E 2 Kadernota 2022 - versie besluit AB 17-12-2020-getekend
Tekst van het document
Kadernota 2022 OMGEVINGSDIENST REGIO UTRECHT
Omgevingsdienst regio Utrecht 3 december 2020
Kadernota 2022
Colofon Titel
Kadernota 2022
Revisie
1
Datum
3 december 2020
Aantal Pagina’s
28 (inclusief titelpagina)
Auteurs
Omgevingsdienst regio Utrecht
Contactpersoon
Planning & Control
ODRU
Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht
Copyright
© Omgevingsdienst regio Utrecht
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
opgesteld door
Planning & Control
beoordeeld door
managementteam 1 september 2020
vastgesteld door
dagelijks bestuur 10 september 2020
Besproken
algemeen bestuur 1 oktober 2020
vastgesteld door
algemeen bestuur 17 december 2020
Kenmerk
INT20.1011/18014
1 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................................3 1.
Inleiding .............................................................................................................................6
1.1
Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) ............................................................................6
1.2
Proces .................................................................................................................................7
1.3
Leeswijzer ...........................................................................................................................7
2.
Ontwikkelingen .................................................................................................................8
2.1
Algemeen ............................................................................................................................8
2.2
Omgevingswet (OGW) ........................................................................................................9
2.3
Beleidsontwikkelingen 2021 en verder ............................................................................ 10
2.3.1
Duurzaamheid.................................................................................................................. 10
2.3.2
Klimaat ............................................................................................................................. 11
2.3.3
Vergunningverlening, toezicht en handhaving ................................................................. 11
2.3.4
Wettelijke ontwikkelingen ................................................................................................. 12
2.4
Economische ontwikkeling ............................................................................................... 12
2.5
Vernieuwingen BBV ......................................................................................................... 13
3.
Wat mag het kosten ....................................................................................................... 14
3.1
Wijze van financiering ...................................................................................................... 14
3.2
Financiële uitgangspunten begroting 2022 ...................................................................... 15
3.3
Financieel beleid .............................................................................................................. 15
3.4
Vermogensontwikkeling ................................................................................................... 16
3.5
Baten en Lasten ............................................................................................................... 17
3.5.1
Toelichting op de lasten ................................................................................................... 17
3.5.2
Toelichting op de baten ................................................................................................... 18
4.
Loon- en prijsontwikkeling ........................................................................................... 18
4.1
Inleiding ............................................................................................................................ 18
4.2
Loon- en prijsontwikkeling ............................................................................................... 18
4.3
Tarief 2022 ....................................................................................................................... 20
5.
Planning en tijdschema ................................................................................................. 22
6.
Verantwoording.............................................................................................................. 22
6.1
Rapportages .................................................................................................................... 22
6.2
Jaarrekening .................................................................................................................... 22
BIJLAGE 1.
Uren per gemeente ...................................................................................................... 23
BIJLAGE 2.
Berekening loon- en prijsontwikkeling .......................................................................... 26
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
2 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Samenvatting Voor u ligt de Kadernota 2022 voor de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). In deze Kadernota beschrijven we de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting 2022. Het belangrijkste uitgangspunt in deze Kadernota is de vaststelling van het uurtarief voor 2022. Het uurtarief wordt, op basis van de in de afgelopen jaren gehanteerde rekenmethodiek, als volgt berekend: begrote vaste toegestane formatie en vaste overige kosten voor 2022 (meerjarenbegroting) gedeeld door de gegarandeerde G-uren (huidige DVO’s/vaste contracten). En hierop vindt de correctie van de loon- en prijsontwikkeling plaats. De ODRU kent tot op heden een structureel gezonde exploitatie, hetgeen meegenomen is in de, in het voorjaar van 2020 gemaakte, (financiële) uitwerking van de meerjarenbegroting. Dit betekent dat de ODRU werkt met een integraal uurtarief waaruit alle (vaste) kosten worden gedekt. Gevolg hiervan is dat wanneer bijvoorbeeld door verdere digitalisering een besparing mogelijk is op het benodigde aantal uren voor een taak, dit leidt tot een verhoogd uurtarief omdat de ICT-kosten in het uurtarief verdisconteerd zijn. Een ander gevolg van de systematiek is dat wanneer het aantal door gemeenten gegarandeerde/vaste uren toeneemt, het uurtarief daalt (en andersom).
Externe ontwikkelingen In deze Kadernota wordt een aantal externe ontwikkelingen genoemd die van belang zijn voor de ODRU, omdat deze uiteindelijk effect zullen hebben op het uurtarief en/of voorbereidingen vergen die uit een bestemmingsreserve worden gedekt. Deze externe ontwikkelingen zijn niet verwerkt in het uurtarief van 2022, omdat het exacte financiële effect nog niet bekend is en de kosten niet zijn meegenomen in de meerjarenbegroting. Gezien de grote betekenis van deze ontwikkelingen voor de ODRU, behoeven deze tevens een nauwgezette monitoring, sturing en verantwoording. De twee belangrijkste zijn: •
•
De coronacrisis. Het Centraal Plan Bureau (CPB) verwacht een krimp van de economie met 5% in 2020, gevolgd door een groei van 3% in 2021. Bij het scenario waarin er een tweede golf komt van het coronavirus daalt de economie ook in 2021. Over de consequenties hiervan voor de gemeenten en de ODRU bestaat veel onzekerheid. De lage werkloosheid loopt naar verwachting op van 3,4% in 2019, naar 7% in 2021. De Omgevingswet in 2022. Voorlopige berekeningen voor de structurele kosten zijn gemaakt maar de exacte invloed op de activiteiten is nog niet aan te geven. De afspraak is nu om gemeenten flexibiliteit te bieden door het opnemen van extra tijdelijke uren in het UVP 2022 en het DVO pas later aan te passen. De insteek is de aanpak gezamenlijk met gemeenten zo efficiënt mogelijk te doen.
Financiële situatie gemeenten Onze eigenaar gemeenten bevinden zich in financieel zwaar weer. Wij realiseren ons vanuit de ODRU de financiële situatie waar al onze eigenaar gemeenten mee te maken krijgen. Daarom heeft de ODRU nu onderzocht hoe wij zelf actie kunnen ondernemen om onze gemeenten te helpen kosten te besparen (separate AB-notitie ’mogelijkheden voor kostenbesparingen’). Wij hanteren om de kostenbesparingen zichtbaar te maken en te realiseren het volgende drie-sporen traject: 1. Kostenbesparingen in de sfeer van de interne bedrijfsvoering. Belangrijkste snelle actie hierbinnen is het verhogen van de vaste bezetting en verminderen van de inhuur. De praktijk is dat ODRU continu zo’n 10 % onder de toegestane vaste formatie-bezetting opereert.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
3 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
2. Kostenbesparingen door minder uren te besteden. Dit omvat twee onderdelen: a. Minder uren voor tenminste dezelfde kwaliteit en omvang van de dienstverlening. Dit is te realiseren door standaardisering, digitalisering in combinatie met procesoptimalisatie en door werkstructuur (wie is waarvan), rolvastheid en sturing te verbeteren. b. Minder uren door de kwaliteitseisen te verlagen en/of schrappen van taken (binnen de wettelijke mogelijkheden). Dit is afhankelijk van welke keuzes gemeenten hierin willen maken. 3. Kostenbesparingen in de “keten”. Dit is te realiseren wanneer de gemeenten en de ODRU op onderdelen komen tot andere samenwerkingsvormen en/of taakverdelingen. Hier valt de grootste besparing te behalen en wordt netto bespaard op de kosten die de gemeente maakt doordat: a. er zowel bij de gemeente als bij de ODRU minder uren nodig zijn voor hetzelfde resultaat op bestaande taken. b. er voor bestaande taken minder uren bij de gemeente nodig zijn doordat een taak van gemeente naar ODRU wordt overgeheveld omdat deze door de ODRU vanwege schaalvoordeel en uitvoering oriëntatie efficiënter kan worden uitgevoerd; c. er nieuwe taken komen (Omgevingswet, toezicht verplichting energielabel c voor kantoren en andere taken op gebied van duurzaamheid en klimaat) waarbij we onnodige kosten voorkomen (dus geen echte kostenbesparing).
