CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

D2. Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda 2020-2025 DEF

Raadscommissie 30 januari 2024, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stuk D: Raadsinformatiebrief met startnotitie en Tussentijdse Evaluatie Regio Foodvalley27.989 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De EB leden vertegenwoordigen daarom juist de drie kolommen in zijn geheel en hebben geen zitting vanuit de individuele partijen. Volgens Kuijsten voorkom je zo dat je in een kokervisie belandt en afwegingen maakt op basis van één thema of één belang. “Het brede belang van de regio zou voorrang moeten krijgen boven alle afzonderlijke belangen.” “De huidige SA werkt zeker richtinggevend en sturend. Dat is essentieel richting andere regio’s, Nederland en Europa waar we sterk staan. Ook qua governance en vraagstukken zijn er al goede stappen gezet.” Voor de volgende SA geeft Kuijsten mee: “Kies voor eenvoudig maar krachtig. Je moet de crux vangen in een aantal onderscheidende punten. In de looptijd ga je bijsturen, maar vooraf zeg je wat je onderscheidt en wat je wilt bereiken.”. Dat onderscheidende zit volgens Kuijsten zeker in het groot aantal MKB-ondernemers dat Regio Foodvalley rijk is. De grotere thema’s zijn voor deze groep ondernemers vaak niet te overzien omdat de kennis of capaciteit daartoe ontbreekt. Dus zijn de instrumenten die je inzet anders dan in andere regio’s.

Voor de thema’s zoals human capital en energietransitie die niet uniek zijn, maar waar we als regio wel mee aan de slag willen geeft Kuijsten mee: “Positioneer en differentieer zo dat je uit kunt leggen dat je andere vraagstukken en oplossingen hebt dan bijvoorbeeld de Randstad of Brainport.” Inhoudelijk geeft Kuijsten mee dat het lastig is om bestendige lijnen te trekken in de korte cycli die inherent zijn door verkiezingen in gemeenten, provincie en rijksoverheid. Het gevaar is dat je discussies gaat herhalen en vraagstukken telkens opnieuw vastpakt. Verstandiger is het om middelen in te zetten op wat je wilt stimuleren en dat langjarig vast te houden. Zo beïnvloed je bedrijven en stimuleer je gewenste ontwikkelingen. De grootste uitdaging in de komende jaren is het ruimtevraagstuk volgens Kuijsten: “als je alles doet wat je wilt doen, dan is er een tekort aan ruimte. De EB kan daarin advies geven omdat alle belanghebbenden aan tafel zitten en je integraal goede en slimme keuzes kunt maken.” Er hangt veel met elkaar samen, want bijvoorbeeld alleen al keuzes voor locaties van windmolens raakt ook keuzes rondom wonen, werken en natuur. Die kunnen elkaar bijten en keuzes doen altijd ergens pijn.

22 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

LANDBOUW TRANSITIE EN VITAAL PLATTELAND

3.3. LANDBOUWTRANSITIE EN VITAAL PLATTELAND 3.3.1.

Waar we zijn

In de SA zijn de volgende doelen opgenomen: • We werken aan een transitie van het voedselsysteem waarbinnen de agrarische sector gezond is, circulair werkt en in verbinding is met ketenpartners en de maatschappij. • Regio Foodvalley wil de komende 10 jaar een proeftuin zijn en blijven met innovatie- en experimenteerruimte. • Ons doel is dat er in 2030 minimaal 500 toekomstbestendige agrarische bedrijven zijn in de regio die: o Naar eigen inzicht handelingsperspectieven benutten die bij het betreffende bedrijf, de ondernemer en de locatie passen voor circulaire bedrijfsvoering, alternatieve eiwitten, gezonde bodems en natuurinclusief werken en emissiereductie. o Een reële prijs ontvangen voor hun producten in duurzame productieketens. o Gebruik hebben gemaakt van een breed aanbod van training en begeleiding en/ of verbindingen hebben gelegd met lokale en regionale kennisinstellingen en inwoners. o Breed maatschappelijk gewaardeerd worden en daar terecht trots op zijn. Regionaal Perspectief Landelijk Gebied In 2024 wordt het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) vastgesteld: een ruimtelijkeconomisch toekomstperspectief voor het landelijk gebied in onze regio. Het is onze regionale uitwerking en toepassing van het Nationaal Programma Landelijk Gebied en de daaruit volgende provinciale programma’s. Hier wordt ook een uitvoeringsprogramma voor geschreven voor 2025-2028.

In het RPLG en het uitvoeringsprogramma ligt vanuit de ontwikkeling naar een duurzaam en gezond voedselsysteem een sterke verbinding met het programma Voeding voor een gezond leven. Dit wordt binnen de programma’s op elkaar afgestemd en deze programma’s groeien naar elkaar toe. Schone Luchtakkoord De Foodvalleygemeenten hebben het Schone Luchtakkoord (SLA) medeondertekend en daarmee de intentie uitgesproken om te streven naar 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016 en toe te werken naar de oude WHO-advieswaarden uit 2005 voor stikstofdioxide en fijnstof. Dit doel is opgenomen in het RPLG. In het uitvoeringsplan zijn pilots en maatregelen zijn opgenomen, met name voor landbouw, maar ook voor mobiliteit, industrie en houtstook. Landbouwnetwerk Regio Foodvalley Deze netwerkorganisatie werkt via themagroepen projecten, aan concrete stappen voor een betere toekomst van landbouw in onze regio. Regio Foodvalley is één van de partners in dit netwerk en draagt bij aan financiering van gezamenlijke projecten die passen bij de doelen en keuzes uit het RPLG. Samenwerking en beïnvloeding Voor een werkbare uitvoering van de doelen en ambities in onze regio, werken we zoveel mogelijk samen met gebiedspartners (zoals via het Landbouwnetwerk) en medeoverheden.

Het waterschap, de provincies Gelderland en Utrecht en het Rijk zijn doorlopend onze gesprekspartners op alle ambtelijke niveaus en waar nodig ook bestuurlijk, onder meer vanwege de uitvoeringsagenda van het NOVEXOntwikkelperspectief. De verbinding met het Rijk houden we zowel via de VNG als rechtstreeks met de relevante ministeries zoals LNV, I&W en BZK. Daarnaast zoeken we naar samenwerking en uitwisseling met andere foodregio’s in Nederland en Europa. Relatie met Regio Deal In spoor 1 van de Regio Deal, “Landbouwtransitie” wordt samengewerkt aan Emissiereductie, Circulair veevoer, Bodem- en waterkwaliteit, verdienmodellen en aan een bedrijven- en omgevingsmeetnetwerk. Deze ontwikkelingen zijn van groot belang voor een goed perspectief voor de voedselproductie en daarmee voor de realisatie van ons Regionaal Perspectief Landelijk Gebied. We werken daarom aan een strategie om deze projecten te verlengen na de formele afronding van de Regio Deal eind 2024.

24 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

3.3.2.

Input stakeholders

3.3.2.1. Successen De respondenten gaven duidelijk aan dat landbouwtransitie een thema met een groot impact is en blijft in Regio Foodvalley. Het wordt het vaakst genoemd als succesvol thema, waarbij meer specifiek een aantal keer wordt genoemd: o Regionaal Perspectief Landelijk Gebied o Meetnetwerk Stikstof o Oprichting gebied coöperaties zoals in het Binnenveld De link naar voedsel wordt gelegd o.a. in het benoemen van de Masterclasses Korte Keten, de subsidie Agroforestry en het Vallei ProefLokaal traject voor marketing van korte ketens. Ook het project rondom Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) wordt genoemd als succes. Veruit het meest benoemd als succesfactor is samenwerking. Zowel onderling tussen de gemeenten als tussen boeren en overheid. De activiteiten voor boeren die gaan over ondernemersbegeleiding, coaching, kennissessies en praktische oplossingen kunnen op veel instemming rekenen. Van grote meerwaarde is het bouwen van bruggen, het in gesprek blijven en het in staat stellen van boeren om zelf keuzes te maken. Hierin wordt het landbouwnetwerk een aantal keer positief genoemd. 3.3.2.2. Tegenvallers Als minder succesvol wordt het economisch perspectief gezien zoals alternatieve verdienmodellen voor boeren. De coaches vanuit provincies Gelderland en Utrecht zijn een wisselend succes.

