CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

D2. BIJLAGE 1 - Groeidocument RPLG RFV

Gemeenteraad 21 maart 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stuk D: Raadsinformatiebrief RPLG RFV10.358 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

REGIONAAL PERSPECTIEF LANDELIJK GEBIED Informerend Groeidocument: Deel 1: 90% / Deel 2: 60% / Deel 3: 10%

Status van dit document: Informerend over de huidige stand van zaken. Na het opstellen van de contourennotitie (september 2022) zijn we gestart met de verdere uitwerking. Dit zal 3 delen kennen: Waarom, Hoe en Wat. Bovenstaande percentages geven een indruk van de stand van de uitwerking. Het is dus zeker nog niet klaar. Daarnaast is een belangrijke notie dat nog niet alle geleverde input van de belanghebbenden is verwerkt. Wel vinden we het belangrijk dit stuk te delen. Omdat we verder zijn in ons denken dan de Contourennotitie en we u hierover willen bijpraten. Bovendien kan het u helpen bij het denken over dit onderwerp.

19 januari 2023

INHOUD INHOUD

2

0.

BELANG VAN EEN PERSPECTIEF

3

1.

WAAROM DOEN WE DIT?

5

1.1. 1.2.

Deel A: Gedeelde waarden als fundament Deel B: De inhoudelijke opgaven

5 7

1.2.1.

Balans in het natuurlijk systeem

7

1.2.2.

Balans in het voedselsysteem

9

2.

HOE WILLEN WE DIT ONTWIKKELEN?

11

2.1.

Deel A: Principes uit de contourennotitie

11

2.1.1.

Het bodem- en watersysteem is leidend

11

2.1.2.

Natuurkwaliteit en gezonde leefomgeving als randvoorwaarde

11

2.1.3.

De identiteit van het gebied staat centraal

11

2.1.4.

Economische en sociale vitaliteit met meervoudig ruimtegebruik

12

2.1.5.

De regio is een proeftuin voor toekomstbestendige voedselproductie

12

2.2.

Deel B: Ontwikkellijnen

13

2.2.1.

Lijn 1: Het bodem en watersysteem brengen we in balans

13

2.2.2.

Lijn 2: Een vruchtbaar landschap in een gezonde leefomgeving

16

2.2.3.

Lijn 3: Een natuurlijk landschap dat verbindt

19

3.

WAT IS ER NODIG?

22

3.1. 3.2.

Inhoudelijk proces uitwerking Aanzet belangrijke keuzes gemeenten en succesvoorwaarden

22 23

3.2.1.

Belangrijke vraagstukken en keuzes voor gemeenten

23

3.2.2.

Voorwaarden voor succes, mede in relatie tot de rol van provincies, Waterschap en Rijk

25

2

0. BELANG VAN EEN PERSPECTIEF Identiteit van de regio behouden en versterken Ons gezamenlijk belang ligt in onze identiteit. Onze regio bestaat uit veel natuur en aantrekkelijke landschappen met een rijke historie. De relatie tussen mens en ondergrond is vanaf de eerste bewoning sturend geweest voor hoe we ons in het levensonderhoud voorzagen. Hier wonen en werken we en groeien onze kinderen op. Voedselproductie, gastvrijheid en natuurbeleving, ondernemerschap en innovatie vormen daarbij onze identiteit, ons DNA. Deze identiteit willen we beschermen en versterken waar het kan, wetende dat we aan de vooravond staan van grote veranderingen.

Urgentie door grote opgaven en onzekerheid Er zijn grote opgaven die belangrijk zijn voor een gezonde toekomst. Opgaven die landelijk spelen en hoe dan ook tot veranderingen in onze regio zullen leiden. Daar willen we graag zelf en samen regie over hebben. We (h)erkennen de opgaven: er zijn uitdagingen op het gebied van emissies van stikstof en fijnstof, het klimaat verandert en we moeten het landschap en onze manieren van wonen, werken en verplaatsen daaraan aanpassen, er zijn opgaven op gebied van CO2 uitstoot, energietransitie, waterkwaliteit en waterbergend vermogen en de biodiversiteit staat onder druk. Daarnaast is er behoefte aan duurzame voedselproductie, meer woningen met bijbehorende voorzieningen en mobiliteit. De stapeling van grote opgaven leidt tot onzekerheid over de sociaal-economische en -culturele vitaliteit van ons landelijk gebied. Deze onzekerheid willen we graag zoveel wegnemen door perspectief te bieden voor iedereen die woont, werkt en recreëert in ons landelijk gebied: wat kan er wél, waar en hoe. Welke ontwikkelingen passen bij een gezonde toekomst met rendabele voedselproductie en welke instrumenten gaan we inzetten om die ontwikkelingen te ondersteunen en mogelijk te maken. En let wel: op verschillende plekken in de regio zijn en worden al forse stappen gezet in die ontwikkeling!

Verantwoordelijkheid nemen omdat we wíllen én kúnnen Als regio voelen we ook het grotere nationale gezamenlijke belang. De regio Foodvalley is cruciaal om de landelijke en provinciale doelen voor stikstof en natuur te halen voor het grootste natura2000 gebied van Nederland, de Veluwe. Een flink deel van onze regio kenmerkt zich daarnaast door een bekenstructuur met bijbehorende stroomgebieden, waarmee er ook een opgave ligt voor de Kaderrichtlijn Water. En we zijn tegelijk een sterke voedselregio, met een kalverhouderij-keten en een pluimveehouderij-keten die nergens zo sterk ontwikkeld en aanwezig is als hier. Daarom willen wij een eigen ruimtelijk-economisch perspectief dat toegesneden is op dit unieke gebied voor een goede combinatie van kennisintensieve voedselproductie in een mooi en biodivers landschap. Een gezamenlijk perspectief omdat we grensontkennend moeten en willen werken om de grensoverschrijdende opgaven aan te pakken. We hebben er vertrouwen in dat dit lukt. Juist in deze regio is er voldoende kennis, wetenschappelijke én praktische kennis, en voldoende ondernemerschap en samenwerking om met elkaar aan de slag te gaan.

Opbouw van het RPLG Wij bouwen ons RPLG op aan de hand van drie delen, deze worden hieronder verder uitgewerkt: 1) Waarom werken we aan perspectief? 2) Hoe vullen we dat perspectief in? 3) Wat is er nodig om die ontwikkelingen met elkaar te realiseren?

3

1.Waarom werken we als regio aan het perspectief voor het landelijk gebied? Dit deel bestaat uit twee delen. In deel A lees je een waarden gedreven verhaal, dat het belang van verbindende taal onder de aandacht brengt. Wie wij als regio zijn in deze tijd van onzekerheid en veranderingen? Waarom doen we dit als regio gezamenlijk? In deel B vind je de beschrijving van de meer technische kant van de opgave. 2. Hoe vullen we dat perspectief in en gaan we beweging houden en krijgen? Die doen we via ontwikkellijnen die we ruimtelijk gaan onderzoeken. Met daarbij inzicht in wie waaraan kan bijdragen en op welke manieren. Hier komen ook de doelen van Rijk en Provincie in te staan. Dat wordt beschreven in deel B van dit onderdeel. Deel A beschrijft de onderliggende ontwikkelprincipes uit de Contourennotitie. 3. Wat hebben we in praktische zin nodig als ondernemers, overheid en organisaties om dit concreet te maken, hierin samen sterk op te trekken en met elkaar te leren? Hoe kunnen we bestaande positieve ontwikkelingen kracht bij zetten? Hier vind je de uitwerking in doelen, maatregelen, regelingen en projecten etc.