Op basis van uitsluitend spoor 1 en 2a menen wij in 2021 € 200.000 en in 2022 daarbovenop € 500.000 te kunnen besparen (totaal ca 4 % van de totale bijgestelde begrote kosten voor 2020). Voornoemde kostenbesparingen zijn voorzichtigheidshalve nu nog niet verwerkt in het onderstaande uurtarief. In het voorjaar van 2021 wordt bij het opstellen van de begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 bekeken welk deel van de te realiseren kostenbesparing in beide stukken verwerkt kan worden. Verdere kostenbesparingen zijn -afhankelijk van de keuzes van gemeenten - mogelijk via de sporen 2b en 3. Daarnaast zijn er extra structurele en noodzakelijke kosten nodig in 2021 (minimaal € 80.000) en in 2022 (daarbovenop minimaal € 90.000) voor de professionalisering van de ODRU, zoals het up to date houden van de ICT en digitaliseren van de documentenstromen. De ODRU stelt voor om uit de besparingen de extra structurele kosten te dekken. Indien in 2021 een saldo van de besparingen overblijft stelt ODRU voor om dit restant bedrag te gebruiken om verdere besparingen te kunnen realiseren. Om het meeste effect uit dit drie-sporen traject voor kostenbesparing te behalen, is het noodzakelijk dat gemeenten gezamenlijk gaan inzetten op meer uniformiteit, standaardisatie en schaalvoordelen (spoor 3).
Ter voorkoming van financiele risico’s (geen dekking voor formatie en vaste kosten) is een koppeling met meerjaren afspaken met de gemeenten benodigd.
Tarief 2022 De tarieven van de ODRU dienen tenminste kostendekkend te zijn, waarbij ernaar wordt gestreefd deze zo laag mogelijk te houden door heldere afspraken en een efficiente bedrijfsvoering. Een factor waar de ODRU geen invloed op heeft, is die van de loon- en prijsontwikkeling. Indien de verwachtingen van het CPB worden doorgevoerd resulteert dit in een tariefstijging van 1,92%. In lijn hiermee is in deze Kadernota 2022 over het jaar 2020 een correctie berekend op basis van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Dit sluit aan bij de manier waarop er bij de Rijksoverheid en bij de lokale overheden, door middel van een bijstelling van het gemeentefonds, met de loon- en prijsontwikkeling wordt omgegaan. Met deze correctie wordt de stijging van de reële lasten in 2020 en 2021 opgevangen. In de bijlage bij deze Kadernota zijn de exacte berekeningen opgenomen.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
4 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Het tarief voor 2022 is als volgt berekend: Voor- en nacalculatie
Tarief 2022
Loon correctie
2,10%
Prijs correctie
1,30%
Gewogen L/P
1,92%
Stijging (€ 95 * 1,92%)
€ 1,75
Berekend tarief 2022
€ 96,75
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
5 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
1.
Inleiding
Voor u ligt de Kadernota 2022 van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). In deze Kadernota beschrijven we de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting 2022. Het belangrijkste uitgangspunt in deze Kadernota is de vaststelling van het uurtarief voor 2022. In deze Kadernota worden diverse externe ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet, de energietransitie, de bouwopgave, de commissie van Aartsen, beschreven die effect hebben op het uurtarief en/of de R&D kosten van de ODRU. Gezien de betekenis van deze ontwikkelingen voor de ODRU vergen deze ontwikkelingen voorbereidingen en behoeven een nauwgezette monitoring, sturing en verantwoording. Deze externe ontwikkelingen zijn niet verwerkt in het uurtarief van 2022 omdat het exacte financiële effect nog niet bekend is en de kosten niet zijn meegenomen in de meerjarenbegroting. Er kunnen ook externe ontwikkelingen zijn die niet van invloed zijn op het uurtarief, maar wel op het aantal uren (producten en diensten) dat door gemeenten van de ODRU gevraagd wordt.
1.1
Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)
De ODRU is een gemeenschappelijke regeling (GR) van vijftien middelgrote en kleine gemeenten in de provincie Utrecht. Los van landelijke ontwikkelingen hebben zij al eerder hun krachten gebundeld op het gebied van het omgevingsrecht. Dit levert voor zowel de gemeenten samen, als voor elk van de gemeenten afzonderlijk, betere garanties voor kwaliteit van de uitvoering, financiële schaalvoordelen en vermindering van kwetsbaarheid. De Rijksoverheid heeft met het Besluit omgevingsrecht bepaald welke taken gemeenten minimaal moeten overdragen aan hun Omgevingsdienst. De ODRU is uitvoerder van gemeentelijke VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) en het kennis- en expertisecentrum voor milieu en duurzaamheid. Wij werken in opdracht van vijftien gemeenten in de provincie Utrecht. De deelnemende gemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Ruim 200 vakspecialisten, variërend in leeftijd en achtergrond, ondersteunen gemeenten en andere samenwerking-organisaties zoals de veiligheidsregio, het waterschap en de GGD bij de uitvoering van hun milieu- en omgevingstaken.
FIGUUR 1: MISSIE ODRU
Dat doen we met een breed aanbod van producten en diensten op het gebied van bodem, milieu-, bouwen woningtoezicht, vergunningen en meldingen, geluid en lucht, natuur- en milieueducatie, ruimtelijke ordening, klimaat, energie en duurzaamheid. Onze visie luidt: • onze gemeenten te ontzorgen; • onze brede kennis en onafhankelijke positie centraal te stellen; • vanuit een dienstverlenende houding te werken;
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
6 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
• • •
alert te zijn op politiek gevoelige dossiers en lokale verhoudingen; meer vanuit mogelijkheden te denken; in alle fasen van ontwikkeling een logische partner van de gemeenten zijn en vroegtijdig betrokken zijn in ontwikkelingen. Voorop staat het denken in mogelijkheden en het helpen realiseren van initiatieven, met behoud van de waarden in de fysieke leefomgeving. Kernwaarden Bij het werken aan de organisatie laten wij ons leiden door kernwaarden, die ons handelen naar klanten, partners en collega’s onderling bepalen:
• • • • • •
Dichtbij Samen Deskundig Objectief Anticiperend Maatschappelijk bewust. FIGUUR 2: KERNWAARDEN ODRU
1.2
Proces
De leden van het algemeen bestuur (AB) van de ODRU stellen de Kadernota 2022 vast. Uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van vaststelling wordt de (ontwerp)Kadernota toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze raden kunnen binnen acht weken bij het dagelijks bestuur (DB) hun zienswijzen naar voren brengen. Het DB voegt de ingebrachte zienswijzen bij de Kadernota 2022 ten behoeve van de definitieve vaststelling door het AB. De planning voor de vaststelling van de Kadernota 2022 is als volgt: • • •
Ontwerp vaststellen door AB Zienswijze termijn gemeenteraden (8 weken) Vaststelling door AB
1 oktober 2020 30 november 2020 (uiterlijk retour) 17 december 2020
De Kadernota 2022 vormt hierna het financiële kader voor de Begroting 2022, die in het voorjaar van 2021 wordt opgesteld. Het AB stelt de Kadernota en Begroting vast vanuit de rol van eigenaar. De gemeenten hebben de rol van opdrachtgever bij de totstandkoming van de dienstverleningsovereenkomst en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. 1.3
Leeswijzer
In deze Kadernota kijken we eerst in hoofdstuk 2 naar de ontwikkelingen in het fysieke domein die op ons afkomen. Waar moeten we op inspelen, welke voorbereiding vergen deze en wat betekenen deze ontwikkelingen voor de uitvoering van de taken van de ODRU? Ook de beleidsontwikkelingen, macroeconomische ontwikkelingen en vernieuwingen in het BBV komen hier aan de orde. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe de ODRU wordt gefinancierd en wat de financiële uitgangspunten voor de begroting 2022 zijn. In hoofdstuk 4 gaan we in op de verwachte loon- en prijsontwikkelingen. Hierin wordt het tarief berekend op basis van de nacalculatiemethode. Afsluitend vindt u in de hoofdstukken 5 en 6 de tijdsplanning en de verantwoordingsrapportages.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
7 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
2.
