E2. Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Tekst van het document
Op termijn streven we naar een verhoging van de floor space index en (waar dat passend is bij de bedrijfsprocessen) een verlaging van het terreinquotiënt ten opzichte van de laatst gemeten situatie (peildatum 2020). Voor de termijn tot 2040 richten we ons op het wegwerken van belemmeringen om te komen tot intensivering van het ruimtebeslag. Daarnaast verkennen we welke locaties extra kansrijk zijn om te komen tot intensivering van het ruimtegebruik. We gebruiken hiervoor de input uit de provinciale verkenning van het zorgvuldig ruimtegebruik. De uitwerking van hoe de intensivering wordt vormgegeven verschilt per terrein en per kavel. Dit vraagt ook een belangrijke rol van eigenaar/gebruikers. Niet ieder terrein is geschikt voor intensivering en er is dus een afweging noodzakelijk per werklocatietype om te bepalen in hoeverre intensivering mogelijk en gewenst is.
19
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Afspraken: • Gemeenten zetten stap voor stap in op de intensivering van bedrijventerreinen, rekening houdend met andere omgevingsfactoren en financiële randvoorwaarden. De uitwerking van hoe de intensivering wordt vormgegeven verschilt per terrein(type) en de beschikbaarheid van financiële middelen, schuifruimte op nieuwe bedrijventerreinen en onder meer de aard van de functiemenging op bestaande bedrijventerreinen; • We zetten bij de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen in op verhoging van het intensief ruimtegebruik, tot minimaal bovengemiddeld van dat terreintype binnen de regio; • Op nieuwe bedrijventerreinen streven we naar een zo hoog mogelijke intensiteit passend bij het terreintype, de sector en activiteit. Daarbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat de nieuwe terreinen minimaal tot de bovengemiddeld intensieve terreinen behoren binnen onze regio; • Het verder optimaliseren en intensiveren van bedrijventerreinen kan niet los worden gezien van de uitbreiding met nieuwe werklocaties (samenhangend bedrijventerreinenbeleid) en randvoorwaarden als financiën; • Gemeenten en provincie voeren gesprekken met de OMU over ondersteuning bij de intensiveringsopgave, met als doel het in beeld brengen van kansrijke kavels of panden voor korte en langere termijn.
De provincie zegt toe gemeenten hierbij te ondersteunen, uitgaande van een gezamenlijke, niet-vrijblijvende, inzet van instrumenten en middelen; • Gemeenten en provincie zetten in op verdere regionale kennisontwikkeling over het verhogen van de intensivering van bestaande werklocaties; • Bedrijfsverplaatsing als gevolg van transformatie wordt in eerste instantie opgevangen binnen de betreffende gemeente, indien niet mogelijk of wenselijk wordt binnen regio gezocht naar alternatieven; • Gemeenten ontwikkelen in de regionale visies op werklocaties tevens een gezamenlijke intensiveringstrategie op basis van de leerervaringen. Verduurzaming bedrijventerreinen Gezamenlijke ambitie: We streven zoveel mogelijk naar verduurzaming van (bestaande en nieuwe) bedrijventerreinen, met daarbij aandacht voor circulariteit, energietransitie, vergroening, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Afspraken: • Op bestaande bedrijventerreinen grijpen we de herstructurering van terreinen aan om de werklocaties te verduurzamen door expliciet in te zetten op klimaatadaptatie en duurzaamheid (bv. verduurzaming bedrijfspanden, inzet op energiecollectieven, vergroening en dakoppervlak voor zonnepanelen); • Gemeenten verkennen hoe de werklocaties stap voor stap zo duurzaam en circulair mogelijk te maken en te houden; • Gemeenten stimuleren de samenwerking met en vooral ook tussen bedrijven.
Verduurzaming begint met goed georganiseerde ondernemerscollectieven. In het stimuleren van de organisatiegraad op bedrijventerreinen kan de provincie Utrecht ook ondersteunen; • Gemeenten stimuleren individuele bedrijventerreinen en bedrijfsruimtegebruikers om mee te gaan in de energietransitie (van het gas af, opwekken van duurzame vormen van energie, uit wind, zon, et cetera); • Gemeenten wijzen de komende 4 jaar een aantal geschikte, goed ontsloten, regionale locaties aan die concrete circulaire samenwerking direct kunnen faciliteren (nieuw en/of bestaand; • Gemeenten behouden voldoende ruimte voor bestaande bedrijvigheid met een hogere milieucategorie, om zowel circulaire ontwikkeling als energietransitie mogelijk te kunnen (blijven) maken. Daarmee doelen we op het borgen van ruimte voor bedrijfsruimtegebruikers die belangrijk zijn in de circulaire ketens in de regio’s; • Op een duurzame, circulaire werklocatie wordt per activiteit zo min mogelijk energie verbruikt, omdat processen zijn geoptimaliseerd en omdat het vastgoed goed is geïsoleerd. Daarnaast wordt zoveel mogelijk energie lokaal en duurzaam opgewekt, bijvoorbeeld door zonnepanelen op daken of windmolens, maar ook bijvoorbeeld door ‘restenergie’ van andere bedrijven in het gebied te hergebruiken; • De ruimte wordt zo mogelijk multifunctioneel gebruikt.
Bouwwerken worden zoveel mogelijk modulair (demontabel) en adaptief gebouwd. Restafval en emissies worden geminimaliseerd;
20
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
•
•
Verduurzaming heeft ook te maken met inrichting van de openbare ruimte: waar mogelijk groen met verblijfskwaliteit, en voor het overige groen en klimaatadaptief. Uitgangspunt is het minimaliseren van verharding om hittestress tegen te gaan; Verduurzaming kan op locatieniveau strijdig kan zijn met de ambitie om bedrijventerreinen zo intensief mogelijk te benutten. Het vergroenen van daken en parkeerplaatsen helpt om wateroverlast bij piekbuien te verminderen (hittestress, klimaatadaptie), draagt bij aan de biodiversiteit en maakt van bedrijventerreinen een comfortabelere werkomgeving.
21
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
4.