En de gebiedsprocessen in de Valk en Binnenveld leveren nog onvoldoende verandering op door het ontbreken van doelen. Als advies wordt meegegeven meer in te zetten op praktische oplossingen en minder op onderzoek en lobby te versterken. 3.3.2.3. Belemmeringen Als belemmeringen worden een aantal verschillende zaken genoemd. De verhouding tussen de overheidslagen (Rijksoverheid, gemeenten en regio wordt door meerdere respondenten genoemd. Dan gaat het zowel om het wantrouwen van boeren tegen de rijksoverheid, het wisselende en stapelende beleid, de terugkerende discussie waar de gemeenten over gaat en waar de regio aan werkt en het ontbreken van heldere doelen. Het toekomstperspectief voor boeren is onduidelijk, wat nog versterkt wordt door het ontbreken van de juiste randvoorwaarden zoals een gezond verdienmodel, ontbreken van beloningen en een tekort aan financiering voor de beginfase van projecten. Er is gebrek aan centrale capaciteit en regie om concrete projecten te kunnen starten, het netwerk te betrekken en te verbinden aan de andere thema's zoals Voedsel. Binnen het landelijk gebied komen

“

verschillende complexe opgaven samen,

3.3.2.4. Aanbevelingen waaronder de landbouwtransitie, klimaat, Essentieel om voortgang te kunnen boeken is het bodem- en waterkwaliteit en de uitstoot aanpakken van de genoemde belemmeringen. Er van stikstof en fijnstof. Juist binnen de moet o.a. meer meetdata komen als tegenhanger van regio Foodvalley is deze opgave, ook modellen. Een heldere en goede samenwerking met landelijk gezien, enorm gezien het aantal provincies, waterschappen en Rijksoverheid is agrarische ondernemers in deze regio. belangrijk en de doelstellingen van de SA moeten Het afgelopen jaar is binnen de regio worden herijkt naar de opgaven zoals die er nu liggen. Daarbij moet er niet alleen naar landbouw worden gewerkt aan het Regionale Perspectief gekeken maar ook naar andere thema’s die nodig zijn Landelijk Gebied (RPLG), dat een voor een vitaal platteland. De belangrijkste bouwsteen langjarig perspectief moet gaan bieden daarvan is de uitwerking van het RPLG, die een voor het landelijk gebied. randvoorwaardelijke functie zal krijgen bij de Omgevingsvisie en het Programma Landelijk Gebied. College gemeente Nijkerk Het thema is volop in ontwikkeling, waarbij de regelingen voor piekbelasters, innovaties en verplaatsingen in werking gaan treden. De gemeenten en regio zullen een uitvoeringsorganisatie optuigen die (planologische) vragen van agrariërs gaat behandelen.

Er wordt gevraagd om focus en prioritering, om meer concrete projecten die gedragen worden door boeren en om voldoende mensen met landbouwkennis die in de regio opereren.

”

25 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

Een grote meerderheid kiest voor behouden van dit thema in de nieuwe SA (29 stemmen voor en 2 tegen). Een aantal keer wordt uitgesproken dat voedsel integraal onderdeel zou moeten uitmaken van dit thema of dat de twee thema’s meer in samenhang gezien moeten worden. En er wordt genoemd dat de brede welvaart van een vitaal landelijk gebied over meer opgaves gaat dan landbouw, waar nu sterke focus ligt. Kijk ook naar recreatie, water, biodiversiteit etc. Een brede inzet op het landelijk gebied is nodig, waarbij de rol en meerwaarde van de regio is om te verbinden, samenwerking op te zetten en kennis te delen.

26 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

3.3.3.

Interview Portefeuillehouders landbouwtransitie

“Maak doelen compacter en formuleer concrete stappen” De Edese wethouder Jan Pieter van der Schans is inmiddels drie jaar betrokken bij het thema Landbouwtransitie en vitaal platteland. Hij is er in Regio Foodvalley, samen met de Barneveldse wethouder Bennie Wijnne, verantwoordelijk voor. “Het kan nog beter”, is de eerste reactie van Van der Schans op de vraag naar zijn kijk op samenwerking in de regio. “We moeten scherper maken wat we waar bespreken, welke besluiten genomen moeten worden en welk mandaat we hebben.’’ Toch is hij positief en ervaart hij veel enthousiasme. “Het is ook best ingewikkeld om concreet te maken wat er in de Strategische Agenda staat”, realiseert hij zich. “Maar ik denk dat er veel méér kan.” Hoe gaat het wat zijn portefeuille betreft met de uitvoering van de Strategische Agenda? Drie zaken maken het ingewikkeld, zet hij op een rij: “De doelen zijn nu lastig concreet te maken. Ten tweede is het thema politiek gevoelig, waardoor het niet makkelijk is te vangen in een Strategische Agenda. En ten derde is niet goed vastgelegd wat we precies bedoelen met landbouwtransitie.” Toch zijn er de afgelopen periode successen geboekt, laat Van der Schans zien. “Kijk naar de bodemcursussen, de bijdrage aan kruidenrijk grasland of het omgevingsmeetnet voor luchtkwaliteit. Daar heb je als boer echt iets aan. Dat is de grootste meerwaarde.

Wat het de boeren oplevert, moet je wél duidelijk kunnen maken. Daar moeten we snel meer stappen in maken, want dat is keihard nodig. Boeren hebben behoefte aan meer concrete en haalbare maatregelen en instrumenten.” Hij geeft een voorbeeld: “Stel dat we focussen op de 500 van de 2000 boeren in de regio, bij wie de relatie natuur en landbouw het meest onder druk staat. Dan kun je je doelen compacter en gerichter maken. En concrete stappen formuleren: Waar gaan we naartoe en wat is onze bijdrage?” Ook als het gaat om de samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid in de regio mag het allemaal wat concreter, meent Van der Schans: “De rol van de Economic Board kan nog aan waarde winnen”, zegt hij kritisch. “Er mag meer scherpte zijn op de bijdrage van alle partijen. Spreek af wat iedereen bijdraagt en hoe de verantwoordelijkheid is geregeld.” Voor de komende jaren blijft in de Strategische Agenda het toekomstbestendig maken van de landbouw het doel, verwacht Van der Schans. “Maar de urgentie is veel hoger geworden”, wijst hij vooral op de stikstofcrisis. Dat het thema gevoelig ligt in de agrarische sector beschouwt hij eerder als een kans dan als een belemmering. Goede voorbeelden kunnen een grote rol spelen, voorziet hij.

“Door te laten zien dat het anders kán, kunnen we het frame laten kantelen.” Elkaar ontmoeten, op het boerenerf of daarbuiten, blijft belangrijk, benadrukt Van der Schans. Ook dat is wat hem betreft, naast het formuleren van concrete stappen, een van de doelen van de Strategische Agenda. En ten slotte is de Strategische Agenda nodig voor de lobby naar het rijk. “We mogen best heel ambitieus zijn en een grote mond opzetten. De problemen met landbouw en natuur zijn nergens zo groot als in onze regio. We moeten duidelijk maken wat we van het rijk nodig hebben om boeren een toekomst te bieden. Zo kun je gemeenteraden ook ervan overtuigen om mee te doen.”

“Meer voor het voetlicht brengen wat we samen bereiken” Landbouwtransitie en vitaal platteland is een groot thema, vindt Bennie Wijnne, wethouder in Barneveld en samen met de Edese wethouder Jan Pieter van der Schans verantwoordelijk voor dit thema in de regio. “Houd focus en maak doelen meetbaar”, kijkt hij vooruit. “De Strategische Agenda maakt duidelijk waar we in de regio wel en niet van zijn. Het is een mooie kapstok. Ik verwijs raadsleden ernaar om uit te leggen waarom we bepaalde zaken in regionaal verband oppakken.” In de landbouwtransitie gaat het uiteindelijk om nieuwe verdienmodellen voor boeren, zegt Wijnne. “Dat is erg ingewikkeld en ik verwacht ook niet dat we als Regio Foodvalley daarin het verschil kunnen maken. We zijn er op allerlei niveaus mee bezig, maar het thema is erg groot en vraagt ook regelgeving uit Den Haag en Europa.” Toch ziet Wijnne een belangrijke rol voor de regio weggelegd. “We laten in de regio zien wat er mogelijk is. Hier zijn ondernemers die buiten de kaders denken en laten zien hoe het anders kan. Dat moeten we meer voor het voetlicht brengen.” Kijkend naar de vele pilots die worden uitgevoerd, ligt de regio toch behoorlijk op koers, stelt Wijnne vast. “Bijvoorbeeld op het gebied van emissiereductie”, zegt hij. “We zijn veel bezig met meten, sensoring en het verzamelen van data.