Ontwikkelingen
2.1
Algemeen
Een aantal ontwikkelingen in Nederland hebben duidelijk een financieel effect op de ODRU, denk aan de gevolgen van de economische crisis voor de arbeidsmarkt en inhuurtarieven. Voor een overzicht van alle relevante ontwikkelingen op bouw en milieu verwijzen we naar ons Document Nieuwe Ontwikkelingen. Hier gaan we kort in op een aantal ontwikkelingen, waarop de ODRU zich moet voorbereiden, die innovatie en investeringen vragen en/of die een effect kunnen hebben op ons uurtarief. De economische crisis betekent voor de ODRU en andere uitvoeringsorganisaties: we moeten ‘het’ anders doen, meer met minder. En scherp zijn op kostenverhogende effecten van ontwikkelingen.
Koers 2019-2022 De Koers kent twee grote inhoudelijke thema’s: de Omgevingswet en Klimaat, Energietransitie en Duurzaamheid. In paragrafen 2.2 en 2.3. lichten wij die toe. De Koers kent ook vier organisatorische speerpunten. Het betreft: • • • •
Uniformiteit en schaalvoordelen; ICT en digitalisering; Sturing, monitoring en verantwoording; Kwaliteit van dienstverlening.
De Koers kent een interne veranderopgave: van activiteiten- naar procesgericht, meer integrale advisering en resultaatsturing en -verantwoording. Daarin staan een strakkere resultaatsturing en transparantie naar de eigenaargemeenten voorop: contractering en verantwoording op cijfers en normen (op aantal, duur en doorlooptijden. Wij verwachten hiermee organisatiekosten beheersbaar te houden of op onderdelen zelfs te verminderen. De grootste winst is te behalen in verdergaande uniformiteit en het realiseren van schaalvoordelen. In de afspraken tussen de ODRU en de gemeenten kan nog veel bereikt worden. Het gaat erom dat zoveel mogelijk gemeenten zoveel mogelijk dezelfde producten en diensten, in een uniforme werkwijze met zo maximaal mogelijk mandaat bij de ODRU beleggen. Dit heeft een aantoonbaar gunstig effect op de organisatiekosten en mogelijk op het toekomstig uurtarief. In het kader van de Koers zijn voor de professionalisering van de ODRU in de afgelopen jaren extra structurele en incidentele ICT-kosten gebudgetteerd. Extra structurele kosten zijn gemaakt om de ICT up to date te maken, voor de digitalisering van onze documentenstromen en het GIS/ GEO-loket. Ook zijn er ten behoeve van passende kantoorfaciliteiten, extra structurele kosten gebudgetteerd voor de huisvestingskosten op de tweede verdieping.
Deze structurele kosten zijn/worden gedekt uit het ontstane structurele resultaat dat door de DVO-uitbreidingen van de afgelopen jaren is ontstaan als gevolg van schaalvergroting. Deze structurele en noodzakelijke uitbreidingen in de kosten hebben door een adequaat financieel beleid niet geleid tot een hoger uurtarief. Verder konden we voor 2020 nog een reductie van € 1,00 per uur verwerken en dit betekent op basis van het verwachte aantal te leveren uren van 195.000 uur (Begrotingswijziging 2020) een doorgevoerde besparing van € 195.000. Ook voor 2022 (en gedeeltelijk al in 2021) worden als gevolg van nieuwe ontwikkelingen extra structurele en noodzakelijke kosten verwacht om verder te professionaliseren: •
Nieuwe aan te besteden zaaksysteem (VTH) en het Document Management Systeem (kosten nog onbekend);
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
8 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
• • • •
Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) koppeling en software voor toepasbare regels (60k); de digitalisering van de documentstromen: van analoog naar digitaal (kosten nog onbekend); de datakwaliteit door geautomatiseerde selectie en categorisering van documenten (30k). de ondersteuning bij aanbestedingen ten behoeve van rechtmatige inkopen (80k).
Deze kosten waren nog onbekend bij de in het voorjaar van 2020 gemaakte meerjarenbegroting en zijn derhalve ook niet in het uurtarief van 2022 verwerkt. Met deze extra structurele en noodzakelijke kosten dient de ODRU rekening te houden bij de beoogde en te realiseren besparingen voor de komende jaren. Er zijn twee bestuurlijke ontwikkelingen die daarnaast effect kunnen hebben op ons uurtarief, we lichten ze hier kort toe. Commissie van Aartsen Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft opdracht gegeven aan de commissie van Aartsen om het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in het milieudomein onder de loep te nemen. De hoofdvraag voor de commissie is hoe milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening effectiever en slagvaardiger kan worden gemaakt. Ook moet de commissie in kaart brengen hoe de onafhankelijkheid, deskundigheid en doorzettingsmacht van toezichthouders - in het bijzonder omgevingsdiensten – kan worden versterkt. De huidige verdeling van rollen, taken en bevoegdheden wordt tegen het licht gehouden. Het ministerie geeft aan hiermee te willen bereiken dat het accent meer op voorkómen van milieuschade komt te liggen in plaats van herstelwerk achteraf. De commissie moet begin 2021 het rapport hebben voltooid.
Wetswijziging Gemeenschappelijke regelingen De Raad van State heeft afgelopen juli haar advies gepubliceerd over de wetswijziging om de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerkingen te versterken. De voorgestelde wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) houdt verschillende maatregelen in die de betrokkenheid van raadsleden, statenleden en inspraak van inwoners en maatschappelijke organisaties verbeteren, zoals het versterken van de positie van gemeenteraden bij de besluitvorming in en door gemeenschappelijke regelingen en de introductie van aanvullende controle-instrumenten. Dit kan gevolgen hebben voor de werkwijze, de producten en de diensten van de ODRU. Volgens het kabinet zorgen de wijzigingen op korte termijn voor verbetering. Tegelijkertijd realiseert het kabinet zich dat er behoefte is aan meer flexibele samenwerkingsvormen en dat de toename van gemeenschappelijke regelingen vraagt om een principiëlere discussie over de betekenis daarvan voor de inrichting van het openbaar bestuur. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft daarom aangekondigd die discussie te gaan voeren over de volle breedte van het openbaar bestuur.