Analyse en doorkijk per (sub)regio
Hieronder wordt per (sub)regio een overzicht gegeven van het programma. Allereerst cijfermatig, en vervolgens worden de uitbreidingslocaties met name genoemd. Niet alle in het programma opgenomen woningen buiten het stedelijke gebied (uitleg) komen hierin terug: in het programma zijn ook kleinschalige woningbouwlocaties opgenomen, die op basis van het kwaliteitsinstrumentarium landelijk gebied worden gerealiseerd. Deze ontwikkelingen zijn via de regels in de Interim Omgevingsverordening rechtstreeks mogelijk. Het gaat dan bijvoorbeeld om transformatie van bestaande bebouwing, ruimte voor ruimte of kleinschalige verstedelijking ten behoeve van ruimtelijke kwaliteit. Deze woningbouwaantallen zijn wel opgenomen in het programma, omdat daarmee een zo compleet mogelijk beeld ontstaat van de woningbouwcapaciteit. Op grond van artikel 9.12 van de Interim Omgevingsverordening zijn ook eenmalige uitbreidingen van kernen ten behoeve van lokale vitaliteit tot 50 woningen rechtstreeks mogelijk. Ook deze uitbreidingen zijn wel getalsmatig opgenomen in dit programma. In de tabel onder paragraaf 4.4 wordt aangegeven welke locatie(s) het betreft. In dit provinciale programma worden uitsluitend de uitbreidingslocaties van enige omvang specifiek aangegeven.
Bij de ontwikkeling van bestemmingsplannen/omgevingsplanen voor alle uitbreidingslocaties moet rekening worden gehouden met de structurerende keuzes uit de onlangs verstuurde Kamerbrief ‘Water en Bodem sturend’. Belangrijke aspecten hierin zijn bijvoorbeeld voldoende waterberging en een klimaatadaptieve inrichting. Bij de gemeentelijke planontwikkeling is vroegtijdige betrokkenheid van het waterschap noodzakelijk.
4.1.
Regio U10
Wonen Het totale programma woningbouw voor de Regio U10 tot en met 2030 omvat 61.169 woningen. Dit valt binnen de bandbreedte (48.500 – 66.600) voor deze regio. Ook wordt hiermee een deel van het tekort ingelopen. Het overgrote deel van de woningbouw wordt binnenstedelijk gerealiseerd. Ongeveer 8% wordt gerealiseerd op uitleglocaties. Dit betreft zowel uitleglocaties die in het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021 zijn geprogrammeerd als locaties die met voorliggend Provinciaal Programma Wonen en Werken worden mogelijk gemaakt. In bijlage 3 is het totaal programma per gemeente voor de periode 2022 t/m 2030 opgenomen. Tabel 10a Programma woningbouw Regio U10 per gemeente, 2022 t/m 2025 (4 jaar) in aantallen woningen Gemeente De Ronde Venen
Binnenstedelijk
Uitleg
Totaal
1.030
43
1.073
Lopik
40
226
266
Montfoort
145
88
233
Oudewater
300
30
330
Stichtse Vecht
2.400
162
2.562
Vijfheerenlanden
2.000
148
2.148
Woerden
1.400
15
1.415
De Bilt
480
21
501
Utrechtse Heuvelrug
950
83
1.033
Wijk bij Duurstede
220
0
220
Zeist
1.790
0
1.790
Bunnik
250
204
454
Houten
750
22
772
IJsselstein
400
68
468
Nieuwegein
3.700
0
3.700
Utrecht
12.800
79
12.879
Regio U10 totaal
28.655
1.189
29.844
22
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Tabel 10b Programma woningbouw Regio U10 per gemeente, 2026 t/m 2030 (5 jaar) in aantallen woningen Gemeente
Binnenstedelijk
Uitleg
Totaal
1050
827
1.877
Lopik
25
0
25
Montfoort
0
242
242
Oudewater
0
120
120
Stichtse Vecht
750
11
761
Vijfheerenlanden
200
449
649
Woerden
1.200
0
1.200
De Bilt
35
0
35
Utrechtse Heuvelrug
110
0
110
Wijk bij Duurstede
150
530
680
Zeist
379
250
629
Bunnik
700
1.025
1.725
Houten
80
0
80
1.100
0
1.100
Nieuwegein
1.400
0
1.400
Utrecht
20.460
232
20.692
Regio U10 totaal 2026 t/m 2030
27.639
3.686
31.625
Regio U10 totaal 2022 t/m 2030
56.294
4.875
61.169
De Ronde Venen
IJsselstein
Opmerking bij tabel: de aantallen voor de Utrechtse Heuvelrug geven geen actueel beeld. Op basis van inzichten 2 februari 2023 is de verwachte fasering van de bruto nieuwbouw meer gelijkmatig verdeeld over de periode 2022-2025 en 2026-2030.
Nieuwe uitbreidingslocaties De uitleglocaties die met dit ontwerpprogramma mogelijk worden gemaakt zijn weergegeven in tabel 11. In het totaal betreft 11 locaties in de Regio U10. Vier daarvan zijn zogenaamde PRS/PRV locaties. Dat wil zeggen dat deze locaties al mogelijk waren in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Op grond van de Interim Verordening kunnen deze locaties nu worden geprogrammeerd. Tabel 11: Uitbreidingslocaties wonen Regio U10 – PPWW23 Gemeente
Locatie
Aantal woningen t/m 2030
Toelichting
Bunnik
Kersenweide (Odijk West)
1200
De Ronde Venen
270 600 (755)
Zie nadere afspraken
IJsselstein
Abcoude Zuidwest (‘Bon-gronden’) Mijdrecht Oosterland (Tuinderslaan) Ruimtevaartbaan
PRS/PRV locatie (tot 859) Zie nadere afspraken -
63
-
Lopik
Lopikerkapel
50
Vitaliteitslocatie
Lopik
Cabauw
50
Vitaliteitslocatie
Montfoort
De Bleek
200 (400)
Zie nadere afspraken
Stichtse vecht
Daalseweide
138
PRS/PRV locatie
Utrecht
Zuilense vecht
289
PRS/PRV locatie
De Ronde Venen
23
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Vijfheerenlanden
500
-
Zeist
Leerdam Broekgraaf-Noord W.A. Hoeve
250
PRS/PRV locatie (Hart v.d. Heuvelrug)
Totaal
-
3.610
-
In bijlage 1 zijn alle uitbreidingslocaties uit het PPWW 2021 weergegeven. Uitbreidingslocaties van minder dan 15 woningen worden niet apart genoemd. De locatie Kersenweide betreft een uitleglocatie aan de westzijde van kern Odijk. Deze ontwikkeling was al opgenomen in de PRS/PSV voor 1000 woningen. Daarvan waren al 141 geprogrammeerd in het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021 (locatie Het Burgje). Met de gemeente is overlegd over de totale omvang van het bouwprogramma. Daarbij maken wij in dit Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 een verruiming mogelijk, onder voorwaarde dat een programma wordt gerealiseerd dat relatief minder automobiliteit genereert. In de gemeente De Ronde Venen worden twee uitleglocaties gerealiseerd. De gemeente heeft een fors tekort aan woningen om de eigen behoefte op te vangen en heeft naast een stevig binnenstedelijk programma ook behoefte aan uitleglocaties. Een van die locaties betreft de transformatie van verouderd glastuinbouwgebied Tuinderslaan/Oosterland. Deze ontwikkeling wordt onderstaand verder toegelicht. De locatie Ruimtevaartbaan/IJsselstein ligt aan de noordzijde van kern IJsselstein en omvat in het totaal een programma van 75 woningen. Daarvan liggen 63 buitenstedelijk. De locaties Lopikerkapel en Cabouw betreffen beide kleinschalige vitaliteitslocaties.