Status en positie van het RPLG Het RPLG is de schakel tussen het Nationaal Programma Landelijk Gebied en de Provinciale Programma’s Landelijk gebied van Utrecht en Gelderland enerzijds en het gemeentelijk beleid anderzijds. Het RPLG is onze visie, van onze regio, maar zal ook onze aanpak moeten bevatten van de opgaven en doelen die de provincies in afstemming met het rijk zullen vastleggen. Wij streven er naar om daarin zoveel als mogelijk samen op te trekken. De manier waarop is op dit moment (januari 2022) nog onderwerp van gesprekken en zal in de loop van 2023 steeds duidelijker worden. Het doel van het RPLG is dat wij als gemeenten, in afstemming met provincies en waterschap en gebiedsprocessen, afspraken maken over een gezamenlijke regionale aanpak. Het RPLG wordt uiteindelijk ter vaststelling aangeboden aan de acht gemeenteraden, met als doel om dit in het gemeentelijk beleid te verwerken, zoveel mogelijk op een vergelijkbare manier. Het is daarmee dan ook een kader voor gebiedsplannen die opgesteld worden in gebiedsprocessen in deelgebieden.

4

1. WAAROM DOEN WE DIT? 1.1. DEEL A: GEDEELDE WAARDEN ALS FUNDAMENT Een perspectief voor het landelijk gebied begint bij gedeelde waarden: waar staan we voor, wat vinden we belangrijk en hoe willen we met elkaar en met onze omgeving omgaan? Dit deel van het RPLG beschrijft de drie waarden die het fundament vormen van ons regionaal perspectief landelijk gebied. Uiteindelijk willen wij, inwoners, agrariërs, ondernemers of politici, allemaal hetzelfde: de wereld goed doorgeven aan de volgende generaties en tegelijkertijd in het hier en nu goed zorgdragen voor onze naasten. Iedereen doet dit op zijn eigen manier. Afgelopen decennia voerden economische groei en individualisme de boventoon. We moeten terug naar datgene wat ons bindt, de waarden waar we trots op zijn, waar we groot mee zijn geworden en die we willen doorgeven aan volgende generaties. Dat terug gaan is geen weemoedig achteruit kijken maar hoopvol vooruit zien. Naar een regio waar iedereen boven de sociaal-economische en -maatschappelijke ondergrens leeft en waar we wonen en werken binnen de ecologische grenzen van de aarde. Dat vraagt andere ontwikkelingen. Want door onze manier van leven brengen we schade toe aan onze omgeving: het landschap waarin we leven, maar ook aan elkaar. De verbinding tussen mensen onderling en met de natuur staat onder druk.

Er is onbegrip en polarisatie, we keren ons van elkaar af en spreken niet altijd meer dezelfde taal. Om die negatieve ontwikkelingen tegen te houden zijn er systemen en regels gekomen die knellen en voorbijgaan aan de oplossingskracht en goede intenties van mensen die het aangaat. Het leidt tot besluiteloosheid en schaamte. Laten we met elkaar herdefiniëren wat écht van belang is, wat ons écht raakt en waar we deel van willen zijn. Van daaruit ontstaat een veranderend perspectief. En met dat perspectief kunnen we als mensen opnieuw verantwoordelijkheid nemen voor onze leefomgeving, ieder op zijn eigen manier.

Waarde 1: Verantwoordelijkheid nemen en in Vertrouwen ruimte geven Een mens heeft ruimte nodig. Ruimte om te leven, zich te ontwikkelen, om eigen keuzes te maken en het eigen leven en werk in te richten op een manier die bij hem of haar past. Ruimte is schaars en scherp afgebakend in Nederland, niet alleen de fysieke ruimte maar ook de ruimte om eigen keuzes te maken in hoe we ondernemen is beperkt: systemen en instituties laten niets aan het toeval over. We hebben lang met het idee geleefd dat de werkelijkheid maakbaar is, daar moeten we (deels) op terug komen. Laten we daarom allemaal onze verantwoordelijkheid nemen en elkaar weer in vertrouwen ruimte geven: We respecteren elkaars autonomie, zonder gedeelde belangen uit het oog te verliezen. We maken gebruik van de kracht van onze gemeenschappen en onderlinge verbondenheid om zo eenieders autonomie te respecteren. Dit vraagt een andere manier van met elkaar omgaan die onwennig zal voelen: Bestuurders maken met lef keuzes en krijgen daar de ruimte voor. Ondernemers vernieuwen (soms) ingrijpend hun bedrijfsvoering en krijgen daar de ruimte voor. 5

Dat wat lokaal geworteld is vraagt om lokale oplossingen. Kortom: overheden stellen kaders die ruimte houden voor creatieve oplossingen. Dat vraagt om onderling vertrouwen en leren van elkaar. Dat vraagt om lef en moed van bestuurders en ambtenaren en om begrip voor elkaars standpunten. Zo ontstaat ruimte voor de mens, het landschap, de ondernemer. Tot slot geven we ook ruimte aan ons landschap. Dit is veel meer dan alleen een decor en verdient zijn eigen ruimte en stem bij de keuzes die we maken over de gezamenlijke toekomst. Want de toekomst van ons landschap is ook de toekomst van ons als mensen.

Waarde 2: Zorgdragen voor onze omgeving De mens staat niet los van zijn omgeving, van het landschap, van de natuur maar zij is er onderdeel van én zij is overal aanwezig. Zoals kaas smaakt naar het gras dat de koe eet, zo zijn wij als inwoners van Foodvalley verbonden aan ons landschap. Zonder onze natuur is er tussen bodem en lucht geen leven mogelijk. Onze natuur, onze omgeving geeft de mens voedsel, het zorgt voor energie, het zorgt voor rust en ontspanning en nog veel meer. Onze omgeving is onze levensader. Maar wat zetten wij daar tegenover als mens? Als we weten waar we zijn en hoe we ons verhouden tot onze omgeving, dan weten we wat ons te doen staat: we stellen onze omgeving en onze relatie daarmee weer centraal. Dat kan op veel verschillende manieren worden ingevuld. Dat kan door minder in functies en begrenzingen te denken. Onze omgeving, onze natuur is immers overal. Dat kan door meer te geven dan te nemen. Tientallen jaren hebben we meer genomen dan gegeven. Het evenwicht tussen geven en nemen moet worden hersteld. Sterker nog, we moeten in de komende decennia meer geven dan nemen. We herstellen de balans door op allerlei terreinen de natuurlijke processen te versterken, in de landbouw en in de dorpen en steden. Zo kunnen we als mens iets terugdoen en bijdragen aan ons eigen voortbestaan.

Waarde 3: Oplossingen bouwen met respect voor verleden en heden De vraagstukken van deze tijd vragen om een brede blik. Geen maatregelen op de korte termijn, maar oplossingen die recht doen aan verleden en perspectief bieden voor de toekomst. We bouwen voort op wat er in eeuwen is ontwikkeld. En dat wat we gestart zijn en ten goede komt aan de gewenste ontwikkelingen, zetten we door. We zorgen dat we in verbinding blijven met ons verleden, door elkaars blik op de geschiedenis te delen, daarvan te leren en te respecteren. We durven ver vooruit te kijken, 2040 en waar nodig en behulpzaam daar voorbij. We hebben oog voor effecten op lange termijn en laten deze zwaar meewegen in de keuzes die we maken. Want we willen dat de generaties na ons hier ook gezond en plezierig kunnen leven. Zo gaan we met respect voor ons verleden de uitdagingen van deze tijd aan met openheid en nieuwsgierigheid naar de toekomst.

6

1.2. DEEL B: DE INHOUDELIJKE OPGAVEN Dit deel is afkomstig uit de Contourennotitie. Deze informatie is in de volgende versie herleidbaar geïntegreerd in het RPLG. De verschillende componenten van onze natuur, economie en maatschappij zijn op talrijke manieren met elkaar verbonden. Om balans te bereiken helpt het om te denken in systemen. De natuur is een systeem: een samenhangend geheel van elementen dat uit zichzelf voortdurend op zoek is naar balans. Die balans is dynamisch, en verschilt van moment tot moment. De voedselketen vormt ook een systeem, waarin maatschappelijke en economische componenten vertegenwoordigd zijn. Ook dit systeem zoekt naar balans. Als we balans aanbrengen in deze twee systemen ontstaat er een evenwichtig landelijk gebied. Dit zijn onze hoofdopgaven: we zoeken naar balans in het natuurlijk systeem. En we streven naar een gezond en circulair voedselsysteem dat is ingebed in een multifunctioneel (sociaal en economisch) landschap. Deze twee opgaven hangen sterk samen, zodat het uiteindelijke bovenliggende doel is dat het voedselsysteem en het natuurlijk systeem elkaar versterken waardoor we een vitaal en toekomstbestendig platteland ontwikkelen.