2.2
Omgevingswet (OGW)
De inwerkingtreding van de OGW is uitgesteld naar 1 januari 2022. De OGW raakt ook de ODRU, die nieuwe taken (b.v. bodemtaken) krijgt, dan wel aan de hand van nieuwe regels moet werken. Dat kan effect hebben op de werkwijze in meerdere producten en diensten. Voor 2022 worden de gevolgen van OGW meegenomen in het Uitvoeringsprogramma per gemeente. Er zijn (nog) geen afspraken over de gevolgen die de OGW kan hebben voor de Dienstverleningsovereenkomsten, en daarmee dus ook niet over het uurtarief. Uiteraard moet een en ander wel in het komende jaar worden onderzocht. De centrale vraag is: wat is het effect van de Omgevingswet op de structurele exploitatie van de ODRU en hoe kunnen we eventuele kostenverhogingen beperken?
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
9 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Landelijk Het totale nieuwe stelsel van de Omgevingswet (inclusief het Digitaal Stelsel Omgevingswet DSO) is inhoudelijk nog niet klaar en dus zijn nog niet alle onderdelen financieel onderzocht. Er moet nog een aantal onderzoeken naar de financiële consequenties gedaan worden. Met name de financiële effecten van de toegenomen decentrale beleidsruimte van het lokaal bevoegd gezag zijn nog niet in beeld gebracht. Het is de bedoeling dat nog in 2020 een zodanig inzicht verkregen wordt dat het ministerie van BZK en de VNG naar het totaalplaatje kunnen kijken en een goed integraal financieel beeld maken van het nieuwe stelsel. ODRU Wij hebben een actualisering gemaakt met de verwachte structurele gevolgen van de Omgevingswet, deze wordt in oktober 2020 besproken in het AB (aparte notitie ”Tweede doorrekening rechtdoor variant structurele wijziging OGW”). Hierbij is gebruik gemaakt van informatie uit landelijk onderzoek naar de financiële effecten van de Omgevingswet, Model voor berekening van de verandering van de structurele bijdragen aan de ODRU en een benchmark van onder andere omgevingsdiensten naar hun benadering. In het scenario ‘ODRU rechtdoor’ is de voorlopige verwachting dat de structurele bijdrage aan de ODRU stijgt met circa 6%. Dit wordt veroorzaakt door verschuiving van het bevoegd gezag van een aantal bodemtaken van de Provincie naar de gemeenten.
Deze kostenstijging zou gedekt moeten worden uit de financiële bijdrage die gemeenten voor deze nieuwe taken krijgen. Daarnaast stijgt de bijdrage met circa 10% door de andere manier van werken en taken die onder de Omgevingswet door de ODRU worden uitgevoerd. Dit is een indicatie; de werkelijke stijging is afhankelijk van nog te maken keuzes en meer inzicht in de gevolgen van de Omgevingswet. De gemeenten kunnen tussen nu en de invoering van de Omgevingswet veel keuzes nog niet maken. De ODRU gaat daarom in het programmaplan aansluiten bij het scenario ‘ODRU rechtdoor’ en waar mogelijk ruimte houden voor gemeenten om in een later stadium alsnog andere keuzes te maken voor specifieke parameters. Hoe meer de ODRU-gemeenten vergelijkbare keuzes maken, hoe beperkter de stijging van de ureninzet voor de ODRU zal zijn. Samen met de projectleiders Omgevingswet en financiële experts van de gemeenten gaan we aan de slag om de te maken keuzes door de gemeenten in kaart te brengen en te bezien of er effect komt op het uurtarief en hoe we onnodige kostenstijgingen kunnen voorkomen.
2.3
Beleidsontwikkelingen 2021 en verder
De ontwikkelingen rondom de energie- en duurzaamheidsopgave heeft consequenties voor diverse werkzaamheden bij de ODRU. Het gaat hierbij om werkzaamheden zoals advisering bij gebiedsvisies en omgevingsplannen, ruimtelijke inpassing duurzame energie en infrastructuur. Maar ook ondersteuning bij participatietrajecten, bodemtaken voor duurzame warmtesystemen en taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht. Energiebesparing, duurzaam vervoersmanagement en duurzaamheid van gebouwen vormen een steeds groter aandachtspunt in de VTH-taken van de Omgevingsdienst. Ook op het gebied van geluid verandert er een en ander. Voor deze nieuwe wettelijke taak moeten gemeenten en provincie rekening houden met extra kosten, waarvan nog niet bekend is hoe groot deze zijn. 2.3.1
Duurzaamheid
In de energie- duurzaamheidsopgave zijn er wettelijke taken met financiële consequenties die mogelijk een effect op het uurtarief van de ODRU hebben.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
10 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
•
•
•
Uitvoering Regionale energiestrategie In 2021 stellen de RES-regio’s de definitieve Regionale Energiestrategie (RES 1.0) vast en borgen ze de besluiten en doelstellingen in de gemeentelijke omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Dit proces moet elke twee jaar worden herhaald. Alle RES’en van de regio’s worden opgeteld en getoetst aan de afspraken uit het nationale klimaatakkoord (49% CO2besparing t.o.v. 1990) en de afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs (2015). Uitvoeren en actualiseren transitievisie warmte Gemeenten hebben de regie in de verduurzaming van de gebouwde omgeving (woning- en utiliteitsgebouwen). Als trekker van het transitieproces stellen ze in 2021 een Transitievisie Warmte op. De gemeenten concretiseren de Transitievisies in wijkuitvoeringsplannen warmtetransitie. De Transitievisie Warmte en de wijkuitvoeringsplannen zijn een programma binnen het Omgevingsplan van de gemeente. Uitvoeren regionale duurzaamheid mobiliteitsplannen Gemeenten hebben in 2020 een Duurzaam mobiliteitsplan voor de vervoersregio’s opgesteld en werken dat vanaf 2021 uit in projecten. Dat vergt investeringen in duurzame mobiliteit bij bedrijven. Omgevingsdiensten krijgen een rol in het toezicht op duurzaam vervoersmanagement bij bedrijven.
2.3.2
Klimaat
De klimaatadaptatie gaat over de thema’s waterveiligheid/overstromingen, wateroverlast, droogte en hittestress. Gemeenten hebben in 2019, door middel van stresstesten, hun kwetsbaarheden in beeld gebracht. In 2020 is de adaptatiestrategie verankerd in beleid, visies, plannen en een uitvoeringsagenda. Vanaf 2021 voeren de gemeenten de agenda’s uit. Deze agenda kan voor iedere gemeente anders zijn, afhankelijk van de lokale situatie. Gemeenten toetsen elk ruimtelijk plan of ingreep in de openbare ruimte aan klimaatadaptatie (bestuursakkoord Deltaplan ruimtelijke adaptatie). De ODRU kan, vanwege gebiedskennis en beschikbare data, de gemeenten en provincie hierbij ondersteunen. De bodemdaling in een groot gedeelte van deze regio verergert de kwetsbaarheid van dit gebied. De ODRU neemt momenteel actief deel aan het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling. Er lopen diverse pilots in de regio Midden-Holland om bodemdaling te beperken. De Omgevingswet biedt kansen voor de toepassing van specifieke innovaties voor specifieke problemen. Om dergelijke innovaties te stimuleren trekt de Omgevingsdienst nu al een traject onder de vlag van het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling. In 2021 kunnen de innovaties onder bepaalde voorwaarden worden uitgevoerd en getest. 2.3.3 •
•
1
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Label C kantoorgebouwen Vanaf 1 januari 2023 moet een kantoorgebouw, waarbij de gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties 50% of meer beslaat van de totale oppervlakte én de oppervlakte aan kantoorfuncties groter is dan 100 m2, minimaal een geregistreerd energielabel C hebben. Het bevoegd gezag voor het Bouwbesluit – meestal de gemeente waar het kantoorgebouw staat – is verantwoordelijk voor de handhaving van de label C-verplichting. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) Dit zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu.1 Dit kan zijn omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de voortplanting belemmeren en/of zich in de voedselketen ophopen. In artikel 2.3b van de Activiteitenregeling staan criteria die bepalen of een stof een zeer zorgwekkende stof is. Voldoet een stof aan deze criteria, dan is de stof ZZS. Als het bedrijf een ZZS emitteert, dan moet het bevoegd gezag de emissie van het bedrijf toetsen aan de grensmassastroom. Bij overschrijding van grenswaarden moet het bevoegd gezag de immissie eventueel toetsen aan het MTR. www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/zeer-zorgwekkende/
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
11 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
•
Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Op moment van opstellen van deze uitgangspuntennotitie zijn de ontwikkelingen rondom PAS en stikstofemissie nog volop in beweging. De impact hiervan is veelomvattend en zal ook in 2021 nog zijn weerslag hebben. Veel hangt af van de landelijke regelgeving en de besluitvorming in beide Kamers. Uiteraard zal de ODRU hierbij aanhaken en de consequenties verwerken in onze aanpak en uitwerking.
