnen de rode lijn. Hierbij dient met nadruk opgemerkt te worden, dat het NIET de bedoeling is om het gehele plangebied te benutten ten behoeve van bebouwing. Minder dan de helft van de oppervlakte is nodig voor de bouw van 30-(tijdelijke) woningen. De rest zal benut worden voor de realisatie van groen en water. Binnen het geel omlijnde gebied zal een tijdelijke ontsluiting gerealiseerd worden alsmede de parkeervoorzieningen ten behoeve van de 30 (tijdelijke) woningen.

1.3

Vigerende planologische regeling Voor de gronden, waarop de 30 (tijdelijke) woningen zijn geprojecteerd geldt op dit moment het bestemmingsplan (thans van rechtswege Omgevingsplan) Buitengebied 2010, zoals vastgesteld op 5 oktober 2010. Op een uitsnede van de plankaart, behorende bij dit bestemmingsplan is het plangebied ingetekend:

Uitsnede plankaart behorende bij bestemmingsplan Buitengebied 2010. Het plangebied alsmede het bijbehorende gebied waarbinnen de tijdelijke ontsluiting en het parkeren zal plaatsvinden is rood omlijnd. 4

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Op de afbeelding is te zien, dat nagenoeg het gehele plangebied aangewezen is voor 1 functie: ‘Agrarisch’. Op basis van deze ‘bestemming’ zijn de gronden aangewezen voor: a. b. c. d. e.

grondgebonden agrarische bedrijven; het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig systeem; het behoud, herstel en de ontwikkeling van de landschapsstructuur; alsmede voor: aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen en paden, tuinen, erven, groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.

Een heel klein gedeelte van het plangebied, gelegen nabij de Catharina Mossellaan, is bestemd voor ‘Verkeer’. Deze gronden mogen gebruikt worden voor wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden, alsmede voor bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen- waaronder bermen en beplanting-, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, kunstwerken en geluidwerende voorzieningen, waterlopen, waterpartijen en oeververbindingen (bruggen). Daarnaast is een deel van het plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ (de ‘plusjes’ op de plankaart), danwel ‘Waarde – Archeologie 3’.

In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: • Waarde – Archeologie 2: over een oppervlakte van 100 m² of meer: o het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,4 m onder peil; o het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,4 m onder peil; o het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,4 m onder peil; o het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; o het ophogen en egaliseren van gronden. • Waarde – Archeologie 3: over een oppervlakte van 1000 m² of meer: o het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,5 m onder peil; o het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,5 m onder peil; o het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,5 m onder peil; o het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; o het ophogen en egaliseren van gronden. Tenslotte maakt het plangebied deel uit van de gronden, die zijn voorzien van de aanduiding ‘reconstructiewetzone- verwevingsgebied’.

5

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat Op basis van de regels, behorende bij het vigerende bestemmingsplan kunnen B&W ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' ontheffing verlenen voor kleinschalige nevenactiviteiten in bestaande agrarische bedrijfsgebouwen binnen een bouwvlak, voor een aantal niet-agrarische bedrijfs- en andere activiteiten en uitsluitend als ondergeschikte nevenactiviteit. Omdat er in het plangebied geen agrarische bouwvlakken aanwezig zijn is deze regeling NIET van toepassing voor het plangebied. Omdat de geplande bouw van een 30-tal (tijdelijke) woningen niet gerealiseerd kan worden binnen de op de plankaart aangegeven gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ is de voorgenomen bouw strijdig met het vigerende bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de nieuwe situatie beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 is de gewenste ontwikkeling getoetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en de communicatie. In hoofdstuk 7 is de conclusie opgenomen.

6

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

2

Beschrijving huidige situatie Het plangebied is gelegen ten zuiden van de bebouwde kom van Renswoude.

Ligging plangebied voor woningbouw (rood omlijnd) en locatie voor tijdelijke ontsluiting en parkeervoorzieningen (geel omlijnd) (Bron: Breur, Ecologie en Onderzoek

Door bureau Breur is de volgende beschrijving gegeven van het plangebied: Het plangebied betreft een maisakker aan de zuidelijke rand van de bebouwde kom van Renswoude. Het terrein wordt grotendeels omzoomd door een bomensingel. Aan de noordzijde bestaat deze bomensingel overwegend uit elzen en essen met een ondergroei van hazelaar en braam. Aan de zuidzijde bevinden zich enkele grote wilgen (zuidwest zijde) elzen en eiken (zuidoostzijde). Bij de zuidelijke bomensingel bestaat de ondergroei uit bramen en uit heesters. Rondom de akker loopt een smalle ondiepe greppel waar geen permanent water is staat. Permanent open water is niet aanwezig in het plangebied. Het plangebied wordt nu ontsloten vanaf de zuidzijde door middel van de Kerkstraat. Ten noorden van het plangebied zijn enkele verspreid liggende woningen aanwezig, alsmede een aantal schuren. De foto’s hieronder geven een indruk van het plangebied. Deze foto’s zijn afkomstig uit het onderzoeksrapport van bureau Breur:

Zicht op het plangebied vanuit het westen 7

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Zicht vanuit het oosten op het plangebied

Zicht op het plangebied vanuit het zuidwesten. Rechts is de Kerkstraat te zien, terwijl links op de achtergrond de bebouwing te zien is ten noorden van het plangebied.

Op basis van de foto’s is goed te zien, dat het plangebied op dit moment onbebouwd is. Ten noorden van het plangebied (zijde bebouwde kom) is verspreide bebouwing aanwezig. Deze bebouwing wordt ontsloten vanaf een (deels onverharde) weg langs de noordzijde van het plangebied. Verder is er in het plangebied zelf geen opgaande beplanting aanwezig. De randen van het plangebied worden omzoomd door boomsingels.