1.2.1. Balans in het natuurlijk systeem Belangrijkste elementen in het natuurlijk systeem Het natuurlijke systeem is meer dan alleen de planten en dieren om ons heen. Ook de bodem, het water en onze lucht zijn belangrijke elementen. De aarde en het klimaat vormen het fundament. De mens heeft vanuit haar maatschappelijke en economische activiteiten (te) sterk bepaalt waar, hoe en met welke functies en in welke intensiteit ze het natuurlijk systeem benut (occupatie en netwerken). Zo heeft het landschap vorm gekregen, maar ook verloren. Draagkracht van het natuurlijk systeem is bepalend De draagkracht van het natuurlijk systeem bepaalt welke functies op lange(re) termijn zijn vol te houden binnen het systeem. Deze draagkracht is randvoorwaardelijk voor een toekomstbestendig landelijk gebied. Daarmee vormt het natuurlijk systeem de basis voor een sociaal-economisch en maatschappelijk leefbaar en gezond landelijk gebied met een toekomstbestendige voedselproductie, recreatie en mogelijke andere activiteiten en functies. Het lagenmodel, dat we in NL al langere tijd kennen, is hier een goede basis voor.

Wat is dat eigenlijk, ‘balans’? Een systeem is in balans als de verschillende, van elkaar afhankelijke elementen zich zodanig tot elkaar verhouden dat het systeem zichzelf gezond kan houden. Zo kan het systeem tegen een stootje en kan het zich ontwikkelen (in waarde of betekenis). Net zolang tot weer een nieuwe balans ontstaat.

Het natuurlijk systeem is uit balans Door de aard en intensiteit van verschillende functies is het natuurlijk systeem nu uit balans. We zitten aan de grenzen van wat het ons bieden kan. Bestaande functies kunnen zich niet verder ontwikkelen of moeten zelfs een stapje terug doen. Voor nieuwe functies is geen of zeer beperkte ruimte. De biodiversiteit gaat achteruit. Om op lange termijn alle functies perspectief te blijven bieden, is het nodig om het natuurlijk systeem duurzaam in balans te krijgen en houden. Dat kan door zodanig om te gaan met de natuur zodat deze zichzelf gezond kan houden. Door natuurlijke dynamiek kan het systeem tegen een stootje.

7

Lagenbenadering als afwegingsprincipe en omgevingsinclusieve benadering Steeds duidelijker wordt dat de (transitie)opgaven waar we voor staan alleen aangepakt kunnen worden door bij alle te maken keuzes in samenhang naar de boven- én ondergrond te kijken. Dit betekent niet dat overal hetzelfde moet gebeuren. Wel dat overheden dezelfde afwegingsprincipes hanteren. Voor een omgevingsinclusieve benadering gelden de 3 afwegingsprincipes van de Nationale Omgevingsvisie: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;

3.

Afwentelen wordt voorkomen waarbij de lagenbenadering een hulpmiddel is

Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). De toepassing van de lagenbenadering is een instrument in de planvorming om gebiedsgericht afwenteling op bodem en water te voorkomen. Figuur: Op waterbasis - Deltares

Balans via twee deelopgaven De opgave om het systeem duurzaam in balans te krijgen valt in twee delen uiteen: 1. Balans in het bodem- en watersysteem zodat een goede ecologische basis ontstaat. Gebeurt dat niet, dan gaat dat ten koste van de natuur, de landbouw en de mens. Bodem en water worden om verschillende redenen (klimaat, natuur, productie) leidend voor onze sociaal-economische ontwikkeling. Recente publicaties van gerenommeerde instanties (o.a. Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI), Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)) onderschrijven dit. 2. Herstel van biodiversiteit. Na bodem en water is dit de basis voor een uitgebalanceerd en veerkrachtig natuurlijk systeem. Een diverse natuur in alle gebieden (natuur, agrarisch buitengebied, stad en dorp) houdt zichzelf in balans. De doelen voor een gezond water- en bodemsysteem en voor biodiversiteit zijn vastgelegd in Europese regelgeving: de Kaderrichtlijn water (KRW) en de Vogel- en habitatrichtlijn (VHR). In het van akkoord van Parijs staan de klimaatdoelen voor broeikasgassen zoals CO2. Mede met het oog op het voldoen aan deze (inter)nationale verplichtingen zorgen we dat de draagkracht van het natuurlijk systeem leidend wordt voor de multifunctionele inrichting en gebruik van het landelijk gebied. Daarbij werken we voortdurend aan herstel van biodiversiteit.

Zo werken we aan een goede basis voor een toekomstbestendig landelijk gebied.

8

1.2.2. Balans in het voedselsysteem De agri-foodsector: waardevol voor de regio Deze waarde is het vertrekpunt voor de ontwikkeling naar een gezonder en toekomstbestendig voedselsysteem met voedselzekerheid. De agri-foodsector is op vier manieren van waarde: • De landbouwsector staat aan de basis van onze voedselproductie. We zijn sterk in de productie van dierlijke eiwitten (eieren, vlees); • De economische relevantie van de sector in de regio is fors. Vooral (maar niet alleen) de intensieve veehouderij (grotendeels kalverhouderij en pluimveehouderij). De daaraan direct en indirect gerelateerde bedrijvigheid (zoals de food en feedindustrie, maakindustrie en kennisintensieve bedrijvigheid) bepaalt in grote mate onze economische kracht en is ook van belang tot ver buiten onze regio; • De landbouw bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van ons landelijk gebied. Boerenbedrijven hebben een rol in het behoud van de leefbaarheid van het buitengebied. Vooral de grondgebonden landbouw vervult de rol van gastheer en beheerder van het landschap en is zo medebepalend voor kwaliteit van ons landschap. Een actieve houding van agrariërs is hierbij van belang; • De agri-foodsector draagt bij aan kennisontwikkeling over voedselproductie, gezondheid van mens en dier en onze leefomgeving. Kennis die we kunnen inzetten om de wereld te voeden.

De aanwezigheid van onze innovatieve agrifoodsector is van groot belang voor de aanwezige kennisclusters. Wetenschap en praktijk kunnen niet zonder elkaar. Balans in het voedselsysteem is bepalend voor een toekomstbestendig landelijk gebied We zien dat ook de landbouw moet passen in de ontwikkeling naar een balans van het natuurlijke systeem. Hiervoor is een ontwikkeling naar meer circulaire voedselproductie noodzakelijk. Zo ontstaat evenwicht in de wijze waarop het voedselsysteem en natuurlijk systeem op elkaar ingrijpen.

Belangrijkste elementen in het voedselsysteem Het voedselsysteem omvat alle elementen die samenhangen met productie, verwerking en consumptie van voedsel. Natuurlijk denken we dan als eerst aan de landbouw. Maar het voedselsysteem is veel meer dan dat. Het gaat niet alleen om de productiefactoren als grond, arbeid en kapitaal maar ook om de consumptie, de grondstoffen en reststromen (vrijkomende materialen en stoffen), de direct en indirect gerelateerde bedrijvigheid, voedselhandelaren en -verkopers, de financiële sector, kennis- en innovatiesector en de culturele- en maatschappelijke elementen die met het systeem samenhangen. Alle ketenpartijen in de agrifoodsector zijn onderdeel van het voedselsysteem, dat de regio ver overstijgt. Daarmee zijn ze deel van de huidige situatie én een nieuw perspectief.

Het voedselsysteem is uit balans Op allerlei manieren blijkt dat het voedselsysteem nu uit balans is: • Bij veel bedrijven is de verdiencapaciteit beperkt. Om te voldoen aan maatschappelijke doelen zijn forse investeringen gedaan en zijn verdere investeringen noodzakelijk. Terwijl deze tot op heden niet of nauwelijks in de opbrengst per eenheid terugverdiend konden worden. Dit leidt ook vanuit economisch perspectief tot onbalans in het voedselsysteem. • De huidige consumptie- en productiewijze heeft, ondanks onder andere forse reducties van emissies en antibioticagebruik, nog steeds negatieven effecten op het gebied van humane gezondheid, emissies en biodiversiteit. 9

•

Zorgen over zoönosen en dierenwelzijn leiden tot afname van maatschappelijk draagvlak voor de intensieve veehouderij. Dit ondermijnt de license to produce.