2.3.4
Wettelijke ontwikkelingen
•
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Op 14 mei jl. heeft de Eerste kamer ingestemd met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De beoogde ingangsdatum van de wet is gekoppeld aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet en ligt daarmee op dit moment op 1 januari 2022. Voor de implementatie van de wet zijn drie belangrijke randvoorwaarden gesteld: 1. Uit proefprojecten moet duidelijk blijken dat het stelstel borgt dat gerealiseerde bouwwerken voldoen aan het Bouwbesluit; 2. Er moeten voldoende kwaliteitsborgers beschikbaar zijn; 3. De ICT-voorziening zowel bij het rijk als bij de gemeenten moet op orde zijn (relatie met digitale stelsel Omgevingswet (DSO)). Een van de hoofddoelen van de Wkb is de positie van de bouwconsument ten opzichte van de bouwende partijen te versterken. Tweede hoofddoel betreft een nieuw systeem van kwaliteitsborging bij bouwactiviteiten. Kort samengevat houdt dit in dat de bouwbesluittoets bij gevolgklasse 1 bouwwerken niet meer door de gemeente wordt uitgevoerd, maar door een gecertificeerde partij.
•
Wet open overheid Naar alle waarschijnlijkheid treedt deze wet per 1 januari 2021 in werking. De Woo zal de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Het uitgangspunt is dat informatie in principe openbaar wordt gemaakt en kan worden hergebruikt. Informatie moet digitaal en duurzaam toegankelijk zijn. De ODRU zal vergunningen, andere beschikkingen en documenten openbaar moeten maken (geanonimiseerd). Overheden moeten contactfunctionarissen aanstellen die burgers wegwijs maken in de overheidsinformatie. Er is besluitvorming nodig wanneer de verwachting bestaat dat een derde bezwaar heeft tegen openbaarmaking. Tegen deze besluiten kunnen vervolgens rechtsmiddelen worden aangewend (bezwaar en beroep mogelijk). Wijziging Wet Bibob Door een wijziging van de Wet Bibob kan de aanpak van ondermijnende criminaliteit worden versterkt. Onder andere kunnen (voormalige) ontheffingen van het bestemmingsplan (nu omgevingsvergunningen o.g.v. de Wabo) en de overdracht van een omgevingsvergunning aan Bibob-toetsing worden onderworpen. Het is tot slot de bedoeling om informatiedeling van bestuursorganen onderling te vergemakkelijken en er komt een nationaal Bibob-register met een overzicht van geweigerde vergunningen. De ODRU kan voor de gemeenten een grotere rol spelen met betrekking tot dit onderwerp, vanwege inhoudelijke expertise en de regionale kennis.
•
2.4
Economische ontwikkeling
Als gevolg van getroffen maatregelen rondom de pandemie is er in Nederland een flinke daling zichtbaar in economische activiteiten. Het CPB houdt in de augustusraming 2020 rekening met een matig herstel in het derde kwartaal, maar over het gehele jaar een krimp van de economie met 5%, gevolgd door een stijging van 3% in 2021. De lage werkloosheid loopt naar verwachting op van 3,4% in 2019, naar 7% in 2021. Een tweede golf van het virus en/of een laag hersteltempo bij handelspartners, kan de impact op deze cijfers verder vergroten. Het CPB verwacht dat de overheidsfinanciën weliswaar een forse tik krijgen, maar buiten de gevarenzone blijft. Het begrotingstekort in 2019 was 48,7% van het bbp, in 2021 naar verwachting 59,7%.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
12 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
De crisis zorgt voor een tweedeling op de arbeidsmarkt. Vooral zzp’ers en mensen met een flexcontract worden geraakt. De ODRU heeft een relatief grote flexibele schil, en heeft ervaren dat inhuurtarieven in recente jaren sterk zijn gestegen doordat de vraag naar personeel het aanbod overtrof. Als gevolg van de crisis zijn er nu kansen om formatie in te vullen ten koste van inhuur en inhuurtarieven te verlagen. Hierdoor kan de ODRU dezelfde productie leveren, met minder benodigde middelen. De laagconjunctuur leidt er volgens de Rabobank toe dat huizenprijzen vanaf eind 2020 zullen dalen. Bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en milieuvergunningen zijn direct gelinkt aan investeringen, gebiedsontwikkeling en bedrijvigheid. Hoewel in het eerste half jaar van 2020 de vraag bij de ODRU niet zichtbaar terugloopt, kan een eventuele laagconjunctuur de komende jaren wel zorgen voor minder WABO-vergunningaanvragen en wijzigingen van bestemmingsplannen. Hieruit vloeit ook een afname van toezicht en handhaving voort. Minder groei betekent immers ook minder klachtenafhandeling. Het is belangrijk om samen met de gemeenten de ontwikkeling van de conjunctuur en het effect hiervan op de vraagkant te blijven volgen in de aanloop naar de contractbesprekingen voor 2022.
2.5
Vernieuwingen BBV
De begroting 2022 wordt ingedeeld naar de laatste inzichten in het BBV, de ervaringen met de jaarcijfers 2020 en de begroting 2021. De afgelopen periode zijn er geen grote wijzigingen geweest waardoor de opzet van de begroting 2022 op dezelfde wijze kan plaatsvinden zoals de begroting 2021. De wijziging vanaf 2021, gericht op de introductie van de verplichte rechtmatigheidsparagraaf in de jaarrekening, blijft ook voor 2022 relevant. Vanaf begrotingsjaar 2021 vindt er een verandering plaats in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving wordt gehandeld, maar is het dagelijks bestuur aan zet. Het dagelijks bestuur dient immers te kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem van interne beheersing en -controle, om (primair) te waarborgen dat de ODRU bij alle (financiële) beheershandelingen en transacties de wet- en regelgeving naleeft. Als gevolg hiervan scherpt de ODRU per 2021 het interne controleplan aan, om als basis te dienen voor de rechtmatigheidsparagraaf. Indien er na vaststelling van deze Kadernota wijzigingen in het BBV worden doorgevoerd, dan wordt dit meegenomen bij het opstellen van de begroting 2022.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
13 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
3.
Wat mag het kosten
3.1
Wijze van financiering
De financiële exploitatie van de ODRU is gebaseerd op de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Die kent op dit moment de vorm van inputsturing: per gemeente worden de uren afgestemd op de verwachte uit te voeren taken, er wordt vooraf één vast uurtarief afgesproken (via de Kadernota) en daarmee is de bijdrage van elke gemeente bekend, evenals bijna alle inkomsten voor de ODRUbegroting. Op jaareinde wordt een afrekening gemaakt op basis van de werkelijk gerealiseerde uren. Figuur 2 geeft de systematiek van begroten grafisch weer.