Als je veel real-time data hebt, kun je uiteindelijk makkelijker besluiten nemen.” Het omgevingsmeetnetwerk, dat vanuit de Regio Deal is opgezet, noemt Wijnne als een van de successen. “Het is belangrijk om dit meetnetwerk ook na de looptijd van de Regio Deal te borgen. Daar hebben we wel het Rijk voor nodig.” Wijnne is positief als het gaat om de onderlinge samenwerking tussen de regiogemeenten. “Ik merk een intrinsieke motivatie bij alle gemeenten om de thema’s uit de Strategische Agenda samen verder te brengen”, zegt hij. “Natuurlijk zijn er verschillen, daar moet je begrip voor hebben. Een thema als eiwittransitie leeft nu eenmaal meer in Wageningen dan in Barneveld”, geeft hij als voorbeeld. “Begrip voor elkaar is belangrijk, zeker als er straks meer uitdrukkelijker keuzes gemaakt moeten worden”, zegt hij met het oog op het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied. “Dan zal het best spannender worden en tot discussies leiden. Het is de uitdaging om er dan samen goed uit te komen.” De samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs kan beter, vindt Wijnne. “We hebben in de regio een traditie van veel samenwerken”, benoemt hij als positief punt. “En op de werkvloer gebeurt er ook best veel. Kijk naar onderwijsinstellingen als Aeres en CHE, die volop meedoen in projecten.

Maar wat verwachten we precies van elkaar? Dat is niet heel duidelijk.” Dat geldt wat Wijnne betreft ook voor de Economic Board. “Er worden geen besluiten genomen in de Economic Board. De vertegenwoordigers van de partijen kunnen dat daar ook niet namens hun achterban. Voor raadsleden staat de Economic Board wat verder weg. Het is goed om te kijken hoe de Economic Board meer betekenis kan krijgen.” Voor de komende Strategische Agenda wil Wijnne het volgende meegeven: “Zorg voor voldoende focus. En maak het niet te groot. De onderwerpen moeten herkenbaar en behapbaar blijven om raadsleden betrokken te houden.” Regionaal samenwerken mag daarnaast geen vertraging opleveren, vindt hij. “Op het gebied van woningbouw bijvoorbeeld, hoeven we niet álles regionaal af te stemmen, we moeten vooral gaan dóen. Dus samenwerken alleen daar, waar het door samenwerking ook echt beter gaat.”

28 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

VOEDING VOOR EEN GEZOND LEVEN

3.4. VOEDING VOOR EEN GEZOND LEVEN 3.4.1.

Waar we zijn

In 2015 is er door meer dan 100 partijen een Voedselvisie voor de Regio Foodvalley ondertekend. Het programma Voeding voor een Gezond Leven (ook wel Voedsel- en Eiwittransitie in verschillende beleidsstukken) is hieruit voortgekomen. In de Strategische Agenda 2020-2025 zijn ambitieuze doelstellingen voor het thema opgenomen. Het bovenliggende doel is om bij te dragen aan de transitie naar een duurzaam en gezond voedselsysteem met minder impact op het klimaat, waarbij gezond voedsel op een duurzame manier geproduceerd en geconsumeerd wordt. We maken hier jaarlijks een jaarplan voor en deze is onderverdeeld in vijf onderwerpen: • Voedselverspilling • Voedseleducatie • Korte ketens • Eiwittransitie • Voeding& Gezondheid Sinds 2020 zijn verschillende activiteiten en projecten uitgevoerd zoals de Proeftuin Voedselverspilling, de oprichting van het Network for Insect Knowlegde (dat startte als Hub for Insect Knowlegde), Restaurants voor Morgen (gericht op gezonde en duurzame menu’s met minder verspilling), Coalitie Preventie Regio Foodvalley en Vallei ProefLokaal (marketing korte ketens). In de Regiodeal (geen onderdeel van de Strategische Agenda) is in spoor 2 veel aandacht voor praktijkonderzoek naar gezonde voeding.

De belangrijkste besluitvorming voor het programma loopt via het Ambtelijk Overleg en Portefeuillehoudersoverleg van de 8 gemeenten en er wordt veel samengewerkt met bedrijven en onderwijs- en kennisinstellingen in de regio. Ook zijn er contacten buiten de regio in Nederland en Europa. We werken samen met AgriFood Capital en Noord-Limburg aan eiwittransitie en voeding & gezondheid onder de naam FoodNL.

3.4.2.

Input stakeholders

3.4.2.1. Successen De vraag naar projecten die het meest succesvol zijn of impact hebben, levert verschillende reacties op. Het Network for Insect Knowledge (NIK) wordt een aantal keer genoemd, maar ook de aandacht voor Korte Keten en voedselverspilling. De herkenning van thema’s zoals eiwittransitie en voeding en gezondheid binnen en buiten de regio en de public affairs activiteiten hebben positieve effecten op de strategische en praktische invloed die we kunnen uitoefenen. De Regiodeal heeft geleid tot veel projecten en aandacht. Wat deze successen heeft bewerkstelligd is zondermeer samenwerking volgens de respondenten. Zowel de gemeenten onderling als de gemeenten met de programmamanagers werken goed samen, er zijn korte lijntjes en een goed netwerk. Er is hard gewerkt aan het opstellen van plannen, onderzoek doen en het onder de aandacht brengen van de regio op het thema voedsel. De storytelling van de regio op voedsel en gerelateerde onderwerpen in de communicatie en public affairs heeft gezorgd voor zichtbaarheid. Er is telkens gezocht naar verbinding, ook met andere overheden en het bedrijfsleven. Tegelijkertijd is er getracht een overzichtelijke organisatie op te bouwen. De projecten waarbij een regionale aanpak meer impact genereerd dan een lokale (aanpak) en projecten waar we onze nek uitsteken worden gewaardeerd.

Het traject om de Regiodeal op te stellen en binnen te halen heeft beweging gebracht in regionale samenwerkingsverbanden en bij partijen in de regio. Positief wordt beoordeeld dat voldoende capaciteit en inzet vanuit de programmamanagers leidt tot een goede stap in profilering en focus (die nog sterker mag worden) en draagvlak vanuit de gemeenten. 3.4.2.2. Tegenvallers Bij de vraag naar waar er minder impact is dan gehoopt of waar successen zijn uitgebleven wordt de zichtbaarheid van o.a. de werkplaats circulaire voedselketens en eiwittransitie genoemd. Ook noemt een respondent het thema voedsel als geheel als minder impactvol dan verwacht. Het ontbreekt aan monitoring van effecten, ook omdat er nooit een 0-meting is gedaan en het onvoldoende delen van informatie en opgedane kennis heeft een negatief effect op projecten. Er is een gebrek aan het uitdragen van urgentie bijvoorbeeld het belang van voeding op gezondheidsverschillen. Omdat bij het thema voedsel er voor de gemeenten niet concreet wettelijke taken zijn en de invulling van het thema qua capaciteit, ambitie en prioritering per gemeente verschilt, is het soms lastig samenwerken. Het risico om 30 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

vooral elkaar te informeren i.p.v. in de buitenwereld aan het werk te zijn, ligt op de loer omdat de gezamenlijke doelstelling ontbreekt. De doelstelling om een expertisecentrum eiwittransitie op te richten in de regio is niet gehaald (wel wat betreft insecten). Bij het onderwerp korte ketens is het lastig om voldoende volume en schaal te bereiken en om projecten langlopend te ondersteunen. 3.4.2.3. Belemmeringen Bij de belemmeringen is dit het enige thema waar de Covid periode een aantal keer wordt genoemd als oorzaak van vertraging of dat discontinuering van trajecten en projecten. Het was o.a. lastiger om ondernemers te benaderen en te activeren en de horeca en bedrijfsrestaurants lagen stil. De thema’s zijn behoorlijk aan bredere ontwikkeling onderhevig zodat de ambities en doelstellingen van de SA niet meer geheel aansluiten. Er zijn qua personele inzet wisselingen geweest en het zoeken naar de juiste manier van samenwerken (o.a. naar de regionale meerwaarde boven de individuele gemeenten) leidt tot vertraging. Daarnaast is er belemmerende wet- en regelgeving rondom o.a. voedselverspilling, gebruik van reststromen en kweek van insecten. 3.4.2.4. Aanbevelingen Organisaties die op de thema’s actief zijn en met provincies/Rijk. Dan is er meer impact te bereiken, ook buiten de regio, waarbij Regio Foodvalley een koploper en voorbeeld kan zijn.