Tot slot speelt ook de opvolgingsproblematiek: dertig procent van de boeren is ouder dan 55 en geeft aan geen opvolger te hebben. Rekening houdend met de diverse opkoop- en beëindigingsregelingen onder de stikstofaanpak en de ligging nabij de Veluwe, moeten we rekening houden met relatief veel stoppende agrarische bedrijven. En daardoor met een toenemend aantal vrijkomende agrarische gebouwen. Dit kan leiden tot economische, maatschappelijke, maar ook landschappelijke onbalans. Op weg naar balans: drie deelopgaven Om balans te krijgen in het voedselsysteem zien we drie deelopgaven: 1. Het voedselsysteem is gezond. Het produceert gezond voedsel op een gezonde bodem, respecteert een gezonde natuur, is economisch gezond en levert toegevoegde waarde uit kwaliteit 2. Het voedselsysteem is circulair en werkt zoveel mogelijk in gesloten kringlopen, waar mogelijk lokaal of regionaal, maar ook op de schaal van (noordwest) Europa; 3. Het voedselsysteem is in verbinding. Boer en consument begrijpen elkaars perspectief. Er is erkenning en waardering voor ecologische (o.a. natuurinclusieve) en maatschappelijke diensten. Daarbij hoort een reële economische beloning; De belangrijke onderliggende meekoppelopgave is het volhoudbaar ontwikkelen van het kennisproducerende agricomplex voor het behoud van werkgelegenheid en de bredere economische betekenis van dat complex voor de regio.

De opgave ‘balans in het voedselsysteem’ houdt in dat we streven naar een landschap waar ondernemers (waaronder agrariërs) toekomstbestendig kunnen ondernemen en daar een goede waardering en beloning voor krijgen. De landbouw blijft een belangrijke drager van het landschap, maar er komt ook ruimte voor andere functies en activiteiten. Deze maken sociaal en economisch onderdeel uit van een landelijk gebied in balans. Hoe we dit willen ontwikkelen en met welke maatregelen staat verder toegelicht in de hoofdstukken hieronder.

10

2. HOE WILLEN WE DIT ONTWIKKELEN? Deel A van dit onderdeel geeft de ontwikkelprincipes uit de Contourennotitie weer. Daarna beschrijft deel B op welke manier de opgaven en ontwerpprincipes vertalen naar gewenste ontwikkelingen: de ontwikkellijnen. De informatie uit de contourennotitie is in de volgende versie herleidbaar geïntegreerd in het RPLG.

2.1. DEEL A: PRINCIPES UIT DE CONTOURENNOTITIE De Contourennotitie beschrijft vijf principes die aan de basis staan voor de verdere uitwerking. Het zijn geen dogma’s, maar richtinggevende keuzes: belangrijke waarden om het landelijk gebied ecologisch, economisch en sociaal-maatschappelijk perspectief te bieden. Vanzelfsprekend zullen er ook locaties of gebieden zijn waar ontwikkelingsprincipes met elkaar botsen. Dan moeten we het gesprek aangaan, prioriteiten stellen en keuzes maken. Deze zijn afhankelijk van nieuwe inzichten die we gaandeweg opdoen, maar ook van doelen en taakstellingen van hogere overheden.

2.1.1. Het bodem- en watersysteem is leidend De bodem- en watercondities in de regio zijn - met het oog op klimaatverandering - van dusdanig belang, dat deze uitgangspunt vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen en condities meegeven voor de invulling van deze ontwikkelingen (RRV, 2021). De draagkracht van het natuurlijke bodem- en watersysteem wordt daarom leidend bij de ruimtelijke inrichting van onze regio. De bron- en stroomgebieden van onze beken en de sponswerking van de bodem spelen hierbij een belangrijke rol. Het is een gezamenlijk belang van álle spelers in het landelijk gebied om bodem en water leidend te maken voor een aantrekkelijke, gezonde leefomgeving en duurzame voedselproductie.

2.1.2. Natuurkwaliteit en gezonde leefomgeving als randvoorwaarde Biodiversiteit is een belangrijke voorwaarde voor een gezonde leefomgeving en gezonde voedselproductie. Daarom streven we naar een minimale basiskwaliteit natuur. Deze basiskwaliteit laat zien wat nodig is om ervoor zorgen dat de soortenrijkdom niet verder afneemt. Hiervoor stellen we een notitie Basiskwaliteit Natuur (BKN) op. Deze geeft voor verschillende typen gebieden aan welke kwaliteit we nastreven. De BKN geeft aan op welke plekken we landschap, biodiversiteit en natuur moeten versterken om het natuurlijke systeem te herstellen, zowel in de stad als daarbuiten. Zo kunnen we bepalen welke functies wenselijk zijn op welke plaats op basis van de draagkracht van de natuur. Bijvoorbeeld waar vanwege nabijheid van natuur maximale natuurinclusieve landbouw wordt nagestreefd. Daarmee is de BKN één van de instrumenten voor de ruimtelijke inrichting van onze regio.

2.1.3. De identiteit van het gebied staat centraal Onze regio heeft een grote variatie aan bijzondere landschappen. Ons landelijk gebied is verre van uniform. Deze variatie is op veel plaatsen historisch gebaseerd op de variatie in de bodem. Uiteindelijk heeft het gebruik ook geleid tot sociaal-maatschappelijke en landschappelijke identiteit. De agrifoodsector is een steeds dominantere rol gaan vervullen en is daarmee een belangrijke drager van de identiteit van de regio geworden. Met ‘identiteit’ bedoelen we hier (de geschiedenis van) het landschap en het gebruik daarvan, maar ook de manier waarop het landschap van invloed is op de mensen die er wonen. We willen de identiteit van ons landelijk gebied behouden en versterken. De ruimtelijke uitdagingen die op ons af komen kunnen we hiervoor benutten. Gebiedsprocessen, zoals in het Binnenveld en het Veenhuizerveld, zijn 11

hierbij een belangrijk middel. Voor het toevoegen van nieuwe functies (wonen, zorg, economisch, recreatie) geldt: “ja, mits het past bij/bijdraagt aan de identiteit van de regio”. Dat geldt landschappelijk (kleinschalig, ingepast) en sociaal/maatschappelijk. Daarbij geldt dat agrifood een belangrijke drager is van deze identiteit. Als we toch kiezen voor transformatie naar nieuwe functies in het landelijk gebied (zoals wonen), dan zijn bij die transformaties de opgaven uit de verstedelijkingsstrategie leidend.

2.1.4. Economische en sociale vitaliteit met meervoudig ruimtegebruik Het in balans brengen van het voedselsysteem gaat onder andere het verduurzamen en weer vitaal maken van de landbouw. Dit is een combinatie van ecologische, economische en maatschappelijke aspecten. Tegelijk liggen er vragen vanuit nieuwe functies: recreatie, kennisontwikkeling, energie en ook wonen en werken. Het landelijk gebied is niet de eerste plek om de verstedelijkingssopgave te realiseren. Toch kunnen we de ruimtelijke zoektocht naar balans in het landelijk gebied niet los zien van andere opgaven in de regio zoals verstedelijking. Deze twee ontwikkelingen kunnen elkaar versterken. Dit betekent dat we ondernemingsruimte en fysieke ruimte willen vinden voor andere functies naast de landbouw, maar ook dat de landbouw zelf verandert: ze zal diverser worden. Dit leidt tot een meer diverse ruimtelijke inrichting, activiteiten en betekenis. Geschikte landbouwbouwgrond behouden we zoveel mogelijk voor de (extensivering van de) landbouw en de voedselproductie.