FIGUUR 2: BEGROTINGSMETHODIEK BIJ DE ODRU
1. Jaarlijks wordt een begroting opgesteld op basis van de gegarandeerde (G) gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de DVO. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd, de begroting is zo tenminste budgettair neutraal. Dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten. 2. Afhankelijk van de rechtmatigheid en noodzaak wordt jaarlijks een begrotingswijziging (BGW) gemaakt. In de begrotingswijziging worden extra baten vanuit de vastgestelde UVP’s (T+Puren) opgenomen tegen het afgesproken basistarief. Hierdoor ontstaat dekking voor incidentele lasten, voornamelijk in te huren capaciteit om de productie te realiseren. De BGW wordt opgesteld met een mate van voorzichtigheid. Hiermee wordt bedoeld dat niet alle extra gecontracteerde UVP-uren worden opgenomen, maar gemiddeld 80% van de extra uren. De systematiek van BGW draagt bij aan de financiële solide basis. Mocht er onverhoopt iets minder worden gerealiseerd en zijn er dus minder inkomsten, dan staan daar vanuit dit voorzichtigheidsbeginsel geen uitgaven tegenover die tot een negatief resultaat kunnen leiden. 3. Naast de DVO (G-uren), UVP (T+P-uren) is het gebruikelijk dat in het lopende jaar de gemeente of andere opdrachtgevers aanvullende taken afnemen bij de ODRU. Voor deze aanvullende uren wordt het basistarief met een opslag van 10% gehanteerd.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
14 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Daarnaast is het mogelijk dat er meer UVP-uren worden gerealiseerd dan vooraf gecalculeerd, omdat deze UVP-uren voorzichtig worden begroot (+/-80%). De aanvullende baten geven dekking voor inhuur van tijdelijke capaciteit, de organisatie van deze inhuur en onvoorziene kosten.
3.2
Financiële uitgangspunten begroting 2022
De meerjarige budgetten voor 2022 uit de begroting 2021 vormen de basis voor het opstellen van de begroting 2022 met inachtneming van de vereisten van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Op grond van de in deze Kadernota 2022 opgenomen uitgangspunten zullen de meerjarige budgetten worden aangepast. De methodiek van de voor- en nacalculatie op de loon- en prijsontwikkeling, zoals afgelopen gehanteerd, wordt ook in deze kadernota gevolgd. De begroting 2022 borduurt voort op de huidige manier van begroten (zie figuur 2). De producten- en dienstencatalogus (PDC) is de basis voor de vertaling van de DVO in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (UVP). Het aantal uren uit de DVO’s vormt de basis voor de toegestane formatie. Conform de vereisten van het BBV wordt de begroting 2022 ingedeeld naar de voorgeschreven taakvelden. Voor de ODRU zijn dat: •
• • •
Volksgezondheid & Milieu (V&M); hieronder vallen alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving die betrekking hebben op milieu en de adviestaken; Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing (VHROSV); hieronder vallen alle bouwtaken en advisering op het gebied van RO; Onderwijs; hieronder vallen de taken op het gebied van Natuur- en Milieu Educatie (NDC); Overhead; hieronder vallen de werkzaamheden en lasten m.b.t. de overhead.
De taakvelden worden als zodanig in de begroting 2022 onderscheiden zodat gemeenten de bijbehorende taken met baten en lasten kunnen aggregeren in hun eigen begroting. Alle bedragen in de begroting zijn exclusief btw. De ODRU is door de Belastingdienst aangemerkt als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting. Hierdoor worden alle facturen die de ODRU voor haar dienstverlening verzendt, verzwaard met het vigerende tarief voor de omzetbelasting. De ODRU kan zelf geen beroep doen op het btw-compensatiefonds. In 2016 heeft de Belastingdienst het officiële standpunt ingenomen dat de ODRU niet vennootschapsbelasting (VpB) plichtig is. Dit is bepaald op basis van de activiteiten zoals toe en nu worden verricht. Het beleid is om ook in 2022 en de jaren daarna de vrijstelling te behouden en alleen nieuwe activiteiten te overwegen als deze de vrijstelling niet in gevaar brengen. Het bestuur en het managementteam wordt zoals te doen gebruikelijk periodiek geïnformeerd over de voortgang van de realisatie conform de Planning & Control kalender.
3.3
Financieel beleid
Onze eigenaar gemeenten bevinden zich in financieel zwaar weer. Wij realiseren ons vanuit de ODRU de financiële situatie waar al onze eigenaar gemeenten mee te maken krijgen. Daarom heeft de ODRU nu onderzocht hoe wij zelf actie kunnen ondernemen om onze gemeenten te helpen kosten te besparen (separate AB-notitie ’mogelijkheden voor kostenbesparingen’). De gemeenten, in het bijzonder de gemeenteraden, vragen om sterker te sturen op efficiency. Wij hanteren om de kostenbesparingen zichtbaar te maken en te realiseren het volgende drie-sporen traject:
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
15 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
1. Kostenbesparingen in de sfeer van de interne bedrijfsvoering. Belangrijkste snelle actie hierbinnen is het verhogen van de vaste bezetting en verminderen van de inhuur. De praktijk is dat de ODRU continu zo’n 10 % onder de toegestane vaste formatie-bezetting opereert. 2. Kostenbesparingen door minder uren te besteden. Dit omvat twee onderdelen: a. Minder uren voor tenminste dezelfde kwaliteit en omvang van de dienstverlening. Dit is te realiseren door standaardisering, digitalisering in combinatie met procesoptimalisatie en door werkstructuur (wie is waarvan), rolvastheid en sturing te verbeteren. b. Minder uren door de kwaliteitseisen te verlagen en/of schrappen van taken (binnen de wettelijke mogelijkheden). Dit is afhankelijk van welke keuzes gemeenten hierin willen maken. 3. Kostenbesparingen in de “keten”. Dit is te realiseren wanneer de gemeenten en de ODRU op onderdelen komen tot andere samenwerkingsvormen en/of taakverdelingen. Hier valt de grootste besparing te behalen en wordt netto bespaard op de kosten die de gemeente maakt doordat: a. er zowel bij de gemeente als bij de ODRU minder uren nodig zijn voor hetzelfde resultaat op bestaande taken. Belangrijkste voorbeeld is een vierjarig UVP met kwalitatief hoogwaardige rapportages en bijstellingsmomenten per kwartaal of tertiaal; b.
er voor bestaande taken minder uren bij de gemeente nodig zijn doordat een taak van gemeente naar de ODRU wordt overgeheveld omdat deze door de ODRU vanwege schaalvoordeel en uitvoering oriëntatie efficiënter kan worden uitgevoerd; c. er nieuwe taken komen (Omgevingswet, toezicht verplichting energielabel c voor kantoren en andere taken op gebied van duurzaamheid en klimaat) waarbij we onnodige kosten voorkomen (dus geen echte kostenbesparing). Op basis van uitsluitend spoor 1 en 2a menen wij in 2021 € 200.000 en in 2022 daarbovenop € 500.000 structureel te kunnen besparen (totaal ca 4 % van de totale bijgestelde begrote kosten voor 2020). Voornoemde kostenbesparingen zijn voorzichtigheidshalve nu nog niet verwerkt in het uurtarief 2022. In het voorjaar van 2021 wordt bij het opstellen van de begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 bekeken welk deel van de te realiseren kostenbesparing in beide stukken verwerkt kan worden. Verdere kostenbesparingen zijn -afhankelijk van de keuzes van gemeenten - mogelijk via de sporen 2b en 3. Daarnaast zijn er extra structurele en noodzakelijke kosten nodig in 2021 (minimaal € 80.000) en in 2022 (daarbovenop minimaal € 90.000) voor de professionalisering van de ODRU, zoals het up to date houden van de ICT en digitaliseren van de documentenstromen.