Daar komt bij dat het nodig is om meer gezien te worden en aan de juiste tafels te komen rondom wet- en regelgeving en beleid. Genoemd wordt ook dat het nodig is om focus aan te brengen in thema’s en projecten en een scherpere rolafbakening t.o.v. de individuele gemeenten. De urgentie van het thema moet duidelijker als paraplu worden neergezet en de triple helix samenwerking met bedrijfsleven en onderwijs moet versterkt. Als laatste wordt genoemd dat projecten niet ad hoc maar duurzaam moeten worden ingezet om in de toekomst levensvatbaar en verbindend te kunnen zijn. Er is geen eenduidige mening over het wel of niet opnemen van dit thema in de volgende SA. Er zijn zowel voor- (14) als tegenstemmers (9). Belangrijk hierbij is dat gezegd wordt dat voedsel een integraal onderdeel is van de verandering van ons economisch systeem inclusief de landbouwtransitie. En dat daarom geen losstaand thema zou moeten zijn. Een opmerking die gemaakt wordt is dat er kritisch gekeken moet worden naar de pijlers binnen dit programma. En dat er een keus gemaakt moet worden tussen focus op voedselsystemen of voeding en gezondheid.

“

Het (te) beperkt delen van informatie maakt enkele projecten minder succesvol; terwijl niet alle projecten in alle gemeenten uitgevoerd kunnen (of hoeven) te worden, is het essentieel dat geleerde lessen met de bredere kring belanghebbende gedeeld worden. Dit gebeurt nu niet altijd voldoende, waardoor opgedane kennis potentieel verloren gaat, danwel niet met maximale mogelijkheden kan worden ingezet. College gemeente Ede

”

31 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

3.4.3.

Interview Portefeuillehouders Voeding voor een Gezond Leven

“Laten we alleen dingen samen doen die leiden tot meerwaarde” Be good and tell ‘em. Of beter nog: Be excellent and tell ‘em. Dat is in de kern waar het in de regio om moet gaan, zo vindt Gerard van Deelen. De wethouder van Scherpenzeel zit al wat langer in het AB van Regio Foodvalley en is nu dik een jaar portefeuillehouder ‘Voeding voor een gezond leven’. Om topregio te worden op het gebied van food, moeten we ons wat Van Deelen betreft richten op twee hoofdonderwerpen: voedseltransitie en landbouwtransitie. “Die moet de regio triple helix aanpakken en vervolgens wereldwijd laten zien hoe goed we zijn.” De rest van de onderwerpen is ondersteunend en daar hoeft niet iedereen zich mee bezig te houden. Op zich stond dit heel mooi in de huidige Strategische Agenda en het is goed dat bedrijfsleven en onderwijs zijn aangehaakt, denk Van Deelen. “Maar uiteindelijk is het wel een heel log document geworden. Dat is tekenend voor de organisatie. Het is goed dat bestuurders geïnformeerd worden. Maar als ik zie waar we allemaal over vergaderen, dan vind ik dat we een waterhoofd hebben gecreëerd. Op zo’n manier ontstaat ‘consumentengedrag’ bij de bestuurders en dat is funest voor de betrokkenheid. Dus we zullen met z’n allen spitser moeten worden.

Laten we alleen dingen samen doen die leiden tot meerwaarde.” Dat heeft ook gevolgen voor wat de regio gaat opschrijven in de nieuwe Strategische Agenda. Gerard van Deelen: “Op het gebied van voedsel en landbouw kunnen we onderscheidend zijn. Maar in de huidige Strategische Agenda staan ook veel nationale of globale doelen. Heel goed dat we daaraan werken, maar past dat bij het regionaal niveau? En wat is dan de waarde van het opschrijven van zo’n doel?” Met andere woorden: moeten mobiliteit, verstedelijking of energietransitie wel in de Strategische Agenda als ze ook al in andere uitvoeringsprogramma’s staan? Of misschien valt er voor heel veel onderwerpen wel wat te zeggen voor een cafetariamodel, als men hoog-over maar dezelfde commitment deelt. “We moeten focussen, anders wordt het een circus”, aldus Gerard van Deelen. Volgens de portefeuillehouder moet Regio Foodvalley nog veel dominanter zijn in communicatie en branding. Gerard van Deelen: “Maar als we een topregio willen zijn, en dat willen uitdragen in bijvoorbeeld Brussel en Den Haag, moeten we ook wel wat te vertellen hebben. We kunnen geen gebakken lucht verkopen. Dat betekent dat we het inhoudelijk goed voor elkaar moeten hebben. Elke regio of elke stad doet wel iets met food, dus wij moeten laten zien dat wij er echt verstand van hebben. We hebben genoeg USP’s.

We hebben de kennis onder handbereik bij de WUR en Aeres. We hebben de bedrijven en de startups. We krijgen straks een World Food Center. Intrinsiek is alles aanwezig.” Om als voorbeeld te dienen voor Nederland en de rest van de wereld moet Regio Foodvalley zich volgens Gerard van Deelen verder gaan richten op voedselverspilling, voedsel en gezondheid en op korte ketens. “Drie dingen. Dat is niet veel, maar dan moeten we daar op een zinnige manier tijd en energie in steken. Dus niet projectjes doen en dan weer over tot de orde van de dag. Projecten moeten uitrolbaar zijn en echt landen in de regio.”

“Wij zijn een projectenmachine, daardoor hebben we weinig strategische slagkracht” Heel veel projecten zijn leuk, maar je kunt niet alles doen wat leuk is. Dus als het aan burgemeester van der Pas van Rhenen ligt - binnen Regio Foodvalley portefeuillehouder ‘Eiwittransitie’ - gaat de volgende Strategische Agenda nog veel meer focus krijgen. En dus ook de programmalijnen die daaruit volgen. Regio Foodvalley is te veel een ‘projectenmachine’ geworden zonder duidelijke richting. Daardoor voelen met name de ondernemers en het onderwijs binnen de triple helix weinig eigenaarschap. En daardoor heeft de regio ook te weinig gezicht naar buiten toe, bijvoorbeeld naar Den Haag. “We moeten allereerst heel goed bekijken: wát zijn wij eigenlijk als Regio Foodvalley, wat onderscheidt ons van andere regio’s”, zegt Hans van der Pas. “We moeten een scherp gezamenlijk verhaal hebben. Dat is wat anders dan dat iedereen wordt genoemd en alles blijft zoals het is. In plaats van meer van hetzelfde wordt het dan minder van hetzelfde. Dat willen we niet.” Als je dan Van der Pas vraagt wat volgens hem het verhaal van deze regio is, dan zegt wijst hij op voeding en gezondheid. “Dat moet het hart van onze agenda blijven.” Over het karakter van de regio is hij ook duidelijk: “Innovatie staat centraal. Er zijn hier veel kleinere ondernemers – startups en scale-ups – die interessante dingen doen.