8

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

3

Gewenste nieuwe situatie Door Bureau Nieuwe Gracht is een voorstel gemaakt voor de situering van een 30-tal (tijdelijke) woningen:

Voorstel situering 30 tijdelijke woningen (Bron: Nieuwe Gracht)

In het voorstel wordt uitgegaan van een drietal bouwblokken, die gesitueerd zijn in de westelijke hoek van het plangebied:

Situering 3 bouwblokken (Bron: Nieuwe Gracht) 9

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat Bouwblok B bestaat uit 3 bouwlagen, terwijl de beide andere bouwblokken (A en C) bestaan uit 2 bouwlagen. Alle bouwblokken zijn opgebouwd uit geprefabriceerde modules, die per dieplader aangevoerd worden en ter plaatse gemonteerd worden. Dit biedt de mogelijkheid om de woningen na verloop van tijd ook weer te demonteren. Bouwblok A biedt ruimte aan 5 grondgebonden woningen. De Bouwblokken B en C bieden ruimte aan respectievelijk 15 en 10 appartementen. In totaal omvat het plan dus 30 wooneenheden. Het terrein wordt aan de noord-westzijde op één punt ontsloten. Deze ontsluitingsweg is uitsluitend bedoeld voor de hulpdiensten en voor verhuiswagens. Omdat voorzien zal worden in een parkeervoorziening op het terrein ten noordwesten van het plangebied hoeft er in het plangebied zelf geen parkeervoorzieningen opgenomen te worden. Hierdoor ontstaat ruimte voor een aantrekkelijke landschappelijke inrichting van de onbebouwde ruimte in het plangebied. Op de afbeelding is een voorbeeld opgenomen van de mogelijke inrichting van het onbebouwde terrein. Dit voorstel moet nog verder uitgewerkt worden, maar uitgangspunt blijft dat er tussen de bestaande woonpercelen aan de noordzijde van het plangebied en de nieuwe woningen in het plangebied voorzien wordt in een natuurlijke overgang.

Vanaf het parkeerterrein zal voorzien worden in een looproute naar het plangebied. Dit is in onderstaande afbeelding aangegeven:

Looproute vanaf het parkeerterrein naar het plangebied (Bron: Nieuwe Gracht) 10

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Bij de opzet van de verkaveling wordt de ontmoeting tussen de bewoners gefaciliteerd door een uitgekiende wijze van ontsluiten en een aantal ontmoetingsplekken in het groene binnengebied: • De voordeuren van de grondgebonden woningen zijn georiënteerd op de ontsluitingsroute aan de westzijde, terwijl de buitenruimtes grenzen aan de gemeenschappelijke tuin, wat bijdraagt aan de sociale cohesie. • De hoofdontsluiting van de appartementen loopt door het gemeenschappelijke gebied en komt uit tussen beide appartementengebouwen. Hier bevinden zich de ontsluitingstrappen naar de galerijen alsmede de fietsenstallingen. Op deze manier wordt ontmoeting zoveel mogelijk gestimuleerd. De drie ‘losse’ volumes van twee en drie lagen spreken een herkenbare eigen beeldtaal. Elk volume is verder onderverdeeld in een kleinere, menselijke schaal door het gebruik van drie verschillende houtkleuren en het aanbrengen van plastiek in de gevels via kaders. De architectuur is eenvoudig van opzet, maar rijk in uitwerking door zorgvuldig gekozen gevelopeningen en verfijnde detaillering van kozijnen, kaders en diep liggende raampartijen. Door deze aandacht voor materialisering en detaillering wordt vooruitgelopen op de inpassing van deze woningen in het definitieve plan voor woningbouw op deze locatie.

Zo ontstaat een prettige woonomgeving aan de rand van Renswoude, met toekomstbestendige woningen waarin ontmoeting centraal staat. Het geheel vormt op deze manier een prettig woonklimaat. Er zijn door HODES voorstellen gedaan in het kader van de natuurinclusiviteit. Daar wordt in paragraaf 5.12 nader op ingegaan. HODES heeft ook een aantal impressies gemaakt van de mogelijke toekomstige situatie. Een deel ervan is hieronder opgenomen. Voor de overige impressies wordt verwezen naar de externe Bijlage 1. Daarbij dient aangetekend te worden, dat het hier gaat om impressies. De exacte vormgeving zal nog nader uitgewerkt worden en kan op onderdelen afwijken van deze impressies.

11

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Vogelvlucht vanuit westelijke richting

Impressie op ooghoogte vanuit het binnenterrein op Blok A en Blok B

12

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Impressie op ooghoogte van het binnenterrein met vlnr: Blok C, Blok B en Blok A

Impressie op ooghoogte van het binnenterrein met links Blok B en rechts Blok A

13

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Blok A: grondgebonden woningen in 2 bouwlagen

Blok A/ Plattegrond begane grond

Blok A, Plattegrond 1e verdieping

14

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Blok B. Appartementen in 3 bouwlagen

Blok B. Plattegrond begane grond

Blok B Plattegrond 1e verdieping en 2e verdieping

15

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Blok C. Appartementen in 2 bouwlagen

Blok C. Plattegrond begane grond

Blok C. Plattegrond 1e verdieping

16

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Impressies van de gevels:

Blok A

Blok B

Blok C 17

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

4

Beleid

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Omgevingswet De Omgevingswet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: • Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit voor inwoners; • Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

4.1.2

Besluit kwaliteit leefomgeving Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bal) bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Deze komen voort uit de beleidsdoelen van de Omgevingswet. Met zo’n instructieregel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels: 1. Regels die in acht moeten worden genomen; 2. Regels waar rekening mee moet worden gehouden; 3. Regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. Hoofdstuk 5 van het Bal bevat onder meer regels ten aanzien van onderzoeksinspanningen die voor specifieke voorgenomen activiteiten verricht dienen te worden. De betreffende onderzoeken worden in hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke motivering aan de orde gesteld.

4.1.3

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) - Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen.

18

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Het onderhavige initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 4.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 5.129g van het Bkl schrijft voor dat, voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden dient te worden met: • De behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling; • Als de voorgenomen stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van een stedelijk gebied, aangetoond is dat er geen mogelijkheden zijn voor realisatie van de voorgenomen stedelijke ontwikkeling binnen dat stedelijk gebied of stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van dat stedelijk gebied. In artikel 5.129g van het Bkl wordt onder lid 1 het relevante begrip 'stedelijke ontwikkeling' en 'bestaand stedelijk gebied' gedefinieerd: Stedelijke ontwikkeling: uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Van belang is de vraag of het plan voorziet in een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling': Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat bij woningbouw de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt op 12 woningen.

Aangezien er bij de beoogde ontwikkeling een 30-tal (tijdelijke) woningen wordt toegevoegd is er sprake van een stedelijke ontwikkeling en is er een verantwoording noodzakelijk in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Deze verantwoording is opgenomen in paragraaf 4.3.