2.1.5. De regio is een proeftuin voor toekomstbestendige voedselproductie Onze regio is een van de proeftuinen voor de transitie naar kringlooplandbouw, vooral voor de koppeling stad-land en innovatie door duurzame, slim-technologische oplossingen. Zo kunnen we bedreigingen van en voor de agrarische sector omzetten in kansen voor economie, ecologie en samenleving. In onze proeftuin onderscheiden we twee landbouwpijlers: • De gebouwgebonden voedselproductie. Kernwoorden zijn: circulair, eiwittransitie in food en feed, vertical farming en natuurinclusieve erven; • De bodemgebonden landbouw. Kernwoorden zijn: natuurinclusief, kringlopen, eiwittransitie in food en feed, meervoudig ruimtegebruik. Beide pijlers kennen eigen uitdagingen, kansen en mogelijkheden voor de doorontwikkeling, en dragen zo bij aan de opgaven van het landelijk gebied.

Kringlooplandbouw ‘Bij kringlooplandbouw komt zo min mogelijk afval vrij, is de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk en worden grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen benut’. Het gaat hier om een circulair perspectief. (Ministerie van LNV 20218 - Waardevol en verbonden). Voor de melkveehouderij en de akkerbouw worden hiervoor vaak de termen natuur-inclusieve landbouw en regeneratieve landbouw gebruikt. We zetten hiervoor in op bodems met volop bodemleven, het verbeteren van biodiversiteit door agrarisch natuurbeheer, infiltreren van water en het minder belasten van natuur door minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken en residuen van medicijnen in het milieu te verminderen. Voor het geheel van de landbouw gebruiken we de term kringlooplandbouw, omdat daar ook de gebouwgebonden landbouw, die in onze regio sterk vertegenwoordigd is, een rol in heeft. Maar natuurlijk zijn het niet alleen agrarisch bedrijven die minder moeten verspillen, meer hergebruiken en natuur en biodiversiteit moeten bevorderen. Dat is een opgave voor alle bedrijven en alle inwoners.

12

2.2. DEEL B: ONTWIKKELLIJNEN In dit deel beschrijven we drie inhoudelijke ontwikkellijnen. Hierin wordt in de volgende versie van het RPLG een tijdlijn verwerkt. Hierdoor kunnen we prioriteiten, relaties en volgordelijkheid laten zien. De drie ontwikkellijnen versterken elkaar. Doordat we een tijdlijn inbouwen, kunnen we ook goed laten zien wat we al doen aan het herstel van natuurlijke processen in bodem, watersystemen, biodiversiteit en input en output van bedrijven in de regio. En zoals de kaart aangeeft, kunnen we de ontwikkellijnen ruimtelijk vertalen. Namelijk, ieder landschapstype kent een eigen bodemgesteldheid, watersysteem, natuurkwaliteit, cultuurhistorie, gemeenschappen en potentie. De doelen vanuit het Rijk en Provincie willen we in dit deel laten landen. We geven antwoord op de vraag hoe wij hiermee omgaan, welke ruimte voor ondernemerschap hier past en van welk type gebruik we direct of op den duur afscheid nemen.

2.2.1. Lijn 1: Het bodem en watersysteem brengen we in balans We willen toewerken naar een robuust watersysteem van bron tot monding. De bodem en het water is de basis van al het leven en daarom de eerste ontwikkellijn. Hiermee sluiten we aan bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waar bodem en water centraal staan. Onder robuust verstaan we een landschappelijk systeem, dat pieken of extremen kan opvangen, zonder dat het onoverkomelijke schade toebrengt voor inwoners en landgebruikers. Bovendien is dit een bodem waarbij de droogteproblematiek zich minder manifesteert. Het is een gezamenlijk belang van álle spelers in het landelijk gebied om bodem en water een grotere rol te laten spelen bij het afwegen van ruimtelijke veranderingen of landgebruik. Wij vinden het 100% leidend laten zijn van bodem en water nu een te grote stap, want er zal vaak een afweging t.o.v. andere belangen aan de orde zijn. We willen we dat er meer vooraf wordt nagedacht op welke manier een activiteit of ingreep helpt bij het herstel van dit natuurlijke systeem. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn. 13

Anders denken: “van -> naar” 1. Van A – B – c naar…

Bodem – C – B – a

2. Van impact op lijnen naar...

Impact op vlakken (en de diepte in)

3. Van afvalwater naar...

Hergebruik van alle waterstromen én besparen van water

Een betere balans tussen 4. Individueel beheer en ...

Beheer door meer betrokkenheid in het gebied

5. Klein lokaal herstel en ...

Groter systeemherstel

6. Technisch beheer en …

Meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar

1. Van A – B – c naar… bodem – C – B – a Als we willen toewerken naar het langer vasthouden van het water, dan moeten we de bodem en de kleine wateren een belangrijkere rol geven. Bodem - CBA watergangen zijn er voor het vasthouden, infiltreren en herverdelen van regenwater. Ze zorgen ervoor dat het land niet te droog wordt en de grondwatervoorraad op peil blijft. Dit verplaatst de primaire focus van de grote (A en B) wateren naar de bodem en de haarvaten. Het vasthouden begint bij een bodem met een hoog gehalte organische stof, bodemleven en -structuur. Hiermee wordt de sponswerking en daarmee de waterbeschikbaarheid vergroot, in tijden van droogte. Vervolgens zijn de haarvaten van het watersysteem belangrijk om de hoeveelheid water langer vast te houden. 2. Van impact op lijnen naar... impact op vlakken Als we nr. 1 doordenken, dan willen we sturen op de kwaliteit van de percelen in dit hele systeem en het gehele grondgebruik (2D en 3D). Het is hierbij realistisch te denken, dat het water langer dan we nu gewend zijn, op de erven en percelen bewaren, voordat het naar de lijnen, de watergangen stroomt. Een deel kan dan al infiltreren in de bodem. Dit kan later weer aangewend worden voor gewassen en biodiversiteit. 3. Van afvalwater naar...

hergebruik van alle waterstromen én besparen van water We willen kijken naar de hele watercyclus en alle vormen van water zijn daar onderdeel van. We moeten zuinig zijn op het water, besparen en hergebruiken. Hierbij hoort ook het verbeteren van de waterkwaliteit (KRW-doelen). 4. Individueel beheer en... beheer door meer betrokkenheid in het gebied Uitwerking van nr. 1 is dat de landgebruikers meer gezamenlijk aan zet zijn om het beheer van bodem en watersysteem uit te voeren. En samen te leren en monitoren hoe bodem en water reageren op veranderende omstandigheden en welke impact dit heeft op het landgebruik. Dit heeft ook impact op het verbeteren van de waterkwaliteit. 5. Klein lokaal herstel en... groter systeemherstel We hebben lange tijd meer aandacht gehad voor de ingrepen op relatief kleine schaal, in plaats van robuust systeemherstel. Hier komen individueel belang en algemeen belang bij elkaar en dit kan tot nieuwe afwegingen leiden. Klimaatverandering vraagt om denken op de schaal van het hele systeem. 14

6. Technisch beheer en... meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar Naast het feit dat we kunstmatige ingrepen en faciliteiten in het landschap hebben gemaakt én nodig houden, willen we toe naar ‘building with nature’. Hoe kan de natuur richting geven aan het herstel van een natuurlijk systeem? Dit draagt ook bij aan het besef dat de landschappen door de seizoenen heen veranderen en dat we ons daarop aan te passen hebben.

A-B-C watergangen en bodem Het waterschap onderscheidt het watersysteem in verschillende wateren: •

A-watergangen zijn vaarten en weteringen met een belangrijke functie voor water aan- of afvoer. Deze worden onderhouden door het waterschap.

•

B-watergangen zijn sloten met een lokale functie voor water aan- en afvoer. Eigenaren van de aangrenzende grond onderhouden deze watergangen.

•

C-watergangen zijn kleinere sloten met vooral een waterbergende functie. Dit is de bron van schoon regenwater voor en van het gebied. Voor deze watergangen geldt geen onderhoudsplicht.

•

Bodem is de bovenste laag van de ondergrond waarin planten wortelen en bodemvormende processen plaatsvinden.