Al dat uitproberen moeten we stimuleren. We hebben dat in de Regiodeal goed aangepakt door vouchers uit te reiken.” De burgemeester wijst ook op het Living Lab Circulair en de Food Academy Nijkerk, waar ondernemers niet alleen ondersteuning krijgen, maar ook eigenaarschap hebben doordat ze meedoen én meebetalen. Maar het hoort blijkbaar ook bij Regio Foodvalley om heel veel op te pakken en dat allemaal met elkaar af te stemmen, zo constateert Van der Pas. “In deze projectencarrousel worden heel veel documenten geproduceerd en zijn er veel bijeenkomsten. We zoeken elkaar de hele tijd op. Terwijl ik denk: laten we gewoon beginnen. Goede voorbeelden zijn er genoeg.” Successen zijn er genoeg behaald in de afgelopen jaren, vindt Hans van der Pas, zeker ook op het gebied van eiwittransitie. Als een van de belangrijkste noemt hij het NIK (Network for Insect Knowledge), waar hij voorzitter is van de Raad van Advies. “Regio Foodvalley heeft een hele positieve rol gespeeld als aanjager van dat netwerk. Het draait nu goed op zichzelf. En we zitten nu ook beter aan tafel bij beleidsmakers, zoals het ministerie van LNV.” Dat brengt de burgemeester op een ander punt. “In Brussel hebben we als regio een goede lobby, maar in Den Haag zitten we te weinig aan tafel. Misschien komt dat juist doordat we zo’n projectencarrousel zijn.

We worden gezien als een regio die moet uitvoeren, maar aan de voorkant van het besluitvormingsproces hebben we te weinig invloed. Vanuit andere regio’s zitten mensen elke week een dag in de hofstad om alle ministeries en partijen langs te gaan. Ik denk dat een aantal van ons – zowel bestuurlijk als ambtelijk – dat ook moeten doen. Om meer en betere contacten op te bouwen. Dan moeten we wel eerst met elkaar bepalen waarop we invloed willen uitoefenen in Den Haag.”

33 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

ENERGIE TRANSITIE

3.5. ENERGIETRANSITIE 3.5.1.

Waar we zijn

Regio Foodvalley heeft de ambitie om in 2050 een energieneutrale regio te zijn en in 2030 een CO2reductie gerealiseerd te hebben van 55% ten opzichte van 1990. Deze ambitie is de afgelopen jaren vertaald naar doelstellingen voor de opwek van duurzame energie, doelstellingen voor energiebesparing en doelstellingen voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Als belangrijkste doelstelling geldt het behalen van de RES 1.0-doelstellingen door ondersteunen, organiseren en uitvoeren van regionale projecten en activiteiten. Regio Foodvalley heeft de ambitie om per 2030 1 TWh duurzame opwek te realiseren, waarbij het RESbod van 0.75 TWh duurzame opwek per 2030 voor regio Foodvalley de afgesproken doelstelling is. Binnen het regionale Energietransitie-programma komen meerdere lijnen samen. Het zijn niet alleen de energiedoelen van de Strategische Agenda, maar ook de opgave vanuit de Regionale Energiestrategie, de regionale aanhaking aan het Nationaal Programma Lokale Warmte, het werken aan het energiesysteem t.g.v. netcongestie en het programmeren en prioriteren van (langere termijn) energieinfrastructuur projecten. Binnen de beide provincies zijn EnergyBoards opgericht, die zich bezighouden met alle thematiek rondom netcongestie en het programmeren en prioriteren van (langere termijn) energie-infrastructuur projecten.

Dit vraagt een aanzienlijke extra inzet van bestuurders en ambtelijke organisatie. Daarnaast werkt het regionale Energietransitieprogramma intensief samen met een aantal maatschappelijke partners zoals het FOV Regio Foodvalley, VNO-NCW Midden, LTO Noord, de gezamenlijke woningbouwcorporaties, de gezamenlijke energiecoöperaties via ValleiEnergie en de netbeheerders Stedin en Liander. Het programma energietransitie draagt bij aan de doelen van de Strategische Agenda door: o Versnellen en mogelijk maken van projecten gericht op duurzame opwek van energie, energiebesparing en CO2-reductie, zodat Regio Foodvalley in 2050 energieneutraal is, met behoud van landschappelijke kwaliteiten en de aantrekkelijke leefomgeving. o Verduurzaming van de bebouwde omgeving (isolatie, besparen en aardgasvrij). Dit doen we samen met o.a. het NPLW. o Verduurzaming van bedrijventerreinen in relatie tot zon-op-dak, infrastructuur en energiebesparing o Regionaal programmeren en prioriteren van de benodigde uitbreiding van netcapaciteit en infrastructuur. Dit doen we in samenhang met andere opgaven en met de partners in de regio. o We leggen de verbindingen met andere thema’s in de regio en via de Regionale Energie Strategie met het landelijk programma NPRES.

Zo continueren wij de interbestuurlijke samenwerking en samenwerking met andere stakeholders, zodat projecten gebiedsgericht opgepakt worden en integrale belangenafweging plaatsvindt tussen verschillende opgaven in dezelfde ruimte. Sinds het najaar van 2022 wordt ook de Energietransitie in regio Foodvalley geconfronteerd met netcongestie door de enorme toename van duurzame energie als gevolg van het bijstellen van de landelijke ambities van 49% naar 60% CO2 reductie in 2030 en door het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, wat heeft geleid tot een snellere groei van het gebruik van duurzame energie. Deze ontstane situatie heeft ertoe geleid dat het Energietransitieprogramma er een forse opgave bij heeft gekregen. Het bijstellen van de landelijke ambities van 49% naar 60% vraagt ook om een bijstelling van de doelstellingen van de Strategische Agenda (55% per 2030), naast alle andere zaken die op ons afkomen. Dit zorgt ervoor dat het huidige programmaplan ‘Energieprogramma 2022-2023’ van 25 februari 2022 niet meer voldoet en er gewerkt wordt aan een nieuw breed programmaplan ‘Energietransitie regio Foodvalley 2024-2026’. Het is voorzien dat dit programmaplan eind 2023, begin 2024 beschikbaar komt. In dit programmaplan zullen de hoofdlijnen van de Energietransitie voor regio Foodvalley voor de periode 2024-2026 worden opgenomen.

35 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

3.5.2.

Input stakeholders

3.5.2.1. Successen De Regionale Energiestrategie wordt door een grote meerderheid van respondenten genoemd als een succesvol project. Dan wordt gedoeld op de RES 1.0, maar ook de uitwerking als aanjager voor het gehele programma energietransitie en de samenwerkende energietransitie. De meest invloedrijke en succesvolle activiteiten die daarbij horen zijn o.a. regionale bijeenkomsten met inspiratie en kennisgeving en onderling contact. De bestuurlijke aandacht voor het onderwerp en succesvolle lobby richting Rijk worden ook een aantal maal genoemd. Focus op de juiste projecten, op met prioriteiten die voor de regio waardevol zijn en goede samenwerking tussen de gemeenten en met de triple helix zijn ook succesfactoren die genoemd worden. In verschillende gemeenten zijn beleidsmedewerkers aan de slag gegaan en een aantal projecten op bedrijventerreinen en maatschappelijk vastgoed zijn uitgevoerd en opgeschaald. 3.5.2.2. Tegenvallers Wat betreft projecten die minder impact hebben of minder succesvolle activiteiten zijn de meningen verdeeld. Sommige respondenten zien overall te weinig voortgang. Anderen wijzen op aspecten als energiebesparing of de thematafel voor de utiliteitsbouw die nu gestopt is. Een aantal keer wordt het Regionaal EnergieCentrum genoemd dat niet door de gemeenten als geheel is goedgekeurd.

Een doorstart via de ondernemersverenigingen is nu met vertraging van start gegaan. Er wordt benoemd dat het lastig is om het lokale denken t.o.v. de regio te doorbreken en dat de veelheid aan thema’s het niet makkelijk maakt om te zien wat concreet wordt gerealiseerd. De implementatie van de RES is een politiek geladen dossier. 3.5.2.3. Belemmeringen Als belemmeringen worden veel zaken genoemd. Als eerste noemen respondenten belangen die uiteenlopen en de bereidheid tot samenwerking tussen de gemeenten. Er lijkt een gemeenschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel te ontbreken. Daarnaast zijn er reacties die noemen dat er een inefficiënt ambtelijk overleg is en veel personele wisselingen vanuit het regiokantoor. De informatievoorziening is vaak te algemeen en te weinig concreet wat betreft praktische doorvertaling naar de gemeenten. Hierdoor ontstaat versnippering en onduidelijkheid. Het project van de ondernemersverenigingen rondom een energieadvies op bedrijventerreinen heeft nog onvoldoende structuur voor overleg met gemeenten, provincies en andere programma’s. Door plotseling optredende knelpunten zoals beschermde diersoorten kunnen een aantal plannen rondom windenergie niet gerealiseerd worden en de nijpende netcongestie maakt het voor elektriciteitsopwekking en distributie lastig. 3.5.2.4.