19

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat 4.1.5

Nationaal Waterbeleid 21e eeuw Het Nationaal Waterbeleid 21e eeuw, vastgesteld in 2000, vormt de koers voor het Nederlandse waterbeheer in de eerste decennia van de 21e eeuw. Aanleiding was de toenemende kans op wateroverlast en droogte door klimaatverandering, bodemdaling en veranderend landgebruik. Het beleid heeft twee hoofddoelen: veiligheid (bescherming tegen overstromingen en wateroverlast) en beschikbaarheid (voldoende zoetwater voor mens, natuur en economie). Een kernprincipe is meer ruimte voor water in plaats van alleen technische oplossingen als hogere dijken. Dit betekent dat rivieren en beken meer afvoer- en bergingsruimte krijgen, en dat water tijdelijk mag worden vastgehouden in daarvoor geschikte gebieden. Het beleid introduceert het meebewegen met natuurlijke processen en het afstemmen van waterbeheer op ruimtelijke inrichting. Samenwerking tussen rijk, provincies, waterschappen en gemeenten is essentieel, evenals participatie van burgers en bedrijfsleven. Het NW21 werkt met het trappenmodel: 1) voorkomen van problemen door ruimtelijke keuzes, 2) vasthouden en bergen van water, 3) pas als laatste afvoeren. Dit sluit aan bij duurzaam waterbeheer en versterkt natuurwaarden.

Het beleid vormt de basis voor latere programma’s zoals Ruimte voor de Rivier en het Deltaprogramma, en is nog steeds richtinggevend bij het integreren van water en ruimtelijke ordening in het licht van klimaatadaptatie. Hoewel het Nationaal Waterbeleid 21e eeuw vooral betrekking heeft op een hoger schaalniveau, is het zogenaamde trappenmodel ook van toepassing op lokaal niveau. In het plangebied worden maatregelen genomen om tot een duurzaam waterbeheer te komen, waardoor ook de natuurwaarden versterkt worden.

4.1.6

Nationaal Programma Water 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022–2027, vastgesteld op 18 maart 2022, vormt het integrale waterbeleidskader van de rijksoverheid voor de komende zes jaar. Het verenigt twee eerdere documenten — het Nationaal Waterplan en het Beheer- en Ontwikkelplan voor rijkswateren — en bereidt hiermee ook de implementatie van de Omgevingswet voor. Belangrijkste opgaven: • Klimaatadaptatie: bescherming tegen overstromingen, klimaatrobuuste inrichting, en ongehinderde zoetwatervoorziening bij toenemende droogte • Waterkwaliteit en biodiversiteit: verbetering van grond- en oppervlaktewater, duurzame drinkwatervoorziening, en herstel van natuurlijke ecosystemen • Infrastructuur en beheer: instandhouding en (waar nodig) renovatie van waterkeringen, bruggen en sluizen • Noordzee-opgaven: ruimte bieden aan windenergie gecombineerd met beschermen van natuur, visserij en scheepvaart Instrumenten en wettelijke kaders Het NWP bevat onder andere: • Stroomgebiedbeheerplannen (KRW – Kaderrichtlijn Water), • Overstromingsrisicobeheerplan (ROR), • Programma Noordzee (inclusief Kaderrichtlijn Mariene Strategie)

20

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Deze plannen bevatten gedetailleerde beleidsdoelen en maatregelen op watergerelateerde thema’s als klimaataanpassing, zoetwaterverdeling, waterkwaliteit, scheepvaart en ecologie Samenwerking en integratie Het NWP is tot stand gekomen in gezamenlijkheid van de ministeries Infrastructuur en Waterstaat (I&W), Landbouw, Natuur en Visserij (LNV) en Binnenlandse Zaken (BZK), in betrokkenheid met waterschappen, gemeenten, provincies, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers Belangrijke ruimtelijke opgaven zoals woningbouw, energietransitie en landbouwtransitie worden integraal aangepakt met water en bodem als leidende principes Het Nationaal Programma Water 2022-2027 heeft vooral betrekking op een hoger schaalniveau (dan ons plangebied) maar bevat ook duidelijke aanknopingspunten voor provincie en gemeente.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie en omgevingsverordening Provincie Utrecht In de Omgevingsvisie (in werking getreden op 1 januari 2024) en de bijbehorende Omgevingsverordening van de provincie Utrecht (in werking getreden op 13 oktober 2025) is het ruimtelijke beleid van de provincie Utrecht verwoord. In de Omgevingsvisie wordt het volgende gesteld: De provincie Utrecht ligt midden in ons land en is een geliefde plek om te wonen, werken en recreëren. Naar verwachting wonen er over dertig jaar een kwart meer mensen in de provincie Utrecht dan nu. Hoe zorgen we als provincie dat iedereen prettig en gezond kan leven? Het is belangrijk om daar nu al over na te denken. In de Omgevingsvisie staat hoe wij willen dat de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie gaat over onze fysieke leefomgeving: dit is alles op, onder en boven de grond. Denk aan: woningen, bedrijven, fietspaden, wegen, rivieren, recreatieterreinen, natuurgebieden en landbouwgronden. Met de Omgevingsvisie geven we richting aan de toekomstige leefomgeving. In de Omgevingsverordening staan de regels die daarvoor nodig zijn. In de omgevingsverordening is een afbeelding opgenomen van het ‘stedelijk’ gebied van Renswoude. Deze afbeelding is hiernaast opgenomen. Het plangebied is gelegen binnen de rode cirkel. Het plangebied behoort op dit moment NIET tot het stedelijk gebied van Renswoude.