Keuzes die hierbij kunnen horen zijn bijvoorbeeld: • We kiezen voor toekomstbestendige landbouw, waarin duurzaam bodem beheer centraal staat. Op sommige plekken betekent dit extensivering. • Beekdalen worden weer herkenbaar in het landschap, met ruimte voor functies voor voorkomen van wateroverlast en creëren van waterbuffers. We onderzoeken wat er in de buffers wel kan aan gewassen of vegetaties. • Er zal ruimte nodig zijn voor retentiegebieden voor periodes met hevige neerslag, bijvoorbeeld als dubbelfunctie van agrarische grond; • De draagkracht van het natuurlijke bodem- en watersysteem wordt vooraf meegewogen bij keuzes over de ruimtelijke inrichting van onze regio. Welke goede voorbeelden zijn er al in de regio? • Grondgebonden agrarische bedrijven zetten steeds meer in op bodemgezondheid en productie die klimaat robuust is en helpt bij water vasthouden, waterberging en verbeteren van de waterkwaliteit. Bijvoorbeeld i.s.m. het waterschap via kruidenrijk grasland en via het realiseren van minder uitspoeling (N/P) bij beken. • Binnen Kringlooplandbouw Utrecht Oost werken boeren aan bodem en water. • Voor de regio worden gratis bodemcursussen georganiseerd voor boeren en loonwerkers, waarbij betrokken ambtenaren en erfbetreders ook aanschuiven.

• Binnen de Regiodeal Foodvalley wordt onderzoek gedaan naar bodemverbetering via bokashi, kruidenrijk grasland, mestverbetering en andere vanggewassen. • Er worden vormen van landbouw uitgedacht die kunnen voldoen aan de doelen van de bufferzones van 100-250 meter langs beken.

15

2.2.2. Lijn 2: Een vruchtbaar landschap in een gezonde leefomgeving Voedsel komt van over de hele wereld: We willen veel meer kijken naar ‘wat hier is’ en wat regionaal kan. Waarbij ‘hier’ ook eerst op schaal van (noordwest) Europa kan plaatsvinden. Nederland is een klein land, afhankelijk van het agrarisch bedrijf is een bepaalde schaal nodig voor een gezond verdienmodel. Ook willen we naar een zo efficiënt mogelijke omgang met grondstoffen en watergebruik. Het begint bij een gezond bodem en watersysteem. Daarbij wil je dieren voeden met voedsel dat niet voor mensen geschikt is, of wel: zoveel mogelijk reststromen en deze zo slim mogelijk benutten. Uiteindelijk streven we naar een zo klein mogelijke footprint, eerlijke ketens en gesloten kringlopen, passend in de omgeving en passend bij de ondernemer. Voorwaarde is een eerlijk en duurzaam verdienmodel waar iedereen in de keten haar rol moet onderzoeken. En waar ruimte wordt ervaren om te ondernemen en met elkaar te leren.

Eerlijke Ketens Een eerlijke voedselketen is een keten waarin alle schakels in de keten op een transparante manier er samen voor zorgen dat de boer een reële prijs ontvangt. Dat is een prijs die uitgaat van de werkelijke kostprijs en waarde van duurzame productie. Een inmiddels redelijk bekende vorm van een eerlijke keten is

de

‘korte

keten’:

een

afzetsysteem

van

landbouwproducten, dat een rechtstreekse relatie kent tussen producent en consument. Zo blijf je als consument direct verbonden met je regio en de sociale, culturele, ecologische en economische eigenschappen daarvan.

Er is al veel in beweging in de agrarische sector en er zijn al veel toekomstperspectieven, ideeën en transitiepaden uitgedacht die ingezet kunnen worden. Het is belangrijk om diverse paden tegelijk verder te ontwikkelen, die mogelijk per landschap en onderneming specifiek te maken zijn. De agrarische sector kan inzetten op emissiereductie, gebruik van circulair veevoer, meer CO2 en energieneutrale bedrijven, natuurinclusieve landbouw, uitvoering van natuur en landschapsbeheer, inzet van nieuwe teelten en de eiwittransitie, het vergroten van huiskavels en/of vrijwillige opkoop. Afhankelijk van de specifieke situatie. Om ‘Foodvalley’ te blijven wil de regio minimaal 500 boeren Natuurlijke processen behouden (Strategische Agenda Naast het beschermen van op kaart begrensde natuurgebieden, Regio Foodvalley 2019). Niet alles vinden we het ook belangrijk natuur in de hele regio te helpen kan meer overal, maar waar dat kan herstellen. We noemen dit de natuurlijke processen in bodem, blijft er ruimte voor diverse vormen water, lucht, klimaat, flora en fauna. Al deze onderwerpen van landbouw, ook voor productie werken sterk op elkaar in en zijn als geheel leven ondersteunde voor de (inter)nationale markt. ecosystemen. Wij mensen, zijn onlosmakelijk deelnemer in Vandaar dat het woordje ‘ook’ in de deze ecosystemen en het is belangrijk goed rentmeesters te zijn uitwerkingen in de tabel.

Die ruimte en worden. is er voor bedrijfsvoeringen en ontwikkelingen die bijdragen aan het herstel van natuurlijke processen. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn.

16

Anders denken “van -> naar” 1. Van agrariër naar…

…vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel

2. Van versnipperde kavels naar…

…Meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels

3. Van dierlijke eiwitten naar…

…ook plantaardige eiwitten

4. Van veel mais op akkers naar…

…ook (oude) granen, vlinderbloemigen en wellicht biomassateelten

5. Van consument op afstand naar…

…consument meer nabij

6. Van zelf naar…

…. ook collectief

7. Van ondernemer met (te) strakke regels naar…

…verbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap (gekaderde ruimte)

Een betere balans tussen 8. Van maximale opbrengst naar…

…optimale opbrengst

9. Van focus op kwantiteit naar…

…ook focus op kwaliteit met eerlijke prijs

10.Van energie gebruiken en CO2kosten naar…

…steeds meer elektriciteit en warmte leveren en CO2energie neutraal

11.Van redelijk wat kunstmatige input naar…

…nog meer organische input

12.Van verzwakte landschappen naar…

…versterken herkenbare landschapselementen en belonen voor instandhouding

1. Van agrariër naar… vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel en ondernemersruimte Het agrarisch bedrijf kan meer dan alleen voedsel produceren. Op dit moment komen de hoofdinkomsten meestal vanuit verkoop / afzet product. Van betekenis zijn in de voedselproductie is echter één van de mogelijke bedrijfstakken. Afhankelijk van de locatie en de individuele ondernemer zijn er diverse keuzes mogelijk om op een volwaardige manier de bedrijfsvoering te verbreden. Met het oog op het creëren van aantrekkelijke gebieden voor extensieve recreatie voor de toenemende bevolking, zien wij kansen voor landhscapsbeheer en enige mate van recreatief dubbelgebruik. Een goed verdienmodel, gegarandeerd voor de langere termijn, is hierbij essentieel. Op plekken waar dit kan blijft er daarbij ruimte voor landbouwproductie die op de (inter)nationale markt is gericht. 2. Van versnipperde kavels naar… meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels Door uitruil van gronden kan een boer meer grond bij zijn huiskavel creëren, waardoor alternatieve gewassen of activiteiten die wat meer bewerkelijk zijn mogelijk worden. 3. Van dierlijke eiwitten naar… ook plantaardige eiwitten Er is vraag naar plantaardige eiwitten voor humane consumptie: dat kunnen bonen en granen zijn of noten en groenten.

Daarbij wordt er gekeken naar insecten als alternatieve bron. We faciliteren 17

de eiwittransitie van humane voeding (van 60/40 naar 40/60), wat impact heeft op grondgebruik én op gebouwgebonden productie (insecten). Dit biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodellen. En een aantal van deze teelten kan bijdragen aan gezonde bodems, meer biodiversiteit en vastlegging van CO2. 4. Van veel mais op akkers naar … ook (oude) granen, vlinderbloemigen en wellicht biomassateelten Hieronder vallen bijvoorbeeld teelten die meer tegen droogte kunnen, die geschikt zijn voor menselijke cinsumptie of die helpen bij de energietransitie of de bouw. 5. Van consument op afstand naar… consument meer nabij Evenwichtige ketens stimuleren, zowel korte ketens, als betere samenwerking met supermarkten en andere marktpartijen. De relatie tussen boer en burger versterken, waarbij de consument vertrouwen krijgt/behoudt in het voedselsysteem. Consument leren over gezonde voeding, wat daarbij komt kijken en wat hun eigen bijdrage kan zijn aan een leefbaar en gezond landelijk gebied. 6. Van zelf naar... ook collectief Georganiseerd in collectieven zijn er soms andere verdienmodellen mogelijk en is een ondernemer minder kwetsbaar. 7. Van ondernemer met (te) strakke regels naar… verbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap Er is experimenteerruimte en toekomstperspectief nodig om te kunnen investeren in wat de maatschappij vraagt. 8.