Aanbevelingen Om de doelstellingen van de SA en de RES te halen is essentieel om duidelijker af te stemmen wat de regio en wat de gemeenten doen. Het gaat erom wat we van elkaar verwachten en hoe we elkaar vinden in de uitvoering. Het commitment moet dan ook blijken uit de inzet en bereidheid van de gemeenten. Het is nodig om bovenlokaal af te stemmen, terwijl er voor besluitvorming tegelijkertijd lokaal mandaat ligt. Een goede overlegstructuur met een focus op kennisdeling en projecten is daarbij behulpzaam, waarbij ook ondernemersverenigingen en provincies worden meegenomen. Er is de wens om een regionaal energieloket voor bedrijven op te richten voor bedrijven en maatschappelijke vastgoed. En het Ontzorgingsprogramma voor het MKB en Werklandschappen voor de Toekomst (o.a. klimaatadaptatie) zijn regionaal nog in te bedden. Ook wordt voorgesteld om regionale thematafels in te richten voor alle energietransitie onderwerpen die niet onder de RES vallen, waaronder bedrijven en maatschappelijk vastgoed.

36 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

Een groot aantal respondenten (24) stemt ervoor het thema ook in de volgende SA op te nemen. Bij de tegenstemmers (2 en 2 twijfel) is het argument dat gemeenten zelf programma’s voor energietransitie hebben en alleen dingen met regionale meerwaarde samen willen oppakken.

“

Een versimpeling van de overlegstructuur met een duidelijke governance helpt om de slagkracht in het kader van de RES te verbeteren. De regio is met name geschikt om ideeën met elkaar te delen en elkaar te enthousiasmeren. Maar de beslissing om zaken op te pakken ligt bij de gemeenten. Bij een positief besluit in de gemeente kan er samen opgetrokken worden in de regio. Dat maakt juist de kracht van de regio, dat je elkaar kunt opzoeken om samen te werken. Een laatste punt m.b.t. overleggen is dat ze zuiver moeten blijven. Overleg en samenwerking met stakeholders is ontzettend belangrijk, maar ruimte om ambtelijk en bestuurlijk zonder stakeholders te overleggen wordt ook als heel belangrijk ervaren. Hiervoor mag meer ruimte komen. College gemeente Ede

37 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

”

3.5.3.

Interview Portefeuillehouder energietransitie

“Minder vrijblijvend en minder meestribbelen” Als je naar de sport curling kijkt, dan is René Windhouwer een van die meneren of mevrouwen met de bezem. Het zijn de eigen woorden van de wethouder van Nijkerk en portefeuillehouder Energietransitie in Regio Foodvalley. “Soms moet ik bezemen en soms moet ik vooral niks doen. Ik kan nooit de steen in de cirkel schuiven.” Maar wie dan wel? De komende tijd wil Windhouwer het eigenaarschap van de energietransitie borgen. “We moeten iets doen aan de organisatie, anders gaan we het RES-bod niet halen.” Anders dan in de rest van Nederland omvat het RES-bod van Regio Foodvalley het hele energieprogramma, zo legt Windhouwer uit. “Zodoende geven wij uitvoering aan dat wat in de Strategische Agenda is afgesproken op het gebied van energie, klimaat en duurzaamheid. Vorig jaar werd ik portefeuillehouder en in die zin stapte ik op een rijdende trein. Toch ontbrak het in mijn ogen aan een paar wezenlijke elementen om de samenwerking echt tot een succes te maken. De organisatie die het RES-bod opstelde is een-op-een overgestapt op de realisatie ervan. Maar uitvoering vraagt om andere competenties en besturingsmechanismen. Er was onduidelijkheid op ambtelijk niveau. Terwijl we samen meer kunnen bereiken als ieders rol heel helder is.

We zorgen er nu voor dat het eigenaarschap van het RES-bod bij de Raad van Uitvoering – de verantwoordelijke wethouders – komt te liggen in plaats van bij het programmabureau van Regio Foodvalley.” Voor de zomer verscheen een voortgangsrapportage en daarin viel te lezen dat Regio Foodvalley vol gas moet geven om de voorgestelde energietransitie te halen (al is ‘vol gas’ in dit verband misschien niet de juiste uitdrukking). René Windhouwer: “Er zijn een paar ‘showstoppers’. Netcongestie is bijvoorbeeld een groot probleem, net als stikstof en de wespendief op de Veluwe. Maar dat kan niet betekenen dat gemeenten achteroverleunen of gaan ‘meestribbelen’. We zullen de energietransitie met elkaar moeten aanpakken. Dat kan niet vrijblijvend: we zullen alle partijen moeten aanspreken op hun aandeel in het RES-bod.” Dat geldt voor zowel overheden en ondernemers, al voelen bedrijven de urgentie van duurzaam ondernemen al veel meer. De derde ‘O’ in de triple helix – onderwijs – speelt nog niet zo’n rol in de energietransitie en het RES-bod. Maar dat kan nog veranderen, vindt Windhouwer. Hij ziet wel wat in een ‘energietransitie-academie’, vergelijkbaar met de Food Academy Nijkerk, voor praktische toepassingen van opgedane kennis.

Het is een van de successen van de Strategische Agenda dat er beweging is ontstaan in de energietransitie, vindt René Windhouwer, met zichtbare resultaten in de wijken. Daar ontstaan energiecoöperaties van burgers, met kennis en kunde van het bedrijfsleven – bijvoorbeeld de installatiesector – en de overheid en ondersteuning van ValleiEnergie. René Windhouwer: “Vanuit de Strategische Agenda ontstaan ook verbindingen met andere thema’s als wonen en human capital. Daar valt meerwaarde uit te halen. Dat vraagt misschien om een actievere rol van de Economic Board, want er liggen een aantal urgente problemen om op te lossen. Tegelijkertijd moeten we ons bij het opstellen van de volgende Strategische Agenda goed bedenken wat we in de regio kunnen oplossen en wat niet.”

HUMAN CAPITAL

3.6. HUMAN CAPITAL 3.6.1.

Waar we zijn

In de SA wordt genoemd dat er voor Human Capital een thema-specifieke agenda zal worden ontwikkeld in triple helix verband. Na hard werk van de vele betrokkenen is eind 2022 de Human Capital Agenda vastgesteld door de stuurgroep. De HCA richt zich op de structurele versterking van de regionale arbeidsmarkt om deze veerkrachtig en toekomstbestendig te maken, met grote arbeidsmarkopgaven als aanjager. We beogen hierbij drie structurele veranderingen: binden en boeien, Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en (sociale) innovatie. Als onderdeel van de HCA is er eerder dit jaar een aantal projecten opgestart, die gefinancierd zijn vanuit het Gelrepact. Binnen dit meerjarig samenwerkingsprogramma tussen de provincie Gelderland en de zes Gelderse arbeidsmarktregio’s zetten we stevig in op LLO. Voorbeelden van projecten hierbinnen zijn scholingsvouchers voor werkenden, oriëntatiecarrousels, en een LLO festival. In 2023 zijn we ook gestart met een van de pijlers binnen de HCA: het ontwikkelen van een netwerk van onderwijsinstellingen en bedrijven met als doel een betere aansluiting in opleidingsvraag en -aanbod binnen de energietransitie (de Energietransitie Academie). Momenteel wordt er ook onderzoek gedaan naar de meest geschikte manieren om MKB met een kleine HR-capaciteit te ondersteunen.

En daarnaast is er een flexibel gedeelte binnen de HCA waarin er ruimte is om verschillende kansrijke projecten te ondersteunen, die een bijdrage leveren aan een van de hoofddoelen. Om de kwaliteit van het programma en de individuele projecten te borgen is er een raamwerk ontwikkeld voor monitoring en evaluatie. De tools en kaders die hieruit voorkomen stellen ons in staat om lopende projecten waar nodig tijdig bij te sturen. Ook kunnen de resultaten makkelijk worden gedeeld. Om de HCA en bijbehorende activiteiten beter zichtbaar en toegankelijk te maken is er inmiddels ook een communicatieplan opgesteld met daarin onder andere kaders voor communicatie door projectpartners. Zo willen wij kruisbestuiving tussen de projecten en een betere verbinding met de doelgroepen te bevorderen.