De locatie Montfoort de Bleek is en relatief grotere uitbreiding bij kern Montfoort, gelegen aan de zuidzijde. Voor deze locatie zijn nadere afspraken gemaakt, die onderstaand nader worden toegelicht. De locaties Daalseweide en Zuilense Vecht liggen tussen de kern Maarsen en de wijk Zuilen in Utrecht, langs de Vecht. Het betreft deels de transformatie van sportvelden. Deze ontwikkeling was al mogelijk gemaakt in de PRS/PSV. De locatie W.A. Hoeve is onderdeel van het programma Hart van de Heuvelrug en betreft de herbestemming en herinrichting van het gebied rond de Willem Arntz Hoeve. Deze ontwikkeling was al mogelijk gemaakt in de PRS/PSV. Nadere afspraken en randvoorwaarden specifieke woonlocaties Naast de generieke randvoorwaarden en afspraken die voor alle locaties gelden op het gebied van betaalbaarheid, integrale woonkwaliteit, Groen Groeit Mee en duurzaamheid (hoofdstuk 2), zijn voor een aantal locaties locatie specifieke afspraken gemaakt. Het betreft de volgende locaties: Gemeente Bunnik Kersenweide Met de gemeente Bunnik is afgesproken dat van de 1200 woningen in het totaal 70% worden ontwikkeld binnen het betaalbare segment en dat 30% van de 1200 woningen zal vallen in het sociale segment.
Tevens is met de gemeente Bunnik afgesproken dat bij de inrichting van de wijk ingezet wordt op het ontmoedigen van het autogebruik, de realisatie van enkele fietsverbindingen en dat de parkeernorm 20% lager zal zijn dan de norm in de vastgestelde Nota Parkeernormen (gemeente Bunnik, maart 2019) en dat deze lage parkeernorm ook geborgd wordt in het bestemmingsplan zodat niet na oplevering van de wijk het groen weer wordt opgeofferd om toch parkeerplaatsen te maken. Gemeente De Ronde Venen; Tuinderslaan/Oosterland De locatie Tuinderslaan/Oosterland is beoogd om te voorzien in de woonbehoefte in de gemeente de Ronde Venen (lokale behoefte en voor leefbaarheid/vitaliteit). Het totale programma op deze locatie bedraagt 755 woningen. Hiervan zijn er voor de periode 2022-2030 nu 600 woningen geprogrammeerd. De overige 155 worden geprogrammeerd voor de periode na 2030. Een randvoorwaarde voor de realisatie is dat de locatie op dit moment in de Interim Omgevingsverordening (IOV) nog de aanduiding glastuinbouwgebied heeft. Een voorwaarde voor realisatie is dat Provinciale Staten instemmen met het voornemen deze aanduiding te laten vervallen voor deze locatie. Op het gebied van betaalbaarheid is met de gemeente afgesproken dat ten minste 55% van de woningen in het betaalbare segment worden ontwikkeld.
Daarbij is met de gemeente afgesproken dat de gemeente zich zal inspannen om bij de realisatie van het gehele woningbouwprogramma in de gemeente De Ronde Venen wel te streven naar de realisatie van 2/3 betaalbaar. Dit betekent dat op andere binnenstedelijke locaties de gemeente in moet zetten op een hoger percentage betaalbaar. Met de gemeente is tevens afgesproken dat andere uitleglocaties bij de kern Mijdrecht daarmee vooralsnog niet meer in aanmerking komen voor verstedelijking. Omdat het hier een Groene Hartlocatie betreft, is met de gemeente de Ronde Venen ook afgesproken dat bij de
24
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
planuitwerking bijzondere aandacht is voor inpassing in het Groene Hart en daarmee ook afstemming wordt gezocht met het programma Groen Groeit Mee. Gemeente Montfoort De Bleek De locatie De Bleek is beoogd om te voorzien in de woonbehoefte in de gemeente Montfoort (lokale behoefte en voor leefbaarheid/vitaliteit). De Bleek heeft een totale capaciteit van 400 woningen die voor de komende decennia een rol kan vervullen ten behoeve van de lokale woningbehoefte en vitaliteit. Met de gemeente is afgesproken dat slechts een deel (200 woningen tot 2029) op dit programma worden geprogrammeerd en dat de gemeente inzet op een gefaseerde realisatie. Op een later moment kan een volgende fase worden geprogrammeerd, met een maximum van 400 woningen in het totaal. Met de gemeente is tevens afgesproken dat andere uitleglocaties bij de kern Montfoort in beeld waren vooralsnog niet meer in aanmerking komen opname in de programmering. Met de gemeente is afgesproken dat 2/3 van het aantal woningen zal worden gerealiseerd in het betaalbare segment. Omdat het hier een Groene Hartlocatie betreft, is met de gemeente Montfoort ook afgesproken dat bij de planuitwerking bijzondere aandacht is voor een ontwikkeling die zo goed mogelijk aansluit bij de landschappelijke kernkwaliteiten in het Groene Hart en daarmee ook afstemming wordt gezocht met het programma Groen Groeit Mee.