De ODRU stelt voor om uit de besparingen deze extra structurele kosten (H2), die nog niet zijn verwerkt in het uurtarief, te dekken. Indien in 2021 een saldo van de besparingen overblijft stelt de ODRU voor om dit restant bedrag te gebruiken om verdere besparingen te kunnen realiseren. Om het meeste effect uit dit drie-sporen traject voor kostenbesparing te behalen, is het noodzakelijk dat gemeenten gezamenlijk gaan inzetten op meer uniformiteit, standaardisatie en schaalvoordelen (spoor 3). Ter voorkoming van financiele risico’s (geen dekking voor formatie en vaste kosten) is een koppeling met meerjaren afspaken met de gemeenten benodigd. De ODRU wil in staat zijn om uit de reguliere financiering door onze gemeenten voldoende middelen te genereren om de verdere ontwikkeling van de organisatie (R&D, innovatie ten behoeve van verdere besparingen) mogelijk te maken. In het AB van 17 december 2020 zullen de resultaten van ons onderzoek naar de financieringssystematiek (tariefbepaling, tariefdifferentiatie, continue R&D) worden besproken.
3.4
Vermogensontwikkeling
Jaarlijks wordt op basis van een risicoanalyse de gewenste omvang van het vermogen bepaald. In 2015 heeft het algemeen bestuur besloten de omvang van het weerstandsvermogen te relateren aan de omvang van de risico’s die de ODRU loopt. Sinds de laatste, in april 2020 vastgestelde, notitie Risico’s en Weerstandsvermogen heeft het AB besloten hierbij een ratio te hanteren van tussen de 1,0 en 1,4. In de praktijk betekent dit dat met de huidige vastgestelde risico’s, het weerstandsvermogen tussen de
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
16 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
€ 667.000 en € 933.800 bedraagt. Komt het ratio onder 1,0 te liggen, dan volgt een ophoging. Boven een ratio van 1,4 volgt een uitbetaling aan de eigenaren. Vermogensontwikkeling Stand algemene reserve
Stand Toevoeging n.a.v. AB 1-1-2020 besluit juli 2020 703.430
Stand 1-7-2020 703.430
Bestemmingsreserve Omgevingswet*
253.340
297.131
550.471
Bestemmingsreserve PFAS*
29.592
50.408
80.000
Totaal eigen vermogen
986.362
347.539
1.333.901
Benodigde weerstandscapaciteit
667.000
667.000
TABEL 1: VERMOGENSONTWIKKELING * DE BESTEMMINGSRESERVES MAKEN GEEN ONDERDEEL UIT VAN HET WEERSTANDSVERMOGEN.
Op dit moment bedraagt het weerstandsvermogen € 703.430. Hiermee ligt de ratio boven 1,0. Een ophoging van het weerstandsvermogen is op dit moment niet nodig. Het weerstandsvermogen is van voldoende niveau om de huidige risico’s af te dekken wanneer deze zich niet gelijktijdig voordoen. Naast het weerstandsvermogen zijn er in 2020 twee bestemmingsreserves. Voor de Omgevingswet is een bestemmingsreserve om de voorbereidingskosten te financieren. Het AB heeft deze bestemmingsreserve opgehoogd met een deel van het resultaat uit 2019. In 2020 hebben de eigenaargemeenten deze verder opgehoogd met een extra bijdrage om het programma te financieren tot 2022. Daarnaast hebben gemeenten in 2020 een bijdrage gestort om de bestemmingsreserve PFAS op te hogen, waarmee de bestemmingsreserve PFAS in 2020 € 80.000 bedraagt.
3.5
Baten en Lasten
3.5.1
Toelichting op de lasten
Loonkosten De medewerkers van de ODRU vallen onder de cao van de Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). De huidige cao loopt van 1 januari 2019 t/m 31 december 2020. De genormaliseerde cao zal, net als de CAR-UWO, lokale ruimte kennen en daarom moeten er afspraken komen over het lokale overleg. Deze overleggen staan gepland in oktober en november 2020. De planning is dat er een nieuw caoakkoord ligt per 1 juli 2021. Het is nog onduidelijk wat de loonontwikkelingen zullen zijn in 2022. Dit geldt voor de salarissen maar ook in het bijzonder voor de sociale lasten. De verwachting is dat in ieder geval de kosten voor de gedifferentieerde premie WGA en Ziektewet zullen stijgen vanwege instroom van enkele medewerkers. Bij de berekening van de salarislasten voor de begroting 2022 wordt uitgegaan van het vastgestelde formatieplan en volgen we de verwachte loonontwikkeling vanuit het CPB. In de concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 17 augustus 2020, wordt de verwachte loonvoet voor de sector overheid voor 2021 ingeschat op 1%. Dit is een laag percentage en is als gevolg van de steunmaatregelen door het kabinet vanwege het coronavirus. Door extra loonkosten en de Noodfonds Werkgelegenheid (NOW) regeling is er een opwaarts effect gecreëerd in 2020 à 0.9% punt en een neerwaarts effect van 0.9% punt in 2021 door het CPB.
Dit effect zien we ook terug in de berekening van de voor- en nacalculatie. Voor 2022 zijn nog geen betrouwbare cijfers voorhanden. Wij gaan daarom voor de begroting 2022 uit van een geleidelijke verhoging van de loonkosten. Met het oog op een nieuw af te spreken cao in 2021 en de verwachtingen van het CPB stellen wij voor om voor 2022 uit te gaan van een gematigde loonbijstelling van 2%.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
17 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Overige (materiële)kosten Voor de overige kosten wordt per onderdeel een budget gereserveerd in de begroting. Deze posten worden begroot op basis van structurele uitgaven en een inschatting van incidentele en/of toekomstige structurele uitgaven. Waarbij we de meerjarige budgetten uit de vastgestelde begroting 2021 als basis nemen. Getracht wordt om de uitgavenstructuur zodanig in te richten dat er sprake is van flexibiliteit en een zo beperkt mogelijk structureel uitgavenpatroon. Het belangrijkste uitgangspunt is hierbij dat structurele uitgaven uit structurele inkomsten worden gefinancierd. Deze posten bedragen doorgaans een, historisch bepaald, percentage van de directe personele lasten. Prijsstijgingen en indexeringen op inhuurcontracten worden opgevangen in het uurtarief. Hierin is de stijging van de inhuurtarieven gecompenseerd. De prijscorrectie in de voor- en nacalculatieberekening van het uurtarief voorziet hierin.
3.5.2
Toelichting op de baten
Gemeentelijke baten De baten uit de gemeentelijke bijdragen die in de begroting 2022 van de ODRU worden opgenomen, staan gelijk aan de afname van uren die zijn opgenomen in de DVO’s. Dit is conform de begrotingssystematiek uitgewerkt in figuur 2. Naast vaste DVO-uren worden ook de langlopende contracten aan de baten toegevoegd. Met extra omzet vanuit aanvullende opdrachten en uren uit het UVP wordt vooralsnog geen rekening gehouden. Als dit zich voordoet, wordt het financieel verwerkt in een begrotingswijziging. Met de huidige DVO’s en vaste contracten komt de afname van uren in 2022 uit op een totaal van 155.049. In bijlage 1 is de verdeling per gemeente weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met het aflopende handhavingscontract van De Bilt. Er is nog geen rekening gehouden met de uitbreiding van de DVO’s vanwege de taak Externe Veiligheid in 2021 en ook geen rekening gehouden met een mogelijke urenuitbreiding als gevolg van de structurele impact van de Omgevingswet. Overige baten Voor de overige baten wordt in de begroting een budget gereserveerd. Deze posten worden begroot op basis van historische kennis met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel. Hier worden baten bedoeld die onder andere voortvloeien uit vrijval of ontvangst van subsidies en activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie.