3.6.2.

Input stakeholders

3.6.2.1. Successen De totstandkoming van de Human Capital Agenda van de regio wordt het vaakst genoemd als succesvol project. En daarnaast het Gelrepact met de projecten Leven Lang Ontwikkelen en Scholingsvouchers en Energietransitie Academie. Algemeen wordt opgemerkt dat de aandacht voor menselijk kapitaal, in tijden van krapte op de arbeidsmarkt, positief is. De meest invloedrijke activiteiten betreffen duidelijk de triple-helix samenwerking: het draagvlak voor verandering en resultaten is groot. En de structuren en bewustwording bij de 3 O’s (ondernemers, onderwijs en overheid) leidt tot gezamenlijke verantwoordelijkheid en participatie in projecten. Ook de ambitie en de verbinding zijn sterke punten van dit programma. Als advies wordt meegegeven om successen meer te vieren en uit te nutten binnen en buiten de regio. 3.6.2.2. Tegenvallers Minder succesvol of impactvol zijn de verbinding tussen het thema Human Capital en de arbeidsmarktregio. Een respondent merkt op dat er niet langer een gezamenlijke programmanager is en ziet dat als complicerend voor de samenhangende vraagstukken. De oprichting van het Matchingsplatform is niet gelukt en het opschalen van het concept van Barneveld Tomorrow naar andere gemeenten ook niet. Er zijn ook respondenten die het hele Human Capital programma niet zo positief beoordelen.

En er is twijfel over de effectiviteit van bijvoorbeeld scholingsprogramma’s: levert dat voor onze regio echt iets op? 3.6.2.3. Belemmeringen Als knelpunten wordt vooral sturing en resultaatgerichtheid genoemd. Er is een belangrijke slag geslagen om de doelstellingen te vertalen naar concrete projecten met hun resultaten en dat ook te monitoren. Dan wordt het minder abstract en vrijblijvend en kunnen de verwachtingen van de stakeholders beter op elkaar worden afgestemd. De samenwerking tussen het sociaal domein en economie heeft meer aandacht nodig omdat dit nu onvoldoende is. Er wordt opgemerkt dat Human Capital een lange adem vergt en dat het goed is om ervan bewust te zijn dat successen soms wat langer op zich laten wachten. 40 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

3.6.2.4. Aanbevelingen Essentieel is focus en prioriteit, gecombineerd met het vertalen van ambities naar concrete projecten. Meer sturing en monitoring hoort hierbij. Meer inzet vanuit ondernemers en meer inzet op behoud van personeel d.m.v. bedrijfsvitaliteit en ontwikkelmogelijkheden. Veel respondenten antwoorden bevestigend op de vraag of Human Capital weer een thema van de volgende SA moet zijn (13 stemmen). Maar er zijn ook een aantal stemmen tegen (6 stemmen).

“

Het vaststellen van de HCA is een meerjarig traject geweest dat de kernwaarde van RFV onderstreept: samenwerking. Overheid, ondernemers en onderwijsinstellingen hebben de handen ineengeslagen om te werken aan een toekomstbestendige en veerkrachtige arbeidsmarkt in de regio. Daar zijn we erg trots op. De eerste projecten zijn inmiddels van start gegaan. Deze zijn nog niet zo zichtbaar als andere grote projecten in de regio, maar daar hopen we in de komende jaren verandering in te brengen.” Lid Stuurgroep Human Capital

41 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

”

3.6.3.

Interview Portefeuillehouder human capital

“Samenwerking moet door alle partijen worden omarmd” Met de Human Capital Agenda werken partners uit het onderwijs, het bedrijfsleven en de overheid samen aan een sterke en toekomstgerichte arbeidsmarkt. Tekort aan personeel en uitdagingen op het gebied van energietransitie, landbouwtransitie en zorg maken dit stappenplan nodig. “Het zijn de ondernemers en het onderwijs die het samen moeten oppakken”, stelt de Edese wethouder Arnold Versteeg, portefeuillehouder Human Capital in Regio Foodvalley. “De rol van de overheid is het aanjagen van die samenwerking.” De eerste stap in de uitvoering van de Human Capital Agenda richt zich op de uitdagingen die de energietransitie stelt aan werk en opleidingen in de regio. “De noodzaak om hiermee aan de slag te gaan wordt door bedrijven wel gevoeld, alleen al door de problemen rond netcongestie”, weet Versteeg. Maar als het om de gezamenlijke uitvoering van de Human Capital Agenda gaat, dan houdt Versteeg zijn hart vast, bekent hij. “Op een bijeenkomst rond de Energietransitie Academie, die we onlangs organiseerden, was de opkomst vanuit het bedrijfsleven laag. Terwijl we het juist voor hén doen.” Hij begrijpt dat bedrijven het ‘hartstikke druk’ hebben. “Toch moeten ze er zelf aan gaan trekken. Dit moet een gezamenlijke inspanning zijn.” Dat het samen kan, bewijst de Food Academy Nijkerk, geeft Versteeg als succesvol voorbeeld.

“Dit initiatief is vanaf het begin gedragen door het bedrijfsleven”, verklaart hij. Ook Barneveld Tomorrow noemt Versteeg om dezelfde reden een succes. “Zo’n netwerk zouden we niet alleen in Barneveld, maar in de hele regio moeten hebben”, vindt hij. Uiteindelijk moet de samenwerking door alle partijen worden omarmd, wil het slagen, stelt Versteeg. “Vanuit het onderwijs is er eerder enthousiasme, omdat ze gewend zijn aan plannen maken voor de langere termijn. Het bedrijfsleven is toch meer van de korte klap”, verklaart hij het verschil. De samenwerking tussen gemeenten gaat goed, ervaart Versteeg, al wijst hij wel op het verschil tussen grote en kleinere gemeenten. “Grote gemeenten werken al wat langer samen in de regio. Kleinere gemeenten liften meer mee, zij hebben nu eenmaal minder ambtelijke capaciteit. Stel de vraag als je hulp nodig hebt”, raadt hij ze aan. Het verschil in omvang brengt ook een eigen ‘snelheid’ met zich mee, zegt Versteeg. “Als we daar rekening mee houden en het verschil begrijpen, gaat het goed.” De betrokkenheid van gemeenteraden is niet vanzelfsprekend, is zijn ervaring. “Er is behoefte aan meer focus. Daarmee wordt je draagvlak in de gemeenteraden ook groter.” Het aanbrengen van focus is dan ook de voornaamste functie van de Strategische Agenda, volgens Versteeg.

“Anders schiet je met hagel.” De regio moet zich wat hem betreft in de nieuwe agenda als Foodvalley blijven profileren. “Ruimtelijke en economische ontwikkelingen zijn ook heel belangrijk, die hebben een enorme impact op de regio. De toegevoegde waarde van Human Capital als thema moet vooral economisch worden gezien”, legt hij uit. De Strategische Agenda is niet alleen intern, maar ook extern van belang, benadrukt Versteeg ten slotte. “Als economische regio zitten we aan tafel bij Het Rijk. We staan op de kaart, maar daar moeten we aan blijven werken.” Ook bedrijven mogen zich best minder ingetogen en met meer trots tonen, vindt hij. “We zijn een superondernemende regio met veel innovatieve bedrijven. We kunnen nog veel meer laten zien hoe krachtig deze regio is.”