Vooruitblik In bijlage 18 van de Interim Omgevingsverordening is een opsomming gegeven van locaties die eerder door de provincie aanvaardbaar zijn geacht. Het betreft zogenaamde PRS/PRV locaties. Van deze lijst zijn drie locaties nog niet opgenomen in het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021 en ook niet opgenomen in voorliggend ontwerpprogramma. Deze locaties kunnen mogelijk in een volgende cyclus wel worden geprogrammeerd. Het betreft de locaties Eiland van Schalkwijk (Houten), ’t Goy (gemeente Houten) en Harmelen – West / Haanwijk. Werken Over de programmering van werklocaties voor de Regio U10 is intensief overleg gevoerd. Dit overleg spitste zich toe op de volgende punten: • De te programmeren locaties en de omvang van die locaties; • De realisatietijd van nieuwe locaties en de noodzaak tot het tijdig programmeren van locaties die na 2030 worden uitgegeven; • De mogelijkheid tot het programmeren van een regionaal bedrijventerrein; • De vervangingsvraag die ontstaat als gevolg van de transformatie van binnenstedelijke locaties en de mogelijkheid om een deel van deze verwachte vervangingsvraag reeds nu te programmeren. Het overleg met de regiogemeenten in de U10 heeft ertoe geleid dat in het totaal 57,7 hectare nieuw bedrijventerrein wordt geprogrammeerd. Daarvan is 17,7 hectare geprogrammeerd om te realiseren voor 2030.
Dit betreft een kleine overprogrammering van 3,5 hectare. Hiervoor is ruimte geboden om, vergelijkbaar met woningbouw, rekening te houden met enige mate van planvertraging. Zo wordt voorkomen dat een te krap aanbod aan bedrijventerreinen in de regio kan ontstaan dat nadelige effecten kan hebben op de economische ontwikkeling, beschikbaarheid schuifruimte, en/of de transformatie van binnnenstedelijke locaties. Vanuit de regio is kenbaar gemaakt dat zij graag meer ruimte zien voor overprogrammering. Wij hebben daarover afgesproken dat dat in dit Programma niet wordt gedaan. In de Regio U10 is in deze programmering al rekening gehouden met twee transformatielocaties. Een transformatielocatie c.q. bedrijfsverplaatsing van IJsselstein naar Lopik en één transformatielocatie c.q. bedrijfsverplaatsing van Hagestein naar Vianen. Beide bedrijfsverplaatsingen zijn nodig om elders binnenstedelijk woningbouw mogelijk te maken. In het totaal leiden deze transformaties tot een geschatte vervangingsvraag van 10,7 hectare. In de nieuwe behoefteraming die in 2023 wordt afgerond worden ook alle vastgestelde transformatieplannen geïnventariseerd en vertaald naar een kwantitatieve, programmeerbare vervangingsvraag.
Mocht blijken dat er voor 2030 veel extra programmeringsruimte nodig is vanwege binnenstedelijk transformaties, dan is met de regio afgesproken dat de programmering uit deze tweede cyclus kan worden herijkt in de derde cyclus waarbij terreinen (die deels voor 2030 en deels na 2030 worden uitgegeven) naar voren kunnen worden gehaald.
25
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Daarnaast is in dit ontwerpprogramma rekening gehouden met de realisatie van een regionaal bedrijventerrein in de gemeente Vijfheerenlanden met een omvang van 30 hectare netto. Dit sluit bij het regionale IRP en bij de Omgevingsvisie, waarin de mogelijkheid wordt geboden op termijn twee regionale bedrijventerreinen worden geprogrammeerd in de provincie. Daarbij wordt een voorbehoud gemaakt dat de programmering van dit regionale bedrijventerrein instemming behoeft van Provinciale Staten. Provinciale Staten worden hierover apart om besluitvorming gevraagd. Tabel 12: Uitbreidingslocaties Werken Regio U10 Gemeente
Locatie
Nieuw Periode uitgeefbaar uitgifte(netto ha.)
Programmeringsruimte 2020-2030
Programmeringsruimte 2030-2040
Programmeringsruimte
-
-
-
3,5
65
Vervangingsvraag
-
-
-
10,7
PM
Reservering
-
-
-
9-30
9
De Bilt
Maartensdijk
1
2024-2026
1
-
Vijfheerenlanden
Gaasperwaard 2
8
2025-2035
5 (vervanging)
3
Vijfheerenlanden
Gaasperwaard 3 (voorwaardelijk)
30
2030-2040
Wijk bij Duurstede
Broekweg-Noord / Langshaven
5
2028-2035
2
3
Ronde Venen
Bedrijventerrein Mijdrecht-Noord
8
2025-2035
4
4
Lopik
De Copen-Noord (Roba)
5,7
2025
5,7 (vervanging
-
Totaal
-
57,7
17,7
40,0
-
30
Nadere afspraken en randvoorwaarden specifieke werklocaties Gemeente Lopik, De Copen-Noord De uitbreiding De Copen-Noord is specifiek bedoeld voor de vestiging van een te verplaatsen bedrijf uit de kern van IJsselstein. Hierdoor komt in IJsselstein een forse locatie voor binnenstedelijke woningbouw beschikbaar. De locatie sluit aan op het bestaande bedrijventerrein De Copen. Tegelijk ligt dit in het landschappelijk – en cultuurhistorisch waardevolle agrarisch cultuurlandschap Lopikerwaard en grenst het aan het NNN (MOBcomplex). Een zorgvuldige landschappelijke inpassing is daarom randvoorwaardelijk. Ook dient de ontsluiting op deze locatie te worden aangepast. Dat is randvoorwaardelijk voor de planontwikkeling en dient te worden uitgewerkt in het bestemmingsplan. Gemeente Vijfheerenlanden, Gaasperwaard 2 en 3 Uit de Passende beoordeling blijkt dat voor de locatie Gaasperwaard 3 een forse stikstofdepositie is berekend op stikstofgevoelig Natura2000 gebied. Het vraagt aanzienlijke inspanning bij de gemeentelijke planuitwerking (inclusief mitigerende maatregelen) om deze depositie te voorkomen. Daarnaast dient bij de ontwikkeling beide locaties bij de uitwerking van het bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het bevorderen van de mobiliteitstransitie.
Gemeente De Ronde Venen, Bedrijventerrein Mijdrecht-Noord Uit de Passende beoordeling blijkt dat voor deze locatie een forse stikstofdepositie is berekend op voor stikstofgevoelige Natura2000 gebied. Het vraagt aanzienlijke inspanning bij de gemeentelijke planuitwerking (inclusief mitigerende maatregelen) om deze depositie te voorkomen.