Van maximale opbrengst naar… optimale opbrengst Een opbrengst die de grond minder uitput. Kunstmest zoveel mogelijk vervangen door dierlijke mest(producten) in combinatie met stikstofvastlegging door vlinderbloemigen en terugwining van fosfaat uit menselijke mest. We stimuleren bodemleven om zo ook een optimale voedingswaarde van gewassen te bewerkstelligen. Waarbij we inzetten op reductie van de uitstoot van ammoniak, fijnstof en geur. 9. Van focus op kwantiteit naar… ook focus op kwaliteit met eerlijke prijs Goede producten voor een goede prijs. De gehele keten neemt hierin zijn verantwoordelijkheid. We gaan van alleen een (financierings)focus op rendement en risico’s naar focus op waarden, innovatief en toekomstbestendig. Diensten die de boer aan de maatschappij levert worden betaald en gewaardeerd in bijvoorbeeld ondernemersruimte 10. Van energie en CO2-kosten naar… steeds meer CO2-energie neutraal Agrarische bedrijven kunnen door een mix van zonne-energie, windenergie en potentieel waterstof energie neutraal of mogelijk energie leverend worden en bijdragen aan CO2 opslag. Dat laatste kan ook door keuze voor andere gewassen. 11. Van kunstmatige input… naar ook organische input Inzetten op circulair veevoer, kringlopen meer lokaal sluiten (regionaal en NW-Europa). Minder soja en feed van elders. 12.

Van verzwakte landschappen naar… versterken herkenbare landschapselementen en belonen voor instandhouding Het terugbrengen van herkenbare landschapselementen als hagen etc. in het agrarisch landschap. Instandhouding hiervan door ondernemers rechtvaardig belonen. 18

Keuzes die hierbij kunnen horen zijn bijvoorbeeld: • We kiezen voor meer regie op ruimte, met een ondersteunend functieveranderingsbeleid waarin we bijvoorbeeld minder of geen woningen meer toestaan op voormalige agrarische bedrijven. • Beschermen van landbouwgrond, ook van stoppende boeren. • Onafhankelijke voorlichting voor boeren, meer inzicht door kennisdelen en (nul)metingen, inzet van experts. • Beloning van koplopers. • Voorzover lokaal en regionaal haalbaar is, dragen we bij aan een eerlijke prijs voor producten. Minimaal de kostprijs (met daarin ook de arbeid), plus ruimte voor innovatie. Bijdragen aan milieu kunnen extra ruimte geven. • Experimenteerruimte om knelpunten in wet- en regelgeving (tijdelijk) te verminderen. Om te onderzoeken hoe je beter kunt boeren heb je experimenteerruimte nodig. • Qua energie worden boeren steeds meer zelfvoorzienend en leverend, waarvoor bestemmingsplannen ruimte (gaan) bieden, zoals door het mogelijk maken van voldoende hoge “boerderijmolens” (30-35 meter). Welke goede voorbeelden zijn er al in de regio? • Het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij (PEV) heeft een werkwijze ontwikkeld waarbij onderzoek naar nieuwe technieken plaatsvindt in bestaande stallen. Met behulp van Wageningen UR lukt het om nieuwe technieken te testen en valideren.

• Binnen de Regiodeal Foodvalley wordt onderzoek naar innovaties en effecten van management nu toegepast om ook minder ammoniak (stikstof) uit te stoten. Ook wordt gekeken naar het aanplanten van bomen (agroforestry) in uitlopen van kippen en op erven, om stallen heen. • Er is een Agroloket waar veel informatie vindbaar is en waar boeren terecht kunnen met vragen; • Er zijn agrarisch coaches beschikbaar voor een begeleidingstraject voor bedrijfsontwikkeling. • Er zijn Korte Keten initiatieven en die worden door gemeenten ondersteund.

2.2.3. Lijn 3: Een natuurlijk landschap dat verbindt In de regio zijn al veel landgebruikers bezig hun negatieve impact op de bodem, water, uitstoot en biodiversiteit om te buigen naar nul impact of zelfs natuur herstellend (regeneratief). Dat kan en moet op meer plekken. Dit vraagt een omslag in ons denken en onze kennis hierover. Alleen al het creëren van meer variatie in het landschap draagt bij aan de basiskwaliteit in soorten. Uiteindelijk willen we in een wereld leven waarin ‘gewone’ soorten ook gewoon (en niet schaars) zijn. Hiervoor moeten we ons richten op herstel van het gehele natuurlijke systeem. Juist ook buiten de grenzen van de planmatig toegekende natuurgebieden. De ontwikkellijn gaat er daarbij vanuit dat als de condities van algemene, niet bedreigde soorten verbeteren, de positie van alle soorten (en dus biodiversiteit) verbetert. Dit kan op basis van de aanwezige landschapstypen in een gebied concreet gemaakt worden. We richten ons naast het beschermen van natuurgebieden (N2000) op herstel van natuurlijke processen. Die zijn overal: van bedrijfsperceel tot achtertuin en tussen lucht en bodem. Er is een sterke relatie met de ontwikkellijn Bodem en watersysteem brengen we in balans. En de samenwerking met de landschapsbeheerders en agrariërs is noodzakelijk. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn.

19

Anders denken “van -> naar” 1. Naast het beschermen van N2000/GNN gebieden...

… Ook zorgen voor een basiskwaliteit natuur in de hele regio en juiste beheer van natuur

2. Van natuur als kostenpost naar…

… Natuur als betaalde ecosysteemdienst en randvoorwaarde

3. Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar…

… Ook natuur als intrinsieke waarde

Een betere balans tussen 4. Naast natuur als plek voor buitenactiviteit...

… Natuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin

5. Van sterke contrasten tussen landschappen en dorp/stad naar…

… Verweven van cultuurlandschappen met natuurkwaliteit tot aan de voordeur (bodemleven, schoonwater, groenblauwe dooradering)

6. Van centraal beheer naar…

….meer beheer door het gebied zelf, in goed overleg en samenwerking

1. Naast het beschermen van N2000/GNN gebieden… ook zorgen voor een basiskwaliteit natuur in de hele regio Zodat de algehele leefomgeving groener, gevarieerder en gezonder wordt. Dit vraagt om integrale keuzes in ruimtegebruik. Het formuleren, realiseren en monitoren van een basiskwaliteit kan voor meer ontspanning zorgen. Als de algehele natuur kwaliteit vergroot wordt kunnen we ook kijken of er in N2000 gebieden meer mogelijk is door bijvoorbeeld soms extra functies toe te staan. We bepalen per gebied gezamenlijk welke basiskwaliteit we willen en hoe de huidige situatie is. 2. Van natuur als kostenpost naar… natuur als ecosysteemdienst en randvoorwaarde Een nieuwe manier van kijken naar economische waarden, onderdeel van brede welvaart en de welzijnseconomie. Het is belangrijk om natuurwaarden uit te drukken in onze standaard “grootheid” euro’s. Hiermee kunnen we het makkelijker inzetten om de balans in evenwicht te krijgen (true pricing). Ook meer verbinding is tussen stad en platteland helpt hierbij. 3. Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar… ook natuur als intrinsieke waarde Niet alle natuur hoeft een functie te hebben, historisch was dit vaak de gedachte. Natuur kan ook van zichzelf mooi zijn en niet van iets of iemand zijn. Voorwaarde voor deze uitwerking is dat er (weer) meer verbinding is tussen stad en platteland. 4.