INNOVATIE, CLUSTERVORMING EN CIRCULAIRE ECONOMIE

3.7. INNOVATIE, CLUSTERVORMING EN CIRCULAIRE ECONOMIE 3.7.1.

Waar we zijn

De Strategische Agenda heeft voor het thema Innovatie en Clustervorming verrassend kwantitatieve doelen geformuleerd op product-, proces-, externe- en marktinnovatie bij bedrijven. Deze SMART doelstellingen zijn geformuleerd aan de hand van de Innovatiemonitor uit 2018. De rol van de Regio Foodvalley is om bedrijven te stimuleren en ondersteunen, de daadwerkelijke innovaties vinden echter bij de bedrijven plaats. Het bevorderen van samenwerking, clustering, kennis en het oplossen van knelpunten is daarbij van groot belang. Daarom kiest Regio Foodvalley voor een aanpak waarin het innovatie ecosysteem wordt geoptimaliseerd. In hoeverre de doelstellingen uit het programma Innovatie, Clustervorming en Circulaire Economie gehaald zijn wordt dit najaar duidelijk in de nieuwe kwantitatieve innovatiemonitor Regio Foodvalley. Eerste resultaten laten zien dat er ten aanzien van de groei van banen en bedrijfsvestigingen een stijging is die hoger ligt dan landelijk. Als activiteiten hebben we o.a. kennisinteractie gestimuleerd door het organiseren van experttafels voor ondernemers, aan netwerkvorming gedaan via NEON Food, de uitreiking van een jaarlijkse innovatieprijs en ICT-award mogelijk gemaakt, diverse human capital initiatieven aan elkaar verbonden en wordt er jaarlijks een inspirerende innovatiemonitor met bijbehorend magazine uitgebracht.

Voor het thema Circulaire Economie is een separate lijn gevolgd. Het Living Lab Regio Foodvalley Circulair is een netwerk van bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen en de regiogemeenten dat een gezamenlijk programma uitvoert. De partners financieren en besturen dit netwerk gezamenlijk. Van 2019-2022 is met meer dan 60 bedrijven gewerkt aan pilots, inspiratie en kennisdeling. Het nieuwe programma 2023-2026 is goed uit de startblokken gekomen en heeft inmiddels alweer 50 partners. Nadruk in deze nieuwe periode ligt op implementatie (projecten), agenderen en betrekken van het brede MKB. We doen dit o.a. door thematische Communities of Practice (ook wel werkplaatsen genoemd), bijeenkomsten en onderwijsprojecten. In de strategische Agenda 2020-2025 is de ambitie voor Circulaire Economie als volgt verwoord: 1. Duurzamer gebruik van grondstoffen 2. Meer concurrerend vermogen van regionale bedrijven 3. Regio Foodvalley als innovatieve kennisregio voor de circulaire economie

3.7.2.

Input stakeholders

3.7.2.1. Successen Voor dit thema worden een aantal succesvolle projecten genoemd. Het Living Lab Regio Foodvalley Circulair en de thematische werkplaatsen die daarbij horen wordt het vaakst genoemd. En daarnaast de doorontwikkeling van de Food Academy Nijkerk, de Innovatiemonitor en het Next Economy onderzoek. Invloedrijke en succesvolle activiteiten betreffen in ieder geval de samenwerking in de regio en met ondernemers. Een respondent merkt op dat elkaar iets gunnen en inspelen op marktontwikkeling positief uitpakken. Concrete projecten bij de thema’s, bijeenkomsten waar de triple helix partijen elkaar ontmoeten en afspraken maken en werken uit gezamenlijk ambities vallen ook positief op. Er zijn veel respondenten voor doorzetten van dit thema in de volgende SA, maar ook een aantal tegenstemmers (19 voor, 4 tegen). 3.7.2.2. Tegenvallers Projecten en activiteiten die minder succesvol zijn geweest of minder impact hebben gehad zijn er ook. Een van de respondenten ziet voor dit gehele thema weinig concrete impact, een ander merkt op dat er bij innovatie en clustervorming meer sprake is van losse projecten en dat er geen samenhangend programma is. Ook wordt genoemd dat het gemeente-overschrijdend samenwerken aan economische fysieke randvoorwaarden zoals circulaire bedrijventerreinen niet goed van de grond is gekomen.

44 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

“

Het kost tijd om effect te zien op innovatie en clustervorming. Verbindt de 3 O’s door het initiëren uitvoeren, monitoren en evalueren van gezamenlijke projecten.

”

College gemeente Ede

3.7.2.3. Belemmeringen Als belemmeringen wordt genoemd dat er mogelijk te weinig capaciteit of prioriteit op dit onderwerp is en dat meer focus nodig is. De ontwikkelingen vanuit de markt zijn vaak leidend, wat de doelstellingen niet altijd maakbaar maakt in de praktijk. Door Corona, stikstofproblemen, prijzen van grondstoffen etc. gaat innovatie soms (noodgedwongen) sneller dan verwacht, maar zijn sommige ambities moeilijker haalbaar.

3.7.2.4. Aanbevelingen Om de doelstellingen van de SA te halen is het essentieel om concreet te werken, met goed gekozen speerpunten en samen met de markt. De keuzes moeten gemeenteoverstijgend zijn met regionaal perspectief en goed afgestemd met de gemeenten maar ook tussen de verschillende thema’s binnen de SA (bijvoorbeeld met de link naar energie, landbouw etc.).

“

Het verbaasde mij dat het Winterfonds van de provincie niet gezamenlijk werd opgepakt maar dat elke gemeente het eigen wiel heeft uitgevonden. Ik vraag me dus wel eens af in hoeverre de gemeentes echt samen willen werken.

”

Ambtenaar Human Capital en Circulaire Economie

45 | Tussentijdse Evaluatie Strategische Agenda | 21 december 2023

3.7.3.

Interview Portefeuillehouder Circulaire Economie

“Strategische Agenda als visie én kapstok voor de uitvoering” Het Living Lab Regio Foodvalley Circulair wordt regelmatig als voorbeeld gesteld van wat er mogelijk is door samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijven in de regio. In het Living Lab werken ze samen aan circulaire innovaties en verdienmodellen. “Naast innovaties gaat het ook om bewustwording. Er is een beweging in gang gezet”, noemt de Veenendaalse wethouder Marco Verloop als belangrijk resultaat. Hij is portefeuillehouder in de regio voor het thema Innovatie, clustervorming en circulaire economie. “Circulaire economie staat nu nadrukkelijk op de agenda.” “Het gaat niet vanzelf, maar ik vind dat we het als Living Lab goed doen”, zegt Verloop. “Heel helder en ‘lean’, zonder een hele organisatie op te tuigen. Met een relatief beperkt budget kunnen we zo toch veel bereiken.” Het Living Lab bestaat uit een netwerk van zo’n 60 partners, die ook financieel bijdragen. Zij werken samen rond thema’s zoals circulair bouwen, waterstof en het meten van circulariteit. “Dat we een innovatieve regio zijn is deels te danken aan de WUR, maar zeker ook aan het MKB”, benadrukt Verloop. De kracht van de regio is dat er een goede samenwerking is tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid, vindt hij. “In Veenendaal is het bedrijfsleven goed georganiseerd”, noemt hij als voorbeeld.

“Lijntjes zijn daardoor snel gelegd.” De successen van de afgelopen periode zijn ook te danken aan goede voorbeelden, geeft Verloop aan. “Veel bedrijven willen wel circulair ondernemen, maar weten niet precies wat ze kunnen doen. Als collega-ondernemers het lukt, overtuigen ze elkaar. En als de overheid en andere ondernemers meedoen, versterkt het elkaar. Zo kun je mensen enthousiast krijgen.” Ook tussen gemeenten onderling zit het goed, zegt Verloop. “Ambtelijk verloopt het allemaal heel collegiaal.” Als verbeterpunt voor de nieuwe Strategische Agenda noemt hij het koppelen van (regio)gelden aan de agenda. “Er moet volstrekte helderheid zijn over de financiële bijdragen en verplichtingen van alle partijen. Gemeenten willen niet verrast worden op het moment dat ze eigenlijk geen keus meer hebben.” Verloop merkt verder dat er ook vanuit het bedrijfsleven een roep is om de onderwerpen en de doelen in de Strategische Agenda concreter te maken. “De Strategische Agenda is belangrijk voor de structuur van de visie én de uitvoering daarvan. Door te laten zien hoe we de verschillende thema’s uitwerken, krijgt het praktisch handen en voeten. Een visie gaat over de grote lijn, maar kan wel nadrukkelijk een kapstok zijn voor de uitvoering.” Focus houden vindt Verloop belangrijk. “Met de huidige Strategische Agenda is daarin al een eerste slag gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13712366/1