26
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Vooruitblik De Regio U10 gaat in de komende periode op zoek naar een mogelijk tweede regionaal bedrijventerrein. Daarnaast zijn er nog verschillende pijplijnlocaties in beeld voor mogelijke programmering in de derde cyclus regionaal programmeren. In een visie werklocaties zullen verschillende toekomstige werklocaties in beeld worden gebracht en zal een meer lange termijn planning ontstaan tot 2040, als input voor toekomstige cycli van regionaal programmeren. In het kader van de transformatie van binnenstedelijke locaties, werkt de gemeente Stichtse Vecht aan het uitplaatsen van een aantal afvalscheidingsstations uit de bebouwde kom. Op de vrijgekomen binnenstedelijke locaties ontstaan kansen voor woningbouw en met de verplaatsing wordt de kwaliteit van leefomgeving in omringende wijken verbeterd. Met de gemeente de Stichtse Vecht is afgesproken dat deze uitplaatsing daarom kan worden gerealiseerd onder het kernrandzonebeleid, waarbij moet worden voldaan aan de voorwaarden uit o.a. artikel 9.8 uit de (Interim) Omgevingsverordening. Door deze ontwikkeling van het afvalscheidingsstation ontstaat een tussenkavel van circa 1 hectare netto tussen het bestaande bedrijventerrein en het afvalscheidingsstation.
Provincie en gemeente hebben de intentie uitgesproken deze kavel in de derde cyclus te programmeren, onder voorwaarde dat er dan voldoende programmeringsruimte is en dat de MER-beoordeling of inspraak geen aanleiding geeft deze locatie dan niet te programmeren. Bij uitwerking van de plannen, dient rekening te worden gehouden met de aandachtspunten (landschap en verkeer) die eerder ambtelijk zijn meegegeven bij de beoordeling van de grotere uitbreidingslocatie Breukelerwaard
4.2.
Regio Amersfoort
Wonen Het totale programma woningbouw voor de Regio Amersfoort tot en met 2030 omvat 17.727 woningen. Dit valt binnen de bandbreedte (16.800 – 19.800) voor deze regio. Ook wordt hiermee een deel van het tekort ingelopen. Het overgrote deel van de woningbouw wordt binnenstedelijk gerealiseerd. Tabel 13a Programma woningbouw Regio Amersfoort per gemeente, 2022 t/m 2025 (4 jaar) in aantallen woningen Gemeente Amersfoort
Binnenstedelijk
Uitleg
Totaal
4.000
84
4.084
Baarn
400
98
498
Bunschoten
600
3
603
Eemnes
340
0
340
Leusden
750
0
750
Soest
1.050
0
1.050
460
0
460
7.600
185
7.785
Woudenberg Regio Amersfoort 2022 t/m 2025
Tabel 13b Programma woningbouw Regio Amersfoort per gemeente, 2026 t/m 2030 (5 jaar) in aantallen woningen Gemeente
Binnenstedelijk
Amersfoort
5.500
2.000
7.500
Baarn
376
0
376
Bunschoten
500
0
500
Eemnes
61
0
61
Leusden
300
405
705
Soest
200
0
200
Uitleg
Totaal
27
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Woudenberg
600
0
600
Regio Amersfoort 2022 t/m 2026
7.537
2.405
9.742
Regio Amersfoort 2022 t/m 2030
15.137
2.590
17.727
In bijlage 3 is het totaal programma per gemeente voor de periode 2022 t/m 2030 opgenomen. Uitleglocaties woningbouw De uitleglocaties die met dit ontwerpprogramma mogelijk worden gemaakt in de Regio Amersfoort zijn weergegeven in tabel 14. In het totaal betreft 4 locaties in de regio. Een daarvan is een zogenaamde PRS/PRV locatie. Dat wil zeggen dat deze locatie al mogelijk was in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Op grond van de Interim Verordening kunnen deze locaties nu worden geprogrammeerd. De locatie Bovenduist is een grote gecombineerde woon-werkontwikkeling aan de noordzijde van Amersfoort, ten westen van Vathorst. Bij Amersfoort is verder de transformatielocatie aan de Utrechtseweg opgenomen (verpleeghuis Lichtenberg verpleeghuis). Daarnaast worden twee locaties in Leusden ontwikkeld. De locatie Tabaksteeg ten zuiden van de kern Leusden. Hier wordt deels ten behoeve van lokale vitaliteit gebouwd, deels voor het opvangen van regionale groei. Tabel 14: Uitbreidingslocaties wonen in Programma Wonen 2023 tot en met 2030 Regio Amersfoort Gemeente
Locatie
Aantal woningen t/m 2030
Toelichting
Amersfoort
Utrechtseweg 299
84
Amersfoort
Bovenduist (Vathorst-West)
2.000
PRS/PRV locatie.
Leusden
Tabaksteeg Zuid
305
Nieuw opgenomen.
Leusden
Achterveld Noordoost
100
Nieuw opgenomen.
Transformatie locatie landelijk gebied (vm. Lichtenberg)
Nadere afspraken en randvoorwaarden Naast de generieke randvoorwaarden en afspraken die voor alle locaties gelden op het gebied van betaalbaarheid, integrale woonkwaliteit, Groen Groeit Mee en duurzaamheid (hoofdstuk 2), zijn voor een aantal locaties locatie specifieke afspraken gemaakt. Het betreft de volgende locaties: Gemeente Amersfoort, Bovenduist Het betreft hier een locatie die al was opgenomen in de PRS/PRV. Naast de programmering van 2000 woningen tot 2031 is met gemeente afgesproken dat na 2030 op deze locatie nog een 1000 extra woningen kunnen worden gerealiseerd. In het totaal gaat het bij deze locatie daarbij om 3.000 woningen. Gemeente Leusden: Tabaksteeg-Zuid De locatie Tabaksteeg Zuid wordt gefaseerd ontwikkeld. Voor de periode na 2030 worden 455 woningen geprogrammeerd. In het totaal gaat het bij deze locatie daarbij om 760 woningen. Uit de PlanMer blijkt dat landschappelijke inpassing en kavelstructuur hier een aandachtspunt is. De gemeente dient bij uitwerking van het bestemmingsplan aan te geven hoe ze met deze landschappelijke waarden om willen gaan bij de verdere ontwikkeling van deze locatie. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen. Gemeente Leusden Achterveld Noordoost De locatie Achterveld Noordoost wordt gefaseerd ontwikkeld. Voor de periode na 2030 worden 75 woningen geprogrammeerd.
In het totaal gaat het bij deze locatie daarbij om 175 woningen. Met de gemeenten Amersfoort en Leusden is afgesproken dat 2/3 van het aantal woningen in deze locaties zal worden gerealiseerd in het betaalbare segment.