In artikel 9.14a van de omgevingsverordening is een instructieregel tijdelijke locatie voor flexwoningen opgenomen. Op basis van deze instructieregel is het mogelijk woningbouw te realiseren in het gebied dat als zodanig is aangewezen. Dit betreft nagenoeg het gehele agrarische gebied. 21

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat In een dergelijk gebied is een eenmalige en tijdelijke uitbreiding tot maximaal 50 flexwoningen per kern mogelijk mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. binnen het bestaand stedelijk gebied zijn onvoldoende locaties beschikbaar voor flexwoningen; b. de woningbouw vindt plaats in aansluiting op het stedelijke gebied; c. de woningbouw leidt niet tot extrabodemdaling; d. de woningbouw wordt gerealiseerd met een goede landschappelijke inpassing, die rekening houdt met de tijdelijkheid van de flexwoning en de beoogde opvolgende groene of agrarische functie; e. er wordt voorzien in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit, maar in ieder geval na 15 jaar; f. de opruimplicht is verzekerd op het moment van vaststelling van het omgevingsplan waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt; en g. omliggende functies worden niet onevenredig geschaad. In de instructieregel wordt verder bepaald dat er een onderbouwing opgesteld dient te worden waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Tenslotte dient in de onderbouwing een beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen te worden. De voorliggende onderbouwing voorziet hierin. Het plan past binnen de kaders van het provinciale beleid, zoals beschreven in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. 4.2.2

Provinciaal programma Wonen en Werken 2025 Het Provinciaal Programma Wonen en Werken (PPWW) van de provincie Utrecht is een beleidsdocument waarin per gemeente en regio de afspraken en ambities over woningbouw, bedrijventerreinen en economische ontwikkeling zijn vastgelegd. De locatie Binnen de Beken-Zuid Zuidwest is niet opgenomen in het PPWW 2025 maar wel ambtelijk beoordeeld in een zogenaamde snelkookprocedure en kansrijk geacht om in het PPWW 2026 opgenomen te worden met 700 woningen. De 30 woningen, die nu voorgesteld worden zijn nu nog gelegen in het buitenstedelijk gebied. Maar omdat het hier tijdelijke flexwoningen betreft is het mogelijk hiervoor toestemming te krijgen op basis van de eerder genoemde ‘instructieregel tijdelijke locatie voor flexwoningen’. Het plan voorziet in de realisatie van een 30-tal (tijdelijke) woningen, waarbij gebruik gemaakt wordt van de eerder genoemde ‘instructieregel tijdelijke locatie voor flexwoningen’. Verwacht mag worden dat de locatie Binnen de Beken-Zuid Zuidwest (met een capaciteit van ca 700 woningen) opgenomen zal worden in het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2026

22

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

4.2.3

Provinciaal Bodem- en Waterprogramma 2022-2027 Het Bodem- en Waterprogramma 2022–2027 vormt de integrale beleidsaanpak van de provincie Utrecht voor water en bodem, als onderdeel van de Omgevingsvisie Het programma bevat het wettelijk verplichte Regionaal Waterplan en beschrijft hoe de provincie samen met partners inzet op een duurzame, veilige en leefbare leefomgeving Doelen en thema’s • Schoon en voldoende water: Uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) om ecologische en chemische kwaliteit van watersystemen te verbeteren en uiterlijk in 2027 alle waterlichamen ‘op orde’ te hebben; • Impuls via Uitvoeringsprogramma KRW: Dertien extra maatregelen—zoals aanscherping van vergunningen, beperking van gewasbeschermingsmiddelen en stimulering van ecologische oevers—zijn voorgesteld om de laatste knelpunten aan te pakken; • Regionaal samenwerken: Het UPLG (Utrecht Programma Landelijk Gebied) verzorgt herstel van natuur, vermindering van stikstof en verbetering van water- en bodemkwaliteit. Daarnaast wordt bijgedragen via regionale veenweidestrategieën en landbouwtransitie; • Drinkwatervoorziening & grondwater: Bescherming van bestaande drinkwaterreserves en ontwikkeling van nieuwe bronnen (o.a. bij Schalkwijk en Eemdijk). Tevens wordt strategische grondwatervoorraden beschermd voor toekomstbestendige watervoorraad.

Instrumenten en aanpak • Stroomgebiedsgerichte en integrale aanpak: Regionale samenwerking over stroomgrenzen, gecombineerd inzet op chemische én ecologische verbeteringen • Subsidies en investeringen: Subsidieprogramma’s voor niet-productieve investeringen in water- en watersystemen dragen bij aan KRW-doelen, bodemdalingremmingen en klimaatrobuustheid • Klimaatadaptie en waterrobuustheid: In lijn met de Omgevingsverordening en visie wordt ingezet op waterberging, opslagcapaciteit en klimaatbestendig ontwerp in ruimtelijke planning Conclusie Het Provinciaal Bodem- en Waterprogramma 2022–2027 van Utrecht bundelt beleid voor water- en bodemkwaliteit, drinkwatervoorziening, klimaatadaptatie en natuurherstel in één samenhangend koers. Door KRW-vernieuwing, strategische grondwaterplanning, gebiedsgerichte aanpak én samenwerking met partners, zet de provincie in op een toekomstbestendige en gezonde leefomgeving. Voor de gemeente vormt dit het kader voor het gemeentelijke beleid op het gebied van bodem en water.

23

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 De gemeenteraad van Renswoude heeft op 3 juli 2018 de “Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030” vastgesteld. De omgevingsvisie, die in samenspraak met inwoners, organisaties en ondernemers is opgesteld, geeft antwoord op de vraag: “Hoe ziet Renswoude er in 2030 uit?” In de Omgevingsvisie wordt expliciet ingegaan op de locaties voor toekomstige woningbouw. Deze zijn aangegeven op de visiekaart:

Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 (plangebied ligt binnen rode cirkel)

Te zien is dat het plangebied gelegen is binnen de zone die voor nieuwe woningen is aangewezen. Een en ander wordt nader toegelicht door middel van de betreffende verklaring van de legenda:

In de omgevingsvisie wordt het volgende gesteld ten aanzien van het ‘wonen’: De komende jaren wil Renswoude samen met haar partners (onder andere het gemeentelijk woningbedrijf) maar ook zeker met haar inwoners bouwen aan een flexibele woningvoorraad waarbinnen alle doelgroepen een plekje kunnen vinden. Er zullen nieuwe koop én huurwoningen worden gebouwd, want wij streven als gemeente naar een gezonde balans tussen de koop- en de huursector.