Naast natuur als plek voor buitenactiviteit… natuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin Je gaat niet alleen de natuur in als je deze bewust opzoekt, maar het is onderdeel van je dagelijks leven, waardoor je leefomgeving een prettigere plek wordt en je het meer kunt zien en waarderen. 5. Van sterke contrasten tussen landschappen en stad naar … natuur integraal opgenomen in het gebied (bodemleven, schoonwater, Groenblauwe Dooradering) Verschil tussen natuur en landschap (of natuurlijke processen) verzachten, niet alleen de fysieke grenzen maar ook de functiegrenzen. Hierdoor ontstaat meer diversiteit. Denk aan Landbouwinclusieve natuur, of natuurinclusieve landbouw, maar ook initiatieven als moestuinen, voedselbossen en herenboeren. Beleefbaar en bereikbaar. Daarbij moet de verbinding tussen de stad, burger, boer, en natuur verbeterd worden om de tegenstellingen te verkleinen.

20

6. Van centraal beheer naar… meer beheer door het gebied zelf Dit betekent dat TBO’s ook beheer en regie deels moeten gaan loslaten en/of nog meer de samenwerking aangaan met het gebied (samenleving heeft gedeeld eigenaarschap). Wat er bottom-up georganiseerd kan worden, moet bottom-up. Niet alleen de mensen in het buitengebied zijn hiervoor belangrijk maar juist ook de mensen in de dorpen en steden. Verantwoordelijkheid nemen voor beheer en onderhoud van natuur en landschap waar je zelf ‘dagelijks’ van geniet. Het beeld hierbij is dat natuur niet van de overheid is, maar van de mensen in het gebied zelf. Keuzes die hierbij kunnen horen zijn bijvoorbeeld: • We zitten in op meer biodiversiteit op erven en in tuinen en landbouw die bijdraagt aan biodiversiteit (natuurinclusief). • We werken aan robuuste groene structuren voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. • Als het geheel robuuster is kunnen we ook de andere kant op meer verzachten (in strenge gebieden meer functies toelaten, minder spanning als er eens een extra boom om gaat). • Als we meer groen willen én meer woningen moeten we mogelijk vaker de hoogte in en de wijze van bouwen meer natuurinclusief maken. • We moeten inzetten op communicatie om de beleving en de relatie tussen de burgers, boeren en natuur te verbeteren.

Inzicht geven in wat er niet op orde is, ook in de dorpen, wat er aan mooie initiatieven zijn en waar mensen aan bij kunnen dragen. Welke goede voorbeelden zijn er al in de regio? • Via Dorpen in het groen komt er jaarlijks extra groen beschikbaar voor aanplant van o.a. heggen en bomen. • Vanuit het Programma Natuurinclusieve Landbouw Gelderland (www.pnlg.nl) wordt duidelijk dat boeren kunnen bijdragen aan natuur en biodiversiteit. Onder andere in de landbouwenclave op de Ginkel en binnen de zogenaamde ‘Koplopersgroep’ in de regio. De waardering en/of beloning voor boeren is nog niet op orde; • In meerdere gemeenten zijn projecten voor bloemrijke akkerranden en voor weidevogelbeheer, voor gebieden waarvoor de betreffende provinciale regelingen niet beschikbaar zijn; • Diverse gemeenten hebben het gezamenlijk opgestelde “Bouwen aan het landschap op de tussenschaal” in hun manier van werken opgenomen, waardoor met landschappelijke inpassing van projecten wordt gebouwd aan grotere structuren (i.p.v. aan het ‘wegstoppen’ van nieuwe bebouwing). • Stichting Landschapsbeheer Gelderland heeft al diverse vrijwilligersgroepen opgezet rondom diverse vormen van natuur- en landschapsonderhoud.

21

3. WAT IS ER NODIG? 3.1. INHOUDELIJK PROCES UITWERKING Het derde deel beschrijft de uitvoerende kant van het perspectief. Om de beschreven ontwikkellijnen in te vullen is het nodig om ze praktisch te maken en ervoor te zorgen dat ze concreet gaan bijdragen aan de opgaven die voorliggen op gebied van stikstof, klimaat, water en natuur. Komend voorjaar werken we als regio, samen met inhoudelijk deskundigen, provincies, waterschap en overige stakeholders verder aan de invulling van dit deel. We organiseren meerdere overlegmomenten om kennis en ideeën op te halen. Dat wat er zonder vaststellen van het RPLG al kan en bijdraagt aan het behalen van doelen en ontwikkelruimte, wordt voortgezet en / of in gang gezet. Hier wordt in 2023 een beter beeld van gevormd. Als het gaat om de samenwerkingen om te komen tot het landelijk perspectief, dragen we zorg voor het verbinden van lokale (gebieds)processen, het regionaal perspectief, de ontwikkeling van de twee provinciale programma’s (Gelderland en Utrecht) en de doelen vanuit het nationaal programma. Daarbij bouwen we voort op en geven invulling aan eerder gemaakte besluiten en beleid en werken we mee aan het halen van bovenregionaal gestelde doelen. De uitvoering van het RPLG, verbonden aan het NPLG, is een adaptief en iteratief proces voor de komende jaren/decennia, waarin we samen optrekken, leren en zoeken naar de beste oplossing.

Dit is een afgewogen combinatie van ruimtelijke aspecten, sociaaleconomische aspecten en de doelen die we moeten en willen halen. We gaan slim kiezen hoe we prioriteiten stellen in de maatregelen en instrumenten, om de stap naar voren te kunnen zetten, passend bij de korte termijn opgaven en bij het lange termijn perspectief dat aan het ontwikkelen zijn. U kunt zich voorstellen dat de delen 2 en 3 van dit RPLG sterk met elkaar samenhangen en deel 2 zullen we daarom ook in 2023 bijstellen wanneer dat nodig is. Dit doen we door maatregelen te bedenken die ervoor zorgen dat we binnen de grenzen (of doelen) van het ecologische en maatschappelijk systeem gaan komen (op termijn). Een voorbeeld hiervan staat hieronder. Hiermee beantwoorden we vragen als: WAT moeten we doen? Hoe draagt dit bij aan wat (positief/negatief/neutraal)? Wat doen we al? Wat knelt? Wie is “we”? Wat heeft prioriteit? Hoe maken we het meetbaar? Deze antwoorden zijn (deels) specifiek te maken voor de verschillende typen landschap die de regio kent. Rondom beken zijn andere doelen, maatregelen en effecten te bedenken, dan op de hogere zandgronden. Hierbij zetten we experts in zetten we in op rekenen en tekenen.

Maatregelen irt Systeemdoelen Bodem en water Verdienvermogen Biodiversiteit Circulair Klimaat Gebiedsidentiteit …

Regie op grondgebruik

Nieuwe teelten

Meer alternatieve eiwitbronnen

Verbreding bedrijfvoering

Gebruik rest stromen

….

0 + ++ -? ++

-

+

--

0

+ 22

Bovendien zetten we in op het ontsluiten van inhoudelijke kennis, ervaring en creativiteit van bedrijven, organisaties en overheden. Hierbij is het noodzakelijk dat data gedeeld kan worden op het abstractieniveau dat voor de regio relevant is (wat juridisch op dit moment nog niet te realiseren is). We ontwikkelen tijdens het uitwerken van deel 3 een kennisagenda. Waar mogelijk beantwoorden we vragen direct samen met experts uit de regio. Waar nodig zetten we extra onderzoeken uit.

3.2. AANZET BELANGRIJKE KEUZES GEMEENTEN EN SUCCESVOORWAARDEN In het onderstaande geven we een aanzet voor dit deel, op basis van wat er al bekend is over knelpunten die in de weg staan en wat er voor nodig is om die knelpunten op te lossen. Bij de uitwerking daarvan gaan we onderscheid maken in de verantwoordelijkheden van de verschillende partners: wie gaat waarover en heeft een rol in de oplossing? We denken nu aan de volgende indeling: - Lokaal/regionaal, te onderscheiden naar ondernemers, inwoners, gemeenten, Waterschap - Provinciaal, met name de provincies Gelderland en Utrecht - Landelijk, te onderscheiden naar rijksoverheid en wellicht landelijk ondernemers- en belangenorganisaties

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12491469/1