28
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Vooruitblik Naast de programmering van Bovenduist (1000 woningen) en Leusden na 2030 zijn er op het gebied van woningbouw op dit moment geen strategische uitleglocaties voor woningbouw meer in beeld. Werken De programmering van deze tweede cyclus regionaal programmeren is voor werklocaties in de regio Amersfoort eenvoudig. Er wordt alleen een grotere werklocatie geprogrammeerd in Vathorst/Bovenduist. In totaliteit gaat het om 9 ha., waarvan al 1,3 ha. is geprogrammeerd in de vorige programmeringscyclus. Tabel 15 Uitbreidingslocaties in Programma Werken 2023 tot en met 2039 Regio Amersfoort Gemeente
Locatie
Nieuw uitgeefbaar (netto ha.)
Periode uitgifte
Programmeringsruimte 2020-2030
Programmeringsruimte 2030-2040
Programmeringsruimte
-
-
-
11,3
21-25
Vervangingsvraag
-
-
-
PM
PM
Reservering
-
-
-
9-17
3
Amersfoort
Vathorst/ Bovenduist
9
2025-2035
7
2
Totaal
-
9
-
7
2
Nadere afspraken en randvoorwaarden specifieke werklocaties Amersfoort-Bovenduist Uit de PlanMER blijkt dat landschappelijke inpassing en kavelstructuur bij de ontwikkeling van deze werklocatie een aandachtspunt is. De gemeente dient bij uitwerking van het bestemmingsplan aan te geven hoe ze met deze landschappelijke waarden om willen gaan bij de verdere ontwikkeling van deze locatie. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen. Vooruitblik Ook de Regio Amersfoort gaat de komende tijd werken aan een visie op werklocaties, waardoor een lange termijn planning ontstaat op de realisatie van mogelijke nieuwe bedrijventerreinen. In deze visie zal ook de mogelijkheid voor een regionaal bedrijventerrein worden verkend.
4.3.
Regio Foodvalley
Wonen in Foodvalley Het totale programma woningbouw voor de Regio Foodvalley tot en met 2030 omvat 5.555 woningen. Dit valt binnen de bandbreedte (4.400 - 6.200) voor deze regio. Ook wordt hiermee een deel van het tekort ingelopen. Het overgrote deel van de woningbouw wordt binnenstedelijk gerealiseerd. Tabel 16a Programma woningbouw Regio Foodvalley per gemeente, 2022 t/m 2025 (4 jaar) in aantallen woningen Gemeente
Binnenstedelijk
Uitleg
Totaal
Renswoude
155
6
161
Rhenen
330
101
431
Veenendaal
2.500
0
2.500
Totaal
2.985
107
3.092
29
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Tabel 16b Programma woningbouw Regio Foodvalley per gemeente 2026 t/m 2030 (5 jaar) in aantallen woningen Gemeente
Binnenstedelijk
Renswoude
163
0
163
0
0
0
Veenendaal
2.300
0
2.300
Regio Foodvalley 2026 t/m 2030
2.463
0
2.463
Regio Foodvalley 2022 t/m 2030
5.448
107
5.555
Rhenen
Uitleg
Totaal
In bijlage 3 is het totaal programma per gemeente voor de periode 2022 t/m 2030 opgenomen.
Nieuwe uitbreidingslocaties Met het Provinciaal Programma Wonen en Werken wordt in de gemeente Rhenen bij Achterberg west een nieuwe woonlocatie mogelijk gemaakt met een omvang van 100 woningen. Deze locatie was al voor 75 woningen planologisch mogelijk gemaakt in de PRS/PRV 2013. Op verzoek van gemeente is de locatie opgehoogd naar 100. Tabel 17 Overzicht uitbreidingslocaties zie zijn meegenomen in het programma. Gemeente
Locatie
Aantal woningen
Rhenen
Achterberg West
100
Werken in Foodvalley Er worden in dit programma geen nieuwe werklocaties geprogrammeerd. Vooruitblik In het kader van de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley wordt onderzocht waar op termijn nieuwe woon- en werklocaties mogelijk zijn. Dit is ook een onderdeel van de NOVEX opgave. In dit grensoverschrijdende traject wordt gekeken op de schaal van Foodvalley als geheel. Het streven is de resultaten daarvan te laten landen in een volgend programma. Naast deze strategische verkenningen is vanuit de gemeenten Rhenen en Renswoude al aangekondigd dat zij locaties ten behoeve van de lokale vitaliteit willen inbrengen in de derde cyclus. Provincie en gemeenten gaan daarover met elkaar in overleg. Op het gebied van bedrijventerreinen zal de provincie Utrecht het initiatief nemen om samen met de Utrechtse Foodvalley gemeenten provinciegrens overstijgend te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om nieuwe bedrijventerreinen te gaan realiseren in de toekomst.
4.4.
Totaal overzicht van nieuwe uitleglocaties Programma Wonen en Werken 23
Op de volgende bladzijde tabel zijn alle in dit Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 nieuwe uitleglocaties opgenomen. Verwezen wordt ook naar de nadere toelichting over de locaties in de hoofdstuk 4.1 t/m 4.3. Tevens is een kaart opgenomen waarbij alle nieuwe woon en werklocaties indicatief zijn weergegeven.
30
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Gemeente
Locatie
Woningen t/m 2030
Bunnik
Kersenweide (Odijk West)
1200
De Ronde Venen
Abcoude Zuidwest
De Ronde Venen
Woningen na 2030
Bedrijventerrein t/m 2030 (ha netto)
Bedrijventerrein na 2030 (ha netto)
-
-
-
270
-
-
-
Mijdrecht Oosterland (Tuinderslaan)
600
155
-
-
IJsselstein
Ruimtevaartbaan
63
-
-
-
Lopik
Lopikerkapel
50
-
-
-
Lopik
Cabauw
50
-
-
-
Montfoort
De Bleek
200
200
-
-
Stichtse Vecht
Daalseweide
138
-
-
-
Utrecht
Zuilense vecht
289
-
-
-
Vijfheeren landen
Leerdam Broekgraaf-Noord
500
-
-
-
Zeist
W.A. Hoeve
250
-
-
-
Amersfoort
Utrechtseweg 299
84
-
-
-
Amersfoort
Bovenduist (VathorstWest)
2.000
1000
-
-
Leusden
Tabaksteeg Zuid
305
455
-
-
Leusden
Achterveld Noordoost
100
75
-
-
Rhenen
Achterberg West
100
-
-
-
Amersfoort
VathorstWest/Bovenduist
-
-
7
2
De Bilt
Maartensdijk
-
-
1
-
Vijfheeren landen
Gaasperwaard 2
-
-
5
3
Vijfheeren landen
Gaasperwaard 3 (voorwaardelijk)
-
-
-
30
Wijk bij Duurstede
Broekweg-Noord / Langshaven
-
-
2
3
De Ronde Venen
Bedrijventerrein Mijdrecht-Noord
-
-
4
4
Lopik
De Copen-Noord (Roba)
-
-
5,7
-
31
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Afbeelding 3: Overzichtskaart met nieuwe woonlocaties (oranje) en nieuwe werklocaties (paars)
32
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
5.