24

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Daarnaast gaat er speciale aandacht uit naar starters en senioren, de afgelopen jaren is namelijk gebleken dat er voor deze doelgroepen onvoldoende gebouwd is. Het doel hierbij is dat onze bewoners zo lang mogelijk binnen de eigen gemeente kunnen blijven wonen. Dit vergroot namelijk het gevoel van saamhorigheid en veiligheid en versterkt de sociale cohesie. Seniorenwoningen bouwen wij in de buurt van de voor hen belangrijke voorzieningen, zodat afstanden goed overbrugbaar blijven. Waar nodig voorzien wij ook in woonvormen voor senioren waarin wonen en zorg (kunnen) worden gecombineerd. Het hogere doel hierbij is altijd om een gezonde mix te laten ontstaan van alle doelgroepen in dezelfde woonomgeving. Ook dit komt weer ten goede aan de saamhorigheid en veiligheid en het voorkomt eenzaamheid: men moet elkaar kunnen blijven ontmoeten, jong en oud, een gezin of een alleenstaande! Wat betreft de locaties wordt in de omgevingsvisie het volgende gesteld: Het behoud en de zorg voor het unieke karakter en de omgevingskwaliteit van ons dorp vinden wij samen erg belangrijk. Dit komt namelijk ten goede aan de leefbaarheid en daarmee ook aan de gezondheid van mensen. De kwaliteit van de openbare ruimte en het groen krijgt daarom onze speciale aandacht. Wij gaan de komende periode kijken hoe wij ons dorp nog groener en aantrekkelijker kunnen maken.

Meer groen helpt namelijk mee aan het klimaatbestendig maken en gezonder maken van ons dorp. Het ligt voor de hand dat wij van onze inwoners een actieve rol vragen bij het ontwikkelen van plannen voor onze groene structuren. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat nieuwe bebouwing past binnen de bestaande structuur, en afgestemd is op architectuur én bouwmassa’s in de directe omgeving. Daarbij zal er ook toekomstgericht moeten worden gedacht: hoe ziet deze omgeving er over 20 jaar uit? Hoogbouw past wat ons betreft niet binnen de ruimtelijke structuur van ons dorp. Onze eerste keus voor uitbreiding van het dorp is binnen de beken. Hiermee bedoelen wij de Lunterse en Fliertse Beek aan de noord- en westzijde van de kern Renswoude en de Munnikenbeek aan de zuidzijde. Mocht in de toekomst echter blijken dat er binnen de beken geen plaats meer is om antwoord te geven op de woningvraag, dan zullen wij een studie doen naar woningbouw buiten de beken. Conclusie: Het realiseren van een 30-tal (tijdelijke) woningen past in het streven van de gemeente om te voorzien in voldoende woningen op de aangewezen locaties. Met andere woorden: Dit is een ontwikkeling die prima past binnen de kaders van de gemeentelijke Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030. 4.3.2

Visie Binnen de Beken – Zuid Zuidwest In september 2024 is de Visie Binnen de Beken – Zuid zuidwest vastgesteld. Deze visie is in opdracht van de gemeente Renswoude opgesteld door Bureau Nieuwe Gracht, in samenwerking met adviseurs van Goudappel en Planmaat. Hieronder wordt vrij geciteerd uit deze visie: Op basis van de analyse en inventarisatie is een verzamelkaart opgesteld met een bundeling van de belangrijkste ruimtelijke randvoorwaarden en een kaart met de aan te houden richtafstanden en hinderzones, op basis van de op dit moment aanwezige (agrarische) bedrijfsfuncties in en rond het plangebied. Beide kaarten zijn op de volgende pagina’s weergegeven en geven in één oogopslag een overzicht van de ruimtelijke opgaven, kansen, knelpunten en (milieu)belemmeringen voor de realisatie van woningbouw in het gebied. 25

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat In deze visie is rekening gehouden met de belangrijkste ruimtelijke randvoorwaarden. Bij de verdere stedenbouwkundige invulling van het gebied en de realisatie van concrete (bouw)plannen dient dit nader te worden uitgewerkt.

Ruimtelijke randvoorwaarden (Bron: Bureau Nieuwe Gracht) Plangebied is rood omlijnd.

Richtafstanden en hinderzones (Bron: Bureau Nieuwe Gracht). Plangebied is rood omlijnd.

Op de afbeelding ‘Richtafstanden en hinderzones’ is te zien, dat de geurhinder de belangrijkste mogelijke belemmering is voor de ontwikkeling van woningbouw in het plangebied. Daarom zal aan dit aspect extra aandacht geschonken worden in paragraaf 5.5. Om te onderzoeken wat de ruimtelijke mogelijkheden zijn van het gebied Binnen de Beken-Zuid Zuidwest zijn verschillende scenario’s opgesteld voor de toekomstige uitbreiding van het dorp binnen het aangegeven plangebied. Deze scenario’s zijn vooral bedoeld om de hoeken van het speelveld te verkennen. Ze schetsen indicatieve toekomstbeelden voor de inrichtingsmogelijkheden met uiteenlopende stedenbouwkundige en landschappelijke invullingen. De scenario’s voldoen op hoofdlijnen aan de ruimtelijke randvoorwaarden en de uitgangspunten voor de visie, zoals die hiervoor zijn geformuleerd. 26

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

De scenario’s bevatten elk hetzelfde indicatieve woningbouwprogramma, zoals is weergegeven in de onderstaande tabel (op basis van Raadsbesluit 12 december 2023).

De tabel geeft een indicatie van het te realiseren woningbouwprogramma in het gebied. Daarbij gaan we voor alle scenario’s uit van eenzelfde woningdichtheid als in de woonwijk Beekweide in Renswoude (25 tot 28 woningen per hectare). De verschillen tussen de scenario’s zitten dus niet in het woningbouwprogramma, maar wel in de wijze waarop het nieuwe woongebied kan worden aangesloten op het dorp, de groenstructuur in de wijk en de landschappelijke overgang naar het buitengebied. Vervolgens zijn er in de visie een drietal scenario’s opgesteld. De drie scenario’s voor de uitbreiding van Renswoude zijn eerst voorgelegd aan de gemeentelijke beleidsadviseurs en een aantal externe experts. Daarna zijn de scenario’s toegelicht aan de gemeenteraad en gepresenteerd aan de inwoners van het dorp tijdens een drukbezochte participatiebijeenkomst in ‘t Podium. In reactie op de gepresenteerde scenario’s kon iedereen aangeven wat hij of zij de sterke en zwakke punten vond van elk scenario. Die input is verzameld en vastgelegd in de bijlage ‘Proces en Participatie’. Op basis van alle inbreng is een voorkeursscenario samengesteld. Dit voorkeursscenario is nader uitgewerkt in deze visie voor het plangebied Binnen de Beken-Zuid Zuidwest.

Op de uitgewerkte visiekaart zijn de sterke punten van de drie scenario’s waar mogelijk gecombineerd en is geprobeerd om de zwakke punten zo veel als mogelijk te verbeteren. Uiteraard dient dat tot een samenhangend en integraal toekomstbeeld te leiden voor de toekomstige dorpsuitbreiding van Renswoude.