4.
Loon- en prijsontwikkeling
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de effecten van de verwachte loon- en prijsontwikkeling op het tarief doorgerekend. 4.2
Loon- en prijsontwikkeling
De voor- en nacalculatie op de methodiek van loon- en prijsontwikkeling die in 2016 is geïntroduceerd, blijven we handhaven. Hiermee voorkomen we dat ieder jaar een intensieve discussie moet worden gevoerd over de aanpassing van de tarieven. Hierdoor is een reële aanpassing van de tarieven niet mogelijk. Doordat er ieder jaar een nacalculatie wordt gedaan op de eerdere voorcalculatie en het verschil wordt verrekend met de nieuwe tarieven voor het nieuwe begrotingsjaar vallen de tarieven over een langere periode nooit hoger uit dan de gerealiseerde loon- en prijsontwikkeling.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
18 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Jaar t
Jaar t+1
Jaar t+2
Voorcalculatie lonen t+2 reëel
Voorlopige nacalculatie loonvoet
Definitieve nacalculatie gerealiseerde
verwachte ontwikkelingen
sector overheid (CPB)
ontwikkeling lonen (cao)
Voorcalculatie prijzen t+2 reëel
Voorlopige nacalculatie consumenten
Definitieve nacalculatie consumenten
verwachte ontwikkelingen
prijsindexcijfer (CPI).
prijsindexcijfer (CPI).
TABEL 2: LOON- EN PRIJSONTWIKKELINGSMETHODIEK
De concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 17augustus 2020, geven een krimpende economische ontwikkeling weer in 2020 en een beperkte groei in 2021. Alles als gevolg van het coronavirus. De verwachting is dat de economie krimpt met 5%. Volgend jaar is de verwachting, dat als een tweede golf van het virus uitblijft, een beperkte groei aanwezig is van 3%. Het scenario bij een tweede golf is dat er ook in 2021 een krimp wordt verwacht. De cijfers vanuit de concept MEV zijn als volgt verwerkt: •
2020 In het gehanteerde rekenmodel voor de ODRU zijn de mutaties verwerkt tot en met 2020. De loonvoet over 2020 is 4,5%2. De verwachte consumentenindex prijscijfer (CPI) over 2020 komt uit op 1,5%. Gewogen voor de ODRU is dit 3,84% over 2020. De voorlopige nacalculatie kwam uit op een gewogen percentage van 2,59%. Dit geeft voor 2020 een definitieve, gewogen nacalculatie van 1,25%.
•
2021 In verband met de vele onzekerheden wordt gewerkt met de verwachte loonvoet voor de sector overheid. Op basis van de concept MEV van het CPB wordt voor 2021 een loonvoet van 1% verwacht voor de sector overheid en een consumentenindex prijscijfer (CPI) van 1,60%. Gewogen is dit voor de ODRU 1,12% voor 2021. Aangezien in de Kadernota 2021 en de begroting 2021 is uitgegaan van een loonindex van 2.5% en een prijsindex van 1,80% betekent dit een voorlopige nacalculatie van -/-1,23% over dit jaar.
•
2022 Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie stellen wij voor om de voorcalculatie voor de verwachte loonontwikkeling in 2022 op 2% en die voor de prijsontwikkeling op 1,50% te zetten.
In lijn met de lange termijn visie van het CPB, wordt er verwacht dat de economie beperkt aantrekt in de aankomende jaren. Hierdoor zetten wij ook in op een beperkte loon- en prijsontwikkeling. De voorlopige percentages worden verrekend in de Kadernota 2023 en de definitieve worden berekend in de Kadernota 2024. In tabel 3 zijn de voorgaande percentages weergegeven. De volledige berekening is terug te vinden in bijlage 2.
2 Deze is hoger dan gemiddeld vanwege een doorgevoerde correctie van 0.9% punt vanwege corona. Dit wordt in 2021 met
hetzelfde percentage neerwaarts bijgesteld.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
19 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
2020 Voor- en nacalculatie Schatting Kadernota Voorlopige Nacalculatie Verminderd Loon correctie Prijs correctie Gewogen L/P
2021
Tarief
2022
Lonen Prijzen Gewogen Lonen Prijzen Gewogen Lonen Prijzen Gewogen
2,90%
1,50%
2,59%
4,50%
1,50%
3,84%
2,50%
1,80%
2,35%
1,00%
1,60%
1,12%
1,50%
1,60% 0%
1,50%
1,90%
2,00% -0,20%
1,25%
2,00%
2,10% 1,50%
-1,23%
2022
1,30% 1,90%
1,92%
TABEL 3: BEREKENING VOOR- EN NACALCULATIE
Rekening houdend met de definitieve nacalculatie voor 2020 en voorlopige nacalculatie voor 2021 van respectievelijk +1,25% en -/-1,23% stijgt het tarief door de loon- en prijscorrecties over 2022 daardoor met 1,92%. 4.3
Tarief 2022
Het uurtarief zoals wij dat berekenen is op basis van de begrote vaste kosten van de toegestane formatie, ICT, huisvesting en overige materiële kosten (gecorrigeerd voor de overige neveninkomsten die niet uur gerelateerd zijn). Deze netto kosten worden gedeeld door de gegarandeerde (G) gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de DVO/vaste contracten. Het resultaat hiervan is het uurtarief dat we hanteren voor het desbetreffende jaar. In dit tarief zijn dus de structurele kosten van de toegestane formatie en de overige vaste kosten afgestemd op de verwachtte omzet vanuit de DVO’s (basis-begroting). Dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten. Jaarlijks wordt in de Kadernota het tarief geïndexeerd via de voor- en nacalculatie methodiek op de loon- en prijsontwikkeling, waardoor het tarief nooit hoger kan uitvallen dan de werkelijke prijsontwikkelingen. Bij bovengenoemde uurtariefberekening wordt geen rekening gehouden met de gevolgen van groei of krimp van de organisatie. Groei leidt tot schaalvoordelen. Binnen een bepaalde bandbreedte van groei hoeft de overhead immers niet evenredig mee te groeien met het aantal uren. Als dit zich voordoet kan het tarief dan gecorrigeerd worden voor deze schaalvoordelen. (Zoals in het tarief van 2020 is gebeurd).
De ODRU is aan de slag met efficiencyverbeteringen en besparingen, zoals reeds beschreven, middels het drie-sporen traject. Deze besparingen effectueren zich nog niet in de berekening van het uurtarief, omdat deze uitgaat van de begrote structurele kosten gerelateerd aan de DVO omzet uit de meerjarenbegroting die in het voorjaar van 2020 is opgesteld en door het AB is vastgesteld. De effecten van het drie-sporen traject worden komende tijd, in samenwerking met de gemeenten, verder onderzocht. In het voorjaar van 2021 wordt bij het opstellen van de begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 bekeken welk deel van de te realiseren kostenbesparing in beide stukken verwerkt kan worden. Voor 2022 is de stijging zoals berekend in de vorige paragraaf 1,92%. Dit komt neer op een afgeronde ophoging van € 1,75 op het tarief van 2021. Het uurtarief van 2022 komt daarmee uit op € 96,75. In tabel 4 is de verwachte loon- en prijsstijging verwerkt in de vastgestelde meerjarenbegroting 2022. Hieruit is af te lezen dat we met deze beperkte stijging de vaste kosten kunnen dekken uit de vaste DVO omzet.