Resultaten PlanMER
Introductie PlanMER In de Wet Milieubeheer is vastgelegd dat voor kaderstellende plannen voor M.E.R-(beoordelings)plichtige activiteiten de procedure van de milieueffectrapportage doorlopen moet worden. In een planMER worden milieueffecten van een plan of besluit in beeld gebracht. Het doel is om inzichtelijk te maken welke effecten het nieuwe beleid heeft op de leefomgeving en of het voorgestelde beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde doelen. In 2021 is het eerste Provinciaal Programma Wonen en Werken (PPWW 2021) vastgesteld. Hierbij is ook een planMER opgesteld. Het PlanMER behorende bij het Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 bouwt voort op het PlanMER Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021, maar is een nieuw separaat document. Het gaat om een aanvulling op het bestaande PlanMER, specifiek voor de nieuwe uitbreidingslocaties voor wonen en werken. De aanvullende PlanMER opgesteld bestaat uit twee delen: • Een samenvattend rapport waarin de uitkomsten van de beoordelingen zijn weergegeven. • 14 afzonderlijke gebiedsanalyse voor de uitleglocaties voor wonen en werken die met dit beleidsvoornemen worden mogelijk gemaakt. Locaties die al mogelijk waren in de PRS/PRV en woningbouwlocaties met een omvang van minder dan 50 woningen zijn niet voorzien van een M.e.r.-beoordeling omdat die al eerder zijn beoordeeld.
Uitkomsten beoordeling en doorwerking resultaten Door de systematiek van een ambtelijke beoordeling voorafgaand aan de opname in het Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 heeft al een eerste selectie plaatsgevonden. Hierdoor zijn locaties waarvan bij voorbaat helder is dat die op gespannen voet staan met regels uit de (Interim) – Omgevingsverordening en op meerdere thema’s negatief scoren niet opgenomen in het Ontwerp – Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 en ook niet in het PlanMER beoordeeld. Alleen locaties die ruimtelijk aanvaardbaar zijn, zijn meegenomen in het Ontwerp-PPWW23. Een aantal aspecten is relatief moeilijker te beoordelen in deze fase van de planvorming. Het gaat vaak om contouren en de echte planuitwerking moet nog plaats vinden. Deze gemeentelijke planuitwerking vindt later plaats. Dit betekent dat bij deze uitwerking pas echt inzichtelijk wordt wat effecten zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor een thema als klimaatadaptatie, waarbij omgang met hitte, droogte en wateroverlast elementen zijn die in het stedenbouwkundig plan een plaats dienen te krijgen. Hetzelfde geldt in iets mindere mate voor landschap en cultuurhistorie. De mate van aantasting hangt sterkt samen met de mate waarin de landschappelijke en cultuurhistorische waarden herkenbaar blijven in het uiteindelijke ontwerp.
Per gebiedsanalyse zijn mitigerende/optimaliserende maatregelen voorgesteld ten gunste van de provinciale ambities. De verantwoordelijkheid ligt verder bij de gemeenten om de ontwikkellocaties uit te werken binnen de kaders van het provinciaal omgevingsbeleid en de wettelijke kaders. In het kader van het vooroverleg en planbeoordeling zal de provincie daar bij de verdere planvorming op toezien. Woonlocaties Van de woonlocaties scoren twee locaties op het aspect landschap en cultuurhistorisch in het PlanMER negatief (oranje). Het betreffen de locaties Leusden-Tabaksteeg en de locaties Bunnik-Kersenweide Odijk. Bij deze laatste locatie speelt mee dat deze locatie ook nabij het Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes en daarmee ook een aanzienlijke verwachting kent ligt en in de attentiezone van het Werelderfgoed Hollandse Waterlinie. Om eventuele nadelige effecten te ondervangen, is voor aspecten waar negatief op wordt gescoord in het PlanMER bij de locaties die het betreft een extra randvoorwaarde opgenomen. Zie hiervoor paragraaf 4.1.
33
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
Werklocaties Van de werklocaties scoren twee locaties kritisch op het aspect mobiliteitstransitie en één locatie negatief op het aspect landschap/cultuurhistorie. Om eventuele nadelige effecten te ondervangen, is voor aspecten waar negatief op wordt gescoord, in het PlanMER bij de locaties die het betreft een extra randvoorwaarde opgenomen. Zie hiervoor paragrafen 4.1 en 4.2. Passende beoordeling Tevens is een passende beoordeling uitgevoerd. Hieruit komt naar oren dat het programma mogelijke effecten kan hebben op verzuring/vermesting in de stikstofgevoelige Nature 2000-gebieden als gevolg van stikstofuitstoot. Voor alle ontwikkelingen die in het PPWW23 worden opgenomen dient nog daar onderzoek op dit vlak te worden uitgevoerd. Op dit moment wordt geen van de beoordeelde locaties onuitvoerbaar geacht vanwege het effect op Natura 2000-gebieden. Er zijn wel risico’s maar met voldoende mitigerende maatregelen is het mogelijk om de locaties opgenomen in het programma te realiseren. Daarbij komt ook voor dat door de transformatie ook stikstofbronnen verdwijnen. Voor twee locaties geldt dat uitvoerbaarheid niet onmogelijk is, maar er wel sprake is van een grote opgave voor mitigerende/compenserende maatregelen om significante gevolgen te kunnen uitsluiten. Dit is ook opgenomen bij de beschrijving van deze locaties in hoofdstuk 4.
Het is aan de gemeenten om dit verder mee te nemen in de ontwikkeling van deze locaties.
34
Ontwerp-Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023
6.