27

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat Het integrale toekomstbeeld voor de dorpsuitbreiding Binnen de Beken is hieronder weergegeven. De uitgangspuntenkaart geeft aan waar in de toekomst woningbouw kan worden gerealiseerd en hoe het nieuwe woongebied kan worden ontsloten voor auto’s en langzaam verkeer. Daarnaast is aangegeven hoe het groen in de dorpsuitbreiding kan worden verbonden met het buitengebied.

Voorkeursscenario, waarbij het plangebied met een rode contour is aangegeven

De visiekaart voor Binnen de Beken-Zuid Zuidwest is ruimtelijk vertaald naar een uitgangspuntenkaart voor het toekomstige grondgebruik en de functies in het gebied.

Uitgangspuntenkaart grondgebruik (Bron: Visie ‘Binnen de Beken-Zuid Zuidwest’

28

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Deze grondgebruikskaart geeft aan waar in de toekomst welke functies kunnen worden gerealiseerd. Voor de verdere invulling van het nieuwe woongebied, de ontwikkelruimte voor bedrijven en/of maatschappelijke voorzieningen langs de N224/Nijborg en de (her) inrichting van de bestaande en nieuwe groengebieden vormt deze visie het ruimtelijke en programmatische kader. Deze uitgangspuntenkaart is door de raad vastgesteld en vormt als zodanig het ruimtelijke kader voor de ontwikkeling van het gebied Tussen de Beken-Zuid Zuidwest. Deze uitgangspuntenkaart grondgebruik kan -tezamen met de afbeelding van het voorkeursscenario en de impressies op de volgende bladzijde- beschouwd worden als een Beeldkwaliteitplan voor de toekomstige ontwikkelingen in het gebied Tussen de Beken-Zuid Zuidwest.

29

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat De foto’s hieronder geven een impressie van het beoogde (groene) woonmilieu en de leefkwaliteit in het nieuwe woongebied aan de dorpsrand van Renswoude.

In de visie worden een aantal onderwerpen extra toegelicht: Het plangebied is rood omlijnd: Het gebied Binnen de Beken-Zuid Zuidwest wordt ruim opgezet met voldoende ruimte voor water en groen in de wijk. Hiermee wordt een aantrekkelijk groen woongebied gerealiseerd voor de huidige in toekomstige bewoners en gebruikers, en kan worden bijgedragen aan een klimaatadaptatieve en natuurinclusieve gebiedsontwikkeling. De opgave voor Groen Groeit Mee (75 m2 ‘woongroen’ per woning) wordt volledig binnen de wijk gerealiseerd. Daarnaast kan een deel van het ‘regionale groen’ in de beekzone en de kasteelomgeving worden gerealiseerd. De speelplek en begraafplaats worden aangesloten op de nieuwe groenstructuur in de wijk. 30

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

De wijk wordt voor langzaam verkeer (wandelen en fietsen) aangesloten op de bestaande wegen richting het dorpscentrum en de belangrijkste voorzieningen in het dorp. De wandelpaden in de nieuwe woonwijk worden waar mogelijk verbonden met de klompenpaden en recreatieve routes in het buitengebied, zodat er ‘ommetjes’ vanuit de wijk kunnen worden gemaakt. Het autoverkeer van en naar de nieuwe woonwijk wordt afgewikkeld via de Emminkhuizerlaan (oostzijde) en de Oude Holleweg/Nijborg (westzijde) richting de N224. In de wijk is een ‘knip’ voorzien, zodat er geen doorgaand autoverkeer mogelijk is via het nieuwe woongebied. De nieuwe dorpsuitbreiding in het gebied Binnen de Beken-Zuid Zuidwest biedt ruimte aan tenminste 600 woningen, waarbij we uitgaan van een gemiddelde dichtheid van 25 tot 28 woningen per hectare De woningen worden geclusterd in kleinschalige woonbuurten, die van elkaar worden gescheiden door groene verbindingen die het bestaande dorp en de nieuwe woonwijk verbinden met het buitengebied. De bestaande woningen in het gebied kunnen worden ingepast in de nieuwe woonwijk. Langs de N224 is ruimte voor niet-geluidsgevoelige functies, zoals bedrijven en/of maatschappelijke voorzieningen (zoeklocatie kerk).

Wanneer we de voorgestelde ontwikkeling in het plangebied toetsen aan de uitgangspuntenkaart grondgebruik en het voorkeursscenario, dan kunnen we concluderen dat het realiseren van een 30-tal (tijdelijke) woningen past binnen de contouren, die in de Visie Binnen de Beken-Zuid zuidwest worden geschetst voor dit gebied. Met andere woorden: Dit is een ontwikkeling die prima past binnen de kaders van de uitgangspuntenkaart grondgebruik en het voorkeursscenario.

31

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

5

Omgevingsaspecten Voor het plangebied zijn diverse onderzoeken gedaan om de haalbaarheid van de plannen te toetsen. Daarnaast geven deze onderzoeken de randvoorwaarden waar de planontwikkeling in het plangebied aan moet voldoen. Om de mogelijke effecten op de omgeving te toetsten worden de omgevingsaspecten kort benoemd en waar relevant voorzien van een beschrijving en conclusie.

5.1

Bodem Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Nagegaan dient te worden of de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grondwater geschikt zijn voor de beoogde nieuwe functie.

5.1.1

Verkennend bodemonderzoek Het Bureau BOOT heeft in december 2025 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Daarbij is ook gekeken naar het mogelijk voorkomen van asbest in de bodem. Bureau Boot heeft niet alleen gekeken naar het plangebied voor de 30 (tijdelijke) woningen, maar ook naar de beoogde locatie voor de parkeervoorzieningen.

Onderzoekslocatie plangebied (Bron: BOOT)

Onderzoekslocatie Parkeerzone (Bron: BOOT) 32

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in een rapport, dat als Externe Bijlage 2 is toegevoegd aan deze onderbouwing. Op basis van dit rapport kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Op locatie zijn in de bovengrond bodemvreemde bijmengingen aangetroffen bestaande uit baksteen, glas en prikkeldraad. Het bodemvreemd materiaal wordt op basis van de aard en samenstelling niet asbestverdacht beschouwd; • De verhoogde concentratie zink in grond geven vanuit de Omgevingswet geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van sanerende maatregelen; • De boven- en ondergrond voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur, met uitzondering van het grondmonster bij boring 005; • Ten aanzien van grondverzet op de onderzoekslocatie dient rekening te worden gehouden dat de vrijkomende grond deels indicatief wordt ingedeeld in bodemkwaliteitsklasse Industrie, geadviseerd wordt deze grond separaat te ontgraven en af te voeren bij werkzaamheden; • In de huidige en toekomstige situatie is sprake van een bodemgevoelige locatie.