Vervolg
Ter inzagelegging en vaststelling Het Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en werken 2023, met de opgestelde PlanMER, ligt vanaf 1 maart 2023 gedurende zes weken ter inzage. Eenieder die dat wil heeft de mogelijkheid zienswijzen hierover in te dienen. Ook wordt de mogelijkheid geboden om zienswijzen mondeling kenbaar te maken. Provinciale Staten worden via een Statenbrief geïnformeerd over de inhoud van dit Ontwerpprogramma. Zij krijgen daarbij de gelegenheid om met het college van Gedeputeerde Staten in gesprek te gaan over het Ontwerp-programma en de ingekomen zienswijzen. De uitkomsten zullen worden betrokken bij het definitieve besluit. Specifiek over het onderwerp regionaal bedrijventerrein, zal aan Provinciale Staten een Statenbesluit worden voorgelegd. Dit in aansluiting met de afspraak hierover uit de Omgevingsvisie. Gedeputeerde Staten zullen daarna, afhankelijk van de agendering in de betreffende statencommissie, in juni 2023 of augustus 2023 het Provinciaal Programma Wonen en werken 2023 definitief vaststellen, inclusief de opgestelde Nota van Beantwoording. Monitoring Monitoring heeft een belangrijke functie in het cyclische proces van regionale programmering. Op die manier kunnen we de uitvoering en effectiviteit van het realisatiedeel van het programma volgen.
Hierover zijn afspraken gemaakt in de regionale programma’s, in de zin dat de provincie een voorstel doet voor een monitoringsaanpak en dat gemeenten zich zullen inspannen om de daarvoor benodigde gegevens te leveren. Om extra werkdruk voor gemeenten zo veel mogelijk te voorkomen, is het uitgangspunt om zo veel mogelijk gebruik te maken van reeds bestaande systemen en beschikbare informatie. Planning 01-03-2023 t/m 11-04-2023 Na 11-04-2023 17-05-2023 28-06-2023 of 05-07-2023 04-07-2023 of 22-08-2023
Terinzage Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken Beantwoording zienswijzen/ schrijven Nota van Beantwoording Behandeling van Ontwerp PPWW 2023 in Commissie RGW verwacht Besluit Provinciale Staten over regionaal bedrijventerrein Gaasperwaard 3 verwacht Gedeputeerde Statenstellen definitief Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 en Nota van Beantwoording vast
35
BIJLAGEN BIJLAGE 1 In onderstaande tabel zijn alle uitbreidingslocaties uit het PPWW 2021 weergegeven. Uitbreidingslocaties van minder dan 15 woningen worden niet apart genoemd. Gemeente
Locatie
Aantal woningen 126
Toelichting -
Lopik
Lopik oost 1
Montfoort
Linschoten Zuid oost
80
-
Montfoort
Lindeboomseweg
50
-
Oudewater
Kerkwetering
150
Stichtse Vecht
Nieuwer ter Aa
35
Wijk bij Duurstede
De Geer III
250
totaal 500. In PPWW21 eerste deel van 150 woningen geprogrammeerd Vitaliteitslocatie (art. 9.12 Interimverordening) -
Wijk bij Duurstede
Ophoging De Geer III
280
-
Utrechtse Heuvelrug
Overberg
50
-
Bunnik
‘t Burgje
141
-
Vijfheerenlanden
Schoonrewoerd
50
Baarn
Alexanderkwartier
98
Vitaliteitslocatie (art. 9.12 Interimverordening) Betreft transformatielocatie in het landelijk gebied.
In onderstaande tabel zijn alle bedrijvenlocaties uit het PPWW 2021 (2020 t/m 2029) weergegeven. Gemeente
Locatie
Binnenstedelijk netto uitgeefbaar (in ha) -
Uitleg netto uitgeefbaar (in ha)
Lopik
De Copen
4
Montfoort
Heeswijk-oost
-
3
Oudewater
Uitbreiding Tappersheul
-
3
Vijfheerenlanden
Meerkerk IVa
-
5
Woerden
De Voortuin
5
Woerden
Van Zwietenweg-oost
-
5,7
Woerden
-
3,2
Wijk bij Duurstede
Uitbreiding De Putkop Harmelen Uitbreiding Broekweg
-
1,6
IJsselstein
De Kroon
9
Amersfoort
Vathorst Smink
-
Baarn
Noordschil
Bunschoten
De Kronkels-Zuid fase 1
-
Leusden
De Plantage
1
Renswoude
Groot Overeem
-
Rhenen
Remmerden
1
1,3
2,4 7 3
Bijlagen
BIJLAGE 2 In onderstaande tabel is een overzicht per gemeente opgenomen van de ambities ten aanzien van het Convenant Duurzaam Woningbouw (CDW). Gemeente
Ambitieniveau CDW
De Bilt
Brons
Bunnik
Goud
Houten
Zilver
IJsselstein
Brons
Lopik
Niet getekend
Montfoort
Brons
Nieuwegein
Brons
Oudewater
Niet getekend
De Ronde Venen
Brons
Stichtse Vecht
Brons
Utrecht
Goud
Utrechtse Heuvelrug
Brons
Vijfheerenlanden
Brons
Wijk bij Duurstede
Brons
Woerden
Brons
Zeist
Goud
Amersfoort
Goud
Baarn
Niet getekend
Bunschoten
Niet getekend
Eemnes
Brons
Leusden
Brons
Soest
Brons
Woudenberg
Brons
Renswoude
Brons
Rhenen
Brons
Veenendaal
Brons
37
Bijlagen
BIJLAGE 3 In onderstaande tabel is het totale woningbouwprogramma per gemeente voor de periode 2022 t/m 2030 opgenomen. Gemeente De Ronde Venen Lopik Montfoort Oudewater Stichtse Vecht Vijfheerenlanden Woerden De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Bunnik Houten IJsselstein Nieuwegein Utrecht Regio U10 totaal
Totaal 2022 t/m 2030 (9 jaar) 2.950 291 475 450 3.323 2.797 2.615 536 1.143 900 2.419 2.179 852 1.568 5.100 33.571 61.169
Gemeente
Totaal 2022 t/m 2030 (9 jaar)
Amersfoort
11.584
Baarn Bunschoten
874 1.103
Eemnes
401
Leusden
1.455
Soest
1.250
Woudenberg
1.060
Regio Amersfoort
17.727
Gemeente
Totaal 2022 t/m 2030 (9 jaar)
Renswoude
324
Rhenen
431
Veenendaal
4.800
Totaal
5.555
38