Op basis van het uitgevoerde verkennend onderzoek blijkt dat de interventiewaarde bodemkwaliteit (of < 25 m³ en daarmee de toelaatbare kwaliteit) op een bodemgevoelige locatie niet wordt overschreden; • De aangetoonde concentraties in de bodem vormen in milieuhygiënische zin geen belemmering voor de geplande bouw van woningen de hiermee gemoeide (graaf)activiteiten; Op basis van de conclusies doet Bureau Boot de volgende aanbevelingen: • De resultaten van het verkennend bodemonderzoek kunnen ter indicatie worden gebruikt voor grondverzet binnen de onderzoekslocatie. Indien het niet mogelijk is om bij de ontwikkeling van de onderzoekslocatie met een gesloten grondbalans te werken, dient grond van de locatie afgevoerd te worden; • Mogelijk kan in overleg met de gemeente een toepassing worden gezocht in het kader van actief bodembeheer (bodembeheerplan en bodemkwaliteitskaart in het Omgevingsplan); • Bij graven gelden er algemene zorgplicht- en basisregels ten aanzien van zorgvuldig graven en gescheiden houden van verschillende kwaliteiten grond en bodemvreemde materialen; • Bij toepassingen buiten de onderzoekslocatie dient een partijkeuring inclusief PFAS te worden uitgevoerd. Dit bepaalt de definitieve indeling in de bodemkwaliteitsklasse en mogelijkheden tot hergebruik.

33

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat 5.1.2

Verkennend waterbodemonderzoek Door Bureau BOOT is in november/ december 2025 een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is inzicht krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem van de watergangen rond het plangebied in verband met voorgenomen constructie- en graaf/baggerwerkzaamheden.

De onderzochte watergangen (Bron: Bureau BOOT)

Om de hergebruiks- en afzetmogelijkheden te bepalen dient de kwaliteit van de sliblaag te worden bepaald. Uitgangspunt is dat de vrijkomende baggerspecie niet op het aangrenzende perceel of in een ’weilanddepot’ verwerkt kan worden en wordt afgevoerd naar een erkend verwerker. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen als externe Bijlage 3 bij deze onderbouwing. Op basis van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Algemeen De onderzochte watergangen zijn ten tijde van het onderzoek grotendeels niet watervoerend, incidenteel is water aanwezig. In de sloten is een waterbodem van 10 tot de maximaal verkende diepte van 50 cm aangetroffen bestaande uit siltig, humeus, wortelhoudend en overwegend grindig zand. Watergang 1 • Op basis van de analyseresultaten wordt de onderzochte slootbodem voor de klasseindeling landbodem ingedeeld in ‘Sterk verontreinigd’ gebaseerd op parameter zink. o Het mengmonster (WM01) en meerdere uitgesplitste deelmonsters (1011 t/m 105-1, 111-1 en 112-1) bevatten de kwaliteitsklasse ‘Sterk verontreinigd’ en overschrijden de interventiewaarde; o Deelmonsters (107-1 en 110-1) en de vaste waterbodem (WMM03-VB) bevatten kwaliteitsklasse ‘Industrie’ gebaseerd op zink; o Deelmonster (108) bevat klasse ‘Landbouw/natuur.’

34

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

•

• •

Voor de klasse waterbodem (T103a) is klasse ‘Matig verontreinigd’ van toepassing voor mengmonster (WMM01) en deelmonsters (101-1 t/m 105-1, 111-1 en 1121). Voor de monsters (WMM03-VB, 107-1 en 110-1) is de klasse ‘Licht verontreinigd’ van toepassing. Deelmonster (108-1) bevat de klasse ‘Algemeen toepasbaar.’ De waterbodem van monsters (WMM01, 101-1 t/m 105-1, 111-1 en 112-1) is niet verspreidbaar op aangrenzend percelen. Slib afkomstig van het gebied rond monsters (107-1, 108-1 en 110-1) is wel verspreidbaar op aangrenzende percelen; Slib uit watergang 1 (WMM01) is niet verspreidbaar in (zoet) oppervlaktewater, maar de vaste bodem daaronder (WMM03-VB) is wel verspreidbaar in (zoet) oppervlaktewater.

Watergang 2 • Op basis van de analyseresultaten wordt de onderzochte slootbodem ter plaatse van (WMM02) voor de klasseindeling landbodem (T101) ingedeeld in klasse Landbouw/natuur. • Voor de klasse waterbodem (T103a) is klasse ‘Algemeen Toepasbaar’ van toepassing. • Het is verspreidbaar op aangrenzend perceel en eveneens verspreidbaar in (zoet) oppervlaktewater. Gehalten PFAS • In de waterbodem voor watergangen A en B is PFAS aangetoond boven de bepalingsgrens van 0,1μg/kg ds. De verhoogde concentraties zijn ten opzichte van de toepassingsnorm Landbouw/natuur verhoogd aangetroffen. o Ter plekke van watergang A is de kwaliteitsklasse op basis van PFAS Wonen/ industrie. o Ter plekke van watergang B is de kwaliteitsklasse op basis van PFAS Landbouw/natuur. Gehalten interventiewaarden • Ter plaatse van watergang A overschrijdt de concentratie zink de interventiewaarde in het slib. De vaste bodem daaronder bevat de kwaliteitsklasse Industrie op basis van zink. • Ter plaatse van watergang B overschrijden geen parameters de interventiewaarde. Op basis van deze conclusies doet Bureau BOOT de volgende aanbevelingen: • De milieuhygiënische kwaliteit van de vrijkomende baggerspecie is hiermee vastgelegd. Aanbevolen wordt om in overleg met het bevoegd gezag een passende bestemming te zoeken voor de vrijkomende (sterk verontreinigde) baggerspecie.

• De concentratie zink in de baggerspecie in watergang A overschrijdt ter plaatse van deelmonsters (101-1 t/m 105-1, 111-1 en 112-1) de interventiewaarde. De overige deelmonsters bevatten de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ voor deelmonsters (107-1 en 110-1) en Landbouw/natuur voor deelmonster (108-1). De vaste bodem (WMM03VB) bevat de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. • Aanvullend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de onderliggende vaste bodem is niet nodig. Conclusie: Het aspect (water)bodem vormt geen belemmering voor de beoogde plannen.

35

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

5.2

Archeologie en cultuurhistorie

5.2.1

Archeologie Op basis van het vigerende bestemmingsplan geldt voor een deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2” en voor een ander deel de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3”. Dit betekent concreet dat er archeologisch onderzoek dient plaats te vinden bij ingrepen die meer dan 100 m2, respectievelijk 1.000 m2 omvatten. De nieuwe ingreep in het plangebied omvat een oppervlakte, groter dan 100 m2. Om die reden is het nodig een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren. Door RAAP is in januari/ februari 2026 een verkennend archeologisch veld- en booronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in een rapport, dat als Externe Bijlage 4 is toegevoegd aan deze onderbouwing. Op basis van dit rapport kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Er zijn geen archeologische relicten aangetroffen in de diverse boringen; • Ook zijn er geen aanwijzingen gevonden, die zouden kunnen duiden op een vroege bewoning van dit gebied; • Er hoeft geen nader archeologisch onderzoek plaats te vinden; • Het plangebied kan dan ook vrijgegeven worden voor de gewenste nieuwe ontwikkeling. Conclusie: het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde plannen.

5.2.2

Cultuurhistorie Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. Ook bevinden zich in de nabijheid van het plangebied geen gemeentelijke- of rijksmonumenten. Conclusie: Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde bouw van een 30-tal (tijdelijke) woningen in het plangebied.

5.3

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode In oktober 2025 is er door AVG Explosieven Opsporing Nederland een vooronderzoek uitgevoerd in het gebied Binnen de Beken – Zuid, zuidwest naar het mogelijk aanwezig zijn van ontplofbare oorlogsresten conflictperiode in de bodem. In de volksmond is een dergelijk onderzoek beter bekend als een onderzoek naar ‘Bommen en granaten’. De resultaten van het vooronderzoek zijn opgenomen in een rapport dat als externe Bijlage 5 aan deze onderbouwing is toegevoegd. Op basis van het rapport kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • AVG heeft een zeer uitvoerig vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd, voor het onderzoeksgebied Binnen de Beken – Zuid, zuidwest, waarbij talloze bronnen in binnen- en buitenland zijn geraadpleegd; • Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten; • Het volledige onderzoeksgebied is verdacht verklaard op verschoten geschutmunitie (tot een diepte van 2,5 meter minus maaiveld).

36

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Het onderzoeksgebied is geheel verdacht op ontplofbare oorlogsresten. Het verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de bodembelastingkaart. Deze is hieronder weergegeven.

Bodembelastingskaart (Bron: AVG), plangebied is rood omlijnd

Hierbij dient opgemerkt te worden dat AVG een relatief groot onderzoeksgebied in ogenschouw genomen heeft. Ons plangebied maakt slechts een bescheiden deel uit van het totale onderzoeksgebied. AVG adviseert een aantal vervolgstappen te nemen. Voor de op ontplofbare oorlogsresten verdachte gebieden wordt geadviseerd om een nadere verdiepingsslag te maken en te kijken of deze met behulp van informatie over naoorlogse werkzaamheden kunnen worden verkleind. Een verdiepingsslag wordt geschreven in de vorm van een vooronderzoek na-conflictperiode, een (projectgebonden) risicoanalyse of een pragmatische opsporingsanalyse. In een vooronderzoek na-conflictperiode worden enkel de bodemingrepen na de conflictperiode besproken en beoordeeld. AVG spreekt de voorkeur uit naar een risicoanalyse of een pragmatische opsporingsanalyse, waarbij ook gekeken wordt naar de toekomstige werkzaamheden in relatie tot de aan te treffen ontplofbare oorlogsresten. De beide analyses worden in het rapport nader toegelicht:

37

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat Pragmatische Opsporingsanalyse Bij een pragmatische opsporingsanalyse wordt de focus gelegd op de naoorlogse veranderingen binnen het werkgebied, de verdachte gebieden incl. mogelijk te verwachte ontplofbare oorlogsresten komende uit het vooronderzoek en toekomstig uit te voeren werkzaamheden. Deze 3 “lagen” worden over elkaar heen geprojecteerd om zodoende te bepalen binnen welke gebieden een nader onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten noodzakelijk is. De risico’s en uitwerking van ontplofbare oorlogsresten worden in een pragmatische opsporingsanalyse niet besproken, omdat deze tijdens een ongecontroleerde detonatie zullen leiden tot (dodelijk-) letsel en grote materiele schade. Risicoanalyse Bij het opstellen van een risicoanalyse wordt net als bij een pragmatische opsporingsanalyse gekeken naar de toekomstige werkwijze in combinatie met de verdachte gebieden en mogelijk te verwachte ontplofbare oorlogsresten komende uit het vooronderzoek en toekomstig uit te voeren werkzaamheden. Naast voorgenoemde zaken worden in een risicoanalyse ook de risico’s en uitwerkingen van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten meegenomen. Vervolg In overleg met AVG is gekozen voor een pragmatische opsporingsanalyse.

Dat heeft geresulteerd in de vondst van de volgende oorlogsresten: • 2 stuks brisant pantsergranaat van 75 mm • 3 stuks restant staartstuk 3 inch De munitievondsten zijn tijdelijk veiliggesteld/ herbegraven op locatie. Vervolgens is de EOD gewaarschuwd en die heeft de oorlogsresten opgehaald en onschadelijk gemaakt. Daarmee is het terrein vrijgegeven voor de gewenste ontwikkeling. Conclusie: Het aspect ontplofbare oorlogsresten conflictperiode vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling van het plangebied.

5.4

Milieuzonering Algemeen Voor het bepalen van de aan te houden afstanden tussen woningen en bedrijven wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of bedrijven op een passende afstand van woningen worden gesitueerd.

38

Realisatie van 30 (tijdelijke) woningen aan de Kerkstraat

Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Het plangebied bevindt zich pal ten zuiden van de bebouwde kom van Renswoude. Dit is een wijk waar relatief weinig functiemenging plaatsvindt. Daarom dient dit gebied gekenschetst te worden als ‘rustige woonwijk’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16897074/2